(reclame)


Je recente CD, DVD, plaat of boek gerecenseerd op onze website? Stuur deze dan naar de hoofdredactie!
Your recent CD, DVD, record or book reviewed on our website? Send it to our editor-in-chief!


 


25 september 2019

CD Recensies

24 SONGS/ NATE GIBSON & THE STARS OF STARDAY Bear Family, BCD 17588

Starday Records is in ons wereldje vooral bekend vanwege de populaire Starday rockabilly (Groovey Joe Poovey! Sonny Fisher! Glenn Barber! Hal Harris! En vele anderen!) maar was veel meer dan dat, namelijk niet meer of minder dan het belangrijkste Texaanse label in de jaren ’50 en ’60: van 1952 tot 1968 bracht Starday zo'n 3000 country-, bluegrass-, gospel en truckersingles uit. Op Starday verschenen de eerste opnames van latere wereldsterren als George Jones, Willie Nelson en Roger Miller, het diende als vangnet voor door de majors geloosde artiesten als Stringbean, Cowboy Copas, Johnny Bond en Red Sovine, én het was leverancier van zogenaamde custom persingen: als je een plaatje wou uitbrengen en je had wat centen dan perste Starday jouw singles zonder vragen te stellen. Het label vond zijn ambassadeur in rockabilly muzikant Nathan Gibson (een man met een PhD in muziek etnologie die opnam onder eigen naam, met Deke Dickerson en Sean Mencher van High Noon en in Finland met The Barnshakers en The Hi-Fly Rangers) die in 2011 het boek The Starday Story: The House That Country Music Built schreef en zoveel mogelijk Starday artiesten opspoorde die nu allemaal tussen de 75 en de 95 jaar oud zijn. Met een aantal van hen maakte Gibson nieuwe opnames die hij zelf uitbracht op dubbel-LP op zwart én op rood vinyl (bij de rode versie krijg je een gehandtekende foto van een Starday artiest bij. Helaas kost het verzenden naar Europa alleen al 38 dollar). Op zoek naar een firma die dit kon persen op CD mét een boekje van 54 pagina’s erbij informeerde hij bij Bear Family waar zij hun dikke CD-uitgaves lieten drukken en de Duitse re-issue reus was zo onder de indruk van het project dat ze prompt aanboden dit zelf uit te brengen. Het resultaat is inderdaad knap: 24 nieuwe tracks van 14 Starday artiesten (en dan zijn er nog een vijftiental andere nog actieve Starday artiesten die niét meedoen), vooral countryartiesten maar ook rockabillies Sleepy LaBeef en Rudy "Tutti" Grayzell die allemaal oude Starday nummers van zichzelf heropnamen in duet met Nate Gibson, begeleid door een band onder leiding van Marty Stuart met daarin goed volk als Dave Roe (ex-Johnny Cash) op elektrische bas, Kevin Smith van High Noon op contrabas, Bobby Trimble op drums, Carl Sonny Leyland op piano en Bobby Horton op steel gitaar, dus muzikaal zit dit helemaal snor.
Eerste vaststelling: Sleepy LaBeef’s uit gewapend beton opgetrokken stem begint af te brokkelen en God, wat is de reus mager geworden, zijn gezicht is helemaal ingevallen, zijn vest hangt als een tent om zijn knoken en hij lijkt zelfs gekrompen, tenzij die twee mensen aan wie hij zich optrekt ook tegen de 2 meter aanleunen. Zijn heropnames van I'm Through en All The Time zijn okee, Lonely is een ballade en dan denk je, hè, een ballade, maar 't was in 1957 wel de B-kant van All The Time. Rudy "Tutti" Grayzell, nog steeds even hyper, klinkt in een redelijk Duck Tail alsof hij zijn kunstgebit was vergeten en Let's Get Wild is te freewheelende rock in plaats van rock ‘n’ roll, als u snapt wat ik bedoel - het verschil tussen Marty Stuart en Deke Dickerson, neem ik aan. Countryzanger Frankie Miller die in 1956 voor Starday de fantastische dubbelaar True Blue/ Black Land Farmer opnam vertolkt hier de sympathieke truckin' country rocker Rain Rain, terwijl Family Man meer traditionele uptempo country is. Dat klinkt negatief maar is niet zo bedoeld: in vergelijking met wat vandaag de dag verkocht wordt als countrymuziek is de term "traditionele country" een groot compliment. Tussen de nobele onbekenden op deze CD staat nog meer rockabilly gerelateerde muziek zoals Find A New Woman van Arnold Parker, geslaagde modern klinkende rocka-hillbilly met steel - zijn originele Starday versie uit 1956 was pure rockabilly.
Uptempo country wordt opgediend door Jesse McReynolds (die voor het eerst opnam in 1951) met Nobody But You(een mix van twangy gitaar, uptempo fiddles en zelfs een contrabas solo) en Pardon Me, Darnell Miller met Royal Flush (zijn originele Starday versie uit 1959 klonk iets meer rocka-hillbilly) en Back To You, en door de western swing flavour van Bill Clifton's Little White Washed Chimney. Truckin' country wordt vertolkt door het female trio Betty Amos With Judy & Jean (hun eerste trio opnames sinds 1967) in Eighteen Wheels A Rolling, en het door Amos geschreven maar nooit officieel door haar opgenomen (enkel als demo - de hit was voor Jean Shepard) Second Fiddle (To An Old Guitar) is hardcore honkytonk countrybilly op zijn meest hardcore, net als Sippin' On A Sud van de nu 90-jarige Wade Jackson. Bluegrass krijgen we met het razendsnelle instrumentale Saints Banjo March oftewel When The Saints Go Marching In door banjospeler Little Roy Lewis, terwijl zijn Ain't No Room In The Church For Liars met zang van bluegrass fiddler Lizzy Long semi-akoestische gospel countryblues is. Nog meer country gospel wordt voorgegaan door Margie Singleton (haar Oo-Wee (You're The One For Me)/ Teddy was in 1958 geslaagde female rock 'n' roll) in On The Cross. We've Got Things In Common is dan weer een onkreukbaar oerdegelijk man-vrouw country duet met June Stearns - haar eerste commerciële opname in 45 jaar!
Deze CD door oudjes die allemaal slightly off key zingen is een werk van liefde en barmhartigheid, want de kans is groot dat dit voor de meeste van deze artiesten de allerlaatste keer is dat ze voet in een opnamestudio hebben gezet. Geweldige CD, niet alleen omdat dit de soundtrack van een feestje in Huize Vredenburg is, maar ook en vooral omdat bijna alle 24 nummers (+ 1 instrumentale bonustrack door Nate Gibson zelf, een heavy cover van de steel gitaar instrumental The Spook van Pete Drake die in 1962 op Starday psychedelisch moet hebben geklonken) uptempo countryrock en bluegrass met een beat zijn waarin de fiddles en steel gitaren je om de oren vliegen, uitgevoerd door een band die zo strak speelt dat alles fris hedendaags klinkt. Ga zeker ook via de zoekterm "Nate Gibson & the Stars Of Starday" op YouTube op zoek naar de videoclips waarin de artiesten vervangen werden door de marionetten die je op het hoesje ziet, interviews en repetities. Info: www.bear-family.com en
www.nathandgibson.com (Frantic Franky)


33 YEARS STAGE BY STAGE/ JOHN LEWIS
El Toro, ETCD7028

33 jaar reeds maakt deze Welshman de rock 'n' roll podia en de bars onveilig, de enige echte John Lewis die we vooral kennen als frontman van The Rimshots, maar sinds een aantal jaren treedt hij ook op onder eigen naam in trio vorm en zelfs solo op zijn eentje met zijn gitaar, de maat en het ritme trappend op een plank. Daarnaast heeft ie deel uitgemaakt van diverse projecten en deze dubbele zilverling met maar liefst 50 tracks wil daar een representatieve dwarsdoorsnede van geven met speciaal voor u daar die alles, alles, àlles hebt nog een deel onuitgegeven materiaal. The Rimshots staan er 16 keer op met nummers van de albums The Rimshots, Let's Bop (One More Beer! You Saved My Heart! Honey Babe! Ramblin' Man!), Sentimental Fools (Rust Free!) en het minder bekende Musical Medicine, maar ook met - en hier wordt het al meteen interessant - vijf onuitgebrachte demo’s uit 1988 en 1991, dus van vòòr hun debuut-LP uit 1992, waarvan vooral I'm Ready (Cochran Brothers), Love Her All The Time en de skiffle cover Takes A Worried Man er uit springen. De eerste keer dat Lewis buiten de Rimshots lijntjes kleurde was in 1996-1997 meteen een schot in de roos als zanger van Johnny Bach & the Moonshine Boozers, in originele bezetting bestaande uit Lewis, Darrel Higham op gitaar en Ricky Lee Brawn op drums die zich te buiten gingen aan compleet geflipte rock 'n' roll covers, een uit de hand gelopen grap die tot op heden vier albums duurde en waarvan hier acht tracks getuigen, met bluesbopper The Mill als bekendste nummer. Geen onuitgegeven Moonshine Boozers materiaal, en het valt op dat die naarmate die vier albums vorderden toch meer straight forward rockabilly werden. 33 Years bevat voorts zeven John Lewis & his Trio nummers (zijnde Lewis begeleid door een trio, dus in kwartet bezetting) van de albums The Billy Banks Sessions (2011) en Sanity (2013) die allemaal onder rockabilly resulteren, met als uitzondering die de regel bevestigt de onuitgebrachte surfinstro Where's My Snout. Uitschieters bij de Trio nummers zijn de dansvloer favoriet Flat-Top Cat en het door The Jets op backing vocals opgevrolijkte Sanity. Een ander onuitgebracht ‘trio’-nummer, Talking About You, is dan weer John Lewis begeleid door een duo. 11 nummers zijn John Lewis solo, bijvoorbeeld het walsje Waltz Around The Kitchen met Imelda May op tweede stem en het aloude verdoemde St James Infirmary. Sommige solo songs komen van het album His Other Side (2014), sommige zijn live van het album Live In Cardiff uit 2009 maar klinken als studio-opnames, op sommige nummers speelt Lewis enkel akoestische gitaar (ongetwijfeld met een vlaggetje van Wales in de nek ervan), en een enkel nummer is zelfs alleen maar klaaglijke stem. Unreleased solo én erg goed: Building A Gazebo. Als duo heb ik Lewis nog nooit zien optreden maar hier staan wel drie onuitgebrachte nummers uit 2018 op samen met mondharmonica mens Tony Thompson die al eerder bij The Rimshots meedeed, met name op Off It Again op de B-kant van hun Volcano single. Die drie nummers met mondharmonica zijn de traditional In The Pines (hier onder de titel Where Did You Sleep Last Night), Crawdad Hole als akoestische country blues met net als op het eigen Let Me Go fox chase mondharmonica. Op twee andere nummers onder de naam John Lewis solo, Bad Company en What You Gonna Do die stonden op de Pink 'n' Black Records CD Cat'n Around Volume 2 uit 2002, speelt Lewis alle instrumenten zelf, zij het niet tegelijkertijd.
Hebben we alles gehad? Nee! Op deze bodemloze schatkist staan voorts drie nummers waarop Onze Man begeleid wordt door die andere drinkebroers The Surehots, Lay Back And Be Cool en I Hope You're Happy That I'm Glad van de titelloze John Lewis/ The Sureshots split-CD op het Japanse label Thousands Records uit 2007, en Drink Up And Go Home van het Rockabilly Heaven Downunder studio album op het Australische label Press-Tone uit 2005. Tot slot hebben we nog recht op twee onuitgegeven tracks uit 2009 van Pontchartrain, de traditionele countrygroep waarbij Lewis alleen leadgitaar speelde en backings zong. En daarmee hebben we echt alles gehad, wat nog lang niet alles van John Lewis blijkt: te oordelen naar de massa hoesjes nog kleiner dan een postzegel afgebeeld op de CD-inlay zijn er nog massa’s obscure releases die hier niét opstaan. De alternatieve singleversie van Volcano bijvoorbeeld? Of de Rimshots kerstnummers op You Can't Stop The Christmas Bop Volume 2? Ik noem maar wat hoor. Enkele sidenotes om af te ronden: dat The Rimshots graag een potje skiffle rammelden op het wasbord wisten we, maar hier hoor ik op een aantal nummers ook de invloed van folkmuziek. Bij folk denk je automatisch aan Ierse folk maar in dit geval zal het wel Welshe folk zijn, hahaha. Voorts was me nooit opgevallen hoeveel John Lewis nummers handelen over niet goed bij je hoofd zijn, wat bij de amateur psycholoog in ons meteen het beeld oproept van zingen als therapie om de demonen in je hoofd onder de knoet te houden. Handig voor nerds zoals wij tenslotte is dat alle opnamedata en personeel vermeld zijn in het uitvouwbaar booklet dat daarnaast foto’s uit den ouden doosch bevat.
Samengevat: sommige nummers zijn met piano, sommige met steel, maar allemaal klinken ze een beetje Rimshots. Deze flinke hap kwaliteitsmuziek is ook uit op Bullseye dubbel-LP (BE127) die helaas slechts 33 van de 50 tracks bevat, maar ook te koop is als combideal met de twee CD’s erbij. Info: www.eltororecords.com
en www.therealjohnlewis.com (Frantic Franky)


BLACK HALLOWEEN
Koko-Mojo, KM-CD-45

Daar komt halloween en daar komen de halloween CD’s! De jaren '50 tot begin '60 waren hoogdagen voor all things horror: de oude griezelfilms uit de jaren '30 en '40 kwamen op het bijzonder populaire nieuwe medium televisie, al dan niet gepresenteerd door zelf als griezel verklede horror hosts, er waren tijdschriften over die films (Famous Monsters Of Filmland!), er waren horrorstrips (Tales From The Crypt! The Vault Of Horror! The Haunt Of Fear!) en in de drive-ins liepen massas nieuwe griezel- en science fiction films. Kortom: er was een markt, en dus werden er ook plaatjes over monsters gemaakt. Die plaatjes worden sindsdien met de regelmaat van een fout lopende klok heruitgebracht op verzamel LP’s en CD’s en als ze niet op die verzamelaars staan vindt je ze wel op YouTube.
Vorig jaar nog verscheen The Shadow Knows op Bear Family (D), nu brengt Koko-Mojo Records deze Black Halloween uit met de ondertitel Bo Diddley Is A Zombie, een nummer waar wij nog nooit van gehoord hadden en dat klopt want het bestaat niet en staat dan ook niet op deze CD. De machtige Bo Diddley zelf staat er wél op met het fenomenale voodoo nummer Who Do You Love en het minder bekende Bo Meets The Monster. Andere vaste gasten op het grote halloweenfeest zijn geniale gek Screaming Jay Hawkins (Frenzy, I Hear Voices), The Coasters (The Shadow Knows, Poison Ivy) en The Cadillacs (Peek-A-Boo, The Boogie Man), en nog meer klassieke horror rock 'n' roll wordt opgediend door Lord Luther (Teenage Creature), The Hollywood Flames (Frankenstein's Den), Johnny Fuller (Haunted House) en The Revels (Midnight Stroll).
Elke zichzelf respecterende halloween rocker zal die nummers al hebben en meteen skippen om over te gaan tot de orde van de dag, namelijk bekende artiesten met onbekende songs zoals Ike Turner's early sixties mysterieuze soulvolle She Made My Blood Run Cold. Ook Howlin' Wolf's Evil (Is Goin' On) is voor mij een nieuwkomer, maar die aap komt al snel uit de mouw: ik ken die Evil niet omdat het blues is, net als Cousin Leroy's Crossroads. Fifties blues, okee, maar wel degelijk blues. Nee, geef mij maar de vrolijke piano rocker Gila Monster (Joe Johnson), de saxrocker The Mummy (The Naturals), de instrumentale saxtoeter The Sneak (Jimmy Oliver's Orchestra), de wat meer jazz gerichte sax-piano instrumental The Hunch (Paul Gayten) die op zich niets met halloween vandoen heeft, de gitaar instrumental The Monster (Evans Carroll) en zelfs de early sixties pré-soul Zombie Stomp (Danny Ware). Daarnaast bevat deze CD die niet overdreven zwart klinkt behalve veel geschreeuw, krakende doodskisten en boe boe boe ook veel doo-wop zoals Zombi van The Monotones, The Prowler van The Idols, The Creature van The Jay-Hawks, Dry Bones Twist van The Drivers en het bongo-ënde Dead van The Poets. Een bekend nummer in de minder bekende originele uitvoering is Witchcraft van The Spiders uit 1955, opgewekte sax rock 'n' roll in 1963 gecoverd door Elvis op de B-kant van de single Bossa Nova Baby! Het grote griezelboek gaat terug toe met de meer dan 8 minuten durende jazzimprovisatie Blues For Dracula van Philly Joe Jones uit 1958 met daarover een komisch bedoelde monoloog met een Bela Lugosi stem door "count Dracula, the be bop vampire". Pakweg de helft van de 28 tracks zijn niet courant en klinken prima onder het genot van een dampende kop pompoensoep met nootmuskaat of desgewenst met een vleugje tabasco voor wat extra, euh, bite.
Info: www.koko-mojo.com
(Frantic Franky)

naar boven

18 september 2019

IT'S HER/ MEL PEEKABOO
El Toro, ETCD7024

Heimwee naar de tijd toen rockabilly nog gewoon gezellig was? Meet Melania Sapienza, in Italië bekend als Mel Peekaboo, rock 'n' roll zangeres. Op de achterflap staat dat dit haar debuut is en ze al 11 jaar bezig is, en dan is het merkwaardig dat Peekaboo hier begeleidt wordt door echtgenoot Massimo Pafumi op leadgitaar en dochter Gloria Pafumi op akoestische gitaar (vader en dochter spelen samen in surfgroep Jaguar & the Savanas die in 2012 de CD Wet Side Stories uitbrachten op El Toro), maar dat drums en contrabas ingespeeld werden door onze Duitse vrienden Axel Praefcke en Michael Kirscht, waarmee u gelijk weet dat dit werd opgenomen bij Lightning Recorders in Berlijn. Ik bespeur een lichte aarzeling in de overigens accentloze vocalen die op zich fonkelen als kristalwater, een aarzeling die zich doorzet in de gitaar, opmerkelijk gezien de ervaring van Massimo Pafumi. De 13 eigen nummers zijn dan ook niet perfect maar dat geeft een zeker onschuldig cachet en ontwapenend naïeve charme aan het geheel dat een throwback is naar de tijd toen rock 'n' roll en rockabilly nog geen moeilijkdoenerij waren, percussie bestond uit handclaps en wij maar wat blij waren dat er ook dames rock 'n' roll zongen. Leuke CD voor wie rock 'n' roll ook soft en melodieus mag zijn!
Info: www.eltororecords.com (Frantic Franky)


HOT BOP/ MANNY JR & THE CYCLONES
El Toro, ETCD7022

Na twee CD’s in eigen beheer is dit de tweede CD op El Toro van dit Canadese kwartet met de niet zo vaak voorkomende combinatie van vader Manny Sr op akoestische ritmegitaar en zoon Manny Jr als zanger en leadgitarist, voor de goede orde aangevuld met contrabas en drums. Hun Rockabilly Girl CD uit 2013 vonden wij klinken als een slecht gemixte demo, deze opvolger heeft een heel wat professioneler geluid en Ludovic Manny zingt ook veel beter, zij het soms nog steeds bibberend. Laat u stijlsgewijs niet beetnemen door de tekening op het hoesje: Manny Jr & the Cyclones staan in Canada geboekstaafd als all round rock 'n' roll band (ze hebben met dezelfde bezetting zelfs een surf en sixties rock 'n 'roll band genaamd The Typhoons) en bewijzen dat op deze CD die opent met de gitaarinstrumental Cavalier Seul die zelf begint met een surfintro maar na 15 seconden die surf vermengt met cowboyklanken op banjo wat een leuk uptempo twangy wijsje vormt. Kampvuursurf! De hoofdbrok is fifties styled rockabilly met veel echo en twangy gitaar (Back In A Heartache, titeltrack Hot Bop die er op staat in een Engelse én een Franse versie, Oh Baby Yeah, You're So True, Dirty Rat), maar de CD biedt ook ruimte voor rockabilly met steel gitaar (Choo Choo Train), rock 'n' roll met gastsax (You Knock Me Out), rechtdoor café rock 'n' roll (Manny You Can't Jive met sax en op piano de niet onbekende Israel Proulx, ook te gast op de piano boogie You Don't Love Me), en nog meer uptempo kampvuurmuziek met Tennessee en het instrumentale Manny's Rag, beide met gast banjo. Alle 14 nummers zijn zelfgeschreven.
Hun eerste El Toro CD, Rockabilly Girl, staat momenteel bij El Toro in de aanbieding voor € 5,-. Info: www.eltororecords.com en www.canadarockabilly.com
(Frantic Franky)


WOW - THE WOMEN OF WILD
Wild Records, géén cat.nr.

In april 2019 vond in Turnhout de eerste Europese Wild Records showcase plaats en te dier gelegenheid verscheen de CD The WILDest Weekender met 23 tracks van de 23 bands die toen optraden in de krappe tijdspanne van twee dagen.
Dit is een gelijkaardige CD opgebouwd rond de Women Of Wild showcase op 19 april 2019 tijdens Viva Las Vegas met (slechts) tien studiotracks van vijf Wild bands met een zangeres. Op de affiche stonden daar trouwens zeven zangeressen: Becky Lynn van Los Blancos en Mozzy Dee doen niet mee op de CD, net zo min als Poison Ivy van The Cramps uiteraard - waarom zij op de hoes staat is me een raadsel want met de muziek van The Cramps heeft deze CD niets te maken. En al evenmin met rockabilly, want de meeste tracks zijn rhythm 'n' blues met Dawna Zahn & the Hi-Jivers (It Takes Time is bluesrock op Linda Lu tempo) en Bibi (zij was ook in Turnhout) & her Tremblin' Souls (What Have I Done is blues met mondharp, ook aanwezig op het meer in een sixties groove rockende Turn That Frown Upside Down). Dat die kleine schreeuwlelijk Gizzelle een flinke klep rhythm 'n' blues kan openzetten is geweten en bewijst ze eens te meer met de door de meidengroepen beïnvloede gospel ballade Try Me, terwijl Rock Me Baby bluesabilly op cat scratch ritme is. Iets heel anders is de muziek van Marlene Perez & the Rhythm Shakers die garagerock spelen met overstuurde gitaren in Damaged Case en de klassieke garage cover Stepping Stone. Een andere garageclassic op de CD is Shotdown van The Sonics, hier in een rockend bluesrock arrangement (bestaat de term garageblues?) door Shanda Cisneros & the Howlers wier ander nummer, Don't Owe You A Thang, dan weer als mysterieuzebilly mag bestempeld worden. Wild Records spreidt zijn tentakels dus steeds meer uit richting andere genres, al vermoed ik dat deze CD’s goed lopen: ze kosten slechts een habbekrats en er is intussen ook al een Wild In Japan compilatie, al heb ik geen idee wat of wie er op staat. De hifi kwaliteit van deze Women Of Wild is dan weer wel typisch Wild: alle nummers zijn opgenomen met één gitaar, één contrabas en drums en klinken alsof het demo’s zijn. Info: www.wildrecordsusa.com en www.wildrecordseurope.com
(Frantic Franky)

naar boven

4 september 2019

JUMPIN' & HUMPIN'/ RvB
El Toro, ETCD7025

Dit is minstens het vierde album van RvB wat staat voor Ruki’v Bryuki, een vijfkoppige band uit Kiev, Oekraïne met een bezetting van twee gitaren, contrabas, drums en sax. De stijl is zwarte rock 'n' roll en rhythm 'n' blues jive met alles erop en eraan dat de dag van heden onder die noemers valt te rocken, ouderwets gezellige vaak medium tempo fifties grooves gebracht met de nodige soul en een early sixties vibe, een wild om zich heen toeterende sax, rhythm 'n' blues gitaren, strolls en een diepe doo-wop stem à la Coasters. Referenties: Mike Sanchez (maar dan uiteraard zonder piano), Barrence Whitfield, Nico Duportal, The Stargazers. Er staat ook een nummer op gezongen in wat ik denk dat Oekraïens is, de twister Mr. Vecher! RvB is al bezig sinds 2007 en dit is voorbeeldig gespeeld en evenredig voorbeeldig gezongen dansvloerwerk helemaal op maat van de Rhythm Riot crowd. De CD werd voor driekwart opgenomen en voor de volle 100 % gemasterd bij Black Shack in Calw (D) dus de sound zit ook helemaal snor. You Don't Care en Drum Beat verschenen op de El Toro vinyl single ET-15.120. Info: www.eltororecords.com en www.rukivbryuki.bandcamp.com (Frantic Franky)


MEAN OLD MAN/ HOT CLOVER CLUB
El Toro, ETCD 6096

Hot Clover Club is een Spaanse band uit Sevilla die in 2014 al eens een CD uitbracht in eigen beheer getiteld Broken Wings, toen nog als drumloos trio. Nu zijn ze een kwartet waarvan wij één muzikant kennen, drummer Jesús López, om de eenvoudige reden dat die momenteel lijkt te drummen bij álle Spaanse én Portugese bands! Hot Clover Club speelt in traditionele viermansbezetting van zang/akoestische ritmegitaar, leadgitaar, contrabas en drums en de CD opent met uptempo cowboy hoempapa maar dat ene nummer zet je helemaal op het verkeerde been. De stijl van Hot Clover Club neigt namelijk meer naar de neo: scherpe, vinnige rockabilly met een hint van Restless in de manier van zingen van de hoge stem van frontman Ismael Lojo, in de refreinen soms versterkt door een tweede stem. Toch wordt het melodieuze nergens uit het oog verloren, zoals in de cover van Bobby Helms' Tennessee Rock 'n' Roll. Ook mooi: hun uptempo rockabilly cover van Hank Williams' I'm So Lonesome I Could Cry. Andere covers om hun stijl te situeren tussen de 12 songs op deze CD zijn Buddy Holly's Love Me, Jimmy Wages' Madman en Don Woody's Barking Up The Wrong Tree. Het eigen nummer daarvóór is getiteld Mr Don maar heeft niets met Don Woody te maken. Tussen de eigen nummers staat er voorts eentje dat ze cadeau kregen van Rusti Steel, Shopping Around. Aangename ontdekking! Info: www.eltororecords.com en www.facebook.com/HotCloverClub (Frantic Franky)

naar boven

30 augustus 2019

RETROGRADE/ BAMBOOZLE
Right Recordings, RIGHT339

Dit is het finale luik in Bamboozle's onfeilbare plan tot werelddominantie: na drie vinyl-/ CD-singles sinds 2016 deelt de Britse band opgericht door zangeres-contrabassiste Serena Sykes (een dame van vele talenten: ze was ook producer van dit album) en Keytones gitarist Jim Knowler nadat The Keytones er een definitief einde aan hadden gebreid, de finale klap uit met hun debuutalbum dat acht originals en twee covers bevat. Zes van die tien nummers (Heebie Jeebies, Mayhem, Daddy's Girl, The Lowdown, Ice Cold Beer en Just Like You) stonden al op die singles, maar we mogen er van uit gaan dat niet iedereen die allemaal zal hebben, ook al omdat de band ondanks prestaties op onder meer Vlissingen Vintage, Feel The 50's Venlo en V8 Brothers Village (B) nog niet echt supervaak bij ons heeft opgetreden. Sinds pedalsteelgitarist Dave Kirk de band verliet in 2018 is Bamboozle actief als trio met op drums Les Curtis, bekend van Darrel Higham & the Enforcers en Bob & the Bearcats, wat zorgt voor een wat hardere edge. Dat neemt niet weg dat Bamboozle lekkere jazzy licks uit de gitaar schudt (Five Past Ten, Heebie Jeebies) en tovert met backing vocals (Daddy's Girl), een swingende rock 'n' roll stijl die wij ons graag laten welgevallen. Onweerstaanbaar zijn de drie door Knowler gezongen nummers, Just Like You, het relaxte Ice Cold Beer en de jive classic in spé The Lowdown. Wat ruiger zijn Rockin' Man en Toxic Nightmare, hedendaagse bijna moderne rock 'n' roll met een vette knipoog naar Imelda May, verwijzing die ze zelf in de hand werken door May's Mayhem te coveren. Ook hun versie van het bekende Fever had zo door Imelda May gebracht kunnen worden. Die Imelda May-achtige nummers hebben echter niet de big label big studio productie van Imelda May, wat ons tot de essentie van Bamboozle brengt: ze gaan back to basics en klinken zoals Imelda May klonk in haar beste rock 'n' roll dagen maar nu niét meer klinkt. Het gat achtergelaten nadat Imelda May besloot het te gaan wagen als rockzangeres heeft Bamboozle met andere woorden mooi dichtgestuct. Voor de slechte verstaanders en de mensen van kwade wil: dit is bedoeld als compliment! Ook uit op vinyl (RIGHT339V) (500 stuks), en samen met dit album komt Heebie Jeebies dat vorig jaar al verscheen als CD-single én vinylsingle opnieuw uit als 1 track CD-single (RIGHT344D). Info www.bamboozlehq.co.uk (Frantic Franky)


MY FOREIGN LOVE/ JAKE CALYPSO & HIS RED HOT
Rock Paradise, RPRCD 50

Hervé Loison (F) brengt ze sneller uit dan wij ze kunnen recenseren: wij hebben amper de recentste Jake Calypso beluisterd of er is al een nieuwe Hot Chickens-CD uit en voor december staat reeds een nieuwe Jake Calypso vinyl single geprogrammeerd. Hot Chickens vierden in augustus hun 20ste verjaardag, met Jake Calypso is Loison ook al 10 jaar op trot en dit moet het zesde of zevende Jake Calypso album zijn, best mogelijk dat we er in al die drukte eentje gemist hebben. Jake Calypso live mag dan nog steeds uitermate aanstekelijke georkestreerde rock 'n' roll chaos zijn (u kan daar zelf getuige van zijn op zaterdag 16 november als hij optreedt in de Cruise Inn in Amsterdam), op geluidsdrager heeft de jodelende waanzin van My Baby Rocks, Call Me Baby en When The Pretty Girl Bop in die 10 jaar plaats geruimd voor de persoonlijkheid van Hervé Loison zelf, en het feit dat Loison álle rock 'n' roll en blues gerelateerde muziekjes goed vindt vertaalt zich steeds meer op de Jake Calypso albums die onderling stilistisch erg verschillen. Deze My Foreign Love (met op de hoes de échte Calypso, Jake Calypso's kleindochter), in goede banen geleid door zijn vaste begeleiders Christophe Gillet (gitaar) en Thierry Sellier (drums) met op bas Ben D. Driver van The Hoodoo Tones (die inderdaad contrabas speelde toen wij Jake Calypso de laatste keer zagen in juli), situeert zich muzikaal vooral in de begin jaren '60 pophoek waar The Crickets post Buddy Holly en Bobby Fuller zich thuis voelden (You're My Wonderful Love, I Gotta Know, de mambo-ënde titeltrack My Foreign Love), met uitstapjes naar meer zwart gerichte early sixtiespop (Addiction Baby), een onbeschaamde popballade (Chessboard Of Love), Hawaiiaanse klanken (Comeback To Me met El Lega (E) op lap steel), akoestische werkmansliederen en folkblues gospel (Fairy Tale, opener Don't Miss The Train Man), tot zelfs seventies glamrock met gast sax (When I Was 15), een dikke Stax-/ Motown-blazerssectie op het evenzeer naar popmuziek lonkende Gimme Your Love, en de meer rock gerichte afsluiter The Queen Of The Road. Dit is een rustig Jake Calypso album, maar wel een goéd rustig Jake Calypso album. Let ook op het CD-boekje met de songteksten als stripverhaal. Eveneens uit op LP op wit vinyl (RPRLP11) Info: www.jakecalypso.com en www.rockparadise.fr (Frantic Franky)


ANOTHER BANANA SPLIT PLEASE
Bear Family, BCD 17601

't Is weer voorbij, die mooie zomer, die zomer die begon zowat in mei... Nou, klimaatopwarming of geen klimaatopwarming, veel zomer hebben we nog niet gehad en hij is voorbij voor je het weet. Gezellig hoor, openluchtfestivals met een dikke trui aan en een paraplu in de hand. 't Zijn geen zomers meer als vroeger, zo zeg ik u! Nou, vroeger toen zomers nog wel echte zomers waren maakten ze er zelfs liedjes over en had je heuse zomerhits, et voilà, daar volgt Bear Family (D) zijn eigen footprints in the sand met een opvolger voor de vorig jaar in hun Season's Greetings serie verschenen zomer-CD Banana Split For My Baby, en dan vinden wij als nerds het toch jammer dat ze exact hetzelfde hoesje hebben gebruikt in plaats van een gelijkaardig zodat je een echte reeks krijgt. Soit, 't is de inhoud die telt, in casu 33 tracks uit het tijdsgewricht 1938-1962, en die inhoud bevat opvallend veel teenrock en -pop, niet meteen rock 'n' roll genres waar uw dienaar een zonnesteek van krijgt maar ik ben niet te beroerd om in alle eerlijkheid toe te geven dat er weinig rommel zit tussen Summer Job van Brian Hyland, het Cliff Richard-achtige Here Comes Summer van Jerry Keller, Dark Dark Sunglasses van The Kittens (die backings zongen op Oh Carol van Neil Sedaka), Soda Pop Pop van Vince Eager (Keeping Cool With Lemonade van Nick Noble, Banana Split van The McGuire Sisters en Summer Night van The Chimes. Ook het op Short Shorts leest gestoelde She Takes Sun Baths van Sammy Salvo is objectief beluisterd teen rock maar vinden wij subjectief een hele goeie uptempo stroll, en zelfs Blue Skies van opnieuw The McGuire Sisters zou je teen rock kunnen noemen. (Theme From) A Summer Place van Joanie Sommers hoort echter eerder thuis bij de easy listening crooners, net zoals het instrumentale Sea Nymph van Les Baxter meer easy listening orkestmuziek als exotica is.
Geen kwaad woord over deze nummers maar wij horen toch liever de opsomming van de benodigheden voor de Beach Party van Dave York & the Beachcombers, de rock 'n' roll van de pas overleden Huelyn Duvall's Three Months To Kill, de doo-wop van de ballades This Is The Night van Larry Tamblyn, One Summer Night van The Diamonds en Summer Is Here van The Pals, en de uptempo doo-woppers In The Good Old Summertime van The Clovers, Ice Cream Baby van The Pearls en Bermuda Shorts van de inderdaad bermuda broeken dragende Delroys. Surf Bunny van Gene Gray & the Stingerays is een surf gitaar instrumental, Hey Eula van rhythm 'n' blues saxofonist Sil Austin is een sleazy instrumentale sax stripper (in de hoesnota’s omschreven als een popcorn stroller), terwijl The Enchanted Sea van The Islanders een romantischere instrumental is met ruisende golven en een dramatisch Ennio Morricone gefluit! Footprints In The Sand van Garry Mills is mysterieus en Everybody Out'ta The Pool van The Lifeguards (Bill Haley's Comets in vermomming) scoort hoog in de hitparade der heerlijk domme instrumentals.
Summertime Blues van Eddie Cochran lijkt te voor de hand liggend maar is de Amerikaanse singleversie met meer echo op de "no dice, son" basstem, en als basiskennis beschouw ik ook Brian Hyland's Itsy Bitsy Teenie Weenie Yellow Polka Dot Bikini, een polka dot bikini die ook voorkomt in het Champs-achtige Bikini van The Bikinis (merkwaardig genoeg twee jaar vòòr Brian Hyland) en in (grappige titel) Too Big For Her Bikini van Gerry Granahan. Twee onbekende covers van bekende songs zijn Summertime (die van the living is easy) in de uptempo New Orleans jazz swing uitvoering met mambo-ënde congas van Frances Faye en Love Letters In The Sand door crooner Andy Williams toen werd geprobeerd die te verkopen als tieneridool. Zijn cover houdt het midden tussen Pat Boone's bronstige stem en inderdaad crooner muziek.
Bear Family zou niet Bear Family zijn als de CD niet een paar hele speciale nummers zou bevatten. Summer School van Herbie Alpert is een Jan & Dean-achtige vroege single van de latere tijuana brass keizer, en de vooroorlogse swing jiver Tutti-Frutti van Slim & Slam uit 1938 is niet de Little Richard song maar de oudste van de vijf versies die Slim Gaillard van dit liedje zou opnemen. Het bekende Sealed With A Kiss horen we in de originele versie die niet van Brian Hyland blijkt maar van The Four Voices, waarbij Bezegeld Met Een Kus van Harry Bliek weer schandelijk over het hoofd is gezien!
Ons streng oordeel: misschien te weinig echte rock 'n' roll maar wel veel zonnige zomermuziekjes. Zoals bij alle Bear Family CD’s zit er een mooi full colour boekje bij (met helaas een paar te onduidelijke scans, een detail, ik wéét het, maar iémand moet het hen eens zeggen) met dit keer 28 pagina’s track per track info. De volgende Season's Greetings wordt er één over het volgende seizoen: op 6 september verschijnt Autumn Leaves met liedjes over de herfst!
Info: www.bear-family.com
(Frantic Franky)

Vinyl Recensies

SEE YOU LATER ALLIGATOR/
BILL HALEY & HIS COMETS

Bear Family, BAF 11 001

Kijk, dit vind ik nu geweldig. Niet zozeer de muziek (al is en blijft die fantastisch) want die hebben we allemaal al in het lang en het breed in verschillende formaten, maar wel de verpakking: de natuurgetrouwe heruitgave van een in 1957 in Brazilië verschenen Decca 10-inch. Schitterend toch: See You Later Alligator e outros sucessos com Bill Haley, o rei do rock 'n' roll, e seus Cometas, in alta fidelidade! De liedjes zelf zijn stuk voor stuk niet stuk te krijgen rock 'n' roll klassiekers, al staat Rock Around The Clock er niét op, wél See You Later Alligator, R-O-C-K en het instrumentale Rudy's Rock met saxofonist Rudy Pompilli in de hoofdrol do filme Ao Balanço Das Horas (zo heette Rock Around The Clock in het land van de springende koffiebonen), Rip It Up do filme Musica Alucinante oftewel Don't Knock The Rock, en The Saints Rock 'n' Roll. Net iets minder bekend zijn Teenager's Mother, het minder snelle maar daarom niet minder goede The Paper Boy, en de tragere wat meer bluesy instrumental Blue Comet Blues gedragen door gitarist Franny Beecher. Omdat de acht tracks van de originele 10-inch toch wat weinig werden bevonden bevat deze re-issue twee extra tracks uit 1956 wat het totaal op tien brengt: Two Hound Dogs dat op één lijn staat met het beste van bompa Bill, net als Hide And Seek, even straf doch gezongen door steelgitarist Billy Williamson, de enige Comet die ooit lead mocht zingen op Haley's Decca opnames. Gelimiteerd op 1000 exemplaren, zijnde 500 op zwart vinyl en 500 op rood vinyl maar die rode zijn bij Bear Family al allemaal de deur uit. Het leven is aan de rappen!
Info: www.bear-family.com
(Frantic Franky)


YOU'RE BARKING UP THE WRONG TREE/
DON WOODY
El Toro, ET-15.053

God, wat hebben wij hier in de jaren '80 op gebopt alsof ons leven er van af hing, of in ieder geval toch op de twee nummers op de A-kant van deze 4-track vinyl-EP, de meezinger You're Barking Up The Wrong Tree met zijn waf waf woef woef, en Bird Dog (uiteraard niet die van The Everly Brothers), net als You're Barking Up The Wrong Tree voorzien van een onweerstaanbare gimmick, in casu dat fluiten op die vingers. Beide nummers die in 1957 Woody's debuutsingle op Decca Records vormden werden vanaf de tweede helft van de jaren '70 terecht rockabillyklassiekers wegens allebei gebaseerd op hetzelfde zalig boppende stramien: een stop-start structuur, lijzige macho zang, pianosolo’s, een geprononceerde beat en stevige gitaarsolo’s (Grady Martin!), rockabilly op dezelfde eenzame hoogte als een Johnny Burnette.
Op de B-zijde staat Woody's tweede en laatste single uit 1958, Not I/ Red Blooded American Boy, die helemaal anders klinkt want dit zijn twee medium tempo rockers, ook weer met veel stops en een pianosolo maar dit keer met backing vocals, ánders maar zeer zeker ook goed. Na die twee singles hield Woody de muziek voor bekeken omdat ie een gezin te onderhouden had (de Bear Family-CD met zijn complete opnames bevat amper acht nummers) en twee andere Decca opnames bleven onuitgebracht, Morse Code en het door Matchbox gecoverde Make Like A Rock 'n' Roll. Die zijn vandaag de dag ironisch genoeg bekender dan Not I en Red Blooded American Boy en waren daarom wellicht meer voor de hand liggend als B-kant van deze re-issue, maar dat maakt het misschien juist interessanter om de twee minder evidente songs te horen. De grote kleppers zijn en blijven in elk geval You're Barking Up The Wrong Tree en Bird Dog, en we hopen dat een nieuwe generatie hier even veel plezier aan moge beleven als wij destijds! In 2009 trad Don Woody nog op in de Cruise Inn in Amsterdam, maar intussen hebben we zijn naam al enkele jaren niet meer op affiches zien staan.
Info: www.eltororecords.com
(Frantic Franky)


FAIRLANE ROCK/ HAYDEN THOMPSON
El Toro, ET 15.056

Hayden Thompson is de laatste nog actieve Sun artiest (volgend jaar april staat ie op zijn 82ste op Viva Las Vegas) en vroeger werd nogal eens gezegd dat ie nooit heeft kunnen verkroppen dat Elvis het gemaakt had en hij niet. Daar zal hij 42 jaar na de dood van Elvis wel anders over piepen! Thompson bracht welgeteld één single uit op Sun sublabel Phillips, Love My Baby uit 1956 (geflopt want Raunchy van Bill Justis werd net een hit dus daar ging alle promotie naar toe), maar zijn complete (destijds dus onuitgebrachte) Sun output is goed voor in totaal zo'n negen titels. Die zijn allemáál goed, ook de trage shuffles, maar op deze EP werd geopteerd voor de bekendste uptempo nummers. Fairlane Rock en Mama Mama Mama zijn Sun rockabilly op zijn allerbest, gebaseerd op kinderrijmpjes maar handelend over auto’s, kledij, vrouwen en rock 'n' roll zelf: ongecontroleerd testosteron, wilde gitaren en een chaotisch geluid - beter wordt het eenvoudigweg niet. Het wat mysterieus oosters klinkend Rockabilly Gal, het enige nummer op Sun Records met het woord "rockabilly" in de titel, over Elvis en dan vooral over de invloed van "a certain rockabilly singer, just a hillbilly singer at the start" op Thompson's rockabilly gal, is het ultieme bewijs dat medium tempo rockabilly óók fantastisch kan zijn, en Love My Baby dat met die geweldige piano-akkoorden van Jerry Lee Lewis thuis hoort op elke Sun best of horen we hier in een alternatieve versie. Er bestaan van dat nummer twee nauwelijks van elkaar verschillende alternatieve versies waarvan het grootste verschil met de officiële versie er in bestaat dat de alternatieve meer klikken en de piano meer naar achter in de mix zit. Nou, moest u nog niks van Hayden Thompson hebben dan is de boodschap duidelijk. Kopen, die handel!
Info: www.eltororecords.com
(Frantic Franky)


RIVERSIDE JUMP/ JACKIE LEE COCHRAN
El Toro, ET-15.055

De in 1998 op 64-jarige leeftijd in zijn slaap overleden Jackie Lee Cochran behoort samen met Ray Campi, Mac Curtis en Johnny Carroll tot de grote vier van Rollin' Rock Records, vier fifties artiesten wier carrière gerevitaliseerd werd door nieuwe opnames op dat kleine labeltje van godbetert een naar Hollywood geëmigreerde Italiaanse jood die zo enthousiast was over rock 'n' roll dat hij een eenmanskruistocht begon tot meerdere eer en glorie van zijn dierbare muziek. De grote vier kwamen regelmatig naar Europa maar je kon ze op vakantie in Amerika ook gewoon ginder gaan bekijken, en zo zal ik nooit vergeten dat ik op een mooie avond belande op Cochran's wekelijkse optreden in zijn stamkroeg in Los Angeles waar hij pophits coverde voor een publiek van ongeïnteresseerde studenten. De man stráálde toen we tijdens de pauze een praatje gingen maken en tijdens de tweede set waarin hij speciaal voor ons zijn fifties nummers vertolkte werden we vanop het podium uitgebreid voorgesteld als zijn friends from Europa, en we kregen er nog een CD bovenop. Om u maar te zeggen: u zal van mij geen onvertogen woord horen over Jack The Cat.
Deze EP bevat zijn eerste twee singles uit 1956 en 1957, te beginnen met de dubbele uptempo bopper Riverside Jump en Hip Shakin' Mama, rockabilly in zijn puurste vorm met een elektrische gitaar die het zaakje go cat-gewijs aanvoert en een akoestische gitaar die begeleidt - béter bestaat eenvoudigweg niet. Nummer twee en de B-kant hier opent met het supersnelle en door piano opgevrolijkt Mama Don't You Think I Know waarin Cochran zijn beste Sun Elvis bovenhaalt, terwijl Ruby Pearl trager is, hikkende rockabilly ook weer met piano, trager maar zeker niet minder intens. Wat kan je over deze nummers meer zeggen dat dan ze onontbeerlijk zijn in elke rockabillycollectie?
Info: www.eltororecords.com
(Frantic Franky)


CATAPILLAR/ RAY CAMPI
El Toro, ET-15.050

Met deze heruitgave hebt u in één klap op één EP de eerste twee singles van rockabillyheld Ray Campi. De eerste, Catapillar/ Play It Cool, opgenomen in 1956, is klikkende rockabilly met veel akoestische gitaar, vingergeknip en scattende zang, opgenomen in triobezetting met akoestische gitaar, leadgitaar en contrabas, zonder drums.
De tweede, uit 1957, opent met de uptempo stroller It Ain't Me, trager maar geprononceerder en met een boogie-ënde piano, terwijl Give That Love To Me helemaal in de stijl van Catapillar en Play It Cool is: uptempo en semi-akoestisch, doch opgenomen met een iets vollere band met piano en percussie en nog eens extra overgedubde akoestische gitaren. Samen zijn dat vier fraaie staaltjes behorend tot de meest essentiële rockabilly uit de jaren '50 en daarom meer dan op hun plaats in deze reeks El Toro EP’s die de officieuze titel Rockabilly Kings meekreeg. En uiteraard superhandig voor in uw jukebox thuis, dat spreekt. Info: www.eltororecords.com
(Frantic Franky)


YOU'RE MY BIG BABY NOW/ ROY MOSS
El Toro, ET-15.054

Met Roy Moss zitten we helemaal in de great unknown heroes en deze vinyl-EP bevat zijn twee Mercury singles, opgenomen tijdens één sessie eind 1955. Moss kwam uit de country en was een protégé van Jimmie Skinner die twee van deze vier songs schreef. You're My Big Baby Now is rockabilly met weerhaakjes opgenomen in een echotank met een vlotte leadgitaar, luide akoestische ritmegitaar, wild slappende contrabas en vooral met één gelaarsd been nog in de modder van de boerderij. De schitterende uptempo bopper You Nearly Lose Your Mind, een opgefokte cover van een countrynummer van Ernest Tubb, is wanhopiger maar meer country gericht zonder de rockabilly feel te verliezen. You Don't Know My Mind is melodieuzer doch eigenlijk uptempo hillbilly maar uitgevoerd op een rockabillyritme. De solo grijpt terug naar country maar de contrabas is opnieuw voor die tijd straf slappend. Corinne Corinna is het bekende Big Joe Turner nummer (al is het veel ouder dan Big Joe Turner) gebracht als boppin' hillbilly, een uitstekende versie als je 't mij vraagt (maar niemand vraagt mij ooit wat) wegens bijvoorbeeld sneller dan de rockabillyversie van Johnny Carroll. Moss zou in 1958 nog welgeteld één rock 'n' roll single maken en dan loopt het spoor dood: hij was nog een tijdje countryzanger alvorens vee te gaan kweken. In 1975 verscheen nog één countrysingle, in 1994 de Eagle (D) CD Rockin' Roy Moss met nieuwe opnames, en sindsdien: niks, nada, rien, nothing. Is er eigenlijk iemand die weet of Moss nog leeft? If so, gelieve hem dan te vertellen dat dit vier fantastische rockabilly tracks zijn. Info: www.eltororecords.com (Frantic Franky)

naar boven

22 augustus 2019

CD Recensies

69 AUTOMOBILE/ SUPERSONICS
El Toro, ETCD7032

Goed nieuws voor wie Close To You, het debuut uit 2017 van Supersonics, de band die momenteel misschien wel het meest optreedt in Nederland, inmiddels beu gehoord is: hier is een nieuwe lading van 16 verse songs in de typische Supersonics stijl. Een tweede album is vaak erop of eronder maar het goede nieuws is dat deze 69 Automobile, voorzien van een Tarantino-esk hoesje, er wel degelijk pal op zit: dat elk weekend samen spelen zorgt er voor dat Pascal Snijders (zang, gitaar), Jeroen van Delden (gitaar), John Hofmans (contrabas) en John Rietberg (drums) ook echt sámen spelen, en met twéé leadgitaren in de bezetting sta je gelijk een baanlengte voor op het peloton. De CD ligt volledig in de freewheelende lijn van zijn voorganger maar het grootste verschil is dat het nieuwe album nòg breder gaat: dit is eigenlijk jaren '60 en '70 countryrock gefilterd door de levenslange rock 'n' roll ervaring van frontman Pascal Snijders, een man aan wie geen rockabillyhaartje fout zit, en gepeperd door onopvallende invloeden uit diverse andere genres die evenwel nergens het stilistische laken naar zich toetrekken: Southern Culture On The Skids in de sterke doch verrassend laat jaren '60 groovy opener en titeltrack 69 Automobile (een veelzeggende titel: een auto uit 1969 en niet uit 1959), Smokestack Lightnin' in Whistle Into The Wind en Denver, Eagles/ Byrds samenzang in Careful What You Wish For, glamrock in Telephone, retro swing, een zigeunergitaartje en een oorwurm van een rif in Fall From Grace, rockende mambo in Sad State Of Affairs, rockende tango in Insane Asylum, en het orgeltje in twee nummers bespeeld door Pascal's zoon Boudewijn Snijders. Ook knap: opnieuw zijn alle nummers van de kundige hand van Pascal Snijders. Het resultaat is niet-agressieve doch volbloed rock 'n' roll, straffe toebak met een zachte, fruitige smaak en een aangenaam aroma, fris maar niet flauw. Ook uit op El Toro Bullseye vinyl (BE 132).

Info: www.eltororecords.com en www.supersonics.nl (Frantic Franky)


ROCKS/ NARVEL FELTS
Bear Family, BCD 17594

Narvel Felts geniet de merkwaardige eer een Sun recording artist maar geen Sun artiest te zijn: hij nam in 1957 10 nummers op voor Sun Records die toen echter niet zijn uitgebracht, ten onrechte want het broeierige Did You Tell Me (You Don't Care) moet zeker niet onderdoen voor wat Sun wél uitbracht. Daarnaast hebben wij het altijd geinig gevonden dat wij in het pré-CD tijdperk twee LP’s van hem hadden: de Bear Family LP A Teen’s Way met een fantastische rockabillyhoes en Rocket Ride Stroll waarop de oudere en zwaardere jaren '70 Narvel Felts stoer de camera in kijkt. Wat daar zo geinig aan is? Dat de plaat met de domste hoes de beste was! Ja, zoiets vinden wij nu grappig, zie. We hebben Felts een aantal keer live gezien en zingen kan hij, dat zal niemand ontkennen, en zijn Radio Rockabillies LP’s met live-opnames uit de jaren ’50 zijn zeker niet slecht. Ze werden door Richard Weize Archives in 2017 heruitgebracht op CD, maar de definitieve Narvel Felts carrière-omspannende compilatie ontbrak nog, al was Did You Tell Me op Bear Family uit 1997 ook een hele goeie verzamelaar. Tot nu, want Narvel The Marvel krijgt nu de Rocks behandeling: zijn beste uptempo materiaal netjes op één CD, en dat met opnames van 1956 tot 2002. De oudste opnames dateren van nog vòòr Felts' eerste professionele opnames en komen uit die Radio Rockabillies huis-, tuin- en keuken opnames, in 1956 opgenomen om te worden uitgezonden op de radio, opnames die voor het eerst op LP uitkwamen in 1988 en in 1997 op CD verschenen. De vijf rockabilly nummers die voor deze Rocks werden geselecteerd zijn Maybellene, Go Go Go, een rammelend Blue Suede Shoes, Mystery Train en Woman Love, hier voor het merendeel zodanig geknipt dat het net studio-opnames lijken, ook al omdat de hifi-kwaliteit verbazingwekkend is. Van zijn 10 Sun titels (die allemaal op die Did You Tell Me stonden), opgenomen tijdens twee sessies in 1957, staan er hier drie op: Did You Tell Me en de sax rockers Lonely River (origineel van Gene Autry uit 1941) en My Babe. De trage nummers A Fool In Paradise, Your Touch en A Teen's Way staan hier niet op, van de prima rocker Cry Baby Cry, Foolish Thoughts (met steel!), de mamborocker Kiss-A-Me Baby en de sleazy stroller Lonesome Feeling staan hier wel de Mercury heropnames op, eveneens uit 1957 en in een betere productie. Vanaf dan zou Felts elke jaar een paar singles uitbrengen en van die output staat hier een sterke selectie op: het mooie Vada Lou met The Jordanaires en Millie Kirkham op backing vocals, de fantastische sax instrumental Rocket Ride in de uptempo versie (de vertraagde versie die uitkwam als Rocket Ride Stroll staat hier niet op), het muzikaal naar Ritchie Valens refererende Cutie Baby en beschaafde rock 'n' roll van het Ricky Nelson type (Cindy Lou). Zijn enige bescheiden hitje uit die dagen, zijn cover uit 1959 van het zwarte Honey Love van Clyde McPhatter & the Drifters) staat hier overigens niét op! Tegelijk hoor je dat Felts vlotjes slalomde doorheen de evolutie van de rock 'n' roll en zijn singles de muzikale trends reflecteren: al vanaf 1959 krijgen we voorsmaakjes van wat later zou volgen met teenrock (Lover Boy, Little Miss Blue), geslaagde tienerdramatiek (Genavee, Mr. Pawnshop Broker), zelfs Italiaans cariété (Tony), en brave early sixties hoempapa rock 'n' roll met de Charlie Feathers cover Tongue Tied Jill, de Carl Perkins cover Your True Love en de Joe Clay cover Get On The Right Track Baby, met tussendoor nog een prima horror-rocker uit 1964 als Night Creature. Uit midden jaren '60 dateert pop met mondharmonica (Sweet Sweet Loving) en swamprock (Dee-Dee), van 1966 springen we met Chased By The Dawn naar countryfunk uit 1972. Felts' definitieve doorbraak in 1973 als countryzanger slaat de CD over omdat hij op eenvoudige aanvraag zijn voordeel deed met zijn rockabillyverleden via revival-rock 'n' roll uit 1989 (het bekende Pink And Black Days) en echte rockabillly met vier Rollin' Rock tracks uit 1998 toen Ronny Weiser audiëntie hield in Las Vegas, een bewijs van wat je in die dagen kon bereiken als je een fifties artiest in de studio opsloot met een energieke rockabillyband in zijn nek. De CD sluit af in 2002 met de losse single Baby Let's Play House.
De zanger met de hoge falsetto-stem die doorheen de jaren evolueerde naar een tenor, heeft in zijn meer dan zestigjarige carrière een indrukwekkend oeuvre bij elkaar gespeeld wat hem zonder enige twijfel een plaats in de galerij der groten oplevert, maar de vraag blijft welke CD de beste is: die Did You Tell Me of deze Rocks? Rocks bevat 35 nummers en een boekje van 35 pagina’s met een pleiade aan archieffoto’s en heel wat input van de nu 80-jarige Narvel Felts zelf, maar die Did You Tell Me met zijn 34 tracks is bij Bear Family zelf nog steeds voorradig en bevat 34 Sun, Mercury, Pink en MGM masters, zijnde zijn complete studiowerk uit de jaren '50. Het antwoord is eenvoudig: om goed te zijn moet je ze alle twee hebben.

Info: www.bear-family.com en www.mkoc.com/narvelfelts (Frantic Franky)


DOOMSDAY ROCK: THE BRITS ARE ROCKING VOLUME 1/ TOMMY STEELE
Bear Family, BCD 17581

Wie dacht dat Bear Family (D) na het vertrek van opperbeer Richard Weize op de sukkel zou raken had het mis: het beste re-issue label ter wereld is momenteel actiever dan ooit. De nieuwe releases zijn niet bij te houden en met The Brits Are Rocking start een geheel nieuwe reeks. Tommy Steele heeft de eer die nieuwe serie te inaugureren en dat is terecht want de nu 82-jarige Steele wordt beschouwd als de eerste Britse rock ‘n’ roll ster: zijn debuutsingle Rock With The Caveman/ Rock Around The Town verscheen twee jaar vòòr Move It van Cliff Richard! Die single staat hier uiteraard op, samen met de rest van Steele's rockendste output, want het dient gezegd dat Steele niet alleen de eerste Britse rock 'n' roll ster was maar ook de eerste Britse popster, wat zich zeer snel reflecteerde in zijn muziek. Omdat hij een van de allereerste rock ‘n’ roll plegers in Engeland was, zijn zijn vroegste opnames nog duidelijk beïnvloed door de Bill Haley-rock en swingschool: een geprononceerde drumbeat en veel scheurend sax werk in Giddy-Up Ding Dong en Teenage Party (hier in de minder courante LP-versie), rock 'n' roll vaak ingespeeld door studiomuzikanten en jazz veteranen die bijklusten, zoals op die Rock With The Caveman/ Rock Around The Town Ronnie Scott op sax, dezelfde Ronnie Scott van Ronnie Scott's Jazz Club in Soho. Typerend voor die oertijd is ook dat zeker in den beginne Steele veel Amerikaanse hits coverde zoals een erg goeie Come On Let's Go, Tallahassee Lassie, Charlie Gracie's Butterfly dat de fluit truc van Singing the Blues nog eens overdoet, Hank Williams' Honky Tonk Blues, Razzle Dazzle (wat zeiden we van Bill Haley?) en de ballade Young Love. Ook valt op dat veel nummers fake live zijn van zijn LP Tommy Steele Stage Show. Maar zoals gezegd was Tommy Steele dus niet alleen een van de allereerste Britse homegrown rockers, hij was ook een van de eerste om die rock 'n' roll achter zich te laten en te evolueren tot een allround artiest die in het theater aan pantomime deed en eigenlijk gewoon variété rock 'n' roll opnam: een nummer als het zelfgeschreven I Puts The Lightie On is simpelweg George Formby in rock ‘n’ roll versie. Zie in deze ook zijn perfect gespeelde rolletje van cockney, de humor van Teenage Party (gecoverd door The Stargazers én The Blue Cats, net zoals zijn On The Move werd gecoverd door Dave Phillips & the Hot Rod Gang), de orkestbegeleiding in Knee Deep In The Blues, een oosters getint liedje als Time To Kill, en novelty songs als Cannibal Pot. Ook zijn eigen nummers, zelfs zijn eigen klassiekers en daarmee dus Britse rock ‘n’ roll klassiekers als Rock Around The Town en Doomsday Rock hebben een hoog novelty gehalte. Andere nummers zijn dan weer eigenlijk gewoon uptempo pop zoals Hollerin' And Screamin' en Happy Go Lucky Blues. Ja, aan Tommy Steele kon àlles worden opgehangen, zelfs een (uitstekende) sleazy instrumental als Drunken Guitar. En daarom is deze CD des te meer een testament aan zijn talent, want dit rockt nog geen klein beetje lichtelijk fantastisch en het rockt niet alleen, het is ook de sound van een verloren gegane onschuld. Volume 2 behandelt Billy Fury en verschijnt op 6 september.
Info: www.bear-family.com (Frantic Franky)


DESTINATION MOON
Bear Family, BCD 17527

Op 21 juli 1969 was het exact 50 jaar geleden dat Neil Armstrong als eerste mens voet op de maan zette, het eindresultaat van de race into space die meer dan tien jaar tevoren begon toen de Russen de eerste Sputnik satelliet de ruimte inschoten. De space race hield de mensen ten zeerste bezig en eind '50 begin '60 werden er dan ook massa’s plaatjes uitgebracht gelinkt aan dat thema. Er zijn in de loop der jaren verschillende space-rock 'n' roll compilaties verschenen maar deze Destination Moon gaat een stapje verder door ook enkele niet-rock 'n' roll tracks op te nemen.
Een deel van de 32 nummers zijn bekend (het op het Russische liedje Polyushka Polye gebaseerde The Rocket Man van de als astronauten verklede Spotnicks, Rocket van Joe Bennett & the Sparkletones, Chuck Dallis' Moon Twist, Jackie Lowell's hillbilly bopper Rocket Ship, Narvel Felts' waanzinnige sax instro Rocket Ride) maar het merendeel is relatief onbekend doch getuigt van een grote muzikale kwaliteit. De hoofdmoot is - gelukkig maar - rock 'n' roll met Cape Canaveral (Monte Mead), Rocket To The Moon (Tommy Danton & the Echoes), Race To Space (Glenn Willings), Rockin' On The Moon (Deacon & the Rock 'n' Rollers), Monkey Business (Eddie Hill), Rocket To The Moon (Lenny Welch), Moon Rocketin' (Les Vogt), Light My Rockets And Send Me To The Moon (Neil Alan & the Cosmos) en Rocket To The Moon (Bob Roubian), met uitstapjes naar subgenres als early sixties pré-soul (Rocket To The Moon van Chris Kenner), doo-wop (Cruise To The Moon van The Chaperones) en teenrock (We'll Be Dancin' On The Moon van Trade Martin, de Joe Meek productie Cha-Cha On The Moon van Pat Reader). Destination Moon bevat niet verrassend een aantal instrumentals, want zonder tekst kan je natuurlijk gemakkelijk een space titel geven aan je nummer, vraag maar aan Lynn Vernon (Moon Rocket), Chuck Daniels & the Downbeats (Saturday Nite On The Moon), Jesse Stone (The Rocket) en Lindsey Powers (de sax jiver Sky Rocket). Meer swing gericht zijn Rusty Wellington (de Bill Haley cover Rockin' Chair On The Moon) en het niet uit de diepste ruimte maar uit België afkomstige Rocket To The Moon van Johnny Kay - wie Kay was is niet meer te traceren maar de begeleidende band onder aanvoering van de latere jazzsaxofonist Jack Sels is welbekend van het Belgische Ronnex label. De bigband swing-instrumental Madison Rocket is dan weer Duits want Kid Burbank is de latere easy listening violist Helmut Zacharias. Niet-rock 'n' roll maar verdomd als 't niet waar is even goed zijn Anita O'Day's swingende interpretatie van de jazzstandaard Fly Me To The Moon, Dinah Washington's uptempo croonerswing Destination Moon, en de bigband westerndramatiek van The First Man Into Space door het orkest van Ray Ellis. Eén track had voor mij niet gehoeven, de jazz orgelinstrumental Space Flight van Sam Lazar. De opvallendste track is evenwel een nummer dat ook écht in de ruimte is geweest: het easy listening Lunar Rhapsody van exotica orkestleider Les Baxter uit 1947 boordevol spacy geluidseffecten op de theremin, want dat stond op een audio cassette die Neil Armstrong mee nam in zijn raket naar de maan! Alle astronauten hadden zo'n cassettes mee, niet voor de muziek op zich maar om vol te spreken met een voice recorder, en dan konden ze er net zo goed muziek op zetten om op over te nemen. Dat was de job van ene Mickey Kapp van Kapp Records, en hij nam op verzoek van Neil Armstrong Les Baxter's LP Music Out Of The Moon op. Kapp is overigens pas overleden op 88-jarige leeftijd, op 11 juni van dit eigenste jaar. Bonus: Kennedy's beroemde "we choose to go to the moon in this decade not because it is easy but because it is hard"-speech uit 1962 en Armstrong's historische woorden "one small step for man, one giant leap for mankind". Het CD-boekje bevat track per track info en een weelde aan labelshots (dat er eentje tussen staat waarvan het liedje niét op de CD staat bedekken we met de mantel der liefde) en kleurenfoto’s van all things space in de fifties. Ik hou van dit spul en kan met recht zeggen dat deze CD (waarschuwing: flauwe woordspeling) buitenaards goed is.
Info: www.bear-family.com (Frantic Franky)

naar boven

11 juli 2019

CRUISIN’ AROUND/
ALEX VALENZI & THE HIDEAWAY CATS

El Toro, ETCD6094

Wij hadden nog nooit van Alex Valenzi gehoord maar op de CD wordt hij door Levi Dexter omschreven als “de grootste erfgenaam van Jerry Lee in Brazilië en de beste band van Zuid-Amerika". In hoeverre dat Dexter’s eerlijke mening is dan wel Valenzi’s promomap weten we niet maar hij blijkt bezig sinds begin jaren ’90 en trad onder meer op in Amerika (Viva Las Vegas, Green Bay), Italië (de Summer Jamboree in Senigallia), Spanje en Frankrijk, nam op met James Burton en Kenny Lovelace, en speelde op Jerry Lee Lewis’ 70ste verjaardag. Zo staat het in elk geval in die promomap. Daarmee weet u gelijk dat Valenzi een pianoman is, maar zijn vierde CD is toch geen piano-CD: de 88 toetsen vormen de basis maar zijn zeker niet het hoofdinstrument dat alle aandacht naar zich toe wil trekken. De basisopstelling is immers die van een kwartet maar er komen een hoop gastmuzikanten langs waaronder sax.
De CD opent met kamerbrede vocals, piano, de hemel in scheurende sax, een drummer die meer roffelt dan een dronken fanfare en een leadgitaar die alle kanten op soleert, in het tweede nummer gevolgd door seventies revival rock ‘n’ roll sound wat de stijl wordt waarin de CD verder rockt: revival rock ‘n’ roll met een poppy geluid. Speciale gastzanger op één nummer is Levi Dexter op de springerige rockabilly cover Let Yourself Go Go, origineel van John Ashley. Andere covers zijn van Jesse Bevin (I'll Mess You Up), Merle Kilgore (Lover's Hell), Otto Bash (Later), Carl Mann & Rayburn Anthony (Cruisin' Around, 2013) en Billy Zoom (Bad Boy, 1976), en vijf songs zijn geschreven door de Britse componistentandem Jim Newcomb/ Geoff Taggart die met verschillende fiftiesartiesten samenwerkte. Allemaal goed en wel maar ik vind de afwerking van de arrangementen wat slordig. Maar het minste wat je kan zeggen is dat dit speciaal is!
Info: www.eltororecords.com (Frantic Franky)


TWO SILHOUETTES/ DEL SHANNON
Bear Family, BCD17596

In 2017 kwam Del Shannon opnieuw op onze radar met zijn Richard Weize Archives LP Greatest Hits And Finest Performances, en nu is er deze uitstekende Bear Family CD. Nu vindt u als hardcore rockabilly Del Shannon’s klassieker Runaway uit 1961 (op deze CD in de minder bekende alternatieve stereo versie) mogelijk geen rock ‘n’ roll maar in dat geval zijn wij niet langer vrienden want Runaway is en blijft een parel van een popsong met ondanks de zwaar op de hand liggende tekst erg relaxte zang met die overslaande falsetto stem die tot de hemel reikte (een hemel die Del Shannon zelf niet heeft bereikt omdat hij in 1990 op 55-jarige leeftijd uit het leven stapte), die gelaagde opbouw en dat Telstar-achtige orgeltje dat hier logischerwijs op wel meer nummers opduikt en geen orgel was maar een musitron, een voorloper van de synthesizer uitgevonden en bespeeld door Del Shannon’s toetsenist en Runaway co-auteur Max Crook. In Del Shannon’s muziek zit teen rock en wat doo-wop, gelijke delen Dion en The Four Seasons, veel meisjeskoortjes, een flink stuk wall of sound, een royaal deel zwarte early sixties op de drempel van de soul, en vooral veel pathos. Keep Searchin’, Hats Off To Larry, Little Town Flirt en het jodelende Swiss Maid kent u misschien nog, maar zo staat deze CD dus boordevol en bovendien gaat ie maar tot 1965 dus er staat geen rotzooi op: zelfs de sixties nummers als Ginny In The Mirror en Move It On Over (niet de Hank Williams song) zijn te pruimen. Del Shannon’s stijl paste perfect bij de Bruce Channel cover Hey Baby, de sobere Roy Orbison cover Dream Baby, de noot voor noot kopie van Dion's Runaround Sue, bij het Beach Boys-achtige Mary Jane en zelfs bij een Beatles nummer als From Me To You, de allereerste Amerikaanse Beatles cover. Zijn I Go To Pieces dat hier niét op staat werd in 1965 trouwens een Amerikaanse hit voor het Britse duo Peter & Gordon. The Wamboo bevat jungle bongo’s van “way down deep in the Belgian Congo” en His Latest Flame is Del Shannon’s originele versie notabene op een Bo Diddley beat opgenomen minder dan een week vòòr Elvis het opnam! Opvallendste nummers die buiten het stramien vallen zijn drie uitstekende door Del Shannon geschreven instrumentals opgenomen in 1963 met Shannon zelf op ritmegitaar die pas in 2004 boven water kwamen op de Bear Family (BCD15925) Del Shannon 8 CD-box Home And Away: The Complete Recordings 1960-1970 waaruit de 33 Big Top, Berlee en Amy tracks op deze CD gedistilleerd werden: Torture is een horror surfgitaar instro met veel geluidseffecten die klinkt als Link Way gekopieerd door een grote platenfirma, Froggy is naargelang uw persoonlijke smaak voos, dom dan wel geinig, en Nothin' is een machtige bijna garage surf-achtige instrumental met zware gitaar, orgel en sax. Wij die Del Shannon eerlijk gezegd enigszins uit het oor verloren waren zijn door deze CD overtuigde fans geworden en eisen eerherstel! De CD gaat vergezeld van alweer zo'n fantastisch Bear Family CD-boekje (36 pagina’s) met het hele Del Shannon verhaal, interviews met muzikanten die nog met hem hebben samengewerkt, foto’s, full colour hoesjes (onder meer een Nederlands Favorieten Expres hoesje van Runaway uit 1965) en een sessionografie. Info: www.bear-family.com (Frantic Franky)

naar boven



Lees hier de oudere recensies

Terug naar de voorpagina