(reclame)

 

2021

SJOCK: REBOOTING
Gierle (B), 13 t/m 15 augustus 2021

Verslag en foto's: Frantic Franky

De eerste keer in anderhalf jaar dat we buitenkwamen was voor Sjock Rebooting, een mini versie van het Belgische festival dat zichzelf omschrijft als “your rock ‘n’ roll highlight of the year”. Normaal gaat Sjock door in de eerste helft van juli, maar dat was afgelast wegens de coronamaatregelen. Met de Belgische versoepelingen vanaf 13 augustus werd Sjock toch mogelijk, want vanaf die datum waren evenementen met meer dan 1500 bezoekers toegelaten. De grote jongens als Alcatraz Metal Fest gingen meteen voor het volle pond met 60.000 bezoekers, maar Sjock besloot het kleinschalig te houden met een maximum van 1500 aanwezigen in een corona safe kader: je mocht er enkel in als je al twee weken twee keer gevaccineerd was of met een recente negatieve sneltest, en binnen mocht er dan ook zonder mondmasker ongelimiteerd verbroederd, gedanst, gedronken, gefeest en gesmost worden en dat deed u dan allen inderdaad naar hartelust. Wat een verschil met het twee weekends eerder aan de Belgische kust gehouden Retro Sur Mer waar iedereen binnen mocht maar je wel aan tafeltjes moest blijven zitten, niet aan de toog mocht hangen, niet mocht dansen en niet voor het podium mocht staan, en een strenge security keek daar zonder pardon op toe. Soit, het deed deugd om nog eens onder de mensen te komen, ook al omdat deze Sjock niet alleen kleinschalig maar vooral gezellig was gehouden: alle bands speelden op het grote podium dat niettemin kleinschaliger was gehouden dan de vorige jaren, de Titty Twister tent die niet gebruikt werd voor optredens bood schaduw en zitbanken, het terrein was veel kleiner gemaakt en er stonden géén verkoopstands, alleen drie eetkramen waarvan één zelfs niet open deed.


The Andrews Surfers warmen zich op...

Zondag was de rock 'n' roll dag op Sjock, de voor punk voorbehouden kelk op zaterdag liet ik met plezier aan me voorbijgaan, en de vrijdagavond stond in het teken van rock en garagerock met naast twee Belgische bands waar ik nog nooit van gehoord had en die ik ook nooit meer hoop te moeten horen ook twee goeie bands, enerzijds The Monsters uit Zwitserland en anderzijds Thee Andrews Surfers, de trio kern van Fifty Foot Combo die intussen al meer dan twintig jaar geleden in 1999 de CD Rip Off uitbracht en daarmee terug naar de core business van Fiffty Foot Combo terugging, namelijk de pure surf. Na verloop van tijd werd het stil rond hen maar drie jaar geleden doemden ze plots opnieuw op aan de einder met twee nieuwe vinyl singles. Daar speelden ze vandaag niets van want de setlist bestond volledig uit covers en was met onder meer Thunder, Run Chicken Run, Margaya, Branded, The Victor en de oosterse exotica van Ali Baba zelfs een greatest hits of surfmusic. Bart Rosseau (drums), Jens De Waele (basgitaar) en Steven Gillis (gitaar) openden met Rum And Coca-Cola, de opener van Rip Off en samen met Pipeline het enige nummer van de CD dat ze vandaag speelden. Rum And Coca-Cola is een cover van een vooroorlogs nummer van The Andrews Sisters, maar met de Andrews Sisters legerpakjes inclusief rokjes die ze in hun begindagen droegen zijn ze dra gestopt toen bassist Jens De Waele door een reuzin van een psychobilly girl werd gestript voor een publiek van 800 man. DE set bevatte één vocaal garagenummer, Bad Man, gezongen door gitarist Steven Gillis die op een geven moment al gitaar spelend zelfs een potje ging crowdsurfen. Je zag dat de band er zin in had zo dicht bij elkaar op een kluitje op dat grote podium, en dit was een ideale set powersurf voor zij die Fifty Foot Combo toch net iets té monstrofonisch vinden.


The Andrews Surfers warmen zich op...

The Monsters zijn de garageband van Reverend Beat-Man, de baas van het Zwitserse trash label Voodoo Rhythm die zijn carrière begon als one man band Lightning Beat-Man. Dat wrestling rock 'n' roll personage heeft hij al jaren achter zich gelaten voor de nog succesvollere figuur van Reverend Beat-Man, en ook The Monsters leggen hem geen windeieren. In 2008 speelden ze op Sjock met twéé drummers, vandaag waren ze afgeslankt tot een trio maar maakten ze evenveel lawaai, best geinig om een keertje te zien maar na drie kwartier begonnen de repetitieve riffs toch wat zwaar door te wegen.


Uw dienaar Frantic Franky meets The Monsters, met geheel rechts Reverend Beat-Man

Zondag maakte Sjock zijn tagline van rock 'n' roll highlight of the year waar, al was het maar omdat dit tot nu toe ons enige festival dit jaar was, en dat gold evenzeer voor de Nederlandse bezoekers die in eigen land totaal niks meer hebben. De weinig benijdenswaardige taak om om half twee des namiddags de altijd moeilijke spits af te bijten was weggelegd voor Wild Deuces, maar zij lieten het niet aan hun hart komen. Wie dacht dat zangeres Stefni Jackson haar tattoos was verloren had het mis, dit was haar opvolgster Manon De Schepper voor wie het slechts haar tweede optreden bij de band was, of twee-en-een half als je er V8 Brothers Village in juli bij telt toen Jackson haar officieel de microfoon doorgaf. Haar tweede optreden tout court, want de blootsvoets opererende De Schepper heeft nog niet eerder in een band gezongen, en als je dat in rekening brengt bracht ze het er uitstekend van af want het leek alsof ze bákken zelfvertrouwen had. Terecht, want ze heeft zowel de looks als de stem om in de high heeled shoes van haar voorgangster te staan. Minder branie en vuile moppen, dat wel, maar dat is zeker geen nadeel. Ik bespeurde heel af en toe enige aarzeling in de muziek, wat steevast versterkt wordt door het luide volume van een in open lucht wegwaaiend festivalgeluid, maar dit optreden dat begon met I Wanna Be Like You uit Jungle Book was zeker een statement. De band speelde vier Stefni Jackson nummers van hun mini CD uit 2019 en de setlist bevatte naast female classics als Mama He Treats Your Daughter Mean, Tough Lover en Scorched drie eigen songs, Shucks, Strange Nights en Mango Mambo. Ook een hoogtepunt: het door drummer Pascal Lunari gezongen en door zijn hoge stem erg doo-wop klinkende No Heart To Spare, bekend van The Go Getters.


Altijd op de foto met de mooiste van het festival: Manon De Schepper van Wild Deuces en Frantic Frantic...
Franky staat rechts

Ik vond de CD van Little Hat (NL) erg goed wat veel zegt voor iemand die niet echt blues minded is, dus ik keek uit naar hun passage hier die hun eerste festival optreden in twee jaar bleek. Dat viel er niet aan te horen en het trio stelde mij niet teleur. Ik vind het altijd grappig om te zien hoe sommige muzikanten die groot-groter-grootste muur van geluidsversterking vervangen door een piepklein materiaal, en dat was ook zo bij Little Hat: de versterker van gitarist Willem Van Dullemen leek uit een antiekzaak te komen en die van frontman en mondharmonicaspeler Machiel Meijers was een Peavey speaker ingebouwd in een houten kabinet waarin je eerder een naaimachine of zo zou verwachten.


Willem van Dullemen van Little Hat warmt zich op...

Verbazingwekkend trouwens wat Van Dullemen uit dat stokoude kleine versterkertje en die '56 Guild X-175 krijgt, waarmee die gitaar vijf jaar jonger is dan zijn baasje. Het zit 'em allemaal in de handjes! Little Hat bestaat uit mondharmonica, gitaar en drums en heeft dus geen bas, en daarover liepen de meningen uiteen onder het publiek: de ene miste de bas, de andere had het ontbreken geeneens opgemerkt. Alle songs uitgezonderd I'm A Lover Not A Fighter kwamen van de CD en uw dienaar hoorde dat het in elk geval voor blues goed was, zeker dat potje swamprock tussendoor, en die ene trage blues is hen dan ook vergeven. Meer van dat!


De versterker van Machiel Meijers van Little Hat

Het fijne aan deze Sjock was dat het aantal internationale bands om praktische redenen beperkt was gehouden en de focus dus lag op Belgische en Nederlandse bands, iets wat wij lovenswaardig vinden omdat er heel veel uitstekende bands in eigen land zijn en omdat die ook populair zijn bij het publiek, vaak populairder dan een buitenlandse band waar niemand ooit van heeft gehoord. Tot de betere Belgen behoren zonder twijfel Moonshine Reunion, vanaf heden na het vertrek van steelgitarist Tom Beardsley op trot met Piet Vercauteren, ex-Big Time Bossmen maar een bezige bij want momenteel actief in maar liefst vijf groepen: naast Moonshine Reunion maakt Vercauteren het mooie weer in The Horny Horses, zijn soloproject Peddlin' Pete, de funk en soulgroep PD Martin, en een bluegrassband met de de niet echt vlot bekkende naam Patsy's Flying Pitchfork. Met twee evenwaardige gitaren gaat Moonshine Reunion met hem back to the roots en daar doen ze een gouden zaak aan als ik zie wat Vercauteren hier en nu uitvoerde op leadgitaar, fills, akoestische gitaar, tweede stem en backing vocals. Het deed de vrolijk honky tonkende rock 'n' roll van Moonshine Reunion des te mooier schijnen.


Charlie Hangdog van Trixie & the Trainwrecks warmt zich op...

Trixie & the Trainwrecks zijn geen groep maar een duo bestaande uit one woman band zangeres Trixie Trainwreck alias Trinity Sarratt op gitaar en met haar voeten bediende drums en Charlie Hangdog op mondharmonica, afkomstig uit respectievelijk Los Angeles en Londen maar gebaseerd in Berlijn. Ze nemen op voor Voodoo Rhythm en dan weet u gelijk uit welke hoek de wind waait: dit was geen rockabilly en geen blues maar wat ze zelf trash blues dan wel blues trash noemen. Ik noem het bluesboppers met als grootste troef het feit dat die mondharmonica het kort en snedig houdt in plaats van zich te verliezen in ellenlange oeverloze solo’s. Vooral hun cover van Summertime bleef me bij.


Trixie Trainwreck warmt zich op...

Nog twee bands te gaan, met eerst België's glorie, twangmeisters Walter Broes & the Mercenaries, nog zo'n immense publiekslieveling, met Clark Kenis intussen al zo lang op contrabas en tweede stem dat iedereen vergeten is dat hij niet meespeelt op hun CD die ook al weer uit 2016 dateert. Hoog tijd voor een opvolger, jongens!


Walter Broes & the Mercenaries zijn er klaar voor

De set opende met de zwoele instrumental Big Sexy en bevatte alles waardoor wij hen graag horen: de early sixties soul van Security, Kenis die Chris Isaak's Gone Ridin' zingt, de Bo Diddley beat van Ronnie Self's Got My Own Kick Going, de rock 'n' roll dreun When The Ship Goes Down, de dromerige mellowness van Man Child, de polonaise slide-a-billy Sideshow, de Paladins bluesrock Come On Down, de lekkere tweestemmige rechtdoor rocker Nice And Neat. En You And Me is toch gewoon een moderne klassieker? De aanwezigen kregen een rock 'n' roll lesje, in de weide voor het podium werd zelfs gestrolld, en de bis werd het bekende Red Hot Mama dat Broes nog speelde met zijn vorige band The Seatsniffers.


Arnold Lasseur van The Blue Grass Boogiemen warmt zich op...


Robert-Jan Kanis van The Blue Grass Boogiemen voelde zich meteen thuis

Afsluiters van dienst waren Tim Knol & the Blue Grass Boogiemen, wel zo handig omdat de sound crew intussen al de halve backline had kunnen afbreken voor de semi-akoestische Boogiemen. Ik ben een grote fan van The Blue Grass Boogiemen maar had ze nog nooit live gezien met Tim Knol die een verrassend aangename en enthousiaste kerel bleek toen ik even de kans had een praatje met hem te maken.


Tim Knol warmt zich op...

Toffe knul, die Knol, wat onder meer bleek toen hij verschillende keren The Blue Grass Boogiemen liet shinen in de spotlights door hen te laten zingen en hun ding te laten doen met mondharmonica, banjo en fiddle terwijl Knol zichzelf bescheiden op de achtergrond hield op akoestische gitaar. Bekende nummers waren My Bucket's Got A Hole In It, Diggy Liggy Lo van Rusty & Doug Kershaw, de dubbele fiddle attack Old Joe Clark en Rocky Top van The Osborne Brothers, de set wisselde af tussen bekend, uptempo en rustig ingetogen, maar het natuurlijk waren vooral de snelle partynummers waar u op loos ging. Verbazingwekkend hoe losjes uit de pols dit allemaal was maar hoe het steevast altijd weer op z'n pootjes terecht kwam, terwijl dit voor hen toch ook weer de eerste festival gig in a long long time was. Bissen waren I Saw The Light en Rollin' In My Sweet Baby's Arms, maar het mooiste nummer was misschien wel het intrieste Happy Hour Again.


Tim Knol & the Blue Grass Boogiemen

Volgend jaar vindt if the good Lord's willing and the creeks don't rise de 45ste editie van Sjock plaats, en dan beloven ze 45 bands!


Lees hier de oudere Rockin' Lifestyle verslagen

Terug naar de voorpagina