(reclame)

28 juni 2013
ARRIVEDERCI LITTLE TONY


Little Tony doorheen de jaren

Op 27 mei overleed Antonio Ciacci, in Italië wereldberoemd als Little Tony, een van de vele Europese rock ‘n’ roll pioniers, maar zowat de enige die ook succes oogste buiten zijn thuisland, met name in Engeland. Little Tony werd op 7 februari 1941 geboren in Tivoli maar groeide op in San Marino. In 1957 vormde hij met zijn oudere broer Alberto en zijn jongere broer Enrico een bandje wier debuut Believe What You Say/ Treat Me Nice in 1958 verscheen op Durium Records dat hen aan de man en vooral de vrouw bracht als Little Tony & his Brothers. Covers van Amerikaanse hits werden hun handelsmerk: in 1958 verschenen nog twee singles met daarop Lotta Lovin', Johnny B. Goode, Splish Splash en Lucille. Toen de Italiaanse zanger Marino Marini in 1959 tijdens opnames voor de Britse TV-show Oh Boy opmerkte dat Cliff Richard heel goed was, tenminste tot je Little Tony had gehoord, trok producer Jack Good naar Italië om dat met eigen ogen te gaan zien. Good was onder de indruk en haalde hem naar Engeland waar hij op 13 september 1959 debuteerde in Boy Meets Girl, en zes dagen later bracht Decca zijn eerste Britse single uit, I Can't Help It/ Arrivederci Baby, wat in Italië al zijn elfde single was. De tweede Britse single volgde amper een week nadien, met covers van Hey Little Girl (Dee Clark) en Hippy Hippy Shake (Chan Romero). Zijn derde Britse single, de Doc Pomus-Mort Shuman composities Too Good/ Foxy Little Mama, is de eerste die in Engeland zelf werd opgenomen en haalt in januari 1960 gedurende drie weken de Britse hitlijsten met de 19de plaats als hoogste positie, zijn eerste maar helaas ook enige Britse hit. Tot 1962 zou hij in Engeland regelmatig te zien zijn op de televisie. Little Tony & his Brothers zouden in totaal zo’n 18 maanden in Engeland wonen en werken, terwijl ze op en af pendelden naar Italië, ondermeer om in 1961 deel te nemen aan het festival van San Remo waar hun 24.000 Baci duet met Adriano Celentano de tweede plaats haalde. Definitief terug in Italië gaat hij solo, begint hij meer en meer in het Italiaans te zingen, en scoort hij in 1962 zijn eerste nummer één met Il Ragazzo Col Ciuffo. Little Tony maakte met succes de overstap naar het variété en scoorde nog millionsellers met Riderà (1966) en Cuore Matto (1967). Daarnaast was hij te zien in meer dan 20 Italiaanse films. In 1969 richtte hij zijn eigen label Little Records op, in 1975 bracht hij het album Tony Canta Elvis uit. Ondanks een hartaanval in 2006 trad hij nog steeds op in het oldies circuit.


De Franse EP'tjes blijven de mooiste, niet alleen wegens de hoesjes maar ook voor de genre omschrijvingen:
rock-boogie, slow-rock en fox uit 1959!


Little Tony overleed op 72-jarige leeftijd aan longkanker. De liefhebber vindt 34 van zijn Engelstalige opnames op de Big Beat CD’s Little Tony & his Brothers Volume 1 en 2.

Naar Boven

(reclame)

28 juni 2013
KORT ROCK 'N' ROLL NIEUWS

KORT NEDERLANDS ROCK 'N' ROLL NIEUWS

The Taildraggers stellen hun nieuwe CD Love Gets In The Way voor aan het publiek op donderdag 11 juli in The Rambler in Eindhoven, en omdat ze zelf ook op gepaste wijze willen meevieren met de fans opteerden ze om bescheiden te openen voor Deke Dickerson. De nieuwe CD zal die dag aan een speciale introductieprijs verkocht worden *** The Eightball Boppers presenteren na Bop Till You Drop en Old Dogs Don’t tijdens de Millse All American Day nu zondagmiddag 30 juni vanaf 13h30 hun derde CD Let The Engines Roll. 8BB speelt daar op het buitenpodium bij café De Winkel aan de Hoogstraat alle nummers van de CD met extra sfeervolle aankleding door gastzangers op het podium (waaronder twee vader/dochter combinaties) en op de grote houten dansvloer een flinke delegatie dansparen van boogie woogie club The Thunderbirds uit Waalwijk. Leuk initiatief is een loterij: wie de CD op 30 juni ter plekke aankoopt voor het luttele bedrag van 10 euro of nog snel vóór 30 juni 16h00 bestelt (e-mail met adresgegevens te sturen naar 8bb@8bb.nl) maakt kans op een gratis optreden van de Boppers! De winnaar mag zelf bepalen hoe dat optreden plaats gaat vinden: een akoestisch huiskamerconcert, een optreden tijdens het dorpsfeest, de buurtbarbecue of in het lokale café, verzin het maar. Om 16h30 zal de prijs uitgereikt worden op het podium bij café De Winkel. Meer informatie op www.8bb.nl. Wat de CD betreft: dit maal is de gehele productie in eigen beheer gehouden, van opname tot mix tot persing op het 8BB Records label. De opnames vonden plaats met eigen apparatuur in de repetitieruimte in Mill, zodat de Boppers op hun dooie akkertje alles konden afhandelen *** Op 14 september presenteren The Phantom Four hun nieuwe album Murakkam tijdens het North Sea Surf festival in de Melkweg in Amsterdam. Op 14 juni verschenen hun eerdere albums Morgana (2012) en Madhur (2006) op vinyl als een dubbel-LP met de niet eerder uitgebrachte bonustrack Seven Speed Blender van de Madhur sessies *** Madame Risquée zoekt een ondernemend persoon die een retro night club wil openen in Amsterdam. Info: mail naar MadameRisquee@Gmail.com.

KORT BELGISCH ROCK 'N' ROLL NIEUWSKORT EUROPEES ROCK 'N' ROLL NIEUWS

Heuglijk nieuws vanuit onze eigen gelederen: hoofdredacteur Frantic Franky is voor de tweede maal vader geworden. Met zijn zoon Tiago, zijn ouder broertje Vincente en moeder Cristina gaat het prima! *** Met Franky trouwens ook: hij wisselt de luiers meerdere keren per dag voor pen en papier zodat al deze teksten doorgang kunnen vinden *** Los Venturas hebben een gouden plaat! Letterlijk, want hun nieuwe Green Cookie (GR) release getiteld Paisley Beach is een 7-track 10-inch op goudkleurig vinyl afgeklopt op 300 exemplaren. Het kleinood werd voorgesteld op zaterdag 8 juni in De Kleine Hedonist in Antwerpen en hoe het er daar aan toeging leest u in onze Rockin’ Lifestyle rubriek *** Nog nieuwe Belgosurf gereleased in Griekenland is Rivers & Coastlines: The Ride van The Moe Greene Specials, uit op CD én LP *** Patrick Ouchène van Runnin’ Wild treedt momenteel op met een drumloos western swing trio, met naast Ouchène op zang en gitaar Tom Beardslee op lap steel (hij speelde ook mee op de debuut CD van Crystal Dawn) en Bart Leybaert op contrabas. Beluisteren op www.reverbnation.com/thecheatingheartstrio.

KORT EUROPEES ROCK 'N' ROLL NIEUWS

The Jive Aces zijn erin geslaagd ‘50s ster Laurie London te overtuigen opnieuw te gaan optreden. London scoorde op dertienjarige leeftijd met He’s Got The Whole World In His hands verrassend genoeg een grotere hit in de States dan in Engeland. Het succes was evenwel van korte duur en London stapte kort daarop uit de muziek. Hij is er nu 69 en runt in Portsmouth een pub, en daar hebben The Jive Aces in maart met hem gejamd, wat beide partijen blijkbaar zo goed beviel dat London opnieuw gaat optreden. Zijn grote comeback is voorzien voor 4 augustus op het door The Jive Aces georganiseerde Summertime Swing festival *** Alan Wilson’s Western Star label en studio bestaan 10 jaar en daarom schreef hij een boek getiteld The First Decade dat op 196 full colour pagina’s een overzicht per release biedt van alles wat Western Star ooit uitbracht *** Gespot in andere Britse studio’s: Nigel Lewis & the Tall Boys en The Ricochets *** Dragged From The Wreckage Of The Klub Foot is een 5 CD-box met 113 voor het grootste deel onuitgebrachte live opnames van de legendarische Klub Foot (GB) van bands als Batmobile, Wigsville Spliffs, Torment, Highliners, Restless, Frenzy, Rochee & the Sarnos en The Caravans.

KORT AMERIKAANS ROCK 'N' ROLL NIEUWS (50's/ 60's)


Mike Waggoner and The Bops in de 60's met Waggoner linksonder (foto: http://minniepaulmusic.com)

Zijn er anno 2013 nog originele fifties artiesten te herontdekken? Blijkbaar wel: het Ubangi Stomp festival in Spanje belooft eind oktober een wereldpremière met het comeback concert van Mike Waggoner, cultheld van welgeteld één single uit 1961, de Dale Hawkins cover Baby Baby met op het B-kantje de instrumental Basher #5 op het Vee label van de manager van Bobby Vee. Die single stond in 1983 op de White Label LP Minnesota Rock-A-Billy-Rock Volume 4 (met een geweldige foto van Mike Waggoner & the Bops op de hoes) aangevuld met zeven onuitgebrachte nummers waarvan sindsdien vooral Coming Up en Guitar man populair zijn. In 1964 brengen ze nog de single Blue Days Black Nights/ Where And When uit voor The Bops eind 1965 splitten, maar die single hebben wij nooit gehoord. Waggoner is altijd actief gebleven als muzikant, meest recent met zijn rockabilly band Memphis Trax (met zijn zoon Shaun op drums), al maken wij uit hun repertoire op dat ze evenveel oldies en blues als rock ‘n’ roll in hun set hebben *** En moést ie tegenvallen: de Ubangi Stomp heeft ook Royce Porter in de aanbieding *** Rockabilly Pioneer Billy Adams, bekend van Rock Pretty Mama uit 1955, brengt weldra een gloednieuwe CD uit getiteld Wild Rhythm, deels opgenomen in de Wild Hare studio’s in West Virginia *** En in augustus gaat Jack Scott zijn eerste nieuwe studio album in bijna 50 jaar opnemen, in januari 2014 te verschijnen op het Finse label Bluelight Records *** Eredoctoraten: Dion DuMucci ontving er op 18 mei eentje van de Fordham Universiteit in New York City, Dr. John en Allen Toussaint kregen er dezelfde dag een van de Tulane Universiteit in New Orleans *** En Carole King, de succesvolste songschrijfster van begin jaren ’60 aangezien ze zo maar eventjes 118 hits schreef die de Billboard Hot 100 haalden met als bekendste Will You Still Love Me Tomorrow (Shirelles, 1960), Take Good Care Of My Baby (Bobby Vee, 1961), Halfway To Paradise (Billy Fury in 1962, origineel van Tony Orlando), The Loco-Motion (Little Eva, 1962) en One Fine Day (Chiffons, 1963), kreeg op 22 mei in het Witte Huis uit handen van President Barack Obama de allerhoogste Amerikaanse muziekprijs, de Gershwin Prize For Popular Song van de Library Of Congress. King is er nu 71 en hinte vorig jaar dat ze op pensioen zou gaan, maar er zou volgende maand toch weer een nieuwe single van haar verschijnen, I Believe in Loving You *** Bear Family pikt terug de draad op van hun The Sun Years, Plus reeks met drie nieuwe CD’s van Billy Adams (niet de hierboven vermelde Billy Adams van Rock Pretty Mama, wel iemand die vier singles uitbracht op Sun maar de pech had dat hij dat deed tussen 1964 en 1966 en niet in de jaren ’50, de CD bevat een boekje van 48 pagina’s en 31 tracks inclusief 14 onuitgegeven Sam Phillips opnames en al zijn singles voor Home Of The Blues en Pixie), Bill Yates (idem dito met twee Sun singles tussen 1964 en 1966, nu vereeuwigd met een boekje van 48 pagina’s en 33 tracks inclusief 12 onuitgegeven Sun opnames, al zijn IST en Pixie singles en 7 onuitgebrachte Home Of The Blues tracks), en tenslotte harmonica boss Doctor Ross (twee Sun singles in 1953 en 1954, hier goed voor 44 pagina’s + 32 tracks inclusief al zijn Chess, DIR, Fortune en Hi-Q singles + onuitgebrachte Sun opnames). En wie Bear Family’s Rocks reeks compleet wil houden: de volgende worden The Drifters *** En daar is eindelijk Eddie Noack’s killer country classic Psycho uit op Bear Family, op een Eddie Noack CD waarvan de titel uiteraard naar dat cultnummer verwijst, namelijk Pyscho: The K-ARK And ALLSTAR Recordings 1962-69 *** De senaat van de staat New York heeft een wetsvoorstel goedgekeurd om Route 375 (de baan van State Route 28 langs Ulster County naar het stadje Woodstock) om te dopen tot Levon Helm Memorial Boulevard ter ere van de op 19 april 2012 overleden Levon Helm, bekendst als drummer van ‘60s rockgroep The Band maar eind jaren ’50 begonnen als drummer van Ronnie Hawkins & the Hawks. Helm speelde met The Band in 1969 op het bekende Woodstock festival en woonde, werkte en werd begraven in Woodstock *** Paul Anka heeft een proces aan zijn op maat gemaakte broek gekregen van multimiljonair Mohamed Al-Fayed, de vader van Dodi Fayed, de verloofde van Princess Diana die samen met haar omkwam in een tunnel in Parijs. Al-Fayed beweert dat Anka hen ten schande heeft gemaakt in zijn autobiografie My Way waarin hij Dodi portreteert als “een vrouwen versierende drugsgebruikende nietsnut en crimineel” en verhaalt hoe Mohamed borg stond voor zijn zoon nadat die een ongedekte check had uitgeschreven voor Anka: Anka had Dodi geld geleend toen Dodi 150.000 $ in beslag zag genomen worden door de douane. Anka’s reactie is laconiek: “Wij hebben de bewijzen en alle vertrouwen hierin, want alles is waar” *** Afdeling boekenwurm: The Encyclopedia Of Early American Vocal Groups: 100 Years Of Harmony 1850–1950 door Douglas E. Friedman en Anthony J. Gribin bevat 573 pagina’s info over alle mogelijke vroege pré-rock ‘n’ roll group harmony vocal stijlen van Afro-Amerikaanse spirituals over minstrel songs, pop, barbershop, gospel, blues, jazz en big band tot rhythm ‘n’ blues, met een "groepologie" van meer dan 1500 vocal groepen en een discografie van meer dan 15.000 opnames *** In het boek Ernie K-Doe: The R ‘n’ B Emperor Of New Orleans vertelt Ben Sandmel u in 286 pagina’s inclusief meer dan 130 foto’s en een complete discografie alles wat u moet weten en nog veel meer over de kleurrijke artiest die na 10 jaar proberen in 1961 een nummer één scoorde met Mother-In-Law. K-Doe zou dat succes nooit meer evenaren en eindigde als dakloze alcoholicus alvorens zichzelf opnieuw uit te vinden als Emperor Of The Universe die vanop een troon hof hield in de Mother-In-Law Lounge, een museum tot meerdere eer en glorie van zichzelf. Nadat hij in 2001 overleed aan kanker liet zijn echtgenote een levensgrote pop maken die de bezoekers groette en aanwezig was bij diverse evenementen in de stad. Vijf jaar later zou de pop vruchteloos een gooi doen naar de burgemeestersjerp van New Orleans.


Ernie K-Doe in de jaren '50... en Ernie K-Doe, euh, nu...

KORT AMERIKAANS ROCK 'N' ROLL NIEUWS (50's RIPS)

Op 11 mei overleed de 80-jarige Moses "King Moe" Uzzell van The Corsairs, een doo-wop groep uit La Grange, North Carolina bestaande uit Uzzell, zijn broers Jay "Bird" en James Uzzell, en hun drie jaar geleden gestorven neef George Wooten, die tussen 1961 en 1964 acht singles uitbracht op labels als Smash en Tuff, waarvan het mede door Moe geschreven Smoky Places in 1962 de 12de plaats in de Billboard Hot 100 haalde. Het liedje dook op in de film There Goes My Baby (ook uit als The Last Days of Paradise) uit 1991 (die zich in 1965 afspeelt), en in 2006 in een aflevering van The Sopranos *** Op 17 mei overleed de op 3 oktober 1940 in Hollywood geboren Alan Earle O'Day, in de jaren ’70 vooral bekend als songschrijver voor onder meer Cher, Helen Reddy en The Rightous Brothers, maar daarvòòr actief als rock ‘n’ roller. Nadat hij eind jaren ’50 in enkele rock ‘n’ roll bands had gespeeld begon hij in 1961 te werken voor filmproducer Arch Hall, de vader van zijn schoolvriend Arch Hall Jr., en hij was als geluidsman betrokken bij Arch Hall Jr’s cultfilms Eegah (1962), Wild Guitar (1962) en The Sadist (1963). Daarnaast speelde O’Day ook in Hall’s band The Archers en schreef hij mee aan hun songs, waarvan u de totale output vindt op de Norton CD Wild Guitar. Vanaf de jaren ’70 probeerde O’Day een solo carrière uit te bouwen, sinds de jaren ’80 maakte hij vooral muziek voor TV reeksen als The Muppet Babies. Recentelijker keerde hij terug naar zijn roots en trad hij samen met een andere originele Archer, Joel Christie, opnieuw op als begeleiders van Arch Hall Jr., een man die op z’n 69ste nog steeds met volle teugen geniet van zijn cultstatus. Alan O'Day werd zes maanden geleden gediagnoseerd met hersenkanker *** Op 18 mei stierf de 86-jarige tenorzanger James “Jimmy” Steward, het laatste levende groepslid van de al in de tweede helft van de jaren ’40 opgerichte Ravens. Steward zong bij de groep van oktober 1951 tot mei 1956 en nam met hen op voor Mercury en Jubilee Records: je hoort hem op onder meer Out In The Cold Again (Dinah Washington begeleid door The Ravens), There’s No Use Pretending, Begin The Beguine, Chloe, I’ve Got You Under My Skin, Rock Me All Night Long (met een nummer 4 op de rhythm ‘n’ blues charts hun laatste hit), Green Eyes, Boots And Saddle en The Bells Of San Raquel *** Op 29 mei overleed Marvin Junior, bariton leadzanger van doo-wop groep The Dells, op 77-jarige leeftijd aan de gevolgen van een hartziekte en leverfalen. De groep begon in 1952 te zingen op de highschool als The El Rays, die één single uitbrachten op Chess sublabel Checker, Darling I Know, vòòr ze hun naam veranderden in The Dells wier Oh What A Night op Vee-Jay in 1956 de vierde plaats op de R ‘n’ B lijsten haalde. Pas negen jaar later zouden ze in 1965 opnieuw de charts halen met Stay In My Corner waarna ze overstapten naar een ander Chess sublabel, Cadet. There Is met Marvin Junior op lead was in 1968 hun eerste crossover hit naar de poplijsten, een remake van Oh What A Night haalde in 1969 de eerste plaats in de R ‘n’ B lijsten, en de hits bleven komen: The Dells zouden in totaal 31 pophits en 47 R ‘n’ B hits scoren voor minstens zes verschillende platenlabels, met door de jaren heen in essentie dezelfde bezetting. Ze namen ook op in de jaren ’70 en waren een van de doo-wop groepen van wie wij bijzonder blij waren telkens we LP’s van hen vonden met ons totaal onbekende nummers, tot thuis steevast bleek dat het disco en soul LP’s waren. Een mens leert met scha en schande! Ze hadden hitsucces tot in de jaren ’90 en traden op tot 2009. In 1991 waren ze “creatief consultant” voor de fictiefilm The Five Heartbeats, deels gebaseerd op hun carrière en met enkele Dells nummers op de soundtrack, waarvoor Marvin Junior bovendien de vocals inzong voor een van de hoofdvertolkers *** Op 30 mei overleed de 73-jarige Jerry McGill die in 1959 welgeteld één single uitbracht op Sun Records, Lovestruck/ I Wanna Make Sweet Love. Daarna heeft de wereld nog weinig van hem gehoord, omdat hij een criminele boven een muzikale carrière verkoos: McGill zag de binnenkant van meer gevangenissen dan opnamestudio’s. In 1959 was hij al geen doetje: McGill beweerde ooit 97 keer gearresteerd te zijn in Memphis voor zo ongeveer alles van openbare dronkenschap en smaad aan de politie tot gewapende overvallen. Auteur Robert “niet de man die een hit scoorde met Red Hot” Gordon die een hoofdstuk aan McGill wijdde in zijn boek It Came From Memphis vond in de politie archieven bewijzen voor bijna 40 arrestaties. In de jaren ’70 dook hij onder de naam Curtis Buck (en soms verkleed als vrouw) op als ritmegitarist, chauffeur, bodyguard en road manager (lees: het scoren van drugs en het oppikken van meiden) voor Waylon Jennings (Curtis Buck staat vermeld als co-auteur op Jennings’ Waymore Blues uit 1975) en in het gezelschap van muzikale vrienden als Alex Chilton en Jim Dickinson, als hij tenminste niet in de cel zat, onder meer voor het neerschieten van een crack dealer. In 2009 komt hij in de openbaarheid als de Ierse cineast Paul Duane de documentaire Very Extremely Dangerous draait over de dan 70-jarige McGill. Wij hebben die nooit gezien, maar uit bijgaande trailer blijkt McGill een alcoholische aan longkanker lijdende drugsverslaafde die rondlopend met geweren en messen probeert zijn muzikale carrière opnieuw op de rails te krijgen en tussen de bedrijven door zijn vriendin naar de keel vliegt terwijl zij auto rijdt: een ontluisterend portret voor wie zich al jaren afvroeg wie het gezicht achter die ene Sun single was: bekijk deze clip! *** Op 4 juni overleed Jim Sundquist, gitarist van en dus de Fender in The Fendermen, bekend van hun Mule Skinner Blues uit 1960. Hij richtte The Fendermen in 1958 op als country duo met zanger-ritmegitarist Phil Humphrey (allebei geboren op dezelfde dag, 26 november 1937), en toen hun rockende versie van Jimmie Rodgers’ countrynummer Blue Yodel #8 uit 1930 in 1959 succesvol bleek was er al snel een lokale ondernemer bereid een single op het Cuca label te financieren, die dan weer de aandacht trok van promotor Amos Heilicher die wel eens wat anders wou proberen dan de polka muziek die hem geen hits opleverde. The Fendermen namen Mule Skinner Blues enkel met zang, één Stratocaster en één Telecaster, zonder bas of drum, opnieuw op voor voor Heilicher’s Soma label (Heilicher’s voornaam Amos achterstevoren gespeld), en die single die verscheen in mei 1960 leidde tot een Top 5 hit en een verschijning op Dick Clark's American Bandstand. In Engeland haalde de single de 32ste plaats. Heilicher zou later nog succes oogsten met The Trashmen en The Castaways, meer dan The Fendermen zelf die na twee verdere singles (Don’t You Just Know It/ Beach Party en Heartbreakin’ Special/ Can’t You Wait) al in 1961 uit elkaar gingen: op Heartbreakin’ Special uit 1961 deed Sundquist al niet meer mee. Humphrey ging alleen verder met een nieuwe Fendermen bezetting, Sundquist ging verder als Jimmy & the Radiants, Jimmy Sundquist & his Mule Skinners en The Mule Skinners. Ze zouden elkaar voor het laatst zien in 1964. Sundquist viel later ten prooi aan alcohol en drugs alvorens (net als Humphrey) de Heer te vinden. In 1980 nam hij de Mule Skinner draad opnieuw op onder de naam Jim Sundquist & his Fendermen met CD’s als Fendermen 2000: The Big Requests en Skinnin’ Again (2005), en in 2011 deed ie twee reünieshows met Phil Humphrey, begeleid door The Vibro Champs. Sundquist speelde ook gospelmuziek met zijn echtgenote en werkte 20 jaar als muziektherapeut voor ouderlingen. Sundquist leed aan kanker en werd 75 jaar. De Mule Skinner Blues werd in 1990 gecoverd door The Cramps en in 1999 door The Belmont Playboys, terwijl in België Los Fabulous Frankies het jarenlang op hun repertoire hadden staan. Verzamelaars van Europese covers dienen op zoek te gaan naar de Duitstalige jaren ’60 versie Missouri Cowboy, Du Musst Dein Pferd Verkaufen van Peter Alexander & Bill Ramsey. Dat Sundquist en Humphrey het in 2011 nog steeds konden bewijst onderstaand clipje.

 

KORT AMERIKAANS ROCK 'N' ROLL NIEUWS (NEO/ HEDENDAAGS)

Duivel-doet-al Deke Dickerson schreef eerder al massa’s CD booklets en is een ijverige blogger, maar op 10 juni verscheen zijn eerste echte boek, The Strat in the Attic: Thrilling Stories Of Guitar Archaeology, waarin hij 256 pagina’s lang gitaar archeoloog annex detective speelt in 50 ware verhalen over het ontdekken van zeldzame gitaren op zolders en onder bedden, ongetwijfeld een must voor iedereen die hoopt ooit op een vlooienmarkt een Rickenbacker uit de jaren ’60 te vinden *** De zangeres van Mary Lee & the Sideburn Brothers is net voor hun Europese tour met een blindedarm ontsteking opgenomen in het ziekenhuis. De hele tour werd gecanceld *** Op 8 juni vond de politie na een zoektocht van drie dagen in Quechee Gorge in Quechee State Park in Vermont het lichaam van Kings Of Nuthin’ frontman Torr Skoog. De politie beschouwt de zaak als zelfmoord: de 50 meter hoge brug over de Ottauquechee River staat bekend als een site waar veel zelfmoorden plaatsvinden en in Skoog’s bij de giftshop geparkeerde pick-up lagen brieven die richting zelfdoding wezen. The Kings of Nuthin’ werden in 1999 opgericht in Boston en waren met hun mix van punk met swing, big band, jazz, blues en rock ‘n’ roll ook populair in Europa. Met dank aan Chris Noks voor het doorgeven van deze droeve info.


Torr Skoog, hier op de foto met Diane

ELVIS NIEUWS & GOSSIP

Zijn er nog mensen uit Elvis’ entourage die gèèn boek hebben geschreven? Jawel, maar 36 jaar na zijn verscheiden heeft men Linda Thompson, Elvis’ lief van juli 1972 tot november 1976, eindelijk kunnen overhalen haar memoires neer te pennen *** Op 20 mei overleed Ray Manzarek, toetsenist van jaren ’60 groep The Doors. Maar wat is de link met Elvis? Wel, op een mooie dag zag Jim Morrison Elvis live in concert en besloot hij dat hij Jerry Scheff, Elvis’ bassist sinds juli 1969, wou inhuren, en zodoende baste Scheff in 1970/1971 op LA Woman, de zesde en laatste Doors LP met Jim Morrison die de hit Riders On The Storm bevatte. Bij die sessies werden ook twee bluescovers opgenomen, Crawling King Snake (bekendst van John Lee Hooker uit 1949 maar origineel van Big Joe Williams uit 1941) en de Willie Dixon compositie (You Need Meat) Don’t Go No Further van Muddy Waters uit 1956. Scheff speelde ook op Golden Scarab, in 1973 Manzarek’s eerste soloplaat, en was een enkele keer te gast bij de opnieuw spelende overlevende Doors om live mee te bassen op het nummer LA Woman. Vòòr The Doors bracht Manzarek in 1965 al drie singles uit met zijn reeds in 1961 opgerichte garagerock bandje Rick & the Ravens, waarvan de instrumental Rampage op Posae Records met enige goeie wil als surf kan bestempeld worden. De A-kant daarvan, het vocale Big Bucket T, is ondanks de titel dan weer meer garage dan surf. In een interview heeft Manzarek trouwens ooit verklaard dat zijn voormalige schoolgenoot Jim Morrison voor de eerste keer voor een publiek optrad als gast bij Rick & the Ravens, en het nummer dat hij toen zong was Louie Louie *** Moest u niet weten wat gekocht voor onze verjaardag: de Financial Times meldt dat eigenaar Apollo Global Management alles wat met Graceland te maken heeft in de aanbieding heeft gezet: voor minstens 200 miljoen dollar krijgt u alle rechten, bezittingen en licenties, 110.000 stuks memorabilia waaronder 3000 kledingstukken en 30 auto’s, de royalties van 24 films en de copyrights van 1150 songs *** Al kan u ook dichter bij huis Elvis memorabilia op de kop tikken: ElvisMatters heeft na het overlijden op 11 januari 2013 van Elvis’ ritmegitarist John Wilkinson van zijn echtgenote alle documenten gekregen die zij nog had nadat Wilkinson de Belgische club eerder al persoonlijke TCB documenten, gitaren, podium outfits, contracten, promotiemateriaal en persoonlijke items had geschonken. Het unieke materiaal wordt te koop aangeboden in de ElvisMatters shop in de Otterstraat in Turnhout (B), de opbrengst gaat integraal naar een goed doel gekozen door Wilkinson.

Naar Boven

30 mei 2013
MARSHALL LYTLE OVERLEDEN

Okee, wij weten ook wel dat uiteindelijk àlle fifties artiesten het loodje dienen te leggen, maar toch stemt het overlijden van sommige onder hen ons net iets treuriger. Neem Marshall Lytle, het laatste originele stichtende lid van Bill Haley & the Comets, op 25 mei op z’n 79ste onverwacht gestorven. Onverwacht voor ons in elk geval, want ’t is heus niet zo dat we hem persoonlijk kenden, wij van Boppin’ Around zijn net als u ook maar gewoon fans. We hebben The Comets door de jaren heen wel een aantal keer aan het werk gezien, te beginnen in 1995 op het Bemdfestival in Arendonk (B, en wat een affiche was dat met naast The Comets ook Charlie Gracie én The Rapiers én Freddie Fingers Lee), en we kunnen u verzekeren: zelden zoveel ambiance gezien als bij The Comets, want zelden fifties artiesten gezien die zo hun eigen jaren ’50 sound benaderden. The Comets hadden een tijdje ex-Flying Saucers saxofonist Jacko Buddin als zanger, een man die als je je ogen dichtdeed akelig veel op Bill Haley leek (en als je je oren dicht deed akelig veel op Mr. Bean), maar na een tijdje zong Marshall Lytle gewoon alles zelf, fluitje van een cent. Wat ook bijdroeg tot die ambiance was Lytle hemzelve die stuntte met zijn contrabas als was ie een jong veulen dat nog alles moest bewijzen: de lucht in, onder de arm, er bovenop gaan liggen, hij deed het allemaal met de glimlach, op een leeftijd waarop een normaal mens van zijn pensioen geniet. En dat was misschien wel zijn geheim: Lytle genòòt van die optredens en de aandacht die The Comets te beurt viel. Hij leek ons een bijzonder levenslustig man, en juist daarom is het zo jammer dat er weer een nieuwe komeet aan het hemelfirmament staat.


Links: Marshall Lytle in 1950, toen nog op gitaar. Rechts: 1953, toen accordeons nog rock 'n' roll waren...

Marshall Lytle’s carrière is goed gedocumenteerd, dus beperken we ons hier tot de feiten, en die zijn duidelijk: de op 1 september 1933 in Pennsylvania geboren Lytle was there nog vòòr it happened. Hij leerde op zijn veertiende gitaar spelen van Tex King, lid van Bill Haley's Four Aces Of Western Swing. De Lytles kenden de Haleys namelijk, en in 1951 verving de toen 18-jarige Marshall contrabassist Al Rex bij Bill Haley’s Saddlemen. Dat ie eigenlijk gitaar speelde maakte niks uit: Haley zelf leerde hem de basisbeginselen van de contrabas. The Saddlemen werden in september 1952 The Comets, en Lytle schreef in 1953 mee aan het nummer Crazy Man Crazy, al zou hij de credit (en wellicht ook de centen) pas krijgen in 2002. Ook aan het nummer Fractured schreef ie mee. Hij baste op alle Haley opnames van midden 1951 tot zomer 1955, en dus op 12 april 1954 ook op Rock Around The Clock, op een Epiphone B5 contrabas van eind jaren ’40 die ze in oktober 1951 hadden gekocht voor 275 $. Voor wie alles wil weten: de G en de D snaar waren “kattendarm”, de A en de E waren metalen snaren. Aan 13 Women dat als de A-kant beschouwd werd spendeerden ze twee en een half uur, Rock Around The Clock werd op een half uurtje ingeblikt in twee takes terwijl in de gang Sammy Davis Jr. op zijn beurt wachtte. Op die eerste take werd Haley’s stem weggedrukt door de muziek, de tweede take werd daarom opgenomen met minimale begeleiding, de twee takes werden samengevoegd tot het nummer dat de rock ‘n’ roll revolutie ontketende. The Comets kregen elk exact 47,50 $ voor de sessie, de royalties gingen naar Haley en componisten Max C. Freedman en James E. “Jimmy” Myers alias Jimmy DeKnight.


Links: Bill Haley & his Coments met Lytle bovenaan. Rechts: Marshall Lytle in 1953

Met het succes kwam het geld, en waar het geld verschijnt verschijnen de problemen: The Comets kregen een salaris van 200 $ per week, en toen ze in Haley’s kleedkamer een cheque van Decca ter waarde van 35.000 $ zagen liggen en Bill Haley drie cadillacs kocht als vervoer voor de groep, vroegen saxofonist Joey D’Ambrosio, drummer Dick Richards en Marshall Lytle een opslag van 50 $ per week. Haley weigerde en de drie stapten op en combineerden de eerste lettergreep van hun voornamen tot The Jodimars, die met Dick Richards als zanger een half dozijn singles opnamen voor Capitol. Lytle was co-auteur van Jodimars nummers als Rattle Shakin' Daddy, Eat You Heart Out Annie en Let's All Rock Together. Well Now Dig This zou hun enige regionale hitje worden, want The Jodimars hadden heel wat minder succes dan Bill Haley & the Comets, al moeten ze toch enige impact gehad hebben: The Beatles namen in 1963 het Jodimars nummer Clarabella op voor het Pop Go The Beatles programma op BBC Radio, in 1994 op CD verschenen onder de titel Live At The BBC. The Jodimars besloten hun pijlen op Las Vegas te richten en verdienden daar in de casino’s een flinke boterham, of toch tot pakweg 1958 als het vet van de pan blijkt en Capitol hun contract niet verlengt. Helaas, alles heeft een eind (behalve een worstje, dat heeft twéé eindes) en rond 1958 valt de groep langzaam maar zeker uit elkaar en opteren onze helden voor een vaste baan: D’Ambrosio als bediende in de casino’s en Richards als gymleraar. Lytle ambieert nog een tijdje een solo carrière onder het pseudoniem Tommy Page maar kapt definitief met de muziek in 1967: hij wordt eerst makelaar, daarna interieur designer, en geeft tenslotte motiverende lezingen.


Marshall Lytle in actie toen... en Marshall Lytle in actie recentelijker...

Een mooi verhaal, dat een nog mooier staartje kreeg in oktober 1987: zes jaar na het overlijden van Bill Haley komen de originele Comets voor het eerst in 29 jaar opnieuw bij elkaar ter gelegenheid van een eerbetoon aan Dick Clark in Philadelphia. Sommige Comets hadden mekaar niet meer gezien sinds 1955 en liepen elkaar de eerste keer dat ze samenkwamen straal voorbij! Het optreden met Marshall Lytle als zanger is een succes, ook al haspelt ie de tekst van Rock Around The Clock dooreen. The Comets waren niet meer te stoppen en bleven sindsdien de wereld rondtouren. Heel symathiek was daarbij dat ze – althans in den beginne – steevast ook een aantal Jodimars songs op de setlist hadden staan. Er verschenen nieuwe CD’s op Hydra Records (D), Rockstar (GB) en Rollin' Rock (USA), en Lytle nam in 1991 het solo-album Air Mail Special op met The Stargazers (GB) onder de naam Marshall & the Shooting Stars. Dat The Comets zichzelf niet al te serieus namen bleek uit een door Lytle nummer geschreven nummer als Viagra Rock.


Links: Marshall helemaal rechts op de foto: rock 'n' roll verdient misschien niet veel maar de extralegale voordelen zijn niet te versmaden. Rechts: 2009; Marshall toont zijn protese

In december 2009 kondigt Lytle aan uit The Comets te stappen om zich te concentreren op solo-projecten. Dat jaar verschijnt ook zijn autobiografie Still Rockin' Around The Clock en dient hij ten gevolge van bloedklonters een onderbeen te laten amputeren, wat hem niet tegenhoudt: Lytle rockt vrolijk verder met een prothese. Toch was overduidelijk dat het niet goed ging met zijn gezondheid: wie de beelden van zijn optreden op de Summer Jamboree in Senigallia (I) van vorige zomer bekijkt ziet dat hij contrabas speelt gezeten op een barkruk en stapt met een wandelstok. Midden april cancelde hij zijn Hemsby (GB) optreden voorzien voor mei met Marshall & the Shooting Stars en raakte bekend dat hij aan kanker leed. Zes dagen voor zijn overlijden zei Lytle in een radio interview dat hij leed aan “terminale longkanker, behandelbaar maar ongeneeslijk”. Na zijn dood is er in The Original Comets nog één groepslid dat meespeelde op Rock Around The Clock, saxofonist Joey D’Ambrosio, nu 79 jaar. De nu 89-jarige Dick Richards drumde immers niet op dat nummer, dat was om redenen die niet helemaal duidelijk zijn de in 1994 overleden jazz sessiedrummer Billy Gussak die al eerder voor Bill Haley & the Comets had gewerkt; volgens sommige bronnen was het producer Milt Gabler was die aandrong Gussak te gebruiken. Ook de in 2006 gestopte gitarist Franny Beecher die er nu 92 is speelde niet op Rock Around The Clock, dat was namelijk Danny Cedrone die enkele dagen na het opnemen van Rock Around The Clock zijn nek brak toen hij van een trap viel. Beecher werd zijn vervanger bij The Comets…


Ook wij zagen The Comets nog, en wel op het Bemd Festival in Arendonk op 17 november 1995
(foto: Boppin' Around archief)

In gerelateerd Bill Haley nieuws is pas nu bekend geraakt dat op 17 december 2012 op 82-jarige leeftijd jazztrompetist Frank J. Pingatore Jr. overleed die nummers als Happy Baby en Two Hound Dogs schreef voor Bill Haley. Na het vertrek van The Jodimars bij The Comets werd hij hun manager en schreef hij mee aan Jodimars nummers als Well Now Dig This, Clarabella, Rattle Shakin' Daddy, Eat You Heart Out Annie en Let's All Rock Together. Nog een nummer van zijn hand is Everybody Out'ta The Pool, in 1959 door de toenmalige Comets opgenomen onder het pseudoniem The Lifeguards. Pingatore baatte later een kapsalon uit.

Naar Boven

(reclame)

16 mei 2013
KORT ROCK 'N' ROLL NIEUWS

KORT NEDERLANDS ROCK 'N' ROLL NIEUWS


The Eightball Boppers

The Eightball Boppers zijn helemaal klaar met hun derde CD die Let The Engines Roll zal gaan heten. Het album is helemaal in eigen beheer opgenomen, gemixt en geproduceerd en bevat 18 tracks die ze een tikje 'wilder' dan de vorige CD’s noemen. Binnenkort wordt bekend gemaakt waar en wanneer de officiële presentatie plaats zal vinden. Geinig is trouwens dat de Amerikaanse rockabillyband The Nitecrawlers uit Wisconsin contact opnam met The Eightball Boppers omdat ze hun Ghostrider willen coveren! De populariteit van dat nummer is mede te danken aan de YouTube video die al meer dan 110.000 keer is bekeken *** Ook The Taildraggers hebben een nieuwe CD in de steigers *** De optredens in april van de Franse zanger/ gitarist Phil Riza waren een succes, en dus komt hij van 28 tot en met 30 juni opnieuw naar Nederland, met wellicht nog een extra vervolg in september *** Na het vertrek van contrabassist Eric van Spreuwel hebben Five Guys Named Joe een nieuwe Joe op de bas, maar omdat die eigenlijk Gerard heet hebben ze’m alras omgedoopt in Slappin’ Joe Dynamite.

KORT BELGISCH ROCK 'N' ROLL NIEUWS


Dick Hardy & his Shakey Balls

Nieuwe bands, laat ze maar komen, vooral als ze een hilarische naam hebben, of dacht u dat je carrière kan maken als je jezelf Dick Hardy & his Shakey Balls noemt? Wij hebben Dick Hardy (zang, ritmegitaar), Piet Vercauteren (gitaar), Bruno Dierick (contrabas) en Maxime Vagenende (drums) nog nooit aan het werk gezien, maar op
www.reverbnation.com/dickhardyandhisshakeyballs kan je horen hoe ze bij hen in de woonkamer klinken *** En ook Walter Broes van de ex-Seatsniffers laat weten dat ie aan het repeteren is met een nieuwe band. We zijn benieuwd! *** Little Kim & the Alley Apple 3 hebben gewerkt aan muziek voor een nieuw project genaamd Stella & Starlette. Geen flauw idee waar het over gaat, maar op 9 juni nemen ze hun eerste single op *** In Merchtem opende eind april de Primitive Sounds Studio, naar verluidt de eerste volledig analoge opnamestudio in België met enkel opnameapparatuur uit de jaren ’40 tot ’70. Alle toestellen zijn minstens veertig jaar oud en hoewel het grootste deel ervan uit de jaren ’60 en ’70 stamt, zien wij in hun brochure toch ook een tube powered Ampex 351 bandopnemer annex mixmachine uit 1955 en STC 4033-A ribbon cardioid microfoons van bij de BBC en Melodium 42B ribbon microfoons uit de jaren ‘50, naast ons totaal onbekend jaren ’50 spul als een Hohner Multimonica II en een Jennings Univox buissynthesizer uit de jaren ’50 en zelfs een Recordette Wilcox-Gay vinyl writer en een Webster-Chicago wire recorder uit de jaren ’40 . Allen daarheen en vooral niets kapotmaken.

KORT EUROPEES ROCK 'N' ROLL NIEUWS


Ray Deville op orgel bij Millie's Five Embers

Op 9 mei op 68-jarige leeftijd overleden aan een beroerte: Ray Deville, in 1964 orgelist in The Five Embers, de begeleidingsband van Millie Small, de zangeres van My Boy Lollipop. In datzelfde jaar 1964 speelde hij ook orgel voor Jerry Lee Lewis in de Granada TV special Don’t Knock The Rock. Begin jaren ’60 trad hij op in Hamburg met Brian Bentley & the Kingsmen, in de tweede helft van de jaren ’60 speelde hij in Londense bands als The Missing Links en The All Night Workers. Hij bleef actief in het clubcircuit tot zijn gezondheid dat twee jaar geleden niet langer toeliet *** Tegenwoordig woon- en werkzaam vanuit Berlijn: Spike Neil (GB), ex-gitarist van onder meer The Rapids en Frenzy. Van 1991 tot 2003 woonde Neil in Barcelona omdat zijn toenmalige skiffle band Inspector Tuppence daar erg succesvol bleek, en in die Spaanse periode speelde hij daar ook bij The Bop Pills en The Hellmaniacs. Na zijn terugkeer naar Engeland speelde hij bij The Rat Pack en de gereformeerde Rapids. In december 2012 huwde hij de Amerikaanse maar in Berlijn wonende psychobilly promotor Johnny Pepper (in tegenstelling tot wat u uit haar naam zou afleiden wel degelijk een vrouw), die dan Engeland weer niet in mocht, waarna Neil in februari van dit jaar dan maar naar Berlijn verhuisde...

KORT AMERIKAANS ROCK 'N' ROLL NIEUWS (50's/ 60's)

Zijn er anno 2013 nog fifties artiesten te herontdekken? Jawel, en één daarvan is Jackie Gotroe, de man van Lobo Jones, die op 26 mei als special guest bij Deke Dickerson zijn comeback maakt op het vierde Blue Jean Bop festival in Fremont, Californië. Gotroe bracht in 1958 drie singles uit op Rhythm, Vortex en Keen, in 1960 gevolgd door één single op Decca onder de naam Jackie Powers. Van die songs zijn naast Lobo Jones ook Raised On Rock ‘n’ Roll, Rock It To The Moon en Don’t Treat Me This Way te vinden op compilaties allerhande. Gotroe was al langer gelokaliseerd maar kon blijkbaar pas nu overgehaald worden om opnieuw op een podium stappen, wat hij recent eind april al een keertje deed bij een concert van Deke Dickerson, naar wij aannemen als try out *** Zijn er anno 2013 nog fifties artiesten die 55 jaar na datum hun debuut-CD uitbrengen? Zeker, en daarom heten wij Alton & Jimmy van hartelijk welkom! Alton Lott en Jimmy Harrell namen in 1958 in de Cosimo Studio in New Orleans met Huey "Piano" Smith op (uiteraard) piano Looking For Someone/ Got It Made In The Shade op voor Ace, een jaar later in Memphis gevolgd door Have Faith In My Love/ No More Crying The Blues, zijnde Sun 323 met Roland Janes op gitaar, JM Van Eaton op drums en Billy Lee Riley op bas. Exact twee maanden later werden op 5 juni 1959 nog vier Sun tracks ingeblikt, I Just Don't Know, What's The Use, Why Do I Love You en The Longest Walk. Destijds bleven ze onuitgebracht, in de loop der jaren verschenen de eerste drie op compilaties, maar The Longest Walk is nog steeds onvindbaar en mogelijk definitief verloren. Eind 1959 was het gedaan met Alton & Jimmy: Harrell ging bij de marine en schopte het daar na 37 jaar tot de rang van kapitein, Lott ging verder als voornamelijk studiomuzikant. In september 1998 stonden ze voor het eerst in 39 jaar opnieuw samen voor de microfoon, meer bepaald in de Sun studio waar ze het nummer Rockin’ In The Shadow Of Sun opnamen. Twee jaar later, op 14 april 2000, namen ze er met Roland Janes Who Put The Rock In Rock ‘n’ Roll op dat verscheen op de Rockabilly Hall Of Fame Volume 5 CD. Die in totaal negen tracks (uiteraard uitgezonderd The Longest Walk) staan nu op de CD Still Shakin’, aangevuld met twee voor zover wij weten onuitgebrachte nummers van de sessie uit 2000. Alton Lott is er nu 73, Jimmy Harrell is er 77 *** En is er anno 2013 nog nieuw werk te ontdekken van fifties artiesten? Jawel: Joel B. Kellum, een advokaat uit Los Angeles gespecialiseerd in intellectueel eigendomsrecht, werkt samen met JP Richardson Jr., de zoon van The Big Bopper, om 20 nagelaten songteksten van The Big Bopper op muziek te laten zetten. De “lost songs” stonden in een notitieboek in een brieventas die werd teruggevonden bij het vliegtuigwrak waarin Buddy Holly, Ritchie Valens en The Big Bopper omkwamen en die tot 1988 deel uitmaakte van het politiedossier rond de crash. Kellum is een Kickstarter project begonnen om geld in te zamelen om de 20 songs afgewerkt en opgenomen te krijgen voor een Big Bopper tribute CD. Ray Campi, Slim Jim Phantom, Buzz Campbell en Graham Fenton (GB) hebben hun medewerking al toegezegd, en ook Chris Isaak en Brian Setzer toonden al interesse. Kellum wil evenwel ook nieuwe bands een kans geven: alles wat je moet doen is via Joel.kellum@att.net de teksten opvragen, een of meerdere nummers afwerken en opnemen en hem een MP3 bezorgen. Meer info: www.kickstarter.com en searchen op Big Bopper ***


Het valiesje van The Big Bopper in 1959...en nu!

En zijn er anno 2013 nog nieuwe manieren om de rock ‘n’ roll erfenis te benaderen? Het Britse Fantastic Voyage label vond in elk geval een manier: met de driedubbele CD After Sun: What The Stars Of The Legendary Sun Record Company Did Next brengt Dave Penny in kaart wat Sun’s rock ‘n’ roll, rockabilly en rhythm ‘n’ blues artiesten ná Sun uitspookten bij andere labels *** Little Richard kreeg op 11 mei een eredoctoraat humane wetenschappen van de Mercer Universiteit in Macon, Georgia. Nog meer nieuws van De Kleine: het huisje gelegen 1540 Fifth Avenue in de wijk Pleasant Hill waar hij opgroeide en dat plaats moet wijken voor de uitbreiding van Interstate 75 vanaf ten vroegste 2018 zal volgend jaar vier blokken worden verhuisd naar Craft Street en wordt het Richard Penniman Resource House, een buurtcentrum dat zal focussen op de lokale geschiedenis zoals verteld door de inwoners. Het kleine huurhuisje telt twee slaapkamers en werd gebouwd in 1920. Volgens de plannen dienen er nog 25 andere huizen verhuisd *** Nog een rock ‘n’ roll artefact gered van de sloop: twee witte Steinway grand piano’s die vroeger bij Fats Domino thuis in Lower 9th Ward in de woonkamer stonden en in 2005 zwaar beschadigd werden door Hurricane Katrina. De piano’s werden gerestaureerd door het Louisiana State Museum dankzij donaties van onder meer de Tipitina’s Foundation, de Rock ‘n’ Roll Hall Of Fame en Paul McCartney van The Beatles. De ene Steinway is te zien in het Presbytère Museum in New Orleans in de permanente Living With Hurricanes: Katrina And Beyond tentoonstelling, de andere komt nu te staan in het Old US Mint Museum in New Orleans naar aanleiding van de Louisiana Jukebox tentoonstelling die zal focussen op de muzikale erfenis van de staat. De onthulling van de piano in de Mint werd bijgewoond door vier dochters van Fats Domino, die zelf afwezig was. Domino is er nu 85 en woont op de westoever van Jefferson Parish. Zijn schoonzoon omschreef zijn gezondheid als “goed voor iemand van zijn leeftijd. Soms besluit hij buiten te komen, op andere dagen geniet hij van thuis te relaxen na een leven in de schijnwerpers, onder het motto: ik heb de hele wereld rondgereisd. Ik hoef nergens heen.” *** In mei opent op Third Avenue 119 in downtown Nashville het Johnny Cash Museum, en eind april waren broer Tommy Cash, zus Joanne Cash-Yates en dochter Cathy Cash-Tittle de eregasten tijdens de persvoorstelling. Te zien zijn onder meer Johnny’s lidkaart van de Future Farmers Of America, een huwelijksacte, een stuk muur van Johnny’s huis in Hendersonville vòòr dat afbrandde, tinnen drinkbekers uit Folsom Prison, podium outfits, gouden en platinum albums, awards en instrumenten. Het museum herbergt de privé collectie van Bill Miller die vier decennia lang alles van Cash verzamelde en zijn hele collectie van Californië naar Nashville liet overbrengen in een container.

KORT AMERIKAANS ROCK 'N' ROLL NIEUWS (50's RIPS)

Pas hadden we gemeld dat Lillian Leach Boyd, leadzangeres van de begin 1954 in de Bronx opgerichte Mellows, met vergevorderde kanker opgenomen werd in een verzorgingstehuis, of het bericht bereikte ons dat ze op 26 april op 77-jarige leeftijd overleed. How Sentimental Can I Be/ Nothin' To Do, de debuutsingle van The mellows, verscheen in augustus 1954 op Jay-Dee records en er zouden nog zes singles volgen op Jay-Dee, Celeste en Candelelight. Op één van die singles stond haar naam vermeld als Lillian Lee. Eind jaren ’50 huwt Leigh en stopt ze met de muziek. In 1983 komen The Mellows opnieuw bij elkaar, en live opnames uit 1992 verschijnen in 2003 op de Tri-Track CD The Mellows: Live In Concert. Lillian Leach stond bij ons weten voor het laatst op het podium in 2006 begeleid door The Cliftonaires ***

George Jones rond 1943

Het nieuws van het overlijden op 26 april van de op 12 september 1931 geboren George Jones, naar onze bescheiden mening de grootste countryzanger sinds de dood van Johnny Cash, zal wellicht niemand ontgaan zijn, dus u zal ook wel weten dat de man in 1956 als Thumper Jones de schitterende rockabilly single How Come It / Rock It opnam. Minder bekend zijn zijn budget covers voor het Dixie label van Heartbreak Hotel, Blue Suede Shoes en Folsom Prison Blues, al klinken die laatste twee meer als Leon Payne. Nog meer goeie rockers van George Jones zijn White Lightning en Who Shot Sam uit 1959, en zijn rock ‘n’ roll link duurde tot begin jaren ’60: we willen het aantal rockabillygroepen die zijn The Race Is On (1964) hebben gespeeld niet de kost geven. Een minder bekend gelijkaardig nummer uit die periode is The Love Bug (1965). En wist u dat Johnny Hallyday in 1963 in Frankrijk een megahit scoorde met Tes Tendres Années, een vertaling van Jones’ ballad Tender Years (1961), in Nederland bekend als... Spiegelbeeld van Willeke Alberti? Ook recenter was Jones nog steeds een inspiratiebron: zijn gospel Taggin’ Along (1960) werd gecoverd door The Seatsniffers (B). Zoals vaak had het succes evenwel ook een keerzijde: George Jones kampte met verslavingen aan cocaïne en alcohol, en legendarisch werd het verhaal dat ie op een mooie dag toen zijn echtgenote alle autosleutels had verstopt doodleuk acht mijl langs de autostrade reed naar de dichtstbijzijnde nachtwinkel... met zijn grasmaaier! Jones was vier keer gehuwd, onder meer van 1969 tot 1975 met Tammy “Stand By Your Man” Wynette


Links: George Jones en het coolste country kapsel aller tijden; Rechts: even bier halen!

*** Op dezelfde dag overleden maar vrijwel onopgemerkt voorbijgaan: de 97-jarige zanger-gitarist Braxton Schuffert, misschien wel de allerlaatste artiest die nog in leven was die een belangrijke rol speelde in het begin van de carrière van Hank Williams. Schuffert werkte in 1938 als chauffeur voor een vleesverwerkend bedrijf als hij tijdens zijn ronde halt houdt bij het huis in Montgomery, Alabama waar Hank Williams’ moeder kamers verhuurt. Om Schuffert te citeren: “toen ik naar buiten ging hoorde ik een krachtige en heldere stem, de stem van een man in het lichaam van een jongen. Hank was toen amper 15, maar hij kon wel degelijk zingen”. Schuffert hielp Williams een band op te starten, speelde een tijd gitaar voor hem, liet hem zingen op zijn radio show (de eerste keer dat Williams optrad op de radio), en schreef samen met hem het nummer Rockin’ Chair Daddy. In 1950 zou Schuffert zelf onder de naam Braxton Shooford met voorspraak van Hank Williams enkele platen uitbrengen op Williams’ label MGM, waaronder zijn eigen versie van Rockin’ Chair Daddy. Hij droeg mee de kist op Williams’ begrafenis in 1953. Schuffert trad regelmatig op op Hank Williams evenementen en had zijn eigen showcase in het Hank Williams Museum in Montgomery, waar hij ondanks zijn hoge leeftijd in februari nog heeft opgetreden *** Op 28 april overleed op 72-jarige leeftijd Caleb Ginyard III, de zoon van Caleb National “JC” Ginyard van The Du Droppers, die al sinds midden jaren ’30 zong in verschillende gospelgroepen. In 1946 start hij zijn eigen Dixieaires, die in 1948 de negende plaats in de rhythm ‘n’ blues lijsten halen met So Long op Gotham Records. Als The Dixieaires in 1950 splitten start Ginyard The Du Droppers op, die in december 1952 voor Red Robin Records het nummer Can't Do Sixty No More opnamen, een antwoord op de hit Sixty Minute Man. RCA Victor tekent hen begin 1953 en hun RCA debuut I Wanna Know (What You Do When You Go Round There) haalt dat jaar de derde plaats in de rhythm ‘n’ blues lijsten, net als opvolger I Found Out, een antwoord op hun eigen I Wanna Know. Na drie verdere RCA singles waaronder een crossover single met de blanke popzangeres Sunny Gale verschijnen op RCA’s nieuwe sublabel Groove nog vijf singles en twee EP’s, maar die haalden niet het verhoopte succes en in 1955 stapt Ginyard uit de groep, meteen het einde van The Du Droppers. Ginyard keert terug naar zijn gospel roots en wordt lid van het Golden Gate Quartet bij wie hij blijft tot 1971. Het Golden Gate Quartet resideert op dat ogenblik permanent in Europa, en Ginyard verhuist naar Zwitserland en blijft actief als solo-artiest tot zijn dood op 11 augustus 1978. Als Caleb Ginyard III op zoek gaat naar info over zijn vader die hij nauwelijks kende resulteert dat in 2002 in het boek My Name Is Caleb N. Ginyard: A Father & Son Autobiography Of A Spiritual Music Genius. Caleb III stond zelf een zeldzame keer op het podium om een van de songs van zijn vader in gospelgroep The Jubalaires te zingen begeleid door The Sheps.


The Du Droppers in 1953 met JC Ginyard rechtsboven

KORT AMERIKAANS ROCK 'N' ROLL NIEUWS (NEO/ HEDENDAAGS)

Op 23 april overleed Bob Brozman, niet echt een rock ‘n’ roll naam, wel een gitarist die zijn sporen verdiende in blues, folk, gypsy jazz, calypso, ragtime en andere rootsgenres en daarbij de humor niet schuwde. De op 8 maart 1954 geboren Brozman speelde naast gitaar ook slide en ukelele, niet alleen in zijn eigen Bob Brozman Orchestra maar ook voor Robert Crumb & his Cheap Suit Serenaders, het bandje van underground striptekenaar Robert Crumb, nog zo iemand die half in het verleden leeft. Brozman was een wandelend muziekarchief, adjunct professor in het Department Of Contemporary Music Studies aan de Macquarie Universiteit in Sydney, en een ethnomusicoloog die samenwerkte met muzikanten uit India, Afrika, Japan en Papua Nieuw Guinea. Hij bespeelde en verzamelde National resonator instrumenten uit de jaren ‘20 en ’30, National Resophonic resonator instrumenten en Weissenborn-stijl hollow neck akoestische steelgitaren, en ontwierp zelf een bariton uitvoering van de tricone gitaar. Sinds 1981 bracht hij meer dan 20 CD’s uit, onder meer met de Hawaiiaanse gitarist Ledward Kaapana. Tragisch: Brozman pleegde op 58-jarige leeftijd zelfmoord omdat hij door de lange termijn effecten van een auto-ongeval minder goed gitaar kon spelen ***


26 keer Bob Brozman in het Bob Brozman Orchestra...

Zwaargewond: Johnny Bartlett, gitarist van The Phantom Surfers en The Saturn V Featuring Orbit, eigenaar van Hillsdale Records, grafisch designer van CD hoezen en notoir platenverzamelaar. Bartlett, die baseball speelt, werd in zijn nek geraakt door zo’n, euh, baseball, waardoor een bloedklonter in zijn hersenen schoot en hij een beroerte kreeg. De Italiaanse tour van The Phantom Surfers in mei werd afgelast, Bartlett mocht na enkele weken het ziekenhuis verlaten *** Na 19 jaar teruggevonden: de rode Chevrolet Chevelle Malibu cabrio uit 1964 uit Pulp Fiction (1994). De auto was Quentin Tarantino’s persoonlijke voertuig dat hij kocht met de opbrengst van het script van True Romance, en werd in de film bestuurd door John Travolta als hij met Uma Thurman gaat stappen in de ‘50s diner Jack Rabbit Slim’s, een uitje dat eindigt met een dramatische autorit naar Travolta's dealer nadat Thurman een overdosis neemt. De wagen, bij Tarantino thuis gestolen tijdens de productie van Pulp Fiction, is nu met vervalste immatriculatie (registratie) teruggevonden in Oakland, Californië bij iemand die volgens de politie de wagen ter goeder trouw kocht. Tarantino was niet beschikbaar voor commentaar.

ELVIS NIEUWS & GOSSIP

Op 16 augustus 2013 verschijnt op RCA’s Legacy label een driedubbele Elvis At Stax: 40th Anniversary CD naar aanleiding van de 40ste verjaardag van Elvis’ opnamesessies in juli en december 1973 in de Stax studio’s die de LP’s Raised On Rock, Good Times en Promised Land opleverden. De set bevat 28 masters en 27 outtakes, naar verluidt alle outtakes die beschikbaar zijn. De masters zouden de originele mixes zijn getransfereerd met een hogere resolutie, de outtakes worden remixes door Vic Anesini. De gewone sterveling dient genoegen te nemen met de enkele CD Elvis At Stax: 40th Anniversary Best Of met de singles en de grootste hits uit die sessies *** En timmer alvast al maar een nieuwe boekenkast in elkaar, want ook de stroom pennenvruchten over Elvis neemt niet af. Op 7 mei verschijnt The Ear Of The Heart: An Actress' Journey From Hollywood To Holy Vows, de autobiografie van Dolores Hart, Elvis’ co-actrice in Loing You (1957) die zes jaar en negen films later Hollywood de rug toekeerde om in het klooster te gaan *** Afdeling Zullen We Het Nog Een Keertje Overdoen: in Graceland hebben ze Elvis’ fotosessie uit 1957 ter ondersteuning van de March Of Dimes gerecreëerd met Mary Kosloski, het aan polio lijdend meisje dat in 1957 met Elvis poseerde op de trappen van de foyer van Graceland. De March Of Dimes Foundation, een liefdadigheidsorganisatie in 1938 opgericht door president Roosevelt ter bestrijding van polio, viert dit jaar haar 75ste verjaardag en heeft in de loop der jaren zijn focus verlegd naar het promoten van gezondheidzorg voor zwangere vrouwen en baby’s. De March Of Dimes lag Elvis nauw aan het hart en er zijn minstens 20 foto’s bekend waarop hij poseert met polio patiënten of op andere wijze zijn steun betuigt.


De March Of Dimes in 1957 en 2013: zoek de zeven verschillen

Naar Boven

27 april 2013
BLUE MOON ROCKERS REÏNCARNEREN


The Blue Moon Rockers? Nee, The Melody Rockers!

The Blue Moon Rockers zijn dood, lang leve The Melody Rockers! Jawel, op 27 april geven ex-Blue Moon Rockers Peter, John, Loed en Jeffrey, gestoken in een dandy outfit en voorzien van een nagenoeg nieuw repertoire, hun debuutoptreden als The Melody Rockers in ’t Tunneke in Heesch, dezelfde zaal waar The Blue Moon Rockers na 17 jaar op 27 januari 2012 hun allerlaatste optreden speelden. Na een slepende periode waarin The Blue Moon Rockers zochten naar de juiste richting en hun ei niet kwijt konden in hun muzikale beleving werd besloten het boek te sluiten en kwam een eind aan het bestaan van een der meest populaire bands in de regio. Rock ‘n’ roll bloed kruipt evenwel waar het niet gaan kan en de onderlinge contacten van een aantal van de bandleden bleven niet beperkt tot het maken van een praatje, want de instrumenten werden opnieuw tevoorschijn gehaald, gaandeweg werd er intensief gerepeteerd en ontstond een nieuwe line up: Loed Verhaegen, normaal de frontman-zanger, kreeg gitaarles van Jeffrey van Helvoirt, Peter van Zandvoort bleef uiteraard slagwerker, John Romme hanteert als vanouds de basgitaar en Jeffrey zal de sologitaar ter hand nemen. Het repertoire is naar eigen zeggen hier en daar verrassend, overgoten met een sausje van eigen geluid en stijl, en overlapt een tijdspanne van de jaren vijftig tot begin zeventiger jaren. In dat licht bezien was men de mening toegedaan een naamsverandering toe te passen. Bovendien wilde men een echte her-start maken en niet de bagage meenemen met op de achtergrond de repeterende ondergaande blauwe maan...

Naar Boven

27 april 2013
KORT ROCK 'N' ROLL NIEUWS

KORT BELGISCH ROCK 'N' ROLL NIEUWS


Op het schavotje bij Hard Rock Rising: Koen Verbeek (geboren met cowboyhoed),
Patrick Ouchène (geboren met kuif) en Crystal (geboren). De rest zijn de verliezers!

Crystal & Runnin' Wild hebben de Belgische finale van Hard Rock Rising gewonnen en vertegenwoordigen nu België tegenover 95 andere Hard Rock Rising winnaars in de grootste battle of the bands ter wereld. Wereldwijd kan iedereen nu via Facebook voor hun favoriet uit de 96 bands stemmen. De top 25 zal beoordeeld worden door een jury bestaande uit Steven Van Zandt (Bruce Springsteen & the E. Street Band), Toby Leighton-Pope (senior vice president muziek van Live Nation) en John Kirkpatrick, James Buell en Blake Smith van Hard Rock Records). Wereldwijd namen meer dan 12.000 bands (waarvan 196 Belgische) deel aan de wedstrijd in de hoop mee te mogen op de wereldtournee van Hard Rock International. De winnende band krijgt een plaats op het podium van het Hard Rock Calling festival in Londen en mag een album opnemen voor Hard Rock Records *** Marco “Shaky” Alvarez, een generatie geleden (1990?) drummer van The Domino’s, meldt dat hij een nieuwe band heeft, Sofia Brown & the Sweet Revenge, waarvan wij, euh, enkel weten dat ze een zangeres hebben, want de omschrijving “rock ‘n’ roll deluxe, glamour with a tough and classy touch” is natuurlijk weinigzeggend. Als u meer wil weten: meldt u present op hun try out op zaterdag 4 mei in Jette *** En The Bop A-Tones heten tegenwoordig Mike Fantom & the Bop A-Tones: zanger Michel “Texas” Texier heeft besloten zijn stagenaam te veranderen in Mike Fantom *** The Baboons gaan in oktober touren in Amerika.

KORT EUROPEES ROCK 'N' ROLL NIEUWS

Rolf Harris: beschuldigd...

Rolf Harris, eigenlijk een Australiër maar vooral bekend van de Britse televisie en de hilarische hit Tie Me Kangaroo Down Sport (1960), werd op 20 maart gearresteerd door Scotland Yard in verband met een schandaal bij de BBC dat draait om sex met minderjarigen. Harris wordt beschuldigd door een vrouw die beweert dat ze door hem werd aangerand toen ze een tiener was. De politie doorzocht Harris’ ommuurde woning in Bray, Berkshire op 24 november 2012 toen Harris in het buitenland was, nam computermateriaal in beslag en ondervroeg hem een dag later. Op 28 maart werd hij officieel gearresteerd, nieuws dat op 19 april werd uitgebracht door sensatiekrant The Sun. De nu 83-jarige Harris die in 2006 de titel van Officer Of The Order Of The British Empire ontving en optrad voor de Britse koningin, ontkent de beschuldigingen in alle toonaarden, maar heeft geen formele verklaring afgelegd voor de pers en is sindsdien niet meer in het openbaar verschenen. Alle TV programmas waarin hij te zien is zijn inmiddels van het scherm gebannen, terwijl een politieteam is afgereisd naar Australië om eventuele getuigen op te sporen *** Geeft gelijk een heel andere betekenis aan zijn andere succesnummer Jake The Peg (1965), over een man met drie benen... *** En hoe zou het nog met Don Cavalli zijn? Goed, dank u, de Fransman die begon met fantastisch authentieke rockabilly maar zich in recente jaren op de psychedelische folkblues stortte heeft een nieuwe CD uit getiteld Temperamental. Het slechte nieuws is dat wij niet geneigd zijn ons die aan te schaffen als wij in een review daarvan in een rockblad frases als “funk elementen”, “Chinese gastzangeressen” en “geprogrammeerde beats” lezen...

KORT AMERIKAANS ROCK 'N' ROLL NIEUWS (50's/ 60's)

De 70-jarige Johnny Rivers heeft in januari nieuwe opnames gemaakt in Los Angeles waarvan een bluegrass versie van My Bucket's Got A Hole In It mogelijk gaat verschijnen als single *** Afdeling ER: de 71-jarige Carl Mann, bij wie vorig jaar in november de linkerknie werd vervangen, ging op 18 februari in het St. Thomas Hospital in Nashville onder het mes om ook aan zijn rechterbeen een nieuwe knie te laten plaatsen. Voor het zover was heeft ie samen met zijn zoon Richard nog een paar nummers ingeblikt voor Jaxon Records *** Ook niet al te best: de 76-jarige Jerry “Hello Josephine” Jaye die eind februari een openhartoperatie diende te ondergaan *** En Lillian Leach, leadzangeres van de begin 1954 in de Bronx opgerichte Mellows, is met vergevorderde kanker opgenomen in een verzorgingstehuis. Hun debuutsingle How Sentimental Can I Be/ Nothin' To Do verschijnt in augustus 1954 op Jay-Dee records, en er zouden nog zes singles volgen op Jay-Dee, Celeste en Candelelight. Op één van die singles stond haar naam vermeld als Lillian Lee. Eind jaren ’50 huwt Leigh en stopt ze met de muziek. In 1983 komen The Mellows opnieuw bij elkaar, en live opnames uit 1992 verschijnen in 2003 op de Tri-Track CD The Mellows: Live In Concert. Lillian Leach stond bij ons weten voor het laatst op het podium in 2006 begeleid door The Cliftonaires.

KORT AMERIKAANS ROCK 'N' ROLL NIEUWS (50's RIPS)

Op 20 maart overleed Sol Rabinowitz, oprichter en eigenaar van de Baton en Sir labels, bekend van hun zwarte vocal group releases. Rabinowitz begon zijn carrière als verkoper bij Malverne, de New Yorkse distributie afdeling van Mercury Records. Toen concurrent Cosnat Distributors scoorde met Jubilee Records kreeg Rabinowitz van Malverne de opdracht een gelijkaardig label op te starten, en dat deed hij nadat hij in 1953 in de Triboro Record Shop in Jamaica Queens, New York een demo hoorde van A Thousand Stars van een quintet genaamd The Rivileers. Rabinowitz spendeerde 250 dollar om vier kantjes met hen op te nemen, en nadat deejay Dr. Jive (Tommy Smalls) een acetaat speelde op radiostation WWRL wenkten faam en fortuin. Malverne trok zich evenwel terug, waarna Rabinowitz op eigen houtje het Baton label opstartte, een goeie gok want A Thousand Stars werd begin 1954 een lokale hit in New York en Los Angeles, en in 1960 een nationale hit in de coverversie van Kathy Young & the Innocents. A Thousand Stars zou ook gecoverd worden door Billy Fury (1961), Linda Scott (1961) en Arthur Alexander (1962), en in recentere tijden door de Britse band Whirlwind (1995). Baton bracht naast singles van artiesten als The Hearts, The Fidelities, Ann Cole, The Suburbans, The Kings, Noble “Thin Man” Watts, Big Mike Gordon, Chris Kenner en The Belvederes ook folk, jazz en gospel uit. Een andere original op Baton was overigens Got My Mojo Working, niet van Muddy Waters, wel van Ann Cole op Baton uit 1957. Cole was een tijdlang voorprogramma van Muddy Waters en Got My Mojo Working stond al op haar repertoire nog vòòr ze het opnam: Muddy Waters leerde het van haar. Cole nam het nummer net iets vroeger op dan Waters en scoorde aanvankelijk zelfs hoger, maar Waters kon rekenen op een betere distributie. Cole nam nadien de antwoordversie I've Got Nothing Working Now (But My Real Old Fashioned Love) op. In de lente van 1959 raakt Baton in financiële problemen, waarna Rabinowitz Sir Records oprichte dat het nauwelijks een jaar volhield: Rabinowitz verkocht Sir in 1960 aan United Telefilm, eigenaar van het Warwick label. Rabinowitz werd 85 jaar en overleed aan de gevolgen van kanker. U vindt 28 Baton tracks op de Ace compilatie CD The Baton Label: Sol’s Story uit 1997, heruitgebracht in 2005 *** Op 13 april overleed de op 12 februari 1928 geboren Vince Montana Jr., componist, arrangeur, percussionist en vibrafonist gespecialiseerd in Latijnsamerikaanse muziek. Montana begon zijn carriere begin jaren ’50 als jazzmuzikant om al snel bij Cameo-Parkway en Chancellor Records terecht te komen waar hij percussie speelde op platen van Frankie Avalon (Venus, 1959), Chubby Checker, Bobby Rydell en Fabian.

ELVIS NIEUWS & GOSSIP


Links: Elvis en een ongeïdentificeerd jongetje waarvan John Smith beweert dat hij het is...
Rechts:
Elvis, Priscilla, Glen Campbell en een ongeïdentificeerde vrouw waarvan John Smith beweert
dat ze zijn moeder is...

Kijk, daar duikt opnieuw een nazaat op van Elvis, na pakweg drie dozijn anderen: de 51-jarige John Dennis Smith uit Scottsdale, Arizona heeft een boek klaar getiteld Let the Boy Sing: Elvis Is My Daddy, waarin hij beweert dat hij op zijn 27ste ontdekte dat hij de zoon van Elvis is. Gaat u er even voor zitten, want het verhaal is ingewikkeld... Smith beweert te beschikken over een geboortecerticaat uit 1985 waaruit moet blijken dat hij het levenslicht zag in juli 1961 als John Dennis Roach, het zoontje van Elvis A. Presley en Zona Marie Anderson Roach. Op de prille leeftijd van 16 maanden zou hij geadopteerd zijn door Ira Dee Smith, de broer van Elvis’ moeder Gladys Smith, die op zijn beurt de neef van de echtgenoot van zijn echte moeder zou geweest zijn... Kissin’ Cousins! Elvis zou een fonds hebben opgezet om zijn opvoeding te betalen, en via via zou hij dankzij Elvis zelf een bescheiden carrière als countryzanger hebben gehad, opgetreden hebben aan de zijde van John Denver en Lawrence Welk, songs hebben geschreven voor Kenny Rogers, en in 1980 een LP hebben opgenomen voor RCA met The Jordanaires en muzikanten die nog met Elvis speelden. Bovendien zou Smith over DNA bewijs beschikken. Tja, dat DNA bewijs wordt afwachten want andere would-be afstammelingen van Elvis hebben dat ook nooit tevoorschijn kunnen toveren, aan die stamboom ontbreken een aantal takken, en zo’n geboortecertificaatje kunnen wij ook uit onze computer toveren. De LP waarvan sprake is ons totaal onbekend, al heeft Dennis Smith rond 1979 wel enkele country singles opgenomen voor Adonda Records en bracht ie in 2010 op datzelfde piepkleine label van zijn manager Harrison Tyner twee CD’s uit onder de naam John Starr *** Statistieken, wat kunnen ze toch mooi zijn: met de al in 1995 voor het eerst verschenen compilatie Heart And Soul haalt Elvis voor de 127ste keer de Amerikaanse albumlijsten, en da’s met voorsprong een absoluut record. Van die 127 albums haalden er 27 de top 10 en tien de nummer één, en als je die 10 albums bij ekaar telt verbleef Elvis 67 weken op nummer één van de albumlijsten *** Nog zo eentje: Elvis voert met 80 singles nog steeds de lijst aan van de act met de meeste top 40 singles aller tijden in de hitlijsten van het Amerikaanse muziekblad Billboard. Nog indrukwekkender daarbij is het feit dat Billboard’s Hot 100 hitparade pas van start ging op 4 augustus 1958 en Elvis’s reuzehits uit 1956 en 1957 dus geeneens meetellen! *** Moest u op Amerika-reis trekken: het Shreveport Municipal Auditorium, home of the Louisiana Hayride, sloot in april voor een jaar de deuren voor een grondige renovatie, de eerste sinds de opening op 11 november 1929 *** En in Memphis zijn werken gestart aan Elvis Presley Boulevard. Tot 2015 wordt er hinder verwacht *** Al is het uiteraard altijd leuker om in de file te staan op Elvis Presley Boulevard dan op de A50 op de Rijnbrug bij Renkum richting Oss.

Naar Boven

11 april 2013
KORT ROCK 'N' ROLL NIEUWS


KORT NEDERLANDS ROCK 'N' ROLL NIEUWS


The Bugalettes!

Nieuwe bands, laat ze maar komen, zeker als ze ons verdacht veel aan The Bugaloos zaliger doen denken: The Bugalettes bestaan uit Esther van der Meer (Lil’ Esther, Tin Stars), Dee-Ann van den Berg (Dee-Ann & the Nightcaptains, Dee’s Honeytones) en Laverne Dap (Laverne & the Rhythm Kings). Stijl: jaren ’40 en ‘50 jive, western swing en close harmony *** Nieuwe bands, laat ze maar komen deel 2: The Savoys zijn een nieuwe vaderlandse rock ‘n’ roll band gespecialiseerd in zwarte rhythm ‘n’ blues rock ‘n’ roll en bestaande uit CC Jerome (gitaar en zang), Martijn van Toor (Tinez Roots Club, tenor sax), Eric van Spreuwel (Stacy Cats, contrabas), Dick Elsendoorn (CC Jerome’s Jetsetters, piano) en Aeilko van der Wagen (Reno Brothers, drums). In april en mei begeleiden ze de Amerikaanse zangeres Nikki Hill in Nederland, Duitsland en Noorwegen *** Pascal Snijders’ rockende country band Smokey & the Bandits hebben hun eerste mini CD uit, Red Dirt Honky Tonk. Als u wil weten wat wij ervan vinden, draaf dan in galop naar onze recensies! *** Frantic Vermin heeft een full album klaar, maar daar zal u nog even op moeten wachten: de band is nog volop op zoek naar een label. Frantic Vermin werd oorspronkelijk opgericht in 1982 in Heerenveen door Bert Jan Sonnevelt (zang, ritmegitaar), Marcel Sonnevelt (contrabas), Norbert Smits (drums) en Frank Bayer (gitaar) als rockabilly band The Alley Cats, maar de stijl evolueerde vrij snel naar psychobilly, en vandaar ook de nieuwe naam. In 1986 stonden ze mee op de LP Cool Cat Go Ape, maar datzelfde jaar dienden drie groepsleden hun militaire dienst te vervullen, personeelswissels hadden weinig resultaat, en in 1988 was het verhaal van Frantic Vermin over en out. Frank zou trouwens de band Crackle Rattle Bash opstarten. Sinds 2010 is Frantic Vermin opnieuw bij elkaar met drie kwart van de originele line up, en intussen speelden ze al op het Bedlam Breakout psychobilly festival in Engeland *** Altijd leuk om te horen dat het goed gaat met onze eigen bands: The Barnstompers hebben dit jaar al opgetreden in Griekenland en op een cruise boot naar Noorwegen, en gaan later dit jaar opnieuw Sid & Billy King begeleiden in Hemsby (GB) en Bologna (I). Ongelofelijk maar waar: The Barnstompers hebben deze rockabillypioniers al meer dan 50 keer begeleid! Intussen zijn The Barnstompers ook weer bezig met opnames waarover ze voorlopig enkel kwijt willen dat het “een leuk project maar een keer wat anders” wordt.

KORT BELGISCH ROCK 'N' ROLL NIEUWS


The Hi-Stars

Nieuwe bands, laat ze maar komen, zeker als ze een all-star band zijn en dat mogen we veronderstellen met een naam als The Hi-Stars, bestaande uit Kris Wouters (zang en slaggitaar, Moonshine Reunion), Kristof Koijen (gitaar, Baboons), Jimmy Hontelé (gitaar, Howlin’ Bill), Koen Meeus (contrabas, Slipmates) en Ken Hontelé (drums, Howlin’ Bill). Op www.thehistars.be kan u alvast beoordelen wat ze in hun petto hebben. Wouters runt sinds 2009 in Oostmalle zijn eigen B-Street Recordings studio waar onder meer Moonshine Reunion, The Bamboo Apple Cutters en recent ook 49 Special (P) opnamen *** En waar The Buckshots inmiddels ook een afspraak hebben geboekt *** Over Kris Wouters gesproken: hij heeft het met zijn studio en met The Hi-Stars inmiddels zo druk dat ie niet meer bij Moonshine Reunion speelt, die opnieuw als kwartet verder gaan *** Casting call: Neo Retro Agency, het brein achter Radio Modern en Hotel Jarretelle, is op zoek naar nieuwe artiesten met vintage flair voor evenementen en shows in België en Nederland en organiseert daarom op woensdag 29 mei en woensdag 12 juni een casting in Planeet Mars in Gent (B). Gemotiveerde en getalenteerde artiesten, elegante presentators, charmante danseressen, circusartiesten en jazzy crooners die gepassioneerd zijn door retro vinden alle info op www.neoretroagency.com/nl/casting.

KORT EUROPEES ROCK 'N' ROLL NIEUWS

Op 7 maart overleed de 82-jarige Britse jazztrompettist Kenny Ball aan de gevolgen van een longontsteking. Ball kreeg begin jaren ’60 een duwtje in de rug door skiffle koning Lonnie Donegan, was te zien in de films It’s Trad Dad (1962, met Chubby Checker, Gary US Bonds, Gene Vincent en Del Shannon) en Live It Up (1963, met Gene Vincent), toerde in 1968 met Louis Armstrong en was ere-burger van de stad New Orleans. In 2009 bracht hij samen met The Jive Aces de CD single Happy Happy Christmas uit, hij was te gast op hun King Of The Swingers: A Salute To Louis Prima CD uit 2012 en toerde met hen onder de banier Jazz Meets Jive *** Kitty, Daisy & Lewis hebben voor een reclameclip voor een Brits merk van chips het nummer I’ve Been Everywhere ingezongen, alleen hebben ze daarbij alle Amerikaanse plaatsnamen (in Johnny Cash’s versie uit 1966 zijn dat er maar liefst 89!) vervangen door Britse plaatsjes. De originele uitvoering van I’ve Been Everywhere is van ene Lucky Starr uit Australië in 1962 en bevat Australische plaatsnamen, en naast de bekende covers van Hank Snow en Johnny Cash zijn er sindsdien ook covers van gemaakt die plaatsen in Canada, Nieuw-Zeeland, Finland, Azië, de Faeröer eilanden en zelfs biermerken oplijsten! Acteur Rick Moranis nam ooit een versie op getiteld I Ain't Goin' Nowhere waarin hij gezellig thuisblijft, en tot slot – ook geweldig – is ene Peter Harris een naar Australië geëmigreerde Brit die er 18 maanden en meer dan 30.000 kilometer voor over had om alle 94 plaatsen uit Starr’s originele versie te bezoeken... *** Nog over Kitty, Daisy & Lewis: ze hebben hun vintage opnamestudio wegens plaatsgebrek van hun ouderlijke woning in Kentish Town verhuisd naar een nieuwe locatie op Kentish Town Road.

KORT AMERIKAANS ROCK 'N' ROLL NIEUWS (50's/ 60's)

Van de zogenaamde Big Bang van de countrymuziek in Bristol, Tennessee in 1927 hebt u al gehoord, nu komen ook de naschokken daarvan onder de aandacht: de Johnson City sessies uit 1928 en 1929 waarbij na oproepen in de kranten in twee weken meer dan 100 nummers werden opgenomen door Columbia Records producer Frank Buckley Walker. Bear Family brengt in oktober de opnames uit in een 4CD-doos, en van april tot oktober wordt de 85ste verjaardag uitgebreid herdacht en gevierd in Johnson City, Tennessee. Op het programma staan onder meer de onthulling van een officieel bordje op de hoek van East Main Street 334 en Colonial Way waar midden oktober 1928 vier dagen werd opgenomen, concerten en lezingen.

KORT AMERIKAANS ROCK 'N' ROLL NIEUWS (50's RIPS)


Charles Evans eind 1955 midden op de foto bij The 5 Dollars. André Williams staat helemaal rechts op de foto

Op 28 maart overleed Charles Evans, baszanger van de in 1954 opgerichte doo wop groep The 5 Dollars, vooral bekend van hun associatie met de roemruchte André Williams. The 5 Dollars brengen in augustus 1955 hun debuutsingle uit op Fortune Records, Harmony Of Love/ Doctor Baby. André Williams komt in het verhaal als schoonbroer van groepslid Eddie Hurt en werpt zich binnen de kortste keren niet alleen op als extra groepslid (al kon ie volgens de andere 5 Dollars nauwelijks zingen – het valt inderdaad op dat hij op veel van zijn opnames meer práát dan zingt) maar vooral als groepsleider die allerlei duistere zaakjes bedisselt, en de eerste single die The 5 Dollars opnemen met Williams als groepslid, Going Down To Tia Juana/ Pulling Time, komt tot verbazing van The 5 Dollars in oktober 1955 niet uit onder hun eigen naam maar als “André Williams & the Don Juans", waarbij The Don Juans een fictieve naam is verzonnen door de platenfirma die vooral gebruikt zal worden als The 5 Dollars andere artiesten begeleiden, zoals Joe Weaver (Baby I Love You So/ It Must Be Love, 1956), Don Lane (Ooh Ooh Those Eyes/ Cha Cha Of Love, 1956), Jim Sands (You Don't Know My Mind/ We're Gonna Rock, 1958) en Marsha Renay, (Cha-Lypso Of Love/ It's Nice, 1960). Op sommige andere singles waarop ze andere artiesten begeleiden stond dan weer noch The 5 Dollars, noch The Don Juans, zoals op Cool As A Cucumber/ Going Back To Chicago van Chet Oliver uit september 1956, en dan is er nog één 5 Dollars single die verscheen als Little Eddie & the Don Juans (This Is A Miracle/ Calypso Beat, 1957) alsmede één 5 Dollars single die verscheen als Little Eddie & the Dollars (My Mama Said/ Yellow Moon, 1959), waarbij Little Eddie dus Eddie Hurt was. Daarnaast prijkte de Don Juans naam uiteraard op verschillende André Williams releases, maar ook weer niet op àlle André Williams singles, want op een bepaald moment besloot Williams verder te gaan met een andere groep, en singles als Bacon Fat (1956) en Mean Jean (1957), nummers waaraan hij had gewerkt met en die zelfs waren opgenomen met The 5 Dollars, verschenen plots als “André Williams & his New Group”, met inderdaad een andere vocale begeleidingsband. Op (Mmmm André Williams Is) Movin’ uit 1960, met als naam “André Williams, Gino Parks, & the 5 Dollars”, blijken The 5 Dollars dan weer niet mee te doen, en betreffende die Bacon Fat van André Williams: daarvan brachten The 5 Dollars een antwoordversie uit getiteld How To Do The Bacon Fat. Ingewikkeld? Inderdaad! Ook ingewikkeld: ze traden soms op op festivals onder beide namen, waarbij ze als The Don Juans oogmaskers droegen om niet herkend te worden! In 1960 verscheen de laatste 5 Dollars single, That's The Way It Goes/ My Baby-O, en enkele jaren later kapte de groep er mee. Tussen André Williams en The 5 Dollars is het nooit meer goed gekomen... *** Op 8 april in een hospitaal in Bakersfield op 70-jarige leeftijd overleden aan multiple sclerosis: Annette Funicello, voormalig Mouseketeer die daarna zangeres en actrice werd. Funicello werd op haar twaalfde ontdekt door Walt Disney toen ze optrad in in een balletuitvoering van het Zwanenmeer en werd in 1955 niet enkel een van de originele maar vooral de populairste Mouseketeer in de Mickey Mouse Club op ABC TV. Toen de Mickey Mouse Club in 1959 stopte rolde ze automatisch in het acteervak, onder meer via rollen op televisie en in Disney films. Tegelijk nam ze platen op als Tall Paul, een nummer 7 in 1959 (volgens de statistieken de eerste keer dat een vrouw de top 10 haalde met een rock ‘n’ roll single) en ietwat ironisch: haar toenmalige vriendje Paul Anka was niet bepaald aan de lange kant. Een ander nummer van haar geschreven door Paul Anka is Train Of Love (1960), en ze nam wel meer songs van Anka op: in 1960 bracht ze de LP Annette Sings Anka uit.

Vanaf 1963 was ze naast Frankie Avalon te zien in verschillende beach party films als Beach Party (1963), Muscle Beach Party (1964), Bikini Beach (1964), Pajama Party (1964), Beach Blanket Bingo (1965) en How To Stuff A Wild Bikini (1965), naast gerelateerde films als Fireball 500 (1966, met Fabian) en Thunder Alley (1967) die het beach party genre mixen met het autorace milieu, naast gasttrolletjes in Ski Party (1965) en Doctor Goldfoot And The Bikini Machine (1965). In 1987 maakten Funicello en Avalon samen nog een Back To The Beach film en deden ze een gezamenlijke concerttour ter promotie van die film, maar tijdens de opnames merkte ze voor het eerst op dat ze neurologische problemen kreeg. In 1989 had ze een klein gastrolletje in de film Troop Beverly Hills waarin ze tijdens het joggen de eerste zin van Tall Paul zingt terwijl ze achternagezeten wordt door Frankie Avalon. In 1992 maakte ze bekend dat aan MS leed, en dat deed ze in de eerste plaats om de geruchten te ontkrachten dat ze zo slecht kon stappen omdat ze flink aan de fles zou zitten. Een jaar later opende ze de het Annette Funicello Fund For Neurological Disorders. In 1994 publiceerde ze haar autobiografie A Dream Is A Wish Your Heart Makes, en ze maakte haar naam onder meer ten gelde met het op de markt brengen van teddyberen voor haar Annette Funicello Collectible Bear Company (tot 2004) en een parfum genaamd “Cello, by Annette”. Vanaf 2004 kon ze niet meer stappen, vanaf 2009 niet meer spreken, en sinds vorig haar had ze continu medische begeleiding nodig om in leven te blijven. In totaal was ze te zien in 19 films en scoorde ze 10 muziekhits.

KORT AMERIKAANS ROCK 'N' ROLL NIEUWS (NEO/ HEDENDAAGS)


Knox Phillips met Elvis op 9 april 1957 en later met zijn vader Sam Philips op 30 september 2000

Knox Phillips, de oudste zoon van Sun baas Sam Phillips en zelf studio eigenaar, producer en engineer, is met zware verwondingen opgenomen in een ziekenhuis na een ongeval op zijn eigendom. De in 1945 geboren Knox runde de Phillips Recording Studio (de opname afdeling van Sun Records) in de jaren ’70 en ’80 en werkte aan een half dozijn albums met Jerry Lee Lewis.

Naar Boven

28 maart 2013
EDDIE BOND: AFSCHEID VAN EEN LEGENDE

De naam is Bond, Eddie James Bond, en de man is een rockabilly held. Ook al zou hij allleen maar Slip Slip Slippin’ In hebben opgenomen, dan nog zou hij een rockabilly held geweest zijn, maar Eddie Bond heeft heel veel meer gedaan. Elvis Presley nog vòòr die That’s All Right opnam het advies geven dat ie beter met zijn vrachtwagen zou blijven rijden, bijvoorbeeld - tenminste, àls dat hardnekkige verhaal waar is: Bond zelf heeft het altijd ontkend, maar met een showman als hij wist je nooit wat nu echt en wat overdreven was. Zanger, rock ‘n’ roll ster, sheriff en vooral zakenman: Eddie Bond was - figuurlijk én letterlijk - larger than life.


Eddie Bond & the Stompers

Eddie Bond werd geboren in Memphis op 1 juli 1933 en hoewel er niemand in zijn familie enig noemenswaardig muzikaal talent vertoonde is hij toch al van jongs af geïnteresseerd in muziek. Zijn eerste gitaar kocht ie eind jaren ’40 met centen die hij had verdiend met het verkopen van zaden, en zijn eerste twee singles verschijnen in 1955 op Ekko, Talking Off The Wall/ Double Duty Lovin’ en Love Makes A Fool (Every Day)/ Your Eyes. Zijn derde single is voor Mercury en wordt begin 1956 de rockabilly klassieker Rockin' Daddy/ I’ve Got A Woman, allebei covers: I’ve Got A Woman is uiteraard van Ray Charles, Rockin’ Daddy is origineel van Sonny Fisher. Er zullen op Mercury nog vijf singles volgen waaronder het onwaarschijnlijk wilde Slip Slip Slippin’ In/ Flip Flop Mama en Boppin' Bonnie (gepend door Jody Chastain en Jerry Huffman, de vaste begeleiders van Charlie Feathers)/ Baby Baby Baby (What Am I Gonna Do). Daarnaast neemt hij ook op voor Sun Records, al komt daar ondanks blijkbaar een fiks aantal titels op dat moment niks van uit. “I think Sun has probably 20 or 30 sides on me and as a matter of fact they were talking to the Stax people and Shelby Singleton told them, I sure hope you get a hit on Eddie Bond, 'cos I got 28 sides on him. I really don't know what all they have on me. See, I did a few country tunes like I Thought I'd Heard You Callin' My Name and Double Duty Lovin' that I re-did for Sun, just as Rockin' Daddy. Most of the 28 songs are rockabilly, to a certain extent. Some of 'em are country flavor”, aldus Bond in een interview. Benieuwd of al dat materiaal ooit nog het daglicht zal zien, want wij kennen - uitgezonderd Bond’s LP Country Gospel Hits die in 1961 op Phillips International verscheen, slechts negen her en der verspreide unreleased Sun tracks van hem, waaronder Broke My Guitar, Big Boss Man, My Bucket’s Got A Hole In It en alternatieve versies van Rockin’ Daddy, Double Duty Lovin’, Standing In Your Window en This Old Heart Of Mine. Bond toert in die dagen trouwens met de Stars Incorporated package deal van manager Bob Neal waar ook Johnny Cash, Warren Smith, Roy Orbison,Carl Perkins én Elvis deel van uitmaken. Benieuwd of die laatste zich nog Bond’s oordeel uit 1954 herinnerde...
Na Mercury brengt Bond tot 1967 singles uit op D (Standing In Your Window), Coral, Wildcat, Spa, United Southern Artists (This Old Heart Of Mine), Memphis (Raunchy, Here Comes The Train), Pen, Decca, Diplomat, Tagg (Big Boss Man, Monkey And The Baboon), Millionaire (Back To Vietnam, de LP Favorite Country Hits From Down Home uit 1967), Goldwax, K-Ark, XL, Villa en Tab. Daarnaast heeft hij zijn eigen Stomper Time label waarop hij materiaal van onder meer Melvin Endsley en Pat Ferguson uitbrengt, en uiteraard ook van zichzelf. Lokaal zou Bond eind jaren ’60 veel succes oogsten via zijn connectie met Buford Pusser, een sheriff en notoir misdaadbestrijder die door gangsters in een hinderlaag werd gelokt: Pusser’s echtgenote overleefde de schietpartij niet, Pusser zelf kon zich uit het wrak slepen. Bond schreef er een nummer over, The Legend Of Buford Pusser, en bracht dat in 1968 uit op zijn eigen TAB label. De single leidde tot een LP die uitkwam op Stax’ country afdeling Enterprise, en Hollywood maakte in 1973 een film over de zaak, Walking Tall, waarin Bond de titelsong zingt. Eddie Bond is trouwens ere-politiechef in Finger, Tennessee, de geboorteplaats van Buford Pusser, en is steeds betrokken gebleven bij alles wat ook maar enigszins met Pusser te maken had, inclusief een videotape met interviews met de man, een museum, en zelfs een stuk autostrade dat naar hem werd genoemd.
Maar Bond doet veel meer: vanaf 1956 werkt hij als radio DJ, wat leidt naar werk voor televisie, en uiteindelijk zal Bond zijn eigen TV show hebben, waar hij later nog videotapes van verkocht. Best geinig om hem tussen het aankondigen van artiesten door reclame te zien maken, bijvoorbeeld voor een zaak in tweedehands auto’s: “tell ‘em Eddie Bond sent you!” Andere activiteiten van Eddie Bond zijn het uitbaten van diverse clubs, restaurants en kranten, wrestling promotor en manager, en het klaarstomen van zijn zoon Eddie Bond Jr. als zanger.
Dat een handige jongen als Eddie Bond in geen tijd zijn wagentje aan de rockabilly revival trein hing mag geen verbazing wekken: Bond maakt zijn Europees debuut al in 1982 in Engeland én Nederland, en maakt gelijk nieuwe opnames met de Bad River Band van Dave Travis (GB) die hem hier begeleidt, resulterend in twee LP’s op het Nederlandse Rockhouse label, Rocking Daddy From Memphis Tennessee vol 1 (1982) en 2 (1984), en de LP Night Train Back To Memphis op het Duitse Rundell Records (1982). Live At The Rockhouse 25 is een Rockhouse live LP uit 1986 met naast Eddie Bond ook Janis Martin. De eerder vermelde studio opnames met Dave Travis uit 1982 verschijnen in 2000 opnieuw op de Rarity (NL) dubbel-CD The Memphis Bopper uit 2000, aangevuld met opnames gemaakt in Memphis in 1979. Kortom: Bond zet graag zijn hoed van rockabilly legende op en komt regelmatig over naar Europa, ook naar Nederland, al lijkt de man met het buikje en het maatpak eerder een gezellige opa dan een rockin’ daddy. Later zal Bond zijn Stomper Time label verkopen aan Dave Travis, en in die deal is ook de labelnaam inbegrepen: Travis start zijn eigen Stomper Time label waarop hij diverse releases met rock ‘n’ roll en country uit Memphis en omgeving uitbrengt, deels gebaseerd op Bond’s Stomper Time catalogus, met uiteraard ook een CD van Eddie Bond zelf.

Eddie Bond in latere tijden

De laatste keer dat wij Eddie Bond live zagen, op de Rockabilly Rave (GB) in maart 2005, was confronterend: Bond leed duidelijk aan overgewicht en deed het hele optreden gezeten op een stoel, het resultaat van een val, zo werd gezegd. Op zowat alle recente foto’s die wij van hem zagen viel het ons trouwens op dat ie steeds zàt en nooit rechtstond. Bond overleed op 79-jarige leeftijd in intieme familiekring. Hij leed al drie jaar aan dementie en Alzheimer.

Naar Boven

28 maart 2013
WHOP-T-BOP: SAMMY MASTERS OVERLEDEN

Sammy Masters

Op 8 maart overleed de op 18 juli 1930 in Sasakawa, Oklahoma geboren rockabilly Sammy Masters (echte naam: Samuel Todd Lawmaster), de man van Whop-T-Bop, Pink Cadillac, Some Like It Hot en Rockin' Red Wing. Masters bleek als kind al muzikaal talent te hebben en debuteerde op zijn twaalfde op radiostation KTUL in Tulsa aan de zijde van niemand minder dan Johnny Lee Wills. Als zijn familie op zijn zestiende verhuist naar Los Angeles gaat hij daar bij illustere countrybands als die van Spade Cooley en Ole Rasmussen spelen. Zijn solo debuut verschijnt al in 1950 op Cormac Records, Lost Little Nickel (In The Big Juke Box)/ May I Call You Darlin’, daarna vervult hij zijn militaire dienst in Korea waar hij regelmatig optreedt voor de roepen. Bij zijn terugkeer naar het burgerleven in 1954 tekent hij als componist en demo-zanger bij 4-Star Publishing: Turn The Cards Slowly van Patsy Cline is een nummer van zijn hand. In 1956 brengt hij zelf met meestergitarist Jimmy Bryant de singles Pink Cadillac/ Some Like It Hot en Whop-T-Bop/ Flat Feet (ook uitgebracht met een andere B-kant, 2 Rock-A-4) uit op 4-Star. Een jaar later verkoopt 4-Star de master van Pink Cadillac aan Modern Records dat de snaredrum overdubt en die nieuwe versie uitbrengt onder de artiestennaam Johnny Todd, iets wat Masters pas in 1996 te weten komt ! In elk geval, al die singles doen weinig, net als opvolgers Angel en Jodie, ook al was Masters op televisie te zien in Town Hall Party. In 1960 tekent hij bij Lode Records (een label van Terry “Truck Drivin’ Man” Fell), wier Rockin' Red Wing dat jaar genoeg verkoopt om opgepikt te worden door Warner Brothers voor nationale distributie en een optreden in Dick Clark’s American Bandstand. Rockin’ Red Wing haalt nummer 64 in de Billboard Hot 100 en in juni 1960 zelfs de 36ste plaats in Engeland! Opvallend daarbij is dat het nummer een rock ‘n’ roll versie blijkt van een stokoud liedje waarvan het origineel al in 1907 werd ingeblikt door Henry Burr & Frank Stanley van het Peerless Quartet onder de titel Red Wing (An Indian Fable): vòòr Sammy Masters werd het al opgenomen door Spike Jones (1941), Spade Cooley (1946), Chet Atkins (1954) en Little Jimmy Dickens (1957), en in 1980 namen The Shades (GB) er nog een goeie rock ‘n’ roll cover van op. Opvolgers Charolette (In The Pink Corvette)/ Golden Slippers op Dot Records en Never/ Pierre The Poodle And The Puppy Dogs (meegeschreven door Jimmy Bowen) zijn evenwel niet succesvol, en Masters’ dagen als ster in spe zijn geteld. Als componist haalt ie in 1961 nog succes met Who Can I Count On, de B-kant van Patsy Cline’s hit Crazy en gecoverd door Bobby Darin. Een derde Patsy Cline song van de hand van Sammy Masters is If I Could See the World (Through the Eyes of a Child) uit 1957. Masters start zijn eigen Galahad label waarop hij in 1964 naast enkele singles (On Tour In Heaven was een tribute aan de bij een vliegtuigongeval om het leven gekomen Patsy Cline, Hawkshaw Hawkins en Cowboy Copas) de gospel LP May The Good Lord Bless You And Keep You uitbrengt. Vanaf 1959 presenteerde Masters op televisie verschillende countryshows die zullen lopen tot de jaren ‘70, en hij legt zich naast optredens steeds meer toe op productiewerk voor TV. Daarnaast werkt hij ook als bodemingenieur voor het bedrijf van zijn broer (hun vader werkte al in de olievelden): naast zijn baan voor de televisie werkt Masters zes dagen op zeven en treedt ie vijf avonden per week op. Vanaf 1976 beperkt hij zijn club gigs tot de weekends, in 1994 stopt hij bij zijn broer, al gaat ie vrijwel onmiddellijk opnieuw part time aan de slag als afleveraar van auto’s.

Twin Pipes And Pin Stripes...

Tot 2007 trad hij op in het clubcircuit. Wij kwamen zijn naam nog twee keer tegen: Deke Dickerson brengt op vinyl EP onuitgegeven takes van Twin Pipes And Pin Stripes en Rockin’ Red Wing uit en neemt in 1997 voor Dionysus Records met Masters de nieuwe CD Everybody Digs Sammy Masters op met Ray Campi op bas en Deke Dickerson zelf op gitaar, en in oktober 1998 staat Masters behalve op het podium in Hemsby (GB) ook op het golfterrein in Great Yarmouth waar hij een balletje slaat met Otis Williams. Sammy Masters overleed in zijn slaap op 82-jarige leeftijd. Hij laat één echtgenote, zes kinderen, negentien kleinkinderen, acht achterkleinkinderen en één achter-achter-kleinkind, euh, achter.

Naar Boven

28 maart 2013
KORT ROCK 'N' ROLL NIEUWS


KORT NEDERLANDS ROCK 'N' ROLL NIEUWS

Nu pas meegekregen: op 22 februari overleed Lien van Leeuwen, meer dan 25 jaar penningmeester van de Cruise Inn te Amsterdam.

KORT BELGISCH ROCK 'N' ROLL NIEUWS

Altijd leuk om weten: zo'n hevige sneeuwval zo laat op het jaar (24 maart jl.) is sinds 1952 niet meer voorgekomen!

KORT EUROPEES ROCK 'N' ROLL NIEUWS

Si Cranstoun

Twintig jaar nadat Si Cranstoun (GB) zijn carrière begon als straatzanger heeft ie een contract met major Warner Brothers op zak: de eerste single zal zijn nu in de scene reeds erg populaire Coupe De Ville worden *** Pat Reyford opent op 14 april in Wickford, Essex zijn eigen Sugar Ray’s Vintage Recording Studio boordevol antieke opnameapparatuur meegesmokkeld uit de States en onder meer een voormalig radiostation, zoals (moesten de namen u iets zeggen) een Collins 212E console, een 436c Altec compressor versterker en een Ampex 300 4 track bandopnemer. Partners in het project zijn Dean Amos en Dave Privett, 30 jaar geleden samen met Reyford in de band Sunny 56. De studio heeft als bij wonder dezelfde afmetingen als de Sun studio en de akoestische panelen zijn gecopiëerd van de originele plannen van de RCA Studio B in Nashville.

KORT AMERIKAANS ROCK 'N' ROLL NIEUWS (50's/ 60's)

Carole King krijgt op 11 mei een eredoctoraat van het Berklee College Of Music in Boston. In de lente van 2014 opent op Broadway trouwens Beautiful: The Carole King Musical, een muziekspektakel gebaseerd op leven en werk van de componiste *** Altijd leuk om te zien welke songs de Library Of Congress belangrijk genoeg acht om jaarlijks toe te voegen aan het National Recording Registry, de officiële lijst van opnames die de Amerikaanse overheid wil bewaren voor de eeuwigheid. Dit jaar werden opnieuw 25 nummers toegevoegd aan de lijst die nu in totaal 375 songs telt, en tussen die nieuwe toevoegingen vinden we The Twist van Chubby Checker uit 1960. Nog goeie muziekjes dit jaar geselecteerd zijn Tipitina van Professor Longhair uit 1953, Henry Mancini’s muziek voor Peter Gunn uit 1958, en Jimmie Davis’ originele You Are My Sunshine uit 1940. Al moet je de waarde van dat soort lijstjes natuurlijk niet overschatten, vooral niet als ook de soundtrack van Saturday Night Fever er tussen staat... *** Gewoon even tussendoor omdat het niet genoeg gezegd kan worden: Louis Prima was, is en zal altijd fantastisch blijven. Oh mama mama zooma zooma baccalà! *** De 70-jarige Bobby Rydell meldt op Facebook dat hij een dubbele bypass kreeg ingeplant: "Een hartkatheter was op twee plaatsen verstopt – geen schade aan mijn hart maar ik had een overbrugging nodig om een hartaanval te voorkomen. Vergeleken met mijn dubbele lever- en niertransplantatie in juli was dit een wandelingetje in het park.”

KORT AMERIKAANS ROCK 'N' ROLL NIEUWS (50's RIPS)

Op 12 maart overleed Sam Steward Jr., baszanger van The Ideals, een heel klein beetje bekend van de cultklassieker The Gorilla, destijd een hit in hun thuisstad Chicago. De groep ontstond al in 1952 en bracht hun debuutsingle Knee Socks/ Mary’s Lamb uit als Johnny Brantley & the Ideals in 1961 op Checker. Hun vierde single wordt in 1963 die befaamde Gorilla op Concord Records, het label van toenmalig groepslid Howard Pitman, waarmee ze inspeelden op de kortstondige rage van de dansplaatjes opgedragen aan apen met als uitschieters The Monkey Time van Major Lance en Mickey’s Monkey van The Miracles, al is het verbazingwekkend hoeveel plaatjes er eind jaren ’50 begin jaren ’60 werden gemaakt over apen allerhande. Volgens de legende werd The Gorilla gepromoot door optredens in de scholen van Chicago met een man gestoken in een apenpakje. In elk geval: The Gorilla deed het plaatselijk zo goed dat Pitman de rechten verkocht aan Cortland Records die onze aap nationaal wilden lanceren. Opvolgers waren onder meer het vervolg Mo Gorilla en een heropname van Gorilla getiteld Go Go Gorilla. Daarnaast werd het nummer ook gecoverd door andere bands als The Shandells. In februari 1966 haalden The Ideals nog één keertje de rhythm ‘n’ blues lijsten met Kissin’, maar daarmee waren ze voorgoed in de aap gelogeerd en een jaar later kapten The Ideals er mee na in totaal bijna 15 singles op acht verschillende labels. Steward stierf aan een hartaanval. U vind 20 Ideals tracks op de bootleg CD The Ideals: Knee Socks And Gorillas ***


Links Hardrock Gunter in 1953; rechts Hardrock Gunter in 1947 midden op de foto

Op 15 maart overleed de 88-jarige Arthur “Hardrock” Gunter aan complicaties van een longontsteking. Sidney Louis Gunter Jr. was eigenlijk in essentie een countryzanger, maar dan wel een wiens naam steevast valt in discussies over wat nu precies de allereerste rock ‘n’ roll plaat was: zijn in 1950 opgenomen debuutsingle Birmingham Bounce vermeldt de woorden “rock ‘n’ roll” voor de allereerste keer in een muzikale context (en zou zelfs gecoverd worden door de zwarte artiesten Amos Milburn en Lionel Hampton), en de opvolger van Birmingham Bounce was in datzelfde gezegende jaar 1950 (Gonna Rock ‘n’ Roll) Gonna Dance All Night. Gunter’s kenmerken waren vlot in het gehoor liggende novelty songs met titels als My Bucket’s Been Fixed (1950), You Played On My Piano (1952), Silver And Gold (1952) en heel occasioneel een hillbilly cover van een zwarte song als Sixty Minute Man (1951). In 1954 en 1956 verschijnen er zelfs twee singles van hem op Sun Records, Gonna Dance All Night/ Fallen Angel en Jukebox Help Me Find My Baby/ Fiddle Bop. Van 1964 tot 1971 stopt hij met opnemen (behalve voor zijn eigen plezier) en legt hij zich toe op de verkoop van verzekeringen. In 1995 treedt hij voor het eerst op in Europa als hij samen met Wanda Jackson de affiche van de International Rockabilly & Rock ‘n’ Roll Meeting Munchen aanvoert, begeleid door onze eigen Ragtime Wranglers. Sindsdien trad de Rock op zijn oude dag nog op op het Rock ‘n' Rhythm-Billy weekend in Denver, in Hemsby, de Rhythm Riot en Green Bay. In 1999 neemt hij met The Ragtime Wranglers, die de Rock na Munchen nog een aantal keren hebben begeleid, de nieuwe vinyl single Rockin’ In The Cradle/ Safiltha Budsuckle op die verschijnt op Home Brew Records, het eigen label van The Ragtime Wranglers. Rollercoaster (GB) bracht in 1995 een goeie verzamel-CD van Gunter uit getiteld Gonna Rock ‘n’ Roll Gonna Dance All Night. Oh, u wou nog weten hoe hij aan zijn bijnaam “Hardrock“ kwam? Die kreeg hij op zijn veertiende toen hij een keer de auto aan het inladen was om te gaan optreden en het kofferdeksel op zijn hoofd viel. Een van zijn al even jeugdige bandleden merkte op dat Gunter’s hoofd "zo hard als een rots" was, en zo werd hij niet alleen een van de architecten van de rock ‘n’ roll maar ook de uitvinder van de hardrock... *** Op 16 maart overleed de 76-jarige Robert “Bobby” Smith, een van de leadzangers van The Spinners, en verdomd als het niet waar is maar al die soulgroepen die hun hoogdagen beleefden in de jaren ’70 blijken wortels te hebben die teruggaan naar de jaren ’50. Die van The Spinners gaan terug tot 1954 toen in Detroit The Domingoes opgericht werden, en toen was Smith al van de partij. In 1960 worden ze ontdekt door Harvey Fuqua van The Moonglows die hen tekent voor zijn Tri-Phi label, in 1961 verschijnt hun debuutsingle That's What Girls Are Made For met Smith op lead onder hun nieuwe naam The Spinners, een voorstel van Smith dat verwees naar wielvelgen, de vertaling van het woord “spinners”. That's What Girls Are Made For haalt in augustus 1961 de 27ste plaats in de poplijsten, opvolger Love (I'm So Glad I Found You), ook met Smith op lead, haalt in november net de 91ste plaats, hun andere Tri-Phi singles zijn niet terug te vinden in de hitlijsten. Op sommige van die singles schijnt de lead trouwens ingezongen te zijn door Fuqua zelf: sommige labels dragen op het label als artiest de vermelding Harvey (Formerly of The Moonglows and The Spinners). In 1963 wordt Tri-Phi opgekocht door Fuqua's zwager, niemand minder dan Berry Gordy van Motown. The Spinners zitten nu op Motown, meteen het einde van hun link met rock ‘n’ roll. De groep treedt nog steeds op in het oldies circuit, met Smith op lead tot en met zijn allerlaatste concert vorige maand, ook al was hij in november gediagnoseerd met longkanker. Smith overleed aan een combinatie van longontsteking en een griep. Na zijn overlijden tellen The Spinners nog één origineel groepslid dat er al in 1954 bij was, de nu 75-jarige Henry Fambrough ***

Buddy McCrea mét een foto van The Chords; rechts Buddy McRea óp een foto van The Chords (1954, rechtsonder)

Op 19 maart overleed in een verzorgingstehuis in de Bronx tenor Floyd F. "Buddy" McRae, het laatste levende groepslid van de in 1951 opgerichte Chords die met hun mede door McRea geschreven Sh-Boom mee de weg baanden voor de doo-wop: met het liedje dat origineel verscheen als een B-kantje op Atlantic sublabel Cat Records slaagde een zwarte rhythm ‘n’ blues groep er in 1954 voor het eerst in door te stoten naar de pop Top 10, al bereikten ze niet de nummer één die was weggelegd voor de cover van de blanke Crew-Cuts. Al kan je dit soort statistische gegevens natuurlijk meerduidig interpreteren: Sh-Boom haalde de negende plaats in de poplijsten, maar vòòr The Chords haalden The Dominoes in 1951 al de 17de plaats in de poplijsten met Sixty Minute Man en The Orioles in 1953 de 11de plaats met Crying In The Chapel. Toen er plotsklaps een groep opdook die òòk The Chords bleken te heten dienden ónze Chords hun naam te wijzigen in The Chordcats, wat later weer The Sh-Booms werd, en ze namen ze nog op voor Vik en opnieuw Atlantic voor ze begin jaren ’60 splitten. McRae was er al in 1957 uitgestapt, later dook hij opnieuw op in de groep. Eenmaal het succes voorbij zou hij in New York een bar en een school in gevechtssporten openen. In 1979 deed ie samen met originele groepsleden Carl Feaster en Jimmy Keyes een eenmalige Sh-Booms show, en in 2000 kondigde hij een nieuwe Sh-Booms groep aan die naast hemzelf vooral bestond uit zangers die in de loop der jaren deel uit hadden gemaakt van diverse Sh-Booms groepen aangevoerd door Jimmy Keyes. Toen vorige zomer in de Bronx de Jennings Street tussen Prospect en Union Street officiëel herdoopt werd in Chords Way was McRea, die ergens rond de 80 moet zijn geweest, al te ziek om de plechtigheid bij te wonen *** Ook dood: Johnny Curtis alias Johnny Whipple alias Johnny Velvet, leadzanger van The Madisons, een groep uit Syracuse, New Yersey die in 1964 en 1965 vijf vocal harmony singles uitbrachten op Law, Limelight, Twin Hit, Jomada en MGM. In 1961 hadden ze al een single uit als begeleiders van Billy Kidd, maar dat was zonder Whipple *** Op 21 maart overleed de 73-jarige Lawrence Henry “Cotton” Voight, bassist van de Texaans groep The Moods die tussen 1959 en 1963 zes singles uitbrachten op Sarg en Kool waarvan met name Little Alice (1959), Let Me Have Your Love (1960), Broke Up (1960), Rockin’ Santa Claus (1960), Teenager’s Past (1960) en de instrumentals Easy Going (1960), On The Move (1960) en The Broken Hip (1963) terug te vinden zijn op compilaties. The Moods zijn altijd blijven bestaan (een tijdje als countryband) en bestaan anno 2013 nog steeds als all round oldies band. Straffer nog: de groep heeft na het overlijden van Voight (die in zijn hele leven nooit in een andere band heeft gespeeld) nog steeds drie originele groepsleden in de gelederen! Een ander opvallend groepslid is gitarist Clyde Causey, in de jaren ’50 bij Roy Head & the Traits. Voight, in het ware leven ingenieur die zijn eigen bekabelingsmaatschappij had, overleed aan een hartaanval toen hij bij het kampvuur akoestische gitaar speelde tijdens een trektocht te paard, een van zijn hobbies. De CD The Original Sounds Of The Moods (naar wij veronderstellen een eigen release van de band) bevat 23 tracks die de periode 1959-1962 omvatten.


The Moods: zoek de 77 verschillen...

KORT AMERIKAANS ROCK 'N' ROLL NIEUWS (NEO/ HEDENDAAGS)

Op 30 maart verschijnt op Lanark Records (USA) Rockin' Together, het eerste album van The Rockats sinds 2004, in wat de klassieke jaren ’80 bezetting met Dibbs Preston, Smutty Smiff, Danny B. Harvey, Barry Ryan en Lewis King wordt genoemd. De linernotes werden geschreven door Brian Setzer.

ELVIS NIEUWS & GOSSIP


Gordon Stoker rechts in het gezelschap der goden


Gordon Stoker links op de foto bij The Jordanaires in 1964

Op de valreep binnengekregen: op woensdag 27 maart overleed Gordon Stoker van The Jordanaires op 88-jarige leeftijd na een slepende ziekte. Gordon startte zijn carriere als pianist in de Grand Ole Opry, kwam in 1949 als pianist bij gospelgroep The Jordanaires en werd later hun tenorzanger. Vanaf Hound Dog in januari 1956 zouden ze Elvis begeleiden op heel wat nummers. Daarnaast namen The Jordanaires ook op met onder meer Patsy Cline (Crazy), Johnny Horton (The Battle Of New Orleans), Jim Reeves, Red Foley, Hank Snow, Don Gibson, George Jones, Connie Francis en Ferlin Husky, alsmede onder eigen naam. The Jordanaires traden voor het laatst op in augustus 2012, en hun toekomst is onduidelijk: volgens Gordon’s zoon Alan Gordon was Gordon behalve groepsleider ook eigenaar van de naam en betekent zijn overlijden het einde van de groep, anderzijds maakte ook origineel groepslid Ray Walker nog steeds deel uit van de groep *** Twee jaar nadat Henrik Knudsen van de Deense Elvis Presley fanclub op 15 april 2011 de deuren van zijn imitatie Graceland in Randers opende kondigt hij op dezelfde locatie de bouw aan van een 1:1 replica van Elvis’ 50 vierkante meter grote houten geboortehuisje in Tupelo *** Opdat u bij zou blijven: twee nieuwe op komst zijnde Elvisboeken zijn The Seeker King: A Spiritual Biography Of Elvis Presley van Gary Tillery (GB) dat de never ending spirituele zoektocht van Elvis zal behandelen, en - omdat het ook wat luchtiger mag – een nieuw FTD boek van David English getiteld Summer Of ’61 dat vooral zal focussen op juli en augustus 1961, de maanden waarin Elvis in Florida de film Follow That Dream draaide. Naast nieuwe interviews met cast, crew en inboorlingen zal het boek ook kranteknipsels en meer dan 200 niet eerder gepubliceerde foto’s bevatten. Tot slot zou er een Nederlandse vertaling komen van de vorig jaar verschenen Elvis Remembered 1935 -1977 2 kilo zware boekset box van Gillian G. Gaar, volgens de publiciteit de enige door EPE goedgekeurde uitgave naar aanleiding van de 35ste verjaardag van Elvis’ overlijden, bestaande uit een 28 x 32 cm hardcover boek van 120 paginas op glanspapier, een DVD met de gebruikelijke mikmak aan “rare footage of performances, press conferences and behind-the-scenes fun”, en een aantal uitneembare replicas van documenten en memorabilia als brieven, telegrammen, filmposters, bladmuziek, publiciteitsmateriaal en Elvis’ eerste contract met Colonel Parker.

Naar Boven

21 maart 2013
THE KING IS GONE: CLAUDE KING OVERLEDEN

Claude King in recentere tijden

Toegegeven, bij de naam Claude King denken we niet meteen aan rock ‘n’ roll. Nee, dan denken we aan Wolverton Mountain, zijn country crossover pophit uit 1962. Maar zoals steeds bij die oude countryknakkers (King overleed op 7 maart op 90-jarige leeftijd) is er veel meer dan meets the eye, of in dit geval, the ear.
De op 5 februari 1923 in Keithville, Louisiana geboren King twijfelde als tiener tussen muziek en sport, kreeg zelfs een baseball beurs, maar opteerde toch voor de muziek. Nog vòòr de tweede wereldoorlog had ie al een bandje met Buddy Attaway en Tillman Franks genaamd The Rainbow Boys, die speelden in en om Shreveport. Na zijn legerdienst studeerde hij business college, nadat hij zijn diploma behaalde ging hij werken in de bouw, met de muziek uiteraard als vaste bijverdienste. Met Attaway en Franks maakt hij in 1947 zijn platendebuut op President Records, Flying Saucers/ I Want To Be Loved. Toen in 1948 de Louisiana Hayride van start ging was King er al bij, en hij zou er samenwerken met iedereen van Tex Ritter, Webb Pierce, Kitty Wells, Jimmie Davis, Faron Young, Jim Reeves, George Jones en Lefty Frizell tot Elvis en Johnny Cash. King werkte zelfs nog even als opener én chauffeur voor de enige echte Hank Williams ! Begin jaren ’50 toert hij regelmatig met Johnny Horton, die een boezemvriend wordt, en vaak gaan ze samen jagen en vissen.

Claude King met Johnny Horton in 1953

Na twee singles voor Pacemaker/ Gotham (1949-1950) en vier singles voor Specialty (1952) neemt hij in 1957 voor Dee-Jay de rock ‘n’ roll single Run Baby Run op, terug te vinden op verschillende rockabilly compilaties. Daarna verdwijnt hij evenwel uit de muziekbusiness, al blijft hij wel songs chrijven, en met name She Knows Why, Take Me Like I Am en I Don't Like I Did worden opgenomen door Johnny Horton. In 1961 sleept King een platencontract met Columbia in de wacht en wordt Big River Big Man met een zevende plaats in de countrylijsten en een 82ste plaats in de popcharts de eerste van zijn 30 country hits. Opvolger The Comancheros, geïnspireerd op de gelijknamige John Wayne film, wordt ook een country crossover hit, maar beide zijn slechts een voorproefje van het succes van Wolverton Mountain: het nummer kampeerde 26 weken in de Billboard country charts en stond daar 9 weken eenzaam aan de top, terwijl het het in de poplijsten tot de zesde plaats schopte. Wolverton Mountain werd geschreven door Claude King in samenwerking met Merle Kilgore, een man die zelf ook rockabilly had opgenomen, en was gebaseerd op ware feiten: Wolverton Mountain bestaat echt in Arkansas (al heet de berg eigenlijk de Woolverton), en ook de Clifton Clowers over wie het liedje gaat bestond echt en woonde echt op die berg: Clowers was een oom van Merle Kilgore, overleed in 1994 op zijn berg op de gezegende leeftijd van 102 jaar, en werd er ook begraven op het kleine kerkhofje. Claude King zou country hits blijven scoren tot 1977 en bracht in 1969 de LP I Remember Johnny Horton uit. In 2003 bracht ie met zijn oude gabber Tillman Franks in de productiestoel en James Burton op gitaar op Sun Records de cd Cowboy In The White House uit. Zijn laatste CD was bij ons weten The Cajun Cowboy Rides Again uit 2008, eveneens met James Burton. Als acteur was Claude King te zien in het Ferlin Husky vehikel Swamp Girl uit 1971 en de TV reeks The Blue And The Gray uit 1982. Bear Family bracht in 1992 de Claude King box Wolverton Moutain uit, goed voor 128 tracks.

Naar Boven

21 maart 2013
KORT ROCK 'N' ROLL NIEUWS


KORT NEDERLANDS ROCK 'N' ROLL NIEUWS

De 72-jarige Tommy Cash, de jongste broer van Johnny Cash, komt voor drie data naar Nederland, meer bepaald op woensdag 1 mei in Atak Poppodium in Enschede, donderdag 2 mei in Schaaf City Theater in Leeuwarden en vrijdag 3 mei in de Effenaar in Eindhoven. Naast zijn muzikale carrière is Tommy Cash, acht jaar jonger dan Johnny, in de eerste plaats makelaar: hij was betrokken bij de verkoop van het huis van Johnny en zijn vrouw June Carter na hun dood in 2003. Benieuwd of hij zijn I Didn’t Walk The Line uit 1965 gaat zingen!

KORT BELGISCH ROCK 'N' ROLL NIEUWS


De nieuwe CD van The Slipmates is uit

Eindelijk schijnt ie officieel uit te zijn: de langverwachte tweede van The Slipmates. De release party vindt plaats op zaterdag 4 mei in Arendonk, maar wij proberen alvast sneller aan een exemplaar te geraken! Sterker: hij valt zojuist in de bus!

KORT EUROPEES ROCK 'N' ROLL NIEUWS

Na zijn maagoperatie eind september is de 78-jarige John “Johnny Remember Me” Leyton (GB) voldoende gerevalideerd om opnieuw de boer op te gaan: Leyton maakt zijn comeback op 21 april in Wymondham als speciale gast bij een vertoning van zijn film Every Day’s A Holiday (1965) en op 31 mei op een concert samen met Mike Berry in Reading

KORT AMERIKAANS ROCK 'N' ROLL NIEUWS (50's/ 60's)

Op 1 mei opent op Beale Street 310 in Memphis, de voormalige locatie van de in 2008 gesloten Pat O’Brien’s nachtclub, de Jerry Lee Lewis’ Café And Honky Tonk, een restaurant dat naast “southern food” ook live muziek zal serveren. Het decor zal een tijdloze honky tonk en geen fifties diner worden en Jerry Lee memorabilia zoals een motor, een piano en podium outfits tentoonstellen. Of Jerry Lee er zal optreden is nog niet duidelijk: “Wat dat betreft dienen alle details nog uitgewerkt te worden”, aldus zijn manager J.W. Whitten. “We zullen iets doen voor de opening, en daarna misschien af en toe een fandag of zoiets. Maar het is zeker niet de bedoeling dat Lewis daar elke zaterdag zal zitten hijsen” *** Jeansfabrikant Levi’s gaat al langer retro en heeft voor deze lente een nieuwe Vintage Clothing collectie klaargestoomd genaamd Hot Rod Circa 1953, waarbij het jaar 1953 wel heel erg wordt uitgerekt want de collectie bevat kledij geïnspireerd op modellen van de jaren ’20 (overalls) tot de jaren ’70 (baseball T-shirts). De Hawaii shirts, suede trucker jackets en bonneville broeksriemen zijn mooi, en het bijhorende promoclipje is dat evenzeer. De muziekkeuze zal niet in ieders smaak vallen maar de beelden zijn de moeite waard, gesprokkeld uit jeugdmisdaad films, drag race films en home movies uit privé verzamelingen. Aan het woord hoor je ondermeer de nu 76-jarige ex-wereldkampioen dragracing TV Tommy Ivo en de nu 69-jarige schilder-cartoonist en ex-juvenile delinquent Robert Williams die vanaf 1965 werkte voor Ed “Big Daddy” Roth. Zoals een slimmerik terecht opmerkte: in de jaren ’50 waren jeans niet alleen allesbehalve chique maar vooral betaalbaar...


KORT AMERIKAANS ROCK 'N' ROLL NIEUWS (50's RIPS)

Op 27 februari overleed de op 5 oktober 1942 geboren Richard Allen Street, van 1971 tot 1993 lid van de bekende soulgroep The Temptations. Street maakte zijn platendebuut evenwel al in 1960 als leadzanger op Come On van Otis Williams & the Distants (niet dezelfde Otis Williams van Otis Williams & the Charms trouwens), het Northern Records plaatje werd opgepikt door Warwick en verkocht genoeg om een opvolger uit te brengen: Alright/ Open Your Heart, allebei met Street op lead. Drie leden van deze Distants zouden daarna The Elgins oprichten, en samen met twee nieuwe groepsleden zouden dit uiteindelijk The Tempations worden. Street leidde nog kortstondig een nieuwe Distants groep maar besloot uiteindelijk niet over te stappen naar The Temptations omdat zijn vriendin zwanger was. Pech voor Richard Street omdat The Temptations op Motown bijzonder succesvol waren, zeker toen zijn vriendin uiteindelijk niét zwanger bleek... Vrouwen! Street zou toch voor Motown gaan werken, achter de schermen in de afdeling kwaliteitscontrole en in de spotlights met soulgroep The Monitors die in 1966 een hitje scoorde met hun Vietnam cover van Greetings (This Is Uncle Sam), origineel een Berry Gordy productie uit 1961 van de blanke Valadiers op Motown bijlabel Miracle. Street stierf aan een longembolie *** Op 1 maart overleed de op 12 september 1933 geboren Jewel Eugene Akens, vooral bekend van zijn pophit The Birds And The Bees uit 1965. Maar wij weten beter: vòòr The Birds And The Bees nam Akens in 1958 op met The Fascinators, in 1959 met (Jerry Stone &) The Four Dots (Don't Wake Up The Kids met Eddie Cochran), in 1960 met Jewel & Eddie (twee Eddies voor de prijs van één, namelijk Eddie Daniels op zang en Eddie Cochran op gitaar), in 1961 met The Astro-Jets, in 1963 met The Rainbows, en in 1964 met Terry & the Tyrants en met The Turn-Arounds. Akens is ook na The Birds And The Bees altijd muziek blijven maken en leidde midden jaren ’80 onder de naam “Performing The World Famous Coasters Show” zelfs nog een tijdje een Coasters groep waarin geen enkele echte originele Coaster zat! Akens overleed op 79-jarige leeftijd na een operatie aan zijn rug *** Op 3 maart overleed de 73-jarige Robert E. “Bobby” Rogers, lid van The Miracles van 1956 tot 2011. Iedereen kent The Miracles als de soulgroep Smokey Robinson & the Miracles, maar de groep ontstond al in 1956 en had vòòr Shop Around in 1960 de eerste nummer één voor Motown werd al minstens acht andere singles uitgebracht, te beginnen met Got A Job uit 1958, een van de antwoordsongs op Get A Job van The Silhouettes uit 1957. Rogers huwde in 1963 met Wanda Young, leadzangeres van The Marvelettes van Please Mr Postman uit 1961. Rogers leed aan een slepende ziekte *** Ook dood: rockabilly Sammy Masters. Pink Cadillac! Some Like It Hot! Whop T Bop! Binnenkort leest u hier meer over Masters, hieronder vast een muzikaal 'voorproefje'...

 

ELVIS NIEUWS & GOSSIP

Van 19 september tot eind februari 2014 vindt er bij Museum RockArt in Hoek van Holland In samenwerking met de officiële Nederlandse fanclub It's Elvis Time een Elvis tentoonstelling plaats. Het museum wordt omgebouwd tot een tijdreis door het leven van Elvis: middels informatieborden en collector items wordt u meegenomen van 1935 tot heden. De officiële opening zal plaatsvinden op zondag 15 september van 13 tot 18 uur. Adres: Museum RockArt, Zekkenstraat 42, 3151 XP Hoek van Holland, meer info op www.rockart.nl en www.itselvistime.com *** Aan alles komt een eind: op 7 mei wordt het 100 jaar oude Chisca hotel in Memphis dat al ruim 50 jaar leegstaat afgebroken om plaats te maken voor een appartementencomplex dat dezelfde naam zal dragen. Laat daar op de tweede verdieping nu net de plek geweest zijn waar de studios van WHBQ waren, en laat WHBQ nu net het radiostation zijn geweest waar DJ Dewey “geen familie van Sam” Phillips op 7 juli 1954 in zijn Red Hot & Blue show voor de allereerste keer in de geschiedenis van de radio het twee dagen eerder opgenomen That's All Right Mama van ene Elvis Presley draaide, nog vòòr het op 19 juli officiëel zou verschijnen. Het nummer sloeg in als een bom, Phillips kreeg meer dan 40 telefoontjes om info, speelde That’s All Right in totaal 14 keer, en nodigde Elvis prompt uit in de studio voor wat zijn eerste interview werd, onwetend dat de microfoons openstonden. Vrijwilligers zamelen nu onder het motto Red Hot & Rescue geld in om wat resteert van de studio (voornamelijk de tegels en de ruiten) te redden en te verhuizen naar het restaurant in de lobby van het gerenoveerde Chisca complex *** En aangezien toeval niet bestaat (enkel harmonie) wordt op 24 maart die enige echte That’s All Right aangeboden op een veiling. Dewey Phillips’ originele slechts aan één kant afspeelbare 78 toeren demo acetaat met Elvis’ naam foutief als “Pressley” op het label getypt is het enige bekende overgebleven promo exemplaar van That’s All Right, dat tussen de 50.000 en de 70.000 dollar zou moeten opbrengen *** Wellicht ook reddeloos verloren: het in 1953 geopende Coco Palms Resort op Wailua Beach in Hawaii, niet alleen een van Elvis’ favoriete vakantiebestemmingen maar ook de locatie van de pakweg laatste 20 minuten van de film Blue Hawaii (1961), zoals de toortsceremonie die er 40 jaar lang elke avond werd opgevoerd en het huwelijk in de kapel waar Elvis zijn Hawaiian Wedding Song croont. Sinds de Coco Palms in 1992 geraakt werd door Hurricane Iniki ligt het hotel er verlaten bij ten prooi aan verval, en recent gingen dieven aan de haal met de vier loodzware handgemaakte iconische koahouten deuren met ingegraveerde tekeningen van palmbomen, geschat op 50.000 dollar per deur. Om bij die deuren te geraken maakten ze eerst een gat in de omheining en braken ze een muur van de banketzaal af. Zoals een slimmerik terecht opmerkte: eindelijk iemand die interesse toont in de Coco Palms! *** Volgens Ray Walker van The Jordanaires opgenomen op palliatieve: de op 3 augustus 88 jaar geworden Gordon Stoker van The Jordanaires

Naar Boven

14 maart 2013
TONY RONALD: ARNHEMSE MUZIEKGESCHIEDENIS MADE IN SPANJE


Tony Ronald doorheen de jaren

Op 3 maart overleden: Siegfried Antonius van Den Boer Kramer, geboren in Arnhem op 27 oktober 1944 en wereldberoemd in Spanje. Kramer leerde zingen in het kerkkoor, ging op zijn zestiende bij de koopvaardij en kocht toen zijn eerste gitaar. Als hij op een mooie dag aanmeert in Barcelona besluit ie daar te blijven hangen en zijn geluk te zoeken in de muziek. In 1960 maakt hij zijn platendebuut met het Kroner’s Duo met de EP Jovenes met Spaanstalige covers van onder meer Tutti Frutti en Personality. Er volgen nog twee EP’s, twee singles en een titelloze Kroner’s Duo LP. Vanaf 1961 treedt hij op met het duo Tony & Charley die tot 1962 vijf EP’s en twee LP’s uitbrengen, waarop onder meer een cover van Ramona van The Blue Diamonds. In 1962 verschijnt onder de titel Madisonistas zijn debuut-EP onder eigen naam, al snel uitgebreid tot Tony Ronald y sus Kroners. En u mag ervan denken wat u wilt, maar al die plaatjes staan boordevol nummers die een bron van lering en vermaak zijn voor de verzamelaars van opvallende rock ‘n’ roll covers, al is het logisch dat er naarmate de tijd vordert steeds meer beat en Stones tussen zit. Rond 1967 laat hij zijn Kroners achterwege en gaat ie definitief solo, wat in 1971 bekroond wordt met zijn grootste hit Ayúdame die de wereld zal veroveren onder de Engelse titel Help, Get Me Some Help, en daarnaast blikte hij een Italiaanse, een Duitse en een Franse versie in. Bij ons is het ook bekend in de Nederlandse coverversie Mooi, ’t Leven Is Mooi van Will Tura uit 1989, al werd het in 1971 al gedaan door zangeres Kalinka als Help, Dan Roep Ik Help.


Links de eerste LP van het Kroner's Duo uit '61, rechts de LP Tony & Charley vol. 2 uit '62

Ronald is tot op de dag van heden muziek blijven maken (in 1974 coverde hij Angelina M'n Blonde Sexmachine van Peter Koelewijn in het Spaans), en hoe ouder hij werd hoe meer hij opdook in het oldiescircuit. Tony Ronald overleed een week nadat hij op de Spaanse televisie had aangekondigd dat hij ernstig ziek was en afscheid nam van de planken. Op 19 maart was In Barcelona een huldeconcert voorzien ter gelegenheid van zijn 50ste verjaardag in de muziek (al is hij dus al bezig sinds 1960), dat nu een postuum eerbetoon zal worden.

Naar Boven

7 maart 2013
CULTHELD BILL “PLEASE GIVE ME SOMETHING” ALLEN OVERLEDEN

Dominique "Imperial" Anglares, een Fransman die op bijzonder goeie voet staat met een aantal fifties artiesten, meldt dat Judie Snivley, de vrouw van Bill Allen, laat weten dat Allen op 22 februari is overleden.


Bill Allen doorheen de jaren...

De op 5 juni 1937 geboren Wilfred Allen Snivley Junior richtte rond 1955 zijn eerste bandje op met gitarist Johnny Seli, en op een mooie dag kregen ze van Eldorado Records uit New York City het Bernie Lowe liedje Butterfly aangeboden, dat ze opnamen met een vocale groep die The Keynotes heette. Op de B-kant kwam een eigen nummer van Allen, Oo-Wee-Baby. Bill Allen & the Keynotes toerden met Carl Perkins, Roy Orbison, Gene Vincent, Eddie Cochran, Buddy Knox, Johnny Burnette, Jerry Lee Lewis en Chuck Berry, en Butterfly verkocht genoeg om gecoverd te wordend door crooner Andy Williams, waarna de originele versie van Bill Allen & the Keynotes zonk als een baksteen. Allen en Seli kapten ermee om enkele maanden later een nieuwe groep te beginnen, Bill Allen & the Backbeats. Ook zij kregen een nummer aangeboden, Since I Have You, en schreven er een B-kant voor, en die B-kant werd Please Give Me Something, een schoolvoorbeeld van desperate rock ‘n’ rol. De single verscheen in 1958 op Imperial Records dat ondermeer Ricky Nelson en Fats Domino in huis had, en was opnieuw veelbelovend. Imperial nodigde Allen uit de masters te hermixen, een aanbod dat hij afsloeg omdat zijn vrouw hoogzwanger was. Imperial kon er niet mee lachen en dat was prompt het einde van Bill Allen & the Backbeats op Imperial. Allen zocht een echte baan, kocht een huis en stichtte een gezin. Tien jaar en een echtscheiding later begon hij opnieuw muziek te maken als allround entertainer, en dat bleef hij doen tot zijn gezondheid hem in de steek liet: hij leed aan pulmonale hypertensie, een zeldzame progressieve ziekte gekenmerkt door een toename van de druk in de longvaten. Bill Allen heeft nooit meer op een rock ‘n’ roll podium gestaan om Please Give Me Something uit zijn ziel te scheuren. Het nummer dook voor het eerst opnieuw op in 1975 op de (Nederlandse!) Collector LP Super Rock ‘n’ Roll Part A en is sindsdien een eigen leven gaan leiden. Het maakte zo’n indruk dat het zelfs geplagiëerd werd: in 1981 verbasterden The Cramps het tot Drug Train en datzelfde jaar maakten The Stray Cats er Crawl Up And Die van. Moraal van het verhaal: de geschiedenis streeft naar harmonie, want Allen’s “eigen” compositie lijkt immers ook verdacht veel op een ander liedje, Something To Remember You By van The Gentlemen op Apollo Records uit 1954...

Naar Boven

28 februari 2013
PEE WHITE OVERLEDEN


Peter de Wit alias Pee White centraal - hoe kan het anders - bij The Magic Strangers

De Haagse Courant/ Westland meldt dat Peter Ernst de Wit alias Pee White is overleden op 21 februari op 71-jarige leeftijd. De op 14 oktober 1941 in Renagt, Nederlandsch-Indië geboren White speelde eerst bij The Silhouettes en werd in 1962 leadzanger van de Haagse rockband Pee White & the Magic Strangers, met als thuishonk de Oude Marathon Rolschaatsbaan aan het einde van de Sportlaan en later de Rolschaatsbaan in het Zuiderpark. Pee White & the Magic Strangers speelden regelmatig in de Scheveningse Star Club, een leuk fait divers is dat de voorzitter van hun 750 leden tellende fanclub de latere Q’65 gitarist Joop Roelofs was. In 1965 toerden ze in Engeland. White verliet de groep in 1966 (zijn vervanger was ex-Black Albinos Udo de Jong) en werkte tot 1972 voor het popblad Muziek Express, waarvoor hij onder meer popconcerten organiseerde. Daar leerde hij Paul Acket kennen, die later het North Sea Jazz festival opzette. Voor het impresariaat van Acket begeleidde De Wit internationale artiesten tijdens hun verblijf in Nederland, zoals The Rolling Stones, Jimi Hendrix, The Bee Gees en Aretha Franklin. Ook was hij jarenlang tijdens North Sea Jazz de vaste presentator in de Statenhal. Toen dat evenement verhuisde naar Rotterdam bleef Peter de Wit achter om als ceremoniemeester op te treden tijdens The Hague Jazz. Hij presenteerde ook Indo-rock gala’s. Peter de Wit overleed na ruim vier weken ziekbed aan de gevolgen van een dubbele longontsteking. De crematie vond plaats op 28 februari in Delft. The Magic Strangers - zonder Pee White - bestaan opnieuw sinds 1998, nog steeds met Udo de Jong. Met dank aan Jos van Elswijk en Harry Spies voor het doorsturen van dit trieste nieuws.

Naar Boven

28 februari 2013
KORT ROCK 'N' ROLL NIEUWS


KORT NEDERLANDS ROCK 'N' ROLL NIEUWS

Houston Alley

Nieuwe bands, laat ze maar komen: Houston Alley is een nieuwe viermansformatie uit de regio Tilburg die zich beroept op een sixties repertoire van The Shadows, Cliff Richard en The Everly Brothers tot CCR en zelfs The Eagles, met uitstapjes naar Dave Dudley en Buck Owens. Houston Alley bestaat uit Huig De Kreij op leadgitaar (Huig speelde in de jaren ’60 in de Vlissingse band The Night Revellers en de Keulense band 1704, en in de jaren ’90 en 2000 in de countryrock bands Grand Canyon en Canyon Trail), Theo Godschalk op zang en slaggitaar, Theo vd Berg (Explosion Rockets, Rocking Navigators) op drums, en Jack Aandewiel op basgitaar (Jack speelde in de Haagse beatbands The Blue Birds en The Key, en recenter bij Willy & the Giants en Danny Everett & the Spectacles). De heren spelen samen sinds december en gaven op 23 februari in Tilburg hun eerste try out. Op 27 april stellen ze in Sprang-Capelle hun eerste mini- CD voor getiteld Walking The Alley die drie vocale en drie instrumentale nummers zal bevatten, waaronder twee zelf gecomponeerde instrumentals.

KORT BELGISCH ROCK 'N' ROLL NIEUWS

Jeugdhuis t' Hoekske uit Gierle zweert al 37 jaar trouw aan haar Sjock Festival met een gevarieerd programma van rock ‘n’ roll, surf, hardcore, garage en punk, en die rock ‘n’ roll en aanverwante rockabilly heeft met zijn eigen Titty Twister tent zijn eigen festival in het Sjock Festival. Daarbij ruimen ze steevast plaats in voor beginnende bands, al stappen ze luidens hun mailtje aan ons dit jaar af van hun vaste wedstrijdformaat. Toch hebben ze nog steeds hun Sjock Sjowcase, dus wil jij met je nieuwe Belgische of Nederlandse bandje je ding doen op Sjock stuur je vòòr 12 april een CD (geen mails en links) met bio + contactinfo naar Charlotte Kersemans, Schoorstraat 14 te B-2275 Gierle. Meer info: mail naar sjowcase@jkthoekske.be *** En als u dan toch demo’s aan het opsturen bent: stuur er gelijk eentje naar ons, wij reviewen ze met plezier! *** Alsmede onder het genot van een Grimbergen, dat spreekt... *** Da’s misschien ook een idee voor het John Doe Combo, een nieuwe band bestaande uit oudgedienden als zanger Bart Wallenus (Wild Deuces), contrabassist Ron Wouters (Ratmen, Dominoes, Hètten Dès, Benvis & his Rockets, Mighty Quiffs, Moonshine Playboys), de Nederlandse gitarist Jos van Beek (in een ver verleden drummer bij The Shuttlecocks, een Belgische rockabillyband zo obscuur dat ze zelfs nooit iets uitbrachten) en op fiddle Kris Laukens (normaliter contrabassist bij het Antwerpse roots trio ’56 Slapback), samen naar eigen zeggen goed voor een portie old style hillbilly bop rockabilly *** Wie al wel zijn CD opstuurde zijn The Gerasene Pigs. Recensie heel binnenkort!

KORT EUROPEES ROCK 'N' ROLL NIEUWS

Op 14 februari verloor de Britse rock ‘n’ roll criticus Tony Wilkinson op 72-jarige leeftijd zijn strijd tegen kanker. Wilkinson was rock ‘n’ roll fan sinds de jaren ’50, en die liefde is steeds blijven groeien. Wie nogal eens leest over rock ‘n’ roll weet dat ie concert- en CD reviews schreef voor Now Dig This (GB), UK Rock (GB), American Music Magazine (S) en de Rockabilly Hall Of Fame (USA). Daarnaast schreef hij hoesnota’s voor CD’s en mocht hij een aantal fifties artiesten tot zijn persoonlijke vriendenkring rekenen. Ondanks zijn ziekte (Wilkinson leed al 18 maanden aan kanker) en zijn leeftijd (hij werd 69 jaar) was ie nog steeds een trouw festivalbezoeker: dit jaar nog was hij present op de Rockers Reunion en de 2Is Reunion.

KORT AMERIKAANS ROCK 'N' ROLL NIEUWS (50's/ 60's)


Chubby Checker demonstreert de twist, zo te zien een dans voor mensen met rugklachten...

Die goeie ouwe (want inmiddels ook al 71-jarige) Chubby Checker heeft op 12 februari klacht ingediend tegen Hewlett-Packard dochteronderneming Palm Inc omdat het een smartphone app naar hem genoemd heeft dat belooft gebruikers te helpen bij de beoordeling van potentiële mannelijke partners. Daarvoor moeten ze de schoenmaat van de man ingeven, waarna de app vervolgens een schatting geeft van de lengte van het mannelijk geslacht. De app die 99 dollarcent kostte is slechts 84 keer gedownload en verwijderd sinds september 2012, maar Checker vindt dat dit alles "onherstelbare schade" aan zijn naam heeft toegebracht omdat hij nu “wordt geassocieerd met obscene seksuele connotaties en beelden". "Deze rechtszaak draait om het behoud van de integriteit en de erfenis van een man die 50 jaar hard gewerkt heeft aan zijn muziek en de positie van een van de grootste muzikale entertainers aller tijden verdiend heeft", aldus Checker’s advocaat. “De app schaadt Chubby Checker’s merkwaarde en imago”. De twistkoning eist een schadevergoeding van maar liefst een half miljard dollar.

KORT AMERIKAANS ROCK 'N' ROLL NIEUWS (50's RIPS)

Op 14 februari overleed in Laguna Beach de 72-jarige componist-producer George Francis "Shadow" Morton, vooral bekend van zijn werk voor en met The Shangri-Las, aan de gevolgen van kanker. De in Brooklyn, New York geboren Shadow Morton (zijn bijnaam Shadow kreeg ie omdat ie nooit te vinden was als ze hem nodig hadden) raakte bevriend met songsmeden Ellie Greenwich en Jeff Barry, en omdat hij hen in hun bureel in de Brill Building maar blééf lastigvallen dat hij ook componist was daagde Barry (die Morton ervan verdacht meer geïnteresseerd te zijn in Barry’s toekomstige echtgenote Ellie Greenwich dan in het schrijven van songs) hem uit maar eens iets van zijn werk te laten zien. Morton had niks klaar en schreef diezelfde avond in zijn geparkeerde auto Remember (Walking In The Sand) dat hij opnam als demo met een onbekend meidengroepje genaamd The Shangri-Las, die er in 1964 gelijk een platencontract met Jerry Leiber’s label Red Bird Records en een Top 5 hit aan overhielden. Morton schreef en produceerde nog meer hits voor The Shangri-Las als Leader Of The Pack (volgens de legende zijn de motorgeluiden afkomstig van Morton’s eigen motor die hij de studio binnenreed), Give Him A Great Big Kiss en I Can Never Go Home Anymore. Later werkte hij met pop en rock acts als Janis Ian, Vanilla Fudge, Iron Butterfly, Mott The Hoople en The New York Dolls *** Op 22 februari overleed in een ziekenhuis in Manhattan de 88-jarige liedjesschrijfster Diane Charlotte Lampert, auteur van onder meer The Worrying Kind en Blue Ribbon Baby (2 x Tommy Sands in 1958) en Nothin Shakin' (But the Leaves On the Trees) (Eddie Fontaine 1958, gecoverd door Linda Gail Lewis in 1963 en Billy Fury in 1964). Haar grootste “hit” was Break It To Me Gently, in 1962 goed voor een vierde plaats voor Brenda Lee *** Virgil Lewis Johnson, leadzanger van The Velvets op hun klassieker Tonight (Could Be The Night) die in 1961 de 26ste plaats in de hitlijsten haalde, overleed op 24 februari in een ziekenhuis in Lubbock. De op 29 december 1935 geboren Johnson was leraar Engels aan de highschool en richtte The Velvets op in 1959 met vier van zijn studenten. Roy Orbison bracht de groep onder de aandacht van zijn label Monument Records en pende in 1961 ook hun enige andere hit, al is “hit” in deze een groot woord: Laugh haalde nipt de 90ste plaats. The Velvets namen ook zijn Spring Fever en Time And Again op. De bekende Orbison compositie Lana werd dan weer door The Velvets opgenomen vòòr Orbison’s eigen versie en was naar verluidt nummer één in Japan! De groep bracht tot 1966 een tiental singles uit, waarna Johnson opnieuw leraar en later bestuurslid in verschillende scholen in Lubbock werd. Na zijn pensionering in 1993 begon hij opnieuw op bescheiden schaal te zingen. Hij werd 77 jaar. Ace Records (GB) bracht in 1996 de CD The Complete Velvets uit *** En tot slot nog snel vermelden dat op 22 februari Bill Allen van het fantastisch geweldige Please Give Me Something uit 1958 is overleden. In onze volgende update meer over Bill Allen!

KORT AMERIKAANS ROCK 'N' ROLL NIEUWS (NEO/ HEDENDAAGS)


Meer dan wij kunnen zeggen: Phil Friendly op de foto met Connie Stevens op Los Angeles
Women International Film Festival

Altijd leuk om te ervaren dat we niet alleen gelezen worden door de rock ‘n’ roll fans maar ook door de artiesten zelf: Phil Friendly laat ons vanuit Los Angeles weten dat ie het waardeert dat Every Single Day van zijn California Rockin’ CD uit 2008 in onze Best Of Boppin’ Around Top 10 aller tijden (nu ja, in elk geval van 1993 tot 2013) staat. Niet alleen wij vinden dat een steengoed nummer, maar blijkbaar ook fifties actrice Connie Stevens (Dragstrip Riot uit 1958!), want zij gebruikte Every Single Day in 2009 in haar regiedebuut, de film Saving Grace B. Jones. Every Single Day is daar in goed gezelschap want ook The Platters staan op de soundtrack! De film is geen rock ‘n’ roll film maar speelt zich wel af in de jaren ’50. Hij wordt regelmatig vertoond op TV in de States en Canada en komt er ook in onafhankelijke filmzalen, maar is voor zover wij weten nog niet uit op DVD. Phil Friendly heeft iets met film: vorig jaar is hij er in geslaagd opnieuw zeven songs in films en TV series te plaatsen, en ook dit jaar is de eerste al binnen. Een aantal van die nummers nam Friendly op met de Britse meestergitarist Albert Lee, bekend van zijn werk met onder meer The Everly Brothers, Jerry Lee Lewis, Bo Diddley en The Crickets *** Een teken des tijds: alle onafhankelijke platenwinkels verdwijnen, en zo sluit eind februari Middle Room Records, de in maart 1984 geopende en in doo-wop gespecialiseerde platenwinkel van John Moore gelegen Frankford Avenue 8338 in Philadelphia. Voor wie er ooit geweest is: da’s het platenwinkeltje met Frankie Lymon & the Teenagers geschilderd op het winkelraam. Moore organiseerde niet alleen platenbeurzen en doo-wop concerten, maar ook informele jamsessies in zijn winkel!

ELVIS NIEUWS & GOSSIP

Twee nieuwe boeken die Elvis benaderen vanuit een onverwachte doch gelijkaardige invalshoek zijn Elvis And Ireland waarin Ivor Casey de invloed van Elvis in Ierland en de Europese afkomst van de Presleys behandelt, en Elvis: The Best Of British dat het Elvisverhaal behandelt aan de hand van zijn Britse releases van 1956 tot 1958 die daar destijds verschenen op het HMV-label *** Problemen met het zogenaamde Graceland West, de in 1946 gebouwde en in 1970 door Elvis gekochte villa gelegen Chino Canyon Drive 845 in Palm Springs, niet te verwarren met Elvis’ honeymoon hideaway gelegen Ladera Circle 1350 waar Elvis en Priscilla hun wittebroodsweken doorbrachten. De huidige eigenaar kocht Graceland West in 2004 en organiseerde er rondleidingen en evenementen, maar blijkt intussen zijn lening niet meer af te betalen. Op 11 oktober 2012 vroeg hij het bankroet aan, op 15 februari werd ie eruit gezet en het domein verzegeld.

Naar Boven

21 februari 2013
CRY FOR A BEATLE: TONY SHERIDAN OVERLEDEN


1959: Tony Sheridan (l), Freddie Cannon en Cliff Richard's manager Ian Samwell

Andrew Esmond Sheridan McGinnity alias Tony Sheridan, de man die bekend werd omdat ie in 1961 in Duitsland een single uitbracht met de korte tijd later wereldberoemde pré-Beatles, overleed in datzelfde Duitsland op 72-jarige leeftijd na een hartoperatie. De in 1940 in Norwich geboren Sheridan begon eind jaren ’50 in een skifflebandje, werd gitarist bij de wekelijkse Oh Boy TV show (naar verluidt was hij de eerste elektrische gitarist op de Britse televisie), en werkte als studio- en live gitarist voor artiesten als Gene Vincent, Eddie Cochran, Conway Twitty, Vince Taylor en Marty Wilde. Zo zou hij ook meegetourd hebben op de fatale concertreeks van Gene Vincent en Eddie Cochran: toen Sheridan hen op 17 april 1960 vroeg of hij met hen mocht meerijden weigerden ze botweg, wat wellicht zijn leven redde... Later in 1960 trok hij naar Hamburg om daar op te treden in het clubcircuit en bleek er zo populair dat hij een platencontract met Polydor Records in de wacht sleepte voor zijn debuut-LP, die hij in twee dagen opnam in juni 1961 met een Brits bandje dat hem al eerder live had begeleid, de latere Beatles die toen bestonden uit Paul McCartney, John Lennon, George Harrison en Pete Best. Na een ruzie backstage zag Sheridan zich verplicht Pete Best te ontslaan en te vervangen door drummer Ringo Starr, de drummer van Rory Storm & the Hurricanes met wie hij al eerder had gewerkt. De rock ‘n’ roll opnames werden ingeblikt door een producer van wie je dat niet zou verwachten, namelijk Bert Kaempfert, dezelfde Bart Kaempfert die Strangers In The Night schreef voor Frank Sinatra en decennialang zijn eigen easy listening orkest leidde. In oktober 1961 verscheen onder de naam Tony Sheridan & the Beat Brothers (Beatles leek te veel op “pidels”, Hamburgs dialect voor “penissen”!) de single My Bonnie/ The Saints, die de vijfde plaats bereikte in de Duitse hitparade. In Engeland verscheen My Bonnie op 5 januari 1962 onder de naam Tony Sheridan & the Beatles, en het was volgende de legende te danken aan ene Raymond Jones die in de Liverpoolse platenwinkel van de latere Beatles manager Brian Epstein naar die single vroeg dat Epstein’s interesse in The Beatles werd gewekt. Nadat The Beatles beroemd werden verschenen nog twee singles van de sessies uit 1961: Ain’t She Sweet (enkel The Beatles, met McCartney en Lennon op zang)/ Nobody’s Child (met Sheridan op zang) en Why (met Sheridan op zang)/ Cry For A Shadow, waarbij die Cry For A Shadow een Shadows-achtige gitaarinstrumental is geschreven en gespeeld door The Beatles. Sheridan’s debuut-LP waarvoor de opnames uiteindelijk in de eerste plaat bedoeld waren verscheen in 1962 onder titel My Bonnie, als Tony Sheridan & the Beat Brothers. Toen de Beatlemania toesloeg werden de singles ook in Amerika uitgebracht waar ze zelfs hitjes werden: in 1964 haalde Ain’t She Sweet de 19de plaats, My Bonnie de 26ste plaats en Why de 88ste plaats. De (slechts) zeven nummers zijn sindsdien oneindig heruitgebracht als de eerste opnames van The Beatles (de recentste 50th Anniversary Edition daarvan halde net nog een Grammy Awards nominatie binnen in de categorie Best Album Notes) en Sheridan’s plaatsje in de muziekgeschiedenis was verzekerd.


1961 in de Top Ten Club in Hamburg: The Beatles met Tony Sheridan (r)


Sheridan is altijd in Hamburg blijven hangen, maar zijn muziek evolueerde richting jazz en blues, al heeft hij zijn Beatles connectie nooit van zich kunnen afschudden. Hij toerde nog met Jerry Lee Lewis, Chuck Berry en Chubby Checker, en trad in de tweede helft van de jaren ’60 twee jaar lang op voor de Amerikaanse en geallieerde troepen in Vietnam en Australië. In 1967 werden ze beschoten, waarbij een van de groepsleden dodelijk geraakt werd. Het leverde Sheridan de titel op van ere-kapitein in het Amerikaanse leger. In recentere jaren maakte hij deel uit van het oldiescircuit rond de Star-Club (toen de Star-Club in 1978 heropende was hij headliner), en hij nam in 1978 het album Worlds Apart op met Elvis’ TCB Band. Eén van zijn zonen, Tony Sheridan Jr., woont tegenwoordig in Amerika en is daar rockabilly zanger-gitarist.


Tony Sheridan (l) in recentere tijden met Scotty Moore

Naar Boven

14 februari 2013
KORT ROCK 'N' ROLL NIEUWS


KORT NEDERLANDS ROCK 'N' ROLL NIEUWS

Miss Mary Ann

Op 24 mei stellen Miss Mary Ann & the Ragtime Wranglers hun nieuwe LP/CD voor tijdens de 10de Rockabilly Dazzle in Rotown Rotterdam, en alsof dat niet volstaat krijgt u er ook het Truly Lover Trio (USA) bovenop. Dit wordt de 9e full-CD van de band en singles meegerekend hun 21ste release. Op de CD staat voornamelijk eigen werk van Miss Mary Ann, maar ook speciaal voor haar geschreven liedjes van Dave (“& Deke Combo”) Stuckey en pianist Carl Sonny Leyland. Behalve het nieuwe album lijkt 2013 ook qua optredens een nog beter jaar dan 2012 te gaan worden voor Miss Mary Ann & the Ragtime Wranglers. De band uit Rotterdam trad vorig jaar op in Zwitserland, Italië, het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Spanje en Frankrijk, dit jaar komen ze terug in die landen en brengen ze hun sounds bovendien ten gehore in Rusland en de Verenigde Staten: op 27 maart vliegen ze voor twee optredens naar Viva Las Vegas (ze doorkruisten Amerika al meer dan 10 keer), en op 16 februari speelden ze voor het eerst in Rusland, op uitnodiging van de lokale rockabillyscene. Na een vliegreis van ruim drie uur naar Moskou volgde een reis van 16 uur met de Transsiberië Express naar Kirov voordat zij hun soundcheck konden doen. Totaal betekent dit op en af meer dan 40 uur reizen voor één optreden! *** Nog in mei komt The Original Elvis Tribute opnieuw naar Europa, en daarbij wordt ook twee keer Nederland aangedaan (en geen enkele keer België). Van de voorbije jaren zullen opnieuw van de partij zijn Duke Bardwell (bassist voor 181 Elvisconcerten en de Today sessies), Jerome ‘Stump’ Monroe (in 1971, 1975 en 1977 reserve drummer voor Ronnie Tutt), en Mary & Ginger Holladay (achtergrondzangeressen voor Elvis van 1969 tot 1975). Nieuw is de medewerking van Carol (ook bekend als Sonja) Montgomery, achtergrondzangeres op 11 Elvis LP’s van From Elvis In Memphis (1969) tot Fool (1973) en daarmee ook op kleppers als Suspicious Minds, Kentucky Rain en In The Ghetto. Wat wij daarbij erg interessant vinden is dat zij gehuwd was met Bob Montgomery, de Bob van het duo Buddy & Bob (de slagzin op hun visitekaartje luidde “western & bop”) waarmee Buddy holly zijn eerste opnames maakte. Montgomery en de Holladay zusjes zullen voor het eerst in 40 jaar herenigd worden, de zang is opnieuw in handen van soundalike Robert Washington. Voor de Nederlandse data: check Be There!© *** In deze supersnelle internetwereld toch nu pas bekend geraakt: op 7 december overleed op 69-jarige leeftijd Adriaan Sturm, van 1970 tot 1974 hoofdredacteur van het in verzamelaarskringen erg gewaardeerde Nederlandse rock ‘n’ roll blad Rockville,”het vakblad voor de échte rock ‘n’ roller” dat al van start ging in 1964 onder de naam ROCK onder de bezielende leiding van Cees Klop, dezelfde Cees Klop van later White Label en Collector Records. De op 5 mei 1943 in Vrouwenpolder (Walcheren) geboren Sturm was al rock ‘n’ roll fan sinds de jaren ’50, en de jaren onder zijn hoofdredacteurschap worden beschouwd als de hoogdagen van Rockville. Zo slaagde hij er onder meer in Ronny Weiser van Rollin’ Rock Records te strikken als redacteur. Daarnaast schreef Sturm hoesnota’s voor verschillende LP’s en CD’s van artiesten als Matt Lucas en Ronnie Haig. In 1975 huwde hij met een Amerikaanse en verhuisde hij permanent naar Louisville, Kentucky waar hij ging werken voor de posterijen. Hij runde er ook een website over de geschiedenis van Rockville, waarvan de laatste update evenwel al dateert van 2007. Sturm leed aan darmkanker *** Nieuwe bands, laat ze maar komen, en Slapback Johnny komt intussen sinds vorig jaar uit Wijk bij Duurstede met de opvallende bezetting van gitaar, contrabas, drums en piano. Inmiddels hebben ze een EP’tje uit dat eigenlijk helemaal niet uit is maar gewoon gratis kan gedownload worden via www.slapbackjohnny.nl. Omdat wij nogal onhandig zijn met computers hebben ze de nummers op CD gebrand en naar onze redactie opgestuurd, dus wat wij er van vinden leest u binnenkort in onze recensies. Geniet intussen van deze Caldonia:

KORT BELGISCH ROCK 'N' ROLL NIEUWS

Afdeling jeugdsentiment: op 15 februari was het exact 100 jaar geleden dat Willy Vandersteen, de geestelijke vader van Suske en Wiske, werd geboren, en dat geeft uiteraard aanleiding tot huldebetonen, tentoonstellingen en media-aandacht. Sus en Wis zelf werden geboren in 1945, en al zal iedereen het met ons eens zijn dat de kwaliteit van de strip achteruit is gegaan sinds de albums en personages “vernederlandst” werden en de reeks al jaar en dag lopendebandwerk is (er verschijnen nog steeds vier nieuwe albums per jaar, in 2013 worden dat nummers 321 tot 324), wij blijven genieten van de tekenstijl, thematiek en humor van klassiekers als De Vliegende Aap (1946), Sprietatoom (1946), De Tuf Tuf Club (1951), De IJzeren Schelvis (1954), De Gezanten Van Mars (1955), De Wolkeneters (1960) en Wattman (1966), een liefde die we hopen door te geven aan ons eigen nageslacht.

KORT EUROPEES ROCK 'N' ROLL NIEUWS

Personeelsnieuws: The Kingcats (GB) hebben een nieuwe pianist: ex-Borderlines Jim Hammond vervangt Rusty Lupton die afhaakt om gezondheidsredenen. Lupton speelde in de jaren ’70 al piano en ritmegitaar in de originele pré-Graham Fenton bezetting van Matchbox en is van de partij op hun eerste LP Riders In The Sky. Na Matchbox speelde hij onder meer bij Cadillac en The Alleycats, sinds augustus 2007 zat hij bij The Kingcats. Nu stopt hij met de muziek omdat hij lijdt aan Chronische Obstructieve Longziekte. Zijn vervanger Jim Hammond speelde bij The Borderlines tot die in november 2012 stopten met een nieuw album getiteld Proud Mary onder de arm. Daarnaast heeft hij zijn eigen rhythm ‘n’ blues band Jim Hammond & the Deathrays die deze zomer een nieuwe CD uitbrengen *** Groepen komen, groepen gaan: The Natterjacks (GB) zijn na twee jaar gesplit *** Groepen gaan, groepen komen: The Silvertips (GB) zijn een nieuwe band bestaande uit Leslie John Burgess (zang), Chris Corcoran (gitaar), JJ Zarbo (contrabas), Mike Thorn (drums), Graeme Turner (tenorsax) en Lee Badau (baritonsax), mensen die hun sporen verdienden bij James Hunter, The Big Town Playboys en The Big Six *** Voor wie graag namen noteert in zijn agenda voor ze op de officiële website staan: voor het eerste weekend van oktober heeft Hemsby (GB) alvast Ray Campi, Rosie Flores en Kingsize Taylor geboekt. Kingsize Taylor & the Dominos waren een Britse rock ‘n’ roll band die eind jaren ’50 werd opgericht en onder meer optrad in de Cavern. Ze namen op voor Decca, Ariola en Polydor maar werden vooral bekend voor hun residentie in de Star-Club in Hamburg van 1962 tot 1965. Toen was het liedje uit, waarna Taylor 30 jaar als slager werkte. Na zijn pensionering ging hij opnieuw muziek maken, gebaseerd vanuit Duitsland (hij huwde met een Duitse) *** Altijd leuk, vooral dan voor hemzelf: Johnny Hallyday (F) was vorig jaar op zijn 69ste met 7,6 miljoen euro in het laatje nog steeds de best betaalde muzikant in Frankrijk, zo blijkt uit een klassering door het magazine Challenges. Hallyday gaf in 2012 een veertigtal concerten, van zijn jongste album L'Attente zijn op minder dan twee maand tijd bijna 380.000 stuks over de toonbank gegaan, en van zijn tourmanager kreeg ie alvast een voorschot van 2,5 miljoen euro voor een nieuwe serie concerten in 2013. En ook al heeft zijn muziek al jàren niks meer met fifties rock ‘n’ roll te maken, wij blijven dit alles niet slecht vinden voor iemand die op 14 maart 1960 zijn eerste plaatje uitbracht. Op 7 februari verscheen trouwens Hallyday’s nieuwe “autobiografie” (in 1979 en 1996 verschenen al autobiografieën van zijn hand) getiteld Dans Mes Yeux, waarvoor schrijfster Amanda Sthers hem een jaar mocht volgen. Wij kennen wel Frans (van Dongen, 20 jaar hoofdredacteur van Boppin’ Around, waarvoor dank) maar spreken het niet, maar volgens mensen die het kunnen weten (die blonde Française in onze stamkroeg) bevat Dans Mes Yeux nog geen klein beetje zijn ongezouten mening over zijn vier ex-echtgenotes en zowat al zijn collega-artiesten.

KORT AMERIKAANS ROCK 'N' ROLL NIEUWS (50's/ 60's)

Johnny Cash op postzegel!

Dit jaar brengt de US Postal Service in de nieuwe Music Icons postzegelreeks een postzegel uit met daarop Johnny Cash, in de stijl van een singlehoesje met een foto van Frank Bez uit de fotosessie voor de LP Ring Of Fire: The Best of Johnny Cash uit 1963. De tot nu toe enige zegel in die reeks was tex mex zangeres Lydia Mendoza *** Nog Cash: uit een restaurant in downtown Austin werd in de nacht van 20 op 21 januari een schilderij uit 2006 van lokaal kunstschilder Tra Slaughter gestolen dat Johnny Cash afbeeldt, een nogal merkwaardige diefstal aangezien er geen sporen van inbraak werden vastgesteld en het schilderij aan de foto’s te oordelen een fikse omvang heeft. In elk geval: iémand heeft een uniek collector’s item in zijn bezit… *** Er zijn niet veel boeken over rockabilly, en er zijn nog minder boeken geschréven door rockabillies, en inzake dat tweede is Sun recording artist Mack Allen Smith (hij nam in 1959 drie nummers op bij Sun die destijds onuitgebracht en sindsdien spoorloos bleven: zijn platendebuut zou hij pas maken in 1962 op Vee Eight Records) waarschijnlijk de kampioen: na de roman Honky-Tonk Addict (1996) over een ouder wordende rockabillyzanger en de autobiografie Looking Back One Last Time: A Memoir (2004) kijkt Smith nu toch nog een keer achterom met het nieuwe boek Rock-A-Billy Rebel: Known And Unknown Stars I’ve Known, over zowat alle artiesten waar hij de planken mee deelde van de jaren ’50 tot hij begin jaren ’80 stopte met full time muziek maken. Smith treedt op z’n 75ste nog steeds sporadisch op *** Als wij echt niks beters te doen hebben amuseren wij ons met het speuren naar rock ‘n’ roll links bij grote dure muziekprijzen, en zo vonden we op 10 februari één interessante naam bij de winnaars van de Grammy Awards: de overlevende Beach Boys sleepten de Grammy voor Best Historical Album in de wacht voor Smile, in casu de Deluxe Box Set van The Smile Sessions. Helaas is Smile uit 1967 nu niet bepaald onze favoriete Beach Boys LP. Genomineerd maar naast de prijzen gegrepen: Ray Charles zaliger in de categorie Best Album Notes voor de hoesnota’s van de compilatie Singular Genius: The Complete ABC Singles (op zijn minst het begin van die ABC jaren zijn interessant, want Charles zat bij ABC van 1960 tot 1976), songschrijfster Carole King in de categorie Best Traditional Pop Vocal Album voor haar nieuwe kerst-CD A Holiday Carole, in Engeland uitgebracht als A Christmas Carole), country songwriter Hank Cochran die met Eddie Cochran het duo The Cochran Brothers vormde kreeg een eervolle vermelding in de categorie Best Country Album via Jamey Johnson’s CD Living For Song: A Tribute To Hank Cochran), en zelfs de vroege Beatles toen ze nog rockten met Tony Sheridan werden genomineerd in de eerder genoemde Best Album Notes categorie voor hun First Recordings: 50th Anniversary Edition van de opnames die ze in 1961 in Duitsland maakten voor Bert Kaempfert. My Bonnie! Cry For A Shadow! Ain’t She Sweet! Al verdient die CD ons inziens eerder een Grammy in de categorie Meest Opgevulde Album, want hoe Time-Life Records erin slaagde zeven nummers via mono mixes, stereo mixes, Amerikaanse mixes met extra toegevoegde drums en gitaar, dubs, edits en medleys te vermenigvuldigen tot 34 tracks is een mirakel op zich. Daarnaast kregen bluesman Lightnin’ Hopkins en opnieuw Carole King een Lifetime Achievement Award en Leonard en Phil Chess van Chess Records een Trustees Award.

KORT AMERIKAANS ROCK 'N' ROLL NIEUWS (50's RIPS)


Tweemaal Louisiana Hayride star Tony Douglas, rechts gesandwiched tussen Webb Pierce en Faron Young!

Op 22 januari overleed de op 12 april 1929 geboren Louisiana Hayride zanger Tony Douglas van wie wij exact twee nummers kennen: Shrimpin’ en de Big D Jamboree live opname Seasons Of My Heart. Douglas begon in 1952 te zingen tijdens zijn legerdienst in Kaiserslautern (D) waar hij 18 maanden diende bij het 45ste Anti-Aircraft Battalion, en ging na zijn terugkeer in de States aan de slag bij plaatselijke radiostations. Zijn platendebuut maakte hij in augustus 1957 met Ole Blue Monday/ Echoes Of You op het Cowtown Hoedown label. Op uitnodiging van Johnny Horton’s manager en bassist Tillman Franks mocht ie vanaf 19 oktober 1957 bij de Louisiana Hayride radioshow, waar hij de affiche deelde met artiesten als Eddie Bond en Jimmy & Johnny. De Hayride leidde tot een uitnodiging voor de Grand Ole Opry, maar Douglas zag het niet zitten om daarvoor te verhuizen. In 1958 tekende hij bij D Records waar hij onder meer songs van Jack Rhodes opnam, de man die Woman Love, B-I-Bickey-Bi Bo-Bo-Go, Five Days Five Days en Red Blue Jeans And A Ponytail schreef voor Gene Vincent, én Rockin’ Bones en Action Packed voor Ronnie Dawson. Drie van die D kantjes kwamen destijds zelfs in Engeland uit op een Top Rank EP die Douglas deelde met James O’Gwynn. Een hit kwam er pas in 1961 met Shrimpin’(D 1211), waarna singles volgden op United Artists, Vee-Jay, Custom, Sims, Paula, Cochise en Dot, en LPs als His And Hers (1964, met Autry Inman op bas, Pig Robbins op piano en The Jordanaires op backings), Mister Nice Guy (1966), Heart (1967) en The Versatile Tony Douglas (1969). Douglas was nog immer actief als countryzanger en zijn recentste release getiteld Saved The Best For Last verscheen in 2010 op Cochise. Hij overleed aan een longontsteking na een verblijf van twee weken in een ziekenhuis. Hij werd met militaire eer begraven *** Op 24 januari overleed de 83-jarige tenor John Wyane “Gregory” Carroll, samen met uitvoerster Doris Troy mede-auteur van haar Just One Look (1963). Carroll zat bij doo-wop groep The 4 Buddies die voor het eerst in een studio binnenstapten op 3 mei 1950 om Johnny Otis zangeres Little Esther te begeleiden op haar Just Can’t Get Free voor Savoy Records. Op dat moment noemden ze nog The Metronomes, maar die naam staat niet op Just Can’t Get Free: het plaatje vermeldt als achtergrondzangers The Beltones, een fictieve naam die Otis gebruikte voor verschillende groepen. Op B-kant Cupid Boogie deden de latere 4 Buddies overigens niét mee. Eén dag later tekenden ze een contract bij Savoy, dat gepaard ging met een naamswijziging: de eerste persing van hun op 12 oktober 1950 opgenomen debuutsingle I Will Wait/ Just To See You Smile Again verscheen als The Four Buds (de naam van de groep waarmee Carroll’s oudere broer Charlie Carroll had opgenomen met het orkest van Earl “Fatha” Hines) wat al snel werd omgedoopt in The 4 Buddies. I Will Wait was gelijk hun enige hit: het nummer haalde de derde plaats in de zwarte charts. Tot 1953 brachten ze acht singles uit op Savoy, en daarnaast boden ze in 1953 ook vocale ondersteuning aan Dolly Cooper op haar I’d Climb The Highest Mountain. Helaas bracht dat alles weinig geld in het laatje en in de eerste helft van 1953 was het liedje van The 4 Buddies uitgezongen. Rond mei 1953 kwam Carroll bij The Orioles, net op tijd om mee te zingen op hun klassieker Crying In The Chapel die eind juni 1953 werd opgenomen. Carroll bleef lid van The Orioles tot die twee jaar later ook splitten, waarna hij in 1956 met een andere voormalige 4 Buddie, Larry Harrison, The Dappers oprichtte, een groep die slechts twee singles zou uitbrengen, Unwanted Love/ That’s All That’s All That’s All en Bop Bop Bu/ How I Need You Baby, beide uit 1956. Harrison had een jaar eerder al onder eigen naam een remake van I Will Wait uitgebracht op Savoy, maar daarop zingt Carroll niet mee. Begin jaren ’60 zette hij gospelgroep The Halos op, in de jaren ’70 zong hij bij Jimmie Nabbie’s Ink Spots, en daarnaast deed hij veel studiowerk en productie. U vindt de complete output van The 4 Buddies op een in 1998 in Italië uitgebrachte Dipper CD die – waarom de zaken moeilijk maken als het ook eenvoudig kan – als titel The 4 Buddies meekreeg *** Op 26 januari overleed de 84-jarige James E. Renfro, samen met zijn broer Raymond hillbilly duo The Renfro Brothers dat in 1954 op Dixiana Records de single Ever Ready/ Just Over A Girl uitbracht, terug te vinden op de White Label LP’s Boppin’ Hillbilly Volume 21 en Primitive Sound. Just Over A Girl staat ook op de Zomboco CD Real Rare Rockabilly Volume 9. Van de broers hebben wij nooit nog wat gehoord, behalve dat James Renfro tandarts was in Louisville, Kentucky ***


Sally Starr toen met Popeye... en in 2010 met Comets gitarist Franny Beecher!

Op 27 januari, 2 dagen na haar 90ste verjaardag, overleed TV-presentatrice en cowgirl Sally Starr, erg populair in het Amerika van de jaren ’50 en ’60. Dat op zich volstaat niet om de kolommen van Boppin’ Around te halen, maar ze nam ook plaatjes op en daar zat wel degelijk rock ‘n ‘roll tussen, zoals Rockin’ In The Nursery en Little Pedro, beide uit 1959. Op haar LP Our Gal Sal (1958) werd ze begeleid door niemand minder dan Bill Haley & His Comets, en het was ook Haley die voor haar Rocky The Rockin' Rabbit (een single in 1960) en ABC Rock (1958) schreef, dat Haley een jaar later zelf zou opnemen, niet te verwarren met Shake Rattle And Roll B-kant ABC Boogie. Een aantal van die plaatjes van Sally Starr verschenen op Clymax Records, een label dat Haley uit de grond gestampt had. Later werd ze radio-DJ en baatte ze een pizzeria uit. Ze was in een handvol films te zien en schreef een autobiografie getiteld Me, Thee & TV *** Graag staan we ook even stil bij het overlijden op 30 januari van mezzosopraan Patricia Marie Andrews, de jongste van de drie Andrews Sisters maar op haar 94ste de enige die nog leefde. Geen rock ‘n’ roll? Als u dat zegt zal dat wel, maar wij kunnen blíjven genieten van Bei Mir Bist Du Schön (1938), Beer Barrel Polka (1939), Pistol Packin’ Mama (1942, met Bing Crosby), Tico Tico (1944) en Rum And Coca-Cola (1945). Patty was slechts zeven jaar toen ze begon te zingen bij The Andrews Sisters en zingen bleven ze doen tot het trio, dat naar verluidt naast het podium heel wat minder goed overeenkwam dan op het podium, in 1951 splitte. Patty ging bij een andere groep zingen, Maxene en LaVerne deden verder als duo. In 1956 volgde een reünie waarna ze verder opnamen voor Capitol en Dot. The Andrews Sisters traden voor het laatst op op 27 september 1966 in de Dean Martin TV-show. Een jaar later overleed oudste zus Maxene aan kanker en gingen LaVerne en Patty door als duo. In 1968 ging Patty solo. De statistieken: The Andrews Sisters namen meer dan 600 nummers op waarvan ze meer dan 100 miljoen platen verkochten, hadden 113 Billboard hits waarvan er 46 de Top 10 haalden, en waren te zien in 17 films ***


Patty Andrews toen en recenter

Op 4 februari overleed Tommy Gordon Cassel, de man die in 1958 exact twee singles uitbracht op zijn eigen Cassel label, Go Head On/ Run Along Little Girl en Rockin’ Rock And A Rollin’ Stone/ It Ain’t What You Got, vier kantjes die sinds Go Ahead On in 1974 voor het eerst opdook op de (Nederlandse!) Collector LP Piano Rock ‘n’ Roll alle vier flink gecompileerd zijn. Tommy Cassel werd op 16 mei 1924 geboren en groeide op op de boerderij van zijn ouders, waar hij eerst probeerde fiddle te leren spelen (zijn vader speelde fiddle in een dansband) maar al snel overschakelde op mondharmonica in de stijl van Wayne Raney. Na zijn highschool ging hij in Shreveport, Louisiana werken voor de Libbey-Owens-Ford Company, een bedrijf dat onder meer autoruiten maakte, maar tegelijkertijd zocht ie zijn heil in de muziek. Naast muzikant was hij in Shreveport ook lid van Afdeling 116 van de American Federation Of Musicians, bij wie hij zes jaar werkte voor de directie, waarvan vier jaar als vertegenwoordiger. Om kort te gaan: Cassel heeft in de loop der jaren flink wat rondgehangen in de backstage van de Louisiana Hayride en schijnt daar iedereen van Faron Young, The Carlisles, Kitty Wells, Johnny Horton, Tillman Franks en Jimmy & Johnny tot zelfs Hank Williams nog gekend te hebben. Cassel financierde zelf de opname van zijn vier zelfgeschreven nummers in de studio’s van radiostation KWKH, gevestigd in de Commercial Building op de hoek van Market Street en blok 200 van Texas Street in Shreveport. Opvallend is het opnamepersoneel: tussen de muzikanten vinden we ook James Burton op leadgitaar en DJ Fontana op drums! De twee singles verkochten destijds wegens gebrek aan promotie en distributie voor geen meter, en Cassel heeft de hem resterende dozen nog tot in de jaren ’70 stuk per stuk via de post verkocht aan Europese verzamelaars. In 1980 werd hij een van de oprichters van de Shreveport Southern Songwriters Guild, begin jaren ’90 was hij jurylid van de staat Louisiana voor de nationale "Country Showdown" waarvan de jaarlijkse finale doorging in de Grand Ole Opry. Van 1997 tot 2000 bokste hij een jaarlijkse amateurshow in elkaar voor de Shreveport Regional Arts Council, vanaf 1999 werkte hij voor de raad van de Friends Of Rebel State Historic Site, bij wie hij het schopte tot president en hoofd entertainment. Voor zover wij weten heeft ie nog één keer in de opnamestudio gestaan, in 2006 als gast op de CD Dreamland van ene Dandy Don Logan, op het nummer Hillbilly dat een eerbetoon is aan countrypioniers die hun muziek trouw bleven maar nooit de status van superster bereikten. Cassel sukkelde al enkele jaren met zijn gezondheid *** Op 5 februari overleed Ethel "Darlene" McCrae van meidenband The Cookies aan de gevolgen van kanker. The Cookies werden in 1954 opgericht in Brooklyn door Darlene en haar nichtjes Beulah Robertson en Dorothy Jones. Jesse Stone ontdekte hen tijdens een talentenjacht in het Apollo Theater in Harlem, waarna ze op Lamp Records de single Don’t Let Go uitbrachten, een compositie van Jesse Stone en de originele versie van dit nummer dat in 1965 gecoverd zou worden door Jerry Lee Lewis. Daarna tekenden The Cookies bij Atlantic, waar ze drie singles uitbrachten (In Paradise haalde in april 1956 net de R ‘n’ B Top 10) en backings inzongen voor artiesten als Big Joe Turner (Honey Hush), LaVern Baker, Ruth Brown, Chuck Willis en... Ray Charles, die in 1958 Darlene en mede-Cookie Margie Hendrix full time inlijfde als basis van zijn vaste achtergrondkoortje The Raelettes. Darlene bleef bij Ray Charles tot 1967, wat betekent dat ze niet meezingt op de twee Top 20 hits van The Cookies, het door The Beatles gecoverde Chains uit 1962 en Don’t Say Nothing Bad (About My Baby) uit 1963. In die Cookies zat wel Darlene’s jongere zus Ethel “Earl-Jean” McCrea. Darlene zingt ook niet op de hits waarbij The Cookies andere artiesten begeleidden zoals The Loco-Motion (Little Eva) en Breaking Up Is Hard To Do (Neil Sedaka), en evenmin op de solo opnames van The Raelettes nadat ze daaruit stapte. Solo opnames van Darlene zelf als My Heart's Not In It en You Made A Fool Of Me haalden evenmin de hitparade. In 1967 kwam Darlene opnieuw bij The Cookies, net op tijd om mee te zingen op hun laatste twee singles. Wat Darlene sindsdien deed is ons onbekend. The Cookies treden nog steeds op met als enige originele groepslid Margaret Ross die in 1961 bij de groep kwam *** Tja, de fifties artiesten sterven bij bosjes, en artiesten uit de jaren ’40 zijn bijna helemáál uitgestorven. Daarnet hadden we al Patty Andrews, en op 5 februari overleed de 95-jarige Paul Tanner, naar verluidt het laatst levende lid van het Glenn Miller Orchestra: de op 15 oktober 1917 geboren Tanner speelde trombone voor Glenn Miller van 1938 tot 1942 en was ook van de partij op In The Mood (1939). Later werd hij muzikant in Hollywood en vanaf 1958 werkte hij mee aan de ontwikkeling van de electro theremin, het space-age instrument met de ijle klanken dat Tanner in 1966 zelf bespeelde om echte vibraties toe te voegen aan Good Vibrations van The Beach Boys. Daarnaast was hij muziekprofessor aan de universiteit van Los Angeles en schreef hij boeken over jazz. Tanner stierf in een verzorgingstehuis aan de gevolgen van een longontsteking.

ELVIS NIEUWS & GOSSIP

Gibson brengt ter gelegenheid van de 81ste verjaardag van Scotty Moore 81 ES 295 gitaren op de markt, een kopie van Scotty’s gitaar uit 1952 met alle wijzigingen zoals Elvis’ gitarist ze destijds aanbracht. Bovendien worden ze alle 81 gesigneerd door Scotty. Hij ruilde in 1953 een Fender Esquire in voor de Gibson ES 295 met serienummer A 12290 uit 1952 en gebruikte die gitaar eerst bij zijn groep The Starlite Wranglers en later op bijna alle Sun opnames. Op 7 juli 1955 ruilde hij ze in voor een Gibson L5. Zijn originele ES 295 is nu in het bezit van ene Larry Moss, een verzamelaar van memorabilia uit Memphis *** Wellicht binnenkort tegen de vlakte: het “Graceland van de Westkust”, de in 1958 gebouwde en door Elvis in 1967 gekochte villa met zwembad in het Trousdale Estate aan Hillcrest Road in Beverly Hills, Los Angeles. Het stulpje werd voor 9,8 miljoen dollar gekocht door Hard Rock Café mede-oprichter Peter Morton (de originele vraagprijs was net geen 13 miljoen dollar) die er een compleet nieuw huis wil neerpoten. Om dat te verhinderen zal er misschien beroep kunnen worden gedaan op de recente historic preservation ordinance die Beverly Hills aannam, omdat het domein een ontwerp is van Rex Lotery, die op de lijst van “meester architecten” staat die wordt gebruikt om te bepalen of een gebouw wel of niet dient beschermd.

Naar Boven

31 januari 2013
KORT ROCK 'N' ROLL NIEUWS


KORT NEDERLANDS ROCK 'N' ROLL NIEUWS

Tjendol Sunrise

Door de drukte en ontwikkelingen bij Indo-rock 'n' roll-band Tjendol Sunrise heeft contrabassist Willie Pieters besloten niet verder te kunnen met The Three Farmers Boys. Nieuwe bassist van The Three Farmers Boys wordt Roel Huizinga van oldschool rockabilly trio The Hayride Silvertones. Als we ons niet vergissen staat er trouwens nog een nieuwe CD van de drie boerenjongens op stapel mét Willie Pieters *** Ook het gecomebackte 57 Fairline is in blijde verwachting van een nieuwe CD.

KORT BELGISCH ROCK 'N' ROLL NIEUWS

Lady Linn & her Magnificent Seven treden momenteel op versterkt met een extra negenkoppige blazerssectie.


Lady Linn & her Magnificent Seven

KORT EUROPEES ROCK 'N' ROLL NIEUWS

In de nacht van 21 op 22 december werd het busje met daarin al het materiaal van The Jets gestolen. De witte Mercedes Sprinter 313 met geblindeerde ruiten was voorzien van een stuurslot en een alarm, maar dat schrok de dieven niet af: het complete busje werd opgetakeld, en de politie gaat er dan ook van uit dat het om een diefstal op bestelling gaat, ook al omdat het muziekmateriaal niet zichtbaar was vanaf straat. The Jets spelen al 37 jaar en het is voor het eerst dat dit hun overkomt. Momenteel behelpen ze zich met het busje en het muziekmateriaal en de instrumenten van hun zonen, die in de band Lights Out spelen. De band is onder meer een compleet PA systeem met mengtafel, statieven, microfoons en monitors, een lichtinstallatie, een contrabas, een Peavey basversterker, gitaren met effectpedaaltjes en tuners, en een Premier drumstel met Sabian and Zildjian cymbalen kwijt. Moest u plots verdacht materiaal aangeboden krijgen, contacteer The Jets via info@thejets.co.uk *** Teddy Boys: A Concise History is een nieuw boek van Ray Ferris en Julian Lord over de opkomst, hoogdagen en comeback van het teddy boy fenomeen *** Pagan Gould stopt op 23 februari na drie jaar als contrabassist bij The Firebirds (GB), in 2010 verving hij Richie Lorriman die The Downtown Daddyos opstartte. Gould geeft aan dat ie minder tijd on the road wil doorbrengen, maar laat tegelijk weten dat ie met een eigen trio gaat beginnen. Wie zijn vervanger wordt bij The Firebirds is nog niet bekend.

KORT AMERIKAANS ROCK 'N' ROLL NIEUWS (50's/ 60's)

Er zijn nieuwe gegevens opgedoken betreffende de verdrinkingsdood van de toen 43-jarige Rebel Without A Cause actrice Natalie Wood in 1981: volgens een nieuw rapport vertoonde het stoffelijk overschot onverklaarde plekken en schrammen op gezicht, nek en armen die kunnen veroorzaakt zijn vòòr het tijdstip van overlijden. Het tien pagina’s tellend verslag wordt toegevoegd aan het autopsierapport van meer dan 30 jaar geleden. Vorig jaar werd de doodsoorzaak officieel gewijzigd van verdrinking in “verdrinking en andere onbepaalde factoren”. Toch blijven de officiële instanties voorzichtig, omdat niet bepaald kan worden wanneer de verwondingen plaatsvonden. Wood was aan boord van een jacht met haar echtgenoot Robert Wagner, acteur Christopher Walken met wie ze op dat ogenblik een film draaide, en de kapitein, en kwam om onbekende redenen in zee terecht. Zelfmoord werd uitgesloten omdat Wood geen geschiedenis van zelfmoordplegingen had en geen briefje achterliet. Wagner, die haar dood als een ongeval beschouwt, werd nooit genoemd als verdachte, ondanks tegenstrijdige verklaringen van de drie aanwezigen en een laattijdig aangeven van haar verdwijning. De zaak werd heropend nadat de kapitein op TV had verklaard dat hij Wagner en Wood hoorde ruziemaken voor ze verdween. Wagner schreef in 2008 in een boek dat hij die nacht ruzie had met Christopher Walken *** Speciale gaste op Deke Dickerson’s 10de (en laatste) Guitar Geek Festival eind januari is de inmiddels 65-jarige Donna Loren, in 1964-1965 te zien in vijf Beach Party films. In de eerste daarvan, Muscle Beach Party, zong ze het nummer Muscle Bustle in duet met Dick Dale. Loren bracht in 2010 nog een nieuwe CD uit en is momenteel haar autobiografie aan het schrijven *** Op 19 januari verkocht voor 4,62 miljoen dollar: de enige echte Batmobile uit de TV-reeks die liep van 1966 tot 1968. De Batmobile, gebouwd door customizer George Barris in zijn Barris Kustom Industries autoshop op Riverside Drive in Noord-Hollywood, was een omgewerkte 1955 Lincoln Futura conceptauto, een ontwerp van de styling afdeling van Ford Lincoln waarvan in 1954 met de hand één prototype is gebouwd door Ghia Body Works in Turijn (I) dat in 1955 tentoongesteld werd op het autosalon van Chicago. Barris, ook de maker van onder meer de Munster Koach en de Oldsmobile uit 1921 van de Beverly Hillbillies, had dat ene exemplaar van de Futura begin jaren ’60 gekocht en voegde er kogelvrij Plexiglas windschermen, de Bat Ray (een dubbele 450 watt laserstraal die obstakels verpulverde), de Bat-O-Meter (een Tom Tom om schurken mee op te sporen) en oliespuiten (eigenlijk koppen van tuinsprinklers) aan toe, en transformeerde de Lincoln op 15 dagen voor 15.000 dollar. Sinds de reeks in 1968 afliep stond de Batmobile bij Barris in een gallerij. Dat de koper over voldoende fondsen beschikt blijkt uit diens naam: autoverzamelaar Rick Champagne uit Arizona. De Batmobile rijdt nog steeds en de op 2 januari 88 jaar geworden Barris is nog steeds alive and kicking, en het muziekje op zijn mobieltje is... het thema van Batman!


George Barris in Batman jack bij (toen nog) zijn Batmobile

KORT AMERIKAANS ROCK 'N' ROLL NIEUWS (50's RIPS)

In november overleed Jerome Ramos, de originele leadzanger van doo-wop groep The Velours, op 70-jarige leeftijd aan keelkanker. The Velours tekenden in 1956 bij Onyx Records en Ramos schreef hun bekendste nummer, Can I Come Over Tonight. Daarnaast hoor je zijn tenor op opnames als My Love Come Back, Romeo, This Could Be The Night, Remember en Can I Walk You Home. In 1958 werd Onyx overgekocht door MGM, en The Velours namen nog op voor MGM sublabel Cub, en later voor Goldisc en End. Eind jaren '50 splitten ze, maar Ramos en enkele andere Velours richtten eind jaren ’60 soulgroep The Fantastics op die opnamen voor Deram en Bell en in Engeland scoorden met Something Old Something New en Love The Life I Lead. In de jaren '80 werden The Velours heropgericht door Charles Moffitt die in 1957 bij de groep was gekomen, maar Ramos maakte geen deel uit van deze nieuwe bezetting *** Op 14 december overleed de op 16 oktober 1947 geboren tenor Terry Huff, in 1963 lid van Andy (Terry’s broer) & the Marglows, die op Liberty Records het origineel van Just One Look uitbrachten nadat ze een demo van dat liedje door Doris Troy hadden gehoord. De versie van The Marglows kwam dus eerst uit maar werd al snel opgeslokt door Troy’s hitversie. Na een tweede single, I’ll Get By, splitte de groep. Huff ging in 1969 bij de politie werken maar dook midden jaren ’70 opnieuw op als soulzanger. De laatste single die wij van hem kennen dateert uit 1982. In 2010 kreeg hij te horen dat hij aan darmkanker leed *** Op 24 december overleed de op 19 november 1936 geboren Ray Collins die eind jaren ’50 in verschillende doo-wop bands zong. In 1963 schreef hij samen met de piepjonge Frank Zappa het doo-wop nummer Memories Of El Monte voor The Penguins Featuring Cleve Duncan (hoewel het eigenlijk werd ingezongen door Cleve Duncan & the Viceroys), een soort medley die refereerde naar hits als In The Still Of The Night (Five Satins), A Thousand Miles Away (Heartbeats), Buick 59 (Medallions) en Earth Angel (Penguins). Collins en Zappa zouden later de absurdistische rockband The Mothers Of Invention oprichten. Collins werkte tot midden jaren ’70 samen met Zappa, daarna raakten wij zijn spoor kwijt. Naar verluidt werkte hij in Hawaii als afwasser en in Los Angeles als taxichauffeur, en leefde hij tegenwoordig van een uitkering en de royalties van Memories Of El Monte in een busje in Claremont, Californië, waar men hem regelmatig kon zien zitten op een bankje. “De mensen vragen me waarom ik al 40 jaar niet meer op een podium gestaan heb”, zo lazen wij in een interview met hem. “Geen idee. Als je van het leven geniet staat dat blijkbaar gelijk met niet succesvol zijn. Snap je wat ik bedoel? Ik geniet gewoon van het leven”, leven waaraan een eind kwam toen Collins op 18 december bewusteloos werd aangetroffen achter het stuur van zijn busje, het slachtoffer van een hartaanval. Op 24 december werd de beademingsapparatuur stopgezet *** Harold Jackson, baszanger van de Ink Spots groep die midden jaren ’50 opnam voor King Records, overleed in december op de gezegende leeftijd van 102 jaar. Jackson groeide op in Chicago waar hij eind jaren ’20 op school contrabas begon te spelen. In 1952 werd hij door Charlie Fuqua uitgenodigd bij zijn Ink Spots te komen bassen en zingen, op een ogenblik dat de originele Ink Spots waren uiteengevallen in twee verschillende Ink Spots, een groep geleid door Bill Kenny en een groep geleid door Deek Watson en Charlie Fuqua. De Fuqua groep met Harold Jackson nam tussen 1953 en 1955 negen platen op voor King. Jackson leidde nog een tijdje zijn eigen Ink Spots versie en is steeds bij diverse incarnaties van de legendarische pré-doo-wop groep blijven zingen tot hij in de 90 was *** Tja, doo-wop bands bestonden in de jaren ’50 altijd uit vier of vijf man, en het lijkt dan ook of er vandaag de dag 4 tot 5 keer meer oude doo-woppers sterven. Op 10 januari overleed de 70-jarige James "Buddy" Owens, die rond 1958 bij The Versatiles begon te zingen. In 1962 werd hij lid van The Velons, bij wie hij anno nu nog steeds zong. Je hoort hem als leadzanger op Velons opnames als Your Promise To Be Mine, Everybody's Got A Home But Me en Blue Lover *** Ook dood: Victor "Rod" Rodriguez, tenorzanger bij de in 1959 in Manhattan opgerichte doo-wop groep The Delmonicos (AKU en Joda Records). Recenter zong hij bij John Kuss & the Excellents, The Creations (2003), Kid Kyle's Kool Kats (2005) en The Cameos *** Op 11 januari overleed de 72-jarige ex-deejay Jimmy O'Neill, van 1964 tot 1966 TV presentator van de muziekshow Shindig. Dat programma is net iets te sixties voor ons, maar O’Neill huwde in 1961 wel mooi met Sharon Sheeley, ex-liefje van Eddie Cochran. Vijf jaar later zouden ze scheiden. O’Neill werd in The Flintstones geparodiëerd als "Jimmy O'Neillstone".

KORT AMERIKAANS ROCK 'N' ROLL NIEUWS (NEO/ HEDENDAAGS)

Op 17 december overleed de 71-jarige platenverzamelaar en R ‘n’ B, blues, gospel en doo-wop expert George A. Moonoogian. Van beroep leraar Engels begon hij al in de jaren ’50 platen te verzamelen. Hij schreef voor gespecialiseerde magazines als Goldmine, Record Exchanger en Record Collectors’ Monthly en was daarbij een pionier inzake het onderzoek naar artiesten als Amos Milburn, Big Joe Turner en Doc Pomus. Daarnaast was hij blues en boogie pianist en nam hij zelf één plaatje op met een vocal groep genaamd The Serenaders (op het label staat The Serenders), Goodnight Sweetheart/ Come Back My Love op Clifton Records, opgenomen in 1974 en uitgebracht in 1977. Een aantal jaren terug had hij een beroerte waardoor zijn korte termijn geheugen werd aangetast. Vorige zomer verslechterde zijn gezondheid *** Op 28 december overleed de op 18 mei 1945 in de Bronx geboren tenor Bruce Allan Goldie, lid van diverse “tweede generatie” doo-wop en acapella groepen als The Pacers, The Meridians, The Dreamers, Uptown Express, The Five Boroughs (die opnamen voor Ave, D, Crescent en Classic Artists) en Eddie Pardocchi's Five Discs *** Orkaan Sandy verwoestte het huis in Belle Harbor op het Rockaway schiereiland van Queens, New York van Kenny Vance, zanger van neo-doo-wop groep Kenny Vance & the Planotones. Vance zelf was afwezig toen de orkaan passeerde: hij trad op op een cruise. Al zijn platen, foto’s en memorabilia zijn verloren gegaan *** Het einde van een tijdperk: op maandag 7 januari vond de allerlaatste Ronnie Mack’s Barn Dance plaats, nogal eens een vaste spot voor rock ‘n’ roll liefhebbers op vakantie in Los Angeles omdat je nooit wist wie er kon opduiken, of het nu The Collins Kids, Ray Campi, Janis Martin, Brian Setzer of James Intveld was. Zelf zijn we d’er één keer geweest en toen zijn we toch maar mooi op de foto gegaan met Tommy Sands die doodgewoon tussen het publiek zat! Rollin’ Rock artiest Ronnie Mack zat zijn eerste Barn Dance voor op 17 januari 1988 in de Little Nashville Club in Noord-Hollywood, en dat groeide uit tot een wekelijkse rootsmuziek jamsessie. Ze verhuisden ze naar de bekende Palomino club tot die in 1995 de saloondeuren sloot. De Barn Dance vond sindsdien plaats op verschillende locaties als Cahoots in Glendale, Jack's Sugar Shack op de hoek van Hollywood & Vine (die afbrandde), Crazy Jack's in Burbank, de Thunderbird Club (ook bekend als de Blue Saloon), El Cid in Noord-Hollywood, de Cat Club en de Culver Saloon. De concerten werden een tijd lang live uitgezonden op de radio, en meest recent was de Barn Dance een maandelijks evenement in Joe’s Great American Bar & Grill. Speciale gast op 7 januari was fifties saxofonist Big Jay McNeely. Waarom de intussen toch ook al 59-jarige Ronnie Mack (onze favoriete single van hem: I Love Traci Lords uit 1986) er nu mee ophoudt is ons niet bekend *** Op 20 januari overleed Jack Brown die in 1970 bij Earl Lewis' Channels kwam en meedoet op hun opnames voor Rare Bird en Channel. Hij stapte in 1975 uit de groep om er in 1988 opnieuw bij te komen, en hij bleef lid van The Channels tot die er onlangs definitief mee stopten.

ELVIS NIEUWS & GOSSIP

RIP John Wilkinson

Hadden we op 11 januari net op onze site gezet dat het niet goed ging met de 67-jarige John R. Wilkinson, kregen we enkele uren later bericht dat hij zijn strijd tegen kanker heeft verloren. Wilkinson was ritmegitarist voor Elvis van 1968 tot Elvis’ dood in 1977, speelde zo’n 1200 concerten met hem als lid van de TCB Band, en wordt op elke live plaat van Elvis uit de jaren ’70 door Elvis voorgesteld aan het publiek. Vòòr Elvis speelde en zong hij bij het Kingston Trio en The New Christy Minstels, en het was tijdens een TV optreden van die laatste dat Elvis de toen 23-jarige Wilkinson opmerkte. Het fingerpickende arrangement van Early Morning Rain wordt beschouwd als een idee van Wilkinson die ook banjo speelde. Eind jaren ’60 begin jaren ’70 bracht hij ook drie solosingles uit op RCA: July You’re A Woman/ City Sidewalks, (You’ve Got) Nothing To Be Ashamed Of/ Make It Rain en The Last Resort/ The Great Truck Race. Na 1977 speelde hij nog enkele jaren muziek, maar uiteindelijk hing hij zijn gitaar aan de wilgen en werkte hij in managementfuncties bij Radio Shack en een luchtvaartmaatschappij. Na een beroerte in 1989 was hij gedeeltelijk verlamd en kon hij geen gitaar meer spelen. Sindsdien kwam hij naar Europese Elvistreffens, niet als gitarist maar als zanger. Er zijn minstens twee boeken over hem geschreven: My Life Before, During And After Elvis Presley van Nick Moretti, en Memories, Sweeter Thru The Ages Just Like Wine: On The Road With Elvis And John Wilkinson door Peter Verbruggen *** Twee dagen eerder overleed op 9 januari in Shreveport de 87-jarige Frank Page die op 16 oktober 1954 Elvis aankondigde op de Louisiana Hayride. Page wordt nogal eens beschouwd als de man die als eerste de gevleugelde uitdrukking “Elvis has left the building” bezigde, maar dat klopt niet: die eer komt Horace Lee Logan toe die de beroemde frase als eerste gebruikte op 15 december 1956. Page werkte 65 jaar voor Radio KWKH in Shreveport (hij was omroeper bij de Hayride vanaf 1949, waar hij twee jaar eerder was beginnen werken) en ging in 2005 met pensioen ***


Elvis en zijn Blue Moon Boys op de Louisiana Hayride:
rechts komt Frank Page piepen, met op zijn blad papier wellicht de naam van die nieuwe zanger...

Op 21 december overleed de 84-jarige LaVerne (ook wel: Vern) Stovall, schrjjver van Long Black Limousine. De allereerste Long Black Limousine werd in 1958 opgenomen door Wynn Stewart, maar omdat de opname pas in 2000 verscheen op de Bear Family Wynn Stewart 10-CD-doos Wishful Thinking wordt de auteursversie van Stovall zelf uit 1961 algemeen beschouwd als het origineel. Rose Maddox nam het op in 1962, Elvis op 13 januari 1969 de LP From Elvis In Memphis. Zelf nam Stovall rock ‘n’ roll nummers op als Left Behind (1958) en bracht hij nummers uit met de in 1985 op 53-jarige leeftijd overleden gitarist Phil Baugh, een ontdekking van Vern Stovall die Baugh in 1962 aan een platencontract bij Crest Records hielp. Stovall schreef en speelt mee op instrumentals als Bumble Twist, Moon Magic en Country Guitar (een hitje in 1965) en zingt op onder Baugh’s naam uitgebrachte hillbilly als One Man Band (1965). Te oordelen aan de YouTube clipjes die we van hem vonden trad Stovall nog steeds op *** Ook met de 77-jarige Red West, in 1955 roadie voor Elvis en lid van de Memphis Mafia van 1960 tot hij in 1976 ontslagen werd, gaat het niet goed: hij werd geopereerd aan zijn maag en kreeg een hartoverbrugging ingeplant. Zijn neef Sonny West, die in 1977 samen met Red het boek Elvis: What Happened? schreef, lijdt aan keelkanker en ondergaat chemo *** Eveneens gehospitaliseerd: George C. Nichopoulos alias Doctor Nick, sinds hij Elvis in 1967 behandelde voor zadelpijn vanaf 1970 Elvis’ persoonlijke huisarts, en volgens velen medeverantwoordelijk voor Elvis’ voortijdige heengaan door zijn gul voorschrijfgedrag. In 1980 werd Nichopolous niet schuldig bevonden aan het overdadig voorschrijven van geneesmiddelen aan onder meer Elvis en Jerry Lee Lewis, en hij ontsnapte aan een beschuldiging van moord op Elvis (in 1977 alleen al schreef hij Elvis meer dan 10.000 dosissen amfetamines, barbituraten, kalmeerpillen, slaappillen, laxatieven en hormonen voor – volgens Nichopoulos’ versie wou hij daarmee Elvis’ verslaving juist àfbouwen) wegens de conflicterende medische opinies over Elvis’ doodsoorzaak. In 1995 werd zijn medische licentie definitief afgenomen door het Tennessee Board Of Medical Examiners, waarna hij nog een tijdje road manager werd voor Jerry Lee Lewis. De nu 86-jarige Dr Nick kan na drie mislukte heup-operaties niet meer stappen *** Tupelo kondigt plannen aan om het huisje waar Elvis op 8 januari 1935 werd geboren en woonde tot zijn ouders op zijn dertiende naar Memphis verhuisden uit te breiden met een picknickarea met barbecue, een facelift voor de souveniershop, en twee nieuwe bronzen beelden, een van Elvis als elfjarig jongetje zittend op een melkkrat, en een van de volwassen Elvis in jumpsuit met zijn armen uitgestrekt en zijn hoofd gericht naar de hemel, de pose waarmee hij in de jaren ’70 zijn concerten afsloot. De kosten worden geraamd op 750.000 tot 1 miljoen dollar. Eerder werden er al een standbeeld van Elvis op dertienjarige leeftijd, een theater met 126 zitplaatsen, een amphitheater en extra parking neergepoot *** Wat ons eraan doet denken: er wordt nog steeds druk gelobbied en geld ingezameld voor de redding van de Circle G Ranch, het in 1967 door Elvis gekochte buitenverblijf in Horn Lake, Mississippi “waar de koning cowboy werd”, of toch tot hij het domein in 1969 verkocht aan een jachtclub. Toen die de afbetalingen niet meer kon financieren ging de Circle G opnieuw naar Elvis, die haar definitief van de hand deed in mei 1973. Door de jaren heen zijn er diverse vruchteloze pogingen ondernomen de 62 hectare grote site te herwaarderen, en sinds oktober 2009 staat het domein opnieuw te koop. Bedoeling van een stel vrijwilligers die zich verzameld hebben in de non profit Circle G Foundation is het domein te renoveren en open te laten stellen voor het publiek. Probeem daarbij is de astronomische vraagprijs van 6,5 miljoen dollar, intussen verlaagd tot “slechts” 3,9 miljoen dollar, nog steeds een astronomisch bedrag voor de vervallen staat waarin het verkeert, en dat uiteraard te wijten aan de Elvis connectie *** Op 5 februari verschijnt de zevende Spankox Elvis re-mix CD, getiteld: Elvis Re-Born *** De 76-jarige Joe Moscheo stopt bij The Imperials en verhuist naar het land van zijn roots, Italië. Na zijn vertrek is er bij The Imperials nog één groepslid dat nog met Elvis zong, bas Armond Morales.

Naar Boven

24 januari 2013
NIEUWE HOOFDREDACTEUR BOPPIN' AROUND

Na bijna 20 jaar als hoofdredacteur gefungeerd te hebben stopt Frans van Dongen met deze bewerkelijke bezigheid. Dit wil niet zeggen dat er een einde aan Boppin’ Around komt want er is een waardige opvolger gevonden in Frantic Franky, redacteur van Boppin’ Around sinds 1998. Dat is toch ook al weer 15 jaar en daarom kunnen we hem met recht een logische opvolger noemen. De andere redacteuren zijn en blijven Henri Smeets en Frank Nelissen (redacteur sinds het eerste uur), al kampt Frank sinds enkele jaren met zijn gezondheid waardoor zijn bijdragen miniem zijn.
Het wil overigens niet zeggen dat Frans stopt met Boppin’ Around. De Boppin’ Around oprichter blijft eindredacteur en webmaster, wat wil zeggen dat hij de uiteindelijke teksten op de site blijft zetten. Wij wensen Frantic Franky veel succes in zijn nieuwe uitdaging!


Links de 'oude' en rechts de 'nieuwe' hoofdredacteur

Naar Boven

11 januari 2013
JIMMY McCRACKLIN OVERLEDEN

Inmiddels liggen de jaren ’50 meer dan 60 jaar achter ons, en de artiesten uit die tijd die nog leven worden steeds schaarser. Wat leidt tot de merkwaardige vaststelling dat er regelmatig artiesten komen te overlijden waar je eigenlijk nooit bij stilstond dat ze nog leefden. Zo iemand was pianist Jimmy McCracklin, de man van The Wobble en The Walk en The Chicken Scratch en de Georgia Slop, overleden op 20 december op 91-jarige leeftijd, al deed ie daar showbizz-gewijs steevast enkele jaartjes af. Nog zo’n bewering van hem is dat wanneer hij iemand hoorde zingen hij ter plekke een song op maat kon schrijven, en dat ie meer dan 1000 songs schreef. ’t Zou kunnen, want hij heeft er in elk geval honderden opgenomen.


Jimmy McCracklin in de jaren ’50 en rechts op een recentere foto

McCracklin werd geboren op 13 augustus 1921 als James David Walker, McCracklin was de naam van zijn stiefvader. Eerst wou hij bokser worden, maar nadat hij bij een auto-ongeval blijvende schade opliep aan zijn schouders en ogen zat die amateurcarrière er op. Na zijn legerdienst bij de marine ging hij in San Francisco voor de muziek: hij begon op te treden in de restaurantbar van zijn schoonzus, waar hij ook artiesten als BB King en Charles Brown begeleidde. In 1945 verscheen zijn debuutsingle Miss Mattie Left Me, en met zijn groep The Blues Blasters nam hij op voor Globe, Modern, RPM, Swingtime en Peacock Records. Succes zou er pas komen als hij zich in 1958 op de rock ‘n’ roll werpt met The Walk op Chess onderafdeling Checker, dat American Bandstand op televisie en de zevende plaats in de hitparade haalt. Helaas kwam er niet enkel succes maar ook problemen: The Walk was uitgebracht zonder dat McCracklin een contract had getekend, op het plaatje stond plots ene fictieve Bob Garlic als mede-componist, en McCracklin beweert dat ie nooit royalties kreeg uitbetaald. Het zou duren tot 1983 voor hij de complete auteursrechten op The Walk terugkreeg! Inmiddels had hij voor Chess nog meer rock ‘n’ roll als Everybody Rock opgenomen, maar omdat er geen geld over de brug kwam stapte hij over naar Mercury waar hij in 1959 The Wobble en Georgia Slop/ Let's Do It (The Chicken Scratch) uitbrengt. Ja, Georgia Slop is van Jimmy McCracklin: Big Al Downing nam zijn Georgia Slop pas in 1964 op. Helaas is het overal wel wat: bij Chess was er geen geld, bij Mercury geen promotie, en McCracklin begint in Oakland zijn eigen Art-Tone label. Zijn eerste Art-Tone release wordt gelijk zijn grootste R&B-succes: Just Got To Know overtreft met de tweede plaats op de R&B-lijsten zelfs de vijfde plaats van The Walk in de zwarte charts. Ook Shame Shame Shame doet het in 1962 niet slecht met de 17de plaats R&B. Dat jaar verschijnt ook zijn eerste LP, Jimmy McCracklin Sings. In 1963 werkt McCracklin samen met Imperial Records, later de Liberty-Imperial-Minit groep, waar hij zeven jaar blijft. In 1965 en 1966 scoort hij vier R&B-hits, meteen de laatste keer dat hij de hitparade haalt, tenminste onder eigen naam, want zijn compositie Tramp wordt wel nog een hit voor Lowell Fulson, gecoverd door Otis Redding & Carla Thomas en eind jaren ’80 zelfs door hip-hop duo Salt-n-Peppa. Begin jaren ’70 runt McCracklin in San Francisco korte tijd zijn eigen Continental Club waar hij artiesten als Big Joe Turner, Big Mama Thornton, Etta James, T-Bone Walker en Irma Thomas boekt. Vanaf de jaren ’70 is hij steeds actief gebleven, bracht hij meer dan 30 albums uit, en bleef hij optreden, ook in Europa op rock ‘n’ roll festivals zoals de Rhythm Riot (GB) in 2001. De laatste jaren deed McCracklin het wat rustiger aan: hij leed aan diabetes en hoge bloeddruk, al bracht ie in 2011 nog een nieuwe CD uit, Hey Baby. Vier jaar geleden overleed zijn vrouw met wie hij 52 jaar getrouwd was geweest.
Leuk weetje: de Amerikaanse rock ‘n’ roll groep The Blasters van Marie Marie noemde zich naar McCracklin’s begeleidingsband The Blues Blasters, al was dat eigenlijk abusievelijk: zanger Phil Alvin dacht dat The Blues Blasters de groep van Big Joe Turner was waarvan hij een aantal 78 toeren platen op Atlantic had. Big Joe Turner’s reactie: “Da’s de band van Jimmy McCracklin, maar zeg hem maar dat ik jullie de toestemming gaf die naam te jatten”.

Naar Boven

11 januari 2013
KORT ROCK 'N' ROLL NIEUWS


KORT NEDERLANDS ROCK 'N' ROLL NIEUWS


Catslappin' Chrissy enkele jaren terug op de Rockabilly Roundup

Na enkele jaren van stilte heeft de leden van Catslappin' Chrissy de koppen weer eens bij elkaar gestoken en besloten ze de planken weer op te klimmen *** The Bluegrass Boogiemen traden afgelopen december op bij de Top 2000 A GoGo op TV. De groep, in onze scene wellicht beter bekend als The Hillbilly Boogiemen, speelde wat ‘modern’ werk in bluegrass-stijl waarbij men in een quiz moest raden welke song het betrof.

KORT BELGISCH ROCK 'N' ROLL NIEUWS

Pas uw agenda’s aan: het Sjock festival in Gierle vervroegt een week naar 5 tot en met 7 juli. Namen zijn nog niet bekend.

KORT EUROPEES ROCK 'N' ROLL NIEUWS

Felicitaties aan Mike Sanchez, in november vader geworden van een zoon genaamd Louie. Daarnaast is ie bevallen van een nieuwe CD, Almost Grown, een opnamesessie uit 2004 met Imelda May die voor ze doorbrak vier jaar met Sanchez toerde als gastzangeres.

KORT AMERIKAANS ROCK 'N' ROLL NIEUWS (50's/ 60's)


Al Pacino en Phil Spector: zoek de zeven verschillen

Acteur Al Pacino vertolkt de rol van producer Phil Spector in een HBO TV-film die in maart in première zal gaan en focust op de relatie tussen Spector en Linda Kenney Baden, zijn advocate tijdens zijn eerste proces op beschuldiging van de moord op actrice Lana Clarkson. De jury kwam toen niet tot een unanieme beslissing en Spector werd tijdens een tweede proces veroordeeld tot 19 jaar of levenslang, zoals ze dat in de States uitdrukken. Pacino wil Spector niet bezoeken in de cel “omdat hij nu iemand anders dan de figuur die ik portretteer, die nog niet veroordeeld was”. Toch hebben de twee elkaar al eens ontmoet: een vriend van Pacino toonde hem een 20 jaar oude foto waarop ze samen staan. Pacino zegt dat hij zich die ontmoeting niet meer herinnert. De rol van advocate Baden wordt vertolkt door actrice Helen Mirren, wier echtgenoot Taylor Hackford Spector inhuurde voor de muziek van zijn film The Idolmaker uit 1980 *** Nieuw in Bear Family’s Gonna Shake This Shack Tonight reeks: een CD van Wade Ray met 30 tracks van de Idaho Red man, inclusief drie onuitgebrachte nummers en het zeldzame origineel van Let Me Go Lover getiteld Let Me Go Devil. De volgende deeltjes in de Rocks en Ballads reeks zijn gewijd aan The Everly Brothers *** Nieuwe alles-of-niets dubbel-CD’s van Jasmine (GB) zijn Sandy Nelson: Teen Beat (zijn eerste drie LP’s + zijn eerste zeven singles) en The Ventures: No Trespassing (hun eerste vier LP’s + een radio interview uit 1961 met Bob Bogle en Don Wilson) *** Op 27 januari spelen originele Belairs (Mr Moto, 1961) Paul Johnson (gitaar), Dick Dodd (drums) en Jimmy Roberts (piano) een reünie op het Winter Surf Festival in Los Alamitos, California. Gitarist Eddie Bertrand zal daar uiteraard niet bij zijn: hij overleed op 3 november op 67-jarige leeftijd aan kanker. Zijn as werd uitgestrooid in zee *** Van 24 juni tot 7 juli komt de legendarische Australische surfband The Atlantics (Bombora, 1963) naar Europa, al valt af te wachten of ze ook tot hier zullen geraken want de oversteek wordt geregeld door het Italiaanse boekingskantoor Surfer Joe. In mei halen die trouwens The Phantom Surfers (USA) naar Italië en Spanje, naar onze bescheiden smaak nog steeds een van de beste neo-surfbands uit de jaren ’90.

KORT AMERIKAANS ROCK 'N' ROLL NIEUWS (50's RIPS)


Cozy Eggleston in 1954 in Hue Magazine

Begin december overleed de 93-jarige saxofonist Cyril J. “Cozy” Eggleston uit Chicago, actief vanaf de tweede helft van de jaren ’40 en voor eeuwig verbonden aan de instrumental Big Heavy (Blue Lights Boogie) uit 1952 nadat dat nummer vanaf 1954 als thema werd gebruikt door deejay George “Hound Dog” Lorenz wier radioprogramma’s over twintig staten tot in Canada te horen waren. Ook de beroemde Alan Freed mocht Big Heavy graag gebruiken. Daarnaast kennen wij Eggleston van die fantastische foto uit 1954 waarop hij met zijn vrouw Marie Stone de pannen van het dak lijkt te toeteren. Eggleston is altijd actief gebleven als saxofonist, maar de enige twee LP’s die wij van hem kennen zijn van veel latere datum en hebben niets meer met rock ‘n’ roll te maken. Marie Stone overleed in 2002. U vindt Big Heavy op de Bear Family CD Blowin’ The Fuse 1954 *** Op 1 januari overleed op 87-jarige leeftijd de op 26 januari 1925 geboren Alden (ook gespeld als Aldon) Holloway, een heel klein beetje bekend van Blast Off uit 1959 op Dixie Records, en nog minder van Blast Off’s instrumentale B-kant Swinging The Rock en Loving Is My Business uit 1958 op Starday. Net als zoveel van zijn collega rock 'n' rollers was ie evenwel in de eerste plaats countryzanger, onder de naam Shorty Holloway, van wie wij minstens één single kennen uit 1955. De laatste keer dat wij van Shorty Holloway hoorden was in 1968 met de country single Walking The Blues Away/ Oklahoma Sweetheart.

KORT AMERIKAANS ROCK 'N' ROLL NIEUWS (NEO/ HEDENDAAGS)

Alles komt terug: The Amazing Royal Crowns speelden op oudejaarsavond in Boston een reünieconcert op een festival van skacore band The Mighty Mighty Bosstones. De psychobillyband uit Providence, Rhode Island werd opgericht in 1993 en viel uit elkaar in december 2001. In 1999 verkortten ze hun naam tot The Amazing Crowns nadat swing band Royal Crown Revue dreigde met een rechtszaak. De band bracht drie albums uit: hun titelloos debuut uit 1997, en Royal en Payback Live uit 2000. Na het vertrek van originele gitarist Johnny “Colonel” Maguire en de naamsproblemen was het eind 2001 simpelweg op voor The Crowns, aldus frontman Jason “King” Kendall in een interview. “We maakten de klassieke fout van teveel de nadruk te leggen op optreden en niet genoeg op materiaal schrijven en opnemen. We deden de krankzinnigste tours, zoals anderhalve maand door Canada in hartje winter in een busje“. Na 2001 werkte Kendall als ontwerper van computergames en speelde hij met andere ex-Crowns in de heavy metal band Megasus, contrabassist Jack “Swinger” Hanlon en gitarist JD Burgess richtten The Throttles op, en drummer Judd Williams dook op in de Memphis Rockabilly Band. Alle vier stonden op oudjaar opnieuw samen op het podium, zonder originele gitarist Maguire. Wellicht komen er nog meer concerten, hint Kendall.

ELVIS NIEUWS & GOSSIP



40 jaar Aloha From Hawaii wordt gevierd met een Sony Legacy dubbel-CD die de full dress rehearsal (de zogenaamde “alternatieve Aloha”) van 11 januari en het echte concert van 13 januari 1973 zal bevatten, plus de vijf bonus songs die Elvis na de main show opnam voor de Amerikaanse versie van de TV special. Wie het bijhorende CD booklet van 24 pagina’s wat magertjes vindt diene zich het boek Aloha Via Satellite: A 40th Anniversary Celebration aan te schaffen: 450 pagina’s onuitgegeven foto’s, info, documenten, memorabilia, interne correspondentie en scripts *** Ook klaar: Volume 1 van Erik Lorentzen’s niet in chronologische volgorde verschijnende Elvis Files (N), dat de jaren 1953 tot 1956 behandelt, goed voor 1400 foto’s op 594 pagina’s. Naast zijn boeken brengt Lorentzen sinds september ook een driemaandelijks Elvis Files Magazine uit, goed nieuws voor de abonnees op Elvis The Magazine, want na 22 jaar zet Darwin Lamm (USA) een punt achter dit tijdschrift. Het blad was eerder al afgeslankt tot een halfjaarlijkse uitgave. De 71-jarige Darwin wil zich vanaf nu dan weer gaan toeleggen op het samenstellen van boeken *** Nog steeds heel erg op de sukkel: Elvis 70s gitarist John Wilkinson, bij wie de artsen opnieuw kankercellen aantroffen in longen en lever *** Ook Elvis fotograaf Ed Bonja werd eind 2012 in een hospitaal gesignaleerd *** Helemaal slecht gaat het met Pinkie Elizabeth Smith: zij overleed op 27 december op 77-jarige leeftijd. In 1957 was ze als 21-jarige enkele maanden lang Elvis lief nadat Elvis oom en manager haar hadden leren kennen op de bus en vervolgens Graceland binnensmokkelden. In juni 1960 huwde ze met ene Herbert Fishman. Een deel van haar memorabilia werd vernield toen haar huis overstroomde tijdens Orkaan Katrina *** Ook dood: actrice Gloria Pall (echte naam: Palitz), al is die term eigenlijk te veel eer voor de paar seconden dat ze in de film Jailhouse Rock (1957) als stripteaseuse voorbij Elvis flitst in de nachtclub waarin hij voor het eerst Judy Tyler ontmoet. Anders gezegd: de publiciteitsfoto waarop Elvis door haar benen kijkt is beroemder dan Palls gezicht. Andere films waarin ze kleine rolletjes had zijn Abbott & Costello Go To Mars (1953) en The Night Of The Hunter (1955). Daarnaast was ze pin-up en midden jaren 50 onder de naam Voluptua presentatrice van films op televisie, carrière die slechts zeven weken duurde omdat haar aankondigingen als te suggestief werden beschouwd. Vanaf 1959 werkte ze als vastgoedmakelaar, in 1962 opende ze een kantoor op Sunset Strip. In recentere tijden publiceerde ze in eigen beheer een aantal boekjes over haar avonturen in Hollywood waarin ze voornamelijk de memorabilia van haar eigen carrière ten gelde maakte, zoals WWII Aviation Showbiz And Me, Twilight Zone: And When The Sky Was Opened, The Girl With 100 Faces Shows You How To Pose 50s Style, Voluptua: Story Of A TV Love Goddess (1992), Cameo Girl Of The 50's (1993), I Danced Before The King (2000), The Marilyn Monroe Party (2002) en My Life In Outer Space (2004). Pall overleed op 30 december op 85-jarige leeftijd.


Boven: Gloria Pall toen en recentelijker. Onder: De benen van Gloria in Jailhouse Rock…

Naar Boven