(reclame)


Je recente release (muziek, boek of wat dan ook) gerecenseerd op onze website? Stuur deze dan naar de hoofdredactie!
Your recent release (music, book or whatever) reviewed on our website? Send it to our editor-in-chief!

 

14 april 2021

Vinyl Recensie

THE ROCK & ROLL STORY/ CONWAY TWITTY
Bear Family, BAF11030
English version: see below

Bear Family bracht al een dertigtal platen uit in hun reeks 10 inch heruitgaves op gekleurd vinyl en dit is de 1:1 reproductie van de uiterst zeldzame Japanse 10 inch versie van The Rock & Roll Story, eind 1960 in het kielzog van de hits It's Only Make Believe, Danny Boy en Lonely Blue Boy reeds de vijfde LP van de in 1993 op 59-jarige leeftijd overleden Conway Twitty. Je kan het je heden ten dage niet voorstellen maar die LP bestond volgens een in de jaren '50 gangbare praktijk volledig uit covers van andermans rock 'n' roll hits zoals Shake Rattle And Roll, Great Balls Of Fire en als minst bekende nummer Jimmy Jones' Handy Man, aangevuld met Twitty's eigen uit 1958 daterende It's Only Make Believe, de derde keer reeds dat It's Only Make Believe op een Conway Twitty LP stond! Naast Paul Anka's Diana is dat trouwens de enige ballad hier. Die MGM LP verscheen ook in Japan (én in Canada én in Brazilië én in Zuid-Afrika én in Duitsland) en is sindsdien al een aantal keer heruitgebracht met andere hoezen, maar dit is dus de Japanse 10 inch versie met acht van de twaalf songs van de LP, want Reelin' And Rockin, Whole Lotta Shakin' Goin' On, Splish Splash en The Girl Can't Help It stonden niet op die 10 inch. Wel bevat de heruitgave vier andere bonussongs waardoor het totaal aantal tracks opnieuw op twaalf komt. Twitty's covers van die greatest hits of rock 'n' roll zijn goeie rockers maar ingehouden, clean en proper gewassen achter de oren. Met Jailhouse Rock, Treat Me Nice en een op Elvis geïnspireerd Blue Suede Shoes werd duidelijk de Elvis kaart getrokken, niet verwonderlijk omdat Elvis uiteraard de king was en omdat Twitty's stem gelijkenissen met Elvis vertoont. Daarenboven werden de enige echte Jordanaires ingehuurd om de backings te verzorgen, helaas ook een van de redenen waarom het pure rock 'n' roll gehalte van deze covers wordt afgezwakt want zij smeren een extra laagje stroop op de op zich uitstekende potpourri van songs. De nummers klinken goed gerodeerd alsof Twitty ze al jaren live zong, de arrangementen zijn okee, en Twitty geeft aan alle songs zijn eigen draai door de tekst aan te passen en regelmatig zijn karakteristieke kreun te laten vallen, maar toch zijn dit toch vrij generische uitvoeringen even opwindend als een broodje tonijn zonder mayonaise. Wat de plaat redt is Twitty's uitstekende zang (hij had ook toen al gouden longen, zoveel is duidelijk) en het bij momenten vlijmscherpe gitaarwerk, naar ik aanneem van Grady Martin aangezien dit werd opgenomen in Nashville met het vaste A-Team, maar Floyd Cramer (piano) en Boots Randolph (sax) doen helaas weinig meer dan hun plicht. Veelzeggend is dan ook dat van deze plaat slechts vijf nummers op de Bear Family CD Conway Rocks (BCD16670) staan en daarvan is er één de ballade It's Only Make Believe en behoren er drie tot de bonustracks hier. Die bonustracks zijn het fluitende Platinum High School, I Vibrate (From My Head To My Feet), Long Black Train en nog meer Elvis met een vingerknippend Heartbreak Hotel. Die werden alle vier met dezelfde muzikanten opgenomen voor MGM tussen 1958 en 1960 en passen naadloos in de context van de andere nummers, met Long Black Train en I Vibrate (From My Head To My Feet) als positieve uitschieters wegens rockabilly zonder achtergrondkoortje.
Het volledig nagemaakte artwork van het label en de hoes inclusief de onleesbare Japanse tekst op de achterzijde, hoogwaardig kwaliteitsvinyl in oogverblindend turquoise en een extraatje in de vorm van een zwart-wit promofoto van Conway Twitty en Mamie Van Doren uit de film Sex Kittens Go To College (1960) op formaat 21 x 15 cm maken dit tot een must voor de liefhebbers van jukebox rock 'n' roll. Info: www.conwaytwitty.com en www.bear-family.com (Frantic Franky)

Up till now Bear Family released some thirty records in their series of 10 inch re-issues on colored vinyl and this is the 1:1 reproduction of the extremely rare Japanese 10 inch version of The Rock & Roll Story, at the end of 1960 already Conway Twitty's fifth LP in the wake of his hits It's Only Make Believe, Danny Boy and Lonely Blue Boy. You can't imagine it nowadays but that LP consisted, according to a common practice in the 1950s, entirely of covers of rock 'n' roll hits by other artists such as Shake Rattle And Roll, Great Balls Of Fire and Jimmy Jones' Handy Man as the least known tune, supplemented by Twitty's own It's Only Make Believe from 1958, the third time It's Only Make Believe made its way onto a Conway Twitty LP. Next to Paul Anka's Diana that's the only ballad here. The MGM LP also appeared in Japan (and in Canada and in Brazil and in South Africa and in Germany) and has since been re-released several times with different covers, but this is the Japanese 10 inch version with eight of the twelve songs from the LP as Reelin' And Rockin', Whole Lotta Shakin' Goin' On, Splish Splash and The Girl Can't Help It were not on the original 10 inch. The re-issue includes however four bonus songs bringing the total number of tracks back to twelve. Twitty's covers of these greatest hits of rock 'n' roll are good rockers but restrained, clean and washed behind the ears. With Jailhouse Rock, Treat Me Nice and an Elvis inspired Blue Suede Shoes they clearly pulled the Elvis trump card, no surprise as Elvis was of course the king and Twitty's voice bears a resemblance to Elvis. On top of that the one and only Jordanaires were hired to provide the backings, unfortunately also one of the reasons why the pure rock 'n' roll content of these covers is diluted because they smear an extra layer of syrup on the in itself excellent mix of songs. The songs themselves sound well practised as if Twitty had been singing them live for years, the arrangements are okay, and Twitty puts his own spin on all the songs by adjusting the lyrics and regularly dropping his signature moan, but still these are rather generic versions about as exciting as a tuna sandwich without mayonnaise. What saves the day is Twitty's excellent vocals (even back then he had golden lungs, that much is clear) and the at times razor sharp guitar work, I assume by Grady Martin since this was recorded in Nashville with the regular A-Team, but Floyd Cramer (piano) and Boots Randolph (sax) unfortunately do little more than their duty. It's significant that only five of the songs from this record are on Bear Family's Conway Rocks BCD16670 CD, and of those one is the ballad It's Only Make Believe and three are among the bonus tracks here. The bonus tracks are the whistling Platinum High School, I Vibrate (From My Head To My Feet), Long Black Train and more Elvis with a fingersnapping Heartbreak Hotel. All four were recorded with the same musicians for MGM between 1958 and 1960 and fit seamlessly into the context of the other songs, with Long Black Train and I Vibrate (From My Head To My Feet) being positive standouts because they're rockabilly without backing vocals.
The 100 % accurately copied artwork of the label and the sleeve including the illegible Japanese text on the back, the high quality vinyl in dazzling turquoise and the extra black and white promo picture of Conway Twitty and Mamie Van Doren from the film Sex Kittens Go To College (1960) size 21 x 15 cms make this a must for lovers of jukebox rock 'n' roll. Conway Twitty died in 1993 at the age of 59. Info: www.conwaytwitty.com en www.bear-family.com (Frantic Franky)

CD Recensies

THE JOHNNY AND DORSEY BURNETTE SONG BOOK
Atomicat, ACCD072
English version: see below

Johnny en Dorsey Burnette personifiëren op hun tweetjes zowat de complete geschiedenis van de rock 'n' roll in een notendop van hardcore rockabilly over highschool tot country. Dat ze niet alleen songs voor zichzelf maar vooral ook voor andere artiesten schreven is algemeen bekend en werd reeds gedocumenteerd op de driedelige Like What We Wrote CD reeks in 2007-2010 verschenen op Hydra Records (D) die deels overlapt met dit songboek: de helft van de songs hier staan ook op Like What We Wrote. The Johnny And Dorsey Burnette Song Book is dan ook gebaseerd op hetzelfde concept: samensteller DJ Mark Armstrong selecteerde naast vier nummers van de broers samen of solo 26 Burnette composities 1956-1963 uitgevoerd door andere artiesten. Een goeie zaak is dat daarbij niet werd geopteerd voor de meest voor de hand liggende uitvoeringen zoals Believe What You Say en Waitin' In School door Ricky Nelson of Bertha Lou door Johnny Faire, maar voor veel minder bekende versies zoals de primitieve Spaanstalige Bertha Lou door Los Zodiac uit Peru, Believe What You Say door Little Tony & his Brothers uit Italië en Waitin' In School door Frankie Lymon, niet de enige zwarte artiest die maar wat graag de songs van de Burnette broers gebruikte: op deze CD staat ook Roy Brown met Hip Shakin’ Baby en Be My Love Tonight. Het spelletje hierbij is natuurlijk je te proberen in te beelden hoe deze songs zouden hebben geklonken door de Burnettes zelf, want in een aantal van deze songs hoor je inderdaad probleemloos Johnny en Dorsey klinken. Misschien hadden sommige songs ook béter geklonken met Johnny en Dorsey, want ik mis soms de productiewaarden van Liberty Records, het label waarop Johnny zijn grootste successen scoorde. Andere songs klinken dan weer meer Ricky Nelson als Johnny Burnette zoals Jackie Walker's Good Good Feelin', wellicht omdat een tiental nummers hier verschenen op Imperial Records, het label van Ricky Nelson, de eerste grote afnemer van de Burnettes als songschrijvers, dus dubbelde James Burton misschien wel op gitaar. Alles bij elkaar geeft dat een prima selectie ongefilterde rock 'n' roll en rockabilly zoals - ik noem willekeurig - Johnny Garner's Kiss Me Sweet en Deane Hawley's exotische Bossman. Myron Lee's School's Out is een early sixties interpretatie van de Bo Diddley beat en de CD bevat zelfs een instrumental, Blue Saturday van The Checkers, een soort snelle rock 'n' roll versie van Last Date van Floyd Cramer. Bekende namen zijn Gene Vincent (My Heart en I’ve Got To Get You Yet), Ricky Nelson (One Of These Mornings en de sixties stroller Gypsy Woman), Bob Luman (Whenever You're Ready) en Jerry Lee Lewis (As Long As I Live), maar de nobele onbekenden zijn dik in de meerderheid. Opvallend maar uiteindelijk niet zo verwonderlijk: verschillende van de songs hier werden in 2001 opgenomen door Johnny's zoon Rocky Burnette begeleid door Darrel Higham & the Enforcers op hun CD Hip-Shakin' Baby: A Tribute To Johnny & Dorsey Burnette. De vier nummers gezongen door de broers zelf zijn het gedreven Warm Love, de rocka-cha cha Lonesome Tears In My Eyes, Johnny's Me And The Bear dat de overgang markeerde tussen de rockabilly van het Rock 'n' Roll Trio naar pop rock, en Dorsey's originele versie van Whenever You're Ready getiteld Let's Fall In Love. Een interessante uitgave omdat er gefocust wordt op een minder bekende kant van de Burnettes! Info: www.vintagerockinroots.com (Frantic Franky)

Johnny and Dorsey Burnette personify just about the entire history of rock 'n' roll in a nutshell from hardcore rockabilly over highschool to country . It's common knowledge that they not only wrote songs for themselves but also for other artists, as already documented on the three Like What We Wrote CDs released by Hydra Records (D) in 2007-2010 that partly overlap with this Song Book: half of the songs here are also on Like What We Wrote. That is not surprising since The Johnny And Dorsey Burnette Song Book is based on the same concept: compiler DJ Mark Armstrong selected 26 Burnette compositions 1956-1963 performed by other artists and added four songs sung by the brothers together or solo. The good thing is he didn't opt for the most obvious versions like Ricky Nelson's Believe What You Say and Waitin' In School or Johnny Faire's Bertha Lou, but went for much lesser known versions like the ultra primitive Bertha Lou sung in Spanish by Los Zodiac from Peru, Believe What You Say by Little Tony & his Brothers from Italy and Waitin' In School by Frankie Lymon, not the only black artist who benefited from the Burnette brothers' songs: the CD also features Roy Brown with Hip Shakin' Baby and Be My Love Tonight. The game is of course to try to imagine how these songs would have sounded if sung by the Burnettes themselves, because in a number of these songs you can indeed hear Johnny and Dorsey. Some of the songs might also have sounded better if sung by the brothers, as several recordings here lack the production values of Liberty Records, the label on which Johnny scored his biggest hits. Other songs sound more Ricky Nelson than Johnny Burnette like Jackie Walker's Good Good Feelin', probably because about ten of the songs here were released on Imperial Records, home to Ricky Nelson, the first major buyer of their songs, so maybe James Burton doubled on guitar. All in all this makes for a fine selection of unfiltered rock 'n' roll and rockabilly such as - randomly - Johnny Garner's Kiss Me Sweet and Deane Hawley's exotic Bossman. Myron Lee's School's Out is an early sixties interpretation of the Bo Diddley beat and the CD even includes an instrumental, Blue Saturday by The Checkers, a sort of fast rock 'n' roll version of Floyd Cramer's Last Date. Big shots include Gene Vincent (My Heart and I've Got To Get You Yet), Ricky Nelson (One Of These Mornings and the sixties stroller Gypsy Woman), Bob Luman (Whenever You're Ready) and Jerry Lee Lewis (As Long As I Live), but the majority of the artists belong to the great unknowns. Noteworthy but perhaps not surprising: several of the songs here were recorded in 2001 by Johnny's son Rocky Burnette accompanied by Darrel Higham & the Enforcers on their CD Hip-Shakin' Baby: A Tribute To Johnny & Dorsey Burnette. The four songs sung by the brothers themselves are the driving Warm Love, the rocka-cha cha Lonesome Tears In My Eyes, Johnny's Me And The Bear which marked the transition from the Rock 'n' Roll Trio's rockabilly to pop rock, and Dorsey's original version of Whenever You're Ready titled Let's Fall In Love. An interesting release because it showcases the lesser known side of the Burnette brothers! Info: www.vintagerockinroots.com (Frantic Franky)


RIGHT AFTER THE DANCE/ BUCK OWENS
Atomicat, ACCD027
English version: see below

De in 2006 op 76-jarige leeftijd overleden countryzanger Buck Owens is erg populair in rock 'n' rol kringen omdat zijn goedgeluimde Bakersfield sound ongecompliceerd rollende uptempo en medium tempo country is met eenvoudige, welluidende melodietjes en uit het hart gegrepen opgewekte teksten, het soort muziek waar u zo gek op bent in de uitvoering van The Country Side Of Harmonica Sam. Die populariteit is opmerkelijk omdat Owens' carrière piekte van de eerste helft van de jaren '60 tot de eerste helft van de jaren '70, maar als u Owens goed vindt bent u niet alleen: Buck Owens is de enige countryzanger ooit gecoverd door The Beatles die zijn Act Naturally uit 1963 in 1965 opnamen als B-kant van Yesterday. Maar zelfs als u noch van The Beatles noch van Buck Owens houdt dan nog vindt u daar die enkel en alleen naar rockabilly luistert de man misschien goed zonder het zelf te weten: Owens nam in 1956 één rockabilly single op onder de schuilnaam Corky Jones, en Hot Dog/ Rhythm And Booze is verrekte goed spul. Wie evenwel hoopte op meer van dat op deze CD is er aan voor de moeite: naast die single bevat deze door DJ Mark Armstrong samengestelde The Many Sides Of Buck Owens voor meer dan de helft vroeg Bakersfield werk zoals Excuse Me, Foolin' Around, Kickin' Our Hearts Around, Nobody's Fool But Yours, You're For Me en Second Fiddle met inderdaad fiddle, steel gitaar en alles erop en eraan. Een aantal van die nummers zijn niet onbekend: Above And Beyond, Under Your Spell Again en Under The Influence Of Love bijvoorbeeld waren in 1959-1961 dikke country hits. Down On The Corner Of Love en It Don't Show On Me zijn meer traditionele klaaglijke country, soms met Hank Williams invloed zoals in Right After The Dance. Opvallend: een countryversie van Save The Last Dance For Me van The Drifters met mandoline! Die 16 nummers zijn een deel van maar niet ál zijn vroegste singles van 1956 tot 1962, inclusief beide kantjes van zijn duetsingle met Rose Maddox, Mental Cruelty/ Loose Talk uit 1961. Staat hier dan buiten Hot Dog/ Rhythm And Booze geen rock 'n' roll op? Toch wel: Sweet Thing, in 1957 zijn eerste Capitol single, is een mooi staaltje existentiële blanke rock 'n' roll (de B-kant, de standaard country ballade I Only Know That I Love You, staat niét op de CD). In die vroege jaren was Owens ook vaak te horen als achtergrondzanger of gastmuzikant bij andere artiesten en daarvan staan op deze CD tien voorbeelden die het hele gamma overlopen van primitieve rockabilly (Bill Woods' Bop) en rock 'n' roll (Go Crazy Man van diezelfde Bill Woods) over rockende hillbilly (Cousin Herb Henson’s Trading Post Group's Looking Back To See, Jean Sheppard's Sad Singin' And Slow Ridin), countrybilly (Tommy Collins' Whatcha Gonna Do Now, The Farmer Boys' Flash Crash And Thunder) en country boogie (Bud Hobbs & his Trail Herders' Goose Rock) tot pure country (Take Me van Owens' echtgenote Bonnie Owens), gestroomlijnde rock 'n' roll (Tommy Sands' Hey Miss Fannie) en pure rockabilly (Wanda Jackson's I Gotta Know). Op één nummer doet Owens niet mee, een cover van Hot Dog door ene Pico Pete die even primitief klinkt als Owens zelf op zijn eigen Rhythm And Booze. De CD bevat in totaal 30 tracks en als u nog niet teveel van die vroege Buck Owens hebt kan deze Right After The Dance er gerust bij. Goeie geluidskwaliteit ook! Info: www.vintagerockinroots.com (Frantic Franky)

Country singer Buck Owens who died in 2006 at the age of 76 is quite popular in rock 'n' roll circles because his optimistic Bakersfield sound is uncomplicated uptempo and medium tempo rollin' country with simple, nice sounding melodies and upbeat lyrics straight from the heart, the type of music you're all crazy about when played by The Country Side Of Harmonica Sam. That popularity is remarkable because Owens' career peaked from the first half of the 1960s to the first half of the 1970s, but if you dig Owens you're not alone: Buck Owens is the only country singer covered by The Beatles who in 1965 recorded his Act Naturally from 1963 as the B-side for Yesterday. But even if you like neither The Beatles nor Buck Owens you there who only listens to rockabilly and nothing else may like the guy without realising it: Owens recorded one rockabilly single in 1956 under the pseudonym Corky Jones, and Hot Dog / Rhythm And Booze is darn good stuff. However if you're expecting more material in that vein you came to the wrong place: more than half of the 30 tracks compiled on The Many Sides Of Buck Owens by DJ Mark Armstrong are early examples of the Bakersfield sound like Excuse Me, Foolin' Around, Kickin' Our Hearts Around, Nobody's Fool But Yours, You're For Me and Second Fiddle with indeed fiddle, steel guitar and all the trimmings. A couple of these sound familiar: Above And Beyond, Under Your Spell Again and Under The Influence Of Love for example were big country hits in 1959-1961. Down On The Corner Of Love and It Don't Show On Me are more traditional plaintive country, sometimes with a Hank Williams influence like in Right After The Dance. Remarkable is a country version of The Drifters' Save The Last Dance For Me with mandolin! Those 16 songs are some but not all of Owens' earliest singles from 1956 to 1962, including both sides of his 1961 duet single with Rose Maddox, Mental Cruelty / Loose Talk. So is there no rock 'n' roll on here except for Hot Dog / Rhythm And Booze? Yes there is: Sweet Thing, in 1957 his first Capitol single, is a fine example of existential white rock 'n' roll (the B-side, the standard country ballad I Only Know That I Love You, is not on the CD). In those early years Owens could often be heard as a backing vocalist or musician for other artists and the CD presents ten such examples, ranging from primitive rockabilly (Bill Woods' Bop) and rock 'n' roll (Go Crazy Man by the same Bill Woods) over rockin' hillbilly (Cousin Herb Henson's Trading Post Group's Looking Back To See, Jean Sheppard's Sad Singin' And Slow Ridin'), countrybilly (Tommy Collins' Whatcha Gonna Do Now, The Farmer Boys' Flash Crash And Thunder) and country boogie (Bud Hobbs & his Trail Herders' Goose Rock) to pure country (Take Me by Owens' wife Bonnie Owens), streamlined rock 'n' roll (Tommy Sands' Hey Miss Fannie) and pure rockabilly (Wanda Jackson's I Gotta Know). On one track Owens does not participate himself, a cover of Hot Dog by one Pico Pete who sounds as primitive as Owens himself on his own Rhythm And Booze. If you haven't got too much of that early Buck Owens already, this Right After The Dance is a worthy addition. Good sound quality too! Info: www.vintagerockinroots.com (Frantic Franky)


SPRING FEVER
Bear Family, BCD17578
English version: see below

De lente is in't land maar 't zijn momenteel vooral aprilse grillen: de ene week barbecueën in de tuin in je short en de week erna sneeuw, hagel en storm! Gelukkig brengt Bear Family na seizoensgroeten uit de zomer, de herfst en de winter (diverse kerst CD’s) het zonnetje in huis met deze lente CD, tegelijk de opvolger voor hun paas-CD Easter Bunny Hop (BCD17507) want meer dan één derde van de 28 tracks 1936-1963 gaan over kippen, hanen en konijnen. Twee gaan er zelfs over eieren met bijvoorbeeld The Charioteers wier rustige vocal harmony swing One Fried Egg de schoonheid van een gebakken ei bezingt. Gelukkig zaten ze niet met de gebakken peren, hahaha. Pakweg de helft van de nummers zijn ongebreideld romp en stompende rock 'n' roll zoals The Pentagons' It's Spring Again, Vilas Craig & the Kollege Kings' ietwat King Creole-achtige Spring Fever en The Jaye Brothers' joviale jiver Ain't Nobody Here But Us Chickens, afgewisseld met rockabilly van op de boerderie (Ray Coleman & his Skyrockets' Rock Chicken Rock), country boogie (Chuck Bowers' Ole Mister Cottontail), big band rock 'n' roll (Ray Anthony's instrumentale Bunny Hop Twist) en gitaarinstro’s (Jimmie Volk & the Matched Aces' Spring Time Rock). Met instrumentals kan je titelgewijs alle kanten uit, wat betekent dat er tien instrumentals op deze CD staan. De chicken reel is een bekende fingerpicking oefening om je gitaar te doen kakelen als een kip zoals Les Paul demonstreert in het tekenfilmachtige Chicken Reel, een techniek die ook in de rockabilly zijn vruchten afwierp, luister maar naar Fat Daddy Holmes' fantastische Chicken Rock. Nog kipcorn instrumentals: Link Wray's ultieme vechtnummer Run Chicken Run, Ike Turner's meesterwerk van twangy gitaar en wailende sax The Rooster, en omdat kippen eieren leggen gitaarrocker Egghead van Al Allen.
Wie Bear Family's Seasons Series kent weet dat die reeks zich ver buiten de grenzen van de rock 'n' roll beweegt en de andere helft van de nummers op Spring Fever laveren tussen exotische doo-wop (Jungle Bunny van The Fabulous Pearls), jazzy popswing (het instrumentale Sound Of Spring en Spring Fever van het Ramsey Lewis Trio), pop (Bobby Rydell's April Showers, het door Roy Orbison geschreven maar bij mijn weten nooit door hem opgenomen Spring Fever van The Velvets die inderdaad klinken als Roy Orbison, en Hello Spring, oorspronkelijk van Jerry Keller doch hier in de Britse cover versie van Craig Douglas), instrumentale zigeuner swing (Swingtime In Springtime van de in België geboren Django Reinhardt & le Quintette Du Hot Club De France uit 1946), crooners (Jerry Duane & the Monarchs' It Might As Well Be Spring) en zelfs klassieke muziek met Les Baxter voor één keer niet in exotica mood in End Of Spring. Geinig is dat één nummer zowel in een vocal harmony uitvoering als in een rock 'n' roll versie op de CD staat, (I'll Be With You In) Apple Blossom Time, een nummer dat teruggaat tot de jaren '20 en we hier horen in een heropname van The Andrews Sisters uit 1956 (ze hadden er al een hit mee in 1941) én door Bill Haley & the Comets één jaar later! Rariteit: April Love staat hier niet op in Pat Boone's hitversie maar in zijn duetversie met Shirley Jones afkomstig van het soundtrack album van de gelijknamige film uit 1957. Jones speelde begin jaren '70 op televisie de moeder in The Partridge Family! Ook uit een film: het musical nummer Easter Parade uit de gelijknamige film uit 1948, op paaszondag nog te zien op BBC. Het oudste nummer, Easter Day van The Dixon Brothers uit 1936, is plechtige neuzelige religieuze samenzang uit de oude country doosch. Op het eerste gehoor lijken sommige overgangen te vloeken, maar na een paar luisterbeurten vormt de CD die een full colour booklet van 16 pagina’s bevat een mooi en zonnig evenwicht tussen rock 'n' roll en niet-rock 'n' roll.
Info: www.bear-family.com (Frantic Franky)

Spring is in the air but at the moment it's real shitty weather: one week B-B-Q in the garden in bermuda shorts and Hawaiian shirt, the next week snow, hail and thunderstorms! Fortunately after season's greetings from summer, autumn and winter (various Christmas CDs) Bear Family is on hand to bring us some sunshine with this spring CD, at the same time the unofficial successor to their easter CD Easter Bunny Hop BCD17507 as one third of the 28 tracks 1936-1963 are about chickens, roosters and rabbits. Two are even about eggs, like The Charioteers' calm vocal harmony swing One Fried Egg which celebrates the beauty of a fried egg. Roughly half the songs are unbridled romp and stompin' rock 'n' roll like The Pentagons' It's Spring Again, Vilas Craig & the Kollege Kings' somewhat King Creole-esque Spring Fever and The Jaye Brothers' jovial jiver Ain't Nobody Here But Us Chickens, interspersed with down on the farm rockabilly (Ray Coleman & his Skyrockets' Rock Chicken Rock), country boogie (Chuck Bowers' Ole Mister Cottontail), big band rock 'n' roll (Ray Anthony's instrumental Bunny Hop Twist) and guitar instros (Jimmie Volk & the Matched Aces' Spring Time Rock). With the titles of instrumentals you can evoke everything, which means there are ten instrumentals on the CD. The chicken reel is a well known fingerpicking exercise to make your guitar cluck like a chicken as demonstrated by Les Paul in the cartoon-like Chicken Reel, a technique also used in rockabilly, just listen to Fat Daddy Holmes' fantastic Chicken Rock. More corn fed instrumentals: Link Wray's ultimate fighting song Run Chicken Run, Ike Turner's masterpiece of twangy guitar and wailing sax The Rooster, and because chickens lay eggs Al Allen's guitar rocker Egghead.
Those familiar with Bear Family's Seasons Series know that the series moves well beyond the boundaries of rock 'n' roll and the other half of the songs on Spring Fever veer between exotic doo-wop (Jungle Bunny by The Fabulous Pearls), jazzy pop swing (the instrumentals Sound Of Spring and Spring Fever by the Ramsey Lewis Trio), pop (Bobby Rydell's April Showers, The Velvets' Spring Fever written by Roy Orbison but to my knowledge never recorded by him - The Velvets do indeed sound like Roy Orbison, and Hello Spring, originally by Jerry Keller but here in the British cover version by Craig Douglas), instrumental gypsy swing (Swingtime In Springtime by Belgian born Django Reinhardt & le Quintette Du Hot Club De France in 1946), crooners (Jerry Duane & the Monarchs' It Might As Well Be Spring) and even classical music with Les Baxter for once not in an exotica mood in End Of Spring. One song appears on the CD in both a vocal harmony version and a rock 'n' roll version, (I'll Be With You In) Apple Blossom Time, a song going all the way back to the 1920s which we hear here in a re-recording by The Andrews Sisters from 1956 (they already had a hit with it in 1941) and by Bill Haley & the Comets one year later! A rarity here is April Love not in Pat Boone's hit version but in his duet version with Shirley Jones from the soundtrack album of the 1957 film of the same name. Jones played the mother in The Partridge Family on TV in the early 1970s! Also from a film: the musical tune Easter Parade from the 1948 film of the same name, shown on BBC this easter sunday. The oldest song on the CD, Easter Day from 1936, is a solemn old timey religious song sung through The Dixon Brothers' noses. On first hearing some of the transitions seem awkward but after repeated listening the CD which includes a full-color 16-page booklet offers a sunny balance between rock 'n' roll and non-rock 'n' roll.
Info: www.bear-family.com (Frantic Franky)

7 aprill 2021

WINE, WHISKEY & WIMMEN/ LITTLE HAT
Rhythm Bomb, RBR 6003
English version: see below

Little Hat is een Nederlands bluestrio dat debuteerde in 2017 waar iedereen blijkbaar nogal wild van is, en in zulk geval beschouwen wij het als onze plicht mee te luisteren, ook al omdat u dit ongetwijfeld gaat tegenkomen in de bakken: hun debuut is uit op rock 'n' roll label Rhythm Bomb en het artwork ziet er ten zeerste rockabilly uit. Opvallend: voor dat debuut huurde Little Hat als producer Little Victor alias Victor Mac in, de Beale Streat Blues Bopper die als geen ander thuis is in de oude bluesstijlen waarin Little Hat grossiert. Blues dus, wat niet verrast want Machiel Meijers (zang, mondharmonica) en Willem van Dullemen (gitaar) komen uit de in Chicago blues gespecialiseerde band Stackhouse (twee CD’s, Big Fish Boogie in 2013 en Tailgatin' in 2016), en ook Paolo de Stigter (drums) zat in het blues roots idioom met de Thomas Toussaint Band (de 6 track CD Groovin' On Up in 2016). Geen bassist, wat betekent dat alles terugvalt op mondharmonica en gitaar, en dat levert een zeer scherp klinkende CD op met een energieke live feel.
De CD bevat 14 covers, uiteraard allemaal met mondharp, die heupwiegen tussen enerzijds uptempo werk als Little Walter's Just Keep Lovin' Her, bluesrockers als Jerry Morris' Clema, Little Junior Parker's Barefoot Rock, Joe Hill Louis' Boogie In The Park en Sunnyland Slim's Highway 61, en verschroeiende slide blues trashers als Jerry McCain's Cutie named Judy en Hound Dog Taylor's Gimme Back My Wig, en anderzijds rustigere sfeervolle blues zoals Little Walter's Ora Nelle Blues en medium tempo boogie als Titus Turner's Big John From Mississippi en Alexander "Papa" Lightfoot's Wine Whiskey & Wimmen. Rustpunten zijn er met enkele bluesballades als Lazy Lester's If You Think I've Lost You en Blue Smitty's Elgin Movements, Dr. Ross' Cat Squirrel is een bluesbopper met een psychedelische voodoo beat, en Clarence "Bon Ton" Garlow's Sound The Bell zorgt zelfs voor een vleugje gospel. Niets nieuws onder de blueszon, maar degelijk uitgevoerd en dus goed nieuws voor u daar die zo hoog oploopt met bijvoorbeeld The Kokomo Kings. Als het dan toch blues moet zijn dan graag deze, want ik begin te begrijpen waarom mensen als gitarist Joe Sixpack hier lovend over zijn. De officiële release datum is 30 april. Info: www.littlehatband.com en www.vintagerockinroots.com (Frantic Franky)

Little Hat is a Dutch blues trio which debuted in 2017 that everyone seems to be pretty wild about, and in such a case we consider it our duty to give it a listen, also because you're bound to come across this in the bins: their debut is out on rock 'n' roll label Rhythm Bomb and the artwork looks very rockabilly. Noteworthy: for their debut Little Hat hired Little Victor aka Victor Mac as producer, the Beale Streat Blues Bopper who is more than anyone else at home in the old blues styles in which Little Hat specialises. So this is indeed blues, not a big surprise as Machiel Meijers (vocals, harmonica) and Willem van Dullemen (guitar) come from the Chicago blues band Stackhouse (two CDs, Big Fish Boogie in 2013 and Tailgatin' in 2016) while Paolo de Stigter (drums) was also involved in the blues roots idiom with the Thomas Toussaint Band (the 6 track CD Groovin' On Up in 2016). That's right, no bass, which means everything falls back on harmonica and guitar, resulting in a very sharp sounding CD with an energetic live feeling. The CD contains 14 covers, all with mouth harp of course, hipswinging to on the one hand uptempo material like Little Walter's Just Keep Lovin' Her, blues rockers like Jerry Morris' Clema, Little Junior Parker's Barefoot Rock, Joe Hill Louis' Boogie In The Park and Sunnyland Slim's Highway 61, and scorching slide blues trashers like Jerry McCain's Cutie Named Judy and Hound Dog Taylor's Gimme Back My Wig, and on the other hand to calmer atmospheric blues like Little Walter's Ora Nelle Blues and medium tempo boogie like Titus Turner's Big John From Mississippi and Alexander "Papa" Lightfoot's Wine Whiskey & Wimmen. Things slow down with a couple of blues ballads like Lazy Lester's If You Think I've Lost You and Blue Smitty's Elgin Movements, Dr. Ross' Cat Squirrel is a blues bopper with a psychedelic voodoo beat, and Clarence "Bon Ton" Garlow's Sound The Bell even adds a touch of gospel. Nothing new under the blues sun, but solidly executed and therefor good news for all of you out there who dig, say, The Kokomo Kings. If it has to be blues then I prefer these blues, for I am beginning to understand why people like guitarist Joe Sixpack are raving about this. The official release date is April 30. Info: www.littlehatband.com en www.vintagerockinroots.com (Frantic Franky)


THE KINGS'S HIGHWAY/
REVEREND ROBERT BALLINGER

Bear Family, BCD17575
English version: see below

Nieuw op Bear Family: de Salvation gospel reeks! Mijn introductie tot de gospel begon net zoals wellicht bij velen onder u via de gospelplaten van Elvis en de vroege opnames van Sam Cooke ten tijde van The Soul Stirrers, maar deze dubbel-CD met zo'n 90 minuten muziek staat mijlenver verwijderd van Sam Cooke's zoetgevooisde lofzangen op de Heer: dit jubelt tot meerdere eer en glorie van God op hemel en aarde, zeker, maar wie inzake gospel nooit verder is geraakt dan James Brown in The Blues Brothers zal angstig weglopen bij deze zingende pastoor. The King's Highway bevat alle officieel uitgebrachte opnames van Reverend Robert Ballinger, opgenomen van 1952 tot 1963 voor Chess, Peacock, United en Artistic, samen goed voor twee LP’s, Swing Down Chariot en Little Black Train, en vier singles, singles die ook op die LP’s stonden niet meegeteld. Dat alles staat op deze dubbelaar, aangevuld met vijf nummers die pas in 1997 uitgebracht werden. Als wij het booklet van 32 pagina’s er op na lezen is dit evenwel niet Ballingers' complete werk, want er zouden nog onuitgebrachte Chess en United opnames zijn. Ondanks die output is niet geweten wie die Reverend Robert Ballinger juist was: op die platen stond geen foto van hem en ook de detectives van Bear Family hebben geen foto van hem kunnen opduikelen. Alle opnames zijn studio-opnames maar hebben een hoge live factor met electrifiërende zang een bluesshouter waardig bovenop een pompende bordeelpiano (een enkele keer wordt dat orgel), met nooit meer dan een trio bezetting van piano, contrabas en drums, soms begeleid door een vocaal gospel kwartet. Ik hoor er een stuk Ray Charles in, maar die was natuurlijk ook helemaal doordrenkt van de gospel. De Chess opnames (één single) gebeurden onder leiding van producer en contrabassist Willie Dixon en die moet goed hebben geluisterd toen Ballinger de Rosetta Tharpe cover This Train inblikte, want Dixon herwerkte dat nummer om zijn eigen compositie My Babe, voor het eerst opgenomen door bluesman Little Walter alvorens het een rock 'n' roll klassieker werd, in zijn definitieve vorm te gieten. Zondaars, dit is de real deal, van een zulkdanig rauwe intensiteit dat de duivel zelf er bang van zou krijgen en die meer vandoen heeft met bluespower dan met de heiligmakende soul van The Five Blind Boys Of Mississippi, Alabama of waar u maar wil. Het booklet kadert de opnames en Bear Family producer Nico Feuerbach is er in geslaagd in oude kranten een aantal aankondigingen van Ballinger's sermoenen terug te vinden, maar een degelijke bio ontbreekt nog. Of er nog familie van Ballinger leeft wordt niet vermeld: Ballinger zelf stierf in 1965 op amper 44-jarige leeftijd (doodsoorzaak onbekend), zijn zoon overleed in 2013. Info: www.bear-family.com (Frantic Franky)

New on Bear Family: the Salvation gospel series! My introduction to gospel like probably for many of you were Elvis' gospel albums and the early recordings of Sam Cooke when he fronted The Soul Stirrers, but this double CD with approx. 90 minutes of music has nothing to do whatsoever with Sam Cooke's honey-voiced praising of the Lord. Yes, this is glory to the Lord up above, sure, but if you never delved deeper into gospel than James Brown in The Blues Brothers this singing pastor will scare you shitless. The King's Highway contains Reverend Robert Ballinger's complete officially released recordings, recorded from 1952 to 1963 for Chess, Peacock, United and Artistic, good for two LP’s, Swing Down Chariot and Little Black Train, and four singles, not counting singles that were also on those LP’s. All of these are on this double album, supplemented by five songs that were not released until 1997. Reading the 32 page booklet, however, this is not Ballinger's complete work, as there are apparently still unreleased Chess and United recordings. Despite that output we don't know who Reverend Robert Ballinger was: there was no picture of him on those records and the detectives from Bear Family haven't been able to dig up a photo of him either. All tracks are studio recordings with a high live factor and electrifying vocals worthy of a blues shouter on top of a pumping brothel piano (sometimes an organ), with never more than a trio line-up of piano, double bass and drums, sometimes accompanied by a vocal gospel quartet. I can hear a bit of Ray Charles in it, but of course Charles was also completely steeped in gospel. The Chess recordings (one single) were done under the supervison of producer and double bassist Willie Dixon who must have been listening carefully when Ballinger canned the Rosetta Tharpe cover This Train, because Dixon reworked that song to put his own composition My Babe, first recorded by bluesman Little Walter before it became a rock 'n' roll classic, into its definitive form. Sinners, this is the real deal, with a raw intensity that would scare the devil himself and has more to do with blues power than with the sanctified soul of The Five Blind Boys Of Mississippi, Alabama or anywhere else. The booklet puts the recordings in perspective and Bear Family producer Nico Feuerbach managed to find some announcements of Ballinger's sermons in old newspapers, but a proper bio is still missing. Whether any of Ballinger's family is still alive is not mentioned: Ballinger himself died in 1965 at the age of only 44 (cause of death unknown), his son died in 2013.
Info: www.bear-family.com (Frantic Franky)


JUMP, JIVE & WAIL: THE VERY BEST OF/ LOUIS PRIMA
Jasmine, JASCD1026
THAT OLD BLACK MAGIC: THE VERY BEST OF/ LOUIS PRIMA & KEELY SMITH
Jasmine, JASCD1052
I WISH YOU LOVE: THE VERY BEST OF/ KEELY SMITH
Jasmine, JASCD1119
English version: see below

Toen ik een eeuwigheid geleden in de rock 'n' roll begon was trompettist Louis Prima al een buitenbeentje: onwaarschijnlijk swingende muziek gebracht door een opa met een duivenmelkerspet op, maar de disk jockey kon op elk trouw- of communiefeest de dansvloer in een mum van tijd vol laten lopen door Buona Sera op te leggen. De platen waren courant verkrijgbaar en dus kocht ik ze, en het duurde niet lang of ik wou dat ik net als Louis Prima Italiaans bloed door mijn aderen had stromen. Het werk van Louis Prima is denk ik sinds de jaren '50 nooit uit de handel geweest en nog steeds courant te verkrijgen op een niet aflatende stroom re-issues, dus waarom nog drie Louis Prima CD’s erbij kopen? Nou, omdat een mens nooit genoeg prima Prima in huis kan hebben (de drie CD’s samen bevatten 83 tracks), omdat Jasmine toch weer een aparte invalshoek vond, omdat deze drie CDs multi-labelig zijn en niet alleen de bekende Capitol opnames maar ook materiaal verschenen op RCA Victor, Mercury, Prima's eigen Robin Hood label, Columbia, Decca en Jubilee bevatten, en natuurlijk niet in de laatste plaats omdat dit de swingendste rock 'n' roll ooit gemaakt is, niet verwonderlijk als je weet dat Prima in de jaren '50 al een veteraan was met meer dan twintig jaar op de teller: hij begon zijn carrière reeds in de eerste helft van de jaren '20 en maakte zijn eerste plaatopnames in 1933! En eigenlijk heeft ie al die tijd gewoon exact hetzelfde gedaan, dus tegen midden jaren '50 zat de routine er echt wel in gebakken en leidde koning Louie een show die uitzonderlijk goed gerodeerd was. Veel van zijn klassiekers had ie trouwens al eerder opgenomen in de jaren '40, zoals u ongetwijfeld weet als u al eens een budget CD'tje van hem kocht. Als u wil weten hoe goed Prima's timing en hoe humoristisch zijn optredens waren, zoek dan op YouTube naar de vele live clipjes (pas op, als je die begint te kijken kan je niet stoppen) en besef dat Louis Prima veel meer was dan zomaar een entertainer: hij was een showman par excellence die als geen ander zijn publiek aanvoelde, en bovendien de hipste aller cats.
De CD Jump, Jive & Wail: The Very Best Of Louis Prima 1952-1959 toont exact waar Prima zijn mosterd haalde: The Bigger The Figure en Luigi zijn lichtvoetige frivole Italiaanse operette (Figaro!), One Mint Julip en Man Dig That Crazy Chick zijn big band swing, door Prima en zijn combo met een royale scheut dixieland verwerkt tot zowel jive (Whistle Stop, Be Mine) als jazz (Them There Eyes/ Honeysuckle Rose en Too Marvelous For Words), resulterend in bekende nummers als het scattende 5 Months 2 Weeks 2 Days, het rustige Banana Split For My Baby en de grote kanonnen Buona Sera, Just A Gigolo/ I Ain't Got Nobody, Oh Marie, Jump Jive An' Wail, Pennies From Heaven en Angelina/ Zooma Zooma. Hoe kan je niet houden van iemand die zinsneden als "I eat antipasta twice just because she is so nice, I eat zuppa and minestrone just to be with her alone" spuide? Dat alles en nog veel meer in die macaroni en ravioli stijl zoals Whistle Stop en Be Mine (Little Baby) staan op deze CD, net als de supersnelle instrumentale gekte van Tiger Rag/ Just Because dat bijna Spike Jones is, het al even geflipte op de in 1957 gelanceerde spoetnik satelliet gebaseerde novelty nummer Beep Beep met uiteraard een hoop biep bieps in verschillende toonaarden, de vele woordspelletjes, en de vele live nummertjes van al die live in Las Vegas platen. Rock 'n' roll in maatpak met stropdas!
That Old Black Magic: The Very Best Of Louis Prima & Keely Smith 1949-1959 biedt meer van hetzelfde maar focust op de vele duetten die Prima opnam met Keely Smith, de derde van zijn minstens vijf zangeressen, de vierde van zijn vijf echtgenotes, en een integraal deel van de Louis Prima show omdat Prima zijn grappen en grollen opvoerde met als klankbord het doodserieuze en vaak verveeld, geërgerd of zelfs boos kijkende gezicht van Keely Smith. Op deze CD staan onder meer That Old Black Magic waarvoor Prima en Smith in 1959 de allereerste Grammy award voor Best Performance By A Vocal Group in de wacht sleepten, Prima's cover van Ruth Brown's Teardrops From My Eyes, zijn originele versie van de door Wynonie Harris gecoverde jiver Oh Babe, het door Big Sandy gecoverde Hey Boy Hey Girl, jivers als Yeah Yeah Yeah en Ooh-Dahdily-Dah, twee versies van (Nothing's Too Good) For My Baby in een verschillend arrangement, de calypso Ai-Ai-Ai, crooners als Here Pretty Kitty en Until Sunrise, en veel novelty nummers als het indianenverhaal Heap Big Smoke (But No Fire), Five Feet Two Eyes Of Blue, Basta, I Beeped When I Shoulda Bopped, I Ain't Gonna Take It Settin' Down, Enjoy Yourself, Barnacle Bill The Sailor en Chop Suey Chow Mein.
De derde CD is geheel gewijd aan de solo-opnames van Keely Smith voor Capitol 1956-1959 die zich met songs als Autumn Leaves, I Keep Forgetting, A Foggy Day, I Gotta Right To Sing The Blues, I Understand, Sometimes, You Are My Love, Lullaby Of The Leaves, I'll Never Smile Again, All The Way, Nitey-Nite en It's Magic dat u kent van The Platters echter voor meer dan de helft in de croonersfeer situeren, ook al zijn Shy, High School Affair, Hurt Me, Young And In Love, You Better Go Now, You'll Never Know en Good Behaviour het soort meeslepende ballade waar Connie Francis een hele carrière op bouwde en zijn The Birth Of The Blues, Don't Let A Memory Break Your Heart, What Can I Say After I'm Sorry en You're Driving Me Crazy swingjazz. De 30 tracks zijn afkomstig van Smith's solosongs op de Louis Prima LP’s en de live platen, van haar solo singles, en van haar drie solo-LP’s I Wish You Love, Politely en Swingin' Pretty. Van de winter crooner I Wish You Love krijgen we zowel de single versie als de rijker gearrangeerde LP versie, en van Don't Take Your Love From Me, alweer een romantische crooner, de singleversie en de LP-versie in een ander arrangement. Ook beide kantjes van haar easy swing duet single met Frank Sinatra staan erop, net als het gevoelige The Whippoorwill uit de Robert Mitchum film Thunder Road. Haar Baby Won't You Please Come Home alias (Won't You Please Come Home) Bill Bailey uit die film staat niét op de CD. Vroeger zou ik dit als hardcore rockabilly maar niks hebben gevonden, tegenwoordig ben ik danig onder de indruk van de speelse puurheid van de stem en de uitgebreide orchestrale arrangementen.
Helaas komt aan alles een eind: Keely Smith vroeg in 1961 de echtscheiding aan en werd vervangen door zangeres Gia Miaone met wie Prima óók trouwde, de smaak van het publiek veranderde en Louis Prima werd een reliek uit een tijdperk dat voorgoed voorbij was. Prima overleed in 1978 op 68-jarige leeftijd na drie jaar in coma te hebben gelegen na een operatie om een goedaardige hersentumor te verwijderen, saxofonist Sam Butera die nog jarenlang de Louis Prima show runde op zijn eentje zonder Louis Prima en die zelfs nog op rock 'n' roll festivals optrad overleed in 2009, en Keely Smith in 2017. Louis Prima's enige zoon, de nu 55-jarige Louis Prima Jr, treedt nog steeds op met een Louis Prima show. O mamma zooma zooma baccala! Info: www.jasmine-records.co.uk en www.louisprima.com (Frantic Franky)

When I first got into rock 'n' roll an eternity ago, trumpeter Louis Prima was already not your average rock 'n' roll star: incredibly swinging music performed by a grandfather wearing a milkman's cap, but at any wedding or family gettogether the disc jockey could fill the dance floor in no time by playing Buona Sera. His records were readily available so I bought them, and it wasn't long before I wished I had Italian blood running through my veins just like Louis Prima. To my knowledge his body of work has never been out of print since the 1950s and it's still widely available on a never-ending stream of re-issues, so why buy three more Louis Prima CDs? Well, because one can never have enough Prima (these three CDs together contain 83 tracks), because Jasmine found a different angle, because the CDs are not restricted to the well known Capitol recordings but also contain material released on RCA Victor, Mercury, Prima's own Robin Hood label, Columbia, Decca and Jubilee, and of course because this is the swinginest rock 'n' roll ever made, which should come as no surprise given the fact that in the 1950s Prima was already a veteran with over twenty years under his belt: his career started in the first half of the 1920s and he made his first recordings in 1933! In fact he had been doing exactly the same thing all this time, so by the mid-fifties he knew all the tricks of the trade and King Louie was running a show that was exceptionally well put together. Many of his classics he'd already recorded before in the 1940s, as I'm sure you know if you ever bought one of the many Louis Prima budget CDs. If you want to know how good Prima's timing was and how humorous his performances, search YouTube for the many live clips (beware, once you start watching them you can't stop) and realize that Louis Prima was much more than just an entertainer: he was a showman par excellence who felt the pulse of his audience like no one else, and he was also the hippest of the cats.
The CD Jump, Jive & Wail: The Very Best Of Louis Prima 1952-1959 shows exactly where Prima got his inspiration: The Bigger The Figure and Luigi are light-hearted frivolous Italian operetta (Figaro! ), One Mint Julip and Man Dig That Crazy Chick are big band swing, injected by Prima and his combo with a generous dash of dixieland to become both jive (Whistle Stop, Be Mine) as well as jazz (Them There Eyes / Honeysuckle Rose and Too Marvelous For Words), resulting in familiar songs the like scatting 5 Months 2 Weeks 2 Days, the relaxed Banana Split For My Baby and of course the big ones Buona Sera, Just A Gigolo / I Ain't Got Nobody, Oh Marie, Jump Jive An' Wail, Pennies From Heaven and Angelina / Zooma Zooma. How can you not love someone who comes up with lines like "I eat antipasta twice just because she is so nice, I eat zuppa and minestrone just to be with her alone"? All that and much more in the same macaroni and ravioli style like Whistle Stop and Be Mine (Little Baby) is on this CD, as well as the super fast instrumental craziness of Tiger Rag / Just Because which is almost Spike Jones, the equally nutty novelty song Beep Beep based on the 1957 launched sputnik satellite with of course a lot of beep beep beeps in different keys, the many word plays, and the many live songs from all those live in Las Vegas albums. Rock 'n' roll in tailored suit and tie!
That Old Black Magic: The Very Best Of Louis Prima & Keely Smith 1949-1959 offers more of the same but focuses on the many duets Prima recorded with Keely Smith, the third of his at least five girl singers, the fourth of his five wives, and an integral part of the Louis Prima show as Prima performed his jokes and crazy antics opposite Keely Smith's dead pan and often bored, annoyed or even angry looking face as a sounding board. Included are That Old Black Magic for which Prima and Smith in 1959 won the very first Grammy award for Best Performance By A Vocal Group, Prima's cover of Ruth Brown's Teardrops From My Eyes, his original version of the Wynonie Harris covered jiver Oh Babe, the Big Sandy covered Hey Boy Hey Girl, jivers like Yeah Yeah Yeah and Ooh-Dahdily-Dah, two versions of (Nothing's Too Good) For My Baby in a different arrangement, the calypso Ai-Ai-Ai, crooners like Here Pretty Kitty and Until Sunrise, and many novelty songs like the native American tale Heap Big Smoke (But No Fire), Five Feet Two Eyes Of Blue, Basta, I Beeped When I Shoulda Bopped, I Ain't Gonna Take It Settin' Down, Enjoy Yourself, Barnacle Bill The Sailor and Chop Suey Chow Mein.
The third CD is entirely devoted to Keely Smith's solo recordings for Capitol 1956-1959, and with songs like Autumn Leaves, I Keep Forgetting, A Foggy Day, I Gotta Right To Sing The Blues, I Understand, Sometimes, You Are My Love, Lullaby Of The Leaves, I'll Never Smile Again, All The Way, Nitey-Nite and It's Magic which you know from The Platters more than half of the tracks are crooner territory, even though Shy, High School Affair, Hurt Me, Young And In Love, You Better Go Now, You'll Never Know and Good Behaviour are the kind of stylish ballad which Connie Francis built her career on, while The Birth Of The Blues, Don't Let A Memory Break Your Heart, What Can I Say After I'm Sorry and You're Driving Me Crazy are swing jazz. The 30 tracks are from Smith's solo songs on the Louis Prima LP’s and live records, from her solo singles, and from her three solo LP’s I Wish You Love, Politely and Swingin' Pretty. We get both the single version and the more richly arranged LP version of the winter crooner I Wish You Love, and the single version and the LP version in a different arrangement from Don't Take Your Love From Me, another romantic crooner. Also included are both sides of her easy swing duet single with Frank Sinatra, as well as the sensitive The Whippoorwill from the Robert Mitchum film Thunder Road. Her Baby Won't You Please Come Home aka (Won't You Please Come Home) Bill Bailey from that movie is not on the CD. Being a hardcore rockabilly I would not have liked this back in the day, now I am very impressed by the playful purity of the voice and the depth of the orchestral arrangements.
Unfortunately all good things come to an end: Keely Smith filed for divorce in 1961 and was replaced by singer Gia Miaone whom Prima also married, public tastes changed and Louis Prima became a relic from an era that was forever gone. He died in 1978 at the age of 68 after three years in a coma following surgery to remove a benign brain tumor, saxophonist Sam Butera who continued to run the Louis Prima show for years on his own without Louis Prima and who even performed at rock 'n' roll festivals died in 2009, and Keely Smith died in 2017. Louis Prima's only son, the now 55-year-old Louis Prima Jr, still performs with a Louis Prima show. O mamma zooma zooma baccala! Info: www.jasmine-records.co.uk en www.louisprima.com (Frantic Franky)

Streaming Recensie

FLAT TOP BOOGIE/ THE UNKOOL HILLBILLIES
English version: see below

Volgend jaar vieren ze hun twintigste verjaardag, de bijzonder coole Unkool Hillbillies, de Zweedse band die wel rock 'n' roll maar geen hillbilly speelt en dat ook al bij ons deed op onder meer Rock Around Giethoorn en Sweetlake Rock 'n' Roll Revival in Zoetermeer.
Deze digital only release is afkomstig van hun eerste opnamessessie in vijf jaar en met die ondertitel The Corona Sessions Vol. 1 volgt er hopelijk snel meer, misschien wel een nieuw, zesde album om die 20ste verjaardag in stijl te vieren. Nu zijn er alvast twee gloednieuwe nummers waarvan Flat Top Boogie werd geschreven door pianist Anders Umegård samen met ex-bassist Ove Andersson, een moderne supersnelle rechtdoor pianorocker met een gedreven ritme, stop/start patroon en twee flitsende gitaarsolos waarvan er eentje afwisselt met steelgitaar. Het tweede nummer, So Long Mole van de hand van de mij geheel onbekende Britse songwriter Patrick Gubbins, is helemaal op het lijf van The Unkool Hillbillies geschreven wat betekent dat het erg op Flat Top Boogie lijkt, net zoals veel nummers op hun albums vaak in dezelfde stijl zijn. So Long Mole is voorzien van sax (Otto Gryting die ook vroeger al toeterde voor The Unkool Hillbillies) en een twistend drumritme en een pianosolo. Er doen geen mondharmonica of ander instrumenten mee zoals vaak op hun albums, en beide tracks zijn minder wild dan de wall of sound die vooral hun eerste albums kenmerkte. De zang vibeert een beetje en lijkt soms niet 100% synchroon met het ritme. Beide nummers zijn afgebiljart in net onder dan wel juist over twee minuten en de eindes zijn niet echt geïnspireerd want, tja, eigenlijk stoppen ze gewoon. Niettemin: luid spelen en dit klinkt lekker, en daarom is een leuk en ongecompliceerd digitaal Spotify tussendoortje voor de liefhebbers van solid gold jukebox rock 'n' roll. Info: www.unkool.se (Frantic Franky)

Next year they will celebrate their twentieth anniversary, The Unkool Hillbillies, the cool Swedish band that plays rock 'n' roll but not hillbilly. This digital only release is from their first recording session in five years and the subtitle The Corona Sessions Vol. 1 indicates there's more to follow, maybe even a sixth album to celebrate that 20th anniversary in style. For the moment being they present two brand new songs of which Flat Top Boogie was written by pianist Anders Umegård together with ex-bassist Ove Andersson, a nice fast straightforward piano rocker with a driving rhythm, stop/start pattern and two flashing guitar solos of which one alternates with steel guitar. So Long Mole by British songwriter Patrick Gubbins whom I never heard of, was written specifically for The Unkool Hillbillies, which means it's very similar to Flat Top Boogie, just like many songs on their albums are often in the same style. This song features sax (Otto Gryting who honk for The Unkool Hillbillies before), a twisting drumbeat and a piano solo. There's no harmonica or other extra instruments unlike usually on their albums and both tracks are less wild than the wall of sound that characterized especially their first albums. The vocals vibrate a bit and sometimes seem not 100% in sync with the rhythm. Both songs are crammed in under / just over two minutes and the endings are not really inspired because both songs, well, just kinda stop. Nevertheless: play loud and this sounds nice, and therefore it's a nice digital Spotify treat for fans of solid gold jukebox rock 'n' roll.
Info: www.unkool.se (Frantic Franky)

31 maart 2021

CD Recensies

MIND AND HEART/ EMMA MATTUCCI
CJRO Records, CRJOCD729
English version: see below

Rock 'n' roll bloed kruipt waar het niet gaan kan: Emma Mattucci is de dochter van Mario Mattucci, al 40 jaar (!) gitarist en bezieler van de Belgische authentieke rockabillyband The Be-Bop's. Ze heeft het dus van geen vreemden, en we zagen haar van kleins af op de optredens van The Be-Bop's waar ze van zodra ze op een podium kon staan ook een liedje mocht meezingen: we hebben hier nog een demo steken uit 2008 toen ze amper 10 jaar jong was en samen met Be-Bop's drummer Roland Vandy's toen twaalfjarige dochter Laurie als The Ukelele Girls The Collins Kids achterna deed. Emma zingt nog steeds, speelt intussen ook piano, en brengt nu haar debuutalbum uit op het Britse label CJRO. Het goeie aan dat album is dat het niet de voor de hand liggende standaard female rockabilly is waar Emma zich op stort, maar ze haar inspiratie zoekt in een breed scala aan countryswing stijlen van jaren '50 vocal harmony tot jaren '60 country.
Mind And Heart bevat zes originals door Emma zelf gecomponeerd en zeven covers waarvan Teenager In Love de bekendste. Met Dion kan Emma zich uiteraard vooralsnog niet meten (Mario neemt alle Belmonts voor zijn rekening), maar het is in de onbekende covers dat Emma schittert, ook al door de tieneronschuld die door de nummers schemert. Datin', een obscuriteit van Sunshine Ruby uit 1953, is rustige medium tempo honkytonk-abilly met een goeie gitaarhook, Lookout Heart is een perfecte rocka-hillbilly boogie jiver, origineel van Coy Jackson uit 1965. Het onweerstaanbare Candy Kisses is een cover van het hedendaagse Truly Lover Trio, trager gespeeld dan Marcel Riesco's boppende ritme en meer vintage klinkend met veel akoestische gitaren, zelfs een solo op akoestische gitaar, en een scheutje Johnny Horton feeling. Patsy Cline's I Love You Honey krijgt dan weer een meer kleine meisjes uitvoering. Een ballade mocht niet ontbreken en dat werd Jan Howard's country torcher The Real Me uit 1968 met een betoverende Hawaiiaanse gitaar. One More Year To Go tenslotte is een van oorsprong traag nummer van Janis Martin dat door Emma sneller wordt gebracht in een soort Elvis sfeertje, en de invloed van Janis Martin horen we ook in de rustige rocker Jealous Guy waarmee we bij de eigen nummers zijn beland. Titeltrack Mind And Heart is aanstekelijke ouderwetsche meerstemmige vocal harmony van het soort dat ook The Be-Bop's op een zalige manier konden vertolken doch naar mijn persoonlijke smaak veel te weinig deden. You is een tragere slow tempo shuffle wals, Just Only You mambo't een beetje exotisch, en Hey Daddy speelt het dochter-vader gegeven uit (dochterlief wil de auto lenen) en had een poppy countrynummer van The Collins Kids uit de jaren '50 kunnen zijn.
Door veel nummers kabbelt Emma's pianospel, en alles wordt ondersteund door de rockende gitaar van papa Mario die ook bas en drums voor zijn rekening nam op een CD die zo toegankelijk is dat ie na enkele luisterbeurten verslavend werkt. De stem vibreert soms, wat wij omschrijven als een ruwe diamant. Emma Mattucci staat op de drempel van het leven, en de toekomst lacht haar stralend tegemoet. We wensen haar alle succes toe, en Mario mag trots zijn. Over een half jaar zou er een vinylversie komen.
Info: www.facebook.com/emma.mattucci.7 en www.facebook.com/cjrorecords (Frantic Franky)

Rock 'n' roll blood is thicker than water: Emma Mattucci is the daughter of Mario Mattucci, guitarist and driving force of the Belgian authentic rockabilly band The Be-Bop's for 40 years (!). We saw her from an early age at the Be-Bop's' gigs where as soon as she could stand up on a stage was allowed to sing along: we still have a demo from back in 2008 when she was just 10 years young and sang together with Be-Bop's drummer Roland Vandy's then 12 year old daughter Laurie calling themselves The Ukelele Girls and copying The Collins Kids. Emma is still singing, in the meantime she also plays the piano, and now she's releasing her debut album on the British label CJRO. The good thing about that album is that it's not the standard female rockabilly fare Emma is throwing herself into, but she looks for inspiration in a wide range of country swing styles from fifties vocal harmony to sixties country. Mind And Heart contains six originals composed by Emma herself and seven covers of which Teenager In Love is the best known. Obviously at this moment she can't yet compete with Dion (Mario takes care of all the Belmonts), but it's in the unfamiliar covers that Emma excels, partly due to the teenage innocence that shines through the songs. Datin', a 1953 obscurity from Sunshine Ruby, is calm medium tempo honky tonkabilly with a catchy guitar hook, Lookout Heart is a perfect rocka-hillbilly boogie jiver, originally from Coy Jackson in 1965. The irresistible Candy Kisses is a cover from the contemporary Truly Lover Trio, played slower than Marcel Riesco's boppin' rhythm and sounding more vintage with lots of acoustic guitars, even a solo on acoustic guitar, and a dash of Johnny Horton. Patsy Cline's I Love You Honey gets a more little girlie version. A ballad had to be included and it's Jan Howard's country torcher The Real Me from 1968 with an enchanting Hawaiian guitar. One More Year To Go is originally a slow song by Janis Martin sped up in a kind of Elvis way, and the influence of Janis Martin can also be heard in the calm rocker Jealous Guy, which brings us to Emma's own songs. Title track Mind And Heart is catchy old-fashioned vocal harmony of the kind that The Be-Bop's were also able to perform in a wonderful way but to my personal taste didn't play nearly enough. You is a slower tempo shuffle waltz, Just Only You does the mambo in a slightly exotic style, and Hey Daddy plays on the daughter-father theme (daddy's little girl wants to borrow the car) and could have been a poppy 1950s Collins Kids country tune.
Emma's piano playing pumps along many of the songs and everything is backed by the rockin' guitar played by daddy Mario who also provided bass and drums on a CD so accessible that it becomes addictive after a few spins. The voice sometimes vibrates, which we describe as a rough diamond. Emma Mattucci is on the threshold of life and the future is smiling upon her. We wish her a lot of success, and Mario should be proud. A vinyl version should arrive in six months. Info: www.facebook.com/emma.mattucci.7 en www.facebook.com/cjrorecords (Frantic Franky)


BACK FOR MORE/ THE TIN CANS
Part Records, PART-CD 6101.002
English version: see below

Vijf jaar na het wat ons betreft niet echt denderend Honest & Crafted is dit Duitse trio terug voor meer met hun achtste album sinds Speak Easy uit 1998. Die hebben wij niet allemaal om de eenvoudige reden dat we ze niet allemaal even goed vinden, maar voor deze nieuwe verdienen contrabassist-zanger Claude Wolke, gitarist Sebastian Glenz en drummer Martin Putela een pluim, want Back For More sluit nog het meest aan bij de energieke sound van Still Rockin en Unbreakable van een dikke tien jaar geleden.
Opener The Time Is Right is rock met invloed van bluesbop maar gespeeld op zijn rock 'n' roll/ rockabilly's, en dat zet de toon voor het gehele album dat niet alleen neo-rockabilly is maar ook frisse, vakkundig gespeelde moderne rockabilly bevat (Boppin' On) met elementen uit uptempo swamprock (Lost In Swamp). Poor Man's Blues en Anyway zijn een moderne interpretatie van bluesbop, en Ship Of Lost Souls, You Drag Me Down, Sound Of The Highway zijn rock vermomd als rock 'n' roll. "Rock" is in deze overigens niet negatief bedoeld: songs als I Need To Know, The Girl Next Door, Illusive Love of het melodieuze Free As A Bird zijn erg consumptievriendelijk, haast commercieel zouden we zeggen als dat ook weer niet zo'n slechte connotatie had. Samen zijn dat twaalf eigen composities die afsluiten met de enige cover, Please Mr. Postman, het Motown nummer van The Marvelettes uit 1961, dat een ska-behandeling krijgt die nog werkt ook!
Op de sound, de zang en de muzikale prestaties van The Tin Cans valt hier niets af te dingen, dus wie houdt van moderne, hedendaagse rockabilly weet waar zijn centen te spenderen. Er zou een vinylversie van slechts 200 exemplaren onderweg zijn! Info: www.part-records.de (Frantic Franky)

Five years after the in our humble opinion not exactly world shattering Honest & Crafted, the German trio is back for more with their eighth album since 1998's Speak Easy. We do not own them all for the simple reason that we do not like them all as much, but for this new one double bassist-vocalist Claude Wolke, guitarist Sebastian Glenz and drummer Martin Putela deserve kudos, because Back For More goes back to the energetic sound of Still Rockin and Unbreakable from a good ten years ago. Opener The Time Is Right is rock with blues bop influence but played rock 'n' roll / rockabilly style, which sets the tone for an album which is not only neo but also includes fresh, expertly played modern rockabilly (Boppin' On) and elements of uptempo swamp rock (Lost In Swamp). Poor Man's Blues and Anyway are a modern interpretation of blues bop, and Ship Of Lost Souls, You Drag Me Down and Sound Of The Highway are rock disguised as rock 'n' roll. "Rock" is here not meant negatively: songs like I Need To Know, The Girl Next Door, Illusive Love or the melodic Free As A Bird are very consumer friendly and almost commercial, or at least I would say so if that also didn't have such a bad connotation. Together they make twelve own compositions that finish off with the only cover here, Please Mr. Postman, the Motown song by The Marvelettes from 1961, getting a ska treatment that works out well. The Tin Cans' sound, vocals and musical performance on Back For More are flawless, so if you like your rockabilly modern and contemporary you know where to spend your hard earned money wisely. A vinyl version of only 200 copies is said to be on its way! Info: www.part-records.de (Frantic Franky)


THE LEGENDARY CAPITOL RECORDS DOUBLE BASSIST AND MORE/ CLIFFIE STONE
Atomicat, ACCD049
BARRACUDA/ CLIFFIE STONE
Bear Family, BCD17560
English version: see below

Bear Family en Atomicat brengen gelijktijdig een CD uit van westernswing bandleider en studiocontrabassist Cliffie Stone die zijn vinger in nog meer pappen had dan Johnny Horton bassist Tillman Franks en nog het best te vergelijken valt met de veel bekendere Willie Dixon aan de overzijde van het muzikale spectrum. Stone leerde het vak in de jaren '30 als bassist in de big band van boogiewoogie pianist Freddie Slack en was vanaf midden jaren dertig zes decennia lang actief als zanger, muzikant, producer, radio DJ, TV presentator (van 1949 tot 1959 had hij zijn eigen countryshow op TV), muziekuitgever, labeleigenaar en countrykomiek. Vanaf 1946 werkte hij bij de afdeling Artiesten & Repertoire van Capitol Records en hij staat geboekstaafd als de ontdekker van Tennessee Ernie Ford, Hank Thompson, Tommy Sands en komiek Stan Freberg. Zelf nam hij minstens zes LP’s op onder namen als Cliffie Stone's Square Dance Band, Cliffie Stone & his Orchestra, Cliffie Stone & his Barn Dance Band, Cliffie Stone & his Hometown Jamboree Gang, Cliffie Stone & his Hepcats, Cliffie Stone's Music en Cliffie Stone's Country Hombres. Hij schreef twee boeken (Everything You Always Wanted To Know About Songwriting But Didn't Know Who To Ask en You Gotta Be Bad Before You Can Be Good: Talent Shows And Beyond) en heeft een ster op de Hollywood Walk Of Fame. Meer dan wij kunnen zeggen... Een succulente selectie van zijn eigen songs en van nummers waarop hij baste voor andere artiesten vonden hun weg naar deze twee CD’s.
De Atomicat CD bevat acht Cliffie Stone songs en 22 nummers met Stone als contrabassist voor anderen uit 1947-1958, Bear Family biedt daarentegen 23 "solo" opnames (waarvan er minstens zes eigenlijk worden gezongen door niet op de tracklisting achteraan vermelde gastvocalisten) en acht nummers als studiomuzikant uit 1947-1956. Op het eerste gehoor tel ik tien dubbels. De Bear Family uitgave in hun Gonna Shake This Shack Tonight reeks bevat Stone's hit Peepin' Thru The Keyhole (Watching Jole Blon) uit 1948 maar niet Silver Stars Purple Sage Eyes Of Blue (1947) en When My Blue Moon Turns To Gold Again (1948), Atomicat bevat geen enkele van die drie hits. Ook Barracadu staat niét op Atomicat, een gemis want da's een schitterend voorbeeld van onweerstaanbaar zalig swingende big beat countrybop met zowel steel gitaar als sax, waarbij we dienen te vermelden dat Barracuda wél op Atomicat's recente gelijkaardige CD Climb Aboard The Hell Train gewijd aan gitarist Billy Strange staat.
Op de Bear Family CD zijn nummers als Roly Poly, Sugar Hill, B-One Baby, Sugar Pie en de square dans Watch It Neighbor hoempapa charleston country met accordeon, fiddle en trompet met vooral die Peepin' Thru The Keyhole (Watching Jole Blon) en het humoristische T-N-Teasin' Me als uitschieters. Domino uit 1947 is al een echte boogie en twee andere vroege hoogtepunten zijn Tater Pie uit december 1950 en Jump Rope Boogie uit 1951. Everyone's Sweetheart And Nobody's Gal is een two step en Dirty Dishes is hillbilly boogie, maar met Please Please en Blue Moon Of Kentucky uit 1954 zitten we al in de proto-rock 'n' roll bop, waarbij vooral Blue Moon Of Kentucky opvalt wegens opgenomen één maand nadat Elvis er zijn rockabillyding mee deed op Sun Records. Een bassist heeft een ondersteunende ritmische rol en kan zijn stempel niet op de muziek drukken zoals een gitarist dat kan, en daarom is het best deze CD’s niet te beluisteren als Cliffie Stone op contrabas begeleid door andere muzikanten maar eenvoudigweg als een verzameling van de betere uptempo country uit de jaren '40 en '50, ook al was Stone naar verluidt de allerbeste country contrabasmaestro. Van de artiesten voor wie Cliffie Stone baste was de grote Tennessee Ernie Ford de bekendste, en hij pronkt met vijf songs op de Bear Family CD. Shot Gun Boogie en Catfish Boogie zijn welbekend, en ook Country Junction en I Don't Know zijn in Ford's gezapige oerdegelijke stijl. Philosophy is daarentegen een uptempo interpretatie van de zingende cowboy saga’s in duet met Merle Travis en gitarist Eddie Kirk. Zangeres Judy Hayden's He's A Real Gone Oakie klinkt gitaargewijs zéér rockend voor 1947, Les Gotcher's Square Dance Boogie grijpt evenwel terug naar jaren '30 old timey country, Ferlin Husky's door de neus gezongen Tennessee Central (Number 9) toen hij nog Terry Preston heette is uptempo trein country, en er is niet bepaald subtiele country comedy met Stan Freberg's Bored Of Education en het knorrige The Grunt Song. Jeanne Gayle's Bim Bam Baby is big band swing, en tot slot zijn er vier songs van ene Bob Roubian wiens stem verbazingwekkend veel lijkt op Jackson Sloan, en eens je je dat realiseert zijn zijn vier liedjes zoals Gonna Mary That Gal ook helemaal in de stijl van Jackson Sloan! Zijn opvallendste titel is Blue Suede Shoes in een over the top uitvoering met een big band rock 'n' roll orkest erachter. Apart!
Van de Cliffie Stone tracks die enkel op Atomicat staan is Sugar Rock 'n' Roll ondanks de titel een niet onaardige soort big band swing instrumental, terwijl The Last Round-Up instrumentale polonaise is. Bij de songs van de andere artiesten blijft Merrill Moore's King Porter Stomp geniaal en een gezongen Steel Guitar Rag met uiteraard Speedy West achter de steel is nooit te versmaden. Frettin' Fingers is een instrumental met de vliegende vingers van Jimmy Bryant en Speedy West, en Tex Ritter die we vooral kennen van trage cowboyballades doet het prima in het rustig boogiënd I've Got Five Dollars And It's Saturday Night - zijn Boogie Woogie Cowboy is zelfs bijna uptempo boogie. Jimmie Dolan's Wine, Women And Pink Elephants is het betere drinklied half gesproken in Hot Rod Race stijl, Ridin' Down To Santa Fe van Shug Fisher & his Ranchmen Trio is een uptempo versie van de zingende filmcowboys maar dan met verbazingwekkend rockende gitaarpickers. Bij Atomicat passeert Tennessee Ernie Ford twee keer, opnieuw met I Don't Know en met Love Makes The World Go 'Round dat u moet kennen van The Jets. Ford blijkt de originele versie van dat nummer op zijn naam te hebben staan, wat ik geeneens wist! Atomicat heeft verder charleston country in de aanbieding met Merle Travis' I Like My Chicken Fryin' Size (de titel alleen al is ritmisch) en Helen O'Connell's Hank Williams cover Baby We're Really in Love, en voorts veel countryboogie met Hank Thompson's Whoa Sailor, Jeanne Gayle's Mr. Fly-By-Night, Skeets McDonald's Scoot Git And Begone, Sheb Wooley's Hoot Owl Boogie, Helen O'Connell's I Wanna Play House With You en Jeanne Gayle's Hank Snow cover I'm Movin' On, soms met bluegrass invloed zoals in The Farmer Boys' You're A Humdinger. Zelfs I've Turned A Gadabout van Spike Jones & his Country Cousins is serieuze country boogie, zij het met een lichte knipoog, niet met Jones' gebruikelijke toeters en bellen.
Zo goed als alles op de twee CD’s is uptempo en het feit dat dit allemaal Capitol opnames zijn betekent dat op een aantal nummers klasbakken als gitarist Merle Travis, steel gitarist Speedy West en pianist Moon Mullican meedoen, en dat alles uitgevoerd wordt met de panache van de joviale bon vivant: feestmuziek uit de tijd toen het leven nog veel simpeler was. Maar welke is nu de beste CD? De wat duurdere Bear Family uitgave biedt natuurlijk een uitgebreid booklet van 33 pagina’s, maar ook de Atomicat CD bevat een korte bio en sessiedetails waar bekend. Uitgezonderd Barracuda staan de beste songs zoals Blue Moon Of Kentucky, Jump Rope Boogie, Domino, Dirty Dishes, Roly Poly en Blue Suede Shoes op beide CD’s. Het voornaamste verschil zit 'em volgens ons in het feit dat Atomicat focust op countryboogie en Bear Family meer teruggrijpt naar de iets ouderwetsere charleston country. De conclusie is dan ook een slechte zaak voor uw geldbeugel, want ondanks die tien dubbels vullen beide CD’s elkaar perfect aan. Cliffie Stone overleed in 1998 op 80-jarige leeftijd. Info: www.cliffiestone.com, www.bear-family.com en www.vintagerockinroots.com (Frantic Franky)

Bear Family and Atomicat simultaneously release a CD dedicated to western swing bandleader and studio double bassist Cliffie Stone who had his finger in even more pies than Johnny Horton's bass player Tillman Franks and can be best compared to the much better known Willie Dixon at the other end of the musical spectrum. Stone learned the trade in the 1930s as bass player in boogie woogie pianist Freddie Slack's big band and worked from the mid-1930s on during six decades as a singer, musician, producer, radio DJ, TV host (from 1949 to 1959 he had his own country show on TV), music publisher, label owner and country comedian. Starting in 1946 he worked for Capitol's Artists & Repertoire department where he is credited with discovering Tennessee Ernie Ford, Hank Thompson, Tommy Sands and comedian Stan Freberg. He recorded at least six albums under such names as Cliffie Stone's Square Dance Band, Cliffie Stone & his Orchestra, Cliffie Stone & his Barn Dance Band, Cliffie Stone & his Hometown Jamboree Gang, Cliffie Stone & his Hepcats, Cliffie Stone's Music and Cliffie Stone's Country Hombres, wrote two books (Everything You Always Wanted To Know About Songwriting But Didn't Know Who To Ask and You Gotta Be Bad Before You Can Be Good: Talent Shows And Beyond) and has a star on the Hollywood Walk Of Fame. That's more than we can say... A succulent selection of his own songs as well as songs on which he played bass for other artists found their way onto these two CDs. The Atomicat CD contains eight Cliffie Stone songs and 22 songs featuring Stone as double bassist for others from 1947-1958, Bear Family on the other hand offers 23 "solo" recordings (at least six of which are actually sung by guest vocalists not listed on the tracklisting on the back) and eight songs as studio musician from 1947-1956. On first listen I count ten doubles. The Bear Family release in their Gonna Shake This Shack Tonight series includes Stone's 1948 hit Peepin' Thru The Keyhole (Watching Jole Blon) but not Silver Stars Purple Sage Eyes Of Blue (1947) and When My Blue Moon Turns To Gold Again (1948), Atomicat does not include any of those three hits. Barracadu is not on Atomicat either, which is a pity because it's a great example of irresistible deliciously swinging big beat country bop with both steel guitar ànd sax, although we have to add that Barracuda was on Atomicat's recent similar CD Climb Aboard The Hell Train dedicated to guitarist Billy Strange. On the Bear Family CD, songs like Roly Poly, Sugar Hill, B-One Baby, Sugar Pie and the square dance Watch It Neighbor are polonaise charleston country with accordion, fiddle and trumpet with especially Peepin' Thru The Keyhole (Watching Jole Blon) and the humorous T-N-Teasin' Me as standouts. Domino from 1947 is already a real boogie and two other early highlights are Tater Pie from december 1950 and Jump Rope Boogie from 1951. Everyone's Sweetheart And Nobody's Gal is a two step and Dirty Dishes is hillbilly boogie, but Please Please and Blue Moon Of Kentucky from 1954 are already proto-rock 'n' roll bop, with Blue Moon Of Kentucky especially notable as this was recorded one month after Elvis did his rockabilly thing with it on Sun Records. A bassist has a supporting rhythmic role and can't put his mark on the group sound like a guitar player can, which is why it's best not to listen to these CDs as Cliffie Stone on bullfiddle accompanied by other musicians but rather as collections of the best uptempo country of the forties and fifties, even though Cliffie Stone was reportedly the best country double bass maestro. Of the artists for whom Cliffie Stone played bass, the great Tennessee Ernie Ford is the best known, and he's present with five songs on the Bear Family CD. Shot Gun Boogie and Catfish Boogie are well known, and Country Junction and I Don't Know are in the same relaxed rock solid style. Philosophy on the other hand is an uptempo interpretation of the singing cowboy sagas in duet with Merle Travis and guitarist Eddie Kirk. Singer Judy Hayden's He's A Real Gone Oakie sounds guitar-wise very rockin' for 1947, Les Gotcher's Square Dance Boogie harks back to 1930s old timey country, Ferlin Husky sang the uptempo train ditty Tennessee Central (Number 9) thru his nose when he was still called Terry Preston, and there's not exactly subtle country comedy with Stan Freberg's Bored Of Education and the grumpy The Grunt Song. Jeanne Gayle's Bim Bam Baby is big band swing, and finally there are four songs by one Bob Roubian whose voice sounds amazingly similar to Jackson Sloan's, and once you realize this his four songs like Gonna Mary That Gal are also completely in the style of Jackson Sloan! His most remarkable song is Blue Suede Shoes in an over the top performance with a big band rock 'n' roll orchestra behind it. It sure sounds different!
Of the Cliffie Stone tracks that are only on Atomicat, Sugar Rock 'n' Roll is despite its title a not unsympathetic big band swing-type instrumental, while The Last Round-Up is an instrumental polonaise. Among the songs by the other artists Merrill Moore's King Porter Stomp remains brilliant and a vocal Steel Guitar Rag with the one and only Speedy West behind the wheel is obviously spectacular. Frettin' Fingers is an instrumental featuring Jimmy Bryant and Speedy West's flying fingers, and Tex Ritter who we know mainly for slow ballads does a mighty fine job in the calm boogie I've Got Five Dollars And It's Saturday Night - his Boogie Woogie Cowboy even is almost uptempo boogie. Jimmie Dolan's Wine, Women And Pink Elephants is the better drinking song half spoken in Hot Rod Race style, Ridin' Down To Santa Fe by Shug Fisher & his Ranchmen Trio is an uptempo version of the singing movie cowboys but with amazingly rockin' guitar pickers. Also on Atomicat Tennessee Ernie Ford drops by twice, again with I Don't Know and with Love Makes The World Go 'Round which you should know from The Jets. It turns out Ford has the original version of that song to his name, which I didn't even know! There's charleston country with Merle Travis' I Like My Chicken Fryin' Size (the title in itself is already rhythmical) and Helen O'Connell's Hank Williams cover Baby We're Really in Love, and plenty of country boogie with Hank Thompson's Whoa Sailor, Jeanne Gayle's Mr. Fly-By-Night, Skeets McDonald's Scoot Git And Begone, Sheb Wooley's Hoot Owl Boogie, Helen O'Connell's I Wanna Play House With You and Jeanne Gayle's Hank Snow cover I'm Movin' On, sometimes with bluegrass influence as in The Farmer Boys' You're A Humdinger. Even I've Turned A Gadabout by Spike Jones & his Country Cousins is serious country boogie, albeit with a slight wink, not with Jones' usual out of control bells and whistles.
Just about everything on the two CDs is uptempo and the fact that these are all Capitol recordings means that on a number of tracks ace musicians like guitarist Merle Travis, steel guitarist Speedy West and pianist Moon Mullican join in, while everything is performed with the panache of the jovial bon vivant: party music from the days when life was much simpler. But which is the best CD? The more expensive Bear Family release throws in a comprehensive 33-page booklet, but the Atomicat CD also includes a short biography and session details where known. Except for Barracuda, the best songs like Blue Moon Of Kentucky, Jump Rope Boogie, Domino, Dirty Dishes, Roly Poly and Blue Suede Shoes are on both CDs. In our opinion, the main difference lies in the fact that Atomicat focuses on country boogie and Bear Family delves more deeply into the slightly more old-fashioned charleston country. The conclusion is not good for your wallet, because despite those ten doubles both CDs complement each other perfectly. Cliffie Stone died in 1998 at the age of 80.Info: www.cliffiestone.com, www.bear-family.com en www.vintagerockinroots.com (Frantic Franky)

24 maart 2021

REBEL WITH A CAUSE/ JAMES DEAN
Bear Family, BCD 17571
English version: see below

Als tiener die de rock 'n' roll ontdekte verzamelde ik rigoureus alles wat van ver of nabij te maken had met James Dean, de acteur die een icoon werd op basis van de slechts drie films die hij maakte in 1954-1955 alvorens zichzelf op 30 september 1955 op 24-jarige leeftijd onsterfelijk te maken door ironisch genoeg om het leven te komen in een auto-ongeval. Was dat niet gebeurd dan was hij op 8 februari jongstleden 90 jaar geworden! Nu ik veel te oud ben geworden om nog jong te sterven maakt Bear Family de steeds dieper in mij verscholen tiener wakker met deze CD die mét goedkeuring van James Dean Inc, het bedrijf dat de rechten op James Dean' naam en beeltenis exploiteert, de erfenis van James Dean illustreert op diverse muzikale vlakken. Enerzijds is er 33 minuten filmmuziek met een selectie muzikale thema’s uit de soundtracks van de drie James Dean films East Of Eden, Rebel Without A Cause met zijn geniale Nederlandstalige titel Botsende Jeugd, en Giant met onder meer de gezongen Yellow Rose Of Texas en The Eyes Of Texas Are Upon You - Elvis zou ze later als een medley zingen in de film Viva Las Vegas. Er is ook 10 minuten soundtrack muziek uit de documentaire The James Dean Story uit 1957, zijnde bebop jazz uitgevoerd door de James Dean van de jazz, trompettist Chet Baker, maar het door Tommy Sands gezongen Let Me Be Loved thema uit die docu staat niet op deze CD. Al even instrumentaal zijn de vijf minuten home recordings van James Dean op conga’s, privé-opnames live in een Hollywood nachtclub waar Dean meejamde met fluitist Bob Romeo (hij speelde in 1954 naar verluidt de fluit op de soundtrack van de Humphrey Bogart film The Barefoot Contessa), opnames die best kunnen worden omschreven als jungle drums en een oosterse pitta fluit in barre geluidskwaliteit. Na Dean's dood verschenen die twee tracks op single, maar het klinkt nu nog steeds nergens naar. Nee, dan is het interessanter even te luisteren naar de zes minuten interviewfragmenten waaronder het bekende TV interview met het voorlichtingsfilmpje voor de verkeersveiligheid waarin Dean de profetische woorden "take it easy driving, the life you might save might be mine" orakelt.
Voor wie niet maalt om soundtracks en interviews zijn er ook een tiental tribute songs, het merendeel daterend uit de jaren '50. Bill Hayes' Message From James Dean met scheurende bolides situeert zich in de fast talking beatnik rock 'n' roll bop, maar van Bobby Poe & the Poe-Kats hadden wij toch Down On The Farm rock 'n' roll verwacht terwijl hun Rebel Without A Cause eerder Frankie Laine is. Nog meer trage en duistere dramatiek is The Ballad Of James Dean van The Four Tunes. De originele versie van dat nummer door pop crooner Dylan Todd staat hier niet op, en de cover van orkestleider Dick Jacobs die later de overdubs van een aantal postume Buddy Holly releases deed evenmin. Jacobs is wél aanwezig met A Boy Named Jimmy Dean dat uptempo is in de stijl van Black Denim Trousers And Motorcycle Boots van The Cheers. Ook in Europa maakte Dean furore, getuige de in het Duits gesüngen James Dean Blues, geen blues maar dramatische pop door de Tsjechisch-Oostenrijkse zanger Walter Peter alias Ralf Roberts alias Robby Peters. Sommige songs noemen James Dean niet bij naam en lijken tekstueel zelfs niet door hem geïnspireerd zoals de Britse cover van Doris Day's crooner Jimmy Unknown door Lita Roza, en de pop crooner Rebel van TV actrice Barbara Eden uit 1967 dat qua James Dean link niet verder komt dan "he's different, he's a rebel". Een andere crooner is afkomstig van de LP Italia Con Pier Angeli uit 1959 van actrice Pier Angeli, James Dean' lief, een nummer naar analogie met haar roots getiteld Souvenir d'Italie, deels in het Engels, Italiaans en Frans gezongen met - geen cliché ontbreekt - een mandoline. De CD sluit af met twee moderne James Dean tributes waaronder het frisse pittige moderne rockabillynummer James Dean, in 1978 de B-kant van de debuutsingle van The Jets toen die nog tieners waren en begeleid werden door hun moeder toen ze bij ons kwamen optreden. Het tweede moderne nummer is snel te vergeten pop van Bonnie Tyler uit 1993 getiteld James Dean. Nu ja, het had nòg erger kunnen zijn. Moviestar van Harpo uit 1975 met de zin "you think you are a new kind of James Dean" had er ook kunnen opstaan. Conclusie: de rock 'n' roll is hier beperkt tot een minimum, maar voor de ware James Dean verzamelaar is dit een must, met tekst en uitleg in het CD booklet van 26 pagina’s met gek genoeg geen enkele foto van James Dean. "Bear Family Memorial Series", staat er op, een nieuwe reeks "als eerbewijs aan hedendaagse iconen en gebeurtenissen". Benieuwd wie of wat er nog aan bod gaat komen. Info: www.jamesdean.com en www.bear-family.com (Frantic Franky)

Discovering rock 'n' roll as a teenager I solemnly collected anything even remotely related to James Dean, the actor who became an icon based on the three films he made in 1954-1955 before immortalizing himself on September 30, 1955 at the tender age of 24, ironically enough by being killed in a car accident. Had this not happened he would have turned 90 last February 8! Now that I'm slowly becoming an old man who can no longer die young, Bear Family wakes up the teenager hidden always deeper inside me with this CD, approved by James Dean Inc., the company that exploits the rights to James Dean's name and likeness, which illustrates the legacy of James Dean on various musical levels. There is 33 minutes of film music with a selection of musical themes from the soundtracks of the three James Dean films East Of Eden, Rebel Without A Cause and Giant including the vocal Yellow Rose Of Texas and The Eyes Of Texas Are Upon You from Giant - Elvis would later sing them as a medley in the film Viva Las Vegas. There is also 10 minutes of soundtrack music from the 1957 documentary The James Dean Story, bebop jazz performed by the James Dean of jazz, trumpeter Chet Baker, but Tommy Sands' Let Me Be Loved theme from that documentary is not on this CD. Also instrumental are the five minutes' worth of home recordings of James Dean playing the congas, private recordings live at a Hollywood nightclub where Dean jammed along with flutist Bob Romeo (he reportedly played the flute in 1954 on the soundtrack of the Humphrey Bogart film The Barefoot Contessa), recordings best described as jungle drums and an oriental pita flute in awful sound quality. After Dean's death these two tracks appeared on a vinyl single, but it still sounds like shit now. It's more interesting to listen to the six minutes of interview fragments including the famous TV interview with the road safety film in which Dean utters the prophetic words "take it easy driving, the life you might save might be mine".
For those who don't care about soundtracks and interviews there are about a dozen tribute songs, most of them dating back to the 1950s. Bill Hayes' Message From James Dean with car engine sounds is fast talking beatnik rock 'n' roll bop, but from Bobby Poe & the Poe-Kats we expected Down On The Farm rock 'n' roll while their Rebel Without A Cause owes more to Frankie Laine. Even more slow and dark dramatic moodiness is The Ballad Of James Dean by The Four Tunes. The original version of that song by pop crooner Dylan Todd is not on here, nor is the cover by orchestra leader Dick Jacobs who later did the overdubs on a number of posthumous Buddy Holly releases. Jacobs is present however with the uptempo A Boy Named Jimmy Dean in the style of The Cheers' Black Denim Trousers And Motorcycle Boots. Dean also created a huge following in Europe, as evidenced by the German sung James Dean Blues, no blues but dramatic pop by Czech-Austrian singer Walter Peter aka Ralf Roberts aka Robby Peters. Some songs here don't mention James Dean by name and don't even seem to be inspired by him textually, like for example the British cover of the Doris Day crooner Jimmy Unknown by Lita Roza, and the 1967 pop crooner Rebel by TV actress Barbara Eden which as far as a link to James Dean doesn't go beyond "he's different, he's a rebel". Another crooner comes from the 1959 LP Italia Con Pier Angeli by actress Pier Angeli, James Dean' girlfriend, a song by analogy with her roots titled Souvenir d'Italie, sung partly in English, Italian and French with - no cliché is missing - a mandolin. The CD closes with two modern James Dean tributes including the still exciting modern rockabilly tune James Dean, in 1978 the B-side of the debut single by The Jets when they were still teens accompanied by their mother when they performed across the Channel. The second modern tribute is a forgottable pop song by Bonnie Tyler from 1993 titled James Dean. Well, I guess it could have been even worse. They could have included Harpo's 1975's Moviestar with the line "you think you are a new kind of James Dean". Conclusion: rock 'n' roll is limited to a minimum here, but for the true James Dean collector this is a must, with text and explanation in the 26 page CD booklet which oddly enough does not include a single photo of James Dean. "Bear Family Memorial Series", it says, a new series "honoring contemporary icons and events". Wondering who or what will be featured.
Info: www.jamesdean.com en www.bear-family.com (Frantic Franky)


AIN'T NO STRAIN, IN SESSION/ MICKEY BAKER
Jasmine, JASMCD3213
English version: see below

Het Britse re-issue label Jasmine Records bracht eerder al In Session CD’s uit van blues- en rhythm 'n' blues artiesten Eddie Taylor, Jody Williams, Otis Spann, Big Walter Horton en Matt Guitar Murphy, nu is gitarist Mickey Baker aan slag, de helft van Mickey & Sylvia van Love Is Strange uit 1956, het duo dat door Jasmine werd geprofileerd op een dubbel-CD die uiteraard de titel Love Is Strange (JASCD3093) meekreeg, ondertitel "All the Hit Singles A's & B's And More 1950-1962". Daarnaast is er op Jasmine ook de Mickey Baker CD Return Of The Wildest Guitar (JASCD979) die focust op Baker's solowerk 1952-1959. Nu dus Baker als studiomuzikant (volgens de hoesnota’s was hij in de jaren '50 de drukst bezette studiogitarist in New York), met de nadruk op songs met gitaarsolo’s die knisperen als een kroket in frituurvet of op zijn minst met interessante onderliggende gitaarpartijen. Aangezien Baker zwart was is het logisch dat de CD ondanks Ruth Brown's opener (Mama) He Treats Your Daughter Mean begint met blues, ja zelfs met trage pianoblues als Champion Jack Dupree's Please Tell Me Baby. Ook Ray Charles houdt het in Funny (But I Still Love You) rustig aan de piano, maar merkwaardig genoeg in een lossere, beetje New Orleans-achtige speelse sfeer, en Amos Milburn's originele versie van het bekende One Scotch One Bourbon One Beer is een goeie medium tempo uitvoering opnieuw met piano. Da's veel piano voor een gitaar CD, maar het is natuurlijk juist het samenspel tussen die twee instrumenten die een extra dimensie geeft. Ook met piano maar met mondharmonica als hoofdinstrument is de pure blues van Sonny Terry's I'm Gonna Rock Your Wig die niets met rock of rock 'n' roll te maken heeft, al kon je met diezelfde instrumenten ook uitstekend bluesboppen, getuige Square Walton's uptempo Bad Hangover. Nog meer trage blues is er met Stick McGhee's I'm Doin' All This Time (And You Put Me Down), doch via de swingblues van Wynonie Harris' Please Louise en Milt Trenier's Straighten Up Baby evolueren we naadloos naar de zwarte rock 'n' roll waartoe Baker meer dan één steentje bijdroeg, bijvoorbeeld op Paul Williams' misogyne Women Are The Root Of All Evil. Dickie Thompson was de originele uitvoerder van het meer rhythm 'n' blues mambo swing met een zwoel exotisch tintje gerichte origineel van het door Bill Haley als B-kant voor Rock Around The Clock gecoverde Thirteen Women, en Ann Cole brengt een rock 'n' roll versie van Got My Mojo Working. Van Mickey & Sylvia bevat de CD één nummer, de knappe stop-start rocker No Good Lover. Bekende nummers hier waarop Baker meespeelde zijn Big Joe Turner's Shake Rattle And Roll, Lavern Baker's (geen familie) Little Sister antwoord Hey Memphis, Young Jessie's Hit Git And Split, Louis Jordan's big band swing heropname uit 1956 van zijn eigen Caldonia, en Nappy Brown's nonsensikale goedgezinde Don't Be Angry. Maar ook tussen de minder bekende songs zit goed spul, samen goed voor in totaal 29 zwarte rock 'n' roll en rhythm 'n' blues tracks 1952-1961 en daar zit geen enkele stinker tussen.
Mickey Baker overleed in 2012 op 87-jarige leeftijd in Frankrijk waar hij sinds begin jaren '60 woonde. Deze CD doet zijn ster nog wat meer stralen. Info: www.jasmine-records.co.uk (Frantic Franky)

British re-issue label Jasmine Records already released In Session CDs showcasing blues and rhythm 'n' blues artists Eddie Taylor, Jody Williams, Otis Spann, Big Walter Horton and Matt Guitar Murphy, and now it's guitarist Mickey Baker's turn, well known as half of Mickey & Sylvia from 1956's Love Is Strange, the duo profiled by Jasmine on a double CD not surprisingly titled Love Is Strange JASCD3093, featuring "All the Hit Singles A's & B's And More 1950-1962." On top of that there's the Jasmine Mickey Baker CD Return Of The Wildest Guitar JASCD979 which focuses on Baker's solo work 1952-1959. In Session spotlights Baker as studio musician (according to the liner notes, he was the busiest studio guitarist in New York in the 1950s), with an emphasis on songs with guitar solos that crackle like frying battered chicken or at least with interesting underlying guitar parts. Since Baker was black it comes as no surprise that despite Ruth Brown's opener (Mama) He Treats Your Daughter Mean the CD starts with blues, even slow piano blues like Champion Jack Dupree's Please Tell Me Baby. Ray Charles takes it easy on the 88 keys in Funny (But I Still Love You), but curiously enough in a looser, somewhat New Orleans-like playful mood, while Amos Milburn's original version of the familiar One Scotch One Bourbon One Beer is a good medium tempo rendition again with piano. That's a lot of piano for a guitar CD, but it's the interplay between the two instruments that adds the extra dimension. Also with piano but with harmonica as its main instrument is the pure blues of Sonny Terry's I'm Gonna Rock Your Wig which has nothing to do with rock or rock 'n' roll, even though one can use the same instruments to do some serious blues bopping as demonstrated by Square Walton's uptempo Bad Hangover. There's more slow blues with Stick McGhee's I'm Doin' All This Time (And You Put Me Down), but via the swing blues of Wynonie Harris' Please Louise and Milt Trenier's Straighten Up Baby we dive straight into black rock 'n' roll to which Baker contributed more than his share, for example on Paul Williams' misogynistic Women Are The Root Of All Evil. Dickie Thompson did the more rhythm 'n' blues mambo swing with a sultry exotic touch styled original of Thirteen Women as covered by Bill Haley for the B-side of Rock Around The Clock, and Ann Cole does a rock 'n' roll version of Got My Mojo Working. The CD contains one Mickey & Sylvia song, the exquisite stop-start rocker No Good Lover. Well known songs here on which Baker played are Big Joe Turner's Shake Rattle And Roll, Lavern Baker's (no relation) Little Sister answer Hey Memphis, Young Jessie's Hit Git And Split, Louis Jordan's 1956 big band swing re-recording of his own Caldonia, and Nappy Brown's nonsensical good-natured Don't Be Angry. There's high grade stuff among the lesser known songs as well, totalling 29 black rock 'n' roll and rhythm 'n' blues tracks 1952-1961 with not a single dud.
Mickey Baker died in 2012 at the age of 87 in France where he'd been residing since the early 1960s. This CD makes his star shine even more brightly. Info: www.jasmine-records.co.uk (Frantic Franky)


DESTINATION LONELY STREET
Bear Family, BCD17574
English version: see below

"32 tearjerkers for my shadow, my echo and me", zo luidt de ondertitel van deze CD overlopend van eenzaamheid, wanhoop, verslagenheid, het noodlot, tegenslag, gebroken harten en getormenteerde zielen, een onuitputtelijke inspiratiebron voor liedjesmakers want als er één onderwerp is waarover meer liedjes zijn geschreven dan over de liefde dan is het wel de onbeantwoorde en afgewezen liefde.
Gene Vincent die zich als geen ander zich kon inleven in een ballade mag de slow dans openen met het van kerkorgel voorziene Lonely Street uit 1966 met Glen Campbell en Al Casey op gitaar, en in zijn kielzog volgen een kreunende Conway Twitty (Lonely Blue Boy), Ricky Nelson's gevoelige Lonesome Town, Sleepy LaBeef op zijn triest in Lonely, Skeets McDonald met een rockaballad uitvoering van Hank Williams' Lost Highway met Joe Maphis en Buck Owens op gitaar, en nog meer Hank Williams met een zelden zo ernstig gehoorde Ronnie Hawkins in I'm So Lonesome I Could Cry. Johnny Saey klinkt in Loneliness nog meer Johnny Cash als Johnny Cash zelf, en Eddie Cash (geen familie) had in 1961 een blanke soulblues opstoot getiteld Lonely Island, eigenlijk Ray Charles' Lonely Avenue met een andere titel en een garage injectie. Toch is dit niet enkel popcorn noir (Jackie Wilson's Lonely Life, Johnny Wells' Lonely Moon), pathetiek, kommer, kwel en tot zelfmoord uitnodigende dramatiek (Don French' Lonely Saturday Night, Benny Banta's tromroffelende I'm So Lonesome óók met Al Casey op gitaar). Nee, want er is ook Bobby McDowell's stompende in echo gedrenkte sax rocker Lonely, het ska ritme van Buster Brown's Lost In A Dream, teen ballads als Jimmy Newman's You're Makin' A Fool Out Of Me en Sammy Salvo's Lonely Dreamer, de relaxte jazzy medium tempo doo-woppende Four Tunes met Lonesome, en Ernie Chaffin's opgewekte Sun country Lonesome For My Baby met zijn opvallende akkoordenschema. Nog meer Sun: Ray Harris met de gas erop in Lonely Wolf, Bill Yates' soulvolle in 1962 onuitgebracht gebleven I'm So Lonely Without You en Charlie Rich' Lonely Weekends in de ongedubde versie met alle achtergrondkoortjes zorgvuldig uitgegomd. Link Wray's trage gitaar instrumental Alone uit 1966 klinkt als de muzikale achtergrond van een gesproken nummer van Cowboy Gerard De Vries, de melodie van Lonesome Lee's Lonely Travelin' uit 1958 vertoont opvallende gelijkenissen met Stray Cat Strut van The Stray Cats uit 1981, en de CD sluit af met de originele versie van het nummer waarmee ie begon, Lonely Street maar dan door auteur Carl Belew.
Eerder verschenen in deze thema reeks Destination Moon, Destination Health en Destination Lust, maar deze zal alleen al door zijn minder spectaculaire titel minder verkopen. Ten onrechte, want dit zijn schitterende staaltjes muziek uit de periode 1953-1966, track per track geduid in het CD booklet van 18 paginas. Info: www.bear-family.com (Frantic Franky)

"32 tearjerkers for my shadow, my echo and me" is the subtitle of this CD oozing with loneliness, despair, defeat, fate, misfortune, broken hearts and tormented souls, an never ending source of inspiration for songwriters because if there is one subject about which more songs have been written than about love, it's unanswered and rejected love.
Gene Vincent who like no other singer could infuse a ballad with empathy opens the slow dance with the church organ-laden Lonely Street from 1966 with Glen Campbell and Al Casey on guitar, followed in his wake by a moaning Conway Twitty (Lonely Blue Boy), Ricky Nelson's sensitive Lonesome Town, Sleepy LaBeef at his saddest in Lonely, Skeets McDonald with a rockaballad rendition of Hank Williams' Lost Highway with Joe Maphis and Buck Owens on guitar, and more Hank Williams with Ronnie Hawkins rarely heard as sincere as in I'm So Lonesome I Could Cry. Johnny Saey' Loneliness sounds more like Johnny Cash than Johnny Cash himself, and Eddie Cash (no relation) in 1961 had a white soul blues outburst titled Lonely Island, actually Ray Charles' Lonely Avenue with a different title and a garage injection. But this CD is not only popcorn noir (Jackie Wilson's Lonely Life, Johnny Wells' Lonely Moon), doom and gloom and suicide inducing dramatics (Don French's Lonely Saturday Night, Benny Banta's drumming I'm So Lonesome also with Al Casey on guitar). No sir, there's also Bobby McDowell's stomping echo drenched sax rocker Lonely, the ska rhythms of Buster Brown's Lost In A Dream, teen ballads like Jimmy Newman's You're Makin' A Fool Out Of Me and Sammy Salvo's Lonely Dreamer, the laid back jazzy medium tempo doo-woping Four Tunes with Lonesome, and Ernie Chaffin's upbeat Sun country Lonesome For My Baby with its striking chord progression. More Sun: Ray Harris steps on the gas in Lonely Wolf, Bill Yates' soulful unreleased I'm So Lonely Without You from 1962 and Charlie Rich' Lonely Weekends in the undubbed version with all the background choruses removed. Link Wray's slow guitar instrumental Alone from 1966 sounds like the musical backdrop to a spoken country song, the melody of Lonesome Lee's Lonely Travelin' from 1958 bears a striking resemblance to The Stray Cats' Stray Cat Strut from 1981, and the CD closes with the original version of the song with which it began, Lonely Street done by its composer Carl Belew.
Other theme releases in this series were Destination Moon, Destination Health and Destination Lust, but this one is bound to sell less because of its less spectacular title. Unjustly so, because these are splendid examples of top tunes from 1953-1966, track by track discussed in the 18-page CD booklet. . Info: www.bear-family.com (Frantic Franky)


KILLER B's - U.S. POP HITS
Jasmine, JASCD1100
KILLER B's - U.S. R & B HITS

Jasmine, JASCD1101
English version: see below

Er wordt vaak gezegd dat de B-kant van een single opvullertjes waren, liedjes niet goed genoeg om hitkansen te hebben. Even vaak wordt beweerd dat tussen die B-kantjes verborgen pareltjes zitten, een stelling bewezen door het feit dat in de jaren '50 soms beide kanten van een single een hit werden (artiesten als The Everly Brothers, Connie Francis en Brenda Lee scoorden zelfs meer dubbelzijdige dan enkelzijdige hits) en nogal wat B-kantjes hits werden nadat radio deejays de single omdraaiden. Ik bedoel maar: kan je je voorstellen dat Roy Orbison's majestueuze Love Hurts "slechts" de B-zijde van Running Scared was? B-kantjes of niet, veel van die nummers zijn in de tussenliggende zestig jaar zo veelvuldig gecompileerd dat ze zelf uitgroeiden tot klassiekers en Killer B's - U.S. Pop Hits, een CD met 32 "achterkantjes van belangrijke Amerikaanse Top 100 hits 1956-1962 die zelf niet de hitparade haalden", is dan ook deels een verzameling bonafide rock 'n' roll zoals Tell Me How van Buddy Holly onder de Crickets noemer, The Coasters' That Is Rock 'n' Roll, Jerry Lee Lewis's Sun rocker It'll Be Me, Johnny Cash' Sun rocker Get Rhythm, Chuck Berry's Reelin' And Rocking, Johnny & the Hurricanes' door Red River Rock overschaduwde instrumental Buckeye, Jack Scott's Baby Baby, Freddy Cannon's June July And August, Link Wray's instro stomper The Swag en The Ventures' sympathieke gitaarinstro No Trespassing. Minder bekend is Duane Eddy's dreigende gitaar/sax/piano instro Stalkin'. Vaak stond er op de achterkant van de single een ballade zoals Dion's romantische Runaway Girl, The Everly Bothers' indroeve Maybe Tomorrow, Ral Donner die een haast perfecte Elvis neerzet in So Close To Heaven en Conway Twitty op zijn ballade best in I'll Try dat oorspronkelijk zelfs de A-kant was tot deejays het plaatje omdraaiden en It's Only make Believe ontdekten. Onverwachter is de pré-folk van Bobby Darin anno 1962 in Jailer Bring Me Water. Johnny Burnette's Cinccinnati Fireball is highschool maar een geweldige stroll, en een flinke brok van de CD is pop zoals Jay & the Americans' Dawning (gebaseerd op de allegretto pastorale Morning Mood suite uit Edvard Grieg's Peer Gynt uit 1875! ), The Drifters' Nobody But Me, Sam Cooke's Farewell My Darling, Gene Pitney's Take It Like A Man, Ben E. King's On The Horizon, The Crystals' What A Nice Way To Turn Seventeen, The Shirelles' The Things I Want To Hear (Pretty Words), Dee Dee Sharp's Baby Cakes, The Four Seasons' Connie-O, The Hollywood Argyles' Sho' Know A Lot About Love en The Orlons' The Conservative. Eén nummer kennen we van de Nederlandstalige versie door de artiest zelf, namelijk Connie Francis' Someone Else's Boy, overal in de wereld behalve in Amerika zo'n grote hit dat Francis het nummer maar liefst in acht talen opnam waaronder het Nederlands, maar Jij Bent Niet Van mij zou uiteindelijk pas het daglicht zien in 1988.

De gelijktijdig verschenen Killer B's - U.S. R & B Hits doet hetzelfde, niet met rhythm 'n' blues maar met 32 shotjes zwarte popmuziek 1954-1962, vaak op het scherp van de snee tussen rock 'n' roll en wat later in de jaren '60 zou komen als Dee Clark's I Want To Love You, Johnny "Guitar" Watson's Broke And Lonely, Jackie Wilson's Never Go Away, Lloyd Price's You Need Love, Etta James' Street Of Tears, Maxine Brown's Now That You've Gone, Little Esther Phillips' Don't Feel Rained On, Ben E. King's The Hermit Of Misty Mountain, Jerry Butler & the Impressions' vokale hoogstandje Sweet Was The Wine en de vroege Motown klanken van The Miracles' Happy Landing, Mary Wells' I'm Gonna Stay en The Marvelettes' All The Love I've Got. In Ruth Brown's Somebody Touched Me, The Shirelles's Look A Here Baby en Lavern Baker's onweerstaanbare Dix-A-Billy horen we doo-wop, genre waartoe ook ballades als The Falcons' plechtige Goddess Of Angels en The Fiestas' Last Night I Dreamed behoren. Deze CD bevat sowieso veel ballades zoals Roy Hamilton's The Right To Love, Dee Dee Sharp's Set My Heart At Ease, Little Willie John's Now You Know , Bobby Bland's You're The One (That I Need), Chuck Jackson's The Prophet, The Drifters' Another Night With The Boys en Joe Henderson's Brook Benton soundalike If You See Me Cry. Ray Charles mixt jazz, soul en gospel in I Believe To My Soul en de invloed van gospel horen we ook in Clyde McPhatter's I Can't Stand Up Alone. Blues is er met Freddy King's I Love The Woman, en er is vroeg werk van Ike & Tina Turner uit 1960 (The Way You Love Me) en James Brown uit 1961 (I'll Never Never Let You Go). Rock 'n' roll staat er nauwelijks op U.S. R & B Hits, maar uit een hoempa vaatje rockt Big Joe Turner in Midnight Cannonball, terwijl Bo Diddley een flink eind bluesbopt in Bring It To Jerome.
En samen zijn dat twee puike CD’s voor de liefhebbers van jukebox rock 'n' roll en oldies. Info: www.jasmine-records.co.uk (Frantic Franky)

It's often said that the B-side of a single were fillers, songs without hit potential. But it is just as often argumented that many of those B-sides are hidden gems, as proven by the fact that in the 1950s sometimes both sides of a single became a hit (artists like The Everly Brothers, Connie Francis and Brenda Lee scored more double-sided than single-sided hits) and quite a few B-sides became hits after radio deejays turned the single over. I mean: can you imagine that Roy Orbison's majestic Love Hurts was "just" the B-side of Running Scared???? B-sides or not, many of these songs have been compiled so many times in the intervening sixty years that they grew into classics themselves. Killer B's - U.S. Pop Hits, a CD containing 32 "B-sides that adorned the flip of a significant US Top 100 hit 1956-1962 that somehow failed to register under their own steam" is therefor in part a collection of bona fide rock 'n' roll such as Buddy Holly's Tell Me How (under the Crickets banner), The Coasters' That Is Rock 'n' Roll, Jerry Lee Lewis's Sun rocker It'll Be Me, Johnny Cash's Sun rocker Get Rhythm, Chuck Berry's Reelin' And Rocking, Johnny & the Hurricanes' underappreciated Red River Rock flip Buckeye, Jack Scott's Baby Baby, Freddy Cannon's June July And August, Link Wray's instro stomper The Swag and The Ventures' sympathetic guitar instro No Trespassing. Less known is Duane Eddy's menacing guitar/sax/piano instro Stalkin'. The flip of a single was often a ballad like Dion's romantic Runaway Girl, The Everly Bothers' sad Maybe Tomorrow, Ral Donner delivering an almost perfect Elvis in So Close To Heaven, or Conway Twitty at his ballad best in I'll Try which was originally even the topside until deejays turned the record over and discovered It's Only Make Believe. Rather more unexpected is the pré-folk of Bobby Darin anno 1962 in Jailer Bring Me Water. Johnny Burnette's Cinccinnati Fireball is highschool rock but a great stroller, and a fair chunk of the CD is pop like Jay & the Americans' Dawning (based on the allegretto pastoral Morning Mood suite from Edvard Grieg's Peer Gynt from 1875! ), The Drifters' Nobody But Me, Sam Cooke's Farewell My Darling, Gene Pitney's Take It Like A Man, Ben E. King's On The Horizon, The Crystals' What A Nice Way To Turn Seventeen, The Shirelles' The Things I Want To Hear (Pretty Words), Dee Dee Sharp's Baby Cakes, The Four Seasons' Connie-O, The Hollywood Argyles' Sho' Know A Lot About Love and The Orlons' The Conservative.

The simultaneously released Killer B's - U.S. R & B Hits does the same, not with rhythm 'n' blues but with 32 shots of black pop music 1954-1962, often on the cutting edge between rock 'n' roll and the music that would arrive later in the sixties like Dee Clark's I Want To Love You, Johnny "Guitar" Watson's Broke And Lonely, Jackie Wilson's Never Go Away, Lloyd Price's You Need Love, Etta James' Street Of Tears, Maxine Brown's Now That You've Gone, Little Esther Phillips' Don't Feel Rained On, Ben E. King's The Hermit Of Misty Mountain, Jerry Butler & the Impressions' vocal masterpiece Sweet Was The Wine and the early Motown sounds of The Miracles' Happy Landing, Mary Wells' I'm Gonna Stay and The Marvelettes' All The Love I've Got. In Ruth Brown's Somebody Touched Me, The Shirelles' Look A Here Baby and Lavern Baker's irresistible Dix-A-Billy we hear doo-wop, genre which also encompasses ballads like The Falcons' solemn Goddess Of Angels and The Fiestas' Last Night I Dreamed. The CD contains a lot of ballads anyway such as Roy Hamilton's The Right To Love, Dee Dee Sharp's Set My Heart At Ease, Little Willie John's Now You Know , Bobby Bland's You're The One (That I Need), Chuck Jackson's The Prophet, The Drifters' Another Night With The Boys and Joe Henderson's Brook Benton soundalike If You See Me Cry. Ray Charles mixes jazz, soul and gospel in I Believe To My Soul and the influence of gospel can also be heard in Clyde McPhatter's I Can't Stand Up Alone. There's blues with Freddy King's I Love The Woman and early recordings by Ike & Tina Turner from 1960 (The Way You Love Me) and James Brown from 1961 (I'll Never Never Let You Go). U.S. R & B Hits does not contain a lot of rock 'n' roll, but Big Joe Turner chugs along nicely in Midnight Cannonball while Bo Diddley delivers a mean bluesbopper with Bring It To Jerome.
Together these are two excellent CDs for lovers of jukebox rock 'n' roll and oldies. Info: www.jasmine-records.co.uk (Frantic Franky)

10 maart 2021

SUZIE BABY/ BOBBY VEE
Bear Family, BCD 17573
English version: see below

Eén keer heb ik Bobby Vee live gezien, begin jaren '90 op een various artists oldies show, een optreden waarvan ik me vooral de grote opblaasbare "rubber balls" herinner die over het podium stuiterden. Wie houdt van Bobby Vee's popstijl zal ongetwijfeld al wel iets van hem in huis hebben want er zijn natuurlijk veel Bobby Vee CD’s in omloop. Wat rechtvaardigt dan deze nieuwe verzamelaar? Nou, de royale 34 songs 1959-1962, het mooie full colour booklet van 34 pagina’s en de gebruikelijke Bear Family kwaliteit.
Bobby Vee's muziek maakte deel uit van de highschool rock, een commerciële popgerichte stijl die in de jaren '50 op last van de platenmaatschappijen de pure rock 'n' roll al snel inperkte, en vandaar ook dat deze CD verschijnt in Bear Family's The Drugstore's Rockin' reeks die focust op de softere kant van de rock 'n' roll medaille. Vee begon zijn carrière op zijn vijftiende als invaller voor de verongelukte Buddy Holly op de Winter Dance Party tour begin 1959 en Holly's geest zou Vee's muzikale pad meermaals kruisen in de daaropvolgende jaren. Zijn muziek wordt gekenmerkt door rijke arrangementen, grote vioolpartijen en achtergrondkoortjes, en Vee's klassiekers Rubber Ball, Take Good Care Of My Baby, Devil Or Angel, More Than I Can Say, Run To Him , Please Don't Ask About Barbara en The Night Has A Thousand Eyes ontbreken hier uiteraard niet, aangevuld met nog veel meer moois in die stijl als In My Baby's Eyes, Punish Her, Walkin' With My Angel, Sharing You, I Can't Say Goodbye, de cha cha cha One Last Kiss en Stayin' In waarin hij in de schoolcafetaria zijn liefdesrivaal een dreun op de snufferd geeft! Naast de speelse melodielijn van Vee's wonderschone semi-akoestische debuutsingle Suzie Baby biedt de CD veel aandacht voor Vee's meer rock 'n' roll gerichte songs zoals de gitaar instrumental Flyin' High met Bobby's broer Bill Velline op leadgitaar. Samensteller Nico Feuerbach opteerde duidelijk voor Vee's covers van bekende songs als Summertime Blues, Little Star, Tears On My Pillow, Will You Love Me Tomorrow, You Better Move On, Susie Q, Sixteen Candles, Chuck Berry's School Day, Buddy Holly's Raining In My Heart, Paul Anka's Diana in een opvallend arrangement met Peggy Sue-achtige roffelende drums, de Adam Faith cover What Do You Want en Johnny Ace's Pledging My Love. De CD bevat ook zes nummers van de LP Bobby Vee Meets The Crickets uit 1961: Vee's originele versie van het door Roy Orbison geschreven maar nooit door The Big O zelf opgenomen Lookin' For Love, When You're In Love, de Chuck Berry cover Little Queenie, de Linda Lu-achtige stroll Someday (When I'm Gone From You), I Gotta Know (Cliff Richard in 1959, Elvis in 1960) en Ral Donner's Girl Of My Best Friend (okee, Elvis was Ral Donner voor). De liner notes hier leren ons dat op die LP uiteindelijk slechts één echte echte originele Cricket meespeelde, drummer Jerry Allison. De andere gitarist, Tommy Allsup, was gitarist voor Buddy Holly tijdens de fatale Winter Dance Party tour, en in het achtergrondkoortje hebben we ook nog Jerry Naylor, Crickets zanger van 1961 tot 1965. Van een ander concept album, Bobby Vee Meets The Ventures uit 1963, staat hier niets op. Als extraatje is er een radiospot voor de LP Take Good Care Of My Baby uit 1961 met fragmentjes uit vier songs die hier alle vier opstaan.
Bobby Vee overleed in 2016 op 73-jarige leeftijd. Info: www.bear-family.com (Frantic Franky)

I only saw Bobby Vee live once, in the early nineties at a various artists golden oldies show, a performance of which I mostly remember the large inflatable "rubber balls" that bounced across the stage. If you like Bobby Vee's pop style you will undoubtedly already have something from him in your collection because his music has been avalaible for a long time and there are many Bobby Vee CDs out there. So what justifies this new compilation? Well, the generous 34 songs 1959-1962, the beautiful full color 34 page booklet and the usual Bear Family quality. Bobby Vee's music was highschool rock, a commercial pop-oriented style that in the 1950s quickly curtailed the pure rock 'n' roll at the urgency of the record companies, which is why this CD appears in Bear Family's The Drugstore's Rockin' series that focuses on the softer side of the rock 'n' roll coin. Vee began his career at the age of fifteen replacing Buddy Holly on the fatal Winter Dance Party tour in early 1959, and Holly's spirit would cross Vee's musical path several times in the ensuing years. His music is characterized by rich arrangements, lavish violin parts and backing vocals, and Vee's classics Rubber Ball, Take Good Care Of My Baby, Devil Or Angel, More Than I Can Say, Run To Him , Please Don't Ask About Barbara and The Night Has A Thousand Eyes are of course present, supplemented by many more beautiful songs in the same likeable style like In My Baby's Eyes, Punish Her, Walkin' With My Angel, Sharing You, I Can't Say Goodbye, the cha cha cha One Last Kiss and Stayin' In in which he punches his love rival right on the nose in the school cafetaria! In addition to the playful melody line of Vee's charming semi-acoustic debut single Suzie Baby, the CD pays much attention to Vee's more rock 'n' roll oriented songs such as the guitar instrumental Flyin' High featuring Bobby's brother Bill Velline on lead guitar. Compiler Nico Feuerbach clearly opted for Vee's covers of well-known songs like Summertime Blues, Little Star, Tears On My Pillow, Will You Love Me Tomorrow, You Better Move On, Susie Q, Sixteen Candles, Chuck Berry's School Day, Buddy Holly's Raining In My Heart, Paul Anka's Diana in a striking arrangement with Peggy Sue-like drumming, the Adam Faith cover What Do You Want and Johnny Ace's Pledging My Love. The CD also includes six songs from the 1961 LP Bobby Vee Meets The Crickets: Vee's original version of the Lookin' For Love written by Roy Orbison but never recorded by The Big O himself, When You're In Love, the Chuck Berry cover Little Queenie, the Linda Lu-like stroll Someday (When I'm Gone From You), I Gotta Know (Cliff Richard in 1959, Elvis in 1960) and Ral Donner's Girl Of My Best Friend (okay, Elvis sang it before Ral Donner). The liner notes teach us that only one original Cricket ended up playing on that LP, drummer Jerry Allison. Guitarist Tommy Allsup only played with Buddy Holly during the Winter Dance Party tour, and in the background chorus we find Jerry Naylor, Crickets singer from 1961 to 1965. There are no songs on the CD from that other concept album, 1963's Bobby Vee Meets The Ventures. As a bonus there is a radio spot for the 1961 LP Take Good Care Of My Baby with excerpts from four songs, all of which are included here.
Bobby Vee died in 2016 at the age of 73. Info: www.bear-family.com (Frantic Franky)


NOISEN WITH POISON/ POISON GARDNER
Jasmine Records, JASMCD3228
English version: see below

Ik had nog nooit van de hier als "een van de grote onbekenden van de blues en de boogie" omschreven pianist Poison Gardner gehoord en dit blijkt inderdaad zijn eerste verzamel-CD te zijn, met bovendien zijn volledige opname output voor zover bekend. Die in totaal 27 tracks bestaan uit enerzijds in rhythm 'n' blues jive gedrenkte instrumentale piano boogies (Poison's Boogie, Noisen With Poison, Medium Fast Boogie, Empire Boogie, Lenox Avenue Boogie, Mobile Boogie) en anderzijds rustige gezongen boogie jive zoals Workingman's Blues, Big Leg Mama Blues, House Rent Blues, Doublecrossin' Woman, Eviction Blues, So Many Women, Mean Old World, het licht exotische My Baby's Gone Away en het bluesy Between Midnight And Day, dat alles steeds met de piano in de hoofdrol en met nagenoeg alle vocale nummers gezongen door Gardner's bandleden. De CD bevat ook vrolijke vaudeville nummers als Second Piece Of Pie waardoor ik in eerste instantie dacht dat Gardner Brits was en het instrumentale 52nd Street Jump, en uiteraard ook vaak een mengvorm van deze genres zoals het instrumentale Melody In F Boogie. Echte rhythm 'n' blues swing zoals bijvoorbeeld Gotta Find My Baby, de instrumentals One O'Clock Jump en Ten O'Clock Jump of het gospelachtige Camp Meetin' wordt het slechts zelden, en het is allicht geen toeval dat dat meestal de recentste nummers zijn, al is "recent" uiteraard relatief als je praat over muziek van meer dan 70 jaar oud.
Voor wie interesse heeft in de hier genoemde genres is dit een mooi stukje van de vergetelheid geredde muziekhistorie, voor de anderen is het een schitterende soundtrack om op maandagvoormiddag het huis aan kant te zetten. Laat u zich daarbij niet afschrikken door die periode 1945-1950 want deze muziek is tijdloos en klinkt in het geval van Poison Gardner erg gevarieerd en soms zelfs vrij modern voor vlak na de tweede wereldoorlog. Poison Gardner nam ná 1950 blijkbaar nooit meer op, bracht nooit een LP uit, had nooit een hit en is in een carrière van meer dan 40 jaar als club-, cabaret- en radioperformer voor zover bekend nooit geïnterviewd. Hij overleed in 1970 op 63-jarige leeftijd. Wat rest is één muzikale passage in een door mij nooit geziene film (My Buddy uit 1944), twee zwart-wit foto’s, en deze boeiende muziek. Info: www.jasmine-records.co.uk (Frantic Franky)

I had never heard of pianist Poison Gardner, described here as "one of the great unknowns of blues and boogie," and this CD is indeed his first compilation, containing his entire known recording output. His legacy totals 27 tracks consisting on the one hand of rhythm 'n' blues jive soaked instrumental piano boogies (Poison's Boogie, Noisen With Poison, Medium Fast Boogie, Empire Boogie, Lenox Avenue Boogie, Mobile Boogie) and on the other hand calm vocal boogie jive such as Workingman's Blues, Big Leg Mama Blues, House Rent Blues, Doublecrossin' Woman, Eviction Blues, So Many Women, Mean Old World, the slightly exotic My Baby's Gone Away and the bluesy Between Midnight And Day, always with the piano in the lead and with almost all the vocal numbers sung by Gardner's band members. The CD also includes upbeat vaudeville numbers like Second Piece Of Pie which initially made me think Gardner was British and the instrumental 52nd Street Jump, and of course often a hybrid of these genres like the instrumental Melody In F Boogie. True rhythm 'n' blues swing as for example Gotta Find My Baby, the instrumentals One O'Clock Jump and Ten O'Clock Jump or the gospel-tinged Camp Meetin' are the exceptions here, and it's probably no coincidence that these are usually the most recent songs, although "recent" is of course relative when you're talking about music over 70 years old.
For those with an interest in the genres mentioned this is a nice piece of music history rescued from oblivion, for the rest of us mortals it's the perfect soundtrack for getting the house in order on monday morning. Don't be put off by the period 1945-1950 because this music is timeless and in the case of Poison Gardner sounds very varied and sometimes even quite modern for just after World War II. Poison Gardner apparently never recorded again after 1950, never released an LP, never had a hit and in a career of over 40 years as a club, cabaret and radio performer was never interviewed as far as known. He died in 1970 at the age of 63. What remains is one musical passage in a film I never saw (My Buddy from 1944), two black and white photos, and this fascinating music.
Info: www.jasmine-records.co.uk (Frantic Franky)


SOUTHERN BRED:
LOUISIANA & NEW ORLEANS R & B ROCKERS

Koko-Mojo, KMCD63
English version: see below

Op de Southern Bred CD’s staat geen nummering, maar voor wie ze verzamelt (en we kunnen u geen ongelijk geven) is deze eerste Louisiana CD volume 13. Na vijf volumes Southern Bred gewijd aan Mississippi en zeven volumes gewijd aan Texas graaft samensteller DJ Mark Armstrong (GB) zich nu een weg richting Louisiana om uit te komen in New Orleans, muziekstad bij uitstek met een volstrekt uniek herkenbaar geluid, een gumbo van dixieland jazz, swing, rhythm ‘n’ blues en fanfares die resulteerde in een swingende rock 'n' creool stijl gebaseerd op piano en veel saxofoons, hier geïllustreerd aan de hand van 28 nummers 1947-1963.
Eén van dé oerklassiekers uit de crescent city is The Fat Man van Fats Domino die opnieuw langs start gaat met Swanee River Hop, een van zijn beste uptempo instrumentale boogie woogies, beide keren een productie van Dave Bartholomew wiens Jump Children urgente piano en blazers rock 'n' roll is, het geluid tussen Fats Domino en Little Richard in en uiteraard een van de basis sounds van de rock 'n' roll. Andere schoolvoorbeelden daarvan zijn Bobby Mitchell's Goin' Round In Circles en de hier als Big Joe Turner klinkende Smiley Lewis in Bumpity Bump, alwéér een compositie van de in New Orleans alomtegenwoordige Dave Bartholomew die zelf nog een tweede keer voorbij komt met het wild om zich heen slaande Good Jax Boogie over een populair biertje uit New Orleans, en een derde keer met zijn originele versie van Let The Four Winds Blow uit 1955, mede-gecomponeerd door Fats Domino maar door Fats pas opgenomen in 1961. Dat typische New Orleans rock 'n' roll geluid horen we voorts in Lloyd Price's Mailman Blues (geen blues maar rock 'n' roll) en in Chris Kenner's originele Sick And Tired, gecoverd door zowel Fats Domino als Smiley Lewis, op deze CD voor de tweede keer van de partij met Ain't Gonna Do It dat ook gecoverd werd door zowel Fats Domino als door Sonny Burgess op Sun Records, terwijl Elton Anderson's I Love You klinkt als een update van dat nummer. De invloed van begin jaren '60 horen we eraan zitten komen in uptempo tracks als Earl King's You Can Fly High en Eddie Bo's Tell It Like It Is, en de invloed van rockende rhythm 'n' blues zit in Little Eddie's My Baby Left Me, Paul Gayten's It Ain't Nothing Happening en Clarence Garlow's I'll Never Hold It Against You. De invloed van de bluesrock horen we dan weer in Champion Jack Dupree's Shim Sham Shimmy, Slim Harpo's You'll Be Sorry One Day en Leroy Washington's Wild Cherry, en blues en gospel zitten in het medium tempo It's Too Late Brother van Little Walter, ook present met de medium tempo mondharmonica instrumental Juke. René Hall’s Twitchy is een compleet geflipte instrumentale bopper met een éénsnarige unitar gitaar bespeeld door zijn uitvinder Willie Joe Duncan en klinkend als een hamer waarmee op een metalen plaat geklopt wordt, en Nellie Lutcher's Lake Charles Boogie is piano boogie swing vernoemd naar de gelijknamige stad in Louisiana.
De hele CD valt samen te vatten onder de titel van het nummer van Nellie Lutcher's broer Joe Lutcher hier, Rockin' Boogie, notabene uit 1947. Als dat uw ding is, doet u hier gegarandeerd een zaak mee. Het goeie nieuws? Er volgen nog zeven volumes! Info: www.vintagerockinroots.com (Frantic Franky)

The Southern Bred CDs are not numbered, but for those of you who collect them (and we can't blame you), this first Louisiana CD is volume 13. After five Southern Bred volumes devoted to Mississippi and seven volumes devoted to Texas, compiler DJ Mark Armstrong (GB) now digs his way towards Louisiana ending up in New Orleans, music city par excellence with a completely unique and instantly recognizable sound, a gumbo of dixieland jazz, swing, rhythm 'n' blues and brass bands that created a swinging rock 'n' creole style based on piano and lots of saxophones, illustrated here by 28 songs 1947-1963.
One of the crescent city's great classics is The Fat Man by Fats Domino who passes go again with Swanee River Hop, one of his best uptempo instrumental boogie woogies, both produced by Dave Bartholomew whose Jump Children is urgent piano and sax rock 'n' roll, the sound in between Fats Domino and Little Richard and obviously one of the basic rock 'n' roll patterns. Other textbook examples are Bobby Mitchell's Goin' Round In Circles and Smiley Lewis sounding like Big Joe Turner in Bumpity Bump, again a composition by New Orleans' man to go to Dave Bartholomew who drops by a second time with the wildly swinging Good Jax Boogie about a popular New Orleans beer, and a third time with his original 1955 version of Let The Four Winds Blow, co-composed by Fats Domino but not recorded by Fats until 1961. The archetypical New Orleans rock 'n' roll sound can further be heard in Lloyd Price's Mailman Blues (not blues but rock 'n' roll) and in Chris Kenner's original Sick And Tired, covered by both Fats Domino and Smiley Lewis, who's on strike again with Ain't Gonna Do It which was also covered by both Fats Domino ànd Sonny Burgess on Sun Records, while Elton Anderson's I Love You sounds like an update of that song. We hear the influence of the early 1960s in uptempo tracks like Earl King's You Can Fly High and Eddie Bo's Tell It Like It Is, while the influence of rocking rhythm 'n' blues is part of Little Eddie's My Baby Left Me, Paul Gayten's It Ain't Nothing Happening and Clarence Garlow's I'll Never Hold It Against You. The influence of blues rock on the other hand can be heard in Champion Jack Dupree's Shim Sham Shimmy, Slim Harpo's You'll Be Sorry One Day and Leroy Washington's Wild Cherry, and blues and gospel make up the medium tempo It's Too Late Brother by Little Walter, also present with the medium tempo harmonica instrumental Juke. René Hall's Twitchy is a completely flipped out instrumental bopper with a one-string unitar guitar played by its inventor Willie Joe Duncan and sounding like a hammer being pounded on a metal plate, while Nellie Lutcher's Lake Charles Boogie is piano boogie swing named after the Louisiana town of the same name.
The entire CD can be summed up by the title of Nellie Lutcher's brother Joe Lutcher's song here, Rockin' Boogie, from 1947 no less. If that's your thing, you're guaranteed to have a splendid time. The good news? There are seven more volumes coming up! Info: www.vintagerockinroots.com (Frantic Franky)

3 maart 2021

CD Recensies

THE MOJO MAN SPECIAL VOLUME 1:
DOCTOR VELVET

Koko-Mojo, KM-CD-100
English version: see below

Na 30 volumes Koko Mojo, 13 volumes Southern Bred (er staan er nog zeven in de planning) en 10 volumes Boss Black Rockers vinden ze het bij Koko-Mojo tijd voor een nieuwe reeks en daarvoor mocht Mojo Man Little Victor Mac, de Italiaans-Amerikaanse Beale Street Blues Bopper, diep in zijn muziekarchief duiken voor nog eens 10 x 24 zwarte rock 'n' roll tracks. Naast een handvol bekende nummers als Jesse Powell's originele The Walking Blues met zang van Fluffy Hunter, Jimmy Liggins' I Ain’t Drunk en Teddy (Mr. Bear) McCrae's Hi Fi Baby bevat de CD vooral vergeten zwarte rock 'n' roll parels als Mike Robinson's Lula, Chris Kenner's Will You Be Mine, Ray Johnson's stroll Shake A Little Bit en de als een gemenere versie van The Treniers klinkende Nite Riders op visite bij Doctor Velvet. Veel nummers zijn beïnvloed door de zwarte muziek van begin jaren '60, bijvoorbeeld Little Betty's Twistin’ School op een twist ritme, The Volcanos' Oh Oh Mojo, Bobby Hendricks' Molly Be Good, Earl (Connelly) King's They Tell Me, Huey Smith & the Clowns' Genevieve, Henry Strogin's Misery en de smooth stylings van Eddie Barnes die in Sweet Lover Brook Benton naar de kroon steekt. Daarnaast is er de kruisbestuiving van bluesrock als John Lee Hooker's Dimples, Larry Bright's Way Down Home en Smokey Smothers' Twist With Me Annie dat niets met twist te maken heeft, alsmede van strollende doo-wop die zou evolueren tot soul zoals The Gay Poppers' You Got Me Uptight. U mag de grap zelf bedenken! Uit de oneindige nalatenschap van alles waar Johnny Otis een vinger in de pap had komt de rhythm 'n' blues jiver Little Red Hen van het orkest van Johnny Otis met zang van Redd Lyte, Harmonica Fats klinkt in het uiteraard van mondharmonica voorziene Tore Up nog meer als schuurpapier dan Hank Ballard, en de Misirlou van Earl Washington is geen surf maar popcorn noir exotica. In dezelfde exotische stijl maar dan sneller en op een strollende rock 'n' roll beat is Sugar Boy Williams' Little Girl.
Ons oordeel is snel geveld: dit wordt een veelbelovende nieuwe reeks voor de liefhebbers van de zwarte rock 'n' roll exponenten! Volume 2 en 3 zijn ook reeds uit. Info: www.vintagerockinroots.com (Frantic Franky)

After 30 Koko Mojo volumes, 13 Southern Bred volumes (plus seven still to go) and 10 Boss Black Rockers volumes the good folks at Koko-Mojo Records think it's time for a brand new series, so they sent out Mojo Man Little Victor Mac, the Italian-American Beale Street Blues Bopper, on another expedition into his music archives for another 10 x 24 black rock 'n' roll tracks. In addition to a handful of familiar tunes like Jesse Powell's original The Walking Blues with vocals by Fluffy Hunter, Jimmy Liggins' I Ain't Drunk and Teddy (Mr. Bear) McCrae's Hi Fi Baby volume 1 contains for the most part forgotten black rock 'n' roll gems like Mike Robinson's Lula, Chris Kenner's Will You Be Mine, Ray Johnson's stroll Shake A Little Bit and The Nite Riders who sound like a meaner version of the Treniers on a visit with Doctor Velvet. Many songs are influenced by early sixties black music, like for example Little Betty's Twistin' School with a twist rhythm, The Volcanos' Oh Oh Mojo, Bobby Hendricks' Molly Be Good, Earl (Connelly) King's They Tell Me, Huey Smith & the Clowns' Genevieve, Henry Strogin's Misery and the smooth stylings of Eddie Barnes whose Sweet Lover rivals Brook Benton. The CD also shows the cross-pollination of blues rock with John Lee Hooker's Dimples, Larry Bright's Way Down Home and Smokey Smothers' Twist With Me Annie which has nothing to do with the twist, as well as strolling doo-wop that would evolve into soul like The Gay Poppers' You Got Me Uptight. From the bottomless pit of recordings Johnny Otis was involved in comes the rhythm 'n' blues jiver Little Red Hen from The Johnny Otis Orchestra with vocals from Redd Lyte, Harmonica Fats' Tore Up with obligatory mouth harp sounds even more like sandpaper than Hank Ballard, and Earl Washington's Misirlou is not surf but popcorn noir exotica. In the same exotic style but faster and with a strolling rock 'n' roll beat is Sugar Boy Williams' Little Girl. This is a no-brainer: volume 1 marks the start of a very promising new series for the fans of all types of black rock 'n' roll music! Volume 2 and 3 are already out too. Info: www.vintagerockinroots.com (Frantic Franky)


KOKO-MOJO DINER VOLUME 1: SOUL FOOD
Koko-Mojo, KM-CD-123
English version: see below

Een nieuwe worp Koko-Mojo CDs en hop, daar verschijnt een nieuwe reeks aan de einder, dit keer gewijd aan culinaire genoegtes. Dat er een massa songs werden opgedragen aan eten weten we sinds de Frolic Diner reeks en met vrolijke opgewekte sax en orgel heupwiegers als L. Anderson & the Tarnadoes' Neck Bones And Hot Sauce Part 1, The Earthworms' Mo' Taters, Noble “Thin Man” Watts' Hot Tamales, Willie Egan's Chitlins, King Curtis' Chili, Doc Bagby's slurper Dumplin’s (Bagby was co-auteur van het van Bill Haley bekende Rock The Joint) en een rhythm 'n' blues gitaarbrander als Freddy King's Onion Rings zitten we inderdaad helemaal op Frolic Diner terrein, met dien verstande dat die reeks vooral instrumentaal Vegas grind gericht was. Op Koko-Mojo wordt er daarentegen ook volop uit volle borsten gezongen, aangezien ook vocale liedjes veelvuldig gewijd werden aan het versterken van de innerlijke mens, bij voorkeur met de vette hap: je zal hier geen liedjes vinden over slaatjes of Griekse yoghurt. Koko-Mojo Diner Volume 1 in een reeks van (voorlopig) vier presenteert 28 nummers uit de tijd toen niemand nog had gehoord van bio, suikervrij, glutenvrij, lactosevrij, koolhydraat-arm, vegetarisch of veganistisch (niets eten wat een schaduw werpt) en je nog vlees moest eten om groot en sterk te worden, of dacht u dat John Wayne eigenhandig de tweede wereldoorlog won op een dieet van humus, fetarolletjes en wortelquinoa? Elke maaltijd werd voorafgegaan door een of meerdere aperitiefjes en afgesloten met een digestiefje, het cocktailuurtje duurde tot de laatste aanwezige omverviel, en mannen legden hun haar nog in de juiste plooi met margarine, behalve op zondag want dan gebruikten ze echte boter. U valt compleet uit de lucht? Slechts één woord: Jambalaya van de grote Hank Williams, de creoolse rijstschotel uit Louisiana bezongen door iedere rock 'n' roll artiest, ook door Fats Domino wiens versie op deze CD staat, Fats Domino die een niet onverdienstelijk amateurkok was (dat was er ook aan te zien) die op tour zijn eigen potten, pannen en bonen meenam. Andere bekende nummers op de menukaart zijn Andre Williams' Bacon Fat, Smokey Joe's Café van de pré-Coasters Robins en Booker T. & the MGs' orgel instrumental Green Onions, terwijl de tweede gang bestaat uit rhythm 'n' blues jive (Cecil Payne's Ham Hocks, Clyde Bernhardt's Cracklin’ Bread, Champion Jack Dupree's Chitlins And Rice), uptempo soul (The Mighty Cravers' Soul Food), vaudeville (Lil Johnson's dubbelzinnige Sam The Hot Dog Man, The Four Clefs' I Like Pie I Like Cake), popcorn noir (Shorty Long's Burnt Toast And Black Coffee, Varetta Dillard's Good Gravy Baby dat duidelijk niét over saus gaat) en piano boogie (The Beale Street Gang's Fatstuff Boogie). Als toetje worden nummers uit diverse zwarte muzikale rock 'n' roll keukens geserveerd zoals Chico Chism & his Jetanairs' Hot Tamales Bar-B-Que, The 5 Royales' Monkey Hips And Rice, The Aladdins' Munch en The Clickettes' Jive Time Turkey. Rita Valk's De Liefde Van De Man Gaat Door De Maag is daarbij schandelijk over het hoofd gezien, maar onafgezien daarvan is dit een smakelijke compilatie waar ik verdorie honger van heb gekregen. Op naar de frituur voor een portie met stoofvleessaus en dubbele mayonaise! Info: www.vintagerockinroots.com (Frantic Franky)

A new batch of Koko-Mojo CDs and lo and behold, a new series appears on the horizon, this time devoted to culinary delights. We've known since the Frolic Diner series that a huge quantity of songs have been dedicated to food and with cheerful upbeat sax and organ hip swingers like L. Anderson & the Tarnadoes' Neck Bones And Hot Sauce Part 1, The Earthworms' Mo' Taters, Noble "Thin Man" Watts' Hot Tamales, Willie Egan's Chitlins, King Curtis' Chili, Doc Bagby's slurper Dumplin's (Bagby co-authored Bill Haley's well known Rock The Joint) and a rhythm 'n' blues guitar burner like Freddy King's Onion Rings we are indeed deep into Frolic Diner territory, with the understanding that the Frolic Diner series primarily focused on instrumental Vegas grind. This Koko-Mojo CD on the other hand also features plenty of hot blooded vocals , as also vocal tunes were frequently devoted to strengthening the inner man, preferably with some greasy chow: you won't find any songs here about salads or Greek yogurt. Koko-Mojo Diner Volume 1 in a series of four presents 28 songs harking back to the days when no one had heard of organic, sugar-free, gluten-free, lactose-free, low-carb, vegetarian or vegan (don't eat anything that casts a shadow) and you still had to eat lotsa meat to get big and strong, or do you think John Wayne won World War II singlehandedly on a diet of hummus, feta rolls and carrot quinoa? Every meal was preceded by at least one and preferably more aperitifs and ended with a digestif, the cocktail hour lasted until last man standing, and men still used margarine to comb their hair, except on Sundays when they used real butter. Not a clue what I'm talking about? Let me sum it up in one word: Jambalaya by the great Hank Williams, the creole rice dish from Louisiana every rock 'n' roll artist has sung, including Fats Domino whose version is on this CD, Fats Domino who was an enthusiastic amateur chef (it showed) who brought his own pots, pans and beans on tour. Other well known songs here are Andre Williams' Bacon Fat, Smokey Joe's Café by the pre-Coasters Robins and Booker T. & the MGs' organ instrumental Green Onions, while the second course consists of rhythm 'n' blues jive (Cecil Payne's Ham Hocks, Clyde Bernhardt's Cracklin' Bread, Champion Jack Dupree's Chitlins And Rice), uptempo soul (The Mighty Cravers' Soul Food), vaudeville (Lil Johnson's double entendre Sam The Hot Dog Man, The Four Clefs' I Like Pie I Like Cake), popcorn noir (Shorty Long's Burnt Toast And Black Coffee, Varetta Dillard 's Good Gravy Baby which is clearly not about sauce) and piano boogie (The Beale Street Gang's Fatstuff Boogie). For dessert songs from a variety of black musical rock 'n' roll cuisines are served up such as Chico Chism & his Jetanairs' Hot Tamales Bar-B-Que, The 5 Royales' Monkey Hips And Rice, The Aladdins' Munch and The Clickettes' Jive Time Turkey. Despite the shameful omission of Weird Al Yankovic's Lasagna this is a tasty compilation that left me bloody hungry. Off to the fish and chips shop! Info: www.vintagerockinroots.com (Frantic Franky)

Vinyl Recensies

COOL TOM CAT/ BILL CARTER
Bear Family, BAF14010
English version: see below

Van Bill Carter zijn er een achttal nummers in omloop op verzamelalbums van Bear Family, Collector, Buffalo Bop, Cactus en Classics waarvan Cool Tom Cat uit 1959 het bekendste is, maar dit is de eerste keer dat er een verzamelalbum van hem verschijnt, met daarop de meeste maar niet alle acht van die nummers. De Bear Family reputatie getrouw is dat een luxueuze uitgave geworden, namelijk een 10 inch vinyl vergezeld van een CD en diverse goodies. Carter nam van 1953 tot in de jaren '60 op voor minstens 22 verschillende kleine labels waarvan hij er een deel zelf had opgestart, en zijn beste uptempo nummers vormen nu bijna 70 jaar later de 12 nummers 1954-1961 op deze 10 inch. Eén van de nummers, het indianenverhaal A Woman's Way (hier toegeschreven aan enerzijds Bill Carter en anderzijds Big Jim DeNoone, dat is een beetje onduidelijk) verscheen in 1954 zelfs enkel als promo en niet in de reguliere handel - onbegrijpelijk als je de kwaliteit van dat nummer hoort! Dat dozijn songs zijn evenwel niet allemaal Cool Tom Cats met zijn gemene gitaar, een drumsolo, lyrics over een "real cool kitty from hep cat city" en een melodie die wat weg heeft van Johnny Burnette's rockabilly klassieker Your Baby Blue Eyes. Cool Tom Cat klinkt trouwens verbazingwekkend wild voor 1959, zeker in vergelijking met het gestroomlijnde I Wanna Feel Good uit 1957 waaraan ze overduidelijk een vlot handjeklap Elvis arrangement inclusief Jordanaires backings hebben willen geven. Daarnaast is er de bizarrobilly Baby Brother en de honky tonk piano boogie rocker I Used To Love You, maar toch zijn dit buitenbeentjes in Carter's oeuvre want op de meeste nummers klinkt hij exact zoals hij waarschijnlijk ook in levende lijve was, namelijk een joviale rondborstige zanger van wat in de hoesnota’s wordt omschreven als "tough guy hillbilly noir", bijvoorbeeld de rustige honky tonk-iënde hillbilly boogie You Ain't Got My Address met Hank Garland op gitaar, de medium tempo cowboy western saga Jailer Man en het boom-chicka-boom Shot Four Times And Dyin' met een jonge Del Reeves op gitaar. Seven Years is een trein song, Secret Date is pure medium tempo country, Ramblin' Fever klinkt als uptempo Sun country, en Don't Monkey With My Widder (van The Carolina Drifters met Bill Carter op tweede stem) begint als klaaglijke gospel alvorens een rock 'n' roll gitaar boogie te worden.
Die twaalf songs staan ook op de bijgevoegde CD (als je niet benieuwd bent hoe dit klinkt op vinyl kan je de plaat dus in ongespeelde staat laten) die met het hillbilly Part Of My Heart Is Missing (opnieuw The Carolina Drifters) en het plechtige medium tempo country popnummer I Knew Her When nog twee extra Bill Carter nummers biedt. Daarnaast bevat de CD 10 bonusnummers van andere artiesten verschenen op Carter's eigen Indio label. Dat zouden alle rockers en boppers op Indio moeten zijn maar is voornamelijk uptempo country boogie (Jimmy North's Leavin' Time) die slechts af en toe naar rock 'n' roll neigt zoals bijvoorbeeld Ray Smith's You've Heard About Texas dat in feite gewoon uptempo rechtdoor Jimmie Rodgers is. Dit is niet de Ray Smith van op Sun Records, maar zou het dezelfde Ray Smith kunnen zijn die als David Ray het nummer Lonesome Baby Blues opnam, of is dit een derde Ray Smith? Ik zou het niet weten, en in het booklet wordt er met geen woord over gerept. Een andere Indio rocker is Dave Miller's Froggy Went A-Rockin', maar hét rock 'n' roll hoogtepunt op Indio was ongetwijfeld de fantastische stevige doch melodieuze rechtdoor rocker Black Smoke And Blue Tears van Clyde Arnold met zijn opvallende akkoordenopvolging. Zijn Livin' For Your Lovin' is melodieuze countrybilly en Larry McGill's I Only Wish is uptempo honky tonk die de Bakersfield sound voorafspiegelt, Dave Miller's With You is een rockaballad en Clint Marrs' Love And Mary zijn Hawaiiaanse Les Paul gitaarklanken. Al die nummers stammen uit 1961, behalve Stage Hands' Camille uit 1969 dat geheel conform de tijdsgeest freewheelende sixties country is.
De nu 91-jarige Bill Carter (haal 'em naar de Rave!) die later predikant werd en vanaf 1962 gospel opnam werkte zelf mee aan deze release en het booklet van 12 pagina’s op formaat 21 x 21 cm is gebaseerd op interviews met Bill Carter afgenomen door de man die Bill Carter opspoorde en herontdekte, Mark Lee Allen, de Britse platenverzamelaar/ dealer achter de Rockin' Hillbilly reeks op Cactus Records en de Twisted Tales From The Vinyl Wastelands reeks. Het booklet bevat ook veel foto’s van Bill Carter poserend met artiesten als Johnny Cash, Gene Vincent, Glen Glenn, Marvin Rainwater, Ray Price en Marty Robbins. Daarnaast steekt bij deze uitgave nog een mooie zwart-wit foto van Bill Carter op groot formaat 21 x 14 cm die bovendien bij de 200 eerste exemplaren (ik neem aan dat er zoals gebruikelijk bij Bear Family 500 geperst werden) gehandtekend is door Bill Carter zelve. Bear Family werkt nu aan een full CD met nog meer Bill Carter materiaal, mogelijk (deels?) gewijd aan zijn gospelmuziek, als aanvulling op dit stukje compleet vergeten hardcore hillbilly bop. Info: www.bear-family.com en www.facebook.com/bill.carter.5076 (Frantic Franky)

About eight of Bill Carter's songs have been circulating on Bear Family, Collector, Buffalo Bop, Cactus and Classics compilations, the best known of which is 1959's Cool Tom Cat, but this is the first time a single artist best of by him has been released, featuring most but not all eight of those songs. True to Bear Family's reputation this is a deluxe release consisting of a 10 inch vinyl accompanied by a CD and various goodies. Carter recorded from 1953 into the 1960s for at least 22 different small labels, some of which he started himself, and almost 70 years later his best uptempo songs make up the 12 songs 1954-1961 on this 10 inch. One of the songs, the indians' tale A Woman's Way (attributed here to both Bill Carter and Big Jim DeNoone, it's a bit unclear) appeared in 1954 only as a promo and not as a regular release - incomprehensible when you hear the quality of this song! Not all of this dozen songs are however Cool Tom Cats with its mean guitar, a drum solo, lyrics about a "real cool kitty from hep cat city" and a melody that resembles Johnny Burnette's rockabilly classic Your Baby Blue Eyes, a song that sounds amazingly wild for 1959, especially compared to the streamlined I Wanna Feel Good from 1957 to which they obviously wanted to give a smooth hand clapping Elvis arrangement including Jordanaires backings. There's also the bizarrobilly Baby Brother and the honky tonk piano boogie rocker I Used To Love You, yet these are exceptions in Carter's oeuvre because on most songs he sounds exactly like he probably was in person, a jovial good natured happy go lucky singer of what the liner notes describe as "tough guy hillbilly noir" such as the relaxed honky tonk-ying hillbilly boogie You Ain't Got My Address with Hank Garland on guitar, the medium tempo cowboy western saga Jailer Man and the boom-chicka-boom Shot Four Times And Dyin' with a young Del Reeves on guitar. Seven Years is a train song, Secret Date is medium tempo country, Ramblin' Fever sounds like uptempo Sun country and Don't Monkey With My Widder (by The Carolina Drifters with Bill Carter on second voice) starts out as plaintive gospel before turning into a rockin' guitar boogie.
The twelve songs are also on the included CD (so if you're not curious how this sounds on vinyl you can leave the record unplayed) which offers two more Bill Carter songs with the hillbilly Part Of My Heart Is Missing (another Carolina Drifters song) and the solemn medium tempo country pop number I Knew Her When. On top of that the CD contains 10 additional songs by other artists released on Carter's own Indio label. These are supposed to be all the rockers and boppers on Indio but it's mostly uptempo country boogie (Jimmy North's Leavin' Time) only occasionally leaning toward rock 'n' roll like for example Ray Smith's You've Heard About Texas, funnily enough an uptempo straight ahead Jimmie Rodgers type of song. It's not the Ray Smith from Sun Records, but could this be the same Ray Smith who recorded Lonesome Baby Blues as David Ray, or is it a third Ray Smith? I wouldn't know and the booklet doesn't say anything about it. Another Indio rocker is Dave Miller's Froggy Went A-Rockin', but the rock 'n' roll highlight at Indio was undoubtedly Clyde Arnold's fantastic solid yet melodic straight ahead rocker Black Smoke And Blue Tears with its striking chord progression. His Livin' For Your Lovin' is melodic countrybilly and Larry McGill's I Only Wish is uptempo honky tonk predating the Bakersfield sound, while Dave Miller's With You is a rockaballad and Clint Marrs' Love And Mary is Hawaiian Les Paul guitar sounds. All those songs date from 1961 except Stage Hands' Camille from 1969 which is typical freewheeling sixties country.
After recording the music on this disc Bill Carter became a preacher who from 1962 onwards recorded gospel. He is now an amazing 91 years old (bring him over to the Rave!) and was personally involved with this release and the accompaying 12 page 21 x 21 cm booklet based on interviews with him conducted by Mark Lee Allen, the record collector/dealer behind the Rockin' Hillbilly series on Cactus Records and the Twisted Tales From The Vinyl Wastelands series who tracked down and rediscovered Bill Carter. The booklet also includes many photos of Bill Carter posing with the likes of Johnny Cash, Gene Vincent, Glen Glenn, Marvin Rainwater, Ray Price and Marty Robbins. Also included in the package is a nice black and white 21 x 14 cm promo photo of Bill Carter signed by Bill Carter himself for the first 200 copies (I assume 500 copies were pressed as usual). Bear Family is now working on a full CD with more Bill Carter material, possibly (partly?) dedicated to his gospel music, as an addition to this piece of completely forgotten hardcore hillbilly bop.
Info: www.bear-family.com en www.facebook.com/bill.carter.5076 (Frantic Franky)

17 februari 2021

Vinyl Recensies

SINGS CARLOS SLAP/ GORDON DOEL
El Toro, ET-15.135
English version: see below

Carlos López alias Charlie Slap uit Madrid is de contrabassist van The Lucky Dados en de meer psycho gerichte Speedsickers, en na vinyl singles waarop hij samenwerkte met Charlie Hightone (GB), Marcel Bontempi (D) en Spencer Evoy (GB) is het nu de beurt aan Gordon Doel van de Britse band The Doel Brothers. Het basisprincipe daarbij is dat er twee nieuwe songs van Spaanse origine worden opgenomen in Spanje met Spaanse muzikanten, of is dit door de wonderen der digitale techniek apart opgenomen tijdens de lockdown? De mij onbekende muzikanten komen deels uit rock 'n' roll bands (Fever Band, Mad Martin Trio), deels uit niet-rock 'n 'roll bands en ongetwijfeld deels uit niet-rock 'n' roll bands waar Carlos Slap zelf bij speelt, maar dat van die niet-rock 'n' roll is er gelukkig niet aan te horen. Op luistergebied zijn er geen verrassingen want de muziek is door western swing geïnspireerde rock 'n' roll met steel gitaar, helemaal in de stijl van de albums van The Doel Brothers, met twee nummers in de verhalende stijl van Tennessee Ernie Ford perfect op maat van Gordon Doel geschreven maar door Doel hoger gezongen dan Tennessee Ernie Ford. I'm Not Alone is twee minuten rocka-hillbilly feel, het soort melodietje waar een Deke Dickerson wel raad mee weet, B-kant I Feel The Storm is melodieuze uptempo countrypicking boogie op boom-chicka-boom ritme in een western setting, net als in I'm Not Alone met een prominente steel in samenspel met de elektrische gitaar.
Hebbeding voor de fans van The Doel Brothers wegens nergens anders verkrijgbaar, of in elke geval tot El Toro vroeg of laat beslist al die Carlos Slap singles uit te brengen op één CD. Info: www.eltororecords.com en www.facebook.com/carlos.slap.5 (Frantic Franky)

Carlos López aka Charlie Slap from Madrid is the double bass player of The Lucky Dados and the more psychobilly oriented Speedsickers, and after vinyl singles on which he collaborated with Charlie Hightone (GB), Marcel Bontempi (D) and Spencer Evoy (GB) he is now joined by Gordon Doel of the British band The Doel Brothers. The basic principle is that two new songs of Spanish origin are recorded in Spain with Spanish musicians, or was this thanks to the wonders of digital technology recorded separately during the lockdown? I don't know any of the musicians involved who are partly from rock 'n' roll bands (Fever Band, Mad Martin Trio), partly from non-rock 'n' roll bands and undoubtedly partly from non-rock 'n' roll bands in which Carlos Slap himself plays, but you can't hear this on the recordings. No surprises here as the music is western swing inspired rock 'n' roll with steel guitar completely in the style of The Doel Brothers' albums, with two songs in the narrative style of Tennessee Ernie Ford perfectly tailored to Gordon Doel but sung higher by him than Tennessee Ernie Ford would. I'm Not Alone is a two minutes of rocka-hillbilly feel kind of Deke Dickerson type of tune, while B-side I Feel The Storm is melodic uptempo countrypicking boogie on a boom-chicka-boom rhythm in a western setting, just like I'm Not Alone with a prominent steel intertwining with the electric guitar.
This is a must have for fans of The Doel Brothers because it's not available anywhere else, at least not until El Toro sooner or later decides to, err, slap all those Carlos Slap singles on one CD. Info: www.eltororecords.com en www.facebook.com/carlos.slap.5 (Frantic Franky)


SINGS CARLOS SLAP/ SPENCER "CHICKEN" EVOY
El Toro, ET-15.133
English version: see below

Carlos López alias Charlie Slap uit Madrid is de contrabassist van The Lucky Dados en de meer psycho gerichte Speedsickers, en na vinyl singles waarop hij samenwerkte met Charlie Hightone (GB), Marcel Bontempi (D) en Gordon Doel van The Doel Brothers (GB) is het nu de beurt aan Spencer Evoy, met als basisprincipe dat er twee nieuwe songs van Spaanse origine worden opgenomen in Spanje met Spaanse muzikanten, of is dit door de wonderen der digitale techniek apart opgenomen tijdens de lockdown? Evoy is de zanger en saxofonist van de Britse band MFC Chicken, een frontman met een verbazingwekkend zware brullende sixties stem voor zo'n magere kippenborst, en MFC Chicken, de laatste paar jaar een sensatie op rock 'n' roll festivals, is een fratrockband die het beste van jaren '60 bands als The Fabulous Wailers, The Sonics, The Kingsmen, The Troggs en Sam The Sham & the Pharaohs in zich verenigt. De mij onbekende Spaanse muzikanten komen deels uit rock 'n' roll bands (Fever Band, Mad Martin Trio), deels uit niet-rock 'n' roll bands en ongetwijfeld deels uit niet-rock 'n' roll bands waar Carlos Slap zelf bij speelt, maar dat van die niet-rock 'n' roll is er gelukkig niet aan te horen. Dat dit echter geen standaard rock 'n 'roll is geworden moge evenwel duidelijk zijn voor wie het feestrecept van MFC Chicken kent. A-kant The Monkey Shotgun drijft op orgel en sax maar klinkt als een zichzelf niet al te serieus nemende light versie van The Sonics, terwijl een begeleidende piano voor de roll zorgt. B-kant Down In Mexico (geschreven door Franco Angás, zanger-gitarist van de Spaanse surfgroep Los Twangs) is rustiger in de soulvolle stijl van de zwarte muziek begin jaren '60. Fans van MFC Chicken zullen niet teleurgesteld zijn. Info: www.eltororecords.com en www.facebook.com/carlos.slap.5 (Frantic Franky)

Carlos López aka Charlie Slap from Madrid is the double bass player of The Lucky Dados and the more psychobilly oriented Speedsickers, and after vinyl singles on which he collaborated with Charlie Hightone (GB), Marcel Bontempi (D) and Gordon Doel of The Doel Brothers (GB) it's Spencer Evoy's turn, with the basic premise that two new songs of Spanish origin are recorded in Spain with Spanish musicians, or was this recorded separately during the lockdown through the wonders of digital technology? Evoy is the singer and saxophone player of the British band MFC Chicken, a frontman with an amazingly heavy booming sixties voice for such a skinny chicken breast, while MFC Chicken, a sensation at rock 'n' roll festivals the last few years, is a frat rock band incorporating the best of sixties bands like The Fabulous Wailers, The Sonics, The Kingsmen, The Troggs and Sam The Sham & the Pharaohs. I don't know any of the Spanish musicians involved who come partly from rock 'n' roll bands (Fever Band, Mad Martin Trio), partly from non-rock 'n' roll bands and undoubtedly partly from non-rock 'n' roll bands in which Carlos Slap himself plays, but luckily you can't hear this in the music. Nevertheless it will be obvious for those who know MFC Chicken's party recipe that this is not your avarage standard rock 'n roll. A-side The Monkey Shotgun is heavy on organ and sax but sounds like a not-too-serious version of The Sonics light, while an accompanying piano provides the roll. B-side Down In Mexico (written by Franco Angás, singer-guitarist of Spanish surf group Los Twangs) is calmer in the soulful style of early sixties black music. Fans of MFC Chicken will not be disappointed. Info: www.eltororecords.com en www.facebook.com/carlos.slap.5 (Frantic Franky)

CD Recensies

SECOND TAKE JAKE 2010-2020/ JAKE CALYPSO
Rock Paradise, RPRCD 53
English version: see below

Na One Take Jake uit 2018 is dit de tweede Jake Calypso "best of" met 25 tracks die de zeven Jake Calypso albums verschenen van 2009 (zijn debuutalbum Grandaddy's Grease) tot 2020 (het op slechts 50 exemplaren verschenen Lockdown Sessions) overloopt en de vinyl singletracks Who Knocks On My Door, When We Cross Our Eyes en Babe Babe Baby bevat, met speciaal voor u daar die trouw alle Jake Calypso albums en singles kocht verschillende hermixte en geremasterde en drie onuitgebrachte nummers. Jake Calypso is sinds 2009 het alter ego van Hervé Loison (F) die sinds begin jaren '80 opnam met The Corals, Teddy Best, Mystery Train en Hot Chickens. Het oorspronkelijke Jake Calypso concept in 2009 was het spelen van authentieke rockabilly, maar dat idee liet Loison snel varen en Jake Calypso werd een fictief personage dat intussen zowat alle rock 'n' roll stijlen onder handen nam. Dat weerspiegelt zich uiteraard op deze CD waarop naast geflipte rammel rockabilly (Cinderella, I'm A Real Cool Cat, Gonna Bring You Back, That's All Right) en primitivo bop (Tell Me Lou, de geniale meestamper Passion And Fashion) ook rechtdoor glam rock 'n' roll (When I Was 15), melodieuze medium tempo gospel ballades (Milky White Way), teenrock (You Killing Me) en Elvis gefluister (het gevoelige Home Is Where The Heart Is, het onuitgebrachte That's When Your Heartaches Begin op één akoestische gitaar) de revue passeren, maar evengoed zwarte strollers (Addiction Baby), semi-akoestische countryblues (Louise Blues, het hypnotiserende Don't Miss The Train Man), bluesbop (Hey Barber Barber) en country (To My Son And Daughter). De twee andere onuitgegeven songs naast That's When Your Heartaches Begin komen van de sessies voor de Lockdown Sessions CD, namelijk het uptempo country Little Cabin On The Hill en een meer Charlie Feathers geïnspireerde alternatieve If I Had Me A Woman. Het is daarbij duidelijk dat Jake Calypso de dementerende krankjorum rockabilly steeds meer achter zich laat om zich reflectiever te uiten. Komt de wijsheid dan toch met de jaren? Misschien wel, maar gelukkig blijven het onbegrijpelijke gebrabbel en de occasionele jodel behouden. In elk geval is er nog hoop voor de rock 'n' roll zolang er Hervé Loisons op deze aardkloot rondlopen, want dankzij artiesten zoals hij behouden wij het geloof in de bovennatuurlijke kracht van rock 'n' roll.
Info: www.rockparadise.fr en www.jakecalypso.com (Frantic Franky)

Following 2018's One Take Jake, this is the second Jake Calypso "best of" with 25 tracks spanning the seven Jake Calypso albums released from 2009 (his debut Grandaddy's Grease) to 2020 (Lockdown Sessions of which only 50 copies were pressed) and including the vinyl single tracks Who Knocks On My Door, When We Cross Our Eyes and Babe Babe Baby, with especially for all you folks out there who faithfully bought all Jake Calypso albums and singles several remixed and remastered and three unreleased tracks. Jake Calypso has been the alter ego of Hervé Loison (F) who since the early 1980s recorded with The Corals, Teddy Best, Mystery Train and Hot Chickens. The original Jake Calypso concept in 2009 was to play authentic rockabilly, but Loison quickly dropped that idea and Jake Calypso became his alter ego who has since taken on just about every rock 'n' roll style. That is reflected on this CD which apart from flipped out rattling rockabilly (Cinderella, I'm A Real Cool Cat, Gonna Bring You Back, That's All Right) and primitivo bop (Tell Me Lou, the brilliant feet stompin' Passion And Fashion) features not only straight ahead glam rock 'n' roll (When I Was 15), melodic medium tempo gospel ballads (Milky White Way), teen rock (You Killing Me) and Elvis whispers (the sensitive Home Is Where The Heart Is, the unreleased That's When Your Heartaches Begin on one acoustic guitar) but also black strollers (Addiction Baby), semi-acoustic country blues (Louise Blues, the hypnotising Don't Miss The Train Man), blues bop (Hey Barber Barber) and country (To My Son And Daughter). The two other unreleased songs besides That's When Your Heartaches Begin stem from the sessions for the Lockdown Sessions CD: the uptempo country Little Cabin On The Hill and a more Charlie Feathers inspired alternative If I Had Me A Woman. It's clear that Jake Calypso is increasingly leaving the demented crazy rockabilly behind to express himself more reflectively. Does wisdom come with age after all? Perhaps, but fortunately the incomprehensible gibberish and the occasional yodel remain. In any case, as long as there are Hervé Loisons walking this earth there is still hope for rock 'n' roll, because thanks to artists like him we keep our faith in the supernatural power of rock 'n' roll.
Info: www.rockparadise.fr en www.jakecalypso.com (Frantic Franky)


THE QUARANTINE TAPES/ CAT LEE KING
Rhythm Bomb, RBR 6012

Eerste soloalbum van Cat Lee King, de frontman, pianist en zanger met de grofkorrelige stem van de Duitse band Cat Lee King & his Cocks, met King nu niet alleen op piano maar ook op gitaar en drums, met gastbijdragen van Ray Collins en Cat Lee King & his Cocks gitarist Tommy J. Croole. Het enige Cat Lee King & his Cocks album nu toe, Cock Tales (RBR 5887) uit 2018, is de betere rock 'n' roll op basis van boogie woogie piano met gitaarsolo’s die af en toe maar gelukkig niet te vaak richting rhythm ‘n’ blues gingen. Een paar nummers op Cock Tales helden over naar de rhythm ‘n’ blues en enkele andere songs vertoonden de invloed van (neo)swing, en laten dat nu juist de pijlers zijn waarop dit soloalbum steunt.
Alberta Hunter's My Castle's Rockin is een barrelhouse crooner met jazzy sax, het aan Count Basie's jazz gitarist Eddie Durham toegeschreven 4 O' Clock Blues is bluesy met diepe blazers, en er is nog meer blues met Herbert Beard’s Gal You Need A Whippin’ en Zuzu Bollin's uptempo Why Don't You Eat Where You Slept Last Night. Willie Dixon's rustige, mooie Violent Love kennen we van Dr Feelgood en Indigo Swing maar krijgt ook een wat bluesy invulling door de gitaar. Nog crooners zijn het bekende On The Sunny Side Of The Street en het rustige Close To Me met vibrafoon, dat tweede merkwaardig genoeg een gevoelig jaren '60 nummer van de hand van massamoordenaar Charles Manson, al vertaalde Manson gewoon de Latijns-Amerikaanse bolero Sabor A Mi van begin jaren '60, in 1978 gecoverd door Los Lobos op hun debuut LP Just Another Band From East LA. Manson's versie uit +/- 1967 is trouwens een buitenbeentje in zijn muzikale oeuvre, want in Close To Me klinkt hij meer als Willie Nelson dan als zichzelf. Blues en crooner komen samen in Ain’t Nobody’s Business dat begin jaren '20 een van de eerste bluesstandaards werd, hier opnieuw met een bluessolo op de gitaar maar met gospel tinten op piano. Meet Me Half Way van Arbee Stidham uit 1956 is een stop/start blues in de stijl van het bekendere Get Out Of The Car (Treniers, Richard Berry) en een van de beste nummers op de CD omdat het het meest aanleunt bij Cock Tales. Al deze nummers zijn covers met als bekendste cover Hank Williams' Hey Good Looking in een piano boogie versie met uptempo blues gitaar, maar The Quarantine Tapes bevat ook drie eigen nummers: de uptempo blues Final Call, de ouderwetse swing Whoever Made You met harmony vocals die perfect zou passen in de setlist van Cat Lee King & his Cocks, en de swingende instrumental Virologoy met fingerpickende bluesgitaar. De sound van de CD is minder gestroomlijnd als Cock Tales en meer als een demo, alsof het uit een oude transistor radio weerklinkt, ook al omdat King beter is op piano als op gitaar en omdat de saxen soms piepen. Het geluid van stemmen en gelach op de achtergrond geeft een live sfeertje alsof dit werd opgenomen in een rokerige kroeg. De vinylversie zou onderweg zijn.
Info www.vintagerockinroots.com en www.facebook.com/catleekingandhiscocks (Frantic Franky)


Cat Lee King & his Cocks vóór corona...


...en Cat Lee King & his Cocks ná corona!

First solo album from Cat Lee King, the gravel voiced frontman, piano player and singer of German band Cat Lee King & his Cocks, with King now not only on piano but also on guitar and drums, with guest contributions from Ray Collins and Cat Lee King & his Cocks guitarist Tommy J. Croole. The only Cat Lee King & his Cocks album to date, 2018's Cock Tales RBR 5887, is excellent boogie woogie piano based rock 'n' roll with guitar solos that occasionally but thankfully not too often veer in the direction of rhythm 'n' blues. A few songs on Cock Tales tilted toward rhythm 'n' blues and a few others showed the influence of (neo)swing, and whaddaya know: those two genres are the very pillars on which this solo album rests. Alberta Hunter's My Castle's Rockin' is a barrelhouse crooner with jazzy sax, 4 O' Clock Blues attributed to Count Basie's jazz guitarist Eddie Durham is bluesy with deep blowing horns, and there's more blues with Herbert Beard's Gal You Need A Whippin' and Zuzu Bollin's uptempo Why Don't You Eat Where You Slept Last Night. Willie Dixon's quiet, hauntingly beautiful Violent Love we know from Dr Feelgood and Indigo Swing but gets a somewhat bluesy interpretation thanks to the guitar. Other crooners are the familiar On The Sunny Side Of The Street and the quiet Close To Me with vibraphone, bizarrely enough a sensitive sixties song from mass murderer Charles Manson, even though all Manson did was to put new lyrics to the early sixties Latin American bolero Sabor A Mi, the same song that was covered in 1978 by Los Lobos on their debut LP Just Another Band From East LA. Manson's version from +/- 1967 is an oddity among his recordings, for in Close To Me he sounds more like Willie Nelson than like himself. Blues and crooners come together in Ain't Nobody's Business which in the early 1920s became one of the first blues standards, performed here again with a blues solo on the guitar but with gospel overtones on piano. Arbee Stidham's Meet Me Half Way from 1956 is a stop/start blues in the style of the better known Get Out Of The Car (Treniers, Richard Berry) and one of the best songs on the CD as it is the closest to Cock Tales. All of these songs are covers with the best known cover being Hank Williams' Hey Good Looking in a piano boogie version with uptempo blues guitar, but The Quarantine Tapes also contains three original songs: the uptempo blues Final Call, the old fashioned swing Whoever Made You with harmony vocals that would fit perfectly on the setlist of Cat Lee King & his Cocks, and the swinging instrumental Virologoy with fingerpicking blues guitar. The sound of the CD is less streamlined than Cock Tales and more like a demo, as if it came blaring out of an old transistor radio, partly because King is better on piano than on guitar and because the saxes sometimes squeak. The sound of voices and laughter in the background give it a live feel as if this was recorded in a smoke filled pub. The vinyl version is supposed to be on its way. Info www.vintagerockinroots.com en www.facebook.com/catleekingandhiscocks (Frantic Franky)


THE COMPLETE RECORDINGS/ THE CORALS
Around The Shack Records, ATSR CD 003

Afdeling jeugdsentiment: deze CD bevat de complete opnames van The Corals (F), de eerste groep van Hervé Loison, later bij Teddy Best, Mystery Train, Hot Chickens en tot op heden zeer actief als Jake Calypso. The Corals waren een instrumentaal kwartet met twee elektrische gitaren en Hervé Loison op basgitaar dat van 1981 tot 1985 volledig bestond uit prille tieners. De complete output van The Corals, één single en één LP, verscheen op Mac Records, het in 1971 opgerichte artisanale Belgische label van de in 2016 overleden Mac Bouvrie, de immer razend enthousiaste kerel in maatpak die in die dagen op elk rock 'n' roll festival zijn vinylwaren vanuit zijn kraampje aan de man bracht.
De CD opent met de Mac 121 single Crazy Guitar, een onweerstaanbare medium tempo rock 'n' roll boogie die gewoon hetzelfde rondje blijft spelen in steeds verschillende toonaarden. B-kant Coral Rock bood meer van hetzelfde maar sneller in een gelijkaardige stop/start structuur als doch minder rauw en wild dan Rampage van Eddie Angel/ Planet Rockers uit 1981. De Mac 009 LP Rock Corals Rock bevatte 12 instrumentals die erg melodieus waren (Fire For Sale, Southern Memories) en soms aanleunden bij surf (Rollin' Coral Reefs) maar vaker nog terugvielen op variaties op de rock 'n' roll guitar boogie zoals 47 Annequin Stomp, Rattling Boogie, titeltrack Rock Corals Rock, King Of Strings en het dreigende Devil Corals Blues in de stijl van Eddie Cochran's Strollin' Guitar. Inzake instrumentale gitaarmuziek klinkt die hele plaat klassiek omdat dit - bewust of onbewust - exact dezelfde sound heeft als de Franse en Belgische gitaargroepen in het spoor van The Shadows begin jaren '60. Die veertien officiële nummers zijn op deze CD aangevuld met maar liefst 17 onuitgegeven opnames tot een totaal van 31 tracks waaronder twee uptempo instrumentals uit 1983 van dezelfde opnamesessie in Nederland die de single opleverde, Mac's Boogie en Coral's Jump die ook weer de rock 'n' roll boogie spelen als ware het een race circuit. Daarnaast hoort u hier een volledige LP uit 1985 van 13 nummers bedoeld als opvolger voor Rock Corals Rock en helemaal in dezelfde stijl, maar die tweede LP is er nooit gekomen en de tape raakte verloren tot hij recent werd ontdekt in de collectie van een overleden Franse rock 'n' roll verzamelaar. Als extraatje sluit de CD af met twee nagelnieuwe nummers opgenomen door de vier originele Corals in 2020... 35 jaar na datum! Dat maakt de weg vrij voor een live reünie.... Et voilà, het complete werk van een vergeten Franse band netjes op één CD vergezeld van een (in het Frans geschreven) CD booklet van 28 pagina’s boordevol foto’s, ten zeerste aan te raden voor de liefhebbers van Europese gitaarklanken van begin jaren '60. Voor de volledigheid inzake de volledigheid van deze CD nog even meegeven dat er nog één voor de radio opgenomen Walk Don't Run cover spoorloos is, en als wij de berichtgeving ter zake nog enigszins kunnen volgen zouden er intussen ook nog enkele andere vergeten Corals demo’s teruggevonden zijn. Spannend! Ook te koop via Bandcamp en Soundclound, en eind april zou dit moeten verschijnen als dubbel-LP op een gelimiteerde genummerde uitgave van slechts 100 exemplaren met 28 van de 31 CD tracks (drie van de onuitgebrachte nummers ontbreken). Around The Shack is Loison's eigen label. Info www.facebook.com/herveloison1964 (Frantic Franky)

Nostalgia department: this CD contains the complete recordings of The Corals (F), the first group of Hervé Loison, later with Teddy Best, Mystery Train and Hot Chickens and to this very day still very active as Jake Calypso. The Corals were an instrumental quartet with two electric guitars and Hervé Loison on bass guitar, consisting of young teenagers and active from 1981 to 1985. The entire recorded legacy of The Corals, one single and one LP, appeared on Mac Records, the artisanal Belgian label founded in 1971 by Mac Bouvrie, the ever enthusiastic guy in the business suit who sold his vinyl goods from his stall at every rock 'n' roll festival in those days.
The CD opens with the Mac 121 single Crazy Guitar, an irresistible medium tempo rock 'n' roll boogie that just keeps playing the same barsover and over again in ever changing keys. B-side Coral Rock offered more of the same but faster in a stop/start structure similar to yet less raw and wild than Eddie Angel / Planet Rockers' 1981 Rampage. The Mac 009 LP Rock Corals Rock contained 12 instrumentals that were very melodic (Fire For Sale, Southern Memories) and sometimes leaned towards surf (Rollin' Coral Reefs) but more often fell back on variations on the rock 'n' roll guitar boogie such as 47 Annequin Stomp, Rattling Boogie, title track Rock Corals Rock, King Of Strings and the menacing Devil Corals Blues in the style of Eddie Cochran's Strollin' Guitar. As far as instrumental guitar music goes the whole LP sounded classic because - consciously or unconsciously - it has the exact same sound as the French and Belgian guitar groups in the wake of The Shadows in the early sixties. Those fourteen official songs are supplemented on this CD by no less than 17 unreleased recordings making a total of 31 tracks including two uptempo 1983 instrumentals from the same recording session in Holland that produced the single, Mac's Boogie and Coral's Jump, which again play the rock 'n' roll boogie as if it were a race. In addition you hear here a complete 13 track LP from 1985 intended as the successor to Rock Corals Rock and completely in the same style, but that second LP never saw release and the tape was lost until recently discovered in the collection of a deceased French rock 'n' roll fan. As a bonus the CD closes with two brand new songs recorded by the four original Corals in 2020.... 35 years later! This paves the way for a live reunion.... Et voilà, the complete recorded works of a forgotten French band neatly collected on one CD accompanied by a 28 page CD booklet (written in French) chock-full of photos and highly recommended for all lovers of European guitar sounds from the early sixties. For the sake of completeness I have to mention that the CD is not 100 % complete as a Walk Don't Run cover recorded for the radio is still missing, and if we understand the going ons correctly it appears that a few more forgotten Corals demos could have been located in the meantime. Exciting news! This is also available on Bandcamp and Soundclound, and at the end of April it should be released as a double LP in a limited numbered edition of only 100 copies featuring 28 of the 31 CD tracks (three of the unreleased songs are missing). Around The Shack is Loison's own label. Info www.facebook.com/herveloison1964 (Frantic Franky)

17 februari 2021

THINK ME A KISS
Atomicat, ACCD084
English version: see below

Op tijd verschenen voor valentijn maar te laat door ons gerecenseerd (wij waren te druk bezig met tinderen): deze CD, losjes gewijd aan de liefde. Met dat thema kan je uiteraard alle richtingen uit, maar voor u richting nooduitgang rent geven we meteen mee dat de melige ballade hier niet aan de orde is. Een flink deel van de muziek op deze door DJ Mark Armstrong samengestelde CD situeert zich in de zwarte muziek uit het kantelmoment tussen de jaren '50 en de jaren '60, zoals Little Frankie Brunson's opgewekte How Can I Please You met zijn opvallende sax rif, David Gates' uptempo The Happiest Man Alive met violen, Sam Cooke's You Send Me gecoverd door Cornell Gunter van The Coasters voor één keer in een serieuze bui, en Clyde McPhatter's Think Me A Kiss. McPhatter krijgt op de hoes een smakkerd van zijn Atlantic stalgenotes Ruth Brown en LaVern Baker, beide eveneens aanwezig met respectievelijk het supersnelle Hello Little Boy en het A Help Each Other Romance duet met Ben E. King. Daarnaast doet McPhatter het ook met Ruth Brown in het duet I Gotta Have You. Er is uptempo female rock 'n' roll met sax met The Charmers' Oh Yes en The Harris Sisters' Kissin' Bug, een goeie jiver zoals er hier wel meer op staan want jongetje + meisje = dansen en dat kan je op The Sparks' A Cuddle And A Kiss en Murray Schaff & his Aristocrats' Ooh How I Love You. Meisjes die liever strollen kunnen hun gang gaan op I Found My Girl van The Kents. Songs als The Four Marksmen' The Birth Of Love, Sylvester Bradford's I Like Girls, John T. Webster's Gotta Make Love To You, The Squires' Sweet Girl, Stanley Mitchell & the Tornados' Would You Could You en The Tenderfoots' Kissing Bug (hetzelfde beestje als bij The Harris Sisters maar geheel anders uitgevoerd) komen uit de doo-wop, maar 't is heus niet alleen zwarte muziek hier: Sanford Clark laat zich in Ooo Baby eens een keertje van zijn snelle kant horen, Sleepy LaBeef stelt zich in You're So Easy To Love verrassend teder op, en My Steady Baby is blanke boogie bop van de als Rudy Grayzell klinkende Ray Pennington & his Western Rhythm Boys. Het opvallend dromerige My Heart van Vilas Craig & the Vi Counts klinkt zijn tijd ver vooruit voor 1959 en zou je eerder uit midden jaren '60 verwachten!
Ons advies luidt deze CD met 30 minder bekende vrolijke nummers 1954-1960 die niet alleen de liefde maar vooral levenslust bezingen niet voor jezelf te houden maar aan je lief te geven. Je scoort goeie punten én je bent verzekerd van goeie muziek het hele jaar door, niet alleen op valentijn. Info: www.vintagerockinroots.com (Frantic Franky)

 

Released in time for valentine's day but reviewed too late by us (we were too busy tindering) comes this CD loosely devoted to love, a theme that can lead you in any direction, but before you run towards the emergency exit let's make it clear that this CD is not about the romantic ballad. Much of the music here compiled by DJ Mark Armstrong is situated on the tipping point between the 1950s and the 1960s, such as Little Frankie Brunson's upbeat How Can I Please You with its striking sax riff, David Gates' uptempo The Happiest Man Alive with violins, Sam Cooke's You Send Me covered by Cornell Gunter of The Coasters for one time only in a serious mood, and Clyde McPhatter's Think Me A Kiss. On the cover McPhatter gets a big fat kiss from his Atlantic stablemates Ruth Brown and LaVern Baker, both also present with respectively the super fast Hello Little Boy and the A Help Each Other Romance duet with Ben E. King. On top of that McPhatter also does it with Ruth Brown in the duet I Gotta Have You. There's sax led uptempo female rock 'n' roll with The Charmers' Oh Yes and The Harris Sisters' Kissin' Bug, one of several good jivers here as boy + girl = dancing and you can do exactly that on The Sparks' A Cuddle And A Kiss and Murray Schaff & his Aristocrats' Ooh How I Love You. Girls who prefer to stroll can get their kicks on I Found My Girl by The Kents. Songs like The Four Marksmen' The Birth Of Love, Sylvester Bradford's I Like Girls, John T. Webster's Gotta Make Love To You, The Squires' Sweet Girl, Stanley Mitchell & the Tornados' Would You Could You and The Tenderfoots' Kissing Bug (the same little pest as The Harris Sisters' but sang completely different) come straight out of doo-wop land, but it's by no means only black music here: Sanford Clark demonstrates his fast side in Ooo Baby, Sleepy LaBeef is surprisingly tender in You're So Easy To Love, and My Steady Baby is white boogie bop from the Rudy Grayzell sounding Ray Pennington & his Western Rhythm Boys. The strikingly dreamy My Heart by Vilas Craig & the Vi Counts is way ahead of its time for 1959 and sounds like it could be from the mid 1960s!
Our advice is not to keep for this CD with 30 lesser known cheerful songs from 1954-1960 praising not only love but also and moreover the joy of life, for yourself, but to give it to your sweetheart. You will score good points and you are assured of good music all year round, not just on valentine's day. Info: www.vintagerockinroots.com (Frantic Franky)


SHOW AFFECTION: THE TEN COMMANDMENTS OF ROCK 'N' ROLL COMMANDMENT FOUR
Atomicat, ACCD050
English version: see below

Op basis van het hoesje en het tijdstip van verschijnen rekenen wij deze CD tot de valentijn releases, maar als het vierde van de tien rock 'n' roll geboden "show affection" is fronsen wij onze wenkbrauwen, want toen wij onze kleine catechismus deden luidde dat "vader, moeder zult gij eren". Waarschijnlijk is samensteller DJ Mark Armstrong opgegroeid in een andere denominatie. In elk gevallen zagen we allebei het licht en vereren wij enkel en alleen de rock 'n' roll, en deze CD reeks is een mooi offer op dat altaar. Volume 4 biedt 30 tracks 1953-1961, opent met blanke rock 'n' roll in de vorm van de rechtdoor rocker My Little Jewel van Tommy "Jim" Beam & the Four Fifths op het - we kid you not - 100 Proof label en een interessante cover van Peggy Sue door Jackie Walker, twee nummers waarbij de zang niet helemaal synchroon lijkt met de begeleiding. Er is nog meer rechtdoor blank rock 'n' roll geweld met Phil Barclay & the Sliders' Short Fat Ben en Johnny Amelio's Jo Ann Jo Ann, en daartussen zit uitstekend spul verscholen als Sonny Anderson's Yes I'm Gonna Love You. Onbegrijpelijk en zonde dat zo'n solide nummer niet bekender is! Misschien is het wel zo goed omdat het werd geschreven door Johnny en Dorsey Burnette, al namen ze het bij mijn weten nooit zelf op. Naast zwarte jivers als The Flairs' Steppin' Out en Jimmie Lee's That's Fat Jack en strollers als Little Willie John's Take My Love (I Want To Give It All To You) is er veel rockende doo-wop met Roy Teo's Mama Doll, The Del Vikings' Pretty Little Things Called Girls, The Champions' Come On And Love Me, The Five Keys' From The Bottom Of My Heart, The Mellows' Pretty Baby What's Your Name en The Joytones' Gee What A Boy, en aan de andere kant van de balans rockabilly met Burrie Manso & the Bonnivilles' My Woman. Toeval of niet, maar Conway Twitty's zelfgeschreven Hey Miss Ruby uit 1960 heeft wat weg van Ruby Baby van Dion uit 1962, al was dat uiteraard een cover van een nummer van The Drifters uit 1956. Billy & Don Hart's Rock-A-Bop-A-Lina uit 1959 is dan weer in de stijl van Ronnie Self's in 1958 verschenen Bop-A-Lena. Rustiger werk is Ray Ellington's Don't Burn Me Up, Bull Moose Jackson's If You Ain't Lovin' (You Ain't Livin') en Priscilla Bowman's I Ain't Givin' Up Nothin'. De big beat is in kundige handen met The Jodimars' Boom Boom My Bayou Baby, Johnny Devlin's I'm Gonna Love You is een early sixties Buddy Holly cloon, en voor de betere teen rock zorgt de immer betrouwbare Narvel Felts met Cutie Baby. Dale Hawkins koppelde in 1959 in het ook van Fats Domino bekende Liza Jane een Bo Diddley beat aan New Orleans rock 'n' roll en merkwaardigerwijze ook aan een erg sixties gerichte gitaargroove, en al even buiten de platgetreden akkoorden treden Dave Rich's Rosie Let’s Get Cozy, Robert Luke Harshman's Love Whatcha' Doin' To Me en de soulvolle blues stomper Get Your Clothes And Let's Go van Crown Prince Waterford. Het tegenovergestelde zijn enkele grote klassiekers als Jimmie Rodgers' Kisses Sweeter Than Wine, Bobby Rydell's variété rocker Wild One en Glen Glenn's melodieuze rockaballad Laurie Ann.
Voor elk wat wilsch, en het meeste daarvan is meer dan gemiddeld goed! Info: www.vintagerockinroots.com (Frantic Franky)

 

On the basis of the cover picture and time of release we count this among the valentine's day releases, but if the fourth of the ten rock 'n' roll commandments is "show affection" we frown, because when we went to sunday school we learned it was "thou shalt honor thy father and mother " Probably compiler DJ Mark Armstrong grew up in a different denomination. In any case both of us saw the light and worship only rock 'n' roll, and this CD series is a nice offering on that altar. Volume 4 offers 30 tracks 1953-1961, opening with white rock 'n' roll in the form of the straight ahead rocker My Little Jewel by Tommy "Jim" Beam & the Four Fifths on the - we kid you not - 100 Proof label and an interesting cover of Peggy Sue by Jackie Walker, two songs where the vocals don't seem quite in sync with the accompaniment. There's more straight ahead white rock 'n' roll violence with Phil Barclay & the Sliders' Short Fat Ben and Johnny Amelio's Jo Ann Jo Ann, and tucked in between is excellent stuff like Sonny Anderson's Yes I'm Gonna Love You. It's both incomprehensible and a shame that such a solid song isn't better known! Maybe it's so good because it was written by Johnny and Dorsey Burnette, though to my knowledge they never recorded it themselves. Besides black jivers like The Flairs' Steppin' Out and Jimmie Lee's That's Fat Jack and strollers like Little Willie John's Take My Love (I Want To Give It All To You) the CD offers a lot of rockin' doo-wop with Roy Teo's Mama Doll, The Del Vikings' Pretty Little Things Called Girls, The Champions' Come On And Love Me, The Five Keys' From The Bottom Of My Heart, The Mellows' Pretty Baby What's Your Name and The Joytones' Gee What A Boy, and on the other side of the balance rockabilly with Burrie Manso & the Bonnivilles' My Woman. Coincidence or not, but Conway Twitty's 1960 self-written Hey Miss Ruby is a bit like Dion's 1962 Ruby Baby, though of course that was a cover of a 1956 song by The Drifters. Billy & Don Hart's 1959 Rock-A-Bop-A-Lina is on the other hand in the style of Ronnie Self's 1958 release Bop-A-Lena. More calm is Ray Ellington's Don't Burn Me Up, Bull Moose Jackson's If You Ain't Lovin' (You Ain't Livin') and Priscilla Bowman's I Ain't Givin' Up Nothin'. The big beat is in capable hands with The Jodimars' Boom Boom My Bayou Baby, Johnny Devlin's I'm Gonna Love You is an early sixties Buddy Holly clone, and the ever reliable Narvel Felts provides quality teen rock with Cutie Baby. In 1959 Dale Hawkins coupled a Bo Diddley beat with New Orleans rock 'n' roll to Liza Jane, a song we also know from Fats Domino, topping it off with a very sixties oriented guitar groove.Equally off the beaten track are Dave Rich's Rosie Let's Get Cozy, Robert Luke Harshman's Love Whatcha' Doin' To Me and the soulful blues stomper Get Your Clothes And Let's Go by Crown Prince Waterford. The opposite are a couple of great classics like Jimmie Rodgers' Kisses Sweeter Than Wine, Bobby Rydell's variety rocker Wild One and Glen Glenn's melodic rockaballad Laurie Ann.
There's something for everyone here, and most of it is above average! Info: www.vintagerockinroots.com (Frantic Franky)

10 februari 2021

CD Recensies

CRYING IN MY BEER 1961-1962/ JACK SCOTT
Jasmine, JASCD1115
English version: see below

Voor een rock ‘n’ roll held heeft de in 2019 overleden Jack Scott, een van de coolste Italo-Amerikanen ooit, bijzonder weinig rock 'n' roll opgenomen. Maar wát voor rock 'n' roll! Niemand zal het ons kwalijk nemen als wij Jack Scott een balladeer gespecialiseerd in sfeervolle melodramatische mini-operettes noemen, want weinigen konden zo traag en ingetogen intrieste nummers vertolken, met die verfijnde dictie en dat moeiteloos glijden tussen de toonhoogtes van laag naar hoog, met een gesproken tussenstuk en een knik in de empathische stem alsof ie op het punt staat finaal de pedalen te verliezen, meestal met gebromde backing vocals erachter en vaak met een onderhuids dreigend, broeierig randje (Grizzly Bear), als een op uitbarsten staande vulkaan. De 24 track CD bevat Scott's complete Capitol opnames, maar niet zijn voor Top Rank opgenomen nummers als Burning Bridges en What In The World's Come Over You die op Capitol verschenen toen dat label in 1961 zijn Top Rank contract overnam. Snelle nummers zijn Now That I met een bijna Roy Orbison arrangement met strijkers en een James Burton-achtige country leadgitaar, voor Jack Scott typische strolls als Strange Desire, One Of These Days en Meo Myo, en perfect popwerk als Steps One And Two, Cry Cry Cry, You Only See What You Wanna See, Sad Story en I Can't Hold Your Letters (In My Arms). Dat hier echter meer trage dan snelle nummers op staan komt niet als een verrassing voor wie thuis is in het werk van Jack Scott. Tragische trage nummers en ballades zijn het van strijkers voorziene If Only en A Little Feeling (Called Love) en de één tegel schuifelaars My Dream Come True en The Part Where I Cry. Eigen aan de periode waarin deze nummers werden opgenomen is de countrywind die door songs als Green Green Valley, Laugh And The World Laughs With You, Strangers en All I See Is Blue waait. Er was maar één Jack Scott en de songs hier zijn uit duizenden te herkennen perfectionistisch Jack Scott materiaal, maar géén Leroy's, The Way I Walk's of Geraldine's. Wel krijg je zes oorspronkelijk onuitgebrachte songs: een alternatieve A Little Feeling (Called Love) en If Only (het verschil zit 'em in de achtergrond arrangementen), de easy listening country ballade Fancy Meeting You Again, het bluesy Go Away From Here (Cryin' In My Beer) dat ondanks het volledig uitgewerkte arrangement door de mindere geluidskwaliteit in vergelijking met de rest van het album klinkt als een uit de vuilbak geredde demo, en het uptempo True True Love in twee significant verschillende uitvoeringen. Voor wie een zwak heeft voor de betere ballades is dit kwaliteit gegarandeerd, en het staat in je CD kast perfect naast Jasmine's 64 tracks tellende Jack Scott dubbel-CD Touch Me Baby, I Go Hog Wild 1957-1960 (JASCD178). Info: www.jasmine-records.co.uk (Frantic Franky)

For a rock 'n' roll hero Jack Scott, one of the coolest Italo-Americans to ever walk the face of the earth, recorded surprisingly little rock 'n' roll, but the rock 'n' roll he did record remains stellar. No one is going to want to kill us for calling Jack Scott a balladeer specializing in atmospheric melodramatic mini-operettas, as few singers could interpret sad story songs so slowly and reflective, with that refined diction and that effortless glide between the low and the high registers, a spoken interlude and a empathic voice on the verge of breaking as if he was about to finally lose his sanity, usually with hummed doo-wop backing vocals and often with a underlying threatening, brooding edge (Grizzly Bear), like a volcano that's going to erupt. The 24 track CD contains Scott's complete Capitol recordings, but not the songs recorded for Top Rank like Burning Bridges and What In The World's Come Over You that were released by Capitol when they took over his Top Rank contract in 1961. Uptempo songs are Now That I with an almost Roy Orbison arrangement with strings and a James Burton-like countryfied lead guitar, typical Jack Scott strolls like Strange Desire, One Of These Days and Meo Myo, and perfect pop material like Steps One And Two, Cry Cry Cry, You Only See What You Wanna See, Sad Story and I Can't Hold Your Letters (In My Arms). Yet it should not come as a surprise to those who are familiar with Scott's work that the CD contains more slow than fast songs. Tragic ballads include If Only and A Little Feeling (Called Love) with strings and the one tile slows My Dream Come True and The Part Where I Cry. Typical for the time frame in which these songs were recorded is the country wind that permeates songs like Green Green Valley, Laugh And The World Laughs With You, Strangers and All I See Is Blue. There was only one Jack Scott and the material collected here is instantly recognisable perfectionist Jack Scott stuff, but no Leroy's, The Way I Walk's or Geraldine's. We do get six originally unreleased songs however: an alternative A Little Feeling (Called Love) and If Only (the difference is in the background arrangements), the easy listening country ballad Fancy Meeting You Again, the bluesy Go Away From Here (Cryin' In My Beer) which despite the fully worked out arrangement sounds like a demo rescued from the trash can due to the inferior sound quality as compared to the rest of the album, and the uptempo True True Love in two significantly different versions. Those of you who like quality ballads will dig what this CD has to offer, and it continues the Jack Scott story where Jasmine's 64 track Jack Scott double CD Touch Me Baby, I Go Hog Wild 1957-1960 JASCD178 left off. Jack Scott passed away in 2019. Info: www.jasmine-records.co.uk (Frantic Franky)


ROCKS/ CLARENCE "GATEMOUTH" BROWN
Bear Family, BCD 17537
English version: see below

Clarence "Gatemouth'" Brown, dat is toch een bluesman? Heeft de Texaanse gitarist die zich vanaf zijn comeback in de jaren '70 tot zijn dood aan longkanker in 2005 middels een hele reeks albums niet vast liet pinnen op één genre door probleemloos country, jazz, cajun en calypso in zijn gitaarspel te verwerken dan genoeg rock 'n' roll opgenomen om een CD in Bear Family's Rocks reeks te rechtvaardigen?
De CD focust op het uptempo materiaal uit zijn vroegste werk opgenomen van 1947 tot 1960 (het funky Slop Time, de blues viool van Just Before Dawn) voor Aladdin en Peacock, en opent met het instrumentale Okie Dokie Stomp, uiterst geslaagde gedreven rhythm 'n' blues swing met een goeie backbeat en uiteraard de elektrische gitaar in de hoofdrol, maar ook voorzien van een heel leger blazers die achter die gitaar aanhollen. Het vocale Baby Take It Easy koppelt een knetterende gitaar aan een boogie piano, en die twee openingsnummers vormen de blauwdruk voor de hele CD. Wat volgens de boekjes "naoorlogse elektrische Texaanse blues" is noemen wij echter gewoon rhythm 'n' blues rock 'n' roll met innovatief gitaarwerk beïnvloed door maar onvoorspelbaarder dan T-Bone Walker, voortgestuwd door blazers en gekruid door piano (Pale Dry Boogie, I Live My Life, Mary Is Fine, You Got Money). Slechts één nummer draagt het woordje "rock" in de titel, Rock My Blues Away uit 1955, maar ook de tragere en meer bluesy nummers als Without Me Baby blijven swingen door de blazers. Medium tempo werk als Too Late Baby, Just Got Lucky en Boogie Rambler of een sax instrumental als Ain't That Dandy horen eerder thuis in de boogie woogie, maar zoals gebruikelijk vloeien al die genres in elkaar over tot een stomende supersnelle instro als Gate Walks To Board waar menig gitarist nog een aardig stukje van kan opsteken. Brown's She Walk Right In werd zo'n beetje een bluesboogie classic, de instrumental Boogie Uproar werd in 1980 tussen alle Gene Vincent door gecoverd door The Blue Cats op hun eerste LP, en That's Your Daddy Yaddy Yo werd gecoverd door The Paladins. Echte rock 'n' roll is dit allemaal niet, maar voor rhythm 'n' blues swing rockt dit zeker niet onaardig en al zijn snelle nummers bij elkaar vormen een gedroomde initiatie voor nieuwkomers. Die enkele trage bluesnummers als Gate's Salty Blues met mondharmonica, Dirty Work At The Crossroads en Depression Blues neem ik er graag bij. En moest je deze pionier van de elektrische bluesgitaar nog niet kennen, je leest alles over hem in het luxe CD booklet van 34 pagina’s. Info: www.bear-family.com (Frantic Franky)
 

Isn't Clarence "Gatemouth'" Brown a blues artist? So is the Texas guitarist who on a series of albums since his comeback in the 1970s until his death from lung cancer in 2005 effortlessly incorporated so much country, jazz, cajun and calypso into his guitar playing that he couldn't be pinned down to one genre rock 'n' roll enough to justify a CD in Bear Family's Rocks series? The CD spotlights the uptempo material from his earliest work recorded between 1947 and 1960 (the funky Slop Time, the blues fiddle of Just Before Dawn) for Aladdin and Peacock, opening with the instrumental Okie Dokie Stomp, merciless rhythm 'n' blues swing with a strong backbeat and of course the electric guitar up front, but also featuring a whole army of horns chasing that guitar. The vocal Baby Take It Easy pairs fireworks on the guitar with a boogie piano, and those two opening tracks are pretty much the blueprint for the entire CD. What is officially labeled "postwar electric Texas blues" we on the other hand simply call rhythm 'n' blues rock 'n' roll with innovative guitar work influenced by but more unpredictable than T-Bone Walker, propelled by horns and spiced up with piano (Pale Dry Boogie, I Live My Life, Mary Is Fine, You Got Money). Only one song bears the word "rock" in its title, 1955's Rock My Blues Away, but even the slower and more bluesy songs like Without Me Baby swing thanks to the horns. Medium tempo material like Too Late Baby, Just Got Lucky and Boogie Rambler or a sax instrumental like Ain't That Dandy are more boogie woogie, but as usual all those genres blend to culminate in a steamy super fast instro like Gate Walks To Board that can still teach many a guitarist a thing or two. Brown's She Walk Right In became something of a blues boogie classic, the instrumental Boogie Uproar was covered in between all the Gene Vincent stuff by The Blue Cats on their first LP in 1980, and That's Your Daddy Yaddy Yo was covered by The Paladins. Technically none of this is real rock 'n' roll but as far as rhythm 'n' blues swing goes this certainly rocks a long way, and all his fast songs together on one CD are the perfect introduction for newbies, if you don't mind a couple of slow blues numbers like Gate's Salty Blues with harmonica, Dirty Work At The Crossroads and Depression Blues. And if you don't know this pioneer of the electric blues guitar yet, you can read all about him in the deluxe 34 page CD booklet.
Info: www.bear-family.com (Frantic Franky)


As, Bs, HITS AND RARITIES 1958-1962/ THE SHIRELLES
Jasmine, JASCD1053
English version: see below

The Shirelles staan in de rangorde der meidengroepen op dezelfde hoogte als enerzijds The Chiffons en The Shangri-Las en anderzijds de Phil Spector groepen als The Ronettes en The Crystals, met dien verstande dat The Shirelles eerst waren. Met Will You Love Me Tomorrow (de eerste Billboard Hot 100 nummer 1 van een zwarte meidengroep) en Soldier Boy hebben ze twee klassiekers op hun naam staan, maar ook Tonight's The Night, Mama Said, hun Five Royales cover Dedicated To The One I Love en hun door niemand minder dan The Beatles gecoverde Boys zijn veel meer dan voetnoten in het grote boek van de popgeschiedenis. En Please Be My Boyfriend kent u misschien als Please Be My Girlfriend van The Jets!
Deze CD met een royale 32 tracks (ter vergelijking: er zijn driedubbele Shirelles CDs met in totaal... 36 nummers!) opent met hun debuutsingle I Met Him On A Sunday/ I Want You To Be My Boyfriend en bevat met beide kantjes van al hun singles tot en met 1962 een ruime selectie uit hun output. Alleen al de omvang van die output wijst er op dat The Shirelles goed waren, anders blijven de platenfirma’s er geen geld inpompen, zo eenvoudig is dat. Muzikaal valt dan ook weinig aan te merken op hun popstijl die overduidelijk gebaseerd is op doo-wop, invloed die je hoort in nummers als My Love Is A Charm, Slop Time en Stop Me, maar merkwaardig genoeg ook vaak onopvallend teruggreep naar Braziliaanse ritmes. Stylistisch wordt hun zangstijl gekenmerkt door een combinatie van romantische overgave, verlangen en breekbare, naïeve onschuld (deels een gevolg van het feit dat ze soms een heel klein beetje vals zongen), in schrille tegenstelling tot de sexuele thematiek en geladenheid van sommige van hun songs. Naarmate de jaren vorderen wordt hun muziek meer pop gericht met de toevoeging van bijvoorbeeld trompetten (Blue Holiday) maar vooral violen (Twenty-One, The Dance Is Over), wat vaak een Drifters effect geeft (What A Sweet Thing That Was, A Thing Of The Past, Stop The Music). Hou er dus rekening mee dat pakweg de helft van deze CD popmuziek is. The Shirelles brachten tot 1965 zo'n 40 singles en acht LP’s uit en je kan dus blijven zeuren dat jouw favorieten er niet op staan (ik had graag een paar van hun twist nummers gehoord) maar een mens kan niet alles hebben in dit leven. Laat het u inspireren tot het verder exploreren van The Shirelles! Voor zover wij weten zijn anno 2021 nog twee originele Shirelles, Shirley Owens alias Shirley Alston Reeves en Beverly Lee, actief in twee verschillende Shirelles groepen.
Info: www.theshirelles.com en www.jasmine-records.co.uk (Frantic Franky)
 

In the girl group pecking order The Shirelles are on the same level as on the one hand The Chiffons and The Shangri-Las and on the other hand the Phil Spector groups like The Ronettes and The Crystals, except that The Shirelles were first. With Will You Love Me Tomorrow (the first Billboard Hot 100 number 1 by a black girl group) and Soldier Boy they have two classics to their name, but also Tonight's The Night, Mama Said, their Five Royales cover Dedicated To The One I Love and their Boys which was covered by none other than The Beatles are much more than footnotes in the encyclopedia of pop history. This CD with a generous 32 tracks (for comparison: there are triple Shirelles CDs available with a total of.... 36 tracks!) opens with their debut single I Met Him On A Sunday / I Want You To Be My Boyfriend and contains both sides of all their 45s up to 1962, an impressive selection from their output. The sheer volume alone of that output already proves that The Shirelles were good, otherwise the record companies wouldn't keep pumping money into them, simple as that. That means that musically there is little to fault in their pop style clearly based on doo-wop, an influence heard in songs like My Love Is A Charm, Slop Time and Stop Me, but curiously enough also often unobtrusively rooted in Brazilian rhythms. Stylistically their singing style is characterized by a combination of romantic surrender, longing and fragile, naive innocence (partly a result of the fact that they sometimes sang a tiny bit out of tune), in stark contrast to the underlying sexual themes and messages of some of their songs. As the years progress their music becomes more pop oriented with the addition of for example trumpets (Blue Holiday) but especially violins (Twenty-One, The Dance Is Over) which often gives a Drifters effect (What A Sweet Thing That Was, A Thing Of The Past, Stop The Music), so keep in mind that roughly half of this CD is pop music. The Shirelles released some 40 singles and eight LP’s up to 1965 and therefor it's easy to complain that not all of your favorites are on here (I would have loved to hear some of their twist songs) but you can't have everything in this life. Let it inspire you to further explore The Shirelles! As far as we know two original Shirelles, Shirley Owens aka Shirley Alston Reeves and Beverly Lee, are still active in two different Shirelles groups.
Info: www.theshirelles.com en www.jasmine-records.co.uk (Frantic Franky)


DON'T FENCE ME IN/ DICK CURLESS
Jasmine, JASMCD3769
English version: see below

De in 1995 aan maagkanker overleden Dick Curless, de zanger met het piratenooglapje (hij was deels blind in zijn rechteroog), was in de tweede helft van de jaren '60 een van de belangrijkste vertegenwoordigers van de truckin' country met als bekendste nummer A Tombstone Every Mile uit 1965, de grootste van zijn in totaal 22 Billboard Top 40 hits. Zijn carrière begon evenwel al 15 jaar vóór A Tombstone Every Mile, want hij maakte zijn eerste opnames in 1950 als lid van de groep The Trail Riders. Die minstens één 78 toeren plaat staat niet op deze CD met zijn "early recordings 1956-1960", in concreto zijn eerste twee solo singles uit 1956-1957 en zijn eerste twee LP’s, Songs Of The Open Country en Singing Just For Fun uit 1960 die integraal op de CD staan. Een derde LP uit 1960, de gospelplaat I Love To Tell The Story, staat er niét op. Die twee LP’s bestaan volledig uit covers en traditionals en een aantal van de songs kennen we uit de rock 'n' roll en de rockabilly: Crawdad Song is goeie uptempo country, Rock Island Line kennen we van Johnny Cash maar leunt bij Dick Curless meer aan bij Lonnie Donegan's skiffle versie, Rovin' Gambler is niet onbekend van The Everly Brothers en de killer versie van Marvin Rainwater, Little Liza Jane is ook gedaan door Fats Domino, en Red River Valley was uiteraard de inspiratie voor Johnny & the Hurricanes' instrumental Red River Rock. Bij Dick Curless hebben ze logischerwijs allemaal een country inslag. Bekende country covers zijn Don't Fence Me In, Buffalo Gal, San Antonio Rose, High Noon, Home On The Range, het van Hawaiiaanse steel voorziene On Top Of Old Smokey en een sympathiek uptempo Big Rock Candy Mountain. De minder bekende songs passen naadloos in het beeld van de zingende cowboy, net als de single The Streets Of Laredo/ The Foggy Foggy Dew uit 1956 die helemaal in dezelfde stijl is, in tegenstelling tot het erg knappe medium tempo China Nights uit 1957 dat stilistisch afwijkt van de rest van de CD, terwijl B-kant Blues In My Mind zelfs al richting uptempo countryrock en daarmee ook richting rock 'n' roll gaat. Wat jammer genoeg ontbreekt is de eveneens uit 1957 daterende single met de country boppin' Merle Travis cover Nine Pound Hammer, met op de B-kant You Never The Water (Till The Well Runs Dry) dat hoewel in de stijl van deze CD ligt toch meer bluesy klinkt. Ook een single uit 1960 met covers van de country songs I Dreamed Of A Hillbilly Heaven en Deck Of Cards ontbreekt. De CD wordt gekenmerkt door Curless' welluidende diepe stem à la Junior Brown en zijn vriendelijk vlotte, kalme melancholische interpretatie. Als je in een slechte bui bent zou je kunnen aanvoeren dat alle 28 tracks zo gelijkaardig zijn dat ze in één sessie opgenomen lijken, maar dat is uiteraard detailkritiek: als je dit goed vindt krijg je er niet genoeg van. Ik vind het goed, maar wegens meer trage dan snelle nummers vooral in de categorie rustige zondagochtend muziek. Info: www.jasmine-records.co.uk (Frantic Franky)

 
Dick Curless, who died of stomach cancer in 1995, is the singer with the pirate eye patch (he was partially blind in his right eye) who became one of the most important representatives of truckin' country in the second half of the 1960s, with 1965's A Tombstone Every Mile as the biggest of his 22 Billboard Top 40 hits. But Curless' career began 15 years before A Tombstone Every Mile. He made his first recordings as a member of the Trail Riders in 1950, but this at least one 78 RPM is not on this CD with his "early recordings 1956-1960" which contains his first two solo singles from 1956-1957 and his first two LP’s, Songs Of The Open Country and Singing Just For Fun, both from 1960 and included on the CD in their entirety. A third LP from 1960, the gospel album I Love To Tell The Story, is not included. Those two LP’s were made of only covers and traditionals and a number of the songs are familiar to rock 'n' roll and rockabilly fans: Crawdad Song is good uptempo country, Rock Island Line we know from Johnny Cash while Dick Curless leans more towards Lonnie Donegan's skiffle version, Rovin' Gambler is familiar from The Everly Brothers and Marvin Rainwater's killer version, Little Liza Jane was also done by Fats Domino, and Red River Valley was of course the inspiration for Johnny & the Hurricanes' instrumental Red River Rock. Dick Curless' versions logically lean more towards country. Familiar country tunes include Don't Fence Me In, Buffalo Gal, San Antonio Rose, High Noon, Home On The Range, the Hawaiian steeled On Top Of Old Smokey and a sympathetic uptempo Big Rock Candy Mountain. The lesser known songs seamlessly fit the image of the singing cowboy, as does the single The Streets Of Laredo / The Foggy Foggy Dew from 1956 in the same style. The very nice medium tempo China Nights from 1957 stylistically differs from the rest of the CD, while B-side Blues In My Mind even goes in the direction of uptempo country rock and thus also veers towards rock 'n' roll. Unfortunately missing is his 1957 single with the country boppin' Merle Travis cover Nine Pound Hammer, with on the B-side You Never The Water (Till The Well Runs Dry) that, although in the style of the CD, sounds more bluesy. A 1960 single with covers of the country tunes I Dreamed Of A Hillbilly Heaven and Deck Of Cards is also absent. The CD is characterized by Curless' fine sounding deep voice à la Junior Brown and his friendly smooth, calm melancholy interpretation. If you're in a bad mood you might argue that all 28 tracks sound so similar that they seem to have been recorded in one session, but that's obviously detail criticism: if you like this you won't get enough of it. I like it, but because there's more slow than fast songs mostly in the category of quiet Sunday morning music. Info: www.jasmine-records.co.uk (Frantic Franky)


THAT’LL FLAT GIT IT Vol. 37:
ROCKABILLY & ROCK ‘N’ ROLL FROM THE VAULTS OF CAPITOL RECORDS

Bear Family, BCD 17606
English version: see below

Hé, waar is Volume 36 gebleven? We hebben 'em niet gemist, dus het zal wel iets met rechten te maken hebben. Het is immers niet de eerste keer dat er sprongetjes worden gemaakt in de nummering van deze Bear Family reeks omdat er nog rechten dienen gecleared: de voorlopige releasedatum voor Volume 36 is nu 5 maart en die CD zal gewijd zijn aan TNT Records. De CD die nu voor ons ligt is de tweede CD in de multi label reeks gewijd aan Capitol Records (de eerste was Volume 3 in 1992!), sinds de jaren '40 het grootste en belangrijkste label aan de Amerikaanse westkust en beschikkend over state of the art studios, wat er samen voor zorgde dat wat hier niet alleen aan rock 'n' roll maar aan alle muziekgenres werd opgenomen kwalitatief niets te kort kwam: Capitol was geen klein primitief labeltje gevestigd in een achterkamertje met een bezemhok als opnamestudio waar de plaatselijke boerenlullen op een verloren maandag tussen de soep en de aardappelen door hun ding mochten komen doen. De twee rockabilly troefkaarten van Capitol: Gene Vincent en Wanda Jackson.
De CD begint met Bessie Baby, een goeie doch vergeten op de brede tienermarkt mikkende rocker uit 1958 maar géén When I Found You van Jerry Reed, jawel, dé Jerry Reed die Guitar Man zou schrijven voor Elvis en in de Smokey And The Bandit films zou meespelen. Ook op de CD: Reed's origineel van het door The Paladins gecoverde You Make It They Take It. Meer van dat soort consumptievriendelijke rock 'n' roll is Darrell McCall's (What'll I Do) Call The Zoo met Hank Garland op gitaar, Ronnie & Roy's Big Fat Sally, Gary Von Ilg's Early Next Mornin', Bobby Louis' Cell Of Love (zijn Adult Western is een rocker die refereert naar de Lone Ranger), Kenny Loran die in het door The Louvin Brothers geschreven maar bij mijn weten - correct me if I'm wrong - nooit door hen opgenomen Top Man zijn beste Tommy Sands bovenhaalt, en Tommy Sands zelf met het krachtdadige I Ain't Gittin' Rid Of You en het al even bluesy Is It Ever Gonna Happen. Bij Capitol vonden veel (soms later) bekende namen onderdak, bijvoorbeeld de pure rockabilly van Skeets McDonald's You're There met Joe Maphis op gitaar, Wanda Jackson's Baby Loves Him en haar monster bopper Honey Bop ook met Joe Maphis op gitaar, Gene Vincent's Flea Brain en zijn nog steeds indrukwekkende Cat Man, Rose Maddox met een pittig Move It On Over, Jack Scott met zijn dreigende Grizzly Bear en de stroll One Of These Days, The Jodimars' Bill Haley imitatie Natural Natural Ditty en hun nog steeds jubelende Well Now Dig This, Bob Luman met het brave Everybody's Talkin', Rudy "Tutti" Grayzell toen hij nog Rudy Gray heette met de country stomper You Better Believe It, de latere countryster Del Reeves met het brave Baby I Love You (zijn My Baby Loves To Rock 'n' Roll met Buck Owens op gitaar is een knap staaltje uptempo memphisbilly), de heel anders als bij Elvis klinkende Jordanaires' met hun strollende origineel van Sugaree drie jaar vóór Rusty York, en Hank Thompson's honky tonk classic A Six Pack To Go met Merle Travis op gitaar. Ja, elke countryzanger deed wel zijn duit in het rockabilly zakje om een graantje mee te pikken, zelfs de geheel onverdachte Hank Thompson wiens Lost John, country met een backbeat en boogie woogie piano, heel rockabilly geïnspireerd is. En wie had gedacht dat de zoetgevooisde Sonny James ooit een rockabilly nummer opnam, het rustige maar knappe I Can't Stop Loving You (niet het Ray Charles nummer), terwijl de latere country gitarist Roy Clark hier een voor 1962 verrassend zwart rockende cover van Ruth Brown's As Long As I'm Movin' ten berde brengt. En als je denkt dat daar niets meer aan toe te voegen is, dan krijg je er bovenop nog Johnny Fallin's duister-exotische Wild Streak, Ray Stanley's bijna parodistische Let's Get Acquainted, hillbily bop met Billy Strange's Let Me In There Baby en mysterieuze big band bop met Bob Roubian's Here Comes The Train.
That'll Flat Git It blijft ook na 35 volumes een knappe reeks en het muzikale niveau blijft hoogstaand, om nog maar te zwijgen van de verzorgde uitgave, een digipack met een geïllustreerd booklet van 34 pagina’s met track per track achtergrondinformatie. Info: www.bear-family.com (Frantic Franky)
 

Hey, what happened to Volume 36? We didn't miss out on it so it must have something to do with the rights. It's not the first time there have been jumps in the numbering of this Bear Family series because rights still had to be cleared. The tentative release date for Volume 36 is now March 5 and that CD will be dedicated to TNT Records. The CD we're holding now is the second CD in this multi label series dedicated to Capitol Records (the first was Volume 3 in 1992! ), since the 1940s the biggest and most important label on the American west coast with state of the art studios, which ensured the high quality of not only the rock 'n' roll but all music genres recorded at Capitol: Capitol was not a small primitive label located in a back office with a broom closet serving as the recording studio for local hicks doing their rusty thing on a blue monday in between delivering a calf and milking the cows. Capitol's two rockabilly trump cards: Gene Vincent and Wanda Jackson. The CD kicks off with Bessie Baby, a decent but forgotten rocker from 1958 but no When I Found You from Jerry Reed, indeed the very same Jerry Reed who would write Guitar Man for Elvis and star in the Smokey And The Bandit movies. Also on this CD: Reed's original of the Paladins covered You Make It They Take It. More consumer friendly rock 'n' roll is Darrell McCall's (What'll I Do) Call The Zoo featuring Hank Garland on guitar, Ronnie & Roy's Big Fat Sally, Gary Von Ilg's Early Next Mornin', Bobby Louis' Cell Of Love (his Adult Western is a rocker about the Lone Ranger), Kenny Loran channeling his best Tommy Sands in Top Man written but to my knowledge - correct me if I'm wrong - never recorded by The Louvin Brothers, and Tommy Sands himself with the powerhouse I Ain't Gittin' Rid Of You and the equally bluesy Is It Ever Gonna Happen. At Capitol many (sometimes future) famous names found shelter, for example the pure rockabilly of Skeets McDonald's You're There featuring Joe Maphis on guitar, Wanda Jackson's Baby Loves Him and her monster bopper Honey Bop also with Joe Maphis on guitar, Gene Vincent's Flea Brain and his still impressive Cat Man, Rose Maddox with a snappy Move It On Over, Jack Scott with his menacing Grizzly Bear and the stroll One Of These Days, The Jodimars' Bill Haley imitation Natural Natural Ditty and their jubilant Well Now Dig This, Bob Luman with a civilised Everybody's Talkin', Rudy "Tutti" Grayzell when his name was still Rudy Gray with the country stomper You Better Believe It, the future country star Del Reeves with the civilised Baby I Love You (his My Baby Loves To Rock 'n' Roll featuring Buck Owens on guitar is a fine piece of uptempo memphisbilly), the very different from Elvis sounding Jordanaires' strolling original of Sugaree three years before Rusty York, and Hank Thompson's honky tonk classic A Six Pack To Go featuring Merle Travis on guitar. Yes, every country singer tried his best to get his piece of the rock 'n' roll pie, even the above any suspicion Hank Thompson whose Lost John, country with a backbeat and boogie woogie piano, is very rockabilly inspired. And who would have thought that velvet voiced Sonny James ever recorded a rockabilly song, the quiet but impressive I Can't Stop Loving You (not the Ray Charles song), while future country guitarist Roy Clark performs a for 1962 surprisingly black rocking cover of Ruth Brown's As Long As I'm Movin'. And if you think there's nothing more to add, on top of that you get Johnny Fallin's dark exotic Wild Streak, Ray Stanley's almost parodic Let's Get Acquainted, hillbily bop with Billy Strange's Let Me In There Baby and mysterious big band bop with Bob Roubian's Here Comes The Train. After more than 35 volumes That'll Flat Git It is still an exemplary series and the musical level remains high, not to mention the quality of the releases themselves, a handsome digipack with an illustrated 34-page booklet with track-by-track annotation. Info: www.bear-family.com (Frantic Franky)


GET 'EM OFF
Jasmine, JASMCD 3184
English version: see below

Striptease: de edele kunst op een verleidelijke manier je kleren uit te doen zonder die als een berg rommel op de grond te laten liggen, dat alles op muziek. Er zijn al eerdere striptease "soundtrack" CD’s geweest maar er kunnen er nooit te veel zijn, want er kunnen nooit genoeg kleren uitgedaan worden. Striptease behoort te gebeuren op zwoele en kreunende rhythm 'n' blues, big band en jazz saxofoonstoten, en die hoort u op deze CD in ruime mate, waarbij het jammer is dat de samenstellers zich in deze politiek correcte Me Too tijden menen te moeten - weliswaar enigszins tongue-in-cheek - indekken tegen mogelijke beschuldigingen van vrouwonvriendelijkheid. Het is ver gekomen, zei hij hoofdschuddend.
Get 'Em Off opent met The Stripper van David Rose uit 1958 dat in 1962 een hit werd, een titel die u misschien niets zegt maar het is wel degelijk de bekendste striptease instrumental aller tijden: hoor deze big band saxofoons en dat gebeuk op de pauken en je ziet de kledingstukken zo je neus voorbij vliegen. Er kan op TV geen showballet zijn of dit nummer passeert en als ze in de film een striptease nummer nodig hebben is het 99 van de 100 keer deze. Van hetzelfde laken een natte broek zijn Noble "Thin Man" Watts' Easy Going Part 1, Sam "The Man" Taylor's Real Gone en Sonny Lester's Shivas Regal, For Strippers Only, Bumps And Grinds en Blues To Strip By (geen blues maar big band swing), maar ook gewone sax honkers als Big Jay MacNeely's Cherry Smash en zijn tekenfilmachtige Let's Split, en Buddy Lucas's Big Bertha. In Ernie Freeman's uptempo Night Train is de hoofdrol daarentegen weggelegd voor het orgel. Slechts vier van de in totaal 28 tracks zijn gezongen en die zijn alle vier redelijk bekend: Joe Liggins' The Honeydripper, Cab Calloway's Minnie The Moocher, The Coasters' Three Cool Cats en Little Willie John's originele versie van Fever. Geen enkele daarvan is op zich in sé een striptease nummer, maar wie echt wil strippen kan dat natuurlijk op alles. Ook bekend is Harlem Nocturne, hier in een versie van Johnny Otis die niets te maken heeft met zijn rock 'n' roll werk. Een echt rock 'n' roll nummer is de uitstekende uptempo stroll Take It Off van The Genteels, en nog Vegas Grind is Noble "Thin Man" Watts' Hot Tamales. Zijn Pig Ears And Rice, Buddy Lucas' Let's Go en Big Jay McNeely's Deacon's Groove hebben een wat tragere, meer bluesy benadering, maar een nummer als Sonny Lester's Lament heeft meer met detective swing noir of in het geval van Bobby Summers' Pad met spy surf te maken. Sonny Lester's A Pretty Girl Is Like A Melody is zelfs als easy listening te omschrijven. Opvallend: door het gebruik van trompetten krijg je veel luie charleston zoals Sonny Lester's Lonely Little G-String, Walkin And Strippin' en For Strippers Only, hetzelfde For Strippers Only maar dan door Ernie Freeman, en de CD eindigt met Freeman's charleston versie van The Stripper, het nummer waarmee Get 'Em Off opende. Als het u opvalt dat de naam Sonny Lester veelvuldig valt in deze recensie dan hebt u gelijk: hij staat op de CD met in totaal acht van de 12 nummers van zijn LP How To Strip For Your Husband, Music To Make The Marriage Merrier uit +/- 1962, de eerste van zijn in totaal zeven striptease en buikdans LP’s. Deze CD biedt een leuke invalshoek, dus voor wie graag instrumentals met blazers hoort luidt de boodschap: steek wat pit in je valentijn! Info: www.jasmine-records.co.uk (Frantic Franky)

Striptease: the noble art of seductively undressing without leaving your undies on the floor like a pile of garbage, all of this set to music. There have been several striptease "soundtrack" CDs before but there can never be too many, because there can never be enough clothes taken off. Striptease should be done to sultry and groaning rhythm 'n' blues, big band and jazz saxophone blows, and you'll hear plenty of those on this CD. In a way it's a pity that the compilers feel the need in these PC Me Too times to - albeit tongue-in-cheek - defend themselves against possible accusations of misogeny. How did it come to this, he asked nodding his head. Get 'Em Off opens with The Stripper by David Rose from 1958 which became a hit in 1962, a title that may not mean anything to you but is indeed the most famous striptease instrumental of all time: hear those big band saxophones and that pounding on the timpani and you'll see the garments fly right past your nose, as there can't be a show ballet on TV without this song and if they need a striptease song in a movie 99 times out of a 100 it's this one. Of the same ilk are Noble "Thin Man" Watts' Easy Going Part 1, Sam "The Man" Taylor's Real Gone and Sonny Lester's Shivas Regal, For Strippers Only, Bumps And Grinds and Blues To Strip By (not blues but big band swing), as well as regular sax honkers like Big Jay MacNeely's Cherry Smash and his cartoon-like Let's Split, and Buddy Lucas's Big Bertha. By contrast, in Ernie Freeman's uptempo Night Train the lead instrument is the hammond organ. Only four of the 28 tracks on offer are vocal and they're all fairly well known: Joe Liggins' The Honeydripper, Cab Calloway's Minnie The Moocher, The Coasters' Three Cool Cats and Little Willie John's original version of Fever. None of these is necessarily a striptease number per se, but those who really want to strip can of course, do so to any song. Another well known tune on offer is Harlem Nocturne, here in a version by Johnny Otis that has nothing to do with his rock 'n' roll legacy. A real rock 'n' roll song is the excellent uptempo stroll Take It Off by The Genteels, more Vegas Grind is Noble "Thin Man" Watts' Hot Tamales. His Pig Ears And Rice, Buddy Lucas' Let's Go and Big Jay McNeely's Deacon's Groove have a slower, more bluesy approach, while a tune like Sonny Lester's Lament has more to do with detective swing noir or in the case of Bobby Summers' Pad with spy surf. Sonny Lester's A Pretty Girl Is Like A Melody can even be described as easy listening. The use of trumpets makes for a lot of lazy charleston like Sonny Lester's Lonely Little G-String, Walkin And Strippin' and For Strippers Only, the same For Strippers Only by Ernie Freeman, and the CD ends with Freeman's charleston version of The Stripper, the same number with which Get 'Em Off opened. If you noticed that the name Sonny Lester appears frequently in this review, you're right: he's on here with eight of the 12 songs from his How To Strip For Your Husband, Music To Make Marriage Merrier LP from +/- 1962, the first of his no less than seven striptease and belly dance LP’s. This CD offers an interesting different perspective, so for those who like instrumentals with horns, the message is: put some spice in your valentine's day! Info: www.jasmine-records.co.uk (Frantic Franky)

3 februari 2021

CD Recensies

VALENTINE’S DAY
Bear Family, BCD17569
English version: see below

Nauwelijks is de kerstversiering opgeborgen of daar doemt de volgende commerciële hoogdag reeds op: Valentijn. Aan ons is dat niet besteed omdat wij álle vrouwen élke dag gaarne zien, maar uiteraard zijn er zeer veel liedjes die de liefde bezingen - sinds Thomas Edison in 1877 de fonograaf uitvond (néé, het was niet Philips Eindhoven) zijn er over geen enkel ander onderwerp meer liedjes ingeblikt, en in de country schijnt dat zelfs één op de twee te zijn. Keuze genoeg voor een CD in Bear Family's genre-overlappende Season's Greetings Series, goed voor 29 tracks 1936-1964, en het mag geen verwondering wekken dat een flink deel daarvan teruggrijpt naar pop (George & Earl's Eleven Roses (And The Twelfth Is You), Sue Thompson' My Hero) en crooners. Opener Perfume, Candy And Flowers van Guy Mitchell is een uptempo variété popcrooner, Ed Townsend's For Your Love, Cathy Carr's First Anniversary, The Skyliners' This I Swear, Billy Walker's Forever en Jodie Sands' niet onbekende Love Me Forever zijn pop ballades. Ook het oudste nummer is uiteraard een crooner, There's Something In The Air van het orkest van Artie Shaw met zangeres Peg La Centra uit 1936, maar het valt mee dat er slechts één vooroorlogse kraker op de CD staat, al heeft Jimmy Wakely's I'm Sending You Red Roses uit 1944, country uit de oude hoedendoos, ook nog de oorlog meegemaakt. Gelukkig bevat de CD ook goeie uptempo blanke rock 'n' roll (She's The One For Me van The Aquatones), uptempo vocale surfrock (Tom Dorsam's Baby Of Mine), doo-wop (I'm So Happy (Tra-La-La-La-La), de debuutsingle van Lewis Lymon & the Teenchords), western swing (Pee Wee King's I Don't Mind) en good old country (Hank Williams' Baby We're Really In Love), maar evengoed doo-wop ballades (My Love Will Never Die van The Channels) en pop rock 'n roll (Jimmie Maddin's Tongue Tied). Een hoogtepunt voor mij is Liebestwist, een twangy uptempo gitaar versie van Liszt's Liebestraum Nr 3 uit 1850 (geen idee waarom het 16 pagina’s tellende booklet het toeschrijft aan Jacques Offenbach) door de Zweedse groep The Violents. Dezelfde klassieke melodie zou trouwens in 1963 voor Elvis bewerkt worden tot Today Tomorrow And Forever. Helaas bevat de CD ook easy listening met de filmmuziek van Frank Chacksfield's Love Is A Many Splendored Thing en het Mary Kaye Trio's My Funny Valentine dat ik liever hoor in de versie van Frank Sinatra. Ook jazztrompettist Chet Baker heeft dat opgenomen, maar hij staat op de CD met het gefezelde jazzy There Will Never Be Another You. Nee, dan liever een swingende meezingcrooner als And Her Tears Flowed Like Wine van Anita O'Day met het orkest van Stan Kenton. Grote klassiekers zijn Paul Anka's ultieme plakker You Are My Destiny, Etta James' majestueuze At Last, de wonderschone technicolor romantiek van The Paris Sisters' I Love How You Love Me (het muzikale equivalent van een mok warme melk met honing), en de dam-doobie-dam-dams van Come Softly To Me van The Fleetwoods. Een bekend nummer maar niet in deze versie is Arthur Prysock's bronstige cover van I Just Want To Make Love To You. U merkt het: deze CD mikt cupido-gewijs op de romantische zielen en de verzamelaars van teenrock. Info: www.bear-family.com (Frantic Franky)

We only just stored away the christmas decorations and here's already the next commercial holiday: valentine's day. We personally don't care much for valentine's day because we love àll women évery day, but we obviously dig songs about love, and the list is endless - ever since Thomas Edison invented the phonograph in 1877 there hasn't been another subject about which more songs have been recorded, and in country music the ratio evens seems to be every one in two songs. There's more than enough choice to put together a CD in Bear Family's genre-crossing Season's Greetings Series, hence this selection of 29 tracks 1936-1964, and it should not come as a surprise that a good portion of them delve into pop (George & Earl's Eleven Roses (And The Twelfth Is You), Sue Thompson' My Hero) and crooners. Opener Perfume, Candy And Flowers by Guy Mitchell is an uptempo variety pop crooner, Ed Townsend's For Your Love, Cathy Carr's First Anniversary, The Skyliners' This I Swear, Billy Walker's Forever and Jodie Sands' not unfamiliar Love Me Forever are pop ballads. The oldest song is obviously also a crooner, There's Something In The Air by Artie Shaw's orchestra with singer Peg La Centra from 1936, but fortunately there is only one pre-war tune on the CD, even though Jimmy Wakely's I'm Sending You Red Roses from 1944, country from out of the old hat box, saw action during the war years as well. Luckily the CD does feature quality uptempo white rock 'n' roll (She's The One For Me by The Aquatones), uptempo vocal surf rock (Tom Dorsam's Baby Of Mine), doo-wop (I'm So Happy (Tra-La-La-La-La), Lewis Lymon & the Teenchords' debut 45), western swing (Pee Wee King's I Don't Mind) and good old country (Hank Williams' Baby We're Really In Love), apart from doo-wop ballads (My Love Will Never Die by The Channels) and pop rock 'n roll (Jimmie Maddin's Tongue Tied). A highlight for me is Liebestwist, a twangy uptempo guitar version of Liszt's Liebestraum Nr 3 from 1850 (no idea why the 16 page booklet attributes it to Jacques Offenbach) by Swedish group The Violents. The same classic composition would in 1963 be adapted into Today Tomorrow And Forever for Elvis. Less interesting is the inclusion of easy listening with Frank Chacksfield's film music-styled Love Is A Many Splendored Thing and the Mary Kaye Trio's My Funny Valentine which I prefer to hear in Frank Sinatra's version. Jazz trumpeter Chet Baker also recorded it but he's on the CD with the whispered jazzy There Will Never Be Another You. Thanks but no thanks, I'll stick with a swinging sing-along crooner like And Her Tears Flowed Like Wine by Anita O'Day with Stan Kenton's orchestra. Classic hits included are Paul Anka's ultimate slow You Are My Destiny, Etta James' majestic At Last, the wonderful technicolor romance of The Paris Sisters' I Love How You Love Me (the musical equivalent of a mug of warm milk with honey), and the dam-doobie-dam-dams of The Fleetwoods' Come Softly To Me. A familiar song but not in this version is Arthur Prysock's horny cover of I Just Want To Make Love To You. Yes, you guessed it, this CD aims just like Cupid himself for the romantic souls and the collectors of teen rock. Info: www.bear-family.com (Frantic Franky)


A TEENAGE IDOL:
ALL THE HITS 1957-1962/ RICKY NELSON

Jasmine, JASCD1108
English version: see below

De muzikale nalatenschap van de op 31 december (gelukkig nieuwjaar) 1985 op 45-jarige leeftijd bij een vliegtuigongeval omgekomen Ricky Nelson is al vaak en op diverse manieren herverpakt, en deze CD vertrekt vanuit zijn hitnoteringen, te beginnen met zijn eerste single in 1957, de start van een bijzonder succesrijke carrière waarvan gezegd wordt dat Nelson in de tweede helft van de jaren '50 de populairste artiest was na Elvis. Of dat zo is is misschien moeilijk te bewijzen, maar feit is dat zijn eerste negen singles millionsellers waren en Nelson tot 1962 33 keer de hitlijsten haalde. Die 33 nummers staan op deze CD en omdat Jasmine ze echt elke keer vult tot het gaatje staat er ook nog een 34ste nummer op, Someday, dat in Engeland de Top 10 haalde maar in Amerika niet op single verscheen. Nelson torst de negatieve reputatie dat ie pronkte met andermans veren en grossierde in afgeroomde covers van andermans' hits als I'm Walkin' (Fats Domino), My Bucket's Got A Hole In It (Hank Williams) en Have I Told You Lately That I Love You (Elvis). Dat is waar, maar het betreft slechts een minderheid van zijn output. Enkele van de songs hier kregen terecht de status van rock 'n' roll classic (Be-Bop Baby, Believe What You Say, It's Late) en zelfs rockabilly classic (Stood Up, Waitin' In School), al is een flink deel van zijn output inderdaad de meer proper achter de oren gewassen rock 'n' roll variant als I Got A Feeling, Just A Little Too Much, Mighty Good en Right By My Side. Eigen aan de hitbenadering van deze CD is evenwel dat hier nogal wat ballads en medium tempo nummers op staan. In die dagen was het gebruikelijk op single een snel nummer te koppelen aan een traag, en vaak waren het die trage nummers die de hit werden. Voorbeelden hier zijn A Wonder Like You, You Are The Only One, A Teenager's Romance, Poor Little Fool, Young Emotions, I'm Not Afraid, Teenage Idol, het mooie Never Be Anyone Else But You, het door doo-wop beïnvloede You're My One And Only Love, het sinds Pulp Fiction cult Lonesome Town, het vergelijkbare Sweeter Than You en het zwoele swing noir I Wanna Be Loved. Wie maagzuur krijgt van ballades kan argumenteren dat Shirley Lee en If You Can't Rock Me hier niet op staan en zal meer aan zijn trekken komen met Ricky Nelson verzamelaars die op zijn rock 'n' roll opnames focussen zoals Rockin' With Ricky (Ace CDCHD 85) en Ricky Rocks (Bear Family BCD16856) of Jasmine's eigen dubbelaar Rockin' & Boppin': Best Of The Early Years (ASCD529) die de nadruk legt op zijn eerste drie LP’s uit 1957-1958 maar 15 nummers bevat die ook op A Teenage Idol staan. Objectief beluisterd is deze nieuwe A Teenage Idol echter even goed of zelfs beter dan die rock 'n' roll CD’s door zijn royale 34 songs en door het feit dat hier een aantal songs op staan die je niet zo courant tegenkomt zoals zijn excellente rock 'n' roll versie van de charleston Yes Sir That's My Baby of zijn exotische Summertime. En je kan zeggen wat je wil en voor of tegen de Rickster zijn, maar Hello Mary Lou blijft een wereldschijf, hij kon zingen, en al deze plaatjes, ook degene die meer richting variété uitgaan, zijn bijzonder professioneel opgenomen en ingespeeld. James Burton op gitaar: need I say more? Echt? Vooruit dan: Milk Cow Blues. Tijd voor een Ricky Nelson revival!
Info: www.jasmine-records.co.uk en www.rickynelson.com. (Frantic Franky)

The musical legacy of Ricky Nelson, who died in a plane crash on december 31 (happy new year) 1985 at the age of 45, has been repackaged many times and in various ways, and this CD is based upon his hit records, beginning with his first single in 1957, the start of a particularly successful career that is said to have made Nelson the most popular artist after Elvis in the second half of the 1950s. That may be difficult to prove, but it's a fact that his first nine singles were millionsellers and that he made the charts 33 times up to 1962. Those 33 songs are on this CD and because Jasmine really fills them to the brim there is even a 34th song, Someday, which made the Top 10 in England but did not appear on a 45 in America. Nelson suffers from a negative reputation for flaunting other people's feathers and churning out flat covers of other people's hits like I'm Walkin' (Fats Domino), My Bucket's Got A Hole In It (Hank Williams) and Have I Told You Lately That I Love You (Elvis). This is true but only applies to a small part of his output, and some of the songs here were rightfully given the status of rock 'n' roll classic (Be-Bop Baby, Believe What You Say, It's Late) and even rockabilly classic (Stood Up, Waitin' In School), though it's fair to say that a large portion of his recordings are indeed the more clean behind the ears rock 'n' roll style like I Got A Feeling, Just A Little Too Much, Mighty Good and Right By My Side. As a result of the hit approach of this CD there are quite a few ballads and medium tempo songs, since in those days it was common to pair a fast song with a slow one, and often it was the slow song that became the hit. Examples here are A Wonder Like You, You Are The Only One, A Teenager's Romance, Poor Little Fool, Who Someday, Young Emotions, I'm Not Afraid, Teenage Idol, the beautiful Never Be Anyone Else But You, the doo-wop influenced You're My One And Only Love, the since Pulp Fiction cult Lonesome Town, the similar sounding Sweeter Than You and the sultry swing noir I Wanna Be Loved. Those of you who get reflux from ballads can argue that Shirley Lee and If You Can't Rock Me aren't on here and will be better served by Ricky Nelson compilations that focus exclusively on his rock 'n' roll songs like Rockin' With Ricky (Ace CDCHD 85) and Ricky Rocks (Bear Family BCD16856) or Jasmine's own double CD Rockin' & Boppin': Best Of The Early Years ASCD529 which is based on his first three LP’s from 1957-1958 but contains 15 songs that are also on A Teenage Idol. However, objectively speaking this new A Teenage Idol is just as good or even better than those rock 'n' roll CDs because of its generous 34 songs and the fact that there are a number of songs on here that you don't come across very often, like his excellent rock 'n' roll version of the charleston Yes Sir That's My Baby or his exotic Summertime. And you can say what you want and be for or against the Rickster, but Hello Mary Lou remains a world class record, the guy could sing, and all these records, even the ones that go more in the direction of pop music, were recorded and performed very professionally. James Burton on guitar: need I say more? Do I really? Okay: Milk Cow Blues. Time for a Ricky Nelson revival!
Info: www.jasmine-records.co.uk en www.rickynelson.com. (Frantic Franky)


DIVORCE ME C.O.D.: THE COUNTRY CHART HITS 1946-1953 AND MORE/ MERLE TRAVIS
Jasmine, JASMCD 3751
English version: see below

Countryartiest Merle Travis bracht zijn eerste plaat uit in 1945 en deze CD bevat al zijn Billboard country charthits uit de jaren '40 (Cincinnati Lou, No Vacancy, Divorce Me C.O.D., Missouri, So Round So Firm So Fully Packed) die toen nog de Hillbilly Hit Parade heette, zijn beste nummers uit de periode 1946-1952 die de hitlijsten niét haalden, de acht uptempo folksongs van zijn invloedrijke en baanbrekende Songs From The Hills album origineel verschenen in 1947 als vier 78 toeren platen, zijn door hem geschreven originele versie van Sixteen Tons, Dark As A Dungeon en Muskrat die u kent van respectievelijk Tennessee Ernie Ford, Johnny Cash en The Everly Brothers, aangevuld met zoveel mogelijk klassieke Capitol kantjes als er nog plaats was tot je een CD van 28 tracks krijgt. Veel van die songs zou je Crazy Boogie kunnen noemen zoals een van de songtitels hier luidt, gezellige gezapige uptempo country met accordeon en charleston trompet, soms met honkytonk piano, maar ook met gitaarpicking, want dat was een van de fortes van Merle Travis wiens op ragtime gebaseerde "travis style picking" nog steeds een referentie is voor countryboogie gitaristen, luister maar naar het bekende supersnelle Merle's Boogie Woogie, een nog steeds indrukwekkend voorbeeld van multispeed en multitracking uit 1947. U kent Chet Atkins? Nou, Merle Travis was eerst! De sterkte van deze CD is Travis' relaxte zangstem die het allemaal moeiteloos doet lijken, het uptempo oorvriendelijke en vrolijke materiaal, een overload aan Travis picking, en een fantastische geluidskwaliteit voor zo'n oude opnames. Merle Travis overleed in 1983 op 65-jarige leeftijd aan een hartaanval. Info: www.jasmine-records.co.uk. (Frantic Franky)

Country artist Merle Travis released his first record in 1945 and this CD contains all his Billboard country chart hits from the 1940s (Cincinnati Lou, No Vacancy, Divorce Me C.O.D., Missouri, So Round So Firm So Fully Packed) which in those days was still called the Hillbilly Hit Parade, his best songs from 1946-1952 that didn't make the charts, the eight uptempo folk songs from his influential and groundbreaking Songs From The Hills album originally released in 1947 as four 78 RPM records, the original versions that he wrote and recorded of Sixteen Tons, Dark As A Dungeon and Muskrat which you know from Tennessee Ernie Ford, Johnny Cash and The Everly Brothers, plus as many classic Capitol sides as there was room for until you get a 28 track CD. Many of these songs could be called Crazy Boogie after the title of one of the tunes here, cozy relaxed uptempo country with accordion and charleston trumpet, sometimes with honky tonk piano, but also with guitar picking, as that was one of the fortes of Merle Travis whose ragtime based "Travis style picking" is still a reference for country boogie guitarists, just listen to the famous super fast Merle's Boogie Woogie, a still impressive example of multispeed and multitracking from 1947. You know Chet Atkins? Well, Merle Travis was first! The strength of this CD is Travis' laid-back singing style that makes it all seem effortless, the uptempo ear-friendly and upbeat material, an overload of Travis picking, and fantastic sound quality for such old recordings. Merle Travis died of a heart attack in 1983 at the age of 65. Info: www.jasmine-records.co.uk. (Frantic Franky)


THE HIT SINGLES AND MORE 1952-62/ FERLIN HUSKY
Jasmine, JASMCD3763
English version: see below

De in 2011 op 85-jarige leeftijd overleden Ferlin Husky was een countryzanger die zoals alle countryzangers van zijn generatie ook hillbilly opnam en zich net als al zijn collega’s heel sporadisch richting rock 'n' roll begaf om zijn graantje mee te pikken van de rage. Tussen 1953 en 1975 scoorde hij met zijn in totaal 50 hitnoteringen twee dozijn Top 20 countryhits en het is dan ook logisch dat deze CD vooral zijn countrycarrière belicht die begon onder het pseudoniem Terry Preston, naam waaronder hij vanaf 1949 een dozijn singles uitbracht op 4-Star Records en die hij in eerste instantie bleef gebruiken toen Capitol hem in 1951 tekende. Op deze CD staat één Terry Preston nummer, Time, dat verscheen in januari 1952 en trage old time country is. Zijn echte naam zal hij gebruiken vanaf maart 1953, de dagen waarin de pas overleden Hank Williams een superster was, en een volledig uit Hank Williams songtitels bestaande tribute als Hank's Song uit begin 1953 past helemaal in dat kraam, ook al begint het met een Jimmie Rodgers jodel op de gitaar. Over old time country gesproken: nog zo eentje met twee gesproken tussenstukken (het is geen echte country als er geen parlando in voorkomt) is het A Dear John Letter duet met Jean Shepard uit 1953 dat zich afspeelt tegen de achtergrond van de oorlog, naar ik aanneem de Koreaanse oorlog vanwege de zinsnede "overseas in battle, the fighting was all over and the battle had been won". In die brief laat Shepard Husky weten dat ze met hem breekt omdat ze gaat trouwen met zijn broer! Kan het nog méér country? Ja, dat kan: A Dear John Letter was blijkbaar zulk een grote hit dat er een vervolg getiteld Forgive Me John kwam waarin Shepard breekt met zijn broer en hem smeekt terug te komen, wat Husky prompt weigert omdat hij zijn broer niet kan aandoen wat zijn broer hém aandeed... waarna hij bijtekent! Zo uit het leven gegrepen worden ze sinds Tante Leen & Johnny Jordaan niet meer gemaakt - dat is namelijk verboden door het vakverbond. Deze CD bevat er zo nog enkele, zoals Little Tom over arme kindjes uit gebroken gezinnen ("brought up in a home of sin"), en vooral The Drunken Driver, een gesproken tragisch moraalverhaal met veel bloederige details. Van die Hank Williams country naar boppin' hillbilly en vandaar in één sprintje richting proto-rockabilly was voor Husky slechts een kleine stap maar een grote sprong voor de mensheid (I Wouldn't Treat A Dog Like You're Treatin' Me), passerend via vlot gestroomlijnde uptempo hillbilly boogie zoals het door Johnny Cash gecoverde I Feel Better All Over.
Dit soort muziek, op zich al op het komische af, leende zich makkelijk tot persiflages, en Husky had tegelijkertijd een tweede carrière als country comedian onder het pseudoniem Simon Crum, een soort hillbilly dorpsidioot die songs als Cuzz Yore So Sweet en de Deck Of Cards parodie A Hillbilly's Deck Of Cards uitbracht. Dat soort grappen doorstaat de meedogenloze tands des tijds meestal niet, maar de Simon Crum opnames staan er meer dan zestig jaar later nog steeds, wat veel zegt over zowel de muzikale kwaliteit als het hoge niveau van de humor. De hoogtepunten van Simon Crum hier: zijn geniale Poetry In Motion parodie Enormity In Motion, en Bop Cat Bop, een rock 'n' roll persiflage zo goed dat het een perfecte bopper werd. Even goed als Bop Cat Bop maar dan serieus en onder de naam Ferlin Husky is de bopper Wang Dang Doo, en in een geheel andere stijl de frisse melodieuze countryrocker I Will. Nog meer zulke nummers zijn My Reason For Livin' en de countrybilly Draggin' The River, al worden die gecounterd door veel mainstream country die het begin van de Nashville sound inluidde als It Was You, This Moment Of Love, Prize Possession, A Fallen Star, Sinful Secret en Willow Tree, walsjes als Somebody Save Me en de gospel Wings Of A Dove, de plechtige ballade Gone, en zelfs medium tempo pop rock 'n' roll als What'cha Doin' After School. Een aantal mijns inziens essentiële nummers ontbreken dan weer zoals Eli The Camel (een soort Kawliga maar dan over een kameel), het pure rockabillynummer Slow Down Brother, de boppin' hillbilly I'll Be Here For A Lifetime, en de Simon Crum rocker Stand Up Sit Down Shut Your Mouth. Niettemin geeft de CD een breed beeld van alle country en rock 'n' roll stijlen waar Husky, de eerste countryzanger die een ster kreeg op de Hollywood Walk Of Fame, voor stond, en met deze CD staat u perfect in pole positie om de rest van zijn werk te exploreren. Info: www.jasmine-records.co.uk. (Frantic Franky)

Ferlin Husky who died in 2011 at the age of 85 was a country singer who, like all the country singers of his generation, also recorded hillbilly and who, like all of his colleagues, occasionally turned to rock 'n' roll in order to get his piece of the rock 'n' roll pie. Between 1953 and 1975 his 50 hitparade entries scored him two dozen Top 20 country hits and therefor it makes sense that this CD mainly highlights his country career that began under the pseudonym Terry Preston, the name under which he released a dozen singles starting in 1949 on 4-Star Records and which he initially continued to use when Capitol signed him in 1951. This CD contains one Terry Preston song, Time, which was released in January 1952 and is slow old time country. He started using his real name from March 1953, the days when the recently deceased Hank Williams was a superstar, and a tribute like Hank's Song from early 1953 consisting entirely of Hank Williams song titles tapped right into the feeling that swept the nation, even though it starts with a Jimmie Rodgers yodel on the guitar. Speaking of old time country: another one of those tunes with two spoken interludes (it's not real country if it doesn't include a parlando) is 1953's A Dear John Letter duet with Jean Shepard set against the backdrop of war, I assume the Korean War because of the phrase "overseas in battle, the fighting was all over and the battle had been won." In the letter Shepard lets Husky know that she is breaking up with him because she is going to marry his brother! Can it get any more country? Yes, it can: A Dear John Letter was apparently such a big hit that there was a sequel entitled Forgive Me John in which Shepard breaks up with his brother and begs Husky to come back, which he promptly refuses because he can't do to his brother what his brother did to him... after which he re-enlists! They just don't make tearjerkers like this anymore - it's forbidden by the union. This CD includes a couple more, such as Little Tom about poor children from broken families ("brought up in a home of sin"), and especially The Drunken Driver, a spoken tragic morality tale with many gory details. From Hank Williams country to boppin' hillbilly and then straight forward into proto-rockabilly was only a small step for Husky but a giant leap for mankind (I Wouldn't Treat A Dog Like You're Treatin' Me), along the way taking in smooth streamlined uptempo hillbilly boogie like the Johnny Cash covered I Feel Better All Over. This kind of music, in itself verging on the comic, lent itself easily to persiflage, and Husky simultaneously had a second career as a country comedian under the pseudonym Simon Crum, a kind of local yokel hillbilly village idiot who released songs like Cuzz Yore So Sweet and the Deck Of Cards parody A Hillbilly's Deck Of Cards. This kind of jokes usually don't stand the merciless test of time, but the Simon Crum recordings still hold up more than sixty years later, a testimony to both the musical quality and the high level of the humor. Simon Crum's highlights here: his genius Poetry In Motion parody Enormity In Motion, and Bop Cat Bop, a rock 'n' roll parody so good it became a perfect bopper. Just as good as Bop Cat Bop but serious and under the name Ferlin Husky is the bopper Wang Dang Doo, and in a completely different style the fresh melodic country rocker I Will. Two more such tracks are My Reason For Livin' and the countrybilly Draggin' The River, though these are countered by plenty of mainstream country heralding the beginning of the Nasville sound like It Was You, This Moment Of Love, Prize Possession, A Fallen Star, Sinful Secret and Willow Tree, waltzes like Somebody Save Me and the gospel Wings Of A Dove, the solemn ballad Gone, and even medium tempo pop rock 'n' roll like What'cha Doin' After School. A number of what I consider to be essential songs are missing here though such as Eli The Camel (a kind of Kawliga but about a camel), the pure rockabilly number Slow Down Brother, the boppin' hillbilly I'll Be Here For A Lifetime, and the Simon Crum rocker Stand Up Sit Down Shut Your Mouth. Nevertheless, the CD gives a broad picture of all the country and rock 'n' roll styles Husky, the first country singer to receive a star on the Hollywood Walk Of Fame, stood for, and with this CD you're in perfect pole position to start exploring the rest of his legacy. Info: www.jasmine-records.co.uk. (Frantic Franky)

20 januari 2021

LP Recensie

FIND ANOTHER FOOL/
RAMBLIN' ELLIE & THE BASHTONES

El Toro/Bullseye, BE-145
English version: see below

Ramblin' Ellie & the Bashtones zijn een minder bekende Zweedse band onder leiding van zangeres Simone Simonsson die mogelijk minder bekend is omdat dit bij mijn weten hun eerste release is, een titelloze 5-track demo-CD uit 2014 niet te na gesproken. Zo lang zijn ze immers al bezig: de band ontstond begin 2013 en ze hebben één keer bij ons in de buurt gespeeld, in 2014 op het Hook Rock festival in het Belgische Diepenbeek. Die demo was meer rockabilly getint dan deze LP die zich muzikaal situeert in het grensgebied tussen cleane rock 'n' roll en teenrock. Er staan enkel covers op de LP, twaalf in totaal, met Bigelow 6200 van Brenda Lee als bekendste, maar de heldere, mooie en ook mooi klinkende stem van de relaxt zingende Ramblin' Ellie die meer aan Connie Francis dan aan Brenda Lee doet denken zoekt ook inspiratie bij de rustige rockabilly van Ricky Nelson (One Of These Mornings). Met de productie van de originele uitvoeringen van die twee songs in de grote studio’s van de grote platenlabels kunnen Ramblin' Ellie & the Bashtones zich niet meten, maar dat betekent niet dat het muzikaal niet goed in elkaar zou steken of dat ze geen aardige rock 'n 'roll sound weten neer te zetten, met bovendien een piano en een lichte contrabas die het geheel ook een lichte rockabillytoets geeft. Wat het album daarnaast ook optilt boven het gemiddelde is het geslaagde gebruik van achtergrondkoortjes, waarvoor ze niet de minsten hebben ingehuurd, namelijk The Velvet Candles uit Spanje. Veel bom-bom-boms en wap-shoo-waps dus, en dat is in deze op zich rustige muziek zeker een meerwaarde, luister naar hun versies van Barry Mann's Find Another Fool en Dickey Lee's Dreamy Nights dat in 1958 Sun 297 was - wie herinnert zich dat er bij Sun Records ook doo-wop werd opgenomen? Find Another Fool bevat nog een tweede Sun cover, namelijk Sun 345, de melodieuze semi-ballade Is It Me van Tracy Pendarvis. Die teen rock 'n' roll wordt vervoegd door een paar songs die elementen uit country bevatten zoals het opnieuw erg melodieuze Night Without End van Bob Luman, terwijl Skeeter Davis' oorspronkelijk erg Nancy Sinatra klinkend If I Had Wheels uit 1966 door Ramblin' Ellie als rockabilly wordt gespeeld. Idem ditto voor Connie Smith's I'll Come Running uit 1967. Enkel covers dus, maar dat is niet erg omdat het vooral tamelijk onbekende songs zijn, of kan u uit volle borsten Bobby Helms' Hurry Baby, doo-wop groep The Senators' It Doesn't Matter of Don Estes' Felice & Boudleaux Bryant compositie Moonsick meezingen? Ramblin' Ellie wel en ze doet dat goed, al laat ze soms in de hoge regionen een steekje vallen zoals in Terry Noland's Worrying Kind-achtige Long Gone Baby, tenzij het daar meer zou opvallen wegens de spaarzamere begeleiding.
Samengevat: Ramblin' Ellie is geen Connie Smith, maar ze is wel 100% Ramblin' Ellie en dat is ook veel waard. Een aanrader voor wie het wat rustiger mag! Voorlopig is dit voor zover ik weet (nog?) niet uit op CD maar enkel te koop op vinyl op Bullseye, de vinyl afdeling van het Spaanse rock 'n' roll label El Toro dat dit jaar 25 jaar bestaat.
Info: www.eltororecords.com (Frantic Franky)

 

Ramblin' Ellie & the Bashtones are a lesser known Swedish band led by singer Simone Simonsson, perhaps lesser known because to my knowledge this is their first release besides a self-titled 5 track demo CD from 2014. Yes, that's how long they've been around: the band formed in early 2013. That demo was more rockabilly tinged than this LP which musically is situated in the border regions between clean rock 'n' roll and teen rock. The album contains only covers, twelve in total, with Brenda Lee's Bigelow 6200 ranking as the best known, but the clear, beautiful and nice sounding voice of the relaxed singing Ramblin' Ellie who reminds me more of Connie Francis than of Brenda Lee also seeks inspiration from the calm rockabilly of Ricky Nelson (One Of These Mornings). Ramblin' Ellie & the Bashtones can't compete with the production of the original versions of those two songs in the big studios of the big record labels, but that doesn't mean that their covers aren't well put together or don't have a decent rock 'n' roll sound, augmented by a piano and a light double bass that gives the whole thing a light rockabilly touch. What also lifts the album above the average is the successful use of backing vocals, for which they hired not the least, The Velvet Candles from Spain. A lot of bom bom boms and wap shoo waps certainly add value to this in itself quiet music, just listen to their versions of Barry Mann's Find Another Fool and Dickey Lee's Dreamy Nights that was Sun 297 in 1958 - who remembers Sun Records also recorded doo-wop? Find Another Fool also contains a second Sun cover, Sun 345, Tracy Pendarvis' melodic semi-ballad Is It Me. Apart from this teen rock 'n' roll a couple of songs contain elements of country music like Bob Luman's again melodic Night Without End, while the band tackles Skeeter Davis' originally very Nancy Sinatra sounding 1966 If I Had Wheels as rockabilly. The same goes for Connie Smith's 1967 I'll Come Running. Only covers, but that's not too bad a thing because most of them are fairly unknown,or can YOU sing along to Bobby Helms' Hurry Baby, doo-wop group The Senators' It Doesn't Matter or Don Estes' Felice & Boudleaux Bryant composition Moonsick? Ramblin' Ellie can and she does it well, even though she sometimes slips in the high notes, for example in Terry Noland's Worrying Kind-like Long Gone Baby, unless this would be more noticeable here because of the sparser accompaniment.
In summary: Ramblin' Ellie is no Connie Smith, but she's 100 % Ramblin' Ellie and that's worth a lot. Highly recommended for those who like their rock 'n' roll on the quiet side! As far as I know this is not (yet?) out on CD but only available on vinyl on Bullseye, the vinyl department of the Spanish rock 'n' roll label El Toro which celebrates its 25th anniversary this year. Info: www.eltororecords.com (Frantic Franky)

CD Recensies

DEFY THE DEVIL'S MUSIC: THE TEN COMMANDMENTS OF ROCK 'N' ROLL COMMANDMENT ONE
Atomicat, ACCD050
English version: see below

De Rhythm Bomb labels Atomicat en Koko-Mojo besteedden in het recente verleden al veel aandacht aan zowel zwarte rock 'n' roll met onder meer de Boss Black Rockers, Southern Bred en Rockin' Soul Party reeksen, als aan rockabilly en hillbilly met onder meer de Hillbilly Boogie And Jive en Hillbilly And Rustic Rockabilly Bop reeksen. De essentie wordt evenwel niet uit het oog verloren, namelijk ons aller rock 'n' roll, middels een nieuwe reeks met een knipoog opgehangen aan de tien geboden. De zeven hoofdzonden waren misschien toepasselijker geweest, hahaha! Drie zijn er reeds uit maar wij zijn zo neurotisch dat we graag chronologisch te werk gaan en stoppen met reeksen te kopen als we er eentje missen, dus beginnen wij hier met nummer 1, er van uitgaand dat de eerste in een reeks ook vaak de beste is. De CD bevat 30 tracks 1955-1962 met als gemeenschappelijke factor dat ze niet alleen rock ‘n’ roll zijn maar allemaal ook die rock 'n' roll bezingen tot meerdere eer en glorie van de afgod genaamd rock 'n' roll: 17 van de 30 tracks hebben het woordje "rock" of een variatie daarop in de titel. Alle rock 'n' roll stijlen komen aan bod, met zwart en blank klinkende uptempo doo-wop of nummers die daar elementen van incorporeren in jive (Norman Fox & the Rob Roys' Dance Girl Dance, The Bay Bops' To The Party, The Adventurers' lekker klinkende Rock 'n' Roll Uprising, The Clouds' Rock 'n' Roll Boogie), maar evengoed met rockabilly (Little Jimmy Dempsey's Bop Hop, Gene Ray's Rock 'n' Roll Fever, The Javalans' Come Dance With Me) en female rockabilly als Sparkle Moore's niet echt briljante Rock-A-Bop. Lorelei Lynn & the Sparkles doen het in het gelijkaardig getitelde Rock 'A' Bop beter, maar die song situeert zich meer in de rock 'n' roll. Er is Sun rock 'n' roll met Bill Pinkney's After The Hop, Joe Boot & the Fabulous Winds' Rock 'n' Roll Radio heeft een licht skaritme, en er is zwarte rock 'n 'roll (Joe Gregory's Gonna Rock This Mornin') en zwarte uptempo strolls (Willie Egan's Rock 'n' Roll Fever, Earl Wade's I Dig Rock 'n' Roll). Een supersnelle Hippy Hippy Shake door The Maori Hi Five uit Nieuw-Zeeland klinkt meer white rock dan hun naam doet vermoeden - als je hun foto googlet zien ze er uit als een variété orkest! Ook Juke Box Rock van Dick Seaton & the Mad Lads en Bop Bop Bop van Paul Anthony neigen naar de white rock, en aan de andere kant van de rock 'n 'roll regenboog heerst big band rock 'n' roll swing met The Blockbusters' I Wanna Rock Now en big band fanfare met Jésus Ramirez wiens Rock 'n' Roll vreemd genoeg in het Frans is en klinkt alsof het een van de eerste plaatjes moet geweest zijn waarin een Frans orkest probeerde de rock 'n' roll na te spelen. Ook wie graag de beentjes uitslaat komt op deze compilatie aan zijn/haar trekken met jive als Willie Headen's Turn The Hi Fi Down en light rockers als Terry Wayne's Slim Jim Tie, niet bepaald het best gespeelde nummer dat ik ooit hoorde, maar daar staan parels als Bill Darnel's Rock 'n' Roll Baby tegenover. Het meeste materiaal hier is minder bekend maar zeker goed, en daarom is't een beetje jammer dat er ook een paar overbekende klassiekers op staan die u ongetwijfeld al hebt zoals Chuck Berry's Rock 'n' Roll Music en in iets mindere mate Ruth Brown's This Little Girl's Gone Rockin’ en Neil Sedaka's You Gotta Learn Your Rhythm 'n' Blues. Een bekend nummer maar niet noodzakelijk in deze uitvoering is Edna McGriff's Dance With Me Henry (volgens de tracklisting Nancy Holloway's Rock The Bop maar dat is niet correct), nog bekende namen maar niet noodzakelijk met deze nummers zijn Buddy Knox' vrij standaard gitaarboogie Rockabilly Walk (ik hoor liever een improvisatie als The Beat van The Rockin' R's) en Carl Mann's originele opname van Gonna Rock 'n' Roll Tonight, misschien het rockendste wat ie ooit deed. De afsluiter slaat als een tang op een varken: Jeder Tag Geht Zu Ende van Earl Grant is een in het Duits gezongen schlagerballade, de vertaling van zijn eigen (At) The End (Of The Rainbow). Om uit te rusten op het einde van de party?
Info: www.atomi-c.at (Frantic Franky)

Rhythm Bomb labels Atomicat and Koko-Mojo have devoted considerable attention to both black rock 'n' roll with the Boss Black Rockers, Southern Bred and Rockin' Soul Party series and more, and to rockabilly and hillbilly with the Hillbilly Boogie And Jive and Hillbilly And Rustic Rockabilly Bop series and more. At the same time they do not lose sight of the main thing, our dear rock 'n' roll, et voilà, a new series is introduced, loosely based on the ten commandments. The seven deadly sins might have been more appropriate, hahaha! The first three volumes are already out but we are so neurotic that we like to work chronologically and stop buying series if we miss one volume, so let's start here with number 1, assuming that the first release in a series is often the best. The CD contains 30 tracks 1955-1962 which not only have in common that they're rock 'n' roll, but they're also about rock 'n' roll, praising the glory of the demon called rock 'n' roll: 17 out of the 30 tracks have the word "rock" or a variation thereof in the title. All rock 'n' roll bases are covered, with black and white sounding uptempo doo-wop and songs that incorporate elements of doo-wop into jive (Norman Fox & the Rob Roys' Dance Girl Dance, The Bay Bops' To The Party, The Adventurers' tasty sounding Rock 'n' Roll Uprising, The Clouds' Rock 'n' Roll Boogie) but also showcasing rockabilly (Little Jimmy Dempsey's Bop Hop, Gene Ray's Rock 'n' Roll Fever, The Javalans' Come Dance With Me) and female rockabilly like Sparkle Moore's not exactly brilliant Rock-A-Bop. Lorelei Lynn & the Sparkles' similarly titled Rock 'A' Bop fares better but leans more towards rock 'n' roll. There's Sun rock 'n' roll with Bill Pinkney's After The Hop, Joe Boot & the Fabulous Winds' Rock 'n' Roll Radio has a light ska rhythm, and there's black rock 'n' roll (Joe Gregory's Gonna Rock This Mornin') and black uptempo strolls (Willie Egan's Rock 'n' Roll Fever, Earl Wade's I Dig Rock 'n' Roll). A super fast Hippy Hippy Shake by The Maori Hi Five from New Zealand sounds more white rock than their name suggests - if you google their picture they look like a variety orchestra! Juke Box Rock by Dick Seaton & the Mad Lads and Bop Bop Bop by Paul Anthony also tend towards white rock and at the other end of the rock 'n' roll rainbow there's big band rock 'n' roll swing with The Blockbusters' I Wanna Rock Now and a marching band led by Jésus Ramirez whose Rock 'n' Roll is strangely enough in French and sounds like it must have been one of the first 45s on which a French orchestra tried to play rock 'n' roll. Those who like to stretch their legs will be in for a treat with jive like Willie Headen's Turn The Hi Fi Down and light rockers like Terry Wayne's Slim Jim Tie, not exactly the best-played song I ever heard, but that's compensated for by gems like Bill Darnel's Rock 'n' Roll Baby. Most of the material here is not well known but quite good, which is why it's a bit of a shame there's a couple of familiar classics that you no doubt already have like Chuck Berry's Rock 'n' Roll Music and to a lesser extent Ruth Brown's This Little Girl's Gone Rockin' and Neil Sedaka's You Gotta Learn Your Rhythm 'n' Blues. A familiar song but not necessarily in this rendition is Edna McGriff's Dance With Me Henry (the tracklisting incorrectly states Nancy Holloway's Rock The Bop), familiar artists but not necessarily with these songs are Buddy Knox' rather standard guitar boogie Rockabilly Walk (I prefer an improvisation like The Beat from The Rockin' R's) and Carl Mann's original recording of Gonna Rock 'n' Roll Tonight, perhaps the rockinest thing he ever did. The closing track sounds out of place: Earl Grant's Jeder Tag Geht Zu Ende is a schlager ballad sung in German, the translation of his own (At) The End (Of The Rainbow). To cool down when the party's over?
Info: www.atomi-c.at (Frantic Franky)


FORBIDDEN FRUIT: ROCK 'N ROLL KITTENS VOL. 5
Atomicat, ACCD 079
English version: see below

De vijfde en de laatste Rock 'n' Roll Kittens (maar dat zeiden ze ook van Volume 4, hahaha) opent met de vlam in de pijp met Barbara Greene, een schreeuwende zangeres die echter overduidelijk kan zingen, met een stel gezellige doo-wop kikkers als koortje: Little Richard's Long Tall Sally is al tot in den treure gecoverd maar dit blijft een van de allerbeste versies. 't Is meteen het bekendste nummer, in tegenstelling tot de vorige volumes waarop steevast een Wanda Jackson, Brenda Lee of Patsy Cline te noteren viel. De CD bevat 25 tracks 1954-1963 maar slechts twee nummers uit de jaren '60, namelijk beide kantjes van die single van Barbara Greene uit 1963 (B-kant Slippin’ And Slidin’ is al heel wat kalmer) die echter puur fifties klinkt. De CD bevat voorts slechts één nummer uit 1959 en één uit 1954, al de rest is 1955-1958. Barbara Greene's Long Tall Sally is ook zo ongeveer het wildste nummer want de rest van de dames klinken veel beschaafder, al is duidelijk dat een aantal onder hen op de eerste rij stonden toen de stembanden werden uitgedeeld. Op veel nummers worden ze geruggesteund door grote orkesten die het tempo er flink in houden. Veel tracks vallen dan ook eerder onder de bigband rock 'n' roll en de verboden vruchten in de titel beloven meer dan de CD kan waarmaken: hier is niks verbodens aan. Die uptempo crooners zaten ook al voor een stuk in de eerdere volumes, maar daar werden ze meer dan hier gebalanceerd door rock 'n' roll, rockabilly en rhythm 'n' blues jive. Het grote voordeel is echter dat dit allemaal plaatjes zijn gemaakt door orkesten die echt wel konden spelen en alles dus erg professioneel klinkt. Enkele voorbeelden: Bonnie Davis's bigband versie van Pepper-Hot Baby dat de meesten onder u zullen kennen als rockabilly door Phil Gray, en Bunny Paul's big band uitvoering van Bill Haley's Whatcha Gonna Do. Ook altijd interessant zijn onbekende covers zoals Mama (He Treats Your Daughter Mean) door Bette Anne Steele, Feel So Good door Joyce Romero & Bill Marine, en Will You Willyum door Joan Hager, om maar enkele van de nummers te noemen waarvan je hier kan genieten. En als we dit nu allemaal kopen komt er misschien nog een zesde deeltje!
Info: www.atomi-c.at (Frantic Franky)



The fifth and last Rock 'n' Roll Kittens (but they said the same about Volume 4, hahaha) gets things going with Barbara Greene, a screamer who clearly could sing, aided by a fun chorus of doo-wop frogs: Little Richard's Long Tall Sally has been covered ad nauseam but this remains one of the best versions ever. It's also the best known song here, in contrast to the previous volumes which always featured a Wanda Jackson, Brenda Lee or Patsy Cline tune. The CD contains 25 tracks from 1954-1963 but there's only two songs from the sixties, both sides of Barbara Greene's 1963 single (B-side Slippin' And Slidin' is much calmer) which nevertheless sounds pure fifties. The CD further contains only one song from 1959 and one from 1954, all the rest is 1955-1958. Barbara Greene's Long Tall Sally is also just about the wildest song here as the other ladies sound much more civilized, even though it's clear that a number of them were standing front row when the vocal chords were distributed. On many tracks they are backed by large orchestras that keep the tempo up. Many tracks are rather big band rock 'n' roll and the forbidden fruits in the title promise more than the CD can deliver: there is nothing forbidden about these sounds. These uptempo crooners were also present in the previous volumes, although there they were more balanced by rock 'n' roll, rockabilly and rhythm 'n' blues jive. The big advantage however is that these are all records made by orchestras that really could play and so everything sounds very professional. Examples: Bonnie Davis's big band version of Pepper-Hot Baby that most of you will know as rockabilly by Phil Gray, and Bunny Paul's big band version of Bill Haley's Whatcha Gonna Do. Always of interest are unknown covers like Bette Anne Steele's Mama (He Treats Your Daughter Mean), Joyce Romero & Bill Marine's Feel So Good, and Joan Hager's Will You Willyum, just to name a few of the songs you can enjoy here. And if now everybody buys this, maybe there will be a sixth volume!
Info: www.atomi-c.at (Frantic Franky)

13 januari 2021

ROCKER'S WILDEST WINGDING
Atomicat, ACCD065
English version: see below

U zit pas in de rockabilly (pas op, u geraakt er nooit meer uit) en weet niet welke CD te kiezen uit die ellenlange bak bij de gespecialiseerde platenboer? Neem deze CD en laat 'm niet meer los, want dit bevat allemaal krakers die al decennia lang hun groot gelijk hebben bewezen, in sommige gevallen al sinds de revivaldagen van de jaren '70. Dit is allemaal 200% onverbloemde rockabilly en rock 'n' roll: Dale Hawkins' Little Pig en Broken Heart van The Moonlighters (hun Rock-A-Bayou Baby staat hier ook op) waarvoor in de jaren '80 de bands in de rij stonden om het te coveren, GL Crockett's pikzwarte rockabilly Look Out Mabel, primitivo boppers als I'm Out van The Surf Riders, echo fests als Boppin' To Grandfather's Clock van Sidney Jo Lewis alias Hardrock Gunter, en rechtdoor rock 'n' roll als Baby Why Did You Have To Go van Bob & the Rockbillies. Verdomd, Big Sandy van Bobby Roberts klinkt nog steeds even opwindend als toen wij het voor eerst hoorden (ik weet het nog goed: het was op een mooie dag in 1986 op de verzamel LP Sin Alley en de wereld was nooit meer hetzelfde) en dat zegt toch wel iets over de eeuwigheidswaarde van deze nummers. Probeer u voor te stellen hoe Gene La Marr's Crazy Little House On The Hill met het geluidsvolume van een opstijgend vliegtuig vlijmscherp door metershoge boxen klinkt: zo was Hemsby in zijn hoogdagen. Songs als Jimmy Carroll's Big Green Car en Peanuts Wilson's Cast Iron Arm Peanuts Wilson doen al járen de ronde maar blijven het effect behouden van een mokerslag in je maag. Medium tempo betekent in deze niet flauw: met Henrietta van Jimmy Dee & the Offbeats kan je een dove opnieuw doen horen. Please Give Me Something van Bill Allen & the Backbeats is zo verschroeiend dat het werd gepikt door zowel The Stray Cats (voor Crawl Up And Die) als door The Cramps (voor Drug Train). Ik ga hier niet alle 27 nummers lyrisch beschrijven, maar geef toch graag mee dat ook Enie Meanie Minie Mo van Hoyt Johnson, Hot Dog van Corky Jones alias Buck Owens pré-Bakersfield, het intense quintessentiële Rock Rock van Johnny Powers en boppers als Go Away Hound Dog van Cliff Johnson en Riverside Jump van Jackie Lee Cochran van de partij zijn. Dit zijn geen Happy Days jukebox golden oldies, maar het wildste en luidste uit 1956-1958 met één boppend zijsprongetje naar 1953, I Got Nine Little Kisses van Shorty Long. Als u driekwart van deze 27 nummers nog niet hebt, ga dan heen en komt me niet meer onder de ogen tot u uw fout hebt rechtgezet.
Info: www.atomi-c.at (Frantic Franky)

You only recently got into rockabilly (careful, you'll never get out again) and don't know which CD to choose from that long box at the record stall? Take this CD and don't let go of it, for it contains all the nuggets that have proven their worth for decades, sometimes already since the revival days of the seventies. This is 200 % pure and true rockabilly and rock 'n' roll: Dale Hawkins' Little Pig and Broken Heart by The Moonlighters (their Rock-A-Bayou Baby is also featured here) for which in the eighties the bands lined up to cover it, GL Crockett's pitch black rockabilly Look Out Mabel, primitivo boppers like I'm Out by The Surf Riders, echo fests like Boppin' To Grandfather's Clock by Sidney Jo Lewis aka Hardrock Gunter, and straight rock 'n' roll like Baby Why Did You Have To Go by Bob & the Rockbillies. Damn, Big Sandy by Bobby Roberts still sounds as exciting as the day when we first heard it (I remember it well: it was on a beautiful day in 1986 on the vinyl compilation Sin Alley and the world was never the same again) which says a lot about the eternal appeal of these songs. Try to imagine how razor sharp Gene La Marr's Crazy Little House On The Hill sounds through a stack of speakers three metres high at the volume level of a jumbo jet taking off: that's what Hemsby was like in its heyday. Songs like Jimmy Carroll's Big Green Car and Peanuts Wilson's Cast Iron Arm Peanuts Wilson have been doing the rounds for years but still generate the effect of a sledgehammer blow in your stomach. Medium tempo doesn't equal soft here: Jimmy Dee & the Offbeats' Henrietta could make a deaf person hear again. Please Give Me Something by Bill Allen & the Backbeats is so blistering that it was nicked by both The Stray Cats (for Crawl Up And Die) and The Cramps (for Drug Train). I'm not going to lyrically describe all 27 tracks, but I do like to mention that Hoyt Johnson's Enie Meanie Minie Mo, Hot Dog by Corky Jones aka Buck Owens pré-Bakersfield, Johnny Powers' intense quintessential Rock Rock and boppers like Cliff Johnson's Go Away Hound Dog and Jackie Lee Cochran's Riverside Jump are also present. These are not Happy Days jukebox golden oldies but the wildest and loudest sounds from 1956-1958 with one bopping side-jump to 1953, Shorty Long's I Got Nine Little Kisses. If you do not already own three quarters of these 27 songs, then go and don't come back until you have corrected your mistake. Info: www.atomi-c.at (Frantic Franky)


HILLBILLY DELUXE
Atomicat, ACCD041
English version: see below

Hillbilly Deluxe is de titel van het Dwight Yoakam album uit 1987 dat volgde op zijn grote doorbraak Guitars Cadillacs Etc Etc, maar daar heeft deze CD totaal niets mee te maken. Dit is gewoon een verzamelaar met buitengewone hillbilly boogie en countrybop, 26 tracks die niet hadden misstaan op Atomicat's Hillbilly And Rustic Rockabilly Bop reeks en in 2017-2018 verschenen op 4 Star Boogies & Jumpin' Hillbilly en de twee volumes Hillbilly Goes Electric op Richard Weize Archives, net als Atomicat een onderafdeling van moederconcern Rhythm Bomb, thans allemaal gegroepeerd onder de noemer Rockstar Records. Het feit dat die twee Hillbilly Goes Electric's toen enkel verschenen op vinyl rechtvaardigt evenwel deze heruitgave, en een aantal van de nummers hier leerden wij sowieso voor het eerst kennen eind jaren '80 begin jaren '90 op White Label's Boppin' Hillbilly LP reeks. De CD klinkt zoals de cassettes die wij in het pré-digitale tijdperk voor elkaar opnamen en uitwisselden en bevat als pintje bij paaltje komt veel meer dan enkel hillbilly. Het hele scala recht van onder de koe vandaan stijlen van pakweg eind jaren '40 tot midden jaren '50 komt immers aan bod, met veel boogies (Jack Rowe & his Wichita Mountain Boys' Bomb Bosh Boogie, Tiny Stokes & the Frontiersmen's Blackfoot Boogie, Reese Shipley's originele uitvoering van de Tennessee Ernie Ford hit Catfish Boogie) en semi-akoestische medium tempo boogie woogies (Johnny Daume & his Ozark Ridge Runners' Boogie Woogie Blonde) over semi-akoestische fox chases (Bill Tutt's Sixty Days) tot howdy neighbor Dave & Deke materiaal uit de tijd toen dat nog modern was (Wally Fowler & his Georgia Clodhoppers' Mountain Boogie), dat alles uiteraard handelend over de belangrijke dingen des levens zoals daar zijn vissen (Claudie Ham's Fisherman's Blues), te snel rijden met de duivel op je hielen (Kelly West & his Friendly Country Boys' moralistische Drive Slow Baby) en bingo (Tommy Mooney with Bobby Mooney & his Automobile Babies' Bingo Boogie). Krasse countryknarren die zich tegoed deden aan zwarte rhythm 'n' blues hielpen en passant zonder het te beseffen mee de rockabilly uitvinden, vraag maar aan Tommy Scott & his Ramblers met Dance With Her Henry uit 1955 (ook zijn Jumpin' From Six To Six staat hier op, de zang is twee keer van Tex Harper). Ja, dit soort muziek droeg zeker zijn steentje bij aan de basis van de rockabilly, en als bewijsstukken legt Hillbilly Deluxe een Crawdad Hole uit 1947 door Jack Grant & his 7-V-4 Ranch Boys op tafel, samen met Jimmy Short & the Silver Saddle Ranch Boys' Everybody's Trying To Be My Baby uit 1950... zes jaar vóór Carl Perkins! Naast Tommy Scott zijn de enige andere bekende namen Bob Wills' jongste broer Billy Jack Wills met een variatie op de Chew Tobacco Rag getiteld Tobacco Chewing Boogie, Eddie Noack als zanger bij RD Hendon & his Western Jamboree Cowboys in de Hank Snow cover Music Making Mama From Memphis, en gitarist Joe Maphis in het gezongen Lonesome Train Boogie met een opvallender rol voor de piano dan voor de gitaar, en een tweede keer met een prominentere gitaar als zanger op Sunshine Sue & her Rangers' Barn Dance Boogie. Art Gunn & the Arizona Playboys' Sugar Cane Boogie gaat over de cajuns in de bayous, en Pal Thibodeaux' Port Arthur Boogie is gezongen in een soort onverstaanbaar Frans koeterwaals. Associeert u dit alles met ouderwets en overdekt met kobbewebben? Nou, dankzij de mastering door de mij onbekende The Studio That Time Forgot in El Paso, Texas die al meer werkten voor Rhythm Bomb knettert en knalt dit als vuurwerk op oudjaar. Alle 26 goed, tenzij u de builenpest krijgt van accordeon trio’s, krassende violen en zelfs jazzy trompetten en klarinetten, met pedal steels als glijmiddel.
Info: www.atomi-c.at (Frantic Franky)

Hillbilly Deluxe is the title of Dwight Yoakam's 1987 follow up album to his big breakthrough Guitars Cadillacs Etc Etc, but this CD has absolutely nothing to do with that. This is simply a compilation with extraordinary hillbilly boogie and country bop, totalling 26 tracks that wouldn't be out of place on Atomicat's Hillbilly And Rustic Rockabilly Bop series and appeared in 2017-2018 on the Richard Weize Archives releases 4 Star Boogies & Jumpin' Hillbilly and the two volumes of Hillbilly Goes Electric. Like Atomicat RWA is a subdivision of parent company Rhythm Bomb which has now grouped all its labels under the name Rockstar Records. The fact that those two Hillbilly Goes Electric's only appeared on vinyl justifies this re-release, and some of the songs here we first became aware of in the late eighties and early nineties on White Label's Boppin' Hillbilly LP series anyway. The CD resembles the cassettes we taped for each other and exchanged in that pre-digital era and contains much more than just hillbilly. The whole range of down on the farm styles from roughly the end of the forties to the middle of the fifties is covered with a lot of boogies (Jack Rowe & his Wichita Mountain Boys' Bomb Bosh Boogie, Tiny Stokes & the Frontiersmen's Blackfoot Boogie, Reese Shipley's original version of the Tennessee Ernie Ford hit Catfish Boogie) and semi-acoustic medium tempo boogie woogies (Johnny Daume & his Ozark Ridge Runners' Boogie Woogie Blonde) over semi-acoustic fox chases (Bill Tutt's Sixty Days) to howdy neighbor Dave & Deke material from back in the days when that was still modern (Wally Fowler & his Georgia Clodhoppers' Mountain Boogie), all of this of course dealing with the important things in life like fishing (Claudie Ham's Fisherman's Blues), driving too fast with the devil on your heels (Kelly West & his Friendly Country Boys' moralistic Drive Slow Baby) and bingo (Tommy Mooney with Bobby Mooney & his Automobile Babies' Bingo Boogie). Cool country cats who dug black rhythm 'n' blues helped invent rockabilly without even realizing it, just ask Tommy Scott & his Ramblers with Dance With Her Henry from 1955 (his Jumpin' From Six To Six 6 is also present, the vocals in both cases provided by Tex Harper). Yep, this type of music certainly contributed to the foundations of rockabilly, as evidenced by a 1947 Crawdad Hole courtesy of Jack Grant & his 7-V-4 Ranch Boys and Jimmy Short & the Silver Saddle Ranch Boys' Everybody's Trying To Be My Baby from 1950... six years before Carl Perkins! Apart from Tommy Scott the only other famous names are Bob Wills' youngest brother Billy Jack Wills with a Chew Tobacco Rag variation titled Tobacco Chewing Boogie, Eddie Noack as singer with RD Hendon & his Western Jamboree Cowboys on the Hank Snow cover Music Making Mama From Memphis, and guitarist Joe Maphis in the vocal Lonesome Train Boogie with a bigger role for the piano than for the guitar, and with a more prominent guitar as the featured singer on Sunshine Sue & her Rangers' Barn Dance Boogie. Art Gunn & the Arizona Playboys' Sugar Cane Boogie is about the cajuns in the bayous, and Pal Thibodeaux' Port Arthur Boogie is sung in some kind of uncomprehensible French patois. You associate all of this with old-fashioned and covered with cobwebs? Thanks to the mastering by the completeley unknown to me The Studio That Time Forgot in El Paso, Texas who also upgraded the sound on other recent Rhythm Bomb CDs these tracks explode like fireworks on New Year's Eve. All 26 tracks are good unless you get the bubonic plague from accordion trios, scratchy violins and even jazzy trumpets and clarinets, with pedal steels as lubrificant. Info: www.atomi-c.at (Frantic Franky)

7 januari 2021

 

 

GUITAR TOWN/ PEKKA TIILIKAINEN & BEATMAKERS
Triola, JLCD 65
English version: see below

Scandinavische landen hebben een lange traditie als het gaat om instrumentale gitaarrock. Bekendst zijn natuurlijk The Spotnicks, maar wat Finland betreft hebben we de jaren zestig band The Sounds in herinnering die in 1963 een nationale hit scoorden met Emma/ Mandschurian Beat. In het Fins noemt men de gitaarrock rautalanka (draad), in het Deens pigtrad (prikkeldraad). Van die draden op de gitaar raak je in elk geval geprikkeld, want men wist in de jaren zestig in ieder geval de juiste snaar te raken. Ook tegenwoordig nog: tradities zijn er om hoog gehouden te worden, en in Finland doen dat onder andere Pekka Tiilikainen & the Beatmakers, een band die reeds bestaat sinds 1988, de nadagen van de rock ‘n’ roll revival, een opvallende naam want met gitaren werd juist, afgezien van de slaggitaar, geen ‘beat’ gemaakt maar de melodielijn vorm gegeven. Het is juist die melodie die, met een bepaalde twang of tremelo, maakt dat de gitaarrock tot het rock 'n' roll genre gerekend werd en wordt, hoewel het ritmisch niet altijd pure rock ‘n’ roll is. Dit instrumentale album is het nieuwste uit een indrukwekkend lange reeks van minstens 20 albums en compilaties waaraan de band die ook vocaal actief is en in 2017 in Nederland optrad op de 63ste Cliff & the Shadows Fan Meeting in Berkel-Enschot (een concert dat werd vereeuwigd op hun CD Live in Holland) haar medewerking verleende in binnen- en buitenland. Van de originele bezetting uit 1988 zijn alleen nog Jori Venemies (basgitaar) en Juha Heinonen (leadgitaar) overgebleven. Pekka Tiilikainen (ritmegitaar) kwam er in 1998 bij en Mikko Lund (drums) is sinds 2009 de jongste telg in de band, dat alles mooi na te lezen op hun eigen Finse wikipedia site want zo alwetend zijn we nu ook weer niet.
Voorweg, de CD zit in de lijn van de befaamde Dixie Aces die jarenlang enigszins aan de lopende band albums produceerden, en wat je tegenwoordig bij gitaarrock hebt is dat het wel eens poppy, soms jazzy, dan weer puur rockig klinkt. Zo is ook dit album gevarieerd qua sound, en de band weet van wanten. De mid tempo opener Golden Days is een knipoog naar de band die de oorzaak was van de hele rautalanka rage in Europa, The Shadows. 1963 is een stuk pittiger, een vrolijk oppeppende song met de Fender stratocaster als melodieuze aandachtstrekker. Uit de Vox gitaarversterkers knalt Do The Woddle, geheel in de traditie van het land of a 1000 dances zoals de USA zich anno 1961-1965 profileerde. Die dansen waaiden over naar Europa, en vooral de hully gully, de slop, de madison en natuurlijk de twist waren erg populair. Do The Woddle rockt aardig en is een echte foot tapper. I Love You Anyway heeft een overduidelijke poppy ondertoon. Van een band uit het extreem koude hoge noorden verwacht je natuurlijk ook opwarmende muziek met zuidelijke klanken zoals El Baile De La Cobra, een rustige wegdromer met elementen van Apache van The Shadows. Musta Ruusu (zwarte roos) is typisch zo’n nummer dat heel erg doet denken aan onze eigen Jumping Jewels, een goeie mid tempo rocker. Song For Wendy daarentegen is een pure popsong, niet onaardig, maar toch een kwestie van smaak, want stratocaster idolaten komen in ieder geval ook hier rijkelijk aan hun trekken. Het cool sixties twistertje The Road To Bodie is een pure Jumping Jewels kloon, al zal de band wellicht nog nooit van hen gehoord hebben. Popcorn is het overbekende nummer van Hot Butter uit 1972. Als kleine broekschijter zat ik toen voor de Nederlandse televisie en keek naar een serie die telkens begon met een door de straten rijdende ambulance met zwaailicht, begeleid door deze Popcorn tune. De Finnen hebben er een puike sixties Fenderversie van gemaakt. In Guitar Town is het wederom twisten geblazen, en Elena is andermaal een poppige ode aan een vermoedelijk lieftallige jongedame, maar dan wel zonder petticoat. De uitklinker van het album luistert naar de titel Archipelago. Archipels vind je normaal in warme oorden, en deze slow rocker ademt precies dat sfeertje uit. Noblesse oblige: al met al is dit een behoorlijk album, zoals je dat van veteranen ook mag verwachten.
Info: www.facebook.com/PTBeatmakers (Henri Smeets)

 

Scandinavian countries have a long tradition when it comes to instrumental guitar rock. Most famous are of course The Spotnicks, and from Finland we remember sixties band The Sounds who scored a national hit with Emma/ Mandschurian Beat in 1963. In Finnish guitar rock is called rautalanka (wire), in Danish it's called pigtrad (barbed wire). Those wires on the guitar do indeed give us electric shocks, because in the sixties they managed to hit the right string. That still goes nowadays: traditions are to be kept high, and in Finland this task is done by Pekka Tiilikainen & the Beatmakers, a band that already exists since 1988, the last days of the rock 'n' roll revival, a striking name because apart from the rhythm guitar guitars do not provide the beat but shape the melody line, and it's the melody which, with a certain twang or tremelo, made and still makes guitar rock part of the rock 'n' roll genre, even though rhythmically it's not always pure rock 'n' roll. This instrumental album is the latest in an impressively long series of at least 20 albums and compilations to which the band who also perform vocally and played in Holland in 2017 at the 63rd Cliff & the Shadows Fan Meeting (gig available on their Live in Holland CD) cooperated at home and abroad. Of the original 1988 line-up only Jori Venemies (bass guitar) and Juha Heinonen (lead guitar) remain. Pekka Tiilikainen (rhythm guitar) joined the band in 1998 and Mikko Lund (drums) is the youngest member of the band since 2009, as you can check on their Finnish wikipedia page - contrary to popular belief we do not know everything. The CD is in the line of the well known Dixie Aces who for several years produced these type of albums on the assembly line. The thing with guitar rock these days is that it sometimes sounds poppy, occasionally it's jazzy, and at other times it's purely rocking. This album is very varied in sound and the band obviously knows what they're doing. The mid paced opener Golden Days is a nod to the band that kickstarted the whole rautalanka craze in Europe, The Shadows. 1963 is a lot spicier, a cheerful uplifting tune with the Fender stratocaster melodically taking center stage. Out of the Vox amps pops Do The Woddle, in the tradition of the land of a 1000 dances as the USA profiled itself in 1961-1965. These dances crossed over to Europe, with especially the hully gully, the slop, the madison and of course the twist becoming very popular. Do The Woddle rocks nicely and is a real foot tapper. I Love You Anyway has an obvious poppy undertone. From a band from the extreme cold up north you expect heartwarming music with southern sounds like El Baile De La Cobra, a quiet dreamy song with elements from The Shadows' Apache. The decent mid paced rocker Musta Ruusu (black rose) is very reminiscent of Hollands' Jumping Jewels. Song For Wendy on the other hand is a pure pop song, not bad at all but a matter of taste, as stratocaster aficionados will enjoy themselves with this one. The cool sixties twist The Road To Bodie is a pure Jumping Jewels clone, although the band probably never heard of them. Popcorn is the well known Hot Butter instrumental from 1972, the days when I was a little kid and sat in front of the Dutch TV watching a series that always started with an ambulance with flashing lights driving through the streets, accompanied by the Popcorn tune. The Finns now made a great sixties Fender version of it. Guitar Town is another twist, while Elena is again a pop-style tribute to a presumably lovely young lady, but without a petticoat. The last track is called Archipelago. Archipels are normally to be found in warm places, and this slow rocker exudes exactly that atmosphere. Noblesse oblige: all in all, this is quite a good album, as you may expect from scene veterans.
Info: www.facebook.com/PTBeatmakers (Henri Smeets)


ROCKIN' MOVIE SOUNDTRACKS
Jasmine, JASCD879
English version: see below

Ik heb reeds vaak de verzuchting geslaakt waarom er geen soundtracks bestaan van die vele rock 'n' roll films uit de jaren '50 zoals - om gelijk de beste van die films te noemen - The Girl Can't Help It (1956). Het zal wel met rechten te maken hebben, want in The Girl Can't Help It zaten zoveel songs van verschillende platenmaatschappijen dat dat nu allemaal hopeloos ingewikkeld zal zijn, al zijn er wel degelijk een paar van die soundtracks. De Rock Rock Rock (1956) LP is een beroemd voorbeeld, en recente uitgaves waren de Bear Family (BAF11023) 10 inch van Don't Knock The Rock (1956) en Jasmine Records' recente James Burton CD Cannonball Rag (JASCD1086) die (bijna) alle songs uit de film Carnival Rock (1957) bevatte, maar het is dus echt wel zoeken geblazen. Hoogstens krijg je zo'n filmversie eens een keertje als bonus op een CD van een bepaalde artiest: zo dook Ruth Brown's live uitvoering van Mama He Treats Your Daughter Mean uit de film Rock 'n' Roll Revue (1955) pas nog op op haar gelijknamige Bear Family Juke Box Pearls CD (BCD17542). Ik zal wel niet de enige zijn die er zo over denkt en Jasmine komt ons tegemoet, niet met complete soundtracks, maar met een dubbel-CD met 58 songs uit rock 'n' roll en aanverwante films, en het opvallende hierbij is dat de CD niet zozeer de studioversies van de in de films gebruikte songs bevat (die vaak verschilden van de filmversies) maar voornamelijk opnames rechtstreeks uit de beschikbare DVDs geknipt, dus mét bijvoorbeeld de typerende aankondigingen door Alan Freed, soms met applaus op 't einde, soms met filmdialoog in het midden van de songs of met in de handen klappen op de maat van de muziek. Dat is voor de liefhebbers uiteraard best charmant, maar het betekent ook dat de geluidskwaliteit soms wat minder dynamisch. De meesten onder ons zullen een deel van de studionummers hier trouwens ongetwijfeld toch al hebben, zoals bijvoorbeeld de geniale Bill Haley instrumental Goofin' Around. Toch is er iets vreemds aan de hand: Eddie Cochran's Twenty Flight Rock hier, duidelijk afkomstig uit The Girl Can't Help It, bevat wel degelijk de gitaarsolo die in de film ontbreekt. Op YouTube staan er clipjes waarbij die solo er middels clevere editing opnieuw werd ingelast... Deze CD is met andere woorden een speeltje "zoek de zeven verschillen"!
Bekende artiesten zijn onder meer Gene Vincent (Baby Blue), Jerry Lee Lewis (Great Balls Of Fire), Fats Domino (I'm In Love Again), Bill Haley & his Comets (Rip It Up), Chuck Berry (You Can't Catch Me, Little Queenie), Danny & the Juniors (At The Hop), The Del Vikings (Come Go With Me), Dion (The Wanderer), Tommy Sands (Who Baby), Frankie Lymon & the Teenagers (I'm Not A Juvenile Delinquent, het minder bekende Love Put Me Out Of My Head), Johnny Otis (Willie And The Hand Jive), Big Joe Turner (Shake Rattle And Roll), Louis Jordan (Caldonia uit 1945) en Jackie Wilson (het minder bekende You Better Know It), maar deze versies klinken dus soms maar niet altijd significant anders dan de bekende studioversies. De verhouding blank-zwart is pakweg 1 op 3 dus is er veel doo-wop als The Harptones' Oo Wee Baby, The Five Stars' Hey Juanita, The Clovers' Lovey Dovey, Lewis' Lymon & the Teenchords' Your Last Chance, The Wanderers' My First Last And Only Girl. Daarnaast zijn er ook veel ballades want in al die rock 'n' roll films zat steevast minstens één ballade of crooner, zoals hier Brook Benton's If Only I Had Known, Nora Hayes' I Guess I Won't Hang Around, The Titans' So Hard To Laugh So Easy To Cry, Roy Hamilton's The Secret Path To Love, Tony Casanova's Diary Of A High School Bride, The Platters' You'll Never Know en The Flamingos' Would I Be Crying, maar evengoed wilde rock 'n' roll (Bob Luman's This Is The Night), zwarte stormtroepers (Smiley Lewis' Shame Shame Shame), piano boogie woogie (Sugar Chile Robinson's Caldonia uit 1946), rockabilly (Carl Perkins' Glad All Over, Johnny Carroll's Rockin' Maybelle), wilde instrumentale sax honkers (Nino Tempo's Horn Rock), rhythm 'n' blues boogie (Rosco Gordon's Bop It) en twist (Sam Butera's Tag That Twistin' Dolly). Onbekend materiaal is het rockabilly-achtige Rock 'n' Roll Part 1 van The Blockbusters (geen spoor van Part 2), de rhythm 'n' blues rockers They Raided The Joint van Linda Hopkins, Fast Movin' Mama van Connie Carroll en Don't Be That Way van Reese La Rue (die komen dan ook uit een film getiteld Rockin' The Blues), de standaard medium tempo sax instrumental Dark Blue van Jimmy Daley en het keurig nette Mama Can I Go Out van Jo Ann Campbell. In beperkte mate bevat de CD ook niet-rock 'n' roll zoals Peggy Lee's trompetballade Oh Didn't He Ramble.
Hier vermelden uit welke films elke genoemde song afkomstig is zou ons te ver leiden maar kan je nalezen in de CD insert. Het zijn trouwens niet alleen films maar ook soundies en kortfilms die de periode 1934-1961 omvatten. U leest het goed, 1934, 20 jaar voor de rock 'n' roll werd uitgevonden, maar de vocal harmony scat van The Mills Brothers' Swing It Sister uit 1934 blijft verbazen, en er is nog meer van dattum met Thursday Evening Swing van The Basin Street Boys uit 1938. Veel van die films heb ik nog nooit gezien en van een aantal zoals The Duke Is Tops alias The Bronze Venus (1938), Pete Kelly's Blues (1955), Harlem Variety Revue (1955) en Baby Doll (1956) heb ik zelfs nog nooit gehoord. Mogelijk zijn het niet allemaal muziekfilms maar ook gewone films met rock 'n' roll muziek op de soundtrack. Het heeft in elk geval allemaal wel iets en voor de verzamelaar van obscuriteiten heeft het véél, maar voor de gemiddelde collectioneur volstaan uiteraard de gewone studio versies. Missie voor 2021: nu al de films vinden! Info: www.jasmine-records.co.uk (Frantic Franky)

 

I've often wondered how come there are so few soundtrack albums available for the many 1950s rock 'n' roll movies like - just to name the most famous of them all - The Girl Can't Help It (1956). Guess it has to do with the licensing rights, as The Girl Can't Help It contains so many songs from different record labels that it will be hopelessly complicated to sort out now, although there exist at least a few soundtracks. The Rock Rock Rock (1956) LP is well known, a recent one was Bear Family's (BAF11023) vinyl 10 inch of Don't Knock The Rock (1956), and Jasmine's recent James Burton CD Cannonball Rag (JASCD1086) contained (almost) all the songs from the movie Carnival Rock (1957). Still, it's like searching for needles in a haystack. You're already lucky to find one of those movie tunes as a bonus on a compilation: Ruth Brown's live version of Mama He Treats Your Daughter Mean from the movie Rock 'n' Roll Revue (1955) recently turned up on her eponymous Bear Family Juke Box Pearls CD (BCD17542). I'm sure I'm not the only one who digs rock 'n' roll movies and Jasmine spoils us, not with complete soundtracks, but with a double CD containing 58 songs culled from rock 'n' roll and related films, and what's nice is that the CD does not so much contain the studio versions of the songs used in the films (which often differed from the film versions) but mainly recordings cut straight from the available DVDs, which means for example including Alan Freed's typical announcements, sometimes with applause at the end, sometimes with film dialogue in the middle of the songs or with hands clapping along to the beat. This is quite fun if you like it, but it also means that the sound quality is sometimes a bit less dynamic. Most of us will have at least some of the studio versions of these songs anyway, like for example the genius Bill Haley instrumental Goofin' Around. Still there is something strange: Eddie Cochran's Twenty Flight Rock , clearly straight out of The Girl Can't Help It, does contain the guitar solo that was cut from the movie. On YouTube there are clips where that solo has been added again through clever editing... In other words, this CD is a kind of "spot the seven differences"!
Well known artists include Gene Vincent (Baby Blue), Jerry Lee Lewis (Great Balls Of Fire), Fats Domino (I'm In Love Again), Bill Haley & his Comets (Rip It Up), Chuck Berry (You Can't Catch Me, Little Queenie), Danny & the Juniors (At The Hop), The Del Vikings (Come Go With Me), Dion (The Wanderer), Tommy Sands (Who Baby), Frankie Lymon & the Teenagers (I'm Not A Juvenile Delinquent, the lesser known Love Put Me Out Of My Head), Johnny Otis (Willie And The Hand Jive), Big Joe Turner (Shake Rattle And Roll), Louis Jordan (Caldonia from 1945) and Jackie Wilson (the lesser known You Better Know It), but these versions sound sometimes but not always significantly different from the well known studio versions. The ratio white to black artists is about 1 to 3 so there is obviously a lot of doo-wop such as The Harptones' Oo Wee Baby, The Five Stars' Hey Juanita, The Clovers' Lovey Dovey, Lewis' Lymon & the Teenchords' Your Last Chance, The Wanderers' My First, Last And Only Girl. There are also a lot of ballads because in all those rock 'n' roll movies there was always at least one ballad or crooner, like Brook Benton's If Only I Had Known, Nora Hayes' I Guess I Won't Hang Around, The Titans' So Hard To Laugh So Easy To Cry, Roy Hamilton's The Secret Path To Love, Tony Casanova's Diary Of A High Scholl Bride, The Platters' You'll Never Know and The Flamingos' Would I Be Crying, plus wild rock 'n' roll (Bob Luman's This Is The Night), black storm troopers (Smiley Lewis' Shame Shame), piano boogie woogie (Sugar Chile Robinson's Caldonia from 1946), rockabilly (Carl Perkins' Glad All Over, Johnny Carroll's Rockin' Maybelle), wild instrumental sax honkers (Nino Tempo's Horn Rock), rhythm 'n' blues boogie (Rosco Gordon's Bop It) and twist (Sam Butera's Tag That Twistin' Dolly). Unknown material is the rockabilly-like Rock 'n' Roll Part 1 by The Blockbusters (no trace of Part 2), the rhythm 'n' blues rockers They Raided The Joint by Linda Hopkins, Fast Movin' Mama by Connie Carroll and Don't Be That Way by Reese La Rue (it's no surprise they're from a movie called Rockin' The Blues), the standard medium tempo sax instrumental Dark Blue by Jimmy Daley and the neat Mama Can I Go Out by Jo Ann Campbell. The CD even includes a few non-rock 'n' roll tracks like Peggy Lee's trumpet ballad Oh Didn't He Ramble.
To mention the title of the movie of all 58 tracks here would lead us too far, but they are in the CD insert. It's not only films but also soundies and shorts from 1934 to 1961. Yes, you read it correctly, that's 1934, 20 years before rock 'n' roll was invented. Still, the vocal harmony scat of The Mills Brothers' Swing It Sister from 1934 remains exciting, and there's more where that came from with The Basin Street Boys' Thursday Evening Swing from 1938. Many of these movies I have never seen and some I never even heard of like The Duke Is Tops alias The Bronze Venus (1938), Pete Kelly's Blues (1955), Harlem Variety Revue (1955) and Baby Doll (1956). Perhaps some of these are not music films but regular movies with rock 'n' roll music on the soundtrack. In any case, it certainly has got something, and for collectors of obscurities there is a lot to be discovered here, while for the average listener the regular studio versions will be sufficient. Mission for 2021: find the movies! Info: www.jasmine-records.co.uk (Frantic Franky)


 

 

CHERRIES ON THE LOSE VOLUME 2
Atomicat, ACCD082
English version: see below

Volume 2 van 3 in een reeks met 3 x 28 originele uitvoeringen van songs die bekender zijn geworden in andermans' versies, of hoe je een hit kan scoren door te gaan lopen met de pluimen van een ander. De originele uitvoerder werd daarbij vaak vergeten, over het hoofd gezien, of viel - zo gaat dat in de gehaaide muziekbusiness - financieel uit de boot, tenzij hij het geluk had het liedje in kwestie ook zelf te hebben geschreven én zijn zaakjes goed op orde had. De CD biedt een mooi evenwicht tussen bekende en minder bekende originele uitvoeringen: Chan Romero's Hippy Hippy Shake, Bobby Charles' See You Later Alligator en Smiley Lewis' One Night en I Hear You Knocking kent eenieder, dat Kansas City niet van Wilbert Harrison maar van Little Willie Littlefield is is minder geweten. Even zwart en even gezellig is Feel So Fine van Shirley & Lee waar Johnny Preston Feel So Good van maakte, maar wist u dat I‘m Gonna Knock On Your Door niet van Eddie Hodges is maar reeds in 1959 werd opgenomen door de later welbekende Isley Brothers? En dat Twist And Shout dan weer niet van The Isley Brothers was maar van de op en top soul klinkende Top Notes een jaartje eerder in 1961 en die zo te horen ook inspiratie vonden bij La Bamba en andere Trini Lopez klanken? Ja, zo leert een mens nog eens wat. Er is trage country (Hank Locklin's Send Me The Pillow You Dream On) en honky tonk piano country (Slim Willet's Dont Let The Stars Get In Your Eyes), maar Cherries On The Lose gaat stilistisch nog veel breder door ook crooners (Vaughn Monroe's Mr. Sandman) en plechtige vocal harmony folk (The Weavers' Kisses Sweeter Than Wine, Sealed With A Kiss niet van Brian Hyland maar van The Four Voices) te incorporeren. En meer dan één wenkbrauw zal gefronst worden bij het aanhoren van I Call Your Name van Billy J. Kramer & the Dakotas uit 1963 dat pure (rustige) beat muziek is, al vermoed ik dat vooruitstrevende Britse DJ’s het wel eens zouden kunnen gebruiken als stroll. U kent dat niet? Als pure rock 'n' roller strekt u dat tot eer, want het is een Lennon/ McCartney compositie die The Beatles pas zelf opnamen ná Billy J. Kramer & the Dakotas. Uit de in een vergeten hoekje aangetroffen oude doos waar eerst een dikke laag stof diende afgeblazen vond samensteller Mark Armstrong tenslotte de prehistorische akoestische countryblues oerversies van Corrine Corrina (Bo Carter & Charlie McCoy in 1928) en Walk Right In (Cannon's Jug Stompers in 1929).
De Elvis connectie: Big Mama Thornton's bluesy Hound Dog uit 1952 en Arthur "Big Boy" Crudup's bluesboppende My Baby Left Me uit 1950 zijn verplichte kost, Darrell Glenn's plechtige ballade Crying In The Chapel is verloren geraakt in de plooien der tijd hoewel het in 1953 een hit was - meestal wordt aangenomen dat de originele uitvoering de cover door The Orioles is. Bossa Nova Baby werd door Tippie & the Clovers opgenomen in 1962 met naar verluidt nog één originele jaren '50 Clover in de rangen, Harold Lucas, alvorens Elvis het een jaar later zou gebruiken in de film Fun in Acapulco. Maar ook Elvis zelf heeft originals op zijn naam: hij deed Mean Woman Blues vóór Jerry Lee Lewis, Cliff Richard en Roy Orbison. En omdat het niet altijd de Elvis connectie moet zijn: de Chubby Checker connectie! De originele The Twist van Hank Ballard & the Midnighters uit 1959 kent u, de eerste Pony Time door Don Covay niet.
Ontdekkingen voor mij, nochtans geen leek op het wetenschapsgebied van de originals, zijn Down The Road A Piece in de goeie pianoboogie versie van het Will Bradley Trio in 1940, de bijna musical original van Honeycomb door Georgie Shaw in 1953, en het springere hillbilly Gonna Get Along Without Ya Now (in 1979 een discohit voor Viola Wills) door Roy Hogsed in 1951. En zeg nu eens eerlijk: hoe vaak hebt u David Dante's rockender originele Speedy Gonzales al gehoord? Leuke dingen voor de mensen, en dan vooral voor die mensen die kicken op een door het Sun Valley Trio in 1950 van accordeon voorziene Hokey Pokey.
Info: www.atomi-c.at (Frantic Franky)

Volume 2 out of 3 in a series featuring 3 x 28 original versions of songs that became more famous sung by others artists, or how to score a hit with someone else's blood and sweat. In doing so the original performer was often forgotten, overlooked or - that's the way it goes in the music business -cheated out of money, unless he was lucky enough to have written the song himself and smart enough to have his affairs in order. The CD offers a nice balance between well known and lesser known original performances: everybody knows Chan Romero's Hippy Hippy Shake, Bobby Charles' See You Later Alligator and Smiley Lewis' One Night and I Hear You Knocking, but not necessarily that Kansas City is not from Wilbert Harrison but from Little Willie Littlefield. Feel So Fine by Shirley & Lee, redone by Johnny Preston as Feel So Good, is just as black and cozy as these, but did you know that I'm Gonna Knock On Your Door is not from Eddie Hodges but had already been recorded in 1959 by The Isley Brothers before they hit the big time? And that Twist And Shout is not from The Isley Brothers but from The Top Notes a year before in 1961 with a high soul factor while at the same time sounding like it was inspired by La Bamba and other Trini Lopez sounds? You learn something new every day. There's slow country (Hank Locklin's Send Me The Pillow You Dream On) and honky tonk piano country (Slim Willet's Dont Let The Stars Get In Your Eyes), but Cherries On The Lose goes stylistically much broader by incorporating crooners (Vaughn Monroe's Mr. Sandman) and solemn vocal harmony folk (The Weavers' Kisses Sweeter Than Wine, Sealed With A Kiss not by Brian Hyland but by The Four Voices). More than one eyebrow will be raised when hearing 1963's I Call Your Name by Billy J. Kramer & the Dakotas which is pure (quiet) beat music, although I suspect progressive British rock 'n' roll DJs might use it as a stroll. You don't know that song? As a pure rock 'n' roller that does you credit, because it's a Lennon/Mccartney composition which The Beatles only recorded after Billy J. Kramer & the Dakotas. From an old box covered with a thick layer of dust found in a forgotten corner compiler Mark Armstrong dug up the prehistoric acoustic country blues versions of Corrine Corrina (Bo Carter & Charlie McCoy in 1928) and Walk Right In (Cannon's Jug Stompers in 1929).
The Elvis connection: Big Mama Thornton's bluesy 1952 Hound Dog and Arthur "Big Boy" Crudup's bluesbopping 1950 My Baby Left Me are compulsory, while Darrell Glenn's solemn ballad Crying In The Chapel got lost in the mists of time even though it was a hit in 1953 - it's usually assumed that the original performance was the cover version by The Orioles. Bossa Nova Baby was recorded by Tippie & the Clovers in 1962 with reportedly one original fifties Clover still in the ranks, Harold Lucas, before Elvis would use it a year later in the movie Fun in Acapulco. But Elvis himself also has originals to his name: the king did Mean Woman Blues before Jerry Lee Lewis, Cliff Richard and Roy Orbison. And because it doesn't always have to be the Elvis connection: the Chubby Checker connection! You know the original The Twist by Hank Ballard & the Midnighters from 1959, but you don't know the first Pony Time by Don Covay.
Discoveries for me, not a newcomer when it comes to the science of originals, are Down The Road A Piece in the good piano boogie version of the Will Bradley Trio in 1940, the almost variety show original of Honeycomb by Georgie Shaw in 1953, and the jumping hillbilly Gonna Get Along Without Ya Now (in 1979 a disco hit for Viola Wills) by Roy Hogsed in 1951. And let's be honest: how many times have you heard David Dante's more rockin' original Speedy Gonzales? Fun stuff for the people, especially for those people who kick on a Hokey Pokey from 1950 featuring accordion by The Sun Valley Trio. Info: www.atomi-c.at (Frantic Franky)



Lees hier de oudere recensies

Terug naar de voorpagina