(reclame)


Je recente CD, DVD, plaat of boek gerecenseerd op onze website? Stuur deze dan naar de hoofdredactie!
Your recent CD, DVD, record or book reviewed on our website? Send it to our editor-in-chief!


 

16 januari 2020

CD Recensies

LET IT BE GUITAR/ JOEL PATERSON
Ventrella Records, LP 5008 / BS 722

Het debat of op rock 'n' roll festiviteiten Beatles mogen gedraaid worden woedt nog steeds in alle hevigheid (en wij blijven volhardend in de boosheid hardnekkig vinden dat I Saw Her Standing There een geweldige beat jiver is) maar gek genoeg verschenen er in 2019 twee CD’s met instrumentale bewerkingen van The Beatles, één in surfstijl, de andere van Joel Paterson uit Chicago wiens Let It Be Guitar de opvolger is van zijn Hi-Fi Christmas Guitar uit 2017 waarop hij kerstnummers multitrackte in de traditie van Les Paul en Chet Atkins. Paterson behoort tot de stal muzikanten van Jimmy Sutton en JD McPherson, gitaart bij The Modern Sounds, nam met hen een album op als begeleiders van pianist Carl Sonny Leyland, speelde daarnaast ook bijvoorbeeld keyboards voor The Cactus Blossoms en was met hen te zien in de nieuwe Twin Peaks reeks. Op dit Beatles cover album speelt hij gitaar, pedal steel en lap steel begeleid door bassist Beau Sample, drummer Alex Hall en Hammond B3 orgelist Chris Foreman, wat betekent dat de band een dooreengeklutste versie is van The Modern Sounds en het Joel Paterson Organ Trio. Er staat inderdaad aardig wat orgel op, soms op de achtergrond als in het speelse From Me To You, soms erg prominent als in Can't Buy Me Love dat pure jazz wordt. No Reply, ook met orgel, krijgt een rustige ska (of is het reggae?) beat, Drive My Car heeft een groovy Booker T & the MGs sixties vibe, This Boy wordt Santo & Johnny, Girl doet me denken aan Anton Karas' Third Man Theme (ook bekend als het Harry Lime Theme) en de pop country van I Don't Want To Spoil The Party is in de deskundige handen van Joel Paterson goed voor een flink potje country rock. Paterson speelt de 16 instrumentals in een mix van gitaarstijlen waarin hij schuld bekend aan legendarische gitaristen als Les Paul, Chet Atkins, Jorgen Ingmann, James Burton, Buddy Emmons en Ernest Ranglin. Die eerste twee kan ik eruit halen (Les Paul = Honey Pie en Michelle, Chet Atkins fingerpicking = All My Loving) maar om eerlijk te zijn ken ik te weinig van die gitaristen en zullen de meeste verwijzingen ons ontgaan (ik hoor er ook wat Los Straitjackets in), wat niet wegneemt dat we hier niet van zouden kunnen genieten: dit album met fantastische arrangementen werkt omdat het én rustig én met al die Hawaiiaanse klanken mooi is en vooral omdat het niet aan The Beatles doet denken! Weetje: de hoes is een knipoog naar Introducing The Beatles - Engelands N° 1 Vocal Group, de eerste Beatles LP die verscheen in de States, meer bepaald op 10 januari 1964 op Vee-Jay Records. Let It Be Guitar: Joel Paterson Plays The Beatles is ook uit op zwart én doorschijnend wit vinyl en verscheen op Paterson's eigen Ventrella Records, verdeling via www.bloodshotrecords.com. Info: www.joelpaterson.com
(Frantic Franky)


BENEFIT OF MR. KITESURFER
Sharawaji Records, SR063

Het debat of op rock 'n' roll festiviteiten Beatles mogen gedraaid worden woedt nog steeds in alle hevigheid (en wij blijven volhardend in de boosheid hardnekkig vinden dat I Saw Her Standing There een geweldige beat jiver is) maar gek genoeg verschenen er in 2019 twee CD’s met instrumentale bewerkingen van The Beatles, één van Modern Sounds gitarist Joel Paterson (USA), de andere een surfcompilatie waarvan wij geeneens weten of ie echt uit is als fysieke CD dan wel enkel digitaal te koop is: wij kregen hem doorgestuurd via een Russische verdeler hoewel alles er op wijst dat Sharawaji een Brits label is waarop eerder al werk verscheen van een hoop obscure surf bands waarvan wij alleen Los Daytonas uit Spanje kennen. Geinig is dat er aan die originele mail nog een stuk mail hing waarin een DJ van een online radiostation aan de platenfirma meedeelde dat The Beatles geen rockabilly zijn en daarom ook nooit op zijn rockabillyradio zullen gedraaid worden, zie wat we hierboven zeiden over die eindeloze Beatles discussie. De ondertitel is in elk geval geweldig: 13 bands from 13 countries play 13 songs from 13 albums by The Beatles. Wij kennen slechts één van die bands en dat zijn The Moscow Beatballs, uit welke onderzeese grotten dat ander dozijn komt gekropen is ons onbekend. Surf kan anno 2020 synoniem staan voor het beenharde werk doch dat valt hier reuze mee: 't is luid maar geen metal, al hangen The Surf Terraneos (Come Together) uit Mexico het wel uit, maar dat deed Dick Dale ook op zijn comeback CD’s. Ja, de gitaar freewheelt rocksgewijs een eind in het zilte ijle in de solo van het uit Wit-Rusland afkomstige The Silicon (I Saw Her Standing There) maar voor de rest is dit één en al glissando op de golven van de rivier de Mersey.
Amphibian Man (It Won't Be Long) uit Oekraïne klinken wat Los Straitjackets-achtig, Plastic Section (I'm A Loser) uit Australië is lekker twangy , Boogie Company (I Need You) uit Estland is mooi melodieus en Norwegian Wood krijgt in de versie van Gene Pool & the Shallows uit Engeland een Pipeline arrangement, maar Pepperland van The RPS Surfers uit Israël heeft een vreemd orgeltje en The Moscow Beatballs (Sgt. Pepper's Lonely Hearts Club Band Reprise) uit Rusland en The Flamestones (I Am The Walrus met sax) uit Polen vind ik persoonlijk richtingloos rondplonsen. Pluspunten: de CD biedt een variatie aan instrumentale gitaarstijlen en meer dan de helft van de nummers zijn het onbekendere Beatles werk. Gelimiteerd op 200 exemplaren, zo lezen wij op www.sharawaji.bandcamp.com/album/benefit-of-mr-kitesurfer waar u alle tracks integraal kan beluisteren.
(Frantic Franky)

9 januari 2020

INDIAN BRED - FIRE IN THE TEEPEE
Atomicat Records, ACCD 012

Originele insteek: geen liedjes óver indianen maar "a rockin' look at native american born artists" oftewel 28 songs vertolkt door artiesten van native american afkomst, indianen zoals wij vroeger zeiden toen we nog Winnetoe films keken en cowboy en indiaan speelden. De bekendste zijn Link Wray (op het oorlogspad met de instro Raw-Hide), Jackie Lee Cochran (de uptempo rockabilly Mama Don't You Think I Know) die zich vanaf de jaren '70 Jackie Lee Waukeen Cochran ging noemen, Marvin - zijn naam verraadt het reeds - Rainwater (het demente Boo Hoo met Link Wray op gitaar en sluipend door de woestijn in de Valley Of The Moon) die zich wel eens in een indianenpak placht te steken, en de onverdacht zwarte Eddie Clearwater op het hoesje afgebeeld als The Chief, maar daarnaast kan ik voor de vuist weg niemand opnoemen. U wel? Deze CD zal U zal versteld doen staan! We wisten dat Amerika een smeltkroes is, maar wie had gedacht dat er indianenbloed stroomde door de aderen van Bill Haley (het toepasselijke aftelrijmpje Ten Little Indians als daverende meezinger nog met steel maar reeds met sax), Billy Lee Riley (Baby Please Don't Go), Charlie Feathers (Nobody's Woman), Marty Robbins (de country bopper I Can't Quit), Hank Williams (Baby We're Really In Love) en zelfs koning Elvis (het muziekdoos muziekje How Do You Think I Feel): genealogen die Elvis' stamboom uitspitten kwamen tot de vaststelling dat zijn over-over-overgrootmoeder langs moederskant de volbloed cherokee Morning White Dove (1800-1835) was! Wij wisten het evenmin, net zoals wij de zwarte artiesten Art Neville (de gezellige New Orleans rocker Zing Zing) die ooit nog mardi gras indiaan speelde, James Brown (Chonnie-On-Chon vóór hij de godfather van de soul werd) die naar eigen zeggen een afstammeling van Geronimo was, T Bone Walker (de jazzy uptempo Comeback To Me Baby Blues, euh, blues) en Champion Jack Dupree (de piano instrumental Old Time Rock 'n' Roll) er nooit van verdachten een roodhuid in hun stamboom te hebben rondlopen, laat staan halve Mexicanen als Chan Romero (de originele Hippy Hippy Shake) en Ritchie Valens (de gitaar instrumental Fast Freight). U gelooft mij niet? Nou, in het booklet staat haarfijn uitgelegd hoeveel kwartjes en achtstes cherokee, apache, crow, choctaw, shawnee, kiowa comanche, paiute, muskogee creek, tsalagi en yaqui zij door hun aderen hadden lopen. Minder bekend zijn Bobby Crown (de rockabilly classic One Way Ticket), Frank "Andy" Starr (Knees Shakin') en de in een tuscarora reservaat geboren Ben Hewitt (You Break Me Up), totaal onbekend is ene Cherokee Chief (de hillbilly boogie Mean And Evil Blues en de white rock indianen op het oorlogspad gitaar/sax instrumental Little Mama Twist), en een twijfelgevalletje is Jenks “Tex” Carman (de uptempo Hawaiaanse gitaar instrumental Fire in The Teepee) die dan wel veren op zijn hoofd droeg en beweerde een halve cherokee te zijn maar dat nooit hard kon maken. De beste track is voor mijn few dollars more It's Music She Says van Link Wray's broer Vernon Wray toen die nog Lucky Wray heette en hillbilly speelde, de bizarste track is de hillbilly Rhythm In My Soul van Harry Carter "the rock 'n' roll apache" with the Dixie Rhythmaires, een primitieve boogie op accordeon met een rock 'n' roll gitaar erdoorheen solerend!
Volgens Atomicat komen er nog vier (niet-genummerde) Indian Bred volumes waarvan deel 2 nu reeds uit is onder de titel Chief Whoopin' Koff (ACCD013). Info: www.atomi-c.at
(Frantic Franky)

Vinyl Recensies

SHAKE BABY SHAKE/ THE BONESHAKERS
Topsy Turvy Records, TTR-45-001

The Boneshakers uit Keulen zijn een twee jaar geleden opgericht trio met de opmerkelijke bezetting van contrabas (Puck Lensing van Little Roger & the Houserockers, Boozehounds, Frantic Flintstones), akoestische gitaar (Schorni Walker, speelde net als Puck Lensing in punkband The Sewer Rats) en drums/zang (Boney Shaker), en wat het nog specialer maakt is dat Boney Shaker een meid is. Volgens de press release combineren ze akoestische rockabilly met rock 'n' roll classics en old school rhythm 'n' blues maar van dat laatste hoor en zie ik niet veel op hun liveclipjes op YouTube. Klassiekers des te meer en daarvan kozen ze er twee uit voor hun debuutsingle. Shake Baby Shake is niet de Sexy Ways Shake Baby Shake van Hank Ballard en Jesse Lee Turner, wel Jerry Lee Lewis' Whole Lotta Shakin' Goin' On dat op dezelfde manier groovet als Goin' Up The Country door Kitty, Daisy & Lewis, nummer dat The Boneshakers zelf live spelen en een band waaraan The Boneshakers wel meer doen denken wanneer je die clips ziet: zangeres Boney Shaker drumt rechtstaand met alleen een snaartrommel, één cymbaal en borsteltjes, terwijl ze de look van Imelda May heeft. Veel meer dan de maat houden doet ze niet met die drums: de roffels op een liveclipje van Hound Dog worden gedaan door de contrabas! Er zit weinig variatie in haar grollende stem en het groepsgeluid is uit de aard der zaken repetitief en zelfs wat eentonig. Toch heeft zo'n akoestisch gepickte gitaarsolo wel degelijk iets dat opvalt, klinkt het resultaat aanstekelijk en is B-kant These Boots Are Made For Walking in deze uptempo versie best bopbaar. Live in een café zal het wel dikke vette ambiance zijn en hun sound in combinatie met die klassiekers is ideaal om op straat te busken, wat ze luidens die YouTube filmpjes inderdaad doen. Alleen wat mij betreft liefst met minder uitgekauwde klassiekers: op YouTube staat een mij geheel onbekend (eigen?) uptempo nummer dat erg goed klinkt.
Topsy Turvy Records is een onderafdeling van www.soundflatrecords.de. Info: www.theboneshakers.de
(Frantic Franky)


SHE'S GONE/ THE NITE HOWLERS
Sleazy Records, SR161

De Franse Nite Howlers speelden sinds 2016 op alle Europese festivals en dat verbaast niet als je ziet dat dit de nieuwste band van Olivier Laporte is die al minstens 20 jaar de rock 'n' roll scene onveilig maakt als frontman van groepen zo divers als The Wild Goners, Roy Thompson & the Mellow Kings en Roy Thompson & his Royal Acadians. Zijn Nite Howlers bestaan uit gitarist Jules Moonshiner (Cactus Candies, Silver Moon), contrabassist Maxime Genouel (zang en gitaar in blues band The Freaky Buds, contrabas in The Cactus Candies) en drummer Pedro Pena, al is zoals bij vele bands het verloop groot: Pena is inmiddels wegens tijdgebrek (zijn Penahaus schoenen- en kledinglijn) vervangen door de Spanjaard Jesus Lopez van Roy Dee & the Spitfires, The Kabooms en Pike Cavalero. Voor wie wel eens met de sleurhut door Frankrijk trekt: ze komen uit de grillige driehoek Bourges, Nantes, Toulouse, die kanten. Deze Charlie Feathers tribute opgenomen bij Black Shack in Calw (D) is hun tweede single na Seven Dates A Week/ Cold Cold Woman (RR45-106) uit 2018 op Ruby Ann's label Ruby Records en vergelijkbaar met de hypnotische Wild Records-achtige sound van Seven Dates A week en de Big Boss Man styled Benny Joy cover Cold Cold Woman, maar dan uiteraard naadloos overvloeiend in de uit gewapend beton opgetrokken rockabilly van Charlie Feathers, zo'n groot idool voor Laporte dat hij in de jaren '90 zoals wel meerderen onder u op bedevaart trok naar Feathers thuis in Memphis, zie de foto op de achterkant van het hoesje waarop hij glunderend poseert met de in 1998 overleden rockabilly pionier en Sun artiest. Op deze single covert Laporte twee Charlie Feathers nummers met op de A-kant het rechtdoor She's Gone, Feathers' bewerking van Hank Williams' Long Gone Lonesome Blues dat ik ken van zijn in 1973 opgenomen LP Good Rockin' Tonight. The Nite Howlers spelen het drie versnellingen sneller maar behouden wel de wanhopige intensiteit en semi-akoestische hypnotische sfeer van het origineel. Ook live tijdens hun concerten is het een sterk nummer. B-kant Today And Tomorrow klinkt exact hetzelfde als She's Gone maar trager doch even goed, even intens en misschien zelfs rockender dan Feathers' melancholische origineel uit 1961 en daardoor in te plannen als een uptempo stroller.
Weetje: het hoesje is een knipoog naar Norton Records' Jungle Fever EP uit 1994 met Charlie Feathers' en Jody Chastain's Kay opnames uit 1958.
Info: www.facebook.com/roy.thompsonandmellowkings en www.sleazyrecords.com
(Frantic Franky)


REBEL WITH A CAUSE/ JOE DEE & HIS JETTONES
Plan 9 Trash Records, P9E18

Joe Dee & his JetTones komen uit Oostenrijk, werden opgericht in 2016 en dit is voor zover ik kan ontdekken hun debuut, op het (enige?) Oostenrijkse rock 'n' roll label Plan 9 Trash. Daarnaast hebben ze nog één ander nummer, Robot Girl, op de Schnitzelbilly Volume 5 vinyl-EP uit 2019 (Plan 9 Trash P9E185; de andere bands daarop zijn The Lettners, The Oilchange Trio en The Ridin' Dudes). Joe Dee Restive die als hij geïnterpelleerd wordt door de politie de naam Stephan Axmann moet opgeven, zingt rock 'n' roll sinds minstens 2007 met Joey Restive & the Jetjives. In The JetTones wordt hij begeleid door de uit de blues afkomstige drummer Harald Hauzenberger, gitarist Fritz Weiss (ooit in de Oostenrijkse rock 'n' roll-/ bluesband Papa's Hausband, één LP in 1985), eighties revival contrabassist Gary 'O en op twee van de vier zelfgeschreven nummers door speciale gast blues en boogiewoogie pianist Karl Hloch die samen met Hauzenberger bij de Oostenrijkse bluesman Al Cook speelt die - zo zie ik op YouTube - soms met The JetTones meedoet. Ons kent ons dus en het lijkt me niet onredelijk de band te omschrijven als bestaande uit veteranen van de Oostenrijkse rock 'n' roll- en bluesscene. Opener Willy Nilly heeft de nerveuze snelheid van Rollin' Rock opnames uit de jaren '70, ook door de huis- tuin- en keuken sound, de gastpiano, de stops en doordat het zo kort is, amper 1:24. Ook de drie andere songs ademen Rollin' Rock uit zoals de echo, de stops en dat rare afgebroken einde van de traditionele rockabilly Rock Away Your Blues. Rebel With A Cause met onverwachte jazzy piano solo en ook weer met stops is even springerig urgent als Willy Nilly, Dark River is rustiger en verhalender. Joe Dee is geen geweldige zanger en de klank rammelt als in de hoogdagen van opnieuw Rollin' Rock, en daarom zal de rock 'n' roll van Joe Dee & the JetTones vooral in de smaak vallen van mensen die zijn blijven hangen bij Rollin' Rock.
Hardcover hoesje, maar opgelet: er is een gewone zwarte versie maar ook een gelimiteerde uitgave van amper 50 stuks op marbled red vinyl! Alle vier songs staan integraal op YouTube dus daar kan je beluisteren welk vlees je in de kuip hebt. Info: www.schnitzelbilly.at en
www.joedee.org (Frantic Franky)

2 januari 2020

CD Recensie

ROCK YA BABY
Atomicat, 1956045

Hé, is dat Grace Kelly op de cover? Nee, kan niet, want de foto stond in de lente van 1957 op de cover van Classic Photography, een blad gespecialiseerd in dames in bikini, en Grace Kelly was al in 1956 gehuwd met prins Rainier van Monaco. Pan-American Recordings was een serie van bij mijn laatste inventarisatie 43 CD’s met al dan niet sleazy pin ups met deels blote borsten op de hoesjes verschenen in Zwitserland tussen 2007 en 2011, meestal aangeboden aan een hele scherpe prijs. Correct me if I'm wrong, aub, want bij dit soort semi-legale releases is de info altijd schaars. Soit, met laat ons zeggen 40 x 25 tracks = 1000 songs hebt u een indrukwekkend arsenaal rockabilly en rock 'n' roll in huis, vergelijkbaar met de Buffalo Bop reeks. En nu, helemaal out of the blue, neemt Atomicat blijkbaar het zaakje over! Dit is de eerste Atomicat "Pan-American" CD die volume 45 moet zijn want het is net als Buffalo Bop een niet-genummerde CD serie enkel te identificeren aan het catalogus nummer.
Wie niets van Buffalo Bop heeft doet in elk geval een goeie zaak want op deze CD staan zeer weinig voor de hand liggende nummers: de bekendste zijn het bronstige Bertha Lou van Johnny Faire alias Dick Bush alias Donnie Brooks, Shake Baby Shake van Jesse Lee Turner en 50 Megatons van Sonny Russell. De CD rockt op het scherp van de gulden snede tussen rockabilly en rock 'n' roll, klinkt zo scherp als een versgeslepen knipmes en alle 26 tracks zijn wild: als het minst wilde nummer van ene Rick Rickels & his Wild Guitar is dan weet je dat de CD even straf zal zijn als een pot mostaard van Dijon. Hou u dan ook vast aan de takken van de mast voor een royale portie rockabilly (Rock Ya Baby van Jim McCrory, She's My Woman van Bobby Roberts, Bad Bad Way van Rodger & the Tempests, Love Me Baby van de vocaal door Elvis op Sun geïnspireerde Chavis Brothers, het primitieve Baby By Rock van Winnie Starr & the Omaha Kid, het hiccup feest A Woman Can Make You Blue van Royce Porter) alsmede rock 'n' roll (Betty Jo van Nicky Brazell & the Satellites, Jim Dandy van The Spades, Doggone It Baby van The Rock-A-Teens, I've Got It van Ralph Zonderachternaam, Little Willie van Richie Deran & the New Tones, My Baby Don't Rock Me van Ken Westberry & the Chaperones, Meet Miss Susie van Eddy Cleary & the Customs, She's All Mine van Chuck Tyler & the Royal Lancers, Cindy van de nog steeds optredende Johnny Fay, Messed Up van Bill Swing), gekruid met de gezongen sleazy rhythm 'n' blues track Mary Ann van Link Wray, de uptempo bluesrock 'n' roll stroll in You're Humbugging Me stijl She Left Me Crying van Dinky Harris & the Spades en het de sixties garage aankondigende Tornado Twist van The Tornadoes. Een aantal tracks zoals Corvette Baby van Bob Cass & his Corvettes, het op Chuck Berry geïnspireerde Square Town van The Darts en Cruise Inn van Bucky & the Premiers hellen over naar de primitieve white rock. Wat hier juist rock 'n' roll, rockabilly dan wel white rock is hangt trouwens louter af van je gemoedsstemming! In elk geval zijn de paswoorden wild en primitief, en aangezien de naam Buffalo Bop hier al meerdere malen is gevallen kunnen we evengoed hun slagzin jatten: dit is the bop that never stopped. Meer zelfs, dit is de ideale introductie tot die hele Pan-American reeks.
Info: www.atomi-c.at
(Frantic Franky)

Vinyl Recensies

VOODOO VOODOO/ GIGI & THE TWO TONES
Tessy Records, Tessy EP-207

Het Duitse label Tessy heeft er een handje van weg platen uit te brengen van bands waar ik nog nooit van heb gehoord. Vaak zijn dat Duitse bands en dat is ook nu het geval, al moet er een link zijn met Tsjechië getuige het feit dat hier één nummer op staat gezongen in het Tjechisch! Of misschien spelen ze er gewoon vaak, want hun thuisstad Augsburg ligt nu ook weer niet zó ver van de Tsjechische grens. De band bestaat uit zangeres Riinka Gigilette (eerder in Los Bang Bang), contrabassist Marcel Brun (eerder in Rhythm Train, CH), drummer Tex Walter en gitarist Axel Schuch. Die laatste twee spelen ook in Cadcatz Trio waarvan stijl en sound vergelijkbaar zijn met Gigi & the Two Tones. De EP bevat twee covers en twee originals, of correcter één original want de Engelse en de Tsjechische versie van Rockin Sender zijn identiek behalve de zang, ik neem aan dat dezelfde muziektrack is gebruikt. Het nummer is te cliché gespeelde rockabilly met stop-start structuur en een enkel modern akkoord, maar de tweede gitaarsolo en de roffel in de drums tillen het omhoog, zij het niet tot het niveau van de Lavern Baker cover Voodoo Voodoo, de pittig klinkende winnaar van de EP en draaibaar als uptempo rockabilly stroll. Het is het stevigste nummer, bevat een vleugje twangy gitaar en doet Gigilette's stem goed uitkomen. In het rustigste nummer, het aardige doch ingehouden gespeelde I Love You Honey van Patsy Cline, klinkt ze wat breekbaarder en zweveriger. Dit nummer en Rockin Sender mochten wat mij betreft ietsje steviger klinken, maar toch is dit een sympathieke single. Helaas is het tegelijkertijd een souvenir want in september 2019 gingen Gigilette en The Two Tones elk hun eigen weegs en maakte de band een doorstart als Sunny Bee & the Two Tones met de zangeres van The Atomic Rocketeers en The Bel Airs. Hardcover met inner sleeve, maar opgelet: er is een gewone zwarte versie van 400 stuks maar ook een gelimiteerde uitgave van amper 100 stuks op blauw vinyl!
Info: www.tessyrecords.de en www.facebook.com/gigi-the-two-tones
(Frantic Franky)

DON'T KNOCK THE ROCK/
BILL HALEY & HIS COMETS

Bear Family, BAF 11023

Nou, omdat ik de Bear Family heruitgave See You Later Alligator (BAF 110012) zo mooi vond kan deze er ook nog wel bij: de op 500 exemplaren gelimiteerde heruitgave op transparant 10-inch vinyl van de Australische 33 1/2 RPM long playing microgroove 10-inch Festival (FR10-1226) uit 1957, de soundtrack van de film Don't Knock The Rock uit 1956, of toch van de Bill Haley nummers op die soundtrack want ook Dave Appell & The Applejacks, Little Richard, The Treniers en ene Alan Dale zijn te zien en te horen in dat vervolg op Rock Around The Clock, allebei Alan Freed vehikels. Een echte soundtrack is daarvan bij mijn weten nooit verschenen, wat mooi zou zijn. Een ideetje voor Bear Family? In Don't Knock The Rock zitten dacht ik slechts zes Bill Haley nummers, zijnde het geweldige Hot Dog Buddy Buddy, de straffe gitaar instrumental Goofin’ Around van Franny Beecher (op deze plaat staat de reguliere studio versie: de alternatieve versie te horen in de film is enkel en alleen uitgebracht op een CD van Hydra Records die elke noot die nog maar doet denken aan Bill Haley hebben bewaard voor het nageslacht), Don’t Knock The Rock, Hook Line And Sinker, de sax instrumental Calling All Comets en de Little Richard cover Rip It Up, waarvan vooral Hot Dog Buddy Buddy en Goofin' Around gelden als voorbeelden van de krachtige sound uit Bill Haley's echokamer. Op de originele plaat en ook hier hernomen staan twee extra nummers die niet in de film voorkomen, Haley's cover van Louis Jordan's Choo Choo Ch Boogie en het oosters geïnspireerde en geweldige Teenager's Mother. Op de heruitgave staan nog twee bonustracks wat het totaal op 10 brengt, I'll Be With You In Apple Blossom Time (1957) en Caldonia (1959). Bij elkaar opgeteld betekent dit dat op deze 10-inch wat minder dynamiet en wat meer medium tempo nummers staan die richting variété rock 'n' roll gaan, maar het blijft de ongeëvenaarde bompa Bill. De hoesnota’s van de originele plaat lazen "verse originele explosieve tunes uitgevoerd met die luisterrijke altijd-in-beweging opwinding die de happy, swingende rock ‘n’ roll party recht in je eigen woonkamer brengt", en 60 jaar later klopt dat nog steeds als een vader zijn kinderen. Lang leve Bill Haley en lang leve Bear Family!
Info: www.bear-family.com
(Frantic Franky)


STRING DUSTIN'/ THE COUNTRY ALL-STARS
Bear Family, BAF 11022

Alweer een mooie heruitgave in de Bear Family Vinyl Club 11000 reeks: een oranje 10-inch van de oorspronkelijk in 1953 verschenen RCA 10-inch (LPM 3167) String Dustin' van The Country All-Stars, een project van gitarist Chet Atkins dat je zou kan beschouwen als zijn eerste supergroep, want Atkins wordt begeleid door zijn vaste studio cohorten Henry Haynes (gitaar), Ken Burns (mandoline, samen waren die twee country parodisten Homer & Jethro) en Jerry Byrd (steel), aangevuld met de minder bekende Dale Potter op fiddle en afwisselende Ernie Newton en Charles R. Grean op bas. De opnames vonden plaats in 1952 en begin 1953, en Chet Atkins zou tot 1956 nog enkele Country All-Stars opnamesessies leiden met deels andere bezettingen, wellicht gewoon wie toevallig beschikbaar was, en deels zonder Chet Atkins zelf. Zelfs het woord "opnamesessies" is te veel gezegd, want eigenlijk werden de nummers opgenomen tussen opnamesessies in, om de gaten te vullen en zoals Dale Potter in een interview zei om een handvol dollars studiotarief bij te verdienen. Soit, die mensen konden nog goed spelen als ze half in slaap en half ziek waren, ten bewijze waarvan Bear Family de complete sessies in 1993 uitbracht onder de titel Jazz From The Hills (BCD 15728AH). De nieuwe 10-inch bevat het eerste album van The Country All-Stars - in 1953 werden acht nummers nog beschouwd als een volwaardig album. In tegenstelling tot de latere vocale sessies was String Dustin' volledig instrumentaal. De plaat bevatte naast één eigen nummer, Midnight Train, covers van oudere pop en jazz zoals Marie, In A Little Spanish Town, Sweet Georgia Brown, Stompin' At The Savoy en zelfs een bluesy When It's Darkness On The Delta - blues werd in die tijd beschouwd als een jazzstijl. Terwijl de latere sessies meer richting ouderwetse doch aanstekelijke country met een hoog hoempapa gehalte gingen waarop je zo de walsende koppeltjes voor je geestesoog over de met zaagsel bestrooide dansvloer ziet schuifelen, is String Dustin' een mix van country instrumentatie, jazzimprovisatie en een poprepertoire. Je hoort de jazz in de tegen elkaar op duellerende gitaren en steelgitaar en zelfs mandoline, waardoor een nummer als Song Of The Wanderer inderdaad meer jazz dan country klinkt. Opvallend: Chet Atkins gebruikt hier een plectrum, terwijl hij toch vooral bekend is als fingerpicker. Het was wellicht niet hun bedoeling om Kunst met een grote -K te maken, maar technisch is dit bijzonder knap en je hoort het speelplezier eraf spatten. Twee bonussen van ná 1953 brengen het aantal tracks op tien, en één van die twee is het enige vocale nummer, Do Something, naar ik aanneem gezongen door Henry ’Homer’ Haynes en een goed voorbeeld van zo'n onweerstaanbare country shuffle. Ja, je kan dit anno 2020 met een paar muisklikken beluisteren op je laptop en zelfs op je 4K televisie, maar waarom niet doen zoals in 1953? Is er iets mooier dan zo'n dikke plak vinyl uit de hoes nemen, voorzichtig op je platendraaier leggen, die naald langzaam en plechtig in het vinyl laten neerdalen, achterover leunen in je meest luie zetel en genieten? Gelimiteerd op 500 stuks en in principe enkel te koop via Bear Family's online mail order.
Info: www.bear-family.com
(Frantic Franky)



Lees hier de oudere recensies

Terug naar de voorpagina