(reclame)


Je recente CD, DVD, plaat of boek gerecenseerd op onze website? Stuur deze dan naar de hoofdredactie!
Your recent CD, DVD, record or book reviewed on our website? Send it to our editor-in-chief!


 

24 januari 2019

Vinyl Recensies

HITS THE BURNETTE BROTHERS/ JUNIOR MARVEL
CAB Records, CAB 7006

Junior Marvel, al meer dan 20 jaar non stop rockend, behoort intussen tot de anciens van onze vaderlandsche rock ‘n’ roll scene. Junior Marvel is een topnaam in Europa maar zijn echte naam is Frank Marquez: hij heeft Spaans bloed door de aderen stromen en dus mag het niet verwonderen dat hij een band heeft met Spanje en daar vaak optreedt op festivals. In 2014 bracht hij op het Spaanse label CAB al de vinyl single Bertha Lou/ Just Keep On Going CAB7003 uit en dit is een nieuwe 4-track vinyl-EP op dat label waarop hij niet wordt begeleid door zijn reguliere Nederlandse band The Hi-Tombs maar door de Spaanse muzikanten Adolfo Ruiz (contrabas) en Juan Fresneda (drummer) van Charlie Hightone & the Rock-It’s. De opnames onder leiding van gitarist en CAB baas Carlos A. Del Bosque (al is Del Bosque niét Charlie Hightone want Del Bosque’s artiestennaam luidt Uncle Charlie en de echte naam van Charlie Hightone is Carlos Vela - geen dank, we houden het graag netjes bij voor u) werden gemaakt in Spanje in 2016: Del Bosque is duidelijk niet van de rapsten. De insteek is origineel: vier nummers die te maken hebben met Johnny & Dorsey Burnette, de broers die in de jaren ’50 misschien wel de allerbeste rockabilly van het hele peloton hebben gemaakt, mogelijk omdat ze niet klinken alsof ze recht van onder de koe vandaan kwamen maar als de voormalige boksers die ze inderdaad waren, met muziek recht uit en zo hard als de straten van de groezelige grootstad.
De EP opent met het eerder door Carl & the Rhythm All Stars (F) gecoverde Just One More Time, bij Johnny Burnette in 1959 enkel een krakende demo waarop hij zichzelf begeleidde op akoestische gitaar. In handen van Junior Marvel wordt het stevige rockabilly, misschien een ietsiepietsie trager gespeeld dan het origineel maar wel met een krachtige doch klassieke power sound. Ook Little Ole You, origineel van Wayne Walker en door de broertjes Burnette in 1960 opgenomen als demo, wordt klassieke medium tempo rockabily met twangy gitaar, en je hoort mooi hoe Marvel speelt met de tekst die hij zich volledig heeft eigen gemaakt. De B-kant van dit zwarte goud opent met het welbekende Rock Therapy van Johnny Burnette & the Rock ‘n’ roll Trio, maar zoals hier heb je deze onvervalste rockabilly classic van het zuiverste water nog nooit gehoord: Marvel heeft er onder de titel Pecador Andaluz (Andalusische zondaar?) een Spaanse tekst op geschreven waarvan wij die op de Spaanse weekenders niet verder geraken dan “dos cervezas por favor” enkel het woord “cojones” verstaan. Marvel klinkt in dit nummer om de beeldspraak van het hoesje te gebruiken alsof hij net een peer op zijn muile heeft gehad en leunt muzikaal sterk aan bij de primitieve rockabilly waarmee Johnny Burnette zijn eeuwige faam vestigde: Marvel’s uitvoering lijkt wel een vergeten Mexicaanse opname uit begin jaren ‘60. Niet om te lachen is afsluiter Train Kept A Rollin’ waarvan je Johnny Burnette’s muzikale anarchie heden ten dage niet meer kan benaderen maar vocaal staat Junior Marvel hier huilend meer dan zijn mannetje. Op heel de EP valt trouwens op dat zijn stembanden hebben gerijpt en zijn uitgegroeid tot een macho rock ‘n’ roll stem met een Elvis grijns erin gebakken, en het is ook fijn vast te stellen dat de hele EP verrassend medium tempo is. Dat is immers veel moeilijker dan gas erop. Om kort te gaan: we mogen in dit kikkerlandje blij zijn dat we een uitvoerder als Junior Marvel hebben. Als u deze EP tegenkomt zou ik niet twijfelen: er zijn er slechts 250 van geperst en die zijn bij CAB zelf al allemaal de deur uit! Als je op zeker wil spelen neem je best contact op met Frank zelf. Info: www.facebook.com/frank.marquez.14 en www.facebook.com/CAB-1528960640700379/
(Frantic Franky)


HILLBILLY BEAT/ THE PLANET ROCKERS
Witchcraft International, WCILP107

Weer een nieuwe Planet Rockers plaat? Nee, dit is de vinylversie van een album dat tot nu toe enkel op CD bestond, het in het gezegende jaar 2000 op het Britse label No Hit Records verschenen derde en laatste studio album van The Planet Rockers (USA). Felix Schütze van Witchcraft International (D) die in 2014 hun comeback album Return Of The Planet Rockers uitbracht heeft er een jaar of drie over gedaan vooraleer deze heruitgave in kannen en kruiken was, enerzijds omdat Planet Rockers frontman Sonny George zo ongeveer de allerlaatste internetloze mens ter wereld is, anderzijds omdat het in 1987 opgestarte No Hit Records enkele jaren terug door Barney Koumis samen met zijn platenwinkel Sounds That Swing in Camden Town, Londen werd verkocht aan de huidige eigenaars Martin Heaphy en Carlos & the Bandidos contrabassist Neil Scott.
Hillbilly Beat had minder impact dan de eerste twee Planet Rockers platen Coming In Person (1991) en Invasion Of The Planet Rockers (1992), misschien omdat het pas bijna 10 jaar later verscheen en het kwartet uit Tennessee kort na deze release van de radar verdween. Hillbilly Beat werd opgenomen in Liam Watson’s befaamde Toe Rag Studio in Londen door slechts twee originele Planet Rockers, Sonny George en gitarist Eddie Angel, begeleid door de Britten Matt Radford op contrabas en Brian Nevill op drums die ook meespeelden op Sonny George’s solo album Truckin’ Country en Eddie Angel’s solo album Guitar Party. Dat viel evenwel niet te horen aan het eindresultaat want het succes van The Planet Rockers was de winnende combinatie van Eddie Angel’s spetterende gitaarspel en Sonny George’s macho stem die klinkt alsof hij inderdaad op een berg in de diepste wouden van Tennessee woont. Een opvallende gast op Hillbilly Beat was overigens onze eigen Tjarko Jeen van The Tinstars op één nummer op gastgitaar. The Planet Rockers omschreven zichzelf als 100 % Tennessee rock ‘n’ roll dan wel hillbilly beat maar hun muziek was en is nog steeds een uitgekiende en onweerstaanbare mix van evenveel delen rechtdoor rock ‘n’ roll, pure klassieke rockabilly met country feeling (Rockin’ Mama, origineel van Shelby Smith uit 1962), uptempo country rock, Louisiana swamp rock en strollers, en dat was op deze Hillbilly Beat niet anders met een uitgelezen keure aan veelal onbekende uit de countryrock afkomstige covers als Down And Out van Chuck Wells uit 1965, Swamp Gal van Tommy Bell uit 1959 en (Like A) Rolling Stone van Larry O’Keefe uit 1959 die allemaal perfect in het Planet Rockers straatje passen. Caffeine Nicotine And Alcohol van Sonny George’s volgetatoeëerde eigen hand is een volbloed stroller, een twangy Eddie Angel rockabilly gitaar instrumental als Batteroo zoals alleen Eddie Angel die kan uit de losse pols schudden klinkt 20 jaar later nog even urgent, en de Sonny George/ Eddie Angel compositie Treadin’ Water is toch een instant rock ‘n’ roll classic, of niet? Wat zeg ik, bijna álle 16 tracks hier zijn instant rock ‘n’ roll classics! Gotta Travel On! Don’t Knock What You Don’t Understand! Down The Line! One More Drink!
Kortom: vielen dank Felix Schütze dat we dit eindelijk op LP naast onze andere Planet Rockers LP’s kunnen zetten, en op dit vinyl klinkt het nog eens fantastisch ook! Het Planet Rockers debuut Coming In Person uit 1991 zou trouwens ook pas op vinyl zijn heruitgebracht op het Spaanse label Sleazy Records met de Rampage/ Thunder Road Rock single as bonustracks.
Info: www.witchcraft-international.de
(Frantic Franky)

CD Recensies

THE BEST OF RIPSAW RECORDS VOLUME 5
Part Records, PART-CD 650.028

Part Records (D) gaat voort met het inventariseren van Ripsaw Records uit Washington, het jaren ‘70/’80 label uit Washington met als bekendste artiesten Tex Rubinowitz en de begin 2018 overleden Billy Hancock die mensen van mijn rock ‘n’ roll generatie zich nog wel zullen herinneren van hun 10-inches op Big Beat (F) met materiaal dat oorspronkelijk op Ripsaw verscheen. Een andere Ripsaw artiest die cultstatus verwierf was Danny Gatton die voor Ripsaw opnam met de groep Danny & the Fat Boys.
Volume 5 bevat 22 tracks die niet enkel verschenen op Ripsaw maar ook op gerelateerde labels als Turkey Mountain, Hippo, Full Deck, Tex Rubinowitz’ No Club Label, Billy Hancock’s Aladdin label en Billy Poore’s Renegade label, aangevuld met een paar onuitgegeven opnames. En aangezien de wegen van de platenbusiness ondoorgrondelijk zijn staat hier ook materiaal op dat voor zover ik weet origineel verscheen op Goofin’ Records uit Finland. Autenticiteit bestond nog niet in die pioniersjaren van de rock ‘n’ roll revival en de contrabas moest nog worden heruitgevonden, maar men poogde in dat tijdsgewricht wel degelijk zo goed en zo kwaad als het ging rock ’n’ roll te plegen, zelfs wanneer dat betekende dat men (bij gebrek aan beter?) blijkbaar niet vies was van een heavy metal gitaar op tijd en stond, zoals in Tex Rubinowitz’ versie van Linda Lu. Zo staan hier nog meer muzikale anomalieën op: dat synthesizer riedeltje op Billy Hancock’s Take Your Time (bij Buddy Holly was dat orgel) is maar niks en op zijn The Trouble With Girls staat zelfs zoveel synthesizer dat dit geen rock ‘n’ roll maar new wave is! Dat stond destijds niet op die Big Beat’s! Wél leuk is een radiospot van Tex Rubinowitz uit 1979 die niet zomaar een ingesproken boodschap is maar een heuse rock ‘n’ roll song, ook al duurt ie slechts 45 seconden. De CD toont de diversiteit van Ripsaw Records dat blijkbaar meer een rootslabel dan enkel een rock ‘n’ roll label was: Tex Rubinowitz’ No One Left To Turn To is trage rock ‘n’ roll met accordeon wat een zydeco effect geeft, American Music van Danny & the Fat Boys is doo-woppende zwarte rock ‘n’ roll met fifties doo-woppers The Clovers op backing vocals, en Tears For New Orleans van Billy Hancock is een New Orleans bluesje met zo te horen een klarinet en trompet. Nog meer New Orleans swing zit in de Lloyd Price cover Tell Me Pretty Baby van The Uptown Rhythm Kings. Louie Setzer is geen broer van Brian Setzer maar een bluegrass veteraan wiens muziek bluegrass van een miljoen in een dozijn is, net zoals de country van Jimmy Cole country van een miljoen in een dozijn is. De CD bevat vier onuitgegeven nummers van Jimmy Cole (country), een zangeres genaamd Little Sister met een cover van Jerry Lee Lewis’ I’m On Fire, en Tex Rubinowitz met die Linda Lu en de doo-woppende ballade Darling Lorraine, net als de andere paar trage nummers op deze CD haast bijna overdreven parodiërend. En de winnaar is… Marti Brom! Ook in 1992 al een dijk van een stem, solide band, uitstekende geluidskwaliteit en alle drie haar tracks zijn goed: Knee Deep In The Blues is mooi rollend, haar Black Cadillac is verschroeiend, en met Seven Lonely Days geeft ze aan op eenzame Patsy Cline hoogte te staan.
Samengevat: net als de vier vorige Ripsaw CD’s is dit een uniek tijdsdocument van de seventies fifties met een CD boekje van 24 pagina’s info, opnamedetails, foto’s en lieve woordjes van iedereen die van dicht of ver met Ripsaw te maken had tot een ex-lief van Tex Rubinowitz uit begin jaren ’80! Info: www.part-records.de
(Frantic Franky)


DEMO/ RUDY LA GOUTTE & SES ACOLITRES

Het bestaat nog, échte demo’s die rondgestuurd worden in de hoop dat iemand er iets positiefs over schrijft! Niet meer op audiocassette zoals lang geleden, tegenwoordig komen demo’s binnen op CD-R zoals deze, hier in de bus gevallen zonder één woord uitleg, geen website, niks. Zoek het zelf maar uit! Nou, in dat geval neemt u bij ons steevast een risico, wat ene Rudolph Diot er niet van weerhield, een Fransman allicht want de CD-R werd ons vanuit F-67400 Illkirch-Graffenstaden opgestuurd. Wat zegt dit? Nou, ’t is een beetje een onevenwichtig beestje: de negen nummers klinken allemaal een beetje anders alsof ze niet samen maar op verschillende tijdstippen (achterop staat inderdaad “2017-2018”) en plaatsen of misschien wel gewoon bij Diot thuis werden opgenomen, waar uiteraard op zich niks mis mee is wanneer het om een demo gaat. De nummers, opgenomen in trio bezetting met contrabas en drums, zijn ook niet allemaal even goed gespeeld, hahaha, en Diot en zijn acolieten klinken het beste als ze rechttoe rechtaan pure rockabilly spelen, maar ik loop vooruit op de zaken. De CD opent met het eigen Poor Mother, moderne dramatische westernbilly met extra akoestische gitaar en een streepje mondharmonica en gezongen met een geforceerd diepe stem. (Working On) The Railroad, origineel van Lee Hazlewood uit 1963, is repetitieve moderne rockabilly met de nadruk op rock, opnieuw met die gemaakt diepe stem die wellicht als Hazlewood tracht te klinken maar me steeds meer doet denken aan Jona Lewie, de Britse singer-songwriter die in de jaren ’80 hits scoorde met You'll Always Find Me In The Kitchen At Parties en Stop The Cavalry. De deels in het Frans gezongen Al Terry cover Good Deal Lucille ligt Diot uiteraard goed en hij zingt dit bovendien met een gewone, normale stem en die klinkt beter dan die lage stem. Gek genoeg wisselt Diot in Folsom Prison Blues zijn normale en die lage stem af, en zijn versie heeft een leuk rockabilly arrangementje maar zijn Engels is helaas schabouwelijk. Het eigen en opnieuw “gewoon” gezongen Ma Voisine, ook deels in het Frans en deels in het Engels, is een aardige swingbilly, het eigen Tarantula Ghoule is horror rock ‘n roll met veel boe boe boe’s, Come Sweet Chariot van T. Tommy & the Chanters uit 1956 is gospel swing met Rudy La Goutte in zijn uppie op enkel akoestische gitaar, en het eigen Hiver Brumeux wat volgens ons “mistige winter” betekent is een moderne rockabilly gitaar instrumental. Soms hoor ik een overgedubde akoestische of tweede elektrische gitaar en de muziek in zijn geheel wordt gekenmerkt door veel uithalen op de gitaar en ondanks de variatie in stijlen toch een zekere herhaling. Die geforceerd diepe stem is misschien een poging om zijn Franse accent te verdoezelen, wat helaas natuurlijk nooit lukt, en zo kabbelt deze demo rustig negen nummers lang vrolijk door.
Ons strenge oordeel: Rudy La Goutte amuseert zich ongetwijfeld te pletter maar heeft een producer nodig die het geheel beter doet klinken. De mogelijkheden daartoe zijn er in elk geval! Info: www.facebook.com/rudi.lagoutte.3
(Frantic Franky)

naar boven

24 januari 2019

Vinyl Recensie

GREETINGS FROM EL PASO/ HUELYN DUVALL
CAB Records, CAB7007

Huelyn Duvall werd op 18 augustus 79 jaar maar rust nog niet op zijn lauweren: sinds hij in 2003 comebackte bracht de rock ‘n’ roll zanger uit Texas die in de jaren ’50 nummers als Three Months To Kill, Life Begins At 4 O’ Clock, het door The Stray Cats gecoverde Double Talkin’ Baby en Teen Queen opnam minstens vier nieuwe CD’s en vijf nieuwe vinylsingles uit.
Dit is zijn derde 4 track vinyl-EP met nieuwe opnames sinds 2014 en die werden alle drie opgenomen door de Spaanse gitarist Carlos A. Del Bosque alias Uncle Charlie met Del Bosque zelf op leadgitaar. Twee van die EP’s verschenen op Del Bosque’s eigen CAB label, de derde op dat andere Spaanse label Sleazy Records. Op deze vier nieuwe tracks opgenomen in Spanje in mei 2016 wordt Duvall begeleid door de muzikanten van de Spaanse band Los Tihuya Cats, Manuel (contrabas) en Pablo (drums) Villalba met Del Bosque uiteraard zelf op leadgitaar en Tihuya Cats zangeres Raquel San Blas op één nummer op tweede stem. De band doet zijn job meer dan goed en opener Sweet Woman, Sun rockabilly van Edwin Bruce, zit muzikaal dan ook prima de luxe in elkaar. Op deze klassieke, dreigende rockabilly valt niets af te dingen maar het nummer toont gelijk waar het puntschoentje wringt: Duvall’s stem is lager, niet meer zo scherp, wat schor en niet meer zo toonzuiver. De onverbiddelijke tol der jaren, jammer maar helaas, en daar kan de kwaliteit van de nummers op zich niets aan veranderen. Just Can’t Stop Lovin’ You, een eigen compositie van Duvall, is mooie uptempo countrybilly, mede door de backing vocals van Raquel San Blas, en de B-kant opent met een cover van Sugar Coated Love van Lazy Lester, origineel een zwart nummer dat hier rockabilly wordt, een soort ultrasnelle stroll met een opvallend slappende contrabas. Vooral in dit nummer wordt pijnlijk duidelijk dat Duvall’s stem niet meer is wat ze was, maar kan je iets anders verwachten van iemand die 80 jaar wordt? Ook afsluiter Somebody’s Doin’ Me Wrong van Edgar Blanchard uit 1956 is een zwart nummer en hoewel Duvall het originele arrangement volgt laat hij de mondharmonica van het origineel achterwege om tot rockabilly te komen, wat uiteraard vooral aantoont hoe dicht die zwarte en blanke muziek eigenlijk bij elkaar lag.
De conclusie van onze immer onverbiddelijk strenge doch rechtvaardige jury luidt dat Huelyn Duvall het nog steeds kan, ook al is zijn stem tegenwoordig wat minder, maar hey, ik zal gewoon al blij zijn als ik op mijn 80ste nog leef, laat staan nog kan zingen. Als u deze EP tegenkomt zou ik niet twijfelen: CAB perst altijd slechts zeer beperkte aantallen en van deze Huelyn Duvall zijn er slechts 250 in omloop! Daarom zou het interessant zijn die drie EP’s van Del Bosque op één CD te stansen, wat misschien inderdaad gaat gebeuren want CAB kondigt een CD getiteld Huelyn Duvall In Spain aan die effectief die drie EP’s zou moeten gaan bevatten, mogelijk aangevuld met nog meer nummers want Del Bosque begeleidt Huelyn Duvall in april op de tiende editie van het Blue Monday Good Rockin’ Tonight festival in Attignat (F) en da’s misschien de kans om opnieuw de studio in te duiken.
Info: www.facebook.com/CAB-1528960640700379/ en het sinds 2017 niet meer ge-updated www.huelynduvall.com
(Frantic Franky)

CD Recensies

40 JAHRE ROCK ‚N‘ ROLL/ SPIDER MURPHY GANG
Universal Music, 4034677414095

Wie namen als Günther Sigl en Barny Murphy iets zegt is vast en zeker met deze Beierse band opgegroeid: rock ‘n’ roll op zijn Beiers, geen Hoogduits maar dialect. Iets dergelijks hebben wij ook meegemaakt in de Achterhoek met de rockband Normaal en in het Limburgse met Tex-Mex-band Rowwen Heze, bands die nationaal bekend geworden zijn en in het geval van Spider Murphy Gang zelfs over de grenzen. De Duitse band had net als Normaal en Long Tall Ernie & the Shakers een vreemde combinatie van fifties styled nummers en toenmalige ‘hedendaagse’ rock. Ik heb die LP’s steeds met gemengde gevoelens beluisterd want de fifties styled nummers waren super doch de rocknummers wat vlak met te weinig dynamiek. Tja, als je van vintage rock ‘n’ roll houdt dan is jaren ’70 of ‘80 rock niet bepaald hetzelfde. Hoe dan ook, die bands hebben met die combinatie succes gehad. Dit jaar heeft Spider Murphy Gang haar 40-jarig bestaan gevierd en van de originele bezetting zijn alleen nog Günther Sigl en Barny Murphy (burgerlijke naam: Gerhard Gmell) overgebleven, de oprichters en het gezicht van Spider Murphy Gang, niet alleen fysiek maar ook muzikaal, Sigl met het schrijven van de hitsongs en Murphy met zijn voortreffelijke gitaarspel à la Chuck Berry. De bandnaam werd trouwens ontleend aan de Elvis film Jailhouse Rock, luister maar eens naar de tekst van het gelijknamige nummer. Meestal worden bands waarvan nog maar enkele leden zijn overgebleven aangevuld met jongere muzikanten, maar niet zo bij de Spider Murphy Gang: naast Sigl en Murphy staan sinds 1986 Ludwig Seuss (piano, accordeon) en sinds 1989 Willie Duncan (ritmegitaar, basgitaar), aangevuld met Otto Staniloi (saxofoon) sinds 1995 (en niet 1977 zoals op de CD staat) en Andreas Keller op drums. Dit zestal speelde op 28 oktober 2017 een live-concert in het stadion van München dat opende met Überdosis Rock ‘n‘ Roll, een nummer dat in de coupletten rock is en in de refreinen revival rock ‘n’ roll. Rock ‘n‘ Roll Schuah (schoenen), origineel uit 1980, is stevige rock ‘n’ roll met Chuck Berry gitaarlicks en in dit soort nummers kan leadgitarist Barney Murphy zich helemaal uitleven, zowel op plaat als live met een variant op Berry‘s duck walk. Mijn oren swingen! Vis-A-Vis, een van mijn favoriete oude nummers van hen, is pure fifties styled rock ‘n’ roll en mijn oren kruipen al dansend onder de oorschelpen van de koptelefoon vandaan. Het nummer heeft 40 jaar na dato niets aan pit verloren en is mooi in de originele arrangementen gehouden, ook al werd er een sax en met drums een slappend geluid als van een contrabas aan toegevoegd en wordt het live uitgebouwd. Met deze song zouden ze zo op een rockabillyfestival kunnen optreden! Met So A Nacht zouden ze van een dergelijk festival meteen weggejaagd worden want dat is gewoon Status Quo-achtige rock. Mit‘n Frosch Im Hois (met kikker in de hals), een andere oude kraker van hen, is een mid tempo fifties styled piano rocker, en Sommer In Der Stadt is mid tempo tex mex origineel uit 1982 van hun LP Tutti Frutti. Sigl kondigt het volgende nummer, Ich Grüsse Alle Und Der Rest Der Welt, origineel uit 1990, aan met de woorden “let’s twist again“ en qua ritme is het ook een twist, maar door de melodie is het een echte vlotte rocker en een geweldig puur rock ‘n’ roll nummer. De twee nummers van gast artieste Claudia Koreck kunnen we overslaan wegens gewoon moderne poprock maar met het wordt weer leuk met Cadillac (nummer 56 in 1985), een seventies rock-achtig nummer waarin je heel duidelijk de invloed van Chuck Berry hoort. Pfüati Gott Elisabeth (God behoede je Elisabeth), hun hit uit 1984 met als hoogste chartpositie nummer 29, is een echte meezinger en het hele stadion zingt massaal mee. Schickeria, in 1982 met een twaalfde plaats in de Duitse charts naast het Neue Deutsche Welle nummer Skandal Im Sperrbezirk een van hun twee internationale hits (alleen niet in Nederland), is een mid tempo rocker die hier nog steeds klinkt als het origineel maar dan wat steviger. Een nummer dat je misschien niet verwacht is Pinetop’s Boogie Woogie, in 1928 opgenomen en in 1929 uitgebracht door Clarence Smith die in maart 1929 stierf, hier in de soloversie van Ludwig Seuss een geweldige boogie woogie met rock ‘n’ roll touch door de stevige pakkende beat. Dan gebeurt er iets afgrijselijks waar je oren spontaan gaan van dicht zitten, een unplugged versie van Johnny B. Goode, niet in het bekende arrangement maar in een lounge-achtige versie met dwarsfluit. Dat ligt me echt dwars. What da fuck? Ze hebben deze song nota bene tig maal gespeeld als rock ‘n’ roll en dan nu dit hier… Hoe ouder muzikanten worden, hoe verdraaider. In plaats van een opstandige rebel zit ik hier als een bekakte gladde jongen met een cocktailglaasje in de hand. Unter‘m Kastanienbaum dat CD 1 afsluit is een rustig vrolijk voortkabbelend mooi tex mex nummer dat er mee door kan.
Op CD 2 lijkt het of de band een beetje de rock ‘n’ roll weg kwijt is met andermaal een Tex-Mex nummer, Renate, niet erg maar toch vreemd want door het jodelen krijgt het een carnavalesk trekje. Currylandler, een Beierse dijenkletser op akoestische gitaar samen met gast Willy Astor, is niettemin een ronduit aardig nummer en de zaal gaat helemaal uit zijn dak. Waarom men in hemelsnaam de Keulse rockband Brings die ik met de Keulse carnaval op TV al een misplaatste grap vind als speciale gast naar Beieren, de traditionele tegenhanger van het Rijnland, gehaald heeft blijft een mysterie. Goed, hun Superjeile Zick (supergeile tijd) is een polka met Tex-Mex tint, maar hun tweede nummer is om te vergeten. Daarna eindelijk weer Spider Murphy Gang met Wer Wird Denn Woana (wie gaat nu huilen), een Neue Deutsche Welle nummer met in de refreinen rock ‘n’ roll. Ich Schau‘ Dich An is een andere grote hit van hen (nummer 5 in 1982), een nummer dat ik destijds al een mix vond van NDW en revival rock ‘n’ roll. Friedel Geratsch was in de jaren ‘80 de oprichter en zanger van Geier Sturzflug, een NDW band, en Spider Murphy Gang brengt hier met hem hun Bruttospezialprodukt, in 1983 een grote hit (nummer 1 in de Duitse charts en nummer 22 in de Nederlandse Top 40) die een rock ‘n’ roll song was. Peter Schilling zal menige oudere lezer(es) wellicht nog kennen van zijn hit Major Tom (nummer 2 in Nederland en nummer 1 in Duitsland), destijds een pure NDW song, hier met Spider Murphy Gang een mix van rock ‘n’ roll en NDW. Tijd voor de kraker en nummer 1 hit van Spider Murphy Gang in Duitsland en Nederland: Skandal Im Sperrbezirk, een NDW nummer met rock touch. De volgende song is mijn lievelingssong van de band en ware fifties doo-wop, Sch-Bum (s‘ Leb‘n Is Wiar A Traum) (het leven is als een droom), een cover van Sh-Boom van The Chords uit 1954, hier uitgevoerd samen met de Beierse acapella groep Viva Voce. Frankie Ford groet u in de Beierse cover Achterbahn, een van mijn favorieten van de band want de cover van Ford’s Sea Cruise uit 1959 is een schitterende rock ‘n’ roll versie die de band destijds en ook nu weer hier live laat horen. Herzklopfen, andermaal een heerlijk fifties slowrock nummer, werd origineel als lachnummer op CD uitgebracht (vergelijk met Elvis‘ lachversie van Are You Lonesome Tonight) en daardoor duurde de CD versie destijds meer dan vijf minuten. Hier in de liveversie met een acapella meezingend publiek (enkele duizenden) is de versie bijna vier minuten. Alleen al vanwege dit soort songs loont het de dubbel CD aan te schaffen. De afsluiter van het album is, hoe kan het ook anders, Wir San A Bayrische Band (we zijn een Beierse band), andermaal een rock ‘n’ roll nummer. Een geslaagd jubileum album, ook al hadden een paar van de gasten thuis mogen blijven.
Deze dubbel-CD is ook uit als live-DVD. Info: www.spider-murphy-gang.de (Henri Smeets)


THAT’LL FLAT GIT IT VOLUME 30: ROCKABILLY & ROCK ‘N’ ROLL FROM RCA VICTOR RECORDS
Bear Family, BCD 17566

Bear Family (D) blijft onverbiddelijk doorgaan met de That’ll Flat Git It reeks die de rockabilly en bij uitbreiding de blanke rock ‘n’ roll label per label in kaart brengt en dan vraag je je na 30 delen uiteraard af waarom ze niet eerder het grote RCA behandelden dat tenslotte koning Elvis onder contract had. Nou, dat hebben ze dus wel degelijk, en zelfs als allereerste CD in de reeks. Het is niet de eerste keer dat deze reeks een label uitsmeert over verschillende CD’s: van US Decca, Columbia en Sun Records verschenen er zelfs al drie CD’s. Elvis zelf staat hier nog steeds niet op en deze tweede RCA CD opent met Get On The Right Track van Joe Clay die nog twee keer terugkomt met Cracker Jack en Goodbye Goodbye en verschroeiender kan rockabilly niet want in vergelijking met Joe Clay zijn zelfs Janis Martin’s klassiekere dan klassieke rockabilly nummers Little Bit, All Right Baby en haar Roy Orbison-op-Sun cover Ooby Dooby aan de zachtaardige kant. De derde grote naam hier is Roy Orbison zelf met de ten onrechte wat opzijgeschoven medium tempo rocker Almost Eighteen. De andere 24 artiesten waarvan een flink pak ook al op Volume 1 stond zijn minder bekend dan wel totaal onbekend en tot de eerste categorie behoort Jean Chapel, de enige Sun artiest die net als Elvis haar Sun werk op RCA zag verschijnen, al moeten we daar eerlijkheidshalve aan toevoegen dat haar Welcome To The Club niet bij Sun was opgenomen maar in Nashville – van Nashville naar Memphis en terug naar Nashville dus – ga niet langs start, u ontvangt geen geld. Overigens werden niet alle hier verzamelde RCA + sublabels Groove en Vik singles opgenomen bij RCA in Nashville met een wisselende schare muzikanten uit producer Chet Atkins’ A-Team als Grady Martin (gitaar), Hank Garland (gitaar), Rusty Kershaw (gitaar), Bob Moore (bas), Jerry Byrd (bas), Buddy Harman (drums), Floyd Cramer (piano) en The Jordanaires (backing vocals) - een deel werd opgenomen bij RCA New York en een deel in licentie overgekocht van andere labels. Wat staat hier allemaal op? Otto Bash’ swingversie van All I Can Do Is Cry blijft geweldig, Georgia Gibbs’ huppeldepup cover van Great Balls Of Fire, Ric Cartey’s uitvoering van de standaard My Babe is swamprock à la Suzie Q, en de Caveman van Terry Fell klinkt meer als een indiaan dan als een holbewoner. Er staat wat softer spul op wandeltempo tussen als Dream Boat van Autrey Inman en Chicken House en School Blues van Dave Rich, maar verrassend veel relatief onbekende wegens nooit eerder op CD verschenen doch ronduit uitstekende rockers als Wild Child van David Hill, Wolf Boy van Sammy Salvo, Hoebe Snow van Benny Martin, Heart Of A Fool van Lee Denson en Oh Baby van The Nite Rockers. Ook op de aanwezigheid van nummers als Never Been Kissed van Marlin Greene, Cooly Dooly van Tam Duffill, It Ain’t Right van Gordon Terry, That Weepin’ Willow Tree van Ray Griff en The Message van Jimmy Dell valt absoluut niets aan te merken. Opvallend zijn enkele countryartiesten die met op tienermaat gestroomlijnde singles hun graantje van de rock ‘n ‘roll rage probeerden mee te pikken zoals Anita Carter met een rock ‘n’ roll versie van Nellie Lutcher’s rhythm ‘n’ blues hit He’s A Real Gone Guy van 10 jaar eerder, Pee Wee King die het zwarte Tweedle Dee door zijn western swing molen draait en oudgediende Bill Carlisle met het plezante Dumb Bunny. Rainbow Doll van Jimmy Dell is een sleazy stroll en ook op Big Guitar van David Hill – nochtans pure rock ‘n’ roll – en Mellow Down Easy van Ric Cartey is het goed strippen. Wat staat hier niet op? David Dante’s origineel van het door Pat Boone tot hit gezongen Speedy Gonzales, Sammy Salvo’s Short Shorts soundalike She Takes Sun Baths, Terry Gordon’s Trouble In The Turnpike en Pee Wee King’s Blue Suede Shoes, om maar wat te noemen. Voor een derde RCA CD? Klagen doen wij evenwel niet: de consequente hoge kwaliteit van de maar liefst 35 nummers op deze CD blijft verbazen en het geheel wordt gepresenteerd in fris klinkende zeg maar sprankelende geluidskwaliteit met een CD-boekje van 52 pagina’s. Volume 31 wordt opnieuw een minder bekend label, Colonial Records.
Info: www.bear-family.com.
(Frantic Franky)

naar boven

17 januari 2019

PLAYTIME/ LOS VENTURAS
Green Cookie, GC059

De achtste release van Los Venturas sinds 2001 is hun vierde op het Griekse label Green Cookie, en wie de Belgische surfband door de jaren heeft gevolgd weet dat hun instrumentale muziek van geen kleintje vervaard intussen way beyond surf gaat. Al hun invloeden culmineren in deze plaat met in Beans Tortillas & Chili (& Even Some Wine) de gebruikelijke van twangy gitaren en mariachi trompetten vergeven Ennio Morricone-achtige western dramatiek, maar evengoed en éven goed springerige André Brasseur rifjes op het orgel uit de tijd van de piratenzenders (Bird Poo), funky wah wah psychedelica (Rai Due), easy tune ska met SF-geluidjes (Flat Earth Rocket Man) en vrolijke niemandalletjes als The Balls Of Saint Rudolph, terwijl A Hui Hui zonnige Hawaiiaanse steelgitaar klanken vermengt met exotica en wat klinkt als vibrafoon of marimba. Om kort te gaan: groovy grooves én meer traditonele gitaar/ orgel surf als Camping Dallas, Nam-O-Point, Carrera Pan-Am en het naar Telstar knipogend Go Go GTO (Full Throttle), deze plaat heeft het allemaal, gekenmerkt door orgel fills en (onder meer Braziliaanse fanfare) percussie. De rijke, in brede laagjes opgebouwde arrangementen doen het geheel erg filmisch klinken en ik zou Los Venturas dan ook graag eens een echte soundtrack horen maken. Wie surf synoniem stelt met Wipe Out zal zich knarsetandend benadeeld voelen, voor wie het wat avontuurlijker mag breken opwindende tijden aan. En de verzamelaars dienen hun ogen open te houden want er komt ook een LP-versie (GC059LP) van amper 200 stuks zwart vinyl en 100 stuks wit vinyl. De eerste 100 LP’s daarvan bevatten bovendien een bonus vinylsingle met twee alternatieve dansmixen.
Info: www.losventuras.be en www.greencookie.gr
(Frantic Franky)

LP Recensie

TIELMAN ON STAGE/ THE TIELMAN BROTHERS
Bear Family, BAF 11018

Op een of ander manier is het erg dat je voor de beste heruitgaven van Nederlandse muziek over de grens moet en dan kom je automatisch uit bij Bear Family dat twintig jaar geleden al uitstekende Tielman Brothers CD’s uitbracht. De Duitse re-issue reus brengt nu hun Tielman On Stage (in tegenstelling tot wat je op basis van de titel zou denken géén live plaat) 25 cm LP op Imperial, NL (ILPT 103) uit 1961 opnieuw uit in een gelimiteerde uitgave van 500 exemplaren op doorzichtig wit vinyl, een plaat waarvan je vandaag de dag niet moet hopen ze nog als mint exemplaar op de rommelmarkt te vinden, ook al omdat ze destijds eigenlijk voor geen meter verkocht, zo heb ik mij toch laten vertellen. De band zat toen namelijk in Duitsland en kon er in Nederland geen promotie voor voeren. Opvallend: op de foto’s staat naast Andy (gitaar), Reggy (gitaar), Ponthon (bas) en Loulou (drums) een vijfde Tielman broer, “Franky Tielman”, maar dat was helemaal geen Tielman broer want hij heette Franky Luyten. Luyten kon naar verluidt amper een gitaar vasthouden maar de band had in 1960 een vijfde man nodig om in Duitsland te kunnen spelen omdat de Duitse boekers er blijkbaar van overtuigd waren dat een echte band uit minimaal vijf groepsleden bestond, lezen wij in het boek Helden Van Toen: The Tielman Brothers En De Nederlandse Rock ‘n’ Roll 1957-1967 uit 2017 waarin auteur Harm Peter Smilde voorts opmerkt dat Luyten “muzikaal nooit een dragende rol heeft gehad” binnen The Tielman Brothers, en tegen 1964 was ie van het toneel verdwenen. Wellicht speelt hij geeneens mee op deze plaat, door Bear Family de heilige graal voor Indorock-verzamelaars genoemd. Zo zou ik dit niet noemen, althans niet qua rock ‘n’ roll gehalte want het prijsbeest hier is bonus track Record Hop, in 1959 hun eerste Imperial single (daarvóór was er een jaar eerder al de single Rock Little Baby Of Mine/ You're Still The One op het Belgische Fernap label die niét op deze plaat staat), een sterk staaltje wilde white rock van eigen bodem. De tweede bonustrack is Record Hop B-kant Swing It Up, rockender dan de acht originele nummers van deze 10-inch samen maar toch nog geen Record Hop. Vier van die acht andere nummers zijn gitaar instrumentals die niet bepaald wild zijn maar wel getuigen van een exotische schoonheid die nog wordt versterkt door het zweverige effect op de gitaar, zoals in het op een sonate van Mozart gebaseerde 18th Century Rock (destijds sprak men er schande van), of in het nummer met de vreemde titel AAA dat net als de instrumentale klassieker Night Train een sleazy randje heeft, mijlenver verwijderd van The Shadows en meer aansluitend bij wat enerzijds de Amerikaanse gitaarbands toen deden en anderzijds bij de sound van bands van hier zoals The Jokers uit Antwerpen, iets wat in de klank zit, en eigenlijk ook een beetje in het amateuristische. Van de gezongen nummers is het plechtige O Sole Mio gebaseerd op Elvis’ versie It’s Now Or Never, en Pretend is brave rock ‘n’ roll die nauw aanleunt bij Carl Mann’s uitvoering. Ik neem aan dat Mann ook de inspiratie was voor het eigen nummer O Rosalie dat veel gemeen heeft met Mann’s Mona Lisa, en ook in het instrumentale April In Paris zit een stukje Carl Mann staccato. I Can’t Forget You tenslotte is een karamellenverzen ballade een balorkest waardig die ook weer dat zweverige bevat. Voor uw 21ste eeuwse oren klinkt het misschien allemaal wat krakkemikkig, maar het maakt wel mooi deel uit van de Nederlandse muziekgeschiedenis.
Info: www.bear-family.com (Frantic Franky)

naar boven



Lees hier de oudere recensies

Terug naar de voorpagina