(reclame)


Je recente release (muziek, boek of wat dan ook) gerecenseerd op onze website? Stuur deze dan naar de hoofdredactie!
Your recent release (music, book or whatever) reviewed on our website? Send it to our editor-in-chief!


 

2 augustus 2020

CD Recensies

COMPLETE MASTERS 1957-1962/ PAUL EVANS
Jasmine, JASCD 870

Hebben we niet allemaal ooit stiekem gedroomd op de achterbank te huggen en te kissen zoals Fred met Seven Little Girls Sitting In The Back Seat want zo luidt de complete titel, in 1959 de grootste hit van Paul Evans? Die Fred ben ik nooit tegengekomen en die Paul Evans was een one hit wonder... of niet? Jasmine brengt op deze dubbel CD namelijk - zet u en drinkt iets - 66 Paul Evans songs bij elkaar, samen goed voor de A- en B- kant van al zijn 18 singles 1957-1962 en drie LP’s, Paul Evans Sings The Fabulous Teens (1960), Hear Paul Evans In Your Home Tonight (1961) en Folk Songs Of Many Lands (1961). Een bijzonder bezig baasje dus voor een one hit wonder, en daarnaast was Evans ook buiten de spotlights werkzaam als auteur van I Gotta Know voor Elvis, When voor The Kalin Twins en Roses Are Red voor Bobby Vinton, om alleen maar zijn drie beroemdste composities te noemen. Vóór hij scoorde met Seven Little Girls Sitting In The Back Seat had Evans vanaf december 1956 al vijf singles opgenomen en uitgebracht die zonken als een baksteen. Die staan hier allemaal op en de CD waarvan het hoesje verdacht veel lijkt op dat van Evans' demo’s/ onuitgegeven materiaal CD Happy Go Lucky Me: The Paul Evans Songbook op Sanctuary Records (CMRCD 715) uit 2003 (zelfde foto, zelfde opmaak, zelfde kleuren, zo goed als hetzelfde lettertype) opent met een paar goeie vocale rockers zoals zijn debuutsingle What Do You Know, Looking For A Sweetie, Caught en Beat Generation naast de verplichte tienerballades als Any Little Thing en Mickey My Love met orgel en plechtige rock-a-ballads als Dorothy. Seven Little Girls Sitting In The Back Seat B-kant Worshipping An Idol bevat hetzelfde meisjeskoortje als de hitkant, en Seven Little Girls Sitting In The Back Seat opvolger Midnight Special ontbreekt uiteraard niet, net zo min als Evans' enige andere Top 10 hit, het vrolijk lachende Happy Go Lucky Me dat je eerder bij een grapjurk als Roger Miller verwacht, net als de van een toink toink mondharpje voorziene Happy Go Lucky Me B-kant Fish In The Ocean (Bubbly Bum Bum). Na de hits volgden niet alleen vocale rockers (Long Gone), clean cut rock 'n' roll (Hushabye Little Guitar, After The Hurricane) en vooral veel teenrock (D-Darling, Gonna Build A Mountain, Why, Fire In My Soul, The King Of Broken Hearts) maar ook ballades (Blind Boy), pop (Gilding The Lily), variété poprock (Feelin' No Pain, Long Live Love, Just Because I Love You, Show Folk), pure crooners (I Love To Make Love To You, Not Me, de Jess Conrad cover This Pullover) en zelfs een croonerpop kerstkitsch single (The Bell That Couldn't Jingle) tot en met calypso (Sisal Twine).
De helft van de songs op de twee CD’s zijn eigen composities, naast enkele covers als de - opnieuw - ballades Since I Met You Baby en Over The Mountain Across The Sea, en - verrassender - van de Engelse hit A Picture Of You van Joe Brown, door Evans omgeturnd tot uptempo teenrock. Merkwaardig daarom dat Evans' eerste LP, Paul Evans Sings The Fabulous Teens, een volledige cover-LP was met sympathieke en verdienstelijke versies van uptempo rockers als I'm Walkin' en I'm In Love Again (Fats Domino), Tutti Frutti en Slippin' And Slidin' (Little Richard), Butterfly (Charlie Gracie), Honey Love (Clyde McPhatter & the Drifters), Sixty Minute Man (The Dominoes), The Fool (Sanford Clark) en de van een Bo Diddley beat voorziene traditional Hambone die ook door Carl Perkins, Rayburn Anthony, Frankie Laine en Tennessee Ernie Ford werd gedaan. De derde LP hier, Folk Songs Of Many Land, in 1960 reeds voorgeschaduwd door een single als The Brigade Of Broken Hearts, toont aan dat Evans de veranderingen in de smaak van het platenkopend publiek zag aankomen en vertoont invloed van westernsongs (Passing Through, Mister Hangman), Johnny Horton, variété (Wee Cooper Of Fire) en uiteraard folk. Die plaat waarop de piccolo’s er vrolijk dartelend doch op het irritante af lustig op los fluiten staat mijlenver af van Seven Little Girls Sitting In The Back Seat maar sluit uiteindelijk wel naadloos aan bij 's mans teenrock. Daarom is ze zeker interessant om eens een keertje te beluisteren, maar in geen geval essentieel: vergelijk Evans' versie van de traditional Samuel Hall met die van Tex Ritter en u begrijpt wat ik bedoel. De traditionals op die plaat als Wayfaring Stranger en Were You There When They Crucified My Lord vergelijken met wat Johnny Cash er van bakte is in elk geval een boeiende oefening. Betreffende die "of many lands" in de titel: het uptempo Tzena Tzena Tzena is gezongen in het Hebreeuws!
Eindconclusie: het rockendste van deze dubbelaar had op één CD gekund, maar compleet is compleet, tot en met 1962 in elk geval. Paul Evans is nu 82 jaar. Haal 'em naar, tja, waar kunnen voormalige tieneridolen in de herfst van hun leven nog optreden? De Summer Jamboree in Senigallia, Italië? Info: www.paulevans.com en www.jasmine-records.co.uk
(Frantic Franky)

29 juli 2020

LONESOME TOWN/ LOUIS KING
Géén label, TB809 2019-2020

Normaliter had zo ongeveer nu Louis King in Nederland en België een reeks one nighters moeten afwerken begeleid door zijn Nederlandse collega’s Coen Molenschot op drums en Deon Buck op contrabas, maar het coronavirus heeft er anders over beslist. Dit is de nieuwe CD die King zou hebben bijgehad, de tiende of iets van die strekking sinds 1995 van de Australische king of rockin' blues die eigenlijk geboren werd in Schotland maar in 1972 als tiener naar kangoeroe country emigreerde en daar het vak leerde, eerst als drummer in soul- en skabands en later in rockabillyoutfits als The Straight 8's - King drumt onder de naam Hollywood Tommy Mac op hun LP Runnin' Late, wat meteen verklaart waarom hij op deze nieuwe niet alleen zoals we live on stage van hem gewend zijn flitsend gitaar speelt en kwalitatief zingt maar ook meer dan acceptabel drumt. Lonesome Town mag dan wel zijn tiende "solo" CD zijn, 't is pas zijn tweede rockabilly-CD als we Standing In The Sun uit 2001 als de eerste rekenen. Wie Louis King echter een beetje kent of de man al live zag weet dat deze geboren entertainer niet voor één gat te vangen is. De 12 eigen composities op Lonesome Town vullen dan ook vele rock 'n' roll vaten, en ze gaan trouwens een pak breder dan die Standing In The Sun.
De eerste helft van de CD wisselt snelle nummers als de in een Ronnie Dawson vibe rock 'n' rollende opener Short Short Skirts, de rechtdoor rocker met een flinterdun laagje orgel Junior's In Love en de aanstekelijke en ook van orgel voorziene rechtdoor pianorocker Baby Baby Baby af met meer country getinte nummers als de melodieuze rock 'n' roll-a-billy van Giddy Up met mooie steel gitaar, de melodieuze country van Heaven (Is Where You Are) en de moderne rockabilly Love (Is A Fickle Dame). Daarnaast laat King zich ook van zijn gevoelige kant zien met de trage en wat bluesy ingevulde titeltrack Lonesome Town, Restless Heart dat qua muziek richting Wayne Hancock gaat, de traditionele café slow Now And Then en de a capella doo-wop ballade Pity On The Fool. Op de gitaar instrumental Surfin' In The Sun speelt een Nederlander mee, Eric Hofmans van Catrhythm, tegenwoordig woonachtig in Roemenië. Op vijf andere songs beroert de Australische pianist Ezra Lee de 88 toetsen. Minstens drie nummers stonden eerder al in andere versies op vorige albums, namelijk Junior's In Love, Pity On The Fool en de moderne rocker Werewolf Baby. Deze CD had een mooie herinnering geweest aan 's mans passage bij ons dit jaar, maar zoals de zaken er nu voorstaan wordt het een leuk zoethoudertje tot de hopelijk snel volgende volgende Benelux tour. Een label staat nergens vermeld maar TB stond op eerdere Louis King CD’s voor True Blues en True Blue Productions. Waar je de CD kan kopen is niet zo klaar, ons exemplaar werd ons opgestuurd door Louis King zelf maar deed er meer dan twee maanden over.
Info: www.louisking1.bandcamp.com en www.louisking.com.au (Frantic Franky)


TRY ROCK AND ROLL/ BOBBY MITCHELL
Jasmine, JASCD 3157

Bobby Mitchell's grootste claim to fame is zijn originele opname van I'm Gonna Be A Wheel Someday uit 1957 dat twee jaar later een hit werd voor Fats Domino, al zal Mitchell er niet rijk van zijn geworden aangezien hij het nummer niet zelf schreef. Mitchell's uitvoering klinkt heel anders dan de Fat Man, zonder blazers maar met slappende contrabas en geen rhythm 'n' blues maar erg geslaagde medium tempo rock 'n' roll, een van de topnummers maar tegelijk een buitenbeentje op deze CD die alle Imperial singles van Bobby Mitchell 1953-1962 chronologisch oplijst, alles samen 32 tracks. Dat I'm Gonna Be A Wheel Someday bij Fats Domino terecht kwam was geen toeval. Dave Bartholomew was co-auteur, en de schaduw van de belangrijkste producer en bandleider van New Orleans hangt dan ook over deze CD: Bartholomew speelt trompet op een aantal nummers (andere begeleiders van Fats Domino op deze CD zijn tenorsaxofonist Lee Allen, baritonsaxofonist Alvin "Red" Tyler en drummer Earl Palmer, en op vier nummers speelt Fats Domino himself piano), schreef naast I'm Gonna Be A Wheel Someday mee aan 18 andere nummers, nam die nummers onder zijn supervisie op in de studio van Cosimo Matassa, liet Mitchell vanaf 1956 klinken als Fats Domino, en was daarnaast uiteraard hoofdkaas bij Imperial Records. De eerste helft van de CD is een mix van New Orleans mardi gras feestgumbo en zwarte doo-wop (Mitchell kwam uit de doo-wop en één derde van deze songs werden opgenomen door en uitgebracht als Bobby Mitchell & the Toppers), soms met een vleugje rhythm 'n' blues (School Boy Blues), daarbij steevast een snel of minstens medium tempo nummer koppelend aan een trage song.
De tweede helft van de CD is solide New Orleans rock 'n' roll die naarmate de jaren vorderen steeds meer naar swamppop neigt. De CD bevat uiteraard Mitchell's andere bekende nummers Rack 'Em Back, zijn versie van de oude jazz swing standaard You Always Hurt The One You Love vijf jaar vóór Clarence "Frogman" Henry er een Top 20 hit mee scoorde, en Mitchell's enige hit die dus niet I'm Gonna Be A Wheel Someday was maar het op het omvangrijke lijf van Fats Domino geschreven Try Rock 'n' Roll uit 1956. Wat er niét op staat zijn Mitchell's singles tussen de bedrijven en Imperial door op Sho-Biz, Ron en RIP Records, vooral jammer omdat het sublieme Well I Done Got Over It uit 1959 op Sho-Biz, northern soul avant la lettre, ontbreekt. Dat is het nadeel van alles op één label op één CD: je hebt dan wel alles maar niet echt álles, als u ons nog kan volgen. Wie écht alles maar dan ook echt álles op álle labels van Bobby Mitchell wil verwijzen we dan ook graag naar de Bear Family deluxe dubbel-CD Bobby Mitchell & the Toppers: I'm Gonna Be A Wheel Someday (BCD 15961 BI) uit 1997 met 47 tracks en een boekje van 20 pagina’s op LP-formaat. Bobby Mitchell liet eind 1963 na een hartaanval de droom van en de hoop op een nationale doorbraak achter zich en trad enkel nog lokaal op. Hij overleed in 1989 op 53-jarige leeftijd aan nierfalen, complicaties van diabetes en twee andere hartaanvallen. Deze CD is een mooi testament voor een vergeten artiest die niettemin zijn voetnoot in de rock 'n' roll geschiedenis van New Orleans meer dan waard is. Info: www.jasmine-records.co.uk
(Frantic Franky)


LITTLE BITTY PRETTY ONE/ THURSTON HARRIS
Jasmine, JASCD 1036

Het opgewekte Little Bitty Pretty One uit 1957 van Thurston Harris is een onweerstaanbaar nummer, de eenvoud zelve (een drumritme als intro, handclaps, wat geneurie, twee stroofjes en een tot in het oneindige herhaald refrein, meer is het uiteindelijk niet) doch zorgvuldig opgebouwd in laagjes, een onstuimig bruisende ode aan alle beloftes die rock 'n' roll kan inhouden. Little Bitty Pretty One was niet van Thurston Harris zelf doch van zijn collega Bobby Day uit datzelfde jaar 1957, maar Harris' versie is voller, minder spaarzaam, en werd een hit die de zesde plaats van de Billboard lijst en de tweede plaats in de R 'n' B charts haalde en vervolgens een golden oldie werd die op de soundtrack van de film Christine (1983) prijkte. Na Thurston Harris deden ook Frankie Lymon in 1960, Clyde McPhatter in 1962, Johnny Hallyday in 1962 in Frankrijk als C'est Le Mashed Potatoes, The Dave Clark Five in 1965 en zelfs Michael Jackson ten tijde van The Jackson 5 in 1972 een goeie zaak met Little Bitty Pretty One, en Bobby Day mag dan wel de hit gemist hebben maar we hopen dat ie zijn financiële zaakjes goed op orde had en de nodige royalties opstreek als auteur van het nummer. Deze CD met zo maar eventjes 35 tracks bevat "alle solo-opnames 1957-1962" van Thurston Harris die zoals zoveel van zijn concurrenten uit het moeras van eerst de gospel en daarna de doo-wop kwam (zijn singles als lid van The Lamplighters 1953-1954 staan niét op deze CD, wel op de Jasmine CD Evolution Of A Vocal Group, From The Lamplighters To The Rivingtons 1953-1962 (JASCD 856)) en dat is te horen aan Little Bitty Pretty One, en je hoort het zelfs alleen al aan de kadans van die vier woordjes op zich. Die uptempo doo-wop zit ook in het even goede, op dezelfde gelaagde leest gestoelde en daarom even aanstekelijke Do What You Did, in 1958 zijn enige andere hit, in 1980 gecoverd door Shakin' Stevens op zijn LP Take One. Nog meer doo-woppende rock 'n' roll zijn Harris' andere Bobby Day cover Over And Over, I'm Out To Get'cha, Be Baba Leba, In The Bottom Of My Heart en Poop-A-Loop dat doet denken aan zowel Over And Over als Buzz Buzz Buzz van The Hollywood Flames. Maar eigenlijk komen zijn vocale kwaliteiten, vergelijkbaar met die van één van zijn inspiratiebronnen, Clyde McPhatter, nog veel beter tot hun recht op de in grote getale op de CD aanwezige Platters-styled croonerpop als I Hope You Won't Hold It Against Me, I'm Asking For Forgiveness, Over Somebody's Shoulder, I Hear A Rhapsody, Only One Love Is Blessed, Recess In Heaven, Bless Your Heart, Paradise Hill, Moonlight Cocktails, Cross My Heart, Tell Me So en I'd Like To Start Over Again. Zelfs Little Richard's Send Me Some Loving klinkt in handen van Thurston Harris als Tony Williams van The Platters, en latere nummers als Mr. Satan gaan richting Drifters. Staan hier voorts ook nog op: Runk Bunk dat in Engeland werd gecoverd door Adam Faith, het origineel onuitgebrachte "zelfgeschreven" Fine Fine Frame dat een pure copie van Fine Brown Frame is, zijn rock 'n' roll cover van Amos Milburn's One Scotch One Bourbon One Beer, Hey Little Girl dat in Harris' originele versie nog niet de Bo Diddley beat van de Dee Clark cover had, en de voor mij overbodige bluesjes You Don't Know How Much I Love You en She's The One die gecompenseerd worden door mijn persoonlijke favorietje, het geschifte Purple Stew oftewel de Purple People Eater meets Stranded In The Jungle terwijl de Witch Doctor ook nog dag komt zeggen!
Thurston Harris werd uiteindelijk zijn eigen ergste vijand en belandde in de jaren '60 en '70 zowel op straat als in de cel als in de mentale gezondheidszorg alvorens in de jaren '80 te comebacken als blueszanger. Hij overleed in 1990 toen hij op zijn 58ste ten langen leste werd ingehaald door teveel scotch, bourbon en bier. Gelukkig is dat niet te horen aan de muziek op deze CD, verplichte kost voor wie meer wil kennen van de hitmaker van Little Bitty Pretty One doch niet maalt om meer dan één derde aan Platters toestanden.
Info: www.jasmine-records.co.uk (Frantic Franky)

22 juli 2020

THAT’LL FLAT GIT IT Vol. 34:
ROCKABILLY & ROCK ‘N’ ROLL FROM THE VAULTS OF BLUE MOON & BELLA RECORDS

Bear Family, BCD 17595

Het grote voordeel van Bear Family's niet alleen door het aantal volumes maar vooral door de schatkamer aan fantastische muziek die die volumes bevatten impressionante That'll Flat Git It reeks is dat zowel de grote bekende labels als de kleine, compleet vergeten broertjes aan bod komen. Tot die laatste categorie behoren Blue Moon en Bella, twee labels uit California van ene mijnheer John Pusateri, een man die in het CD-booklet zelfs poseert naast Hank Williams, maar het waarom en hoe van die ontmoeting wordt helaas niet uitgelegd. Wij hadden evenmin ooit van Blue Moon en Bella gehoord en geen enkele van de 33 tracks op deze CD deed bij ons een belletje rinkelen, maar als je dan denkt dat dit slappe koek gaat zijn: think again, want deze CD staat stampvol spul even sterk als een carajillo koffie.
De CD opent met de mokerslag Jugue van Johnny Amelio & the Downbeats die klinken als een schreeuwlelijk zwart combo met zware sax in het soort nummer dat gretig gecoverd werd door Barrence Whitfield & the Savages wier output later weer geplunderd werd door The Playboys, en dat hoge niveau wordt nagenoeg de hele CD aangehouden. Die Jugue blijkt trouwens geen eenmalige losse flodder van die Johnny Amelio geweest te zijn want tussen zijn andere drie songs, tezamen zijn complete output inclusief nooit eerder uitgebrachte acetaten en een alternatieve meer gitaargerichte en nog iets snellere Jugue, zit ook Jo Ann Jo Ann, nog zo'n kopstoot van een rock 'n' roll dreun. Amelio leeft nog, is luidens het booklet nog steeds gehuwd met zijn Jo Ann, en is tegenwoordig predikant - haal 'em naar de Rave, maar zeg 'em dat ie I Saw The Light niet mag zingen! Nog meer eerste keus rock 'n' roll wordt opgediend door Chuck Royal & the Sharpsters (My Baby's Gone, You're Like A Butterfly), Pat LaRocca (Rowena), Toby & Ray (Bom Du Wa) en The Fretts (Rockin' Baby). De CD bevat daarnaast ook rockabilly van Gradie Joe & the Western Gents (Rock-A-Billie Music, een van de weinige songs uit de jaren '50 met het woord "rockabilly" in de titel) en Clyde Arnold & the Sharps (I've Got A Baby en het instrumentale Scrounge), white rock (Baby Oh Baby van Gradie O'Neal & the Bella Tones), dangerous doo-wop (Rockin' Mary van Wes Griffith & the Treys), female rock 'n' roll (Gonna Be Loved van Linda & the Epics) en een aandoenlijke poging tot teen rock (Baby Don't Go van Buddy Bennett & the Margilators). Door country beïnvloed materiaal is er met Blue Moon Keep On Shining (dat niets te maken heeft met Blue Moon Of Kentucky) van Chuck Royal & the Sharpsters en de Blues Stay Away From Me copie It's Blue Monday van Gradie Joe & the Western Gents, aangevuld met hillbilly boogie zoals Bayou Ball uit 1953 van de nu 96-jarige Shorty Joe die optrad tot in de jaren 2000. Haal 'em naar de Rave, maar zeg 'em dat ie Jambalaya niet mag zingen! In het tegenovergestelde uiteinde van het muzikale spectrum in de vorm van big band rhythm 'n' blues jive wordt voorzien met Bon Bon Bay van Joe Jaros, en het instrumentale werk van The Empala Six dat luistert naar titels als Travelin', Empala Rock, Double Time en Sweet And Sour combineert surfgitaren met tittyshaker saxen. Voeg daar nog thema tracks aan toe als The Mortal Monster Man van The Savoys (in tegenstelling tot de meeste novelty horror rock 'n' roll songs een stoere rocker) en twee kerstsongs, de primitieve rocker The Rocking Tree van zangeres Marguerite Trina en de zwarte doo-wopper Rockin' Santa Claus van The Martells, en dan weet u dat wij in onze rock 'n' roll nopjes zijn. Aan al deze straffe toebak wordt nog eens extra authenticiteit verleend omdat de meeste nummers een tamelijk primitieve sound hebben, wellicht omdat de meerderheid van de songs werden opgenomen in een garage die dienst deed als studio, waardoor ze ver afstaan van de afgelikte sound van de major labels. Daarenboven werden de meeste tracks getransfereerd van de originele 45 toeren plaatjes omdat er uiteraard geen master tapes meer bestaan van deze obscuriteiten en dan weet je dat het ongepolijst gaat knallen met saxofoons die klinken als toeters en op enkele songs zelfs trompet. De CD gaat als immer in deze voortreffelijke reeks vergezeld van een voorbeeldig boekje op CD formaat van 28 pagina’s met nooit gepubliceerde foto’s en track per track info. Je hebt er je hoor én je lees aan!
Info: www.bear-family.com (Frantic Franky)


TELL HIM, POPCORN BRIT GIRLS 1960-1962
Jasmine, JASCD861

Kent u Look Who It Is van Helen Shapiro? Dat staat niet op deze dubbel-CD, wel haar I Don't Care en Don't Treat Me Like a Child, tezamen met nog - ga er voor zitten en neem er een bak koffie bij - 66 andere liedjes van 48 andere zangeressen in die in speelse strijkers verpakte stijl waarin elementen uit zowel The Four Seasons, The Drifters, cha cha cha en namaak-charleston, uit hits als Telstar, Johnny Remember Me en Itsy Bitsy Teenie Weenie Yellow Polka Dot Bikini, en af en toe zelfs uit Shadows gitaren en doo-wop (A Wonderful Dream van The Avons) doorklinken. Alle 68 songs komen uit 1960-1962, het tijdperk waarin "twist" rijmde op "kissed" (You Know What I Mean van The Vernons Girls, het (fake?) live Ma Let's Twist van Lorne Lesley), en klinken soms plechtig, soms dramatisch (Demon Lover van ex-Vernons Girls Lynn Cornell), soms novelty (He Just Couldn't Resist her With Her Pocket Transistor van Alma Cogan), soms onschuldig, soms dromerig en soms sexy (Bobby's Lovin' Touch van Susan Singer, I'm Just A Baby van Louise Cordet). Met popcorn heeft dit niets te maken, met britpop evenmin want dat is een muziekstroming uit de jaren '90, maar ik hoor wel voorlopers van zowel popcorn als folkpop. De bekendste song is Like I Do van Maureen Evans, de bekendste zangeressen zijn de niet voor popmuziek bekend staande jazz zangeres Cleo Laine (You'll Answer To Me), Dusty Springfield als lid van The Springfields (Island Of Dreams) en Petula Clark (Jumble Sale). Amerikaanse hits nazingen was in die tijd aan de orde van de dag en dat verklaart de aanwezigheid van covers, soms copies, soms met een heel ander arrangement en soms zelfs bijzonder geslaagd, van Will You Love Me Tomorrow (Jackie Lee & the Teardrops), Tell Him (Billie Davis), Bobby's Girl (Susan Maughan), He's A Rebel (de Vernons Girls afsplitsing The Breakaways), It Might As Well Rain Until September (The Delaine Sisters die weer een andere Vernons Girls afsplitsing waren), Johnny Angel (Patti Lynn), Mama He Treats Your Daughter Mean (Lita Roza) en zelfs een goeie instrumentale orgel versie van Money That's What I Want (Cherry Wainer). Sailor door Petula Clark kennen wij in onze moerstaal van Caterina Valente, zonder uiteraard Ciska Peters in 1981 te vergeten, hahaha. Deze dubbelaar staat boordevol te ontdekken poppareltjes waarmee de liefhebbers en verzamelaars ter zake - en dat zijn er veel - uren even zoet mee zullen zijn als deze dames klinken. Info: www.jasmine-records.co.uk (Frantic Franky)

15 juli 2020

Vinyl Recensies

SOUNDS LIKE/ GENE VINCENT
Bear Family, BAF 11026

De Bear Family 10 inch Vinyl Club maakt inzake artwork minitueuze heruitgaves op kleurvinyl van zeldzame 10 inches, en dit keer is het opnieuw de beurt aan rock 'n' roll god Gene Vincent die reeds drie keer eerder deze eer te beurt viel met de inmiddels uitverkochte Australische Bluejean Bop uit 1956 (BAF 11004) en de nog beschikbare Japanse A Gene Vincent Recording Date uit 1958 (BAF 11019) en This Is Gene Vincent uit 1959 (BAF 11011). Nummer vier wordt de in 1959 verschenen 10 inch Sounds Like Gene Vincent. Die plaat kwam in dat formaat enkel uit in Japan, de Amerikaanse versie was een reguliere LP met vier nummers meer dan de amper acht songs van de 10 inch, en My Baby Don't Low, I Might Have Known, het bluesje Vincent's Blues en de ballade Can't Believe You Wanna Leave staan dan ook niét op de 10 inch. Sounds Like Gene Vincent was reeds zijn vijfde album, met opnames uit 1958 wat betekent dat de muziek rock 'n' roll met gitaar, sax, tingel tangel piano en backing vocals is, in tegenstelling tot de pure gitaar rockabilly van Gene Vincent anno 1956 stijl Be-Bop-A-Lula, Jump Back Honey Jump Back, B-I-Bickey-Bi Bo-Bo-Go of Red Blue Jeans And A Ponytail. Staan hier wel op: de Little Richard cover Ready Teddy, de Chuck Berry cover Maybelline, de door Johnny Carroll gepende mamborocker Maybe, de door Johnny Burnette gepende brave rockers My Heart en I Got To Get To You Yet, het wat oosters getinte In Love Again in Bo Diddley stijl en de ballades Now Is The Hour en You Are The One For Me, want niemand maar dan ook niemand kon een ballade zo mooi zingen als Gene Vincent. Zoals altijd in de Vinyl Club worden de originele tracks aangevuld met bonusnummers, en dat werden niet de songs die in Amerika de LP vormden maar wel de rocker Be Bop Boogie Boy en de ballades The Night Is So Lonely en Over The Rainbow van dezelfde opnamesessies uit 1958 als de overige songs. De in totaal dus 11 songs zijn minder wild en anarchistisch dan - ik noem maar wat - Well I Knocked Bim Bam maar minder bekend in de Gene Vincent canon, wat deze heruitgave rechtvaardigt. Vincent zingt hemels en de 10 inch klinkt niet alleen goed, hij ziet er ook mooi uit op dat metaalzilver (lees: grijs) vinyl, en je krijgt er nog een gratis zwart/wit postkaart van Vincent bovenop. Gelimiteerd op 500 exemplaren, dus hou je collectie compleet!
Info: www.bear-family.com (Frantic Franky)


DARK LONELY STREET/ EDDIE COCHRAN
Bear Family, BAF14009

Op 17 april was het exact zestig jaar geleden dat Eddie Cochran op tour in Engeland om het leven kwam bij een auto ongeval dat hem gelijk de eeuwigheid in slingerde, en Cochran wordt tot op de dag van heden door heelder volksstammen vereerd als rock 'n' roll pionier. Voor iemand die op zijn 21ste uit het leven werd gerukt liet ie een indrukwekkende muzikale nalatenschap achter die u in alle mogelijke vormen kan kopen op Bear Family, van de complete 8 CD-doos Somethin' Else: The Ultimate Collection (BCD15989) tot thema releases en de Town Hall Party live DVD (BVD 20002). Op deze Dark Lonely Street herverpakt Bear Family Eddie Cochran nog een keer op 10 inch kwaliteitsvinyl, een luxueuze uitgave met verbluffende hifi kwaliteit, een bonus full-CD met niet minder dan 28 tracks, een kleurenpostkaart en 12 pagina’s tekst, foto’s maar helaas qua info betreffende de CD-tracks net iets summiere uitleg op formaat 20 x 20 cm. De 12 tracks op de 10 inch die klinken alsof ze gisteren werden opgenomen bestaan uit Cochran's klassiekers Summertime Blues, C'mon Everybody en Teenage Heaven, minder bekende rustige rock 'n' roll als Stockings And Shoes en de Sittin' In The Balcony kloon One Kiss, ballades als I Remember, Teresa en Dark Lonely Street, de dreigende instrumental Strollin' Guitar (om contractuele redenen uitgebracht onder de naam van zijn begeleidingsband The Kelly Four) en zeldzamere uitvoeringen zoals de 2 track stereoversie van de piano rocker Pretty Girl, de ballade Little Angel zonder overgedubd achtergrondkoortje en de instrumentale backingtrack van My Way zonder zang dat zo een stroll wordt.
De CD volgt hetzelfde patroon met nog meer klassiekers (Nervous Breakdown, de bluesy Milk Cow Blues) gelardeerd met een genereuze dosis obscuriteiten als de undubbed Blue Suede Shoes, de langere Somethin' Else met eindstop en zonder fade out, de eerste versie van Three Steps To Heaven en de C'mon Everybody met een andere slagkreet Let's Get Together. Daarnaast is er een genereuze selectie uit Cochran's sessiewerk voor andere artiesten waarvan nog steeds nieuwe voorbeelden ontdekt worden (de rockabillies My Lovin' Baby van Ray Stanley en Guitar Picker van Bob Luman, de rockers Baby Please Don't Go van Troyce Key en Just Relax van Baker Knight, de spacey gitaar instrumental Scratchin' van Jerry Capehart onder het pseudoniem Jerry Neal, de medium tempo countryweeper Pretty Little Devil van Bob Denton, Git It van Gene Vincent waarop Eddie Cochran bas zingt in het achtergrondkoortje), alsmede de live Sweet Little Sixteen (waarvan hij nooit een studioversie opnam) afkomstig van de Britse TV-show Boy Meets Girl, en een 52 seconden durend interviewfragment. De laatste track op de CD is de Joe Meek productie Just Like Eddie van Tornados bassist Heinz Burt uit 1963, een bekende maar gedegen afsluiter voor deze mooie release.

Info: www.bear-family.com (Frantic Franky)


THE MYSTERY OF/ DENNIS HERROLD
Bear Family, BAF14008

De onwaarschijnlijke drive van Dennis Herrold's zelfverzekerde Hip Hip Baby uit 1957, met zijn snedige gitaarwerk, donderende drums en galm een prachtvoorbeeld van alles wat goed is aan de bronstige levenslust uitgestraald door rock 'n' roll, kwam voor het eerst onder de rockabilly aandacht toen de Nederlander Cees Klop het in 1974 op zijn Collector LP I Love Rock 'n' Roll plaatste, een jaar later gevolgd door Hip Hip Baby's even onweerstaanbare B-kant Make With The Lovin' op Super Rock 'n' Roll Part C. Beide songs werden vervolgens klassiekers toen ze in 1977 en 1979 op de Britse verzamel LP’s Imperial Rockabillies en Imperial Rockabillies Volume Two verschenen, en Hip Hip Baby werd dan ook nog eens gecoverd door The Polecats. In die pré-internet dagen moest je het qua artiesteninfo stellen met wat er op de achterkant van die LP’s stond en dat was in het geval van Dennis Herrold bitter weinig. Waarom wordt duidelijk na lezing van de vier pagina’s kleine druk op het 20 x 20 cm inlegvel dat bij deze 10 inch steekt, de fatsoenlijkste Dennis Herrold biografie tot nu toe. De in 2002 op 74-jarige leeftijd overleden Herrold blijkt het immers niet altijd even nauw te hebben genomen met de wet en verhuisde nogal wat in zijn leven. De summiere info die tot op heden over Herrold beschikbaar was blijkt ook niet te kloppen omdat ze deels berustte op wat zijn mentor en manager, hillbillyzanger Dub Dickerson, vertelde in een telefonisch interview uit 1997... terwijl achteraf bleek dat Dickerson al in 1979 overleed! Soit, de detectives van het Bear Family agentschap in Duitsland hebben zich op een van de laatste mysteries van de rock 'n' roll gestort, de zaak tot op het bot uitgespit en Herrold's familieleden opgespoord, en via hen kan nu eindelijk zijn volledige verhaal verteld worden, inclusief twee foto’s waaronder de wazige livefoto die de hoes siert, zijn registratiekaart van het leger uit 1946, en zijn zo goed als volledige muzikale nalatenschap, want drie demo’s waarvan het bestaan bekend is blijven spoorloos. Twee daarvan dateren uit de eerste helft van de jaren '50 en waren dus waarschijnlijk country, de derde is dubbel jammer want dat was Herrold's demo van Ricky Nelson's Stood Up dat werd gecomponeerd door Herrold's toenmalige echtgenote. Mogelijk zijn ze definitief verloren, hoewel Stood Up kan getraceerd worden tot +/- 2005 toen rockabillyzanger en platendealer Mack Stevens die acetaat verkocht aan iemand die 15 jaar later niet meer gelokaliseerd kan worden en waarvan Stevens blijkbaar verzuimde een back up kopie te maken. Hopelijk duiken ze alle drie nog op in het kielzog van deze release! Herrold's complete output zonder die demo’s blijken welgeteld vier nummers, opgenomen op 17 oktober 1957: Hip Hip Baby, Make With The Lovin', de wat rustigere minder urgente en onwaarschijnlijk genoeg tot nu toe onuitgebrachte rocker Don't Push Away die niettemin een even vlijmscherpe gitaar heeft als Hip Hip Baby, en You Arouse My Curiosity, eveneens een meer traditionele rocker met naast opnieuw die scherpe gitaar een prominentere piano. Beide nummers zijn goed, maar ze op dezelfde eenzame hoogte plaatsen als Hip Hip Baby zou de waarheid geweld aandoen. Die vier nummers worden vervolledigd door een alternatieve Hip Hip Baby die een andere sound heeft, wat meer tegenwringt en iets minder dynamisch klinkt, wat ook geldt voor de langere versie van Make With The Lovin' die via een fade out werd ingekort tot de versie die we allemaal kennen. De zes kantjes werden door Bear Family wat weinig bevonden voor een 10 inch en aangevuld met drie nummers van Dub Dickerson, de vlotte rockers Sugar Lips met prima gitaarwerk en (I Think I'm) Falling In Love uit 1958, met als klapstuk de eerste openbaring op vinyl (bootleggers tellen niet mee) van de daverende uptempo anderhalve minuut rockabillybopper Boppin' In The Dark, in 1957 opgenomen maar pas in 2000 uitgebracht op Bear Family's gelijknamige Dub Dickerson verzamel-CD (BCD 16372).
De 10 inch heeft niet alleen dat tekstvel maar bevat ook een gratis CD met de negen kantjes van de 10 inch en vijf extra nummers die Herrold's verhaal vervolledigen: het door Dub Dickerson en Herrold's echtgenote gepende Stood Up in de bekende uitvoering door Ricky Nelson waarvoor Herrold na hun scheiding nog enkele jaren op slinkse wijze haar royalties binnenrijfde, en een cover van Stood Up door ene Tony Wilson. Er bestaan van dat nummer minstens drie andere covers, onder meer in Duitsland door schlagerzanger Freddy Quinn als The Manhattans, en het is jammer dat die hier ook niet opstaan. De laatste drie songs zijn Bob Luman's eveneens door haar geschreven teen ballad Precious en twee nummers die niets met Dennis Herrold maar alles met Dub Dickerson te maken hebben, namelijk covers van zijn (I Think I'm) Falling In Love door Warner Mack (1958) die aantoont hoe anders een cover kan klinken en van Sugar Lips door Justin Tubb (1958), de zoon van Ernest Tubb. Geen enkele van de nummers op de CD en 10 inch is jonger dan 1958! Deze uitgave is gelimiteerd tot 1000 stuks waarvan de eerste 500 op bordeauxkleurig vinyl.
Info: www.bear-family.com (Frantic Franky)

8 juli 2020

CD Recensie

THUNDER & LIGHTNING/ FIREBALL STEVEN
Rhythm Bomb, RBR CD-6005

Met een naam als Fireball Steven verwachtte ik mij aan een Great Balls Of Fire pianist maar dat is Fireball Steven (echte naam: Nic Nilsson) niet, al zit er wel een piano in de band. Dit is de derde CD van de Zweed en de stijl is authentieke rock 'n' roll of beter gezegd rockabilly met piano als begeleidingsinstrument maar géén piano rock 'n' roll: de piano rammelt mee maar er zijn meer gitaarsolo’s als pianosolo’s. Dat rockt danig, met als enige punt van kritiek dat niet alle songs even geschikt zijn voor de toonhoogte van zijn vrij gewone en tamelijk veel tússen de toonhoogtes zwabberende stem. Wanneer alles goed zit zoals in Get Off My Toe (van Cliff Blakely op Starday) valt op het resultaat evenwel niets aan te merken. Laat ik dan ook niet te streng zijn voor ik hier weer bakken bagger over me heen krijg want muzikaal is de CD een schoolvoorbeeld van lekker ouderwets klinkende dreigende contrabas rockabilly, bij momenten in pure Sun stijl. De CD bestaat zo goed als volledig uit voornamelijk minder bekende covers - de bekendste zijn Thunder And Lightning en Will Of Love van Tooter Boatman, Little Miss Linda van Mac Curtis en de Sun cover Huh Baby van Luke McDaniel. Het laatste van de 13 nummers, Söderns Son, is in het Zweeds gezongen en een cover van een swingend rock 'n' roll nummer uit 1961 van de Zweedse groep The Brothers! De uitgave op vinyl is onderweg. Info: www.rhythmbomb.com/fireball-steven (Frantic Franky)

Stream/download Recensies

COME BACK JOSEPHINE/ THE NIGHTDRIVERS
Rehn Music Group, REHNCDS096
BEWARE IF THE SUNDAY IS BRIGHT/
DANNY COOLTMOORE & THE NIGHTDRIVERS

Rehn Music Group, REHNCDS099

Eerder dit jaar recenseerden wij de digitale release Stay Away van The Nightdrivers, een Zweedse band opgericht eind 1981 die in de jaren 2000 een jaar of vijf fungeerde als begeleidingsband van de Zweedse Jerry Lee Lewis incarnatie Micke Muster, en in die straks 40 jaar brachten ze in 1984 de single Outlaw/ Golden Sunburst uit en in 2004 de CD Let Me Take You For A Ride... op het Nederlandse label Rarity Records! In 2013 was er de digitale 4-track EP Carlene en vorig jaar de 1-track CD single My Ancient Car die beiden ook op promo-CD verschenen. Na Stay Away is er nu een tweede digitale 1-track single ter promotie van een later dit jaar te verschijnen nieuw album, en dan zijn wij verheugd te kunnen melden dat we Come Back Josephine beter vinden dan het wat vrijblijvende en iets teveel cliché Stay Away, en dan vooral omdat het geen poprock touch heeft zoals Stay Away. De geluidskwaliteit is even krachtig en helder, en Come Back Josephine is een sympathieke modern klinkende rocker waarvan de traditionele rock 'n' roll structuur wisselt tussen medium shuffle tempo en uptempo rechtdoor, het eerste gelardeerd met New Orleans piano en het tweede eerder Chuck Berry gitaar rock 'n' roll is. Samen geeft dat volwassen rock 'n' roll van een band die weet waar ze mee bezig zijn en die het beste doet vermoeden voor dat op komst zijnde full abum.
Tegelijk met Come Back Josephine verscheen ook de digitale 1-track release Beware If The Sunday Is Bright waarin The Nightdrivers de Zweedse zanger Danny Cooltmoore begeleiden, een man over wie wij u weinig kunnen vertellen aangezien www.dannycooltmoore.se volledig in het Zwöds is. Zijn echte naam is Dan Henriksson, hij zingt soms in het Engels en soms in het Zweeds, heeft sinds 2018 een countryrock band genaamd The Great Western Alarm, bracht vier songs uit met het Zweedse rockabillytrio Small Town Pimps, is met gemiddeld twee digitale singles per maand ontzettend productief, en heeft net als Nightdrivers zanger-gitarist Patrick Rapp een degelijke stem. Beware If The Sunday Is Bright, het eerste van wat vier digitale samenwerkingen met The Nightdrivers gaan worden, is catchy uptempo popcountry op in essentie een gitaarpickende Johnny Cash boom-chicka-boom structuur, begraven onder dikke productielagen met een gitaarsolo die een steelgitaar imiteert en een gospel pianosolo. Het melodieuze nummer is zeker niet slecht als u van dit soort muziek houdt en als het op de radio zou passeren zou ik niet de onweerstaanbare dwang voelen die uit het raam te willen keilen, maar voor velen onder u zal het te ver van uw rock 'n' roll bed zijn. Info: www.rehnmusic.com, en via www.nightdrivers.se vind je The Nightdrivers op iTunes, Spotify en Tidal.
(Frantic Franky)

1 juli 2020

CD Recensies

BOSS BLACK ROCKERS VOL. 6: MARDI GRAS ROCK
Koko Mojo, KMCD 55

Damn. Koko Mojo brengt ze sneller uit dan wij ze kunnen recenseren: met Boss Black Rockers zitten ze al aan volume 6 van wat een reeks van 10 gaat worden, en wij hebben er nog geen enkele gerecenseerd. Nochtans is CD’s van dit hoge kaliber recenseren heus niet zo moeilijk, dus vooruit dan maar, gelijk vooruit met de geit, in dit geval zwarte geiten want zoals de titel Boss Black Rockers correct aangeeft eert deze reeks de zwarte rock 'n' roll waarbij volume 6 niet specifiek New Orleans mardi gras muziek bevat zoals je zou kunnen veronderstellen. Verschroeiende klassiekers met schurende sax, rinkelende piano en knetterende knettergekke gitaar als Pretty Boy's Rockin' The Mule, Bunker Hill's The Girl Can't Dance, Amos Milburn's Chicken Shack Boogie en Esquerita's Rockin' The Joint die in de jaren '50 door de goegemeente ongetwijfeld als ketelmuziek van de kansel verketterd zullen geweest zijn feesten hand in hand met qua tempo minder fanatieke maar daarom niet mindere rockers, jivers en strollers als Joe Tex' She's Mine, Harold Burrage's She Knocks Me Out, het instrumentale All Nite Long Part 2 van Robert Parker en Strollie Bun van The Blonde Bomber die niét blonde bomber Ronnie Dawson is. De CD bevat ook rockende doo-wop met The Ecuadors die in 1959 bij Chess Records het achtergrondkoortje waren voor Chuck Berry - hun Say You'll Be Mine werd opgenomen met exact dezelfde bezetting als Berry's eigen opnames in 1959 maar klinkt helemaal anders, hoewel Chuck Berry zijn karakteristieke gitaargeluid uiteraard niet kan wegsteken - en bij momenten waait er een New Orleans wind door de CD dankzij Eddie Bo (Oh-Oh) en Big Al Downing (Just Around The Corner). Zoals u uit voorgaande kan afleiden bevat de CD een evenwichtige afwisseling tussen enerzijds bekende namen met minder bekende songs (haal uw LP’s van hen uit de kast en ze staan er misschien op) als Bobby Freeman (Mardi Gras Rock), Eugene Church (Miami), Young Jessie (Hit Git And Split), Roy Gaines (De Dat De Dum Dum), Jackie Wilson (If I Can't Have You), Don & Dewey (Bim Bam), Bobby Day (Three Young Rebs From Georgia), Barrett Strong (Let's Rock) en Clarence "Frogman" Henry (I'm In Love) en anderzijds door de mazen van de muziekgeschiedenis geglipte artiesten als Little Mac (het Money That's What I Want doorslagje I Need Love), The Vibes (Let The Old Folks Talk), Mr. PT & the Party-Timers (Crazy Sadie), The Seniors (Pitter Patter Heart), The Egyptians (Flipping Their Top) en Jim Breedlove op wiens Whole Lotta Shakin' Goin' On geen ene noot valt af te dingen.
De conclusie is simpel: alle 28 goed en dus is dit een uitstekende CD en bij uitbreiding een aanbevelenswaardige reeks. Doe er uw voordeel mee, want black rock 'n' roll matters!

Info: www.koko-mojo.com (Frantic Franky)


ROCK AND ROLL TO SAVE MY SOUL:
ROCK 'N ROLL KITTENS VOL. 4

Atomicat, ACCD 045

Wij zijn zo neurotisch dat we CD’s reeksen graag in volgorde kopen én recenseren maar Atomicat brengt ze zo snel uit dat wij zoals altijd onderweg de pedalen kwijtraken en daarom gelijk over naar het vierde en laatste deeltje in hun Rock 'n' Roll Kittens reeks - ga niet langs start, u ontvangt geen geld - en die kittens zijn de rock 'n' roll zangeressen die niet voor hun mannelijke collega’s moesten onderdoen en geen katjes waren om zonder handschoentjes aan te pakken. Zo zijn er al veel verzamel-CD’s en series in omloop en deze CD dupliceert haast onvermijdelijk een aantal songs die je mogelijk elders al in je collectie hebt. De CD bevat 25 zowel blanke als zwarte dames in alle mogelijke rock 'n' roll subgenres zoals honky tonk piano rock (Betty Johnson's Honky Tonk Rock), cha cha cha poprock (Arleemah Wadood's Oh Baby), highschool met orgeltje (Janie Grant's Romeo), sixties popchicks (The Young Sisters' Casanova Brown), hoempapa hillbilly (Laura Lee's My Confession), Les Paul & Mary Ford vingervlugheid op de frets (Martha Lynn's Learning To Love), zwarte schreeuwlelijkerds (Marie Knight's I Thought I Told You Not To Tell Them, Little Esther's If It's News To You, Anne Laurie's Rockin' And Rollin' Again), rhythm 'n' blues rock 'n' roll (Louise Brown's Son-In-Law dat niets van doen heeft met Ernie K. Doe's Mother-In-Law), big band gospelrock (Pearl Bailey's I Can't Rock 'n' Roll To Save My Soul), zelfs bluesboppers (Betty James' I'm A Little Mixed Up), en natuurlijk gewoon een hoop, euh, rock 'n' roll met onder meer Jeanette Baker (Crazy With You), Jo-Ann Campbell (Tall Boy), Mary McCoy (Deep Elm Blues), Lilyan Carol (Stop The Clock), Shirley Caddell (The Big Bounce), Norma Brock die iets Tequila-achtig in haar Evergood smokkelt, en Judy & Joyce met wier Washboard Sam ik Kitty, Daisy & Lewis nog wel iets hoor aanvangen. Ook qua rockabilly moesten de ladies niet onderdoen voor de heren, luister maar aan Janis Martin met haar cover van Roy Orbison's Ooby Dooby, Patsy Cline's Stop Look And Listen en Bunny Paul's Sweet Talk die behoren tot de klassiekers van het genre. Leuk is het Work With Me Annie antwoord My Name Ain't Annie van Linda Hayes.
Dit zijn niet allemaal meesterwerkjes om de eenvoudige reden dat elk vogeltje zingt zoals hij/zij gebekt is en niet alle artiesten evenveel talent hadden (een trieste vaststelling die anno 2020 helaas nog steeds geldt), maar Rock 'n' Roll Kittens is ongetwijfeld in zijn geheel zo sterk dat hier voor elk wat wils opstaat, en zowel deze CD als de hele reeks zijn een aanrader voor eenieder die een vrouw op haar rock 'n' roll waarde weet te schatten. Kom hier dat ik u tegen mijn boezem druk! Info: www.atomi-c.at
(Frantic Franky)



Lees hier de oudere recensies

Terug naar de voorpagina