(reclame)


Je recente CD, DVD, plaat of boek gerecenseerd op onze website? Stuur deze dan naar de hoofdredactie!
Your recent CD, DVD, record or book reviewed on our website? Send it to our editor-in-chief!


 

18 maart 2020

Vinyl Recensies

FOOL NO MORE/ UNCLE CHARLIE COMBO
NO BABY/ LOS HOUND DOGS

CAB Records, 7008

CAB is het kleine maar fijne Spaanse label van zanger-gitarist-frontman en producer Carlos A. Del Bosque alias Uncle Charlie van het Spaanse trio Uncle Charlie Combo die dit keer een bijzonder aardige 4-track split-EP uitbrengt met aan elke kant twee nummers van een andere band, zijn eigen Uncle Charlie Combo en aan de andere kant Los Hound Dogs, en aan de naam hoort u reeds dat ook dat een Spaanse groep is. Het sympathieke is dat er geen A of B-kant op staat, dus u mag zelf kiezen. Wij laten de eer aan Del Bosque en hij deelt meteen een fikse tik uit met voer voor de honky tonk hardwood dansvloer, de gestroomlijnde twangy rockabilly bopper Fool No More op Johnny Burnette tempo met die strakke goed geoliede twang gitaar in de intro, de twee solo’s én de outro, en dan was er nog plaats over voor een tweede nummer dat net ietsje meer melodieuzer is doch even vlot en even bopbaar met een beetje een vroege Buddy Holly rockabilly feel, rockabilly zoals die in de jaren '50 per duizenden aan de lopende band werd ingeblikt, maar het is en blijft goed.
Los Hound Dogs uit La Coruña, Galicia doen in principe met één man meer exact hetzelfde maar klinken toch helemaal anders: in No Baby met zijn stop-start patroon en roffelend drumwerk is de gitaar flitsender en scherper. De overall sound is wat moderner en krachtiger zonder aan authenticiteit in te boeten zodat hun twee songs urgenter klinken alsof de koeien nog dienden gemolken, rockabilly recht van op de boerderij met koeienstront aan de laarzen, en in hun tweede nummer Big Star Blues dat allesbehalve blues is opnieuw die onweerstaanbare aantrekkingskracht van die flitsende gitaar en een echo van Sonny Burgess op Sun Records. Draai deze EP op een platendraaiertje van niks en nog klinkt het fantastisch wegens alle vier recht in de roos.
Veel geluk om er nog eentje te vinden, want dit is een uitgave gelimiteerd op 313 exemplaren.
Info: www.facebook.com/LOSHOUNDDOGS , www.facebook.com/UncleCharlieCombo en www.facebook.com/CAB-1528960640700379/

(Frantic Franky)


THE WAVE CHARGERS
Green Cookie, GC063

Een paar honderd kilometer in de omtrek geen zee te bespeuren maar dat weerhoudt dit drums-basgitaar-twee gitaren kwartet uit Parijs er niet van al een jaar of vijf een flink potje surf te spelen. Dit is na twee digitale 2-track singles en de 4-track vinyl-EP’s The Wave Chargers uit 2016 en The Wave Chargers Strike Again uit 2017 hun analoog opgenomen albumdebuut, gelijk op vinyl en verrijkt met gastsax en Toni Mojito van The Rhum Runners (F) op trompet.
De 12 tracker opent en eindigt met een klassieker, Bombora van The Original Surfaris met al meteen die sax en Banzai Washout van ik dacht origineel The Catalinas en gecoverd door Dick Dale en The Challengers. Dat betekent gelijk het gaspedaal helemaal induwen met de reverb op 11 op de schaal van Fender en die knop zal de rest van de plaat niet worden teruggedraaid. Goeie sax trouwens, die zouden ze full time moeten inlijven! Het ingehouden doch venijnige Dernier Virage met een hoge Dick Dale uithaal heeft alles in zich om zelf ook een klassieker te worden, het rustig-dreigende Headhunter combineert surf met de drive van de Britse gitaargroepen van begin jaren '60, en La Gâchette Sauvage is een klassieke surf melodie met een spaghetti western feel, subgenre waartoe ook het van Mexicaanse trompet voorziene La Cienega (het Spaanse woord voor moeras en de naam van de boulevard als je de LAX luchthaven van Los Angeles uitkomt die de noord-zuid as vormt tussen El Segundo en Sunset Boulevard, en daar moet u het nog eens vragen) behoort, het enige nummer op de plaat dat een heropname is van de EP’s. Destinazione Rocapina, cover van een filmische wah wah instrumental van de Franse rockgroep Bikini Machine, heeft een funky sixties feeling die nergens stoort en behoort technisch tot dat andere subgenre, de spy surf. Daarin past ook Baron Double, het enige rustige nummer en ook weer met een beetje jazzy sfeertje, denk aan Frans-Italiaanse spionagefilms. Catwoman Twang met sax en één korte miauw is dan weer surf die op de soundtrack van de Batman TV-reeks uit de jaren '60 had kunnen prijken. Meer rechttoe rechtaan surf zijn de Bruce Johnston cover Jersey Channel Islands Part 7 en het twistende Cacciuco, allebei met sax, en Topanga. Hier en daar moeten ze opletten de melodie niet uit het oog te verliezen en er op toezien de spanning tot het einde van de nummers vol te houden, maar voor de rest hebben we niets dan lof: stevig maar klassiek, luid maar niet trashy, snel maar geen punk, zo horen wij onze surf graag.
Opgelet: dit is een gelimiteerde uitgave op 180 gram vinyl van slechts 350 exemplaren. Info: www.greencookierecords.bandcamp.com en www.thewavechargers.bandcamp.com
(Frantic Franky)

11 maart 2020

CD Recensies

THE BOSS OF THE BLUES SINGS KANSAS CITY JAZZ/ JOE TURNER
Bear Family, BCD 17505

Toen Big Joe Turner rock 'n' roll klassiekers als Flip Flop And Fly, Chicken And The Hawk, Honey Hush en Corrine Corrina uit zijn indrukwekkende middenrif perste was hij al een veteraan, want Turner maakte zijn platendebuut reeds in 1938. Daarmee was de in 1911 geboren zanger eigenlijk al te oud om ingezet te worden als rock 'n' roll artiest, maar toch ging dat erg makkelijk: zijn muziek was immers zo goed dat er enkel een stevige backbeat diende onder gezet. Op hetzelfde tijdstip dat dit plaatsvond nam hij op 6 en 7 maart 1956 voor Atlantic Records zijn eerste LP op onder auspiciën van Nesuhi Ertegun en Jerry Wexler met arrangementen van Ernie Wilkins die al met Turner werkte toen die begin jaren '50 begeleid werd door het jazzorkest van Count Basie, en begeleid door onder meer een bescheiden selectie van Basie's muzikanten. Merkwaardig genoeg bevatte die plaat, The Boss Of The Blues met als ondertitel Joe Turner Sings Kansas City Jazz, geen Shake Rattle And Roll maar songs die voornamelijk uit de jaren '30 stamden en die Turner in een aantal gevallen al eerder had opgenomen zoals Cherry Red, Roll 'Em Pete, Low Down Dog, Wee Baby Blues, Morning Glories en Piney Brown Blues: Turner maakte eigenlijk zijn hele carrière lang - en ze duurde héél lang- doorslagjes van dezelfde songs. De plaat verscheen in 1956 in volle rock 'n' roll explosie maar was een eerbetoon aan de kleine combo Kansas City jazz, het jazz subgenre uit de jaren '30 en '40 waarmee Turner zijn carrière begon. De plaat vermengt boogiewoogie piano (Pete Johnson die in de jaren '30 ook al had gespeeld voor Big Joe Turner), luie jazz (Low Down Dog), swing (St Louis Blues) en crooner blues (How Long Blues), een smeltkroes die ik eerder associeer met New Orleans dan met Kansas City, deels door de prominente Louis Armstrong trompet - hoor hoe mooi die soleert in I Want A Little Girl. De plaat ademt de sound van New Orleans en de sfeer van King Creole uit: Big Joe Turner die na sluitingstijd in zijn eentje door de verregende straten van het French Quarter slentert als een rock 'n' roll versie van Louis Armstrong.
De plaat kwam uit oorspronkelijk uit in mono maar was tegelijk opgenomen in stereo, en in 1958 verscheen de stereo versie. Eén niet gebruikte song, Pennies From Heaven, kwam in 1960 op Turner's tweede en laatste Atlantic LP te staan, Big Joe Rides Again (zijn andere Atlantic platen bestond uit bij elkaar geharkte singles), alsmede in 1967 op een Britse heruitgave van The Boss Of The Blues. De mono uitgave, de stereo versie én Pennies From Heaven staan samen met origineel onuitgebrachte alternatieve takes op deze dubbel-CD waardoor de oorspronkelijke 11 songs nu 32 tracks zijn geworden. Aan u om de zeven verschillen te zoeken tussen de mono en stereo versie: op het eerste gehoor is Turner's diepe en rijke stem, relaxed en vloeiend zonder enige inspanning, meer aanwezig in stereo maar is daar de bas wat verloren in de mix.
The Boss Of The Blues is geen Boogie Woogie Country Girl (daarvoor moet u Bear Family's Big Joe Turner Rocks - BCD 17215 hebben), maar is op een ander niveau even indrukwekkend. Het CD-boekje van de hand van rock 'n' roll academicus Colin Escott over de plaat, de muzikanten en de songs alsmede de aanwezigheid van de maar liefst tien alternatieve takes met studio gebabbel van Roll 'Em Pete, Cherry Red, Morning Glories, Low Down Dog, St Louis Blues, You're Driving Me Crazy en I Want A Little Girl maken dit de ultieme heruitgave van deze plaat die in 1956 tegelijk tijdloos en een terugblik op de jaren '40 was.
Info: www.bear-family.com
(Frantic Franky)


DESTINATION LUST
Bear Family, BCD17516

En dan nu in Bear Family's reeks thema-CD’s een onderwerp dat ons allemaal aanbelangt: sex! Lust! Verleiding, liefde, geweld en sleaze! Des menschen's oerdrift! Het beest met de twee ruggen! Elke technologische vooruitgang, van de boekdrukkunst tot de BluRay, werd onmiddellijk gebruikt voor de verspreiding van vunzigheid, en zo ook de muziek: van zodra muziek op een mechanische manier kon gereproduceerd worden werden er liedjes over sex aan de vooral man gebracht, zij het in den beginne uiteraard vooral in bedekte termen: de risqué song of double entendre genre Het Poesje Van Loesje. Dat soort dubbelzinnigheden blijft op deze CD met "32 erotic fantasies from the vaults" uit het tijdperk 1947-1964 evenwel beperkt tot één song, de zwarte jivende crooner Long Playing Daddy van Ruth Wallis. Destination Lust opent met gegiechel en gekreun ("oh, that's so kinky") in That Makes It uit 1964 met sax en go go orgel van Jayne Mansfield die nog een keer heupwiegend passeert met de Vegas crooner Let's Do It. Dat andere sexsymbool Mamie Van Doren (die op Facebook op haar 89ste op het beschamende af nog steeds de fatale vamp uithangt) kon helemáál niet zingen wat haar er niet van weerhield nummers als de crooner Separate The Men From The Boys uit te brengen dat eerder op maat van filmster Mae West was geschreven. Nog meer sexbommen van het zilveren doek waren Elke Sommer (de easy tune cha cha cha Be Not Notty), Ann-Margaret (het zwoele Let Me Entertain You) en Lizabeth Scott met de al even zwoele crooner A Deep Dark Secret. Nog meer verleidelijke crooner excuses voor een potje rampetampen komen van Lola Dee & Rusty Draper (Scratch My Back) en Pat Morrissey met een cover van het min of meer bekende Why Don't You Do Right.
Inherent aan het genre zijn novelty (Delicious van acteur Jim Backus - James Dean's vader in Rebel Without A Cause - in een dronken conversatie met ploppende champagnekurken en heel veel vettig gelach) en instrumentals met een hoog vegas grind gehalte zoals het oosterse Crazy Vibrations van The Bikinis, vooral met sax (Charge It van The Playboys, het van zweepslagen voorziene The Whip van The Frantics), orgel (Topless van Rolls Royce & the Wheels) en/of een compleet orkest (Blonde Bombshell van Enoch Light), vaak met gesproken flarden tekst of knisperend knipogende dialoog of gewoon die vettige lach erover gekwakt. Kon ook surf zijn, zoals The Revels met het gitaar-/sax-opus Intoxica. Zoals altijd bij Bear Family staan er een paar speciallekens op: Christine van de anoniem gebleven Miss X, een sexy discours gedrapeerd over cocktail piano, is gebaseerd op het Britse model annex callgirl Christine Kheeler die in 1963 op het hoogtepunt van de koude oorlog door het zorgen voor andere hoogtepunten het middelpunt vormde van de Profuma affaire die leidde tot het aftreden van de Britse premier. Moest die zaak u interesseren, ga op consultatie bij Dr. Wikipedia. B-kant S-E-X is een bongo-ënde cocktail crooner, en La Sorella Di Cristina van Andrea Tosi is een Italiaans doorslagje dat die cocktail piano combineert met early sixties gitaar. Toch hebben we de gerespecteerde muziekjournalist Bill Dahl die het CD boekje van commentaar voorzag in deze op een foutje kunnen betrappen. Dahl schrijft dat het nummer Christine werd geschreven door filmcomponist John Barry onder het pseudoniem Jaime De Mora Y Aragon. In dat geval zou Barry als pseudoniem een bestaand persoon hebben gekozen, want De Mora Y Aragon was een Spaanse graaf, de flamboyante playboy-broer van de Belgische koningin Fabiola die wat liefhebberde in de muziek en piano speelde op dit nummer. John Barry daarentegen zou mogelijk de producer van de single geweest zijn. Overigens bestaat er nóg een goeie Italiaanse gitaarcover van de Christine van Miss X door Ettore Cenci die niét op deze CD staat.
Wél op de CD: pré-rock 'n' roll met de immer in piekfijn maatpak gestoken Treniers in Hey Sister Lucy (What Makes Your Lips So Juicy) en Slim Gaillard (When Banana Skins Are Falling), een klassieker met die goeie ouwe Clovers en hun Love Potion N° 9 (het rock 'n' roll equivalent van Spaanse vlieg), nog meer late fifties early sixties doo-wop met I'm Your Slave van The Fiestas, en Bobby Towers gaat met het mambo-exotische Bondage Of Love naar de SM club. Strippen mag u op Bad van Cozy Cole & the Love Orchestra, op all time classic The Stripper van David Rose, desgewenst op Richard Marino's instrumentale orkestversie van Fever, en op Bobbie Bolden's gezongen big band doo-wopper Hall Of Shame. Veel onschuldiger maar daarom des te sensueler en opwindender is Teach Me Tiger van de zwaar zuchtende April Stevens die mogelijk nog niet half wist hoe sexy ze wel was, hier ook aanwezig met het exotisch-mysterieuze Marilyn Monroe-achtige I Want A Lip. Dichter bij een orgasme op plaat dan het uptempo rockende Little Girl van John & Jackie zal anno 1958 wel niemand, euh, gekomen zijn.
Het booklet van 27 pagina’s biedt tekst en uitleg en is verlucht met een massa goed van poten en oren voorziene pin-ups in full colour op postzegelformaat. Een CD om uw libido een boost te geven tijdens het lezen van uw collectie vintage Playboys! Info: www.bear-family.com
(Frantic Franky)

LP Recensies

THE MOE GREENE SPECIALS
Green Cookie, GC010

Ik had al járen niets meer gehoord van deze zeskoppige band uit Kalmthout (B) maar na een bezoekje aan hun website verbaast me dat niet: ze gaan intussen door het leven als het niet echt vlot bekkende TMGS en "de twang gitaren en trompetsound zijn er nog steeds maar de muziek is doorheen de jaren geëvolueerd naar meer melodieuze pop/rock met duidelijke alt country invloeden. Om die subtiele breuk met het verleden te benadrukken heet de band nu officieel TMGS". Ze bestaan onderhand twintig jaar, brachten in 2018 hun recentste album uit en treden nog steeds op, maar wat ik op die website hoor is inderdaad flauwe pop. Jammer, want hun debuutalbum uit 2005 op het Griekse instrumentale label Green Cookie (ooit de film Soylent Green gezien?) was uitstekend, en laat Green Cookie dat titelloze debuut album anno nu opnieuw en voor het eerst uitbrengen op vinyl. In 2005 was ik, jonge snaak onbevreesd en onversaagd in de fleur van zijn leven, er bepaald wild van, maar stelt het 15 jaar later nog wat voor? We recenseerden dat album toen we nog een gedrukt tijdschrift waren - waar is de tijd? - en omdat recycleren en hergebruik tegenwoordig een must is begeven ons naar de archiefkast waar wij de oude Boppin Around's bewaren achter slot en grendel, trekken witte handschoenen aan, halen het postfrisse exemplaar voorzichtig uit zijn plastic bewaarbehuizing, slaan plechtig de bladzijden om en lezen met van emotie trillende stem: "De besprekingen die ik links en rechts las beperken zich meestal tot a) surf en b) de soundtrack van een spaghetti western, en hoewel die twee zaken er zeker inzitten, is dit schijfje niet enkel dat. Uit surf, Ennio Morricone, easy tune lounge, luie blazers en een heel arsenaal percussie bouwen The Moe Greene Specials een aantal soundscapes die klinken als een rit door een stoffige woestijn ergens diep in Mexico waar geen gringo zich durft te wagen. Krekels tsjilpen, een regenbuitje plenst neer, een schorpioen komt op zijn weg een ratelslang tegen. Veel meer dan Morricone ademt deze CD de broeierige en dramatische sfeer uit van films als The Mexican, El Mariachi en From Dusk Till Dawn. De enige vergelijking die ik kan maken is met de Amerikaanse rockband Calexico, en als die naam bij u een belletje doet rinkelen moet u heel dringend op zoek naar The Moe Greene Specials. Een imponerend debuut voor een groep voor wie de dichtstbijzijnde pampa's de Kempen zijn". Nou, we hadden het zelf niet beter kunnen zeggen! We nemen daar in 2020 geen woord van terug en voegen er aan toe dat het nu nog beter klinkt door het patina van het vinyl. Tijd om The Moe Greene Specials te herontdekken! Opgelet: dit is een gelimiteerde uitgave op 180 gram vinyl van amper 200 exemplaren!
Info: www.greencookierecords.bandcamp.com en www.tmgs.be
(Frantic Franky)


HANGIN' FOURTEEN/ THE HALIBUTS
Green Cookie, GC061

The Halibuts maakten samen met Jon & the Nightriders en The Surf Raiders deel uit van de eerste, euh, golf surf revivalbands uit het Los Angeles van begin jaren '80. De zeskoppige band met twee gitaren waaronder Pete Curry (basgitarist bij Jon & the Nightriders en tegenwoordig nog steeds bij Los Straitjackets, op een aantal nummers hier ook in de productie stoel), keyboards en sax bestaat voor zover ik weet niet meer maar speelde in 2017 nog een reünie concert na 12 jaar afwezigheid. Deze 14 track vinyl-LP is een Best Of van hun vijf tussen 1984 en 1996 verschenen albums Halibut Beach, Gnarly (dat in 1987 ook in Nederland verscheen als Kix 4 U LP), Live At Toes, Chumming en Life At The Bottom, aangevuld met de Link Wray cover Rawhide (hier in de Surf Drums getitelde Lively Ones versie) die een meer gestroomlijnder gitaar-/saxjasje krijgt en in 1985 op de various artists LP What Surf II stond die twee jaar later eveneens in Nederland op Kix 4 U verscheen. Vier andere nummers die op andere various artists CD’s stonden staan niét op deze LP: het prima Night Crawler van de soundtrack van de film Psycho Beach Party en hun drie livenummers op de Surf Battle At Redondo Beach Don Murray memorial uit 1996 op Gee-Dee Music. Een rechtenkwestie allicht. En misschien zijn er nog wel meer out there in the wild! Een selectie maken uit de in totaal 70 nummers van hun vijf albums is altijd arbitrair en dan is het jammer wanneer een persoonlijke favoriet als hun uitvoering van het thema van de film Exodus niet werd weerhouden. Eén nummer lijkt mij onuitgebracht, de Live At Toes medley van Rumble At Waikiki van hun collega’s Jon & the Nightriders en de surfklassieker Squad Car die evenwel niet op de gelijknamige plaat stond. De drie livenummers van Live At Toes op Hangin' Fourteen vertonen een heel klein beetje gejoel van het publiek dat nergens stoort, drie andere nummers zijn hermixt. Mijns inziens ietwat overbodig is dat één nummer zowel in studio- als in live versie op Hangin' Fourteen staat.
De sound van The Halibuts was heel jaren '80 en opener Mr. Mysterioso met een muzikale knipoog naar Mr Moto van The Belairs is sax-gitaar-orgeltje surf op een uptempo huppeldepup ska-ritme, en ook het sax-gitaar-orgeltje Shorepound heeft een beetje een ska-achtig ritme waardoor de sound richting Madness gaat. De keyboards en de ska-feel komen opnieuw terug in Centipede, de blubbergitaren surfen soms richting poprock, en de drums in het filmthema van The Good The Bad And The Ugly zijn bijna disco. Het waren niet voor niks de jaren '80. Op hun laatste twee platen kozen The Halibuts te oordelen aan de voorbeelden op Hangin' Fourteen voor een meer algemeen gitaargeluid in plaats van surf: The Natives Are Restless heeft een drumsolo à la Sandy Nelson, It's A Wonderful Halibut en Life On The Bottom zijn meer pop-achtig, Molokini By Moonlight is Shadows stijl, en Uncle Fester's Comb (Caldera) zonder link met de Addams Family met extra blazers is eerder moderne Shadows.
Deze LP is een interessante terugblik op deze instrumentale band uit de jaren '80 en '90 en voor wie te jong is om The Halibuts toen meegekregen te hebben uiteraard de ideale instap. Opgelet: dit is een gelimiteerde uitgave van amper 250 exemplaren!

Info: www.greencookierecords.bandcamp.com
(Frantic Franky)

26 februari 2020

CD Recensies

THAT’LL FLAT GIT IT Vol. 33:
ROCKABILLY & ROCK ‘N’ ROLL FROM THE VAULTS OF RENOWN & HORNET RECORDS

Bear Family, BCD 17589

Er komt geen eind aan Bear Family's inventarisatie van alle blanke rock 'n' roll labels groot en klein en met volume 33 snijden ze een kleintje aan - wij hadden in elk geval nog nooit van Renown en sublabels Hornet, Rel en Venture gehoord. Volgens Bear Family is dit de eerste Renown compilatie ooit, wat best zou kunnen - hoewel wij geenszins willen pretenderen álles te kennen, wel integendeel, is 't toch straf dat we van de 35 tracks op deze CD er welgeteld amper één al kenden, Somethin' Special van Don Duncan, wellicht het bekendste nummer hier. Ook een van de beste, als je onder "beste" wildste verstaat: ondanks de backing vocals is het een subliem staaltje gitaar rockabilly op het scherpst van de snee. Het onafhankelijk platenlabel uit North Caroline was actief van 1958 tot 1969 en Renown baas Howard Rambeau mag dan wel blind geweest zijn, hij had goeie oren want de kwaliteit van het hier gebodene is voortreffelijk. Renown lijkt zich gespecialiseerd te hebben in blanke rock 'n' roll (of in een paar gevallen blank klinkende zwarte rock 'n' roll) met backing vocals en/ of sax van uit het collectieve geheugen gewiste artiesten als Wayne Handy (Betcha' I Didn't Know, I'll Never Be The Same, Problem Child, Say Yeah), Jim Thornton (Our Southern Way Of Living, I Want Everything My Baby's Got), Irving Fuller & the Corvettes (Buzz Me On The Telephone), Buck Tickle (That Other Woman), Joe Franklin & the Hi-Liters (Who Put The Pep In The Punch), Bobby Strigo (The Pad) en Hughie Owens (I'm Going Home).
Bad Boy van Steve France kan je tot de jeugdmisdaad rock 'n 'roll rekenen (de spectaculaire B-kant Dream Boy heeft tegelijkertijd een exotisch én gemeen brutaal trekje), Seminole Rock 'n' Roll van opnieuw Wayne Handy is indianen rock 'n' roll. Do You Ever Think Of Me is hoempapa pop van Clyde Moody die in de eerste helft van de jaren '40 nog lid was van Bill Monroe's Blue Grass Boys, en ene Dannie Maness doet zelfs Jimmie Rodgers uit de jaren '30 na door diens Hobo Bill te coveren, met op de B-kant Traveling Blues in jaren '40 Ernest Tubb stijl. Er zal allicht een publiek voor geweest zijn. Upturn van Eddie Smith is een sterke gitaar instrumental met een surf tintje en op de B-kant het tragere doch even grave Link Wray light Border Beat, en Repeto van The Varatones is een uitstekende instrumentale sax surf. De CD bevat zelfs countryrock uit 1967 en 1969 van Harold Pope die ongemeen goed is wegens tijdloos, en Making Fun Of Me van Bobby Rose is boeiende countrypop uit 1967. Verschillende tracks halen voordeel uit de uitmuntende productiewaarden: Silly Dilly van Don Ray is een hoogkwalitatieve teen rocker, The Day I Die is een straffe moody rocker van Daryl Petty met op de B-kant de knappe doo-wop ballade Flaming Love, en die grote aspiraties van dit kleine label blijken ook uit de south of the border countrypop van Lonnie Dee's Cold North Wind en I'm Not Ashamed. Love Is A Flame van Ken Willette jat de sfeer van Little Darlin' van The Gladiolas/ The Diamonds en Steve France baseerde zijn You Turn Me On op de rif van Louie Louie.
Een pluim voor de remastering want dit rockt in een geweldige geluidskwaliteit als je nagaat dat de originele masters niet meer bestaan en de bron dus de originele singles waren. Het booklet van 28 pagina’s met nooit eerder gepubliceerde foto’s biedt een schat aan informatie over Renown en zijn artiesten. Een aanrader! Info: www.bear-family.com
(Frantic Franky)


PINE STATE HONKY TONK:
HILLBILLY BOOGIE AND JIVE vol. 1
Atomicat, ACCD 017

Rhythm Bomb (D) onderafdeling Atomicat zet een ten gallon stetson op en gallopeert richting hillbillyboogie voor wat een reeks van vijf CD’s moet gaan worden.
De eerste is een uitstekend visitekaartje want de 28 tracks uit pakweg 1940-1955 vormen een kruisbestuiving van swingende western swing, gestroomlijnde uptempo country (Detour van Bill Haley & the Comets anno 1960, Don't Tell Me Your Troubles van Don Gibson), gouden instrumentals (de Pan Handle Rag van Leon McAuliffe), boogies over stoomboten, melkemmers en kussende beestjes, meezingers (Sick Sober And Sorry van Johnny Bond), gepatenteerde klassiekers (Idaho Red van Wade Ray) en Barnstompers stuff (Passing The Blues Around van Al Terry), opgeleverd door vlotte accordeons, flitsende fiddles, stoere steel gitaren en jazzy piano. De selectie van de nummers is uitstekend, ook omdat dit deels dezelfde nummers zijn waar wij 25 jaar geleden al wild van waren zoals Merle Travis' Merle's Boogie Woogie. Alle zoetgevooisde grote kleppers van het genre geven present met Pee Wee King (Texas Toni Lee), Red Foley (Milk Bucket Boogie), Tennessee Ernie Ford (Celebratin', Kissing Bug Boogie), neuzelaar Hank Snow, Hank Thompson (de wel héél jazzy instrumental Woodchopper's Ball), Hank Penny (Hadacillin Boogie - Hank was blijkbaar een goeie naam om carrière te maken in de country), Patsy Cline (Turn The Cards Slowly), Little Jimmy Dickens (Hey Worm You Wanna Wiggle), Jess Willard (een pré-Johnny Horton Honky Tonk Hardwood Floor), Gene O'Quin (I Get The Blues), en Tex Williams (I Got Texas In My Soul). Ik vraag me alleen af waarom ze de CD naar de instrumentale barrelhouse piano boogie Pine State Honky Tonk van Claude Casey & his Pine State Boys hebben genoemd hebben. De pine state is immers Maine terwijl er op de CD vijf nummers staan waarvan titel of artiest verwijzen naar... Texas! Tja, ik ben wellicht de enige mens op deze aardkloot die zich zoiets afvraagt. In elk geval: zalige muziek! Volume 2 verscheen gelijktijdig onder de titel Real Gone Jive. Info: www.atomi-c.at
(Frantic Franky)

19 februari 2020

LUCKY NR. 7/ WILD DEUCES
Rebel Music Records, RM 5024

Nieuwe bands, laat ze maar komen, maar Wild Deuces (B) zijn er al eventjes: ze traden voor het eerst op in december 2009 (als u àlles wil weten, het was in het Ace Café in Rumst na drie repetities), toen nog officieel als The Wild Deuces, met lidwoord dat ze onderweg verloren, en met een zanger. Van die oerbezetting resteert enkel contrabassist Bart Crauwels en de band vond in 2015 zijn definitieve vorm met zangeres Stefni Wijnen, drummer Pascal Lunari en gitarist/pianist Bart Huysmans (op de CD alleen op gitaar). Dit is 10 jaar later hun debuut, een mini met zeven tracks op het Duitse label Rebel Music Records dat gespecialiseerd is in teddy boy rock 'n' roll, maar daar vallen Wild Deuces dus voor alle duidelijkheid niét onder.
De CD opent met de Rose Mitchell cover Baby Please Don't Go en een sterk staaltje solozang, misschien niet 100 % perfect toonvast maar nog steeds indrukwekkend, alvorens los te barsten op een mambo ritme in King Creole sfeertje. Bill Haley's Rock-A-Beatin' Boogie wordt rockabilly met weerhaken en een kapotte stem, en Joyce Green's fanatieke Black Cadillac past natuurlijk perfect bij de extroverte zangeres Stefni Wijnen. De CD bevat ook vier eigen nummers: Strange Nights toont dat Wild Deuces niet met zich laten sollen, Shucks is rockabilly van het soort dat al na één refrein genadeloos gaat voor een gitaar- én een drumsolo, Mama's Always Right is vlotte opgewekte female rockabilly die ook weer begint met een stukje solozang, en Mango Mambo dat je technisch beluisterd rock 'n' roll mag noemen en zoals de titel reeds aangeeft opnieuw rockt op een mambo ritme.
Wild Deuces doen het met het soort orkaan van een stem die je eerder associeert met een rhythm 'n' blues diva en muzikanten die van wilde wanten weten. Wat wil je nog meer? Een full album! Info: www.rockabillyrecords.de, de band zelf vind je op facebook onder Wilddeucesrockabilly.
(Frantic Franky)


MY NAME IS ELVIS/ RED ELVISES
Plan 9 Trash Records, P9C186

Als er Elvis opstaat zijn wij altijd geïnteresseerd, maar 't is helaas niet al goud wat blinkt in de morgenstond. Als we de persinfo mogen geloven (wat wij heus niet altijd doen want de waarheid mag nooit in de weg staan van een leuk promostukje) zijn Red Elvises het geesteskind van de in Duitsland geboren Igor Yuzov die opgroeide in Oekraïne, studeerde in Rusland en van daaruit emigreerde naar Amerika. Wat er ook van waar zij, rock 'n 'roll levert dat niet op, ook al start de CD met een surfgitaar instrumental en is Better Than Cocaine (dat opent met de rif van Viva Las Vegas) retroswing in een popjasje. Daar wringt 'em evenwel gelijk het schoentje. De strekking van deze CD die speelt met oosterse en Europese melodieën is immers poppret met orgel. Twist Like Uma Thurman heeft niets met Pulp Fiction te maken en titels als Drinking With Jesus, I Want My Honda Back, She Works For KGB, I Wanna See You Bellydance, Smell The Bacon en Play Me Your Banjo zijn lang niet zo grappig als we hadden gehoopt. U weze gewaarschuwd!
Info: www.redelvises.com en www.schnitzelbilly.at
(Frantic Franky)


BLUES KINGS OF BATON ROUGE
Bear Family, BCD 17512

Ik en de blues: het zal nooit wat worden. Komt het omdat ik een bleekscheet ben wiens ziel niet zwart genoeg is? Ik weet het niet, maar hoewel ik zwarte rock 'n' roll en doo-wop en pré-rock 'n' roll swing en jumpende rhythm 'n' blues ten zeerste weet te smaken ben ik in mijn zoektocht naar de roots van de rock 'n' roll op natuurlijke wijze geëvolueerd naar de country 'n' western terwijl anderen kopje onder doken in de blues. Niet dat ik dat als een gemis ervaar, al zouden een paar goeie blues CD’s meer dan welkom zijn in mijn collectie, zij het zonder het trage spul waar ik van in slaap val. Als ik mijn favoriete bluesartiest moet noemen is het Slim Harpo van wie ik nog steeds koude rillingen krijg, zo ingrijpend kon hij zingen en mondharmonica spelen. Raining In My Heart? Kippenvel! Zou Bear Family soelaas brengen en mij hier de ultieme blues CD aanbieden?
Blues Kings Of Baton Rouge is een dubbel-CD met 53 tracks opgenomen van 1954 tot 1971 voor Excello (meer dan de helft van de nummers), Folk Lyric, Feature, Zynn, Peacock, Montel en Ahura Mazda Records in en rond Baton Rouge. Dat is niet meteen een stad die je associeert met bluesmuziek maar de hoofdstad van Louisiana is net als Memphis, New Orleans en St Louis gelegen aan de machtige Mississippi rivier en op die manier een kruispunt waar veel mensen samenkwamen en leefden en vochten en de liefde bedreven en werkten en er dus ook vertier voor den werkenden mensch diende geschapen.
Op CD 1 staan een aantal rustige nummers die ik best OK vind zoals Blues Hang-Over van - daar is ie al, laat 'em binnen langs de grote poort! - Slim Harpo en Who Broke The Lock van Butch Cage & Willie B. Thomas (al had die babbel vóór Who Broke The Lock niet gehoeven), en ook de zogenaamde swampblues van Lazy Lester (They Call Me Lazy), Raful Neal (Crying Hard) en opnieuw Slim Harpo (One More Day en What A Dream) vind ik best te pruimen. Een aantal van die nummers werden trouwens niet opgenomen in Baton Rouge maar 80 mijl verderop voor JD "Jay" Miller's Excello label in Crowley, Louisiana. Dat leidde tot rockende rhythm 'n' blues als Looking For My Baby (Jimmy Dotson) en Lightnin's Troubles (Lightnin' Slim) en zelfs pure rock 'n' roll als I'm A Lover Not A Fighter (Lazy Lester) en Rooster Blues (Lightnin' Slim). Andere nummers op CD 1 zijn echter te veel blues blues (Lonesome Sundown), trage blues (Schoolboy Cleve, Clarence Edwards) en countryblues (Robert Pete Williams) waarmee de CD laveert tussen enerzijds die swamp blues van Excello en anderzijds de akoestische blues op Arhoolie Records.
Ook CD 2 biedt dezelfde grote variatie aan bluesstijlen: New Orleans klanken (Hoodoo Party van Tabby Thomas), de prima zwarte stroller op The Wanderer tempo I'm Tired Waitin' Baby (Lightnin' Slim), ouderwetse piano blues (Shades Of Rain van Henry Gray), gemene moderne bluesrock als My Home Ain't Here (Lonesome Sundown) die soms evenwel iets te modern of te medium tempo (Jimmy Anderson) is. Helaas horen we ook hier weer moderne (nu ja, zo modern is het natuurlijk allemaal niet) zowel uptempo als trage blues. Niet dat wij an sich iets tegen trage blues hebben want bijvoorbeeld Dark Clouds Rollin' van Silas Hogan is zondermeer lovenswaardig. Talking Blues van Slim Harpo is precies wat het is: een gesproken blues met mondharmonica, voor mij iets te veel van het, euh, niet van het goede in elk geval, ook al is het Slim Harpo. Raar einde trouwens: was dit gewoon een studio probeersel? Ook staat op deze tweede CD weer te veel Blind Dumb Deaf Johnson friemelend op de backporch blues. Het beste nummer is de uptempo overstuurde bluesbopper Boogie Chillun van The Nitehawks uit 1962. De tweede prijs gaat naar Slim Harpo (die in totaal negen keer passeert) in Baby Scratch My Back de jeuk catscratchend maar er juist niet aan kunnend.
Eindoordeel van iemand die géén bluesfanaat is: een indrukwekkend overzicht van de blues in en om Baton Rouge in al zijn facetten maar één CD met het allerbeste had volstaan - hadden ze al die pure blues er uit gefilterd dan was er één ijzersterke CD overgebleven. Niettemin is deze op 1000 stuks gelimiteerde uitgave in zijn geheel goed voor twee en een half uur perfect geremasterde achtergrondmuziek terwijl je op je gemak en onder het genot van een Westmalle tripel het CD booklet van 52 pagina’s met track per track notities door expert Martin Hawkins uitpluist.
Info: www.bear-family.com
(Frantic Franky)


THE PRECIOUS YEARS
Bear Family, BCD 17529

De precieuze jaren waarvan sprake op deze CD lopen van 1957 tot 1965 en ondertitel "34 teen dance hits" geeft aan waar de klepel hangt: "boppers and an occasional slow aimed directly at teen hearts and minds". Rockabilly boppers staan hier dus niét op, wel teenrock maar heus niet alleen dat: Man Like Wow van Tommy Sands is gewoon goeie rock 'n' roll punt andere lijn, en Feel So Good van Johnny Preston blijft leuk. Let Me Be Your Hero van Terry Noland heeft een Johnny Horton Battle Of New Orleans folk sfeertje maar is ten zeerste geslaagd, en The Spider And The Fly is inderdaad teenrock. Nu wordt over teenrock links en rechts nogal eens lacherig gedaan, maar 't zijn vaak pareltjes van songsmederij, productie, arrangementen en orchestratie en dat wordt nergens beter verpersonifieerd als in Johnny Burnette's Dreamin'. Nog teenrock zijn You Want Love (Clyde Stacy), Radio Jukebox And TV (Jimmy Donley), Lover's Land (Ersel Hickey), Heaven's Plan (Lefty Frizell), (If I'm Dreaming) Just Let Me Dream (Brenda Lee), Meet Mr Mud (Bob Luman), Patricia June (Ben Hewitt) en Bad Boy (Robin Luke). Brave rock 'n' roll zijn My Chick Is Fine (Gus Backus), Don't Let Go (Dorsey Burnette), If You Don't Want My Lovin' (Carl Dobkins Jr), Sweet Stuff (Guy Mitchell), Too Bashful (Warner Mack), Rockin' pneumonia And The Boogie Flu (The Crickets), Modern Romance (Sanford Clark), het vlotte Let's Play Love (Sonny James) en Salamay (Hank Davis). Soms gaat het een beetje early sixties exotisch zoals I Want That (Billy Crash Craddock) en I Really Really Love You (Jo Ann Campbell). One Summer Night van The Danleers is een klassieke doo-wop ballade vol romantiek die zich vertaalt in passie, dramatiek en onschuld, nog meer ballades zijn Teen Age Idol van Ricky Nelson en het majestueus georchestreerde The Majesty Of Love van Marvin Rainwater & Connie Francis. Uit het country verdomhoekje komt titeltrack Precious Years van Glenn Reeves, net als While You're Dancing van - niet verwonderlijk - Marty Robbins. Opvallend en allicht niet toevallig staan op deze CD veel bekende artiesten (wat zoals altijd betekent dat hier minstens een paar tracks tussen zitten die u al heeft zoals Roy Orbison's Lana en Paul Anka's mandoline meesterwerkje Dance On Little Girl) maar niet noodzakelijk met hun bekendste of wildste nummers, maar nogmaals: dit is wel degelijk hoogwaardige kwaliteit. Eddie Cochran op zijn bronstigst hangt de hartenbreker uit in Little Angel (take 9) en The Everly Brothers zijn op hun triest in Crying In The Rain. Voor de liefhebbers voor wie het niet noodzakelijk hardcore rockabilly moet zijn is dit de ideale zondagmiddag compilatie!
Info: www.bear-family.com
(Frantic Franky)

12 februari 2020

THE ELVIS PRESLEY CONNECTION Vol. 2
Bear Family, BCD 17562

Na de vorIg jaar verschenen Elvis Connection Volume 1 (BCD 17561) die de jaren 1954-1958 besloeg loopt deel 2 van 1958 tot 1964, goed voor 33 covers en roots van Elvis songs. Eerste vaststelling: de CD bevat veel nummers die verschenen op het Britse budget label Embassy en dan vooral van de genaamde Bobby Stevens (4 tracks waaronder een leuke Stuck On You en een geslaagd A Mess Of Blues - Stevens kon overduidelijk zingen), ook actief als Ray Pilgrim met een vijfde track. Net als op Volume 1 staan er logischerwijs meer covers op dan "roots" oftewel oudere versies van door Elvis vertolkte liedjes doch niet de originele versie, en slechts een handvol echte originals oftewel oerversies. Een dwarsligger is Dirty Dirty Feeling door Danny Ezba want dat is niet de original maar een compleet andere song van twee jaar ná Elvis, al is er een zekere overeenkomst in de frasering en stond Elvis duidelijk model voor Ezba's nummer. Een cover van een liedje dat zelf al een cover was is I Gotta Know: Cliff Richard was eerst, dan Elvis, en dan Bobby Vee & the Crickets wier versie op deze Elvis Connection prijkt. Idem dito: (Now And Then There's) A Fool Such As I: Hank Snow was eerst, vier versies later was Elvis aan de beurt, en pas daarna kwam de brave mainstream swing budget "pop" versie door Johnny Worth die we hier horen. Ook van dattum: van Pocketful Of Rainbows bestaat een demo versie van Jimmy Breedlove, op deze CD staat een cover door ene Johnny Gatewood. En wellicht de oudste original van een Elvis nummer, Enrico Caruso's Torna A Sorriento uit 1911 dat Surrender zou worden, horen we hier ook enkel als cover door een zekere Rikki Henderson.
Laat ons van start gaan met de roots: Tony Perkins is inderdaad filmakteur Antony Perkins maar zijn Moonlight Swim uit Elvis' film Blue Hawaii is niet de original want die is van Nick Noble, net zoals het bekende Fever origineel van Little Willie John en niet van Peggy Lee was, al was het wel haar interpretatie waarop Elvis zich baseerde. Ook Like A Baby als trage rhythm 'n' blues swing door Priscilla Bowman is niet de originele uitvoering, net als de pré-Elvis croonerversie van Are You Lonesome Tonight door Jaye P. Morgan. Het door AP Carter geschreven (of op zijn minst als eigen nummer geclaimd) en door zijn Carter Family al in 1934 opgenomen Working On The Building staat op de CD als pure gospel doch in betreurenswaardige hifi-kwaliteit in een (live?)versie uit 1954 van The Blackwood Brothers in wier rangen JD Sumner zong die 15 jaar later Elvis zou begeleiden op plaat en live on stage met zijn JD Sumner & the Stamps. Mierenneukerij: His Latest Flame, hier in een coverversie door Bobby Stevens, was oorspronkelijk van Del Shannon die dat nummer exact vijf dagen vòòr Elvis opnam, en aangezien dat in een recent verleden reeds werd uitgebracht door Bear Family neem ik aan dat zij de rechten daarop bezitten, dus had dat mijns inziens mooi op deze CD gekund. En een original tenslotte die geen original is is Blue Hawaii van crooner Bing Crosby: Crosby nam wel degelijk het origineel op in 1939 maar deze CD bevat zijn eigen heropname uit 1956! Nu ja, bijna-original dan, want er blijkt nog een oudere versie dan die Bing Crosby uit 1939 te bestaan. Zoals mijn vrouw altijd zegt: er komt maar geen eind aan. Wel echte originals zijn Shoppin' Around van Joel Grey, Girl Next Door Went A-Walkin' door Thomas Wayne (de broer van Johnny Cash' gitarist Luther Perkins), Carl Mann's een vlotte jiver I'm Comin' Home helemaal in Mona Lisa stijl op Sun sublabel Phillips, I Want You With Me van Bobby Darin (een rocker, ik zeg het er maar bij want met Darin weet je nooit) , en twee demos van There's Always Me en They Remind Me Too Much Of You, rustige pianoballades van de strekking één man op één piano door componist Don Robertson perfect op maat van Elvis gezongen.
Naast Britse would-be Elvissen als Eli Whitney (een goeie I Got Stung) en Les Carle staan hier ook Nieuw-Zeelandse (de prima A Big Hunk O' Love door Johnny Devlin) en Australische (Slicin' Sand uit Blue Hawaii als twist door Bryan Davies) covers op en meer Lidl werk van labels als Teen en Promenade. Daarnaast bevat de CD ook twee antwoordversies: Lavern Baker's Little Sister antwoord Hey Memphis en het minder bekende en van een beetje een Burt Bacharach-achtig arrangement voorziene Just Tell Her Jim Said Hello antwoord Just Tell Him Jane Said Hello. En waarom dan niet haar Return To Sender antwoord Don't Want Your Letters? Soit, aan u om telkens de zeven verschillen te zoeken. Ik van mijn kant ben benieuwd of er nog een derde Elvis Connection post-1964 komt.
Info: www.bear-family.com
(Frantic Franky)


WONDROUS PLACE: THE BRITS ARE ROCKING Vol. 2/ BILLY FURY
Bear Family, BCD 17583

Billy Fury wordt als Britse rock 'n' roll pionier in Engeland bijna veréérd (hij kreeg in Londen vlak bij de voormalige Decca studio’s al een steegje naar hem vernoemd en in zijn hometown Liverpool een standbeeld), allicht voor een stuk omdat ie vrij jong stierf, namelijk in 1983 op slechts 42-jarige leeftijd aan hartklachten. Wie niets beters te doen heeft dan de statistieken te bestuderen ontdekt dat Fury in zijn hoogdagen heel veel tijd doorbracht in de Britse hitparades want alleen Cliff Richard, The Shadows en The Beatles spendeerden meer weken in de UK Top 50: Fury kampeerde in totaal 332 weken in de hitlijsten en evenaarde de 24 hits van The Beatles zonder ook maar één keer de nummer 1 positie te bereiken. Toch moet het meer zijn dan alleen dat: Fury nam in tegenstelling tot de meeste van zijn collega’s weinig covers van Amerikaanse hits maar vooral zelfgeschreven materiaal op, en zo zijn 16 nummers op deze CD eigen composities. Velen beschouwen zijn 10-inch The Sound Of Fury uit 1960 met Joe Brown op gitaar als de beste Britse rock 'n' roll LP ooit, en deze CD met 34 tracks uit de periode 1958-1964 bevat acht van de 10 nummers van die plaat. Nu zijn er massa’s Billy Fury CD’s out there gaande van de Greatest Hits, The Best Of en The Very Best Of over Alle Singles en 2 LP’s Op 1 CD in alle mogelijke combinaties tot demo’s, acetates en Radio Luxemburg broadcasts, en om door die Billy Fury bomen het rock 'n' roll bos te blijven zien zou een ultieme rock 'n' roll compilatie inderdaad geen overbodige luxe zijn. De CD opent met de nog steeds fantastische jiver Gonna Type A Letter maar helaas staat hier maar één song op van dat kaliber. Om eerlijk te zijn en gelijk met de deur in huis te vallen maakt de CD dat woordje "rocking" in de titel niet 100 % waar: een omschrijving als "het meer uptempo materiaal' ware genuanceerder geweest. Niet dat ik iets tegen ballades heb, verre van: het geheimzinnig-dramatische Wondrous Place is en blijft wonderschoon, of neem dat even geweldige vreemd-exotische early sixties Peter Gunn meets Johnny Remember Me Don't Jump. Ook een rockaballad als Baby How I Cried is mooi maar géén rock 'n' roll, net als de rockaballad If I Lose You met big band arrangement, blazers en strijkers. Anderzijds is het een goeie zaak dat Fury's bekendere pompeuze ballades, de grote hits Jealousy en Halfway To Paradise, hier niét op staan, hahaha. Turn My Back On You is bijna rockabilly, en rockabilly van het perfecte doch brave Ricky Nelson type zijn It's You I Need, That's Love, My Advice en Talkin' In My Sleep. Daarnaast bevat de CD vooral mooie doch rustige rock 'n' roll als de Eddie Cochran cover One Kiss. Is dat erg? Nee, want een nummer als bijvoorbeeld Don't Say It's Over is erg goed. Echtere rock 'n' roll, meer zelfs, goéie rock 'n' roll is Don't Knock Upon My Door, ondanks dat female koortje. Don't Leave Me This Way is afgeborstelde rock 'n' roll met snappy jazzy gitaarsolo, en ook Keep Away is clean cut rock 'n' roll maar dan een beetje uptempo bluesy en getuigend van de invloed van Elvis. Colette klinkt dan weer als uptempo Everly Brothers. Het medium tempo Comin' Up In The World wordt door de smekende sax een stroll, You're Having The Last Dance With Me is een antwoord op Save The Last Dance For Me, en ook I'd Never Find Another You heeft een Drifters-achtig Spanish Harlem early sixties sfeertje. Play It Cool is teen rock met vlotte uptempo strijkers, Running Around en Bumble Bee zijn highschool pop met violen, My Advice is poprock, Twist Kid is big band twist, Push Push is calypso, en Tell Me How Do You Feel is sixties pop met orgel. De CD loopt tot 1964 en dat is er aan te horen: Nothin' Shakin' (But The Leaves On A Tree) is de bekende rock 'n' roll cover die door de vocalen/ manier waarop hier wordt gezongen erg beat klinkt. Fake live songs van de door The Tornados begeleide doch gewoon in Decca's Studio 3 opgenomen We Want Billy LP uit 1963 met orgel en veel gegil (Beatlemania?) zijn Baby Come On (brave rock 'n' roll), de standaard cover Sweet Little Sixteen, Unchain My Heart als early sixties rhythm 'n' blues, Sticks And Stones en een rock 'n' roll versie van I'm Moving On. Finaal oordeel: als dit inderdaad het rockendste werk van Billy Fury is - en waarom zouden we aan het woord van huis van vertrouwen Bear Family twijfelen - dan fungeert deze CD als de ideale introductie tot leven en werk van Billy Fury, ook al door het 35 pagina’s tellende CD boekje. Volume 3 van The Brits Are Rocking verschijnt op 6 maart en en zal King Size Taylor behandelen. Info: www.bear-family.com (Frantic Franky)


POPCORN BLUES PARTY Vol. 1
Koko Mojo, KM-CD 28

Ik heb thuis een paar popcorn nummers die erg goed zijn en sta immer op de uitkijk voor meer goeie popcorn, maar dat blijkt geen makkelijke queeste. De meeste popcorn compilaties bevatten namelijk meer nummers die ik slecht vind dan dat ik er goed vind. Het is dan ook een moeilijk te definiëren genre dat eigenlijk geen genre an sich is maar de verzamelpot voor een amalgaam van meestal zwarte stijlen die vanaf begin jaren '70 begonnen gedraaid te worden in Belgische discotheken (de bekendste was de Popcorn in Vrasene, vandaar) door DJ’s die via import kanalen hier onbekende rhythm 'n' blues, zwarte pop en zelfs ska plaatjes oplegden, muzikaal vaak in mineur akkoorden en vaak van voormalige rock 'n' roll artiesten. Daarbij werd nogal eens geknoeid met tempo en pitch om de singles wat sneller of trager te spelen om zo een goed medium tempo dans- of beter wandeltempo te creëren, waarmee popcorn eigenlijk meer een gevoel en een tempo is dan een specifieke muziekstijl, en trager dan de in Engeland populaire northern soul. De uitlopers van die popcorn heb ik nog meegemaakt in de uitlopers van mijn tienerjaren maar toen leek popcorn mij al verlaagd tot een toevluchtsoord op zondagnamiddag voor wanhopige veertigers op jacht naar een snelle wip. Zou Koko Mojo als specialist van zwarte muziekjes allerlei mij hier de ideale popcorn compilatie aanreiken?
De CD, samengesteld door de Italiaans-Amerikaanse rockin' bluesman Little Victor Mac, opent met BB King's magistrale majestueuze versie van Sixteen Tons (die trompetten!) en biedt diverse interessante en goed in het gehoor liggende nummers, niet alleen obscuriteiten maar verrassend veel bekende namen in een stijl die je niet van hen gewoon bent zoals Howlin' Wolf (Going Back Home), John Lee Hooker (Shake It Up And Go koppelt Hooker's basisrif aan een orgeltje en blazers), Bo Diddley (She's Fine She's Mine is rhythm 'n' blues met mondharmonica) en Johnny "Guitar" Watson (Wait A Minute Baby). Just One More Time van Johnny Copeland doet zijn voordeel met dat onweerstaanbare fiere zwarte early sixties gevoel, een goeie sax solo en smooth vocals met een straat randje, en het razend knappe Lonesome Travelin' van Jimmy Lee Robinson strollt op de akkoorden van Stray Cat Strut. Black Gal van Roy Gaines dat vrij leent bij de traditional In The Pines heeft een jazzy orgel en Help Me van Sonny Boy Williamson is trage bluesrock met mondharmonica gezongen op de melodie van Green Onions. Baby Please Don't Go in de versie van Rose Mitchell had zo in de Elvis film King Creole gekund en Keep On Loving Me Baby van Otis Rush is een sixties interpretatie van die crawfishende New Orleans stijl. Zoals gezegd: veel bekend goed volk. Niet verwonderlijk staan hier een aantal instrumentals met scratchende rhythm 'n' blues gitaar op door artiesten als Jody Williams (Lucky Lou met oosterse invloed, een orgeltje in de achtergrond en een sax solo), Memphis Slim (Steppin' Out met sax, piano en gitaar), Jerry McCain (Jet Stream met mondharmonica en strijkers), Clarence "Gatemouth" Brown (The Cricket, ska) en Shakey Jake Harris (Jake's Cha Cha, mondharmonica en gitaar). Ook Bossa Nova Watusi Twist van Freddy King is een rhythm 'n' blues gitaar instrumental, al poogt ie zich via de titel te kwalificeren voor maar liefst drie dansrages.
De ideale popcorn compilatie? Voor mij niet want op zich verschilt deze CD niet zo heel veel van de rest van de (niet genummerde) Koko Mojo serie, alleen staat er meer meeknik tempo, orgel en rhythm 'n' blues gitaar op, maar heus waar niets dat me stoort. Alle 22 tracks hebben trouwens de correcte snelheid. Volume 2 verscheen gelijktijdig en Volume 3 staat al in de steigers. Info www.koko-mojo.com
(Frantic Franky)


THE GREAT TRAGEDY No 2:
WINTER DANCE PARTY 1959
Bear Family, BCD 17586

Op 3 februari was het exact 61 jaar geleden dat Buddy Holly, Ritchie Valens en The Big Bopper met hun gecharterde vliegtuigje te pletter stortten en exact één jaar geleden dat Bear Family (D) dat gegeven muzikaal in kaart bracht op de voorbeeldige CD The Great Tragedy BCD 17585. Wat er daarná gebeurde staat nu op deze opvolger want het aloude showbizz adagio "the show must go on" indachtig raasde de Winter Dance Party onverbiddelijk door en het tragische overlijden van de drie top acts zorgde ironisch genoeg misschien wel voor extra publiciteit. The Crickets, Dion & the Belmonts en Frankie Sardo werkten de resterende 13 concerten (in vijf verschillende staten, wat genoeg zegt over hoe intensief die package tours waren) af, terwijl Holly, Valens en The Big Bopper in allerijl werden vervangen door Frankie Avalon, Jimmy Clanton en het lokale bandje Robert Velline & the Shadows dat zo'n indruk maakte dat de 15-jarige Velline gelijk een platencontract aangeboden kreeg en er als Bobby Vee een levenslange carrière aan overhield. Langer dan levenslang: Vee overleed in 2016 maar twee van zijn zonen treden nog steeds op als The Killer Vees. Vee's mooie debuutsingle Suzie Baby uit juli 1959 vertoont trouwens de invloed van Buddy Holly. Wie op exact dezelfde manier hun carrière begonnen waren Terry Lee & the Poor Boys, alleen hielden die het in tegenstelling tot Bobby Vee slechts één single uit, de sympathieke scheermesscherpe rocker My Little Sue uit 1959. Later kwamen er op de Winter Dance Party ook nog Fabian, de minder bekende Bill Parsons en ene Ronnie Smith bij. Mensen die dwepen met symboliek zien het overlijden van Holly, Valens en The Big Bopper graag als the day the music died en daarmee het einde van het rock 'n' roll tijdperk, en ergens klopt dat natuurlijk wel want anno 1959 was rock 'n' roll al ingekapseld tot big business en daarmee zijn rebelerende pluimen verloren, wat zich reflecteert zich in de muziek van de artiesten die het tweede luik van de Winter Dance Party opluisterden. Zo is Frankie Sardo's in februari 1959 verschenen Oh Linda acceptabele rock 'n' roll maar B-kant No Love Like Mine kan ik met de beste wil van de wereld enkel kwalificeren als brave rock 'n 'roll. Dion & the Belmonts' eind 1958 verschenen single Don't Pity Me/ Just You is zelfs tenenkrullend. Frankie Avalon is op deze CD vertegenwoordigd met vier pré-1959 nummers en de in januari 1959 verschenen single en megahit Venus waarvan B-kant I'm Broke brave rock 'n' roll is, net als Teacher's Pet. Zijn op Ritchie Valens' Come On Lets Go akkoorden gebaseerde Ginger Bread is redelijke rock 'n' roll, You Excite Me is brave rock 'n' roll maar nog wel fun. I'll Wait For You daarentegen is pure schmaltz. Jimmy Clanton komt vijf keer aan de beurt en zijn bekendste nummer, de swamppop ballade Just A Dream, ontbreekt niet. Ook A Part Of Me en A Letter To An Angel zijn ballades met swamp pop inslag, You Aim To Please en That's You Baby zijn brave rock 'n' roll. Frankie Avalon werd bij de laatste Winter Dance Party etappes vervangen door Fabian wiens grootste hits Tiger en Turn Me Loose hier niét op staan, wél I'm A Man dat toch ook als een klassieker mag beschouwd worden. Zijn Steady Date is leuk, al is het natuurlijk net als bij de frietboer allemaal een kwestie van smaak want zijn I'm In Love noem ik dan weer eerder brave vaudeville rock 'n' roll. Een voetnoot in de Winter Dance Party is Ronnie Smith wiens debuutsingle een brave medium tempo My Babe was, opgenomen in 1958 bij Buddy Holly's producer Norman Petty in Clovis, New Mexico. De laatste Winter Dance Party onbekende is tot slot Bill Parsons, al had ie in Amerika en Engeland een hit met het nog steeds geweldige The All American Boy dat gek genoeg niet door Parsons maar door de jonge Bobby Bare werd ingezongen, een verhaal dat u kan nalezen in het 22 pagina’s tellend CD boekje. B-kant Rubber Dolly is een redelijke rock 'n' roll versie van ook als The Clapping Song bekende kinderrijmpje. Twee van de artiesten hier zijn ook aanwezig met een instrumental: de B-kant van Bobby Vee's Suzie Baby blijkt een verrassend snedige gitaar instrumental die geïnspireerder klinkt dan de B-kant van Terry Lee & the Poor Boys' My Little Sue, de goeie doch standaard gitaar instrumental Driftin'.
Net als op Volume 1 staan er een paar, zij het minder nummers op van de hoofdpersonages van de tragedie: Holly's brave rocker Early In The Morning en het symfonische Raining In My Heart (mooi maar kilometers verwijderd van Rave On), en Ritchie Valens geeft present met That's My Little Suzie. The Big Bopper's Walking Through My Dreams is een rock 'n' roll stroll en Someone Watching Over You is een voor The Big Bopper opvallend serieuze ballade. De CD bevat voorts in tegenstelling tot Volume 1 geen interviews noch nieuwsflashes maar wel een 1 minuut 42 seconden durend gesproken (radio?) stukje uit 1982 (helaas zonder bronvermelding) met flarden van de toenmalige Crickets van dienst Waylon Jennings (ook zijn door Buddy Holly geproducede debuutsingle Jole Blon, een brave rock 'n' roll versie van de cajun classic Jole Blon, staat op deze CD) en Tommy Allsup. Er staan tot slot ook minder tribute songs op, namelijk twee: Three Young Men is een beetje een fifties-achtige versie van wat in wezen Sons Of The Pioniers country is, en het immens mooie origineel van Three Stars door Tommy Dee waarvan de bekendere Eddie Cochran cover op Volume 1 stond. De grootste verdienste van deze CD? Het bestuderen van een onderbelicht stukje van de Buddy Holly connectie.
Info: www.bear-family.com
(Frantic Franky)

16 januari 2020

LET IT BE GUITAR/ JOEL PATERSON
Ventrella Records, LP 5008 / BS 722

Het debat of op rock 'n' roll festiviteiten Beatles mogen gedraaid worden woedt nog steeds in alle hevigheid (en wij blijven volhardend in de boosheid hardnekkig vinden dat I Saw Her Standing There een geweldige beat jiver is) maar gek genoeg verschenen er in 2019 twee CD’s met instrumentale bewerkingen van The Beatles, één in surfstijl, de andere van Joel Paterson uit Chicago wiens Let It Be Guitar de opvolger is van zijn Hi-Fi Christmas Guitar uit 2017 waarop hij kerstnummers multitrackte in de traditie van Les Paul en Chet Atkins. Paterson behoort tot de stal muzikanten van Jimmy Sutton en JD McPherson, gitaart bij The Modern Sounds, nam met hen een album op als begeleiders van pianist Carl Sonny Leyland, speelde daarnaast ook bijvoorbeeld keyboards voor The Cactus Blossoms en was met hen te zien in de nieuwe Twin Peaks reeks. Op dit Beatles cover album speelt hij gitaar, pedal steel en lap steel begeleid door bassist Beau Sample, drummer Alex Hall en Hammond B3 orgelist Chris Foreman, wat betekent dat de band een dooreengeklutste versie is van The Modern Sounds en het Joel Paterson Organ Trio. Er staat inderdaad aardig wat orgel op, soms op de achtergrond als in het speelse From Me To You, soms erg prominent als in Can't Buy Me Love dat pure jazz wordt. No Reply, ook met orgel, krijgt een rustige ska (of is het reggae?) beat, Drive My Car heeft een groovy Booker T & the MGs sixties vibe, This Boy wordt Santo & Johnny, Girl doet me denken aan Anton Karas' Third Man Theme (ook bekend als het Harry Lime Theme) en de pop country van I Don't Want To Spoil The Party is in de deskundige handen van Joel Paterson goed voor een flink potje country rock. Paterson speelt de 16 instrumentals in een mix van gitaarstijlen waarin hij schuld bekend aan legendarische gitaristen als Les Paul, Chet Atkins, Jorgen Ingmann, James Burton, Buddy Emmons en Ernest Ranglin. Die eerste twee kan ik eruit halen (Les Paul = Honey Pie en Michelle, Chet Atkins fingerpicking = All My Loving) maar om eerlijk te zijn ken ik te weinig van die gitaristen en zullen de meeste verwijzingen ons ontgaan (ik hoor er ook wat Los Straitjackets in), wat niet wegneemt dat we hier niet van zouden kunnen genieten: dit album met fantastische arrangementen werkt omdat het én rustig én met al die Hawaiiaanse klanken mooi is en vooral omdat het niet aan The Beatles doet denken! Weetje: de hoes is een knipoog naar Introducing The Beatles - Engelands N° 1 Vocal Group, de eerste Beatles LP die verscheen in de States, meer bepaald op 10 januari 1964 op Vee-Jay Records. Let It Be Guitar: Joel Paterson Plays The Beatles is ook uit op zwart én doorschijnend wit vinyl en verscheen op Paterson's eigen Ventrella Records, verdeling via www.bloodshotrecords.com. Info: www.joelpaterson.com
(Frantic Franky)


BENEFIT OF MR. KITESURFER
Sharawaji Records, SR063

Het debat of op rock 'n' roll festiviteiten Beatles mogen gedraaid worden woedt nog steeds in alle hevigheid (en wij blijven volhardend in de boosheid hardnekkig vinden dat I Saw Her Standing There een geweldige beat jiver is) maar gek genoeg verschenen er in 2019 twee CD’s met instrumentale bewerkingen van The Beatles, één van Modern Sounds gitarist Joel Paterson (USA), de andere een surfcompilatie waarvan wij geeneens weten of ie echt uit is als fysieke CD dan wel enkel digitaal te koop is: wij kregen hem doorgestuurd via een Russische verdeler hoewel alles er op wijst dat Sharawaji een Brits label is waarop eerder al werk verscheen van een hoop obscure surf bands waarvan wij alleen Los Daytonas uit Spanje kennen. Geinig is dat er aan die originele mail nog een stuk mail hing waarin een DJ van een online radiostation aan de platenfirma meedeelde dat The Beatles geen rockabilly zijn en daarom ook nooit op zijn rockabillyradio zullen gedraaid worden, zie wat we hierboven zeiden over die eindeloze Beatles discussie. De ondertitel is in elk geval geweldig: 13 bands from 13 countries play 13 songs from 13 albums by The Beatles. Wij kennen slechts één van die bands en dat zijn The Moscow Beatballs, uit welke onderzeese grotten dat ander dozijn komt gekropen is ons onbekend. Surf kan anno 2020 synoniem staan voor het beenharde werk doch dat valt hier reuze mee: 't is luid maar geen metal, al hangen The Surf Terraneos (Come Together) uit Mexico het wel uit, maar dat deed Dick Dale ook op zijn comeback CD’s. Ja, de gitaar freewheelt rocksgewijs een eind in het zilte ijle in de solo van het uit Wit-Rusland afkomstige The Silicon (I Saw Her Standing There) maar voor de rest is dit één en al glissando op de golven van de rivier de Mersey.
Amphibian Man (It Won't Be Long) uit Oekraïne klinken wat Los Straitjackets-achtig, Plastic Section (I'm A Loser) uit Australië is lekker twangy , Boogie Company (I Need You) uit Estland is mooi melodieus en Norwegian Wood krijgt in de versie van Gene Pool & the Shallows uit Engeland een Pipeline arrangement, maar Pepperland van The RPS Surfers uit Israël heeft een vreemd orgeltje en The Moscow Beatballs (Sgt. Pepper's Lonely Hearts Club Band Reprise) uit Rusland en The Flamestones (I Am The Walrus met sax) uit Polen vind ik persoonlijk richtingloos rondplonsen. Pluspunten: de CD biedt een variatie aan instrumentale gitaarstijlen en meer dan de helft van de nummers zijn het onbekendere Beatles werk. Gelimiteerd op 200 exemplaren, zo lezen wij op www.sharawaji.bandcamp.com/album/benefit-of-mr-kitesurfer waar u alle tracks integraal kan beluisteren.
(Frantic Franky)

9 januari 2020

INDIAN BRED - FIRE IN THE TEEPEE
Atomicat Records, ACCD 012

Originele insteek: geen liedjes óver indianen maar "a rockin' look at native american born artists" oftewel 28 songs vertolkt door artiesten van native american afkomst, indianen zoals wij vroeger zeiden toen we nog Winnetoe films keken en cowboy en indiaan speelden. De bekendste zijn Link Wray (op het oorlogspad met de instro Raw-Hide), Jackie Lee Cochran (de uptempo rockabilly Mama Don't You Think I Know) die zich vanaf de jaren '70 Jackie Lee Waukeen Cochran ging noemen, Marvin - zijn naam verraadt het reeds - Rainwater (het demente Boo Hoo met Link Wray op gitaar en sluipend door de woestijn in de Valley Of The Moon) die zich wel eens in een indianenpak placht te steken, en de onverdacht zwarte Eddie Clearwater op het hoesje afgebeeld als The Chief, maar daarnaast kan ik voor de vuist weg niemand opnoemen. U wel? Deze CD zal U zal versteld doen staan! We wisten dat Amerika een smeltkroes is, maar wie had gedacht dat er indianenbloed stroomde door de aderen van Bill Haley (het toepasselijke aftelrijmpje Ten Little Indians als daverende meezinger nog met steel maar reeds met sax), Billy Lee Riley (Baby Please Don't Go), Charlie Feathers (Nobody's Woman), Marty Robbins (de country bopper I Can't Quit), Hank Williams (Baby We're Really In Love) en zelfs koning Elvis (het muziekdoos muziekje How Do You Think I Feel): genealogen die Elvis' stamboom uitspitten kwamen tot de vaststelling dat zijn over-over-overgrootmoeder langs moederskant de volbloed cherokee Morning White Dove (1800-1835) was! Wij wisten het evenmin, net zoals wij de zwarte artiesten Art Neville (de gezellige New Orleans rocker Zing Zing) die ooit nog mardi gras indiaan speelde, James Brown (Chonnie-On-Chon vóór hij de godfather van de soul werd) die naar eigen zeggen een afstammeling van Geronimo was, T Bone Walker (de jazzy uptempo Comeback To Me Baby Blues, euh, blues) en Champion Jack Dupree (de piano instrumental Old Time Rock 'n' Roll) er nooit van verdachten een roodhuid in hun stamboom te hebben rondlopen, laat staan halve Mexicanen als Chan Romero (de originele Hippy Hippy Shake) en Ritchie Valens (de gitaar instrumental Fast Freight). U gelooft mij niet? Nou, in het booklet staat haarfijn uitgelegd hoeveel kwartjes en achtstes cherokee, apache, crow, choctaw, shawnee, kiowa comanche, paiute, muskogee creek, tsalagi en yaqui zij door hun aderen hadden lopen. Minder bekend zijn Bobby Crown (de rockabilly classic One Way Ticket), Frank "Andy" Starr (Knees Shakin') en de in een tuscarora reservaat geboren Ben Hewitt (You Break Me Up), totaal onbekend is ene Cherokee Chief (de hillbilly boogie Mean And Evil Blues en de white rock indianen op het oorlogspad gitaar/sax instrumental Little Mama Twist), en een twijfelgevalletje is Jenks “Tex” Carman (de uptempo Hawaiaanse gitaar instrumental Fire in The Teepee) die dan wel veren op zijn hoofd droeg en beweerde een halve cherokee te zijn maar dat nooit hard kon maken. De beste track is voor mijn few dollars more It's Music She Says van Link Wray's broer Vernon Wray toen die nog Lucky Wray heette en hillbilly speelde, de bizarste track is de hillbilly Rhythm In My Soul van Harry Carter "the rock 'n' roll apache" with the Dixie Rhythmaires, een primitieve boogie op accordeon met een rock 'n' roll gitaar erdoorheen solerend!
Volgens Atomicat komen er nog vier (niet-genummerde) Indian Bred volumes waarvan deel 2 nu reeds uit is onder de titel Chief Whoopin' Koff (ACCD013). Info: www.atomi-c.at
(Frantic Franky)

Vinyl Recensies

SHAKE BABY SHAKE/ THE BONESHAKERS
Topsy Turvy Records, TTR-45-001

The Boneshakers uit Keulen zijn een twee jaar geleden opgericht trio met de opmerkelijke bezetting van contrabas (Puck Lensing van Little Roger & the Houserockers, Boozehounds, Frantic Flintstones), akoestische gitaar (Schorni Walker, speelde net als Puck Lensing in punkband The Sewer Rats) en drums/zang (Boney Shaker), en wat het nog specialer maakt is dat Boney Shaker een meid is. Volgens de press release combineren ze akoestische rockabilly met rock 'n' roll classics en old school rhythm 'n' blues maar van dat laatste hoor en zie ik niet veel op hun liveclipjes op YouTube. Klassiekers des te meer en daarvan kozen ze er twee uit voor hun debuutsingle. Shake Baby Shake is niet de Sexy Ways Shake Baby Shake van Hank Ballard en Jesse Lee Turner, wel Jerry Lee Lewis' Whole Lotta Shakin' Goin' On dat op dezelfde manier groovet als Goin' Up The Country door Kitty, Daisy & Lewis, nummer dat The Boneshakers zelf live spelen en een band waaraan The Boneshakers wel meer doen denken wanneer je die clips ziet: zangeres Boney Shaker drumt rechtstaand met alleen een snaartrommel, één cymbaal en borsteltjes, terwijl ze de look van Imelda May heeft. Veel meer dan de maat houden doet ze niet met die drums: de roffels op een liveclipje van Hound Dog worden gedaan door de contrabas! Er zit weinig variatie in haar grollende stem en het groepsgeluid is uit de aard der zaken repetitief en zelfs wat eentonig. Toch heeft zo'n akoestisch gepickte gitaarsolo wel degelijk iets dat opvalt, klinkt het resultaat aanstekelijk en is B-kant These Boots Are Made For Walking in deze uptempo versie best bopbaar. Live in een café zal het wel dikke vette ambiance zijn en hun sound in combinatie met die klassiekers is ideaal om op straat te busken, wat ze luidens die YouTube filmpjes inderdaad doen. Alleen wat mij betreft liefst met minder uitgekauwde klassiekers: op YouTube staat een mij geheel onbekend (eigen?) uptempo nummer dat erg goed klinkt.
Topsy Turvy Records is een onderafdeling van www.soundflatrecords.de. Info: www.theboneshakers.de
(Frantic Franky)


SHE'S GONE/ THE NITE HOWLERS
Sleazy Records, SR161

De Franse Nite Howlers speelden sinds 2016 op alle Europese festivals en dat verbaast niet als je ziet dat dit de nieuwste band van Olivier Laporte is die al minstens 20 jaar de rock 'n' roll scene onveilig maakt als frontman van groepen zo divers als The Wild Goners, Roy Thompson & the Mellow Kings en Roy Thompson & his Royal Acadians. Zijn Nite Howlers bestaan uit gitarist Jules Moonshiner (Cactus Candies, Silver Moon), contrabassist Maxime Genouel (zang en gitaar in blues band The Freaky Buds, contrabas in The Cactus Candies) en drummer Pedro Pena, al is zoals bij vele bands het verloop groot: Pena is inmiddels wegens tijdgebrek (zijn Penahaus schoenen- en kledinglijn) vervangen door de Spanjaard Jesus Lopez van Roy Dee & the Spitfires, The Kabooms en Pike Cavalero. Voor wie wel eens met de sleurhut door Frankrijk trekt: ze komen uit de grillige driehoek Bourges, Nantes, Toulouse, die kanten. Deze Charlie Feathers tribute opgenomen bij Black Shack in Calw (D) is hun tweede single na Seven Dates A Week/ Cold Cold Woman (RR45-106) uit 2018 op Ruby Ann's label Ruby Records en vergelijkbaar met de hypnotische Wild Records-achtige sound van Seven Dates A week en de Big Boss Man styled Benny Joy cover Cold Cold Woman, maar dan uiteraard naadloos overvloeiend in de uit gewapend beton opgetrokken rockabilly van Charlie Feathers, zo'n groot idool voor Laporte dat hij in de jaren '90 zoals wel meerderen onder u op bedevaart trok naar Feathers thuis in Memphis, zie de foto op de achterkant van het hoesje waarop hij glunderend poseert met de in 1998 overleden rockabilly pionier en Sun artiest. Op deze single covert Laporte twee Charlie Feathers nummers met op de A-kant het rechtdoor She's Gone, Feathers' bewerking van Hank Williams' Long Gone Lonesome Blues dat ik ken van zijn in 1973 opgenomen LP Good Rockin' Tonight. The Nite Howlers spelen het drie versnellingen sneller maar behouden wel de wanhopige intensiteit en semi-akoestische hypnotische sfeer van het origineel. Ook live tijdens hun concerten is het een sterk nummer. B-kant Today And Tomorrow klinkt exact hetzelfde als She's Gone maar trager doch even goed, even intens en misschien zelfs rockender dan Feathers' melancholische origineel uit 1961 en daardoor in te plannen als een uptempo stroller.
Weetje: het hoesje is een knipoog naar Norton Records' Jungle Fever EP uit 1994 met Charlie Feathers' en Jody Chastain's Kay opnames uit 1958.
Info: www.facebook.com/roy.thompsonandmellowkings en www.sleazyrecords.com
(Frantic Franky)


REBEL WITH A CAUSE/ JOE DEE & HIS JETTONES
Plan 9 Trash Records, P9E18

Joe Dee & his JetTones komen uit Oostenrijk, werden opgericht in 2016 en dit is voor zover ik kan ontdekken hun debuut, op het (enige?) Oostenrijkse rock 'n' roll label Plan 9 Trash. Daarnaast hebben ze nog één ander nummer, Robot Girl, op de Schnitzelbilly Volume 5 vinyl-EP uit 2019 (Plan 9 Trash P9E185; de andere bands daarop zijn The Lettners, The Oilchange Trio en The Ridin' Dudes). Joe Dee Restive die als hij geïnterpelleerd wordt door de politie de naam Stephan Axmann moet opgeven, zingt rock 'n' roll sinds minstens 2007 met Joey Restive & the Jetjives. In The JetTones wordt hij begeleid door de uit de blues afkomstige drummer Harald Hauzenberger, gitarist Fritz Weiss (ooit in de Oostenrijkse rock 'n' roll-/ bluesband Papa's Hausband, één LP in 1985), eighties revival contrabassist Gary 'O en op twee van de vier zelfgeschreven nummers door speciale gast blues en boogiewoogie pianist Karl Hloch die samen met Hauzenberger bij de Oostenrijkse bluesman Al Cook speelt die - zo zie ik op YouTube - soms met The JetTones meedoet. Ons kent ons dus en het lijkt me niet onredelijk de band te omschrijven als bestaande uit veteranen van de Oostenrijkse rock 'n' roll- en bluesscene. Opener Willy Nilly heeft de nerveuze snelheid van Rollin' Rock opnames uit de jaren '70, ook door de huis- tuin- en keuken sound, de gastpiano, de stops en doordat het zo kort is, amper 1:24. Ook de drie andere songs ademen Rollin' Rock uit zoals de echo, de stops en dat rare afgebroken einde van de traditionele rockabilly Rock Away Your Blues. Rebel With A Cause met onverwachte jazzy piano solo en ook weer met stops is even springerig urgent als Willy Nilly, Dark River is rustiger en verhalender. Joe Dee is geen geweldige zanger en de klank rammelt als in de hoogdagen van opnieuw Rollin' Rock, en daarom zal de rock 'n' roll van Joe Dee & the JetTones vooral in de smaak vallen van mensen die zijn blijven hangen bij Rollin' Rock.
Hardcover hoesje, maar opgelet: er is een gewone zwarte versie maar ook een gelimiteerde uitgave van amper 50 stuks op marbled red vinyl! Alle vier songs staan integraal op YouTube dus daar kan je beluisteren welk vlees je in de kuip hebt. Info: www.schnitzelbilly.at en
www.joedee.org (Frantic Franky)

2 januari 2020

CD Recensie

ROCK YA BABY
Atomicat, 1956045

Hé, is dat Grace Kelly op de cover? Nee, kan niet, want de foto stond in de lente van 1957 op de cover van Classic Photography, een blad gespecialiseerd in dames in bikini, en Grace Kelly was al in 1956 gehuwd met prins Rainier van Monaco. Pan-American Recordings was een serie van bij mijn laatste inventarisatie 43 CD’s met al dan niet sleazy pin ups met deels blote borsten op de hoesjes verschenen in Zwitserland tussen 2007 en 2011, meestal aangeboden aan een hele scherpe prijs. Correct me if I'm wrong, aub, want bij dit soort semi-legale releases is de info altijd schaars. Soit, met laat ons zeggen 40 x 25 tracks = 1000 songs hebt u een indrukwekkend arsenaal rockabilly en rock 'n' roll in huis, vergelijkbaar met de Buffalo Bop reeks. En nu, helemaal out of the blue, neemt Atomicat blijkbaar het zaakje over! Dit is de eerste Atomicat "Pan-American" CD die volume 45 moet zijn want het is net als Buffalo Bop een niet-genummerde CD serie enkel te identificeren aan het catalogus nummer.
Wie niets van Buffalo Bop heeft doet in elk geval een goeie zaak want op deze CD staan zeer weinig voor de hand liggende nummers: de bekendste zijn het bronstige Bertha Lou van Johnny Faire alias Dick Bush alias Donnie Brooks, Shake Baby Shake van Jesse Lee Turner en 50 Megatons van Sonny Russell. De CD rockt op het scherp van de gulden snede tussen rockabilly en rock 'n' roll, klinkt zo scherp als een versgeslepen knipmes en alle 26 tracks zijn wild: als het minst wilde nummer van ene Rick Rickels & his Wild Guitar is dan weet je dat de CD even straf zal zijn als een pot mostaard van Dijon. Hou u dan ook vast aan de takken van de mast voor een royale portie rockabilly (Rock Ya Baby van Jim McCrory, She's My Woman van Bobby Roberts, Bad Bad Way van Rodger & the Tempests, Love Me Baby van de vocaal door Elvis op Sun geïnspireerde Chavis Brothers, het primitieve Baby By Rock van Winnie Starr & the Omaha Kid, het hiccup feest A Woman Can Make You Blue van Royce Porter) alsmede rock 'n' roll (Betty Jo van Nicky Brazell & the Satellites, Jim Dandy van The Spades, Doggone It Baby van The Rock-A-Teens, I've Got It van Ralph Zonderachternaam, Little Willie van Richie Deran & the New Tones, My Baby Don't Rock Me van Ken Westberry & the Chaperones, Meet Miss Susie van Eddy Cleary & the Customs, She's All Mine van Chuck Tyler & the Royal Lancers, Cindy van de nog steeds optredende Johnny Fay, Messed Up van Bill Swing), gekruid met de gezongen sleazy rhythm 'n' blues track Mary Ann van Link Wray, de uptempo bluesrock 'n' roll stroll in You're Humbugging Me stijl She Left Me Crying van Dinky Harris & the Spades en het de sixties garage aankondigende Tornado Twist van The Tornadoes. Een aantal tracks zoals Corvette Baby van Bob Cass & his Corvettes, het op Chuck Berry geïnspireerde Square Town van The Darts en Cruise Inn van Bucky & the Premiers hellen over naar de primitieve white rock. Wat hier juist rock 'n' roll, rockabilly dan wel white rock is hangt trouwens louter af van je gemoedsstemming! In elk geval zijn de paswoorden wild en primitief, en aangezien de naam Buffalo Bop hier al meerdere malen is gevallen kunnen we evengoed hun slagzin jatten: dit is the bop that never stopped. Meer zelfs, dit is de ideale introductie tot die hele Pan-American reeks.
Info: www.atomi-c.at
(Frantic Franky)

Vinyl Recensies

VOODOO VOODOO/ GIGI & THE TWO TONES
Tessy Records, Tessy EP-207

Het Duitse label Tessy heeft er een handje van weg platen uit te brengen van bands waar ik nog nooit van heb gehoord. Vaak zijn dat Duitse bands en dat is ook nu het geval, al moet er een link zijn met Tsjechië getuige het feit dat hier één nummer op staat gezongen in het Tjechisch! Of misschien spelen ze er gewoon vaak, want hun thuisstad Augsburg ligt nu ook weer niet zó ver van de Tsjechische grens. De band bestaat uit zangeres Riinka Gigilette (eerder in Los Bang Bang), contrabassist Marcel Brun (eerder in Rhythm Train, CH), drummer Tex Walter en gitarist Axel Schuch. Die laatste twee spelen ook in Cadcatz Trio waarvan stijl en sound vergelijkbaar zijn met Gigi & the Two Tones. De EP bevat twee covers en twee originals, of correcter één original want de Engelse en de Tsjechische versie van Rockin Sender zijn identiek behalve de zang, ik neem aan dat dezelfde muziektrack is gebruikt. Het nummer is te cliché gespeelde rockabilly met stop-start structuur en een enkel modern akkoord, maar de tweede gitaarsolo en de roffel in de drums tillen het omhoog, zij het niet tot het niveau van de Lavern Baker cover Voodoo Voodoo, de pittig klinkende winnaar van de EP en draaibaar als uptempo rockabilly stroll. Het is het stevigste nummer, bevat een vleugje twangy gitaar en doet Gigilette's stem goed uitkomen. In het rustigste nummer, het aardige doch ingehouden gespeelde I Love You Honey van Patsy Cline, klinkt ze wat breekbaarder en zweveriger. Dit nummer en Rockin Sender mochten wat mij betreft ietsje steviger klinken, maar toch is dit een sympathieke single. Helaas is het tegelijkertijd een souvenir want in september 2019 gingen Gigilette en The Two Tones elk hun eigen weegs en maakte de band een doorstart als Sunny Bee & the Two Tones met de zangeres van The Atomic Rocketeers en The Bel Airs. Hardcover met inner sleeve, maar opgelet: er is een gewone zwarte versie van 400 stuks maar ook een gelimiteerde uitgave van amper 100 stuks op blauw vinyl!
Info: www.tessyrecords.de en www.facebook.com/gigi-the-two-tones
(Frantic Franky)

DON'T KNOCK THE ROCK/
BILL HALEY & HIS COMETS

Bear Family, BAF 11023

Nou, omdat ik de Bear Family heruitgave See You Later Alligator (BAF 110012) zo mooi vond kan deze er ook nog wel bij: de op 500 exemplaren gelimiteerde heruitgave op transparant 10-inch vinyl van de Australische 33 1/2 RPM long playing microgroove 10-inch Festival (FR10-1226) uit 1957, de soundtrack van de film Don't Knock The Rock uit 1956, of toch van de Bill Haley nummers op die soundtrack want ook Dave Appell & The Applejacks, Little Richard, The Treniers en ene Alan Dale zijn te zien en te horen in dat vervolg op Rock Around The Clock, allebei Alan Freed vehikels. Een echte soundtrack is daarvan bij mijn weten nooit verschenen, wat mooi zou zijn. Een ideetje voor Bear Family? In Don't Knock The Rock zitten dacht ik slechts zes Bill Haley nummers, zijnde het geweldige Hot Dog Buddy Buddy, de straffe gitaar instrumental Goofin’ Around van Franny Beecher (op deze plaat staat de reguliere studio versie: de alternatieve versie te horen in de film is enkel en alleen uitgebracht op een CD van Hydra Records die elke noot die nog maar doet denken aan Bill Haley hebben bewaard voor het nageslacht), Don’t Knock The Rock, Hook Line And Sinker, de sax instrumental Calling All Comets en de Little Richard cover Rip It Up, waarvan vooral Hot Dog Buddy Buddy en Goofin' Around gelden als voorbeelden van de krachtige sound uit Bill Haley's echokamer. Op de originele plaat en ook hier hernomen staan twee extra nummers die niet in de film voorkomen, Haley's cover van Louis Jordan's Choo Choo Ch Boogie en het oosters geïnspireerde en geweldige Teenager's Mother. Op de heruitgave staan nog twee bonustracks wat het totaal op 10 brengt, I'll Be With You In Apple Blossom Time (1957) en Caldonia (1959). Bij elkaar opgeteld betekent dit dat op deze 10-inch wat minder dynamiet en wat meer medium tempo nummers staan die richting variété rock 'n' roll gaan, maar het blijft de ongeëvenaarde bompa Bill. De hoesnota’s van de originele plaat lazen "verse originele explosieve tunes uitgevoerd met die luisterrijke altijd-in-beweging opwinding die de happy, swingende rock ‘n’ roll party recht in je eigen woonkamer brengt", en 60 jaar later klopt dat nog steeds als een vader zijn kinderen. Lang leve Bill Haley en lang leve Bear Family!
Info: www.bear-family.com
(Frantic Franky)


STRING DUSTIN'/ THE COUNTRY ALL-STARS
Bear Family, BAF 11022

Alweer een mooie heruitgave in de Bear Family Vinyl Club 11000 reeks: een oranje 10-inch van de oorspronkelijk in 1953 verschenen RCA 10-inch (LPM 3167) String Dustin' van The Country All-Stars, een project van gitarist Chet Atkins dat je zou kan beschouwen als zijn eerste supergroep, want Atkins wordt begeleid door zijn vaste studio cohorten Henry Haynes (gitaar), Ken Burns (mandoline, samen waren die twee country parodisten Homer & Jethro) en Jerry Byrd (steel), aangevuld met de minder bekende Dale Potter op fiddle en afwisselende Ernie Newton en Charles R. Grean op bas. De opnames vonden plaats in 1952 en begin 1953, en Chet Atkins zou tot 1956 nog enkele Country All-Stars opnamesessies leiden met deels andere bezettingen, wellicht gewoon wie toevallig beschikbaar was, en deels zonder Chet Atkins zelf. Zelfs het woord "opnamesessies" is te veel gezegd, want eigenlijk werden de nummers opgenomen tussen opnamesessies in, om de gaten te vullen en zoals Dale Potter in een interview zei om een handvol dollars studiotarief bij te verdienen. Soit, die mensen konden nog goed spelen als ze half in slaap en half ziek waren, ten bewijze waarvan Bear Family de complete sessies in 1993 uitbracht onder de titel Jazz From The Hills (BCD 15728AH). De nieuwe 10-inch bevat het eerste album van The Country All-Stars - in 1953 werden acht nummers nog beschouwd als een volwaardig album. In tegenstelling tot de latere vocale sessies was String Dustin' volledig instrumentaal. De plaat bevatte naast één eigen nummer, Midnight Train, covers van oudere pop en jazz zoals Marie, In A Little Spanish Town, Sweet Georgia Brown, Stompin' At The Savoy en zelfs een bluesy When It's Darkness On The Delta - blues werd in die tijd beschouwd als een jazzstijl. Terwijl de latere sessies meer richting ouderwetse doch aanstekelijke country met een hoog hoempapa gehalte gingen waarop je zo de walsende koppeltjes voor je geestesoog over de met zaagsel bestrooide dansvloer ziet schuifelen, is String Dustin' een mix van country instrumentatie, jazzimprovisatie en een poprepertoire. Je hoort de jazz in de tegen elkaar op duellerende gitaren en steelgitaar en zelfs mandoline, waardoor een nummer als Song Of The Wanderer inderdaad meer jazz dan country klinkt. Opvallend: Chet Atkins gebruikt hier een plectrum, terwijl hij toch vooral bekend is als fingerpicker. Het was wellicht niet hun bedoeling om Kunst met een grote -K te maken, maar technisch is dit bijzonder knap en je hoort het speelplezier eraf spatten. Twee bonussen van ná 1953 brengen het aantal tracks op tien, en één van die twee is het enige vocale nummer, Do Something, naar ik aanneem gezongen door Henry ’Homer’ Haynes en een goed voorbeeld van zo'n onweerstaanbare country shuffle. Ja, je kan dit anno 2020 met een paar muisklikken beluisteren op je laptop en zelfs op je 4K televisie, maar waarom niet doen zoals in 1953? Is er iets mooier dan zo'n dikke plak vinyl uit de hoes nemen, voorzichtig op je platendraaier leggen, die naald langzaam en plechtig in het vinyl laten neerdalen, achterover leunen in je meest luie zetel en genieten? Gelimiteerd op 500 stuks en in principe enkel te koop via Bear Family's online mail order.
Info: www.bear-family.com
(Frantic Franky)



Lees hier de oudere recensies

Terug naar de voorpagina