(reclame)


Je recente CD, DVD, plaat of boek gerecenseerd op onze website? Stuur deze dan naar de hoofdredactie!
Your recent CD, DVD, record or book reviewed on our website? Send it to our editor-in-chief!

 

3 augustus 2017

CD Recensies

SHORTY JETSON & HIS RACKETEERS/
SHORTY JETSON & HIS RACKETEERS

Shorty Jetson & his Racketeers, géén cat.nr.

Het doet ons oude rock ‘n’ roll hart deugd dat er steeds weer nieuwe rock ‘n’ roll bands opduiken die het heilig vuur brandend houden en een van die bands van de nieuwste Belgische lichting die flink aan de snelweg timmeren zijn Shorty Jetson & his Racketeers, nog geen klein beetje geholpen door het enthousiasme en de looks en moves van frontman Robin Van Den Plas alias Shorty Jetson. Dat is immers wat we nodig hebben: jonge kerels die jong volk aantrekken in de rock ‘n’ roll scene! Van Den Plas wordt bijgestaan door Omar Hauari op drums, Kris Meuldermans op contrabas en Benny De Jongh op gitaar, al is die laatste inmiddels alweer uit de band: hij verhuisde de liefde achterna naar Frankrijk. De gitaar bij Shorty Jetson & his Racketeers wordt momenteel ingevuld door de Nederlander Rolf Hartogs (Lost Boys, Reno Brothers, Mellow Jo, Haystack Hi-Tones, noem ze maar op) die dat evenwel slechts ad interim schijnt te doen: de laatste keer dat ik Robin zag, half juli, vertelde hij me dat ook Tom Beardslee gitaar komt spelen in de band, een in België wonende Amerikaan die we al bij Runnin’ Wild zagen en momenteel ook bij Moonshine Reunion speelt. Wordt ongetwijfeld vervolgd want om ergens te geraken moet je toch een vaste groepsbezetting hebben.
Soit, de vier eigen nummers op deze mini-CD vormen een goed visitekaartje voor wat de band in zijn mars heeft, namelijk boeiende en goed uitgevoerde rockabilly waarbij getracht wordt in elk nummer toch een onverwacht bruggetje, overgang of tussenstuk te steken. Cry Baby Boogie heeft gast-piano en backing vocals, Smoothest Midnight Lover bevat merkwaardigerwijs een fade out midden in het refrein. In Get A Grip zakt de sound wat in elkaar tijdens de tweede helft van de twee gitaarsolo’s maar who cares want de belangrijkste verdienste van deze “demo” lijkt me dat ie erin slaagt de jeugdige live bravure van de band over te brengen op de luisteraar. Gaat dat horen op www.reverbnation.com/shortyjetsonandhisracketeers!
Gratis handige Boppin’ Around tip: volgende keer een telefoonnummer of mailadres vermelden, want zo “check Shorty Jetson & his Racketeers on Facebook” is ook maar niks.
(Frantic Franky)


JERRY AND THE 10 STRINGS/
JERRY AND THE 10 STRINGS

Rydell’s Records, RR 723

Het kan verkeren: een jaar geleden kondigde Rydell’s baas Steve Rydell gedesillusioneerd aan dat hij kapte met zijn label wegens alom geprezen in diverse buitenlanden maar geen sant in eigen Frankrijkland, nu speelt hij opnieuw in een band en brengt hij opnieuw een CD uit, met name van zijn eigen band, al blijft de combinatie van Fransmannen en groepsnamen ongemakkelijk: onze Jerry hier wordt begeleid door een leadgitaar en een contrabas en dat zijn inderdaad 10 snaren maar zelf speelt Jerry akoestische ritmegitaar, dus zijn ze in totaal met zestien snaren wat in het Engels uiteraard net iets minder catchy bekt. Het drumloze trio bestaat uit Gerald « Jerry » Petit, Pascal Freyche op contrabas en Steve Rydell zelf op lead, alle drie al bezig sinds de jaren ‘80 in een hoop bands die we niet gaan oplijsten wegens hier toch nooit echt bekend geworden. Muzikaal zit dit dan ook zo snor als een fris gesteven knevel van Schorem Haarsnijder En Barbier in de semi-akoestische Memphis rockabillystijl van de jaren ’70 en ’80 met een versgeslepen leadgitaar en de slap van de contrabas goed van snee, het geheel gehuld in een rondzinderende klank met wat doffe ruis voor de authenticiteit, maar zanggewijs hebben we toch wel iets aan te merken. Petit klinkt alsof hij zijn kunstgebit heeft uitgedaan en daar is op zich niks mis mee want hij heeft zo’n typische revivalstem met de juiste dosis echo en voldoende waanzin om het fanatisme van nummers als Sixteen Chicks (Joe Clay) en Come On Little Mama (Ray Harris) te vertolken. Het probleem is zijn Engels! Je zou veronderstellen dat de dag van heden iedereen zijn teksten van het internet plukt, maar dat is buiten Petit gerekend die iets zingt dat zo van ver op de tekst lijkt en geeneens rijmt! Ik bedoel maar: die Sixteen Chicks doen ons walkin’ and a-talkin’ en niet workin’ and a-turkin’! Turken we aan een sigaret dan? De mini-CD bevat zes covers maar daar doen ze af en toe wel iets mee: Tally Ho van Ernie Nowlan krijgt een ander arrangement in een andere toonaard, Too Hot To Handle wordt meer rockabilly dan het hillbilly-origineel van Eddie Noack. De resterende twee covers zijn Rock Crazy Baby (Art Adams) en This Is The Night (Bob Luman). Zes songs is een ideale introductie maar het zou zeker interessant zijn om eigen nummers te horen én om te horen of dit een album lang kan blijven boeien.
Info: www.facebook.com/rydellrecords en www.rocking-all-life-long.com
(Frantic Franky)


DEVOTED TO ROCK 'N' ROLL/
SANDY & THE WILD WOMBATS

Bear Family, BCD 17557

Bear Family is in de eerste plaats een re-issue label (wat zeggen we: hét re-issue label) maar heel af en toe brengen ze ook nieuwe dingen uit, al zijn die te tellen op de vingers van één figuurlijke hand. Dit is er weer eentje en daarom is het des te verbazender dat dit geen “authentieke” muziek is zoals je zou verwachten maar het soort powerbilly waarop Part Records (D) het patent lijkt te hebben. Het debuut van Sandy & the Wild Wombats uit Essen in het Duitse Rhurgebied, The Girl Can't Help It uit 2015 (Jazztank CDTANK15102, met een onuitgegeven bonustrack heruitgebracht als Bear Family vinyl-LP (BAF19001), bevatte enkel covers van klassiekers, dit tweede album bevat enkel eigen songs van de hand van gitarist Mark Twang. Het kwartet werd eind 2014 opgericht door muzikanten die in het verleden bij onder meer The Twang Bangers en The Jailbirds speelden, en u kan het hele bandverhaal uitgebreid nalezen in het CD-boekje: contrabassist Thierry Dupuis is een Belg die baste bij The Swampies en Dan Cash & the Trouble Trio, zangeres Sandy zat vroeger in (Sandy &) the Ducktails. Ze klinkt als een kruising tussen Wanda Jackson en Imelda May op hun schorst maar dan nog ruiger, muzikaal bewandelt de band het slappe koord tussen rock ‘n’ roll en rock maar valt daar niet af. De verhouding tussen de echte rock ‘n’ roll nummers en de rocknummers vermomd als rock ‘n’ roll, dat alles overgoten met een dikke vette Gretsch sound (al speelt Twang op een Hutchins gitaar), zal voornamelijk bepaald worden door uw definitie van rock ‘n’ roll. Cure Your Ill is de binnen dit genre bij vakbondswege verplichte bluesbopper, Shivers het door de overheid vereiste krachtdadige western epos, Devoted is een broeierige ballade en Honky Tonk Heartache is honky tonk country. Binnen de krijtlijnen van de moderne hedendaagse rockabilly is dit album geslaagd cum laude maar wie zweert bij authenticiteit zal zich verslikken in zijn koffie. Info: www.bear-family.de en www.sandy-wild.com (Frantic Franky)


THE COMPLETE ROCKABILLY QUEENS SERIES
Rydell’s Records, RR 722

Op Rydell’s Records (F) verscheen onder de titel Rockabilly Queens een reeks van vijf vinylsingles opgenomen tussen 2011 en 2014 in labelbaas Steve Rydell’s eigen studio in Le Boulay, Noord-Frankrijk. De “rockabilly” in de titel diende figuurlijk opgevat als de bredere term om jaren ’50 rock ‘n’ roll aan te duiden maar het goeie aan die reeks was dat ze ons liet kennismaken met vijf nieuwe zangeressen of correcter vier zangeressen en één duo van twee zangeressen. Voor wie ze niet allemaal kon bemachtigen of voor wie gewoon zijn vinyl wil sparen door er een beetje zuinig op te zijn, zijn die vijf singles nu verzameld op één CD, en wie ze alle vijf trouw kocht krijgt er op CD zes onuitgegeven nummers bij. De eerste single van de reeks en daarmee ook de opener van de CD was en is meteen een schot in de rock ‘n’ roll roos: de ook na die single obscuur gebleven Obscuritones (GB) laten met twee stemmen en doordachte arrangementen hun eigen Angel Eyes en Johnny Burnette’s Rock Billy Boogie heel fris klinken. Het is voorwaar geen geringe productieprestatie geweest van Steve Rydell om dit beheersbaar te houden want hier lijkt me best op veel sporen gewerkt. Het resultaat smaakt naar meer en dat krijgen we met twee onuitgegeven nummers die opnieuw twee covers zijn, Jim Dandy en Johnny Carroll’s Hot Rock, opnieuw in heel aparte arrangementen en allebei helemaal in dezelfde opgewekte stijl en zeker even goed als de twee uitgebrachte nummers. Aan de opnamedetails te oordelen lijkt me dit trouwens de enige keer geweest te zijn dat Rydell een complete band liet overkomen: de vier andere zangeressen worden begeleid door Rydell’s vaste groep studiomuzikanten.
Als we de vijf zangeressen achter elkaar beluisteren vallen enkele constantes op: zowel Emer Hackett (Ierland), Little Lou (F) als Rhythm Sophie (H) hebben krachtige, volle stemmen - alleen jammer dat Little Lou in één van haar drie liedjes die laatste noot net niet haalt. De stem van Sandy Lee (D) is in vergelijking wat zachter maar dat stoort hoegenaamd niet bij haar muziek: swing met blazers in I Got A Man, rock ‘n’ roll met sax en piano in This Little Girl’s Gone Rockin’ en rock ‘n’ roll met backing vocals in Bye Bye Young Men. Evenzeer een constante is die piano die bij alle vier opduikt, ook al verschilt de muziekstijl: Little Lou brengt zwarte rock ‘n’ roll en rhythm ‘n’ blues jive - He’s A Real Gone Guy heeft een rockende rhythm ‘n’ blues gitaar die terugkeert in Big Rock Inn. In dat onuitgebrachte He’s A Real Gone Guy horen we een licht Frans accent in de zang. Emer Hackett handelt dan weer in goed uitgevoerde rockabilly op een bedje van boogie woogie piano: goeie stem, goeie muziek een beetje in Sun stijl wat uiteraard past bij een cover als Sonny Burgess’ Ain’t Got A Thing, hier zelfs met twéé trompetsolo’s. Ook haar onuitgebrachte eigen How Could You Leave Me (Sunday Morning) evoceert dat Sun sfeertje, zelfs wanneer de rockabilly gitaar hier opnieuw plaats ruimt voor een meer bluesy geïnspireerde gitaar. Rhythm Sophie tenslotte resorteert onder piano rock ‘n’ roll waarbij in My Boy Elvis opnieuw die gelaagdheid van de productie opvalt waarin op een onopvallende manier vrij veel inzit, als u ons begrijpt. En allemaal op een rijtje vormt dit de mooie afsluiter van een lovenswaardig initiatief! Info: www.facebook.com/rydellrecords en www.rocking-all-life-long.com (Frantic Franky)


ROCK THAT SWING FESTIVAL COMPILATION 2017
Part Records, PART-CD 650.025

De Rock That Swing weekender in München bestaat intussen 13 jaar en is in die tijd uitgegroeid tot een swing en boogie festival dat vijf februaridagen en -nachten alles omhelst wat te maken heeft met lindy hop, jitterbug, charleston, shag, balboa en wat nog meer aan gekke dansmuziek werd uitgevonden van de roaring twenties tot de rocking fifties. Dat hele scala aan stijlen weerspiegelt in deze 15 tracks van zeven van de negen bands uit vijf Europese landen die er dit jaar optraden, van swing jazz, jump blues, boogie woogie en rhythm ‘n’ blues tot uiteraard rock ‘n’ roll.
Op deze intussen vierde Rock That Swing festival sampler is de balans tussen swing en rock zowat fifty-fifty, hoewel al die subgenres elkaar natuurlijk deels overlappen. Doc Scanlon's Cool Cat Combo (E) en Gentlemen & Gangsters (S) resorteren meer onder charleston, de NP Big Band (I) onder big band swing, Nine Pennies (I) is pure jazz en crooner en zelfs eenieders favoriet Si Cranstoun (GB) levert met Commoner To King een soort aanstekelijke uptempo jaren '60 ska-pop af. Meer richting rock 'n' roll, jive en rhythm 'n' blues jump gaan Jumpin’ Up (I) en Sugar Daddy & the Cereal Killers (I). Wie een brede swingsmaak heeft komt zeker aan zijn/ haar trekken, wie swing alleen lust om op te jiven kan dat wellicht enkel op pakweg de helft van de CD. Overigens geldt in beide gevallen de gulden regel de tracklisting te checken op nummers die je al hebt. Nu nog leren dansen en een net pak kopen en we kunnen naar de volgende Rock That Swing! Info: www.part-records.de en www.rockthatswing.com (Frantic Franky)

Vinyl Recensies

STOMPIN’ THE GROUND/ THE HILLBILLIES
Wooden Barn Records, WBR-503

In februari recenseerden wij lovend het debuut album van dit trio uit Bourgogne (F), nu brengen ze een vinylsingle uit met twee zelfgeschreven songs die niet op die CD staan. A-kant Stompin’ The Ground is een vernuftige combinatie van rockabilly en bluesbop in een throwback naar de neo-sound van de jaren ’80 en ’90 en vergelijkbaar met het soort nummers dat toen verscholen zat op LP’s en verloren ging in de grote hoop. All hell breaks loose in de gitaarsolo’s en samen geeft dat twee best opwindende minuten. De al even korte B-kant The Way doet daar niet voor onder en is ook neo-rockabilly, nu spookachtiger in een verhalende melodie met twangy gitaar en een steel effect. Deze twee opstoten van energie zijn uit op 300 genummerde exemplaren dus voorbestemd een collector’s item te worden, zeker als het nooit op CD zou komen. Wooden Barn is een obscuur rockabilly labeltje - WBR-001 en 002 zijn respectievelijk The Lonesome Drifters (D) en Shorty Tom & the Longshots (F) - dus je maakt het meeste kans deze single te scoren als The Hillbillies half augustus de Benelux aandoen voor vier concerten: donderdag 17 augustus in Schiedam, vrijdag 18 augustus in Maloe Melo in Amsterdam, zaterdag 19 augustus in Brugge (B) en zondag 20 augustus in Venlo, u vindt de exacte locaties uiteraard in onze onnavolgbare Be There! © concertkalender. Info: www.facebook.com/thehillbilliesband (Frantic Franky)

naar boven



Lees hier de oudere recensies

Terug naar de voorpagina