(reclame)


Je recente release (muziek, boek of wat dan ook) gerecenseerd op onze website? Stuur deze dan naar de hoofdredactie!
Your recent release (music, book or whatever) reviewed on our website? Send it to our editor-in-chief!

 

16 juni 2021

CD Recensies

JAMBALAYA (ON THE BAYOU): THE HANK WILLIAMS SONGBOOK AND MORE VOLUME 3
Atomicat, ACCD031
English version: see below

Het derde en laatste deel in deze Hank Williams cover reeks is extra interessant omdat de CD in tegenstelling tot de eerste twee delen die focusten op hillbilly ook aandacht besteedt aan de invloed die de op nieuwjaarsdag 1953 overleden Hank Williams had op de opkomende rock 'n' roll revolutie. Dat is uiteraard tegelijk een bewijs voor de tijdloosheid van de songs van Hank Williams: zet er een beat op en zijn muziek wordt probleemloos rock 'n' roll: Laura Lee Perkins' I Just Don't Like This Kind Of Livin' is female rockabilly, Conway Twitty zet de ballade You Win Again geheel naar zijn hand, en Carl Perkins rockt in 1958 post-Sun met Hey Good Lookin'. Toch bevat de 30 track CD ook flink wat country boogie, zowel smooth (Eddie Dean's Baby We're Really In Love), vlot swingend (Eddie Marshall & the Trail Dusters' Honky Tonk Blues) als medium tempo, zeg maar country bop, tot variété country toe (Ray Pilgrim's Lovesick Blues). Twee van de beste nummers zijn naar mijn smaak Billy Mure's uptempo instrumentale indianen op het oorlogspad versie van Ramblin' Man door Billy Mure, en Kaw-Liga dat in de uitvoering van Rusty & Doug Kershaw with Wiley Barkdull een heel ander en erg knap meerstemmig arrangement krijgt. Rusty & Doug komen later nog terug met een rock-a-bop cover van Why Don't You Love Me die in 1958 op de B-kant van Hey Mae stond. Op het hoesje van de CD staat onder meer een foto van Jack Scott maar door een foutje bij de mastering is zijn nummer vervangen door Ricky Nelson, een beetje ongelukkig omdat Scott's gospel-achtige rock 'n' roll cover van Hank Williams' I'm Satisfied veel minder bekend is dan Nelson's rockabilly versie van My Bucket's Got A Hole In It dat waarschijnlijk daardoor het enige nummer is dat in twee verschillende versies op de CD staat. De CD toont evenwel niet enkel Hank Williams' invloed op de rock 'n' roll, maar geeft ook aan dat Williams - en dat wordt vaak over het hoofd gezien - evengoed zijn sporen naliet in de zwarte muziek. Ondanks alle rassenscheiding in die dagen waren ze niet gek: een goed liedje is een goed liedje, en als het blanke publiek iets kocht was er geen enkele reden om aan te nemen dat je het niet aan de zwarte medemens kon slijten. Voorbeelden hier zijn de jivende doo-wop van The Pearls' Your Cheating Heart en de big band swing van The Delta Rhythm Boys' I'll Never Get Out Of This World Alive, terwijl Johnny "Guitar" Watson, toch voornamelijk een blues artiest, in 1963 begeleid door de band van Johnny Otis een mooie jazzy swingende Cold Cold Heart neerzette. 't Is eigenlijk gek, maar een van de allerbekendste en populairste Hank Williams covers is zwart, meer bepaald Fats Domino's gezellige Jambalaya, zo op en top Fats dat je zou vergeten dat het een Hank Williams song is. Over Jambalaya gesproken, Eddie Shuler' All Star Reveliers herwerkten dat nummer met positief resultaat tot de onherkenbare cajun stomper Jambalaya Boogie. En vóór u denkt dat The Louisiana Rounders de melodie van Jambalaya stalen: hun Alons [sic] Kooche Kooche is veel ouder, namelijk uit 1937, en één van de songs die de inspiratiebron vormden voor Jambalaya!
Sommige nummers hier zijn niet door Hank Williams geschreven en zelfs nooit officieel door hem opgenomen, maar zong hij wel live op de radio, opnames die in veel gevallen bewaard zijn gebleven en inmiddels in het lang en het breed op plaat en CD uitgebracht. Voorbeelden hier zijn Moon Mullican's origineel van I'll Sail My Ship Alone, When The Saints Go Marching In dat in de versie van Fats Domino's orkestleider Dave Bartholomew New Orleans boogie woogie met invloed van de dixieland jazz wordt, en de singing cowboy classic Cool Water in de plechtige, haast gospel geworden zwarte vocal harmony versie van The Four Tunes. De "and more" in de CD titel slaat op een aantal nummers die niet door Williams werden geschreven of door hem gezongen, maar wel zijdelings met de Hillbilly Shakespeare te maken hebben zoals de vlot swingende country boogie van Cousin Ford Lewis' Jukebox Cannonball dat net als Hank Williams' California Zephyr gebaseerd is op de Wabash Cannonball. Williams heeft de Wabash Cannonball zelf misschien ook gezongen op de radio, maar als dat zo is is zijn versie mij onbekend. Hank Thompson's How Cold Hearted Can You Get is gebaseerd op Williams' Cold Cold Heart, net zoals Al Terry's No No John de mostaard haalde bij Dear John. Lou Graham's Two Timin' Blues stond in 1951 op de B-kant van zijn Hank Williams cover Long Gone Daddy en is helemaal gemodelleerd op diens Lovesick Blues. Graham wordt in dit nummer begeleid door Bill Haley's toenmalige begeleidingsband The Saddlemen bij wie hij mogelijk ooit de contrabas beroerde, en nam in 1957 de bekende rockabilly stroll Wee Willie Brown op, naar verluidt met The Comets als begeleiders. Aan Lattie Moore's I'm Gonna Tell You Something, medium tempo country bop, werd meegeschreven door Hank Wiliams' steelgitarist Don Helms die ook meespeelt op het nummer, en er is nog country boogie met Ray Price's Mind Your Own Business-achtige I've Got To Hurry Hurry Hurry waarop ook een stel Drifting Cowboys meespeelt. Daarnaast blijft ook het vat Hank Williams tributes voorlopig bodemloos: Jimmy Swan's The Last Letter is zo'n typisch met snik in de stem gesproken eerbetoon zoals ze er in 1953 aan de lopende band werden uitgepompt.
De CD bevat tot slot ook drie moderne opnames die bewijzen dat in recentere tijden de rol van Hank Williams nog niet is uitgespeeld. The Chome Daddies uit Australië brengen met veel steel gitaar het zelfgeschreven countrybilly nummer Ramblin' On (2003) dat een stuk van de melodie van I Can't Help It (If I'm Still In Love With You) leent, fifties rocker Huelyn Duvall's rockabilly cover van My Bucket's Got A Hole In It (2003) zit helemaal snor door de authentieke begeleiding van Wildfire Willie & the Ramblers (S) met extra piano, en die andere fifties rocker Rayburn Anthony met in zijn kielzog The Round Up Boys (D) blijft zijn titel I Don't Sing Hank Williams Anymore (2006) getrouw door muzikaal meer naar Johnny Cash als naar Hank Williams te refereren. Info: www.vintagerockinroots.com (Frantic Franky)

The third and final instalment in this Hank Williams cover series is extra interesting because unlike the first two parts which focused on hillbilly, Volume 3 CD also pays attention to the influence that Hank Williams who died on New Year's Day 1953 had on the emerging rock 'n' roll revolution. This is of course also proof of the timelessness of Hank Williams' songs: add a beat and without any problem his music becomes rock 'n' rol: Laura Lee Perkins' I Just Don't Like This Kind Of Livin' is female rockabilly, Conway Twitty effortlessly makes the ballad You Win Again all his own, and Carl Perkins in 1958 rocks Hey Good Lookin' post-Sun. Still the 30 track CD also contains quite a bit of country boogie, be it smooth (Eddie Dean's Baby We're Really In Love), casually swinging (Eddie Marshall & the Trail Dusters' Honky Tonk Blues), medium tempo country bop or variety style (Ray Pilgrim's Lovesick Blues). For my money two of the best songs here are Billy Mure's uptempo instrumental indians on the warpath version of Ramblin' Man, and Kaw-Liga which gets a very different but excellent vocal arrangement by Rusty & Doug Kershaw with Wiley Barkdull. Rusty & Doug return later with a rock-a-bop cover of Why Don't You Love Me that in 1958 was on the B-side of Hey Mae. The CD features Jack Scott on the cover but due to a mastering error his song was replaced by Ricky Nelson, a bit unfortunate since Scott's gospel-like rock 'n' roll cover of Hank Williams' I'm Satisfied is much less known than Nelson's rockabilly version of My Bucket's Got A Hole In It which probably as a result is the only song to appear on the CD twice in two different versions. The CD not only shows Hank Williams' influence on rock 'n' roll but also points out that Williams - which is often overlooked - also left his mark on black music. In spite of all the racial segregation in those days they were not stupid: a good song is a good song and if the white audience bought it there was no reason you couldn't sell it to the afro-american market. Examples here include the jiving doo-wop of The Pearls' Your Cheating Heart and the big band swing of The Delta Rhythm Boys' I'll Never Get Out Of This World Alive, while Johnny "Guitar" Watson, primarily known as a blues artist, in 1963 committed a cool jazzy swinging Cold Cold Heart to wax accompanied by Johnny Otis' band. It's odd if you consider that one of the best known and most popular Hank Williams covers is black, more specifically Fats Domino's feel good Jambalaya, so 100 % Fats that you'd forget it's a Hank Williams song. Speaking of Jambalaya, Eddie Shuler's All Star Revelers reworked it with positive results as the unrecognizable cajun stomper Jambalaya Boogie. And before you think that The Louisiana Rounders stole the Jambalaya melody: their Alons [sic] Kooche Kooche is much older, going all the way back to 1937, and is in fact one of the songs that inspired Jambalaya!
Some of the songs here were not written by Hank Williams and were never even officially recorded by him, but he sang them live on the radio, performances that in many instances were preserved and have since been released on vinyl and CD. Examples here include Moon Mullican's original version of I'll Sail My Ship Alone, When The Saints Go Marching In which in Fats Domino's bandleader Dave Bartholomew's version becomes New Orleans boogie woogie influenced by dixieland jazz, and the singing cowboy classic Cool Water in the solemn almost gospel black vocal harmony version by The Four Tunes. The "and more" in the CD title refers to a number of songs that were not written by Williams or sung by him, but relate indirectly to the Hillbilly Shakespeare such as the smooth swinging country boogie of Cousin Ford Lewis' Jukebox Cannonball which, like Hank Williams' California Zephyr, is based on the Wabash Cannonball. Williams may have sung the Wabash Cannonball himself on the radio, but if he did I never came across his version. Hank Thompson's How Cold Hearted Can You Get is based on Williams' Cold Cold Heart, just like Al Terry based his No No John on Dear John. Lou Graham's Two Timin' Blues was in 1951 the B-side of his Hank Williams cover Long Gone Daddy and is modeled entirely on the latter's Lovesick Blues. Graham is accompanied on this song by Bill Haley's backing band at the time The Saddlemen with whom he maybe played the double bass at one point, and in 1957 went on to record rockabilly stroll Wee Willie Brown, reportedly with The Comets as accompanists. Lattie Moore's I'm Gonna Tell You Something, medium tempo country bop, was co-written by Hank Wiliams' steel guitarist Don Helms who also plays on the song, and there's more country boogie with Ray Price's Mind Your Own Business-like I've Got To Hurry Hurry Hurry recorded with several Drifting Cowboys. The barrel of Hank Williams tributes also remains bottomless for the time being: Jimmy Swan's The Last Letter is a typical tribute spoken with a sob in the voice like they pumped 'em out on the assembly line in 1953.
Finally the CD contains three modern recordings that prove that even in more recent times Hank Williams' is still an inspiration. The Chome Daddies from Australia use a lot of steel guitar on their self-written countrybilly song Ramblin' On (2003) that borrows part of the melody of I Can't Help It (If I'm Still In Love With You), fifties rocker Huelyn Duvall's rockabilly cover of My Bucket's Got A Hole In It (2003) is everything it has to be with the authentic accompaniment provided by Wildfire Willie & the Ramblers (S) with extra piano, and that other fifties rocker Rayburn Anthony rounding up The Round Up Boys (D) stays true to the title of his I Don't Sing Hank Williams Anymore (2006) by musically referencing Johnny Cash more than Hank Williams. Info: www.vintagerockinroots.com (Frantic Franky)


SUMMERTIME SCORCHERS VOL 1
Atomicat, ACCD076
English version: see below

Op 21 juni begint de zomer en die kan alleen maar beter zijn dan die van vorig jaar nu alles langzaamaan lijkt te heropenen. Probeer het allemaal een beetje veilig te houden, mensen, en vooral dan de anti-vaxxers onder jullie, zodat na de zomer heel Europa weer niet opnieuw in lockdown moet. In elk geval: bij de zomer horen feestjes, bij feestjes hoort muziek, muziek mag alleen maar rock 'n' roll zijn, en wie geen DJ in zijn vriendenkring heeft legt gewoon deze CD op voor een portie zonnige zomermuziek. Voor wie zich altijd al afvroeg wie samensteller Mark Armstrong, Brits DJ woonachtig in Duitsland, nu eigenlijk is: zijn tronie staat rechts op de hoes, de figuur links is de Braziliaanse illustrator Henrique San die het artwork van deze CD verzorgde, en samen bouwen ze op het strand een feestje met enkele dames die er uit zien als Flintstones meisjes die na enkele cocktails flink onderuit zijn gegaan, hahaha. Tijd voor een Beach Party, en Bob Jaxon nodigt ons in de gelijknamige opener uit met blanke rock 'n' roll met opvallende Les Paul-achtige gitaar. Voor ons hoeft dat niet persé op het strand maar mag het het ook gewoon een Rock 'n' Roll Party zijn, bij Big Dave beschaafde rock 'n' roll swing met als ongewoon wapenfeit een orgelsolo. Party Time, aldus Sal Mineo die toont dat ie naast acteren, onder meer naast James Dean in Rebel Without A Cause, ook voldoende kon zingen om niet door de grond te moeten zakken van schaamte. Dat van die zomer is uiteindelijk slechts een excuus want als pintje bij paaltje komt vallen officieel slechts één derde van de 30 tracks onder dat thema, zoals daar zijn Jamie Coe's uiterst jive-bare Chuck Berry kopie Summertime Symphony, misschien wel de beste Chuck Berry kopie ooit, die klinkt als Surfin' USA van The Beach Boys zonder surf vocals maar mét Johnnie Johnson-styled piano. De CD bevat nog meer rock 'n' roll met grote productiewaarden, achtergrondkoortjes en alles erop en eraan zoals Johnny O'Neill's Beach Doll, altijd goed voor fun in het zand, net als Elvis' Slicin' Sand, zo'n typisch vlot Elvis nummer uit een beach film, in dit geval Blue Hawaii uit 1961. Hawaii is synoniem met zon, strand en tiki, en in het geval van The De Castro Sisters' Rockin' And Rollin' In Hawaii ook met big band rock 'n' roll swing. Queen Of The Beach is een vroege single uit 1959 van Carole King, toen vooral bekend als componiste (The Shirelles' Will You Love Me Tomorrow, Little Eva's The Loco-Motion, Bobby Vee's Take Good Care Of My Baby) en vanaf de jaren' 70 ook actief als singer-songwriter. Veel bekender, of in elk geval meer cult, is Rodney & the Blazers' Summertime Rock, een alles omver blazende instrumentale sax-/ gitaarversie van George Gershwin's Summertime. Er is nog instrumentaal werk met Let's Go Trippin', origineel surf van Dick Dale maar hier door Milt Rogers uitgevoerd in traditionelere gitaar/sax stijl. Everybody Out'ta The Pool blijft een geweldige uptempo gitaar/piano stroll door The Lifeguards, naar verluidt Bill Haley's Comets onder een schuilnaam zonder hun frontman. Een andere onweerstaanbare feestplaat is Freddy Cannon's Palisades Park met het geluid van roetsjbanen en genoemd naar het in 1971 gesloten pretpark in New Jersey. Een bekend nummer dat op zich niets met de zomer te maken heeft is Warren Smith's Sun rockabilly Rock 'n' Roll Ruby gecoverd als big band rock 'n' roll door Rusty Draper, en een andere Sun connectie (hebt u 'em? sun = zon = zomer) is de vlotte rock 'n' roll cover van Flip Flop And Fly door Billy Lee Riley in 1961 op het Home Of The Blues label gevestigd op Beale Street in Memphis. Er is Billy Adams' rockabillystomper You Gotta Have A Duck Tail (een fris zomerkopje is altijd meegenomen), rare rockabilly met Rudy Hayden & the Country Boys' Want Me A Woman, en er zijn stevige rockers met Harry Lee's You Don't Know, Jackie Cannon's Proof Of Your Love en Lou Josie's Breezin' Out. Stop is een geweldig begin jaren '60 nummer van Clyde McPhatter op de muziek van indianen op het oorlogspad. Geen flauw idee wat het met de zomer te maken heeft, maar het klinkt schitterend. Er zijn enkele meidengroepen (SPCLG (Society For The Prevention Of Cruelty To Little Girls) door The Society Girls, Maureen Gray's aanstekelijke Come On And Dance), maar evengoed doo-wop met The Paramounts en hun Girl Friend. Afsluiten doen we met Barry Etris' cover van Cliff Richard's The Young Ones, teen rock met - jawel - mariachi trompetten. Samen zijn dat 30 gevarieerde rock 'n' roll tracks 1955-1963 met een licht overwicht aan blanke dans rock 'n' roll (The Tyrones' Giggles, het Seventeen-achtige Cool Disk Jockey van Boyd Bennett, The Platters zoals u hen nog nooit hebt horen rocken in de jiver Hula Hop), en meer moet dat niet zijn als wij onze twintigste mojito achterover kappen en álle dames op Flintstones meisjes beginnen lijken. Info: www.vintagerockinroots.com (Frantic Franky)

Summer officially begins on June 21 and it can only get better than last year as the world slowly starts to reopen. Try to keep it safe, folks, especially the anti-vaxxers among you, so that after the summer the whole of Europe doesn't have to go in lockdown again. Anyway: summer means parties, parties mean music, music can only be rock 'n' roll, and if none of your friends wants to deejay just put on this CD for non stop sunny summer music. If you've always wondered who is compiler Mark Armstrong, British DJ living in Germany: his mug is on the right side of the cover, the dude on the left is Brazilian illustrator Henrique San who did the artwork for this CD, and together they are having a party on the beach with some ladies who look like Flintstones girls who had too much too drink, hahaha. Time for a Beach Party, and Bob Jaxon invites us in the eponymous opening track with white rock 'n' roll with striking Les Paul-like guitar. For us it doesn't necessarily have to be on the beach, it might just as well be just a Rock 'n' Roll Party, which in the case of Big Dave is civilized rock 'n' roll swing with a surprising organ solo. Party Time, says Sal Mineo who shows that besides acting, for example alongside James Dean in Rebel Without A Cause, he could also sing enough not to embarrass himself. The summer theme turns out to be only an excuse because when all is said and done only one third of the 30 tracks officially fall under that theme, for example Jamie Coe's extremely jive-able Chuck Berry copy Summertime Symphony, perhaps the best Chuck Berry copy ever, sounding like The Beach Boys's Surfin' USA without surf vocals and with Johnnie Johnson-styled piano. The CD contains more rock 'n' roll with big production values, backing vocals and all the trimmings like Johnny O'Neill's Beach Doll, always good for fun in the sand, as well as Elvis' Slicin' Sand, a typical quality Elvis beach movie song, in this case from 1961's Blue Hawaii. Hawaii is synonymous with sun, beach and tiki, and in the case of The De Castro Sisters' Rockin' And Rollin' In Hawaii also with big band rock 'n' roll swing. Queen Of The Beach is an early single by Carole King, in 1959 better known as a composer (The Shirelles' Will You Love Me Tomorrow, Little Eva's The Loco-Motion, Bobby Vee's Take Good Care Of My Baby) and from the 1970s on active as a singer-songwriter. Cult is Rodney & the Blazers' Summertime Rock, an all-out blasting instrumental sax/guitar version of George Gershwin's Summertime. There's another instrumental with Let's Go Trippin', originally surf by Dick Dale but performed here by Milt Rogers in a more traditional guitar/sax style. Everybody Out'ta The Pool is a great uptempo guitar/piano stroll by The Lifeguards, allegedly Bill Haley's Comets under an alias and without their frontman. Another irresistible party record is Freddy Cannon's Palisades Park featuring the sounds of rollercoasters and named after the New Jersey amusement park that closed in 1971.
A well-known song which in itself has nothing to do with summer is Warren Smith's Sun rockabilly Rock 'n' Roll Ruby covered as big band rock 'n' roll by Rusty Draper, while another Sun connection (got it? sun = summer) is the smooth rock 'n' roll cover of Flip Flop And Fly by Billy Lee Riley in 1961 on the Home Of The Blues label based on Memphis' Beale Street. There's Billy Adams' rockabilly stomper You Gotta Have A Duck Tail (a short haircut always comes in handy in the summer), strange rockabilly with Rudy Hayden & the Country Boys' Want Me A Woman, and solid rockers with Harry Lee's You Don't Know, Jackie Cannon's Proof Of Your Love and Lou Josie's Breezin' Out. Stop is a great early sixties song by Clyde McPhatter set to the sounds of indians on the warpath. No clue what it has to do with summer, but it sure is excellent. There are girl group sounds (SPCLG (Society For The Prevention Of Cruelty To Little Girls) by The Society Girls, Maureen Gray's catchy Come On And Dance), as well as doo-wop with The Paramounts and their Girl Friend. The party ends with Barry Etris' cover of Cliff Richard's The Young Ones, teen rock with - believe it or else - mariachi trumpets. Together that makes 30 varied rock 'n' roll tracks 1955-1963 with a slight predominance of white rock 'n' roll aimed at the dance floor (The Tyrones' Giggles, Boyd Bennett's Seventeen-esque Cool Disk Jockey, The Platters like you've never heard them rock out in the jiver Hula Hop), and that's all it needs to be when we're knocking back our twentieth mojito and àll the ladies start to look like Flintstones girls who had too much too drink. Info: www.vintagerockinroots.com (Frantic Franky)


KOKO-MOJO DINER VOLUME 3: SOUTHERN MENU
Koko-Mojo, KM-CD-125
KOKO-MOJO DINER VOLUME 4: RIB JOINT
Koko-Mojo, KM-CD-126
English version: see below

De eerste twee Koko-Mojo Diner CD’s vonden wij best te pruimen en dus laten we ook deel 3 en 4 niet aan ons voorbijgaan. Het recept is bekend: een 28 gangen menu zwarte rock 'n' roll in alle soorten, maten en genres over het belangrijkste onderwerp ter wereld, namelijk hoe snel dik te worden. Muziek mag dan wel binnenkomen langs de oren, de liefde van de man gaat nog steeds door de maag. Het bekendste nummer op Volume 3 is wellicht The Greasy Chicken van gepatenteerde viespeuk André Williams die nog een tweede keer de tafel afschuimt met Please Pass The Biscuits, de enige volbloed rocker is misschien Etta James' Shortnin’ Bread Rock. Voorts bevat de succulente selectie die niet alleen uw smaakpapillen zal strelen op Volume 3 en 4 onder meer New Orleans rock 'n' roll (The Counts' Hot Tamales, de mardi gras mambo van Dave Bartholomew's Shrimp And Gumbo), doo-wop (The Moroccos' Red Hots And Chili Mac, The Marylanders' Fried Chicken, Don & Juan's Chicken Necks, het gestoorde Gumbo van The Shades Of Rhythm featuring Bob Williams, Pizza Pie van de blank/zwarte Norman Fox & the Rob Roys, Marvin & Johnny met het vervolg op hun eigen Cherry Pie getiteld Second Helping Of Cherry Pie, The Marathons' Peanut Butter dat blijkbaar van de Cruisin' 1961 CD werd gehaald want de outro van dit nummer en daarmee de outro van Volume 4 is radiocommentaar van DJ Arnie Ginsburg op Radio WMEX uit Boston), rhythm 'n' blues boogie (Wynonie Harris' I Like My Baby’s Pudding, Cecil Gant's Owl Stew, King Porter's Chitlin’ Ball, Stick McGhee's Southern Menu, Eddie “Lockjaw” Davis' Mountain Oysters), GI jive (Fats Waller's All That Meat And No Potatoes, The Guy Brothers' I Like Barbecue, Savannah Churchill's Fat Meat Is Good Meat, Louis Jordan's Chicken Back, Cab Calloway's Everybody Eats When They Come To My House, Count Basie's instrumentale Ham ‘n’ Eggs), frolic diner (The Scamps' Enchilada, Nat Kendrick's Pig Eyes Part 1, Felix Garcia's Two Tacos, Ernie Freeman's Dumplins), rustige vocal harmony (The Three Riffs' Barbeque Ribs), instrumentale striptease saxers (Spot Barnett's Sweet Meats, Kid King’s Combo's Chocolate Sundae, Noble “Thin Man” Watts' Flapjack, Sam Price's Rib Joint), ska ritmes (Bulee Gaillard & his Southern Fried Orchestra's Eatin' With The Boogie, Mike Pedicin's Burnt Toast And Black Coffee), early sixties workouts (Skip Manning's Ham ‘n’ Eggs, Harold Burrage's You Eat Too Much), vibrafoon swing (Lionel Hampton's Ribs And Hot Sauce), semi-akoestische country blues (Washboard Sam's Barbecue, Jim Jackson's tekenfilm-achtige I Heard The Voice Of A Pork Chop, Brownie McGhee's Barbecue Any Old Time) die uitmondt in blues bop (Hop Wilson's Chicken Stuff), hongaarse dixieland swing (Pee Wee Hunt's Hunt’s Goulash) en popcorn noir (Titus Turner's Hungry Man, John Lee Hooker's Onions dat lijkt op Green Onions van Booker T. & the M.G.'s met een tekst, maar wel zelfgeschreven natuurlijk, net zoals Danny Bell & The Bell Hops' Chili With Honey eigenlijk gewoon Tequila is). Het bijzonderste nummer is They're Red Hot uit - jawel - 1936 van bluespionier Robert Johnson (hij die zijn ziel verkocht aan de duivel op de crossroads) dat zoniet muzikaal dan toch wel tekstueel enige gelijkenis vertoont met Billy "The Kid" Emerson en Billy Lee Riley. Tot daar aan toe, maar Bill Jennings & Jack McDuff's groovy jazz gitaar/orgel instro Cole Slaw is mogelijk te ver van uw eettafel. Nog jazz, zelfs Blue Note jazz, is Kenny Burrell's Chitlins Con Carne Part 1. Of u de shoarma muziek van Ralph Marterie's Shish Kebab, in 1957 een Top 10 hit in de Billboard Hot 100, goed vindt zal dan weer afhangen van hoe graag u looksaus lust. Nog meer shoarma rock 'n' roll is de geheel onverdachte Titus Turner's cover van Jambalaya. Geen idee of er nog CDs gaan komen in deze reeks of dat dit de laatste twee zijn, maar wij hebben er voorlopig nog geen indigestie van. Info: www.vintagerockinroots.com en daar vragen naar chefkok Little Victor Mac. (Frantic Franky)

We dug the first two Koko-Mojo Diner CDs, so we're not gonna say "no" to parts 3. The recipe is familiar, a 28 course menu of black rock 'n' roll in all shapes, sizes and genres about the most important subject in the world: how to get fat fast. Music may enter through the ears, but the way to a man's heart is still through his stomach. The best known song on Volume 3 is The Greasy Chicken by patented sleazebag André Williams who comes around again for dessert with Please Pass The Biscuits, the only full blooded rocker is perhaps Etta James' Shortnin' Bread Rock. Volume 3 and 4's succulent selection that will not only delight your taste buds includes New Orleans rock 'n' roll (The Counts' Hot Tamales, the mardi gras mambo of Dave Bartholomew's Shrimp And Gumbo), doo-wop (The Moroccos' Red Hots And Chili Mac, The Marylanders' Fried Chicken, Don & Juan's Chicken Necks, the deranged Gumbo from The Shades Of Rhythm featuring Bob Williams, Pizza Pie from the black and white Norman Fox & the Rob Roys, Marvin & Johnny with the sequel to their own Cherry Pie entitled Second Helping Of Cherry Pie, The Marathons' Peanut Butter which was apparently lifted from the Cruisin' 1961 CD because the outro of this song and thus the outro of Volume 4 is radio commentary by DJ Arnie Ginsburg on Radio WMEX from Boston), rhythm 'n' blues boogie (Wynonie Harris' I Like My Baby's Pudding, Cecil Gant's Owl Stew, King Porter's Chitlin' Ball, Stick McGhee's Southern Menu, Eddie "Lockjaw" Davis' Mountain Oysters), GI jive (Fats Waller's All That Meat And No Potatoes, The Guy Brothers' I Like Barbecue, Savannah Churchill's Fat Meat Is Good Meat, Louis Jordan's Chicken Back, Cab Calloway's Everybody Eats When They Come To My House, Count Basie's instrumental Ham 'n' Eggs), frolic dinner (The Scamps' Enchilada, Nat Kendrick's Pig Eyes Part 1, Felix Garcia's Two Tacos, Ernie Freeman's Dumplins), relaxed vocal harmony (The Three Riffs' Barbeque Ribs), instrumental striptease saxes (Spot Barnett's Sweet Meats, Kid King's Combo's Chocolate Sundae, Noble "Thin Man" Watts' Flapjack, Sam Price's Rib Joint), ska rhythms (Bulee Gaillard & his Southern Fried Orchestra's Eatin' With The Boogie, Mike Pedicin's Burnt Toast And Black Coffee), early sixties workouts (Skip Manning's Ham 'n' Eggs, Harold Burrage's You Eat Too Much), vibraphone swing (Lionel Hampton's Ribs And Hot Sauce), semi-acoustic country blues (Washboard Sam's Barbecue, Jim Jackson's cartoon-like I Heard The Voice Of A Pork Chop, Brownie McGhee's Barbecue Any Old Time) that turns into blues bop (Hop Wilson's Chicken Stuff), Hungarian dixieland swing (Pee Wee Hunt's Hunt's Goulash) and popcorn noir (Titus Turner's Hungry Man, John Lee Hooker's Onions which sounds like Green Onions by Booker T. & the M.G.'s with lyrics, but self-written of course, just like Danny Bell & The Bell Hops' Chili With Honey is actually Tequila). The most remarkable song is They're Red Hot from - yes indeed - 1936 by blues pioneer Robert Johnson (he who sold his soul to the devil at the crossroads) which if not musically then at least textually bears some resemblance to Billy "The Kid" Emerson and Billy Lee Riley. So far so good, but Bill Jennings & Jack McDuff's groovy jazz guitar/organ instro Cole Slaw may be too far removed from your dinner table. Also jazz, even Blue Note jazz, is Kenny Burrell's Chitlins Con Carne Part 1. Whether you dig the shoarma music of Ralph Marterie's Shish Kebab, a Billboard Hot 100 Top 10 hit in 1957, will depend on how much you like garlic sauce. Even more shoarma rock 'n' roll is the completely unsuspicious Titus Turner's cover of Jambalaya. No idea if there will be more CDs in this series or if these are the last two, but for now we don't have an indigestion yet.
Info: www.vintagerockinroots.com and ask for chef Little Victor Mac. (Frantic Franky)

9 juni 2021

ROCKIN' ROLLIN' COVERS VOL. 1
Atomicat, ACCD089
English version: see below

Van originals bestaat er slechts één echte originele versie, maar covers kan je blijven opspitten en dat maakt het zo leuk. Samensteller Mark Armstrong zocht er hier 30 bij elkaar en je moet al uit goeden huize komen om die allemaal te kennen, laat staan te hebben. Géén slappe opvullertjes made in Europa, schreeuwt de promo, maar alleen Amerikaanse en Australische covers uit de tijdspanne 1952-1963. En Nieuw-Zeelandse, want daar kwamen The Keil Isles vandaan wiens Boogie Boy white rock klinkt in vergelijking met Gene Vincent's gepolijste origineel Be Bop Boogie Boy. Rock Me My Baby kent u als een gedreven rocker van Buddy Holly, de versie van Dorothy Collins is variété rock 'n' roll, en Rusty York komt een maatje te kort om Peggy Sue te evenaren. This Little Girl Of Mine zal u wellicht kennen van The Everly Brothers maar is eigenlijk van brother Ray Charles. Hier hebben we recht op de krakende teenrock versie van The Half Brothers. Een ander Everly Brothers nummer dat niet van de broertjes is is het door Titus Turner geschreven Hey Doll Baby waarvan de eerste opname gebeurde door The Clovers. De uitvoering hier door Ray & Lindy uit 1957 is duidelijk geïnspireerd op Don en Phil. Titus Turner zelf zou het pas opnemen in 1961! The Everly Brothers coverden ook Little Richard's Lucille en Rip It Up maar zijn Long Tall Sally hebben ze nooit opgenomen terwijl dat nummer toch door waarlijk iederéén is gezongen. De versie hier door Johnny Otis is een noot voor noot cover met ook vocaal een verbazingwekkende Little Richard imitatie. Een andere onwaarschijnlijke soundalike is ene Ed Hardin die in One Broken Heart For Sale zijn innerlijke Elvis channelt - dit moet wel een budget cover geweest zijn, zoals de naam van het label, Hit Records, al aangeeft. Big Joe Turner heeft veel originals op zijn naam maar zijn gladgevijlde jive classic Corrine Corrina behoort daar niet toe, want die gaat terug tot eind jaren '20 en is mogelijk zelfs een traditional. Ook Hearts Made Of Stone is vaak gecoverd en de versie van The Fontane Sisters klinkt als The Andrews Sisters in een zedig fifties cocktailjurkje. Tot de covers die bekender zijn dan hun origineel behoort Tommy Blake's Sun rockabilly classic Flat Foot Sam, oorspronkelijk van de zwarte TV Slim in een beetje een Fats Domino stijl. Nog meer Sun is Warren Smith's Ubangi Stomp door coveraar bij uitstek Jerry Lee Lewis, zijn Rock 'n' Roll Ruby als uptempo rockabilly door Ted Daigle en Roy Orbison's Down The Line als Ricky Nelson-billy. Post-Sun is Carl Perkins anno 1958 op Columbia met zijn rock 'n' roll interpretatie van Curtis Gordon's semi-akoestische rockabilly Sittin' On Top Of The World.
Pat Flowers' Ain't That Just Like A Woman is de swingende big band rock 'n roll versie uit 1956 van het Louis Jordan nummer uit 1946 dat Flowers zelf al trager had opgenomen - hier covert hij dus eigenlijk zichzelf. Ook van Louis Jordan is Caldonia, hier in Chuck Willis' zwarte rock 'n' roll versie uit 1958. Willis was op zijn beurt in 1952 schrijver en originele uitvoerder van Loud Mouth Lucy dat we horen in de versie van de smakelijk genaamde Pigmeat Peterson uit hetzelfde jaar 1952, zwarte pré-rock 'n' roll met rhythm 'n' blues gitaar. Er is doo-wop jive met The Five Keys (That's What You're Doing To Me van Billy Ward & the Dominoes), en Larry Collins van The Collins Kids brengt een pracht van een twangy gitaarversie van het van Johnny Cash bekende Johnny Yuma The Rebel, een soort uptempo Duane Eddy zonder sax. Onbekende stuff is Drive In Movie, origineel van Ron Hargrave en op Rockin' Rollin' Covers in de snellere versie Mickey Gilley die uitstekend rockt. Western swing classic Chew Tobacco Rag wordt in de capabele handen van Sandy Nelson instrumentale twist met uiteraard prominente drums. Webb Pierce's Holiday For love is populair in de versie van George Jones, maar Country Johnny Mathis klinkt veel primitiever, wat evenzeer geldt voor Carol Davies' cover van Brenda Lee's Bigelow 6200. Debbie Reynolds' superslow Tammy, het tiener equivalent van de crooner, horen we in een uptempo variété versie door Sandy Shaw, een zanger niet te verwarren met de Britse jaren' 60 zangeres Sandie Shaw. Mij geheel onbekend is Oh Johnny Oh, een big band swing variété rocker van Maureen Canon uit 1957 die teruggaat op een ragtime nummer uit 1917 eind jaren '30 gezongen door The Andrews Sisters en ooit als rock 'n' roll gedaan door Lavern Baker. Nog zoiets stokoud is Yours dat teruggaat op de Cubaanse bolero Quiéreme Mucho van zo'n 110 jaar geleden. Een oudere rock 'n' roll gerelateerde versie dan die uit 1956 van de doo-woppende Hurricanes hier ken ik niet, maar het nummer is ook gecoverd door Frankie Lymon, The Beau-Marks, The Duprees, The Flamingos, The Del-Vikings, Connie Francis en zelfs Dick Dale. Bij ons werd het onder zijn originele Quiéreme Mucho titel instrumentaal gecoverd door The Jumping Jewels, Mieke Telkamp bracht het in het in Duits als Du Bist Mein Erster Gedanke, en die Duitse vertaling werd dan weer gecoverd door Cliff Richard & the Shadows. We zeiden het al: eindeloze pret met die covers. Om onze cirkel rond te maken bevat de CD een teen rock versie inclusief viool arrangement van Cliff's The Young Ones door Cathy Carroll.
Bij twee nummers heb ik vragen. I Ain't Givin Up Nothin' zou volgens de (Price, Logan) componistencredits Lloyd Price's I Ain't Givin Up Nothin' moeten zijn maar lijkt mij het door Brook Benton geschreven en origineel door Priscilla Bowman opgenomen I Ain't Givin Up Nothin' (If I Can't Have Something From You), ook gezongen door Clyde McPhatter. De uitvoering van Jimmy ''Frenchie'' Dee hier lijkt gebaseerd op die van Ben Hewitt. Johnny Olenn's Sally Let Your Bangs Hang op TNT tenslotte werd door Olenn zelf heropgenomen voor Liberty en is dus een original die een ander nummer is dan het vooral van The Maddox Brothers And Rose bekende Sally Let Your Bangs Hang Down, origineel van Bill Cox & Cliff Hobbs. Daar moet ik het nog eens over hebben met Mark Armstrong de volgende keer dat ik 'em aan de mail heb. Positieve punten: het evenwicht tussen bekende en minder bekende songs en bekende en minder bekende covers, en - ondanks de aanwezigheid van een aantal variété rock 'n' roll nummers - het brede rock 'n' roll spectrum dat aangeboord wordt. Bekende nummers anders horen klinken is altijd de moeite, zeker wanneer het zoals hier niet de vaste nummers zijn die je elke keer hoort. Dit is dan ook een bijzonder interessante CD voor de verzamelaars, en bij uitbreiding voor iedereen wie niet uitmaakt dat er een aantal variété rockers tussen zitten. Info: www.vintagerockinroots.com (Frantic Franky)

PS: Na lezing van deze recensie nam Mark Armstrong contact met ons op om de puntjes op de -i te zetten, en hij nam de moeite ons een aantal label shots te bezorgen die aantonen dat er destijds vaak - bewust of onbewust - niet al te nauw of correct werd omgesprongen met composer credits en er regelmatig andermans credits werden geclaimd, wat het mysterie rond I Ain't Givin' Up Nothing enkel verdiept. Johnny Olenn's Sally Let Your Bangs Hang is wat hem betreft tekstueel een vrije bewerking van de Bill Cox & Cliff Hobbs song, en dus wel degelijk een cover. Waarvan acte, waaraan wij graag nog toevoegen dat dat nu juist het leuke is aan dat graven in die covers. Bedankt Mark, en we kijken uit naar de volgende berg CD’s die je ongetwijfeld al aan het bekokstoven bent!

There is only one first recording of a song, but you can keep digging up covers and that's what makes covers so much fun. Compiler Mark Armstrong collected 30 covers here and you're a lucky fellow if you know them all, let alone have them all. No European fillers, the publicity claims, but only American and Australian reworkings from 1952-1963. And from New Zealand, because that's where The Keil Isles came from whose Boogie Boy sounds white rock compared to Gene Vincent's polished original Be Bop Boogie Boy. Rock Me My Baby is a great Buddy Holly rocker, but Dorothy Collins' version is variety rock 'n' roll, and Rusty York turns out to be a size short to court Peggy Sue. This Little Girl Of Mine we know from The Everly Brothers but is actually from brother Ray Charles. Here we're entitled to the crackling teen rock version by The Half Brothers. Another Everly Brothers song not by the brothers themselves is Hey Doll Baby written by Titus Turner and first committed to wax by The Clovers. The 1957 version here by Ray & Lindy was clearly inspired by Don and Phil. Titus Turner himself would not record it until 1961! The Everly Brothers also covered Little Richard's Lucille and Rip It Up but they never recorded his Long Tall Sally, a song done by virtually everyone. The version here by Johnny Otis is a note-for-note cover with also vocally an amazing Little Richard imitation. Another incredible soundalike is one Ed Hardin channeling his inner Elvis in One Broken Heart For Sale - this must have been a budget cover as the name of the label, Hit Records, suggests. Big Joe Turner has many originals to his name but his smooth jive classic Corrine Corrina is not one of them, as it dates back to the late 1920s and may even be a traditional. Hearts Made Of Stone has also been covered many times and The Fontane Sisters' version sounds like The Andrews Sisters in a decent 1950s cocktail dress. Among the covers that are more famous than their original is Tommy Blake's Sun rockabilly classic Flat Foot Sam, originally from black artist TV Slim in a bit of a Fats Domino style. More Sun is provided in the form of Warren Smith's Ubangi Stomp by cover artist par excellence Jerry Lee Lewis, Smith's Rock 'n' Roll Ruby done as an uptempo rockabilly ditty by Ted Daigle and Roy Orbison's Down The Line as Ricky Nelson-billy. Post-Sun is Carl Perkins in 1958 on Columbia with his rock 'n' roll interpretation of Curtis Gordon's semi-acoustic rockabilly Sittin' On Top Of The World.
Pat Flowers' Ain't That Just Like A Woman is the swinging 1956 big band rock 'n' roll version of a 1946 Louis Jordan song that Flowers himself had already recorded slower before, so he's actually covering himself. Also from Louis Jordan is Caldonia, here in Chuck Willis' 1958 black rock 'n' roll version. Willis in turn was in 1952 the composer and original performer of Loud Mouth Lucy which we hear in the tastefully named Pigmeat Peterson's version from the same year 1952, black pré-rock 'n' roll with rhythm 'n' blues guitar. There's doo-wop jive with The Five Keys (Billy Ward & the Dominoes' That's What You're Doing To Me), and Larry Collins of The Collins Kids offers a great twangy guitar version of Johnny Cash's Johnny Yuma The Rebel, a kind of uptempo Duane Eddy without sax. Unknown stuff is Drive In Movie, originally by Ron Hargrave and on Rockin' Rollin' Covers to be found in Mickey Gilley's faster reworking that rocks expertly. Western swing classic Chew Tobacco Ragis turned into an instrumental twist in the capable hands of Sandy Nelson with of course prominent drums. Webb Pierce's Holiday For Love is popular in George Jones' version while Country Johnny Mathis sounds much more primitive, and the same goes for Carol Davies' cover of Brenda Lee's Bigelow 6200. Debbie Reynolds' super slow Tammy, the teenage equivalent of the crooner, we get to hear in an uptempo variety version by Sandy Shaw, a male singer not to be confused with female British 1960s singer Sandie Shaw. Completely unknown to me is Oh Johnny Oh, a big band swing variety rocker by Maureen Canon from 1957 that goes back to a 1917 ragtime number sung in the late 1930s by The Andrews Sisters and at one point done in rock 'n' roll style by Lavern Baker. Another prehistoric song is Yours which can be traced back to the Cuban bolero Quiéreme Mucho from some 110 years ago. I don't know any older rock 'n' roll related version than the 1956 one by the doo-woppin' Hurricanes here, but the song has also been done by Frankie Lymon, The Beau-Marks, The Duprees, The Flamingos, The Del-Vikings, Connie Francis and even Dick Dale. Dutch singer Mieke Telkamp translated it into German as Du Bist Mein Erster Gedanke and that German translation was covered by Cliff Richard & the Shadows. Like we said: covers are endless fun. To go full circle, the CD contains a teen rock version including a violin arrangement of Cliff's The Young Ones by Cathy Carroll.
Two songs puzzle me. I Ain't Givin Up Nothin' is according to the (Price, Logan) composer credits supposed to be Lloyd Price's I Ain't Givin Up Nothin' but seems to be I Ain't Givin Up Nothin' (If I Can't Have Something From You) written by Brook Benton and originally recorded by Priscilla Bowman. Also sung by Clyde McPhatter, Jimmy ''Frenchie'' Dee's performance here sounds like it was based on Ben Hewitt's. Finally, Johnny Olenn's Sally Let Your Bangs Hang on TNT was re-recorded by Olenn himself for Liberty, which makes it an original instead of a cover as it's not the same song as Bill Cox & Cliff Hobbs' Sally Let Your Bangs Hang Down, known mainly from The Maddox Brothers And Rose. I'll have to talk to Mark Armstrong about those two next time I have him on the mail. Positive points are the balance between familiar and less familiar songs and familiar and less familiar cover versions, and - despite the presence of a few variety rock 'n' roll songs - the broad rock 'n' roll spectrum that is tapped into. To hear familiar songs sound different is always worthwhile, especially when, as here, it is not the same songs you get to hear over and over again. This is therefore a CD of particular interest for collectors, and by extension for anyone who doesn't mind a few variety rockers among the lot.Info: www.vintagerockinroots.com (Frantic Franky)

PS: After reading this review Mark Armstrong contacted us to put the record straight, going through the trouble to include several label shots that show that at the time - consciously or unconsciously - composer credits were not handled carefully or correctly with people regularly claiming other writers' credits, which only adds to the mystery surrounding I Ain't Givin' Up Nothing. He considers Johnny Olenn to have borrowed the lyrics for his Sally Let Your Bangs Hang from the Bill Cox & Cliff Hobbs song, thus making it a cover. Duly noted, to which we like to add that this is exactly what makes digging into these covers so much fun. Thanks for taking the time Mark, and we're looking forward to the next truckload of CDs you're undoubtedly already cooking up!


ROCK AND ROLL FLOOZY 1
Atomicat, ACCD034
English version: see below

Afgaande op hoes en titel verwachtte ik me aan zangeressen maar dat is niet het geval: Good For Nothing Woman zoals de CD officieus heet bevat volgens de achterflap "28 rockabilly en rock 'n' roll tracks in jive, stroll en bop tempo, focussend op minder bekende artiesten en songs". Dat geldt voor heel veel Atomicat reeksen maar is wat deze CD betreft inderdaad de nagel op de kop want de paar bekende namen die er op staan worden nu eens niet vertegenwoordigd door hun bekendste songs. U moet immers al een serieuze fan zijn van Bobby Vee om zijn vinnige gitaarinstrumental Flyin’ High in huis te hebben, en dat geldt ook voor Johnny Rivers' stroll The Customary Thing of Don Woody's Not I, veel minder in brede kring verspreid dan zijn You're Barking Up The Wrong Tree, Bird Dog of Make Like A Rock 'n' Roll maar daar absoluut niet voor onderdoend. Toch zal het er een beetje van afhangen hoeveel oude LP’s en CD’s u in de kast hebt steken want bijna alle nummers stonden eerder al op White Label, Collector, Buffalo Bop, Pan American, Saturday Night On Bop Street, Grab This And Dance, Madness Invasion, Big Noise From The Planet Bop, Killer Dillas, At The Rockhouse, The Chicken Are Rockin', El Toro Collectors Choice, Wild Wild Rockin' en andere reeksen, wat u gelijk een goed idee geeft wat hier muzikaal op het spel staat. Wally Hughes' rockabilly stomper Convertible Car, Eddy Bell & the Bel-Aires' uitstekende Lone Ranger rocker The Masked Man (Hi Yo Silver), Wesley Reynolds's geflipte raket rocker Trip To The Moon en Kip Tyler's nog steeds fantastische, dreigende She's My Witch zijn zeker niet onbekend wegens al veelvuldig gecompileerd. Een stuk of drie songs had ik nog nooit gehoord. Ik zeg dit niet om te pronken met mijn kennis, maar om erop te wijzen dat wie veel van die reeksen in huis heeft mogelijk een flink deel van de 28 tracks hier al heeft, al moet u al een hardcore verzamelaar zijn om ze allemáál te hebben. Nieuwe verzamelplaten met enkel "nieuw" materiaal worden uiteraard mega zeldzaam (White Gospel Bangers en The Last Bastions Of Rock 'n' Roll op Idle Cherub Records zijn de recentste) en als we het positief willen uitdrukken kunnen we stellen dat deze CD, en hopelijk ook de volgende vier volumes want dit wordt een reeks van vijf, een soort Best Of is van alles wat ervoor kwam.
In concreto komt het er op neer dat we veel prima obscure voornamelijk blanke rock 'n' roll horen zoals Dick D’Agostin & the Swingers' verschroeiende Nancy Lynne, Frankie Taro & the Antics' Butterball en Bobby Tuggle's zwart klinkende The 64.000 $ Question. Opvallend vaak zijn het nummers met sax zoals Alan Barnicoat's Savage, Hub Sutter & the Hub Cats' Gone Goslin, Johnny Carr's Rockin’ Shock, Billy Brown's Run’ Em Off, Larry Wheeler's Cry Woman Cry (de rock 'n' roll versie op Glory, niet de een jaar oudere Mel-O-Tone hilbilly versie), The Hot Toddys' Shakin’ And Stompin’, Bobby Hicks & the Youngsters' Hassle It Jack, The Caps' wilde sax instro The Red Headed Flea, Jimmy Hufton & his Hot Shots' vlotte Shiver And Shake en de wilde Ron Holden cover My Baby door The Royale Monarchs. Ook van Crawdad Song kennen wij geen enkele slechte versie en die van Adron Jumper & the Wheels rockt uit een goed vaatje. Veel van deze nummers hebben een White Label white rock geluidskwaliteit. De CD biedt ook plaats aan early sixties rock 'n' roll (Roy Steward & the Melotones' You Booger), aan de laatste doo-wop oprispingen zoals The Tabbys' redelijk gestoorde Hong Kong Baby, en aan geile rockabilly zoals Harvey Hurt's Big Dog Little Dog en Jimmy Woodall & his Tarpins' Uncle Sam’s Call, terwijl Doug Harden & the Dessert Suns (Good For Nothing Woman) klinken als een countryband die rock 'n' roll speelt op stroll tempo compleet met fiddlesolo. Macy Skipper kent u misschien van zijn Sun Records mambo bop meesterwerkje Bop Pills en het meer standaard swingende doch zeker niet onsympathiek rockende Who Put The Squeeze On Eloise met piano en blazers hier heeft ook een beetje die rammelende Sun sound, zeker tijdens de gitaarsolo (Roland Janes? Brad Suggs?). Vermoedelijk werd dit opgenomen met Sun muzikanten, misschien wel bij Sun zelf, want aangezien er nooit iets van hem is uitgebracht op Sun nam Skipper mogelijk de tapes mee naar huis. En samen vormt deze interessante collectie niet voor de hand liggende doch terdege rockende muziek de veelbelovende start
van deze nieuwe reeks. Info: www.vintagerockinroots.com (Frantic Franky)

Based upon the titel and the front cover illustration I was expecting female singers but I was wrong: Good For Nothing Woman as the CD is unofficially called contains according to the back cover "28 rockabilly and rock 'n' roll tracks focussing on the lesser known artists and songs in the jive, stroll and bop tempos". This of course goes for several Atomicat series but rings especially true for this CD because the few known names on here are for once not represented by their most popular songs. You have to be a dedicated Bobby Vee fan to have his nifty guitar instrumental Flyin' High in heavy rotation, and the same goes for Johnny Rivers' stroll The Customary Thing or Don Woody's Not I, much less widely circulated than his You're Barking Up The Wrong Tree, Bird Dog or Make Like A Rock 'n' Roll but definitely not inferior. Still it will depend on how many old LP’s and CDs you have on your shelves because almost all of the songs have previously appeared on White Label, Collector, Buffalo Bop, Pan American, Saturday Night On Bop Street, Grab This And Dance, Madness Invasion, Big Noise From The Planet Bop, Killer Dillas, At The Rockhouse, The Chicken Are Rockin', El Toro Collectors Choice, Wild Wild Rockin' and other series, which gives you a pretty good idea of what we're talking about here musically. Wally Hughes' rockabilly stomper Convertible Car, Eddy Bell & the Bel-Aires' excellent Lone Ranger rocker The Masked Man (Hi Yo Silver), Wesley Reynolds' freaked out rocket rocker Trip To The Moon and Kip Tyler's still fantastic sounding, menacing She's My Witch are certainly not unfamiliar since they have been frequently compiled. About three songs I had never heard before. I'm not saying this to show off my knowledge, but to point out that those of you who own many of these series may already have a good deal of the 28 tracks on offer, though you obviously have to be a hardcore collector to have them all. New compilation albums with only "new" material are becoming increasingly rare (White Gospel Bangers and The Last Bastions Of Rock 'n' Roll on Idle Cherub Records spring to mind as the most recent) and to put it more positively we could say that this CD, and hopefully the next four volumes as well because this will be a series of five, is like a Best Of everything that came before.
To get down to business: there's a lot of mighty fine obscure mostly white rock 'n' roll like Dick D'Agostin & the Swingers' scorching Nancy Lynne, Frankie Taro & the Antics' Butterball and Bobby Tuggle's black sounding The 64,000 $ Question. Many of the songs feature sax such as Alan Barnicoat's Savage, Hub Sutter & the Hub Cats' Gone Goslin, Johnny Carr's Rockin' Shock, Billy Brown's Run' Em Off, Larry Wheeler's Cry Woman Cry (the rock 'n' roll version on Glory, not the one year older Mel-O-Tone hilbilly version), The Hot Toddys' Shakin' And Stompin', Bobby Hicks & the Youngsters' Hassle It Jack, The Caps' wild sax instro The Red Headed Flea, Jimmy Hufton & his Hot Shots' fluent Shiver And Shake and the wild Ron Holden cover My Baby by The Royale Monarchs. We don't know any bad Crawdad Songs either and the Adron Jumper & the Wheels version here rocks along with the best of them. Many of the songs have a White Label white rock sound quality. The CD also features early sixties rock 'n' roll (Roy Steward & the Melotones' You Booger), the last doo-wop uprisings like The Tabbys' rather deranged Hong Kong Baby, and horny rockabilly like Harvey Hurt's Big Dog Little Dog and Jimmy Woodall & his Tarpins' Uncle Sam's Call, while Doug Harden & the Desert Suns (Good For Nothing Woman) sound like a country band playing rock 'n' roll at stroll tempo complete with fiddle solo. You probably know Macy Skipper from his Sun Records mambo bop masterpiece Bop Pills and the more standard swinging yet certainly not unsympathetically rockin' Who Put The Squeeze On Eloise with piano and horns here also sounds quite Sun, especially the guitar solo (Roland Janes? Brad Suggs?). Presumably this was recorded with Sun musicians, perhaps chez Sun itself, as since nothing he recorded at Sun was released on the label Skipper possibly took the tapes home with him. And together this interesting collection of not obvious yet terrific rockin' music is the promising start to this new series. Info: www.vintagerockinroots.com (Frantic Franky)

2 juni 2021

ROCK/ THE "5" ROYALES
Bear Family, BCD 17522
English version: see below

Mijn favoriet "5" Royales nummer is The Real Thing uit 1958 wegens inderdaad, euh, de real thing, namelijk een aanstekelijke drive en schitterende unisono samenzang, niet alleen in het refrein maar het hele nummer lang, gladgeschaafd door jarenlang oefenen. Nog zo eentje in dezelfde stijl hier is het door Ray Charles en Ike & Tina Turner gecoverde Tell The Truth, en de CD doet zijn titel voorts eer aan middels een flinke lading rock 'n' roll, doo-wop en jive als I Ain't Getting Caught, (Baby) Take All Of Me, You Know I Know, What's That, Mine Forevermore en het door zowel James Brown als Mick Jagger gecoverde Think, gepuurd uit de omvangrijke output van The "5" Royales - hun vierdubbele Real Gone CD The Complete Singles 1952-1962 met alle mogelijke "5" Royales vertakkingen bevat zo maar eventjes 99 tracks! In tegenstelling tot sommige andere CD’s in Bear Family's Rocks reeks waarin soms medium tempo werk en rockaballads worden gesmokkeld is het hier van aanvang tot einde van de rappe, met doo-wop en rock 'n' roll gedistilleerd uit de gospel waaruit The "5" Royales ontsproten (Monkey Hips And Rice, Baby Don't Do It), in den beginne vooral gebaseerd op jump blues swing (All Righty, I Do, Laundromat Blues), soms met de prominente rhythm 'n' blues gitaar van de lichtelijk fantastische Lowman Pauling (The Slummer The Slum, It Hurts Inside), soms op strolltempo (Don't Give No More Than You Can Take met zijn hypnotiserende gitaar), soms beïnvloed door novelty (het indianenverhaal Mohawk Squaw), soms beïnvloed door Caraïbische muziek en mambo (I Need Your Lovin' Baby), en uitmondend in early sixties jivers (Messin' Up, I Could Love You, Goof Ball) en early soul (I Want It Like That, (Something Moves Me) Within My Heart, Catch That Teardrop). Ik wil u hier niet vervelen door álle songtitels op te lijsten, maar het is duidelijk dat de groep vanaf het begin in 1951 tot het definitieve einde in 1966 excelleerde in alle stijlvormen waarmee de doo-wop zich conformeerde aan de evolutie van de zwarte vocale muziek. Dit alles staat niet-chronologisch kris kras door elkaar wat bij 31 tracks de broodnodige variatie geeft. Het enige echt bekende nummer is The "5" Royales' originele versie van Right Around The Corner, bij ons in 1985 Yaki Taki Oowah van De Gigantjes.
Oordeel van de volksjury: dit is niet allemaal The Real Thing, maar omdat alles uptempo is zijn wij dik tevreden. Of om het te zeggen met de titel van de openingstrack: I Like It Like That. Het gebruikelijke Bear Family CD booklet van 30 pagina’s geeft een overzicht van de carrière van The "5" Royales in woord (Bill Dahl) en beeld (kleurenfoto’s!) met uitgebreide info betreffende de opnamesessies 1952-1962 waaruit deze CD put.
Info: www.bear-family.com (Frantic Franky)

My favorite "5" Royales song is The Real Thing from 1958 as it's indeed, err, the real thing, a catchy drive and beautiful unison vocals not only in the chorus but throughout the entire song, honed by years of practice. Another one in the same style here is Tell The Truth, covered by Ray Charles and Ike & Tina Turner, and the CD certainly lives up to its title with a truckload of rock 'n' roll, doo-wop and jive such as I Ain't Getting Caught, (Baby) Take All Of Me, You Know I Know, What's That, Mine Forevermore and Think (covered by both James Brown and Mick Jagger), culled from The "5" Royales' extensive output - their Real Gone 4 CD The Complete Singles 1952-1962 with all possible "5" Royales spin offs contains no less than 99 tracks! Unlike some of the other CDs in Bear Family's Rocks series which sometimes smuggle in medium tempo work and rockaballads, here it's pedal to the metal from start to finish with doo-wop and rock 'n' roll distilled from the gospel from which The "5" Royales came (Monkey Hips And Rice, Baby Don't Do It), at first based primarily on jump blues swing (All Righty, I Do, Laundromat Blues), sometimes with the prominent rhythm 'n' blues guitar of the utterly fantastic Lowman Pauling (The Slummer The Slum, It Hurts Inside), sometimes at a strolling pace (Don't Give No More Than You Can Take with its hypnotic guitar), sometimes influenced by novelty (the Native American tale Mohawk Squaw), sometimes influenced by Caribbean music and mambo (I Need Your Lovin' Baby), and culminating in early sixties jivers (Messin' Up, I Could Love You, Goof Ball) and early soul (I Want It Like That, (Something Moves Me) Within My Heart, Catch That Teardrop). I don't want to bore you by listing all the song titles, but it's clear that from its emergence in 1951 until the definitive end in 1966 the group mastered all the stylistic forms with which doo-wop as a genre conformed to the evolution of black vocal music. All these tunes are on here non-chronologically which adds a welcome variety when you're talking 31 tracks. The most famous song is probably The "5" Royales' original version of Right Around The Corner which you might know as Yaki Taki Oowah.
Judgement of the people's jury: not all of this is The Real Thing, but because everything is uptempo we are quite satisfied. Or to quote the title of the opening track: I Like It Like That. The usual 30 page Bear Family CD booklet gives a complete overview of The "5" Royales' career in word (Bill Dahl) and image (color pictures!) with detailed info about the recording sessions 1952-1962 upon which the CD is based. Info: www.bear-family.com (Frantic Franky)


SOUTHERN BRED:
LOUISIANA & NEW ORLEANS R & B ROCKERS

Koko-Mojo, KMCD 65
English version: see below

Dit is de derde Southern Bred CD die de muzikale loep richt op Louisiana en New Orleans, de grootste stad in de staat Louisiana maar niet de hoofdstad, want dat is Baton Rouge. Beide zijn havensteden (de haven van Zuid-Louisiana strekt zich 87 kilometer lang uit langs de Mississippi rivier tussen New Orleans en Baton Rouge), maar New Orleans is uiteraard dé muziekstad van de twee, ook al omdat ze daar weten wat feesten is, denk maar aan het jaarlijkse mardi gras carnaval. De titelloze en niet van een volume nummering voorziene Southern Bred CD’s lijken zo hard op elkaar dat je al goed moet uitkijken dat je geen twee keer dezelfde koopt. Sommige verzamelaars geven ze dan maar zelf titels en naar deze, intussen al de vijftiende Southern Bred, wordt soms gerefereerd als I Hate To See You Go naar het gelijknamige nummer van Little Walter uit 1955. De in Louisiana geboren Little Walter is een grote naam in de Chicago blues en I Hate To See You Go is inderdaad mondharmonica blues en geen rock 'n' roll maar heeft wel een venijnig stekende bluesbop angel waarvan ik me kan inbeelden dat de fanatici er een stevig eind op kunnen wegboppen. Little Walter komt nog een tweede keer langs met I Got To Go, mondharmonica bluesrock maar dit keer geen bluesbop. Het bluesgehalte van deze CD valt gelukkig erg goed mee want de nadruk ligt op zwarte rock 'n' roll van alle markten thuis. Dat betekent vooral door rhythm 'n' blues jive beïnvloedde rock 'n' roll met veel blazers (Blind Billy Tate's Love Is A Crazy Thing, Smiley Lewis' Goin' To Jump And Shout, de immer vrolijke Roy Brown reeds in 1950 met I Feel That Young Man's Rhythm), waarbij ook wordt teruggegaan tot die rhythm 'n' blues jive zelf zoals in het vocal harmony doo-woppende Later Baby van Fat Man Matthews & the Four Kittens. In deze muziek zitten logischerwijs vaak rhythm 'n' blues gitaren zoals in Rudy Green's No Need Of Your Crying en Edgar Blanchard's instrumentale Let's Get It, en Mickey Champion's Good For Nothin' Man is op zijn (of haar) beurt jazzy female rhythm 'n' blues. Clarence “Gatemouth” Brown's Boogie Uproar, een pittige gitaar instrumental met piano en trompet en flarden Down By The Riverside, werd in 1980 in Engeland gecoverd door The Blue Cats op hun titelloze debuut LP. Typische opgewekte New Orleans rock 'n' roll is Calvin Spears' Come On Home, Charles Williams' So Worried en The Gondoliers' charlestonnende You Call Everybody Darling. Nog zo'n charleston rocker is Do Baby Do, in 1955 de eerste solo single van Ernest Kador, de echte naam van Ernie K. Doe die in 1961 zou scoren met Mother In Law. U merkt het: zoals op alle Koko Mojo CDs is samensteller Mark Armstrong's selectie ook dit keer erg gevarieerd, want we horen ook zowel rockende doo-wop (Joe The Grinder van The Hawks) als zwarte rock 'n' roll met een stevige kick (Drifting Charles' Evil Hearted Woman, Jay Nelson's Raise Some San) zij aan zij met swing, bijvoorbeeld de onwaarschijnlijke Jackson Sloan soundalike Oscar McLollie met Take Your Shoes Off Pop. Ook de semi-akoestische blues is een inspiratiebron en zolang die nummers maar uptempo zijn is het okee voor ons, in onderhavig geval Lonesome Sundown's I'm A Mojo Man. Als die blues dan ook nog eens uptempo rockt tovert Lazy Lester's I'm A Lover Not A Fighter (hier de Excello single versie uit 1958, niet de één jaar oudere origineel onuitgegeven versie) een brede grijns op onze tronie. Onverwoestbare klassiekers zijn Huey “Piano” Smith's Don't You Just Know It, Roy Montrell's door The Stray Cats als Wild Saxophone gecoverde That Mellow Saxophone en Richard Berry's door Big Sandy gecoverde Yama Yama Pretty Mama. Richard Berry komt nog twee keer langs start maar ontvangt geen geld met twee erg verschillende nummers, Heaven On Wheels dat naast The Coasters heeft gelegen en het al naar de sixties neigende I Want You To Be My Girl. Dat van die sixties geldt evenzeer voor A Good Man van de latere soul queen Irma Thomas, in 1960 een van haar allereerste singles maar die soul zit er al wel degelijk in. Guitar Gable's Congo Mongo is dan weer instrumentale rock 'n' roll mambo exotica.
Verrassingen en ontdekkingen genoeg tussen deze 28 tracks van 1950 tot 1963 verschenen op labels als Imperial, Specialty, Peacock en Excello om alleen maar de bekendste te noemen, en dat is uiteraard het mooie van deze reeks. Info: www.vintagerockinroots.com (Frantic Franky)

This is the third Southern Bred pointing the musical magnifying glass on Louisiana and New Orleans, the largest city in the state of Louisiana but not the capital, that's Baton Rouge. Both are port cities (the port of South Louisiana stretches 87 miles along the mighty Mississippi between New Orleans and Baton Rouge), but New Orleans is obviously the music city of the two, not least because they know how to throw a darn good party, just think of the annual mardi gras carnival. The untitled non-volume Southern Bred CDs are so similar that you have to be careful not to buy the same one twice. Some collectors therefor designate them with titles themselves and this one, Southern Bred 15 already, is sometimes referred to as I Hate To See You Go after the 1955 Little Walter song of the same name. Louisiana-born Little Walter is a big name in Chicago blues and I Hate To See You Go is indeed harmonica blues and not rock 'n' roll but does have a vicious blues bop sting that I can imagine fanatics can bop to for hours on end. Little Walter drops by a second time with I Got To Go, harmonica blues rock but no blues bop this time. Fortunately the CD's blues content is limited and the emphasis is on black rock 'n' roll in all possible styles, meaning mostly rhythm 'n' blues jive-influenced rock 'n' roll with lots of horns (Blind Billy Tate's Love Is A Crazy Thing, Smiley Lewis' Goin' To Jump And Shout, the ever cheerful Roy Brown as early as 1950 with I Feel That Young Man's Rhythm), also going back to rhythm 'n' blues jive itself as in the vocal harmony doo-wopping Later Baby by Fat Man Matthews & the Four Kittens. Logically this music often contains rhythm 'n' blues guitars as in Rudy Green's No Need Of Your Crying and Edgar Blanchard's instrumental Let's Get It, while Mickey Champion's Good For Nothin' Man is jazzy female rhythm 'n' blues. Clarence "Gatemouth" Brown's Boogie Uproar, an inspired guitar instrumental with piano and trumpet and snippets of Down By The Riverside, was covered in the UK by The Blue Cats in 1980 on their self titled debut LP. Typical upbeat New Orleans rock 'n' roll is Calvin Spears' Come On Home, Charles Williams' So Worried and The Gondoliers' charleston influenced You Call Everybody Darling. Another charleston rocker is Do Baby Do, in 1955 the first solo single by Ernest Kador, the real name of Ernie K. Doe who would score in 1961 with Mother In Law. As on all Koko Mojo CDs compiler Mark Armstrong's selection is very varied, and we also hear both rockin' doo-wop (The Hawks' Joe The Grinder) and black rock 'n' roll with a savage kick (Drifting Charles' Evil Hearted Woman, Jay Nelson's Raise Some San) side by side with swing, for example the amazing Jackson Sloan soundalike Oscar McLollie's Take Your Shoes Off Pop. Semi-acoustic blues is also an inspiration and as long as that is uptempo it's fine with us, in this case Lonesome Sundown's I'm A Mojo Man. And when the blues starts rockin' Lazy Lester's I'm A Lover Not A Fighter (here the 1958 Excello 45 version, not the one year older originally unreleased version) puts a wide grin on my face. Indestructible classics include Huey "Piano" Smith's Don't You Just Know It, Roy Montrell's That Mellow Saxophone which was covered by The Stray Cats as Wild Saxophone and Richard Berry's Yama Yama Pretty Mama which was covered by Big Sandy. Richard Berry passes Go again two times more but does not collect 200 $ with two very different songs, Heaven On Wheels which sounds like it was hatched next to The Coasters and I Want You To Be My Girl which leans toward the sixties. The sixties influence also applies to future soul queen Irma Thomas' A Good Man, in 1960 one of her very first singles but the soul is already present. Guitar Gable's Congo Mongo is instrumental rock 'n' roll mambo exotica.
Plenty of surprises and discoveries here among these 28 tracks 1950-1963 released on labels like Imperial, Specialty, Peacock and Excello to name just the most famous, which is of couthe great thing about this series. Info: www.vintagerockinroots.com (Frantic Franky)


THAT’LL FLAT GIT IT Vol. 36:
ROCKABILLY & ROCK ‘N’ ROLL FROM THE VAULTS OF TNT & MARATHON RECORDS

Bear Family, BCD 17605
English version: see below

Hoewel ze ook blues van Lightnin' Hopkins en polka uitbrachten werd TNT Records uit San Antonio, Texas in 1953 opgericht als hillbilly label, waar al snel verandering in kwam toen de rock 'n' roll losbarstte. TNT was niet bepaald een groot label maar een aantal van de 34 tracks 1955-1961 hier zullen u toch niet onbekend in de oren klinken. De bekendste nummers zijn de debuutsingle van Ray Campi, de semi-akoestische rockabilly classics Catapillar/ Play It Cool, maar ook The Traits en Johnny Olenn hebben hun sporen nagelaten in de rock 'n' roll geschiedenis. Johnny Olenn zat in 1956 in de film The Girl Can't Help It maar veroverde vooral een plekje in ons hart toen hij in de jaren '80 werd opgevist door de Nederlander Mac Bouvrie en een LP en verschillende singles uitbracht op diens Mac label (B). Sally Let Your Bangs Hang (een eigen compositie, niet het Maddox Brothers nummer), in 1955 Olenn's debuutsingle die hij twee jaar later zou heropnemen voor zijn Liberty Records LP, is variété rock 'n' roll gebaseerd op rhythm 'n' blues swing. The Traits waren de groep van Roy Head en de CD bevat drie kantjes van hun vijf TNT singles die verschenen als The Traits, dus nog zonder Roy Head's naam erbij, terwijl hij het toch was die als frontman vanaf 1965 zou uitgroeien tot een van de grootste blue eyed soul rockers van de jaren '60. One More Time en Live It Up zijn zwierige gedreven blanke gitaar rock 'n' roll, terwijl Don't Be Blue een bluesy stroll met mondharmonica is. "Gedreven" is een adjectief van toepassing op veel van de stuff hier met vurige blanke rock 'n 'roll attacks zoals het door blazers aangedreven wild om zich heen toeterende Here I Come van Jimmy Dee & the Offbeats, op de CD vertegenwoordigd met zes tracks waaronder het door Doug Sahm, Freddie Fender (onder zijn echte naam Baldemar Huerta in het Spaans als Enriqueta) en The Trashmen gecoverde Henrietta. I Feel Like Rockin' met Doug Sahm op leadgitaar en het niet onbekende You're Late Miss Kate laten in het saxwerk duidelijk de invloed van de muziek van Little Richard horen, maar alle zes zijn ze even goed. Zowel You're Late Miss Kate als Henrietta stonden in 1997 al op That'll Flat Git It Vol. 5: Rockabilly & Rock 'n' Roll From The Vaults Of Dot Records omdat ze beide door Dot op nationaal niveau werden heruitgebracht. Even opgehitst als Jimmy Dee zijn de ook al stevig in het rond blazende Blue Notes (I Love Her) en de onstuimige teenbilly Little Jeanie van The Delatones die nog een tweede single uitbrachten op TNT die hier jammer genoeg niet opstaat, want het refrein van die volledig in het Engels gezongen doo-wop ballade bevat één Nederlandse zin die de titel vormt van die single, namelijk Ik Heb Je Lief. Het nummer is geen vertaling van een bestaand liedje maar een eigen compositie van de groepsleden die allemaal Amerikaanse namen hebben, dus heeft er iemand enig idee hoe die Ik Heb Je Lief in Texas terecht kwam? Nog meer gedreven rock 'n' roll? Ga uw gangen met Bill Morrison's Set Me Free en Baby Be Good! Chuck Goddard's Living Myself To Death is een sympathieke piano rocker en Cecil Moore & the Notes leveren met Trapped een dreigende stroll af, maar hun okee rocker I Got It Bad is niet spectaculair. Er is echobilly met zangeres Dottie Jones (Honey Honey), bluegrassbilly met de novelty Shut Your Big Fat Mouth van Joe B. & Charlie Davis, door Johnny Cash geïnspireerde western-abilly met Ray Stone's mooie China Doll, en boppin' hillbilly met Sandy Ford's Cat Man Boogie (gepend door John Boren Axton, de jongste zoon van Heartbreak Hotel mede-auteur Mae Axton), Jimmie Burton's Wild River, Jerry Dove & his String Dusters' Pink Bow Tie (zang: Bill Massey) en I Ain't Got Room To Rock van Glenn Reeves (die de demo van Heartbreak Hotel inzong maar niet meeschreef aan dat nummer omdat hij de titel te dom vond) dat zelfs een boppende sax in huis heeft. Ook country boogie kon TNT blijkbaar prima slijten, getuige No Song To Sing, een vroege single van de latere country ster Bill Anderson, Curley Lipham's Start Step Stop Chop, het mooie My Ship Of Dreams van Leon Payne (componist van Jim Reeves' I Love You Because en Hank Williams' Lost Highway en They'll Never Take Her Love From Me), en Betty Barnes' middelmatige Pepinest Pettinest Pappy. Evenmin de beste van de klas was Ray Liberto, de oudere broer van Vivian Liberto, in 1954 de eerste echtgenote van Johnny Cash. Je zou denken dat Liberto dan wel bij Sun Records zou binnenraken, maar nee hoor. Nou, ik zou hem op basis van de aan swamp pop schatplichtige piano boogie met platte sax Wicked Wicked Woman evenmin een platencontract geven, waarbij het uiteraard niet helpt dat het nummer zo dof klinkt. Zijn stop/start boogie I Want You To Love Me Tonight klinkt meer New Orleans dan Texas maar is niet beter.
Marathon Records was een platenfirma gevestigd op hetzelfde adres als TNT en er dus wellicht mee geaffilieerd. Het label dat nog kleiner was dan TNT is op de CD vertegenwoordigd met twee tracks, Dan Virva & the Flying "D" Ramblers' hillbilly stomper Duck Tail Cat en Lonnie Lillie's Truck Driver's Special, geen truckin' country maar een rockabilly bopper.
Samenvatting: niet alle 34 tracks zijn goud waard maar de grote meerderheid haalt wel het ereschavotje, ook al klinken een aantal van de meer hillbilly georiënteerde nummers niet bepaald scherp. Bonuspunten: het CD booklet van 30 pagina’s met info over de vaak heel obscure artiesten. Ik trek één punt af omdat de foto op het hoesje scherper had gemoeten.
Info: www.bear-family.com (Frantic Franky)

Even though they also released blues by Lightnin' Hopkins and polka, TNT Records based in San Antonio, Texas was founded in 1953 as a hillbilly label, which quickly changed when rock 'n' roll broke loose. TNT was not exactly a major label but some of the 34 tracks 1955-1961 here will not sound unfamiliar. The best known tracks are Ray Campi's debut 45, the semi-acoustic rockabilly classics Catapillar / Play It Cool, but also The Traits and Johnny Olenn have left their mark on rock 'n' roll history. Johnny Olenn was in the 1956 film The Girl Can't Help It and enjoyed a revival when he was rediscovered by Mac Bouvrie (NL) in the 1980s and released an LP and several singles on Bouvrie's Mac label (B). His 1955 debut 45 here, Sally Let Your Bangs Hang (his own composition, not the Maddox Brothers song) which he would re-record two years later for his Liberty Records album, is variety rock 'n' roll based on rhythm 'n' blues swing. The Traits were Roy Head's group and the CD contains three sides from their five TNT singles that appeared as The Traits without Roy Head's name on them, even though it was Head who as their frontman in 1965 would become one of the greatest blue eyed soul rockers of the 1960s. One More Time and Live It Up are dazzling white guitar rock 'n' roll, while Don't Be Blue is a bluesy stroll with mouth harp. "Dazzling" is an adjective which applies to much of the stuff here with fierce white rock 'n' roll attacks like the horn driven wild blowing Here I Come by Jimmy Dee & the Offbeats, represented on the CD with six tracks including Henrietta which was covered by Doug Sahm, Freddie Fender (under his real name Baldemar Huerta in Spanish as Enriqueta) and The Trashmen. I Feel Like Rockin' with Doug Sahm on lead guitar and the not unfamiliar You're Late Miss Kate clearly show the influence of Little Richard's music in the sax attacks, but all six are equally good. Both You're Late Miss Kate and Henrietta were already on That'll Flat Git It Vol. 5: Rockabilly & Rock 'n' Roll From The Vaults Of Dot Records back in 1997 as they were both reissued by Dot on a national level. Just as excited and exciting as Jimmy Dee are the also briskly blasting Blue Notes (I Love Her) and the rambunctious teenbilly Little Jeanie by The Delatones who released a second 45 on TNT which unfortunately is not included here, as the chorus of that doo-wop ballad contains one sentence in Dutch which forms the title of that 45, namely Ik Heb Je Lief. The song is not a translation of an existing song but a composition by the group members who all have American names, so does anyone have any idea how that Dutch sentence ended up in Texas? You want more dazzling rock 'n' roll? Go ahead on with Bill Morrison's Set Me Free and Baby Be Good! Chuck Goddard's Living Myself To Death is a nice piano rocker and Cecil Moore & the Notes deliver a menacing stroll with Trapped, but their okay rocker I Got It Bad is not spectacular. There's echobilly with singer Dottie Jones (Honey Honey), bluegrass billy with Joe B. & Charlie Davis' novelty Shut Your Big Fat Mouth, Johnny Cash inspired western-abilly with Ray Stone's beautiful China Doll, and boppin' hillbilly with Sandy Ford's Cat Man Boogie (penned by John Boren Axton, the youngest son of Heartbreak Hotel co-author Mae Axton), Jimmie Burton's Wild River, Jerry Dove & his String Dusters' Pink Bow Tie (vocals: Bill Massey) and I Ain't Got Room To Rock by Glenn Reeves (who sang on the Heartbreak Hotel demo but didn't co-write that song because he thought the title was too silly) which even features a boppin' sax. TNT apparently also did a lot of country boogie, as evidenced by No Song To Sing, an early 45 by future country star Bill Anderson, Curley Lipham's Start Step Stop Chop, the lovely My Ship Of Dreams by Leon Payne (composer of Jim Reeves' I Love You Because and Hank Williams' Lost Highway and They'll Never Take Her Love From Me), and Betty Barnes' mediocre Pepinest Pettinest Pappy. Also not the sharpest knife in the drawer was Ray Liberto, the older brother of Vivian Liberto who in 1954 became Johnny Cash's first wife. You'd think this would have been Liberto's way into Sun Records, but nope. Well, I wouldn't sign him to a record deal on the basis of the swamp pop influenced piano boogie with flat sax Wicked Wicked Woman either, and it doesn't help that the sound is so muffled. His stop/start boogie I Want You To Love Me Tonight sounds more New Orleans than Texas but fares no better.
Marathon Records was a record company located at the same address as TNT and therefor probably affiliated with it. The label which was even smaller than TNT is represented on the CD with two tracks, Dan Virva & the Flying "D" Ramblers' hillbilly stomper Duck Tail Cat and Lonnie Lillie's Truck Driver's Special, not truckin' country but a rockabilly bopper. Summary: not all 34 tracks are gold but the vast majority do make the honor roll, even if some of the more hillbilly oriented songs sound muffled.
Bonus points: the CD booklet of 30 pages with info on the often very obscure artists. I substract one point as the cover photo should have been sharper.
Info: www.bear-family.com (Frantic Franky)


DESTINATION FORBIDDEN PLANET
Bear Family, BCD17617
English version: see below

Forbidden Planet uit 1956 is een van de bekendste en beste SF films uit de jaren '50 en deze thema CD is geheel gewijd aan science fiction. Sci fi was in de jaren '50 erg populair in films en literatuur, enerzijds ter vervanging van de oubollig wordende Universal horror films uit de jaren '30 en de gothische griezelliteratuur die terugging tot de negentiende eeuw, en anderzijds gevoed door de dreiging van de koude oorlog, de space race tussen de Amerikanen en de Russen, en de UFO’s die alomtegenwoordig waren in het luchtruim nadat het Amerikaanse leger in 1947 claimde in Roswell, New Mexico een neergestorte vliegende schotel te hebben geborgen, om dat bericht onmiddellijk weer tegen te spreken - het was immers slechts een weerballon, weet u wel. Leuk: als je het CD doosje opendoet staat op de CD het label gedrukt van de Belgische Ronnex single Flying Saucers van Freddy Sunder, maar daarover straks meer. Sommige van deze Bear Family thema CD’s nemen het muzikaal niet zo nauw maar deze is puur rock 'n' roll met een drietal zijstapjes naar de swing. Alle soorten rock 'n' roll komen aan bod met big band swing jive (Destination Twenty-One Hundred And Sixty-Five van The Cues met Jimmy Breedlove in de gelederen), Freddie Montell's big band stroll (Ooey Gooey) Green Cheese, de jive van Don Lang's Red Planet Rock, de teen rocker en Connie Francis cover Robot Man van zangeres Jamie Horton, de flinke rock 'n' roll brok First Man On Mars van Jackie Fautheree, de desperate echo rock 'n' roll van Billy Mize's Planet Named Desire, dé outer space-abilly bij uitstek Knocked Out Joint On Mars van Buck Trail, en uiteraard dé UFO rockabilly classic bij uitstek, Flying Saucers Rock 'n' Roll van Billy Lee Riley en zijn kleine groene mannetjes. Zelfs Louis Prima klom aan boord van de SF raket door een piepende satelliet toe te voegen aan zijn Beep Beep. Het valt trouwens op dat de helft van de nummers voorzien zijn van spacey geluidseffecten als piepende satellieten, opstijgende raketten of op zijn minst een enorme echo op de gitaar die de ruimtelijke oneindigheid moet suggereren. Welk thema je ook aanboort, je vindt er altijd doo-wop songs over, en hier zijn dat Johnny Greco's Rocket Ride, The Jive Five's People From Another World en The Larks' big band jivende Rockin' In The Rocket Room. Dit soort CD’s bevat ook steevast veel instrumentals omdat je op een instrumental in principe eender welke titel kan plakken en het volstond om er een paar geluidseffecten aan toe te voegen om de SF context te accentueren: Winifred Atwell's Spaceship Boogie is een uptempo tingel tangel piano boogie, Teacho & his Students' Rock-et is een uptempo gitaar-/ saxstroll, Jimmie Haskell's Rockin' In The Orbit (Space Satellite) is big band swing, Andy Dio & the Hi-Ways' Satellite is uptempo big band boogie met piano, gitaar, trompet en versnelde smurfenstemmetjes, Tony Hatch's Out Of This World is het twangy thema van de gelijknamige niet bewaarde (er schijnt nog één van de 13 afleveringen te bestaan) Britse TV reeks uit 1962 gepresenteerd door horror icoon Boris Karloff, Billy Mure's Guitars In Space is een rockende gitaarboogie met invloed van klassieke muziek, en nog zo'n supersonische snarentovenaar is jazzgitarist George Barnes die Moon Rocket opnam onder het pseudoniem Dean Hightower om zijn goede reputatie niet te verbranden. Tot de instrumentale categorie zónder SF sounds behoren de heavy surf van The Gamblers' Moon Dawg , Dave & the Detomics' Detomic Orbit (uit 1965 maar dat is er niet aan te horen) koppelt een rhythm 'n' blues gitaar aan een Johnny & the Hurricanes orgeltje, en Pat & the Satellites klinken in Jupiter-C als Link Wray die Be-Bop-A-Lula speelt met een Duane Eddy sax (King Curtis!) thrown in the mix. Gelachen mag er met Bill Buchanan's The Thing, hoempapa novelty met smurfenstemmetjes op een marsritme, en er is nog meer gekheid op een stokje met Nervous Norvus' The Fang. Je hoort believers als argument voor de betrouwbaarheid van UFO meldingen wel eens hameren op het feit dat die ongeïdentificeerde vliegende voorwerpen ook gezien worden door niet-verdachte ooggetuigen als piloten en politieagenten, en naar analogie met die theorie zou je evenzeer kunnen stellen dat UFO’s bestaan omdat er ook over werd gezongen door serieuze artiesten als de volkomen respectabele Ella Fitzgerald met het soft swingende beetje Andrews Sisters-achtige Two Little Men In A Flying Saucer en Judy Garland die Purple People Eater covert in crooner stijl op haar live LP At The Grove uit 1958. Jazzgitarist Freddy Sunder was een Belg die vanaf 1953 rockende swing en boogie opnam voor het Belgische Ronnex label met pionierende 78 toeren platen als Calling Car Boogie. Ik herinner me zijn naam nog uit de tijd dat Sunder dirigent was van het BRT Jazzorkest van de Vlaamse televisie van 1981 tot de ontbinding in 1990. Ja, zo oud ben ik al, lieve lezertjes! Zijn Flying Saucers hier uit 1955 is aanstekelijke soft jazz swing.
De CD bevat ook filmmuziek: Visitors From Space is een thema uit de film It Came From Outer Space (1953) afkomstig van de LP Themes From Horror Movies uit 1959 van het orkest van Dick Jacobs, multi-inzetbare standaard dramatische muziek die ook in thrillers, gangsterfilms, westerns of horrorfilms had kunnen gebruikt worden maar dan met veel synthesizers en "fwieeeeewhs" - geen SF zonder theremin klanken! Daarnaast horen we een stuk muziek inclusief dialoog ("stand by to revert polarity!") geknipt uit de film Forbidden Planet, romantische muziek maar wel met veel fwieeeeewhs en beeps, gecomponeerd door David Rose, dezelfde van The Stripper en blijkbaar van alle markten thuis! Alleen klopt deze filmmuziek niet: Forbidden Planet had immers geen echte filmmuziek, alleen elektronische effecten, en dit is een stuk filmdialoog aangevuld met Rose's Forbidden Planet single "geïnspireerd door Forbidden Planet". Rose was namelijk oorspronkelijk ingehuurd om de soundtrack te componeren maar werd van het project gehaald, waarna dit thema alsnog werd uitgebracht op single ter promotie van de film... Het geheel wordt opgevrolijkt door zeven over the top trailers voor filmvehikels als Radar Men From The Moon (1952), Invaders From Mars (1953), Blood Beast From Outer Space (1965) en het legendarische Plan Nine From Outer Space (1959), beroemd geworden als de slechtste film aller tijden.
Er bestaan al veel space CD’s en er zullen er in de loop der tijden ongetwijfeld nog veel bijkomen, maar dit is door de keuze voor vooral minder bekende nummers een van de betere. Het CD booklet van 19 pagina’s bevat summiere info betreffende de tracks en veel full colour filmaffiches en jaren '50 SF illustraties. Info: www.bear-family.com (Frantic Franky)

Forbidden Planet from 1956 is one of the most popular and best SF films of the 1950s and this thematic CD is entirely devoted to science fiction. Sci fi was very popular in movies and literature in the 1950s, on the one hand replacing the Universal horror films from the 1930s that were quickly becoming old fashioned and the gothic horror literature that dated back to the nineteenth century, while on the other hand fueled by the threat of the cold war, the space race between the Americans and the Russians, and the UFOs that were ubiquitous in the skies after the US military claimed to have recovered a crashed flying saucer in Roswell, New Mexico in 1947, only to immediately retract that report - after all it was just a weather balloon, you know. Some of these Bear Family theme CDs musically go into all directions but this one sticks to rock 'n' roll with three side steps into swing. All types of rock 'n' roll are covered with big band swing jive (Destination Twenty-One Hundred And Sixty-Five by The Cues whose personnel included Jimmy Breedlove), Freddie Montell's big band stroll (Ooey Gooey) Green Cheese, Don Lang's jiver Red Planet Rock, Jamie Horton's teen rocker and Connie Francis cover Robot Man, Jackie Fautheree's hefty rock 'n' roll chunk First Man On Mars, the desperate echo rock 'n' roll of Billy Mize's Planet Named Desire, Buck Trail's outer space-abilly par excellence Knocked Out Joint On Mars, and of course the ultimate UFO rockabilly classic, Flying Saucers Rock 'n' Roll by Billy Lee Riley & his Little Green Men. Even Louis Prima boarded the SF rocket by adding a beeping satellite to his Beep Beep. It's notable that half of the songs feature spacey sound effects like beeping satellites, rockets taking off, or at least a huge echo on the guitar suggesting the infinity of space. Whatever the theme you'll always find doo-wop songs about it, and here they are Johnny Greco's Rocket Ride, The Jive Five's People From Another World and The Larks' big band jiving Rockin' In The Rocket Room. This type of CD also always features a lot of instrumentals because you could basically stick any title onto an instrumental and it was enough to add a few sound effects to accentuate the SF context: Winifred Atwell's Spaceship Boogie is an uptempo honky tonky piano boogie, Teacho & his Students' Rock-et is an uptempo guitar / sax stroll, Jimmie Haskell's Rockin' In The Orbit (Space Satellite) is big band swing, Andy Dio & the Hi-Ways' Satellite is uptempo big band boogie with piano, guitar, trumpet and sped up chipmunk voices, Tony Hatch's Out Of This World is the twangy theme from the 1962 British TV series of the same name presented by horror icon Boris Karloff which has not been preserved for posteriority (apparently only one of the 13 episodes survives), Billy Mure's Guitars In Space is a rockin' guitar boogie influenced by classical music, and another supersonic string wizard is jazz guitarist George Barnes who recorded Moon Rocket under the pseudonym Dean Hightower so as not to ruin his reputation. The instrumental category without SF sounds includes the heavy surf of The Gamblers' Moon Dawg, Dave & the Detomics' Detomic Orbit (from 1965 but you can't tell) couples a rhythm 'n' blues guitar with a Johnny & the Hurricanes organ, and Pat & the Satellites' Jupiter-C sounds like Link Wray playing Be-Bop-A-Lula with a Duane Eddy sax thrown (King Curtis!) in the mix. Less serious is Bill Buchanan's The Thing, polonaise novelty with chipmunk voices to a marching band rhythm, and there's more mayhem with Nervous Norvus' The Fang. Believers sometimes use the fact that unidentified flying objects are also seen by serious eyewitnesses like pilots and police officers as an argument for their existence, and by analogy one could argue that UFOs exist because respected artists sang about them, such as Ella Fitzgerald with the soft swinging Andrews Sisters-esque Two Little Men In A Flying Saucer and Judy Garland who covered Purple People Eater in crooner style on her 1958 live LP At The Grove. Jazz guitarist Freddy Sunder was a Belgian who from 1953 onwards recorded rockin' swing and boogie for Ronnex Records (B) with pioneering 78 RPM platters like Calling Car Boogie. I remember his name from the time Sunder was conductor of the Flemish television's BRT Jazz Orchestra from 1981 until its dissolution in 1990. Yes, I am that old, dear readers! His Flying Saucers from 1955 here is catchy soft jazz swing.
The CD also contains movie soundtrack music: Visitors From Space is one of the themes from It Came From Outer Space (1953) taken from the 1959 LP Themes From Horror Movies by Dick Jacobs' orchestra, multi-purpose standard dramatic music that could equally have been used in thrillers, gangster movies, westerns or horror movies but with lots of synthesizers and "fwieeeeewhs" - no SF without theremin sounds! There is also soundtrack music including dialogue ("stand by to revert polarity!") from Forbidden Planet, romantic music but with lots of fwieeeeewhs and beeps, composed by David Rose who also wrote The Stripper and apparently a jack of all trades! Except that there is something not quite right here: Forbidden Planet had no real music, only electronic effects, and this is a piece of film dialogue complemented by Rose's Forbidden Planet single "inspired by Forbidden Planet". Rose was indeed originally hired to compose the soundtrack but was pulled from the project, after which this theme was released as a single to promote the film.... The CD also includes seven over the top trailers for film vehicles like Radar Men From The Moon (1952), Invaders From Mars (1953), Blood Beast From Outer Space (1965) and the legendary Plan Nine From Outer Space (1959) which became known as the world's worst film ever.
There are already many space themed CDs and undoubtedly many more to come in the future, but this is one of the better ones because the emphasis is mostly on lesser known songs. The 19 page CD booklet contains brief info regarding the tracks and many full color film posters and 1950s SF illustrations. Info: www.bear-family.com (Frantic Franky)

26 mei 2021

Vinyl Recensies

HEY EVERYBODY:
RHYTHM & BLUES HOUSEPARTY VOL. 2

Koko-Mojo, KM-EP 112
English version: see below

Een jaar geleden verscheen onder de titel My Babe KM-EP 108 volume 1 van deze various artists vinyl EP met als gemeenschappelijke noemer dat de vier songs covers waren. Dat is nu niet het geval, al is er wel degelijk een link tussen de vier tracks op volume 2. Als u die weet louter op basis van de liedjestitels en de uitvoerders, dan kent u meer van de zwarte roots van de rock 'n' roll dan wij! Volume 2 bevat drie tracks uit 1950 en eentje uit 1955 en opent met Chuck Norris' Hey Everybody, medium tempo zwarte stop/start pré-rock 'n' roll met blazers, piano en rhythm 'n' blues gitaar, het soort nummer waarvan je de eerste keer denkt "niks speciaal" maar na vijf keer horen begint de verslaving te werken. De enige bekende artiest is pianist Little Willie Littlefield die van pakweg 2000 tot zijn dood in 2013 op 81-jarige leeftijd aan kanker in Nederland woonde en hier ook overleed, meer bepaald in Voorthuizen. Littlefield zou u moeten kennen omdat hij in 1952 onder de titel KC Loving de originele versie van Kansas City opnam. Het twee jaar oudere Hit The Road hier is sneller dan Chuck Norris' Hey Everybody en boogiet erg aardig tegen de achtergrond van een klein arsenaal blazers en een rhythm 'n' blues gitaar die nog wat olie op het vuur gooit. Rollee McGill's Rhythm Rockin' Blues, de enige track uit 1955, is in essentie exact dezelfde muziek met een boogieënde piano en tegen elkaar opblazende blazers maar tighter gespeeld met een rechtdoor drumbeat, een rockender gitaar en een doorstotende baritonsax. Rock 'n' roll! Afsluiter Come On Daddy (Let's Go Play Tonight) van zangeres Pearl Traylor, opnieuw uit 1950, klinkt uiteraard enkele jaartjes ouder en is meer rhythm 'n' blues boogie gericht met een volle band erachter bestaande uit blazers, piano en gitaar, eigenlijk opnieuw dezelfde ingrediënten als de eerste twee songs maar door de prominente trompet krijgt het een meer rhythm 'n' blues big band uitvoering. De link tussen de vier nummers is dat ze alle vier Chuck Norris op gitaar hebben, en het begeleidings orkest op Come On Daddy, Chuck Thomas & his All Stars, is opnieuw Chuck Norris. Een tweede link, en da's wél gemeenschappelijk met volume 1, is dat de vier tracks zeer de moeite zijn - vooropgesteld dat u houdt van wat wij rhythm 'n' blues noemen, namelijk de zwarte voorloper van rock 'n' roll, hier aangevuld met één echt rock 'n' roll nummer, en dat dan weer in tegenstelling tot volume 1 dat ondanks de titel geen rhythm 'n' blues maar doo-wop en medium tempo big band swing jive bevatte. Info: www.vintagerockinroots.com (Frantic Franky)

2020 saw the release of My Babe KM-EP 108, volume 1 of this various artists vinyl EP with the common denominator that the four songs were covers. That is not the case now, although there is definitely a link between the four tracks on volume 2. If you know that link purely on the basis of the song titles and the artists then you know more about the black roots of rock 'n' roll than we do! Volume 2 contains three tracks from 1950 + one from 1955 and opens with Chuck Norris' Hey Everybody, medium tempo black stop/start pré-rock 'n' roll with horns, piano and rhythm 'n' blues guitar, the kind of song where the first time you think "nothing special" but after hearing it five times the addiction kicks in. The only known artist is pianist Little Willie Littlefield who recorded the original version of Kansas City in 1952 under the title KC Loving. Hit The Road here is two years older, faster than Chuck Norris' Hey Everybody, and boogies nicely along against the background of a small arsenal of horns and a rhythm 'n' blues guitar that pours more gasoline on the fire. Rollee McGill's Rhythm Rockin' Blues, the only 1955 track, is essentially the exact same music with a boogie-ing piano and horns blowing against each other but played tighter with a straight ahead drumbeat, a more rockin' guitar and a bumping baritone sax. Rock 'n' roll! Final track Come On Daddy (Let's Go Play Tonight) by female singer Pearl Traylor, again from 1950, obviously sounds a few years older and is more rhythm 'n' blues boogie oriented with a full band consisting of horns, piano and guitar, basically again the same ingredients as the first two songs but the prominent trumpet makes for a more rhythm 'n' blues big band rendition. The link between the four songs is that they all feature Chuck Norris on guitar, and the accompanying orchestra on Come On Daddy, Chuck Thomas & his All Stars, is again Chuck Norris. A second link, in common with volume 1, is that the four tracks are very worthwhile - if you dig what I call rhythm 'n' blues, namely the black precursor of rock 'n' roll, with one real rock 'n' roll song on top, unlike volume 1 which despite the title contained no rhythm 'n' blues but doo-wop and medium tempo big band swing jive. Info: www.vintagerockinroots.com (Frantic Franky)


SHOUT BROTHER SHOUT
Koko-Mojo, KM-EP 114
English version: see below

Vinyl EP met vier nummers uitgebracht op Trumpet Records, een klein platenlabel gevestigd in Jackson, Mississippi dat bestond van 1951 tot 1956 en vooral bluesballades, jump blues, boogie woogie, rhythm 'n' blues en gospel uitbracht, met als bekendste nummer misschien Elmore James' originele Dust My Broom. Daarnaast was Trumpet ook het eerste label dat mondharmonicaspeler Sonny Boy Williamson II opnam en hij is een van de artiesten op deze EP. Willie Love's Shout Brother Shout (1953) heeft als hoofdinstrument een boogie piano, wordt begeleid door een platte sax en een drumstel dat er maar wat op los mept, en ik hoor veel handclaps op de maat: de informele setting van een gospel in de kerkgemeenschap. Het nummer is inderdaad een jam-achtige kruis(ig)ing tussen rockende rhythm 'n' blues en gospel, totaal pretentieloos maar juist daardoor bezit het een ontwapenende charme. Dit is een alternatieve versie, misschien een eerste, nog niet zo gestroomlijnde opwarming? Elmer James' Gonna Find My Baby is primitieve semi-akoestische blues maar dan elektrisch versterkt. Ik hoor een elektrische gitaar, een dof plukkende contrabas en een friemelende mondharmonica (Sonny Boy Williamson II). Elmer James is een pseudoniem, niet van Elmore James maar van Arthur "Big Boy" Crudup die de originele versie opnam van de door Elvis op Sun Records gecoverde songs That's All Right (1946) en My Baby Left Me (1950), maar deze Gonna Find My Baby (1952) kon niet verder verwijderd zijn van die twee nummers. Het is één van de twee alternatieve takes met prominentere mondharmonica die bij weten voor het eerst verschenen in 2001 op een Japanse CD. Sonny Boy Williamson II mag ook zelf in het spotlicht treden met de uptempo mondharmonica instrumental Sonny's Rhythm (1953) tegen een achtergrond van blazers en piano die ook weer die jubelende gospelsfeer hebben - de mondharmonica zelf niet - met solos op sax en op rhythm 'n' blues gitaar, en uiteindelijk sax, gitaar en mondharmonica die elkaar in een duel de loef proberen af te steken. Op het hoesje van deze EP staat vermeld "jump blues rockers", maar mijn inziens de enige echte jump blues rocker is Tiny Kennedy's Strange Kind Of Feeling dat u wellicht kent van de snellere rocka-hillbilly versie van Eddie Dugosh. Stel u zijn Strange Kinda Feeling voor met blazers en gezongen door een blues shouter en u hebt een idee hoe het hier klinkt. Het nummer werd trouwens opgenomen in de Sun studio, al valt dat er niet aan te horen - verbazingwekkend hoe ze acht muzikanten daar hebben binnen gekregen want met zoveel spelen en zingen ze hier mee. Kennedy, een zwaargewicht als ik zijn foto bekijk, nam het nummer drie jaar later opnieuw op voor RCA sublabel Groove in een meer Big Joe Turner gerichte stijl, maar dit is de originele Trumpet versie uit 1952. Samenvatting: geen rock 'n' roll uitgezonderd Strange Kind Of Feeling, maar pure onversneden rhythm 'n' blues en gospel. Info: www.vintagerockinroots.com (Frantic Franky)

Vinyl EP with four tracks from Trumpet Records, a small label based in Jackson, Mississippi that existed from 1951 to 1956 and released mostly blues ballads, jump blues, boogie woogie, rhythm 'n' blues and gospel, its most famous song probably being Elmore James' original Dust My Broom. Trumpet was also the first label to record harmonica player Sonny Boy Williamson II and he is one of the artists on this EP. The main instrument on Willie Love's Shout Brother Shout (1953) is a boogie piano accompanied by a flat sounding sax and a drummer who's just whacking away, and I hear a lot of handclaps on the beat - the informal setting of a gospel in the church community. Indeed the song sounds like a jam session between rockin' rhythm 'n' blues and gospel, totally unpretentious but for that very reason the song benefits from a disarming charm. This is an alternative version, perhaps a first, not yet so streamlined warm up? Elmer James' Gonna Find My Baby is primitive semi-acoustic blues but electrically amplified. I hear an electric guitar, a muffled double bass and a harmonica blowing its way through (Sonny Boy Williamson II). Elmer James is a pseudonym, not of Elmore James but of Arthur "Big Boy" Crudup who recorded the original versions of both That's All Right (1946) and My Baby Left Me (1950) as covered by Elvis at Sun Records, but this Gonna Find My Baby (1952) couldn't be further removed from those two songs. It is one of two alternate takes with more prominent mouth harp that to our knowledge first appeared on a Japanese CD in 2001. Sonny Boy Williamson II steps into the spotlight with his uptempo harmonica instrumental Sonny's Rhythm (1953) against a backdrop of horns and piano that again display that jubilant gospel atmosphere - the harmonica itself does not - with solos on sax and on rhythm 'n' blues guitar before the sax, guitar and harmonica try to outdo each other in a duel. The cover of the EP states "jump blues rockers", but in my opinion the only real jump blues rocker is Tiny Kennedy's Strange Kind Of Feeling which you may know from the faster rocka-hillbilly version by Eddie Dugosh: imagine his Strange Kinda Feeling with horns and sung by a blues shouter and you have an idea what it sounds like here. The song was recorded at the Sun studio by the way, though you can't tell by the sound, and it's amazing how they managed to squeeze eight musicians in there because that's how many of them play and sing on this. Kennedy, a heavyweight by the look of his picture, re-recorded the song three years later for RCA sublabel Groove in a more Big Joe Turner oriented style, but this is the original Trumpet version from 1952. Summary: no rock 'n' roll except Strange Kind Of Feeling, but pure unadulterated rhythm 'n' blues and gospel.
Info: www.vintagerockinroots.com (Frantic Franky)

CD Recensies

ROCK, SOUL AND ROLL/ LARRY WILLIAMS
Jasmine, JASCD1091
Englis
h version: see below

Larry Williams was de Bad Boy van de rock 'n' roll, niet alleen omdat hij een nummer met die titel heeft maar vooral omdat hij bijverdiende als pooier, iets te recreatief omsprong met het gebruik en de verkoop van drugs, daardoor vanaf 1961 anderhalf jaar in de cel zat, en zich in 1980 op zijn 44ste een kogel door het hoofd schoot. Of werd ie dan toch vermoord? Zonde van het talent, luister maar naar de 30 tracks op deze CD die al zijn Specialty en Chess singles tot aan zijn celstraf bevat en vergelijkbaar is met de in 2017 verschenen Acrobat CD The Complete Releases 1957-1961 die nog twee LP tracks extra bevat, Make A Little Love en de Lloyd Price cover Lawdy Miss Clawdy. Of vraag het anders aan The Beatles die Slow Down, Dizzy Miss Lizzy en Bad Boy coverden (en John Lennon, de rockendste Beatle, coverde dan nog eens apart Bony Moronie en Dizzy Miss Lizzy), en Beatles rivalen The Rolling Stones coverden het minder bekende door Roddy Jackson samen met Sonny Bono gecomponeerde She Said Yeah. Williams had in 1957 één single uit op Specialty Records toen hun kip met de gouden eieren Little Richard voor het zingen de kerk inging en Williams werd in allerijl geherpositioneerd als zijn vervanger, en zijn tweede single Short Fat Fannie bevatte naast referenties naar andere rock 'n' roll hits niet toevallig de gevleugelde zinsnede “I was slippin' and slidin' with Long Tall Sally”. De prijsstieren zijn hier uiteraard Short Fat Fannie, de jiver Bony Moronie (hier op de correcte snelheid, niet de foutief versnelde versie die in Engeland verscheen), de rock 'n' roll screamers Slow Down en Dizzy Miss Lizzy met piano en saxofoons geschreeuwd met een overslaande stem die op het punt staat te breken, en de Coasters-achtige stroll Bad Boy met zijn diepe "he's a bad boy" die verdacht veel lijkt op "he's a bird" uit Bird Dog van The Everly Brothers. Opgewekte New Orleans rockers zijn You Bug Me Baby, The Dummy, Peaches And Cream en She Said Yeah, medium tempo pianowerk met een leger luie blazers is Hootchy-Koo, en High School Dance en de Lloyd Price cover Just Because (Williams was een neef van Lloyd Price) zijn typische moerassige New Orleans ballades. Het heeft allemaal ook veel weg van de in Zuidwest-Louisiana en Zuidoost-Texas mateloos populaire swamp pop, bijvoorbeeld de ballade I Was A Fool. En hoe zit het met die soul uit de titel? Het medium tempo Let Me Tell You Baby (melodiegewijs een trage Dizzy Miss Lizzy) van Williams' debuutsingle, nochtans uit 1957 en voorzien van een bluesy gitaar, is verrassend genoeg inderdaad vroege soul, maar het zijn vooral de latere Specialty singles en de Chess singles zoals de poprock nummers Steal A Little Kiss, Get Ready, Baby Baby, Like A Gentleman Oughta, Oh Baby, I Hear My Baby, Fresh Out Of Tears, I Can't Stop Lovin' You (niet het Ray Charles nummer) en het op een vraag/antwoord gospel patroon gebaseerde Give Me Love die inderdaad flirten met wat de soul zou gaan worden, en hoewel dat geen Slow Down's zijn blijven ze door hun frisheid aangenaam om terug te horen. Ook in ballades als Teardrops en het van een dwarsfluit voorziene My Baby's Got Soul zit dat al voor een stuk. De occasionele sixties rocker (Lawdy Mama) en doorslagjes (horen we in Little School Girl en het poppy Ting-A-Ling niet opnieuw Dizzy Miss Lizzy? ) ontbreken echter niet. Wat vanwege de rechten wel ontbreekt zijn destijds onuitgebrachte Specialty rockers als de Little Richard cover Heeby Jeebies en northern soul tracks als Too Late (een duet met Johnny "Guitar" Watson) uit 1967. Van zwarte rock 'n' roll naar teen rock en early soul, da's zo'n beetje de samenvatting van deze CD waarvan de tweede helft nagenoeg volledig tot die tweede en derde categorie behoort. Wie het daar niet zo voor heeft is beter af met de Larry Williams CDs op Ace die zich specialiseren in het Specialty werk en ook heel wat onuitgegeven materiaal en alternatieve takes bevatten. Hou er ook rekening mee dat de Chess tracks een wat minder scherpe geluidskwaliteit hebben. Info: www.jasmine-records.co.uk (Frantic Franky)

Larry Williams was the Bad Boy of rock 'n' roll, not only because he has a song with that title but mainly because he pimped on the side, was a bit too recreational in the use and sale of drugs, as a result got himself in 1961 an 18 month jail sentence, and shot himself through the head in 1980 at the age of 44. Or was it murder after all? Shame as he had a lot of talent, just listen to the 30 tracks on this CD containing all his Specialty and Chess singles up to his prison sentence and comparable to the 2017 Acrobat CD The Complete Releases 1957-1961 which contains two more LP tracks, Make A Little Love and the Lloyd Price cover Lawdy Miss Clawdy. Or ask The Beatles who covered his Slow Down, Dizzy Miss Lizzy and Bad Boy (and John Lennon, the rockinest Beatle, separately covered Bony Moronie and Dizzy Miss Lizzy), while Beatles rivals The Rolling Stones covered the lesser known She Said Yeah composed by Roddy Jackson and Sonny Bono. In 1957 Williams had one single out on Specialty Records when their goose with the golden eggs Little Richard went religious and Williams was hastily repositioned as his replacement, so it's probably no coincidence that his second single Short Fat Fannie included the line "I was slippin' and slidin' with Long Tall Sally" in addition to several other references to other rock 'n' roll hits. The prize cows here are obviously Short Fat Fannie, the jiver Bony Moronie (here at the correct speed, not the sped-up version that appeared in England), the rock 'n' roll screamers Slow Down and Dizzy Miss Lizzy with piano and saxophones shouted with a voice about to break, and the Coasters-like stroll Bad Boy with its deep "he's a bad boy" that sounds suspiciously like "he's a bird" from The Everly Brothers' Bird Dog. Upbeat New Orleans rockers are You Bug Me Baby, The Dummy, Peaches And Cream and She Said Yeah, medium tempo piano with an army of lazy horns is Hootchy-Koo, and High School Dance and the Lloyd Price cover Just Because (Williams was a cousin of Lloyd Price) are typical swampy New Orleans ballads. It's all also very similar to the swamp pop that was immensely popular in Southwest Louisiana and Southeast Texas, for example the ballad I Was A Fool. So what about the soul mentioned in the title? The medium tempo Let Me Tell You Baby (melody-wise a slow Dizzy Miss Lizzy) from Williams' debut single, although from 1957 and featuring a bluesy guitar, sounds indeed surprisingly early soul, but it's mainly the later Specialty singles and the Chess singles such as the pop rock numbers Steal A Little Kiss, Get Ready, Baby Baby, Like A Gentleman Oughta, Oh Baby, I Hear My Baby, Fresh Out Of Tears, I Can't Stop Lovin' You (not the Ray Charles song) and the question/answer gospel pattern based Give Me Love that flirt with what would become soul. While not Slow Down's they're still pleasant to hear again because of their freshness. You can also hear it in ballads like My Baby's Got Soul with flute and Teardrops. The occasional sixties rocker (Lawdy Mama) and copycats (can't we hear Dizzy Miss Lizzy in Little School Girl and the poppy Ting-A-Ling? ) are not absent either. What is missing due to the copyrights are originally unreleased Specialty rockers like the Little Richard cover Heeby Jeebies and northern soul tracks like Too Late (a duet with Johnny "Guitar" Watson) from 1967. From black rock 'n' roll to teen rock and early soul, that's more or less the summary of this CD of which the second half belongs almost entirely to the second and third category. If you're not into that, you're better off with the Larry Williams CDs on Ace that specialize in the Specialty recordings and contain a wealth of unreleased material and alternative takes. Also keep in mind that the Chess tracks here have a somewhat poorer sound quality. Info: www.jasmine-records.co.uk (Frantic Franky)


 

KISSES SWEETER THAN HONEYCOMB/
JIMMIE RODGERS

Jasmine, JASCD1070
Englis
h version: see below

In januari 2021 hebben wij uitgebreid aandacht besteed aan het overlijden op 87-jarige leeftijd van Jimmie Rodgers, hitmaker van Honeycomb (een cover trouwens, het origineel is een vier jaar ouder B-kantje in Frankie Laine westernstijl van crooner Georgie Shaw) en Kisses Sweeter Than Wine, twee onweerstaanbare lichtvoetige poppareltjes en daarmee perfecte teen rock. Wat we toen vooral onthielden was dat Rodgers daarna voornamelijk folk zong, dus we waren ten zeerste benieuwd naar deze CD, met zijn royale 32 tracks slechts een heel beperkte selectie uit Rodgers' bijzonder omvangrijke discografie die meer dan 20 Top 100 noteringen bevat. De eerste verrassing is Rodgers' debuutsingle uit 1956 (hier bij ons weten voor het eerst op CD, staat zelfs niet op de in 2015 verschenen Acrobat dubbel CD The Complete US & UK Singles As & Bs 1957-62), want I Won't Sing Rock 'n' Roll is hele ouderwets klinkende piano cocktail variété vermengd met boogie woogie en een oubollige dubbele sax solo die vreemd genoeg gaat over het feit dat je hem niet moet vragen rock 'n' roll te zingen omdat "go cat go zijn soul tormenteert". Geen idee wat de achtergrond was maar het is veelzeggend qua standpunt in het licht van wat zou volgen. De B-kant klinkt nog ouderwetscher: I Always Knew had evengoed uit het variété ten tijde van de tweede wereldoorlog kunnen stammen. Dat hier met Oh Oh I'm Falling In Love Again en Bimbombey enkele nummers in de stijl van Honeycomb en Kisses Sweeter Than Wine opstaan is logisch, maar de meeste nummers situeren zich in de brave teen rock (Make Me A Miracle, Are You Really Mine, I'm Never Gonna Tell), de pop (Ring-A-Ling-A-Lario) en de ballades (Secretly, Because You're Young, When Love Is Young). Soms zit daar een western sfeertje in (The Wizard, Girl In The Wood, Wonderful You, TLC Tender Love And Care, Waltzing Mathilda) maar ik hoor vokaal ook echos van Harry Belafonte's calypsos. The Long Hot Summer is het thema uit de gelijknamige Paul Newman film en klinkt inderdaad als easy listening pop filmmuziek. Rodgers nam ook kerstmuziek op maar het enige kerstliedje hier is de uptempo kinder popsong Wistful Willie, en van zijn gospels horen we enkel Just A Closer Walk With Thee waarin Elvis weerklinkt, Joshua Fit The Battle O' Jericho en het uptempo Woman From Liberia dat klinkt als een sneller Kisses Sweeter Than Wine. Deze muzikale smeltkroes evolueert inderdaad naar wat later de folk zou worden, maar dan een op maat van de popmarkt gesneden her-interpretatie van de semi-akoestische vokale hoogstandjes van The Weavers (originele uitvoerders van Kisses Sweeter Than Wine), The Kingston Trio en The Brothers Four, niet zoals de western epossen van Johnny Horton en niet zoals wat Bob Dylan later zou neuzelen. Wat niét op de CD staat is Rodgers' Bo Diddley (geen Bo Diddley cover maar gebaseerd op het kinderliedje Hush Little Baby), zijn croonerversie van Love Letters In The Sand, de softrocker Froggy Went A-Courtin', St. James Infirmary en Rhumba Boogie. Niets daarvan is onmisbaar, maar die nummers hadden hier zeker in de plaats gemogen van sommige van de toch vrij standaard pop songs, want de CD zoals ie nu is nodigt hniet uit tot het verder exploreren van Rodgers' oeuvre. Dit is kwaliteit, maar in een genre ver verwijderd van rock 'n' roll waar je echt wel voor moet zijn. Alleen had dat hoesje wat mooier gekund. Info: www.jasmine-records.co.uk (Frantic Franky)

In January 2021 we extensively covered the death at the age of 87 of Jimmie Rodgers, hitmaker of Honeycomb (a cover by the way, the original being a four year older Frankie Laine styled B-side by crooner Georgie Shaw) and Kisses Sweeter Than Wine, two irresistible lighthearted pop gems and therefor perfect teen rock. What I mostly remember from our obituary is that Rodgers later specialised in folk music, so we were rather curious about this CD, with its generous 32 tracks representing only a very limited selection from Rodgers' extremely extensive discography that includes more than 20 Top 100 entries. The first surprise is Rodgers' debut single from 1956 (here to our knowledge for the first time on CD, it's not even on Rodgers' 2015 Acrobat double CD The Complete US & UK Singles As & Bs 1957-62), as I Won't Sing Rock 'n' Roll is very old fashioned sounding piano cocktail variety mixed with boogie woogie and a corny double sax solo that is oddly enough about the fact that you shouldn't ask him to sing rock 'n' roll because "go cat go torments my soul". No idea what the background was but it says a lot in terms of what was to follow. Its B-side sounds even more old fashioned: I Always Knew might as well have been recorded in the variety shows at the time of the second world war. Less of a surprise is that with Oh Oh I'm Falling In Love Again and Bimbombey the CD contains a couple of Honeycomb and Kisses Sweeter Than Wine styled songs, but the bulk is civilised teen rock (Make Me A Miracle, Are You Really Mine, I'm Never Gonna Tell), pop (Ring-A-Ling-A-Lario) and ballads (Secretly, Because You're Young, When Love Is Young). Sometimes these have a western vibe (The Wizard, Girl In The Wood, Wonderful You, TLC Tender Love And Care, Waltzing Mathilda) but vocally I also hear touches of Harry Belafonte's calypsos. The Long Hot Summer is the theme from the Paul Newman film of the same name and does sound like easy listening pop film music. Rodgers also recorded christmas music but the only christmas song here is the uptempo children's pop song Wistful Willie, and of his gospels we only hear Just A Closer Walk With Thee which echoes Elvis, Joshua Fit The Battle O' Jericho and the uptempo Woman From Liberia which is like a faster Kisses Sweeter Than Wine. This musical melting pot indeed evolves into what would later become folk, but folk in the form of a re-interpretation aimed at the pop market of the semi-acoustic vocal stylings of The Weavers (original performers of Kisses Sweeter Than Wine), The Kingston Trio and The Brothers Four, not like Johnny Horton's western epics and not like what Bob Dylan would mumble. What is not on the CD is Rodgers' Bo Diddley (not a Bo Diddley cover but based on the children's song Hush Little Baby), his crooner version of Love Letters In The Sand, the soft rocker Froggy Went A-Courtin', St. James Infirmary and Rhumba Boogie. None of these are indispensable, but they would have been a welcome change for some of the fairly standard pop songs here, because unfortunately the CD as it is does not induce further exploration of Rodgers' oeuvre. This is quality, but in a genre far removed from rock 'n' roll which one really has to appreciate. And the cover would have benefitted from a cool photo. Info: www.jasmine-records.co.uk (Frantic Franky)


 

UP ON THE ROOF/ KENNY LYNCH
Jasmine, JASMCD2718
Englis
h version: see below

Ik ken de in 2019 op 81-jarige leeftijd aan kanker overleden Kenny Lynch alleen van zijn verschijning in de Britse horror film Dr. Terror's House Of Horrors uit 1965 met Christopher Lee en Peter Cushing waarin hij twee liedjes zingt. Eén daarvan, de beschaafd swingende crooner Give Me Love, staat op deze CD en dat is wat me over de streep trok, ook al staat het andere, de calypso Everybody's Got Love, hier niét op. Voor de rest wist ik enkel dat Lynch in Engeland een aantal hits scoorde en daar een jarenlange succesvolle muziekcarrière aan overhield, maar dat het was het dan ook. Alle nummers hier, al dan niet met vioolpartijen, vallen onder de noemer van wat ik Cliff Richard pop noem, popmuziek zoals ze begin jaren '60 niet enkel door Cliff Richard maar door zowat alle Engelse zangers en zangeressen aan de lopende band werd gefabriceerd, de tijd toen The Beatles en The Rolling Stones eraan zaten te komen terwijl de eerste generatie Britse rockers niet beter wist dan op de swingende variété pop tour te gaan, niet alleen Cliff Richard maar ook Billy Fury, Tommy Steele, Adam Faith, John Leyton, Shane Fenton, noem ze maar op. Twee covers hier die u een idee geven van die muziekstijl: Up On The Roof van The Drifters en het minder bekende Slowcoach, een medium tempo western swing accordeon crooner van Pee Wee King. Strolling Blues is geen stroll en geen blues maar pure pop voorzien van een Floyd Cramer piano, en mensen into muziekfilms kennen uit Just For Fun (1963) misschien Lynch's Crazy Crazes dat Chubby Checker, Little Eva, de hully gully en de madison vernoemt en met zijn orgeltje net als Puff (Up In Smoke) de vroege psychedelische sixties vooraankondigt. It Had Better Be A Wonderful Lie en I'm Not That Sort Of Girl (dat laatste op een twist melodie) zijn novelty met een plat Londens (denk ik) cockney accent die me dan weer doen denken aan een Cliff Richard film als Summer Holiday, dat soort humor. Jammer genoeg ontbreekt You Can Never Stop Me Loving You, niet omdat dat zo'n fantastisch nummer is maar omdat we dan beide kantjes van zijn eerste negen His Master's Voice singles 1960-1962 netjes op een rijtje hadden gehad. Ook zijn debuutsingle Splish Splash uit 1958 ontbreekt. Bert Weedon's Twist Me Pretty Baby uit 1962 met Lynch op zang en "shouts" (zo stond het op het label) had sympathiek geweest maar die staat dan weer op de recente C'Mon Let's Do The British Twist various artists Jasmine CD. Een interessante cover die ontbreekt omdat het jaar 1964 in Engeland nog niet out-of-copyright is is Stand By Me, net als Lynch's Twist And Shout copie getiteld Shake And Scream. Conclusie: met rock 'n' roll heeft deze CD niets te maken, maar wie houdt van die jaren '60 popstijl zal hier veel plezier aan beleven. Info: www.jasmine-records.co.uk (Frantic Franky)

I know Kenny Lynch who died of cancer in 2019 at the age of 81 only from his appearance in the 1965 British horror film Dr. Terror's House Of Horrors with Christopher Lee and Peter Cushing in which he performs two songs. One of them, the civilized swinging crooner Give Me Love, is on this CD and that's what got me hooked, even though the other, the calypso Everybody's Got Love, is not on here. Other than that all I knew was that Lynch had a couple of hits in England which led to a successful music career that lasted for years. All the songs here, with or without violin parts, fall under the heading of what I call Cliff Richard pop, pop music as it was produced in large quantities in the early sixties not only by Cliff Richard but by all the English singers, the time when The Beatles and The Rolling Stones were on their way while the first generation of British rockers only sang swinging variety pop music, not just Cliff Richard but the whole lot of them: Billy Fury, Tommy Steele, Adam Faith, John Leyton, Shane Fenton, you name it. Two covers here to give you an idea of that music style: Up On The Roof from The Drifters and the lesser known Slowcoach, a medium tempo western swing accordion crooner by Pee Wee King. Strolling Blues is neither stroll nor blues but pure pop featuring a Floyd Cramer piano, and people into music films may remember Lynch's Crazy Crazes from Just For Fun (1963) which references Chubby Checker, Little Eva, the hully gully and the madison and with its organ announces the early psychedelic sixties, just like Puff (Up In Smoke). It Had Better Be A Wonderful Lie and I'm Not That Sort Of Girl, the latter to a twist tune, are novelty with a cockney (I think) accent which reminds me of movies like Cliff Richard's Summer Holiday, that type of comedy. Unfortunately You Can Never Stop Me Loving You is missing, not because it's such a great song but because then we would have had both sides of Lynch's first nine His Master's Voice singles 1960-1962 neatly lined up. Also missing is his 1958 debut single Splish Splash. Bert Weedon's 1962 Twist Me Pretty Baby with Lynch on vocals and "shouts" (that's what the label said) would have made a nice addition but is included on the recent C'Mon Let's Do The British Twist various artists Jasmine CD. A interesting cover that's missing because the year 1964 is not yet out-of-copyright in England is Stand By Me, as well as Lynch's Twist And Shout copy titled Shake And Scream. Conclusion: this CD has nothing to do with rock 'n' roll, but those who love sixties pop will find lots to enjoy. Info: www.jasmine-records.co.uk (Frantic Franky)


 

THE MOJO MAN SPECIAL VOLUME 4: VOODOO MAN
Koko-Mojo, KM-CD-103
Englis
h version: see below

Nummer vier in deze reeks die de zwarte rock 'n' roll fêteert zoals geselecteerd door Little Victor alias Victor Mac, een man die als de Beale Street Bopper zelf grossiert in fifties styled blues maar een goeie neus heeft voor àlle soorten zwarte muziekjes. Hij is ook de samensteller van de Koko-Mojo en de Boss Black Rockers reeksen, en deze Mojo Man Special wordt zo'n beetje gepromoot als zijn grand cru. Dat betekent in de eerste plaats veel uptempo zwarte rock 'n' roll en doo-wop met Rudy Moore (Ring A-Ling Dong, de debuutsingle uit 1956 van dé Rudy Ray Moore), Eddie “Tex” Curtis (Shake Pretty Baby Shake), The Dodgers (Let’s Make A Whole Lot Of Love), Mac Sims (Driving Wheel), Floyd Dixon (Oooh Little Girl) en het door Mike Sanchez gecoverde Women And Cadillacs van The Nite Riders. Mid-tempo werk is er van Priscilla Bowman (Don’t Come In Here) en Lou Mac (Slow Down), en ook de zwarte early sixties komen aan bod met King Coleman (Crazy Feeling), Oscar Boyd (When Things Get A Little Better), de stroll The Voodoo Man van The Kingsfive en het ook al in voodoo handelende Mo Jo Hanna van Henry Lumpkin. In het medium tempo van veel blazers voorziene Whatcha Gonna Do When Your Baby Leaves You creëert Chuck Willis een Hit The Road Jack sfeertje, en een gelijkaardig sfeervol popcorn noir nummer is Little Willie John's My Nerves. Meer door de overkant van de spoorweg beïnvloede bluesgerichte klanken zijn het semi-akoestische My Little Baby van Little Shy Guy & the Hot Rods met mondharmonica en toch rockend, en de bluesrock van Jimmy Reed's Shame Shame Shame. I Can’t Sit Down van Marie & Rex is variété rock 'n' roll gedoopt in gospel, en The Dixie Hummingbirds' Bedside Of A Neighbor is echt rockende gospel boogie. Oriental Nightmare van het gemengd blank-zwarte combo Rodney & the Blazers is een oosters (de melodie, het gebruik van een gong) geïnspireerde instrumentale sax-gitaar stroll die het meer moet hebben van de sfeer dan van alles als een orkaan omver te blazen zoals hun bekendere Summertime Rock. Vreemde eenden in de bijt zijn de orgel work out Hully Gully Now van Big Bo & the Arrows (vocal: Little Smitty) uit 1962, eigenlijk Feelin' Good van Junior Parker met een andere tekst en een Wooly Bully groove. Sterker: Sam The Sham moest in 1965 een en ander wijzigen aan Wooly Bully omdat het anders te véél leek op Hully Gully Now maar hield toch de "watch it, watch it now" er in. Op die Hully Gully Now kan kan je evengoed ska dansen, Jamaicaans ritme dat ook in het Coasters-achtige Hard Times van The Majestics zit. Zelfs Muddy Waters gaat een potje skanken in Muddy Waters Twist, een sixties twist zonder bluesgitaar maar met een orgeltje. Tot daar aan toen, maar zangeres Annie Ross met het jazz nummer Twisted is net iets te ver van ons bed. Dansvloer killers zoals op het hoesje staat zou ik deze CD niet noemen, maar wie op zoek is naar zwarte obscuriteiten komt met deze 24 tracks 1953-1963 absoluut aan zijn party trekken. Info: www.vintagerockinroots.com (Frantic Franky)

Number four in this series celebrating black rock 'n' roll as selected by Little Victor aka Victor Mac, the man who under the guise of the Beale Street Bopper specialises in fifties styled blues but has a deep knowledge of àll black music genres. He is also the compiler of the Koko-Mojo and Boss Black Rockers series, and this Mojo Man Special series is pretty much promoted as his grand cru. That means first and foremost lots of uptempo black rock 'n' roll and doo-wop with the likes of Rudy Moore (Ring A-Ling Dong, the 1956 debut single by the one and only Rudy Ray Moore), Eddie "Tex" Curtis (Shake Pretty Baby Shake), The Dodgers (Let's Make A Whole Lot Of Love), Mac Sims (Driving Wheel), Floyd Dixon (Oooh Little Girl) and The Nite Riders' Women And Cadillacs as covered by Mike Sanchez. Medium tempo material is offered by Priscilla Bowman (Don't Come In Here) and Lou Mac (Slow Down) while the early sixties black music scene is covered with King Coleman (Crazy Feeling), Oscar Boyd (When Things Get A Little Better), The Kingsfive's strollin' The Voodoo Man and Henry Lumpkin's Mo Jo Hanna who is also under a voodoo spell. The horn section of Chuck Willis' medium tempo Whatcha Gonna Do When Your Baby Leaves You creates a Hit The Road Jack atmosphere, and a similarly atmospheric popcorn noir number is Little Willie John's My Nerves. More blues oriented sounds from the other side of the tracks are the semi-acoustic My Little Baby by Little Shy Guy & the Hot Rods with harmonica yet still rockin', and the blues rock of Jimmy Reed's Shame Shame Shame. I Can't Sit Down by Marie & Rex is variety rock 'n' roll baptised in gospel, and The Dixie Hummingbirds' Bedside Of A Neighbor is real rockin' gospel boogie. Oriental Nightmare by the integrated black and white combo Rodney & the Blazers is an oriental (the melody, the use of a gong) inspired instrumental sax-guitar stroll that relies more on atmosphere than on blowing the house down like their better known Summertime Rock. Odd ones out are the organ workout Hully Gully Now by Big Bo & the Arrows (vocal: Little Smitty) from 1962, actually Junior Parker's Feelin' Good with different lyrics and a Wooly Bully groove. As a matter of fact Sam The Sham had to make some changes to his Wooly Bully in 1965 because it sounded too much like Hully Gully Now but kept the "watch it, watch it now". You could dance ska to Hully Gully Now as is has that Jamaican rhythm which is also present in the Coasters-like Hard Times by The Majestics. Even Muddy Waters goes skankin' in Muddy Waters Twist, a sixties twist without blues guitar but with an organ. So far so good, but Annie Ross' jazz number Twisted is a bit too far out of our comfort zone. I wouldn't call this CD dancefloor killers as it says on the cover, but if you are looking for obscure black tunes you will definitely find a lot to your liking in these 24 tracks 1953-1963.Info: www.vintagerockinroots.com (Frantic Franky)

12 mei 2021

 

BLUES, BOOGIES & TORCH BALLADS 1945-1958/
HADDA BROOKS

Jasmine, JASMCD3190
Englis
h version: see below

Ik leerde Hadda Brooks kennen in 1999 als gaste op het nummer You're My Cadillac op Deke Dickerson's Million Dollar Sellers album. Dat moet zo ongeveer haar allerlaatste opname geweest zijn want vier jaar later overleed ze na een openhartoperatie op 86-jarige leeftijd na een carrière die begon in 1945 en alle geluidsdragers overliep van 78 toeren bakelieten fonoplaten tot MP3's. Brooks, een klassiek opgeleide pianiste, nam haar eerste plaat op in 1945 en dat was tevens de allereerste plaat die uitkwam op Modern Records dat toen zelfs nog Modern Music Records heette en speciaal voor haar werd opgericht. Dankzij het succes van háár platen kon Modern later muziek uitbrengen van onder meer John Lee Hooker, Pee Wee Crayton, BB King, Etta James, Howlin' Wolf, Johnny “Guitar” Watson, Elmore James, Jesse Belvin, Joe Houston, Young Jessie, Etta James, Oscar McLollie en Hank Thompson. Brooks was in haar lange en gevarieerde carrière erg productief (om u een idee te geven: een halve eeuw na haar debuut op Modern tekende ze een contract bij het door overnemer Virgin Records gereactiveerde Modern) en is goed voorzien in de re-issue markt - met name Ace biedt een aantal goeie Hadda Brooks CD’s aan.
Deze Jasmine CD groepeert 27 Modern, London, OKeh en Crown tracks 1945-1957 (en niet 1958) evenwichtig verdeeld tussen instrumentale en vocale nummers die aftrappen met een aantal van die allereerste opnames die beginnen met het medium tempo Blusen The Boogie en met Swingin' The Boogie en Juke Box Boogie steeds sneller gaan. Brooks wordt begeleid door een klein combo met gitaar en drums (Variety Boogie, Lazy Boogie, Hip Shakin' Boogie) en soms ook met blazers (Brooks Boogie met een flard Marseillaise, It Had To Be Brooks). Teen Age Boogie, nochtans uit 1947, komt het dichtst in de buurt van rock 'n' roll maar is uiteindelijk ook "maar" een snelle boogie woogie. Dit zijn allemaal variaties op de boogie woogie en hoewel ik daar niet genoeg van ken om al de verschillende subtiele substijlen te onderscheiden is "inventief" het woord dat ik zou gebruiken voor Brooks' interpretaties van de piano boogie in het spoor van artiesten als Albert Ammons, Pete Johnson en Meade Lux Lewis wiens Honky Tonk Boogie Hadda Brooks covert.
De vocale nummers versmelten verschillende genres als bluesy ballades (You Won't Let Me Go, Romance In The Dark, What Have I Done, All I Need Is You, Keep Your Hand On Your Heart, Anytime Anyplace Anywhere niet in de originele jaren '40 versie maar in de Femme Fatale heropname uit 1957), crooners (Trust In Me, het Billie Holiday-achtige The Thrill Is Gone) en soft swing (I Feel So Good (met het orkest van Count Basie?), Time Was When, My Song) tot één geheel. De tot begin de jaren' 30 teruggaande ballade That's My Desire werd ook gezongen door The Flamingos, Eddie Cochran, Jerry Lee Lewis, Buddy Holly, Dion & the Belmonts, Cliff Richard, Patsy Cline en The Shadows, de jumpende swinger Jump Back Honey is daarentegen Brooks' originele uitvoering uit 1952 van de Gene Vincent rockabillyclassic! De ballade I Hadn't Anyone Till You zong Hadda Brooks in 1950 voor Humphrey Bogart in de film In A Lonely Place (op 17 februari 2021 overleed In A Lonely Place actrice Martha Stewart op 98-jarige leeftijd!) en de ballade Out Of The Blue zong ze in 1947 in de gelijknamige komedie.
Ik heb eens gelezen dat Hadda Brooks alleen al voor Modern van 1945 tot 1950 waarschijnlijk meer dan 100 nummers opnam waarvan er "slechts" een zestigtal origineel verschenen. Ik weet niet op basis van welke criteria de selectie voor deze CD is gebeurd, maar die omvangrijke output betekent dat er hier veel nummers niet opstaan waarvan je op basis van de titel de opname had kunnen verantwoorden zoals Rockin' The Boogie (in 1945 een van haar allereerste opnames), Stompin' The Boogie, Rock 'n' Roll Boogie en Nightmare Boogie. Anderzijds ware het dan wellicht teveel van hetzelfde geworden terwijl het nu een gevarieerde CD is die niet begint te vervelen. Een persoonlijk favorietje van mij dat ontbreekt is het exotisch swingende Old Man River uit ±1956. Maakt niet uit: deze rustige romantiek en rokerige jazz uit vervlogen tijden in uitstekende geluidskwaliteit is de ideale luie zondagochtend muziek!
Info: www.jasmine-records.co.uk (Frantic Franky)

I first learned about Hadda Brooks in 1999 when she guested on the song You're My Cadillac on Deke Dickerson's Million Dollar Sellers album. That must have been about her very last recording because four years later she died after open heart surgery at the age of 86 after a career that began in 1945 and spanned all audio playback forms from 78 RPM platters to MP3s. Brooks, a classically trained pianist, made her first recordings in 1945, the very first records released on Modern Records which was still called Modern Music Records back then and was founded especially for her. Thanks to the success of her records Modern later released music by John Lee Hooker, Pee Wee Crayton, BB King, Etta James, Howlin' Wolf, Johnny "Guitar" Watson, Elmore James, Jesse Belvin, Joe Houston, Young Jessie, Etta James, Oscar McLollie and Hank Thompson! Brooks was very prolific in her long and varied career (to give you an idea: half a century after her debut on Modern she signed a contract with the reactivated Modern acquired by Virgin Records) and has been well served on the re-issue market - Ace Records in particular offers several excellent Hadda Brooks CDs. This Jasmine CD brings together 27 Modern, London, OKeh and Crown tracks 1945-1957 (not 1958) alternating between instrumental and vocal tracks and kicks off with a couple of those very first recordings, starting with the medium tempo Blusen The Boogie and speeding things up with Swingin' The Boogie and Juke Box Boogie. Brooks is accompanied by a small combo with guitar and drums (Variety Boogie, Lazy Boogie, Hip Shakin' Boogie) and sometimes horns (Brooks Boogie with a snippet of the Marseillaise, It Had To Be Brooks). Teen Age Boogie, although from 1947, comes closest to rock 'n' roll but is basicly also "only" a fast boogie woogie. All of these are variations on boogie woogie and while I don't know enough about the genre to distinguish the subtly different substyles, "inventive" is the word which describes best Brooks' interpretations of the piano boogie in the wake of artists like Albert Ammons, Pete Johnson and Meade Lux Lewis whose Honky Tonk Boogie Hadda Brooks covers.
The vocal numbers fuse genres like bluesy ballads (You Won't Let Me Go, Romance In The Dark, What Have I Done, All I Need Is You, Keep Your Hand On Your Heart, Anytime Anyplace Anywhere not in the original 1940s version but in the 1957 Femme Fatale re-recording), crooners (Trust In Me, the Billie Holiday-esque The Thrill Is Gone) and soft swing (I Feel So Good (with Count Basie's orchestra? ), Time Was When, My Song). The ballad That's My Desire which dates back to the early 1930s was also sung by The Flamingos, Eddie Cochran, Jerry Lee Lewis, Buddy Holly, Dion & the Belmonts, Cliff Richard, Patsy Cline and The Shadows, the jumpin' swinger Jump Back Honey on the other hand is Brooks' original 1952 version of the Gene Vincent rockabilly classic! The ballad I Hadn't Anyone Till You was sung by Hadda Brooks in 1950 for Humphrey Bogart in the film In A Lonely Place (on February 17, 2021 In A Lonely Place actress Martha Stewart died at the age of 98!) and the ballad Out Of The Blue she sang in 1947 in the comedy of the same title.
I once read that Hadda Brooks from 1945 tot 1950 probably recorded over 100 songs for Modern alone of which "only" about 60 were originally released. I don't know which criteria were used to make the selection for this CD, but that extensive output means that there are many songs not included here whose inclusion could have been justified solely based upon the title such as Rockin' The Boogie (one of her very first recordings in 1945), Stompin' The Boogie, Rock 'n' Roll Boogie and Nightmare Boogie. On the other hand this way the CD might have become too much of the same thing while it is now a varied CD that does not get boring. A personal favorite of mine that is missing is the exotic swinging Old Man River from +/- 1956. Doesn't matter: this relaxed romanticism and smoky jazz from bygone days in excellent sound quality is the ideal lazy sunday morning music!

Info: www.jasmine-records.co.uk (Frantic Franky)


 

 

FORM A PARTNERSHIP, GLAD ALL OVER:
THE TEN COMMANDMENTS OF ROCK 'N' ROLL COMMANDMENT FIVE

Atomicat, ACCD054
English version: see below

In mijn kleine catechismus was het vijfde gebod "dood niet, geef geen ergernis" en in het Engels is het afhankelijk van je denominatie "thou shalt not kill" of "honour thy father and thy mother". Dat eerste thema had zeker een CD kunnen opleveren waar je een moord voor zou plegen maar de openers van Form A Partnertship zetten je ietwat op het verkeerde been (in mijn geval het middelste) want Billy Brown's Look Out Heart (Here Comes Love) is een brave teenrocker met een twangy fuzzy gitaar maar ook met een meidenkoortje, en ook Chuck Reed's Let's Put Our Hearts Together is een cleane teenybopper met backing vocals. Je zou ook kunnen zeggen dat die twee nummers country goes pop of de hitstijl van Johnny Burnette zijn, met andere woorden multi-interpreteerbaar. Roy Tyson's Oh What A Night For Love is uptempo doo-wop maar ook heel poppy en er staat nog meer teenrock op (Johnny Devlin's Heaven’s Plan, Dickie Pride's fluitende Betty Betty) in alle vormen en maten van het type onschuld ontmoet overgave, maar gelukkig ook veel andere dingen uit de klassieke rock 'n' roll (Mac Curtis' Say So), de klassieke Sun rockabilly (Carl Perkins' Glad All Over), de teenbilly (The Barker Brothers' Hey Little Mama), uptempo doo-wop staaltjes (The Solitaires' What Did She Say, The Mello Tones' I'm Gonna Get (What I Came For Last Night), The Stratfords' Promise Her Anything (But Give Her Love), The Spirals' Please Be My Love), zwarte Louisiana jive (Tottles van Lenny Capello & The Dots), de betere rock 'n' roll van zowel Johnny Preston (Kissin' Tree) als Cliff Richard & the Shadows (I'm Gonna Get You) en nog meer van dat soort rock 'n' roll zo scherp als een vers geslepen vlindermes met Jimmy Isle & the Southlanders' Goin' Wild.
Tot daar de reguliere rock 'n' roll, maar samensteller Mark Armstrong bewandelt ook de kronkelende zijpaden met piano boogie bop als Billy Martin's If It's Lovin' That You Want, al dan niet geschift zoals Gene Wyatt's jodelend hijgende Love Fever met een lichtelijk vals klinkende gitaar (het nummer klinkt als een bronstige Johnny Burnette), en existentiële teen rock (Francis Zambon & the Naturals' Our Love Will Last) genre Norman Petty op steroïden. Judy Capps' You Can Have My Love is primitieve female white rock, Ruth Brown's Sweet Baby Of Mine is popcorn noir, The Staffords' Look What You Did is cocktail rock 'n' roll swing en er zijn would-be Bobby Darin's met Frankie Brent's Be My Girl en vooral Jim Eddy's All Of Me. Maar waarom genoegen nemen met stand-ins als je de echte Bobby Darin bij de hand hebt? Een stroll moet immers klinken zoals zijn door niemand minder dan Elvis gecoverde I Want You With Me en niet anders. Een andere crooner die de rocktour opging was Edna McGriff met I Can't Love You Enough. Afsluiter is Johnny Carroll's esotherische muziekdoos ballade Lost Without You, en de winnaar is voor mijn geld de zalig uptempo swingende doo-wop van The Du Droppers' Honey Bunch. Samen zijn deze 30 tracks 1954-1963 wat men in het Engels a mixed bag noemt met ongetwijfeld voor elk wat wils en hopelijk niet te veel dingen die u niét goed vindt, want dat is het gevaar van te veel variatie. Info: www.vintagerockinroots.com (Frantic Franky)

When I went to sunday school the fifth commandment was, depending on your denomination, "thou shalt not kill" or "honor thy father and thy mother". The first could certainly have produced a CD you'd kill for but the opening tracks of Form A Partnertship set you off somewhat on the wrong foot, as Billy Brown's Look Out Heart (Here Comes Love) is a goody teen rocker with a twangy fuzzy guitar but also with a girl chorus, and Chuck Reed's Let's Put Our Hearts Together is a clean teeny bopper with backing vocals. You could also say that those two songs are country goes pop or the hit style of Johnny Burnette, in other words they're multi-interpretable. Roy Tyson's Oh What A Night For Love is uptempo doo-wop but also very poppy and there's more teen rock here (Johnny Devlin's Heaven's Plan, Dickie Pride's whistling Betty Betty) in all shapes and sizes (innocence meets surrender), but thankfully also plenty of other stuff from classic rock 'n' roll (Mac Curtis' Say So), classic Sun rockabilly (Carl Perkins' Glad All Over), teen billy (The Barker Brothers' Hey Little Mama) and uptempo doo-wop (The Solitaires' What Did She Say, The Mello Tones' I'm Gonna Get (What I Came For Last Night), The Stratfords' Promise Her Anything (But Give Her Love), The Spirals' Please Be My Love) to black Louisiana jive (Tottles by Lenny Capello & The Dots), the best rock 'n' roll by both Johnny Preston (Kissin' Tree) and Cliff Richard & the Shadows (I'm Gonna Get You) and more rock 'n' roll sharp as switchblade knife with Jimmy Isle & the Southlanders' Goin' Wild.
All of this is regular rock 'n' roll, but compiler Mark Armstrong also fearlessly walks down rock'n' roll's sidepaths with piano boogie bop like Billy Martin's If It's Lovin' That You Want, which may or not may be totally nuts like Gene Wyatt's yodeling moaning and groaning Love Fever with a slightly out of key guitar (the song sounds like Johnny Burnette in heat), and existential teen rock (Francis Zambon & the Naturals' Our Love Will Last) of the Norman Petty on steroids type. Judy Capps' You Can Have My Love is primitive female white rock, Ruth Brown's Sweet Baby Of Mine is popcorn noir, The Staffords' Look What You Did is cocktail rock 'n' roll swing and there are would-be Bobby Darin's with Frankie Brent's Be My Girl and especially Jim Eddy's All Of Me. But why settle for copycats when you have the real Bobby Darin on hand? After all, a stroll should sound like his I Want You With Me (covered by none other than Elvis) and nothing else. Another crooner who went a-rockin' was Edna McGriff with I Can't Love You Enough. Closing track is Johnny Carroll's esotheric music box ballad Lost Without You, and the winner for my money is the blissfully uptempo swinging doo-wop of The Du Droppers' Honey Bunch. Together these 30 tracks 1954-1963 are what you might call a mixed bag with something for everyone and hopefully not too many things you don't like, because that's the danger of too much variety. Info: www.vintagerockinroots.com (Frantic Franky)


 

DOO WOP DAYS AND THEIR JOURNEY TO THE TOP 1953-1962/
HAROLD MELVIN & THE BLUE NOTES

Jasmine, JASCD1049
English version: see below

Elke soul-, funk- en discogroep uit de jaren '70 had zijn roots in de doo-wop, en zo ook Harold Melvin & the Blue Notes. De groep ontstond in 1954 als The Blue Notes en deze CD traceert hun ontstaan, waarbij de samenstellers ruiterlijk toegeven dat ze "niet al te zeker zijn op hoeveel van de 25 tracks Harold Melvin hier daadwerkelijk meezingt, maar in elk geval op de meerderheid". De reden daarvoor is dat Melvin eigenlijk nooit echt de leadzanger van de groep was, ook niet in hun succesvolste periode van 1972 tot 1979 want dat was toen Teddy Pendergrass, en na Pendergrass' vertrek was het David Ebo en geen van die twee doet mee op de hier verzamelde vroege singles. Wanneer Melvin juist bij de groep kwam is ook onduidelijk, maar aangezien hij werd geboren in 1939 was hij in 1954 15 jaar en dat lijkt toch verdacht jong om er toen al bij te zijn geweest. Melvin overleed in 1997 op 57-jarige leeftijd en kan het dus zelf niet meer vertellen. Nog sterker: de vier oudste songs hier hebben mogelijk niets met The Blue Notes te maken. De zalig relaxte diepe doo-wop van Too Hot To Handle is één kant van een single uit 1953 van een groep genaamd The Blue Notes die mogelijk ándere Blue Notes zijn (ommezijde If You'll Be mine staat niet op de CD, wel een origineel onuitgebrachte opname van hen getiteld If My Heart Could Only Talk, een vlotte jaren '50 versie van de honingzoete vocal harmony van The Ink Spots), en ook van de single Why Fool Yourself/ Don't Tease Me van Bernie Williams & the Scrubs is dat niet zeker. Bij de eerste incarnatie van ónze Blue Notes zat inderdaad ene Bernard Williams, maar is dat dezelfde? Voor de volledigheid en voor de zekerheid, zullen we maar zeggen. De eerste 100 % echt zekere single van The Blue Notes, If You Love Me (een vertaling van Edith Piaf's Hymne A L'Amour)/ There's Something In Your Eyes Eloise uit 1956 staat uiteraard op de CD, maar van Letters/ With This Pen uit datzelfde jaar van Todd Randall with The Blue Notes is dan weer niet meer te achterhalen of Randall effectief lid was van de groep of een solozanger die The Blue Notes die op hetzelfde label zaten enkel gebruikte als begeleidingsband. De CD bevat verder nog beide zijdes van zes andere Blue Notes singles waaronder het stratosferisch hoog gezongen She Is Mine en het Phil Spector-achtige kerstliedje Winter Wonderland met op de B-kant de veel ouder klinkende ballade Oh Holy Night. Bonustracks zijn de origineel onuitgebrachte nummers If It's Our Destiny, Devoted To You en de Coasters-achtige novelty Hey Doc, een outtake van Blue Star zonder strijkers maar mét piano arrangement die daardoor puurder klinkt met meer nadruk op de stemmen en dat piano arrangement, net zoals de outtake van Pucker Your Lips zonder strijkers meer nadruk legt op het stemmenwerk en het mambo ritme. U geeft geen ene moer om de vroege geschiedenis van Harold Melvin & the Blue Notes en wie hier nu wie is? Dan beschouwt u dit toch gewoon als een patente potente CD die de hele evolutie van de doo-wop illustreert van vocal harmony over typisch plechtige, romantische en gevoelige doo-wop ballades (My Hero, The Letter), medium tempo (Wagon Wheels, het aan The Platters herinnerende Retribution Blues) en vrolijk uptempo rockend werk tot early sixties (A Good Woman) en daarbij zelfs niét de early soul opgaat. Zorgeloos genieten geblazen dus!
Info: www.jasmine-records.co.uk (Frantic Franky)

Every soul, funk and disco group of the 1970s had its roots in doo-wop, and so did Harold Melvin & the Blue Notes. The group formed in 1954 as The Blue Notes and this CD traces their genesis, with the compilers admitting they are "not too sure exactly how many of these 25 tracks actually feature Harold Melvin but at least we know it's the majority." The reason is that Melvin was never actually the lead singer of the group, not even in their most successful period from 1972 to 1979 when it was Teddy Pendergrass. After Pendergrass' departure David Ebo became the band's leadsinger and neither of them participates on the early singles collected here. Exactly when Melvin joined the group is also unclear, but since he was born in 1939 he was 15 in 1954 and that seems suspiciously young to have been there at that time. Melvin died in 1997 at the age of 57, so he can no longer tell us. Even more remarkable: the four oldest songs here may have nothing to do with The Blue Notes. The blissfully relaxed deep doo-wop of Too Hot To Handle is one side of a 1953 single by a group called The Blue Notes that may be other Blue Notes (the other side, If You'll Be Mine, is not on the CD, but there is an originally unreleased recording by them entitled If My Heart Could Only Talk, a smooth 1950s version of the sweet vocal harmony style of The Ink Spots), and also the single Why Fool Yourself / Don't Tease Me by Bernie Williams & the Scrubs may not feature The Blue Notes. The first incarnation of The Blue Notes indeed included a Bernard Williams, but is this the same guy? Guess these sides were included for the sake of completeness and just to make sure. The first 100 % certified single by our Blue Notes, If You Love Me (a translation of Edith Piaf's Hymn A L'Amour) / There's Something In Your Eyes Eloise from 1956 is of course on the CD, but of Letters / With This Pen from the same year by Todd Randall with The Blue Notes it is unknown if Randall was actually a member of the group or a solo singer who only used The Blue Notes who were on the same label as his back up band. The CD also contains both sides of six other Blue Notes singles including the stratospherically high sung She Is Mine and the Phil Spector-esque christmas song Winter Wonderland with the much older sounding ballad Oh Holy Night as its B-side. Bonus tracks are the originally unreleased songs If It's Our Destiny, Devoted To You and the Coasters-like novelty Hey Doc, an outtake of Blue Star without strings but with a piano arrangement which as a result sounds purer with more emphasis on the voices and that piano arrangement, just like the outtake of Pucker Your Lips without strings puts more emphasis on the vocal workout and the mambo rhythm. You don't care about the early history of Harold Melvin & the Blue Notes and who is who here? Then just consider this a powerful CD that illustrates the whole evolution of doo-wop from vocal harmony over typically solemn, romantic and sensitive doo-wop ballads (My Hero, The Letter), medium tempo (Wagon Wheels, the Platters styled Retribution Blues) and cheerful uptempo rockin' tunes to early sixties (A Good Woman) without going into early soul territory. Pure carefree enjoyment! Info: www.jasmine-records.co.uk (Frantic Franky)


 

 

SUMMERTIME SYMPHONY/ JAMIE COE
Jasmine, JACD
English version: see below

Jamie Coe's erfenis bestaat uit twee songs, de uiterst jive-bare Chuck Berry kopie Summertime Symphony (misschien wel de beste Chuck Berry kopie ooit, het klinkt als Surfin' USA van The Beach Boys maar dan zonder surf vocals en mét Johnnie Johnson-styled piano) en de al even vlotte en nog snellere rocker The Story Of Jesse James. Wat heeft hij nog meer op zijn kerfstok? Coe werd in het verleden geportretteerd op die oude LP met aan één kant Jamie Coe en aan de andere kant The Phantom (alle tien Jamie Coe nummers staan op deze CD), op de onvindbare door zijn intussen overleden manager Marilyn Bond uitgegeven Amerikaanse CD A Long Time Ago, en op de Hydra Records CD Havin' A Rockin' Summertime Symphony uit 2013 die niet bepaald uitblinkt door zijn hifi kwaliteit. Tijd dus voor een CD op Jasmine die beide zijdes bevat van zijn eerste acht singles waarvan de eerste twee uitkwamen in 1959 op het door Bobby Darin opgerichte Addison label: Coe werd ontdekt en gelanceerd door Bobby Darin en Summertime Symphony werd zelfs geschreven door Bobby Darin, samen met School Day Blues, de B-kant van Coe's tweede single, de enige nummers van Darin's hand hier. Naast Summertime Symphony en The Story Of Jesse James bevat de CD nog twee rockende verrassingen: die mysterieus-exotische uptempo School Day Blues op Bossa Nova Baby ritme en een toffe fris klinkende uptempo pop versie van Sanford Clark's The Fool. Een minder verrassende cover is Huey "Piano" Smith's Don't You Just Know It, hier omschreven als "unreleased 1962 demo" terwijl de opname volgens mij wel degelijk op single verscheen ergens rond 1964 onder de naam van Coe's begeleidingsband The Gigolo's. De hoofdmoot zijn evenwel de betere teen rock (There's Never Been A Night, Two Dozen And A Half, How Low Is Low, het op tromgeroffel gezette Goodbye My Love Goodbye) en highschool rock-a-ballads (There's Gonna Be A Day, I'll Go On Loving You, Little Dear Little Darking, I'm Gettin' Married), goed geschreven (tussen de haakjes staan grote namen als Jeff Barry, Doc Pomus en Mort Shuman) en knap opgenomen waar productiegewijs weinig valt op af te dingen (die bugel op The Story Of Jesse James!) en daardoor aangenaam om te beluisteren als je in een John Leyton mood bent. Die nummers gaan naarmate de jaren voortschrijden over in pure pop (But Yesterday, Cleopatra (opgenomen in dezelfde periode dat de Liz Taylor film werd gedraaid die in juni 1963 in de zalen kwam), I've Got That Feeling Again) en pop ballades (Say You).
Bonustracks zijn beide kantjes van een eenmalige bijna crooner single uit 1962 onder Coe's echte naam Georgie Cole die wat doen denken aan Bobby Darin, en vier instrumentale nummers uit 1961-1962 van Coe's begeleidingsband The Gigolo's: het eind jaren '20 door jazz pianist Fats Waller als melancholische piano blues geschreven Black And Blue is een wat vunzige trage waarin twee saxofoons tegen elkaar op slurpen, Movin' Out is een sax-/ gitaarrocker in de gedreven stijl van Johnny & the Hurricanes, The Dealer is frolic diner sax (beide nummers mede-gecomponeerd door Bo Savitch, ooit drummer van Johnny & the Hurricanes), en Killer Joe tenslotte is een rockende early soul sax blazer. Jamie Coe bracht tot 1967 nog minstens zes singles uit die deels op die Hydra CD staan die alle 23 tracks van deze Jasmine CD bevat (maar we herhalen dat de geluidskwaliteit van Jasmine beter is), alsmede twee mij geheel onbekende singles uit 1968-1969 onder de naam Citizen Kaine. Of hij daarna nog opnam is mij evenmin bekend, maar hij is in elk geval blijven zingen in zijn eigen nachtclubs tot zijn dood in 2007: hij overleed op z'n 71ste aan een hartaanval toen hij na een optreden naar huis reed. Met dank aan Mark Armstrong voor bijkomende info betreffende Jamie Coe!
Info: www.jasmine-records.co.uk (Frantic Franky)

Jamie Coe's legacy consists of two songs, the highly jive-able Chuck Berry copy Summertime Symphony (perhaps the best Chuck Berry copy ever, it sounds like Surfin' USA by The Beach Boys but without the surf vocals and with Johnnie Johnson-styled piano) and the equally smooth and even faster rockin' The Story Of Jesse James. What else does Coe have up his sleeve? Coe has already been profiled on that old LP with Jamie Coe on one side and The Phantom on the other (all ten Jamie Coe songs are on this CD), on the impossible to find CD A Long Time Ago issued in the States by his in the meantime deceased manager Marilyn Bond, and on the Hydra Records CD Havin' A Rockin' Summertime Symphony from 2013 that doesn't exactly excel in hi fi quality. High time for a Jasmine CD containing both sides of his first eight singles of which the first two were released in 1959 on the Addison label founded by Bobby Darin: Coe was discovered and launched by Bobby Darin who even wrote Summertime Symphony, together with School Day Blues, the flip of his second 45, the only songs here penned by Darin. Besides Summertime Symphony and The Story Of Jesse James the CD contains two more rockin' surprises: that mysteriously exotic uptempo School Day Blues on a Bossa Nova Baby rhythm and a cool fresh sounding uptempo pop version of Sanford Clark's The Fool. A less surprising cover is Huey "Piano" Smith's Don't You Just Know It, described here as an "unreleased 1962 demo", though as far as I'm aware this recording did appear on a 45 sometime around 1964 released by Coe's backing band The Gigolo's. The main bulk here is however the better type of teen rock (There's Never Been A Night, Two Dozen And A Half, How Low Is Low, Goodbye My Love Goodbye set to marching drums) and high school rock-a-ballads (There's Gonna Be A Day, I'll Go On Loving You, Little Dear Little Darking, I'm Gettin' Married), expertly written (in brackets are big names like Jeff Barry, Doc Pomus and Mort Shuman) and quality recorded with little to fault production-wise (listen to the bugle on The Story Of Jesse James!) and therefore pleasant to listen to if you are in a John Leyton mood. As the years go by these songs evolve into pure pop (But Yesterday, Cleopatra (recorded around the same time the Liz Taylor movie that hit theaters in June 1963 was shot), I've Got That Feeling Again) and pop ballads (Say You).
Bonus tracks include both sides of a one-off 1962 almost crooner single under Coe's real name Georgie Cole that are somewhat reminiscent of Bobby Darin, and four instrumental tracks from 1961-1962 by Coe's band The Gigolos: Black And Blue, written in the late 1920s by jazz pianist Fats Waller as a melancholy piano blues, is a somewhat sleazy slow in which two saxophones slur against each other, Movin' Out is a sax/guitar rocker in the driving style of Johnny & the Hurricanes, The Dealer is frolic diner sax (both songs co-composed by Bo Savitch, at one point Johnny & the Hurricanes drummer), and finally Killer Joe is a rockin' early soul sax blower. Jamie Coe released at least six more singles up to 1967, some of which are on that Hydra CD that contains all 23 tracks from this Jasmine CD (but we repeat that the Jasmine sound quality is better), as well as two singles in 1968-1969 under the name Citizen Kaine that are completely unknown to me. I don't know if he recorded anything else after that, but it's certain that he continued to sing in his own nightclubs until his death in 2007: he died at the age of 71 of a heart attack while driving home after a performance. Many thanks to Mark Armstrong for additional info regarding Jamie Coe! Info: www.jasmine-records.co.uk (Frantic Franky)

5 mei 2021

ROCKS/ CLYDE McPHATTER
Bear Family, BCD17614
THE BALLADS OF/ CLYDE McPHATTER
Bear Family, BCD17615
THE VOICE OF R&B/ CLYDE McPHATTER
Koko Mojo, KM-CD-94
English version: see below

Toch merkwaardig: Bear Family en Koko Mojo brengen gelijktijdig CD’s uit van dezelfde artiest en dat is niet voor het eerst: ook hun CD’s van Cliffie Stone verschenen nagenoeg tegelijk, net als hun Duitse en Mexicaanse rock 'n' roll compilaties. Toeval, of meer? Net als velen onder u wellicht ken ik de hoofdrolspelers van beide platenfirma’s maar het is niet aan mij om te speculeren over de eventuele redenen achter de schermen, en al zeker niet om u daarover te informeren want die interne keuken is hun zaak. Mijn zaak is u zo goed mogelijk te informeren over de nieuwe releases, waarbij zeker dient vermeld dat dit de eerste keer is in de geschiedenis van Bear Family dat er van een artiest tegelijk een Rocks en een Ballads CD uitkomt. Het zegt veel over de in 1972 op amper 39-jarige leeftijd aan hart-, lever- en niercomplicaties en te veel sterke drank overleden Clyde McPhatter die misschien niet bovenaan ieders lijst van rock 'n' rol legendes staat maar wel degelijk zijn sporen meer dan verdiend heeft in een carrière die vijftien jaar besloeg en driedelig was: eerst leadzanger van The Dominoes, dan leadzanger van The Drifters en daarna solo, of zoals het zo mooi op Koko Mojo staat: McPhatter was een "uncredited group performer who achieved international stardom as a solo performer", en zo is het: in 1993 stond hij in Amerika op een postzegel! Meteen de puntjes op de i zetten: de muziek op deze CD’s is geen r 'n' b maar uit vocal harmony, doo-wop en jive opgetrokken zwarte rock 'n' roll en vooral poprock, zonder dat de muziek ook maar in het minst naar soul neigt gezongen met een soulvolle tenorstem die zo hoog kon gaan dat het soms wel een vrouwenstem leek, en gekenmerkt door het veelvuldig gebruik van melismes of notentrosjes, het zingen van verschillende noten in één lettergreep.

Koko Mojo focust net zoals de Rocks CD op het uptempo werk en bevat twee nummers die ook op Ballads staan, maar als ik Rocks (34 Atlantic, MGM en Mercury tracks 1953-1962) vergelijk met Koko Mojo (32 Federal, Atlantic, MGM en Mercury tracks 1952-1963) tel ik zo maar eventjes 15 dubbels, dus bijna de helft, namelijk Don't Let Go, (You've Got Everything) From A To Z, Take A Step, covers van Fats Domino's I'm Gonna Be A Wheel Someday met een orgeltje, Ray Charles' What'd I Say en The Clover's Lovey Dovey, het Lovey Dovey-achtige Ta Ta, Let The Boogie Woogie Roll, Twice As Nice, Bip Bam, The Drifters' originele versie van het bij de rockabillies onder u als Sonny Burgess' Higher bekend staande What'cha Gonna Do, Come What May, de hits A Lover's Question en Lover Please, en de enige echte trage hier, Love Has Joined Us Together, een plechtig duet met Ruth Brown en een bijna kerstmis-achtige draak van een ballade. Met zoveel dubbels moeten we echter vooral de verschillen bekijken. Koko Mojo biedt drie nummers met The Dominoes (de doo-woppende jivers That's What You're Doing To Me en Have Mercy Baby en de stroll I'd Be Satisfied) en zes Drifters tracks, Bear Family biedt vijf Drifters songs aan waaronder Three Thirty Three maar géén Dominoes. Rock And Cry is Hawaiiaanse calypso, en mambo-ënde calypso horen we eveneens in de popcover van de oude standaard Heartaches (The Marcels hebben er een goeie doo-wop versie van), terwijl ook in de schuiver One Right After Another een Hawaiiaanse steel zit. Daarnaast hoor ik op Koko Mojo vooral vlotte poprock en highschool met violen zoals That's Enough For Me, All About Love, Happy Good Times en het zorgeloze Who's Worried Now. Koko Mojo bevat de twee versies van het door Elvis gecoverde Such A Night, zijnde de originele doo-woppende grofkorrelige versie met piano uit 1953 en de propere commerciëlere Mercury heropname uit 1961 met een achtergrondkoortje en blazers die een meer gestroomlijndere jiver is, Bear Family bevat enkel de heropname. Anderzijds staan op Bear Family de twee Money Honey's, de ook al door Elvis gecoverde Drifters original uit 1953 en de bluesier Mercury heropname uit 1962, en op Koko Mojo... geen enkele! Het bekende Drifters nummer Honey Love staat alleen op Koko Mojo maar de onverbiddelijke jiver Deap Sea Ball staat dan weer alleen op Bear Family. Typerend voor dit soort Best Ofs is de aanwezigheid van covers van andermans hits, en zo levert Koko Mojo What'd I Say, Eugene Church & the Fellows' Pretty Girls Everywhere (u kent het misschien van Big Sandy) en een beschaafde uitvoering van Honey Hush, waar Bear Family een enthousiast jivende Little Bitty Pretty One, een brave Rockin' Robin en een popversie van I'm Movin' On in de uitverkoop heeft. Daarnaast bevat Koko Mojo de Mercury heropname van Sixty Minute Man dat McPhatter al had opgenomen met The Dominoes maar dat op geen van beide CD’s staat omdat de leadzang niet van McPhatter maar van baszanger Bill Brown was.

Bear Family opent sterk met de schitterende eind 1962 opgenomen early sixties rocker Can It Be Wrong met achtergrondkoortje maar ook met stevige gitaar en mondharmonica en bevat nog meer vlot early sixties werk met Up To My Ears In Tears, You're For Me, This Is Not Goodbye, Thirty Days (niet die van Chuck Berry maar knappe popcorn noir), Hey Love, Same Time Same Place, Since You've Been Gone en het vreemd genoeg op recht uit een western afkomstige indianenmuziek gezette Stop, alsmede gospel omgevormd tot poprock als I Do Believe, I Can't Stand Up Alone en Climb That Mountain Of Love. Als ik de twee CD’s apart beluister zonder de dubbels bevat Koko Mojo meer het oud klinkend werk en Bear Family vooral early sixties, maar wel een betere sixties selectie, al is dat laatste natuurlijk een kwestie van persoonlijke smaak. Je muzikale voorkeur en je favoriete Clyde McPhatter songs zullen dus zeker een rol spelen in je keuze, en wellicht kan ook de verpakking raad brengen: heb je graag zo'n dik Bear Family boekje (30 pagina’s) waar uiteraard een iets duurder prijskaartje aan vasthangt, of maal je daar niet om en gaat het je louter om de muziek?
Beide CD’s zijn in elk geval de moeite, maar McPhatter's stem kwam misschien nog het best tot zijn recht in zijn trage nummers, en dan moet je bij The Ballads Of zijn met 29 Atlantic, MGM en Mercury opnames 1953-1961 waaronder drie Drifters tracks en twee duetten met Atlantic stalgenote Ruth Brown, waarbij je moet bedenken dat die twee wisten waar ze over zongen: jàren later gaf Ruth Brown toe dat de vader van haar in 1954 geboren zoon Ronald "Ronn" David... Clyde McPhatter was! Ronn treedt vandaag de dag trouwens op met één van de vele Drifters groepen die de ronde doen. McPhatter's grote kracht als balladeer was dat ie zijn songs een haast mystieke uitstraling kon geven, een gave die hij als het arrangement goed zat al bezat ten tijde van The Drifters. Wie het meer heeft voor suikerzoet gespin verpakt in violen komt aan zijn trekken met songs als The Glory Of Love, en zo kabbelt dat hoogstaand verder met nummers die soms aan andere doen denken: in The Best Man Cried zit een flard You Are My Destiny en Jimmy Reed's Honest I Do volgt dezelfde melodielijn als Send Me Some Lovin'. The Bells (de Mercury heropname uit 1961, niet die met The Drifters) is horror blues, er zijn popcrooners (When You're Sincere, The Masquerade Is Over) en covers zijn Chuck Willis' What Am I Living For, Slim Harpo's Raining In My Heart, Blues Stay Away From Me, CC Rider en een feeëriek Fever. Sommige nummers als I Told Myself A Lie en When The Right Time Comes Along hebben een Ray Charles country vibe en er is de invloed van gospel (Without Love), maar ook fans van The Platters dienen zeker een keer hun oor te luisteren te leggen. Het zijn trouwens heus niet allemaal trage nummers: I Never Knew is medium tempo early sixties en het Ruth Brown duet I Gotta Have You is een stroll.
Info: www.bear-family.com en www.vintagerockinroots.com (Frantic Franky)

Quite remarkably Bear Family and Koko Mojo simultaneously release CD’s by the same artist, and not for the first time: their CD’s of Cliffie Stone also appeared almost at the same time, as did their German and Mexican rock 'n' roll compilations. Coincidence, great minds think alike, or is there more to it? Just like probably many amongst you I know the big boss men of both record companies but it is not up to me to speculate about the possible reasonings behind the scenes, and certainly not to inform you about them since that's their private business. My job is to inform you as best I can about the new releases, and it should certainly be mentioned that this is the first time in Bear Family history that they simultaneously unleashed a Rocks and a Ballads CD by the same artist, which says a lot about Clyde McPhatter who died in 1972 at the age of 39 from heart, liver and kidney complications and too much booze. He may not be at the top of everybody's list of rock 'n' roll legends but he certainly made his mark in a career that spanned fifteen years and was threefold: first as lead singer of The Dominoes, then as lead singer of The Drifters and finally solo, or as Koko Mojo eloquently puts it: McPhatter was an "uncredited group performer who achieved international stardom as a solo performer", and that is the gospel truth: in 1993 the US postal service issued a Clyde McPhatter stamp! Just to make things clear: the music on these CD’s is not r 'n' b but black rock 'n' roll and especially pop rock, based upon vocal harmony, doo-wop and jive, and while the music in itself is not even hinting at soul it's sung with a soulful tenor voice that could go so high that it sometimes sounded like a female voice, characterized by the frequent use of melismas or so-called vocal runs, singing while moving between several different notes in one single syllable.

 

 

5 mei 2021

Vinyl Recensies

SOVEREIGNS OF THE JUKEBOX/
THE TEEN QUEENS

Koko Mojo KM-EP 115
English version: see below

Koko Mojo Records bracht in het verleden in twee worpen van vijf tien EP’s uit met telkens vier tracks van zwarte artiesten, nu verschijnen er opnieuw vijf waarvan de bekendste naam die van The Teen Queens is. The Teen Queens waren de zusjes Betty en Rose "Rosie" Collins, nog tieners toen ze een hit scoorden met hun eind 1955 opgenomen debuutsingle Eddie My Love. Die ballade staat niet op deze EP die vier uptempo nummers bevat opgenomen voor RPM, het label waarop Eddie My Love uitkwam en drie van de vier geschreven door dezelfde componisten verantwoordelijk voor Eddie My Love, namelijk broer Aaron Collins van doo-wop groep The Cadets (Stranded In The Jungle), arrangeur/producer Maxwell Davis (saxofonist op Eddie My Love) en Sam Ling, pseudoniem van Saul Bihari, mede-oprichter van de Modern/RPM/Crown groep platenlabels.
Let's Kiss is een stroll waarbij het tempo wordt aangegeven door een batterij saxofoons die de beat accentueren afgewisseld met een leadgitaar rifje op een drumroffel, en volgt de klassieke structuur van drie strofes/ refrein, een vaste stop en dan ruimte voor een rhythm 'n' blues geïnspireerde gitaarsolo op een bedje van piano. Daarna komt nog één strofe en uitgewandeld. Op de achterkant staat "Crown, 1963" maar daarmee zullen ze het jaar van eerste uitgave bedoelen als LP-only track op de titelloze Teen Queens LP uit 1963 op RPM's budget label Crown Records, want het klinkt puur fifties, exact hetzelfde als de andere drie songs hier, werd gecomponeerd door 2/3de van het Collins/Davis/Ling team, en in 1958 waren The Teen Queens al overgestapt van RPM naar RCA Victor, helaas zonder succes overigens. Just Goofed, in 1955, de B-kant van Eddie My Love, is sax/piano jive en met 2:39 het langste van het vier nummers. Tijdens de enige solo zakt het nummer wat in elkaar omdat de blazers wegvallen, tenzij u natuurlijk van mening bent dat zo'n kale boogie woogie piano solo zonder blazers het nummer juist charmant maakt. Het iets tragere Baby Mine, in 1956 de B-kant van de opvolger van Eddie My Love, is van hetzelfde laken een pak maar dit keer met een sax solo, en net als alle vier nummers bevat het die samenzang van de zusjes tegen de achtergrond van die heerlijk slurpende saxen. Ook Zig Zag klinkt geheel in lijn als één geheel met de andere songs maar is weer wat sneller. Op de achterkant staat dat het uit 1961 stamt maar ook dat klopt niet: in 1957 stond het al als LP-only track op hun Crown LP Eddie My Love. Als je de vier relaxte nummers voor het eerst hoort denk je "niks speciaals", maar herhaalde beluistering werkt verslavend. Zijn dit nu de beste Teen Queens tracks? Ik zou het niet weten want ik heb niets anders van hen in huis, maar ik vind ze interessant genoeg klinken om op zoek te gaan naar meer, en het enige meer lijkt me de in 1995 verschenen Ace CD logischerwijs getiteld Eddie My Love. Voor alle mensen die ik op Facebook DJ-sets zie doen is deze op 500 stuks uitgebrachte EP in elk geval een goed idee, en ook voor u als u nog een plekje hebt in uw jukebox.
En hoe is het The Teen Queens verder vergaan? Niet bepaald schitterend: ondanks minstens vijf singles op RPM, releases tot 1962 op RCA Victor, Antler en Press, een single als The Humdingers op JMC en heruitgaves op Kent en Lana, hebben ze het Eddie My Love succes nooit kunnen consolideren. Op hun achttiende waren ze al has beens, en voor hun dertigste overleden ze beide aan een overdosis: Rosie in 1968, Betty in 1971. Info: www.vintagerockinroots.com (Frantic Franky)

Koko Mojo Records previously released two batches of five EPs each containing four tracks by black artists, and here's five more of which the best known name is The Teen Queens. The Teen Queens were sisters Betty and Rose "Rosie" Collins, still teenagers when they scored a hit with their debut single Eddie My Love, recorded in late 1955. That ballad is not on this EP featuring four uptempo songs recorded for RPM, the label on which Eddie My Love was released, with three out of four written by the same composers responsible for Eddie My Love, brother Aaron Collins of doo-wop group The Cadets (Stranded In The Jungle), arranger/producer Maxwell Davis who played the sax on Eddie My Love and Sam Ling, pseudonym of Saul Bihari, co-founder of the Modern/RPM/Crown group of record labels.
Let's Kiss is a stroll with the tempo dictated by a battery of saxophones accentuating the beat interspersed with a lead guitar riff on a drum roll. It has the classic structure of three stanzas / chorus with a fixed stop and room for a rhythm 'n' blues inspired guitar solo on a piano foundation, followed by one more stanza and we're done strolling. The back cover states "Crown, 1963" but that must be the year of release as an LP-only track on the self-titled 1963 Teen Queens LP on RPM's budget label Crown Records because it sounds pure fifties, exactly the same as the other three songs here, was composed by 2/3rds of the Collins/Davis/Ling team, and by 1958 The Teen Queens had already switched from RPM to RCA Victor, without any success unfortunately. Just Goofed, in 1955 Eddie My Love's B-side, is sax/piano jive and at 2:39 the longest of the four songs. During the only solo the song collapses a bit as the horns stop, unless of course you feel that such a bare knuckles boogie woogie piano solo without horns adds charm. The slightly slower Baby Mine, in 1956 the B-side of the follow-up to Eddie My Love, is in the same groove but this time with a sax solo, and like all four songs it benefits from the sisters' harmony singing against the background of deliciously slurping saxes. Zig Zag also sounds entirely in line with the other songs but is again a bit faster. On the back it says it's from 1961 but that's also incorrect: in 1957 it was already on their Crown LP Eddie My Love as an LP-only track. When you hear these four relaxed songs for the first time you think "nothing special", but repeated listening proves addictive. Are these the best Teen Queens tracks? I wouldn't know because I don't have anything else by the Teen Queens, but to me they sound interesting enough to want more, and the only more seems to be the Ace CD logically titled Eddie My Love that came out in 1995. At least for all the people I see doing DJ sets on Facebook this EP, a limited run of 500 copies, is a good idea, and for you too if you still have room in your jukebox.
So what happened to The Teen Queens? Their story did not have a happy ending. Despite at least five singles on RPM, releases up to 1962 on RCA Victor, Antler and Press, a single as The Humdingers on JMC and reissues on Kent and Lana, they were never able to consolidate the Eddie My Love success. At the age of eighteen they were already deemed has beens, and before they were thirty they both died of an overdosis: Rosie in 1968, Betty in 1971. Info: www.vintagerockinroots.com (Frantic Franky)


ROCK WITH THE JAGUARS/ THE JAGUARS
Koko Mojo, KM-EP 113
English version: see below

Ik had nog nooit gehoord van The Jaguars, een doo-wop kwartet uit Los Angeles die van 1955 tot 1961 een tiental singles uitbrachten. De groep bestond uit twee Afro-Amerikanen, één Italo-Amerikaan en één - tja, hoe noem je dat? - Latino-Amerikaan, en hoewel dat er op zich niet toe doet omdat je het niet expliciet kan horen is het in dit specifieke geval toch misschien mede verantwoordelijk voor het opwindende geluid van The Jaguars.
Rock It Davy Rock It uit 1955 is rockende doo-wop of zwarte rock 'n' roll met doo-wop vocalen op een mambo ritme, een beetje brutaal en buiten adem met veel "rock rock rock" in het refrein gezongen tegen een drukke muzikale Freddie Bell & the Bellboys-achtige achtergrond met bijna big band blazers. Tekstueel lijkt het me met zijn "david rock it" een rock 'n' roll persiflage op het in 1954-1955 in Amerika dankzij de gelijknamige TV-reeks razend populaire personage Davy Crockett. Wat er ook van zij, het is het soort nummer waarvan je je afvraagt waarom het niet bekender is, zeker in doo-wop kringen. The City Zoo (Baby Baby Baby) uit 1957 is meer van hetzelfde met een saxsolo en een prominentere swingende piano. Opnieuw doet dit muzikaal denken aan de sound van Freddie Bell & the Bellboys en opnieuw is het net als Rock It Davy Rock It een beresterk nummer. Over beren gesproken: de B-kant heeft twee Jaguars-gerelateerde songs en op de eerste daarvan, het op jungle drums getrokken The Big Bear uit 1955, begeleiden The Jaguars zangeres Patty Ross (geen idee waarom op de hoes "Betty Ross" staat) die het vocaal meer moet hebben van haar enthousiasme als van haar talent. Ze was blijkbaar de dochter van de eigenaar van de platenfirma, maar de onstuimige en volwaardige backings van The Jaguars tillen dit uptempo nummer op tot een sympathieke female rocker en een niet te onderschatten jiver. Ook hier blijkbaar weer een woordspeling want die "big bear" klinkt bij The Jaguars als het tekenfilmfiguurtje Huggy Bear. Het nummer werd geschreven door Buddy Ebsen, acteur in onder meer... Davy Crockett! Toeval? Chavez & Chaney tenslotte zijn Jaguars Manuel "Manny" Chavez en Herman "Sonny" Chaney als duo. Hun Piccadilly Rose uit 1960 is een stevige early sixties stroll met een tikje Frolic Diner gekte en een twangy leadgitaar die ook kan screamen, het soort nummer dat ik associeer met Don & Dewey.
Ik vind alle vier nummers uitstekend. Zouden The Jaguars nog meer van deze kwaliteit in huis hebben? Geen idee, er is van hen blijkbaar alleen een in 1988 verschenen vinyl LP in omloop. Tot u en ik die tegenkomen zullen we het met deze EP moeten doen. Info: www.vintagerockinroots.com (Frantic Franky)

I had never heard of The Jaguars, a doo-wop quartet from Los Angeles who released around ten singles from 1955 to 1961. The group consisted of two Afro-Americans, one Italo-American and one - what do you call it? - Latino-American, and while that in itself doesn't matter because you can't hear it explicitly, in this particular case it may be partly responsible for the exciting sound of The Jaguars.
Rock It Davy Rock It from 1955 is rockin' doo-wop or black rock 'n' roll with doo-wop vocals on a mambo rhythm, sung a bit brutally and outta breath with lots of "rock rock rock" in the chorus against a busy musical Freddie Bell & the Bellboys-like background with almost big band horns. Its "david rock it" lyrics strike me as a rock 'n' roll parody on the Davy Crockett character that was hugely popular in America in 1954-1955 thanks to the TV series of the same name. Whatever the case, it's the kind of song that makes you wonder why it's not better known, especially in the doo-wop scene. The City Zoo (Baby Baby Baby) offers more of the same with a sax solo and a more prominent swinging piano. Again it's musically reminiscent of the sound of Freddie Bell & the Bellboys and just like Rock It Davy Rock It it's a rock solid platter. The flip contains two Jaguars-related songs and on the first of these, the jungle drums-driven The Big Bear, The Jaguars accompany singer Patty Ross (no idea why it says "Betty Ross" on the front cover) who in the vocal department has to rely more on her enthusiasm than on her talent. She was apparently the daughter of the owner of the record company but the boisterous non-stop backings by The Jaguars turn the uptempo song into a nice female rocker and a not to be underestimated jiver. It also seems a play on words because The Jaguars make that "big bear" sound like the cartoon character Huggy Bear. The song was composed by Buddy Ebsen, actor in... Davy Crockett! Coincidence? Finally, Chavez & Chaney are Jaguars Manuel "Manny" Chavez and Herman "Sonny" Chaney as a duo. Their 1960 Piccadilly Rose is a groovy early sixties stroll with a touch of frolic diner craziness and a twangy lead guitar that can also scream, the kind of song I associate with Don & Dewey.
I think all four songs are excellent. Do The Jaguars have more quality material like this out there? No idea, as there is apparently only one vinyl LP of them that was released in 1988. Until you and I find it we'll have to make do with this EP. Info: www.vintagerockinroots.com (Frantic Franky)

30 april 2021

THE BEST YEARS OF RICK/ RICK NELSON
Bear Family, BAF11031
English version: see below

De op 31 december 1985 op amper 45-jarige leeftijd bij een vliegtuigongeval omgekomen Ricky Nelson verscheen al een keertje in Bear Family's gekleurde 10 inch reeks met de heruitgave op blauw vinyl van zijn Japanse Sing Ricky Sing uit 1960. Nu is The Best Years Of Rick aan de beurt en het speciale daaraan is dat dat de heruitgave op fluogeel vinyl is (al was hetzelfde rood als de hoes misschien toepasselijker geweest) van een 10 inch in 1961 verschenen in... Nederland! Aangezien de hele hoes nauwkeurig is gereproduceerd (vergelijk met Discogs) wil dat zeggen dat nagenoeg de volledige tekst op de achterkant, een anno 2021 haast schattig ouderwets aandoende promotionele biografie van de Rickster in negen paragrafen, volledig in het Nederlands is, inclusief spelfouten als "artisten", "platenerzameling" en "guitaar". En dan krijgen wij nog eens extra binnenpretjes als we bedenken dat pakweg een Japanner hier met even grote ogen naar kijkt als wij naar de achterkant van die Japanse 10 inch! Handig voor de verzamelaars onder u: de lijst van 20 "45 toeren Singles" en drie "45 toeren EP’s" die achterop staat. Opvallend is dat Nelson's achternaam niet op de voorzijde van de hoes staat die alleen "Rick" vermeldt, niet "Ricky", wat zo ongeveer klopt met de Ricky Nelson tijdlijn: op zijn 21ste verjaardag mat hij zich in 1961 vanaf zijn zesde LP, het toepasselijk getitelde Rick Is 21, het volwassener "Rick" aan.
"Ricky Nelson paart talent aan veelzijdigheid", zo citeren wij de achterkant van de hoes en we kunnen dat alleen maar beamen als we zijn "dynamische rock 'n' roll-interpretaties" horen, de tien songs van de originele 10 inch met twee bonustracks aangevuld tot een dozijn nummers uit 1957-1961. Zijn grootste hit, het eeuwig goedgeluimde Hello Mary Lou "dat wekenlang aan de spits van de Hit-Parade prijkte" staat er ook op en met Shirley Lee, Have I Told You Lately That I Love You, If You Can't Rock Me, Boppin' The Blues en It's Late mag je The Best Years Of Rick beschouwen als een Best Of. Ik weet niet of het allemaal hits waren, maar 't is in elk geval een Best Of van zijn populairste nummers. Zoals op alle Ricky Nelson platen (wij zijn altijd gewoon "Ricky" blijven zeggen) is de tracklisting een mix van bekende covers en eigen nummers, met hier de nadruk op uptempo songs en typische Nelsonbilly als die Shirley Lee, If You Can't Rock Me, Boppin' The Blues en het met piano opgevrolijkte It's Late, allemaal voorzien van James Burton's flitsende gitaarwerk, aangevuld met swingende rock 'n' roll (Right By My Side), een swampy My Babe (tja, Burton speelde ook gitaar op Susie Q van Dale Hawkins), de uptempo strollende Fats Domino cover I'm In Love Again en een op een twist ritme rockende versie van de oude charleston Yes Sir That's My Baby. Op het balladefront noteren we het licht doo-woppend Have I Told You Lately That I Love You en het al even typische dromerige melodieuze medium tempo It's Up To You met backing vocals en voor de verandering een keertje blazers.
Ricky Nelson is altijd in het verdomhoekje geduwd als een gladde coveraar die te cleane en volgens kwatongen softe rock 'n' roll voortbracht, maar - we hebben het al vaker gezegd - het hoeft niet noodzakelijk rauw of loeihard of slecht gespeeld te zijn om goed te zijn, en voor alle mensen die gewoon graag muzikale kwaliteit horen, en dat zijn er nog steeds heel veel, is hij een hele grote mijnheer. Met deze luxe heruitgave (fluogeel vinyl met als extraatje er nog een mooie full colour foto van Ricky Nelson formaat 21 x 15 cm bovenop) op 500 exemplaren haalt u voor de prijs van een reguliere LP een stukje Nederlandse muziekgeschiedenis in huis dat blijkbaar superzeldzaam is: op Discogs is dit nog nooit aangeboden, op Popsike is er in 2012 eentje verkocht voor 201 euro! Info: www.rickynelson.com en www.bear-family.com (Frantic Franky)

Ricky Nelson who passed away in a plane crash on December 31, 1985 at the age of 45 already appeared once before in Bear Family's colored 10 inch series with the re-issue on blue vinyl of his 1960 Japanese Sing Ricky Sing. Now the spotlight shines on The Best Years Of Rick and what makes this record so special is that it's the re-issue on fluo yellow vinyl (though the same red as the sleeve might have been more appropriate) of a 1961 10 inch only released in Holland. Since the entire sleeve is accurately reproduced (compare with Discogs) this means that the liner notes on the back, a promotional Ricky Nelosn biography, are entirely in Dutch, and we can imagine that a Japanese buyer will look at this with exactly the same puzzled look as us staring at the back of that Japanese 10 inch! Useful for the collectors among you is the list of 20 Dutch "45 RPM Singles" and three "45 RPM EPs" on the back. It's noteworthy that Nelson's last name is not on the front cover which only lists "Rick", not "Ricky", which pretty much fits the Ricky Nelson timeline: from his 21st birthday in 1961 onwards starting with his sixth and appropriately titled LP Rick Is 21 he abbreviated his first name to the more mature "Rick".
"Ricky Nelson pairs talent with versatility," we quote the back cover, and we can only agree when we hear his "dynamic rock 'n' roll interpretations", the ten songs from the original 10 inch with two bonus tracks augmented to an even dozen songs 1957-1961. His biggest hit, the eternally happy go lucky Hello Mary Lou "which topped the Hit-Parade for weeks" is also on hand in the good company of Shirley Lee, Have I Told You Lately That I Love You, If You Can't Rock Me, Boppin' The Blues and It's Late making The Best Years Of Rick a Best Of. I don't know if all of these were hits, but at least it's a Best Of his most popular songs. As on all Ricky Nelson records (we always kept calling him "Ricky") the tracklisting is a mix of familiar covers and own songs, with the emphasis here on uptempo tunes and typical Nelsonbilly like the aforementioned Shirley Lee, If You Can't Rock Me, Boppin' The Blues and the piano-enlivened It's Late, all featuring James Burton's flashy guitar work, complemented by swinging rock 'n' roll (Right By My Side), a swampy My Babe (well, Burton also played guitar on Dale Hawkins' Susie Q), the uptempo strolling Fats Domino cover I'm In Love Again and a twistin' version of the old charleston Yes Sir That's My Baby. On the ballad front we note the presence of the slightly doo-woping Have I Told You Lately That I Love You and the equally typical dreamy melodic medium tempo It's Up To You with backing vocals and for a change horns.
Ricky Nelson has always been considered a slick singer who produced way too clean and soft rock 'n' roll, but - as we said many times before - it doesn't necessarily have to be raw or loud or badly played to be good, and for all the people who simply want to hear musical quality, and there are still a lot of you, he is a stunning artist. With this deluxe reissue (fluo yellow vinyl and a beautiful full colour picture of Ricky Nelson size 21 x 15 cm on top) on 500 copies for the price of a regular LP you get a piece of Dutch music history that apparently is super rare: this has never been offered on Discogs, on Popsike one copy was sold in 2012 for 233 dollars! Info: www.rickynelson.com en www.bear-family.com (Frantic Franky)

CD Recensies

THE ROY ORBISON CONNECTION
Bear Family, BCD17607
English version: see below

Een Roy Orbison CD zonder één noot opwellend uit Roy's gouden keelgat, kan dat? Bear Family kan alles, en na Bill Haley en twee keer Elvis is het de beurt aan The Big O voor 34 roots en covers. Nu kan ik zo voor de vuist weg geen originals opnoemen van nummers gezongen door Roy Orbison, zelf een begenadigd songschrijver: Pretty Woman, Only The Lonely, Crying, Running Scared, In Dreams, Blue Bayou, It's Over en Lana zijn allemaal van zijn eigen hand. De CD bevat dan ook slechts een handvol originele uitvoeringen van songs later gezongen door Roy Orbison, alsmede twee auteursversies: Willie Nelson's kerstliedje Pretty Paper (hij schreef het maar nam het pas op in 1964, een jaar ná Orbison) en Today's Teardrops (auteur Gene Piney twee jaar na Roy Orbison). Originals zijn The Everly Brothers' Love Hurts, Dance door Orbison's vaste co-composer Joe Melson en het door Orbison geschreven Lana van zijn protegés The Velvets. Een oudere versie maar niet de original is Mean Woman Blues door Jerry Lee Lewis - Elvis was eerst. Een moeilijk geval is Claudette. De oudste versies zijn twee Sun demo’s, dan kwam de grote hit van The Everly Brothers, en Orbison nam het zelf pas echt op in 1965. Hier hoort u The Everly Brothers alsmede de cover van Kris Jensen die trouw het Everly arrangement volgt met (hoogstwaarschijnlijk) toenmalig Crickets zanger Earl Sinks op duozang. De opmerkelijkste original is Johnny Cash's anderhalve minuut durende demo van You're My Baby uit 1955, hier in de versie in 1970 door producer Shelby Singleton overgedubd met elektrische gitaar om het toch enigszins aanhoorbaar te maken.
Hoewel er maar één Roy Orbison was zijn er eigenlijk twee: de rockabilly Orbison en de balladeer, en beide komen aan bod op deze Roots And Covers. Een bekende rockabilly cover is Janis Martin's frisse Ooby Dooby waarvan de CD nog twee andere geslaagde uitvoeringen bevat, de enigszins door hillbilly beïnvloede Schneider Sisters uit Australië die echter ook een saxsolo herbergen en de meer rock 'n' roll benadering van Sid King & the Five Strings met sax en backing vocals. Om u maar te zeggen hoe dicht alles soms bij elkaar ligt: Sid King nam Ooby Dooby op één dag nadat Orbison het opnam voor Je-Wel, de eerste officiële opname nog vóór hij zijn bekendste versie opnam voor Sun, maar daarnaast bestaat er nog een oudere demo versie. Muzikale archeologie! Met de Sun versie zou Orbison voor het eerst proeven van hitparade succes en voor nog meer Orbisonbilly moet u ook op Sun zijn. Voor Orbison covers evenzeer, waarbij het hielp dat labelbaas Sam Phillips de rechten graag binnenskamers hield: Vernon Taylor coverde niet alleen Sweet And Easy To Love maar ook This Kind Of Love dat hier niét op staat, Ken Cook nam Problem Child op met Orbison himself op gitaar, en Jerry Lee Lewis maakte zoals alles wat hij aanraakte Down The Line (op zich een remake van Go Go Go) tot een geheel eigen nummer. Sun nummers van Roy Orbison door Sun collega’s niét opgenomen voor Sun zijn Go Go Go van Narvel Felts, een netjes geknipte radio-opname zodat het niet opvalt dat het live is (enkel de afkondiging aan het einde hebben ze eraan gelaten), en Billy Lee Riley die in 1978 een snedige You're My Baby neerlegde voor zijn in eigen beheer uitgebrachte LP Vintage. Sun covers door niet-Sun artiesten zijn tenslotte Bobby Fuller met een origineel onuitgebrachte Rock House met een goeie drive en Vince Taylor' wilde I Like Love.
Sommige stemmen komen aardig in Orbison's buurt zoals Jimmy Gilmer & the Fireballs' Almost Eighteen, anderen zongen even plechtig (Don Duke's budget cover van Only The Lonely) of zelfs nog plechtiger zoals de mij geheel onbekende budget cover van Running Scared door Paul Rich die mij doet betreuren dat hier geen Orbison cover door Slim Whitman op staat (had gekund, hij zong Blue Bayou en ze coverden beiden Beautiful Dreamer). Het zegt veel over zowel de schrijf- als de zangcapaciteiten van The Big O, maar de CD lijkt wel een who's who van de grote namen uit de rock en pop en country want we horen ook Bobby Vinton (Crying), Wanda Jackson (Candy Man), Bruce Channel (Dream Baby), Del Shannon (Pretty Woman, hij had eerder al Dream Baby gecoverd dat hier niét op staat), Waylon Jennings (The Crowd in 1967) en zelfs Dalida (It's Over in het Frans). Iemand die waarschijnlijk niét kon zingen doet het zelfs instrumentaal: orkestleider Ray Ellis (bij Atlantic arrangeur voor onder meer Clyde McPhatter, LaVern Baker en Ivory Joe Hunter) vervangt in Only The Lonely Orbison's stem door gitaar en klarinet. Wij die dachten al genoeg Roy Orbison te hebben maken met genoegen een plekje vrij in de CD kast. Full colour booklet van 34 pagina’s! Info: www.royorbison.com en www.bear-family.com (Frantic Franky)

A Roy Orbison CD without a single note emanating out of Roy's golden throat, is that possible? Bear Family can do anything, and after Bill Haley and twice Elvis it's The Big O's turn for 34 roots and covers. Offhand I can't think of any Roy Orbison originals not sung by Orbison himself as he was a gifted songwriter: Pretty Woman, Only The Lonely, Crying, Running Scared, In Dreams, Blue Bayou, It's Over and Lana were all his own compositions. The CD therefore contains only a handful of original performances of songs later sung by Roy Orbison, as well as two author's versions: Willie Nelson's Christmas song Pretty Paper (he wrote it but did not record it until 1964, one year after Orbison) and Today's Teardrops (author Gene Piney two years after Roy Orbison). Originals are The Everly Brothers' Love Hurts, Dance by Orbison's regular co-composer Joe Melson, and Lana, an Orbison composition first recorded by his protégés The Velvets. An older version but not the original is Mean Woman Blues by Jerry Lee Lewis - Elvis was first. A difficult case is Claudette. The earliest versions are two Sun demos, then came the big Everly Brothers hit, while Orbison didn't record it until 1965. Here we hear The Everly Brothers as well as Kris Jensen's cover which faithfully follows the Everly arrangement with (most likely) then Crickets singer Earl Sinks on duo vocals. The most remarkable original is Johnny Cash's one-and-a-half minute demo of You're My Baby, here in the version overdubbed with electric guitar by producer Shelby Singleton in 1970 in order to make it more listenable.
Although there was only one Roy Orbison there are actually two, the rockabilly Orbison and the balladeer, and both are featured on these Roots And Covers. A well known rockabilly cover is Janis Martin's still fresh sounding Ooby Dooby of which the CD contains two other good versions, the somewhat hillbilly influenced Schneider Sisters from Australia who also feature a sax solo and the more rockin' rollin' approach of Sid King & the Five Strings with sax and backing vocals. Just to show how close things sometimes are: Sid King recorded Ooby Dooby one day after Orbison recorded it for Je-Wel, the first official recording before he recorded it for Sun, but there's also an older demo version of it. Musical archeology! With the Sun version Orbison would have his first taste of hit parade success and for more Orbisonbilly Sun Records is the place to be. For Orbison covers as well, and it sure helped that label boss Sam Phillips preferred to keep the publishing rights: Vernon Taylor covered not only Sweet And Easy To Love but also This Kind Of Love which is not on here, Ken Cook recorded Problem Child with Orbison himself on guitar, and Jerry Lee Lewis made Down The Line (in itself a remake of Go Go Go) completely his own just like everything he touched. Sun songs by Roy Orbison not recorded for Sun by his Sun colleagues are Narvel Felts' Go Go Go, neatly edited so that you can hardly notice it's a live radio recording (they left the talking bit at the end though), while Billy Lee Riley recorded a snappy You're My Baby in 1978 for his self released LP Vintage. Finally, Sun covers by non-Sun artists include Bobby Fuller with an originally unreleased Rock House with a good drive and Vince Taylor's wild I Like Love.
Some voices come pretty close to Orbison's like Jimmy Gilmer & the Fireballs' Almost Eighteen, others sang just as solemnly (Don Duke's budget cover of Only The Lonely) or even more solemnly like Paul Rich's budget cover of Running Scared which makes me regret that there's no Orbison cover by Slim Whitman here (could have been, he did Blue Bayou and they both covered Beautiful Dreamer). It says a lot about The Big O's composer's skills as well as his vocal skills that the CD is like a who's who of the big names in rock and pop and country, as we also hear Bobby Vinton (Crying), Wanda Jackson (Candy Man), Bruce Channel (Dream Baby), Del Shannon (Pretty Woman, he had previously covered Dream Baby which is not on here), Waylon Jennings (The Crowd in 1967) and even Dalida (It's Over in French). Someone who probably couldn't sing even does it instrumentally: orchestra leader Ray Ellis (arranger for Clyde McPhatter, LaVern Baker and Ivory Joe Hunter at Atlantic Records) replaces Orbison's voice on Only The Lonely with guitar and clarinet. We who thought we already had enough Roy Orbison are happy to make room in the CD cabinet. Comes with a 34 page full colour CD booklet! Info: www.royorbison.com en www.bear-family.com (Frantic Franky)


BOSS BLACK ROCKERS VOL. 10:
EENY MEENY MINIE MOE

Koko Mojo, KMCD 59
English version: see below

Koko Mojo brengt ze sneller uit dan wij ze kunnen recenseren en met Boss Black Rockers zitten ze al aan het tiende en laatste deel in de reeks. Da's jammer want die meer dan voorbeeldige reeks laat haar licht schijnen op de zwarte rock 'n' roll in al zijn verschijningvormen en samensteller Little Victor Mac heeft geen ongelijk als hij de reeks beschouwt als een hedendaagse versie van vinylreeksen als Stompin'. In concreto betekent dat voor de laatste maal 28 tracks die je niet elke dag hoort met een overdosis fris toeterende rock 'n' roll (Bob & Earl's You Made A Boo-Boo, Doc Starkes & the Nite Riders' Love Me Like Crazy, The Cadillacs' Holy Smoke Baby, Chuck Flamingo's Peepin’ Tom), Little Richard epigonen (Lester Robertson's Oh Babe) en niet aflatende stormrammen (Richie Richardson & the Jaguars' The Jump), maar evengoed fijne jive (Big Al Downing's Please Come Home, Red Smiley & the Vel-Tones' Jailbird), strollers (The Check Mates' Hey Mrs Jones Part 1) en Fats Domino klanken (Johnny Fuller's Sister Jenny). Over Fats Domino gesproken: Big Boy Myles & the Shaw-Wees' That Girl I Married beweegt haar heupen op door rhythm 'n' blues beïnvloede New Orleans pianoklanken met knetterende R 'n' B gitaar, een gumbo wind die ook waait door de originele versie van Messing With The Kid van Junior Wells uit 1960 op Chief Records. Ik heb altijd gelezen dat daar een één jaar oudere versie van componist Mel London van bestaat, maar ik geef toe dat ik die nog nooit ben tegengekomen, in tegenstelling tot de latere covers door zowat elke grote bluesnaam inclusief Junior Wells zelf. Nog een original is het van The Everly Brothers bekende Hey Doll Baby dat u nog nooit hebt gehoord als jive tenzij u The Clovers kent, en als u Get On The Right Track Baby alleen kent als verdeel en heers rockabilly door Joe Clay zal u aangenaam verrast opkijken als u Titus Turner's beschaafd swingende Lloyd Price-achtige origineel hoort. Een kloeke cover is Ernie Freeman's instrumentale Raunchy net een tikkeltje sneller dan Bill Justis, een cover die zogezegd géén cover is is Ray Sharpe's Gonna Let It Go This Time waarvoor duidelijk geluisterd werd naar Yakety Yak van The Coasters. Zo is ook Elton Anderson's I Love You eigenlijk Larry Williams' Slowdown met een andere tekst, en Jimmy Good's Watchdog doet mij heel erg denken aan het duidelijk oudere Route 90 van Clarence Garlow. Tja, al die zwarte melodieën borduurden natuurlijk allemaal voort op dezelfde basispatronen. Andere songs zijn dan niet weer wat je denkt: Dave "Baby" Cortez' Eeny Meenie Minie Moe is niet de rockabilly classic van Bob & Lucille. Eén schoonheidsfoutje: Wynonie Harris op zijn Louis Prima best in Bloodshot Eyes is volgens de info op de achterkant de King versie uit 1951 maar blijkt de wat softere heropname voor Roulette uit 1960. Maakt niet uit, want alle 28 na elkaar vormen ze de sterke afsluiter van een sterke reeks! Info: www.vintagerockinroots.com (Frantic Franky)

Koko Mojo brings 'em out faster than we can review 'em and lo and behold, this is already the tenth and last entry in the Boss Black Rockers series. That's a pity because it's a more than exemplary series spotlighting black rock 'n' roll in all its variations and compiler Little Victor Mac is dead on when he describes the series as a contemporary version of vinyl series like Stompin'. For the last time you get another 28 tracks you don't get to hear every day featuring an overdose of fresh honking rock 'n' roll (Bob & Earl's You Made A Boo-Boo, Doc Starkes & the Nite Riders' Love Me Like Crazy, The Cadillacs' Holy Smoke Baby, Chuck Flamingo's Peepin' Tom), would be Little Richard's (Lester Robertson's Oh Babe ) and concrete battering rams (Richie Richardson & the Jaguars' The Jump), but also fine jive (Big Al Downing's Please Come Home, Red Smiley & the Vel-Tones' Jailbird), strollers (The Check Mates' Hey Mrs Jones Part 1) and Fats Domino sounds (Johnny Fuller's Sister Jenny). Speaking of Fats Domino: Big Boy Myles & the Shaw-Wees' That Girl I Married moves her hips to rhythm 'n' blues influenced New Orleans piano sounds with crackling R 'n' B guitar, a gumbo wind also blowing through the original 1960 version of Junior Wells' Messing With The Kid on Chief Records. I've always read that there exists a one year older version by its composer Mel London, but I admit I've never come across it, unlike all the later covers by just about every major blues name including Junior Wells himself. Another original is Hey Doll Baby, well known by The Everly Brothers, which you've never heard as jive unless you know The Clovers, and if you know Get On The Right Track Baby only as Joe Clay's divide and conquer rockabilly you'll be pleasantly surprised to discover Titus Turner's civilized swinging Lloyd Price styled original. A beefy cover is Ernie Freeman's instrumental Raunchy just a tad faster than Bill Justis, a cover which is supposedly not a cover is Ray Sharpe's Gonna Let It Go This Time for which they clearly listened to The Coasters' Yakety Yak. Similarly, Elton Anderson's I Love You is actually Larry Williams' Slowdown with new lyrics, while Jimmy Good's Watchdog reminds me a lot of Clarence Garlow's obviously older Route 90. Well, all those black songs were of course inspired by the same basic patterns. Other songs are not what they seem: Dave "Baby" Cortez' Eeny Meenie Minie Moe is not Bob & Lucille's rockabilly classic. One small mistake for record collecting geeks: Wynonie Harris at his Louis Prima best in Bloodshot Eyes is according to the back cover supposed to be the 1951 King version but turns out to be the slightly softer 1960 re-recording for Roulette. Never mind, as all 28 tracks played in a row end this great series in great style. Info: www.vintagerockinroots.com (Frantic Franky)


KOKO-MOJO DINER VOLUME 2:
CORNBREAD & CABBAGE GREENS

Koko-Mojo, KM-CD-124
English version: see below

Een hongertje naar goeie muziek? Dat kan u stillen met deel 2 in de Little Victor Mac Gaat Op Restaurant reeks waar de kok van dienst zelfs een "meatless edition" van maakte voor de vegetariërs onder u, of toch ongeveer want gravy is natuurlijk vette vleesjus, hahaha. De nadruk ligt op late fifties/early sixties en de CD bevat opvallend veel instrumentals (bijna de helft van de 28 tracks) maar waarlijk alle zwarte subgenres komen aan bod: swingende rock 'n' roll (de immer betrouwbare Wynonie Harris in Big Joe Turner modus in Git With The Grits, Louis Jordan's Beans And Cornbread, Ben Hughes' Sack, Joe Houston's Cornbread And Cabbage Greens, Eddy Ware's Lima Beans dat verdacht veel lijkt op de Chew Tobacco Rag met een nieuwe tekst over springbonen), sax honkers (Hal Singer's Corn Bread), strolls (Nat Kendrick & the Swans' (Do The) Mashed Potatoes Part 1), doo-wop ballades (Marvin & Johnny en hun om op te eten zoeteke Cherry Pie), meidenpop (Gravy (For My Mashed Potatoes) van Dee Dee Sharp), vegas grind (Felix & his Guitar's Chili Beans, The Intruders' Fried Eggs), frolic diner mondharmonica blues (B. Brown & his Rockin’ McVouts' Candied Yams), uptempo rockende early soul (Marvin Phillips & the Good Timers' Hot Biscuits And Gravy, Roy Lee Johnson's Black Pepper Make You Sneeze), primitieve stompers (Bill Parker's Sweet Potato), semi-akoestische bluesbop (Sonny Terry & Brownie McGee's Custard Pie Blues, hun tweede gang is de trage meer traditionele blues met fox chase mondharmonica Cornbread And Peas), maar evengoed risqué swing dubbelzinnigheden als I Didn't Like It The First Time (The Spinach Song) van de geweldig genaamde Julia Lee & her Boy Friends, vaudeville (Washboard Sam's Good Old Cabbage Greens) en vocal harmony swing (The Ink Spots' Do Nuts, Slim Gaillard's Potatoe Chips). Jody Williams' Moaning For Molasses is een swingende jazzblues instrumental en helemáál jazz is de Blue Note cocktail piano instrumental Collared Greens And Black Eyed Peas van Bud Powell. The Triumphs' Burnt Biscuits is een groovy orgel instro in de trend van Green Onions, en Funky Onions van Matthew Childs is dan weer een drukke early soul orgel/gitaar instro. Een menukaart om uw tanden in te zetten, ook al door de aanwezigheid van een aantal bekende muzikale master chefs met minder bekende nummers. Er volgen nog twee volumes. Smakelijk! Info: www.vintagerockinroots.com (Frantic Franky)

Hungry for good music? For appetizers use part 2 in the Little Victor Mac Goes Out For Diner series for which the cook even prepared a "meatless edition" for the vegetarians among you, sort of since gravy is of course a meat sauce, hahaha. The emphasis is on late fifties/early sixties and the CD contains a lot of instrumentals (almost half of the 28 tracks) but all black subgenres are covered: swinging rock 'n' roll (the always reliable Wynonie Harris in Big Joe Turner mode in Git With The Grits, Louis Jordan's Beans And Cornbread, Ben Hughes' Sack, Joe Houston's Cornbread And Cabbage Greens, Eddy Ware's Lima Beans which sounds suspiciously like the Chew Tobacco Rag with new lyrics about jumping beans), sax honkers (Hal Singer's Corn Bread), strolls (Nat Kendrick & the Swans' (Do The) Mashed Potatoes Part 1), doo-wop ballads (Marvin & Johnny serenade their sweet Cherry Pie), the girl group sound (Gravy (For My Mashed Potatoes) by Dee Dee Sharp), vegas grind (Felix & his Guitar's Chili Beans, The Intruders' Fried Eggs), frolic diner harmonica blues (B. Brown & his Rockin' McVouts' Candied Yams), uptempo rockin' early soul (Marvin Phillips & the Good Timers' Hot Biscuits And Gravy, Roy Lee Johnson's Black Pepper Make You Sneeze), primitive stompers (Bill Parker's Sweet Potato), semi-acoustic blues bop (Sonny Terry & Brownie McGee's Custard Pie Blues, their second course is Cornbread And Peas, a slow and more traditional blues with fox chase harmonica), but also risqué swing double entendres like I Didn't Like It The First Time (The Spinach Song) from the wonderfully named Julia Lee & her Boy Friends, vaudeville (Washboard Sam's Good Old Cabbage Greens) and vocal harmony swing (The Ink Spots' Do Nuts, Slim Gaillard's Potatoe Chips). Jody Williams' Moaning For Molasses is a swingin' jazz blues instrumental and real jazz is the Blue Note cocktail piano instrumental Collared Greens And Black Eyed Peas by Bud Powell. The Triumphs' Burnt Biscuits is a groovy organ instro in the style of Green Onions, while Funky Onions by Matthew Childs is an indeed funky early soul organ/guitar instro. A menu to sink your teeth into, also because of the presence of a number of familiar musical master chefs with lesser known songs. Two more volumes are to follow. Bon appetit! Info: www.vintagerockinroots.com (Frantic Franky)


ROCKIN' WITH THE KRAUTS VOL. 1
Bear Family, BCD17641
English version: see below

Toen de rock 'n' roll in de tweede helft van de jaren '50 internationaal doorbaak gingen ook in Europa de sluizen open en elk land bracht zijn eigen rock 'n' roll scene voort, ook Nederland, België, Frankrijk, Italië en Duitsland. Het staartje van de Duitse rock 'n' roll heb ik in mijn tienerjaren nog op de Duitse televisie gezien toen Peter Kraus, Conny Froboess en Ted Herold nog regelmatig op het kleine scherm kwamen, zij het vaak reeds in een oldies context, naast countrysterren op hun retour die in de nadagen van hun carrière in Duitsland nog het schoolgeld kwamen verdienen voor hun kleinkinderen. Zelfs Janis Martin zag ik een keertje aangekondigd staan in het programmablad maar dat bleek een operazangeres met dezelfde naam. Ja, ik heb in die dagen heel wat Duitse variété shows gezien op TV. Dat en Edgar Wallace films. Er zijn verschillende CD’s met rock 'n' roll made in Germany op de markt en eind vorig jaar bracht Atomicat (D) nog twee Rockin' Schlager Party CD’s uit. Van die 2 x 32 tracks zijn er gelukkig slechts een handvol dubbels met deze Bear Family CD die "the hard stuff, the real stuff - no 'Sugar Baby' attitude but pure rock 'n' roll, twist rockers, beat rockers and hard instrumentals" belooft.
De CD bevat 33 tracks 1957-1965 waarvan er meer dan 20 in de taal van Goethe zijn gezongen, naast een stuk of zes nummers in het Engels en een enkeling zo onbegrijpelijk dat ik niet kan horen of het nu Engels of Duits is. Er staan ook een drietal gitaarinstrumentals op met een hoge, scherpe sound zoals de rammelende gitaarrocker Starfighter's Theme van The Starfighters en het verrassend modern klinkende The Rocket's Slop van Frankie & the Rockets. Ongeveer de helft van de CD zijn covers, en terwijl de redenering dat de snelste weg naar een Duitse hit de Duitse vertaling van Amerikaanse hits was zoals Elvis' A Big Hunk O'Love (The Rocking Stars' Hey Baby), Little Richard's Ooh My Soul (The Rackets' Wie Du), Chuck Berry's No Particular Place To Go (Bernd Spier's Ohne Ein Bestimmtes Ziel), een zware Drip Drop van The Drifters gebaseerd op de versie van Dion (Pichi's Null Uhr Zehn), The Ronettes' Be My Baby (Suzanne Doucet's Sei Mein Baby) en Ernie Maresca's Shout Shout Knock Yourself Out (Schaut Schaut Das Ist Meine Braut van Fredy Brock, trompettist in het orkest van Max Greger), vraag ik dan steeds af hoe mijns inziens obscure songs als Billy Eldridge's Let's Go Baby (Paul Würges), Tico & the Triumphs' Motorcycle (Benny Quick's Motorbiene) en Jackie Lee Cochran's Buy A Car (Billy Sanders' Lass Sein) um himmels willen in Duitland zijn geraakt en of de respectieve componisten er ooit één pfennig voor hebben gesehen. Andere songs zijn geen covers maar wel overduidelijk geïnspireerd: Ich Bin Kein Schöner Mann (zelfkennis is het begin van wijsheid) van de in Duitsland verzeilde Brit Billy Sanders lijkt verdacht veel op Mean Mean Man van Wanda Jackson. Een voorbeeld van een originalkomposition in het Duits is Rhythm 'n' Blues And Johnny van The German Blue Flames, en Engelstalige songs zoals The Starfighters' op Lonnie Donegan gebaseerde rock 'n' roll uitvoering van de folk traditional Lost John zien we vooral verschijnen naarmate de jaren '60 vorderen. Frankie & the Rockets' instrumentale Frankie's Twist is geen twist maar een gitaar boogie, The Six Tornados' opvallend zwart klinkende Little Wallflower en The Gisha Brothers' eigen Ringelingeling en hun bij ons zelfs ooit door De Gigantjes gedane cover I Want You To Be My Baby die teruggaat tot Louis Jordan (het orgeltje doet hen klinken als Joey Dee & the Starlighters) hebben overduidelijk wél een twist ritme, net als uiteraard Der Liebestraum Als Twist, een twist versie van Franz Liszt's klassieke pianostuk Liebestraum N° 3 niet uit 1950 maar uit 1850 door Charly Cotton & seine Twist-Makers. De bekende namen als Ted Herold (Elvis' Little Sister als Little Linda, Dion's The Wanderer als Ich Bin Ein Wanderer) en Paul Würges (Mary Mary Lou, Die Boys Und Ihre Babies) staan er inderdaad tussen, maar Peter Kraus zal u zelden zo wild gehoord hebben als in Doll Doll Dolly, ook al is dit een verrockte schlager, want laten we duidelijk wezen: onvermijdelijk loert toch regelmatig het gevreesde schlagerspook om de hoek zoals in het Tintarella Di Luna-achtige Männer Gibt's Wie Sand Am Meer van Nora Nova. Muzikaal bevat de CD het complete scala vanaf de eerste primitieve pogingen (Fred Hollerbach met een in 1960 op flexi disc verschenen budget cover van Peter Kraus' Duitse vertaling van Fabian's Tiger) tot beatrock (The Original Team-Beats' cover van Rip It Up), Beach Boys (Fun Fun Fun als Eine Reise Nach New York (Fein Fein Fein) door Mama Betty's Band), pop (Benny Quick's Denn Du Küsst So Heiss) en sixties rock 'n' roll (The Rattles' Bye Bye Johnny uit 1964, The Rollicks' Sweet Little Rock 'n 'Roller uit 1965) die zelfs vermengd wordt met sixties rhythm 'n' blues (The Progressives' I Ain't Got You uit 1965). Ondanks de soms wat commerciële aanpak van de nummers heeft dit toch vaak een haast White Label-achtige rauwe of zelfs simplistische sound en daardoor is deze CD zeker de moeite waard voor de verzamelaar van zowel Europese rock 'n' roll als van rock 'n' roll rariteiten in het algemeen. Het geïllustreerd CD booklet van 34 pagina’s beschrijft uitgebreid het klimaat waarin de Duitse rock 'n' roll ontstond op een haast academische manier, maar is voor ons die überhaupt maar één woord Duits kennen helaas alleen in het Duits en niet in het Engels. Info: www.bear-family.com (Frantic Franky)

When rock 'n' roll broke through internationally in the second half of the 1950s the floodgates opened in Europe as well and each country brought forth its own rock 'n' roll scene, including the Netherlands, Belgium, France, Italy and Germany. While in my teens I witnessed the last rock 'n' roll convulsions on German television with Peter Kraus, Conny Froboess and Ted Herold still regularly appearing on the small screen, albeit already often in an oldies context, alongside American country stars in the final days of their careers earning the money to put their grandchildren through school. One time I even saw Janis Martin announced in the TV guide but she turned out to be an opera singer with the same name. Yes, I saw a lót of German variety shows on TV in those days. That and Edgar Wallace movies. There are many CDs available of rock 'n' roll made in Germany and only late last year Atomicat (D) released two Rockin' Schlager Party CDs. Of those 2 x 32 tracks fortunately there's only a handful of duplicates with this Bear Family CD promising "the hard stuff, the real stuff - no 'Sugar Baby' attitude but pure rock 'n' roll, twist rockers, beat rockers and hard instrumentals". The CD contains 33 tracks 1957-1965 of which more than 20 are sung in the language of Goethe, in addition to about six songs in English and one track sung so incomprehensibly that I can't hear whether it's English or German. There's also three guitar instrumentals with a high, sharp sound like the rattling guitar rocker Starfighter's Theme by The Starfighters and the surprisingly modern sounding The Rocket's Slop by Frankie & the Rockets. About half of the CD are covers and while I understand the reasoning that the quickest way to a German hit was the German translation of American hits like Elvis' A Big Hunk O'Love (The Rocking Stars' Hey Baby), Little Richard's Ooh My Soul (The Rackets' Wie Du), Chuck Berry's No Particular Place To Go (Bernd Spier's Ohne Ein Bestimmtes Ziel), a heavy Drip Drop by The Drifters based on Dion's version (Pichi's Null Uhr Zehn), The Ronettes' Be My Baby (Suzanne Doucet's Sei Mein Baby) and Ernie Maresca's Shout Shout Knock Yourself Out (Schaut Schaut Das Ist Meine Braut by Fredy Brock, trumpeter in Max Greger's orchestra) I always wonder how um himmels willen they got their hands on in my opinion obscure songs like Billy Eldridge's Let's Go Baby (Paul Würges), Tico & the Triumphs' Motorcycle (Benny Quick's Motorbiene) and Jackie Lee Cochran's Buy A Car (Billy Sanders' Lass Sein) and whether the respective composers ever saw one pfennig in royalties. Other songs are not covers but clearly inspired: Ich Bin Kein Schöner Mann (self knowledge is the beginning of wisdom) by Billy Sanders, a Brit who ended up in Germany, is suspiciously similar to Wanda Jackson's Mean Mean Man. An originalkomposition in German is Rhythm 'n' Blues And Johnny by The German Blue Flames, and songs in English like The Starfighters' Lonnie Donegan inspired rock 'n' roll rendition of the folk traditional Lost John start appearing as the sixties progress. Frankie & the Rockets' instrumental Frankie's Twist is not a twist but a guitar boogie, The Six Tornados' remarkably black sounding Little Wallflower and The Gisha Brothers' own Ringeling and their cover I Want You To Be My Baby which goes back to Louis Jordan (the organ makes 'em sound like Joey Dee & the Starlighters) do have a twist rhythm, just like Der Liebestraum Als Twist, a twist version of Franz Liszt's classic piano work Liebestraum No. 3 not from 1950 but from 1850 by Charly Cotton & seine Twist-Makers. The CD includes familiar names like Ted Herold (Elvis' Little Sister as Little Linda, Dion's The Wanderer as Ich Bin Ein Wanderer) and Paul Würges (Mary Mary Lou, Die Boys Und Ihre Babies) but I doubt you ever heard Peter Kraus as wild as in Doll Doll Dolly, even if it is basicly a rocked-up schlager - let there be no doubt about it that the dreaded spectre of the schlager inevitably lurks around the corner on a regular basis such as in Nora Nova's Tintarella Di Luna-esque Männer Gibt's Wie Sand Am Meer. Musically the CD covers the whole gamut from the first primitive attempts (Fred Hollerbach with a 1960 budget cover of Peter Kraus' German translation of Fabian's Tiger that originally appeared on a flexi disc) to beat rock (The Original Team-Beats' cover of Rip It Up), Beach Boys (Fun Fun Fun Fun as Eine Reise Nach New York (Fein Fein Fein) by Mama Betty's Band), pop (Benny Quick's Denn Du Küsst So Heiss) and sixties rock 'n' roll (The Rattles' Bye Bye Johnny from 1964, The Rollicks' Sweet Little Rock 'n' Roller from 1965) even mixed with sixties rhythm 'n' blues (The Progressives' I Ain't Got You from 1965). Despite the sometimes commercial approach the songs often have an almost White Label-like raw or even simplistic sound and therefore this CD is definitely worth seeking out for the collector of both European rock 'n' roll and rock 'n' roll rarities in general. The illustrated CD booklet of 34 pages exhaustively describes the climate in which rock 'n' roll emerged in Germany in an almost academic way, but is unfortunately for us who uberhaupt only understand one word of German exclusively in German and not in English. Info: www.bear-family.com (Frantic Franky)

21 april 2021

ALL WRAYS LEAD TO ROCK/ RAY VERNON
Bear Family, BCD17517
English version: see below

Als de naam Ray Vernon u niets zegt dan is ondertitel "The Link Wray Connection" de weggever: Ray Vernon is de artiestennaam van Vernon Aubrey "Obie" Wray, de oudste broer en ritmegitarist, pianist en later ook manager van powergitarist Link Wray. De Wrays waren drie musketiers: één tegen allen en allen tegen één, met jongste broer Doug op drums. Op alle degelijke verzamelaars die elke onuitgebrachte valse noot ooit opgenomen door Link Wray catalogeren (en dat waren héél veel noten want het duurde erg lang voor de bron droog viel) staan wel een paar nummers uitgebracht onder de naam Ray Vernon (of Lucky Wray, een ander pseudoniem van hem) maar dit is bij ons weten de eerste keer dat er een volledige CD aan hem wordt gewijd, al waren die Wrays één pot nat en speelt Link Wray op vier nummers na mee op alle 35 tracks hier, en u mag dan ook nu beginnen met meubels en huisraad vast te nagelen. De tweede helft van de CD focust op Vern's activiteiten als producer, de eerste helft op zijn eigen zangcarrière met een selectie uit de onder zijn naam uitgebrachte singles, veelal sympathieke rock 'n' roll zoals de rockabilly getinte gedreven Starday custom release Teenage Cutie. Helemaal in den beginne probeerde Cameo Records die pas hadden gescoord met Charlie Gracie's Butterfly Vern zelfs te verkopen als tieneridool annex charmezanger aan de hand van de medium tempo popballade Evil Angel met op de B-kant de gevoelige ballade I'll Take Tomorrow Today. I'm Countin' On You was een geslaagde rocker, maar van Vern's derde Cameo single, een cover van de Hank Williams ballade Window Shopping, staat hier een vrij plat klinkende origineel onuitgebrachte versie op, niet beter dan de reguliere single versie die niét op de CD staat. Van de B-kant, de mooie en verrassend melodieuze rocker I'll Be So Good To You horen we daarentegen zowel de single versie als de origineel onuitgebleven heropname van enkele maanden later. Rumble, Link's grootste hit, werd trouwens ook opgenomen voor Cameo maar daar moesten ze er niets van weten en Link mocht de tape meenemen voor 57 dollar. De rest is geschiedenis... Een derde origineel onuitgebracht nummer opgenomen voor Cadence midden 1958 was de Tony & Joe cover The Freeze waaruit blijkt dat zelfs een graantje pogen mee te pikken van een dansrage de Wrays niet vreemd was. Die drie nummers zouden pas boven water komen in 2004 op de Rollercoaster CD They're Outta Here Says Archie met spul opgenomen voor Cadence dat ondanks het succes van Rumble Link Wray en alles waar hij voor stond niet vond stroken met het keurige imago van Cadence voor wie rock 'n' roll gelijk stond met The Everly Brothers, en daarom bleven onder meer een volledige LP, follow up singles en alternatieve versies in de kluis liggen, materiaal dat Link deels zou heropnemen voor Epic Records. Nog een ander destijds onuitgebracht nummer is het geinig doo-woppende Flirty Baby uit 1960 met de drie broers op zang en kikker backings. Pretty Blue Eyes is opnieuw een sfeervolle popballade van Vern daterend van eind 1958 met op de B-kant My Sugar Plum, een nummer dat zich nog het best laat omschrijven als een Link Wray instrumental met een gezongen tekst en een resultaat dat er mag wezen. Een laatste door Vern gezongen nummer is Danger One Way Love uit 1961, een goeie stroll. Typerend voor de verwarring betreffende all things Link zijn de vier missing links hier waaronder ik minder bekende gitaar instrumentals versta, twee singles die om contractuele redenen werden uitgebracht onder Vern's naam - de broers maalden niet zo om contracten. Vendetta is een archetypische dreigende Link Wray instrumental uit 1960, een sleazy striptease stroller in Rumble stijl met extra sax, met op de B-kant het snellere en van piano en vokale oh oh's voorziene melodieuze twang meesterwerkje Roughshod met Duane Eddy sax. De tweede single koppelde in 1962 het verschroeiende Big City After Dark aan de supersnelle early sixties klinkende Bill Doggett cover Hold It.
Vanaf 1959 runde Vern zijn eigen piepkleine studio’s en platenlabeltjes en gooide hij zich op productiewerk, onder meer van de twee singles op Warwick Records van de in 1961 na Gonna Find Me A Bluebird en Whole Lotta Woman al op zijn retour zijnde Marvin Rainwater. Het toendertijd in de vakpers als "pop country novelty with a gimmick voice bit" omschreven Boo Hoo omschrijven wij als "een onweerstaanbare gestoorde twangy rockabilly bopper", B-zijde I Can't Forget is uptempo en gemodelleerd op Johnny Cash. Ook Rainwater's tweede Vern Wray single, Tough Top Cat, was novelty: stel u een kopie van Jimmy Dean's Big Bad John voor op Link Wray die Jack The Ripper speelt! Tough Top Cat B-kant (There's A) Honky Tonk In Your Heart, uiteraard honky tonk country, staat niét op de CD. De andere "grote" naam die opnam voor Vern, groot voor ons althans, was wildebras Bunker Hill wiens volledige output door Vern werd geproduced - alle drie singles. En wat voor monsters waren dat! Hide And Go Seek is één en al echotank, donderende jungle drumbeat en pompende bas, heelder volksstammen op de dansvloer lokkend met een rauw geschreeuwde call en answer "zang" waarin Hill zijn gospelroots niet kan wegsteken, een soort bopversie van de rattenvanger van Hamelen waarvan Parts I en II hier naadloos samengeplakt zijn tot één non stop stompfeest van vier en een halve minuut. Gek genoeg was Hide And Go Seek in 1962 zelfs een Top 40 Billboard hit. Dat verdiende uiteraard een opvolger die niet raakte aan de formule en Red Ridin' Hood And The Wolf klinkt dan ook exact hetzelfde met toevoeging van een meidenkoortje. De B-kant klinkt daarentegen totaal anders: Hill doet zijn zelfgeschreven ballade Nobody Knows klinken als Sam Cooke die de gospel Nobody Knows The Trouble I've Seen croont om halfweg het nummer voor alle zekerheid loos te gaan met zijn gospel geschreeuw. Hill liet opnieuw alle demonen los in het supersnelle angstaanjagende The Girl Can't Dance oftewel een dementerende Little Richard tot de tiende macht, toen door de vakpers omschreven als een "hard rock blues thumper". De B-kant, de "hip swinging beat ballad with empathic screaming" You Can't Make Me Doubt My Baby is rustiger en melodieuzer maar opnieuw boordevol gospel emotie. Wat er nadien met Hill gebeurde: god mag het weten, want hij verdween van de aardbol. Zowel op Hill als op Rainwater's opnames hier zijn de begeleiders de Link Wray band die ongetwijfeld bijdroeg aan het er stevig inbeukende karakter van de nummers. Andere Vernon Wray producties hier zijn The Dial Tones met de supersnelle zwarte early sixties gospelsoul Chicago Bird uit 1963 die op B-kant So Young klinken als de uptempo Four Seasons. Alleen al de naam The British Walkers wijst er op dat we die band moeten situeren in de Britse invasie en meer bepaald in de Britse rhythm 'n' blues boom: Bad Lightin' is sixties bluesrock en ook hun Watch Yourself is pure sixties, hoewel voorzien van een Bo Diddley beat. Eveneens uit 1966 is A Brand New Love van The American Teens, folkrock op maat van Bob Dylan en The Byrds. Om de cirkel rond te maken zat Vern ook achter de knoppen bij diverse Wray familieverbanden die hij wist uit te besteden aan kleine platenmaatschappijtjes onder namen als The Wray Brothers (de uptempo folkrock van You're Sweeter Than Sugar uit 1963), The Moon Men (de bluesy missing link Some Kinda Nut gekoppeld aan Link Wray goes Telstar met The Other Side Of The Moon in 1964) en The Ray Men (de door Link gezongen meedogenloze Jimmy Reed stroll blues Baby What'cha Want Me in 1965, met op de B-kant de door bassist Chuck Bennett gezongen mondharmonica garagerocker Walkin' Down The Street Called Love die Link al eerder had opgenomen met zichzelf achter de microfoon).
Tussen Vern en Link zou het in de jaren '70 tot een breuk komen, zoals alles in deze wereld voornamelijk omwille van de centen. Vern die ook als manager fungeerde bleek een aantal nummers op zijn eigen naam gezet te hebben, zich verdedigend met het argument dat Link niet met geld kon omgaan en de rechten verkocht voor een appel en een ei. De waarheid zal zoals altijd wel ergens halverwege in het midden gelegen hebben. De aan kanker lijdende Vernon Wray pleegde in 1979 op 55-jarige leeftijd zelfmoord en liet de rechten op Link's muziek bij testament na aan zijn eigen dochter Sherry, wat uiteraard enkel leidde tot nog meer advocatengedoe. Doug overleed in 1984, Link in 2005, en de wereld werd gelijk een stukje stiller. Voor de Link Wray verzamelaars onder u is deze CD uiteraard van groot belang, de meer occasionele potentiële koper diene er zich van bewust te zijn dat slechts een handvol tracks instrumentaal zijn, dat Vern's gezongen nummers cleane rock 'n' roll zijn, pakweg één derde tot de sixties in plaats van de fifties dient gerekend, en dat één derde van de CD uitgevoerd wordt door andere artiesten, zij het met de Wrays als begeleiders. Bij de CD steekt een mooi Bear Family kleurenbooklet van 30 pagina’s inclusief opnamedetails. Info: www.bear-family.com (Frantic Franky)

If the name Ray Vernon doesn't ring a bell subtitle "The Link Wray Connection" makes it clear what this is about: Ray Vernon was the stage name of Vernon Aubrey "Obie" Wray, the eldest brother and rhythm guitarist, pianist and later manager of power guitarist Link Wray. The Wrays were three musketeers: all for one and one for all, with youngest brother Doug on drums. On all decent Link Wray compilations cataloging every unreleased false note ever recorded by Link Wray (and that was a lot of notes because it took a long time before the source dried up) there are a couple of songs bearing the name Ray Vernon (or Lucky Wray, another of his pseudonyms) but to our knowledge this is the first time a full CD is dedicated to him, although the Wrays were close and Link Wray plays on all but four of the 35 tracks here so you know you better start nailing down your furniture and household items. The second half of the CD focuses on Vern's activities as a producer, the first half on his own singing career with a selection of singles released under his name, mostly remarkably clean rock 'n' roll like the rockabilly driven Starday custom release Teenage Cutie. At the very beginning Cameo Records who had scored with Charlie Gracie's Butterfly even tried to market Vern as a teen idol with the medium tempo pop ballad Evil Angel coupled with with the sensitive ballad I'll Take Tomorrow Today. I'm Countin' On You was a decent rocker, but from Vern's third Cameo single, a cover of the Hank Williams ballad Window Shopping, the CD offers an uninspired originally unreleased version not better than the issued single version which is not on the CD. From its B-side, the beautiful and surprisingly melodic rocker I'll Be So Good To You we hear both the single version and the originally unreleased re-recording from a few months later. Rumble, Link's biggest hit, was also recorded for Cameo but the powers in force at Cameo didn't want to hear about it and Link was allowed to take the tape home for $ 57. The rest is history... A third originally unreleased song recorded for Cadence in mid 1958 was the Tony & Joe cover The Freeze, showing that the Wrays were even willing to try to cash in on a dance craze. Those three songs wouldn't surface until the 2004 Rollercoaster CD They're Outta Here Says Archie with stuff recorded for Cadence who despite the success of Rumble wouldn't have anything to do with Link Wray and all he stood for as he didn't fit the clean cut image of Cadence for whom rock 'n' roll equalled The Everly Brothers. Among other things a full LP, follow up singles and alternate versions remained in the vault, material that Link would partially re-record for Epic Records. Another song unreleased at the time is the fun doo-woping Flirty Baby from 1960 with the three brothers on vocals and frog backings. Pretty Blue Eyes is an atmospheric pop ballad from 1958 with My Sugar Plum on the B-side, the spectacular result of adding vocals to a typical Link Wray instrumental melody. The last tune sung by Vern is Danger One Way Love, a fine stroll from 1961. Typical of the confusion regarding all things Link are the four missing links here by which I mean lesser known guitar instrumentals, two singles released under Vern's name for contractual reasons - the brothers didn't care much for contracts. Vendetta is an archetypal ominous Link Wray instrumental from 1960, a sleazy striptease stroller in Rumble style with extra sax, while the faster B-side Roughshod with piano and vocal "oh oh" interjections is a melodic twang masterpiece with Duane Eddy sax. In 1962 the other single paired the scorching Big City After Dark with the super fast early sixties sounding Bill Doggett cover Hold It.
From 1959 on Vern ran his own tiny studios and record labels and delved into producing, including two singles on Warwick Records by Marvin Rainwater who after Gonna Find Me A Bluebird and Whole Lotta Woman was already on his way down in 1961. Boo Hoo was described in the trade press at the time as "pop country novelty with a gimmick voice bit" but we call it "an irresistible deranged twangy rockabilly bopper", with B-side I Can't Forget in uptempo Johnny Cash mould. Rainwater's second Vern Wray single, Tough Top Cat, was also novelty: imagine a cover of Jimmy Dean's Big Bad John to the sound of Link Wray playing Jack The Ripper! Tough Top Cat B-side (There's A) Honky Tonk In Your Heart, obviously honky tonk country, is not on the CD. The other "big" name who recorded for Vern, big for us at least, was wildman Bunker Hill whose entire output was produced by Vern - all three singles. And what monsters they were! Hide And Go Seek is nothing but echo tank, thundering jungle drumbeat and pumping bass, luring whole tribes onto the dance floor with a raucously shouted call and answer "vocal" that can't hide Hill's gospel roots, a kind of bop version of the pied piper of Hamelin with Parts I and II seamlessly glued together here as a single four and a half minute nonstop stompfest. It may sound incredible but Hide And Go Seek was even a Top 40 Billboard hit in 1962. This obviously deserved a follow-up that didn't touch the formula, and Red Ridin' Hood And The Wolf sounds exactly the same with the addition of a girl chorus. The B-side on the other hand sounds completey different: Hill makes his self penned ballad Nobody Knows sound like Sam Cooke crooning the familiar gospel Nobody Knows The Trouble I've Seen and halfway through starts to go wild with his gospel screams as if just to make sure. Hill again unleashed all his demons in the superfast terrifying The Girl Can't Dance like if he were a demented Little Richard to the tenth power, at the time described by the trade press as a "hard rock blues thumper". The B-side, the "hip swinging beat ballad with empathetic screaming" You Can't Make Me Doubt My Baby is calmer and more melodic but again bursting with gospel emotion. What happened to Hill afterwards only God knows cos he disappeared from the face of the earth. On both Hill's and Rainwater's recordings here they're accompanied by the Link Wray band, which undoubtedly contributed to the hard-hitting nature of the songs. Other Vernon Wray productions included are The Dial Tones with the ultra fast early sixties black gospel soul Chicago Bird from 1963 with on the B-side the uptempo Four Seasons sounding So Young. The name The British Walkers already indicates it's a band to be situated in the British invasion and more specifically in the British rhythm 'n' blues boom: Bad Lightin' is sixties blues rock and also their Watch Yourself is pure sixties, albeit with a Bo Diddley beat. Also from 1966 is A Brand New Love by The American Teens, folk rock in the style of Bob Dylan and The Byrds. To go full circle Vern was also behind the controls on several Wray family recordings that he managed to outsource to small record companies under names like The Wray Brothers (the uptempo folk rock of 1963's You're Sweeter Than Sugar), The Moon Men (the bluesy missing link Some Kinda Nut paired with Link Wray goes Telstar on The Other Side Of The Moon in 1964) and The Ray Men (the Link sung no prisoners taken Jimmy Reed stroll blues Baby What'cha Want Me in 1965, with on its B-side mouth harp garage rocker Walkin' Down The Street Called Love sung by bassist Chuck Bennett which Link had previously recorded with himself behind the microphone).
Things would go wrong between Vern and Link in the 1970s, like everything else in this world mainly due to money issues. Vern who also acted as manager had copyrighted several songs under his own name, justifying his move with the argument that Link couldn't handle money and sold the rights for next to nothing. The truth, as always, must have been somewhere halfway in the middle. A cancer stricken Vernon Wray committed suicide in 1979 at the age of 55, willing the rights to Link's music to his own daughter Sherryl, which of course only led to more legal hassles. Doug died in 1984, Link in 2005, and the world became a bit quieter. For the Link Wray collectors this CD is obviously of great interest, but the more occasional potential buyer should be aware that only a handful of tracks are instrumentals, that Vern's tracks are clean rock 'n' roll, that about one third of the CD is sixties instead of fifties, and that one third of the CD is performed by other artists, albeit with the Wrays as accompanists. The CD comes with a handsome Bear Family color booklet of 30 pages including recording details. Info: www.bear-family.com (Frantic Franky)


BEWARE OF THE SLEEPWALKING WOMAN
Koko Mojo, KM-CD-76
English version: see below

Koko Mojo heeft al zoveel van deze CD’s uitgebracht zonder nummering dat een normaal mens er het noorden bij verliest, maar volgens ons die ze nog allemaal op een rijtje hebben (hoewel ze werken in ploegen) moet dit nummer 29 in de reeks zijn en de vierde met novelty songs, grappige of in elk geval grappig bedoélde liedjes want humor is voor iedereen anders natuurlijk. Ik persoonlijk hou wel van novelty songs en hier staan er opnieuw 28 op van zwarte origine, uitgezonderd de blanke komiek Stan Freberg maar omdat die een zwart nummer covert zag samensteller Little Victor Mac zijn huidskleur door de vingers.
Sonny Boy Williamson mag de spits laten afbijten door zijn geit in The Goat, op zich een vrij standaard blues met mondharmonica die eigenlijk helemaal niet grappig is: veel nummers hier gaan namelijk niet voor grove grappen en grollen die u over de vloer moeten doen rollen van de lachkramp maar zijn subtieler en vaak gewoon geinige teksten in fast talking zwart fifties slang. Toch zijn er wel degelijke enkele gepatenteerde gekken van de partij zoals space age vocalist Yochanan met het chaotische Hot Skillet Mama waar de excentrieke Sun Ra voor iets tussen zat, Esquerita die op de pianoboogie Esquerita And The Voola staat te gillen als ware hij operazanger, en Dave & Bob zijnde Dave "Baby" Cortez en Bob Kornegay met het duet Two Old Sparrows waarin ze op de melodie van See You Later Alligator stukjes van andermans songs op elkaar afvuren, sommige Buchanan & Goodman-gewijs "geknipt" uit de originele singles (Tequila van The Champs, Book Of Love van The Monotones), andere zelf ingezongen zoals Sam Cooke's You Send Me, een ten zeerste rockend Good Golly Miss Molly en Short Shorts van The Royal Teens. Big Bob Kornegay is tevens The Man In The Phone Booth (Hello Baby) en ook Pig Meat Markham heeft problemen met de telefoon in Your Wires Have Been Tapped, een New Orleans dixieland rocker die wij al leuk vinden sinds hij in 1991 op de vinyl LP Talkin' Trash: Greasy Rhythm 'n' Blues With Attitude '54-'63 stond. Beatnik Blues van Huey “Piano” Smith & his Clowns is allesbehalve blues maar gewoon gezellige zwarte rock 'n' roll, net als Guitar Crusher's Itch With Me, Little Joe & the Moroccos' Bubble Gum, Bobby Freeman's exotische Sinbad en Bobby Hendricks' vrolijke Psycho dat een gesprek voorstelt tussen een psychiater en zijn patiënt en in 1960 zelfs de Billboard Hot 100 haalde. Die Psycho stond al eerder op een Koko Mojo CD, zij het niet in deze reeks. Wildeman Jerry McCain houdt het opvallend beschaafd in The Jig's Up, terwijl Count Yates de aap uit hangt in Chimpanzee, net als Eddie Hill in Monkey Business. Stan Freberg covert op een hilarische wijze Sh-Boom in de vorm van een complete opnamesessie ("Hold it, you guys. This is a rhythm 'n' blues number. You gotta be careful or somebody is liable to understand what you're singing about. Do you want that to happen?) en Andre Williams' Bacon Fat wordt gecoverd door Big Daddy & his Boys (voor de derde keer Bob Kornegay), maar de CD bevat ook twee onverwachte originals, Stranded In The Jungle door The Jayhawks vóór The Cadets en Boogaloo & his Gallant Crew's Cops And Robbers dat werd gecoverd door Bo Diddley die zelf flauwe moppen vertelt in Say Man. Een andere bekende naam met een hele vroege opname is Katie Webster met de geslaagde medium tempo bluesrocker Baby Baby uit 1958 die wij al een keer of vijf op andere verzamelaars hebben staan, en er zijn nog meer bluesklanken met Smilin’ Joe's Sleepwalking Woman en het door waanzinnig gelach opgevrolijkt Dill Tickle van The Couplings. Shorty Long's geweldige Burnt Toast And Black Coffee is popcorn noir, Dr. Horse's Jack That Cat Was Clean is een parodie op crime jazz, en er is exotische doo-wop met Arabia van The Delcos. Als u houdt van doo-wop zit u trouwens gebeiteld met Chop Chop Boom van Jack McVea with Al Smith & the Savoys, Chi Chi van Marvin Baskerville with the Five Chestnuts en Little Lu-Lu Frog van T. Valentine. En als u houdt van compleet geflipte muziek en beschikt over stalen zenuwen zit u goed met de hele CD en mag u alvast in een comfortabele deuk gaan liggen. Info: www.vintagerockinroots.com (Frantic Franky)

Koko Mojo has already released so many of these CDs without a number that a normal person would lose his head, but according to us hardheads this must be number 29 in the series and the fourth with novelty songs, funny or at least songs intended to be funny because the definition of comedy is of course different for everyone. Personally I like novelty songs and here is another truckload of 28 of them except for white comedian Stan Freberg, but since he covers a black tune compiler Little Victor Mac turned a blind eye to his skin color. For starters we have Sonny Boy Williamson's The Goat, in itself a fairly standard blues with harmonica that is actually not funny at all: many songs here are not crude jokes aiming at making you roll all over the floor in a fit but more subtle and often just funny lyrics delivered in fast talking black fifties slang. Still, there are some patented nutcases on board like space age vocalist Yochanan with the chaotic Hot Skillet Mama in which the eccentric Sun Ra was involved, Esquerita screaming like if he were an opera singer on the piano boogie Esquerita And The Voola, and Two Old Sparrows by Dave & Bob, a duet between Dave "Baby" Cortez and Bob Kornegay in which they exchange phrases from other artists' hits to the tune of See You Later Alligator, some "lifted" from the original singles (Tequila by The Champs, Book Of Love by The Monotones) in the style of Buchanan & Goodman, while others they sing themselves like Sam Cooke's You Send Me, a hard rockin' Good Golly Miss Molly, and The Royal Teens' Short Shorts. Big Bob Kornegay is also The Man In The Phone Booth (Hello Baby) and Pig Meat Markham has troubles with the phone as well in Your Wires Have Been Tapped, a New Orleans dixieland rocker we've liked since it was featured on the 1991 vinyl LP Talkin' Trash: Greasy Rhythm 'n' Blues With Attitude '54-'63. Beatnik Blues by Huey "Piano" Smith & his Clowns is no blues but cozy black rock 'n' roll, as are Guitar Crusher's Itch With Me, Little Joe & the Moroccos' Bubble Gum, Bobby Freeman's exotic Sinbad and Bobby Hendricks' upbeat Psycho, a conversation between a psychiatrist and his patient that made the Billboard Hot 100 in 1960. Psycho was already on a Koko Mojo CD before, albeit not in this series. Wildman Jerry McCain keeps things remarkably civilized in The Jig's Up, while Count Yates acts like a monkey in Chimpanzee, as does Eddie Hill in Monkey Business. Stan Freberg hilariously covers Sh-Boom in the form of an entire recording session ("Hold it, you guys. This is a rhythm 'n' blues number. You gotta be careful or somebody is liable to understand what you're singing about. Do you want that to happen?) and Andre Williams' Bacon Fat is covered by Big Daddy & his Boys (for the third time Bob Kornegay), but the CD also contains two unexpected originals, Stranded In The Jungle by The Jayhawks before The Cadets and Boogaloo & his Gallant Crew's Cops And Robbers which was covered by Bo Diddley who tells dumb jokes himself in Say Man. Another familiar name is Katie Webster with an early recording, the decent medium tempo 1958 blues rocker Baby Baby that we already have on five other compilation albums, and there's more blues sounds with Smilin' Joe's Sleepwalking Woman and The Couplings' Dill Tickle which is fuelled by insane laughter. Shorty Long's terrific Burnt Toast And Black Coffee is popcorn noir, Dr. Horse's Jack That Cat Was Clean is a parody of crime jazz, and there's exotic doo-wop with The Delcos' Arabia. If you like doo-wop you're in the right place with Jack McVea with Al Smith & the Savoys' Chop Chop Boom, Marvin Baskerville with the Five Chestnuts' Chi Chi and T. Valentine's Little Lu-Lu Frog. And if you like completely nutty music and have nerves of steel this CD is perfect for listening while wearing your favorite straitjacket. Info: www.vintagerockinroots.com (Frantic Franky)


WHIP MASTERS INSTRUMENTALS VOLUME 1
Atomicat, ACCD086
WHIP MASTERS INSTRUMENTALS VOLUME 2
Atomicat, ACCD087
English version: see below

Elk vogeltje zingt zoals hij gebekt is en wie niet kon zingen begon een instrumentale band, zo eenvoudig was dat in de jaren '50, en daardoor zijn die jaren '50 de hoogdagen van de instrumental geworden. De voorraad lijkt haast onuitputtelijk en op deze CD’s staan er nog eens 2 x 30. Door de titel verwachtte ik me aan - of beter gezegd hoopte ik op - vegas grind, doch dat is niet het geval. Volume 1 bevat vooral de betere white rock gitaar boogies al dan niet met extra piano (Traveler Rock van Dave's Travelers, Jack-Knife van The Pharaohs, Shady Lady van The Shades, het van rotjes voorziene supersonisch snelle Firecrackers van Billy Mure's Supersonic Guitars) en al even white rock sax toeteraars al dan niet met extra gitaar (Rampage van The Rockaways, het verschroeiende Sour Mash van Hank Moore, het sissende The Snake van The Tradewinds). Primitieve gitaarscratchers alom, zoals Lloyd Rowe die in Jay Hodge's Goatsville klinkt alsof hij met een hamer op een metalen plaat klopt en de immer potente Bo Diddley met Bo's Bounce. Van de zweep krijgen ze uiteindelijk alleen in The Whip van The Frantics en in de shoarma exotica Yes Master van The Whips. In de gitaarrocker Strijele uit 1962 van de Joegoslavische groep Bijele Strijele (ik verzin het niet, het komt van een EP waarop ze in het Joegoslavisch Runaround Sue en Sealed With A Kiss coveren en als u dat al verschrikkelijk vindt troost u dan met de gedachte dat hun in het Engels uitgevoerde The Wanderer nóg erger is) die doet denken aan Crossfire van Johnny & the Hurricanes klinken de drums als zweepslagen, en in de gitaarrocker Whippy Wow van The Flamethrowers zit géén zweep. Ook de dreunende sax strip stroller Torture Rock van The Rockin' Belmarx heeft een ondeugende connotatie maar Ray Ether's Slave Girl is ondanks zijn titel een standaard gitaarinstrumental, zij het een erg goeie gitaarinstrumental. Tequila is een instrumentaal genre op zichzelf en op Volume 1 staan twee Tequila copies: Cerveza van Boots Brown & his Blockbusters en de Joe Meek productie Bitter Rice van The Flee-Rekkers onder leiding van de in Nederland geboren saxofonist Peter Fleerackers, terwijl ook Jumping Bean van de enige echte Champs enige typische Tequila overgangen bevat. Samensteller DJ Mark Armstrong koos er duidelijk voor een overzicht te geven van alle mogelijke instrumentale stijlen (uitgezonderd surf) want de CD bevat ook voorbeelden van sax stappers (Chuck Higgins' The Rooster), piano boogie woogie (Hadda Brooks' Teenage Boogie), big band rhythm 'n' blues honkers (Moon Dog Boogie van het Freddie Mitchell Orchestra, Joe's Hot House van Joe Houston, Leap Frog van het Chuck Alaimo Quartet), snappy uptempo late fifties/early sixties frolic diner fun (All Tore Up van The King's Henchmen en Cave Man Love van Space Man & the Rockets - de A-kant van deze single uit 1958 is een gezongen versie van dat nummer met versnelde smurfenstemmetjes), country fingerpicking (Flippin' The Lid van Speedy West & Jimmy Bryant) en western swing met Wade Ray & his Cow Town Five's Dipsey Doodle, een nummer dat u misschien kent in de gezongen uitvoering van Bill Haley & the Comets die zelf ook op de CD staan met het gitaarwerkje Goofin' Around inclusief geniale contrabas break, misschien wel de beste instrumental die Bill Haley & the Comets ooit opnamen. Volume 1 bevat één modern nummer, Blastin' Off van grafisch designer Urban Zotel die de hoes van deze CD ontwierp, een gitaar/steel gitaar duet dat zich ook in de western swing situeert.

Volume 2 schenkt aandacht aan indianen (Teddy & the Rough Riders' Tomahawk, Scalping Party van The Tornados (niet die van Telstar), Al Caiola's Stampede en Grace Tennessee & the American Spirits' Pow Wow) en meer frolic diner met The Royaltones' Tacos, Al Casey's The Stinger, Billy Davis & the Legends' Spunky Onions en zelfs van de geheel onverdachte Chet Atkins met Boo Boo Stick Beat. Er is jungle exotica met The Rim Shots' The Native Dance en er zijn rhythm 'n' blues gitaren met Ike Turner's groovy The Groove. Dit keer gaat de zweep erover met The Whip van The Originals en dubbelzinnigheden om op te strippen zijn The Beaver van Noble "Thin Man" Watts en The Stripper van het Music City Orchestra, een natuurgetrouwe cover van de klassieker van David Rose. Hoe laat je een bekend nummer anders maar toch hetzelfde klinken? Door het te coveren natuurlijk, zie ook Green Onions door het Dave Grundy Combo. Beide nummers zijn afkomstig van het platenlabel Hit Records dat alleen al door die naam verraadt een budget coverlabel te zijn geweest. The Flee-Rekkers komen nog een keertje langs met het sax/gitaar gebeuren Green Jeans en Volume 2 bevat meer bekende namen als Volume 1 met all time classic The Rockin' Gypsy van Larry Collins & Joe Maphis, Jet Harris met het twangy strollende film noir thema The Man With The Golden Arm dat even druk is als een film van Austin Powers, en Alan Freed die uiteraard geen ene noot speelde in Pushing maar alleen zijn naam verbond aan een swingend rhythm 'n' blues orkest (The Alan Freed Rock 'n' Roll Big Band) en vervolgens langs de kassa passeerde. The Champs gaan onverwacht funky in Panic Button, de bijdrage van de van Woo Hoo en Janis Will Rock bekende Rock-A-Teens bestaat uit de zenuwslopende standaard sax/gitaar rocker Oh My Nerves, en Grady Martin gaat goed fuzzy met het voor hem niet karakteristieke Good Good Good. Big Noise From The Jungle van drummer Sandy Nelson bevat meer sax en twangy gitaar als drums. Urban Zotel komt opnieuw langs met een moderne opname die een groot contrast vormt met zijn western swing bijdrage aan Volume 1 want met It's A Fuzz verkent hij de biker sounds van Davie Allen & the Arrows. Op Volume 2 staat ook een Nederlandse bijdrage: René and his Alligators met hun uptempo cover van Lonnie Mack's Wham uit 1963 dat met zijn metalige klank helemaal niet misstaat tussen zijn Amerikaanse soortgenoten. Volume 2 sluit af met een verbazingwekkend rockend nummer uit - hou u vast - 1938, de originele versie van Big Noise From Winnetka door contrabassist Bob Haggart en drummer Ray Bauduc en inderdaad een meesterwerkje van contrabas en drums. Voor wie het zich altijd mocht hebben afgevraagd: Winnetka is een (naar ik veronderstel erg luidruchtig) stadje in Illinois. Er volgt nog een derde volume, en de eerste twee zijn alvast aanraders voor wie houdt van gitaren zo scherp dat ze pijn doen aan de oren. Info: www.vintagerockinroots.com (Frantic Franky)

Every bird sings his song and if you couldn't sing you started an instrumental band, it was that simple in the fifties, and thus the fifties became the golden age of the instrumental. The stock seems almost inexhaustible and here you'll find 2 x 30 more. Because of the title I expected - or rather hoped for - vegas grind, but that's not the case. Volume 1 contains for the most part the better white rock guitar boogies with or without extra piano (Traveler Rock by Dave's Travelers, Jack-Knife by The Pharaohs, Shady Lady by The Shades, the firecracker laden supersonically fast Firecrackers by Billy Mure's Supersonic Guitars) and equally white rock sax honkers with or without extra guitar (Rampage by The Rockaways, the scorching Sour Mash by Hank Moore, the hissing The Snake by The Tradewinds). Primitive guitar scatchers all around, like Lloyd Rowe who sounds like he's banging on a metal plate with a hammer in Jay Hodge's Goatsville and the omnipotent Bo Diddley with Bo's Bounce. In the end only The Frantics get whipped in The Whip as well as The Whips in the kebab exotica Yes Master. In guitar rocker Bijele by Yugoslavian group Strijele Strijele (I ain't joking, it's from a 1962 EP on which they covered Runaround Sue and Sealed With A Kiss in Yugoslavian and if you think that's terrible, console yourself with the sad fact that their version of The Wanderer sung in English is even worse) which reminds me of Johnny & the Hurricanes' Crossfire the drums sound like whips, and in the guitar rocker Whippy Wow by The Flamethrowers there is no whip. The thundering sax strip stroller Torture Rock by The Rockin' Belmarx also has a sexual connotation but Ray Ether's Slave Girl is despite its title a standard guitar instrumental, albeit a very good guitar instrumental. Tequila is an instrumental genre in itself and Volume 1 features two Tequila copies: Cerveza by Boots Brown & his Blockbusters and the Joe Meek production Bitter Rice by The Flee-Rekkers, while Jumping Bean by the one and only Champs themselves also contains some typical Tequila chord changes. Compiler DJ Mark Armstrong clearly chose to give an overview of all possible instrumental styles (except surf) because the CD also contains examples of sax strollers (Chuck Higgins' The Rooster), piano boogie woogie (Hadda Brooks' Teenage Boogie), big band rhythm 'n' blues honkers (Moon Dog Boogie by the Freddie Mitchell Orchestra, Joe's Hot House by Joe Houston, Leap Frog by the Chuck Alaimo Quartet), snappy uptempo late fifties/early sixties frolic diner fun (All Tore Up by The King's Henchmen and Cave Man Love by Space Man & the Rockets - the A-side of that 1958 single is a vocal version with sped up chipmunk voices), country fingerpicking (Flippin' The Lid by Speedy West & Jimmy Bryant) and western swing with Wade Ray & his Cow Town Five's Dipsey Doodle, a song you probably know in the vocal version by Bill Haley & the Comets who are on the CD with the guitar led Goofin' Around including a genius double bass break, perhaps the best instrumental Bill Haley & the Comets ever recorded. Volume 1 contains one modern song, Blastin' Off by graphic designer Urban Zotel who made the cover of this CD, also a western swing guitar/steel guitar duet.

Volume 2 showcases native american themed tunes (Teddy & the Rough Riders' Tomahawk, Scalping Party by The Tornados (not the Telstar outfit), Al Caiola's Stampede and Grace Tennessee & the American Spirits' Pow Wow) and more frolic diner with The Royaltones' Tacos, Al Casey's The Stinger, Billy Davis & the Legends' Spunky Onions and even the above any suspicion Chet Atkins with Boo Boo Stick Beat. There's jungle exotica with The Rim Shots' The Native Dance and rhythm 'n' blues guitars with Ike Turner's groovy The Groove. This time it's The Originals who get whipped in The Whip and risqué titles to strip to are Noble "Thin Man" Watts' The Beaver and The Music City Orchestra's The Stripper, a note for note cover of David Rose's classic show tune. How do you make a familiar song sound different but at the same time almost exactly the same? By covering it of course, see and hear also Green Onions by The Dave Grundy Combo. Both songs come from the Hit Records label which by its name alone already proves to have been a budget cover label. The Flee-Rekkers make another appearance with the sax/guitar show stopper Green Jeans and Volume 2 features more familiar names than Volume 1 with all time classic The Rockin' Gypsy by Larry Collins & Joe Maphis, Jet Harris with the twangy strolling film noir theme The Man With The Golden Arm that's as chaotic as an Austin Powers movie, and Alan Freed who obviously didn't play a single note on Pushing, simply attached his name to a swinging rhythm 'n' blues orchestra calling it The Alan Freed Rock 'n' Roll Big Band, and then passed by the box office. The Champs sound unexpectedly funky in Panic Button, the contribution of The Rock-A-Teens who you know from Woo Hoo and Janis Will Rock consists of the nerve wrecking standard sax/guitar rocker Oh My Nerves, and Grady Martin goes fuzz with his uncharacteristic Good Good Good. Big Noise From The Jungle by drummer Sandy Nelson features more sax and twangy guitar than drums. Dutch contributors René and his Alligators are not out of place among their American counterparts with the metallic sound of their uptempo 1963 cover of Lonnie Mack's Wham. Volume 2 closes with an amazing rocking number from - hold on to your underwear - 1938, the original version of Big Noise From Winnetka by double bassist Bob Haggart and drummer Ray Bauduc and indeed a masterpiece of double bass and drums. In case you always wondered: Winnetka is a (presumably very noisy) small town in Illinois. Urban Zotel rocks by again with a modern recording that forms a big contrast with his western swing contribution to Volume 1 since It's A Fuzz explores the biker sounds of Davie Allen & the Arrows. A third volume is on its way, and the first two come highly recommended if you like guitars so sharp they hurt the ears. Info: www.vintagerockinroots.com (Frantic Franky)

14 april 2021

Vinyl Recensie

THE ROCK & ROLL STORY/ CONWAY TWITTY
Bear Family, BAF11030
English version: see below

Bear Family bracht al een dertigtal platen uit in hun reeks 10 inch heruitgaves op gekleurd vinyl en dit is de 1:1 reproductie van de uiterst zeldzame Japanse 10 inch versie van The Rock & Roll Story, eind 1960 in het kielzog van de hits It's Only Make Believe, Danny Boy en Lonely Blue Boy reeds de vijfde LP van de in 1993 op 59-jarige leeftijd overleden Conway Twitty. Je kan het je heden ten dage niet voorstellen maar die LP bestond volgens een in de jaren '50 gangbare praktijk volledig uit covers van andermans rock 'n' roll hits zoals Shake Rattle And Roll, Great Balls Of Fire en als minst bekende nummer Jimmy Jones' Handy Man, aangevuld met Twitty's eigen uit 1958 daterende It's Only Make Believe, de derde keer reeds dat It's Only Make Believe op een Conway Twitty LP stond! Naast Paul Anka's Diana is dat trouwens de enige ballad hier. Die MGM LP verscheen ook in Japan (én in Canada én in Brazilië én in Zuid-Afrika én in Duitsland) en is sindsdien al een aantal keer heruitgebracht met andere hoezen, maar dit is dus de Japanse 10 inch versie met acht van de twaalf songs van de LP, want Reelin' And Rockin, Whole Lotta Shakin' Goin' On, Splish Splash en The Girl Can't Help It stonden niet op die 10 inch. Wel bevat de heruitgave vier andere bonussongs waardoor het totaal aantal tracks opnieuw op twaalf komt. Twitty's covers van die greatest hits of rock 'n' roll zijn goeie rockers maar ingehouden, clean en proper gewassen achter de oren. Met Jailhouse Rock, Treat Me Nice en een op Elvis geïnspireerd Blue Suede Shoes werd duidelijk de Elvis kaart getrokken, niet verwonderlijk omdat Elvis uiteraard de king was en omdat Twitty's stem gelijkenissen met Elvis vertoont. Daarenboven werden de enige echte Jordanaires ingehuurd om de backings te verzorgen, helaas ook een van de redenen waarom het pure rock 'n' roll gehalte van deze covers wordt afgezwakt want zij smeren een extra laagje stroop op de op zich uitstekende potpourri van songs. De nummers klinken goed gerodeerd alsof Twitty ze al jaren live zong, de arrangementen zijn okee, en Twitty geeft aan alle songs zijn eigen draai door de tekst aan te passen en regelmatig zijn karakteristieke kreun te laten vallen, maar toch zijn dit toch vrij generische uitvoeringen even opwindend als een broodje tonijn zonder mayonaise. Wat de plaat redt is Twitty's uitstekende zang (hij had ook toen al gouden longen, zoveel is duidelijk) en het bij momenten vlijmscherpe gitaarwerk, naar ik aanneem van Grady Martin aangezien dit werd opgenomen in Nashville met het vaste A-Team, maar Floyd Cramer (piano) en Boots Randolph (sax) doen helaas weinig meer dan hun plicht. Veelzeggend is dan ook dat van deze plaat slechts vijf nummers op de Bear Family CD Conway Rocks (BCD16670) staan en daarvan is er één de ballade It's Only Make Believe en behoren er drie tot de bonustracks hier. Die bonustracks zijn het fluitende Platinum High School, I Vibrate (From My Head To My Feet), Long Black Train en nog meer Elvis met een vingerknippend Heartbreak Hotel. Die werden alle vier met dezelfde muzikanten opgenomen voor MGM tussen 1958 en 1960 en passen naadloos in de context van de andere nummers, met Long Black Train en I Vibrate (From My Head To My Feet) als positieve uitschieters wegens rockabilly zonder achtergrondkoortje.
Het volledig nagemaakte artwork van het label en de hoes inclusief de onleesbare Japanse tekst op de achterzijde, hoogwaardig kwaliteitsvinyl in oogverblindend turquoise en een extraatje in de vorm van een zwart-wit promofoto van Conway Twitty en Mamie Van Doren uit de film Sex Kittens Go To College (1960) op formaat 21 x 15 cm maken dit tot een must voor de liefhebbers van jukebox rock 'n' roll. Info: www.conwaytwitty.com en www.bear-family.com (Frantic Franky)

Up till now Bear Family released some thirty records in their series of 10 inch re-issues on colored vinyl and this is the 1:1 reproduction of the extremely rare Japanese 10 inch version of The Rock & Roll Story, at the end of 1960 already Conway Twitty's fifth LP in the wake of his hits It's Only Make Believe, Danny Boy and Lonely Blue Boy. You can't imagine it nowadays but that LP consisted, according to a common practice in the 1950s, entirely of covers of rock 'n' roll hits by other artists such as Shake Rattle And Roll, Great Balls Of Fire and Jimmy Jones' Handy Man as the least known tune, supplemented by Twitty's own It's Only Make Believe from 1958, the third time It's Only Make Believe made its way onto a Conway Twitty LP. Next to Paul Anka's Diana that's the only ballad here. The MGM LP also appeared in Japan (and in Canada and in Brazil and in South Africa and in Germany) and has since been re-released several times with different covers, but this is the Japanese 10 inch version with eight of the twelve songs from the LP as Reelin' And Rockin', Whole Lotta Shakin' Goin' On, Splish Splash and The Girl Can't Help It were not on the original 10 inch. The re-issue includes however four bonus songs bringing the total number of tracks back to twelve. Twitty's covers of these greatest hits of rock 'n' roll are good rockers but restrained, clean and washed behind the ears. With Jailhouse Rock, Treat Me Nice and an Elvis inspired Blue Suede Shoes they clearly pulled the Elvis trump card, no surprise as Elvis was of course the king and Twitty's voice bears a resemblance to Elvis. On top of that the one and only Jordanaires were hired to provide the backings, unfortunately also one of the reasons why the pure rock 'n' roll content of these covers is diluted because they smear an extra layer of syrup on the in itself excellent mix of songs. The songs themselves sound well practised as if Twitty had been singing them live for years, the arrangements are okay, and Twitty puts his own spin on all the songs by adjusting the lyrics and regularly dropping his signature moan, but still these are rather generic versions about as exciting as a tuna sandwich without mayonnaise. What saves the day is Twitty's excellent vocals (even back then he had golden lungs, that much is clear) and the at times razor sharp guitar work, I assume by Grady Martin since this was recorded in Nashville with the regular A-Team, but Floyd Cramer (piano) and Boots Randolph (sax) unfortunately do little more than their duty. It's significant that only five of the songs from this record are on Bear Family's Conway Rocks BCD16670 CD, and of those one is the ballad It's Only Make Believe and three are among the bonus tracks here. The bonus tracks are the whistling Platinum High School, I Vibrate (From My Head To My Feet), Long Black Train and more Elvis with a fingersnapping Heartbreak Hotel. All four were recorded with the same musicians for MGM between 1958 and 1960 and fit seamlessly into the context of the other songs, with Long Black Train and I Vibrate (From My Head To My Feet) being positive standouts because they're rockabilly without backing vocals.
The 100 % accurately copied artwork of the label and the sleeve including the illegible Japanese text on the back, the high quality vinyl in dazzling turquoise and the extra black and white promo picture of Conway Twitty and Mamie Van Doren from the film Sex Kittens Go To College (1960) size 21 x 15 cms make this a must for lovers of jukebox rock 'n' roll. Conway Twitty died in 1993 at the age of 59. Info: www.conwaytwitty.com en www.bear-family.com (Frantic Franky)

CD Recensies

THE JOHNNY AND DORSEY BURNETTE SONG BOOK
Atomicat, ACCD072
English version: see below

Johnny en Dorsey Burnette personifiëren op hun tweetjes zowat de complete geschiedenis van de rock 'n' roll in een notendop van hardcore rockabilly over highschool tot country. Dat ze niet alleen songs voor zichzelf maar vooral ook voor andere artiesten schreven is algemeen bekend en werd reeds gedocumenteerd op de driedelige Like What We Wrote CD reeks in 2007-2010 verschenen op Hydra Records (D) die deels overlapt met dit songboek: de helft van de songs hier staan ook op Like What We Wrote. The Johnny And Dorsey Burnette Song Book is dan ook gebaseerd op hetzelfde concept: samensteller DJ Mark Armstrong selecteerde naast vier nummers van de broers samen of solo 26 Burnette composities 1956-1963 uitgevoerd door andere artiesten. Een goeie zaak is dat daarbij niet werd geopteerd voor de meest voor de hand liggende uitvoeringen zoals Believe What You Say en Waitin' In School door Ricky Nelson of Bertha Lou door Johnny Faire, maar voor veel minder bekende versies zoals de primitieve Spaanstalige Bertha Lou door Los Zodiac uit Peru, Believe What You Say door Little Tony & his Brothers uit Italië en Waitin' In School door Frankie Lymon, niet de enige zwarte artiest die maar wat graag de songs van de Burnette broers gebruikte: op deze CD staat ook Roy Brown met Hip Shakin’ Baby en Be My Love Tonight. Het spelletje hierbij is natuurlijk je te proberen in te beelden hoe deze songs zouden hebben geklonken door de Burnettes zelf, want in een aantal van deze songs hoor je inderdaad probleemloos Johnny en Dorsey klinken. Misschien hadden sommige songs ook béter geklonken met Johnny en Dorsey, want ik mis soms de productiewaarden van Liberty Records, het label waarop Johnny zijn grootste successen scoorde. Andere songs klinken dan weer meer Ricky Nelson als Johnny Burnette zoals Jackie Walker's Good Good Feelin', wellicht omdat een tiental nummers hier verschenen op Imperial Records, het label van Ricky Nelson, de eerste grote afnemer van de Burnettes als songschrijvers, dus dubbelde James Burton misschien wel op gitaar. Alles bij elkaar geeft dat een prima selectie ongefilterde rock 'n' roll en rockabilly zoals - ik noem willekeurig - Johnny Garner's Kiss Me Sweet en Deane Hawley's exotische Bossman. Myron Lee's School's Out is een early sixties interpretatie van de Bo Diddley beat en de CD bevat zelfs een instrumental, Blue Saturday van The Checkers, een soort snelle rock 'n' roll versie van Last Date van Floyd Cramer. Bekende namen zijn Gene Vincent (My Heart en I’ve Got To Get You Yet), Ricky Nelson (One Of These Mornings en de sixties stroller Gypsy Woman), Bob Luman (Whenever You're Ready) en Jerry Lee Lewis (As Long As I Live), maar de nobele onbekenden zijn dik in de meerderheid. Opvallend maar uiteindelijk niet zo verwonderlijk: verschillende van de songs hier werden in 2001 opgenomen door Johnny's zoon Rocky Burnette begeleid door Darrel Higham & the Enforcers op hun CD Hip-Shakin' Baby: A Tribute To Johnny & Dorsey Burnette. De vier nummers gezongen door de broers zelf zijn het gedreven Warm Love, de rocka-cha cha Lonesome Tears In My Eyes, Johnny's Me And The Bear dat de overgang markeerde tussen de rockabilly van het Rock 'n' Roll Trio naar pop rock, en Dorsey's originele versie van Whenever You're Ready getiteld Let's Fall In Love. Een interessante uitgave omdat er gefocust wordt op een minder bekende kant van de Burnettes! Info: www.vintagerockinroots.com (Frantic Franky)

Johnny and Dorsey Burnette personify just about the entire history of rock 'n' roll in a nutshell from hardcore rockabilly over highschool to country . It's common knowledge that they not only wrote songs for themselves but also for other artists, as already documented on the three Like What We Wrote CDs released by Hydra Records (D) in 2007-2010 that partly overlap with this Song Book: half of the songs here are also on Like What We Wrote. That is not surprising since The Johnny And Dorsey Burnette Song Book is based on the same concept: compiler DJ Mark Armstrong selected 26 Burnette compositions 1956-1963 performed by other artists and added four songs sung by the brothers together or solo. The good thing is he didn't opt for the most obvious versions like Ricky Nelson's Believe What You Say and Waitin' In School or Johnny Faire's Bertha Lou, but went for much lesser known versions like the ultra primitive Bertha Lou sung in Spanish by Los Zodiac from Peru, Believe What You Say by Little Tony & his Brothers from Italy and Waitin' In School by Frankie Lymon, not the only black artist who benefited from the Burnette brothers' songs: the CD also features Roy Brown with Hip Shakin' Baby and Be My Love Tonight. The game is of course to try to imagine how these songs would have sounded if sung by the Burnettes themselves, because in a number of these songs you can indeed hear Johnny and Dorsey. Some of the songs might also have sounded better if sung by the brothers, as several recordings here lack the production values of Liberty Records, the label on which Johnny scored his biggest hits. Other songs sound more Ricky Nelson than Johnny Burnette like Jackie Walker's Good Good Feelin', probably because about ten of the songs here were released on Imperial Records, home to Ricky Nelson, the first major buyer of their songs, so maybe James Burton doubled on guitar. All in all this makes for a fine selection of unfiltered rock 'n' roll and rockabilly such as - randomly - Johnny Garner's Kiss Me Sweet and Deane Hawley's exotic Bossman. Myron Lee's School's Out is an early sixties interpretation of the Bo Diddley beat and the CD even includes an instrumental, Blue Saturday by The Checkers, a sort of fast rock 'n' roll version of Floyd Cramer's Last Date. Big shots include Gene Vincent (My Heart and I've Got To Get You Yet), Ricky Nelson (One Of These Mornings and the sixties stroller Gypsy Woman), Bob Luman (Whenever You're Ready) and Jerry Lee Lewis (As Long As I Live), but the majority of the artists belong to the great unknowns. Noteworthy but perhaps not surprising: several of the songs here were recorded in 2001 by Johnny's son Rocky Burnette accompanied by Darrel Higham & the Enforcers on their CD Hip-Shakin' Baby: A Tribute To Johnny & Dorsey Burnette. The four songs sung by the brothers themselves are the driving Warm Love, the rocka-cha cha Lonesome Tears In My Eyes, Johnny's Me And The Bear which marked the transition from the Rock 'n' Roll Trio's rockabilly to pop rock, and Dorsey's original version of Whenever You're Ready titled Let's Fall In Love. An interesting release because it showcases the lesser known side of the Burnette brothers! Info: www.vintagerockinroots.com (Frantic Franky)


RIGHT AFTER THE DANCE/ BUCK OWENS
Atomicat, ACCD027
English version: see below

De in 2006 op 76-jarige leeftijd overleden countryzanger Buck Owens is erg populair in rock 'n' rol kringen omdat zijn goedgeluimde Bakersfield sound ongecompliceerd rollende uptempo en medium tempo country is met eenvoudige, welluidende melodietjes en uit het hart gegrepen opgewekte teksten, het soort muziek waar u zo gek op bent in de uitvoering van The Country Side Of Harmonica Sam. Die populariteit is opmerkelijk omdat Owens' carrière piekte van de eerste helft van de jaren '60 tot de eerste helft van de jaren '70, maar als u Owens goed vindt bent u niet alleen: Buck Owens is de enige countryzanger ooit gecoverd door The Beatles die zijn Act Naturally uit 1963 in 1965 opnamen als B-kant van Yesterday. Maar zelfs als u noch van The Beatles noch van Buck Owens houdt dan nog vindt u daar die enkel en alleen naar rockabilly luistert de man misschien goed zonder het zelf te weten: Owens nam in 1956 één rockabilly single op onder de schuilnaam Corky Jones, en Hot Dog/ Rhythm And Booze is verrekte goed spul. Wie evenwel hoopte op meer van dat op deze CD is er aan voor de moeite: naast die single bevat deze door DJ Mark Armstrong samengestelde The Many Sides Of Buck Owens voor meer dan de helft vroeg Bakersfield werk zoals Excuse Me, Foolin' Around, Kickin' Our Hearts Around, Nobody's Fool But Yours, You're For Me en Second Fiddle met inderdaad fiddle, steel gitaar en alles erop en eraan. Een aantal van die nummers zijn niet onbekend: Above And Beyond, Under Your Spell Again en Under The Influence Of Love bijvoorbeeld waren in 1959-1961 dikke country hits. Down On The Corner Of Love en It Don't Show On Me zijn meer traditionele klaaglijke country, soms met Hank Williams invloed zoals in Right After The Dance. Opvallend: een countryversie van Save The Last Dance For Me van The Drifters met mandoline! Die 16 nummers zijn een deel van maar niet ál zijn vroegste singles van 1956 tot 1962, inclusief beide kantjes van zijn duetsingle met Rose Maddox, Mental Cruelty/ Loose Talk uit 1961. Staat hier dan buiten Hot Dog/ Rhythm And Booze geen rock 'n' roll op? Toch wel: Sweet Thing, in 1957 zijn eerste Capitol single, is een mooi staaltje existentiële blanke rock 'n' roll (de B-kant, de standaard country ballade I Only Know That I Love You, staat niét op de CD). In die vroege jaren was Owens ook vaak te horen als achtergrondzanger of gastmuzikant bij andere artiesten en daarvan staan op deze CD tien voorbeelden die het hele gamma overlopen van primitieve rockabilly (Bill Woods' Bop) en rock 'n' roll (Go Crazy Man van diezelfde Bill Woods) over rockende hillbilly (Cousin Herb Henson’s Trading Post Group's Looking Back To See, Jean Sheppard's Sad Singin' And Slow Ridin), countrybilly (Tommy Collins' Whatcha Gonna Do Now, The Farmer Boys' Flash Crash And Thunder) en country boogie (Bud Hobbs & his Trail Herders' Goose Rock) tot pure country (Take Me van Owens' echtgenote Bonnie Owens), gestroomlijnde rock 'n' roll (Tommy Sands' Hey Miss Fannie) en pure rockabilly (Wanda Jackson's I Gotta Know). Op één nummer doet Owens niet mee, een cover van Hot Dog door ene Pico Pete die even primitief klinkt als Owens zelf op zijn eigen Rhythm And Booze. De CD bevat in totaal 30 tracks en als u nog niet teveel van die vroege Buck Owens hebt kan deze Right After The Dance er gerust bij. Goeie geluidskwaliteit ook! Info: www.vintagerockinroots.com (Frantic Franky)

Country singer Buck Owens who died in 2006 at the age of 76 is quite popular in rock 'n' roll circles because his optimistic Bakersfield sound is uncomplicated uptempo and medium tempo rollin' country with simple, nice sounding melodies and upbeat lyrics straight from the heart, the type of music you're all crazy about when played by The Country Side Of Harmonica Sam. That popularity is remarkable because Owens' career peaked from the first half of the 1960s to the first half of the 1970s, but if you dig Owens you're not alone: Buck Owens is the only country singer covered by The Beatles who in 1965 recorded his Act Naturally from 1963 as the B-side for Yesterday. But even if you like neither The Beatles nor Buck Owens you there who only listens to rockabilly and nothing else may like the guy without realising it: Owens recorded one rockabilly single in 1956 under the pseudonym Corky Jones, and Hot Dog / Rhythm And Booze is darn good stuff. However if you're expecting more material in that vein you came to the wrong place: more than half of the 30 tracks compiled on The Many Sides Of Buck Owens by DJ Mark Armstrong are early examples of the Bakersfield sound like Excuse Me, Foolin' Around, Kickin' Our Hearts Around, Nobody's Fool But Yours, You're For Me and Second Fiddle with indeed fiddle, steel guitar and all the trimmings. A couple of these sound familiar: Above And Beyond, Under Your Spell Again and Under The Influence Of Love for example were big country hits in 1959-1961. Down On The Corner Of Love and It Don't Show On Me are more traditional plaintive country, sometimes with a Hank Williams influence like in Right After The Dance. Remarkable is a country version of The Drifters' Save The Last Dance For Me with mandolin! Those 16 songs are some but not all of Owens' earliest singles from 1956 to 1962, including both sides of his 1961 duet single with Rose Maddox, Mental Cruelty / Loose Talk. So is there no rock 'n' roll on here except for Hot Dog / Rhythm And Booze? Yes there is: Sweet Thing, in 1957 his first Capitol single, is a fine example of existential white rock 'n' roll (the B-side, the standard country ballad I Only Know That I Love You, is not on the CD). In those early years Owens could often be heard as a backing vocalist or musician for other artists and the CD presents ten such examples, ranging from primitive rockabilly (Bill Woods' Bop) and rock 'n' roll (Go Crazy Man by the same Bill Woods) over rockin' hillbilly (Cousin Herb Henson's Trading Post Group's Looking Back To See, Jean Sheppard's Sad Singin' And Slow Ridin'), countrybilly (Tommy Collins' Whatcha Gonna Do Now, The Farmer Boys' Flash Crash And Thunder) and country boogie (Bud Hobbs & his Trail Herders' Goose Rock) to pure country (Take Me by Owens' wife Bonnie Owens), streamlined rock 'n' roll (Tommy Sands' Hey Miss Fannie) and pure rockabilly (Wanda Jackson's I Gotta Know). On one track Owens does not participate himself, a cover of Hot Dog by one Pico Pete who sounds as primitive as Owens himself on his own Rhythm And Booze. If you haven't got too much of that early Buck Owens already, this Right After The Dance is a worthy addition. Good sound quality too! Info: www.vintagerockinroots.com (Frantic Franky)


SPRING FEVER
Bear Family, BCD17578
English version: see below

De lente is in't land maar 't zijn momenteel vooral aprilse grillen: de ene week barbecueën in de tuin in je short en de week erna sneeuw, hagel en storm! Gelukkig brengt Bear Family na seizoensgroeten uit de zomer, de herfst en de winter (diverse kerst CD’s) het zonnetje in huis met deze lente CD, tegelijk de opvolger voor hun paas-CD Easter Bunny Hop (BCD17507) want meer dan één derde van de 28 tracks 1936-1963 gaan over kippen, hanen en konijnen. Twee gaan er zelfs over eieren met bijvoorbeeld The Charioteers wier rustige vocal harmony swing One Fried Egg de schoonheid van een gebakken ei bezingt. Gelukkig zaten ze niet met de gebakken peren, hahaha. Pakweg de helft van de nummers zijn ongebreideld romp en stompende rock 'n' roll zoals The Pentagons' It's Spring Again, Vilas Craig & the Kollege Kings' ietwat King Creole-achtige Spring Fever en The Jaye Brothers' joviale jiver Ain't Nobody Here But Us Chickens, afgewisseld met rockabilly van op de boerderie (Ray Coleman & his Skyrockets' Rock Chicken Rock), country boogie (Chuck Bowers' Ole Mister Cottontail), big band rock 'n' roll (Ray Anthony's instrumentale Bunny Hop Twist) en gitaarinstro’s (Jimmie Volk & the Matched Aces' Spring Time Rock). Met instrumentals kan je titelgewijs alle kanten uit, wat betekent dat er tien instrumentals op deze CD staan. De chicken reel is een bekende fingerpicking oefening om je gitaar te doen kakelen als een kip zoals Les Paul demonstreert in het tekenfilmachtige Chicken Reel, een techniek die ook in de rockabilly zijn vruchten afwierp, luister maar naar Fat Daddy Holmes' fantastische Chicken Rock. Nog kipcorn instrumentals: Link Wray's ultieme vechtnummer Run Chicken Run, Ike Turner's meesterwerk van twangy gitaar en wailende sax The Rooster, en omdat kippen eieren leggen gitaarrocker Egghead van Al Allen.
Wie Bear Family's Seasons Series kent weet dat die reeks zich ver buiten de grenzen van de rock 'n' roll beweegt en de andere helft van de nummers op Spring Fever laveren tussen exotische doo-wop (Jungle Bunny van The Fabulous Pearls), jazzy popswing (het instrumentale Sound Of Spring en Spring Fever van het Ramsey Lewis Trio), pop (Bobby Rydell's April Showers, het door Roy Orbison geschreven maar bij mijn weten nooit door hem opgenomen Spring Fever van The Velvets die inderdaad klinken als Roy Orbison, en Hello Spring, oorspronkelijk van Jerry Keller doch hier in de Britse cover versie van Craig Douglas), instrumentale zigeuner swing (Swingtime In Springtime van de in België geboren Django Reinhardt & le Quintette Du Hot Club De France uit 1946), crooners (Jerry Duane & the Monarchs' It Might As Well Be Spring) en zelfs klassieke muziek met Les Baxter voor één keer niet in exotica mood in End Of Spring. Geinig is dat één nummer zowel in een vocal harmony uitvoering als in een rock 'n' roll versie op de CD staat, (I'll Be With You In) Apple Blossom Time, een nummer dat teruggaat tot de jaren '20 en we hier horen in een heropname van The Andrews Sisters uit 1956 (ze hadden er al een hit mee in 1941) én door Bill Haley & the Comets één jaar later! Rariteit: April Love staat hier niet op in Pat Boone's hitversie maar in zijn duetversie met Shirley Jones afkomstig van het soundtrack album van de gelijknamige film uit 1957. Jones speelde begin jaren '70 op televisie de moeder in The Partridge Family! Ook uit een film: het musical nummer Easter Parade uit de gelijknamige film uit 1948, op paaszondag nog te zien op BBC. Het oudste nummer, Easter Day van The Dixon Brothers uit 1936, is plechtige neuzelige religieuze samenzang uit de oude country doosch. Op het eerste gehoor lijken sommige overgangen te vloeken, maar na een paar luisterbeurten vormt de CD die een full colour booklet van 16 pagina’s bevat een mooi en zonnig evenwicht tussen rock 'n' roll en niet-rock 'n' roll.
Info: www.bear-family.com (Frantic Franky)

Spring is in the air but at the moment it's real shitty weather: one week B-B-Q in the garden in bermuda shorts and Hawaiian shirt, the next week snow, hail and thunderstorms! Fortunately after season's greetings from summer, autumn and winter (various Christmas CDs) Bear Family is on hand to bring us some sunshine with this spring CD, at the same time the unofficial successor to their easter CD Easter Bunny Hop BCD17507 as one third of the 28 tracks 1936-1963 are about chickens, roosters and rabbits. Two are even about eggs, like The Charioteers' calm vocal harmony swing One Fried Egg which celebrates the beauty of a fried egg. Roughly half the songs are unbridled romp and stompin' rock 'n' roll like The Pentagons' It's Spring Again, Vilas Craig & the Kollege Kings' somewhat King Creole-esque Spring Fever and The Jaye Brothers' jovial jiver Ain't Nobody Here But Us Chickens, interspersed with down on the farm rockabilly (Ray Coleman & his Skyrockets' Rock Chicken Rock), country boogie (Chuck Bowers' Ole Mister Cottontail), big band rock 'n' roll (Ray Anthony's instrumental Bunny Hop Twist) and guitar instros (Jimmie Volk & the Matched Aces' Spring Time Rock). With the titles of instrumentals you can evoke everything, which means there are ten instrumentals on the CD. The chicken reel is a well known fingerpicking exercise to make your guitar cluck like a chicken as demonstrated by Les Paul in the cartoon-like Chicken Reel, a technique also used in rockabilly, just listen to Fat Daddy Holmes' fantastic Chicken Rock. More corn fed instrumentals: Link Wray's ultimate fighting song Run Chicken Run, Ike Turner's masterpiece of twangy guitar and wailing sax The Rooster, and because chickens lay eggs Al Allen's guitar rocker Egghead.
Those familiar with Bear Family's Seasons Series know that the series moves well beyond the boundaries of rock 'n' roll and the other half of the songs on Spring Fever veer between exotic doo-wop (Jungle Bunny by The Fabulous Pearls), jazzy pop swing (the instrumentals Sound Of Spring and Spring Fever by the Ramsey Lewis Trio), pop (Bobby Rydell's April Showers, The Velvets' Spring Fever written by Roy Orbison but to my knowledge never recorded by him - The Velvets do indeed sound like Roy Orbison, and Hello Spring, originally by Jerry Keller but here in the British cover version by Craig Douglas), instrumental gypsy swing (Swingtime In Springtime by Belgian born Django Reinhardt & le Quintette Du Hot Club De France in 1946), crooners (Jerry Duane & the Monarchs' It Might As Well Be Spring) and even classical music with Les Baxter for once not in an exotica mood in End Of Spring. One song appears on the CD in both a vocal harmony version and a rock 'n' roll version, (I'll Be With You In) Apple Blossom Time, a song going all the way back to the 1920s which we hear here in a re-recording by The Andrews Sisters from 1956 (they already had a hit with it in 1941) and by Bill Haley & the Comets one year later! A rarity here is April Love not in Pat Boone's hit version but in his duet version with Shirley Jones from the soundtrack album of the 1957 film of the same name. Jones played the mother in The Partridge Family on TV in the early 1970s! Also from a film: the musical tune Easter Parade from the 1948 film of the same name, shown on BBC this easter sunday. The oldest song on the CD, Easter Day from 1936, is a solemn old timey religious song sung through The Dixon Brothers' noses. On first hearing some of the transitions seem awkward but after repeated listening the CD which includes a full-color 16-page booklet offers a sunny balance between rock 'n' roll and non-rock 'n' roll.
Info: www.bear-family.com (Frantic Franky)

7 aprill 2021

WINE, WHISKEY & WIMMEN/ LITTLE HAT
Rhythm Bomb, RBR 6003
English version: see below

Little Hat is een Nederlands bluestrio dat debuteerde in 2017 waar iedereen blijkbaar nogal wild van is, en in zulk geval beschouwen wij het als onze plicht mee te luisteren, ook al omdat u dit ongetwijfeld gaat tegenkomen in de bakken: hun debuut is uit op rock 'n' roll label Rhythm Bomb en het artwork ziet er ten zeerste rockabilly uit. Opvallend: voor dat debuut huurde Little Hat als producer Little Victor alias Victor Mac in, de Beale Streat Blues Bopper die als geen ander thuis is in de oude bluesstijlen waarin Little Hat grossiert. Blues dus, wat niet verrast want Machiel Meijers (zang, mondharmonica) en Willem van Dullemen (gitaar) komen uit de in Chicago blues gespecialiseerde band Stackhouse (twee CD’s, Big Fish Boogie in 2013 en Tailgatin' in 2016), en ook Paolo de Stigter (drums) zat in het blues roots idioom met de Thomas Toussaint Band (de 6 track CD Groovin' On Up in 2016). Geen bassist, wat betekent dat alles terugvalt op mondharmonica en gitaar, en dat levert een zeer scherp klinkende CD op met een energieke live feel.
De CD bevat 14 covers, uiteraard allemaal met mondharp, die heupwiegen tussen enerzijds uptempo werk als Little Walter's Just Keep Lovin' Her, bluesrockers als Jerry Morris' Clema, Little Junior Parker's Barefoot Rock, Joe Hill Louis' Boogie In The Park en Sunnyland Slim's Highway 61, en verschroeiende slide blues trashers als Jerry McCain's Cutie named Judy en Hound Dog Taylor's Gimme Back My Wig, en anderzijds rustigere sfeervolle blues zoals Little Walter's Ora Nelle Blues en medium tempo boogie als Titus Turner's Big John From Mississippi en Alexander "Papa" Lightfoot's Wine Whiskey & Wimmen. Rustpunten zijn er met enkele bluesballades als Lazy Lester's If You Think I've Lost You en Blue Smitty's Elgin Movements, Dr. Ross' Cat Squirrel is een bluesbopper met een psychedelische voodoo beat, en Clarence "Bon Ton" Garlow's Sound The Bell zorgt zelfs voor een vleugje gospel. Niets nieuws onder de blueszon, maar degelijk uitgevoerd en dus goed nieuws voor u daar die zo hoog oploopt met bijvoorbeeld The Kokomo Kings. Als het dan toch blues moet zijn dan graag deze, want ik begin te begrijpen waarom mensen als gitarist Joe Sixpack hier lovend over zijn. De officiële release datum is 30 april. Info: www.littlehatband.com en www.vintagerockinroots.com (Frantic Franky)

Little Hat is a Dutch blues trio which debuted in 2017 that everyone seems to be pretty wild about, and in such a case we consider it our duty to give it a listen, also because you're bound to come across this in the bins: their debut is out on rock 'n' roll label Rhythm Bomb and the artwork looks very rockabilly. Noteworthy: for their debut Little Hat hired Little Victor aka Victor Mac as producer, the Beale Streat Blues Bopper who is more than anyone else at home in the old blues styles in which Little Hat specialises. So this is indeed blues, not a big surprise as Machiel Meijers (vocals, harmonica) and Willem van Dullemen (guitar) come from the Chicago blues band Stackhouse (two CDs, Big Fish Boogie in 2013 and Tailgatin' in 2016) while Paolo de Stigter (drums) was also involved in the blues roots idiom with the Thomas Toussaint Band (the 6 track CD Groovin' On Up in 2016). That's right, no bass, which means everything falls back on harmonica and guitar, resulting in a very sharp sounding CD with an energetic live feeling. The CD contains 14 covers, all with mouth harp of course, hipswinging to on the one hand uptempo material like Little Walter's Just Keep Lovin' Her, blues rockers like Jerry Morris' Clema, Little Junior Parker's Barefoot Rock, Joe Hill Louis' Boogie In The Park and Sunnyland Slim's Highway 61, and scorching slide blues trashers like Jerry McCain's Cutie Named Judy and Hound Dog Taylor's Gimme Back My Wig, and on the other hand to calmer atmospheric blues like Little Walter's Ora Nelle Blues and medium tempo boogie like Titus Turner's Big John From Mississippi and Alexander "Papa" Lightfoot's Wine Whiskey & Wimmen. Things slow down with a couple of blues ballads like Lazy Lester's If You Think I've Lost You and Blue Smitty's Elgin Movements, Dr. Ross' Cat Squirrel is a blues bopper with a psychedelic voodoo beat, and Clarence "Bon Ton" Garlow's Sound The Bell even adds a touch of gospel. Nothing new under the blues sun, but solidly executed and therefor good news for all of you out there who dig, say, The Kokomo Kings. If it has to be blues then I prefer these blues, for I am beginning to understand why people like guitarist Joe Sixpack are raving about this. The official release date is April 30. Info: www.littlehatband.com en www.vintagerockinroots.com (Frantic Franky)


THE KINGS'S HIGHWAY/
REVEREND ROBERT BALLINGER

Bear Family, BCD17575
English version: see below

Nieuw op Bear Family: de Salvation gospel reeks! Mijn introductie tot de gospel begon net zoals wellicht bij velen onder u via de gospelplaten van Elvis en de vroege opnames van Sam Cooke ten tijde van The Soul Stirrers, maar deze dubbel-CD met zo'n 90 minuten muziek staat mijlenver verwijderd van Sam Cooke's zoetgevooisde lofzangen op de Heer: dit jubelt tot meerdere eer en glorie van God op hemel en aarde, zeker, maar wie inzake gospel nooit verder is geraakt dan James Brown in The Blues Brothers zal angstig weglopen bij deze zingende pastoor. The King's Highway bevat alle officieel uitgebrachte opnames van Reverend Robert Ballinger, opgenomen van 1952 tot 1963 voor Chess, Peacock, United en Artistic, samen goed voor twee LP’s, Swing Down Chariot en Little Black Train, en vier singles, singles die ook op die LP’s stonden niet meegeteld. Dat alles staat op deze dubbelaar, aangevuld met vijf nummers die pas in 1997 uitgebracht werden. Als wij het booklet van 32 pagina’s er op na lezen is dit evenwel niet Ballingers' complete werk, want er zouden nog onuitgebrachte Chess en United opnames zijn. Ondanks die output is niet geweten wie die Reverend Robert Ballinger juist was: op die platen stond geen foto van hem en ook de detectives van Bear Family hebben geen foto van hem kunnen opduikelen. Alle opnames zijn studio-opnames maar hebben een hoge live factor met electrifiërende zang een bluesshouter waardig bovenop een pompende bordeelpiano (een enkele keer wordt dat orgel), met nooit meer dan een trio bezetting van piano, contrabas en drums, soms begeleid door een vocaal gospel kwartet. Ik hoor er een stuk Ray Charles in, maar die was natuurlijk ook helemaal doordrenkt van de gospel. De Chess opnames (één single) gebeurden onder leiding van producer en contrabassist Willie Dixon en die moet goed hebben geluisterd toen Ballinger de Rosetta Tharpe cover This Train inblikte, want Dixon herwerkte dat nummer om zijn eigen compositie My Babe, voor het eerst opgenomen door bluesman Little Walter alvorens het een rock 'n' roll klassieker werd, in zijn definitieve vorm te gieten. Zondaars, dit is de real deal, van een zulkdanig rauwe intensiteit dat de duivel zelf er bang van zou krijgen en die meer vandoen heeft met bluespower dan met de heiligmakende soul van The Five Blind Boys Of Mississippi, Alabama of waar u maar wil. Het booklet kadert de opnames en Bear Family producer Nico Feuerbach is er in geslaagd in oude kranten een aantal aankondigingen van Ballinger's sermoenen terug te vinden, maar een degelijke bio ontbreekt nog. Of er nog familie van Ballinger leeft wordt niet vermeld: Ballinger zelf stierf in 1965 op amper 44-jarige leeftijd (doodsoorzaak onbekend), zijn zoon overleed in 2013. Info: www.bear-family.com (Frantic Franky)

New on Bear Family: the Salvation gospel series! My introduction to gospel like probably for many of you were Elvis' gospel albums and the early recordings of Sam Cooke when he fronted The Soul Stirrers, but this double CD with approx. 90 minutes of music has nothing to do whatsoever with Sam Cooke's honey-voiced praising of the Lord. Yes, this is glory to the Lord up above, sure, but if you never delved deeper into gospel than James Brown in The Blues Brothers this singing pastor will scare you shitless. The King's Highway contains Reverend Robert Ballinger's complete officially released recordings, recorded from 1952 to 1963 for Chess, Peacock, United and Artistic, good for two LP’s, Swing Down Chariot and Little Black Train, and four singles, not counting singles that were also on those LP’s. All of these are on this double album, supplemented by five songs that were not released until 1997. Reading the 32 page booklet, however, this is not Ballinger's complete work, as there are apparently still unreleased Chess and United recordings. Despite that output we don't know who Reverend Robert Ballinger was: there was no picture of him on those records and the detectives from Bear Family haven't been able to dig up a photo of him either. All tracks are studio recordings with a high live factor and electrifying vocals worthy of a blues shouter on top of a pumping brothel piano (sometimes an organ), with never more than a trio line-up of piano, double bass and drums, sometimes accompanied by a vocal gospel quartet. I can hear a bit of Ray Charles in it, but of course Charles was also completely steeped in gospel. The Chess recordings (one single) were done under the supervison of producer and double bassist Willie Dixon who must have been listening carefully when Ballinger canned the Rosetta Tharpe cover This Train, because Dixon reworked that song to put his own composition My Babe, first recorded by bluesman Little Walter before it became a rock 'n' roll classic, into its definitive form. Sinners, this is the real deal, with a raw intensity that would scare the devil himself and has more to do with blues power than with the sanctified soul of The Five Blind Boys Of Mississippi, Alabama or anywhere else. The booklet puts the recordings in perspective and Bear Family producer Nico Feuerbach managed to find some announcements of Ballinger's sermons in old newspapers, but a proper bio is still missing. Whether any of Ballinger's family is still alive is not mentioned: Ballinger himself died in 1965 at the age of only 44 (cause of death unknown), his son died in 2013.
Info: www.bear-family.com (Frantic Franky)


JUMP, JIVE & WAIL: THE VERY BEST OF/ LOUIS PRIMA
Jasmine, JASCD1026
THAT OLD BLACK MAGIC: THE VERY BEST OF/ LOUIS PRIMA & KEELY SMITH
Jasmine, JASCD1052
I WISH YOU LOVE: THE VERY BEST OF/ KEELY SMITH
Jasmine, JASCD1119
English version: see below

Toen ik een eeuwigheid geleden in de rock 'n' roll begon was trompettist Louis Prima al een buitenbeentje: onwaarschijnlijk swingende muziek gebracht door een opa met een duivenmelkerspet op, maar de disk jockey kon op elk trouw- of communiefeest de dansvloer in een mum van tijd vol laten lopen door Buona Sera op te leggen. De platen waren courant verkrijgbaar en dus kocht ik ze, en het duurde niet lang of ik wou dat ik net als Louis Prima Italiaans bloed door mijn aderen had stromen. Het werk van Louis Prima is denk ik sinds de jaren '50 nooit uit de handel geweest en nog steeds courant te verkrijgen op een niet aflatende stroom re-issues, dus waarom nog drie Louis Prima CD’s erbij kopen? Nou, omdat een mens nooit genoeg prima Prima in huis kan hebben (de drie CD’s samen bevatten 83 tracks), omdat Jasmine toch weer een aparte invalshoek vond, omdat deze drie CDs multi-labelig zijn en niet alleen de bekende Capitol opnames maar ook materiaal verschenen op RCA Victor, Mercury, Prima's eigen Robin Hood label, Columbia, Decca en Jubilee bevatten, en natuurlijk niet in de laatste plaats omdat dit de swingendste rock 'n' roll ooit gemaakt is, niet verwonderlijk als je weet dat Prima in de jaren '50 al een veteraan was met meer dan twintig jaar op de teller: hij begon zijn carrière reeds in de eerste helft van de jaren '20 en maakte zijn eerste plaatopnames in 1933! En eigenlijk heeft ie al die tijd gewoon exact hetzelfde gedaan, dus tegen midden jaren '50 zat de routine er echt wel in gebakken en leidde koning Louie een show die uitzonderlijk goed gerodeerd was. Veel van zijn klassiekers had ie trouwens al eerder opgenomen in de jaren '40, zoals u ongetwijfeld weet als u al eens een budget CD'tje van hem kocht. Als u wil weten hoe goed Prima's timing en hoe humoristisch zijn optredens waren, zoek dan op YouTube naar de vele live clipjes (pas op, als je die begint te kijken kan je niet stoppen) en besef dat Louis Prima veel meer was dan zomaar een entertainer: hij was een showman par excellence die als geen ander zijn publiek aanvoelde, en bovendien de hipste aller cats.
De CD Jump, Jive & Wail: The Very Best Of Louis Prima 1952-1959 toont exact waar Prima zijn mosterd haalde: The Bigger The Figure en Luigi zijn lichtvoetige frivole Italiaanse operette (Figaro!), One Mint Julip en Man Dig That Crazy Chick zijn big band swing, door Prima en zijn combo met een royale scheut dixieland verwerkt tot zowel jive (Whistle Stop, Be Mine) als jazz (Them There Eyes/ Honeysuckle Rose en Too Marvelous For Words), resulterend in bekende nummers als het scattende 5 Months 2 Weeks 2 Days, het rustige Banana Split For My Baby en de grote kanonnen Buona Sera, Just A Gigolo/ I Ain't Got Nobody, Oh Marie, Jump Jive An' Wail, Pennies From Heaven en Angelina/ Zooma Zooma. Hoe kan je niet houden van iemand die zinsneden als "I eat antipasta twice just because she is so nice, I eat zuppa and minestrone just to be with her alone" spuide? Dat alles en nog veel meer in die macaroni en ravioli stijl zoals Whistle Stop en Be Mine (Little Baby) staan op deze CD, net als de supersnelle instrumentale gekte van Tiger Rag/ Just Because dat bijna Spike Jones is, het al even geflipte op de in 1957 gelanceerde spoetnik satelliet gebaseerde novelty nummer Beep Beep met uiteraard een hoop biep bieps in verschillende toonaarden, de vele woordspelletjes, en de vele live nummertjes van al die live in Las Vegas platen. Rock 'n' roll in maatpak met stropdas!
That Old Black Magic: The Very Best Of Louis Prima & Keely Smith 1949-1959 biedt meer van hetzelfde maar focust op de vele duetten die Prima opnam met Keely Smith, de derde van zijn minstens vijf zangeressen, de vierde van zijn vijf echtgenotes, en een integraal deel van de Louis Prima show omdat Prima zijn grappen en grollen opvoerde met als klankbord het doodserieuze en vaak verveeld, geërgerd of zelfs boos kijkende gezicht van Keely Smith. Op deze CD staan onder meer That Old Black Magic waarvoor Prima en Smith in 1959 de allereerste Grammy award voor Best Performance By A Vocal Group in de wacht sleepten, Prima's cover van Ruth Brown's Teardrops From My Eyes, zijn originele versie van de door Wynonie Harris gecoverde jiver Oh Babe, het door Big Sandy gecoverde Hey Boy Hey Girl, jivers als Yeah Yeah Yeah en Ooh-Dahdily-Dah, twee versies van (Nothing's Too Good) For My Baby in een verschillend arrangement, de calypso Ai-Ai-Ai, crooners als Here Pretty Kitty en Until Sunrise, en veel novelty nummers als het indianenverhaal Heap Big Smoke (But No Fire), Five Feet Two Eyes Of Blue, Basta, I Beeped When I Shoulda Bopped, I Ain't Gonna Take It Settin' Down, Enjoy Yourself, Barnacle Bill The Sailor en Chop Suey Chow Mein.
De derde CD is geheel gewijd aan de solo-opnames van Keely Smith voor Capitol 1956-1959 die zich met songs als Autumn Leaves, I Keep Forgetting, A Foggy Day, I Gotta Right To Sing The Blues, I Understand, Sometimes, You Are My Love, Lullaby Of The Leaves, I'll Never Smile Again, All The Way, Nitey-Nite en It's Magic dat u kent van The Platters echter voor meer dan de helft in de croonersfeer situeren, ook al zijn Shy, High School Affair, Hurt Me, Young And In Love, You Better Go Now, You'll Never Know en Good Behaviour het soort meeslepende ballade waar Connie Francis een hele carrière op bouwde en zijn The Birth Of The Blues, Don't Let A Memory Break Your Heart, What Can I Say After I'm Sorry en You're Driving Me Crazy swingjazz. De 30 tracks zijn afkomstig van Smith's solosongs op de Louis Prima LP’s en de live platen, van haar solo singles, en van haar drie solo-LP’s I Wish You Love, Politely en Swingin' Pretty. Van de winter crooner I Wish You Love krijgen we zowel de single versie als de rijker gearrangeerde LP versie, en van Don't Take Your Love From Me, alweer een romantische crooner, de singleversie en de LP-versie in een ander arrangement. Ook beide kantjes van haar easy swing duet single met Frank Sinatra staan erop, net als het gevoelige The Whippoorwill uit de Robert Mitchum film Thunder Road. Haar Baby Won't You Please Come Home alias (Won't You Please Come Home) Bill Bailey uit die film staat niét op de CD. Vroeger zou ik dit als hardcore rockabilly maar niks hebben gevonden, tegenwoordig ben ik danig onder de indruk van de speelse puurheid van de stem en de uitgebreide orchestrale arrangementen.
Helaas komt aan alles een eind: Keely Smith vroeg in 1961 de echtscheiding aan en werd vervangen door zangeres Gia Miaone met wie Prima óók trouwde, de smaak van het publiek veranderde en Louis Prima werd een reliek uit een tijdperk dat voorgoed voorbij was. Prima overleed in 1978 op 68-jarige leeftijd na drie jaar in coma te hebben gelegen na een operatie om een goedaardige hersentumor te verwijderen, saxofonist Sam Butera die nog jarenlang de Louis Prima show runde op zijn eentje zonder Louis Prima en die zelfs nog op rock 'n' roll festivals optrad overleed in 2009, en Keely Smith in 2017. Louis Prima's enige zoon, de nu 55-jarige Louis Prima Jr, treedt nog steeds op met een Louis Prima show. O mamma zooma zooma baccala! Info: www.jasmine-records.co.uk en www.louisprima.com (Frantic Franky)

When I first got into rock 'n' roll an eternity ago, trumpeter Louis Prima was already not your average rock 'n' roll star: incredibly swinging music performed by a grandfather wearing a milkman's cap, but at any wedding or family gettogether the disc jockey could fill the dance floor in no time by playing Buona Sera. His records were readily available so I bought them, and it wasn't long before I wished I had Italian blood running through my veins just like Louis Prima. To my knowledge his body of work has never been out of print since the 1950s and it's still widely available on a never-ending stream of re-issues, so why buy three more Louis Prima CDs? Well, because one can never have enough Prima (these three CDs together contain 83 tracks), because Jasmine found a different angle, because the CDs are not restricted to the well known Capitol recordings but also contain material released on RCA Victor, Mercury, Prima's own Robin Hood label, Columbia, Decca and Jubilee, and of course because this is the swinginest rock 'n' roll ever made, which should come as no surprise given the fact that in the 1950s Prima was already a veteran with over twenty years under his belt: his career started in the first half of the 1920s and he made his first recordings in 1933! In fact he had been doing exactly the same thing all this time, so by the mid-fifties he knew all the tricks of the trade and King Louie was running a show that was exceptionally well put together. Many of his classics he'd already recorded before in the 1940s, as I'm sure you know if you ever bought one of the many Louis Prima budget CDs. If you want to know how good Prima's timing was and how humorous his performances, search YouTube for the many live clips (beware, once you start watching them you can't stop) and realize that Louis Prima was much more than just an entertainer: he was a showman par excellence who felt the pulse of his audience like no one else, and he was also the hippest of the cats.
The CD Jump, Jive & Wail: The Very Best Of Louis Prima 1952-1959 shows exactly where Prima got his inspiration: The Bigger The Figure and Luigi are light-hearted frivolous Italian operetta (Figaro! ), One Mint Julip and Man Dig That Crazy Chick are big band swing, injected by Prima and his combo with a generous dash of dixieland to become both jive (Whistle Stop, Be Mine) as well as jazz (Them There Eyes / Honeysuckle Rose and Too Marvelous For Words), resulting in familiar songs the like scatting 5 Months 2 Weeks 2 Days, the relaxed Banana Split For My Baby and of course the big ones Buona Sera, Just A Gigolo / I Ain't Got Nobody, Oh Marie, Jump Jive An' Wail, Pennies From Heaven and Angelina / Zooma Zooma. How can you not love someone who comes up with lines like "I eat antipasta twice just because she is so nice, I eat zuppa and minestrone just to be with her alone"? All that and much more in the same macaroni and ravioli style like Whistle Stop and Be Mine (Little Baby) is on this CD, as well as the super fast instrumental craziness of Tiger Rag / Just Because which is almost Spike Jones, the equally nutty novelty song Beep Beep based on the 1957 launched sputnik satellite with of course a lot of beep beep beeps in different keys, the many word plays, and the many live songs from all those live in Las Vegas albums. Rock 'n' roll in tailored suit and tie!
That Old Black Magic: The Very Best Of Louis Prima & Keely Smith 1949-1959 offers more of the same but focuses on the many duets Prima recorded with Keely Smith, the third of his at least five girl singers, the fourth of his five wives, and an integral part of the Louis Prima show as Prima performed his jokes and crazy antics opposite Keely Smith's dead pan and often bored, annoyed or even angry looking face as a sounding board. Included are That Old Black Magic for which Prima and Smith in 1959 won the very first Grammy award for Best Performance By A Vocal Group, Prima's cover of Ruth Brown's Teardrops From My Eyes, his original version of the Wynonie Harris covered jiver Oh Babe, the Big Sandy covered Hey Boy Hey Girl, jivers like Yeah Yeah Yeah and Ooh-Dahdily-Dah, two versions of (Nothing's Too Good) For My Baby in a different arrangement, the calypso Ai-Ai-Ai, crooners like Here Pretty Kitty and Until Sunrise, and many novelty songs like the native American tale Heap Big Smoke (But No Fire), Five Feet Two Eyes Of Blue, Basta, I Beeped When I Shoulda Bopped, I Ain't Gonna Take It Settin' Down, Enjoy Yourself, Barnacle Bill The Sailor and Chop Suey Chow Mein.
The third CD is entirely devoted to Keely Smith's solo recordings for Capitol 1956-1959, and with songs like Autumn Leaves, I Keep Forgetting, A Foggy Day, I Gotta Right To Sing The Blues, I Understand, Sometimes, You Are My Love, Lullaby Of The Leaves, I'll Never Smile Again, All The Way, Nitey-Nite and It's Magic which you know from The Platters more than half of the tracks are crooner territory, even though Shy, High School Affair, Hurt Me, Young And In Love, You Better Go Now, You'll Never Know and Good Behaviour are the kind of stylish ballad which Connie Francis built her career on, while The Birth Of The Blues, Don't Let A Memory Break Your Heart, What Can I Say After I'm Sorry and You're Driving Me Crazy are swing jazz. The 30 tracks are from Smith's solo songs on the Louis Prima LP’s and live records, from her solo singles, and from her three solo LP’s I Wish You Love, Politely and Swingin' Pretty. We get both the single version and the more richly arranged LP version of the winter crooner I Wish You Love, and the single version and the LP version in a different arrangement from Don't Take Your Love From Me, another romantic crooner. Also included are both sides of her easy swing duet single with Frank Sinatra, as well as the sensitive The Whippoorwill from the Robert Mitchum film Thunder Road. Her Baby Won't You Please Come Home aka (Won't You Please Come Home) Bill Bailey from that movie is not on the CD. Being a hardcore rockabilly I would not have liked this back in the day, now I am very impressed by the playful purity of the voice and the depth of the orchestral arrangements.
Unfortunately all good things come to an end: Keely Smith filed for divorce in 1961 and was replaced by singer Gia Miaone whom Prima also married, public tastes changed and Louis Prima became a relic from an era that was forever gone. He died in 1978 at the age of 68 after three years in a coma following surgery to remove a benign brain tumor, saxophonist Sam Butera who continued to run the Louis Prima show for years on his own without Louis Prima and who even performed at rock 'n' roll festivals died in 2009, and Keely Smith died in 2017. Louis Prima's only son, the now 55-year-old Louis Prima Jr, still performs with a Louis Prima show. O mamma zooma zooma baccala! Info: www.jasmine-records.co.uk en www.louisprima.com (Frantic Franky)

Streaming Recensie

FLAT TOP BOOGIE/ THE UNKOOL HILLBILLIES
English version: see below

Volgend jaar vieren ze hun twintigste verjaardag, de bijzonder coole Unkool Hillbillies, de Zweedse band die wel rock 'n' roll maar geen hillbilly speelt en dat ook al bij ons deed op onder meer Rock Around Giethoorn en Sweetlake Rock 'n' Roll Revival in Zoetermeer.
Deze digital only release is afkomstig van hun eerste opnamessessie in vijf jaar en met die ondertitel The Corona Sessions Vol. 1 volgt er hopelijk snel meer, misschien wel een nieuw, zesde album om die 20ste verjaardag in stijl te vieren. Nu zijn er alvast twee gloednieuwe nummers waarvan Flat Top Boogie werd geschreven door pianist Anders Umegård samen met ex-bassist Ove Andersson, een moderne supersnelle rechtdoor pianorocker met een gedreven ritme, stop/start patroon en twee flitsende gitaarsolos waarvan er eentje afwisselt met steelgitaar. Het tweede nummer, So Long Mole van de hand van de mij geheel onbekende Britse songwriter Patrick Gubbins, is helemaal op het lijf van The Unkool Hillbillies geschreven wat betekent dat het erg op Flat Top Boogie lijkt, net zoals veel nummers op hun albums vaak in dezelfde stijl zijn. So Long Mole is voorzien van sax (Otto Gryting die ook vroeger al toeterde voor The Unkool Hillbillies) en een twistend drumritme en een pianosolo. Er doen geen mondharmonica of ander instrumenten mee zoals vaak op hun albums, en beide tracks zijn minder wild dan de wall of sound die vooral hun eerste albums kenmerkte. De zang vibeert een beetje en lijkt soms niet 100% synchroon met het ritme. Beide nummers zijn afgebiljart in net onder dan wel juist over twee minuten en de eindes zijn niet echt geïnspireerd want, tja, eigenlijk stoppen ze gewoon. Niettemin: luid spelen en dit klinkt lekker, en daarom is een leuk en ongecompliceerd digitaal Spotify tussendoortje voor de liefhebbers van solid gold jukebox rock 'n' roll. Info: www.unkool.se (Frantic Franky)

Next year they will celebrate their twentieth anniversary, The Unkool Hillbillies, the cool Swedish band that plays rock 'n' roll but not hillbilly. This digital only release is from their first recording session in five years and the subtitle The Corona Sessions Vol. 1 indicates there's more to follow, maybe even a sixth album to celebrate that 20th anniversary in style. For the moment being they present two brand new songs of which Flat Top Boogie was written by pianist Anders Umegård together with ex-bassist Ove Andersson, a nice fast straightforward piano rocker with a driving rhythm, stop/start pattern and two flashing guitar solos of which one alternates with steel guitar. So Long Mole by British songwriter Patrick Gubbins whom I never heard of, was written specifically for The Unkool Hillbillies, which means it's very similar to Flat Top Boogie, just like many songs on their albums are often in the same style. This song features sax (Otto Gryting who honk for The Unkool Hillbillies before), a twisting drumbeat and a piano solo. There's no harmonica or other extra instruments unlike usually on their albums and both tracks are less wild than the wall of sound that characterized especially their first albums. The vocals vibrate a bit and sometimes seem not 100% in sync with the rhythm. Both songs are crammed in under / just over two minutes and the endings are not really inspired because both songs, well, just kinda stop. Nevertheless: play loud and this sounds nice, and therefore it's a nice digital Spotify treat for fans of solid gold jukebox rock 'n' roll.
Info: www.unkool.se (Frantic Franky)

31 maart 2021

CD Recensies

MIND AND HEART/ EMMA MATTUCCI
CJRO Records, CRJOCD729
English version: see below

Rock 'n' roll bloed kruipt waar het niet gaan kan: Emma Mattucci is de dochter van Mario Mattucci, al 40 jaar (!) gitarist en bezieler van de Belgische authentieke rockabillyband The Be-Bop's. Ze heeft het dus van geen vreemden, en we zagen haar van kleins af op de optredens van The Be-Bop's waar ze van zodra ze op een podium kon staan ook een liedje mocht meezingen: we hebben hier nog een demo steken uit 2008 toen ze amper 10 jaar jong was en samen met Be-Bop's drummer Roland Vandy's toen twaalfjarige dochter Laurie als The Ukelele Girls The Collins Kids achterna deed. Emma zingt nog steeds, speelt intussen ook piano, en brengt nu haar debuutalbum uit op het Britse label CJRO. Het goeie aan dat album is dat het niet de voor de hand liggende standaard female rockabilly is waar Emma zich op stort, maar ze haar inspiratie zoekt in een breed scala aan countryswing stijlen van jaren '50 vocal harmony tot jaren '60 country.
Mind And Heart bevat zes originals door Emma zelf gecomponeerd en zeven covers waarvan Teenager In Love de bekendste. Met Dion kan Emma zich uiteraard vooralsnog niet meten (Mario neemt alle Belmonts voor zijn rekening), maar het is in de onbekende covers dat Emma schittert, ook al door de tieneronschuld die door de nummers schemert. Datin', een obscuriteit van Sunshine Ruby uit 1953, is rustige medium tempo honkytonk-abilly met een goeie gitaarhook, Lookout Heart is een perfecte rocka-hillbilly boogie jiver, origineel van Coy Jackson uit 1965. Het onweerstaanbare Candy Kisses is een cover van het hedendaagse Truly Lover Trio, trager gespeeld dan Marcel Riesco's boppende ritme en meer vintage klinkend met veel akoestische gitaren, zelfs een solo op akoestische gitaar, en een scheutje Johnny Horton feeling. Patsy Cline's I Love You Honey krijgt dan weer een meer kleine meisjes uitvoering. Een ballade mocht niet ontbreken en dat werd Jan Howard's country torcher The Real Me uit 1968 met een betoverende Hawaiiaanse gitaar. One More Year To Go tenslotte is een van oorsprong traag nummer van Janis Martin dat door Emma sneller wordt gebracht in een soort Elvis sfeertje, en de invloed van Janis Martin horen we ook in de rustige rocker Jealous Guy waarmee we bij de eigen nummers zijn beland. Titeltrack Mind And Heart is aanstekelijke ouderwetsche meerstemmige vocal harmony van het soort dat ook The Be-Bop's op een zalige manier konden vertolken doch naar mijn persoonlijke smaak veel te weinig deden. You is een tragere slow tempo shuffle wals, Just Only You mambo't een beetje exotisch, en Hey Daddy speelt het dochter-vader gegeven uit (dochterlief wil de auto lenen) en had een poppy countrynummer van The Collins Kids uit de jaren '50 kunnen zijn.
Door veel nummers kabbelt Emma's pianospel, en alles wordt ondersteund door de rockende gitaar van papa Mario die ook bas en drums voor zijn rekening nam op een CD die zo toegankelijk is dat ie na enkele luisterbeurten verslavend werkt. De stem vibreert soms, wat wij omschrijven als een ruwe diamant. Emma Mattucci staat op de drempel van het leven, en de toekomst lacht haar stralend tegemoet. We wensen haar alle succes toe, en Mario mag trots zijn. Over een half jaar zou er een vinylversie komen.
Info: www.facebook.com/emma.mattucci.7 en www.facebook.com/cjrorecords (Frantic Franky)

Rock 'n' roll blood is thicker than water: Emma Mattucci is the daughter of Mario Mattucci, guitarist and driving force of the Belgian authentic rockabilly band The Be-Bop's for 40 years (!). We saw her from an early age at the Be-Bop's' gigs where as soon as she could stand up on a stage was allowed to sing along: we still have a demo from back in 2008 when she was just 10 years young and sang together with Be-Bop's drummer Roland Vandy's then 12 year old daughter Laurie calling themselves The Ukelele Girls and copying The Collins Kids. Emma is still singing, in the meantime she also plays the piano, and now she's releasing her debut album on the British label CJRO. The good thing about that album is that it's not the standard female rockabilly fare Emma is throwing herself into, but she looks for inspiration in a wide range of country swing styles from fifties vocal harmony to sixties country. Mind And Heart contains six originals composed by Emma herself and seven covers of which Teenager In Love is the best known. Obviously at this moment she can't yet compete with Dion (Mario takes care of all the Belmonts), but it's in the unfamiliar covers that Emma excels, partly due to the teenage innocence that shines through the songs. Datin', a 1953 obscurity from Sunshine Ruby, is calm medium tempo honky tonkabilly with a catchy guitar hook, Lookout Heart is a perfect rocka-hillbilly boogie jiver, originally from Coy Jackson in 1965. The irresistible Candy Kisses is a cover from the contemporary Truly Lover Trio, played slower than Marcel Riesco's boppin' rhythm and sounding more vintage with lots of acoustic guitars, even a solo on acoustic guitar, and a dash of Johnny Horton. Patsy Cline's I Love You Honey gets a more little girlie version. A ballad had to be included and it's Jan Howard's country torcher The Real Me from 1968 with an enchanting Hawaiian guitar. One More Year To Go is originally a slow song by Janis Martin sped up in a kind of Elvis way, and the influence of Janis Martin can also be heard in the calm rocker Jealous Guy, which brings us to Emma's own songs. Title track Mind And Heart is catchy old-fashioned vocal harmony of the kind that The Be-Bop's were also able to perform in a wonderful way but to my personal taste didn't play nearly enough. You is a slower tempo shuffle waltz, Just Only You does the mambo in a slightly exotic style, and Hey Daddy plays on the daughter-father theme (daddy's little girl wants to borrow the car) and could have been a poppy 1950s Collins Kids country tune.
Emma's piano playing pumps along many of the songs and everything is backed by the rockin' guitar played by daddy Mario who also provided bass and drums on a CD so accessible that it becomes addictive after a few spins. The voice sometimes vibrates, which we describe as a rough diamond. Emma Mattucci is on the threshold of life and the future is smiling upon her. We wish her a lot of success, and Mario should be proud. A vinyl version should arrive in six months. Info: www.facebook.com/emma.mattucci.7 en www.facebook.com/cjrorecords (Frantic Franky)


BACK FOR MORE/ THE TIN CANS
Part Records, PART-CD 6101.002
English version: see below

Vijf jaar na het wat ons betreft niet echt denderend Honest & Crafted is dit Duitse trio terug voor meer met hun achtste album sinds Speak Easy uit 1998. Die hebben wij niet allemaal om de eenvoudige reden dat we ze niet allemaal even goed vinden, maar voor deze nieuwe verdienen contrabassist-zanger Claude Wolke, gitarist Sebastian Glenz en drummer Martin Putela een pluim, want Back For More sluit nog het meest aan bij de energieke sound van Still Rockin en Unbreakable van een dikke tien jaar geleden.
Opener The Time Is Right is rock met invloed van bluesbop maar gespeeld op zijn rock 'n' roll/ rockabilly's, en dat zet de toon voor het gehele album dat niet alleen neo-rockabilly is maar ook frisse, vakkundig gespeelde moderne rockabilly bevat (Boppin' On) met elementen uit uptempo swamprock (Lost In Swamp). Poor Man's Blues en Anyway zijn een moderne interpretatie van bluesbop, en Ship Of Lost Souls, You Drag Me Down, Sound Of The Highway zijn rock vermomd als rock 'n' roll. "Rock" is in deze overigens niet negatief bedoeld: songs als I Need To Know, The Girl Next Door, Illusive Love of het melodieuze Free As A Bird zijn erg consumptievriendelijk, haast commercieel zouden we zeggen als dat ook weer niet zo'n slechte connotatie had. Samen zijn dat twaalf eigen composities die afsluiten met de enige cover, Please Mr. Postman, het Motown nummer van The Marvelettes uit 1961, dat een ska-behandeling krijgt die nog werkt ook!
Op de sound, de zang en de muzikale prestaties van The Tin Cans valt hier niets af te dingen, dus wie houdt van moderne, hedendaagse rockabilly weet waar zijn centen te spenderen. Er zou een vinylversie van slechts 200 exemplaren onderweg zijn! Info: www.part-records.de (Frantic Franky)

Five years after the in our humble opinion not exactly world shattering Honest & Crafted, the German trio is back for more with their eighth album since 1998's Speak Easy. We do not own them all for the simple reason that we do not like them all as much, but for this new one double bassist-vocalist Claude Wolke, guitarist Sebastian Glenz and drummer Martin Putela deserve kudos, because Back For More goes back to the energetic sound of Still Rockin and Unbreakable from a good ten years ago. Opener The Time Is Right is rock with blues bop influence but played rock 'n' roll / rockabilly style, which sets the tone for an album which is not only neo but also includes fresh, expertly played modern rockabilly (Boppin' On) and elements of uptempo swamp rock (Lost In Swamp). Poor Man's Blues and Anyway are a modern interpretation of blues bop, and Ship Of Lost Souls, You Drag Me Down and Sound Of The Highway are rock disguised as rock 'n' roll. "Rock" is here not meant negatively: songs like I Need To Know, The Girl Next Door, Illusive Love or the melodic Free As A Bird are very consumer friendly and almost commercial, or at least I would say so if that also didn't have such a bad connotation. Together they make twelve own compositions that finish off with the only cover here, Please Mr. Postman, the Motown song by The Marvelettes from 1961, getting a ska treatment that works out well. The Tin Cans' sound, vocals and musical performance on Back For More are flawless, so if you like your rockabilly modern and contemporary you know where to spend your hard earned money wisely. A vinyl version of only 200 copies is said to be on its way! Info: www.part-records.de (Frantic Franky)


THE LEGENDARY CAPITOL RECORDS DOUBLE BASSIST AND MORE/ CLIFFIE STONE
Atomicat, ACCD049
BARRACUDA/ CLIFFIE STONE
Bear Family, BCD17560
English version: see below

Bear Family en Atomicat brengen gelijktijdig een CD uit van westernswing bandleider en studiocontrabassist Cliffie Stone die zijn vinger in nog meer pappen had dan Johnny Horton bassist Tillman Franks en nog het best te vergelijken valt met de veel bekendere Willie Dixon aan de overzijde van het muzikale spectrum. Stone leerde het vak in de jaren '30 als bassist in de big band van boogiewoogie pianist Freddie Slack en was vanaf midden jaren dertig zes decennia lang actief als zanger, muzikant, producer, radio DJ, TV presentator (van 1949 tot 1959 had hij zijn eigen countryshow op TV), muziekuitgever, labeleigenaar en countrykomiek. Vanaf 1946 werkte hij bij de afdeling Artiesten & Repertoire van Capitol Records en hij staat geboekstaafd als de ontdekker van Tennessee Ernie Ford, Hank Thompson, Tommy Sands en komiek Stan Freberg. Zelf nam hij minstens zes LP’s op onder namen als Cliffie Stone's Square Dance Band, Cliffie Stone & his Orchestra, Cliffie Stone & his Barn Dance Band, Cliffie Stone & his Hometown Jamboree Gang, Cliffie Stone & his Hepcats, Cliffie Stone's Music en Cliffie Stone's Country Hombres. Hij schreef twee boeken (Everything You Always Wanted To Know About Songwriting But Didn't Know Who To Ask en You Gotta Be Bad Before You Can Be Good: Talent Shows And Beyond) en heeft een ster op de Hollywood Walk Of Fame. Meer dan wij kunnen zeggen... Een succulente selectie van zijn eigen songs en van nummers waarop hij baste voor andere artiesten vonden hun weg naar deze twee CD’s.
De Atomicat CD bevat acht Cliffie Stone songs en 22 nummers met Stone als contrabassist voor anderen uit 1947-1958, Bear Family biedt daarentegen 23 "solo" opnames (waarvan er minstens zes eigenlijk worden gezongen door niet op de tracklisting achteraan vermelde gastvocalisten) en acht nummers als studiomuzikant uit 1947-1956. Op het eerste gehoor tel ik tien dubbels. De Bear Family uitgave in hun Gonna Shake This Shack Tonight reeks bevat Stone's hit Peepin' Thru The Keyhole (Watching Jole Blon) uit 1948 maar niet Silver Stars Purple Sage Eyes Of Blue (1947) en When My Blue Moon Turns To Gold Again (1948), Atomicat bevat geen enkele van die drie hits. Ook Barracadu staat niét op Atomicat, een gemis want da's een schitterend voorbeeld van onweerstaanbaar zalig swingende big beat countrybop met zowel steel gitaar als sax, waarbij we dienen te vermelden dat Barracuda wél op Atomicat's recente gelijkaardige CD Climb Aboard The Hell Train gewijd aan gitarist Billy Strange staat.
Op de Bear Family CD zijn nummers als Roly Poly, Sugar Hill, B-One Baby, Sugar Pie en de square dans Watch It Neighbor hoempapa charleston country met accordeon, fiddle en trompet met vooral die Peepin' Thru The Keyhole (Watching Jole Blon) en het humoristische T-N-Teasin' Me als uitschieters. Domino uit 1947 is al een echte boogie en twee andere vroege hoogtepunten zijn Tater Pie uit december 1950 en Jump Rope Boogie uit 1951. Everyone's Sweetheart And Nobody's Gal is een two step en Dirty Dishes is hillbilly boogie, maar met Please Please en Blue Moon Of Kentucky uit 1954 zitten we al in de proto-rock 'n' roll bop, waarbij vooral Blue Moon Of Kentucky opvalt wegens opgenomen één maand nadat Elvis er zijn rockabillyding mee deed op Sun Records. Een bassist heeft een ondersteunende ritmische rol en kan zijn stempel niet op de muziek drukken zoals een gitarist dat kan, en daarom is het best deze CD’s niet te beluisteren als Cliffie Stone op contrabas begeleid door andere muzikanten maar eenvoudigweg als een verzameling van de betere uptempo country uit de jaren '40 en '50, ook al was Stone naar verluidt de allerbeste country contrabasmaestro. Van de artiesten voor wie Cliffie Stone baste was de grote Tennessee Ernie Ford de bekendste, en hij pronkt met vijf songs op de Bear Family CD. Shot Gun Boogie en Catfish Boogie zijn welbekend, en ook Country Junction en I Don't Know zijn in Ford's gezapige oerdegelijke stijl. Philosophy is daarentegen een uptempo interpretatie van de zingende cowboy saga’s in duet met Merle Travis en gitarist Eddie Kirk. Zangeres Judy Hayden's He's A Real Gone Oakie klinkt gitaargewijs zéér rockend voor 1947, Les Gotcher's Square Dance Boogie grijpt evenwel terug naar jaren '30 old timey country, Ferlin Husky's door de neus gezongen Tennessee Central (Number 9) toen hij nog Terry Preston heette is uptempo trein country, en er is niet bepaald subtiele country comedy met Stan Freberg's Bored Of Education en het knorrige The Grunt Song. Jeanne Gayle's Bim Bam Baby is big band swing, en tot slot zijn er vier songs van ene Bob Roubian wiens stem verbazingwekkend veel lijkt op Jackson Sloan, en eens je je dat realiseert zijn zijn vier liedjes zoals Gonna Mary That Gal ook helemaal in de stijl van Jackson Sloan! Zijn opvallendste titel is Blue Suede Shoes in een over the top uitvoering met een big band rock 'n' roll orkest erachter. Apart!
Van de Cliffie Stone tracks die enkel op Atomicat staan is Sugar Rock 'n' Roll ondanks de titel een niet onaardige soort big band swing instrumental, terwijl The Last Round-Up instrumentale polonaise is. Bij de songs van de andere artiesten blijft Merrill Moore's King Porter Stomp geniaal en een gezongen Steel Guitar Rag met uiteraard Speedy West achter de steel is nooit te versmaden. Frettin' Fingers is een instrumental met de vliegende vingers van Jimmy Bryant en Speedy West, en Tex Ritter die we vooral kennen van trage cowboyballades doet het prima in het rustig boogiënd I've Got Five Dollars And It's Saturday Night - zijn Boogie Woogie Cowboy is zelfs bijna uptempo boogie. Jimmie Dolan's Wine, Women And Pink Elephants is het betere drinklied half gesproken in Hot Rod Race stijl, Ridin' Down To Santa Fe van Shug Fisher & his Ranchmen Trio is een uptempo versie van de zingende filmcowboys maar dan met verbazingwekkend rockende gitaarpickers. Bij Atomicat passeert Tennessee Ernie Ford twee keer, opnieuw met I Don't Know en met Love Makes The World Go 'Round dat u moet kennen van The Jets. Ford blijkt de originele versie van dat nummer op zijn naam te hebben staan, wat ik geeneens wist! Atomicat heeft verder charleston country in de aanbieding met Merle Travis' I Like My Chicken Fryin' Size (de titel alleen al is ritmisch) en Helen O'Connell's Hank Williams cover Baby We're Really in Love, en voorts veel countryboogie met Hank Thompson's Whoa Sailor, Jeanne Gayle's Mr. Fly-By-Night, Skeets McDonald's Scoot Git And Begone, Sheb Wooley's Hoot Owl Boogie, Helen O'Connell's I Wanna Play House With You en Jeanne Gayle's Hank Snow cover I'm Movin' On, soms met bluegrass invloed zoals in The Farmer Boys' You're A Humdinger. Zelfs I've Turned A Gadabout van Spike Jones & his Country Cousins is serieuze country boogie, zij het met een lichte knipoog, niet met Jones' gebruikelijke toeters en bellen.
Zo goed als alles op de twee CD’s is uptempo en het feit dat dit allemaal Capitol opnames zijn betekent dat op een aantal nummers klasbakken als gitarist Merle Travis, steel gitarist Speedy West en pianist Moon Mullican meedoen, en dat alles uitgevoerd wordt met de panache van de joviale bon vivant: feestmuziek uit de tijd toen het leven nog veel simpeler was. Maar welke is nu de beste CD? De wat duurdere Bear Family uitgave biedt natuurlijk een uitgebreid booklet van 33 pagina’s, maar ook de Atomicat CD bevat een korte bio en sessiedetails waar bekend. Uitgezonderd Barracuda staan de beste songs zoals Blue Moon Of Kentucky, Jump Rope Boogie, Domino, Dirty Dishes, Roly Poly en Blue Suede Shoes op beide CD’s. Het voornaamste verschil zit 'em volgens ons in het feit dat Atomicat focust op countryboogie en Bear Family meer teruggrijpt naar de iets ouderwetsere charleston country. De conclusie is dan ook een slechte zaak voor uw geldbeugel, want ondanks die tien dubbels vullen beide CD’s elkaar perfect aan. Cliffie Stone overleed in 1998 op 80-jarige leeftijd. Info: www.cliffiestone.com, www.bear-family.com en www.vintagerockinroots.com (Frantic Franky)

Bear Family and Atomicat simultaneously release a CD dedicated to western swing bandleader and studio double bassist Cliffie Stone who had his finger in even more pies than Johnny Horton's bass player Tillman Franks and can be best compared to the much better known Willie Dixon at the other end of the musical spectrum. Stone learned the trade in the 1930s as bass player in boogie woogie pianist Freddie Slack's big band and worked from the mid-1930s on during six decades as a singer, musician, producer, radio DJ, TV host (from 1949 to 1959 he had his own country show on TV), music publisher, label owner and country comedian. Starting in 1946 he worked for Capitol's Artists & Repertoire department where he is credited with discovering Tennessee Ernie Ford, Hank Thompson, Tommy Sands and comedian Stan Freberg. He recorded at least six albums under such names as Cliffie Stone's Square Dance Band, Cliffie Stone & his Orchestra, Cliffie Stone & his Barn Dance Band, Cliffie Stone & his Hometown Jamboree Gang, Cliffie Stone & his Hepcats, Cliffie Stone's Music and Cliffie Stone's Country Hombres, wrote two books (Everything You Always Wanted To Know About Songwriting But Didn't Know Who To Ask and You Gotta Be Bad Before You Can Be Good: Talent Shows And Beyond) and has a star on the Hollywood Walk Of Fame. That's more than we can say... A succulent selection of his own songs as well as songs on which he played bass for other artists found their way onto these two CDs. The Atomicat CD contains eight Cliffie Stone songs and 22 songs featuring Stone as double bassist for others from 1947-1958, Bear Family on the other hand offers 23 "solo" recordings (at least six of which are actually sung by guest vocalists not listed on the tracklisting on the back) and eight songs as studio musician from 1947-1956. On first listen I count ten doubles. The Bear Family release in their Gonna Shake This Shack Tonight series includes Stone's 1948 hit Peepin' Thru The Keyhole (Watching Jole Blon) but not Silver Stars Purple Sage Eyes Of Blue (1947) and When My Blue Moon Turns To Gold Again (1948), Atomicat does not include any of those three hits. Barracadu is not on Atomicat either, which is a pity because it's a great example of irresistible deliciously swinging big beat country bop with both steel guitar ànd sax, although we have to add that Barracuda was on Atomicat's recent similar CD Climb Aboard The Hell Train dedicated to guitarist Billy Strange. On the Bear Family CD, songs like Roly Poly, Sugar Hill, B-One Baby, Sugar Pie and the square dance Watch It Neighbor are polonaise charleston country with accordion, fiddle and trumpet with especially Peepin' Thru The Keyhole (Watching Jole Blon) and the humorous T-N-Teasin' Me as standouts. Domino from 1947 is already a real boogie and two other early highlights are Tater Pie from december 1950 and Jump Rope Boogie from 1951. Everyone's Sweetheart And Nobody's Gal is a two step and Dirty Dishes is hillbilly boogie, but Please Please and Blue Moon Of Kentucky from 1954 are already proto-rock 'n' roll bop, with Blue Moon Of Kentucky especially notable as this was recorded one month after Elvis did his rockabilly thing with it on Sun Records. A bassist has a supporting rhythmic role and can't put his mark on the group sound like a guitar player can, which is why it's best not to listen to these CDs as Cliffie Stone on bullfiddle accompanied by other musicians but rather as collections of the best uptempo country of the forties and fifties, even though Cliffie Stone was reportedly the best country double bass maestro. Of the artists for whom Cliffie Stone played bass, the great Tennessee Ernie Ford is the best known, and he's present with five songs on the Bear Family CD. Shot Gun Boogie and Catfish Boogie are well known, and Country Junction and I Don't Know are in the same relaxed rock solid style. Philosophy on the other hand is an uptempo interpretation of the singing cowboy sagas in duet with Merle Travis and guitarist Eddie Kirk. Singer Judy Hayden's He's A Real Gone Oakie sounds guitar-wise very rockin' for 1947, Les Gotcher's Square Dance Boogie harks back to 1930s old timey country, Ferlin Husky sang the uptempo train ditty Tennessee Central (Number 9) thru his nose when he was still called Terry Preston, and there's not exactly subtle country comedy with Stan Freberg's Bored Of Education and the grumpy The Grunt Song. Jeanne Gayle's Bim Bam Baby is big band swing, and finally there are four songs by one Bob Roubian whose voice sounds amazingly similar to Jackson Sloan's, and once you realize this his four songs like Gonna Mary That Gal are also completely in the style of Jackson Sloan! His most remarkable song is Blue Suede Shoes in an over the top performance with a big band rock 'n' roll orchestra behind it. It sure sounds different!
Of the Cliffie Stone tracks that are only on Atomicat, Sugar Rock 'n' Roll is despite its title a not unsympathetic big band swing-type instrumental, while The Last Round-Up is an instrumental polonaise. Among the songs by the other artists Merrill Moore's King Porter Stomp remains brilliant and a vocal Steel Guitar Rag with the one and only Speedy West behind the wheel is obviously spectacular. Frettin' Fingers is an instrumental featuring Jimmy Bryant and Speedy West's flying fingers, and Tex Ritter who we know mainly for slow ballads does a mighty fine job in the calm boogie I've Got Five Dollars And It's Saturday Night - his Boogie Woogie Cowboy even is almost uptempo boogie. Jimmie Dolan's Wine, Women And Pink Elephants is the better drinking song half spoken in Hot Rod Race style, Ridin' Down To Santa Fe by Shug Fisher & his Ranchmen Trio is an uptempo version of the singing movie cowboys but with amazingly rockin' guitar pickers. Also on Atomicat Tennessee Ernie Ford drops by twice, again with I Don't Know and with Love Makes The World Go 'Round which you should know from The Jets. It turns out Ford has the original version of that song to his name, which I didn't even know! There's charleston country with Merle Travis' I Like My Chicken Fryin' Size (the title in itself is already rhythmical) and Helen O'Connell's Hank Williams cover Baby We're Really in Love, and plenty of country boogie with Hank Thompson's Whoa Sailor, Jeanne Gayle's Mr. Fly-By-Night, Skeets McDonald's Scoot Git And Begone, Sheb Wooley's Hoot Owl Boogie, Helen O'Connell's I Wanna Play House With You and Jeanne Gayle's Hank Snow cover I'm Movin' On, sometimes with bluegrass influence as in The Farmer Boys' You're A Humdinger. Even I've Turned A Gadabout by Spike Jones & his Country Cousins is serious country boogie, albeit with a slight wink, not with Jones' usual out of control bells and whistles.
Just about everything on the two CDs is uptempo and the fact that these are all Capitol recordings means that on a number of tracks ace musicians like guitarist Merle Travis, steel guitarist Speedy West and pianist Moon Mullican join in, while everything is performed with the panache of the jovial bon vivant: party music from the days when life was much simpler. But which is the best CD? The more expensive Bear Family release throws in a comprehensive 33-page booklet, but the Atomicat CD also includes a short biography and session details where known. Except for Barracuda, the best songs like Blue Moon Of Kentucky, Jump Rope Boogie, Domino, Dirty Dishes, Roly Poly and Blue Suede Shoes are on both CDs. In our opinion, the main difference lies in the fact that Atomicat focuses on country boogie and Bear Family delves more deeply into the slightly more old-fashioned charleston country. The conclusion is not good for your wallet, because despite those ten doubles both CDs complement each other perfectly. Cliffie Stone died in 1998 at the age of 80.Info: www.cliffiestone.com, www.bear-family.com en www.vintagerockinroots.com (Frantic Franky)

24 maart 2021

REBEL WITH A CAUSE/ JAMES DEAN
Bear Family, BCD 17571
English version: see below

Als tiener die de rock 'n' roll ontdekte verzamelde ik rigoureus alles wat van ver of nabij te maken had met James Dean, de acteur die een icoon werd op basis van de slechts drie films die hij maakte in 1954-1955 alvorens zichzelf op 30 september 1955 op 24-jarige leeftijd onsterfelijk te maken door ironisch genoeg om het leven te komen in een auto-ongeval. Was dat niet gebeurd dan was hij op 8 februari jongstleden 90 jaar geworden! Nu ik veel te oud ben geworden om nog jong te sterven maakt Bear Family de steeds dieper in mij verscholen tiener wakker met deze CD die mét goedkeuring van James Dean Inc, het bedrijf dat de rechten op James Dean' naam en beeltenis exploiteert, de erfenis van James Dean illustreert op diverse muzikale vlakken. Enerzijds is er 33 minuten filmmuziek met een selectie muzikale thema’s uit de soundtracks van de drie James Dean films East Of Eden, Rebel Without A Cause met zijn geniale Nederlandstalige titel Botsende Jeugd, en Giant met onder meer de gezongen Yellow Rose Of Texas en The Eyes Of Texas Are Upon You - Elvis zou ze later als een medley zingen in de film Viva Las Vegas. Er is ook 10 minuten soundtrack muziek uit de documentaire The James Dean Story uit 1957, zijnde bebop jazz uitgevoerd door de James Dean van de jazz, trompettist Chet Baker, maar het door Tommy Sands gezongen Let Me Be Loved thema uit die docu staat niet op deze CD. Al even instrumentaal zijn de vijf minuten home recordings van James Dean op conga’s, privé-opnames live in een Hollywood nachtclub waar Dean meejamde met fluitist Bob Romeo (hij speelde in 1954 naar verluidt de fluit op de soundtrack van de Humphrey Bogart film The Barefoot Contessa), opnames die best kunnen worden omschreven als jungle drums en een oosterse pitta fluit in barre geluidskwaliteit. Na Dean's dood verschenen die twee tracks op single, maar het klinkt nu nog steeds nergens naar. Nee, dan is het interessanter even te luisteren naar de zes minuten interviewfragmenten waaronder het bekende TV interview met het voorlichtingsfilmpje voor de verkeersveiligheid waarin Dean de profetische woorden "take it easy driving, the life you might save might be mine" orakelt.
Voor wie niet maalt om soundtracks en interviews zijn er ook een tiental tribute songs, het merendeel daterend uit de jaren '50. Bill Hayes' Message From James Dean met scheurende bolides situeert zich in de fast talking beatnik rock 'n' roll bop, maar van Bobby Poe & the Poe-Kats hadden wij toch Down On The Farm rock 'n' roll verwacht terwijl hun Rebel Without A Cause eerder Frankie Laine is. Nog meer trage en duistere dramatiek is The Ballad Of James Dean van The Four Tunes. De originele versie van dat nummer door pop crooner Dylan Todd staat hier niet op, en de cover van orkestleider Dick Jacobs die later de overdubs van een aantal postume Buddy Holly releases deed evenmin. Jacobs is wél aanwezig met A Boy Named Jimmy Dean dat uptempo is in de stijl van Black Denim Trousers And Motorcycle Boots van The Cheers. Ook in Europa maakte Dean furore, getuige de in het Duits gesüngen James Dean Blues, geen blues maar dramatische pop door de Tsjechisch-Oostenrijkse zanger Walter Peter alias Ralf Roberts alias Robby Peters. Sommige songs noemen James Dean niet bij naam en lijken tekstueel zelfs niet door hem geïnspireerd zoals de Britse cover van Doris Day's crooner Jimmy Unknown door Lita Roza, en de pop crooner Rebel van TV actrice Barbara Eden uit 1967 dat qua James Dean link niet verder komt dan "he's different, he's a rebel". Een andere crooner is afkomstig van de LP Italia Con Pier Angeli uit 1959 van actrice Pier Angeli, James Dean' lief, een nummer naar analogie met haar roots getiteld Souvenir d'Italie, deels in het Engels, Italiaans en Frans gezongen met - geen cliché ontbreekt - een mandoline. De CD sluit af met twee moderne James Dean tributes waaronder het frisse pittige moderne rockabillynummer James Dean, in 1978 de B-kant van de debuutsingle van The Jets toen die nog tieners waren en begeleid werden door hun moeder toen ze bij ons kwamen optreden. Het tweede moderne nummer is snel te vergeten pop van Bonnie Tyler uit 1993 getiteld James Dean. Nu ja, het had nòg erger kunnen zijn. Moviestar van Harpo uit 1975 met de zin "you think you are a new kind of James Dean" had er ook kunnen opstaan. Conclusie: de rock 'n' roll is hier beperkt tot een minimum, maar voor de ware James Dean verzamelaar is dit een must, met tekst en uitleg in het CD booklet van 26 pagina’s met gek genoeg geen enkele foto van James Dean. "Bear Family Memorial Series", staat er op, een nieuwe reeks "als eerbewijs aan hedendaagse iconen en gebeurtenissen". Benieuwd wie of wat er nog aan bod gaat komen. Info: www.jamesdean.com en www.bear-family.com (Frantic Franky)

Discovering rock 'n' roll as a teenager I solemnly collected anything even remotely related to James Dean, the actor who became an icon based on the three films he made in 1954-1955 before immortalizing himself on September 30, 1955 at the tender age of 24, ironically enough by being killed in a car accident. Had this not happened he would have turned 90 last February 8! Now that I'm slowly becoming an old man who can no longer die young, Bear Family wakes up the teenager hidden always deeper inside me with this CD, approved by James Dean Inc., the company that exploits the rights to James Dean's name and likeness, which illustrates the legacy of James Dean on various musical levels. There is 33 minutes of film music with a selection of musical themes from the soundtracks of the three James Dean films East Of Eden, Rebel Without A Cause and Giant including the vocal Yellow Rose Of Texas and The Eyes Of Texas Are Upon You from Giant - Elvis would later sing them as a medley in the film Viva Las Vegas. There is also 10 minutes of soundtrack music from the 1957 documentary The James Dean Story, bebop jazz performed by the James Dean of jazz, trumpeter Chet Baker, but Tommy Sands' Let Me Be Loved theme from that documentary is not on this CD. Also instrumental are the five minutes' worth of home recordings of James Dean playing the congas, private recordings live at a Hollywood nightclub where Dean jammed along with flutist Bob Romeo (he reportedly played the flute in 1954 on the soundtrack of the Humphrey Bogart film The Barefoot Contessa), recordings best described as jungle drums and an oriental pita flute in awful sound quality. After Dean's death these two tracks appeared on a vinyl single, but it still sounds like shit now. It's more interesting to listen to the six minutes of interview fragments including the famous TV interview with the road safety film in which Dean utters the prophetic words "take it easy driving, the life you might save might be mine".
For those who don't care about soundtracks and interviews there are about a dozen tribute songs, most of them dating back to the 1950s. Bill Hayes' Message From James Dean with car engine sounds is fast talking beatnik rock 'n' roll bop, but from Bobby Poe & the Poe-Kats we expected Down On The Farm rock 'n' roll while their Rebel Without A Cause owes more to Frankie Laine. Even more slow and dark dramatic moodiness is The Ballad Of James Dean by The Four Tunes. The original version of that song by pop crooner Dylan Todd is not on here, nor is the cover by orchestra leader Dick Jacobs who later did the overdubs on a number of posthumous Buddy Holly releases. Jacobs is present however with the uptempo A Boy Named Jimmy Dean in the style of The Cheers' Black Denim Trousers And Motorcycle Boots. Dean also created a huge following in Europe, as evidenced by the German sung James Dean Blues, no blues but dramatic pop by Czech-Austrian singer Walter Peter aka Ralf Roberts aka Robby Peters. Some songs here don't mention James Dean by name and don't even seem to be inspired by him textually, like for example the British cover of the Doris Day crooner Jimmy Unknown by Lita Roza, and the 1967 pop crooner Rebel by TV actress Barbara Eden which as far as a link to James Dean doesn't go beyond "he's different, he's a rebel". Another crooner comes from the 1959 LP Italia Con Pier Angeli by actress Pier Angeli, James Dean' girlfriend, a song by analogy with her roots titled Souvenir d'Italie, sung partly in English, Italian and French with - no cliché is missing - a mandolin. The CD closes with two modern James Dean tributes including the still exciting modern rockabilly tune James Dean, in 1978 the B-side of the debut single by The Jets when they were still teens accompanied by their mother when they performed across the Channel. The second modern tribute is a forgottable pop song by Bonnie Tyler from 1993 titled James Dean. Well, I guess it could have been even worse. They could have included Harpo's 1975's Moviestar with the line "you think you are a new kind of James Dean". Conclusion: rock 'n' roll is limited to a minimum here, but for the true James Dean collector this is a must, with text and explanation in the 26 page CD booklet which oddly enough does not include a single photo of James Dean. "Bear Family Memorial Series", it says, a new series "honoring contemporary icons and events". Wondering who or what will be featured.
Info: www.jamesdean.com en www.bear-family.com (Frantic Franky)


AIN'T NO STRAIN, IN SESSION/ MICKEY BAKER
Jasmine, JASMCD3213
English version: see below

Het Britse re-issue label Jasmine Records bracht eerder al In Session CD’s uit van blues- en rhythm 'n' blues artiesten Eddie Taylor, Jody Williams, Otis Spann, Big Walter Horton en Matt Guitar Murphy, nu is gitarist Mickey Baker aan slag, de helft van Mickey & Sylvia van Love Is Strange uit 1956, het duo dat door Jasmine werd geprofileerd op een dubbel-CD die uiteraard de titel Love Is Strange (JASCD3093) meekreeg, ondertitel "All the Hit Singles A's & B's And More 1950-1962". Daarnaast is er op Jasmine ook de Mickey Baker CD Return Of The Wildest Guitar (JASCD979) die focust op Baker's solowerk 1952-1959. Nu dus Baker als studiomuzikant (volgens de hoesnota’s was hij in de jaren '50 de drukst bezette studiogitarist in New York), met de nadruk op songs met gitaarsolo’s die knisperen als een kroket in frituurvet of op zijn minst met interessante onderliggende gitaarpartijen. Aangezien Baker zwart was is het logisch dat de CD ondanks Ruth Brown's opener (Mama) He Treats Your Daughter Mean begint met blues, ja zelfs met trage pianoblues als Champion Jack Dupree's Please Tell Me Baby. Ook Ray Charles houdt het in Funny (But I Still Love You) rustig aan de piano, maar merkwaardig genoeg in een lossere, beetje New Orleans-achtige speelse sfeer, en Amos Milburn's originele versie van het bekende One Scotch One Bourbon One Beer is een goeie medium tempo uitvoering opnieuw met piano. Da's veel piano voor een gitaar CD, maar het is natuurlijk juist het samenspel tussen die twee instrumenten die een extra dimensie geeft. Ook met piano maar met mondharmonica als hoofdinstrument is de pure blues van Sonny Terry's I'm Gonna Rock Your Wig die niets met rock of rock 'n' roll te maken heeft, al kon je met diezelfde instrumenten ook uitstekend bluesboppen, getuige Square Walton's uptempo Bad Hangover. Nog meer trage blues is er met Stick McGhee's I'm Doin' All This Time (And You Put Me Down), doch via de swingblues van Wynonie Harris' Please Louise en Milt Trenier's Straighten Up Baby evolueren we naadloos naar de zwarte rock 'n' roll waartoe Baker meer dan één steentje bijdroeg, bijvoorbeeld op Paul Williams' misogyne Women Are The Root Of All Evil. Dickie Thompson was de originele uitvoerder van het meer rhythm 'n' blues mambo swing met een zwoel exotisch tintje gerichte origineel van het door Bill Haley als B-kant voor Rock Around The Clock gecoverde Thirteen Women, en Ann Cole brengt een rock 'n' roll versie van Got My Mojo Working. Van Mickey & Sylvia bevat de CD één nummer, de knappe stop-start rocker No Good Lover. Bekende nummers hier waarop Baker meespeelde zijn Big Joe Turner's Shake Rattle And Roll, Lavern Baker's (geen familie) Little Sister antwoord Hey Memphis, Young Jessie's Hit Git And Split, Louis Jordan's big band swing heropname uit 1956 van zijn eigen Caldonia, en Nappy Brown's nonsensikale goedgezinde Don't Be Angry. Maar ook tussen de minder bekende songs zit goed spul, samen goed voor in totaal 29 zwarte rock 'n' roll en rhythm 'n' blues tracks 1952-1961 en daar zit geen enkele stinker tussen.
Mickey Baker overleed in 2012 op 87-jarige leeftijd in Frankrijk waar hij sinds begin jaren '60 woonde. Deze CD doet zijn ster nog wat meer stralen. Info: www.jasmine-records.co.uk (Frantic Franky)

British re-issue label Jasmine Records already released In Session CDs showcasing blues and rhythm 'n' blues artists Eddie Taylor, Jody Williams, Otis Spann, Big Walter Horton and Matt Guitar Murphy, and now it's guitarist Mickey Baker's turn, well known as half of Mickey & Sylvia from 1956's Love Is Strange, the duo profiled by Jasmine on a double CD not surprisingly titled Love Is Strange JASCD3093, featuring "All the Hit Singles A's & B's And More 1950-1962." On top of that there's the Jasmine Mickey Baker CD Return Of The Wildest Guitar JASCD979 which focuses on Baker's solo work 1952-1959. In Session spotlights Baker as studio musician (according to the liner notes, he was the busiest studio guitarist in New York in the 1950s), with an emphasis on songs with guitar solos that crackle like frying battered chicken or at least with interesting underlying guitar parts. Since Baker was black it comes as no surprise that despite Ruth Brown's opener (Mama) He Treats Your Daughter Mean the CD starts with blues, even slow piano blues like Champion Jack Dupree's Please Tell Me Baby. Ray Charles takes it easy on the 88 keys in Funny (But I Still Love You), but curiously enough in a looser, somewhat New Orleans-like playful mood, while Amos Milburn's original version of the familiar One Scotch One Bourbon One Beer is a good medium tempo rendition again with piano. That's a lot of piano for a guitar CD, but it's the interplay between the two instruments that adds the extra dimension. Also with piano but with harmonica as its main instrument is the pure blues of Sonny Terry's I'm Gonna Rock Your Wig which has nothing to do with rock or rock 'n' roll, even though one can use the same instruments to do some serious blues bopping as demonstrated by Square Walton's uptempo Bad Hangover. There's more slow blues with Stick McGhee's I'm Doin' All This Time (And You Put Me Down), but via the swing blues of Wynonie Harris' Please Louise and Milt Trenier's Straighten Up Baby we dive straight into black rock 'n' roll to which Baker contributed more than his share, for example on Paul Williams' misogynistic Women Are The Root Of All Evil. Dickie Thompson did the more rhythm 'n' blues mambo swing with a sultry exotic touch styled original of Thirteen Women as covered by Bill Haley for the B-side of Rock Around The Clock, and Ann Cole does a rock 'n' roll version of Got My Mojo Working. The CD contains one Mickey & Sylvia song, the exquisite stop-start rocker No Good Lover. Well known songs here on which Baker played are Big Joe Turner's Shake Rattle And Roll, Lavern Baker's (no relation) Little Sister answer Hey Memphis, Young Jessie's Hit Git And Split, Louis Jordan's 1956 big band swing re-recording of his own Caldonia, and Nappy Brown's nonsensical good-natured Don't Be Angry. There's high grade stuff among the lesser known songs as well, totalling 29 black rock 'n' roll and rhythm 'n' blues tracks 1952-1961 with not a single dud.
Mickey Baker died in 2012 at the age of 87 in France where he'd been residing since the early 1960s. This CD makes his star shine even more brightly. Info: www.jasmine-records.co.uk (Frantic Franky)


DESTINATION LONELY STREET
Bear Family, BCD17574
English version: see below

"32 tearjerkers for my shadow, my echo and me", zo luidt de ondertitel van deze CD overlopend van eenzaamheid, wanhoop, verslagenheid, het noodlot, tegenslag, gebroken harten en getormenteerde zielen, een onuitputtelijke inspiratiebron voor liedjesmakers want als er één onderwerp is waarover meer liedjes zijn geschreven dan over de liefde dan is het wel de onbeantwoorde en afgewezen liefde.
Gene Vincent die zich als geen ander zich kon inleven in een ballade mag de slow dans openen met het van kerkorgel voorziene Lonely Street uit 1966 met Glen Campbell en Al Casey op gitaar, en in zijn kielzog volgen een kreunende Conway Twitty (Lonely Blue Boy), Ricky Nelson's gevoelige Lonesome Town, Sleepy LaBeef op zijn triest in Lonely, Skeets McDonald met een rockaballad uitvoering van Hank Williams' Lost Highway met Joe Maphis en Buck Owens op gitaar, en nog meer Hank Williams met een zelden zo ernstig gehoorde Ronnie Hawkins in I'm So Lonesome I Could Cry. Johnny Saey klinkt in Loneliness nog meer Johnny Cash als Johnny Cash zelf, en Eddie Cash (geen familie) had in 1961 een blanke soulblues opstoot getiteld Lonely Island, eigenlijk Ray Charles' Lonely Avenue met een andere titel en een garage injectie. Toch is dit niet enkel popcorn noir (Jackie Wilson's Lonely Life, Johnny Wells' Lonely Moon), pathetiek, kommer, kwel en tot zelfmoord uitnodigende dramatiek (Don French' Lonely Saturday Night, Benny Banta's tromroffelende I'm So Lonesome óók met Al Casey op gitaar). Nee, want er is ook Bobby McDowell's stompende in echo gedrenkte sax rocker Lonely, het ska ritme van Buster Brown's Lost In A Dream, teen ballads als Jimmy Newman's You're Makin' A Fool Out Of Me en Sammy Salvo's Lonely Dreamer, de relaxte jazzy medium tempo doo-woppende Four Tunes met Lonesome, en Ernie Chaffin's opgewekte Sun country Lonesome For My Baby met zijn opvallende akkoordenschema. Nog meer Sun: Ray Harris met de gas erop in Lonely Wolf, Bill Yates' soulvolle in 1962 onuitgebracht gebleven I'm So Lonely Without You en Charlie Rich' Lonely Weekends in de ongedubde versie met alle achtergrondkoortjes zorgvuldig uitgegomd. Link Wray's trage gitaar instrumental Alone uit 1966 klinkt als de muzikale achtergrond van een gesproken nummer van Cowboy Gerard De Vries, de melodie van Lonesome Lee's Lonely Travelin' uit 1958 vertoont opvallende gelijkenissen met Stray Cat Strut van The Stray Cats uit 1981, en de CD sluit af met de originele versie van het nummer waarmee ie begon, Lonely Street maar dan door auteur Carl Belew.
Eerder verschenen in deze thema reeks Destination Moon, Destination Health en Destination Lust, maar deze zal alleen al door zijn minder spectaculaire titel minder verkopen. Ten onrechte, want dit zijn schitterende staaltjes muziek uit de periode 1953-1966, track per track geduid in het CD booklet van 18 paginas. Info: www.bear-family.com (Frantic Franky)

"32 tearjerkers for my shadow, my echo and me" is the subtitle of this CD oozing with loneliness, despair, defeat, fate, misfortune, broken hearts and tormented souls, an never ending source of inspiration for songwriters because if there is one subject about which more songs have been written than about love, it's unanswered and rejected love.
Gene Vincent who like no other singer could infuse a ballad with empathy opens the slow dance with the church organ-laden Lonely Street from 1966 with Glen Campbell and Al Casey on guitar, followed in his wake by a moaning Conway Twitty (Lonely Blue Boy), Ricky Nelson's sensitive Lonesome Town, Sleepy LaBeef at his saddest in Lonely, Skeets McDonald with a rockaballad rendition of Hank Williams' Lost Highway with Joe Maphis and Buck Owens on guitar, and more Hank Williams with Ronnie Hawkins rarely heard as sincere as in I'm So Lonesome I Could Cry. Johnny Saey' Loneliness sounds more like Johnny Cash than Johnny Cash himself, and Eddie Cash (no relation) in 1961 had a white soul blues outburst titled Lonely Island, actually Ray Charles' Lonely Avenue with a different title and a garage injection. But this CD is not only popcorn noir (Jackie Wilson's Lonely Life, Johnny Wells' Lonely Moon), doom and gloom and suicide inducing dramatics (Don French's Lonely Saturday Night, Benny Banta's drumming I'm So Lonesome also with Al Casey on guitar). No sir, there's also Bobby McDowell's stomping echo drenched sax rocker Lonely, the ska rhythms of Buster Brown's Lost In A Dream, teen ballads like Jimmy Newman's You're Makin' A Fool Out Of Me and Sammy Salvo's Lonely Dreamer, the laid back jazzy medium tempo doo-woping Four Tunes with Lonesome, and Ernie Chaffin's upbeat Sun country Lonesome For My Baby with its striking chord progression. More Sun: Ray Harris steps on the gas in Lonely Wolf, Bill Yates' soulful unreleased I'm So Lonely Without You from 1962 and Charlie Rich' Lonely Weekends in the undubbed version with all the background choruses removed. Link Wray's slow guitar instrumental Alone from 1966 sounds like the musical backdrop to a spoken country song, the melody of Lonesome Lee's Lonely Travelin' from 1958 bears a striking resemblance to The Stray Cats' Stray Cat Strut from 1981, and the CD closes with the original version of the song with which it began, Lonely Street done by its composer Carl Belew.
Other theme releases in this series were Destination Moon, Destination Health and Destination Lust, but this one is bound to sell less because of its less spectacular title. Unjustly so, because these are splendid examples of top tunes from 1953-1966, track by track discussed in the 18-page CD booklet. . Info: www.bear-family.com (Frantic Franky)


KILLER B's - U.S. POP HITS
Jasmine, JASCD1100
KILLER B's - U.S. R & B HITS

Jasmine, JASCD1101
English version: see below

Er wordt vaak gezegd dat de B-kant van een single opvullertjes waren, liedjes niet goed genoeg om hitkansen te hebben. Even vaak wordt beweerd dat tussen die B-kantjes verborgen pareltjes zitten, een stelling bewezen door het feit dat in de jaren '50 soms beide kanten van een single een hit werden (artiesten als The Everly Brothers, Connie Francis en Brenda Lee scoorden zelfs meer dubbelzijdige dan enkelzijdige hits) en nogal wat B-kantjes hits werden nadat radio deejays de single omdraaiden. Ik bedoel maar: kan je je voorstellen dat Roy Orbison's majestueuze Love Hurts "slechts" de B-zijde van Running Scared was? B-kantjes of niet, veel van die nummers zijn in de tussenliggende zestig jaar zo veelvuldig gecompileerd dat ze zelf uitgroeiden tot klassiekers en Killer B's - U.S. Pop Hits, een CD met 32 "achterkantjes van belangrijke Amerikaanse Top 100 hits 1956-1962 die zelf niet de hitparade haalden", is dan ook deels een verzameling bonafide rock 'n' roll zoals Tell Me How van Buddy Holly onder de Crickets noemer, The Coasters' That Is Rock 'n' Roll, Jerry Lee Lewis's Sun rocker It'll Be Me, Johnny Cash' Sun rocker Get Rhythm, Chuck Berry's Reelin' And Rocking, Johnny & the Hurricanes' door Red River Rock overschaduwde instrumental Buckeye, Jack Scott's Baby Baby, Freddy Cannon's June July And August, Link Wray's instro stomper The Swag en The Ventures' sympathieke gitaarinstro No Trespassing. Minder bekend is Duane Eddy's dreigende gitaar/sax/piano instro Stalkin'. Vaak stond er op de achterkant van de single een ballade zoals Dion's romantische Runaway Girl, The Everly Bothers' indroeve Maybe Tomorrow, Ral Donner die een haast perfecte Elvis neerzet in So Close To Heaven en Conway Twitty op zijn ballade best in I'll Try dat oorspronkelijk zelfs de A-kant was tot deejays het plaatje omdraaiden en It's Only make Believe ontdekten. Onverwachter is de pré-folk van Bobby Darin anno 1962 in Jailer Bring Me Water. Johnny Burnette's Cinccinnati Fireball is highschool maar een geweldige stroll, en een flinke brok van de CD is pop zoals Jay & the Americans' Dawning (gebaseerd op de allegretto pastorale Morning Mood suite uit Edvard Grieg's Peer Gynt uit 1875! ), The Drifters' Nobody But Me, Sam Cooke's Farewell My Darling, Gene Pitney's Take It Like A Man, Ben E. King's On The Horizon, The Crystals' What A Nice Way To Turn Seventeen, The Shirelles' The Things I Want To Hear (Pretty Words), Dee Dee Sharp's Baby Cakes, The Four Seasons' Connie-O, The Hollywood Argyles' Sho' Know A Lot About Love en The Orlons' The Conservative. Eén nummer kennen we van de Nederlandstalige versie door de artiest zelf, namelijk Connie Francis' Someone Else's Boy, overal in de wereld behalve in Amerika zo'n grote hit dat Francis het nummer maar liefst in acht talen opnam waaronder het Nederlands, maar Jij Bent Niet Van mij zou uiteindelijk pas het daglicht zien in 1988.

De gelijktijdig verschenen Killer B's - U.S. R & B Hits doet hetzelfde, niet met rhythm 'n' blues maar met 32 shotjes zwarte popmuziek 1954-1962, vaak op het scherp van de snee tussen rock 'n' roll en wat later in de jaren '60 zou komen als Dee Clark's I Want To Love You, Johnny "Guitar" Watson's Broke And Lonely, Jackie Wilson's Never Go Away, Lloyd Price's You Need Love, Etta James' Street Of Tears, Maxine Brown's Now That You've Gone, Little Esther Phillips' Don't Feel Rained On, Ben E. King's The Hermit Of Misty Mountain, Jerry Butler & the Impressions' vokale hoogstandje Sweet Was The Wine en de vroege Motown klanken van The Miracles' Happy Landing, Mary Wells' I'm Gonna Stay en The Marvelettes' All The Love I've Got. In Ruth Brown's Somebody Touched Me, The Shirelles's Look A Here Baby en Lavern Baker's onweerstaanbare Dix-A-Billy horen we doo-wop, genre waartoe ook ballades als The Falcons' plechtige Goddess Of Angels en The Fiestas' Last Night I Dreamed behoren. Deze CD bevat sowieso veel ballades zoals Roy Hamilton's The Right To Love, Dee Dee Sharp's Set My Heart At Ease, Little Willie John's Now You Know , Bobby Bland's You're The One (That I Need), Chuck Jackson's The Prophet, The Drifters' Another Night With The Boys en Joe Henderson's Brook Benton soundalike If You See Me Cry. Ray Charles mixt jazz, soul en gospel in I Believe To My Soul en de invloed van gospel horen we ook in Clyde McPhatter's I Can't Stand Up Alone. Blues is er met Freddy King's I Love The Woman, en er is vroeg werk van Ike & Tina Turner uit 1960 (The Way You Love Me) en James Brown uit 1961 (I'll Never Never Let You Go). Rock 'n' roll staat er nauwelijks op U.S. R & B Hits, maar uit een hoempa vaatje rockt Big Joe Turner in Midnight Cannonball, terwijl Bo Diddley een flink eind bluesbopt in Bring It To Jerome.
En samen zijn dat twee puike CD’s voor de liefhebbers van jukebox rock 'n' roll en oldies. Info: www.jasmine-records.co.uk (Frantic Franky)

It's often said that the B-side of a single were fillers, songs without hit potential. But it is just as often argumented that many of those B-sides are hidden gems, as proven by the fact that in the 1950s sometimes both sides of a single became a hit (artists like The Everly Brothers, Connie Francis and Brenda Lee scored more double-sided than single-sided hits) and quite a few B-sides became hits after radio deejays turned the single over. I mean: can you imagine that Roy Orbison's majestic Love Hurts was "just" the B-side of Running Scared???? B-sides or not, many of these songs have been compiled so many times in the intervening sixty years that they grew into classics themselves. Killer B's - U.S. Pop Hits, a CD containing 32 "B-sides that adorned the flip of a significant US Top 100 hit 1956-1962 that somehow failed to register under their own steam" is therefor in part a collection of bona fide rock 'n' roll such as Buddy Holly's Tell Me How (under the Crickets banner), The Coasters' That Is Rock 'n' Roll, Jerry Lee Lewis's Sun rocker It'll Be Me, Johnny Cash's Sun rocker Get Rhythm, Chuck Berry's Reelin' And Rocking, Johnny & the Hurricanes' underappreciated Red River Rock flip Buckeye, Jack Scott's Baby Baby, Freddy Cannon's June July And August, Link Wray's instro stomper The Swag and The Ventures' sympathetic guitar instro No Trespassing. Less known is Duane Eddy's menacing guitar/sax/piano instro Stalkin'. The flip of a single was often a ballad like Dion's romantic Runaway Girl, The Everly Bothers' sad Maybe Tomorrow, Ral Donner delivering an almost perfect Elvis in So Close To Heaven, or Conway Twitty at his ballad best in I'll Try which was originally even the topside until deejays turned the record over and discovered It's Only Make Believe. Rather more unexpected is the pré-folk of Bobby Darin anno 1962 in Jailer Bring Me Water. Johnny Burnette's Cinccinnati Fireball is highschool rock but a great stroller, and a fair chunk of the CD is pop like Jay & the Americans' Dawning (based on the allegretto pastoral Morning Mood suite from Edvard Grieg's Peer Gynt from 1875! ), The Drifters' Nobody But Me, Sam Cooke's Farewell My Darling, Gene Pitney's Take It Like A Man, Ben E. King's On The Horizon, The Crystals' What A Nice Way To Turn Seventeen, The Shirelles' The Things I Want To Hear (Pretty Words), Dee Dee Sharp's Baby Cakes, The Four Seasons' Connie-O, The Hollywood Argyles' Sho' Know A Lot About Love and The Orlons' The Conservative.

The simultaneously released Killer B's - U.S. R & B Hits does the same, not with rhythm 'n' blues but with 32 shots of black pop music 1954-1962, often on the cutting edge between rock 'n' roll and the music that would arrive later in the sixties like Dee Clark's I Want To Love You, Johnny "Guitar" Watson's Broke And Lonely, Jackie Wilson's Never Go Away, Lloyd Price's You Need Love, Etta James' Street Of Tears, Maxine Brown's Now That You've Gone, Little Esther Phillips' Don't Feel Rained On, Ben E. King's The Hermit Of Misty Mountain, Jerry Butler & the Impressions' vocal masterpiece Sweet Was The Wine and the early Motown sounds of The Miracles' Happy Landing, Mary Wells' I'm Gonna Stay and The Marvelettes' All The Love I've Got. In Ruth Brown's Somebody Touched Me, The Shirelles' Look A Here Baby and Lavern Baker's irresistible Dix-A-Billy we hear doo-wop, genre which also encompasses ballads like The Falcons' solemn Goddess Of Angels and The Fiestas' Last Night I Dreamed. The CD contains a lot of ballads anyway such as Roy Hamilton's The Right To Love, Dee Dee Sharp's Set My Heart At Ease, Little Willie John's Now You Know , Bobby Bland's You're The One (That I Need), Chuck Jackson's The Prophet, The Drifters' Another Night With The Boys and Joe Henderson's Brook Benton soundalike If You See Me Cry. Ray Charles mixes jazz, soul and gospel in I Believe To My Soul and the influence of gospel can also be heard in Clyde McPhatter's I Can't Stand Up Alone. There's blues with Freddy King's I Love The Woman and early recordings by Ike & Tina Turner from 1960 (The Way You Love Me) and James Brown from 1961 (I'll Never Never Let You Go). U.S. R & B Hits does not contain a lot of rock 'n' roll, but Big Joe Turner chugs along nicely in Midnight Cannonball while Bo Diddley delivers a mean bluesbopper with Bring It To Jerome.
Together these are two excellent CDs for lovers of jukebox rock 'n' roll and oldies. Info: www.jasmine-records.co.uk (Frantic Franky)

10 maart 2021

SUZIE BABY/ BOBBY VEE
Bear Family, BCD 17573
English version: see below

Eén keer heb ik Bobby Vee live gezien, begin jaren '90 op een various artists oldies show, een optreden waarvan ik me vooral de grote opblaasbare "rubber balls" herinner die over het podium stuiterden. Wie houdt van Bobby Vee's popstijl zal ongetwijfeld al wel iets van hem in huis hebben want er zijn natuurlijk veel Bobby Vee CD’s in omloop. Wat rechtvaardigt dan deze nieuwe verzamelaar? Nou, de royale 34 songs 1959-1962, het mooie full colour booklet van 34 pagina’s en de gebruikelijke Bear Family kwaliteit.
Bobby Vee's muziek maakte deel uit van de highschool rock, een commerciële popgerichte stijl die in de jaren '50 op last van de platenmaatschappijen de pure rock 'n' roll al snel inperkte, en vandaar ook dat deze CD verschijnt in Bear Family's The Drugstore's Rockin' reeks die focust op de softere kant van de rock 'n' roll medaille. Vee begon zijn carrière op zijn vijftiende als invaller voor de verongelukte Buddy Holly op de Winter Dance Party tour begin 1959 en Holly's geest zou Vee's muzikale pad meermaals kruisen in de daaropvolgende jaren. Zijn muziek wordt gekenmerkt door rijke arrangementen, grote vioolpartijen en achtergrondkoortjes, en Vee's klassiekers Rubber Ball, Take Good Care Of My Baby, Devil Or Angel, More Than I Can Say, Run To Him , Please Don't Ask About Barbara en The Night Has A Thousand Eyes ontbreken hier uiteraard niet, aangevuld met nog veel meer moois in die stijl als In My Baby's Eyes, Punish Her, Walkin' With My Angel, Sharing You, I Can't Say Goodbye, de cha cha cha One Last Kiss en Stayin' In waarin hij in de schoolcafetaria zijn liefdesrivaal een dreun op de snufferd geeft! Naast de speelse melodielijn van Vee's wonderschone semi-akoestische debuutsingle Suzie Baby biedt de CD veel aandacht voor Vee's meer rock 'n' roll gerichte songs zoals de gitaar instrumental Flyin' High met Bobby's broer Bill Velline op leadgitaar. Samensteller Nico Feuerbach opteerde duidelijk voor Vee's covers van bekende songs als Summertime Blues, Little Star, Tears On My Pillow, Will You Love Me Tomorrow, You Better Move On, Susie Q, Sixteen Candles, Chuck Berry's School Day, Buddy Holly's Raining In My Heart, Paul Anka's Diana in een opvallend arrangement met Peggy Sue-achtige roffelende drums, de Adam Faith cover What Do You Want en Johnny Ace's Pledging My Love. De CD bevat ook zes nummers van de LP Bobby Vee Meets The Crickets uit 1961: Vee's originele versie van het door Roy Orbison geschreven maar nooit door The Big O zelf opgenomen Lookin' For Love, When You're In Love, de Chuck Berry cover Little Queenie, de Linda Lu-achtige stroll Someday (When I'm Gone From You), I Gotta Know (Cliff Richard in 1959, Elvis in 1960) en Ral Donner's Girl Of My Best Friend (okee, Elvis was Ral Donner voor). De liner notes hier leren ons dat op die LP uiteindelijk slechts één echte echte originele Cricket meespeelde, drummer Jerry Allison. De andere gitarist, Tommy Allsup, was gitarist voor Buddy Holly tijdens de fatale Winter Dance Party tour, en in het achtergrondkoortje hebben we ook nog Jerry Naylor, Crickets zanger van 1961 tot 1965. Van een ander concept album, Bobby Vee Meets The Ventures uit 1963, staat hier niets op. Als extraatje is er een radiospot voor de LP Take Good Care Of My Baby uit 1961 met fragmentjes uit vier songs die hier alle vier opstaan.
Bobby Vee overleed in 2016 op 73-jarige leeftijd. Info: www.bear-family.com (Frantic Franky)

I only saw Bobby Vee live once, in the early nineties at a various artists golden oldies show, a performance of which I mostly remember the large inflatable "rubber balls" that bounced across the stage. If you like Bobby Vee's pop style you will undoubtedly already have something from him in your collection because his music has been avalaible for a long time and there are many Bobby Vee CDs out there. So what justifies this new compilation? Well, the generous 34 songs 1959-1962, the beautiful full color 34 page booklet and the usual Bear Family quality. Bobby Vee's music was highschool rock, a commercial pop-oriented style that in the 1950s quickly curtailed the pure rock 'n' roll at the urgency of the record companies, which is why this CD appears in Bear Family's The Drugstore's Rockin' series that focuses on the softer side of the rock 'n' roll coin. Vee began his career at the age of fifteen replacing Buddy Holly on the fatal Winter Dance Party tour in early 1959, and Holly's spirit would cross Vee's musical path several times in the ensuing years. His music is characterized by rich arrangements, lavish violin parts and backing vocals, and Vee's classics Rubber Ball, Take Good Care Of My Baby, Devil Or Angel, More Than I Can Say, Run To Him , Please Don't Ask About Barbara and The Night Has A Thousand Eyes are of course present, supplemented by many more beautiful songs in the same likeable style like In My Baby's Eyes, Punish Her, Walkin' With My Angel, Sharing You, I Can't Say Goodbye, the cha cha cha One Last Kiss and Stayin' In in which he punches his love rival right on the nose in the school cafetaria! In addition to the playful melody line of Vee's charming semi-acoustic debut single Suzie Baby, the CD pays much attention to Vee's more rock 'n' roll oriented songs such as the guitar instrumental Flyin' High featuring Bobby's brother Bill Velline on lead guitar. Compiler Nico Feuerbach clearly opted for Vee's covers of well-known songs like Summertime Blues, Little Star, Tears On My Pillow, Will You Love Me Tomorrow, You Better Move On, Susie Q, Sixteen Candles, Chuck Berry's School Day, Buddy Holly's Raining In My Heart, Paul Anka's Diana in a striking arrangement with Peggy Sue-like drumming, the Adam Faith cover What Do You Want and Johnny Ace's Pledging My Love. The CD also includes six songs from the 1961 LP Bobby Vee Meets The Crickets: Vee's original version of the Lookin' For Love written by Roy Orbison but never recorded by The Big O himself, When You're In Love, the Chuck Berry cover Little Queenie, the Linda Lu-like stroll Someday (When I'm Gone From You), I Gotta Know (Cliff Richard in 1959, Elvis in 1960) and Ral Donner's Girl Of My Best Friend (okay, Elvis sang it before Ral Donner). The liner notes teach us that only one original Cricket ended up playing on that LP, drummer Jerry Allison. Guitarist Tommy Allsup only played with Buddy Holly during the Winter Dance Party tour, and in the background chorus we find Jerry Naylor, Crickets singer from 1961 to 1965. There are no songs on the CD from that other concept album, 1963's Bobby Vee Meets The Ventures. As a bonus there is a radio spot for the 1961 LP Take Good Care Of My Baby with excerpts from four songs, all of which are included here.
Bobby Vee died in 2016 at the age of 73. Info: www.bear-family.com (Frantic Franky)


NOISEN WITH POISON/ POISON GARDNER
Jasmine Records, JASMCD3228
English version: see below

Ik had nog nooit van de hier als "een van de grote onbekenden van de blues en de boogie" omschreven pianist Poison Gardner gehoord en dit blijkt inderdaad zijn eerste verzamel-CD te zijn, met bovendien zijn volledige opname output voor zover bekend. Die in totaal 27 tracks bestaan uit enerzijds in rhythm 'n' blues jive gedrenkte instrumentale piano boogies (Poison's Boogie, Noisen With Poison, Medium Fast Boogie, Empire Boogie, Lenox Avenue Boogie, Mobile Boogie) en anderzijds rustige gezongen boogie jive zoals Workingman's Blues, Big Leg Mama Blues, House Rent Blues, Doublecrossin' Woman, Eviction Blues, So Many Women, Mean Old World, het licht exotische My Baby's Gone Away en het bluesy Between Midnight And Day, dat alles steeds met de piano in de hoofdrol en met nagenoeg alle vocale nummers gezongen door Gardner's bandleden. De CD bevat ook vrolijke vaudeville nummers als Second Piece Of Pie waardoor ik in eerste instantie dacht dat Gardner Brits was en het instrumentale 52nd Street Jump, en uiteraard ook vaak een mengvorm van deze genres zoals het instrumentale Melody In F Boogie. Echte rhythm 'n' blues swing zoals bijvoorbeeld Gotta Find My Baby, de instrumentals One O'Clock Jump en Ten O'Clock Jump of het gospelachtige Camp Meetin' wordt het slechts zelden, en het is allicht geen toeval dat dat meestal de recentste nummers zijn, al is "recent" uiteraard relatief als je praat over muziek van meer dan 70 jaar oud.
Voor wie interesse heeft in de hier genoemde genres is dit een mooi stukje van de vergetelheid geredde muziekhistorie, voor de anderen is het een schitterende soundtrack om op maandagvoormiddag het huis aan kant te zetten. Laat u zich daarbij niet afschrikken door die periode 1945-1950 want deze muziek is tijdloos en klinkt in het geval van Poison Gardner erg gevarieerd en soms zelfs vrij modern voor vlak na de tweede wereldoorlog. Poison Gardner nam ná 1950 blijkbaar nooit meer op, bracht nooit een LP uit, had nooit een hit en is in een carrière van meer dan 40 jaar als club-, cabaret- en radioperformer voor zover bekend nooit geïnterviewd. Hij overleed in 1970 op 63-jarige leeftijd. Wat rest is één muzikale passage in een door mij nooit geziene film (My Buddy uit 1944), twee zwart-wit foto’s, en deze boeiende muziek. Info: www.jasmine-records.co.uk (Frantic Franky)

I had never heard of pianist Poison Gardner, described here as "one of the great unknowns of blues and boogie," and this CD is indeed his first compilation, containing his entire known recording output. His legacy totals 27 tracks consisting on the one hand of rhythm 'n' blues jive soaked instrumental piano boogies (Poison's Boogie, Noisen With Poison, Medium Fast Boogie, Empire Boogie, Lenox Avenue Boogie, Mobile Boogie) and on the other hand calm vocal boogie jive such as Workingman's Blues, Big Leg Mama Blues, House Rent Blues, Doublecrossin' Woman, Eviction Blues, So Many Women, Mean Old World, the slightly exotic My Baby's Gone Away and the bluesy Between Midnight And Day, always with the piano in the lead and with almost all the vocal numbers sung by Gardner's band members. The CD also includes upbeat vaudeville numbers like Second Piece Of Pie which initially made me think Gardner was British and the instrumental 52nd Street Jump, and of course often a hybrid of these genres like the instrumental Melody In F Boogie. True rhythm 'n' blues swing as for example Gotta Find My Baby, the instrumentals One O'Clock Jump and Ten O'Clock Jump or the gospel-tinged Camp Meetin' are the exceptions here, and it's probably no coincidence that these are usually the most recent songs, although "recent" is of course relative when you're talking about music over 70 years old.
For those with an interest in the genres mentioned this is a nice piece of music history rescued from oblivion, for the rest of us mortals it's the perfect soundtrack for getting the house in order on monday morning. Don't be put off by the period 1945-1950 because this music is timeless and in the case of Poison Gardner sounds very varied and sometimes even quite modern for just after World War II. Poison Gardner apparently never recorded again after 1950, never released an LP, never had a hit and in a career of over 40 years as a club, cabaret and radio performer was never interviewed as far as known. He died in 1970 at the age of 63. What remains is one musical passage in a film I never saw (My Buddy from 1944), two black and white photos, and this fascinating music.
Info: www.jasmine-records.co.uk (Frantic Franky)


SOUTHERN BRED:
LOUISIANA & NEW ORLEANS R & B ROCKERS

Koko-Mojo, KMCD63
English version: see below

Op de Southern Bred CD’s staat geen nummering, maar voor wie ze verzamelt (en we kunnen u geen ongelijk geven) is deze eerste Louisiana CD volume 13. Na vijf volumes Southern Bred gewijd aan Mississippi en zeven volumes gewijd aan Texas graaft samensteller DJ Mark Armstrong (GB) zich nu een weg richting Louisiana om uit te komen in New Orleans, muziekstad bij uitstek met een volstrekt uniek herkenbaar geluid, een gumbo van dixieland jazz, swing, rhythm ‘n’ blues en fanfares die resulteerde in een swingende rock 'n' creool stijl gebaseerd op piano en veel saxofoons, hier geïllustreerd aan de hand van 28 nummers 1947-1963.
Eén van dé oerklassiekers uit de crescent city is The Fat Man van Fats Domino die opnieuw langs start gaat met Swanee River Hop, een van zijn beste uptempo instrumentale boogie woogies, beide keren een productie van Dave Bartholomew wiens Jump Children urgente piano en blazers rock 'n' roll is, het geluid tussen Fats Domino en Little Richard in en uiteraard een van de basis sounds van de rock 'n' roll. Andere schoolvoorbeelden daarvan zijn Bobby Mitchell's Goin' Round In Circles en de hier als Big Joe Turner klinkende Smiley Lewis in Bumpity Bump, alwéér een compositie van de in New Orleans alomtegenwoordige Dave Bartholomew die zelf nog een tweede keer voorbij komt met het wild om zich heen slaande Good Jax Boogie over een populair biertje uit New Orleans, en een derde keer met zijn originele versie van Let The Four Winds Blow uit 1955, mede-gecomponeerd door Fats Domino maar door Fats pas opgenomen in 1961. Dat typische New Orleans rock 'n' roll geluid horen we voorts in Lloyd Price's Mailman Blues (geen blues maar rock 'n' roll) en in Chris Kenner's originele Sick And Tired, gecoverd door zowel Fats Domino als Smiley Lewis, op deze CD voor de tweede keer van de partij met Ain't Gonna Do It dat ook gecoverd werd door zowel Fats Domino als door Sonny Burgess op Sun Records, terwijl Elton Anderson's I Love You klinkt als een update van dat nummer. De invloed van begin jaren '60 horen we eraan zitten komen in uptempo tracks als Earl King's You Can Fly High en Eddie Bo's Tell It Like It Is, en de invloed van rockende rhythm 'n' blues zit in Little Eddie's My Baby Left Me, Paul Gayten's It Ain't Nothing Happening en Clarence Garlow's I'll Never Hold It Against You. De invloed van de bluesrock horen we dan weer in Champion Jack Dupree's Shim Sham Shimmy, Slim Harpo's You'll Be Sorry One Day en Leroy Washington's Wild Cherry, en blues en gospel zitten in het medium tempo It's Too Late Brother van Little Walter, ook present met de medium tempo mondharmonica instrumental Juke. René Hall’s Twitchy is een compleet geflipte instrumentale bopper met een éénsnarige unitar gitaar bespeeld door zijn uitvinder Willie Joe Duncan en klinkend als een hamer waarmee op een metalen plaat geklopt wordt, en Nellie Lutcher's Lake Charles Boogie is piano boogie swing vernoemd naar de gelijknamige stad in Louisiana.
De hele CD valt samen te vatten onder de titel van het nummer van Nellie Lutcher's broer Joe Lutcher hier, Rockin' Boogie, notabene uit 1947. Als dat uw ding is, doet u hier gegarandeerd een zaak mee. Het goeie nieuws? Er volgen nog zeven volumes! Info: www.vintagerockinroots.com (Frantic Franky)

The Southern Bred CDs are not numbered, but for those of you who collect them (and we can't blame you), this first Louisiana CD is volume 13. After five Southern Bred volumes devoted to Mississippi and seven volumes devoted to Texas, compiler DJ Mark Armstrong (GB) now digs his way towards Louisiana ending up in New Orleans, music city par excellence with a completely unique and instantly recognizable sound, a gumbo of dixieland jazz, swing, rhythm 'n' blues and brass bands that created a swinging rock 'n' creole style based on piano and lots of saxophones, illustrated here by 28 songs 1947-1963.
One of the crescent city's great classics is The Fat Man by Fats Domino who passes go again with Swanee River Hop, one of his best uptempo instrumental boogie woogies, both produced by Dave Bartholomew whose Jump Children is urgent piano and sax rock 'n' roll, the sound in between Fats Domino and Little Richard and obviously one of the basic rock 'n' roll patterns. Other textbook examples are Bobby Mitchell's Goin' Round In Circles and Smiley Lewis sounding like Big Joe Turner in Bumpity Bump, again a composition by New Orleans' man to go to Dave Bartholomew who drops by a second time with the wildly swinging Good Jax Boogie about a popular New Orleans beer, and a third time with his original 1955 version of Let The Four Winds Blow, co-composed by Fats Domino but not recorded by Fats until 1961. The archetypical New Orleans rock 'n' roll sound can further be heard in Lloyd Price's Mailman Blues (not blues but rock 'n' roll) and in Chris Kenner's original Sick And Tired, covered by both Fats Domino and Smiley Lewis, who's on strike again with Ain't Gonna Do It which was also covered by both Fats Domino ànd Sonny Burgess on Sun Records, while Elton Anderson's I Love You sounds like an update of that song. We hear the influence of the early 1960s in uptempo tracks like Earl King's You Can Fly High and Eddie Bo's Tell It Like It Is, while the influence of rocking rhythm 'n' blues is part of Little Eddie's My Baby Left Me, Paul Gayten's It Ain't Nothing Happening and Clarence Garlow's I'll Never Hold It Against You. The influence of blues rock on the other hand can be heard in Champion Jack Dupree's Shim Sham Shimmy, Slim Harpo's You'll Be Sorry One Day and Leroy Washington's Wild Cherry, and blues and gospel make up the medium tempo It's Too Late Brother by Little Walter, also present with the medium tempo harmonica instrumental Juke. René Hall's Twitchy is a completely flipped out instrumental bopper with a one-string unitar guitar played by its inventor Willie Joe Duncan and sounding like a hammer being pounded on a metal plate, while Nellie Lutcher's Lake Charles Boogie is piano boogie swing named after the Louisiana town of the same name.
The entire CD can be summed up by the title of Nellie Lutcher's brother Joe Lutcher's song here, Rockin' Boogie, from 1947 no less. If that's your thing, you're guaranteed to have a splendid time. The good news? There are seven more volumes coming up! Info: www.vintagerockinroots.com (Frantic Franky)

3 maart 2021

CD Recensies

THE MOJO MAN SPECIAL VOLUME 1:
DOCTOR VELVET

Koko-Mojo, KM-CD-100
English version: see below

Na 30 volumes Koko Mojo, 13 volumes Southern Bred (er staan er nog zeven in de planning) en 10 volumes Boss Black Rockers vinden ze het bij Koko-Mojo tijd voor een nieuwe reeks en daarvoor mocht Mojo Man Little Victor Mac, de Italiaans-Amerikaanse Beale Street Blues Bopper, diep in zijn muziekarchief duiken voor nog eens 10 x 24 zwarte rock 'n' roll tracks. Naast een handvol bekende nummers als Jesse Powell's originele The Walking Blues met zang van Fluffy Hunter, Jimmy Liggins' I Ain’t Drunk en Teddy (Mr. Bear) McCrae's Hi Fi Baby bevat de CD vooral vergeten zwarte rock 'n' roll parels als Mike Robinson's Lula, Chris Kenner's Will You Be Mine, Ray Johnson's stroll Shake A Little Bit en de als een gemenere versie van The Treniers klinkende Nite Riders op visite bij Doctor Velvet. Veel nummers zijn beïnvloed door de zwarte muziek van begin jaren '60, bijvoorbeeld Little Betty's Twistin’ School op een twist ritme, The Volcanos' Oh Oh Mojo, Bobby Hendricks' Molly Be Good, Earl (Connelly) King's They Tell Me, Huey Smith & the Clowns' Genevieve, Henry Strogin's Misery en de smooth stylings van Eddie Barnes die in Sweet Lover Brook Benton naar de kroon steekt. Daarnaast is er de kruisbestuiving van bluesrock als John Lee Hooker's Dimples, Larry Bright's Way Down Home en Smokey Smothers' Twist With Me Annie dat niets met twist te maken heeft, alsmede van strollende doo-wop die zou evolueren tot soul zoals The Gay Poppers' You Got Me Uptight. U mag de grap zelf bedenken! Uit de oneindige nalatenschap van alles waar Johnny Otis een vinger in de pap had komt de rhythm 'n' blues jiver Little Red Hen van het orkest van Johnny Otis met zang van Redd Lyte, Harmonica Fats klinkt in het uiteraard van mondharmonica voorziene Tore Up nog meer als schuurpapier dan Hank Ballard, en de Misirlou van Earl Washington is geen surf maar popcorn noir exotica. In dezelfde exotische stijl maar dan sneller en op een strollende rock 'n' roll beat is Sugar Boy Williams' Little Girl.
Ons oordeel is snel geveld: dit wordt een veelbelovende nieuwe reeks voor de liefhebbers van de zwarte rock 'n' roll exponenten! Volume 2 en 3 zijn ook reeds uit. Info: www.vintagerockinroots.com (Frantic Franky)

After 30 Koko Mojo volumes, 13 Southern Bred volumes (plus seven still to go) and 10 Boss Black Rockers volumes the good folks at Koko-Mojo Records think it's time for a brand new series, so they sent out Mojo Man Little Victor Mac, the Italian-American Beale Street Blues Bopper, on another expedition into his music archives for another 10 x 24 black rock 'n' roll tracks. In addition to a handful of familiar tunes like Jesse Powell's original The Walking Blues with vocals by Fluffy Hunter, Jimmy Liggins' I Ain't Drunk and Teddy (Mr. Bear) McCrae's Hi Fi Baby volume 1 contains for the most part forgotten black rock 'n' roll gems like Mike Robinson's Lula, Chris Kenner's Will You Be Mine, Ray Johnson's stroll Shake A Little Bit and The Nite Riders who sound like a meaner version of the Treniers on a visit with Doctor Velvet. Many songs are influenced by early sixties black music, like for example Little Betty's Twistin' School with a twist rhythm, The Volcanos' Oh Oh Mojo, Bobby Hendricks' Molly Be Good, Earl (Connelly) King's They Tell Me, Huey Smith & the Clowns' Genevieve, Henry Strogin's Misery and the smooth stylings of Eddie Barnes whose Sweet Lover rivals Brook Benton. The CD also shows the cross-pollination of blues rock with John Lee Hooker's Dimples, Larry Bright's Way Down Home and Smokey Smothers' Twist With Me Annie which has nothing to do with the twist, as well as strolling doo-wop that would evolve into soul like The Gay Poppers' You Got Me Uptight. From the bottomless pit of recordings Johnny Otis was involved in comes the rhythm 'n' blues jiver Little Red Hen from The Johnny Otis Orchestra with vocals from Redd Lyte, Harmonica Fats' Tore Up with obligatory mouth harp sounds even more like sandpaper than Hank Ballard, and Earl Washington's Misirlou is not surf but popcorn noir exotica. In the same exotic style but faster and with a strolling rock 'n' roll beat is Sugar Boy Williams' Little Girl. This is a no-brainer: volume 1 marks the start of a very promising new series for the fans of all types of black rock 'n' roll music! Volume 2 and 3 are already out too. Info: www.vintagerockinroots.com (Frantic Franky)


KOKO-MOJO DINER VOLUME 1: SOUL FOOD
Koko-Mojo, KM-CD-123
English version: see below

Een nieuwe worp Koko-Mojo CDs en hop, daar verschijnt een nieuwe reeks aan de einder, dit keer gewijd aan culinaire genoegtes. Dat er een massa songs werden opgedragen aan eten weten we sinds de Frolic Diner reeks en met vrolijke opgewekte sax en orgel heupwiegers als L. Anderson & the Tarnadoes' Neck Bones And Hot Sauce Part 1, The Earthworms' Mo' Taters, Noble “Thin Man” Watts' Hot Tamales, Willie Egan's Chitlins, King Curtis' Chili, Doc Bagby's slurper Dumplin’s (Bagby was co-auteur van het van Bill Haley bekende Rock The Joint) en een rhythm 'n' blues gitaarbrander als Freddy King's Onion Rings zitten we inderdaad helemaal op Frolic Diner terrein, met dien verstande dat die reeks vooral instrumentaal Vegas grind gericht was. Op Koko-Mojo wordt er daarentegen ook volop uit volle borsten gezongen, aangezien ook vocale liedjes veelvuldig gewijd werden aan het versterken van de innerlijke mens, bij voorkeur met de vette hap: je zal hier geen liedjes vinden over slaatjes of Griekse yoghurt. Koko-Mojo Diner Volume 1 in een reeks van (voorlopig) vier presenteert 28 nummers uit de tijd toen niemand nog had gehoord van bio, suikervrij, glutenvrij, lactosevrij, koolhydraat-arm, vegetarisch of veganistisch (niets eten wat een schaduw werpt) en je nog vlees moest eten om groot en sterk te worden, of dacht u dat John Wayne eigenhandig de tweede wereldoorlog won op een dieet van humus, fetarolletjes en wortelquinoa? Elke maaltijd werd voorafgegaan door een of meerdere aperitiefjes en afgesloten met een digestiefje, het cocktailuurtje duurde tot de laatste aanwezige omverviel, en mannen legden hun haar nog in de juiste plooi met margarine, behalve op zondag want dan gebruikten ze echte boter. U valt compleet uit de lucht? Slechts één woord: Jambalaya van de grote Hank Williams, de creoolse rijstschotel uit Louisiana bezongen door iedere rock 'n' roll artiest, ook door Fats Domino wiens versie op deze CD staat, Fats Domino die een niet onverdienstelijk amateurkok was (dat was er ook aan te zien) die op tour zijn eigen potten, pannen en bonen meenam. Andere bekende nummers op de menukaart zijn Andre Williams' Bacon Fat, Smokey Joe's Café van de pré-Coasters Robins en Booker T. & the MGs' orgel instrumental Green Onions, terwijl de tweede gang bestaat uit rhythm 'n' blues jive (Cecil Payne's Ham Hocks, Clyde Bernhardt's Cracklin’ Bread, Champion Jack Dupree's Chitlins And Rice), uptempo soul (The Mighty Cravers' Soul Food), vaudeville (Lil Johnson's dubbelzinnige Sam The Hot Dog Man, The Four Clefs' I Like Pie I Like Cake), popcorn noir (Shorty Long's Burnt Toast And Black Coffee, Varetta Dillard's Good Gravy Baby dat duidelijk niét over saus gaat) en piano boogie (The Beale Street Gang's Fatstuff Boogie). Als toetje worden nummers uit diverse zwarte muzikale rock 'n' roll keukens geserveerd zoals Chico Chism & his Jetanairs' Hot Tamales Bar-B-Que, The 5 Royales' Monkey Hips And Rice, The Aladdins' Munch en The Clickettes' Jive Time Turkey. Rita Valk's De Liefde Van De Man Gaat Door De Maag is daarbij schandelijk over het hoofd gezien, maar onafgezien daarvan is dit een smakelijke compilatie waar ik verdorie honger van heb gekregen. Op naar de frituur voor een portie met stoofvleessaus en dubbele mayonaise! Info: www.vintagerockinroots.com (Frantic Franky)

A new batch of Koko-Mojo CDs and lo and behold, a new series appears on the horizon, this time devoted to culinary delights. We've known since the Frolic Diner series that a huge quantity of songs have been dedicated to food and with cheerful upbeat sax and organ hip swingers like L. Anderson & the Tarnadoes' Neck Bones And Hot Sauce Part 1, The Earthworms' Mo' Taters, Noble "Thin Man" Watts' Hot Tamales, Willie Egan's Chitlins, King Curtis' Chili, Doc Bagby's slurper Dumplin's (Bagby co-authored Bill Haley's well known Rock The Joint) and a rhythm 'n' blues guitar burner like Freddy King's Onion Rings we are indeed deep into Frolic Diner territory, with the understanding that the Frolic Diner series primarily focused on instrumental Vegas grind. This Koko-Mojo CD on the other hand also features plenty of hot blooded vocals , as also vocal tunes were frequently devoted to strengthening the inner man, preferably with some greasy chow: you won't find any songs here about salads or Greek yogurt. Koko-Mojo Diner Volume 1 in a series of four presents 28 songs harking back to the days when no one had heard of organic, sugar-free, gluten-free, lactose-free, low-carb, vegetarian or vegan (don't eat anything that casts a shadow) and you still had to eat lotsa meat to get big and strong, or do you think John Wayne won World War II singlehandedly on a diet of hummus, feta rolls and carrot quinoa? Every meal was preceded by at least one and preferably more aperitifs and ended with a digestif, the cocktail hour lasted until last man standing, and men still used margarine to comb their hair, except on Sundays when they used real butter. Not a clue what I'm talking about? Let me sum it up in one word: Jambalaya by the great Hank Williams, the creole rice dish from Louisiana every rock 'n' roll artist has sung, including Fats Domino whose version is on this CD, Fats Domino who was an enthusiastic amateur chef (it showed) who brought his own pots, pans and beans on tour. Other well known songs here are Andre Williams' Bacon Fat, Smokey Joe's Café by the pre-Coasters Robins and Booker T. & the MGs' organ instrumental Green Onions, while the second course consists of rhythm 'n' blues jive (Cecil Payne's Ham Hocks, Clyde Bernhardt's Cracklin' Bread, Champion Jack Dupree's Chitlins And Rice), uptempo soul (The Mighty Cravers' Soul Food), vaudeville (Lil Johnson's double entendre Sam The Hot Dog Man, The Four Clefs' I Like Pie I Like Cake), popcorn noir (Shorty Long's Burnt Toast And Black Coffee, Varetta Dillard 's Good Gravy Baby which is clearly not about sauce) and piano boogie (The Beale Street Gang's Fatstuff Boogie). For dessert songs from a variety of black musical rock 'n' roll cuisines are served up such as Chico Chism & his Jetanairs' Hot Tamales Bar-B-Que, The 5 Royales' Monkey Hips And Rice, The Aladdins' Munch and The Clickettes' Jive Time Turkey. Despite the shameful omission of Weird Al Yankovic's Lasagna this is a tasty compilation that left me bloody hungry. Off to the fish and chips shop! Info: www.vintagerockinroots.com (Frantic Franky)

Vinyl Recensies

COOL TOM CAT/ BILL CARTER
Bear Family, BAF14010
English version: see below

Van Bill Carter zijn er een achttal nummers in omloop op verzamelalbums van Bear Family, Collector, Buffalo Bop, Cactus en Classics waarvan Cool Tom Cat uit 1959 het bekendste is, maar dit is de eerste keer dat er een verzamelalbum van hem verschijnt, met daarop de meeste maar niet alle acht van die nummers. De Bear Family reputatie getrouw is dat een luxueuze uitgave geworden, namelijk een 10 inch vinyl vergezeld van een CD en diverse goodies. Carter nam van 1953 tot in de jaren '60 op voor minstens 22 verschillende kleine labels waarvan hij er een deel zelf had opgestart, en zijn beste uptempo nummers vormen nu bijna 70 jaar later de 12 nummers 1954-1961 op deze 10 inch. Eén van de nummers, het indianenverhaal A Woman's Way (hier toegeschreven aan enerzijds Bill Carter en anderzijds Big Jim DeNoone, dat is een beetje onduidelijk) verscheen in 1954 zelfs enkel als promo en niet in de reguliere handel - onbegrijpelijk als je de kwaliteit van dat nummer hoort! Dat dozijn songs zijn evenwel niet allemaal Cool Tom Cats met zijn gemene gitaar, een drumsolo, lyrics over een "real cool kitty from hep cat city" en een melodie die wat weg heeft van Johnny Burnette's rockabilly klassieker Your Baby Blue Eyes. Cool Tom Cat klinkt trouwens verbazingwekkend wild voor 1959, zeker in vergelijking met het gestroomlijnde I Wanna Feel Good uit 1957 waaraan ze overduidelijk een vlot handjeklap Elvis arrangement inclusief Jordanaires backings hebben willen geven. Daarnaast is er de bizarrobilly Baby Brother en de honky tonk piano boogie rocker I Used To Love You, maar toch zijn dit buitenbeentjes in Carter's oeuvre want op de meeste nummers klinkt hij exact zoals hij waarschijnlijk ook in levende lijve was, namelijk een joviale rondborstige zanger van wat in de hoesnota’s wordt omschreven als "tough guy hillbilly noir", bijvoorbeeld de rustige honky tonk-iënde hillbilly boogie You Ain't Got My Address met Hank Garland op gitaar, de medium tempo cowboy western saga Jailer Man en het boom-chicka-boom Shot Four Times And Dyin' met een jonge Del Reeves op gitaar. Seven Years is een trein song, Secret Date is pure medium tempo country, Ramblin' Fever klinkt als uptempo Sun country, en Don't Monkey With My Widder (van The Carolina Drifters met Bill Carter op tweede stem) begint als klaaglijke gospel alvorens een rock 'n' roll gitaar boogie te worden.
Die twaalf songs staan ook op de bijgevoegde CD (als je niet benieuwd bent hoe dit klinkt op vinyl kan je de plaat dus in ongespeelde staat laten) die met het hillbilly Part Of My Heart Is Missing (opnieuw The Carolina Drifters) en het plechtige medium tempo country popnummer I Knew Her When nog twee extra Bill Carter nummers biedt. Daarnaast bevat de CD 10 bonusnummers van andere artiesten verschenen op Carter's eigen Indio label. Dat zouden alle rockers en boppers op Indio moeten zijn maar is voornamelijk uptempo country boogie (Jimmy North's Leavin' Time) die slechts af en toe naar rock 'n' roll neigt zoals bijvoorbeeld Ray Smith's You've Heard About Texas dat in feite gewoon uptempo rechtdoor Jimmie Rodgers is. Dit is niet de Ray Smith van op Sun Records, maar zou het dezelfde Ray Smith kunnen zijn die als David Ray het nummer Lonesome Baby Blues opnam, of is dit een derde Ray Smith? Ik zou het niet weten, en in het booklet wordt er met geen woord over gerept. Een andere Indio rocker is Dave Miller's Froggy Went A-Rockin', maar hét rock 'n' roll hoogtepunt op Indio was ongetwijfeld de fantastische stevige doch melodieuze rechtdoor rocker Black Smoke And Blue Tears van Clyde Arnold met zijn opvallende akkoordenopvolging. Zijn Livin' For Your Lovin' is melodieuze countrybilly en Larry McGill's I Only Wish is uptempo honky tonk die de Bakersfield sound voorafspiegelt, Dave Miller's With You is een rockaballad en Clint Marrs' Love And Mary zijn Hawaiiaanse Les Paul gitaarklanken. Al die nummers stammen uit 1961, behalve Stage Hands' Camille uit 1969 dat geheel conform de tijdsgeest freewheelende sixties country is.
De nu 91-jarige Bill Carter (haal 'em naar de Rave!) die later predikant werd en vanaf 1962 gospel opnam werkte zelf mee aan deze release en het booklet van 12 pagina’s op formaat 21 x 21 cm is gebaseerd op interviews met Bill Carter afgenomen door de man die Bill Carter opspoorde en herontdekte, Mark Lee Allen, de Britse platenverzamelaar/ dealer achter de Rockin' Hillbilly reeks op Cactus Records en de Twisted Tales From The Vinyl Wastelands reeks. Het booklet bevat ook veel foto’s van Bill Carter poserend met artiesten als Johnny Cash, Gene Vincent, Glen Glenn, Marvin Rainwater, Ray Price en Marty Robbins. Daarnaast steekt bij deze uitgave nog een mooie zwart-wit foto van Bill Carter op groot formaat 21 x 14 cm die bovendien bij de 200 eerste exemplaren (ik neem aan dat er zoals gebruikelijk bij Bear Family 500 geperst werden) gehandtekend is door Bill Carter zelve. Bear Family werkt nu aan een full CD met nog meer Bill Carter materiaal, mogelijk (deels?) gewijd aan zijn gospelmuziek, als aanvulling op dit stukje compleet vergeten hardcore hillbilly bop. Info: www.bear-family.com en www.facebook.com/bill.carter.5076 (Frantic Franky)

About eight of Bill Carter's songs have been circulating on Bear Family, Collector, Buffalo Bop, Cactus and Classics compilations, the best known of which is 1959's Cool Tom Cat, but this is the first time a single artist best of by him has been released, featuring most but not all eight of those songs. True to Bear Family's reputation this is a deluxe release consisting of a 10 inch vinyl accompanied by a CD and various goodies. Carter recorded from 1953 into the 1960s for at least 22 different small labels, some of which he started himself, and almost 70 years later his best uptempo songs make up the 12 songs 1954-1961 on this 10 inch. One of the songs, the indians' tale A Woman's Way (attributed here to both Bill Carter and Big Jim DeNoone, it's a bit unclear) appeared in 1954 only as a promo and not as a regular release - incomprehensible when you hear the quality of this song! Not all of this dozen songs are however Cool Tom Cats with its mean guitar, a drum solo, lyrics about a "real cool kitty from hep cat city" and a melody that resembles Johnny Burnette's rockabilly classic Your Baby Blue Eyes, a song that sounds amazingly wild for 1959, especially compared to the streamlined I Wanna Feel Good from 1957 to which they obviously wanted to give a smooth hand clapping Elvis arrangement including Jordanaires backings. There's also the bizarrobilly Baby Brother and the honky tonk piano boogie rocker I Used To Love You, yet these are exceptions in Carter's oeuvre because on most songs he sounds exactly like he probably was in person, a jovial good natured happy go lucky singer of what the liner notes describe as "tough guy hillbilly noir" such as the relaxed honky tonk-ying hillbilly boogie You Ain't Got My Address with Hank Garland on guitar, the medium tempo cowboy western saga Jailer Man and the boom-chicka-boom Shot Four Times And Dyin' with a young Del Reeves on guitar. Seven Years is a train song, Secret Date is medium tempo country, Ramblin' Fever sounds like uptempo Sun country and Don't Monkey With My Widder (by The Carolina Drifters with Bill Carter on second voice) starts out as plaintive gospel before turning into a rockin' guitar boogie.
The twelve songs are also on the included CD (so if you're not curious how this sounds on vinyl you can leave the record unplayed) which offers two more Bill Carter songs with the hillbilly Part Of My Heart Is Missing (another Carolina Drifters song) and the solemn medium tempo country pop number I Knew Her When. On top of that the CD contains 10 additional songs by other artists released on Carter's own Indio label. These are supposed to be all the rockers and boppers on Indio but it's mostly uptempo country boogie (Jimmy North's Leavin' Time) only occasionally leaning toward rock 'n' roll like for example Ray Smith's You've Heard About Texas, funnily enough an uptempo straight ahead Jimmie Rodgers type of song. It's not the Ray Smith from Sun Records, but could this be the same Ray Smith who recorded Lonesome Baby Blues as David Ray, or is it a third Ray Smith? I wouldn't know and the booklet doesn't say anything about it. Another Indio rocker is Dave Miller's Froggy Went A-Rockin', but the rock 'n' roll highlight at Indio was undoubtedly Clyde Arnold's fantastic solid yet melodic straight ahead rocker Black Smoke And Blue Tears with its striking chord progression. His Livin' For Your Lovin' is melodic countrybilly and Larry McGill's I Only Wish is uptempo honky tonk predating the Bakersfield sound, while Dave Miller's With You is a rockaballad and Clint Marrs' Love And Mary is Hawaiian Les Paul guitar sounds. All those songs date from 1961 except Stage Hands' Camille from 1969 which is typical freewheeling sixties country.
After recording the music on this disc Bill Carter became a preacher who from 1962 onwards recorded gospel. He is now an amazing 91 years old (bring him over to the Rave!) and was personally involved with this release and the accompaying 12 page 21 x 21 cm booklet based on interviews with him conducted by Mark Lee Allen, the record collector/dealer behind the Rockin' Hillbilly series on Cactus Records and the Twisted Tales From The Vinyl Wastelands series who tracked down and rediscovered Bill Carter. The booklet also includes many photos of Bill Carter posing with the likes of Johnny Cash, Gene Vincent, Glen Glenn, Marvin Rainwater, Ray Price and Marty Robbins. Also included in the package is a nice black and white 21 x 14 cm promo photo of Bill Carter signed by Bill Carter himself for the first 200 copies (I assume 500 copies were pressed as usual). Bear Family is now working on a full CD with more Bill Carter material, possibly (partly?) dedicated to his gospel music, as an addition to this piece of completely forgotten hardcore hillbilly bop.
Info: www.bear-family.com en www.facebook.com/bill.carter.5076 (Frantic Franky)

17 februari 2021

Vinyl Recensies

SINGS CARLOS SLAP/ GORDON DOEL
El Toro, ET-15.135
English version: see below

Carlos López alias Charlie Slap uit Madrid is de contrabassist van The Lucky Dados en de meer psycho gerichte Speedsickers, en na vinyl singles waarop hij samenwerkte met Charlie Hightone (GB), Marcel Bontempi (D) en Spencer Evoy (GB) is het nu de beurt aan Gordon Doel van de Britse band The Doel Brothers. Het basisprincipe daarbij is dat er twee nieuwe songs van Spaanse origine worden opgenomen in Spanje met Spaanse muzikanten, of is dit door de wonderen der digitale techniek apart opgenomen tijdens de lockdown? De mij onbekende muzikanten komen deels uit rock 'n' roll bands (Fever Band, Mad Martin Trio), deels uit niet-rock 'n 'roll bands en ongetwijfeld deels uit niet-rock 'n' roll bands waar Carlos Slap zelf bij speelt, maar dat van die niet-rock 'n' roll is er gelukkig niet aan te horen. Op luistergebied zijn er geen verrassingen want de muziek is door western swing geïnspireerde rock 'n' roll met steel gitaar, helemaal in de stijl van de albums van The Doel Brothers, met twee nummers in de verhalende stijl van Tennessee Ernie Ford perfect op maat van Gordon Doel geschreven maar door Doel hoger gezongen dan Tennessee Ernie Ford. I'm Not Alone is twee minuten rocka-hillbilly feel, het soort melodietje waar een Deke Dickerson wel raad mee weet, B-kant I Feel The Storm is melodieuze uptempo countrypicking boogie op boom-chicka-boom ritme in een western setting, net als in I'm Not Alone met een prominente steel in samenspel met de elektrische gitaar.
Hebbeding voor de fans van The Doel Brothers wegens nergens anders verkrijgbaar, of in elke geval tot El Toro vroeg of laat beslist al die Carlos Slap singles uit te brengen op één CD. Info: www.eltororecords.com en www.facebook.com/carlos.slap.5 (Frantic Franky)

Carlos López aka Charlie Slap from Madrid is the double bass player of The Lucky Dados and the more psychobilly oriented Speedsickers, and after vinyl singles on which he collaborated with Charlie Hightone (GB), Marcel Bontempi (D) and Spencer Evoy (GB) he is now joined by Gordon Doel of the British band The Doel Brothers. The basic principle is that two new songs of Spanish origin are recorded in Spain with Spanish musicians, or was this thanks to the wonders of digital technology recorded separately during the lockdown? I don't know any of the musicians involved who are partly from rock 'n' roll bands (Fever Band, Mad Martin Trio), partly from non-rock 'n' roll bands and undoubtedly partly from non-rock 'n' roll bands in which Carlos Slap himself plays, but you can't hear this on the recordings. No surprises here as the music is western swing inspired rock 'n' roll with steel guitar completely in the style of The Doel Brothers' albums, with two songs in the narrative style of Tennessee Ernie Ford perfectly tailored to Gordon Doel but sung higher by him than Tennessee Ernie Ford would. I'm Not Alone is a two minutes of rocka-hillbilly feel kind of Deke Dickerson type of tune, while B-side I Feel The Storm is melodic uptempo countrypicking boogie on a boom-chicka-boom rhythm in a western setting, just like I'm Not Alone with a prominent steel intertwining with the electric guitar.
This is a must have for fans of The Doel Brothers because it's not available anywhere else, at least not until El Toro sooner or later decides to, err, slap all those Carlos Slap singles on one CD. Info: www.eltororecords.com en www.facebook.com/carlos.slap.5 (Frantic Franky)


SINGS CARLOS SLAP/ SPENCER "CHICKEN" EVOY
El Toro, ET-15.133
English version: see below

Carlos López alias Charlie Slap uit Madrid is de contrabassist van The Lucky Dados en de meer psycho gerichte Speedsickers, en na vinyl singles waarop hij samenwerkte met Charlie Hightone (GB), Marcel Bontempi (D) en Gordon Doel van The Doel Brothers (GB) is het nu de beurt aan Spencer Evoy, met als basisprincipe dat er twee nieuwe songs van Spaanse origine worden opgenomen in Spanje met Spaanse muzikanten, of is dit door de wonderen der digitale techniek apart opgenomen tijdens de lockdown? Evoy is de zanger en saxofonist van de Britse band MFC Chicken, een frontman met een verbazingwekkend zware brullende sixties stem voor zo'n magere kippenborst, en MFC Chicken, de laatste paar jaar een sensatie op rock 'n' roll festivals, is een fratrockband die het beste van jaren '60 bands als The Fabulous Wailers, The Sonics, The Kingsmen, The Troggs en Sam The Sham & the Pharaohs in zich verenigt. De mij onbekende Spaanse muzikanten komen deels uit rock 'n' roll bands (Fever Band, Mad Martin Trio), deels uit niet-rock 'n' roll bands en ongetwijfeld deels uit niet-rock 'n' roll bands waar Carlos Slap zelf bij speelt, maar dat van die niet-rock 'n' roll is er gelukkig niet aan te horen. Dat dit echter geen standaard rock 'n 'roll is geworden moge evenwel duidelijk zijn voor wie het feestrecept van MFC Chicken kent. A-kant The Monkey Shotgun drijft op orgel en sax maar klinkt als een zichzelf niet al te serieus nemende light versie van The Sonics, terwijl een begeleidende piano voor de roll zorgt. B-kant Down In Mexico (geschreven door Franco Angás, zanger-gitarist van de Spaanse surfgroep Los Twangs) is rustiger in de soulvolle stijl van de zwarte muziek begin jaren '60. Fans van MFC Chicken zullen niet teleurgesteld zijn. Info: www.eltororecords.com en www.facebook.com/carlos.slap.5 (Frantic Franky)

Carlos López aka Charlie Slap from Madrid is the double bass player of The Lucky Dados and the more psychobilly oriented Speedsickers, and after vinyl singles on which he collaborated with Charlie Hightone (GB), Marcel Bontempi (D) and Gordon Doel of The Doel Brothers (GB) it's Spencer Evoy's turn, with the basic premise that two new songs of Spanish origin are recorded in Spain with Spanish musicians, or was this recorded separately during the lockdown through the wonders of digital technology? Evoy is the singer and saxophone player of the British band MFC Chicken, a frontman with an amazingly heavy booming sixties voice for such a skinny chicken breast, while MFC Chicken, a sensation at rock 'n' roll festivals the last few years, is a frat rock band incorporating the best of sixties bands like The Fabulous Wailers, The Sonics, The Kingsmen, The Troggs and Sam The Sham & the Pharaohs. I don't know any of the Spanish musicians involved who come partly from rock 'n' roll bands (Fever Band, Mad Martin Trio), partly from non-rock 'n' roll bands and undoubtedly partly from non-rock 'n' roll bands in which Carlos Slap himself plays, but luckily you can't hear this in the music. Nevertheless it will be obvious for those who know MFC Chicken's party recipe that this is not your avarage standard rock 'n roll. A-side The Monkey Shotgun is heavy on organ and sax but sounds like a not-too-serious version of The Sonics light, while an accompanying piano provides the roll. B-side Down In Mexico (written by Franco Angás, singer-guitarist of Spanish surf group Los Twangs) is calmer in the soulful style of early sixties black music. Fans of MFC Chicken will not be disappointed. Info: www.eltororecords.com en www.facebook.com/carlos.slap.5 (Frantic Franky)

CD Recensies

SECOND TAKE JAKE 2010-2020/ JAKE CALYPSO
Rock Paradise, RPRCD 53
English version: see below

Na One Take Jake uit 2018 is dit de tweede Jake Calypso "best of" met 25 tracks die de zeven Jake Calypso albums verschenen van 2009 (zijn debuutalbum Grandaddy's Grease) tot 2020 (het op slechts 50 exemplaren verschenen Lockdown Sessions) overloopt en de vinyl singletracks Who Knocks On My Door, When We Cross Our Eyes en Babe Babe Baby bevat, met speciaal voor u daar die trouw alle Jake Calypso albums en singles kocht verschillende hermixte en geremasterde en drie onuitgebrachte nummers. Jake Calypso is sinds 2009 het alter ego van Hervé Loison (F) die sinds begin jaren '80 opnam met The Corals, Teddy Best, Mystery Train en Hot Chickens. Het oorspronkelijke Jake Calypso concept in 2009 was het spelen van authentieke rockabilly, maar dat idee liet Loison snel varen en Jake Calypso werd een fictief personage dat intussen zowat alle rock 'n' roll stijlen onder handen nam. Dat weerspiegelt zich uiteraard op deze CD waarop naast geflipte rammel rockabilly (Cinderella, I'm A Real Cool Cat, Gonna Bring You Back, That's All Right) en primitivo bop (Tell Me Lou, de geniale meestamper Passion And Fashion) ook rechtdoor glam rock 'n' roll (When I Was 15), melodieuze medium tempo gospel ballades (Milky White Way), teenrock (You Killing Me) en Elvis gefluister (het gevoelige Home Is Where The Heart Is, het onuitgebrachte That's When Your Heartaches Begin op één akoestische gitaar) de revue passeren, maar evengoed zwarte strollers (Addiction Baby), semi-akoestische countryblues (Louise Blues, het hypnotiserende Don't Miss The Train Man), bluesbop (Hey Barber Barber) en country (To My Son And Daughter). De twee andere onuitgegeven songs naast That's When Your Heartaches Begin komen van de sessies voor de Lockdown Sessions CD, namelijk het uptempo country Little Cabin On The Hill en een meer Charlie Feathers geïnspireerde alternatieve If I Had Me A Woman. Het is daarbij duidelijk dat Jake Calypso de dementerende krankjorum rockabilly steeds meer achter zich laat om zich reflectiever te uiten. Komt de wijsheid dan toch met de jaren? Misschien wel, maar gelukkig blijven het onbegrijpelijke gebrabbel en de occasionele jodel behouden. In elk geval is er nog hoop voor de rock 'n' roll zolang er Hervé Loisons op deze aardkloot rondlopen, want dankzij artiesten zoals hij behouden wij het geloof in de bovennatuurlijke kracht van rock 'n' roll.
Info: www.rockparadise.fr en www.jakecalypso.com (Frantic Franky)

Following 2018's One Take Jake, this is the second Jake Calypso "best of" with 25 tracks spanning the seven Jake Calypso albums released from 2009 (his debut Grandaddy's Grease) to 2020 (Lockdown Sessions of which only 50 copies were pressed) and including the vinyl single tracks Who Knocks On My Door, When We Cross Our Eyes and Babe Babe Baby, with especially for all you folks out there who faithfully bought all Jake Calypso albums and singles several remixed and remastered and three unreleased tracks. Jake Calypso has been the alter ego of Hervé Loison (F) who since the early 1980s recorded with The Corals, Teddy Best, Mystery Train and Hot Chickens. The original Jake Calypso concept in 2009 was to play authentic rockabilly, but Loison quickly dropped that idea and Jake Calypso became his alter ego who has since taken on just about every rock 'n' roll style. That is reflected on this CD which apart from flipped out rattling rockabilly (Cinderella, I'm A Real Cool Cat, Gonna Bring You Back, That's All Right) and primitivo bop (Tell Me Lou, the brilliant feet stompin' Passion And Fashion) features not only straight ahead glam rock 'n' roll (When I Was 15), melodic medium tempo gospel ballads (Milky White Way), teen rock (You Killing Me) and Elvis whispers (the sensitive Home Is Where The Heart Is, the unreleased That's When Your Heartaches Begin on one acoustic guitar) but also black strollers (Addiction Baby), semi-acoustic country blues (Louise Blues, the hypnotising Don't Miss The Train Man), blues bop (Hey Barber Barber) and country (To My Son And Daughter). The two other unreleased songs besides That's When Your Heartaches Begin stem from the sessions for the Lockdown Sessions CD: the uptempo country Little Cabin On The Hill and a more Charlie Feathers inspired alternative If I Had Me A Woman. It's clear that Jake Calypso is increasingly leaving the demented crazy rockabilly behind to express himself more reflectively. Does wisdom come with age after all? Perhaps, but fortunately the incomprehensible gibberish and the occasional yodel remain. In any case, as long as there are Hervé Loisons walking this earth there is still hope for rock 'n' roll, because thanks to artists like him we keep our faith in the supernatural power of rock 'n' roll.
Info: www.rockparadise.fr en www.jakecalypso.com (Frantic Franky)


THE QUARANTINE TAPES/ CAT LEE KING
Rhythm Bomb, RBR 6012

Eerste soloalbum van Cat Lee King, de frontman, pianist en zanger met de grofkorrelige stem van de Duitse band Cat Lee King & his Cocks, met King nu niet alleen op piano maar ook op gitaar en drums, met gastbijdragen van Ray Collins en Cat Lee King & his Cocks gitarist Tommy J. Croole. Het enige Cat Lee King & his Cocks album nu toe, Cock Tales (RBR 5887) uit 2018, is de betere rock 'n' roll op basis van boogie woogie piano met gitaarsolo’s die af en toe maar gelukkig niet te vaak richting rhythm ‘n’ blues gingen. Een paar nummers op Cock Tales helden over naar de rhythm ‘n’ blues en enkele andere songs vertoonden de invloed van (neo)swing, en laten dat nu juist de pijlers zijn waarop dit soloalbum steunt.
Alberta Hunter's My Castle's Rockin is een barrelhouse crooner met jazzy sax, het aan Count Basie's jazz gitarist Eddie Durham toegeschreven 4 O' Clock Blues is bluesy met diepe blazers, en er is nog meer blues met Herbert Beard’s Gal You Need A Whippin’ en Zuzu Bollin's uptempo Why Don't You Eat Where You Slept Last Night. Willie Dixon's rustige, mooie Violent Love kennen we van Dr Feelgood en Indigo Swing maar krijgt ook een wat bluesy invulling door de gitaar. Nog crooners zijn het bekende On The Sunny Side Of The Street en het rustige Close To Me met vibrafoon, dat tweede merkwaardig genoeg een gevoelig jaren '60 nummer van de hand van massamoordenaar Charles Manson, al vertaalde Manson gewoon de Latijns-Amerikaanse bolero Sabor A Mi van begin jaren '60, in 1978 gecoverd door Los Lobos op hun debuut LP Just Another Band From East LA. Manson's versie uit +/- 1967 is trouwens een buitenbeentje in zijn muzikale oeuvre, want in Close To Me klinkt hij meer als Willie Nelson dan als zichzelf. Blues en crooner komen samen in Ain’t Nobody’s Business dat begin jaren '20 een van de eerste bluesstandaards werd, hier opnieuw met een bluessolo op de gitaar maar met gospel tinten op piano. Meet Me Half Way van Arbee Stidham uit 1956 is een stop/start blues in de stijl van het bekendere Get Out Of The Car (Treniers, Richard Berry) en een van de beste nummers op de CD omdat het het meest aanleunt bij Cock Tales. Al deze nummers zijn covers met als bekendste cover Hank Williams' Hey Good Looking in een piano boogie versie met uptempo blues gitaar, maar The Quarantine Tapes bevat ook drie eigen nummers: de uptempo blues Final Call, de ouderwetse swing Whoever Made You met harmony vocals die perfect zou passen in de setlist van Cat Lee King & his Cocks, en de swingende instrumental Virologoy met fingerpickende bluesgitaar. De sound van de CD is minder gestroomlijnd als Cock Tales en meer als een demo, alsof het uit een oude transistor radio weerklinkt, ook al omdat King beter is op piano als op gitaar en omdat de saxen soms piepen. Het geluid van stemmen en gelach op de achtergrond geeft een live sfeertje alsof dit werd opgenomen in een rokerige kroeg. De vinylversie zou onderweg zijn.
Info www.vintagerockinroots.com en www.facebook.com/catleekingandhiscocks (Frantic Franky)


Cat Lee King & his Cocks vóór corona...


...en Cat Lee King & his Cocks ná corona!

First solo album from Cat Lee King, the gravel voiced frontman, piano player and singer of German band Cat Lee King & his Cocks, with King now not only on piano but also on guitar and drums, with guest contributions from Ray Collins and Cat Lee King & his Cocks guitarist Tommy J. Croole. The only Cat Lee King & his Cocks album to date, 2018's Cock Tales RBR 5887, is excellent boogie woogie piano based rock 'n' roll with guitar solos that occasionally but thankfully not too often veer in the direction of rhythm 'n' blues. A few songs on Cock Tales tilted toward rhythm 'n' blues and a few others showed the influence of (neo)swing, and whaddaya know: those two genres are the very pillars on which this solo album rests. Alberta Hunter's My Castle's Rockin' is a barrelhouse crooner with jazzy sax, 4 O' Clock Blues attributed to Count Basie's jazz guitarist Eddie Durham is bluesy with deep blowing horns, and there's more blues with Herbert Beard's Gal You Need A Whippin' and Zuzu Bollin's uptempo Why Don't You Eat Where You Slept Last Night. Willie Dixon's quiet, hauntingly beautiful Violent Love we know from Dr Feelgood and Indigo Swing but gets a somewhat bluesy interpretation thanks to the guitar. Other crooners are the familiar On The Sunny Side Of The Street and the quiet Close To Me with vibraphone, bizarrely enough a sensitive sixties song from mass murderer Charles Manson, even though all Manson did was to put new lyrics to the early sixties Latin American bolero Sabor A Mi, the same song that was covered in 1978 by Los Lobos on their debut LP Just Another Band From East LA. Manson's version from +/- 1967 is an oddity among his recordings, for in Close To Me he sounds more like Willie Nelson than like himself. Blues and crooners come together in Ain't Nobody's Business which in the early 1920s became one of the first blues standards, performed here again with a blues solo on the guitar but with gospel overtones on piano. Arbee Stidham's Meet Me Half Way from 1956 is a stop/start blues in the style of the better known Get Out Of The Car (Treniers, Richard Berry) and one of the best songs on the CD as it is the closest to Cock Tales. All of these songs are covers with the best known cover being Hank Williams' Hey Good Looking in a piano boogie version with uptempo blues guitar, but The Quarantine Tapes also contains three original songs: the uptempo blues Final Call, the old fashioned swing Whoever Made You with harmony vocals that would fit perfectly on the setlist of Cat Lee King & his Cocks, and the swinging instrumental Virologoy with fingerpicking blues guitar. The sound of the CD is less streamlined than Cock Tales and more like a demo, as if it came blaring out of an old transistor radio, partly because King is better on piano than on guitar and because the saxes sometimes squeak. The sound of voices and laughter in the background give it a live feel as if this was recorded in a smoke filled pub. The vinyl version is supposed to be on its way. Info www.vintagerockinroots.com en www.facebook.com/catleekingandhiscocks (Frantic Franky)


THE COMPLETE RECORDINGS/ THE CORALS
Around The Shack Records, ATSR CD 003

Afdeling jeugdsentiment: deze CD bevat de complete opnames van The Corals (F), de eerste groep van Hervé Loison, later bij Teddy Best, Mystery Train, Hot Chickens en tot op heden zeer actief als Jake Calypso. The Corals waren een instrumentaal kwartet met twee elektrische gitaren en Hervé Loison op basgitaar dat van 1981 tot 1985 volledig bestond uit prille tieners. De complete output van The Corals, één single en één LP, verscheen op Mac Records, het in 1971 opgerichte artisanale Belgische label van de in 2016 overleden Mac Bouvrie, de immer razend enthousiaste kerel in maatpak die in die dagen op elk rock 'n' roll festival zijn vinylwaren vanuit zijn kraampje aan de man bracht.
De CD opent met de Mac 121 single Crazy Guitar, een onweerstaanbare medium tempo rock 'n' roll boogie die gewoon hetzelfde rondje blijft spelen in steeds verschillende toonaarden. B-kant Coral Rock bood meer van hetzelfde maar sneller in een gelijkaardige stop/start structuur als doch minder rauw en wild dan Rampage van Eddie Angel/ Planet Rockers uit 1981. De Mac 009 LP Rock Corals Rock bevatte 12 instrumentals die erg melodieus waren (Fire For Sale, Southern Memories) en soms aanleunden bij surf (Rollin' Coral Reefs) maar vaker nog terugvielen op variaties op de rock 'n' roll guitar boogie zoals 47 Annequin Stomp, Rattling Boogie, titeltrack Rock Corals Rock, King Of Strings en het dreigende Devil Corals Blues in de stijl van Eddie Cochran's Strollin' Guitar. Inzake instrumentale gitaarmuziek klinkt die hele plaat klassiek omdat dit - bewust of onbewust - exact dezelfde sound heeft als de Franse en Belgische gitaargroepen in het spoor van The Shadows begin jaren '60. Die veertien officiële nummers zijn op deze CD aangevuld met maar liefst 17 onuitgegeven opnames tot een totaal van 31 tracks waaronder twee uptempo instrumentals uit 1983 van dezelfde opnamesessie in Nederland die de single opleverde, Mac's Boogie en Coral's Jump die ook weer de rock 'n' roll boogie spelen als ware het een race circuit. Daarnaast hoort u hier een volledige LP uit 1985 van 13 nummers bedoeld als opvolger voor Rock Corals Rock en helemaal in dezelfde stijl, maar die tweede LP is er nooit gekomen en de tape raakte verloren tot hij recent werd ontdekt in de collectie van een overleden Franse rock 'n' roll verzamelaar. Als extraatje sluit de CD af met twee nagelnieuwe nummers opgenomen door de vier originele Corals in 2020... 35 jaar na datum! Dat maakt de weg vrij voor een live reünie.... Et voilà, het complete werk van een vergeten Franse band netjes op één CD vergezeld van een (in het Frans geschreven) CD booklet van 28 pagina’s boordevol foto’s, ten zeerste aan te raden voor de liefhebbers van Europese gitaarklanken van begin jaren '60. Voor de volledigheid inzake de volledigheid van deze CD nog even meegeven dat er nog één voor de radio opgenomen Walk Don't Run cover spoorloos is, en als wij de berichtgeving ter zake nog enigszins kunnen volgen zouden er intussen ook nog enkele andere vergeten Corals demo’s teruggevonden zijn. Spannend! Ook te koop via Bandcamp en Soundclound, en eind april zou dit moeten verschijnen als dubbel-LP op een gelimiteerde genummerde uitgave van slechts 100 exemplaren met 28 van de 31 CD tracks (drie van de onuitgebrachte nummers ontbreken). Around The Shack is Loison's eigen label. Info www.facebook.com/herveloison1964 (Frantic Franky)

Nostalgia department: this CD contains the complete recordings of The Corals (F), the first group of Hervé Loison, later with Teddy Best, Mystery Train and Hot Chickens and to this very day still very active as Jake Calypso. The Corals were an instrumental quartet with two electric guitars and Hervé Loison on bass guitar, consisting of young teenagers and active from 1981 to 1985. The entire recorded legacy of The Corals, one single and one LP, appeared on Mac Records, the artisanal Belgian label founded in 1971 by Mac Bouvrie, the ever enthusiastic guy in the business suit who sold his vinyl goods from his stall at every rock 'n' roll festival in those days.
The CD opens with the Mac 121 single Crazy Guitar, an irresistible medium tempo rock 'n' roll boogie that just keeps playing the same barsover and over again in ever changing keys. B-side Coral Rock offered more of the same but faster in a stop/start structure similar to yet less raw and wild than Eddie Angel / Planet Rockers' 1981 Rampage. The Mac 009 LP Rock Corals Rock contained 12 instrumentals that were very melodic (Fire For Sale, Southern Memories) and sometimes leaned towards surf (Rollin' Coral Reefs) but more often fell back on variations on the rock 'n' roll guitar boogie such as 47 Annequin Stomp, Rattling Boogie, title track Rock Corals Rock, King Of Strings and the menacing Devil Corals Blues in the style of Eddie Cochran's Strollin' Guitar. As far as instrumental guitar music goes the whole LP sounded classic because - consciously or unconsciously - it has the exact same sound as the French and Belgian guitar groups in the wake of The Shadows in the early sixties. Those fourteen official songs are supplemented on this CD by no less than 17 unreleased recordings making a total of 31 tracks including two uptempo 1983 instrumentals from the same recording session in Holland that produced the single, Mac's Boogie and Coral's Jump, which again play the rock 'n' roll boogie as if it were a race. In addition you hear here a complete 13 track LP from 1985 intended as the successor to Rock Corals Rock and completely in the same style, but that second LP never saw release and the tape was lost until recently discovered in the collection of a deceased French rock 'n' roll fan. As a bonus the CD closes with two brand new songs recorded by the four original Corals in 2020.... 35 years later! This paves the way for a live reunion.... Et voilà, the complete recorded works of a forgotten French band neatly collected on one CD accompanied by a 28 page CD booklet (written in French) chock-full of photos and highly recommended for all lovers of European guitar sounds from the early sixties. For the sake of completeness I have to mention that the CD is not 100 % complete as a Walk Don't Run cover recorded for the radio is still missing, and if we understand the going ons correctly it appears that a few more forgotten Corals demos could have been located in the meantime. Exciting news! This is also available on Bandcamp and Soundclound, and at the end of April it should be released as a double LP in a limited numbered edition of only 100 copies featuring 28 of the 31 CD tracks (three of the unreleased songs are missing). Around The Shack is Loison's own label. Info www.facebook.com/herveloison1964 (Frantic Franky)

17 februari 2021

THINK ME A KISS
Atomicat, ACCD084
English version: see below

Op tijd verschenen voor valentijn maar te laat door ons gerecenseerd (wij waren te druk bezig met tinderen): deze CD, losjes gewijd aan de liefde. Met dat thema kan je uiteraard alle richtingen uit, maar voor u richting nooduitgang rent geven we meteen mee dat de melige ballade hier niet aan de orde is. Een flink deel van de muziek op deze door DJ Mark Armstrong samengestelde CD situeert zich in de zwarte muziek uit het kantelmoment tussen de jaren '50 en de jaren '60, zoals Little Frankie Brunson's opgewekte How Can I Please You met zijn opvallende sax rif, David Gates' uptempo The Happiest Man Alive met violen, Sam Cooke's You Send Me gecoverd door Cornell Gunter van The Coasters voor één keer in een serieuze bui, en Clyde McPhatter's Think Me A Kiss. McPhatter krijgt op de hoes een smakkerd van zijn Atlantic stalgenotes Ruth Brown en LaVern Baker, beide eveneens aanwezig met respectievelijk het supersnelle Hello Little Boy en het A Help Each Other Romance duet met Ben E. King. Daarnaast doet McPhatter het ook met Ruth Brown in het duet I Gotta Have You. Er is uptempo female rock 'n' roll met sax met The Charmers' Oh Yes en The Harris Sisters' Kissin' Bug, een goeie jiver zoals er hier wel meer op staan want jongetje + meisje = dansen en dat kan je op The Sparks' A Cuddle And A Kiss en Murray Schaff & his Aristocrats' Ooh How I Love You. Meisjes die liever strollen kunnen hun gang gaan op I Found My Girl van The Kents. Songs als The Four Marksmen' The Birth Of Love, Sylvester Bradford's I Like Girls, John T. Webster's Gotta Make Love To You, The Squires' Sweet Girl, Stanley Mitchell & the Tornados' Would You Could You en The Tenderfoots' Kissing Bug (hetzelfde beestje als bij The Harris Sisters maar geheel anders uitgevoerd) komen uit de doo-wop, maar 't is heus niet alleen zwarte muziek hier: Sanford Clark laat zich in Ooo Baby eens een keertje van zijn snelle kant horen, Sleepy LaBeef stelt zich in You're So Easy To Love verrassend teder op, en My Steady Baby is blanke boogie bop van de als Rudy Grayzell klinkende Ray Pennington & his Western Rhythm Boys. Het opvallend dromerige My Heart van Vilas Craig & the Vi Counts klinkt zijn tijd ver vooruit voor 1959 en zou je eerder uit midden jaren '60 verwachten!
Ons advies luidt deze CD met 30 minder bekende vrolijke nummers 1954-1960 die niet alleen de liefde maar vooral levenslust bezingen niet voor jezelf te houden maar aan je lief te geven. Je scoort goeie punten én je bent verzekerd van goeie muziek het hele jaar door, niet alleen op valentijn. Info: www.vintagerockinroots.com (Frantic Franky)

 

Released in time for valentine's day but reviewed too late by us (we were too busy tindering) comes this CD loosely devoted to love, a theme that can lead you in any direction, but before you run towards the emergency exit let's make it clear that this CD is not about the romantic ballad. Much of the music here compiled by DJ Mark Armstrong is situated on the tipping point between the 1950s and the 1960s, such as Little Frankie Brunson's upbeat How Can I Please You with its striking sax riff, David Gates' uptempo The Happiest Man Alive with violins, Sam Cooke's You Send Me covered by Cornell Gunter of The Coasters for one time only in a serious mood, and Clyde McPhatter's Think Me A Kiss. On the cover McPhatter gets a big fat kiss from his Atlantic stablemates Ruth Brown and LaVern Baker, both also present with respectively the super fast Hello Little Boy and the A Help Each Other Romance duet with Ben E. King. On top of that McPhatter also does it with Ruth Brown in the duet I Gotta Have You. There's sax led uptempo female rock 'n' roll with The Charmers' Oh Yes and The Harris Sisters' Kissin' Bug, one of several good jivers here as boy + girl = dancing and you can do exactly that on The Sparks' A Cuddle And A Kiss and Murray Schaff & his Aristocrats' Ooh How I Love You. Girls who prefer to stroll can get their kicks on I Found My Girl by The Kents. Songs like The Four Marksmen' The Birth Of Love, Sylvester Bradford's I Like Girls, John T. Webster's Gotta Make Love To You, The Squires' Sweet Girl, Stanley Mitchell & the Tornados' Would You Could You and The Tenderfoots' Kissing Bug (the same little pest as The Harris Sisters' but sang completely different) come straight out of doo-wop land, but it's by no means only black music here: Sanford Clark demonstrates his fast side in Ooo Baby, Sleepy LaBeef is surprisingly tender in You're So Easy To Love, and My Steady Baby is white boogie bop from the Rudy Grayzell sounding Ray Pennington & his Western Rhythm Boys. The strikingly dreamy My Heart by Vilas Craig & the Vi Counts is way ahead of its time for 1959 and sounds like it could be from the mid 1960s!
Our advice is not to keep for this CD with 30 lesser known cheerful songs from 1954-1960 praising not only love but also and moreover the joy of life, for yourself, but to give it to your sweetheart. You will score good points and you are assured of good music all year round, not just on valentine's day. Info: www.vintagerockinroots.com (Frantic Franky)


SHOW AFFECTION: THE TEN COMMANDMENTS OF ROCK 'N' ROLL COMMANDMENT FOUR
Atomicat, ACCD050
English version: see below

Op basis van het hoesje en het tijdstip van verschijnen rekenen wij deze CD tot de valentijn releases, maar als het vierde van de tien rock 'n' roll geboden "show affection" is fronsen wij onze wenkbrauwen, want toen wij onze kleine catechismus deden luidde dat "vader, moeder zult gij eren". Waarschijnlijk is samensteller DJ Mark Armstrong opgegroeid in een andere denominatie. In elk gevallen zagen we allebei het licht en vereren wij enkel en alleen de rock 'n' roll, en deze CD reeks is een mooi offer op dat altaar. Volume 4 biedt 30 tracks 1953-1961, opent met blanke rock 'n' roll in de vorm van de rechtdoor rocker My Little Jewel van Tommy "Jim" Beam & the Four Fifths op het - we kid you not - 100 Proof label en een interessante cover van Peggy Sue door Jackie Walker, twee nummers waarbij de zang niet helemaal synchroon lijkt met de begeleiding. Er is nog meer rechtdoor blank rock 'n' roll geweld met Phil Barclay & the Sliders' Short Fat Ben en Johnny Amelio's Jo Ann Jo Ann, en daartussen zit uitstekend spul verscholen als Sonny Anderson's Yes I'm Gonna Love You. Onbegrijpelijk en zonde dat zo'n solide nummer niet bekender is! Misschien is het wel zo goed omdat het werd geschreven door Johnny en Dorsey Burnette, al namen ze het bij mijn weten nooit zelf op. Naast zwarte jivers als The Flairs' Steppin' Out en Jimmie Lee's That's Fat Jack en strollers als Little Willie John's Take My Love (I Want To Give It All To You) is er veel rockende doo-wop met Roy Teo's Mama Doll, The Del Vikings' Pretty Little Things Called Girls, The Champions' Come On And Love Me, The Five Keys' From The Bottom Of My Heart, The Mellows' Pretty Baby What's Your Name en The Joytones' Gee What A Boy, en aan de andere kant van de balans rockabilly met Burrie Manso & the Bonnivilles' My Woman. Toeval of niet, maar Conway Twitty's zelfgeschreven Hey Miss Ruby uit 1960 heeft wat weg van Ruby Baby van Dion uit 1962, al was dat uiteraard een cover van een nummer van The Drifters uit 1956. Billy & Don Hart's Rock-A-Bop-A-Lina uit 1959 is dan weer in de stijl van Ronnie Self's in 1958 verschenen Bop-A-Lena. Rustiger werk is Ray Ellington's Don't Burn Me Up, Bull Moose Jackson's If You Ain't Lovin' (You Ain't Livin') en Priscilla Bowman's I Ain't Givin' Up Nothin'. De big beat is in kundige handen met The Jodimars' Boom Boom My Bayou Baby, Johnny Devlin's I'm Gonna Love You is een early sixties Buddy Holly cloon, en voor de betere teen rock zorgt de immer betrouwbare Narvel Felts met Cutie Baby. Dale Hawkins koppelde in 1959 in het ook van Fats Domino bekende Liza Jane een Bo Diddley beat aan New Orleans rock 'n' roll en merkwaardigerwijze ook aan een erg sixties gerichte gitaargroove, en al even buiten de platgetreden akkoorden treden Dave Rich's Rosie Let’s Get Cozy, Robert Luke Harshman's Love Whatcha' Doin' To Me en de soulvolle blues stomper Get Your Clothes And Let's Go van Crown Prince Waterford. Het tegenovergestelde zijn enkele grote klassiekers als Jimmie Rodgers' Kisses Sweeter Than Wine, Bobby Rydell's variété rocker Wild One en Glen Glenn's melodieuze rockaballad Laurie Ann.
Voor elk wat wilsch, en het meeste daarvan is meer dan gemiddeld goed! Info: www.vintagerockinroots.com (Frantic Franky)

 

On the basis of the cover picture and time of release we count this among the valentine's day releases, but if the fourth of the ten rock 'n' roll commandments is "show affection" we frown, because when we went to sunday school we learned it was "thou shalt honor thy father and mother " Probably compiler DJ Mark Armstrong grew up in a different denomination. In any case both of us saw the light and worship only rock 'n' roll, and this CD series is a nice offering on that altar. Volume 4 offers 30 tracks 1953-1961, opening with white rock 'n' roll in the form of the straight ahead rocker My Little Jewel by Tommy "Jim" Beam & the Four Fifths on the - we kid you not - 100 Proof label and an interesting cover of Peggy Sue by Jackie Walker, two songs where the vocals don't seem quite in sync with the accompaniment. There's more straight ahead white rock 'n' roll violence with Phil Barclay & the Sliders' Short Fat Ben and Johnny Amelio's Jo Ann Jo Ann, and tucked in between is excellent stuff like Sonny Anderson's Yes I'm Gonna Love You. It's both incomprehensible and a shame that such a solid song isn't better known! Maybe it's so good because it was written by Johnny and Dorsey Burnette, though to my knowledge they never recorded it themselves. Besides black jivers like The Flairs' Steppin' Out and Jimmie Lee's That's Fat Jack and strollers like Little Willie John's Take My Love (I Want To Give It All To You) the CD offers a lot of rockin' doo-wop with Roy Teo's Mama Doll, The Del Vikings' Pretty Little Things Called Girls, The Champions' Come On And Love Me, The Five Keys' From The Bottom Of My Heart, The Mellows' Pretty Baby What's Your Name and The Joytones' Gee What A Boy, and on the other side of the balance rockabilly with Burrie Manso & the Bonnivilles' My Woman. Coincidence or not, but Conway Twitty's 1960 self-written Hey Miss Ruby is a bit like Dion's 1962 Ruby Baby, though of course that was a cover of a 1956 song by The Drifters. Billy & Don Hart's 1959 Rock-A-Bop-A-Lina is on the other hand in the style of Ronnie Self's 1958 release Bop-A-Lena. More calm is Ray Ellington's Don't Burn Me Up, Bull Moose Jackson's If You Ain't Lovin' (You Ain't Livin') and Priscilla Bowman's I Ain't Givin' Up Nothin'. The big beat is in capable hands with The Jodimars' Boom Boom My Bayou Baby, Johnny Devlin's I'm Gonna Love You is an early sixties Buddy Holly clone, and the ever reliable Narvel Felts provides quality teen rock with Cutie Baby. In 1959 Dale Hawkins coupled a Bo Diddley beat with New Orleans rock 'n' roll to Liza Jane, a song we also know from Fats Domino, topping it off with a very sixties oriented guitar groove.Equally off the beaten track are Dave Rich's Rosie Let's Get Cozy, Robert Luke Harshman's Love Whatcha' Doin' To Me and the soulful blues stomper Get Your Clothes And Let's Go by Crown Prince Waterford. The opposite are a couple of great classics like Jimmie Rodgers' Kisses Sweeter Than Wine, Bobby Rydell's variety rocker Wild One and Glen Glenn's melodic rockaballad Laurie Ann.
There's something for everyone here, and most of it is above average! Info: www.vintagerockinroots.com (Frantic Franky)

10 februari 2021

CD Recensies

CRYING IN MY BEER 1961-1962/ JACK SCOTT
Jasmine, JASCD1115
English version: see below

Voor een rock ‘n’ roll held heeft de in 2019 overleden Jack Scott, een van de coolste Italo-Amerikanen ooit, bijzonder weinig rock 'n' roll opgenomen. Maar wát voor rock 'n' roll! Niemand zal het ons kwalijk nemen als wij Jack Scott een balladeer gespecialiseerd in sfeervolle melodramatische mini-operettes noemen, want weinigen konden zo traag en ingetogen intrieste nummers vertolken, met die verfijnde dictie en dat moeiteloos glijden tussen de toonhoogtes van laag naar hoog, met een gesproken tussenstuk en een knik in de empathische stem alsof ie op het punt staat finaal de pedalen te verliezen, meestal met gebromde backing vocals erachter en vaak met een onderhuids dreigend, broeierig randje (Grizzly Bear), als een op uitbarsten staande vulkaan. De 24 track CD bevat Scott's complete Capitol opnames, maar niet zijn voor Top Rank opgenomen nummers als Burning Bridges en What In The World's Come Over You die op Capitol verschenen toen dat label in 1961 zijn Top Rank contract overnam. Snelle nummers zijn Now That I met een bijna Roy Orbison arrangement met strijkers en een James Burton-achtige country leadgitaar, voor Jack Scott typische strolls als Strange Desire, One Of These Days en Meo Myo, en perfect popwerk als Steps One And Two, Cry Cry Cry, You Only See What You Wanna See, Sad Story en I Can't Hold Your Letters (In My Arms). Dat hier echter meer trage dan snelle nummers op staan komt niet als een verrassing voor wie thuis is in het werk van Jack Scott. Tragische trage nummers en ballades zijn het van strijkers voorziene If Only en A Little Feeling (Called Love) en de één tegel schuifelaars My Dream Come True en The Part Where I Cry. Eigen aan de periode waarin deze nummers werden opgenomen is de countrywind die door songs als Green Green Valley, Laugh And The World Laughs With You, Strangers en All I See Is Blue waait. Er was maar één Jack Scott en de songs hier zijn uit duizenden te herkennen perfectionistisch Jack Scott materiaal, maar géén Leroy's, The Way I Walk's of Geraldine's. Wel krijg je zes oorspronkelijk onuitgebrachte songs: een alternatieve A Little Feeling (Called Love) en If Only (het verschil zit 'em in de achtergrond arrangementen), de easy listening country ballade Fancy Meeting You Again, het bluesy Go Away From Here (Cryin' In My Beer) dat ondanks het volledig uitgewerkte arrangement door de mindere geluidskwaliteit in vergelijking met de rest van het album klinkt als een uit de vuilbak geredde demo, en het uptempo True True Love in twee significant verschillende uitvoeringen. Voor wie een zwak heeft voor de betere ballades is dit kwaliteit gegarandeerd, en het staat in je CD kast perfect naast Jasmine's 64 tracks tellende Jack Scott dubbel-CD Touch Me Baby, I Go Hog Wild 1957-1960 (JASCD178). Info: www.jasmine-records.co.uk (Frantic Franky)

For a rock 'n' roll hero Jack Scott, one of the coolest Italo-Americans to ever walk the face of the earth, recorded surprisingly little rock 'n' roll, but the rock 'n' roll he did record remains stellar. No one is going to want to kill us for calling Jack Scott a balladeer specializing in atmospheric melodramatic mini-operettas, as few singers could interpret sad story songs so slowly and reflective, with that refined diction and that effortless glide between the low and the high registers, a spoken interlude and a empathic voice on the verge of breaking as if he was about to finally lose his sanity, usually with hummed doo-wop backing vocals and often with a underlying threatening, brooding edge (Grizzly Bear), like a volcano that's going to erupt. The 24 track CD contains Scott's complete Capitol recordings, but not the songs recorded for Top Rank like Burning Bridges and What In The World's Come Over You that were released by Capitol when they took over his Top Rank contract in 1961. Uptempo songs are Now That I with an almost Roy Orbison arrangement with strings and a James Burton-like countryfied lead guitar, typical Jack Scott strolls like Strange Desire, One Of These Days and Meo Myo, and perfect pop material like Steps One And Two, Cry Cry Cry, You Only See What You Wanna See, Sad Story and I Can't Hold Your Letters (In My Arms). Yet it should not come as a surprise to those who are familiar with Scott's work that the CD contains more slow than fast songs. Tragic ballads include If Only and A Little Feeling (Called Love) with strings and the one tile slows My Dream Come True and The Part Where I Cry. Typical for the time frame in which these songs were recorded is the country wind that permeates songs like Green Green Valley, Laugh And The World Laughs With You, Strangers and All I See Is Blue. There was only one Jack Scott and the material collected here is instantly recognisable perfectionist Jack Scott stuff, but no Leroy's, The Way I Walk's or Geraldine's. We do get six originally unreleased songs however: an alternative A Little Feeling (Called Love) and If Only (the difference is in the background arrangements), the easy listening country ballad Fancy Meeting You Again, the bluesy Go Away From Here (Cryin' In My Beer) which despite the fully worked out arrangement sounds like a demo rescued from the trash can due to the inferior sound quality as compared to the rest of the album, and the uptempo True True Love in two significantly different versions. Those of you who like quality ballads will dig what this CD has to offer, and it continues the Jack Scott story where Jasmine's 64 track Jack Scott double CD Touch Me Baby, I Go Hog Wild 1957-1960 JASCD178 left off. Jack Scott passed away in 2019. Info: www.jasmine-records.co.uk (Frantic Franky)


ROCKS/ CLARENCE "GATEMOUTH" BROWN
Bear Family, BCD 17537
English version: see below

Clarence "Gatemouth'" Brown, dat is toch een bluesman? Heeft de Texaanse gitarist die zich vanaf zijn comeback in de jaren '70 tot zijn dood aan longkanker in 2005 middels een hele reeks albums niet vast liet pinnen op één genre door probleemloos country, jazz, cajun en calypso in zijn gitaarspel te verwerken dan genoeg rock 'n' roll opgenomen om een CD in Bear Family's Rocks reeks te rechtvaardigen?
De CD focust op het uptempo materiaal uit zijn vroegste werk opgenomen van 1947 tot 1960 (het funky Slop Time, de blues viool van Just Before Dawn) voor Aladdin en Peacock, en opent met het instrumentale Okie Dokie Stomp, uiterst geslaagde gedreven rhythm 'n' blues swing met een goeie backbeat en uiteraard de elektrische gitaar in de hoofdrol, maar ook voorzien van een heel leger blazers die achter die gitaar aanhollen. Het vocale Baby Take It Easy koppelt een knetterende gitaar aan een boogie piano, en die twee openingsnummers vormen de blauwdruk voor de hele CD. Wat volgens de boekjes "naoorlogse elektrische Texaanse blues" is noemen wij echter gewoon rhythm 'n' blues rock 'n' roll met innovatief gitaarwerk beïnvloed door maar onvoorspelbaarder dan T-Bone Walker, voortgestuwd door blazers en gekruid door piano (Pale Dry Boogie, I Live My Life, Mary Is Fine, You Got Money). Slechts één nummer draagt het woordje "rock" in de titel, Rock My Blues Away uit 1955, maar ook de tragere en meer bluesy nummers als Without Me Baby blijven swingen door de blazers. Medium tempo werk als Too Late Baby, Just Got Lucky en Boogie Rambler of een sax instrumental als Ain't That Dandy horen eerder thuis in de boogie woogie, maar zoals gebruikelijk vloeien al die genres in elkaar over tot een stomende supersnelle instro als Gate Walks To Board waar menig gitarist nog een aardig stukje van kan opsteken. Brown's She Walk Right In werd zo'n beetje een bluesboogie classic, de instrumental Boogie Uproar werd in 1980 tussen alle Gene Vincent door gecoverd door The Blue Cats op hun eerste LP, en That's Your Daddy Yaddy Yo werd gecoverd door The Paladins. Echte rock 'n' roll is dit allemaal niet, maar voor rhythm 'n' blues swing rockt dit zeker niet onaardig en al zijn snelle nummers bij elkaar vormen een gedroomde initiatie voor nieuwkomers. Die enkele trage bluesnummers als Gate's Salty Blues met mondharmonica, Dirty Work At The Crossroads en Depression Blues neem ik er graag bij. En moest je deze pionier van de elektrische bluesgitaar nog niet kennen, je leest alles over hem in het luxe CD booklet van 34 pagina’s. Info: www.bear-family.com (Frantic Franky)
 

Isn't Clarence "Gatemouth'" Brown a blues artist? So is the Texas guitarist who on a series of albums since his comeback in the 1970s until his death from lung cancer in 2005 effortlessly incorporated so much country, jazz, cajun and calypso into his guitar playing that he couldn't be pinned down to one genre rock 'n' roll enough to justify a CD in Bear Family's Rocks series? The CD spotlights the uptempo material from his earliest work recorded between 1947 and 1960 (the funky Slop Time, the blues fiddle of Just Before Dawn) for Aladdin and Peacock, opening with the instrumental Okie Dokie Stomp, merciless rhythm 'n' blues swing with a strong backbeat and of course the electric guitar up front, but also featuring a whole army of horns chasing that guitar. The vocal Baby Take It Easy pairs fireworks on the guitar with a boogie piano, and those two opening tracks are pretty much the blueprint for the entire CD. What is officially labeled "postwar electric Texas blues" we on the other hand simply call rhythm 'n' blues rock 'n' roll with innovative guitar work influenced by but more unpredictable than T-Bone Walker, propelled by horns and spiced up with piano (Pale Dry Boogie, I Live My Life, Mary Is Fine, You Got Money). Only one song bears the word "rock" in its title, 1955's Rock My Blues Away, but even the slower and more bluesy songs like Without Me Baby swing thanks to the horns. Medium tempo material like Too Late Baby, Just Got Lucky and Boogie Rambler or a sax instrumental like Ain't That Dandy are more boogie woogie, but as usual all those genres blend to culminate in a steamy super fast instro like Gate Walks To Board that can still teach many a guitarist a thing or two. Brown's She Walk Right In became something of a blues boogie classic, the instrumental Boogie Uproar was covered in between all the Gene Vincent stuff by The Blue Cats on their first LP in 1980, and That's Your Daddy Yaddy Yo was covered by The Paladins. Technically none of this is real rock 'n' roll but as far as rhythm 'n' blues swing goes this certainly rocks a long way, and all his fast songs together on one CD are the perfect introduction for newbies, if you don't mind a couple of slow blues numbers like Gate's Salty Blues with harmonica, Dirty Work At The Crossroads and Depression Blues. And if you don't know this pioneer of the electric blues guitar yet, you can read all about him in the deluxe 34 page CD booklet.
Info: www.bear-family.com (Frantic Franky)


As, Bs, HITS AND RARITIES 1958-1962/ THE SHIRELLES
Jasmine, JASCD1053
English version: see below

The Shirelles staan in de rangorde der meidengroepen op dezelfde hoogte als enerzijds The Chiffons en The Shangri-Las en anderzijds de Phil Spector groepen als The Ronettes en The Crystals, met dien verstande dat The Shirelles eerst waren. Met Will You Love Me Tomorrow (de eerste Billboard Hot 100 nummer 1 van een zwarte meidengroep) en Soldier Boy hebben ze twee klassiekers op hun naam staan, maar ook Tonight's The Night, Mama Said, hun Five Royales cover Dedicated To The One I Love en hun door niemand minder dan The Beatles gecoverde Boys zijn veel meer dan voetnoten in het grote boek van de popgeschiedenis. En Please Be My Boyfriend kent u misschien als Please Be My Girlfriend van The Jets!
Deze CD met een royale 32 tracks (ter vergelijking: er zijn driedubbele Shirelles CDs met in totaal... 36 nummers!) opent met hun debuutsingle I Met Him On A Sunday/ I Want You To Be My Boyfriend en bevat met beide kantjes van al hun singles tot en met 1962 een ruime selectie uit hun output. Alleen al de omvang van die output wijst er op dat The Shirelles goed waren, anders blijven de platenfirma’s er geen geld inpompen, zo eenvoudig is dat. Muzikaal valt dan ook weinig aan te merken op hun popstijl die overduidelijk gebaseerd is op doo-wop, invloed die je hoort in nummers als My Love Is A Charm, Slop Time en Stop Me, maar merkwaardig genoeg ook vaak onopvallend teruggreep naar Braziliaanse ritmes. Stylistisch wordt hun zangstijl gekenmerkt door een combinatie van romantische overgave, verlangen en breekbare, naïeve onschuld (deels een gevolg van het feit dat ze soms een heel klein beetje vals zongen), in schrille tegenstelling tot de sexuele thematiek en geladenheid van sommige van hun songs. Naarmate de jaren vorderen wordt hun muziek meer pop gericht met de toevoeging van bijvoorbeeld trompetten (Blue Holiday) maar vooral violen (Twenty-One, The Dance Is Over), wat vaak een Drifters effect geeft (What A Sweet Thing That Was, A Thing Of The Past, Stop The Music). Hou er dus rekening mee dat pakweg de helft van deze CD popmuziek is. The Shirelles brachten tot 1965 zo'n 40 singles en acht LP’s uit en je kan dus blijven zeuren dat jouw favorieten er niet op staan (ik had graag een paar van hun twist nummers gehoord) maar een mens kan niet alles hebben in dit leven. Laat het u inspireren tot het verder exploreren van The Shirelles! Voor zover wij weten zijn anno 2021 nog twee originele Shirelles, Shirley Owens alias Shirley Alston Reeves en Beverly Lee, actief in twee verschillende Shirelles groepen.
Info: www.theshirelles.com en www.jasmine-records.co.uk (Frantic Franky)
 

In the girl group pecking order The Shirelles are on the same level as on the one hand The Chiffons and The Shangri-Las and on the other hand the Phil Spector groups like The Ronettes and The Crystals, except that The Shirelles were first. With Will You Love Me Tomorrow (the first Billboard Hot 100 number 1 by a black girl group) and Soldier Boy they have two classics to their name, but also Tonight's The Night, Mama Said, their Five Royales cover Dedicated To The One I Love and their Boys which was covered by none other than The Beatles are much more than footnotes in the encyclopedia of pop history. This CD with a generous 32 tracks (for comparison: there are triple Shirelles CDs available with a total of.... 36 tracks!) opens with their debut single I Met Him On A Sunday / I Want You To Be My Boyfriend and contains both sides of all their 45s up to 1962, an impressive selection from their output. The sheer volume alone of that output already proves that The Shirelles were good, otherwise the record companies wouldn't keep pumping money into them, simple as that. That means that musically there is little to fault in their pop style clearly based on doo-wop, an influence heard in songs like My Love Is A Charm, Slop Time and Stop Me, but curiously enough also often unobtrusively rooted in Brazilian rhythms. Stylistically their singing style is characterized by a combination of romantic surrender, longing and fragile, naive innocence (partly a result of the fact that they sometimes sang a tiny bit out of tune), in stark contrast to the underlying sexual themes and messages of some of their songs. As the years progress their music becomes more pop oriented with the addition of for example trumpets (Blue Holiday) but especially violins (Twenty-One, The Dance Is Over) which often gives a Drifters effect (What A Sweet Thing That Was, A Thing Of The Past, Stop The Music), so keep in mind that roughly half of this CD is pop music. The Shirelles released some 40 singles and eight LP’s up to 1965 and therefor it's easy to complain that not all of your favorites are on here (I would have loved to hear some of their twist songs) but you can't have everything in this life. Let it inspire you to further explore The Shirelles! As far as we know two original Shirelles, Shirley Owens aka Shirley Alston Reeves and Beverly Lee, are still active in two different Shirelles groups.
Info: www.theshirelles.com en www.jasmine-records.co.uk (Frantic Franky)


DON'T FENCE ME IN/ DICK CURLESS
Jasmine, JASMCD3769
English version: see below

De in 1995 aan maagkanker overleden Dick Curless, de zanger met het piratenooglapje (hij was deels blind in zijn rechteroog), was in de tweede helft van de jaren '60 een van de belangrijkste vertegenwoordigers van de truckin' country met als bekendste nummer A Tombstone Every Mile uit 1965, de grootste van zijn in totaal 22 Billboard Top 40 hits. Zijn carrière begon evenwel al 15 jaar vóór A Tombstone Every Mile, want hij maakte zijn eerste opnames in 1950 als lid van de groep The Trail Riders. Die minstens één 78 toeren plaat staat niet op deze CD met zijn "early recordings 1956-1960", in concreto zijn eerste twee solo singles uit 1956-1957 en zijn eerste twee LP’s, Songs Of The Open Country en Singing Just For Fun uit 1960 die integraal op de CD staan. Een derde LP uit 1960, de gospelplaat I Love To Tell The Story, staat er niét op. Die twee LP’s bestaan volledig uit covers en traditionals en een aantal van de songs kennen we uit de rock 'n' roll en de rockabilly: Crawdad Song is goeie uptempo country, Rock Island Line kennen we van Johnny Cash maar leunt bij Dick Curless meer aan bij Lonnie Donegan's skiffle versie, Rovin' Gambler is niet onbekend van The Everly Brothers en de killer versie van Marvin Rainwater, Little Liza Jane is ook gedaan door Fats Domino, en Red River Valley was uiteraard de inspiratie voor Johnny & the Hurricanes' instrumental Red River Rock. Bij Dick Curless hebben ze logischerwijs allemaal een country inslag. Bekende country covers zijn Don't Fence Me In, Buffalo Gal, San Antonio Rose, High Noon, Home On The Range, het van Hawaiiaanse steel voorziene On Top Of Old Smokey en een sympathiek uptempo Big Rock Candy Mountain. De minder bekende songs passen naadloos in het beeld van de zingende cowboy, net als de single The Streets Of Laredo/ The Foggy Foggy Dew uit 1956 die helemaal in dezelfde stijl is, in tegenstelling tot het erg knappe medium tempo China Nights uit 1957 dat stilistisch afwijkt van de rest van de CD, terwijl B-kant Blues In My Mind zelfs al richting uptempo countryrock en daarmee ook richting rock 'n' roll gaat. Wat jammer genoeg ontbreekt is de eveneens uit 1957 daterende single met de country boppin' Merle Travis cover Nine Pound Hammer, met op de B-kant You Never The Water (Till The Well Runs Dry) dat hoewel in de stijl van deze CD ligt toch meer bluesy klinkt. Ook een single uit 1960 met covers van de country songs I Dreamed Of A Hillbilly Heaven en Deck Of Cards ontbreekt. De CD wordt gekenmerkt door Curless' welluidende diepe stem à la Junior Brown en zijn vriendelijk vlotte, kalme melancholische interpretatie. Als je in een slechte bui bent zou je kunnen aanvoeren dat alle 28 tracks zo gelijkaardig zijn dat ze in één sessie opgenomen lijken, maar dat is uiteraard detailkritiek: als je dit goed vindt krijg je er niet genoeg van. Ik vind het goed, maar wegens meer trage dan snelle nummers vooral in de categorie rustige zondagochtend muziek. Info: www.jasmine-records.co.uk (Frantic Franky)

 
Dick Curless, who died of stomach cancer in 1995, is the singer with the pirate eye patch (he was partially blind in his right eye) who became one of the most important representatives of truckin' country in the second half of the 1960s, with 1965's A Tombstone Every Mile as the biggest of his 22 Billboard Top 40 hits. But Curless' career began 15 years before A Tombstone Every Mile. He made his first recordings as a member of the Trail Riders in 1950, but this at least one 78 RPM is not on this CD with his "early recordings 1956-1960" which contains his first two solo singles from 1956-1957 and his first two LP’s, Songs Of The Open Country and Singing Just For Fun, both from 1960 and included on the CD in their entirety. A third LP from 1960, the gospel album I Love To Tell The Story, is not included. Those two LP’s were made of only covers and traditionals and a number of the songs are familiar to rock 'n' roll and rockabilly fans: Crawdad Song is good uptempo country, Rock Island Line we know from Johnny Cash while Dick Curless leans more towards Lonnie Donegan's skiffle version, Rovin' Gambler is familiar from The Everly Brothers and Marvin Rainwater's killer version, Little Liza Jane was also done by Fats Domino, and Red River Valley was of course the inspiration for Johnny & the Hurricanes' instrumental Red River Rock. Dick Curless' versions logically lean more towards country. Familiar country tunes include Don't Fence Me In, Buffalo Gal, San Antonio Rose, High Noon, Home On The Range, the Hawaiian steeled On Top Of Old Smokey and a sympathetic uptempo Big Rock Candy Mountain. The lesser known songs seamlessly fit the image of the singing cowboy, as does the single The Streets Of Laredo / The Foggy Foggy Dew from 1956 in the same style. The very nice medium tempo China Nights from 1957 stylistically differs from the rest of the CD, while B-side Blues In My Mind even goes in the direction of uptempo country rock and thus also veers towards rock 'n' roll. Unfortunately missing is his 1957 single with the country boppin' Merle Travis cover Nine Pound Hammer, with on the B-side You Never The Water (Till The Well Runs Dry) that, although in the style of the CD, sounds more bluesy. A 1960 single with covers of the country tunes I Dreamed Of A Hillbilly Heaven and Deck Of Cards is also absent. The CD is characterized by Curless' fine sounding deep voice à la Junior Brown and his friendly smooth, calm melancholy interpretation. If you're in a bad mood you might argue that all 28 tracks sound so similar that they seem to have been recorded in one session, but that's obviously detail criticism: if you like this you won't get enough of it. I like it, but because there's more slow than fast songs mostly in the category of quiet Sunday morning music. Info: www.jasmine-records.co.uk (Frantic Franky)


THAT’LL FLAT GIT IT Vol. 37:
ROCKABILLY & ROCK ‘N’ ROLL FROM THE VAULTS OF CAPITOL RECORDS

Bear Family, BCD 17606
English version: see below

Hé, waar is Volume 36 gebleven? We hebben 'em niet gemist, dus het zal wel iets met rechten te maken hebben. Het is immers niet de eerste keer dat er sprongetjes worden gemaakt in de nummering van deze Bear Family reeks omdat er nog rechten dienen gecleared: de voorlopige releasedatum voor Volume 36 is nu 5 maart en die CD zal gewijd zijn aan TNT Records. De CD die nu voor ons ligt is de tweede CD in de multi label reeks gewijd aan Capitol Records (de eerste was Volume 3 in 1992!), sinds de jaren '40 het grootste en belangrijkste label aan de Amerikaanse westkust en beschikkend over state of the art studios, wat er samen voor zorgde dat wat hier niet alleen aan rock 'n' roll maar aan alle muziekgenres werd opgenomen kwalitatief niets te kort kwam: Capitol was geen klein primitief labeltje gevestigd in een achterkamertje met een bezemhok als opnamestudio waar de plaatselijke boerenlullen op een verloren maandag tussen de soep en de aardappelen door hun ding mochten komen doen. De twee rockabilly troefkaarten van Capitol: Gene Vincent en Wanda Jackson.
De CD begint met Bessie Baby, een goeie doch vergeten op de brede tienermarkt mikkende rocker uit 1958 maar géén When I Found You van Jerry Reed, jawel, dé Jerry Reed die Guitar Man zou schrijven voor Elvis en in de Smokey And The Bandit films zou meespelen. Ook op de CD: Reed's origineel van het door The Paladins gecoverde You Make It They Take It. Meer van dat soort consumptievriendelijke rock 'n' roll is Darrell McCall's (What'll I Do) Call The Zoo met Hank Garland op gitaar, Ronnie & Roy's Big Fat Sally, Gary Von Ilg's Early Next Mornin', Bobby Louis' Cell Of Love (zijn Adult Western is een rocker die refereert naar de Lone Ranger), Kenny Loran die in het door The Louvin Brothers geschreven maar bij mijn weten - correct me if I'm wrong - nooit door hen opgenomen Top Man zijn beste Tommy Sands bovenhaalt, en Tommy Sands zelf met het krachtdadige I Ain't Gittin' Rid Of You en het al even bluesy Is It Ever Gonna Happen. Bij Capitol vonden veel (soms later) bekende namen onderdak, bijvoorbeeld de pure rockabilly van Skeets McDonald's You're There met Joe Maphis op gitaar, Wanda Jackson's Baby Loves Him en haar monster bopper Honey Bop ook met Joe Maphis op gitaar, Gene Vincent's Flea Brain en zijn nog steeds indrukwekkende Cat Man, Rose Maddox met een pittig Move It On Over, Jack Scott met zijn dreigende Grizzly Bear en de stroll One Of These Days, The Jodimars' Bill Haley imitatie Natural Natural Ditty en hun nog steeds jubelende Well Now Dig This, Bob Luman met het brave Everybody's Talkin', Rudy "Tutti" Grayzell toen hij nog Rudy Gray heette met de country stomper You Better Believe It, de latere countryster Del Reeves met het brave Baby I Love You (zijn My Baby Loves To Rock 'n' Roll met Buck Owens op gitaar is een knap staaltje uptempo memphisbilly), de heel anders als bij Elvis klinkende Jordanaires' met hun strollende origineel van Sugaree drie jaar vóór Rusty York, en Hank Thompson's honky tonk classic A Six Pack To Go met Merle Travis op gitaar. Ja, elke countryzanger deed wel zijn duit in het rockabilly zakje om een graantje mee te pikken, zelfs de geheel onverdachte Hank Thompson wiens Lost John, country met een backbeat en boogie woogie piano, heel rockabilly geïnspireerd is. En wie had gedacht dat de zoetgevooisde Sonny James ooit een rockabilly nummer opnam, het rustige maar knappe I Can't Stop Loving You (niet het Ray Charles nummer), terwijl de latere country gitarist Roy Clark hier een voor 1962 verrassend zwart rockende cover van Ruth Brown's As Long As I'm Movin' ten berde brengt. En als je denkt dat daar niets meer aan toe te voegen is, dan krijg je er bovenop nog Johnny Fallin's duister-exotische Wild Streak, Ray Stanley's bijna parodistische Let's Get Acquainted, hillbily bop met Billy Strange's Let Me In There Baby en mysterieuze big band bop met Bob Roubian's Here Comes The Train.
That'll Flat Git It blijft ook na 35 volumes een knappe reeks en het muzikale niveau blijft hoogstaand, om nog maar te zwijgen van de verzorgde uitgave, een digipack met een geïllustreerd booklet van 34 pagina’s met track per track achtergrondinformatie. Info: www.bear-family.com (Frantic Franky)
 

Hey, what happened to Volume 36? We didn't miss out on it so it must have something to do with the rights. It's not the first time there have been jumps in the numbering of this Bear Family series because rights still had to be cleared. The tentative release date for Volume 36 is now March 5 and that CD will be dedicated to TNT Records. The CD we're holding now is the second CD in this multi label series dedicated to Capitol Records (the first was Volume 3 in 1992! ), since the 1940s the biggest and most important label on the American west coast with state of the art studios, which ensured the high quality of not only the rock 'n' roll but all music genres recorded at Capitol: Capitol was not a small primitive label located in a back office with a broom closet serving as the recording studio for local hicks doing their rusty thing on a blue monday in between delivering a calf and milking the cows. Capitol's two rockabilly trump cards: Gene Vincent and Wanda Jackson. The CD kicks off with Bessie Baby, a decent but forgotten rocker from 1958 but no When I Found You from Jerry Reed, indeed the very same Jerry Reed who would write Guitar Man for Elvis and star in the Smokey And The Bandit movies. Also on this CD: Reed's original of the Paladins covered You Make It They Take It. More consumer friendly rock 'n' roll is Darrell McCall's (What'll I Do) Call The Zoo featuring Hank Garland on guitar, Ronnie & Roy's Big Fat Sally, Gary Von Ilg's Early Next Mornin', Bobby Louis' Cell Of Love (his Adult Western is a rocker about the Lone Ranger), Kenny Loran channeling his best Tommy Sands in Top Man written but to my knowledge - correct me if I'm wrong - never recorded by The Louvin Brothers, and Tommy Sands himself with the powerhouse I Ain't Gittin' Rid Of You and the equally bluesy Is It Ever Gonna Happen. At Capitol many (sometimes future) famous names found shelter, for example the pure rockabilly of Skeets McDonald's You're There featuring Joe Maphis on guitar, Wanda Jackson's Baby Loves Him and her monster bopper Honey Bop also with Joe Maphis on guitar, Gene Vincent's Flea Brain and his still impressive Cat Man, Rose Maddox with a snappy Move It On Over, Jack Scott with his menacing Grizzly Bear and the stroll One Of These Days, The Jodimars' Bill Haley imitation Natural Natural Ditty and their jubilant Well Now Dig This, Bob Luman with a civilised Everybody's Talkin', Rudy "Tutti" Grayzell when his name was still Rudy Gray with the country stomper You Better Believe It, the future country star Del Reeves with the civilised Baby I Love You (his My Baby Loves To Rock 'n' Roll featuring Buck Owens on guitar is a fine piece of uptempo memphisbilly), the very different from Elvis sounding Jordanaires' strolling original of Sugaree three years before Rusty York, and Hank Thompson's honky tonk classic A Six Pack To Go featuring Merle Travis on guitar. Yes, every country singer tried his best to get his piece of the rock 'n' roll pie, even the above any suspicion Hank Thompson whose Lost John, country with a backbeat and boogie woogie piano, is very rockabilly inspired. And who would have thought that velvet voiced Sonny James ever recorded a rockabilly song, the quiet but impressive I Can't Stop Loving You (not the Ray Charles song), while future country guitarist Roy Clark performs a for 1962 surprisingly black rocking cover of Ruth Brown's As Long As I'm Movin'. And if you think there's nothing more to add, on top of that you get Johnny Fallin's dark exotic Wild Streak, Ray Stanley's almost parodic Let's Get Acquainted, hillbily bop with Billy Strange's Let Me In There Baby and mysterious big band bop with Bob Roubian's Here Comes The Train. After more than 35 volumes That'll Flat Git It is still an exemplary series and the musical level remains high, not to mention the quality of the releases themselves, a handsome digipack with an illustrated 34-page booklet with track-by-track annotation. Info: www.bear-family.com (Frantic Franky)


GET 'EM OFF
Jasmine, JASMCD 3184
English version: see below

Striptease: de edele kunst op een verleidelijke manier je kleren uit te doen zonder die als een berg rommel op de grond te laten liggen, dat alles op muziek. Er zijn al eerdere striptease "soundtrack" CD’s geweest maar er kunnen er nooit te veel zijn, want er kunnen nooit genoeg kleren uitgedaan worden. Striptease behoort te gebeuren op zwoele en kreunende rhythm 'n' blues, big band en jazz saxofoonstoten, en die hoort u op deze CD in ruime mate, waarbij het jammer is dat de samenstellers zich in deze politiek correcte Me Too tijden menen te moeten - weliswaar enigszins tongue-in-cheek - indekken tegen mogelijke beschuldigingen van vrouwonvriendelijkheid. Het is ver gekomen, zei hij hoofdschuddend.
Get 'Em Off opent met The Stripper van David Rose uit 1958 dat in 1962 een hit werd, een titel die u misschien niets zegt maar het is wel degelijk de bekendste striptease instrumental aller tijden: hoor deze big band saxofoons en dat gebeuk op de pauken en je ziet de kledingstukken zo je neus voorbij vliegen. Er kan op TV geen showballet zijn of dit nummer passeert en als ze in de film een striptease nummer nodig hebben is het 99 van de 100 keer deze. Van hetzelfde laken een natte broek zijn Noble "Thin Man" Watts' Easy Going Part 1, Sam "The Man" Taylor's Real Gone en Sonny Lester's Shivas Regal, For Strippers Only, Bumps And Grinds en Blues To Strip By (geen blues maar big band swing), maar ook gewone sax honkers als Big Jay MacNeely's Cherry Smash en zijn tekenfilmachtige Let's Split, en Buddy Lucas's Big Bertha. In Ernie Freeman's uptempo Night Train is de hoofdrol daarentegen weggelegd voor het orgel. Slechts vier van de in totaal 28 tracks zijn gezongen en die zijn alle vier redelijk bekend: Joe Liggins' The Honeydripper, Cab Calloway's Minnie The Moocher, The Coasters' Three Cool Cats en Little Willie John's originele versie van Fever. Geen enkele daarvan is op zich in sé een striptease nummer, maar wie echt wil strippen kan dat natuurlijk op alles. Ook bekend is Harlem Nocturne, hier in een versie van Johnny Otis die niets te maken heeft met zijn rock 'n' roll werk. Een echt rock 'n' roll nummer is de uitstekende uptempo stroll Take It Off van The Genteels, en nog Vegas Grind is Noble "Thin Man" Watts' Hot Tamales. Zijn Pig Ears And Rice, Buddy Lucas' Let's Go en Big Jay McNeely's Deacon's Groove hebben een wat tragere, meer bluesy benadering, maar een nummer als Sonny Lester's Lament heeft meer met detective swing noir of in het geval van Bobby Summers' Pad met spy surf te maken. Sonny Lester's A Pretty Girl Is Like A Melody is zelfs als easy listening te omschrijven. Opvallend: door het gebruik van trompetten krijg je veel luie charleston zoals Sonny Lester's Lonely Little G-String, Walkin And Strippin' en For Strippers Only, hetzelfde For Strippers Only maar dan door Ernie Freeman, en de CD eindigt met Freeman's charleston versie van The Stripper, het nummer waarmee Get 'Em Off opende. Als het u opvalt dat de naam Sonny Lester veelvuldig valt in deze recensie dan hebt u gelijk: hij staat op de CD met in totaal acht van de 12 nummers van zijn LP How To Strip For Your Husband, Music To Make The Marriage Merrier uit +/- 1962, de eerste van zijn in totaal zeven striptease en buikdans LP’s. Deze CD biedt een leuke invalshoek, dus voor wie graag instrumentals met blazers hoort luidt de boodschap: steek wat pit in je valentijn! Info: www.jasmine-records.co.uk (Frantic Franky)

Striptease: the noble art of seductively undressing without leaving your undies on the floor like a pile of garbage, all of this set to music. There have been several striptease "soundtrack" CDs before but there can never be too many, because there can never be enough clothes taken off. Striptease should be done to sultry and groaning rhythm 'n' blues, big band and jazz saxophone blows, and you'll hear plenty of those on this CD. In a way it's a pity that the compilers feel the need in these PC Me Too times to - albeit tongue-in-cheek - defend themselves against possible accusations of misogeny. How did it come to this, he asked nodding his head. Get 'Em Off opens with The Stripper by David Rose from 1958 which became a hit in 1962, a title that may not mean anything to you but is indeed the most famous striptease instrumental of all time: hear those big band saxophones and that pounding on the timpani and you'll see the garments fly right past your nose, as there can't be a show ballet on TV without this song and if they need a striptease song in a movie 99 times out of a 100 it's this one. Of the same ilk are Noble "Thin Man" Watts' Easy Going Part 1, Sam "The Man" Taylor's Real Gone and Sonny Lester's Shivas Regal, For Strippers Only, Bumps And Grinds and Blues To Strip By (not blues but big band swing), as well as regular sax honkers like Big Jay MacNeely's Cherry Smash and his cartoon-like Let's Split, and Buddy Lucas's Big Bertha. By contrast, in Ernie Freeman's uptempo Night Train the lead instrument is the hammond organ. Only four of the 28 tracks on offer are vocal and they're all fairly well known: Joe Liggins' The Honeydripper, Cab Calloway's Minnie The Moocher, The Coasters' Three Cool Cats and Little Willie John's original version of Fever. None of these is necessarily a striptease number per se, but those who really want to strip can of course, do so to any song. Another well known tune on offer is Harlem Nocturne, here in a version by Johnny Otis that has nothing to do with his rock 'n' roll legacy. A real rock 'n' roll song is the excellent uptempo stroll Take It Off by The Genteels, more Vegas Grind is Noble "Thin Man" Watts' Hot Tamales. His Pig Ears And Rice, Buddy Lucas' Let's Go and Big Jay McNeely's Deacon's Groove have a slower, more bluesy approach, while a tune like Sonny Lester's Lament has more to do with detective swing noir or in the case of Bobby Summers' Pad with spy surf. Sonny Lester's A Pretty Girl Is Like A Melody can even be described as easy listening. The use of trumpets makes for a lot of lazy charleston like Sonny Lester's Lonely Little G-String, Walkin And Strippin' and For Strippers Only, the same For Strippers Only by Ernie Freeman, and the CD ends with Freeman's charleston version of The Stripper, the same number with which Get 'Em Off opened. If you noticed that the name Sonny Lester appears frequently in this review, you're right: he's on here with eight of the 12 songs from his How To Strip For Your Husband, Music To Make Marriage Merrier LP from +/- 1962, the first of his no less than seven striptease and belly dance LP’s. This CD offers an interesting different perspective, so for those who like instrumentals with horns, the message is: put some spice in your valentine's day! Info: www.jasmine-records.co.uk (Frantic Franky)

3 februari 2021

CD Recensies

VALENTINE’S DAY
Bear Family, BCD17569
English version: see below

Nauwelijks is de kerstversiering opgeborgen of daar doemt de volgende commerciële hoogdag reeds op: Valentijn. Aan ons is dat niet besteed omdat wij álle vrouwen élke dag gaarne zien, maar uiteraard zijn er zeer veel liedjes die de liefde bezingen - sinds Thomas Edison in 1877 de fonograaf uitvond (néé, het was niet Philips Eindhoven) zijn er over geen enkel ander onderwerp meer liedjes ingeblikt, en in de country schijnt dat zelfs één op de twee te zijn. Keuze genoeg voor een CD in Bear Family's genre-overlappende Season's Greetings Series, goed voor 29 tracks 1936-1964, en het mag geen verwondering wekken dat een flink deel daarvan teruggrijpt naar pop (George & Earl's Eleven Roses (And The Twelfth Is You), Sue Thompson' My Hero) en crooners. Opener Perfume, Candy And Flowers van Guy Mitchell is een uptempo variété popcrooner, Ed Townsend's For Your Love, Cathy Carr's First Anniversary, The Skyliners' This I Swear, Billy Walker's Forever en Jodie Sands' niet onbekende Love Me Forever zijn pop ballades. Ook het oudste nummer is uiteraard een crooner, There's Something In The Air van het orkest van Artie Shaw met zangeres Peg La Centra uit 1936, maar het valt mee dat er slechts één vooroorlogse kraker op de CD staat, al heeft Jimmy Wakely's I'm Sending You Red Roses uit 1944, country uit de oude hoedendoos, ook nog de oorlog meegemaakt. Gelukkig bevat de CD ook goeie uptempo blanke rock 'n' roll (She's The One For Me van The Aquatones), uptempo vocale surfrock (Tom Dorsam's Baby Of Mine), doo-wop (I'm So Happy (Tra-La-La-La-La), de debuutsingle van Lewis Lymon & the Teenchords), western swing (Pee Wee King's I Don't Mind) en good old country (Hank Williams' Baby We're Really In Love), maar evengoed doo-wop ballades (My Love Will Never Die van The Channels) en pop rock 'n roll (Jimmie Maddin's Tongue Tied). Een hoogtepunt voor mij is Liebestwist, een twangy uptempo gitaar versie van Liszt's Liebestraum Nr 3 uit 1850 (geen idee waarom het 16 pagina’s tellende booklet het toeschrijft aan Jacques Offenbach) door de Zweedse groep The Violents. Dezelfde klassieke melodie zou trouwens in 1963 voor Elvis bewerkt worden tot Today Tomorrow And Forever. Helaas bevat de CD ook easy listening met de filmmuziek van Frank Chacksfield's Love Is A Many Splendored Thing en het Mary Kaye Trio's My Funny Valentine dat ik liever hoor in de versie van Frank Sinatra. Ook jazztrompettist Chet Baker heeft dat opgenomen, maar hij staat op de CD met het gefezelde jazzy There Will Never Be Another You. Nee, dan liever een swingende meezingcrooner als And Her Tears Flowed Like Wine van Anita O'Day met het orkest van Stan Kenton. Grote klassiekers zijn Paul Anka's ultieme plakker You Are My Destiny, Etta James' majestueuze At Last, de wonderschone technicolor romantiek van The Paris Sisters' I Love How You Love Me (het muzikale equivalent van een mok warme melk met honing), en de dam-doobie-dam-dams van Come Softly To Me van The Fleetwoods. Een bekend nummer maar niet in deze versie is Arthur Prysock's bronstige cover van I Just Want To Make Love To You. U merkt het: deze CD mikt cupido-gewijs op de romantische zielen en de verzamelaars van teenrock. Info: www.bear-family.com (Frantic Franky)

We only just stored away the christmas decorations and here's already the next commercial holiday: valentine's day. We personally don't care much for valentine's day because we love àll women évery day, but we obviously dig songs about love, and the list is endless - ever since Thomas Edison invented the phonograph in 1877 there hasn't been another subject about which more songs have been recorded, and in country music the ratio evens seems to be every one in two songs. There's more than enough choice to put together a CD in Bear Family's genre-crossing Season's Greetings Series, hence this selection of 29 tracks 1936-1964, and it should not come as a surprise that a good portion of them delve into pop (George & Earl's Eleven Roses (And The Twelfth Is You), Sue Thompson' My Hero) and crooners. Opener Perfume, Candy And Flowers by Guy Mitchell is an uptempo variety pop crooner, Ed Townsend's For Your Love, Cathy Carr's First Anniversary, The Skyliners' This I Swear, Billy Walker's Forever and Jodie Sands' not unfamiliar Love Me Forever are pop ballads. The oldest song is obviously also a crooner, There's Something In The Air by Artie Shaw's orchestra with singer Peg La Centra from 1936, but fortunately there is only one pre-war tune on the CD, even though Jimmy Wakely's I'm Sending You Red Roses from 1944, country from out of the old hat box, saw action during the war years as well. Luckily the CD does feature quality uptempo white rock 'n' roll (She's The One For Me by The Aquatones), uptempo vocal surf rock (Tom Dorsam's Baby Of Mine), doo-wop (I'm So Happy (Tra-La-La-La-La), Lewis Lymon & the Teenchords' debut 45), western swing (Pee Wee King's I Don't Mind) and good old country (Hank Williams' Baby We're Really In Love), apart from doo-wop ballads (My Love Will Never Die by The Channels) and pop rock 'n roll (Jimmie Maddin's Tongue Tied). A highlight for me is Liebestwist, a twangy uptempo guitar version of Liszt's Liebestraum Nr 3 from 1850 (no idea why the 16 page booklet attributes it to Jacques Offenbach) by Swedish group The Violents. The same classic composition would in 1963 be adapted into Today Tomorrow And Forever for Elvis. Less interesting is the inclusion of easy listening with Frank Chacksfield's film music-styled Love Is A Many Splendored Thing and the Mary Kaye Trio's My Funny Valentine which I prefer to hear in Frank Sinatra's version. Jazz trumpeter Chet Baker also recorded it but he's on the CD with the whispered jazzy There Will Never Be Another You. Thanks but no thanks, I'll stick with a swinging sing-along crooner like And Her Tears Flowed Like Wine by Anita O'Day with Stan Kenton's orchestra. Classic hits included are Paul Anka's ultimate slow You Are My Destiny, Etta James' majestic At Last, the wonderful technicolor romance of The Paris Sisters' I Love How You Love Me (the musical equivalent of a mug of warm milk with honey), and the dam-doobie-dam-dams of The Fleetwoods' Come Softly To Me. A familiar song but not in this version is Arthur Prysock's horny cover of I Just Want To Make Love To You. Yes, you guessed it, this CD aims just like Cupid himself for the romantic souls and the collectors of teen rock. Info: www.bear-family.com (Frantic Franky)


A TEENAGE IDOL:
ALL THE HITS 1957-1962/ RICKY NELSON

Jasmine, JASCD1108
English version: see below

De muzikale nalatenschap van de op 31 december (gelukkig nieuwjaar) 1985 op 45-jarige leeftijd bij een vliegtuigongeval omgekomen Ricky Nelson is al vaak en op diverse manieren herverpakt, en deze CD vertrekt vanuit zijn hitnoteringen, te beginnen met zijn eerste single in 1957, de start van een bijzonder succesrijke carrière waarvan gezegd wordt dat Nelson in de tweede helft van de jaren '50 de populairste artiest was na Elvis. Of dat zo is is misschien moeilijk te bewijzen, maar feit is dat zijn eerste negen singles millionsellers waren en Nelson tot 1962 33 keer de hitlijsten haalde. Die 33 nummers staan op deze CD en omdat Jasmine ze echt elke keer vult tot het gaatje staat er ook nog een 34ste nummer op, Someday, dat in Engeland de Top 10 haalde maar in Amerika niet op single verscheen. Nelson torst de negatieve reputatie dat ie pronkte met andermans veren en grossierde in afgeroomde covers van andermans' hits als I'm Walkin' (Fats Domino), My Bucket's Got A Hole In It (Hank Williams) en Have I Told You Lately That I Love You (Elvis). Dat is waar, maar het betreft slechts een minderheid van zijn output. Enkele van de songs hier kregen terecht de status van rock 'n' roll classic (Be-Bop Baby, Believe What You Say, It's Late) en zelfs rockabilly classic (Stood Up, Waitin' In School), al is een flink deel van zijn output inderdaad de meer proper achter de oren gewassen rock 'n' roll variant als I Got A Feeling, Just A Little Too Much, Mighty Good en Right By My Side. Eigen aan de hitbenadering van deze CD is evenwel dat hier nogal wat ballads en medium tempo nummers op staan. In die dagen was het gebruikelijk op single een snel nummer te koppelen aan een traag, en vaak waren het die trage nummers die de hit werden. Voorbeelden hier zijn A Wonder Like You, You Are The Only One, A Teenager's Romance, Poor Little Fool, Young Emotions, I'm Not Afraid, Teenage Idol, het mooie Never Be Anyone Else But You, het door doo-wop beïnvloede You're My One And Only Love, het sinds Pulp Fiction cult Lonesome Town, het vergelijkbare Sweeter Than You en het zwoele swing noir I Wanna Be Loved. Wie maagzuur krijgt van ballades kan argumenteren dat Shirley Lee en If You Can't Rock Me hier niet op staan en zal meer aan zijn trekken komen met Ricky Nelson verzamelaars die op zijn rock 'n' roll opnames focussen zoals Rockin' With Ricky (Ace CDCHD 85) en Ricky Rocks (Bear Family BCD16856) of Jasmine's eigen dubbelaar Rockin' & Boppin': Best Of The Early Years (ASCD529) die de nadruk legt op zijn eerste drie LP’s uit 1957-1958 maar 15 nummers bevat die ook op A Teenage Idol staan. Objectief beluisterd is deze nieuwe A Teenage Idol echter even goed of zelfs beter dan die rock 'n' roll CD’s door zijn royale 34 songs en door het feit dat hier een aantal songs op staan die je niet zo courant tegenkomt zoals zijn excellente rock 'n' roll versie van de charleston Yes Sir That's My Baby of zijn exotische Summertime. En je kan zeggen wat je wil en voor of tegen de Rickster zijn, maar Hello Mary Lou blijft een wereldschijf, hij kon zingen, en al deze plaatjes, ook degene die meer richting variété uitgaan, zijn bijzonder professioneel opgenomen en ingespeeld. James Burton op gitaar: need I say more? Echt? Vooruit dan: Milk Cow Blues. Tijd voor een Ricky Nelson revival!
Info: www.jasmine-records.co.uk en www.rickynelson.com. (Frantic Franky)

The musical legacy of Ricky Nelson, who died in a plane crash on december 31 (happy new year) 1985 at the age of 45, has been repackaged many times and in various ways, and this CD is based upon his hit records, beginning with his first single in 1957, the start of a particularly successful career that is said to have made Nelson the most popular artist after Elvis in the second half of the 1950s. That may be difficult to prove, but it's a fact that his first nine singles were millionsellers and that he made the charts 33 times up to 1962. Those 33 songs are on this CD and because Jasmine really fills them to the brim there is even a 34th song, Someday, which made the Top 10 in England but did not appear on a 45 in America. Nelson suffers from a negative reputation for flaunting other people's feathers and churning out flat covers of other people's hits like I'm Walkin' (Fats Domino), My Bucket's Got A Hole In It (Hank Williams) and Have I Told You Lately That I Love You (Elvis). This is true but only applies to a small part of his output, and some of the songs here were rightfully given the status of rock 'n' roll classic (Be-Bop Baby, Believe What You Say, It's Late) and even rockabilly classic (Stood Up, Waitin' In School), though it's fair to say that a large portion of his recordings are indeed the more clean behind the ears rock 'n' roll style like I Got A Feeling, Just A Little Too Much, Mighty Good and Right By My Side. As a result of the hit approach of this CD there are quite a few ballads and medium tempo songs, since in those days it was common to pair a fast song with a slow one, and often it was the slow song that became the hit. Examples here are A Wonder Like You, You Are The Only One, A Teenager's Romance, Poor Little Fool, Who Someday, Young Emotions, I'm Not Afraid, Teenage Idol, the beautiful Never Be Anyone Else But You, the doo-wop influenced You're My One And Only Love, the since Pulp Fiction cult Lonesome Town, the similar sounding Sweeter Than You and the sultry swing noir I Wanna Be Loved. Those of you who get reflux from ballads can argue that Shirley Lee and If You Can't Rock Me aren't on here and will be better served by Ricky Nelson compilations that focus exclusively on his rock 'n' roll songs like Rockin' With Ricky (Ace CDCHD 85) and Ricky Rocks (Bear Family BCD16856) or Jasmine's own double CD Rockin' & Boppin': Best Of The Early Years ASCD529 which is based on his first three LP’s from 1957-1958 but contains 15 songs that are also on A Teenage Idol. However, objectively speaking this new A Teenage Idol is just as good or even better than those rock 'n' roll CDs because of its generous 34 songs and the fact that there are a number of songs on here that you don't come across very often, like his excellent rock 'n' roll version of the charleston Yes Sir That's My Baby or his exotic Summertime. And you can say what you want and be for or against the Rickster, but Hello Mary Lou remains a world class record, the guy could sing, and all these records, even the ones that go more in the direction of pop music, were recorded and performed very professionally. James Burton on guitar: need I say more? Do I really? Okay: Milk Cow Blues. Time for a Ricky Nelson revival!
Info: www.jasmine-records.co.uk en www.rickynelson.com. (Frantic Franky)


DIVORCE ME C.O.D.: THE COUNTRY CHART HITS 1946-1953 AND MORE/ MERLE TRAVIS
Jasmine, JASMCD 3751
English version: see below

Countryartiest Merle Travis bracht zijn eerste plaat uit in 1945 en deze CD bevat al zijn Billboard country charthits uit de jaren '40 (Cincinnati Lou, No Vacancy, Divorce Me C.O.D., Missouri, So Round So Firm So Fully Packed) die toen nog de Hillbilly Hit Parade heette, zijn beste nummers uit de periode 1946-1952 die de hitlijsten niét haalden, de acht uptempo folksongs van zijn invloedrijke en baanbrekende Songs From The Hills album origineel verschenen in 1947 als vier 78 toeren platen, zijn door hem geschreven originele versie van Sixteen Tons, Dark As A Dungeon en Muskrat die u kent van respectievelijk Tennessee Ernie Ford, Johnny Cash en The Everly Brothers, aangevuld met zoveel mogelijk klassieke Capitol kantjes als er nog plaats was tot je een CD van 28 tracks krijgt. Veel van die songs zou je Crazy Boogie kunnen noemen zoals een van de songtitels hier luidt, gezellige gezapige uptempo country met accordeon en charleston trompet, soms met honkytonk piano, maar ook met gitaarpicking, want dat was een van de fortes van Merle Travis wiens op ragtime gebaseerde "travis style picking" nog steeds een referentie is voor countryboogie gitaristen, luister maar naar het bekende supersnelle Merle's Boogie Woogie, een nog steeds indrukwekkend voorbeeld van multispeed en multitracking uit 1947. U kent Chet Atkins? Nou, Merle Travis was eerst! De sterkte van deze CD is Travis' relaxte zangstem die het allemaal moeiteloos doet lijken, het uptempo oorvriendelijke en vrolijke materiaal, een overload aan Travis picking, en een fantastische geluidskwaliteit voor zo'n oude opnames. Merle Travis overleed in 1983 op 65-jarige leeftijd aan een hartaanval. Info: www.jasmine-records.co.uk. (Frantic Franky)

Country artist Merle Travis released his first record in 1945 and this CD contains all his Billboard country chart hits from the 1940s (Cincinnati Lou, No Vacancy, Divorce Me C.O.D., Missouri, So Round So Firm So Fully Packed) which in those days was still called the Hillbilly Hit Parade, his best songs from 1946-1952 that didn't make the charts, the eight uptempo folk songs from his influential and groundbreaking Songs From The Hills album originally released in 1947 as four 78 RPM records, the original versions that he wrote and recorded of Sixteen Tons, Dark As A Dungeon and Muskrat which you know from Tennessee Ernie Ford, Johnny Cash and The Everly Brothers, plus as many classic Capitol sides as there was room for until you get a 28 track CD. Many of these songs could be called Crazy Boogie after the title of one of the tunes here, cozy relaxed uptempo country with accordion and charleston trumpet, sometimes with honky tonk piano, but also with guitar picking, as that was one of the fortes of Merle Travis whose ragtime based "Travis style picking" is still a reference for country boogie guitarists, just listen to the famous super fast Merle's Boogie Woogie, a still impressive example of multispeed and multitracking from 1947. You know Chet Atkins? Well, Merle Travis was first! The strength of this CD is Travis' laid-back singing style that makes it all seem effortless, the uptempo ear-friendly and upbeat material, an overload of Travis picking, and fantastic sound quality for such old recordings. Merle Travis died of a heart attack in 1983 at the age of 65. Info: www.jasmine-records.co.uk. (Frantic Franky)


THE HIT SINGLES AND MORE 1952-62/ FERLIN HUSKY
Jasmine, JASMCD3763
English version: see below

De in 2011 op 85-jarige leeftijd overleden Ferlin Husky was een countryzanger die zoals alle countryzangers van zijn generatie ook hillbilly opnam en zich net als al zijn collega’s heel sporadisch richting rock 'n' roll begaf om zijn graantje mee te pikken van de rage. Tussen 1953 en 1975 scoorde hij met zijn in totaal 50 hitnoteringen twee dozijn Top 20 countryhits en het is dan ook logisch dat deze CD vooral zijn countrycarrière belicht die begon onder het pseudoniem Terry Preston, naam waaronder hij vanaf 1949 een dozijn singles uitbracht op 4-Star Records en die hij in eerste instantie bleef gebruiken toen Capitol hem in 1951 tekende. Op deze CD staat één Terry Preston nummer, Time, dat verscheen in januari 1952 en trage old time country is. Zijn echte naam zal hij gebruiken vanaf maart 1953, de dagen waarin de pas overleden Hank Williams een superster was, en een volledig uit Hank Williams songtitels bestaande tribute als Hank's Song uit begin 1953 past helemaal in dat kraam, ook al begint het met een Jimmie Rodgers jodel op de gitaar. Over old time country gesproken: nog zo eentje met twee gesproken tussenstukken (het is geen echte country als er geen parlando in voorkomt) is het A Dear John Letter duet met Jean Shepard uit 1953 dat zich afspeelt tegen de achtergrond van de oorlog, naar ik aanneem de Koreaanse oorlog vanwege de zinsnede "overseas in battle, the fighting was all over and the battle had been won". In die brief laat Shepard Husky weten dat ze met hem breekt omdat ze gaat trouwen met zijn broer! Kan het nog méér country? Ja, dat kan: A Dear John Letter was blijkbaar zulk een grote hit dat er een vervolg getiteld Forgive Me John kwam waarin Shepard breekt met zijn broer en hem smeekt terug te komen, wat Husky prompt weigert omdat hij zijn broer niet kan aandoen wat zijn broer hém aandeed... waarna hij bijtekent! Zo uit het leven gegrepen worden ze sinds Tante Leen & Johnny Jordaan niet meer gemaakt - dat is namelijk verboden door het vakverbond. Deze CD bevat er zo nog enkele, zoals Little Tom over arme kindjes uit gebroken gezinnen ("brought up in a home of sin"), en vooral The Drunken Driver, een gesproken tragisch moraalverhaal met veel bloederige details. Van die Hank Williams country naar boppin' hillbilly en vandaar in één sprintje richting proto-rockabilly was voor Husky slechts een kleine stap maar een grote sprong voor de mensheid (I Wouldn't Treat A Dog Like You're Treatin' Me), passerend via vlot gestroomlijnde uptempo hillbilly boogie zoals het door Johnny Cash gecoverde I Feel Better All Over.
Dit soort muziek, op zich al op het komische af, leende zich makkelijk tot persiflages, en Husky had tegelijkertijd een tweede carrière als country comedian onder het pseudoniem Simon Crum, een soort hillbilly dorpsidioot die songs als Cuzz Yore So Sweet en de Deck Of Cards parodie A Hillbilly's Deck Of Cards uitbracht. Dat soort grappen doorstaat de meedogenloze tands des tijds meestal niet, maar de Simon Crum opnames staan er meer dan zestig jaar later nog steeds, wat veel zegt over zowel de muzikale kwaliteit als het hoge niveau van de humor. De hoogtepunten van Simon Crum hier: zijn geniale Poetry In Motion parodie Enormity In Motion, en Bop Cat Bop, een rock 'n' roll persiflage zo goed dat het een perfecte bopper werd. Even goed als Bop Cat Bop maar dan serieus en onder de naam Ferlin Husky is de bopper Wang Dang Doo, en in een geheel andere stijl de frisse melodieuze countryrocker I Will. Nog meer zulke nummers zijn My Reason For Livin' en de countrybilly Draggin' The River, al worden die gecounterd door veel mainstream country die het begin van de Nashville sound inluidde als It Was You, This Moment Of Love, Prize Possession, A Fallen Star, Sinful Secret en Willow Tree, walsjes als Somebody Save Me en de gospel Wings Of A Dove, de plechtige ballade Gone, en zelfs medium tempo pop rock 'n' roll als What'cha Doin' After School. Een aantal mijns inziens essentiële nummers ontbreken dan weer zoals Eli The Camel (een soort Kawliga maar dan over een kameel), het pure rockabillynummer Slow Down Brother, de boppin' hillbilly I'll Be Here For A Lifetime, en de Simon Crum rocker Stand Up Sit Down Shut Your Mouth. Niettemin geeft de CD een breed beeld van alle country en rock 'n' roll stijlen waar Husky, de eerste countryzanger die een ster kreeg op de Hollywood Walk Of Fame, voor stond, en met deze CD staat u perfect in pole positie om de rest van zijn werk te exploreren. Info: www.jasmine-records.co.uk. (Frantic Franky)

Ferlin Husky who died in 2011 at the age of 85 was a country singer who, like all the country singers of his generation, also recorded hillbilly and who, like all of his colleagues, occasionally turned to rock 'n' roll in order to get his piece of the rock 'n' roll pie. Between 1953 and 1975 his 50 hitparade entries scored him two dozen Top 20 country hits and therefor it makes sense that this CD mainly highlights his country career that began under the pseudonym Terry Preston, the name under which he released a dozen singles starting in 1949 on 4-Star Records and which he initially continued to use when Capitol signed him in 1951. This CD contains one Terry Preston song, Time, which was released in January 1952 and is slow old time country. He started using his real name from March 1953, the days when the recently deceased Hank Williams was a superstar, and a tribute like Hank's Song from early 1953 consisting entirely of Hank Williams song titles tapped right into the feeling that swept the nation, even though it starts with a Jimmie Rodgers yodel on the guitar. Speaking of old time country: another one of those tunes with two spoken interludes (it's not real country if it doesn't include a parlando) is 1953's A Dear John Letter duet with Jean Shepard set against the backdrop of war, I assume the Korean War because of the phrase "overseas in battle, the fighting was all over and the battle had been won." In the letter Shepard lets Husky know that she is breaking up with him because she is going to marry his brother! Can it get any more country? Yes, it can: A Dear John Letter was apparently such a big hit that there was a sequel entitled Forgive Me John in which Shepard breaks up with his brother and begs Husky to come back, which he promptly refuses because he can't do to his brother what his brother did to him... after which he re-enlists! They just don't make tearjerkers like this anymore - it's forbidden by the union. This CD includes a couple more, such as Little Tom about poor children from broken families ("brought up in a home of sin"), and especially The Drunken Driver, a spoken tragic morality tale with many gory details. From Hank Williams country to boppin' hillbilly and then straight forward into proto-rockabilly was only a small step for Husky but a giant leap for mankind (I Wouldn't Treat A Dog Like You're Treatin' Me), along the way taking in smooth streamlined uptempo hillbilly boogie like the Johnny Cash covered I Feel Better All Over. This kind of music, in itself verging on the comic, lent itself easily to persiflage, and Husky simultaneously had a second career as a country comedian under the pseudonym Simon Crum, a kind of local yokel hillbilly village idiot who released songs like Cuzz Yore So Sweet and the Deck Of Cards parody A Hillbilly's Deck Of Cards. This kind of jokes usually don't stand the merciless test of time, but the Simon Crum recordings still hold up more than sixty years later, a testimony to both the musical quality and the high level of the humor. Simon Crum's highlights here: his genius Poetry In Motion parody Enormity In Motion, and Bop Cat Bop, a rock 'n' roll parody so good it became a perfect bopper. Just as good as Bop Cat Bop but serious and under the name Ferlin Husky is the bopper Wang Dang Doo, and in a completely different style the fresh melodic country rocker I Will. Two more such tracks are My Reason For Livin' and the countrybilly Draggin' The River, though these are countered by plenty of mainstream country heralding the beginning of the Nasville sound like It Was You, This Moment Of Love, Prize Possession, A Fallen Star, Sinful Secret and Willow Tree, waltzes like Somebody Save Me and the gospel Wings Of A Dove, the solemn ballad Gone, and even medium tempo pop rock 'n' roll like What'cha Doin' After School. A number of what I consider to be essential songs are missing here though such as Eli The Camel (a kind of Kawliga but about a camel), the pure rockabilly number Slow Down Brother, the boppin' hillbilly I'll Be Here For A Lifetime, and the Simon Crum rocker Stand Up Sit Down Shut Your Mouth. Nevertheless, the CD gives a broad picture of all the country and rock 'n' roll styles Husky, the first country singer to receive a star on the Hollywood Walk Of Fame, stood for, and with this CD you're in perfect pole position to start exploring the rest of his legacy. Info: www.jasmine-records.co.uk. (Frantic Franky)

20 januari 2021

LP Recensie

FIND ANOTHER FOOL/
RAMBLIN' ELLIE & THE BASHTONES

El Toro/Bullseye, BE-145
English version: see below

Ramblin' Ellie & the Bashtones zijn een minder bekende Zweedse band onder leiding van zangeres Simone Simonsson die mogelijk minder bekend is omdat dit bij mijn weten hun eerste release is, een titelloze 5-track demo-CD uit 2014 niet te na gesproken. Zo lang zijn ze immers al bezig: de band ontstond begin 2013 en ze hebben één keer bij ons in de buurt gespeeld, in 2014 op het Hook Rock festival in het Belgische Diepenbeek. Die demo was meer rockabilly getint dan deze LP die zich muzikaal situeert in het grensgebied tussen cleane rock 'n' roll en teenrock. Er staan enkel covers op de LP, twaalf in totaal, met Bigelow 6200 van Brenda Lee als bekendste, maar de heldere, mooie en ook mooi klinkende stem van de relaxt zingende Ramblin' Ellie die meer aan Connie Francis dan aan Brenda Lee doet denken zoekt ook inspiratie bij de rustige rockabilly van Ricky Nelson (One Of These Mornings). Met de productie van de originele uitvoeringen van die twee songs in de grote studio’s van de grote platenlabels kunnen Ramblin' Ellie & the Bashtones zich niet meten, maar dat betekent niet dat het muzikaal niet goed in elkaar zou steken of dat ze geen aardige rock 'n 'roll sound weten neer te zetten, met bovendien een piano en een lichte contrabas die het geheel ook een lichte rockabillytoets geeft. Wat het album daarnaast ook optilt boven het gemiddelde is het geslaagde gebruik van achtergrondkoortjes, waarvoor ze niet de minsten hebben ingehuurd, namelijk The Velvet Candles uit Spanje. Veel bom-bom-boms en wap-shoo-waps dus, en dat is in deze op zich rustige muziek zeker een meerwaarde, luister naar hun versies van Barry Mann's Find Another Fool en Dickey Lee's Dreamy Nights dat in 1958 Sun 297 was - wie herinnert zich dat er bij Sun Records ook doo-wop werd opgenomen? Find Another Fool bevat nog een tweede Sun cover, namelijk Sun 345, de melodieuze semi-ballade Is It Me van Tracy Pendarvis. Die teen rock 'n' roll wordt vervoegd door een paar songs die elementen uit country bevatten zoals het opnieuw erg melodieuze Night Without End van Bob Luman, terwijl Skeeter Davis' oorspronkelijk erg Nancy Sinatra klinkend If I Had Wheels uit 1966 door Ramblin' Ellie als rockabilly wordt gespeeld. Idem ditto voor Connie Smith's I'll Come Running uit 1967. Enkel covers dus, maar dat is niet erg omdat het vooral tamelijk onbekende songs zijn, of kan u uit volle borsten Bobby Helms' Hurry Baby, doo-wop groep The Senators' It Doesn't Matter of Don Estes' Felice & Boudleaux Bryant compositie Moonsick meezingen? Ramblin' Ellie wel en ze doet dat goed, al laat ze soms in de hoge regionen een steekje vallen zoals in Terry Noland's Worrying Kind-achtige Long Gone Baby, tenzij het daar meer zou opvallen wegens de spaarzamere begeleiding.
Samengevat: Ramblin' Ellie is geen Connie Smith, maar ze is wel 100% Ramblin' Ellie en dat is ook veel waard. Een aanrader voor wie het wat rustiger mag! Voorlopig is dit voor zover ik weet (nog?) niet uit op CD maar enkel te koop op vinyl op Bullseye, de vinyl afdeling van het Spaanse rock 'n' roll label El Toro dat dit jaar 25 jaar bestaat.
Info: www.eltororecords.com (Frantic Franky)

 

Ramblin' Ellie & the Bashtones are a lesser known Swedish band led by singer Simone Simonsson, perhaps lesser known because to my knowledge this is their first release besides a self-titled 5 track demo CD from 2014. Yes, that's how long they've been around: the band formed in early 2013. That demo was more rockabilly tinged than this LP which musically is situated in the border regions between clean rock 'n' roll and teen rock. The album contains only covers, twelve in total, with Brenda Lee's Bigelow 6200 ranking as the best known, but the clear, beautiful and nice sounding voice of the relaxed singing Ramblin' Ellie who reminds me more of Connie Francis than of Brenda Lee also seeks inspiration from the calm rockabilly of Ricky Nelson (One Of These Mornings). Ramblin' Ellie & the Bashtones can't compete with the production of the original versions of those two songs in the big studios of the big record labels, but that doesn't mean that their covers aren't well put together or don't have a decent rock 'n' roll sound, augmented by a piano and a light double bass that gives the whole thing a light rockabilly touch. What also lifts the album above the average is the successful use of backing vocals, for which they hired not the least, The Velvet Candles from Spain. A lot of bom bom boms and wap shoo waps certainly add value to this in itself quiet music, just listen to their versions of Barry Mann's Find Another Fool and Dickey Lee's Dreamy Nights that was Sun 297 in 1958 - who remembers Sun Records also recorded doo-wop? Find Another Fool also contains a second Sun cover, Sun 345, Tracy Pendarvis' melodic semi-ballad Is It Me. Apart from this teen rock 'n' roll a couple of songs contain elements of country music like Bob Luman's again melodic Night Without End, while the band tackles Skeeter Davis' originally very Nancy Sinatra sounding 1966 If I Had Wheels as rockabilly. The same goes for Connie Smith's 1967 I'll Come Running. Only covers, but that's not too bad a thing because most of them are fairly unknown,or can YOU sing along to Bobby Helms' Hurry Baby, doo-wop group The Senators' It Doesn't Matter or Don Estes' Felice & Boudleaux Bryant composition Moonsick? Ramblin' Ellie can and she does it well, even though she sometimes slips in the high notes, for example in Terry Noland's Worrying Kind-like Long Gone Baby, unless this would be more noticeable here because of the sparser accompaniment.
In summary: Ramblin' Ellie is no Connie Smith, but she's 100 % Ramblin' Ellie and that's worth a lot. Highly recommended for those who like their rock 'n' roll on the quiet side! As far as I know this is not (yet?) out on CD but only available on vinyl on Bullseye, the vinyl department of the Spanish rock 'n' roll label El Toro which celebrates its 25th anniversary this year. Info: www.eltororecords.com (Frantic Franky)

CD Recensies

DEFY THE DEVIL'S MUSIC: THE TEN COMMANDMENTS OF ROCK 'N' ROLL COMMANDMENT ONE
Atomicat, ACCD050
English version: see below

De Rhythm Bomb labels Atomicat en Koko-Mojo besteedden in het recente verleden al veel aandacht aan zowel zwarte rock 'n' roll met onder meer de Boss Black Rockers, Southern Bred en Rockin' Soul Party reeksen, als aan rockabilly en hillbilly met onder meer de Hillbilly Boogie And Jive en Hillbilly And Rustic Rockabilly Bop reeksen. De essentie wordt evenwel niet uit het oog verloren, namelijk ons aller rock 'n' roll, middels een nieuwe reeks met een knipoog opgehangen aan de tien geboden. De zeven hoofdzonden waren misschien toepasselijker geweest, hahaha! Drie zijn er reeds uit maar wij zijn zo neurotisch dat we graag chronologisch te werk gaan en stoppen met reeksen te kopen als we er eentje missen, dus beginnen wij hier met nummer 1, er van uitgaand dat de eerste in een reeks ook vaak de beste is. De CD bevat 30 tracks 1955-1962 met als gemeenschappelijke factor dat ze niet alleen rock ‘n’ roll zijn maar allemaal ook die rock 'n' roll bezingen tot meerdere eer en glorie van de afgod genaamd rock 'n' roll: 17 van de 30 tracks hebben het woordje "rock" of een variatie daarop in de titel. Alle rock 'n' roll stijlen komen aan bod, met zwart en blank klinkende uptempo doo-wop of nummers die daar elementen van incorporeren in jive (Norman Fox & the Rob Roys' Dance Girl Dance, The Bay Bops' To The Party, The Adventurers' lekker klinkende Rock 'n' Roll Uprising, The Clouds' Rock 'n' Roll Boogie), maar evengoed met rockabilly (Little Jimmy Dempsey's Bop Hop, Gene Ray's Rock 'n' Roll Fever, The Javalans' Come Dance With Me) en female rockabilly als Sparkle Moore's niet echt briljante Rock-A-Bop. Lorelei Lynn & the Sparkles doen het in het gelijkaardig getitelde Rock 'A' Bop beter, maar die song situeert zich meer in de rock 'n' roll. Er is Sun rock 'n' roll met Bill Pinkney's After The Hop, Joe Boot & the Fabulous Winds' Rock 'n' Roll Radio heeft een licht skaritme, en er is zwarte rock 'n 'roll (Joe Gregory's Gonna Rock This Mornin') en zwarte uptempo strolls (Willie Egan's Rock 'n' Roll Fever, Earl Wade's I Dig Rock 'n' Roll). Een supersnelle Hippy Hippy Shake door The Maori Hi Five uit Nieuw-Zeeland klinkt meer white rock dan hun naam doet vermoeden - als je hun foto googlet zien ze er uit als een variété orkest! Ook Juke Box Rock van Dick Seaton & the Mad Lads en Bop Bop Bop van Paul Anthony neigen naar de white rock, en aan de andere kant van de rock 'n 'roll regenboog heerst big band rock 'n' roll swing met The Blockbusters' I Wanna Rock Now en big band fanfare met Jésus Ramirez wiens Rock 'n' Roll vreemd genoeg in het Frans is en klinkt alsof het een van de eerste plaatjes moet geweest zijn waarin een Frans orkest probeerde de rock 'n' roll na te spelen. Ook wie graag de beentjes uitslaat komt op deze compilatie aan zijn/haar trekken met jive als Willie Headen's Turn The Hi Fi Down en light rockers als Terry Wayne's Slim Jim Tie, niet bepaald het best gespeelde nummer dat ik ooit hoorde, maar daar staan parels als Bill Darnel's Rock 'n' Roll Baby tegenover. Het meeste materiaal hier is minder bekend maar zeker goed, en daarom is't een beetje jammer dat er ook een paar overbekende klassiekers op staan die u ongetwijfeld al hebt zoals Chuck Berry's Rock 'n' Roll Music en in iets mindere mate Ruth Brown's This Little Girl's Gone Rockin’ en Neil Sedaka's You Gotta Learn Your Rhythm 'n' Blues. Een bekend nummer maar niet noodzakelijk in deze uitvoering is Edna McGriff's Dance With Me Henry (volgens de tracklisting Nancy Holloway's Rock The Bop maar dat is niet correct), nog bekende namen maar niet noodzakelijk met deze nummers zijn Buddy Knox' vrij standaard gitaarboogie Rockabilly Walk (ik hoor liever een improvisatie als The Beat van The Rockin' R's) en Carl Mann's originele opname van Gonna Rock 'n' Roll Tonight, misschien het rockendste wat ie ooit deed. De afsluiter slaat als een tang op een varken: Jeder Tag Geht Zu Ende van Earl Grant is een in het Duits gezongen schlagerballade, de vertaling van zijn eigen (At) The End (Of The Rainbow). Om uit te rusten op het einde van de party?
Info: www.atomi-c.at (Frantic Franky)

Rhythm Bomb labels Atomicat and Koko-Mojo have devoted considerable attention to both black rock 'n' roll with the Boss Black Rockers, Southern Bred and Rockin' Soul Party series and more, and to rockabilly and hillbilly with the Hillbilly Boogie And Jive and Hillbilly And Rustic Rockabilly Bop series and more. At the same time they do not lose sight of the main thing, our dear rock 'n' roll, et voilà, a new series is introduced, loosely based on the ten commandments. The seven deadly sins might have been more appropriate, hahaha! The first three volumes are already out but we are so neurotic that we like to work chronologically and stop buying series if we miss one volume, so let's start here with number 1, assuming that the first release in a series is often the best. The CD contains 30 tracks 1955-1962 which not only have in common that they're rock 'n' roll, but they're also about rock 'n' roll, praising the glory of the demon called rock 'n' roll: 17 out of the 30 tracks have the word "rock" or a variation thereof in the title. All rock 'n' roll bases are covered, with black and white sounding uptempo doo-wop and songs that incorporate elements of doo-wop into jive (Norman Fox & the Rob Roys' Dance Girl Dance, The Bay Bops' To The Party, The Adventurers' tasty sounding Rock 'n' Roll Uprising, The Clouds' Rock 'n' Roll Boogie) but also showcasing rockabilly (Little Jimmy Dempsey's Bop Hop, Gene Ray's Rock 'n' Roll Fever, The Javalans' Come Dance With Me) and female rockabilly like Sparkle Moore's not exactly brilliant Rock-A-Bop. Lorelei Lynn & the Sparkles' similarly titled Rock 'A' Bop fares better but leans more towards rock 'n' roll. There's Sun rock 'n' roll with Bill Pinkney's After The Hop, Joe Boot & the Fabulous Winds' Rock 'n' Roll Radio has a light ska rhythm, and there's black rock 'n' roll (Joe Gregory's Gonna Rock This Mornin') and black uptempo strolls (Willie Egan's Rock 'n' Roll Fever, Earl Wade's I Dig Rock 'n' Roll). A super fast Hippy Hippy Shake by The Maori Hi Five from New Zealand sounds more white rock than their name suggests - if you google their picture they look like a variety orchestra! Juke Box Rock by Dick Seaton & the Mad Lads and Bop Bop Bop by Paul Anthony also tend towards white rock and at the other end of the rock 'n' roll rainbow there's big band rock 'n' roll swing with The Blockbusters' I Wanna Rock Now and a marching band led by Jésus Ramirez whose Rock 'n' Roll is strangely enough in French and sounds like it must have been one of the first 45s on which a French orchestra tried to play rock 'n' roll. Those who like to stretch their legs will be in for a treat with jive like Willie Headen's Turn The Hi Fi Down and light rockers like Terry Wayne's Slim Jim Tie, not exactly the best-played song I ever heard, but that's compensated for by gems like Bill Darnel's Rock 'n' Roll Baby. Most of the material here is not well known but quite good, which is why it's a bit of a shame there's a couple of familiar classics that you no doubt already have like Chuck Berry's Rock 'n' Roll Music and to a lesser extent Ruth Brown's This Little Girl's Gone Rockin' and Neil Sedaka's You Gotta Learn Your Rhythm 'n' Blues. A familiar song but not necessarily in this rendition is Edna McGriff's Dance With Me Henry (the tracklisting incorrectly states Nancy Holloway's Rock The Bop), familiar artists but not necessarily with these songs are Buddy Knox' rather standard guitar boogie Rockabilly Walk (I prefer an improvisation like The Beat from The Rockin' R's) and Carl Mann's original recording of Gonna Rock 'n' Roll Tonight, perhaps the rockinest thing he ever did. The closing track sounds out of place: Earl Grant's Jeder Tag Geht Zu Ende is a schlager ballad sung in German, the translation of his own (At) The End (Of The Rainbow). To cool down when the party's over?
Info: www.atomi-c.at (Frantic Franky)


FORBIDDEN FRUIT: ROCK 'N ROLL KITTENS VOL. 5
Atomicat, ACCD 079
English version: see below

De vijfde en de laatste Rock 'n' Roll Kittens (maar dat zeiden ze ook van Volume 4, hahaha) opent met de vlam in de pijp met Barbara Greene, een schreeuwende zangeres die echter overduidelijk kan zingen, met een stel gezellige doo-wop kikkers als koortje: Little Richard's Long Tall Sally is al tot in den treure gecoverd maar dit blijft een van de allerbeste versies. 't Is meteen het bekendste nummer, in tegenstelling tot de vorige volumes waarop steevast een Wanda Jackson, Brenda Lee of Patsy Cline te noteren viel. De CD bevat 25 tracks 1954-1963 maar slechts twee nummers uit de jaren '60, namelijk beide kantjes van die single van Barbara Greene uit 1963 (B-kant Slippin’ And Slidin’ is al heel wat kalmer) die echter puur fifties klinkt. De CD bevat voorts slechts één nummer uit 1959 en één uit 1954, al de rest is 1955-1958. Barbara Greene's Long Tall Sally is ook zo ongeveer het wildste nummer want de rest van de dames klinken veel beschaafder, al is duidelijk dat een aantal onder hen op de eerste rij stonden toen de stembanden werden uitgedeeld. Op veel nummers worden ze geruggesteund door grote orkesten die het tempo er flink in houden. Veel tracks vallen dan ook eerder onder de bigband rock 'n' roll en de verboden vruchten in de titel beloven meer dan de CD kan waarmaken: hier is niks verbodens aan. Die uptempo crooners zaten ook al voor een stuk in de eerdere volumes, maar daar werden ze meer dan hier gebalanceerd door rock 'n' roll, rockabilly en rhythm 'n' blues jive. Het grote voordeel is echter dat dit allemaal plaatjes zijn gemaakt door orkesten die echt wel konden spelen en alles dus erg professioneel klinkt. Enkele voorbeelden: Bonnie Davis's bigband versie van Pepper-Hot Baby dat de meesten onder u zullen kennen als rockabilly door Phil Gray, en Bunny Paul's big band uitvoering van Bill Haley's Whatcha Gonna Do. Ook altijd interessant zijn onbekende covers zoals Mama (He Treats Your Daughter Mean) door Bette Anne Steele, Feel So Good door Joyce Romero & Bill Marine, en Will You Willyum door Joan Hager, om maar enkele van de nummers te noemen waarvan je hier kan genieten. En als we dit nu allemaal kopen komt er misschien nog een zesde deeltje!
Info: www.atomi-c.at (Frantic Franky)



The fifth and last Rock 'n' Roll Kittens (but they said the same about Volume 4, hahaha) gets things going with Barbara Greene, a screamer who clearly could sing, aided by a fun chorus of doo-wop frogs: Little Richard's Long Tall Sally has been covered ad nauseam but this remains one of the best versions ever. It's also the best known song here, in contrast to the previous volumes which always featured a Wanda Jackson, Brenda Lee or Patsy Cline tune. The CD contains 25 tracks from 1954-1963 but there's only two songs from the sixties, both sides of Barbara Greene's 1963 single (B-side Slippin' And Slidin' is much calmer) which nevertheless sounds pure fifties. The CD further contains only one song from 1959 and one from 1954, all the rest is 1955-1958. Barbara Greene's Long Tall Sally is also just about the wildest song here as the other ladies sound much more civilized, even though it's clear that a number of them were standing front row when the vocal chords were distributed. On many tracks they are backed by large orchestras that keep the tempo up. Many tracks are rather big band rock 'n' roll and the forbidden fruits in the title promise more than the CD can deliver: there is nothing forbidden about these sounds. These uptempo crooners were also present in the previous volumes, although there they were more balanced by rock 'n' roll, rockabilly and rhythm 'n' blues jive. The big advantage however is that these are all records made by orchestras that really could play and so everything sounds very professional. Examples: Bonnie Davis's big band version of Pepper-Hot Baby that most of you will know as rockabilly by Phil Gray, and Bunny Paul's big band version of Bill Haley's Whatcha Gonna Do. Always of interest are unknown covers like Bette Anne Steele's Mama (He Treats Your Daughter Mean), Joyce Romero & Bill Marine's Feel So Good, and Joan Hager's Will You Willyum, just to name a few of the songs you can enjoy here. And if now everybody buys this, maybe there will be a sixth volume!
Info: www.atomi-c.at (Frantic Franky)

13 januari 2021

ROCKER'S WILDEST WINGDING
Atomicat, ACCD065
English version: see below

U zit pas in de rockabilly (pas op, u geraakt er nooit meer uit) en weet niet welke CD te kiezen uit die ellenlange bak bij de gespecialiseerde platenboer? Neem deze CD en laat 'm niet meer los, want dit bevat allemaal krakers die al decennia lang hun groot gelijk hebben bewezen, in sommige gevallen al sinds de revivaldagen van de jaren '70. Dit is allemaal 200% onverbloemde rockabilly en rock 'n' roll: Dale Hawkins' Little Pig en Broken Heart van The Moonlighters (hun Rock-A-Bayou Baby staat hier ook op) waarvoor in de jaren '80 de bands in de rij stonden om het te coveren, GL Crockett's pikzwarte rockabilly Look Out Mabel, primitivo boppers als I'm Out van The Surf Riders, echo fests als Boppin' To Grandfather's Clock van Sidney Jo Lewis alias Hardrock Gunter, en rechtdoor rock 'n' roll als Baby Why Did You Have To Go van Bob & the Rockbillies. Verdomd, Big Sandy van Bobby Roberts klinkt nog steeds even opwindend als toen wij het voor eerst hoorden (ik weet het nog goed: het was op een mooie dag in 1986 op de verzamel LP Sin Alley en de wereld was nooit meer hetzelfde) en dat zegt toch wel iets over de eeuwigheidswaarde van deze nummers. Probeer u voor te stellen hoe Gene La Marr's Crazy Little House On The Hill met het geluidsvolume van een opstijgend vliegtuig vlijmscherp door metershoge boxen klinkt: zo was Hemsby in zijn hoogdagen. Songs als Jimmy Carroll's Big Green Car en Peanuts Wilson's Cast Iron Arm Peanuts Wilson doen al járen de ronde maar blijven het effect behouden van een mokerslag in je maag. Medium tempo betekent in deze niet flauw: met Henrietta van Jimmy Dee & the Offbeats kan je een dove opnieuw doen horen. Please Give Me Something van Bill Allen & the Backbeats is zo verschroeiend dat het werd gepikt door zowel The Stray Cats (voor Crawl Up And Die) als door The Cramps (voor Drug Train). Ik ga hier niet alle 27 nummers lyrisch beschrijven, maar geef toch graag mee dat ook Enie Meanie Minie Mo van Hoyt Johnson, Hot Dog van Corky Jones alias Buck Owens pré-Bakersfield, het intense quintessentiële Rock Rock van Johnny Powers en boppers als Go Away Hound Dog van Cliff Johnson en Riverside Jump van Jackie Lee Cochran van de partij zijn. Dit zijn geen Happy Days jukebox golden oldies, maar het wildste en luidste uit 1956-1958 met één boppend zijsprongetje naar 1953, I Got Nine Little Kisses van Shorty Long. Als u driekwart van deze 27 nummers nog niet hebt, ga dan heen en komt me niet meer onder de ogen tot u uw fout hebt rechtgezet.
Info: www.atomi-c.at (Frantic Franky)

You only recently got into rockabilly (careful, you'll never get out again) and don't know which CD to choose from that long box at the record stall? Take this CD and don't let go of it, for it contains all the nuggets that have proven their worth for decades, sometimes already since the revival days of the seventies. This is 200 % pure and true rockabilly and rock 'n' roll: Dale Hawkins' Little Pig and Broken Heart by The Moonlighters (their Rock-A-Bayou Baby is also featured here) for which in the eighties the bands lined up to cover it, GL Crockett's pitch black rockabilly Look Out Mabel, primitivo boppers like I'm Out by The Surf Riders, echo fests like Boppin' To Grandfather's Clock by Sidney Jo Lewis aka Hardrock Gunter, and straight rock 'n' roll like Baby Why Did You Have To Go by Bob & the Rockbillies. Damn, Big Sandy by Bobby Roberts still sounds as exciting as the day when we first heard it (I remember it well: it was on a beautiful day in 1986 on the vinyl compilation Sin Alley and the world was never the same again) which says a lot about the eternal appeal of these songs. Try to imagine how razor sharp Gene La Marr's Crazy Little House On The Hill sounds through a stack of speakers three metres high at the volume level of a jumbo jet taking off: that's what Hemsby was like in its heyday. Songs like Jimmy Carroll's Big Green Car and Peanuts Wilson's Cast Iron Arm Peanuts Wilson have been doing the rounds for years but still generate the effect of a sledgehammer blow in your stomach. Medium tempo doesn't equal soft here: Jimmy Dee & the Offbeats' Henrietta could make a deaf person hear again. Please Give Me Something by Bill Allen & the Backbeats is so blistering that it was nicked by both The Stray Cats (for Crawl Up And Die) and The Cramps (for Drug Train). I'm not going to lyrically describe all 27 tracks, but I do like to mention that Hoyt Johnson's Enie Meanie Minie Mo, Hot Dog by Corky Jones aka Buck Owens pré-Bakersfield, Johnny Powers' intense quintessential Rock Rock and boppers like Cliff Johnson's Go Away Hound Dog and Jackie Lee Cochran's Riverside Jump are also present. These are not Happy Days jukebox golden oldies but the wildest and loudest sounds from 1956-1958 with one bopping side-jump to 1953, Shorty Long's I Got Nine Little Kisses. If you do not already own three quarters of these 27 songs, then go and don't come back until you have corrected your mistake. Info: www.atomi-c.at (Frantic Franky)


HILLBILLY DELUXE
Atomicat, ACCD041
English version: see below

Hillbilly Deluxe is de titel van het Dwight Yoakam album uit 1987 dat volgde op zijn grote doorbraak Guitars Cadillacs Etc Etc, maar daar heeft deze CD totaal niets mee te maken. Dit is gewoon een verzamelaar met buitengewone hillbilly boogie en countrybop, 26 tracks die niet hadden misstaan op Atomicat's Hillbilly And Rustic Rockabilly Bop reeks en in 2017-2018 verschenen op 4 Star Boogies & Jumpin' Hillbilly en de twee volumes Hillbilly Goes Electric op Richard Weize Archives, net als Atomicat een onderafdeling van moederconcern Rhythm Bomb, thans allemaal gegroepeerd onder de noemer Rockstar Records. Het feit dat die twee Hillbilly Goes Electric's toen enkel verschenen op vinyl rechtvaardigt evenwel deze heruitgave, en een aantal van de nummers hier leerden wij sowieso voor het eerst kennen eind jaren '80 begin jaren '90 op White Label's Boppin' Hillbilly LP reeks. De CD klinkt zoals de cassettes die wij in het pré-digitale tijdperk voor elkaar opnamen en uitwisselden en bevat als pintje bij paaltje komt veel meer dan enkel hillbilly. Het hele scala recht van onder de koe vandaan stijlen van pakweg eind jaren '40 tot midden jaren '50 komt immers aan bod, met veel boogies (Jack Rowe & his Wichita Mountain Boys' Bomb Bosh Boogie, Tiny Stokes & the Frontiersmen's Blackfoot Boogie, Reese Shipley's originele uitvoering van de Tennessee Ernie Ford hit Catfish Boogie) en semi-akoestische medium tempo boogie woogies (Johnny Daume & his Ozark Ridge Runners' Boogie Woogie Blonde) over semi-akoestische fox chases (Bill Tutt's Sixty Days) tot howdy neighbor Dave & Deke materiaal uit de tijd toen dat nog modern was (Wally Fowler & his Georgia Clodhoppers' Mountain Boogie), dat alles uiteraard handelend over de belangrijke dingen des levens zoals daar zijn vissen (Claudie Ham's Fisherman's Blues), te snel rijden met de duivel op je hielen (Kelly West & his Friendly Country Boys' moralistische Drive Slow Baby) en bingo (Tommy Mooney with Bobby Mooney & his Automobile Babies' Bingo Boogie). Krasse countryknarren die zich tegoed deden aan zwarte rhythm 'n' blues hielpen en passant zonder het te beseffen mee de rockabilly uitvinden, vraag maar aan Tommy Scott & his Ramblers met Dance With Her Henry uit 1955 (ook zijn Jumpin' From Six To Six staat hier op, de zang is twee keer van Tex Harper). Ja, dit soort muziek droeg zeker zijn steentje bij aan de basis van de rockabilly, en als bewijsstukken legt Hillbilly Deluxe een Crawdad Hole uit 1947 door Jack Grant & his 7-V-4 Ranch Boys op tafel, samen met Jimmy Short & the Silver Saddle Ranch Boys' Everybody's Trying To Be My Baby uit 1950... zes jaar vóór Carl Perkins! Naast Tommy Scott zijn de enige andere bekende namen Bob Wills' jongste broer Billy Jack Wills met een variatie op de Chew Tobacco Rag getiteld Tobacco Chewing Boogie, Eddie Noack als zanger bij RD Hendon & his Western Jamboree Cowboys in de Hank Snow cover Music Making Mama From Memphis, en gitarist Joe Maphis in het gezongen Lonesome Train Boogie met een opvallender rol voor de piano dan voor de gitaar, en een tweede keer met een prominentere gitaar als zanger op Sunshine Sue & her Rangers' Barn Dance Boogie. Art Gunn & the Arizona Playboys' Sugar Cane Boogie gaat over de cajuns in de bayous, en Pal Thibodeaux' Port Arthur Boogie is gezongen in een soort onverstaanbaar Frans koeterwaals. Associeert u dit alles met ouderwets en overdekt met kobbewebben? Nou, dankzij de mastering door de mij onbekende The Studio That Time Forgot in El Paso, Texas die al meer werkten voor Rhythm Bomb knettert en knalt dit als vuurwerk op oudjaar. Alle 26 goed, tenzij u de builenpest krijgt van accordeon trio’s, krassende violen en zelfs jazzy trompetten en klarinetten, met pedal steels als glijmiddel.
Info: www.atomi-c.at (Frantic Franky)

Hillbilly Deluxe is the title of Dwight Yoakam's 1987 follow up album to his big breakthrough Guitars Cadillacs Etc Etc, but this CD has absolutely nothing to do with that. This is simply a compilation with extraordinary hillbilly boogie and country bop, totalling 26 tracks that wouldn't be out of place on Atomicat's Hillbilly And Rustic Rockabilly Bop series and appeared in 2017-2018 on the Richard Weize Archives releases 4 Star Boogies & Jumpin' Hillbilly and the two volumes of Hillbilly Goes Electric. Like Atomicat RWA is a subdivision of parent company Rhythm Bomb which has now grouped all its labels under the name Rockstar Records. The fact that those two Hillbilly Goes Electric's only appeared on vinyl justifies this re-release, and some of the songs here we first became aware of in the late eighties and early nineties on White Label's Boppin' Hillbilly LP series anyway. The CD resembles the cassettes we taped for each other and exchanged in that pre-digital era and contains much more than just hillbilly. The whole range of down on the farm styles from roughly the end of the forties to the middle of the fifties is covered with a lot of boogies (Jack Rowe & his Wichita Mountain Boys' Bomb Bosh Boogie, Tiny Stokes & the Frontiersmen's Blackfoot Boogie, Reese Shipley's original version of the Tennessee Ernie Ford hit Catfish Boogie) and semi-acoustic medium tempo boogie woogies (Johnny Daume & his Ozark Ridge Runners' Boogie Woogie Blonde) over semi-acoustic fox chases (Bill Tutt's Sixty Days) to howdy neighbor Dave & Deke material from back in the days when that was still modern (Wally Fowler & his Georgia Clodhoppers' Mountain Boogie), all of this of course dealing with the important things in life like fishing (Claudie Ham's Fisherman's Blues), driving too fast with the devil on your heels (Kelly West & his Friendly Country Boys' moralistic Drive Slow Baby) and bingo (Tommy Mooney with Bobby Mooney & his Automobile Babies' Bingo Boogie). Cool country cats who dug black rhythm 'n' blues helped invent rockabilly without even realizing it, just ask Tommy Scott & his Ramblers with Dance With Her Henry from 1955 (his Jumpin' From Six To Six 6 is also present, the vocals in both cases provided by Tex Harper). Yep, this type of music certainly contributed to the foundations of rockabilly, as evidenced by a 1947 Crawdad Hole courtesy of Jack Grant & his 7-V-4 Ranch Boys and Jimmy Short & the Silver Saddle Ranch Boys' Everybody's Trying To Be My Baby from 1950... six years before Carl Perkins! Apart from Tommy Scott the only other famous names are Bob Wills' youngest brother Billy Jack Wills with a Chew Tobacco Rag variation titled Tobacco Chewing Boogie, Eddie Noack as singer with RD Hendon & his Western Jamboree Cowboys on the Hank Snow cover Music Making Mama From Memphis, and guitarist Joe Maphis in the vocal Lonesome Train Boogie with a bigger role for the piano than for the guitar, and with a more prominent guitar as the featured singer on Sunshine Sue & her Rangers' Barn Dance Boogie. Art Gunn & the Arizona Playboys' Sugar Cane Boogie is about the cajuns in the bayous, and Pal Thibodeaux' Port Arthur Boogie is sung in some kind of uncomprehensible French patois. You associate all of this with old-fashioned and covered with cobwebs? Thanks to the mastering by the completeley unknown to me The Studio That Time Forgot in El Paso, Texas who also upgraded the sound on other recent Rhythm Bomb CDs these tracks explode like fireworks on New Year's Eve. All 26 tracks are good unless you get the bubonic plague from accordion trios, scratchy violins and even jazzy trumpets and clarinets, with pedal steels as lubrificant. Info: www.atomi-c.at (Frantic Franky)

7 januari 2021

 

 

GUITAR TOWN/ PEKKA TIILIKAINEN & BEATMAKERS
Triola, JLCD 65
English version: see below

Scandinavische landen hebben een lange traditie als het gaat om instrumentale gitaarrock. Bekendst zijn natuurlijk The Spotnicks, maar wat Finland betreft hebben we de jaren zestig band The Sounds in herinnering die in 1963 een nationale hit scoorden met Emma/ Mandschurian Beat. In het Fins noemt men de gitaarrock rautalanka (draad), in het Deens pigtrad (prikkeldraad). Van die draden op de gitaar raak je in elk geval geprikkeld, want men wist in de jaren zestig in ieder geval de juiste snaar te raken. Ook tegenwoordig nog: tradities zijn er om hoog gehouden te worden, en in Finland doen dat onder andere Pekka Tiilikainen & the Beatmakers, een band die reeds bestaat sinds 1988, de nadagen van de rock ‘n’ roll revival, een opvallende naam want met gitaren werd juist, afgezien van de slaggitaar, geen ‘beat’ gemaakt maar de melodielijn vorm gegeven. Het is juist die melodie die, met een bepaalde twang of tremelo, maakt dat de gitaarrock tot het rock 'n' roll genre gerekend werd en wordt, hoewel het ritmisch niet altijd pure rock ‘n’ roll is. Dit instrumentale album is het nieuwste uit een indrukwekkend lange reeks van minstens 20 albums en compilaties waaraan de band die ook vocaal actief is en in 2017 in Nederland optrad op de 63ste Cliff & the Shadows Fan Meeting in Berkel-Enschot (een concert dat werd vereeuwigd op hun CD Live in Holland) haar medewerking verleende in binnen- en buitenland. Van de originele bezetting uit 1988 zijn alleen nog Jori Venemies (basgitaar) en Juha Heinonen (leadgitaar) overgebleven. Pekka Tiilikainen (ritmegitaar) kwam er in 1998 bij en Mikko Lund (drums) is sinds 2009 de jongste telg in de band, dat alles mooi na te lezen op hun eigen Finse wikipedia site want zo alwetend zijn we nu ook weer niet.
Voorweg, de CD zit in de lijn van de befaamde Dixie Aces die jarenlang enigszins aan de lopende band albums produceerden, en wat je tegenwoordig bij gitaarrock hebt is dat het wel eens poppy, soms jazzy, dan weer puur rockig klinkt. Zo is ook dit album gevarieerd qua sound, en de band weet van wanten. De mid tempo opener Golden Days is een knipoog naar de band die de oorzaak was van de hele rautalanka rage in Europa, The Shadows. 1963 is een stuk pittiger, een vrolijk oppeppende song met de Fender stratocaster als melodieuze aandachtstrekker. Uit de Vox gitaarversterkers knalt Do The Woddle, geheel in de traditie van het land of a 1000 dances zoals de USA zich anno 1961-1965 profileerde. Die dansen waaiden over naar Europa, en vooral de hully gully, de slop, de madison en natuurlijk de twist waren erg populair. Do The Woddle rockt aardig en is een echte foot tapper. I Love You Anyway heeft een overduidelijke poppy ondertoon. Van een band uit het extreem koude hoge noorden verwacht je natuurlijk ook opwarmende muziek met zuidelijke klanken zoals El Baile De La Cobra, een rustige wegdromer met elementen van Apache van The Shadows. Musta Ruusu (zwarte roos) is typisch zo’n nummer dat heel erg doet denken aan onze eigen Jumping Jewels, een goeie mid tempo rocker. Song For Wendy daarentegen is een pure popsong, niet onaardig, maar toch een kwestie van smaak, want stratocaster idolaten komen in ieder geval ook hier rijkelijk aan hun trekken. Het cool sixties twistertje The Road To Bodie is een pure Jumping Jewels kloon, al zal de band wellicht nog nooit van hen gehoord hebben. Popcorn is het overbekende nummer van Hot Butter uit 1972. Als kleine broekschijter zat ik toen voor de Nederlandse televisie en keek naar een serie die telkens begon met een door de straten rijdende ambulance met zwaailicht, begeleid door deze Popcorn tune. De Finnen hebben er een puike sixties Fenderversie van gemaakt. In Guitar Town is het wederom twisten geblazen, en Elena is andermaal een poppige ode aan een vermoedelijk lieftallige jongedame, maar dan wel zonder petticoat. De uitklinker van het album luistert naar de titel Archipelago. Archipels vind je normaal in warme oorden, en deze slow rocker ademt precies dat sfeertje uit. Noblesse oblige: al met al is dit een behoorlijk album, zoals je dat van veteranen ook mag verwachten.
Info: www.facebook.com/PTBeatmakers (Henri Smeets)

 

Scandinavian countries have a long tradition when it comes to instrumental guitar rock. Most famous are of course The Spotnicks, and from Finland we remember sixties band The Sounds who scored a national hit with Emma/ Mandschurian Beat in 1963. In Finnish guitar rock is called rautalanka (wire), in Danish it's called pigtrad (barbed wire). Those wires on the guitar do indeed give us electric shocks, because in the sixties they managed to hit the right string. That still goes nowadays: traditions are to be kept high, and in Finland this task is done by Pekka Tiilikainen & the Beatmakers, a band that already exists since 1988, the last days of the rock 'n' roll revival, a striking name because apart from the rhythm guitar guitars do not provide the beat but shape the melody line, and it's the melody which, with a certain twang or tremelo, made and still makes guitar rock part of the rock 'n' roll genre, even though rhythmically it's not always pure rock 'n' roll. This instrumental album is the latest in an impressively long series of at least 20 albums and compilations to which the band who also perform vocally and played in Holland in 2017 at the 63rd Cliff & the Shadows Fan Meeting (gig available on their Live in Holland CD) cooperated at home and abroad. Of the original 1988 line-up only Jori Venemies (bass guitar) and Juha Heinonen (lead guitar) remain. Pekka Tiilikainen (rhythm guitar) joined the band in 1998 and Mikko Lund (drums) is the youngest member of the band since 2009, as you can check on their Finnish wikipedia page - contrary to popular belief we do not know everything. The CD is in the line of the well known Dixie Aces who for several years produced these type of albums on the assembly line. The thing with guitar rock these days is that it sometimes sounds poppy, occasionally it's jazzy, and at other times it's purely rocking. This album is very varied in sound and the band obviously knows what they're doing. The mid paced opener Golden Days is a nod to the band that kickstarted the whole rautalanka craze in Europe, The Shadows. 1963 is a lot spicier, a cheerful uplifting tune with the Fender stratocaster melodically taking center stage. Out of the Vox amps pops Do The Woddle, in the tradition of the land of a 1000 dances as the USA profiled itself in 1961-1965. These dances crossed over to Europe, with especially the hully gully, the slop, the madison and of course the twist becoming very popular. Do The Woddle rocks nicely and is a real foot tapper. I Love You Anyway has an obvious poppy undertone. From a band from the extreme cold up north you expect heartwarming music with southern sounds like El Baile De La Cobra, a quiet dreamy song with elements from The Shadows' Apache. The decent mid paced rocker Musta Ruusu (black rose) is very reminiscent of Hollands' Jumping Jewels. Song For Wendy on the other hand is a pure pop song, not bad at all but a matter of taste, as stratocaster aficionados will enjoy themselves with this one. The cool sixties twist The Road To Bodie is a pure Jumping Jewels clone, although the band probably never heard of them. Popcorn is the well known Hot Butter instrumental from 1972, the days when I was a little kid and sat in front of the Dutch TV watching a series that always started with an ambulance with flashing lights driving through the streets, accompanied by the Popcorn tune. The Finns now made a great sixties Fender version of it. Guitar Town is another twist, while Elena is again a pop-style tribute to a presumably lovely young lady, but without a petticoat. The last track is called Archipelago. Archipels are normally to be found in warm places, and this slow rocker exudes exactly that atmosphere. Noblesse oblige: all in all, this is quite a good album, as you may expect from scene veterans.
Info: www.facebook.com/PTBeatmakers (Henri Smeets)


ROCKIN' MOVIE SOUNDTRACKS
Jasmine, JASCD879
English version: see below

Ik heb reeds vaak de verzuchting geslaakt waarom er geen soundtracks bestaan van die vele rock 'n' roll films uit de jaren '50 zoals - om gelijk de beste van die films te noemen - The Girl Can't Help It (1956). Het zal wel met rechten te maken hebben, want in The Girl Can't Help It zaten zoveel songs van verschillende platenmaatschappijen dat dat nu allemaal hopeloos ingewikkeld zal zijn, al zijn er wel degelijk een paar van die soundtracks. De Rock Rock Rock (1956) LP is een beroemd voorbeeld, en recente uitgaves waren de Bear Family (BAF11023) 10 inch van Don't Knock The Rock (1956) en Jasmine Records' recente James Burton CD Cannonball Rag (JASCD1086) die (bijna) alle songs uit de film Carnival Rock (1957) bevatte, maar het is dus echt wel zoeken geblazen. Hoogstens krijg je zo'n filmversie eens een keertje als bonus op een CD van een bepaalde artiest: zo dook Ruth Brown's live uitvoering van Mama He Treats Your Daughter Mean uit de film Rock 'n' Roll Revue (1955) pas nog op op haar gelijknamige Bear Family Juke Box Pearls CD (BCD17542). Ik zal wel niet de enige zijn die er zo over denkt en Jasmine komt ons tegemoet, niet met complete soundtracks, maar met een dubbel-CD met 58 songs uit rock 'n' roll en aanverwante films, en het opvallende hierbij is dat de CD niet zozeer de studioversies van de in de films gebruikte songs bevat (die vaak verschilden van de filmversies) maar voornamelijk opnames rechtstreeks uit de beschikbare DVDs geknipt, dus mét bijvoorbeeld de typerende aankondigingen door Alan Freed, soms met applaus op 't einde, soms met filmdialoog in het midden van de songs of met in de handen klappen op de maat van de muziek. Dat is voor de liefhebbers uiteraard best charmant, maar het betekent ook dat de geluidskwaliteit soms wat minder dynamisch. De meesten onder ons zullen een deel van de studionummers hier trouwens ongetwijfeld toch al hebben, zoals bijvoorbeeld de geniale Bill Haley instrumental Goofin' Around. Toch is er iets vreemds aan de hand: Eddie Cochran's Twenty Flight Rock hier, duidelijk afkomstig uit The Girl Can't Help It, bevat wel degelijk de gitaarsolo die in de film ontbreekt. Op YouTube staan er clipjes waarbij die solo er middels clevere editing opnieuw werd ingelast... Deze CD is met andere woorden een speeltje "zoek de zeven verschillen"!
Bekende artiesten zijn onder meer Gene Vincent (Baby Blue), Jerry Lee Lewis (Great Balls Of Fire), Fats Domino (I'm In Love Again), Bill Haley & his Comets (Rip It Up), Chuck Berry (You Can't Catch Me, Little Queenie), Danny & the Juniors (At The Hop), The Del Vikings (Come Go With Me), Dion (The Wanderer), Tommy Sands (Who Baby), Frankie Lymon & the Teenagers (I'm Not A Juvenile Delinquent, het minder bekende Love Put Me Out Of My Head), Johnny Otis (Willie And The Hand Jive), Big Joe Turner (Shake Rattle And Roll), Louis Jordan (Caldonia uit 1945) en Jackie Wilson (het minder bekende You Better Know It), maar deze versies klinken dus soms maar niet altijd significant anders dan de bekende studioversies. De verhouding blank-zwart is pakweg 1 op 3 dus is er veel doo-wop als The Harptones' Oo Wee Baby, The Five Stars' Hey Juanita, The Clovers' Lovey Dovey, Lewis' Lymon & the Teenchords' Your Last Chance, The Wanderers' My First Last And Only Girl. Daarnaast zijn er ook veel ballades want in al die rock 'n' roll films zat steevast minstens één ballade of crooner, zoals hier Brook Benton's If Only I Had Known, Nora Hayes' I Guess I Won't Hang Around, The Titans' So Hard To Laugh So Easy To Cry, Roy Hamilton's The Secret Path To Love, Tony Casanova's Diary Of A High School Bride, The Platters' You'll Never Know en The Flamingos' Would I Be Crying, maar evengoed wilde rock 'n' roll (Bob Luman's This Is The Night), zwarte stormtroepers (Smiley Lewis' Shame Shame Shame), piano boogie woogie (Sugar Chile Robinson's Caldonia uit 1946), rockabilly (Carl Perkins' Glad All Over, Johnny Carroll's Rockin' Maybelle), wilde instrumentale sax honkers (Nino Tempo's Horn Rock), rhythm 'n' blues boogie (Rosco Gordon's Bop It) en twist (Sam Butera's Tag That Twistin' Dolly). Onbekend materiaal is het rockabilly-achtige Rock 'n' Roll Part 1 van The Blockbusters (geen spoor van Part 2), de rhythm 'n' blues rockers They Raided The Joint van Linda Hopkins, Fast Movin' Mama van Connie Carroll en Don't Be That Way van Reese La Rue (die komen dan ook uit een film getiteld Rockin' The Blues), de standaard medium tempo sax instrumental Dark Blue van Jimmy Daley en het keurig nette Mama Can I Go Out van Jo Ann Campbell. In beperkte mate bevat de CD ook niet-rock 'n' roll zoals Peggy Lee's trompetballade Oh Didn't He Ramble.
Hier vermelden uit welke films elke genoemde song afkomstig is zou ons te ver leiden maar kan je nalezen in de CD insert. Het zijn trouwens niet alleen films maar ook soundies en kortfilms die de periode 1934-1961 omvatten. U leest het goed, 1934, 20 jaar voor de rock 'n' roll werd uitgevonden, maar de vocal harmony scat van The Mills Brothers' Swing It Sister uit 1934 blijft verbazen, en er is nog meer van dattum met Thursday Evening Swing van The Basin Street Boys uit 1938. Veel van die films heb ik nog nooit gezien en van een aantal zoals The Duke Is Tops alias The Bronze Venus (1938), Pete Kelly's Blues (1955), Harlem Variety Revue (1955) en Baby Doll (1956) heb ik zelfs nog nooit gehoord. Mogelijk zijn het niet allemaal muziekfilms maar ook gewone films met rock 'n' roll muziek op de soundtrack. Het heeft in elk geval allemaal wel iets en voor de verzamelaar van obscuriteiten heeft het véél, maar voor de gemiddelde collectioneur volstaan uiteraard de gewone studio versies. Missie voor 2021: nu al de films vinden! Info: www.jasmine-records.co.uk (Frantic Franky)

 

I've often wondered how come there are so few soundtrack albums available for the many 1950s rock 'n' roll movies like - just to name the most famous of them all - The Girl Can't Help It (1956). Guess it has to do with the licensing rights, as The Girl Can't Help It contains so many songs from different record labels that it will be hopelessly complicated to sort out now, although there exist at least a few soundtracks. The Rock Rock Rock (1956) LP is well known, a recent one was Bear Family's (BAF11023) vinyl 10 inch of Don't Knock The Rock (1956), and Jasmine's recent James Burton CD Cannonball Rag (JASCD1086) contained (almost) all the songs from the movie Carnival Rock (1957). Still, it's like searching for needles in a haystack. You're already lucky to find one of those movie tunes as a bonus on a compilation: Ruth Brown's live version of Mama He Treats Your Daughter Mean from the movie Rock 'n' Roll Revue (1955) recently turned up on her eponymous Bear Family Juke Box Pearls CD (BCD17542). I'm sure I'm not the only one who digs rock 'n' roll movies and Jasmine spoils us, not with complete soundtracks, but with a double CD containing 58 songs culled from rock 'n' roll and related films, and what's nice is that the CD does not so much contain the studio versions of the songs used in the films (which often differed from the film versions) but mainly recordings cut straight from the available DVDs, which means for example including Alan Freed's typical announcements, sometimes with applause at the end, sometimes with film dialogue in the middle of the songs or with hands clapping along to the beat. This is quite fun if you like it, but it also means that the sound quality is sometimes a bit less dynamic. Most of us will have at least some of the studio versions of these songs anyway, like for example the genius Bill Haley instrumental Goofin' Around. Still there is something strange: Eddie Cochran's Twenty Flight Rock , clearly straight out of The Girl Can't Help It, does contain the guitar solo that was cut from the movie. On YouTube there are clips where that solo has been added again through clever editing... In other words, this CD is a kind of "spot the seven differences"!
Well known artists include Gene Vincent (Baby Blue), Jerry Lee Lewis (Great Balls Of Fire), Fats Domino (I'm In Love Again), Bill Haley & his Comets (Rip It Up), Chuck Berry (You Can't Catch Me, Little Queenie), Danny & the Juniors (At The Hop), The Del Vikings (Come Go With Me), Dion (The Wanderer), Tommy Sands (Who Baby), Frankie Lymon & the Teenagers (I'm Not A Juvenile Delinquent, the lesser known Love Put Me Out Of My Head), Johnny Otis (Willie And The Hand Jive), Big Joe Turner (Shake Rattle And Roll), Louis Jordan (Caldonia from 1945) and Jackie Wilson (the lesser known You Better Know It), but these versions sound sometimes but not always significantly different from the well known studio versions. The ratio white to black artists is about 1 to 3 so there is obviously a lot of doo-wop such as The Harptones' Oo Wee Baby, The Five Stars' Hey Juanita, The Clovers' Lovey Dovey, Lewis' Lymon & the Teenchords' Your Last Chance, The Wanderers' My First, Last And Only Girl. There are also a lot of ballads because in all those rock 'n' roll movies there was always at least one ballad or crooner, like Brook Benton's If Only I Had Known, Nora Hayes' I Guess I Won't Hang Around, The Titans' So Hard To Laugh So Easy To Cry, Roy Hamilton's The Secret Path To Love, Tony Casanova's Diary Of A High Scholl Bride, The Platters' You'll Never Know and The Flamingos' Would I Be Crying, plus wild rock 'n' roll (Bob Luman's This Is The Night), black storm troopers (Smiley Lewis' Shame Shame), piano boogie woogie (Sugar Chile Robinson's Caldonia from 1946), rockabilly (Carl Perkins' Glad All Over, Johnny Carroll's Rockin' Maybelle), wild instrumental sax honkers (Nino Tempo's Horn Rock), rhythm 'n' blues boogie (Rosco Gordon's Bop It) and twist (Sam Butera's Tag That Twistin' Dolly). Unknown material is the rockabilly-like Rock 'n' Roll Part 1 by The Blockbusters (no trace of Part 2), the rhythm 'n' blues rockers They Raided The Joint by Linda Hopkins, Fast Movin' Mama by Connie Carroll and Don't Be That Way by Reese La Rue (it's no surprise they're from a movie called Rockin' The Blues), the standard medium tempo sax instrumental Dark Blue by Jimmy Daley and the neat Mama Can I Go Out by Jo Ann Campbell. The CD even includes a few non-rock 'n' roll tracks like Peggy Lee's trumpet ballad Oh Didn't He Ramble.
To mention the title of the movie of all 58 tracks here would lead us too far, but they are in the CD insert. It's not only films but also soundies and shorts from 1934 to 1961. Yes, you read it correctly, that's 1934, 20 years before rock 'n' roll was invented. Still, the vocal harmony scat of The Mills Brothers' Swing It Sister from 1934 remains exciting, and there's more where that came from with The Basin Street Boys' Thursday Evening Swing from 1938. Many of these movies I have never seen and some I never even heard of like The Duke Is Tops alias The Bronze Venus (1938), Pete Kelly's Blues (1955), Harlem Variety Revue (1955) and Baby Doll (1956). Perhaps some of these are not music films but regular movies with rock 'n' roll music on the soundtrack. In any case, it certainly has got something, and for collectors of obscurities there is a lot to be discovered here, while for the average listener the regular studio versions will be sufficient. Mission for 2021: find the movies! Info: www.jasmine-records.co.uk (Frantic Franky)


 

 

CHERRIES ON THE LOSE VOLUME 2
Atomicat, ACCD082
English version: see below

Volume 2 van 3 in een reeks met 3 x 28 originele uitvoeringen van songs die bekender zijn geworden in andermans' versies, of hoe je een hit kan scoren door te gaan lopen met de pluimen van een ander. De originele uitvoerder werd daarbij vaak vergeten, over het hoofd gezien, of viel - zo gaat dat in de gehaaide muziekbusiness - financieel uit de boot, tenzij hij het geluk had het liedje in kwestie ook zelf te hebben geschreven én zijn zaakjes goed op orde had. De CD biedt een mooi evenwicht tussen bekende en minder bekende originele uitvoeringen: Chan Romero's Hippy Hippy Shake, Bobby Charles' See You Later Alligator en Smiley Lewis' One Night en I Hear You Knocking kent eenieder, dat Kansas City niet van Wilbert Harrison maar van Little Willie Littlefield is is minder geweten. Even zwart en even gezellig is Feel So Fine van Shirley & Lee waar Johnny Preston Feel So Good van maakte, maar wist u dat I‘m Gonna Knock On Your Door niet van Eddie Hodges is maar reeds in 1959 werd opgenomen door de later welbekende Isley Brothers? En dat Twist And Shout dan weer niet van The Isley Brothers was maar van de op en top soul klinkende Top Notes een jaartje eerder in 1961 en die zo te horen ook inspiratie vonden bij La Bamba en andere Trini Lopez klanken? Ja, zo leert een mens nog eens wat. Er is trage country (Hank Locklin's Send Me The Pillow You Dream On) en honky tonk piano country (Slim Willet's Dont Let The Stars Get In Your Eyes), maar Cherries On The Lose gaat stilistisch nog veel breder door ook crooners (Vaughn Monroe's Mr. Sandman) en plechtige vocal harmony folk (The Weavers' Kisses Sweeter Than Wine, Sealed With A Kiss niet van Brian Hyland maar van The Four Voices) te incorporeren. En meer dan één wenkbrauw zal gefronst worden bij het aanhoren van I Call Your Name van Billy J. Kramer & the Dakotas uit 1963 dat pure (rustige) beat muziek is, al vermoed ik dat vooruitstrevende Britse DJ’s het wel eens zouden kunnen gebruiken als stroll. U kent dat niet? Als pure rock 'n' roller strekt u dat tot eer, want het is een Lennon/ McCartney compositie die The Beatles pas zelf opnamen ná Billy J. Kramer & the Dakotas. Uit de in een vergeten hoekje aangetroffen oude doos waar eerst een dikke laag stof diende afgeblazen vond samensteller Mark Armstrong tenslotte de prehistorische akoestische countryblues oerversies van Corrine Corrina (Bo Carter & Charlie McCoy in 1928) en Walk Right In (Cannon's Jug Stompers in 1929).
De Elvis connectie: Big Mama Thornton's bluesy Hound Dog uit 1952 en Arthur "Big Boy" Crudup's bluesboppende My Baby Left Me uit 1950 zijn verplichte kost, Darrell Glenn's plechtige ballade Crying In The Chapel is verloren geraakt in de plooien der tijd hoewel het in 1953 een hit was - meestal wordt aangenomen dat de originele uitvoering de cover door The Orioles is. Bossa Nova Baby werd door Tippie & the Clovers opgenomen in 1962 met naar verluidt nog één originele jaren '50 Clover in de rangen, Harold Lucas, alvorens Elvis het een jaar later zou gebruiken in de film Fun in Acapulco. Maar ook Elvis zelf heeft originals op zijn naam: hij deed Mean Woman Blues vóór Jerry Lee Lewis, Cliff Richard en Roy Orbison. En omdat het niet altijd de Elvis connectie moet zijn: de Chubby Checker connectie! De originele The Twist van Hank Ballard & the Midnighters uit 1959 kent u, de eerste Pony Time door Don Covay niet.
Ontdekkingen voor mij, nochtans geen leek op het wetenschapsgebied van de originals, zijn Down The Road A Piece in de goeie pianoboogie versie van het Will Bradley Trio in 1940, de bijna musical original van Honeycomb door Georgie Shaw in 1953, en het springere hillbilly Gonna Get Along Without Ya Now (in 1979 een discohit voor Viola Wills) door Roy Hogsed in 1951. En zeg nu eens eerlijk: hoe vaak hebt u David Dante's rockender originele Speedy Gonzales al gehoord? Leuke dingen voor de mensen, en dan vooral voor die mensen die kicken op een door het Sun Valley Trio in 1950 van accordeon voorziene Hokey Pokey.
Info: www.atomi-c.at (Frantic Franky)

Volume 2 out of 3 in a series featuring 3 x 28 original versions of songs that became more famous sung by others artists, or how to score a hit with someone else's blood and sweat. In doing so the original performer was often forgotten, overlooked or - that's the way it goes in the music business -cheated out of money, unless he was lucky enough to have written the song himself and smart enough to have his affairs in order. The CD offers a nice balance between well known and lesser known original performances: everybody knows Chan Romero's Hippy Hippy Shake, Bobby Charles' See You Later Alligator and Smiley Lewis' One Night and I Hear You Knocking, but not necessarily that Kansas City is not from Wilbert Harrison but from Little Willie Littlefield. Feel So Fine by Shirley & Lee, redone by Johnny Preston as Feel So Good, is just as black and cozy as these, but did you know that I'm Gonna Knock On Your Door is not from Eddie Hodges but had already been recorded in 1959 by The Isley Brothers before they hit the big time? And that Twist And Shout is not from The Isley Brothers but from The Top Notes a year before in 1961 with a high soul factor while at the same time sounding like it was inspired by La Bamba and other Trini Lopez sounds? You learn something new every day. There's slow country (Hank Locklin's Send Me The Pillow You Dream On) and honky tonk piano country (Slim Willet's Dont Let The Stars Get In Your Eyes), but Cherries On The Lose goes stylistically much broader by incorporating crooners (Vaughn Monroe's Mr. Sandman) and solemn vocal harmony folk (The Weavers' Kisses Sweeter Than Wine, Sealed With A Kiss not by Brian Hyland but by The Four Voices). More than one eyebrow will be raised when hearing 1963's I Call Your Name by Billy J. Kramer & the Dakotas which is pure (quiet) beat music, although I suspect progressive British rock 'n' roll DJs might use it as a stroll. You don't know that song? As a pure rock 'n' roller that does you credit, because it's a Lennon/Mccartney composition which The Beatles only recorded after Billy J. Kramer & the Dakotas. From an old box covered with a thick layer of dust found in a forgotten corner compiler Mark Armstrong dug up the prehistoric acoustic country blues versions of Corrine Corrina (Bo Carter & Charlie McCoy in 1928) and Walk Right In (Cannon's Jug Stompers in 1929).
The Elvis connection: Big Mama Thornton's bluesy 1952 Hound Dog and Arthur "Big Boy" Crudup's bluesbopping 1950 My Baby Left Me are compulsory, while Darrell Glenn's solemn ballad Crying In The Chapel got lost in the mists of time even though it was a hit in 1953 - it's usually assumed that the original performance was the cover version by The Orioles. Bossa Nova Baby was recorded by Tippie & the Clovers in 1962 with reportedly one original fifties Clover still in the ranks, Harold Lucas, before Elvis would use it a year later in the movie Fun in Acapulco. But Elvis himself also has originals to his name: the king did Mean Woman Blues before Jerry Lee Lewis, Cliff Richard and Roy Orbison. And because it doesn't always have to be the Elvis connection: the Chubby Checker connection! You know the original The Twist by Hank Ballard & the Midnighters from 1959, but you don't know the first Pony Time by Don Covay.
Discoveries for me, not a newcomer when it comes to the science of originals, are Down The Road A Piece in the good piano boogie version of the Will Bradley Trio in 1940, the almost variety show original of Honeycomb by Georgie Shaw in 1953, and the jumping hillbilly Gonna Get Along Without Ya Now (in 1979 a disco hit for Viola Wills) by Roy Hogsed in 1951. And let's be honest: how many times have you heard David Dante's more rockin' original Speedy Gonzales? Fun stuff for the people, especially for those people who kick on a Hokey Pokey from 1950 featuring accordion by The Sun Valley Trio. Info: www.atomi-c.at (Frantic Franky)



Lees hier de oudere recensies

Terug naar de voorpagina