(reclame)


Je recente CD, DVD, plaat of boek gerecenseerd op onze website? Stuur deze dan naar de hoofdredactie!
Your recent CD, DVD, record or book reviewed on our website? Send it to our editor-in-chief!

 

9 juni 2017

CD Recensies

PSYCHO BREAKDOWN/
MACK STEVENS’ LOS PAGANOS DEL RITMO

Part Records, PART-CD 6125.001

Mack Stevens is een van die vreemde vogels die de rockabilly zo boeiend maken: zijn stage act combineert de domheid van een redneck en het charisma van een rock ‘n ‘roll zanger met het optreden van een compleet opgefokte pastoor die slangen bezweert – wat Stevens inderdaad doet op het podium – en zijn teksten handelen meer wel dan niet over moord en doodslag. Rock ‘n’ roll als therapie, veronderstel ik, en ik heb geen flauw idee of het serieus gemeend dan wel allemaal maar om te lachen is maar hij houdt dat imago in ieder geval al een kwart eeuw in stand mits een eindeloze stroom releases, vaak op obscure vinyl singles, waar ik nog steeds geen genoeg van krijg. Dit is zijn tweede album met Los Paganos Del Ritmo, een duo uit Argentinië waarvan ik niet weet of ze echt bestaan op gitaar en contrabas en daar is het ook opgenomen bij iemand thuis in de woonkamer – Stevens' vrouw is Argentijnse en hij schijnt op en neer te pendelen tussen Texas en Buenos Aires, zo gek kunnen wij ze zelf niet verzinnen. Homemade rock ‘n’ roll dus en zo klinkt de geluidskwaliteit ook, op enkele songs aangevuld met gastmuzikanten op fiddle, piano, steel, accordeon en mondharmonica. Als immer bij Stevens handelt het bijna allemaal over moord, zelfmoord, depressie, echtscheidingen en seriemoordenaars (in titeltrack Psycho Breakdown zet Stevens – voorzover wij de tekst begrijpen – zichzelf in het rijtje van seriemoordenaars Henry Lee Lucas en de BTK Killer): ellende alom en toch zo’n vrolijke muziek! Het gros van de maar liefst 22 nummers is rockabilly in al zijn stijlvariaties maar er wordt ook vertrokken vanuit bluesabilly en bluesbop, een enkele keer valt er een Mexicaanse gitaar te horen en er zit zelfs een walsje tussen, om – je bent Mack Stevens of je bent 'em niet – af te ronden met wat good old sleaze in I Just Want To Watch 'Em en de enige cover op die 22 nummers, een gore versie van Shave ‘Em Dry dat helemaal teruggaat tot Ma Rainey in 1924 en recentst werd gedaan door The Asylum Street Spankers in 1996. Op dinsdag 15 augustus (een feestdag in België) headlinet Mack Stevens samen met Dave Phillips (GB) een festival in de Poupoupidou Snackbar in Wavre (B). Info: www.part-records.de en www.mackstevens.com (Frantic Franky)


BLACK SOULS IN BLUE JEANS/
HORST WITH NO NAME ORCHESTRA

Part Records, PART-CD 6103.004

Wij hadden de Zangeres Zonder Naam, in Hamburg hebben ze Horst With No Name (die wel degelijk een naam heeft, Horst Schneider, wat dan weer een pseudoniem voor Ingo Müller is), een one man band die op CD meer met studiotruukjes dan via het één-man-op-één-gitaar-en- één-drumstel principe werkt. Na drie CD’s besloot hij een echte drummer toe te voegen, gaan ze als duo door het leven als het Horst With No Name Orchestra en dit is hun eerste album in die duo bezetting. De retestrakke drumbeat in combinatie met rechtlijnige rechtdoor nummers geeft een enkele keer een Cramps effect (Boogie Machine) – als het tenminste niet allemaal zo overduidelijk om te lachen was – en voor het eerst laat Horst zich ook op één song begeleiden door een echte band, Velvetone (D), wat de prima uptempo gunfighter ballad Lonely oplevert. Het geheel houdt het midden tussen luide rock, bluesrock (Elevator, Beyond Good And Diesel), garagerock en snoeiharde rechtdoor rock ‘n’ roll (Rock ‘n’ Roll Man, titeltrack Black Souls In Blue Jeans) en is dus eigenlijk gewoon rock vermomd als rock ‘n’ roll (Headache Sucks, Tomatoman), wat niet kan verhelen dat hier goeie rifjes en aanzetten tot en ideeën voor goeie songs op staan. Kortom: die Horst is muzikaal beter en slimmer dan hij zich voordoet en misschien wel daarom dat hij zichzelf compleet te kakken zet met zijn versie van de stokoude Duitstalige schlager Auf Der Reeperbahn Nachts Um Halb Eins die volgens mijn muzikaal woordenboek gewoon pop is. De helft van de 14 songs zijn heropnames van nummers van zijn eerste twee CD’s (dit is zijn vierde) met als mijn persoonlijke favoriet de heropname van Grandma, een instant rock ‘n’ roll klassieker voor wie Up Your Butt van Buck Naked & the Bare Bottom Boys (USA) een rock ‘n ‘ roll klassieker vindt. Ook uit op vinyl als Part LP 6103.005 met dezelfde tracklisting. Info www.part-records.de en www.horstwithnoname.com (Frantic Franky)


BARBERSHOP OF DEATH/
THE HELLABAMA HONKY TONKS

Part Records, PART-CD 697.003

Vreemd stelletje maar toch typerend voor een deel van de modernere Part releases, dit Duitse trio met hun mengelmoes van cowpunk, psychobilly, rechtdoor rock ‘n’ roll en glamrock die zowat elk rock ‘n’ roll subgenre door hun mallemolen draait, zie bijvoorbeeld de enige cover op de 13 tracks, Wanda Jackson’s Funnel Of Love dat een bijna bluesrock invulling krijgt. Ik heb nog steeds geen flauw idee of ze dit serieus menen dan wel of het allemaal tongue-in-cheek is maar door het hoge fun gehalte lijkt me dit toch meer iets om live te ervaren in plaats van op geluidsdrager, al heeft het blijkbaar succes: dit is minstens hun vierde CD sinds 2009. Met andere woorden, vooral bestemd voor de fans.
Info: www.facebook.com/hellabamahonkytonks en www.part-records.de (Frantic Franky)


ROCKS/ ARTHUR “BIG BOY” CRUDUP
Bear Family, BCD17555

Het verhaal is bekend: Elvis was bij Sun Records maar wat aan het aanklooien tot hij Arthur Crudup’s That All Right uit 1946 coverde en producer Sam Phillips’ frank viel. De rest is rock ‘n’ roll geschiedenis die er zonder Crudup wellicht heel anders had uitgezien: mogelijk zou er zelfs nooit sprake van Elvis zijn geweest! Helaas heeft dat Crudup zelf niet veel opgeleverd: toen Elvis in 1954 doorbrak met That’s All Right was Crudup al over zijn hoogtepunt heen (zijn topjaar was 1945 toen hij drie hits scoorde) en het zou tot 1962 en daarna tot 1967 duren voor hij opnieuw voet in een studio zette. Pas vanaf eind jaren '60 zou Crudup in het zog van de folk- en blues revival herontdekt worden en zou de erkenning volgen, zij het niet financieel: net als zovele van zijn zwarte tijdgenoten werd Crudup aan alle kanten gepluimd en zag hij letterlijk geen fluit van wat That’s All Right genereerde aan de kassa. En evenmin van zijn My Baby Left Me en So Glad You’re Mine, ook alle twee gecoverd door Elvis. En aangezien wie voor een dubbeltje is geboren nooit een kwartje zal worden heeft Crudup tot slot op zijn oude dag niet lang meer kunnen genieten van de roem: in 1974 overleed hij na een beroerte. De muziek op deze CD dateert dus voor een flink stuk uit de jaren '40 en is dan ook geen rock ‘n’ roll (enkel de heropname uit 1962 van zijn eigen (Looka There) She's Got No Hair uit 1954 kan als New Orleans rock ‘n’ roll beschouwd worden) maar ook geen bluesbop – zo goed als alle nummers zijn opgenomen in driemansbezetting met gitaar, contrabas en drums, slechts heel af en toe ondersteund door een mondharmonica. Nee, dit is te bestempelen als uptempo blues, zij het prima blues. Uit deze CD blijkt voorts dat autodidact Crudup vrij beperkt was als componist en gitarist: zo goed als alle 28 tracks hier – hoewel opgenomen over een tijdspanne van 18 jaar, van 1945 tot 1962 – lijken op elkaar (kwatongen beweren dat Crudup slechts twee nummers had, een snel en een traag, en daar gewoon telkens een nieuwe tekst op verzon) en het grootste verschil in sound tussen de nummers lijkt me dan ook te zitten in de begeleidende muzikanten en in het specifieke geluid van de verschillende opnamestudio’s. In elk geval: dat That’s All Right rifje horen we telkens opnieuw terug, bijvoorbeeld in I Don't Know it en in I Want My Lovin', beide regelrechte That’s All Right kopieën. Ook van Worried About You Baby (gecoverd door ene Maylon Humphries, cover abusievelijk aan Dale Hawkins toegeschreven) horen we flink wat doorslagjes. Deze CD is ongetwijfeld een historisch document (je krijgt in één klap label-overlappend al Crudup's uptempo nummers, gepuurd uit Bear Family's vorig jaar verschenen 5 CD-box Arthur "Big Boy" Crudup: A Music Man Like Nobody Ever Saw (BCD17352), goed voor 124 tracks 1941-1962 oftewel bijna 2 kilo Arthur Crudup) maar ondanks de uitstekende geluidskwaliteit (zeker niet evident voor zulke oude opnames) is dit door de beperktheid in variatie niettemin enkel bestemd voor die-hards. U begrijpt geen sikkepit van wat ik hier allemaal vertel? Geen nood, u kan het allemaal en veel beter nalezen in het booklet van 33 pagina’s.
Info: www.bear-family.com (Frantic Franky)

naar boven

9 juni 2017

 

DICE IN FLAMES/ANGEL HEART/
THE FOGGY MOUNTAIN ROCKERS

Part Records, PART-CD 627.012

De Duitse ted band uit Bonn bestaat inmiddels 25 jaar, een band die als een hecht team op de bühne staat en ondanks geroutineerdheid toch nog het nodige beginnersplezier uitstraalt. Het jubileum wordt gevierd met een dubbelalbum dat hun eerste twee platen bundelt, Dice In Flames uit 1997 (als LP op Castle Records, in 2002 op CD op Tombstone Records) en Angel Heart uit 1999 (op CD op King Ed Records en als LP op Castle Records). De opener, instro The Long Ride Home, klinkt als een ode aan The Shadows en is één van de vele eigen songs van de band, meestal van de hand van gitarist Mario Oehlman en van zanger met markante stem Heiko Piecha. Het klasse Wildcat knalt de muziekgolven tegen de muur en maakt dat ik vervolgens even kan wegdromen bij Crazy Little Teddygirl, terwijl Rockabilly Stomp de typische FMR sound met de tikkende trommelstokken van Sven Schürmann is. Livin‘ In The Foggy Mountains zou nog wel eens de status van lijflied kunnen verwerven, een uitgebreid acapella beginnende frisse country die overgaat in een country bopper met verder nog Marko Jahnke op gitaar, Thomas Schmitz op basgitaar/saxofoon en de kleinere Domenico Todaro met de gekruiste lepels kleppend op zijn bovenbeen. Cover instro Crossfire van Johnny & the Hurricanes laat zien dat ze ook instrumentaal hun mannetje staan: deze kerels hebben de rock ‘n’ roll met de paplepel binnen gekregen van hun daddies en de rockabilly Fathers Rockin‘ Times is een waardig eerbetoon aan de toenmalige jeugd die deze schit-te-rende muziek voor ons heeft nagelaten. Eén van de ted songs überhaupt is natuurlijk Cast Iron Arm dat ook niet mocht ontbreken op Dice In Flames. Deze lifestylers weten met hun pakkende teksten het ted gevoel goed weer te geven en zo ook in de uptempo rocker Don’t Cut My Hair. Reason For Livin‘ waarin ook Marko Jahnke zijn schrijverskwaliteit tot gelding brengt is een doowop met teddyboy touch. Het eerste deel van het dubbelalbum wordt afgesloten met een vette tedsong, hun interpretatie van Billy Fury‘s Don’t Knock Upon My Door.
Angel Heart, de tweede CD, opent de resterende rij van 16 tracks met de top ted song Trouble en laat de muren trillen van de bas. De band beweegt zich steeds vakkundig tussen teddyboy rock ‚n‘ roll, rockabilly, rockballads en country(ballads) en van dat laatste is Hold Me Tight een formidabele weergave. All I Can Do Is Cry en Cats‘ Rhythm vallen eerder in het rockabilly idioom, Teenage Paradise uit Piecha’s koker gaat op de teds tour. De goede versie van Castin‘ My Spell is een buitenbeentje op dit album en Pioneers laat andermaal Oehlmann’s voortreffelijke songwriterskwaliteiten horen. Met het Mexicaans getinte El Diablo is het weer tijd voor een instro, Bopcat is een bopper, country bopper Together Forever doet het wat rustiger aan en titelsong Angel Heart is uit degelijk teddyboy hout gesneden. Cliff Richard & the Shadows‘ (Put On Your) Dancing Shoes is een heerlijke remake en maakt de weg vrij voor de eigen compo Revenge Of The Innocent, een midtempo ted song met een wand vol sound, heerlijk. Voor sommige songs telt evenwel het stigma ‘you can’t do it better than the master‘ en ook al kan ik me voorstellen dat je er als topband behoefte aan hebt om een favoriete song zelf op te nemen geldt dat helaas ook voor de FMR vertolking van Gene Vincent’s prachtversie van Over The Rainbow dat Heiko Piecha jammer genoeg gewoon niet ligt. Dat is wel even anders in Wild Nights, een ted song met heerlijk strakke beat. Volgens de tracklisting zou er nog de bonus track Drinkin‘ Beer zijn die destijds enkel op single verscheen doch deze ontbreekt op de CD.
Conclusie: dit klasse dubbelalbum is een impressie van het prille begin van een meesterlijke 25-jarige bijdrage aan de ted scene. Kwaliteitsbands als FMR blijven niet voor niets 25 jaar bestaan: ze zijn nog steeds een vaste waarde aan het teddyboy firmament en onderstrepen dat met de release van het gloednieuwe album Ein Herz Für Teds 2 op de Walldorf (D) weekender begin juni. Info: www.part-records.de, www.foggy-mountain-rockers.de en www.facebook.com/foggy-mountain-rockers (Henri Smeets)


 

LET’S BOP TONIGHT/ THE BLUE RIBBON FOUR
Part Records, PART-CD 6112.002

Wiesbaden (D) schijnt een kweekvijver van rock ‘n’ roll talent te zijn en dit in 2009 opgericht viertal rond pianist en zanger Sebastian Spethmann alias Rockin‘ Piano Sam presenteert na Honky Tonk Boogie uit 2014 nu hun tweede album. Sam wordt bijgestaan door de bebaarde standup bassist Florian Schottler alias Mr. Iggy (kennen jullie nog Johnny Legend nog?), Max Bohrmann alias Flatfoot Max op gitaar en viool plus Mathias Bartels alias Matt Stix op drums en wie dit beluistert valt meteen op dat het album in true fifties style werd opgenomen in de Lightning Recorders Studio in Berlijn in onvervalste hep cat sound. Het mag dan ook niet verbazen dat we studio-eigenaren Axel Praefcke, Ike Stoye en Michael Kirscht als gast artiesten tegenkomen. Piano boogie Let’s Boogie opent op meesterlijke wijze het album dat vervolgt met de swingende bopper Coconut Jump. Ook van honky tonkers als Hidden Streams is het kwartet niet vies. Piano rocker Your Love Can Heal A Broken Heart is een geslaagde eigen compo van Max Bohrmann, net als drie andere songs. Rock Me Mama spettert er lustig op los en het klinkt allemaal gelikt: bij sommige bands heb je niet veel woorden nodig maar laat de muziek zelf al de kwaliteit horen die de band bezit en dat geldt zeker voor Blue Ribbon Four. Aan een andere selfpenner van Bohrmann, de ballad Dream Along Little Baby, is te horen dat Lightning Recorders een gat in de studiomarkt heeft gevuld met de gave match van fifties loving talent en true fifties studio equipment: deze song had zo van een vintage plaat afkomstig zou kunnen zijn en ook de zang vind ik goed vintage klinken. Als Jerry Lee Lewis ooit Milkshake Mademoiselle heeft opgenomen dan is het bijna verplicht voor een pianorocker om ook een mademoiselle song in het repertoire te hebben en voila: Mademoiselle My Belle. De swamprockabilly Sawgrass Chopper heeft wat weg van een kruising tussen Don Woody’s Barking Up The Wrong Tree en Johnny Burnette’s Train Kept A Rollin‘ en bij een Hot Gals Sister past opzwepende piano rock ‘n’ roll. Mickey Gilley’s stijl horen we in de midtempo honky tonker Forty Miles To See My Baby. Daarentegen is de oppeppende bopper Get Your Ass Out Of My Chair Boy (zei Sinterklaas ook steeds tegen mij) een regelrechte ‘Kampfansage‘ aan mijn vermoeide ogen van het typen, een goed nummer uit Bohrmann’s digitale pen. Een ander bedenksel van hem, de slow tonker It’s Hard To Play When You’re Passed Out Drunk is daarentegen geschmacksache, smaken verschillen nu eenmaal. Dan hoor ik toch vele malen liever de rocker Wacky Daddy die perfect past bij de 28,7 graden celcius waarbij jullie redacteur dit typt terwijl de rest van de wereld in de zon verbrandt. Afsluiter en titeltrack Let’s Bop Tonight is een alternatieve take van de gelijknamige song van hun debuut uit 2014 en een geslaagde mid tempo rocker waarmee je de CD met een gerust hart uit de player haalt in de wetenschap dat je weer eens een dik half uur hebt genoten van lang vervlogen tijden toen alles nog goed was, of in ieder geval op zijn minst de muziek! Wie de sound van deze Berlijnse studio graag mag horen zal zeker met volle teugen van dit album kunnen genieten. Info: Info: www.part-records.de en www.blueribbonfour.com (Henri Smeets)

Vinyl Recensie

 

A LETTER FROM KOREA/ FRANKIE MILLER
Richard Weize Archives, ALP 10504

Countryzanger Frankie Miller is bij rockabillies voornamelijk bekend vanwege zijn Starday single Black Land Farmer/ True Blue uit 1959 en dit zijn onuitgegeven opnames van hem. De titel geeft netjes aan wat dit is: een tape die hij tussen 1951 en 1953 tijdens zijn legerdienst in Korea (hij kwam terug als sergeant met een bronzen ster) opstuurde naar zijn broer die hem had leren gitaar spelen waarop hij zijn broer ook echt toespreekt, hem bedankt voor de opgestuurde snaren en zegt dat hij wat nieuwe nummers inzingt om te horen wat zijn broer er van vindt – zelf zegt ie bescheiden dat ze niet veel voorstellen. Ergens stopt ie zelfs halfweg een liedje om zijn blad om te slaan voor de volgende strofe! Aandoenlijk hoor, die stem die je rechtstreeks toespreekt vanuit pakweg 1952. Miller vertelt dat de gitaar die hij ergens in Seoul op de kop tikte helaas “kinda warped” is en daardoor moeilijk te stemmen. Ze klinkt inderdaad tamelijk vals en daar moet Miller zelf om lachen, maar misschien juist daardoor klinken deze opnames zo goed! Met één man op één akoestische gitaar kom je anno 1952 al snel bij klaaglijke country uit en da’s exact wat we horen: negen songs waarvan hij het merendeel nooit officieel heeft opgenomen - enkel van It’s Not A Big Thing kennen wij een Columbia versie uit 1953 en het zal geen toeval zijn dat dit het beste nummer op deze 10 inch is want had hij het in 1959 opgenomen voor Starday had het kunnen uitgroeien tot een goeie twangy rocker. We horen helaas geen nummer over Korea, wel een trein song als The Sunset Limited, terwijl Louisiana Fiddlin' Man tekstueel naar cajun verwijst en een eerbetoon aan cajun fiddler Harry Choates is. Hel en verdoemenis alom krijgen we in Living By The Bible en Their Prayers Were Too Late, de onvermijdelijke hymnes voor mam en pap thuis, en in China Nights (Shina No Yoru) zingt Miller zelfs een stukje in het Koreaans. De geluidskwaliteit is verbazingwekkend goed en scherp, al hoor je op de achtergrond allerlei stemmen – ofwel werd dit opgenomen over een bestaande band ofwel was er volk in de buurt. Dit is een historisch document maar helaas zonder nieuwe True Blue’s of Black Land Farmer’s. De openklapbare 10 inch hoes bevat liner notes door Hank Davis en onuitgegeven legerfoto’s van Miller. Frankie Miller is nu 85 jaar en treedt in oktober op op de Ponderosa Stomp in New Orleans. Info: www.frankiemillercountry.com en www.richard-weize-archives.com (Frantic Franky)

naar boven

1 juni 2017

CD Recensies

 

BOOM BOOM ROOM/
LAWEN STARK & THE SLIDE BOPPERS

Crazy Times Records, CTR-CD 121

On The Run, het debuut van Lawen Stark & the Slide Boppers (B), verscheen in 2012 en dus werd het onderhand dringend tijd voor een opvolger: als goed draaiende band die ook regelmatig over de landsgrenzen speelt moet je de mensen toch iets kunnen aanbieden.
Nog meer dan op On The Run laat Stark hier schaamteloos en onbevreesd zijn invloeden en idolen horen, niet enkel in de weloverwogen en geslaagde covers (het fluitende Tomorrow Night van Sonny Burgess, Hank Williams’ There’s A Tear In My Beer wordt medium tempo countrybilly met gitarist Mario Mattucci op steel, de vroege Buddy Holly-billy cover Rock-A-Bye Rock, die backing vocals in Bobby Lee Trammell’s opgewekt You Mostest Girl) maar ook en vooral in de eigen nummers: Hootie Rootie Tootie is Sunbilly die zo uit de koker van Carl Perkins had kunnen komen en zelfs het trage Hey Old Friend is in Sun stijl. Stark heeft nooit onder stoelen of banken gestoken dat hij een bluesliefhebber is en ook dat komt aan bod middels de Sun bluesabilly groove in I Want You. Contrabassist Guy De Caluwé draagt vocaal zijn steentje bij met een uptempo rockabilly versie van Send Me The Pillow, ook gedaan door De Caluwé’s andere band The Hometown Gamblers. Mensen van kwade wil met een slecht karakter zouden kunnen zeggen dat Stark’s Engels maar wat fonetisch gewouwel is, ik als fan stel daar tegenover dat hij in dat geval echt wel gewéldig wouwelt en ik de helft van die rockabillyknakkers uit de jaren ’50 evenmin versta. De CD doet bovendien zijn voordeel met een recht-in-je-gezicht geluid alsof je d’er zelf bijstaat. Voor wat mijn mening waard is: mijn favorieten annex hoogtepunten zijn het eigen nummer na een paar nachten in eenzame Charlie Rich opsluiting Why Did You Leave Me, de melodieuze early sixties countryrock van Lil Loulou en de white rockende titeltrack Boom Boom Room met gastpiano van Sébi Lee en Mario Mattucci’s dochter Emma Mattucci. Het betere Belgische werk!
Info: www.crazytimesmusic.com en www.facebook.com/slideboppers
(Frantic Franky)


 

SHOTGUN SALLY/ SHOTGUN SALLY
Shotgun Sally, géén cat.nr.

Dit middle aged looking combo (kan ook aan mijn hoornbril liggen) laat voormalige arbeidersmuziek weerklinken in universiteitsstad Leuven - de vermakelijke afkorting voor die universiteit is KUL doch ik neem aan dat men daar geen (flauwe)kul leert. De presentatie van het vijftal (vroeger heette dat nog chique een kwintet) is evenwel allesbehalve kul en geroutineerd neemt zangeres Katrien Van Proeyen (heerlijk, eens een keer geen Kate of Kathleen maar gewoon Katrien) de luisteraar mee door een tour langs 16 hot rockin‘ tracks. Haar stem is een mengelmoesje van Laura Lee Perkins, Wanda Jackson en Janis Martin, hier en daar er stiekem Barbara Pittman tussen gooiend, en ook al klinkt de CD een beetje dof alsof ie niet gemasterd is (op twee CD spelers met twee koptelefoons uitgeprobeerd), muzikaal past hun tropische hittegolf sound bij het jaargetij! Het repertoire reikt van covers van oudgedienden uit de blues en rock ‚n‘ roll tot neo rockabilly bands en dat geeft een puur stevig vet rockabilly album met lichte scheutjes surf instro in de instrumentals.
De rode loper, niet voor glamour maar voor grease, wordt uitgelegd met die goeie ouwe Hard Headed Woman van Wanda Jackson. Let op, zet het volume niet te hoog want de speakers gaan spontaan over de tafel heen boppen met deze toffe peer van een cover met goeie drive, stevige beat en pakkende stem: het totaalplaatje klopt! Het album past goed tussen zowel rockabilly als teddyboy bands en dat is zeker te horen in Real Rockin‘ Daddy dat toch een teddyboy touch uitademt met stevige gitaarsolo. Wie van smerige handen houdt - en welke hot rodder houdt daar niet van - zal de dirty rock ‚n‘ roll en dito rockabilly op dit album als olie voor de muzikale ziel ervaren. Pakkend is zeker Wild Wild Lover (Benny Joy) en de evergreen Fever slaat in als een bom, niet alleen door de zang maar meer nog door het uptempo karakter dat een dikke knipoog is naar Johnny Kidd & the Pirates en met wat fantasie als een opgepepte versie van Shakin‘ All Over klinkt, zeker met de timing van de stops. De goede uptempo rock ‚n‘ roll van Tough Lover (Etta James) zorgt er voor dat de CD speler letterlijk een paar vreugdesprongetjes maakt want dit is opnieuw zo‘n nummer dat evenzeer de teds op hun tong laten smelten. Surfabilly instro Esperanza (Dick Dale) is een calypso-achtige verademing voor tijdens de siesta waarin het voortreffelijke werk van gitaristen Bart Cocquyt en Peter Grauwels naar voren komt, ritmisch goed onderlegd door Jimmy Van Iersel op drums en met smaakvolle invulling van Michel Van Der Meiren’s standup bas. Pittig is That’s The Breaks (Kim Lenz), eigenlijk een song voor vurige roodharige chicks en als de foto die ik voor mijn kijkers heb niet te veel rood bevat behoort Katrien Van Proeyen daar ook toe. Stemmatig in ieder geval, luister maar naar Voodoo Voodoo (Lavern Baker) en oordeel zelf. What Makes You So Cold ken ik warempel niet - ook jullie redacteur komt na 35 jaar ups en downs in de rock ‚n‘ roll wel eens een verscholen onbekend maar daarmee zeker niet onbemind pareltje tegen. Het doet mij denken aan een puike versie van de mij minder bevallende soul van James Brown’s I Feel Good [nvdr: het origineel van What Makes You So Cold blijkt van Lulu Reed uit 1961]. De stevige mix van Ultra Twist van The Cramps gaat erin als koek en Scorched (Varetta Dillard) fingersnapt lekker weg: goede song, zeker het ondersteunende en dragende gitaarwerk is een verademing, wat ook als leidend item naar voor komt in The Fireballs‘ oude kraker Bulldog, hier in een wat eigentijds jasje gehuld en voorzien van de juiste dosis distortie. De band die sinds 2015 de podia vult gooit er twee voor Katrien’s stem geschapen songs uit met Tongue Tied (Wanda Jackson) en Watcha Do To Me (Patsy Clark), heerlijke uptempo stompers en dat klinkt allemaal fris! Desondanks gooi ik op de hete dag dat ik dit schrijf toch nog het raam wagenwijd open want I Need A Man (Barbara Pittman) is verplichte kost voor mijn muziek-onkundige buren en het jong rap grut hier in de buurt, geen sloom rap gedoe maar in een rap tempo twee minuten doorrocken. Zelfs in de laatste song Humdinger (Little Marie Allen) zijn de vijf nog niet de pijp uit en vrolijk wordt de CD uitgerockt en zijn de buren blij dat deze nostalgisch verstofte herrie na de laatste wegklinkende toon de stilte van de late avond weer oorverdovend laat worden. So what, je bent per slot van rekening maar één keer in je mid life! De ballen, man, ik wil muziek met ballen en die hoor je hier, basta en hasta la vista!
Conclusie: balletschoentjes mag je thuislaten, ook al kun je op dit stoere kerels en meiden album natuurlijk goed rock ‚n‘ roll dansen en boogie woogie-ën. High heels gaat ook niet lukken, boots zeker wel, zowel voor mannekes als meiskes. Dit is een aangenaam debuut waarvan ik stilletjes denk dat het zeker niet het laatste album zal blijven. Ik heb me kostelijk geamuseerd want dit is zo’n typische nieuwkomersband waarvan ik zeg: boekenswaard. Info: www.shotgunsally.be en www.facebook.com/shotgunsallyrockabilly (Henri Smeets)


 

TROUBLE & LOVE/ LUCKY 13
Part Records, PART-CD 6111.002

Dit trio uit Stuttgart was enkele jaren geleden reeds door mijn vingers geglipt op het digitale papier van Boppin‘ Around, destijds nog als duo met vocaliste/ basgitariste Ani Romance en zanger/ leadgitarist Ed Mind, nu versterkt met een drummer luisterend naar de nickname Pit Fire. Toen was het een ruwe catchy sound, eens luisteren wat ze nu op het zilveren plaatje serveren.
Binnenkomer Bertha Lou maakt duidelijk dat de orkaan uit dezelfde richting waait (the south is gonna rise again, alleen betreft het ditmaal het zuiden van Duitsland), ook al vind ik op deze song de drum te zeer klinken als op commerciële albums, zo’n rechtlijnige slag alsof je een computer laat drummen met die er tegenaan kletsende sound, jammer genoeg helaas onoverkomelijk als je heden ten dage ook buiten je eigen scene wil scoren. Een flinke compressie voor een strakke sound en het optillen van de lage frequenties van de bas is dan standaard, en daaraan hoor je even zwart/ wit gezegd meteen of een CD voor de lol of voor de poen is. Goed, Part Records (D) staat doorgaans garant voor steengoeie rock ‘n‘ roll in al haar varianten en dat bevestigt niet alleen de vette rockabilly van Bertha Lou met zang van Ed maar ook de door Ani gezongen punkabilly What You Can Get dat me doet denken aan een kruising tussen Rollin‘ Rocks meidengroep Nicky & the Corvettes en hun landgenoten Levi & the Rockats. Een sixties sound met stevige rockabilly beat en ruige Gretsch gitaar ontwaren we in These Boots Are Made For Walking in de allerbeste versie die ik hier ooit van hoorde, een bombastische mix van sixties en rockabilly. Affengeil! Nancy Sinatra, pak je boots maar in! Titeltrack Trouble And Love suggereert dat de CD een goede tijden slechte tijden plaatje zou zijn maar tot nu toe overheersen de bon temps, wat zeker geldt voor deze geweldige rockabilly song met slidegitaar en tevens voor de eigen compositie Too Much Trouble, pittige rockabilly die me zeer doet denken aan Ronnie Nightingale & the Haydocks ten tijde van Mac Records. Het wordt wat duister in de voodoo sound van Swing The Night met een ghost-achtig flanger effect op de gitaar in een nummer dat zeker niet had misstaan op Chris Isaak’s hit album Wicked Game. Met You Are My Destiny heeft het trio een ode aan Paul Anka opgenomen in een Munsters/ Addams Family spookhuis versie die een ‘beetje‘ anders klinkt als Anka’s highschool ballade. Oudgediende Have Love Will Travel is klassieke garagesound waarbij het onmogelijk is stokstijf te zitten, zelfs een totempaal gaat zweten, ik beloof het je! De routiniers die al tal van optredens op televisie en live in Europa en de USA achter hun naam hebben staan bewijzen met de eigen songs en het geijkte repertoire dat ze ook de commercie kunnen veroveren met circuit rockabilly, surf en garage: Bang Bang (dat ik altijd een zevernummer heb gevonden, sorry) klinkt hier behoorlijk en laat het geluid van The Shangri-Las herleven, ook al is het origineeltje van Cher. Joe Clay’s Sixteen Chicks behoeft geen introductie en is vintage rockabilly, gewoon goed. Elvis is absoluut onherkenbaar in de Lucky 13 interpretatie van Just Because maar het nummer klinkt met zang van Ani zeer aangenaam en al met al uitbundig feestend. Hey ton up boys, take your motorbikes and drive on met Midnight Racers knoerhard op je speakers en scheuren maar, een knallende instro met stevige basgitaar en cool gitaarwerk. Lekker schuifelen kan je bij het grijsgedraaide Blue Moon dat fenomaal door Elvis werd vereeuwigd en hier in een ietwat dronken versie door de ether schalt met helaas wat te veel galm op de zang, al blijft het desondanks altijd weer om graag te horen. Charlie Feathers‘ One Hand Loose dat met een vintage schellack gimmick begint turns into true vintage styled top top top rockabilly, dit zijn songs waarvoor je thuis blijft, althans vroeger, tegenwoordig neem je ze overal mee tot zelfs op de plee.
Conclusie: Lucky 13 overtuigt me jaren later ook nu weer. Wie zei dat 13 een ongeluksgetal is? Dit trio, te aanschouwen op de bijgeleverde poster, bewijst het tegendeel: dit is een absolute aanrader voor fans van vintage en ietwat commerciële rockabilly met een vleug surf en garage. Info: www.lucky13.rocks en www.part-records.de (Henri Smeets)

naar boven

27 mei 2017

Vinyl Recensies

 

LATCH ON WITH/ THE COCHRAN BROTHERS
Richard Weize Archives, ALP 10502 RV

De 10 nummers op deze 10 inch, het vroegste werk van Eddie en Hank Cochran (in tegenstelling tot de groepsnaam geen familie en al helemaal geen broers), is al heel lang beschikbaar, meer bepaald sinds het tussen juni 1955 en mei 1956 verscheen op drie Ekko singles (vier nummers werden pas in de jaren ’80 uitgebracht), en sinds het voortijdige overlijden van Eddie Cochran in een auto-ongeval in 1960 werd het in de nooit eindigende zoektocht naar onuitgegeven Eddie Cochran materiaal al snel en tot op heden nog steeds gerecycleerd op diverse albums. Toen Eddie en Hank begonnen samen te spelen was Eddie slechts 16 jaar en je kan op dit materiaal mooi volgen hoe ze evolueerden van country naar rock ‘n’ roll: Mr Fiddle, Guilty Consciene, Your Tomorrow Never Comes en Two Blue Singin’ Stars (een in retrospect enigszins ironische tribute aan Jimmie Rodgers en Hank Williams omdat Cochran zelf al snel zou komen te overlijden) zijn respectievelijk uptempo en trage hillbilly met fiddle en steel en alles erop en eraan die de tand des tijds prima heeft doorstaan wegens van uitmuntende kwaliteit, Slow Down is rock ‘n’ roll/ rockabilly in de stijl van misschien het bekendste nummer hier, Tired And Sleepy, terwijl het medium tempo Fool’s Paradise met zijn piano, elektrische gitaar en “oh baby baby’s” op blues gebaseerde rock ‘n’ roll is. Ook Open The Door is rock ‘n’ roll, dit keer met doo-wop invloed, maar het scharnierpunt tussen hillbilly en rock ‘n’ roll is het duidelijkst in de twee versies van Latch On, als rurale en als elektrische rockabilly. Sommige nummers zijn duetten, op andere is de leadzang voor Hank Cochran, maar je herkent steeds meteen Eddie Cochran’s tweede stem en uiteraard zijn gitaarwerk. Tien inch vinyl, openklapbare hoes, een pak uitleg en rechtstreeks van de master tapes geplukt: de meeste Eddie Cochran fans zullen deze nummers al hebben maar ze werden nog nooit zo mooi gepresenteerd.
Info: www.richard-weize-archives.com
(Frantic Franky)


 

 

AUSTIN, TEXAS 1949-1950/ RAY CAMPI
Richard Weize Archives, ALP 10508 RV

De nu 83-jarige Ray Campi gaf in januari verstek op de Rockers Reunion (GB): op het doktersbriefje stond “duizeligheid” en Campi meldde dat hij “wellicht stopt met optreden”. Jammer, want Campi is sinds de rockabilly revival van de jaren ’70 een van de populairste rockabillypioniers uit de jaren ’50, en dus is er nog steeds interesse in alles wat hij ooit heeft opgenomen. Deze 10 inch met openklapbare hoes is bij ons weten de eerste legale heruitgave van zijn acht allereerste opnames en die gaan helemaal terug tot 1949 en 1950 en het is dan ook logisch dat dit geen rockabilly maar hillbilly is, al horen we in Disc Jockey Cactus wel degelijk een gitaar boogie. Campi was toen nog een puisterige tiener die niet echt zuiver zingt en op zeldzame momenten zelfs zo hoog zingt dat ie een meisje lijkt. Hillbilly dus, maar helaas erg krakkemikkige hillbilly (maar toch beter dan de muziek op de radio op mijn werk) met fiddle en steel en zelfs – teken van wat nog zou komen – ook toen al een roots melange door het gebruik van accordeon. Krakkemikkig, ja, maar op de uptempo nummers The Rambling Rag en Toe Tappin' Rhythm valt wel degelijk vrolijk te boppen, terwijl I'd Love To Love You en Hawaiian Chimes dan weer tearjerkers van de allertraagste soort zijn. Wat ook niet helpt is dat dit in de best mogelijke hifi-kwaliteit is gedubd van de beste beschikbare geluidsbron, zijnde de enige beschikbare geluidsbron, zijnde Campi’s eigen Audiodisc platen. Met andere woorden: de surface noise is een ramp. Met andere woorden: een historisch document maar helaas enkel iets voor hardcore Ray Campi fans.
Info: www.richard-weize-archives.com
(Frantic Franky)

naar boven

9 april 2017

 

 

SWEET BABY OF MINE/
ROSIE STEVENS WITH DRY RIVERBED TRIO

Tardam Records, TA-005

Tardam is een nieuw vinyl platenlabel opgestart door enkele DJ’s uit Tarente (I) en Amsterdam en die Amsterdammer is Mikkel van der Meulen, u welbekend als Ir. Vendermeulen van de fijne feestjes van Amsterdam BeatClub. Bedoeling is plaatjes uit te brengen “met een sixties dansfeeling zoals boogaloo, modjazz, soul, ska, rhythm ’n’ blues, funk en popcorn”. Eerdere Tardam releases waren The Mighty Typhoons en Working Voodoo Club en die waren inderdaad sixties, nu zetten ze een stapje terug in de tijd naar het hellend vlak van de overgang tussen rock ‘n’ roll en soul, al kan je daar geen jaartal op plakken: als je ziet van wanneer de originele versies dateren van de twee nummers op deze single merk je dat ze ouder zijn dan begin jaren ’60 en dat maakt gelijk dat ze meer rock ‘n’ roll dan soul zijn, in casu twee uptempo strollers. Aah, de stroll: visioenen van honderden in de maat marcherende meisjes die allemaal lijken op Rosie Stevens, maar we dwalen af.
Rosie Stevens is de zangeres van The Velvedettes, een rock ‘n’ roll band uit Amsterdam met Dusty Ciggaar op gitaar (dat rijmt) en die zit ook in het uiterst getalenteerde rootsrock combo Riverbed Trio samen met broer Darryl Ciggaar op drums en Ronald Tilgenkamp (zie ook Big Shampoo & the Hairstylers, Bugalettes, Lil' Esther & the Rumble Beat, Black River Four en dan vergeten we er wellicht nog een paar) op contrabas. A-kant Sweet Baby Of Mine van Ruth Brown uit 1956 (op zich al een cover van Bobby Sharp's Baby Girl Of Mine van enkele maanden eerder) krijgt door de spookachtige gitaar met weerhaakjes iets griezeligs en tegelijkertijd exotisch, op B-kant Scorched van Varetta Dillard uit 1959 is het opnieuw tempostrollen en gaat de gitaar meer rhythm ‘n’ blues wat perfect bij het nummer past. Om eerlijk te zien vind ik die B-kant net iets sterker als de A-kant wegens in een exuberante fanfare stijl, en misschien spreekt Tardam daarom van een dubbele killer A-kant. Het sowieso sterke gitaarwerk op de hele single is indrukwekkend en ook vocaal zit alles snor: je moet van goede huize zijn om het op te nemen tegen zwarte madammen als Ruth Brown en Varetta Dillard maar Rosie Stevens gaat de uitdaging met succes aan: haar zang is tegelijkertijd doorleefd en toch relaxed want niet geforceerd. Opvallend: de mastering gebeurde door Bob Ohlsson die in de jaren ’60 voor Motown werkte en op de sound van dit plaatje is dan ook niets aan te merken. Goeie muziek in een full colour hoesje = voer van verzamelaars voor verzamelaars, zeker als je weet dat dit een gelimiteerde uitgave van slechts 300 stuks is. Trek daar ons exemplaar van af en dan zijn er nog 299 out there waar u op mag jagen. Info: www.tardam.com
(Frantic Franky)

CD Recensies

WORKING ON A PLAN/ THE BIG TIME BOSSMEN
Donor Productions/ Rootz Rumble, RR89706

Big Time Bossmen uit Wetteren, Oost-Vlaanderen zijn een van die jonge Belgische bands die flink aan de weg timmeren: gestart in 2012, veel optreden en de rest zal wel komen, en na een titelloze 3 track-EP vorig jaar komt die rest er nu met dit full albumdebuut dat opent met de ingehouden rocker Make My Way waarin het venijn in de zang zit. Het tweede nummer, Baby What’s Wrong, is door de toevoeging van gast-orgel evenwel gelijk uptempo soulblues en dat blijkt de blauwdruk van deze CD: rock ‘n’ roll die zich niet inspireert op 1957 maar op 2017 en die hedendaagse rock ‘n’ roll afwisselt met rootsrock die diverse stijlrichtingen verkent. Bartender is immers ook soulblues met orgel, The Last Fuck vertrekt vanuit bluesbop om daar een rockgitaar aan toe te voegen en de krassende fiddle maakt van The Effect I Have On Women helemáál uptempo roots. Het arrangement van Wolfman is door de gast-slidegitaar meer country gericht als op die EP (de andere twee EP tracks daarentegen, Wouldn’t That Be Great en That’s My Gal, zijn heropgenomen met nagenoeg hetzelfde arrangement), Take No Prisoners haalt elementen uit rock en Sneaky Messaround gedijt in dezelfde bayou swamps waar Tony Joe White zijn songs concipieert. De enige cover tussen de 13 nummers, 5-10-15 Hours van Ruth Brown uit 1952, krijgt een bluesgitaar. Alle nummers bevatten bruggetjes en speciale overgangen en stillere stukken en daarnaast maken Big Time Bossmen ook het verschil door de expressieve zang van frontman David Bauwens (in een vorig leven en een vorige band Dick Hardy) die een gezonde dosis wanhoop in zijn stem meedraagt. Big Time Bossmen positioneren zich met dit album debuut nadrukkelijk, koppig en eigenzinnig als rootsband die zich niet beperkt tot rock ‘n’ roll of rockabilly en hoort daarom eerder thuis in de hoek van The Baboons dan van The Seatsniffers zaliger, terwijl ik internationaal dan weer de invloed van een all round rootsrock band als Southern Culture On The Skids hoor. Ja, de rest zal wel komen, en wat er in de slipstroom van deze CD al is bijgekomen zijn optredens niet alleen in België en Nederland maar ook op festivals in Duitsland, Zweden en Engeland (de Rockabilly Rave!). Meer dan verdiend voor deze sympathieke kerels, zo zeg ik u. Het album wordt officieel voorgesteld op donderdag 20 april in de Missy Sippy in Gent, in juni verschijnt Working On A Plan op vinyl-LP RR89707.
Info: www.donor.company/rootzrumble en www.facebook.com/bigtimebossmen
(Frantic Franky)

naar boven

23 maart 2017

 

 

RED RIGHT HAND/ BAMBOOZLE
Jimena Records, JMA02CD

Bamboozle is een nieuwe Britse band die flink veel reclame maakt op Facebook en opvalt omdat ze een zangeres hebben die bovendien ook nog eens contrabas speelt. Door dat mooie uithangbord duurde het even voor wij male chauvinst pigs doorhadden dat de begin 2016 opgerichte band uit Canterbury naast Serena Sykes en de uit de country afkomstige pedal steel gitarist Dave Kirk bestaat uit gitarist Jim Knowler en drummer Shaun O’Keefe en die twee zijn natuurlijk Keytones! Ergo: de helft van Bamboozle is 2/3de van The Keytones, het in de jaren ‘80 ook bij ons erg populaire trio dat met hun swingende muziek met veel succes zo’n beetje de properdere kant van de rock ‘n’ roll vertegenwoordigde. The Keytones zijn er in 2016 na meer dan 30 jaar definitief mee gestopt en je zou Bamboozle als hun opvolger kunnen beschouwen, ware het niet dat de leadzanger van The Keytones hun contrabassist was die dus niét meedoet bij Bamboozle. Wel behouden zijn Knowler’s vloeiende gitaarspel en de swingende enigszins jazzy rock ‘n’ roll stijl met veelvuldig gebruik van backing vocals inclusief de vrouwenstem hier, zij het dat Bamboozle wat moderner klinkt en de muziek door de steel gitaar die vooral als tweede gitaar wordt gebruikt iets meer richting western swing gaat.
Hun debuut EP bevat twee covers + twee nieuwe nummers van de hand van Jim Knowler en opent met Red Right Hand van rockband Nick Cave & the Bad Seeds uit 2007. U kent dat niet? Houden zo, dan kan ik volstaan met de mededeling dat Bamboozle de sinistere ondertoon behoudt maar het tempo opdrijft en er een uitstekende moderne rock ‘n’ roll song van maakt waarbij de steel doet wat normaliter een sax zou doen én voor spookachtige effecten zorgt. Dit is het enige van de vier nummers met een stem zo scherp als een vers geslepen scheermes gezongen door Serena Sykes, want twee nummers zijn gezongen door Jim Knowler en het vierde is instrumentaal, The Pink Panther dat onmiddellijk opvalt omdat het hoofdinstrument niet zoals gebruikelijk de sax is maar gitaar en steel gitaar: het nummer begint met de contrabas die de melodielijn speelt op het normale tempo terwijl gitaar en steel voor de effecten en tussenvoegsels zorgen om na 45 seconden te versnellen en de gitaar de hoofdmelodie overneemt en de steel jazzy tussenstukken injecteert. Van de twee eigen en door Knowler gezongen nummers doet Just Like You inderdaad aan The Keytones denken wegens de gelijkende samenzang en het gitaarspel, met name in de solo. Het wezenlijke verschil is de steelgitaarsolo voor de gitaarsolo waardoor het wat aan western swing doet denken. Op Ice Cold Beer is de vergelijking met The Keytones minder omdat dat een prominentere rol toebedeelt aan de steel en het daardoor mede door opnieuw die zalige samenzang meer naar de western swing-billy overhelt.
U hield van The Keytones? Dan zeker Bamboozle beluisteren! U hield niet zo van The Keytones? Ook Bamboozle checken want dit is een getalenteerde band met als opvallendste stijlkenmerken de samenzang en de samenwerking tussen gitaar en steel. De release in eigen beheer is ook uit als vinyl EP (JMA02EP) en je kan CD en EP ongetwijfeld kopen bij hun optredens: op 21 mei spelen ze op Feel The 50s Venlo, op 24 juni op Vlissingen Vintage, op 6 augustus op Bratz Monkey in Heist Op Den Berg (B) en op zondagmiddag 5 november in de Cowboy Up in Waardamme (B). Info: www.bamboozlehq.co.uk
(Frantic Franky)


 

DEALING WITH MY BLUES/
NICO DUPORTAL & HIS RHYTHM DUDES

Rhythm Bomb, RBR 5844

Het vierde of vijfde album intussen van zanger-gitarist Nico Duportal (F) lag hier al enige tijd te blinken en hoewel we’m regelmatig oplegden bleef het een moeilijke bevalling. De opvolger van Guitar Player, een van de beste albums van 2015, gaat immers echter een stap verder of zet beter gezegd een stap terug want Duportal duikt zoals de titel aangeeft inderdaad helemaal in zijn blues roots met als grootste verschil in de zeskoppige groepsbezetting met tenor- én baritonsax dat pianist Olivier Cantrelle nu op het merendeel van de 13 tracks een prominent aanwezig Hammond orgel beroert. En ook al waait er een lichte New Orleans bries door het album (The One To Blame, Junior’s Mambo), het resultaat is vooral jaren ’60 geïnspireerde blues met orgel en bluesgitaar (Now Hush) en orgel soul met Ray Charles invloed (Brand New Day, het net als Junior’s Mambo samen met Shakedown Tim (B) gepende I Will Unfriend You - Duportal deed de productie van het debuutalbum van Shakedown Tim & his Rhythm Revue op Rhyhtm Bomb, het samen met Don Cavalli geschreven Mess And Chaos dat hier in twee versies op staat, als orgel soul en uitgekleed als akoestisch bluesje). Benzola Ascensor is een medium tempo harmonica-/pianoblues instrumental met gastmondharmonica van bluesveteraan Benoit “Blue Boy” Billot (F), Don’t You See hàd goed kunnen zijn indien niet voorzien van dat laagje orgel en de steeds bluesier gitaar, en Sometimes had een zorgeloze rocker kunnen zijn zonder dat soul tussenstuk. Toch is Dealing With My Blues niet enkel kommer en kwel: I Know The Rules is zonder meer een meer dan gemiddelde swingjiver in Chuck Berry mood, Long Way To Go is springerige rock ‘n’ roll en de groovy uptempo instrumental Soul Patch die het orgel koppelt aan surfgitaar en Vegas Grind exotica is sixties en toch leuk. Samen geeft dat een gevarieerd en relaxed album waarop Duportal zijn Rhythm Dudes alle ruimte geeft om te soleren in plaats van het laken helemaal naar zichzelf te trekken, maar in essentie wel degelijk een bluesalbum. Laten we bij dit alles niet vergeten dat Nico Duportal in essentie altijd een bluesman was en uiteraard een begenadigd gitarist blijft, maar op Dealing With My Blues stelt hij zijn kunst opnieuw ten dienste van de blues: winst voor de blues, verlies voor de rock ‘n’ roll! Ook uit op LP. Info: www.rhythmbomb.com en www.nicoduportal.com (Frantic Franky)

naar boven

9 maart 2017

 

 

THREE MONTHS TO KILL/ HUELYN DUVALL
Richard Weize Archives, ACD 12509 RR

Huelyn Duvall scoorde nooit een hit maar zijn filmster looks werden in de jaren ’70 omarmd door de rock ‘n’ roll revival, een herontdekking waarin het Nederlandse White Label een voortrekkersrol speelde met hun twee Huelyn Duvall LP’s uit 1983. Duvall trad ook in Nederland op, op de Rockhouse meetings en in 2008 nog op D-Day in de Cruise Inn in Amsterdam, en zowat al zijn uptempo nummers, en dat is de meerderheid van deze CD, groeiden uit tot subklassiekers, misschien ook omdat de melodietjes ervan zo op elkaar lijken en ondanks het feit dat zijn muziek naarmate de jaren vorderden steeds meer richting variété rock ‘n’ roll ging. Wat er ook van zij: klassebakken als Three Months To Kill, het springerige Juliet, het door The Stray Cats op hun eerste plaat gecoverde Double Talkin’ Baby (zij het dat die wellicht niet wisten dat het origineel van Double Talkin’ Baby van Huelyn Duvall en niet van Gene Vincent is), My Girl (Wears Long Hair), Teen Queen, Life Begins At 4 O’ Clock en Pucker Paint blijven steengoeie songs, geen rockabilly maar subtiele gitaar-/piano-rock ‘n’ roll, vaak gezongen met een vreemd bibberende stem.
Duvall wordt dit jaar 78 jaar, tijd dus voor de definitieve 33 tracks tellende compilatie van zijn jaren ’50 materiaal uitgevoerd met het gebruikelijke Richard Weize (D) kwaliteitskeurmerk: een digipack met een boekje van 68 pagina’s, het dreigende en bloedstollend mooie Does She Love Me, alternatieve takes, demos, twee versies van Comin’ Or Goin’, een snel én een traag Got A Little Girl (I Love Her So), These Chills dat eindigt in chaos en You Knock Me Out en Blue Lawdy Blue met studiogebabbel, een valse start en een halfweg afgebroken take van het trage Fool’s Hall Of Fame, Duvall’s versie van Beautiful Dreamer dat werd opgenomen door iedereen van Jerry Lee Lewis tot Roy Orbison, en zijn origineel van Boom Boom Baby dat twee jaar later werd gecoverd door Billy Crash Craddock. Definitief? Nee, wegens incompleet. Essentieel? Ja, omdat de minstens drie andere Huelyn Duvall CD’s in omloop met twee keer 13 en één keer 25 nummers een pak minder tracks tellen en dit alles dus deels overlapt. Als u nog niks van Duvall hebt is deze CD zonder twijfel de beste keuze, in het andere geval is het vergelijken, afvinken en afwegen geblazen. Info: www.rwarecords.com en www.huelynduvall.com
(Frantic Franky)


 

 

EASTER BUNNY HOP
Bear Family, BCD17507

Voor iedereen die zich net als wij eindeloos kan amuseren met het aanleggen van thematische rock ‘n‘ roll lijstjes boort Bear Family (D) een onderwerp aan waar wij zelf nog niet opkwamen: een paascompilatie! Kerst CD’s genoeg, maar Pasen? Wij wisten geeneens dat daar liedjes over bestonden! Nu, echt veel paasliedjes blijken er inderdaad niet te zijn want op deze CD staan er slechts vier, de rest gaat over de bijhorende konijnen (de paashaas is in Amerika de easter bunny en dat is een konijn) en kippen dan wel hanen die uiteraard allemaal kuikens zijn geweest en kuikens horen natuurlijk wel bij Pasen. Over kippen kan je tot het einde der tijden liedjes opturven want in Amerika staat chicken of chick synoniem met meisje maar dit soort bedenkingen (“wat een lekkere kip”) doet niet ter zake: wat telt is dat dit een uitstekende verzamelaar is geworden die het hele rock ‘n’ roll scala omvat van klassiekers (Louis Jordan’s Ain’t Nobody Here But Us Chickens), bekende namen (Eddie Cochran met de gitaarblues instrumental Chicken Shot Blues én als gitarist op I Hates Rabbits van Jerry Neal alias Jerry Capehart, als het ware een Bugs Bunny tekenfilm op rock ‘n’ roll gezet), cultrockers (Hasil Adkins’ Chicken Walk) en onbekende namen, zelfs letterlijk want die onbekende Sun artiest waarvan gedacht wordt dat het mogelijk Gene Simmons zou kunnen zijn staat er ook op met zijn Red Hen Hop) tot onbekende opnames van bekende namen (Johnny Horton’s demo van Egg Money die pas in 2014 het licht zag). Alle stijlen uitgezonderd doo-wop en surf komen aan bod: rock ‘n’ roll (Sam Butera in zijn beste Louis Prima stijl met Up Jumped A Rabbit, Tommy Sands met zijn Big Joe Turner cover The Chicken And The Hawk), rockabilly (Ted Daigle’s Red Hen Hop, James Gallagher’s Crazy Chicken), blanke én zwarte Sun (Jimmy Haggett’s Rabbit Action, Rosco Gordon’s The Chicken), white rock (Chick Chick van Junior Dean & the Avalons), zwarte rock ‘n’ roll (Lloyd Price’s The Chicken And The Bop, Amos Milburn’s Chicken Shack Boogie in de rock ‘n’ roll versie uit 1956), zwarte swing (Nellie Lutcher’s A Chicken Ain’t Nothin’ But A Bird), hillbilly boogie (Red Foley’s Real Chicken Reel, Roy Acuff’s Sixteen Chickens And A Tambourine), country (Sonny James’ Let’s Go Bunny Huggin), bluesbop (de Rooster Blues van Lightnin’ Slim), instrumentals (The Fickle Chicken van The Atmospheres) en zelfs variété (Rosemary Clooney met twee échte paasliedjes, My Choc’late Rabbit en Eggbert The Easter Egg). Bonus: het scabreuze F*** Off The Dirty Rooster alias Chicken Rhythm dat alleen door een geniale gek als Slim Gaillard kon gemaakt worden. Samen geeft dat 28 lekkernijen uit de tijdspanne 1946-1961 voor in uw paasmandje + een full colour boekje van 20 pagina’s met track per track nota’s en waar beschikbaar hoesje, labelshots en foto’s van de artiesten. De geluidskwaliteit is uitgezonderd de oudste opnames kristalhelder, maar van Bear Family verwachten we niets minder. Voor wie vreesde dat Bear Family na het vertrek van opperbeer Richard Weize een stuurloos schip zou worden: voorlopig is niets minder waar. Info: www.bear-family.com (Frantic Franky)

naar boven

2 maart 2017

CD Recensies

 

 

HAVE YOU HEARD/ TINEZ ROOTS CLUB
Donor Productions/ Rootz Rumble, RR89705

Na windstilte sinds 2014 is dit de derde CD van de Tinez Roots Club in opnieuw een andere bezetting: een nieuw album staat voor tenorsaxofonist Martijn ‘Tinez’ van Toor (ook bekend van zijn werk met CC Jerome) blijkbaar gelijk met een nieuwe line-up. Daarbij was het verschil tussen hun in eigen beheer uitgebrachte debuut Something You Got (2009, heruitgebracht door Rhythm Bomb) en opvolger Almost Nasty (2011) het grootst want daarmee gingen ze van sax + gitaar + bas naar twee saxen zonder gitaar of bas + orgel, ook de opstelling op Have You Heard waarop Tinez wordt geruggesteund door baritonsaxofonist Evert Hoedt (zie ook The Electrophonics), drummer Andreas Robbie Carree (zie ook Mr. Boogie Woogie) en Rob Geboers op Hammond B3 orgel. Met de bezetting is ook de muziek geëvolueerd: waar op dat debuut nog de ritmes van onder meer Fats Domino en The Champs doorschemerden is het nu pure jaren ’60 orgel groove, en uiteraard zal alleen al de aanwezigheid van dat orgel een aantal onder u doen afhaken. Mijn favoriete instrument is het ook niet maar in dit geval hebt u ongelijk want wat Tinez en zijn kornuiten presteren met die twee honkende saxen, dat orgel en die drums is muzikaal zéér hoogstaand en een pak beter dan wat de gemiddelde swing of jive muzikant er van bakt. De muziek die de Tinez Roots Club maakt was heel populair zo rond de eerste helft tot mid jaren ’60 en de eerste naam die me te binnen schiet is Jimmy McGriff, maar belangrijker voor u is dat dit wel degelijk swingt en rockt met met invloeden van wat zwarte saxofonisten als Red Prysock, Lee Allen en Big Jay McNeely die eerder hun sporen hadden verdiend in de rock ‘n’ roll en vooral de rhythm ‘n’ blues in die dagen uitspookten, zijnde evenveel delen rhythm 'n blues, jazz, gangsterswing (What You Do To Me) en early soul (Ant Eater en Goin’ To The Church) met Indeed I Do als stripper van dienst. Have You Heard bevat 11 instrumentals en twee gezongen nummers, alle 13 van Tinez’ hand en opgenomen in een kristalhelder kamerbreed geluid zodat u geen elke finesse hoeft te missen. U mag dit roots of groovy bugaloo noemen, ik noem het perfect voor de feestjes van Amsterdam BeatClub. Distributie via Sonic Rendezvous. Info: www.tinezrootsclub.com en www.donor.company/rootzrumble (Frantic Franky)


 

 

THE HOT RHYTHM RAMBLERS/
THE HOT RHYTHM RAMBLERS

Catty Town Records, CTR704

Wat krijg je als 44 Shakedown zanger-gitarist Aram Stoop, 44 Shakedown drummer Ben van Anrooy en Ragtime Wranglers contrabassist Huib Moor samen een band opstarten, zwarte rock ‘n’ roll of hillbilly? Mis: The Hot Rhythm Ramblers kan je grosso modo omschrijven als vooroorlogse swing! Stoop toont hier dat ie tijdens zijn lunchpauze ook gewoon graag wat op een zigeunergitaartje pietert en in combinatie met een drummetje van niks en een contrabas die bijna wegloopt geeft dat jaren ’30 hot jazz met een vleugje western swing. Officieel zijn ze dus een trio en zo staan ze ook op de hoes maar op de CD komen een aantal vrienden langs als de Amerikanen Carl Sonny Leyland op bordeelpiano en Jonathan Doyle (hij deelde onder meer het podium met JD McPherson, Jimmy Sutton’s Four Charms en The Asylum Street Spankers) op sax en klarinet, Jan Albert Smit (jazz band The Young Sinatras) op klarinet en jazzman Koos van der Hout op trompet en trombone. Dat vergroot alleen maar de vreugde maar doet wel de vraag rijzen wat dat live geeft zonder gasten. De swing wordt vermengd met ragtime (Please Don’t Talk About Me When I’m Gone) terwijl hun Red Hot Mama de charleston danst en het resultaat komt soms vervaarlijk dicht in de buurt van boogie woogie (Draftboard Blues) en rock ‘n’ roll met Do I Really Deserve It From You dat charleston mixt met een rock ‘n’ roll gitaar in een melodie die doet denken aan Buddy Holly’s Blue Days Black Nights. Die rockabilly en rhythm ‘n’ blues krijg je er natuurlijk en gelukkig voor ons nooit helemaal uit!
Het ouderwetse artwork is van Chris Wilkinson van The Bonneville Barons (GB), de 12 tracks werden gemixt en gemastered door Alex Hall in de Hi-Style Studio in Chicago en de CD kwam uit op een nieuw Iers label gelieerd aan Rhythm Bomb (D)! Kortom, een waarlijk internationaal plaatje met het label “made in Holland” dat helemaal klopt en het enige nadeel is dat dit bij ons weten (voorlopig?) niet op plaat maar enkel op CD te koop is. Nu ja, dat maakt deze must voor wie de muziek van die oude Woody Allen films leuk vindt wel handiger voor in de auto natuurlijk. Info: www.hotrhythmramblers.com en www.cattytownrecords.com
(Frantic Franky)


 

 

CASTLE STUDIO 1950-1951 COMPLETE SESSIONS/
BILL MONROE & THE BLUE GRASS BOYS

Richard Weize Archives, ACD12522

Aan Bill Monroe heeft re-issue koning Bear Family (D) al een vette kuif, euh, kluif gehad: het volledige werk van de bluegrasskoning van 1936 tot 1994 werd sinds 1989 chronologisch heruitgebracht in zes luxedozen goed voor in totaal 26 CD’s + 1 DVD. En voor u die dacht daarmee alles te hebben tovert ex-Bear Family opperbeer Richard Weize op zijn nieuwe Richard Weize Archives label toch weer iets unieks uit zijn hoge hoed: Monroe’s complete Decca sessies uit 1950 en 1951 en met compleet wordt in dit geval echt wel compleet tot de allerlaatste noot was uitgegalmd bedoeld: je hoort nog net niet hoe Monroe na de opnames de studiodeur achter zich dicht trok. Als we goed geteld hebben want het duizelt ons hier een beetje betekent dat concreet niet alleen alle 39 nummers waaronder New Mule Skinner Blues, Uncle Pen en Raw Hide en inclusief gospels (Swing Low Sweet Chariot), kerstnummers (Christmas Time’s A-Coming) en instrumentals die Monroe in 1950 en 1951 met zijn Blue Grass Boys opnam met zang van Jimmy Martin, Carter Stanley en Edd Mayfield, maar ook alle alternatieve takes, valse starten en takes die halfweg werden afgebroken, ál-le-máál nooit eerder gehoord behalve door Richard Weize zelf en alles bij elkaar goed voor 181 tracks uitgespreid over vijf CD’s oftewel zes uur muziek. Je kan hier dan ook naar blíjven luisteren en eigenlijk raak je er niet over uitgepraat, dus volsta ik met de melding dat dit bluegrass in zijn puurste en meest verheven vorm is met klaaglijke zang, metalige banjo en wild in het rond fladderende fiddles, plechtstatig droevige muziek, magistraal uitgevoerd in de tijd dat de rock ‘n’ roll nog diende uitgevonden. Opvallend: het gebruik van honky tonk piano in Prisoner’s Song en zelfs een kerkorgel in onder meer de Kentucky Waltz. Mooi meegenomen: The First Whippoorwill, tot nu toe enkel beschikbaar met een vervelende klik erin wegens foutief gedubd is eindelijk te horen in al zijn wonderbaarlijke glorie wegens rechtstreeks gekopieerd van de mastertape en net als de rest van deze vijf CD’s te beluisteren in onwaarschijnlijk heldere geluidskwaliteit.
Deze vijf CD’s zijn niet gehuisvest in een doos op LP-formaat zoals we die kennen van Bear Family maar in een soort miniatuurversie van zo’n oude box met 78-toeren platen, een openklapbaar doosje op CD-formaat met een boekwerkje van 68 pagina’s met een herziene discografie en herinneringen van Blue Grass Boys fiddler Charlie Smith (al kwam die volgens ons zo los uit het hoofd pas ná 1951 bij de groep), samen goed voor 2 kilogram Bill Monroe. Nodeloos te zeggen dat dit alleen al door het exhaustieve karakter (13 takes van Poison Love!) enkel voor de Arnold Lasseurs onder u bestemd is. Info: www.rwarecords.com
(Frantic Franky)

naar boven

16 februari 2017

 

 

UNDER COVER AND STILL ALIVE/ THE LUCKY DEVILS
Raucous Records, RAUCD 284

De zesde CD van The Lucky Devils (F) is tegelijk hun zevende want het is een dubbelaar met twee compleet verschillende CD’s: een studio album én een live album. Dat studioalbum valt meteen op omdat het in tegenstelling tot de vijf vorige CD’s op Part (D) en Crazy Love (D) die voornamelijk eigen nummers bevatten, enkel uit 10 covers van pop- en rocksongs uit de jaren ’60, ’70 en ’80 bestaat, anderzijds toch weer niet zó opvallend omdat op al die vorige albums ook al wel een rockcover stond. Het powertrio uit het Noordfranse Lille dat onafgebroken actief is sinds 1999 en nog steeds bestaat uit dezelfde bezetting van Philippe Nowak (zang + gitaar), Vivien Capon (contrabas) en Eric Bosc (drums), toch uitzonderlijk de dag van heden, zet zijn tanden in nieuwe Lucky Devils covers van onder meer Reach Out I’ll Be There (Four Tops), Sunny Afternoon (Kinks), Beds Are Burning (Midnight Oil), Mother’s Little Helper (Rolling Stones), I Was Made For Loving You (Kiss), She’s Not There (Zombies), Personal Jesus (Depeche Mode) en London Calling (The Clash) en dat zijn leuke dingen voor de mensen want het werkt, die opgepepte versies van nummers die intussen tot het collectief bewustzijn van de mensheid behoren. The Lucky Devils switchen tussen neo en psycho, zelfs letterlijk: zie de tempowissels tussen strofes en refreinen in Reach Out I’ll Be There en Beds Are Burning, maar hellen duidelijk over naar de psycho kant van de balans met dat typische staccato gitaarwerk en de supersonisch snelle drums. Maar een muur van sound neerzetten kunnen ze! Ach, er zijn ergere dingen om een verloren half uurtje door te komen. De geluidsmix bevat naar mijn smaak te veel mid en te weinig scherp, maar da’s zoals gezegd mijn persoonlijke smaak en makkelijk te corrigeren mits aanpassing van de voorkeursettings op je hifi-installatie.
De live CD die werd opgenomen op hun 15de verjaardagsconcert, een thuismatch op 6 december 2014 in de Boite à Musique in Wattrelos bij Lille, geeft je een idee wat The Lucky Devils die best veel spelen, maar toch niet op élk psychobillyfestival staan, op het podium presteren: één ononderbroken adrenalinestoot en een gooi naar het wereldrecord snelslappen in 15 eigen composities van Philippe Novak + opnieuw drie pop-/rockcovers (Call Me van Blondie, Gangsters (Special AKA oftewel The Specials) en Blue Hotel van Chris Isaak) die alle 18 ook op hun studioalbums staan. Deze CD klinkt veel scherper en appelleert daardoor meer aan mijn persoonlijke hifi-smaak, al zit bij enkele songs de zang niet genoeg naar voor in de mix. En wat een evolutie met Time Passes By, hun debuut uit 2001 dat in retrospect gewoon als pure rock ‘n’ roll kan beluisterd worden, zij het uiteraard niet van het Rock Around The Clock type, want dit is geen punkabilly of metalbilly maar – uitgezonderd Blue Hotel dat we als neo kunnen beschouwen – pure onversneden doch goudeerlijke psycho. Er zijn er nog die dat zeggen maar The Lucky Devils zijn het wel degelijk en bovendien toch melodieus. Als dat uw ding is en u kent deze rakkers nog niet: dringend checken!
Info: www.facebook.com/the-lucky-devils en www.raucousrecords.com
(Frantic Franky)


 

 

 

MONTREUX JAZZ FESTIVAL LIVE IN THE PARK/
ROB RYAN ROADSHOW

Rhythm Bomb, RBR 5840

Het vijfde album van de Rob Ryan Roadshow is een livealbum opgenomen op 7 juli 2014 op het Montreux Jazz Festival in Zwitserland maar met jazz heeft de Rob Ryan Roadshow absoluut niets te zien en het nochtans erg prestigieuze Montreux Jazz Festival, het tweede grootste jaarlijkse jazzfestival ter wereld, staat dan ook bekend om zijn héél brede programmatie: ooit stonden er zelfs Chuck Berry (1972), The Stray Cats (1981), Johnny Cash (1994) en Bo Diddley (1972 én 1996) op het podium. De Rob Ryan Roadshow is wat je noemt een internationale band: gitarist Jacco Bertacco is een Italiaan, drummer Boris Israel komt uit Zuid-Amerika, contrabassist Ralf Sommer is een Berlijner en al 25 jaar de ruggengraat van rockabilly band Spo Dee O Dee, Rob Ryan zelf is een Amerikaan die in 2008 naar Berlijn trok van waaruit de band opereert. Samen kunnen ze een flink potje rocken op een podium en dat vertaalt zich in deze live-CD waarvan de 18 tracks voor het merendeel eerder op hun vier studio albums én op hun setlist stonden (een stuk of vijf doen me niet meteen een koeienbelletje rinkelen) en dat ze hier goed gerodeerd klinken, bijvoorbeeld de Hayden Thompson cover Call Me Shorty, mag dan ook geen wonder heten. Ryan heeft als Amerikaan een echte countrystem, zo’n Dwight Yoakam-achtige wat hoge stem met een southern drawl, en de muziek is een mix van rechtdoor rock ‘n’ roll (Not Good Enough, Truck Drivin’ Man), rockabilly (Jerry Reed’s When I Found You) en country rock (Highway Man, het zelfs Byrds-achtige Plain Jane) met veel twangy gitaar, een scheutje jodelgospel (Rollin’ With Jesus), het geheel overgoten met uptempo hoempapa gitaar en een Ronnie Dawson groove: Dawson’s Monkey Beat City staat al járen op hun setlist en dus ook op deze CD, net als voor de goede orde enkele bona fide countryklassiekers als Pick Me Up On Your Way Down van Charlie Walker uit 1959 en Good Hearted Woman van Willie Nelson uit 1971. Daarnaast horen we in Bertacco’s flitsend gitaarspel invloeden van rock (Heaven Yes Hell No) en zelfs southern rock (Good Rockin’) en een meer bluesy gitaar in de nochtans uptempo Hank Williams cover Mind Your Own Business.
Wie de vorige Rob Ryan Roadshow albums heeft zal dit met plezier aanhoren, voor wie Rob Ryan nog niet kent vormt deze CD uiteraard de ideale introductie tot waar de sympathieke cowboy live voor staat en gaat. Grappig weetje: de CD mag dan opgenomen zijn in Montreux, de foto’s op de hoes werden vorig jaar genomen op Sjock in België! De Rob Ryan Roadshow speelt op vrijdag 24 februari in Kingsland in Oostkamp (B), op zaterdag 25 februari in CC Palethe in Overpelt (B) en op zondagnamiddag 26 februari in Café ’t Babbelaartje in Middelburg.
Info: www.therobryanroadshow.com en www.rock-star-records.com
(Frantic Franky)

naar boven

2 februari 2017

 

 

 

WANTED/ THEM LEWIS BOYS
Them Lewis Boys, géén cat.nr.

Jeroen Sweers (piano, zang), Willem de Roode (gitaar), René Postma (basgitaar) en Matthias van Olst (drums) presenteren zichzelf met dit debuut onvervaard en onbeschaamd als “tribute to Jerry Lee Lewis”. Zoiets is steeds een tweesnijdend zwaard maar het gekke is dat wanneer een band Johnny Cash nadoet iedereen staat te juichen en als een band iemand anders nadoet het gaat van “ja, maar...” Wat er ook van zij: er is een publiek voor Them Lewis Boys, zie hun optredens in Engeland en Zwitserland, en welk publiek, zowel rockers als een niet-rock ‘n’ roll publiek, gaat nu niet uit de bol bij het beste van Jerry Lee Lewis? Bovendien zijn Them Lewis Boys al bezig sinds 2010 dus werd het tijd dat er eens een CD kwam: je moet dat publiek ook wat kunnen aanbieden. Sweers studeerde cum laude af aan het conservatorium van Zwolle wat eens te meer bewijst – in tegenstelling tot de gangbare opvatting – dat hoe groter je muzikale bagage is hoe beter je wordt als rock ‘n’ roll muzikant. In het verleden speelde hij mee in Jaap Dekker’s Grand Piano Boogie Train theatershow, hij beheerst zowat alle pianostijlen van jazz over ragtime en blues tot uiteraard boogiewoogie, en bracht recent de in 2015 bij Sun Records in Memphis opgenomen solo-CD Me And Jerry Lee uit. Zijn stem heeft een ander timbre dan JLL (en niet dat ijzingwekkende van JLL) wat wordt gecompenseerd door de juiste dosis echo, op Wanted worden de JLL arrangementen niet slaafs gekopieerd maar de band blijft toch trouw aan de originele uitvoeringen en dit klinkt gestroomlijnder dan JLL’s soms rammelende rondzinderende Sun sound. Niet alleen de bekende Sun krakers als Great Balls Of Fire, Whole Lotta Shakin’ Goin’ On, High School Confidential, Breathless, Crazy Arms, Lewis Boogie en End Of The Road passeren de revue maar ook minder bekend later werk als Hong Kong Blues (onuitgebrachte Sun uit 1963), Gotta Travel On dat wij hebben op de Jerry Lee Lewis & Linda Gail Lewis LP Together uit 1969, Me And Bobby McGee uit 1971, de mooie countryrocker No Traffic Out Of Abilene uit 1972 in diezelfde Me And Bobby McGee sfeer, Don’t Boogie Woogie uit 1975 en Rockin’ My Life Away uit 1979 en zelfs heel recent JLL materiaal als Mean Old Man uit 2010. De “modernste” nummers worden met een ruimere bandbezetting gespeeld maar zijn gelukkig niet zo overgeproduced als bij de Killer zelf. Wanted verscheen in eigen beheer dus ga Them Lewis Boys gewoon een keertje live zien, bijvoorbeeld bij de CD- voorstelling op zondagmiddag 12 maart in de Kofferbak in Kampen. Info: www.facebook.com/themlewisboys , www.jeroensweers.com en www.themlewisboys.com (Frantic Franky)


 

ELIXIR FOR THE DRIFTER/ MARY’S LITTLE LAMB
Donor Productions/ Rootz Rumble, RR89703

Nadat wij de CD van Walter Broes & the Mercenaries (B) recenseerden stuurde platenfirma Donor Productions ons prompt deze CD van Mary’s Little Lamb, een ons totaal onbekende Belgische groep bestaande uit Bart Hendrickx (zang, gitaar, baritongitaar, melodica, lap steel, dobro, mellotron, banjo), Bert Cuypers (contrabas, mondharp), Mike Van Daele (drums, timpani, vibrafoon, xylofoon, glockenspiel), Kevin Van Hoof (trompet, bugel, piano) en Stijn Cumps (trompet), aangevuld met een hoop strijkers, en Elixir For The Drifter blijkt na het in december 2014 verschenen Fortune & Chance hun tweede langspeler.
De twangy gitaar en Mexicaanse trompetten op de eerste twee nummers doen gelijk het vergelijk maken met de Amerikaanse rockband Calexico en die naam valt dan ook voortdurend in verband met Mary’s Little Lamb. De instrumentale opener Bound For The Horizon is een (kort, slechts één minuut) westernthema in Ennio Morricone stijl, ook al door de uitgebreide strijkers, en die visuele western stijl geldt ook voor het vocale Hold Your Horses gezongen met een diepe stem die meer nog dan naar Johnny Cash overhelt naar Lee Hazlewood, of naar Nick Cave, dat soort grafstem. De hoofdmoot op Elixir For The Drifter is al dan niet verwesternde rootsmuziek met banjo’s alom maar nog steeds geïnspireerd door Lee Hazlewood, het ene nummer al rustiger dan het andere, en we zeggen bewust rootsmuziek en niet rootsrock. Op Incantation en El Fuego nemen die Mexicaanse muziekjes Colombiaanse cumbia vormen aan en de enige cover op de 12 tracks is Alone And Foresaken van Hank Williams, kan u nagaan hoeveel droefenis dit uitstraalt. Rock ‘n’ roll is dit niet (eerder Lee Hazlewood meets Ennio Morricone meets Buena Vista Social Club, zoiets) maar wij die als tiener meer Hollisters en Colt 45’s dan schoolboeken lazen vinden dit de ideale soundtrack om onze zondagochtendkater uit te zweten. Een vinyl versie is op komst. Info: www.donor.company/rootzrumble en www.maryslittlelamb.be
(Frantic Franky)


 

 

RUST ‘N’ DUST/ THE SLAPBACKS
Rhythm Bomb, RBR 5843

Minstens de zesde CD van dit Weense kwartet opgericht in 1995 als drumloos trio en die CD’s klinken allemaal enigszins anders alsof ze een duidelijke periode in de evolutie van de band markeren. Op deze nieuwe, hun eerste sinds Buckle Up uit 2009, is het grootste verschil dat ze er intussen een drummer bijnamen en dat maakt uiteraard een wéreld van verschil. Op Rust ‘n’ Dust is de zang van Michael Nehyba rauw en zijn gitaarspel juist maar (bewust?) nonchalant met meer uithalen dan noten terwijl contrabas, ritmegitaar en drums weinig meer kunnen doen dan proberen het geheel in goede banen en op het rechte pad te houden. De melodieën zijn repetitief omdat de gitaar graag in dezelfde grooves blijft hangen, wat wij niet erg vinden omdat we zelf ook graag blijven hangen. Opposites Attract is de melodieuze uitzondering op de Rust ‘n’ Dust regel, Highway Man Blues is freewheelende countryrock, gitaarinstrumental Speed is gebaseerd op de rif van Tornado van The Jiants en Endless Ride is de bluesbopper van dienst. Alle 14 tracks zijn van de hand van Michael Nehyba. Niks mis mee voor wie kickt op bezwerende rockabilly met een bezweet onderlijfje en vieze vingernagels. Info: www.rock-star-records.com en www.facebook.com/slapbacks (Frantic Franky)


 

 

 

WILDERNESS/ THE HILLBILLIES
Teatime Records, géén cat.nr.

The Hillbillies komen net als de mosterd uit Dijon (F) en zijn net als de mosterd straf. Hun debuut werd ons bezorgd door bopper Terry - waarvoor dank - die het woord “psychobilly” in de mond nam maar ’t is best mogelijk dat ik dat verkeerd begrepen heb want The Hillbillies spelen geen psychobilly (al speelt contrabassist Alex Terror ook in de Franse psychobillyband Manor Freaks wat hier gelukkig niet aan te horen is) en al helemáál geen hillbilly maar gewoon pittige hedendaagse rockabilly van het type dat 25 jaar geleden neo zou zijn genoemd, ook al door het scherpe geluid (de drums ratelen als een machinegeweer), u geserveerd door een trio dat ‘em flink van jetje en er onbekommerd met kennis van zaken een lap op geeft, met extra punten omdat het bij Franse bands onvermijdelijke Franse accent beperkt blijft tot een minimum. Variatie wordt voorzien door de rhythm ‘n’ blues gitaar in het uptempo rockabilly I’m Drunk Again, de rechtdoor rock ‘n’ roll van Hot Rod Style, de instrumentale Link Wray in rockabilly interpretatie Last Judgement en de neuzelend meetoeterende gastsax op I Hate en Tornado. De CD bevat 10 eigen nummers + twee covers, het welbekende Tornado van The Jiants en een geslaagde uptempo rockabilly uitvoering van Ernie Chaffin’s Sun country janker I’m Lonesome. Nog vòòr de zomer zou er op een Frans label een vinyl single moeten verschijnen met twee gloednieuwe nummers van deze band die het verdient hier bekender te worden en dat zit er dik in want de verwachting is dat ze later dit jaar op Rockin' The Bop in dB’s in Utrecht zullen staan en ook de Cruise Inn in Amsterdam heeft interesse voor na de zomer. Check alvast hun Hot Rod Style clipje op YouTube! Teatime is het label van Jimmy Chevillard van de Franse psychobillyband The Astro Zombies die verantwoordelijk was voor het maken van de opnames, dus misschien is de CD bij ons moeilijk te vinden.
Info: www.facebook.com/thehillbilliesband. Wie meer wil weten over de band en de CD kan terecht bij Terry via terryd@xs4all.nl
(Frantic Franky)

naar boven

26 januari 2017

Vinyl Recensies

1958 DEMOS FOR CASH/ BILLY MIZE
Richard Weize Archives, ALP10501

Bijzonder mooie uitgave op het nieuwe Richard Weize Archives: een vinyl 10-inch met openklapbare hoes met zes demo’s van Billy Mize uit 1958 voor Johnny Cash. Countryzanger en steelgitarist Billy Mize is niet echt een bekende naam maar de exponent van de Bakersfield sound was tussen 1965 en 1973 toch maar mooi 23 keer genomineerd voor de Academy Of Country Music Awards (hij won Most Promising Male Vocalist in 1966 en Television Personality Of The Year in 1965, 1966 én 1967). Voor hij in 1966 voor het eerst de countryhitparade haalde met You Can't Stop Me was hij al actief sinds de jaren ’50 met als eerste stapje naar het succes het door hem in 1955 geschreven en origineel opgenomen Who Will Buy The Wine, gecoverd door onder meer Jerry Lee Lewis en Ernest Tubb. Toen Johnny Cash in 1958 vaste gast werd op de Town Hall Party TV-show zag Mize die daar ook optrad zijn kans schoon en zette hij zich aan het werk om nummers voor Cash te schrijven die netjes ingespeeld als demo bij Cash terechtkwamen, en van die zes liedjes nam Cash er in maart 1959 effectief één op, Clementine (niet het volkswijsje Oh My Darling Clementine) dat in september 1959 terecht kwam op Cash’ LP Songs Of Our Soil. En nu kan u die zes nummers dus horen zoals Johnny Cash ze zelf in 1958 te horen kreeg, en het dient gezegd dat ze alle zes uitstekend zijn en alle zes medium tot uptempo (You Can’t Take Your Love Out Of This Boy) in dat typische wandelende Johnny Cash tempo met vooral She Needed Me als uitschieter door die dreigende gitaarhook. De begeleiding klinkt exact als The Tennessee Three en Mize’s stem mag dan iets hoger zijn dan Johnny Cash, zijn frasering zit er krak op. Laat u overigens niet afschrikken door dat woordje “demo” want de geluidskwaliteit is super! De fraaie uitvoering en niet in het minst de muziek zelf maken dit tot verplichte kost voor iedereen die dacht al alles gehoord te hebben wat met Johnny Cash te maken heeft. Info: www.rock-star-records.com
(Frantic Franky)


LET THE BELLS KEEP RINGING/
CAB CALLOWAY

Richard Weize Archives, ALP10503

Het nieuwe re-issue label Richard Weize Archives is momenteel bezig met het uitbrengen van een negendelige retrospectieve van Bell Records, een budget label uit de jaren '‚50 gespecialiseerd in het coveren van de hits van de dag. Bekende namen hoef je dan ook niet te verwachten op Bell, maar toch haalden ze in 1954 een ster binnen toen ze hipster avant la lettre Cab Calloway tekenden, al was diens ster toen wellicht tanende want de in 1994 op 86-jarige leeftijd overleden Calloway's eerste en grootste hit Minnie The Moocher dateerde al van 1931 en zijn laatste hit The Calloway Boogie was toch ook al geleden van 1948. Zijn carrière mag dan mogelijk op haar retour geweest zijn, Calloway zelf duidelijk nog niet want de Hi De Ho man is in bloedvorm op de vier singles die hij in 1954 en 1955 uitbracht op Bell, begeleid door zo’n groot orkest dat het haast filmmuziek lijkt, en bovendien zijn zeven van de acht nummers uptempo. Ja, qua parlando en frasering kende Calloway zijn gelijke niet en hier klinkt hij als een kruising tussen Tennessee Ernie Ford en, tja, zichzelf, want Cab Calloway blijft ten allen tijde Cab Calloway, terwijl het muzikaal dan weer helemaal Frank Sinatra is, en zo maakt hij heel diverse nummers geheel de zijne, met name de country popnummers Hey Joe van Carl Smith (origineel) en Frankie Laine en Gambler’s Guitar van Jim Lowe (origineel) en Rusty Draper, Teresa Brewer's Jilted (ook gedaan door Red Foley), I’ll Get By dat teruggaat tot 1928 en in 1954 al een standard was getuige het feit dat er in 1950 zelfs een filmmusical naar genoemd en rond gebouwd werd (in 1958 werd het gecoverd door Connie Francis), en Frank Sinatra's Learnin' The Blues. Het enige rock '‚n' roll verwante nummer is Such A Night, op dat moment een hit in de zwarte doo-woppende oerversie van Clyde McPhatter & the Drifters, het enige trage nummer is een majestueus Unchained Melody, en als afsluiter covert Calloway zichzelf met alweer een steengoeie Minnie The Moocher, zijn lijflied waarvan hij minstens vier verschillende versies opnam en daar is geen enkele slechte bij. Calloway zou zijn carrière trouwens nog weten te rekken tot hij begin jaren ’90 al in de 80 was, met als hoogtepunt zijn vertolking van opnieuw Minnie The Moocher in de film The Blues Brothers in 1980. Muzikaal is dit top en de uitvoering is voorbeeldig: 10-inch vinyl met een openklapbare hoes. Voor de swing fanaten! Info: www.rock-star-records.com
(Frantic Franky)

CD Recensies

 

 

 

RUSTINES/ THE AKULAS
Green Cookie Records, GC055

Gent Die Scone hebben wij naar analogie met andere steden als Eindhoven Rock City en Breda Suck City ooit horen omschrijven als Surf City wat erop neer kwam dat er drie surfbands actief zijn/ waren: Fifty Foot Combo, Speedball Jr. en The Revelaires. We vermoeden dan ook dat ook die term door de bands zelf is gelanceerd (wij verdenken Jenz DW), maar nu blijkt er op de Leie al die tijd in de maalstroom van het succes van genoemde bands nog een andere band gesurft te hebben, The Akulas, al opgericht in 2005 en met uiteraard een hoop Fender Jaguars en Jazzmasters en Bassman 100s en Dual Showmans en Fender reverb tanks in het tourbusje maar pas in 2011 na de toevoeging van orgel zijn huidige definitieve bezetting gevonden hebbende, getuige hun titelloze 5-track demo uit 2012. The Akulas spelen surf, ja, maar gekruid met diverse invloeden als een horror kerkorgel in de cover Cemetary Stomp van The Essex uit 1963, easy tune in de André Brasseur cover Special 230 uit 1965 en een hoop exotica - exotica zoals in Arthur Lyman, niet zoals in Vegas Grind - in hun eigen Taboo/ Misirlou variatie L’Amour Chaud, dat alles overgoten met een Booker T groove. De twangy surf leadgitaar wisselt de melodie af met het orgel terwijl beiden melodielijnen spelen en elkaar netjes aanvullen en afwisselen en ook de basgitaar regelmatig haar eigen lijntjes pompt, het geheel overgoten met bongo’tjes en doorweven met referenties en vette knipogen naar surfklassiekers: het eigen Holiday Panic gebruikt de Wipe Out drumbreaks om ergens totaal anders uit te komen en de Carol K(aye) & the Hitmen cover The Searchers uit 1965 koppelt de riedel van Out Of Limits aan een western achtervolging. Rustines bevat vijf eigen composities + negen covers en het is in die covers dat je een goed beeld krijgt van waar The Akulas voor staan: de twee bekendste, Man Of Mystery van The Shadows en Crossfire van Johnny & the Hurricanes, krijgen een complete make over, de overige komen uit heel diverse hoeken uit de eerste helft van de jaren ’60: onbekende surf (Moon Shot van Kenny & the Fiends uit 1964), Telstar orgeltjes als Le Sang Du Soleil van Les Relax (CH) uit 1964 en filmmuziek (The Mafista van Neal Hefti van zijn Batman Theme And 11 Hefti Bat Songs LP uit 1966, het nummer komt niét voor in de TV reeks), misschien allemaal net geen surf maar wel met succes door de Akulas mallemolen gedraaid. Komt deze stortvloed aan invloeden chaotisch over? Net niet, want het resultaat zijn aanstekelijke instrumentals op maat geknipt van wie Fifty Foot Combo (wier SL-54 Automatic hier trouwens wordt gecoverd) wel goed maar te hard vindt, al blazen The Akulas live ongetwijfeld het dak eraf wat u zelf kan checken op zaterdag 4 maart tijdens de release party in de Charlatan in Gent (B). Let op: de CD verschijnt op amper 300 exemplaren en er zijn ook 300 vinyl exemplaren (GC055LP) beschikbaar. Info: www.akulas.be en www.greencookie.gr (Frantic Franky)


 

 

 

MR. BASS MAN, THE ACETATES/ JOHNNY CYMBAL
Richard Weize Archives, ACD12508

Johnny Cymbal = Mr. Bass Man, die heerlijk nonsensikaal doo-woppende hit uit 1963. Toch was de in 1993 op 48-jarige leeftijd aan een hartaanval overleden Cymbal meer dan een one hit wonder: van 1960 tot 1972 bracht hij minstens 25 singles uit, uiteraard gecompileerd op diverse CD’s waarvan de 32 tracker Mr Bass Man & Other Classics op Sparkletone uit 2006 ons de compleetste lijkt. Bear Family bracht nooit een Johnny Cymbal CD uit maar ex-Bear Family opperbeer Richard Weize tovert nu iets speciaals uit zijn hoge hoed: 15 Johnny Cymbal tracks waarvan de meeste demo’s zijn. Van de 13 verschillende songs ken ik er buiten Mr. Bass Man slechts twee; de prima teenrocker
Go VW Go hier in een ruwe versie met studio intro en Teenage Heaven, hier alleen Johnny Cymbal op zijn akoestische gitaar. Vreemd nummer hoor, een tribute aan Buddy Holly, The Big Bopper, Ritchie Valens, Eddie Cochran en James Dean, op zich niet ongewoon wat het pas wordt als Cymbal daar nog een tiental toen nog levende namen aan toevoegt zoals Elvis, Brenda Lee, Fabian, Bobby Vee en Duane Eddy. We hadden verwacht dat hij achteraan het lijstje nog zichzelf zou noemen maar zover gaat hij dan toch weer niet. Cymbal alleen op zijn akoestische gitaar vormen het bulk van de nummers en daar zit absoluut straf spul tussen zoals de prima early sixties rocker More Of You, het geweldige Who’s Gonna Love Me waarin Cymbal alle stemmetjes doet, de ballade Rover Boy over zijn hondje dat aan het eind uiteraard sterft maar toch erg geslaagd is in een beetje een Everly-achtige stijl en het opnieuw uitstekende uptempo Thanks A Lot. De geluidskwaliteit van deze demo’s is overigens formidabel (dit klinkt alsof Cymbal bij jou thuis in de woonkamer staat te zingen) maar enkele zijn slechts fragmenten: Street Talk is 1 minuut en 10 seconden, Slow Dancin' With Don amper 39 seconden, andere zijn met gesproken studio intro, maar allemaal tonen ze aan wat een speels songschrijver en begenadigd zanger Cymbal was. Bij die demo’s komen nog de afgewerkte nummers Summertime USA (surfpop op een Bo Diddley beat) en de groots georchestreerde highschool ballade Outside My World waar je natuurlijk wel voor moet zijn. Mr Bass Man zelf blijft na al die jaren nog even fris en vrolijk en als toetje krijg je naast de master nog twee andere versies van Cymbal’s visitekaartje: een volgens ons reeds eerder uitgebrachte alternatieve versie en Cymbal’s solodemo waarop hij de twéé stemmen zingt! Info: www.rock-star-records.com
(Frantic Franky)

naar boven

12 januari 2017

Magazine Recensie


VINTAGE LIFESTYLE
editie 12, december 2016

Dat vintage in is en verkoopt (al is vintage wat ons betreft gewoon een chique woord om tweedehands duurder te verkopen) weet inmiddels het kleinste kind: eergisteren stond ik in de rij aan de kassa van de supermarkt waar in het tijdschriftenrek een “retro vintage vrouwenblad” lag geheten Valois dat ik niet gekocht heb omdat ik al bladerend snel door had dat de inhoud gewoon hedendaags was, zeg de Flair of de Libelle met retro illustraties. Vintage Lifestyle daarentegen is een écht Nederlands vintage en retro lifestyle magazine dat elk kwartaal verschijnt wat betekent dat ze met nummer 12 al bezig zijn sinds 2014 en da’s op zich best een knappe prestatie: ook al is retro hot, we hebben het niet over de C & A want het is en blijft een beperkte markt waarin al die shops vissen. Vintage Lifestyle omschrijft zijn inhoud als ”mode, haarstyling, make up, styling adviezen, meubel design, interieurtips, recensies van oude en recente films en boeken, culinair, retro kledingboetieks, kringloopwinkels, jukebox en retro gadget specialisten, vintage juweeltjes en meer”, wat in nummer 12 neerkomt op 116 full colour pagina’s waarvan 31 pagina’s reclame maar omdat die allemaal over vintage gaan vinden we dat niet erg. Er blijft genoeg leesvoer over in een mooie verhouding van artikels over echte winkels, webshops en andere gerelateerde onderwerpen, specifiek in deze uitgave stukken over de impact van de zwarte jurk (9 pagina’s), het Amsterdamse kledingmerk Bannou (8 pagina’s), het welbekende want al 40 jaar actieve Bennies Fifties in Scheveningen (7 pagina’s), BarbMama Design uit Amstelveen (6 pagina’s), kringloopwarenhuis Vindingrijk te Breda (5 pagina’s), jaren ’40 actrice Betty Grable (4 pagina’s waarvan 1 paginagrote foto), Newwdesign in Leeuwarden (4 pagina’s), webshop theretrofamily.nl (4 pagina’s), retro shop Elisabeth Young in Emmen (3 pagina’s), Woody Allen’s nieuwe jaren ’30 film Café Society (3 pagina’s), de nieuwe film Nowhere Boy over John Lennon’s pré-Beatles jaren (3 pagina’s), de kerstshow van Liptease (2 pagina’s), columns van blogsters Sonja Vogel en GT Rovers en nog wat losse stukjes. Opvallend is 6 pagina’s vintage adresjes in Manchester (GB) terwijl ik nergens in het blad het woord Vlaanderen aantref: wellicht zouden artikels over retroshops in België meer Vlaamse lezers over de streep kunnen trekken, tenzij dat al is gebeurd in eerdere uitgaves. De 2 pagina’s DVD en boek recensies handelen over de boeken Vintage Style Guide van Sugarcoated Pictures en de James Dean schandaalbiografie Tomorrow Never Comes van Darwin Porter en Danforth Prince en over twee kerstfilms, The Christmas Candle die zich afspeelt in 1890 en de kinderfilm De Legende Van De Kerstboom waarvan mij ontgaat wat er vintage aan is.
De kwaliteit van de full colour illustraties is prima, het Nederlands kon links en rechts wat vlotter en de scheidingslijn tussen info en reclame is flinterdun, maar dat laatste is iets waar we ons zelf maar al te goed bewust van zijn. Diepgravend of kritisch is het blad nergens maar misschien hoeft dat geeneens: Vintage Lifestyle leest lekker weg en is informatief en daarom zeker de moeite voor elke zichzelf respecterende moderne vintage dame. Vintage Lifestyle verschijnt vier keer per jaar en een jaarabonnement kost € 19,95 maar dat abonnement van vier edities heb je het eerste jaar al voor slechts € 9,95 inclusief verzendkosten. Losse nummers kosten € 6,95 inclusief verzendkosten. Info: www.vintageglossy.nl
(Frantic Franky)

CD Recensies

 

 

 

CONFESSIONS OF A LONER/ THE HOODOO TONES
Rhythm Bomb, RBR 5839

The Hoodoo Tones uit Lille, Noord-Frankrijk werden in 2013 opgericht als kwartet, kieperden een jaar later hun ritmegitarist overboord en het is in die triobezetting dat hun debuut verschijnt, hedendaagse rockabilly met elementen uit neo (Northern Style) en western dramatiek (Handcuffed In Reno, Broken Heart Allleyway). Being In Love Like Teenagers is rollende Bobby Fuller Four en het trage Asking The Stars is zelfs gebaseerd op doo-wop ballades. De enige cover op de 13 tracks, Watch Your Mouth van Troyce Key, gaat dan weer meer richting rechtdoor rock ‘n’ roll en alles samen geeft dat een vakkundig gespeeld en met overgave gezongen rechtlijnig en hoekig maar toch clean geluid dat opvalt en geheel eigen is. Het repetitieve van een aantal nummers (Lonesome Rocker, Blue, The One) creëert tevens een Wild Records gevoel maar dan properder. De nummers Northern Style en Watch Your Mouth verschijnen in april op vinyl single. Info: www.facebook.com/thehoodootones en www.rock-star-records.com (Frantic Franky)


 

 

 

THE ROLLIN’ ROCK RECORDINGS VOLUME 2/
RAY CAMPI

Part Records, PART-CD 613.005

De reden dat Ray Campi in de jaren ‘70 na zijn herontdekking door Rollin’ Rock Records zo populair werd en dat anno 2017 op zijn 82ste (!!!) nog steeds is komt volgens mij doordat ie zo vaak in Europa optrad (onder meer in Nederland op de Rockhouse meeting in 1983) en daarbovenop de enige jaren ’50 artiest was die zelf contrabas speelde. Campi bracht bovendien van alle Rollin’ Rock artiesten de meeste platen uit, deels reeds eerder heruitgegeven op diverse verzamel CD’s en nu ook op Part Records (D). Het in 2013 verschenen Volume 1 bevatte de complete LP’s Rockabilly Rebel (1975) en Rockabilly Rocket (1977), Volume 2 bevat 32 nummers (75 minuten!) afkomstig van LP’s als Rockabilly Lives (1975), Eager Beaver Boy (1976), Born To Rock (1977), Wildcat Shakeout (1978), Gone Gone Gone (1979), Rockabilly Rebellion (1979), Rockabilly Music (1980), Rockin’ At The Ritz (1980) en Rockabilly Man (1981), een vijftal nummers die enkel op single verschenen, Born To Be Happy van de various artists compilatie Rollin’ The Rock Volume 2, zijn clubhit How Low Do You Feel (trouwens een cover van een nummer van Jimmie Skinner), de heropname van zijn eigen It Ain’t Me uit 1957 en zijn origineel van Rockin’ At The Ritz dat werd gecoverd door Matchbox (GB). Als we het tenminste correct hebben want een fatsoenlijke discografie ontbreekt en dat materiaal verscheen toen al in zoveel verschillende vormen op zoveel verschillende labels dat wij er al lang niet meer uitraken. Geen enkele van de genoemde LP’s staat hier volledig op (tenzij Wildcat Shakeout als je de nummers daarop gezongen door Colin Winski en Jerry Sikorski niet meetelt) dus lijkt er ons nog genoeg materiaal voorhanden voor een Volume 3.
Op Volume 2 vallen twee zaken op: het gros van de nummers klinkt een pak gestroomlijnder dan het gebruikelijke Rollin’ Rock gerammel en Campi gaat breder dan enkel rockabilly met rock ‘n’ roll met sax (Don’t Come Knockin’, No Way Out, de Little Richard cover Boo Hoo) en old timey country (Born To Be Happy, It’s Blowin’ Away). Laten we immers vooral niet vergeten dat Campi zo’n beetje een eenmans rootsmuziekarchivaris is: zie zijn coverkeuze, en hij gaat zelfs zo ver aan begin en eind van zijn cover van Quit That Triflin’ On Me met een woordje uitleg een flard van Gene Snowden’s origineel te plakken. De CD toont een jaren ’50 artiest op zijn creatieve hoogtepunt en is daarom ideaal voor wie nog niet vertrouwd is met leven en werk van Ray Campi, alsmede voor wie de gaten in zijn Rollin’ Rock collectie wil dichten.
Alleen over het booklet ben ik niet tevreden: in plaats van de opnames te duiden middels een degelijke discografie beslaan de 16 pagina’s slechts drie en een halve pagina’s opnamedetails naast foto’s en juichende doch weinig zeggende lofbetuigingen door Mac Curtis (die het meer over Rollin’ Rock in het algemeen en zichzelf in het bijzonder dan over Ray Campi heeft), Kevin Fennell (Campi’s gitarist sinds 1977), Bernd Holzapfel (van The Jungle Tigers (D) die een EP opnamen met Ray Campi) en Darrin Stout. Dat had beter gekund! Info: www.electricearl.com/campi.html en www.part-records.de
(Frantic Franky)


naar boven



Lees hier de oudere recensies

Terug naar de voorpagina