(reclame)


Je recente release (muziek, boek of wat dan ook) gerecenseerd op onze website? Stuur deze dan naar de hoofdredactie!
Your recent release (music, book or whatever) reviewed on our website? Send it to our editor-in-chief!


 

17 februari 2021

Vinyl Recensies

SINGS CARLOS SLAP/ GORDON DOEL
El Toro, ET-15.135
English version: see below

Carlos López alias Charlie Slap uit Madrid is de contrabassist van The Lucky Dados en de meer psycho gerichte Speedsickers, en na vinyl singles waarop hij samenwerkte met Charlie Hightone (GB), Marcel Bontempi (D) en Spencer Evoy (GB) is het nu de beurt aan Gordon Doel van de Britse band The Doel Brothers. Het basisprincipe daarbij is dat er twee nieuwe songs van Spaanse origine worden opgenomen in Spanje met Spaanse muzikanten, of is dit door de wonderen der digitale techniek apart opgenomen tijdens de lockdown? De mij onbekende muzikanten komen deels uit rock 'n' roll bands (Fever Band, Mad Martin Trio), deels uit niet-rock 'n 'roll bands en ongetwijfeld deels uit niet-rock 'n' roll bands waar Carlos Slap zelf bij speelt, maar dat van die niet-rock 'n' roll is er gelukkig niet aan te horen. Op luistergebied zijn er geen verrassingen want de muziek is door western swing geïnspireerde rock 'n' roll met steel gitaar, helemaal in de stijl van de albums van The Doel Brothers, met twee nummers in de verhalende stijl van Tennessee Ernie Ford perfect op maat van Gordon Doel geschreven maar door Doel hoger gezongen dan Tennessee Ernie Ford. I'm Not Alone is twee minuten rocka-hillbilly feel, het soort melodietje waar een Deke Dickerson wel raad mee weet, B-kant I Feel The Storm is melodieuze uptempo countrypicking boogie op boom-chicka-boom ritme in een western setting, net als in I'm Not Alone met een prominente steel in samenspel met de elektrische gitaar.
Hebbeding voor de fans van The Doel Brothers wegens nergens anders verkrijgbaar, of in elke geval tot El Toro vroeg of laat beslist al die Carlos Slap singles uit te brengen op één CD. Info: www.eltororecords.com en www.facebook.com/carlos.slap.5 (Frantic Franky)

Carlos López aka Charlie Slap from Madrid is the double bass player of The Lucky Dados and the more psychobilly oriented Speedsickers, and after vinyl singles on which he collaborated with Charlie Hightone (GB), Marcel Bontempi (D) and Spencer Evoy (GB) he is now joined by Gordon Doel of the British band The Doel Brothers. The basic principle is that two new songs of Spanish origin are recorded in Spain with Spanish musicians, or was this thanks to the wonders of digital technology recorded separately during the lockdown? I don't know any of the musicians involved who are partly from rock 'n' roll bands (Fever Band, Mad Martin Trio), partly from non-rock 'n' roll bands and undoubtedly partly from non-rock 'n' roll bands in which Carlos Slap himself plays, but you can't hear this on the recordings. No surprises here as the music is western swing inspired rock 'n' roll with steel guitar completely in the style of The Doel Brothers' albums, with two songs in the narrative style of Tennessee Ernie Ford perfectly tailored to Gordon Doel but sung higher by him than Tennessee Ernie Ford would. I'm Not Alone is a two minutes of rocka-hillbilly feel kind of Deke Dickerson type of tune, while B-side I Feel The Storm is melodic uptempo countrypicking boogie on a boom-chicka-boom rhythm in a western setting, just like I'm Not Alone with a prominent steel intertwining with the electric guitar.
This is a must have for fans of The Doel Brothers because it's not available anywhere else, at least not until El Toro sooner or later decides to, err, slap all those Carlos Slap singles on one CD. Info: www.eltororecords.com en www.facebook.com/carlos.slap.5 (Frantic Franky)


SINGS CARLOS SLAP/ SPENCER "CHICKEN" EVOY
El Toro, ET-15.133
English version: see below

Carlos López alias Charlie Slap uit Madrid is de contrabassist van The Lucky Dados en de meer psycho gerichte Speedsickers, en na vinyl singles waarop hij samenwerkte met Charlie Hightone (GB), Marcel Bontempi (D) en Gordon Doel van The Doel Brothers (GB) is het nu de beurt aan Spencer Evoy, met als basisprincipe dat er twee nieuwe songs van Spaanse origine worden opgenomen in Spanje met Spaanse muzikanten, of is dit door de wonderen der digitale techniek apart opgenomen tijdens de lockdown? Evoy is de zanger en saxofonist van de Britse band MFC Chicken, een frontman met een verbazingwekkend zware brullende sixties stem voor zo'n magere kippenborst, en MFC Chicken, de laatste paar jaar een sensatie op rock 'n' roll festivals, is een fratrockband die het beste van jaren '60 bands als The Fabulous Wailers, The Sonics, The Kingsmen, The Troggs en Sam The Sham & the Pharaohs in zich verenigt. De mij onbekende Spaanse muzikanten komen deels uit rock 'n' roll bands (Fever Band, Mad Martin Trio), deels uit niet-rock 'n' roll bands en ongetwijfeld deels uit niet-rock 'n' roll bands waar Carlos Slap zelf bij speelt, maar dat van die niet-rock 'n' roll is er gelukkig niet aan te horen. Dat dit echter geen standaard rock 'n 'roll is geworden moge evenwel duidelijk zijn voor wie het feestrecept van MFC Chicken kent. A-kant The Monkey Shotgun drijft op orgel en sax maar klinkt als een zichzelf niet al te serieus nemende light versie van The Sonics, terwijl een begeleidende piano voor de roll zorgt. B-kant Down In Mexico (geschreven door Franco Angás, zanger-gitarist van de Spaanse surfgroep Los Twangs) is rustiger in de soulvolle stijl van de zwarte muziek begin jaren '60. Fans van MFC Chicken zullen niet teleurgesteld zijn. Info: www.eltororecords.com en www.facebook.com/carlos.slap.5 (Frantic Franky)

Carlos López aka Charlie Slap from Madrid is the double bass player of The Lucky Dados and the more psychobilly oriented Speedsickers, and after vinyl singles on which he collaborated with Charlie Hightone (GB), Marcel Bontempi (D) and Gordon Doel of The Doel Brothers (GB) it's Spencer Evoy's turn, with the basic premise that two new songs of Spanish origin are recorded in Spain with Spanish musicians, or was this recorded separately during the lockdown through the wonders of digital technology? Evoy is the singer and saxophone player of the British band MFC Chicken, a frontman with an amazingly heavy booming sixties voice for such a skinny chicken breast, while MFC Chicken, a sensation at rock 'n' roll festivals the last few years, is a frat rock band incorporating the best of sixties bands like The Fabulous Wailers, The Sonics, The Kingsmen, The Troggs and Sam The Sham & the Pharaohs. I don't know any of the Spanish musicians involved who come partly from rock 'n' roll bands (Fever Band, Mad Martin Trio), partly from non-rock 'n' roll bands and undoubtedly partly from non-rock 'n' roll bands in which Carlos Slap himself plays, but luckily you can't hear this in the music. Nevertheless it will be obvious for those who know MFC Chicken's party recipe that this is not your avarage standard rock 'n roll. A-side The Monkey Shotgun is heavy on organ and sax but sounds like a not-too-serious version of The Sonics light, while an accompanying piano provides the roll. B-side Down In Mexico (written by Franco Angás, singer-guitarist of Spanish surf group Los Twangs) is calmer in the soulful style of early sixties black music. Fans of MFC Chicken will not be disappointed. Info: www.eltororecords.com en www.facebook.com/carlos.slap.5 (Frantic Franky)

CD Recensies

SECOND TAKE JAKE 2010-2020/ JAKE CALYPSO
Rock Paradise, RPRCD 53
English version: see below

Na One Take Jake uit 2018 is dit de tweede Jake Calypso "best of" met 25 tracks die de zeven Jake Calypso albums verschenen van 2009 (zijn debuutalbum Grandaddy's Grease) tot 2020 (het op slechts 50 exemplaren verschenen Lockdown Sessions) overloopt en de vinyl singletracks Who Knocks On My Door, When We Cross Our Eyes en Babe Babe Baby bevat, met speciaal voor u daar die trouw alle Jake Calypso albums en singles kocht verschillende hermixte en geremasterde en drie onuitgebrachte nummers. Jake Calypso is sinds 2009 het alter ego van Hervé Loison (F) die sinds begin jaren '80 opnam met The Corals, Teddy Best, Mystery Train en Hot Chickens. Het oorspronkelijke Jake Calypso concept in 2009 was het spelen van authentieke rockabilly, maar dat idee liet Loison snel varen en Jake Calypso werd een fictief personage dat intussen zowat alle rock 'n' roll stijlen onder handen nam. Dat weerspiegelt zich uiteraard op deze CD waarop naast geflipte rammel rockabilly (Cinderella, I'm A Real Cool Cat, Gonna Bring You Back, That's All Right) en primitivo bop (Tell Me Lou, de geniale meestamper Passion And Fashion) ook rechtdoor glam rock 'n' roll (When I Was 15), melodieuze medium tempo gospel ballades (Milky White Way), teenrock (You Killing Me) en Elvis gefluister (het gevoelige Home Is Where The Heart Is, het onuitgebrachte That's When Your Heartaches Begin op één akoestische gitaar) de revue passeren, maar evengoed zwarte strollers (Addiction Baby), semi-akoestische countryblues (Louise Blues, het hypnotiserende Don't Miss The Train Man), bluesbop (Hey Barber Barber) en country (To My Son And Daughter). De twee andere onuitgegeven songs naast That's When Your Heartaches Begin komen van de sessies voor de Lockdown Sessions CD, namelijk het uptempo country Little Cabin On The Hill en een meer Charlie Feathers geïnspireerde alternatieve If I Had Me A Woman. Het is daarbij duidelijk dat Jake Calypso de dementerende krankjorum rockabilly steeds meer achter zich laat om zich reflectiever te uiten. Komt de wijsheid dan toch met de jaren? Misschien wel, maar gelukkig blijven het onbegrijpelijke gebrabbel en de occasionele jodel behouden. In elk geval is er nog hoop voor de rock 'n' roll zolang er Hervé Loisons op deze aardkloot rondlopen, want dankzij artiesten zoals hij behouden wij het geloof in de bovennatuurlijke kracht van rock 'n' roll.
Info: www.rockparadise.fr en www.jakecalypso.com (Frantic Franky)

Following 2018's One Take Jake, this is the second Jake Calypso "best of" with 25 tracks spanning the seven Jake Calypso albums released from 2009 (his debut Grandaddy's Grease) to 2020 (Lockdown Sessions of which only 50 copies were pressed) and including the vinyl single tracks Who Knocks On My Door, When We Cross Our Eyes and Babe Babe Baby, with especially for all you folks out there who faithfully bought all Jake Calypso albums and singles several remixed and remastered and three unreleased tracks. Jake Calypso has been the alter ego of Hervé Loison (F) who since the early 1980s recorded with The Corals, Teddy Best, Mystery Train and Hot Chickens. The original Jake Calypso concept in 2009 was to play authentic rockabilly, but Loison quickly dropped that idea and Jake Calypso became his alter ego who has since taken on just about every rock 'n' roll style. That is reflected on this CD which apart from flipped out rattling rockabilly (Cinderella, I'm A Real Cool Cat, Gonna Bring You Back, That's All Right) and primitivo bop (Tell Me Lou, the brilliant feet stompin' Passion And Fashion) features not only straight ahead glam rock 'n' roll (When I Was 15), melodic medium tempo gospel ballads (Milky White Way), teen rock (You Killing Me) and Elvis whispers (the sensitive Home Is Where The Heart Is, the unreleased That's When Your Heartaches Begin on one acoustic guitar) but also black strollers (Addiction Baby), semi-acoustic country blues (Louise Blues, the hypnotising Don't Miss The Train Man), blues bop (Hey Barber Barber) and country (To My Son And Daughter). The two other unreleased songs besides That's When Your Heartaches Begin stem from the sessions for the Lockdown Sessions CD: the uptempo country Little Cabin On The Hill and a more Charlie Feathers inspired alternative If I Had Me A Woman. It's clear that Jake Calypso is increasingly leaving the demented crazy rockabilly behind to express himself more reflectively. Does wisdom come with age after all? Perhaps, but fortunately the incomprehensible gibberish and the occasional yodel remain. In any case, as long as there are Hervé Loisons walking this earth there is still hope for rock 'n' roll, because thanks to artists like him we keep our faith in the supernatural power of rock 'n' roll.
Info: www.rockparadise.fr en www.jakecalypso.com (Frantic Franky)


THE QUARANTINE TAPES/ CAT LEE KING
Rhythm Bomb, RBR 6012

Eerste soloalbum van Cat Lee King, de frontman, pianist en zanger met de grofkorrelige stem van de Duitse band Cat Lee King & his Cocks, met King nu niet alleen op piano maar ook op gitaar en drums, met gastbijdragen van Ray Collins en Cat Lee King & his Cocks gitarist Tommy J. Croole. Het enige Cat Lee King & his Cocks album nu toe, Cock Tales (RBR 5887) uit 2018, is de betere rock 'n' roll op basis van boogie woogie piano met gitaarsolo’s die af en toe maar gelukkig niet te vaak richting rhythm ‘n’ blues gingen. Een paar nummers op Cock Tales helden over naar de rhythm ‘n’ blues en enkele andere songs vertoonden de invloed van (neo)swing, en laten dat nu juist de pijlers zijn waarop dit soloalbum steunt.
Alberta Hunter's My Castle's Rockin is een barrelhouse crooner met jazzy sax, het aan Count Basie's jazz gitarist Eddie Durham toegeschreven 4 O' Clock Blues is bluesy met diepe blazers, en er is nog meer blues met Herbert Beard’s Gal You Need A Whippin’ en Zuzu Bollin's uptempo Why Don't You Eat Where You Slept Last Night. Willie Dixon's rustige, mooie Violent Love kennen we van Dr Feelgood en Indigo Swing maar krijgt ook een wat bluesy invulling door de gitaar. Nog crooners zijn het bekende On The Sunny Side Of The Street en het rustige Close To Me met vibrafoon, dat tweede merkwaardig genoeg een gevoelig jaren '60 nummer van de hand van massamoordenaar Charles Manson, al vertaalde Manson gewoon de Latijns-Amerikaanse bolero Sabor A Mi van begin jaren '60, in 1978 gecoverd door Los Lobos op hun debuut LP Just Another Band From East LA. Manson's versie uit +/- 1967 is trouwens een buitenbeentje in zijn muzikale oeuvre, want in Close To Me klinkt hij meer als Willie Nelson dan als zichzelf. Blues en crooner komen samen in Ain’t Nobody’s Business dat begin jaren '20 een van de eerste bluesstandaards werd, hier opnieuw met een bluessolo op de gitaar maar met gospel tinten op piano. Meet Me Half Way van Arbee Stidham uit 1956 is een stop/start blues in de stijl van het bekendere Get Out Of The Car (Treniers, Richard Berry) en een van de beste nummers op de CD omdat het het meest aanleunt bij Cock Tales. Al deze nummers zijn covers met als bekendste cover Hank Williams' Hey Good Looking in een piano boogie versie met uptempo blues gitaar, maar The Quarantine Tapes bevat ook drie eigen nummers: de uptempo blues Final Call, de ouderwetse swing Whoever Made You met harmony vocals die perfect zou passen in de setlist van Cat Lee King & his Cocks, en de swingende instrumental Virologoy met fingerpickende bluesgitaar. De sound van de CD is minder gestroomlijnd als Cock Tales en meer als een demo, alsof het uit een oude transistor radio weerklinkt, ook al omdat King beter is op piano als op gitaar en omdat de saxen soms piepen. Het geluid van stemmen en gelach op de achtergrond geeft een live sfeertje alsof dit werd opgenomen in een rokerige kroeg. De vinylversie zou onderweg zijn.
Info www.vintagerockinroots.com en www.facebook.com/catleekingandhiscocks (Frantic Franky)


Cat Lee King & his Cocks vóór corona...


...en Cat Lee King & his Cocks ná corona!

First solo album from Cat Lee King, the gravel voiced frontman, piano player and singer of German band Cat Lee King & his Cocks, with King now not only on piano but also on guitar and drums, with guest contributions from Ray Collins and Cat Lee King & his Cocks guitarist Tommy J. Croole. The only Cat Lee King & his Cocks album to date, 2018's Cock Tales RBR 5887, is excellent boogie woogie piano based rock 'n' roll with guitar solos that occasionally but thankfully not too often veer in the direction of rhythm 'n' blues. A few songs on Cock Tales tilted toward rhythm 'n' blues and a few others showed the influence of (neo)swing, and whaddaya know: those two genres are the very pillars on which this solo album rests. Alberta Hunter's My Castle's Rockin' is a barrelhouse crooner with jazzy sax, 4 O' Clock Blues attributed to Count Basie's jazz guitarist Eddie Durham is bluesy with deep blowing horns, and there's more blues with Herbert Beard's Gal You Need A Whippin' and Zuzu Bollin's uptempo Why Don't You Eat Where You Slept Last Night. Willie Dixon's quiet, hauntingly beautiful Violent Love we know from Dr Feelgood and Indigo Swing but gets a somewhat bluesy interpretation thanks to the guitar. Other crooners are the familiar On The Sunny Side Of The Street and the quiet Close To Me with vibraphone, bizarrely enough a sensitive sixties song from mass murderer Charles Manson, even though all Manson did was to put new lyrics to the early sixties Latin American bolero Sabor A Mi, the same song that was covered in 1978 by Los Lobos on their debut LP Just Another Band From East LA. Manson's version from +/- 1967 is an oddity among his recordings, for in Close To Me he sounds more like Willie Nelson than like himself. Blues and crooners come together in Ain't Nobody's Business which in the early 1920s became one of the first blues standards, performed here again with a blues solo on the guitar but with gospel overtones on piano. Arbee Stidham's Meet Me Half Way from 1956 is a stop/start blues in the style of the better known Get Out Of The Car (Treniers, Richard Berry) and one of the best songs on the CD as it is the closest to Cock Tales. All of these songs are covers with the best known cover being Hank Williams' Hey Good Looking in a piano boogie version with uptempo blues guitar, but The Quarantine Tapes also contains three original songs: the uptempo blues Final Call, the old fashioned swing Whoever Made You with harmony vocals that would fit perfectly on the setlist of Cat Lee King & his Cocks, and the swinging instrumental Virologoy with fingerpicking blues guitar. The sound of the CD is less streamlined than Cock Tales and more like a demo, as if it came blaring out of an old transistor radio, partly because King is better on piano than on guitar and because the saxes sometimes squeak. The sound of voices and laughter in the background give it a live feel as if this was recorded in a smoke filled pub. The vinyl version is supposed to be on its way. Info www.vintagerockinroots.com en www.facebook.com/catleekingandhiscocks (Frantic Franky)


THE COMPLETE RECORDINGS/ THE CORALS
Around The Shack Records, ATSR CD 003

Afdeling jeugdsentiment: deze CD bevat de complete opnames van The Corals (F), de eerste groep van Hervé Loison, later bij Teddy Best, Mystery Train, Hot Chickens en tot op heden zeer actief als Jake Calypso. The Corals waren een instrumentaal kwartet met twee elektrische gitaren en Hervé Loison op basgitaar dat van 1981 tot 1985 volledig bestond uit prille tieners. De complete output van The Corals, één single en één LP, verscheen op Mac Records, het in 1971 opgerichte artisanale Belgische label van de in 2016 overleden Mac Bouvrie, de immer razend enthousiaste kerel in maatpak die in die dagen op elk rock 'n' roll festival zijn vinylwaren vanuit zijn kraampje aan de man bracht.
De CD opent met de Mac 121 single Crazy Guitar, een onweerstaanbare medium tempo rock 'n' roll boogie die gewoon hetzelfde rondje blijft spelen in steeds verschillende toonaarden. B-kant Coral Rock bood meer van hetzelfde maar sneller in een gelijkaardige stop/start structuur als doch minder rauw en wild dan Rampage van Eddie Angel/ Planet Rockers uit 1981. De Mac 009 LP Rock Corals Rock bevatte 12 instrumentals die erg melodieus waren (Fire For Sale, Southern Memories) en soms aanleunden bij surf (Rollin' Coral Reefs) maar vaker nog terugvielen op variaties op de rock 'n' roll guitar boogie zoals 47 Annequin Stomp, Rattling Boogie, titeltrack Rock Corals Rock, King Of Strings en het dreigende Devil Corals Blues in de stijl van Eddie Cochran's Strollin' Guitar. Inzake instrumentale gitaarmuziek klinkt die hele plaat klassiek omdat dit - bewust of onbewust - exact dezelfde sound heeft als de Franse en Belgische gitaargroepen in het spoor van The Shadows begin jaren '60. Die veertien officiële nummers zijn op deze CD aangevuld met maar liefst 17 onuitgegeven opnames tot een totaal van 31 tracks waaronder twee uptempo instrumentals uit 1983 van dezelfde opnamesessie in Nederland die de single opleverde, Mac's Boogie en Coral's Jump die ook weer de rock 'n' roll boogie spelen als ware het een race circuit. Daarnaast hoort u hier een volledige LP uit 1985 van 13 nummers bedoeld als opvolger voor Rock Corals Rock en helemaal in dezelfde stijl, maar die tweede LP is er nooit gekomen en de tape raakte verloren tot hij recent werd ontdekt in de collectie van een overleden Franse rock 'n' roll verzamelaar. Als extraatje sluit de CD af met twee nagelnieuwe nummers opgenomen door de vier originele Corals in 2020... 35 jaar na datum! Dat maakt de weg vrij voor een live reünie.... Et voilà, het complete werk van een vergeten Franse band netjes op één CD vergezeld van een (in het Frans geschreven) CD booklet van 28 pagina’s boordevol foto’s, ten zeerste aan te raden voor de liefhebbers van Europese gitaarklanken van begin jaren '60. Voor de volledigheid inzake de volledigheid van deze CD nog even meegeven dat er nog één voor de radio opgenomen Walk Don't Run cover spoorloos is, en als wij de berichtgeving ter zake nog enigszins kunnen volgen zouden er intussen ook nog enkele andere vergeten Corals demo’s teruggevonden zijn. Spannend! Ook te koop via Bandcamp en Soundclound, en eind april zou dit moeten verschijnen als dubbel-LP op een gelimiteerde genummerde uitgave van slechts 100 exemplaren met 28 van de 31 CD tracks (drie van de onuitgebrachte nummers ontbreken). Around The Shack is Loison's eigen label. Info www.facebook.com/herveloison1964 (Frantic Franky)

Nostalgia department: this CD contains the complete recordings of The Corals (F), the first group of Hervé Loison, later with Teddy Best, Mystery Train and Hot Chickens and to this very day still very active as Jake Calypso. The Corals were an instrumental quartet with two electric guitars and Hervé Loison on bass guitar, consisting of young teenagers and active from 1981 to 1985. The entire recorded legacy of The Corals, one single and one LP, appeared on Mac Records, the artisanal Belgian label founded in 1971 by Mac Bouvrie, the ever enthusiastic guy in the business suit who sold his vinyl goods from his stall at every rock 'n' roll festival in those days.
The CD opens with the Mac 121 single Crazy Guitar, an irresistible medium tempo rock 'n' roll boogie that just keeps playing the same barsover and over again in ever changing keys. B-side Coral Rock offered more of the same but faster in a stop/start structure similar to yet less raw and wild than Eddie Angel / Planet Rockers' 1981 Rampage. The Mac 009 LP Rock Corals Rock contained 12 instrumentals that were very melodic (Fire For Sale, Southern Memories) and sometimes leaned towards surf (Rollin' Coral Reefs) but more often fell back on variations on the rock 'n' roll guitar boogie such as 47 Annequin Stomp, Rattling Boogie, title track Rock Corals Rock, King Of Strings and the menacing Devil Corals Blues in the style of Eddie Cochran's Strollin' Guitar. As far as instrumental guitar music goes the whole LP sounded classic because - consciously or unconsciously - it has the exact same sound as the French and Belgian guitar groups in the wake of The Shadows in the early sixties. Those fourteen official songs are supplemented on this CD by no less than 17 unreleased recordings making a total of 31 tracks including two uptempo 1983 instrumentals from the same recording session in Holland that produced the single, Mac's Boogie and Coral's Jump, which again play the rock 'n' roll boogie as if it were a race. In addition you hear here a complete 13 track LP from 1985 intended as the successor to Rock Corals Rock and completely in the same style, but that second LP never saw release and the tape was lost until recently discovered in the collection of a deceased French rock 'n' roll fan. As a bonus the CD closes with two brand new songs recorded by the four original Corals in 2020.... 35 years later! This paves the way for a live reunion.... Et voilà, the complete recorded works of a forgotten French band neatly collected on one CD accompanied by a 28 page CD booklet (written in French) chock-full of photos and highly recommended for all lovers of European guitar sounds from the early sixties. For the sake of completeness I have to mention that the CD is not 100 % complete as a Walk Don't Run cover recorded for the radio is still missing, and if we understand the going ons correctly it appears that a few more forgotten Corals demos could have been located in the meantime. Exciting news! This is also available on Bandcamp and Soundclound, and at the end of April it should be released as a double LP in a limited numbered edition of only 100 copies featuring 28 of the 31 CD tracks (three of the unreleased songs are missing). Around The Shack is Loison's own label. Info www.facebook.com/herveloison1964 (Frantic Franky)

17 februari 2021

THINK ME A KISS
Atomicat, ACCD084
English version: see below

Op tijd verschenen voor valentijn maar te laat door ons gerecenseerd (wij waren te druk bezig met tinderen): deze CD, losjes gewijd aan de liefde. Met dat thema kan je uiteraard alle richtingen uit, maar voor u richting nooduitgang rent geven we meteen mee dat de melige ballade hier niet aan de orde is. Een flink deel van de muziek op deze door DJ Mark Armstrong samengestelde CD situeert zich in de zwarte muziek uit het kantelmoment tussen de jaren '50 en de jaren '60, zoals Little Frankie Brunson's opgewekte How Can I Please You met zijn opvallende sax rif, David Gates' uptempo The Happiest Man Alive met violen, Sam Cooke's You Send Me gecoverd door Cornell Gunter van The Coasters voor één keer in een serieuze bui, en Clyde McPhatter's Think Me A Kiss. McPhatter krijgt op de hoes een smakkerd van zijn Atlantic stalgenotes Ruth Brown en LaVern Baker, beide eveneens aanwezig met respectievelijk het supersnelle Hello Little Boy en het A Help Each Other Romance duet met Ben E. King. Daarnaast doet McPhatter het ook met Ruth Brown in het duet I Gotta Have You. Er is uptempo female rock 'n' roll met sax met The Charmers' Oh Yes en The Harris Sisters' Kissin' Bug, een goeie jiver zoals er hier wel meer op staan want jongetje + meisje = dansen en dat kan je op The Sparks' A Cuddle And A Kiss en Murray Schaff & his Aristocrats' Ooh How I Love You. Meisjes die liever strollen kunnen hun gang gaan op I Found My Girl van The Kents. Songs als The Four Marksmen' The Birth Of Love, Sylvester Bradford's I Like Girls, John T. Webster's Gotta Make Love To You, The Squires' Sweet Girl, Stanley Mitchell & the Tornados' Would You Could You en The Tenderfoots' Kissing Bug (hetzelfde beestje als bij The Harris Sisters maar geheel anders uitgevoerd) komen uit de doo-wop, maar 't is heus niet alleen zwarte muziek hier: Sanford Clark laat zich in Ooo Baby eens een keertje van zijn snelle kant horen, Sleepy LaBeef stelt zich in You're So Easy To Love verrassend teder op, en My Steady Baby is blanke boogie bop van de als Rudy Grayzell klinkende Ray Pennington & his Western Rhythm Boys. Het opvallend dromerige My Heart van Vilas Craig & the Vi Counts klinkt zijn tijd ver vooruit voor 1959 en zou je eerder uit midden jaren '60 verwachten!
Ons advies luidt deze CD met 30 minder bekende vrolijke nummers 1954-1960 die niet alleen de liefde maar vooral levenslust bezingen niet voor jezelf te houden maar aan je lief te geven. Je scoort goeie punten én je bent verzekerd van goeie muziek het hele jaar door, niet alleen op valentijn. Info: www.vintagerockinroots.com (Frantic Franky)

 

Released in time for valentine's day but reviewed too late by us (we were too busy tindering) comes this CD loosely devoted to love, a theme that can lead you in any direction, but before you run towards the emergency exit let's make it clear that this CD is not about the romantic ballad. Much of the music here compiled by DJ Mark Armstrong is situated on the tipping point between the 1950s and the 1960s, such as Little Frankie Brunson's upbeat How Can I Please You with its striking sax riff, David Gates' uptempo The Happiest Man Alive with violins, Sam Cooke's You Send Me covered by Cornell Gunter of The Coasters for one time only in a serious mood, and Clyde McPhatter's Think Me A Kiss. On the cover McPhatter gets a big fat kiss from his Atlantic stablemates Ruth Brown and LaVern Baker, both also present with respectively the super fast Hello Little Boy and the A Help Each Other Romance duet with Ben E. King. On top of that McPhatter also does it with Ruth Brown in the duet I Gotta Have You. There's sax led uptempo female rock 'n' roll with The Charmers' Oh Yes and The Harris Sisters' Kissin' Bug, one of several good jivers here as boy + girl = dancing and you can do exactly that on The Sparks' A Cuddle And A Kiss and Murray Schaff & his Aristocrats' Ooh How I Love You. Girls who prefer to stroll can get their kicks on I Found My Girl by The Kents. Songs like The Four Marksmen' The Birth Of Love, Sylvester Bradford's I Like Girls, John T. Webster's Gotta Make Love To You, The Squires' Sweet Girl, Stanley Mitchell & the Tornados' Would You Could You and The Tenderfoots' Kissing Bug (the same little pest as The Harris Sisters' but sang completely different) come straight out of doo-wop land, but it's by no means only black music here: Sanford Clark demonstrates his fast side in Ooo Baby, Sleepy LaBeef is surprisingly tender in You're So Easy To Love, and My Steady Baby is white boogie bop from the Rudy Grayzell sounding Ray Pennington & his Western Rhythm Boys. The strikingly dreamy My Heart by Vilas Craig & the Vi Counts is way ahead of its time for 1959 and sounds like it could be from the mid 1960s!
Our advice is not to keep for this CD with 30 lesser known cheerful songs from 1954-1960 praising not only love but also and moreover the joy of life, for yourself, but to give it to your sweetheart. You will score good points and you are assured of good music all year round, not just on valentine's day. Info: www.vintagerockinroots.com (Frantic Franky)


SHOW AFFECTION: THE TEN COMMANDMENTS OF ROCK 'N' ROLL COMMANDMENT FOUR
Atomicat, ACCD050
English version: see below

Op basis van het hoesje en het tijdstip van verschijnen rekenen wij deze CD tot de valentijn releases, maar als het vierde van de tien rock 'n' roll geboden "show affection" is fronsen wij onze wenkbrauwen, want toen wij onze kleine catechismus deden luidde dat "vader, moeder zult gij eren". Waarschijnlijk is samensteller DJ Mark Armstrong opgegroeid in een andere denominatie. In elk gevallen zagen we allebei het licht en vereren wij enkel en alleen de rock 'n' roll, en deze CD reeks is een mooi offer op dat altaar. Volume 4 biedt 30 tracks 1953-1961, opent met blanke rock 'n' roll in de vorm van de rechtdoor rocker My Little Jewel van Tommy "Jim" Beam & the Four Fifths op het - we kid you not - 100 Proof label en een interessante cover van Peggy Sue door Jackie Walker, twee nummers waarbij de zang niet helemaal synchroon lijkt met de begeleiding. Er is nog meer rechtdoor blank rock 'n' roll geweld met Phil Barclay & the Sliders' Short Fat Ben en Johnny Amelio's Jo Ann Jo Ann, en daartussen zit uitstekend spul verscholen als Sonny Anderson's Yes I'm Gonna Love You. Onbegrijpelijk en zonde dat zo'n solide nummer niet bekender is! Misschien is het wel zo goed omdat het werd geschreven door Johnny en Dorsey Burnette, al namen ze het bij mijn weten nooit zelf op. Naast zwarte jivers als The Flairs' Steppin' Out en Jimmie Lee's That's Fat Jack en strollers als Little Willie John's Take My Love (I Want To Give It All To You) is er veel rockende doo-wop met Roy Teo's Mama Doll, The Del Vikings' Pretty Little Things Called Girls, The Champions' Come On And Love Me, The Five Keys' From The Bottom Of My Heart, The Mellows' Pretty Baby What's Your Name en The Joytones' Gee What A Boy, en aan de andere kant van de balans rockabilly met Burrie Manso & the Bonnivilles' My Woman. Toeval of niet, maar Conway Twitty's zelfgeschreven Hey Miss Ruby uit 1960 heeft wat weg van Ruby Baby van Dion uit 1962, al was dat uiteraard een cover van een nummer van The Drifters uit 1956. Billy & Don Hart's Rock-A-Bop-A-Lina uit 1959 is dan weer in de stijl van Ronnie Self's in 1958 verschenen Bop-A-Lena. Rustiger werk is Ray Ellington's Don't Burn Me Up, Bull Moose Jackson's If You Ain't Lovin' (You Ain't Livin') en Priscilla Bowman's I Ain't Givin' Up Nothin'. De big beat is in kundige handen met The Jodimars' Boom Boom My Bayou Baby, Johnny Devlin's I'm Gonna Love You is een early sixties Buddy Holly cloon, en voor de betere teen rock zorgt de immer betrouwbare Narvel Felts met Cutie Baby. Dale Hawkins koppelde in 1959 in het ook van Fats Domino bekende Liza Jane een Bo Diddley beat aan New Orleans rock 'n' roll en merkwaardigerwijze ook aan een erg sixties gerichte gitaargroove, en al even buiten de platgetreden akkoorden treden Dave Rich's Rosie Let’s Get Cozy, Robert Luke Harshman's Love Whatcha' Doin' To Me en de soulvolle blues stomper Get Your Clothes And Let's Go van Crown Prince Waterford. Het tegenovergestelde zijn enkele grote klassiekers als Jimmie Rodgers' Kisses Sweeter Than Wine, Bobby Rydell's variété rocker Wild One en Glen Glenn's melodieuze rockaballad Laurie Ann.
Voor elk wat wilsch, en het meeste daarvan is meer dan gemiddeld goed! Info: www.vintagerockinroots.com (Frantic Franky)

 

On the basis of the cover picture and time of release we count this among the valentine's day releases, but if the fourth of the ten rock 'n' roll commandments is "show affection" we frown, because when we went to sunday school we learned it was "thou shalt honor thy father and mother " Probably compiler DJ Mark Armstrong grew up in a different denomination. In any case both of us saw the light and worship only rock 'n' roll, and this CD series is a nice offering on that altar. Volume 4 offers 30 tracks 1953-1961, opening with white rock 'n' roll in the form of the straight ahead rocker My Little Jewel by Tommy "Jim" Beam & the Four Fifths on the - we kid you not - 100 Proof label and an interesting cover of Peggy Sue by Jackie Walker, two songs where the vocals don't seem quite in sync with the accompaniment. There's more straight ahead white rock 'n' roll violence with Phil Barclay & the Sliders' Short Fat Ben and Johnny Amelio's Jo Ann Jo Ann, and tucked in between is excellent stuff like Sonny Anderson's Yes I'm Gonna Love You. It's both incomprehensible and a shame that such a solid song isn't better known! Maybe it's so good because it was written by Johnny and Dorsey Burnette, though to my knowledge they never recorded it themselves. Besides black jivers like The Flairs' Steppin' Out and Jimmie Lee's That's Fat Jack and strollers like Little Willie John's Take My Love (I Want To Give It All To You) the CD offers a lot of rockin' doo-wop with Roy Teo's Mama Doll, The Del Vikings' Pretty Little Things Called Girls, The Champions' Come On And Love Me, The Five Keys' From The Bottom Of My Heart, The Mellows' Pretty Baby What's Your Name and The Joytones' Gee What A Boy, and on the other side of the balance rockabilly with Burrie Manso & the Bonnivilles' My Woman. Coincidence or not, but Conway Twitty's 1960 self-written Hey Miss Ruby is a bit like Dion's 1962 Ruby Baby, though of course that was a cover of a 1956 song by The Drifters. Billy & Don Hart's 1959 Rock-A-Bop-A-Lina is on the other hand in the style of Ronnie Self's 1958 release Bop-A-Lena. More calm is Ray Ellington's Don't Burn Me Up, Bull Moose Jackson's If You Ain't Lovin' (You Ain't Livin') and Priscilla Bowman's I Ain't Givin' Up Nothin'. The big beat is in capable hands with The Jodimars' Boom Boom My Bayou Baby, Johnny Devlin's I'm Gonna Love You is an early sixties Buddy Holly clone, and the ever reliable Narvel Felts provides quality teen rock with Cutie Baby. In 1959 Dale Hawkins coupled a Bo Diddley beat with New Orleans rock 'n' roll to Liza Jane, a song we also know from Fats Domino, topping it off with a very sixties oriented guitar groove.Equally off the beaten track are Dave Rich's Rosie Let's Get Cozy, Robert Luke Harshman's Love Whatcha' Doin' To Me and the soulful blues stomper Get Your Clothes And Let's Go by Crown Prince Waterford. The opposite are a couple of great classics like Jimmie Rodgers' Kisses Sweeter Than Wine, Bobby Rydell's variety rocker Wild One and Glen Glenn's melodic rockaballad Laurie Ann.
There's something for everyone here, and most of it is above average! Info: www.vintagerockinroots.com (Frantic Franky)

10 februari 2021

CD Recensies

CRYING IN MY BEER 1961-1962/ JACK SCOTT
Jasmine, JASCD1115
English version: see below

Voor een rock ‘n’ roll held heeft de in 2019 overleden Jack Scott, een van de coolste Italo-Amerikanen ooit, bijzonder weinig rock 'n' roll opgenomen. Maar wát voor rock 'n' roll! Niemand zal het ons kwalijk nemen als wij Jack Scott een balladeer gespecialiseerd in sfeervolle melodramatische mini-operettes noemen, want weinigen konden zo traag en ingetogen intrieste nummers vertolken, met die verfijnde dictie en dat moeiteloos glijden tussen de toonhoogtes van laag naar hoog, met een gesproken tussenstuk en een knik in de empathische stem alsof ie op het punt staat finaal de pedalen te verliezen, meestal met gebromde backing vocals erachter en vaak met een onderhuids dreigend, broeierig randje (Grizzly Bear), als een op uitbarsten staande vulkaan. De 24 track CD bevat Scott's complete Capitol opnames, maar niet zijn voor Top Rank opgenomen nummers als Burning Bridges en What In The World's Come Over You die op Capitol verschenen toen dat label in 1961 zijn Top Rank contract overnam. Snelle nummers zijn Now That I met een bijna Roy Orbison arrangement met strijkers en een James Burton-achtige country leadgitaar, voor Jack Scott typische strolls als Strange Desire, One Of These Days en Meo Myo, en perfect popwerk als Steps One And Two, Cry Cry Cry, You Only See What You Wanna See, Sad Story en I Can't Hold Your Letters (In My Arms). Dat hier echter meer trage dan snelle nummers op staan komt niet als een verrassing voor wie thuis is in het werk van Jack Scott. Tragische trage nummers en ballades zijn het van strijkers voorziene If Only en A Little Feeling (Called Love) en de één tegel schuifelaars My Dream Come True en The Part Where I Cry. Eigen aan de periode waarin deze nummers werden opgenomen is de countrywind die door songs als Green Green Valley, Laugh And The World Laughs With You, Strangers en All I See Is Blue waait. Er was maar één Jack Scott en de songs hier zijn uit duizenden te herkennen perfectionistisch Jack Scott materiaal, maar géén Leroy's, The Way I Walk's of Geraldine's. Wel krijg je zes oorspronkelijk onuitgebrachte songs: een alternatieve A Little Feeling (Called Love) en If Only (het verschil zit 'em in de achtergrond arrangementen), de easy listening country ballade Fancy Meeting You Again, het bluesy Go Away From Here (Cryin' In My Beer) dat ondanks het volledig uitgewerkte arrangement door de mindere geluidskwaliteit in vergelijking met de rest van het album klinkt als een uit de vuilbak geredde demo, en het uptempo True True Love in twee significant verschillende uitvoeringen. Voor wie een zwak heeft voor de betere ballades is dit kwaliteit gegarandeerd, en het staat in je CD kast perfect naast Jasmine's 64 tracks tellende Jack Scott dubbel-CD Touch Me Baby, I Go Hog Wild 1957-1960 (JASCD178). Info: www.jasmine-records.co.uk (Frantic Franky)

For a rock 'n' roll hero Jack Scott, one of the coolest Italo-Americans to ever walk the face of the earth, recorded surprisingly little rock 'n' roll, but the rock 'n' roll he did record remains stellar. No one is going to want to kill us for calling Jack Scott a balladeer specializing in atmospheric melodramatic mini-operettas, as few singers could interpret sad story songs so slowly and reflective, with that refined diction and that effortless glide between the low and the high registers, a spoken interlude and a empathic voice on the verge of breaking as if he was about to finally lose his sanity, usually with hummed doo-wop backing vocals and often with a underlying threatening, brooding edge (Grizzly Bear), like a volcano that's going to erupt. The 24 track CD contains Scott's complete Capitol recordings, but not the songs recorded for Top Rank like Burning Bridges and What In The World's Come Over You that were released by Capitol when they took over his Top Rank contract in 1961. Uptempo songs are Now That I with an almost Roy Orbison arrangement with strings and a James Burton-like countryfied lead guitar, typical Jack Scott strolls like Strange Desire, One Of These Days and Meo Myo, and perfect pop material like Steps One And Two, Cry Cry Cry, You Only See What You Wanna See, Sad Story and I Can't Hold Your Letters (In My Arms). Yet it should not come as a surprise to those who are familiar with Scott's work that the CD contains more slow than fast songs. Tragic ballads include If Only and A Little Feeling (Called Love) with strings and the one tile slows My Dream Come True and The Part Where I Cry. Typical for the time frame in which these songs were recorded is the country wind that permeates songs like Green Green Valley, Laugh And The World Laughs With You, Strangers and All I See Is Blue. There was only one Jack Scott and the material collected here is instantly recognisable perfectionist Jack Scott stuff, but no Leroy's, The Way I Walk's or Geraldine's. We do get six originally unreleased songs however: an alternative A Little Feeling (Called Love) and If Only (the difference is in the background arrangements), the easy listening country ballad Fancy Meeting You Again, the bluesy Go Away From Here (Cryin' In My Beer) which despite the fully worked out arrangement sounds like a demo rescued from the trash can due to the inferior sound quality as compared to the rest of the album, and the uptempo True True Love in two significantly different versions. Those of you who like quality ballads will dig what this CD has to offer, and it continues the Jack Scott story where Jasmine's 64 track Jack Scott double CD Touch Me Baby, I Go Hog Wild 1957-1960 JASCD178 left off. Jack Scott passed away in 2019. Info: www.jasmine-records.co.uk (Frantic Franky)


ROCKS/ CLARENCE "GATEMOUTH" BROWN
Bear Family, BCD 17537
English version: see below

Clarence "Gatemouth'" Brown, dat is toch een bluesman? Heeft de Texaanse gitarist die zich vanaf zijn comeback in de jaren '70 tot zijn dood aan longkanker in 2005 middels een hele reeks albums niet vast liet pinnen op één genre door probleemloos country, jazz, cajun en calypso in zijn gitaarspel te verwerken dan genoeg rock 'n' roll opgenomen om een CD in Bear Family's Rocks reeks te rechtvaardigen?
De CD focust op het uptempo materiaal uit zijn vroegste werk opgenomen van 1947 tot 1960 (het funky Slop Time, de blues viool van Just Before Dawn) voor Aladdin en Peacock, en opent met het instrumentale Okie Dokie Stomp, uiterst geslaagde gedreven rhythm 'n' blues swing met een goeie backbeat en uiteraard de elektrische gitaar in de hoofdrol, maar ook voorzien van een heel leger blazers die achter die gitaar aanhollen. Het vocale Baby Take It Easy koppelt een knetterende gitaar aan een boogie piano, en die twee openingsnummers vormen de blauwdruk voor de hele CD. Wat volgens de boekjes "naoorlogse elektrische Texaanse blues" is noemen wij echter gewoon rhythm 'n' blues rock 'n' roll met innovatief gitaarwerk beïnvloed door maar onvoorspelbaarder dan T-Bone Walker, voortgestuwd door blazers en gekruid door piano (Pale Dry Boogie, I Live My Life, Mary Is Fine, You Got Money). Slechts één nummer draagt het woordje "rock" in de titel, Rock My Blues Away uit 1955, maar ook de tragere en meer bluesy nummers als Without Me Baby blijven swingen door de blazers. Medium tempo werk als Too Late Baby, Just Got Lucky en Boogie Rambler of een sax instrumental als Ain't That Dandy horen eerder thuis in de boogie woogie, maar zoals gebruikelijk vloeien al die genres in elkaar over tot een stomende supersnelle instro als Gate Walks To Board waar menig gitarist nog een aardig stukje van kan opsteken. Brown's She Walk Right In werd zo'n beetje een bluesboogie classic, de instrumental Boogie Uproar werd in 1980 tussen alle Gene Vincent door gecoverd door The Blue Cats op hun eerste LP, en That's Your Daddy Yaddy Yo werd gecoverd door The Paladins. Echte rock 'n' roll is dit allemaal niet, maar voor rhythm 'n' blues swing rockt dit zeker niet onaardig en al zijn snelle nummers bij elkaar vormen een gedroomde initiatie voor nieuwkomers. Die enkele trage bluesnummers als Gate's Salty Blues met mondharmonica, Dirty Work At The Crossroads en Depression Blues neem ik er graag bij. En moest je deze pionier van de elektrische bluesgitaar nog niet kennen, je leest alles over hem in het luxe CD booklet van 34 pagina’s. Info: www.bear-family.com (Frantic Franky)
 

Isn't Clarence "Gatemouth'" Brown a blues artist? So is the Texas guitarist who on a series of albums since his comeback in the 1970s until his death from lung cancer in 2005 effortlessly incorporated so much country, jazz, cajun and calypso into his guitar playing that he couldn't be pinned down to one genre rock 'n' roll enough to justify a CD in Bear Family's Rocks series? The CD spotlights the uptempo material from his earliest work recorded between 1947 and 1960 (the funky Slop Time, the blues fiddle of Just Before Dawn) for Aladdin and Peacock, opening with the instrumental Okie Dokie Stomp, merciless rhythm 'n' blues swing with a strong backbeat and of course the electric guitar up front, but also featuring a whole army of horns chasing that guitar. The vocal Baby Take It Easy pairs fireworks on the guitar with a boogie piano, and those two opening tracks are pretty much the blueprint for the entire CD. What is officially labeled "postwar electric Texas blues" we on the other hand simply call rhythm 'n' blues rock 'n' roll with innovative guitar work influenced by but more unpredictable than T-Bone Walker, propelled by horns and spiced up with piano (Pale Dry Boogie, I Live My Life, Mary Is Fine, You Got Money). Only one song bears the word "rock" in its title, 1955's Rock My Blues Away, but even the slower and more bluesy songs like Without Me Baby swing thanks to the horns. Medium tempo material like Too Late Baby, Just Got Lucky and Boogie Rambler or a sax instrumental like Ain't That Dandy are more boogie woogie, but as usual all those genres blend to culminate in a steamy super fast instro like Gate Walks To Board that can still teach many a guitarist a thing or two. Brown's She Walk Right In became something of a blues boogie classic, the instrumental Boogie Uproar was covered in between all the Gene Vincent stuff by The Blue Cats on their first LP in 1980, and That's Your Daddy Yaddy Yo was covered by The Paladins. Technically none of this is real rock 'n' roll but as far as rhythm 'n' blues swing goes this certainly rocks a long way, and all his fast songs together on one CD are the perfect introduction for newbies, if you don't mind a couple of slow blues numbers like Gate's Salty Blues with harmonica, Dirty Work At The Crossroads and Depression Blues. And if you don't know this pioneer of the electric blues guitar yet, you can read all about him in the deluxe 34 page CD booklet.
Info: www.bear-family.com (Frantic Franky)


As, Bs, HITS AND RARITIES 1958-1962/ THE SHIRELLES
Jasmine, JASCD1053
English version: see below

The Shirelles staan in de rangorde der meidengroepen op dezelfde hoogte als enerzijds The Chiffons en The Shangri-Las en anderzijds de Phil Spector groepen als The Ronettes en The Crystals, met dien verstande dat The Shirelles eerst waren. Met Will You Love Me Tomorrow (de eerste Billboard Hot 100 nummer 1 van een zwarte meidengroep) en Soldier Boy hebben ze twee klassiekers op hun naam staan, maar ook Tonight's The Night, Mama Said, hun Five Royales cover Dedicated To The One I Love en hun door niemand minder dan The Beatles gecoverde Boys zijn veel meer dan voetnoten in het grote boek van de popgeschiedenis. En Please Be My Boyfriend kent u misschien als Please Be My Girlfriend van The Jets!
Deze CD met een royale 32 tracks (ter vergelijking: er zijn driedubbele Shirelles CDs met in totaal... 36 nummers!) opent met hun debuutsingle I Met Him On A Sunday/ I Want You To Be My Boyfriend en bevat met beide kantjes van al hun singles tot en met 1962 een ruime selectie uit hun output. Alleen al de omvang van die output wijst er op dat The Shirelles goed waren, anders blijven de platenfirma’s er geen geld inpompen, zo eenvoudig is dat. Muzikaal valt dan ook weinig aan te merken op hun popstijl die overduidelijk gebaseerd is op doo-wop, invloed die je hoort in nummers als My Love Is A Charm, Slop Time en Stop Me, maar merkwaardig genoeg ook vaak onopvallend teruggreep naar Braziliaanse ritmes. Stylistisch wordt hun zangstijl gekenmerkt door een combinatie van romantische overgave, verlangen en breekbare, naïeve onschuld (deels een gevolg van het feit dat ze soms een heel klein beetje vals zongen), in schrille tegenstelling tot de sexuele thematiek en geladenheid van sommige van hun songs. Naarmate de jaren vorderen wordt hun muziek meer pop gericht met de toevoeging van bijvoorbeeld trompetten (Blue Holiday) maar vooral violen (Twenty-One, The Dance Is Over), wat vaak een Drifters effect geeft (What A Sweet Thing That Was, A Thing Of The Past, Stop The Music). Hou er dus rekening mee dat pakweg de helft van deze CD popmuziek is. The Shirelles brachten tot 1965 zo'n 40 singles en acht LP’s uit en je kan dus blijven zeuren dat jouw favorieten er niet op staan (ik had graag een paar van hun twist nummers gehoord) maar een mens kan niet alles hebben in dit leven. Laat het u inspireren tot het verder exploreren van The Shirelles! Voor zover wij weten zijn anno 2021 nog twee originele Shirelles, Shirley Owens alias Shirley Alston Reeves en Beverly Lee, actief in twee verschillende Shirelles groepen.
Info: www.theshirelles.com en www.jasmine-records.co.uk (Frantic Franky)
 

In the girl group pecking order The Shirelles are on the same level as on the one hand The Chiffons and The Shangri-Las and on the other hand the Phil Spector groups like The Ronettes and The Crystals, except that The Shirelles were first. With Will You Love Me Tomorrow (the first Billboard Hot 100 number 1 by a black girl group) and Soldier Boy they have two classics to their name, but also Tonight's The Night, Mama Said, their Five Royales cover Dedicated To The One I Love and their Boys which was covered by none other than The Beatles are much more than footnotes in the encyclopedia of pop history. This CD with a generous 32 tracks (for comparison: there are triple Shirelles CDs available with a total of.... 36 tracks!) opens with their debut single I Met Him On A Sunday / I Want You To Be My Boyfriend and contains both sides of all their 45s up to 1962, an impressive selection from their output. The sheer volume alone of that output already proves that The Shirelles were good, otherwise the record companies wouldn't keep pumping money into them, simple as that. That means that musically there is little to fault in their pop style clearly based on doo-wop, an influence heard in songs like My Love Is A Charm, Slop Time and Stop Me, but curiously enough also often unobtrusively rooted in Brazilian rhythms. Stylistically their singing style is characterized by a combination of romantic surrender, longing and fragile, naive innocence (partly a result of the fact that they sometimes sang a tiny bit out of tune), in stark contrast to the underlying sexual themes and messages of some of their songs. As the years progress their music becomes more pop oriented with the addition of for example trumpets (Blue Holiday) but especially violins (Twenty-One, The Dance Is Over) which often gives a Drifters effect (What A Sweet Thing That Was, A Thing Of The Past, Stop The Music), so keep in mind that roughly half of this CD is pop music. The Shirelles released some 40 singles and eight LP’s up to 1965 and therefor it's easy to complain that not all of your favorites are on here (I would have loved to hear some of their twist songs) but you can't have everything in this life. Let it inspire you to further explore The Shirelles! As far as we know two original Shirelles, Shirley Owens aka Shirley Alston Reeves and Beverly Lee, are still active in two different Shirelles groups.
Info: www.theshirelles.com en www.jasmine-records.co.uk (Frantic Franky)


DON'T FENCE ME IN/ DICK CURLESS
Jasmine, JASMCD3769
English version: see below

De in 1995 aan maagkanker overleden Dick Curless, de zanger met het piratenooglapje (hij was deels blind in zijn rechteroog), was in de tweede helft van de jaren '60 een van de belangrijkste vertegenwoordigers van de truckin' country met als bekendste nummer A Tombstone Every Mile uit 1965, de grootste van zijn in totaal 22 Billboard Top 40 hits. Zijn carrière begon evenwel al 15 jaar vóór A Tombstone Every Mile, want hij maakte zijn eerste opnames in 1950 als lid van de groep The Trail Riders. Die minstens één 78 toeren plaat staat niet op deze CD met zijn "early recordings 1956-1960", in concreto zijn eerste twee solo singles uit 1956-1957 en zijn eerste twee LP’s, Songs Of The Open Country en Singing Just For Fun uit 1960 die integraal op de CD staan. Een derde LP uit 1960, de gospelplaat I Love To Tell The Story, staat er niét op. Die twee LP’s bestaan volledig uit covers en traditionals en een aantal van de songs kennen we uit de rock 'n' roll en de rockabilly: Crawdad Song is goeie uptempo country, Rock Island Line kennen we van Johnny Cash maar leunt bij Dick Curless meer aan bij Lonnie Donegan's skiffle versie, Rovin' Gambler is niet onbekend van The Everly Brothers en de killer versie van Marvin Rainwater, Little Liza Jane is ook gedaan door Fats Domino, en Red River Valley was uiteraard de inspiratie voor Johnny & the Hurricanes' instrumental Red River Rock. Bij Dick Curless hebben ze logischerwijs allemaal een country inslag. Bekende country covers zijn Don't Fence Me In, Buffalo Gal, San Antonio Rose, High Noon, Home On The Range, het van Hawaiiaanse steel voorziene On Top Of Old Smokey en een sympathiek uptempo Big Rock Candy Mountain. De minder bekende songs passen naadloos in het beeld van de zingende cowboy, net als de single The Streets Of Laredo/ The Foggy Foggy Dew uit 1956 die helemaal in dezelfde stijl is, in tegenstelling tot het erg knappe medium tempo China Nights uit 1957 dat stilistisch afwijkt van de rest van de CD, terwijl B-kant Blues In My Mind zelfs al richting uptempo countryrock en daarmee ook richting rock 'n' roll gaat. Wat jammer genoeg ontbreekt is de eveneens uit 1957 daterende single met de country boppin' Merle Travis cover Nine Pound Hammer, met op de B-kant You Never The Water (Till The Well Runs Dry) dat hoewel in de stijl van deze CD ligt toch meer bluesy klinkt. Ook een single uit 1960 met covers van de country songs I Dreamed Of A Hillbilly Heaven en Deck Of Cards ontbreekt. De CD wordt gekenmerkt door Curless' welluidende diepe stem à la Junior Brown en zijn vriendelijk vlotte, kalme melancholische interpretatie. Als je in een slechte bui bent zou je kunnen aanvoeren dat alle 28 tracks zo gelijkaardig zijn dat ze in één sessie opgenomen lijken, maar dat is uiteraard detailkritiek: als je dit goed vindt krijg je er niet genoeg van. Ik vind het goed, maar wegens meer trage dan snelle nummers vooral in de categorie rustige zondagochtend muziek. Info: www.jasmine-records.co.uk (Frantic Franky)

 
Dick Curless, who died of stomach cancer in 1995, is the singer with the pirate eye patch (he was partially blind in his right eye) who became one of the most important representatives of truckin' country in the second half of the 1960s, with 1965's A Tombstone Every Mile as the biggest of his 22 Billboard Top 40 hits. But Curless' career began 15 years before A Tombstone Every Mile. He made his first recordings as a member of the Trail Riders in 1950, but this at least one 78 RPM is not on this CD with his "early recordings 1956-1960" which contains his first two solo singles from 1956-1957 and his first two LP’s, Songs Of The Open Country and Singing Just For Fun, both from 1960 and included on the CD in their entirety. A third LP from 1960, the gospel album I Love To Tell The Story, is not included. Those two LP’s were made of only covers and traditionals and a number of the songs are familiar to rock 'n' roll and rockabilly fans: Crawdad Song is good uptempo country, Rock Island Line we know from Johnny Cash while Dick Curless leans more towards Lonnie Donegan's skiffle version, Rovin' Gambler is familiar from The Everly Brothers and Marvin Rainwater's killer version, Little Liza Jane was also done by Fats Domino, and Red River Valley was of course the inspiration for Johnny & the Hurricanes' instrumental Red River Rock. Dick Curless' versions logically lean more towards country. Familiar country tunes include Don't Fence Me In, Buffalo Gal, San Antonio Rose, High Noon, Home On The Range, the Hawaiian steeled On Top Of Old Smokey and a sympathetic uptempo Big Rock Candy Mountain. The lesser known songs seamlessly fit the image of the singing cowboy, as does the single The Streets Of Laredo / The Foggy Foggy Dew from 1956 in the same style. The very nice medium tempo China Nights from 1957 stylistically differs from the rest of the CD, while B-side Blues In My Mind even goes in the direction of uptempo country rock and thus also veers towards rock 'n' roll. Unfortunately missing is his 1957 single with the country boppin' Merle Travis cover Nine Pound Hammer, with on the B-side You Never The Water (Till The Well Runs Dry) that, although in the style of the CD, sounds more bluesy. A 1960 single with covers of the country tunes I Dreamed Of A Hillbilly Heaven and Deck Of Cards is also absent. The CD is characterized by Curless' fine sounding deep voice à la Junior Brown and his friendly smooth, calm melancholy interpretation. If you're in a bad mood you might argue that all 28 tracks sound so similar that they seem to have been recorded in one session, but that's obviously detail criticism: if you like this you won't get enough of it. I like it, but because there's more slow than fast songs mostly in the category of quiet Sunday morning music. Info: www.jasmine-records.co.uk (Frantic Franky)


THAT’LL FLAT GIT IT Vol. 37:
ROCKABILLY & ROCK ‘N’ ROLL FROM THE VAULTS OF CAPITOL RECORDS

Bear Family, BCD 17606
English version: see below

Hé, waar is Volume 36 gebleven? We hebben 'em niet gemist, dus het zal wel iets met rechten te maken hebben. Het is immers niet de eerste keer dat er sprongetjes worden gemaakt in de nummering van deze Bear Family reeks omdat er nog rechten dienen gecleared: de voorlopige releasedatum voor Volume 36 is nu 5 maart en die CD zal gewijd zijn aan TNT Records. De CD die nu voor ons ligt is de tweede CD in de multi label reeks gewijd aan Capitol Records (de eerste was Volume 3 in 1992!), sinds de jaren '40 het grootste en belangrijkste label aan de Amerikaanse westkust en beschikkend over state of the art studios, wat er samen voor zorgde dat wat hier niet alleen aan rock 'n' roll maar aan alle muziekgenres werd opgenomen kwalitatief niets te kort kwam: Capitol was geen klein primitief labeltje gevestigd in een achterkamertje met een bezemhok als opnamestudio waar de plaatselijke boerenlullen op een verloren maandag tussen de soep en de aardappelen door hun ding mochten komen doen. De twee rockabilly troefkaarten van Capitol: Gene Vincent en Wanda Jackson.
De CD begint met Bessie Baby, een goeie doch vergeten op de brede tienermarkt mikkende rocker uit 1958 maar géén When I Found You van Jerry Reed, jawel, dé Jerry Reed die Guitar Man zou schrijven voor Elvis en in de Smokey And The Bandit films zou meespelen. Ook op de CD: Reed's origineel van het door The Paladins gecoverde You Make It They Take It. Meer van dat soort consumptievriendelijke rock 'n' roll is Darrell McCall's (What'll I Do) Call The Zoo met Hank Garland op gitaar, Ronnie & Roy's Big Fat Sally, Gary Von Ilg's Early Next Mornin', Bobby Louis' Cell Of Love (zijn Adult Western is een rocker die refereert naar de Lone Ranger), Kenny Loran die in het door The Louvin Brothers geschreven maar bij mijn weten - correct me if I'm wrong - nooit door hen opgenomen Top Man zijn beste Tommy Sands bovenhaalt, en Tommy Sands zelf met het krachtdadige I Ain't Gittin' Rid Of You en het al even bluesy Is It Ever Gonna Happen. Bij Capitol vonden veel (soms later) bekende namen onderdak, bijvoorbeeld de pure rockabilly van Skeets McDonald's You're There met Joe Maphis op gitaar, Wanda Jackson's Baby Loves Him en haar monster bopper Honey Bop ook met Joe Maphis op gitaar, Gene Vincent's Flea Brain en zijn nog steeds indrukwekkende Cat Man, Rose Maddox met een pittig Move It On Over, Jack Scott met zijn dreigende Grizzly Bear en de stroll One Of These Days, The Jodimars' Bill Haley imitatie Natural Natural Ditty en hun nog steeds jubelende Well Now Dig This, Bob Luman met het brave Everybody's Talkin', Rudy "Tutti" Grayzell toen hij nog Rudy Gray heette met de country stomper You Better Believe It, de latere countryster Del Reeves met het brave Baby I Love You (zijn My Baby Loves To Rock 'n' Roll met Buck Owens op gitaar is een knap staaltje uptempo memphisbilly), de heel anders als bij Elvis klinkende Jordanaires' met hun strollende origineel van Sugaree drie jaar vóór Rusty York, en Hank Thompson's honky tonk classic A Six Pack To Go met Merle Travis op gitaar. Ja, elke countryzanger deed wel zijn duit in het rockabilly zakje om een graantje mee te pikken, zelfs de geheel onverdachte Hank Thompson wiens Lost John, country met een backbeat en boogie woogie piano, heel rockabilly geïnspireerd is. En wie had gedacht dat de zoetgevooisde Sonny James ooit een rockabilly nummer opnam, het rustige maar knappe I Can't Stop Loving You (niet het Ray Charles nummer), terwijl de latere country gitarist Roy Clark hier een voor 1962 verrassend zwart rockende cover van Ruth Brown's As Long As I'm Movin' ten berde brengt. En als je denkt dat daar niets meer aan toe te voegen is, dan krijg je er bovenop nog Johnny Fallin's duister-exotische Wild Streak, Ray Stanley's bijna parodistische Let's Get Acquainted, hillbily bop met Billy Strange's Let Me In There Baby en mysterieuze big band bop met Bob Roubian's Here Comes The Train.
That'll Flat Git It blijft ook na 35 volumes een knappe reeks en het muzikale niveau blijft hoogstaand, om nog maar te zwijgen van de verzorgde uitgave, een digipack met een geïllustreerd booklet van 34 pagina’s met track per track achtergrondinformatie. Info: www.bear-family.com (Frantic Franky)
 

Hey, what happened to Volume 36? We didn't miss out on it so it must have something to do with the rights. It's not the first time there have been jumps in the numbering of this Bear Family series because rights still had to be cleared. The tentative release date for Volume 36 is now March 5 and that CD will be dedicated to TNT Records. The CD we're holding now is the second CD in this multi label series dedicated to Capitol Records (the first was Volume 3 in 1992! ), since the 1940s the biggest and most important label on the American west coast with state of the art studios, which ensured the high quality of not only the rock 'n' roll but all music genres recorded at Capitol: Capitol was not a small primitive label located in a back office with a broom closet serving as the recording studio for local hicks doing their rusty thing on a blue monday in between delivering a calf and milking the cows. Capitol's two rockabilly trump cards: Gene Vincent and Wanda Jackson. The CD kicks off with Bessie Baby, a decent but forgotten rocker from 1958 but no When I Found You from Jerry Reed, indeed the very same Jerry Reed who would write Guitar Man for Elvis and star in the Smokey And The Bandit movies. Also on this CD: Reed's original of the Paladins covered You Make It They Take It. More consumer friendly rock 'n' roll is Darrell McCall's (What'll I Do) Call The Zoo featuring Hank Garland on guitar, Ronnie & Roy's Big Fat Sally, Gary Von Ilg's Early Next Mornin', Bobby Louis' Cell Of Love (his Adult Western is a rocker about the Lone Ranger), Kenny Loran channeling his best Tommy Sands in Top Man written but to my knowledge - correct me if I'm wrong - never recorded by The Louvin Brothers, and Tommy Sands himself with the powerhouse I Ain't Gittin' Rid Of You and the equally bluesy Is It Ever Gonna Happen. At Capitol many (sometimes future) famous names found shelter, for example the pure rockabilly of Skeets McDonald's You're There featuring Joe Maphis on guitar, Wanda Jackson's Baby Loves Him and her monster bopper Honey Bop also with Joe Maphis on guitar, Gene Vincent's Flea Brain and his still impressive Cat Man, Rose Maddox with a snappy Move It On Over, Jack Scott with his menacing Grizzly Bear and the stroll One Of These Days, The Jodimars' Bill Haley imitation Natural Natural Ditty and their jubilant Well Now Dig This, Bob Luman with a civilised Everybody's Talkin', Rudy "Tutti" Grayzell when his name was still Rudy Gray with the country stomper You Better Believe It, the future country star Del Reeves with the civilised Baby I Love You (his My Baby Loves To Rock 'n' Roll featuring Buck Owens on guitar is a fine piece of uptempo memphisbilly), the very different from Elvis sounding Jordanaires' strolling original of Sugaree three years before Rusty York, and Hank Thompson's honky tonk classic A Six Pack To Go featuring Merle Travis on guitar. Yes, every country singer tried his best to get his piece of the rock 'n' roll pie, even the above any suspicion Hank Thompson whose Lost John, country with a backbeat and boogie woogie piano, is very rockabilly inspired. And who would have thought that velvet voiced Sonny James ever recorded a rockabilly song, the quiet but impressive I Can't Stop Loving You (not the Ray Charles song), while future country guitarist Roy Clark performs a for 1962 surprisingly black rocking cover of Ruth Brown's As Long As I'm Movin'. And if you think there's nothing more to add, on top of that you get Johnny Fallin's dark exotic Wild Streak, Ray Stanley's almost parodic Let's Get Acquainted, hillbily bop with Billy Strange's Let Me In There Baby and mysterious big band bop with Bob Roubian's Here Comes The Train. After more than 35 volumes That'll Flat Git It is still an exemplary series and the musical level remains high, not to mention the quality of the releases themselves, a handsome digipack with an illustrated 34-page booklet with track-by-track annotation. Info: www.bear-family.com (Frantic Franky)


GET 'EM OFF
Jasmine, JASMCD 3184
English version: see below

Striptease: de edele kunst op een verleidelijke manier je kleren uit te doen zonder die als een berg rommel op de grond te laten liggen, dat alles op muziek. Er zijn al eerdere striptease "soundtrack" CD’s geweest maar er kunnen er nooit te veel zijn, want er kunnen nooit genoeg kleren uitgedaan worden. Striptease behoort te gebeuren op zwoele en kreunende rhythm 'n' blues, big band en jazz saxofoonstoten, en die hoort u op deze CD in ruime mate, waarbij het jammer is dat de samenstellers zich in deze politiek correcte Me Too tijden menen te moeten - weliswaar enigszins tongue-in-cheek - indekken tegen mogelijke beschuldigingen van vrouwonvriendelijkheid. Het is ver gekomen, zei hij hoofdschuddend.
Get 'Em Off opent met The Stripper van David Rose uit 1958 dat in 1962 een hit werd, een titel die u misschien niets zegt maar het is wel degelijk de bekendste striptease instrumental aller tijden: hoor deze big band saxofoons en dat gebeuk op de pauken en je ziet de kledingstukken zo je neus voorbij vliegen. Er kan op TV geen showballet zijn of dit nummer passeert en als ze in de film een striptease nummer nodig hebben is het 99 van de 100 keer deze. Van hetzelfde laken een natte broek zijn Noble "Thin Man" Watts' Easy Going Part 1, Sam "The Man" Taylor's Real Gone en Sonny Lester's Shivas Regal, For Strippers Only, Bumps And Grinds en Blues To Strip By (geen blues maar big band swing), maar ook gewone sax honkers als Big Jay MacNeely's Cherry Smash en zijn tekenfilmachtige Let's Split, en Buddy Lucas's Big Bertha. In Ernie Freeman's uptempo Night Train is de hoofdrol daarentegen weggelegd voor het orgel. Slechts vier van de in totaal 28 tracks zijn gezongen en die zijn alle vier redelijk bekend: Joe Liggins' The Honeydripper, Cab Calloway's Minnie The Moocher, The Coasters' Three Cool Cats en Little Willie John's originele versie van Fever. Geen enkele daarvan is op zich in sé een striptease nummer, maar wie echt wil strippen kan dat natuurlijk op alles. Ook bekend is Harlem Nocturne, hier in een versie van Johnny Otis die niets te maken heeft met zijn rock 'n' roll werk. Een echt rock 'n' roll nummer is de uitstekende uptempo stroll Take It Off van The Genteels, en nog Vegas Grind is Noble "Thin Man" Watts' Hot Tamales. Zijn Pig Ears And Rice, Buddy Lucas' Let's Go en Big Jay McNeely's Deacon's Groove hebben een wat tragere, meer bluesy benadering, maar een nummer als Sonny Lester's Lament heeft meer met detective swing noir of in het geval van Bobby Summers' Pad met spy surf te maken. Sonny Lester's A Pretty Girl Is Like A Melody is zelfs als easy listening te omschrijven. Opvallend: door het gebruik van trompetten krijg je veel luie charleston zoals Sonny Lester's Lonely Little G-String, Walkin And Strippin' en For Strippers Only, hetzelfde For Strippers Only maar dan door Ernie Freeman, en de CD eindigt met Freeman's charleston versie van The Stripper, het nummer waarmee Get 'Em Off opende. Als het u opvalt dat de naam Sonny Lester veelvuldig valt in deze recensie dan hebt u gelijk: hij staat op de CD met in totaal acht van de 12 nummers van zijn LP How To Strip For Your Husband, Music To Make The Marriage Merrier uit +/- 1962, de eerste van zijn in totaal zeven striptease en buikdans LP’s. Deze CD biedt een leuke invalshoek, dus voor wie graag instrumentals met blazers hoort luidt de boodschap: steek wat pit in je valentijn! Info: www.jasmine-records.co.uk (Frantic Franky)

Striptease: the noble art of seductively undressing without leaving your undies on the floor like a pile of garbage, all of this set to music. There have been several striptease "soundtrack" CDs before but there can never be too many, because there can never be enough clothes taken off. Striptease should be done to sultry and groaning rhythm 'n' blues, big band and jazz saxophone blows, and you'll hear plenty of those on this CD. In a way it's a pity that the compilers feel the need in these PC Me Too times to - albeit tongue-in-cheek - defend themselves against possible accusations of misogeny. How did it come to this, he asked nodding his head. Get 'Em Off opens with The Stripper by David Rose from 1958 which became a hit in 1962, a title that may not mean anything to you but is indeed the most famous striptease instrumental of all time: hear those big band saxophones and that pounding on the timpani and you'll see the garments fly right past your nose, as there can't be a show ballet on TV without this song and if they need a striptease song in a movie 99 times out of a 100 it's this one. Of the same ilk are Noble "Thin Man" Watts' Easy Going Part 1, Sam "The Man" Taylor's Real Gone and Sonny Lester's Shivas Regal, For Strippers Only, Bumps And Grinds and Blues To Strip By (not blues but big band swing), as well as regular sax honkers like Big Jay MacNeely's Cherry Smash and his cartoon-like Let's Split, and Buddy Lucas's Big Bertha. By contrast, in Ernie Freeman's uptempo Night Train the lead instrument is the hammond organ. Only four of the 28 tracks on offer are vocal and they're all fairly well known: Joe Liggins' The Honeydripper, Cab Calloway's Minnie The Moocher, The Coasters' Three Cool Cats and Little Willie John's original version of Fever. None of these is necessarily a striptease number per se, but those who really want to strip can of course, do so to any song. Another well known tune on offer is Harlem Nocturne, here in a version by Johnny Otis that has nothing to do with his rock 'n' roll legacy. A real rock 'n' roll song is the excellent uptempo stroll Take It Off by The Genteels, more Vegas Grind is Noble "Thin Man" Watts' Hot Tamales. His Pig Ears And Rice, Buddy Lucas' Let's Go and Big Jay McNeely's Deacon's Groove have a slower, more bluesy approach, while a tune like Sonny Lester's Lament has more to do with detective swing noir or in the case of Bobby Summers' Pad with spy surf. Sonny Lester's A Pretty Girl Is Like A Melody can even be described as easy listening. The use of trumpets makes for a lot of lazy charleston like Sonny Lester's Lonely Little G-String, Walkin And Strippin' and For Strippers Only, the same For Strippers Only by Ernie Freeman, and the CD ends with Freeman's charleston version of The Stripper, the same number with which Get 'Em Off opened. If you noticed that the name Sonny Lester appears frequently in this review, you're right: he's on here with eight of the 12 songs from his How To Strip For Your Husband, Music To Make Marriage Merrier LP from +/- 1962, the first of his no less than seven striptease and belly dance LP’s. This CD offers an interesting different perspective, so for those who like instrumentals with horns, the message is: put some spice in your valentine's day! Info: www.jasmine-records.co.uk (Frantic Franky)

3 februari 2021

CD Recensies

VALENTINE’S DAY
Bear Family, BCD17569
English version: see below

Nauwelijks is de kerstversiering opgeborgen of daar doemt de volgende commerciële hoogdag reeds op: Valentijn. Aan ons is dat niet besteed omdat wij álle vrouwen élke dag gaarne zien, maar uiteraard zijn er zeer veel liedjes die de liefde bezingen - sinds Thomas Edison in 1877 de fonograaf uitvond (néé, het was niet Philips Eindhoven) zijn er over geen enkel ander onderwerp meer liedjes ingeblikt, en in de country schijnt dat zelfs één op de twee te zijn. Keuze genoeg voor een CD in Bear Family's genre-overlappende Season's Greetings Series, goed voor 29 tracks 1936-1964, en het mag geen verwondering wekken dat een flink deel daarvan teruggrijpt naar pop (George & Earl's Eleven Roses (And The Twelfth Is You), Sue Thompson' My Hero) en crooners. Opener Perfume, Candy And Flowers van Guy Mitchell is een uptempo variété popcrooner, Ed Townsend's For Your Love, Cathy Carr's First Anniversary, The Skyliners' This I Swear, Billy Walker's Forever en Jodie Sands' niet onbekende Love Me Forever zijn pop ballades. Ook het oudste nummer is uiteraard een crooner, There's Something In The Air van het orkest van Artie Shaw met zangeres Peg La Centra uit 1936, maar het valt mee dat er slechts één vooroorlogse kraker op de CD staat, al heeft Jimmy Wakely's I'm Sending You Red Roses uit 1944, country uit de oude hoedendoos, ook nog de oorlog meegemaakt. Gelukkig bevat de CD ook goeie uptempo blanke rock 'n' roll (She's The One For Me van The Aquatones), uptempo vocale surfrock (Tom Dorsam's Baby Of Mine), doo-wop (I'm So Happy (Tra-La-La-La-La), de debuutsingle van Lewis Lymon & the Teenchords), western swing (Pee Wee King's I Don't Mind) en good old country (Hank Williams' Baby We're Really In Love), maar evengoed doo-wop ballades (My Love Will Never Die van The Channels) en pop rock 'n roll (Jimmie Maddin's Tongue Tied). Een hoogtepunt voor mij is Liebestwist, een twangy uptempo gitaar versie van Liszt's Liebestraum Nr 3 uit 1850 (geen idee waarom het 16 pagina’s tellende booklet het toeschrijft aan Jacques Offenbach) door de Zweedse groep The Violents. Dezelfde klassieke melodie zou trouwens in 1963 voor Elvis bewerkt worden tot Today Tomorrow And Forever. Helaas bevat de CD ook easy listening met de filmmuziek van Frank Chacksfield's Love Is A Many Splendored Thing en het Mary Kaye Trio's My Funny Valentine dat ik liever hoor in de versie van Frank Sinatra. Ook jazztrompettist Chet Baker heeft dat opgenomen, maar hij staat op de CD met het gefezelde jazzy There Will Never Be Another You. Nee, dan liever een swingende meezingcrooner als And Her Tears Flowed Like Wine van Anita O'Day met het orkest van Stan Kenton. Grote klassiekers zijn Paul Anka's ultieme plakker You Are My Destiny, Etta James' majestueuze At Last, de wonderschone technicolor romantiek van The Paris Sisters' I Love How You Love Me (het muzikale equivalent van een mok warme melk met honing), en de dam-doobie-dam-dams van Come Softly To Me van The Fleetwoods. Een bekend nummer maar niet in deze versie is Arthur Prysock's bronstige cover van I Just Want To Make Love To You. U merkt het: deze CD mikt cupido-gewijs op de romantische zielen en de verzamelaars van teenrock. Info: www.bear-family.com (Frantic Franky)

We only just stored away the christmas decorations and here's already the next commercial holiday: valentine's day. We personally don't care much for valentine's day because we love àll women évery day, but we obviously dig songs about love, and the list is endless - ever since Thomas Edison invented the phonograph in 1877 there hasn't been another subject about which more songs have been recorded, and in country music the ratio evens seems to be every one in two songs. There's more than enough choice to put together a CD in Bear Family's genre-crossing Season's Greetings Series, hence this selection of 29 tracks 1936-1964, and it should not come as a surprise that a good portion of them delve into pop (George & Earl's Eleven Roses (And The Twelfth Is You), Sue Thompson' My Hero) and crooners. Opener Perfume, Candy And Flowers by Guy Mitchell is an uptempo variety pop crooner, Ed Townsend's For Your Love, Cathy Carr's First Anniversary, The Skyliners' This I Swear, Billy Walker's Forever and Jodie Sands' not unfamiliar Love Me Forever are pop ballads. The oldest song is obviously also a crooner, There's Something In The Air by Artie Shaw's orchestra with singer Peg La Centra from 1936, but fortunately there is only one pre-war tune on the CD, even though Jimmy Wakely's I'm Sending You Red Roses from 1944, country from out of the old hat box, saw action during the war years as well. Luckily the CD does feature quality uptempo white rock 'n' roll (She's The One For Me by The Aquatones), uptempo vocal surf rock (Tom Dorsam's Baby Of Mine), doo-wop (I'm So Happy (Tra-La-La-La-La), Lewis Lymon & the Teenchords' debut 45), western swing (Pee Wee King's I Don't Mind) and good old country (Hank Williams' Baby We're Really In Love), apart from doo-wop ballads (My Love Will Never Die by The Channels) and pop rock 'n roll (Jimmie Maddin's Tongue Tied). A highlight for me is Liebestwist, a twangy uptempo guitar version of Liszt's Liebestraum Nr 3 from 1850 (no idea why the 16 page booklet attributes it to Jacques Offenbach) by Swedish group The Violents. The same classic composition would in 1963 be adapted into Today Tomorrow And Forever for Elvis. Less interesting is the inclusion of easy listening with Frank Chacksfield's film music-styled Love Is A Many Splendored Thing and the Mary Kaye Trio's My Funny Valentine which I prefer to hear in Frank Sinatra's version. Jazz trumpeter Chet Baker also recorded it but he's on the CD with the whispered jazzy There Will Never Be Another You. Thanks but no thanks, I'll stick with a swinging sing-along crooner like And Her Tears Flowed Like Wine by Anita O'Day with Stan Kenton's orchestra. Classic hits included are Paul Anka's ultimate slow You Are My Destiny, Etta James' majestic At Last, the wonderful technicolor romance of The Paris Sisters' I Love How You Love Me (the musical equivalent of a mug of warm milk with honey), and the dam-doobie-dam-dams of The Fleetwoods' Come Softly To Me. A familiar song but not in this version is Arthur Prysock's horny cover of I Just Want To Make Love To You. Yes, you guessed it, this CD aims just like Cupid himself for the romantic souls and the collectors of teen rock. Info: www.bear-family.com (Frantic Franky)


A TEENAGE IDOL:
ALL THE HITS 1957-1962/ RICKY NELSON

Jasmine, JASCD1108
English version: see below

De muzikale nalatenschap van de op 31 december (gelukkig nieuwjaar) 1985 op 45-jarige leeftijd bij een vliegtuigongeval omgekomen Ricky Nelson is al vaak en op diverse manieren herverpakt, en deze CD vertrekt vanuit zijn hitnoteringen, te beginnen met zijn eerste single in 1957, de start van een bijzonder succesrijke carrière waarvan gezegd wordt dat Nelson in de tweede helft van de jaren '50 de populairste artiest was na Elvis. Of dat zo is is misschien moeilijk te bewijzen, maar feit is dat zijn eerste negen singles millionsellers waren en Nelson tot 1962 33 keer de hitlijsten haalde. Die 33 nummers staan op deze CD en omdat Jasmine ze echt elke keer vult tot het gaatje staat er ook nog een 34ste nummer op, Someday, dat in Engeland de Top 10 haalde maar in Amerika niet op single verscheen. Nelson torst de negatieve reputatie dat ie pronkte met andermans veren en grossierde in afgeroomde covers van andermans' hits als I'm Walkin' (Fats Domino), My Bucket's Got A Hole In It (Hank Williams) en Have I Told You Lately That I Love You (Elvis). Dat is waar, maar het betreft slechts een minderheid van zijn output. Enkele van de songs hier kregen terecht de status van rock 'n' roll classic (Be-Bop Baby, Believe What You Say, It's Late) en zelfs rockabilly classic (Stood Up, Waitin' In School), al is een flink deel van zijn output inderdaad de meer proper achter de oren gewassen rock 'n' roll variant als I Got A Feeling, Just A Little Too Much, Mighty Good en Right By My Side. Eigen aan de hitbenadering van deze CD is evenwel dat hier nogal wat ballads en medium tempo nummers op staan. In die dagen was het gebruikelijk op single een snel nummer te koppelen aan een traag, en vaak waren het die trage nummers die de hit werden. Voorbeelden hier zijn A Wonder Like You, You Are The Only One, A Teenager's Romance, Poor Little Fool, Young Emotions, I'm Not Afraid, Teenage Idol, het mooie Never Be Anyone Else But You, het door doo-wop beïnvloede You're My One And Only Love, het sinds Pulp Fiction cult Lonesome Town, het vergelijkbare Sweeter Than You en het zwoele swing noir I Wanna Be Loved. Wie maagzuur krijgt van ballades kan argumenteren dat Shirley Lee en If You Can't Rock Me hier niet op staan en zal meer aan zijn trekken komen met Ricky Nelson verzamelaars die op zijn rock 'n' roll opnames focussen zoals Rockin' With Ricky (Ace CDCHD 85) en Ricky Rocks (Bear Family BCD16856) of Jasmine's eigen dubbelaar Rockin' & Boppin': Best Of The Early Years (ASCD529) die de nadruk legt op zijn eerste drie LP’s uit 1957-1958 maar 15 nummers bevat die ook op A Teenage Idol staan. Objectief beluisterd is deze nieuwe A Teenage Idol echter even goed of zelfs beter dan die rock 'n' roll CD’s door zijn royale 34 songs en door het feit dat hier een aantal songs op staan die je niet zo courant tegenkomt zoals zijn excellente rock 'n' roll versie van de charleston Yes Sir That's My Baby of zijn exotische Summertime. En je kan zeggen wat je wil en voor of tegen de Rickster zijn, maar Hello Mary Lou blijft een wereldschijf, hij kon zingen, en al deze plaatjes, ook degene die meer richting variété uitgaan, zijn bijzonder professioneel opgenomen en ingespeeld. James Burton op gitaar: need I say more? Echt? Vooruit dan: Milk Cow Blues. Tijd voor een Ricky Nelson revival!
Info: www.jasmine-records.co.uk en www.rickynelson.com. (Frantic Franky)

The musical legacy of Ricky Nelson, who died in a plane crash on december 31 (happy new year) 1985 at the age of 45, has been repackaged many times and in various ways, and this CD is based upon his hit records, beginning with his first single in 1957, the start of a particularly successful career that is said to have made Nelson the most popular artist after Elvis in the second half of the 1950s. That may be difficult to prove, but it's a fact that his first nine singles were millionsellers and that he made the charts 33 times up to 1962. Those 33 songs are on this CD and because Jasmine really fills them to the brim there is even a 34th song, Someday, which made the Top 10 in England but did not appear on a 45 in America. Nelson suffers from a negative reputation for flaunting other people's feathers and churning out flat covers of other people's hits like I'm Walkin' (Fats Domino), My Bucket's Got A Hole In It (Hank Williams) and Have I Told You Lately That I Love You (Elvis). This is true but only applies to a small part of his output, and some of the songs here were rightfully given the status of rock 'n' roll classic (Be-Bop Baby, Believe What You Say, It's Late) and even rockabilly classic (Stood Up, Waitin' In School), though it's fair to say that a large portion of his recordings are indeed the more clean behind the ears rock 'n' roll style like I Got A Feeling, Just A Little Too Much, Mighty Good and Right By My Side. As a result of the hit approach of this CD there are quite a few ballads and medium tempo songs, since in those days it was common to pair a fast song with a slow one, and often it was the slow song that became the hit. Examples here are A Wonder Like You, You Are The Only One, A Teenager's Romance, Poor Little Fool, Who Someday, Young Emotions, I'm Not Afraid, Teenage Idol, the beautiful Never Be Anyone Else But You, the doo-wop influenced You're My One And Only Love, the since Pulp Fiction cult Lonesome Town, the similar sounding Sweeter Than You and the sultry swing noir I Wanna Be Loved. Those of you who get reflux from ballads can argue that Shirley Lee and If You Can't Rock Me aren't on here and will be better served by Ricky Nelson compilations that focus exclusively on his rock 'n' roll songs like Rockin' With Ricky (Ace CDCHD 85) and Ricky Rocks (Bear Family BCD16856) or Jasmine's own double CD Rockin' & Boppin': Best Of The Early Years ASCD529 which is based on his first three LP’s from 1957-1958 but contains 15 songs that are also on A Teenage Idol. However, objectively speaking this new A Teenage Idol is just as good or even better than those rock 'n' roll CDs because of its generous 34 songs and the fact that there are a number of songs on here that you don't come across very often, like his excellent rock 'n' roll version of the charleston Yes Sir That's My Baby or his exotic Summertime. And you can say what you want and be for or against the Rickster, but Hello Mary Lou remains a world class record, the guy could sing, and all these records, even the ones that go more in the direction of pop music, were recorded and performed very professionally. James Burton on guitar: need I say more? Do I really? Okay: Milk Cow Blues. Time for a Ricky Nelson revival!
Info: www.jasmine-records.co.uk en www.rickynelson.com. (Frantic Franky)


DIVORCE ME C.O.D.: THE COUNTRY CHART HITS 1946-1953 AND MORE/ MERLE TRAVIS
Jasmine, JASMCD 3751
English version: see below

Countryartiest Merle Travis bracht zijn eerste plaat uit in 1945 en deze CD bevat al zijn Billboard country charthits uit de jaren '40 (Cincinnati Lou, No Vacancy, Divorce Me C.O.D., Missouri, So Round So Firm So Fully Packed) die toen nog de Hillbilly Hit Parade heette, zijn beste nummers uit de periode 1946-1952 die de hitlijsten niét haalden, de acht uptempo folksongs van zijn invloedrijke en baanbrekende Songs From The Hills album origineel verschenen in 1947 als vier 78 toeren platen, zijn door hem geschreven originele versie van Sixteen Tons, Dark As A Dungeon en Muskrat die u kent van respectievelijk Tennessee Ernie Ford, Johnny Cash en The Everly Brothers, aangevuld met zoveel mogelijk klassieke Capitol kantjes als er nog plaats was tot je een CD van 28 tracks krijgt. Veel van die songs zou je Crazy Boogie kunnen noemen zoals een van de songtitels hier luidt, gezellige gezapige uptempo country met accordeon en charleston trompet, soms met honkytonk piano, maar ook met gitaarpicking, want dat was een van de fortes van Merle Travis wiens op ragtime gebaseerde "travis style picking" nog steeds een referentie is voor countryboogie gitaristen, luister maar naar het bekende supersnelle Merle's Boogie Woogie, een nog steeds indrukwekkend voorbeeld van multispeed en multitracking uit 1947. U kent Chet Atkins? Nou, Merle Travis was eerst! De sterkte van deze CD is Travis' relaxte zangstem die het allemaal moeiteloos doet lijken, het uptempo oorvriendelijke en vrolijke materiaal, een overload aan Travis picking, en een fantastische geluidskwaliteit voor zo'n oude opnames. Merle Travis overleed in 1983 op 65-jarige leeftijd aan een hartaanval. Info: www.jasmine-records.co.uk. (Frantic Franky)

Country artist Merle Travis released his first record in 1945 and this CD contains all his Billboard country chart hits from the 1940s (Cincinnati Lou, No Vacancy, Divorce Me C.O.D., Missouri, So Round So Firm So Fully Packed) which in those days was still called the Hillbilly Hit Parade, his best songs from 1946-1952 that didn't make the charts, the eight uptempo folk songs from his influential and groundbreaking Songs From The Hills album originally released in 1947 as four 78 RPM records, the original versions that he wrote and recorded of Sixteen Tons, Dark As A Dungeon and Muskrat which you know from Tennessee Ernie Ford, Johnny Cash and The Everly Brothers, plus as many classic Capitol sides as there was room for until you get a 28 track CD. Many of these songs could be called Crazy Boogie after the title of one of the tunes here, cozy relaxed uptempo country with accordion and charleston trumpet, sometimes with honky tonk piano, but also with guitar picking, as that was one of the fortes of Merle Travis whose ragtime based "Travis style picking" is still a reference for country boogie guitarists, just listen to the famous super fast Merle's Boogie Woogie, a still impressive example of multispeed and multitracking from 1947. You know Chet Atkins? Well, Merle Travis was first! The strength of this CD is Travis' laid-back singing style that makes it all seem effortless, the uptempo ear-friendly and upbeat material, an overload of Travis picking, and fantastic sound quality for such old recordings. Merle Travis died of a heart attack in 1983 at the age of 65. Info: www.jasmine-records.co.uk. (Frantic Franky)


THE HIT SINGLES AND MORE 1952-62/ FERLIN HUSKY
Jasmine, JASMCD3763
English version: see below

De in 2011 op 85-jarige leeftijd overleden Ferlin Husky was een countryzanger die zoals alle countryzangers van zijn generatie ook hillbilly opnam en zich net als al zijn collega’s heel sporadisch richting rock 'n' roll begaf om zijn graantje mee te pikken van de rage. Tussen 1953 en 1975 scoorde hij met zijn in totaal 50 hitnoteringen twee dozijn Top 20 countryhits en het is dan ook logisch dat deze CD vooral zijn countrycarrière belicht die begon onder het pseudoniem Terry Preston, naam waaronder hij vanaf 1949 een dozijn singles uitbracht op 4-Star Records en die hij in eerste instantie bleef gebruiken toen Capitol hem in 1951 tekende. Op deze CD staat één Terry Preston nummer, Time, dat verscheen in januari 1952 en trage old time country is. Zijn echte naam zal hij gebruiken vanaf maart 1953, de dagen waarin de pas overleden Hank Williams een superster was, en een volledig uit Hank Williams songtitels bestaande tribute als Hank's Song uit begin 1953 past helemaal in dat kraam, ook al begint het met een Jimmie Rodgers jodel op de gitaar. Over old time country gesproken: nog zo eentje met twee gesproken tussenstukken (het is geen echte country als er geen parlando in voorkomt) is het A Dear John Letter duet met Jean Shepard uit 1953 dat zich afspeelt tegen de achtergrond van de oorlog, naar ik aanneem de Koreaanse oorlog vanwege de zinsnede "overseas in battle, the fighting was all over and the battle had been won". In die brief laat Shepard Husky weten dat ze met hem breekt omdat ze gaat trouwen met zijn broer! Kan het nog méér country? Ja, dat kan: A Dear John Letter was blijkbaar zulk een grote hit dat er een vervolg getiteld Forgive Me John kwam waarin Shepard breekt met zijn broer en hem smeekt terug te komen, wat Husky prompt weigert omdat hij zijn broer niet kan aandoen wat zijn broer hém aandeed... waarna hij bijtekent! Zo uit het leven gegrepen worden ze sinds Tante Leen & Johnny Jordaan niet meer gemaakt - dat is namelijk verboden door het vakverbond. Deze CD bevat er zo nog enkele, zoals Little Tom over arme kindjes uit gebroken gezinnen ("brought up in a home of sin"), en vooral The Drunken Driver, een gesproken tragisch moraalverhaal met veel bloederige details. Van die Hank Williams country naar boppin' hillbilly en vandaar in één sprintje richting proto-rockabilly was voor Husky slechts een kleine stap maar een grote sprong voor de mensheid (I Wouldn't Treat A Dog Like You're Treatin' Me), passerend via vlot gestroomlijnde uptempo hillbilly boogie zoals het door Johnny Cash gecoverde I Feel Better All Over.
Dit soort muziek, op zich al op het komische af, leende zich makkelijk tot persiflages, en Husky had tegelijkertijd een tweede carrière als country comedian onder het pseudoniem Simon Crum, een soort hillbilly dorpsidioot die songs als Cuzz Yore So Sweet en de Deck Of Cards parodie A Hillbilly's Deck Of Cards uitbracht. Dat soort grappen doorstaat de meedogenloze tands des tijds meestal niet, maar de Simon Crum opnames staan er meer dan zestig jaar later nog steeds, wat veel zegt over zowel de muzikale kwaliteit als het hoge niveau van de humor. De hoogtepunten van Simon Crum hier: zijn geniale Poetry In Motion parodie Enormity In Motion, en Bop Cat Bop, een rock 'n' roll persiflage zo goed dat het een perfecte bopper werd. Even goed als Bop Cat Bop maar dan serieus en onder de naam Ferlin Husky is de bopper Wang Dang Doo, en in een geheel andere stijl de frisse melodieuze countryrocker I Will. Nog meer zulke nummers zijn My Reason For Livin' en de countrybilly Draggin' The River, al worden die gecounterd door veel mainstream country die het begin van de Nashville sound inluidde als It Was You, This Moment Of Love, Prize Possession, A Fallen Star, Sinful Secret en Willow Tree, walsjes als Somebody Save Me en de gospel Wings Of A Dove, de plechtige ballade Gone, en zelfs medium tempo pop rock 'n' roll als What'cha Doin' After School. Een aantal mijns inziens essentiële nummers ontbreken dan weer zoals Eli The Camel (een soort Kawliga maar dan over een kameel), het pure rockabillynummer Slow Down Brother, de boppin' hillbilly I'll Be Here For A Lifetime, en de Simon Crum rocker Stand Up Sit Down Shut Your Mouth. Niettemin geeft de CD een breed beeld van alle country en rock 'n' roll stijlen waar Husky, de eerste countryzanger die een ster kreeg op de Hollywood Walk Of Fame, voor stond, en met deze CD staat u perfect in pole positie om de rest van zijn werk te exploreren. Info: www.jasmine-records.co.uk. (Frantic Franky)

Ferlin Husky who died in 2011 at the age of 85 was a country singer who, like all the country singers of his generation, also recorded hillbilly and who, like all of his colleagues, occasionally turned to rock 'n' roll in order to get his piece of the rock 'n' roll pie. Between 1953 and 1975 his 50 hitparade entries scored him two dozen Top 20 country hits and therefor it makes sense that this CD mainly highlights his country career that began under the pseudonym Terry Preston, the name under which he released a dozen singles starting in 1949 on 4-Star Records and which he initially continued to use when Capitol signed him in 1951. This CD contains one Terry Preston song, Time, which was released in January 1952 and is slow old time country. He started using his real name from March 1953, the days when the recently deceased Hank Williams was a superstar, and a tribute like Hank's Song from early 1953 consisting entirely of Hank Williams song titles tapped right into the feeling that swept the nation, even though it starts with a Jimmie Rodgers yodel on the guitar. Speaking of old time country: another one of those tunes with two spoken interludes (it's not real country if it doesn't include a parlando) is 1953's A Dear John Letter duet with Jean Shepard set against the backdrop of war, I assume the Korean War because of the phrase "overseas in battle, the fighting was all over and the battle had been won." In the letter Shepard lets Husky know that she is breaking up with him because she is going to marry his brother! Can it get any more country? Yes, it can: A Dear John Letter was apparently such a big hit that there was a sequel entitled Forgive Me John in which Shepard breaks up with his brother and begs Husky to come back, which he promptly refuses because he can't do to his brother what his brother did to him... after which he re-enlists! They just don't make tearjerkers like this anymore - it's forbidden by the union. This CD includes a couple more, such as Little Tom about poor children from broken families ("brought up in a home of sin"), and especially The Drunken Driver, a spoken tragic morality tale with many gory details. From Hank Williams country to boppin' hillbilly and then straight forward into proto-rockabilly was only a small step for Husky but a giant leap for mankind (I Wouldn't Treat A Dog Like You're Treatin' Me), along the way taking in smooth streamlined uptempo hillbilly boogie like the Johnny Cash covered I Feel Better All Over. This kind of music, in itself verging on the comic, lent itself easily to persiflage, and Husky simultaneously had a second career as a country comedian under the pseudonym Simon Crum, a kind of local yokel hillbilly village idiot who released songs like Cuzz Yore So Sweet and the Deck Of Cards parody A Hillbilly's Deck Of Cards. This kind of jokes usually don't stand the merciless test of time, but the Simon Crum recordings still hold up more than sixty years later, a testimony to both the musical quality and the high level of the humor. Simon Crum's highlights here: his genius Poetry In Motion parody Enormity In Motion, and Bop Cat Bop, a rock 'n' roll parody so good it became a perfect bopper. Just as good as Bop Cat Bop but serious and under the name Ferlin Husky is the bopper Wang Dang Doo, and in a completely different style the fresh melodic country rocker I Will. Two more such tracks are My Reason For Livin' and the countrybilly Draggin' The River, though these are countered by plenty of mainstream country heralding the beginning of the Nasville sound like It Was You, This Moment Of Love, Prize Possession, A Fallen Star, Sinful Secret and Willow Tree, waltzes like Somebody Save Me and the gospel Wings Of A Dove, the solemn ballad Gone, and even medium tempo pop rock 'n' roll like What'cha Doin' After School. A number of what I consider to be essential songs are missing here though such as Eli The Camel (a kind of Kawliga but about a camel), the pure rockabilly number Slow Down Brother, the boppin' hillbilly I'll Be Here For A Lifetime, and the Simon Crum rocker Stand Up Sit Down Shut Your Mouth. Nevertheless, the CD gives a broad picture of all the country and rock 'n' roll styles Husky, the first country singer to receive a star on the Hollywood Walk Of Fame, stood for, and with this CD you're in perfect pole position to start exploring the rest of his legacy. Info: www.jasmine-records.co.uk. (Frantic Franky)

20 januari 2021

LP Recensie

FIND ANOTHER FOOL/
RAMBLIN' ELLIE & THE BASHTONES

El Toro/Bullseye, BE-145
English version: see below

Ramblin' Ellie & the Bashtones zijn een minder bekende Zweedse band onder leiding van zangeres Simone Simonsson die mogelijk minder bekend is omdat dit bij mijn weten hun eerste release is, een titelloze 5-track demo-CD uit 2014 niet te na gesproken. Zo lang zijn ze immers al bezig: de band ontstond begin 2013 en ze hebben één keer bij ons in de buurt gespeeld, in 2014 op het Hook Rock festival in het Belgische Diepenbeek. Die demo was meer rockabilly getint dan deze LP die zich muzikaal situeert in het grensgebied tussen cleane rock 'n' roll en teenrock. Er staan enkel covers op de LP, twaalf in totaal, met Bigelow 6200 van Brenda Lee als bekendste, maar de heldere, mooie en ook mooi klinkende stem van de relaxt zingende Ramblin' Ellie die meer aan Connie Francis dan aan Brenda Lee doet denken zoekt ook inspiratie bij de rustige rockabilly van Ricky Nelson (One Of These Mornings). Met de productie van de originele uitvoeringen van die twee songs in de grote studio’s van de grote platenlabels kunnen Ramblin' Ellie & the Bashtones zich niet meten, maar dat betekent niet dat het muzikaal niet goed in elkaar zou steken of dat ze geen aardige rock 'n 'roll sound weten neer te zetten, met bovendien een piano en een lichte contrabas die het geheel ook een lichte rockabillytoets geeft. Wat het album daarnaast ook optilt boven het gemiddelde is het geslaagde gebruik van achtergrondkoortjes, waarvoor ze niet de minsten hebben ingehuurd, namelijk The Velvet Candles uit Spanje. Veel bom-bom-boms en wap-shoo-waps dus, en dat is in deze op zich rustige muziek zeker een meerwaarde, luister naar hun versies van Barry Mann's Find Another Fool en Dickey Lee's Dreamy Nights dat in 1958 Sun 297 was - wie herinnert zich dat er bij Sun Records ook doo-wop werd opgenomen? Find Another Fool bevat nog een tweede Sun cover, namelijk Sun 345, de melodieuze semi-ballade Is It Me van Tracy Pendarvis. Die teen rock 'n' roll wordt vervoegd door een paar songs die elementen uit country bevatten zoals het opnieuw erg melodieuze Night Without End van Bob Luman, terwijl Skeeter Davis' oorspronkelijk erg Nancy Sinatra klinkend If I Had Wheels uit 1966 door Ramblin' Ellie als rockabilly wordt gespeeld. Idem ditto voor Connie Smith's I'll Come Running uit 1967. Enkel covers dus, maar dat is niet erg omdat het vooral tamelijk onbekende songs zijn, of kan u uit volle borsten Bobby Helms' Hurry Baby, doo-wop groep The Senators' It Doesn't Matter of Don Estes' Felice & Boudleaux Bryant compositie Moonsick meezingen? Ramblin' Ellie wel en ze doet dat goed, al laat ze soms in de hoge regionen een steekje vallen zoals in Terry Noland's Worrying Kind-achtige Long Gone Baby, tenzij het daar meer zou opvallen wegens de spaarzamere begeleiding.
Samengevat: Ramblin' Ellie is geen Connie Smith, maar ze is wel 100% Ramblin' Ellie en dat is ook veel waard. Een aanrader voor wie het wat rustiger mag! Voorlopig is dit voor zover ik weet (nog?) niet uit op CD maar enkel te koop op vinyl op Bullseye, de vinyl afdeling van het Spaanse rock 'n' roll label El Toro dat dit jaar 25 jaar bestaat.
Info: www.eltororecords.com (Frantic Franky)

 

Ramblin' Ellie & the Bashtones are a lesser known Swedish band led by singer Simone Simonsson, perhaps lesser known because to my knowledge this is their first release besides a self-titled 5 track demo CD from 2014. Yes, that's how long they've been around: the band formed in early 2013. That demo was more rockabilly tinged than this LP which musically is situated in the border regions between clean rock 'n' roll and teen rock. The album contains only covers, twelve in total, with Brenda Lee's Bigelow 6200 ranking as the best known, but the clear, beautiful and nice sounding voice of the relaxed singing Ramblin' Ellie who reminds me more of Connie Francis than of Brenda Lee also seeks inspiration from the calm rockabilly of Ricky Nelson (One Of These Mornings). Ramblin' Ellie & the Bashtones can't compete with the production of the original versions of those two songs in the big studios of the big record labels, but that doesn't mean that their covers aren't well put together or don't have a decent rock 'n' roll sound, augmented by a piano and a light double bass that gives the whole thing a light rockabilly touch. What also lifts the album above the average is the successful use of backing vocals, for which they hired not the least, The Velvet Candles from Spain. A lot of bom bom boms and wap shoo waps certainly add value to this in itself quiet music, just listen to their versions of Barry Mann's Find Another Fool and Dickey Lee's Dreamy Nights that was Sun 297 in 1958 - who remembers Sun Records also recorded doo-wop? Find Another Fool also contains a second Sun cover, Sun 345, Tracy Pendarvis' melodic semi-ballad Is It Me. Apart from this teen rock 'n' roll a couple of songs contain elements of country music like Bob Luman's again melodic Night Without End, while the band tackles Skeeter Davis' originally very Nancy Sinatra sounding 1966 If I Had Wheels as rockabilly. The same goes for Connie Smith's 1967 I'll Come Running. Only covers, but that's not too bad a thing because most of them are fairly unknown,or can YOU sing along to Bobby Helms' Hurry Baby, doo-wop group The Senators' It Doesn't Matter or Don Estes' Felice & Boudleaux Bryant composition Moonsick? Ramblin' Ellie can and she does it well, even though she sometimes slips in the high notes, for example in Terry Noland's Worrying Kind-like Long Gone Baby, unless this would be more noticeable here because of the sparser accompaniment.
In summary: Ramblin' Ellie is no Connie Smith, but she's 100 % Ramblin' Ellie and that's worth a lot. Highly recommended for those who like their rock 'n' roll on the quiet side! As far as I know this is not (yet?) out on CD but only available on vinyl on Bullseye, the vinyl department of the Spanish rock 'n' roll label El Toro which celebrates its 25th anniversary this year. Info: www.eltororecords.com (Frantic Franky)

CD Recensies

DEFY THE DEVIL'S MUSIC: THE TEN COMMANDMENTS OF ROCK 'N' ROLL COMMANDMENT ONE
Atomicat, ACCD050
English version: see below

De Rhythm Bomb labels Atomicat en Koko-Mojo besteedden in het recente verleden al veel aandacht aan zowel zwarte rock 'n' roll met onder meer de Boss Black Rockers, Southern Bred en Rockin' Soul Party reeksen, als aan rockabilly en hillbilly met onder meer de Hillbilly Boogie And Jive en Hillbilly And Rustic Rockabilly Bop reeksen. De essentie wordt evenwel niet uit het oog verloren, namelijk ons aller rock 'n' roll, middels een nieuwe reeks met een knipoog opgehangen aan de tien geboden. De zeven hoofdzonden waren misschien toepasselijker geweest, hahaha! Drie zijn er reeds uit maar wij zijn zo neurotisch dat we graag chronologisch te werk gaan en stoppen met reeksen te kopen als we er eentje missen, dus beginnen wij hier met nummer 1, er van uitgaand dat de eerste in een reeks ook vaak de beste is. De CD bevat 30 tracks 1955-1962 met als gemeenschappelijke factor dat ze niet alleen rock ‘n’ roll zijn maar allemaal ook die rock 'n' roll bezingen tot meerdere eer en glorie van de afgod genaamd rock 'n' roll: 17 van de 30 tracks hebben het woordje "rock" of een variatie daarop in de titel. Alle rock 'n' roll stijlen komen aan bod, met zwart en blank klinkende uptempo doo-wop of nummers die daar elementen van incorporeren in jive (Norman Fox & the Rob Roys' Dance Girl Dance, The Bay Bops' To The Party, The Adventurers' lekker klinkende Rock 'n' Roll Uprising, The Clouds' Rock 'n' Roll Boogie), maar evengoed met rockabilly (Little Jimmy Dempsey's Bop Hop, Gene Ray's Rock 'n' Roll Fever, The Javalans' Come Dance With Me) en female rockabilly als Sparkle Moore's niet echt briljante Rock-A-Bop. Lorelei Lynn & the Sparkles doen het in het gelijkaardig getitelde Rock 'A' Bop beter, maar die song situeert zich meer in de rock 'n' roll. Er is Sun rock 'n' roll met Bill Pinkney's After The Hop, Joe Boot & the Fabulous Winds' Rock 'n' Roll Radio heeft een licht skaritme, en er is zwarte rock 'n 'roll (Joe Gregory's Gonna Rock This Mornin') en zwarte uptempo strolls (Willie Egan's Rock 'n' Roll Fever, Earl Wade's I Dig Rock 'n' Roll). Een supersnelle Hippy Hippy Shake door The Maori Hi Five uit Nieuw-Zeeland klinkt meer white rock dan hun naam doet vermoeden - als je hun foto googlet zien ze er uit als een variété orkest! Ook Juke Box Rock van Dick Seaton & the Mad Lads en Bop Bop Bop van Paul Anthony neigen naar de white rock, en aan de andere kant van de rock 'n 'roll regenboog heerst big band rock 'n' roll swing met The Blockbusters' I Wanna Rock Now en big band fanfare met Jésus Ramirez wiens Rock 'n' Roll vreemd genoeg in het Frans is en klinkt alsof het een van de eerste plaatjes moet geweest zijn waarin een Frans orkest probeerde de rock 'n' roll na te spelen. Ook wie graag de beentjes uitslaat komt op deze compilatie aan zijn/haar trekken met jive als Willie Headen's Turn The Hi Fi Down en light rockers als Terry Wayne's Slim Jim Tie, niet bepaald het best gespeelde nummer dat ik ooit hoorde, maar daar staan parels als Bill Darnel's Rock 'n' Roll Baby tegenover. Het meeste materiaal hier is minder bekend maar zeker goed, en daarom is't een beetje jammer dat er ook een paar overbekende klassiekers op staan die u ongetwijfeld al hebt zoals Chuck Berry's Rock 'n' Roll Music en in iets mindere mate Ruth Brown's This Little Girl's Gone Rockin’ en Neil Sedaka's You Gotta Learn Your Rhythm 'n' Blues. Een bekend nummer maar niet noodzakelijk in deze uitvoering is Edna McGriff's Dance With Me Henry (volgens de tracklisting Nancy Holloway's Rock The Bop maar dat is niet correct), nog bekende namen maar niet noodzakelijk met deze nummers zijn Buddy Knox' vrij standaard gitaarboogie Rockabilly Walk (ik hoor liever een improvisatie als The Beat van The Rockin' R's) en Carl Mann's originele opname van Gonna Rock 'n' Roll Tonight, misschien het rockendste wat ie ooit deed. De afsluiter slaat als een tang op een varken: Jeder Tag Geht Zu Ende van Earl Grant is een in het Duits gezongen schlagerballade, de vertaling van zijn eigen (At) The End (Of The Rainbow). Om uit te rusten op het einde van de party?
Info: www.atomi-c.at (Frantic Franky)

Rhythm Bomb labels Atomicat and Koko-Mojo have devoted considerable attention to both black rock 'n' roll with the Boss Black Rockers, Southern Bred and Rockin' Soul Party series and more, and to rockabilly and hillbilly with the Hillbilly Boogie And Jive and Hillbilly And Rustic Rockabilly Bop series and more. At the same time they do not lose sight of the main thing, our dear rock 'n' roll, et voilà, a new series is introduced, loosely based on the ten commandments. The seven deadly sins might have been more appropriate, hahaha! The first three volumes are already out but we are so neurotic that we like to work chronologically and stop buying series if we miss one volume, so let's start here with number 1, assuming that the first release in a series is often the best. The CD contains 30 tracks 1955-1962 which not only have in common that they're rock 'n' roll, but they're also about rock 'n' roll, praising the glory of the demon called rock 'n' roll: 17 out of the 30 tracks have the word "rock" or a variation thereof in the title. All rock 'n' roll bases are covered, with black and white sounding uptempo doo-wop and songs that incorporate elements of doo-wop into jive (Norman Fox & the Rob Roys' Dance Girl Dance, The Bay Bops' To The Party, The Adventurers' tasty sounding Rock 'n' Roll Uprising, The Clouds' Rock 'n' Roll Boogie) but also showcasing rockabilly (Little Jimmy Dempsey's Bop Hop, Gene Ray's Rock 'n' Roll Fever, The Javalans' Come Dance With Me) and female rockabilly like Sparkle Moore's not exactly brilliant Rock-A-Bop. Lorelei Lynn & the Sparkles' similarly titled Rock 'A' Bop fares better but leans more towards rock 'n' roll. There's Sun rock 'n' roll with Bill Pinkney's After The Hop, Joe Boot & the Fabulous Winds' Rock 'n' Roll Radio has a light ska rhythm, and there's black rock 'n' roll (Joe Gregory's Gonna Rock This Mornin') and black uptempo strolls (Willie Egan's Rock 'n' Roll Fever, Earl Wade's I Dig Rock 'n' Roll). A super fast Hippy Hippy Shake by The Maori Hi Five from New Zealand sounds more white rock than their name suggests - if you google their picture they look like a variety orchestra! Juke Box Rock by Dick Seaton & the Mad Lads and Bop Bop Bop by Paul Anthony also tend towards white rock and at the other end of the rock 'n' roll rainbow there's big band rock 'n' roll swing with The Blockbusters' I Wanna Rock Now and a marching band led by Jésus Ramirez whose Rock 'n' Roll is strangely enough in French and sounds like it must have been one of the first 45s on which a French orchestra tried to play rock 'n' roll. Those who like to stretch their legs will be in for a treat with jive like Willie Headen's Turn The Hi Fi Down and light rockers like Terry Wayne's Slim Jim Tie, not exactly the best-played song I ever heard, but that's compensated for by gems like Bill Darnel's Rock 'n' Roll Baby. Most of the material here is not well known but quite good, which is why it's a bit of a shame there's a couple of familiar classics that you no doubt already have like Chuck Berry's Rock 'n' Roll Music and to a lesser extent Ruth Brown's This Little Girl's Gone Rockin' and Neil Sedaka's You Gotta Learn Your Rhythm 'n' Blues. A familiar song but not necessarily in this rendition is Edna McGriff's Dance With Me Henry (the tracklisting incorrectly states Nancy Holloway's Rock The Bop), familiar artists but not necessarily with these songs are Buddy Knox' rather standard guitar boogie Rockabilly Walk (I prefer an improvisation like The Beat from The Rockin' R's) and Carl Mann's original recording of Gonna Rock 'n' Roll Tonight, perhaps the rockinest thing he ever did. The closing track sounds out of place: Earl Grant's Jeder Tag Geht Zu Ende is a schlager ballad sung in German, the translation of his own (At) The End (Of The Rainbow). To cool down when the party's over?
Info: www.atomi-c.at (Frantic Franky)


FORBIDDEN FRUIT: ROCK 'N ROLL KITTENS VOL. 5
Atomicat, ACCD 079
English version: see below

De vijfde en de laatste Rock 'n' Roll Kittens (maar dat zeiden ze ook van Volume 4, hahaha) opent met de vlam in de pijp met Barbara Greene, een schreeuwende zangeres die echter overduidelijk kan zingen, met een stel gezellige doo-wop kikkers als koortje: Little Richard's Long Tall Sally is al tot in den treure gecoverd maar dit blijft een van de allerbeste versies. 't Is meteen het bekendste nummer, in tegenstelling tot de vorige volumes waarop steevast een Wanda Jackson, Brenda Lee of Patsy Cline te noteren viel. De CD bevat 25 tracks 1954-1963 maar slechts twee nummers uit de jaren '60, namelijk beide kantjes van die single van Barbara Greene uit 1963 (B-kant Slippin’ And Slidin’ is al heel wat kalmer) die echter puur fifties klinkt. De CD bevat voorts slechts één nummer uit 1959 en één uit 1954, al de rest is 1955-1958. Barbara Greene's Long Tall Sally is ook zo ongeveer het wildste nummer want de rest van de dames klinken veel beschaafder, al is duidelijk dat een aantal onder hen op de eerste rij stonden toen de stembanden werden uitgedeeld. Op veel nummers worden ze geruggesteund door grote orkesten die het tempo er flink in houden. Veel tracks vallen dan ook eerder onder de bigband rock 'n' roll en de verboden vruchten in de titel beloven meer dan de CD kan waarmaken: hier is niks verbodens aan. Die uptempo crooners zaten ook al voor een stuk in de eerdere volumes, maar daar werden ze meer dan hier gebalanceerd door rock 'n' roll, rockabilly en rhythm 'n' blues jive. Het grote voordeel is echter dat dit allemaal plaatjes zijn gemaakt door orkesten die echt wel konden spelen en alles dus erg professioneel klinkt. Enkele voorbeelden: Bonnie Davis's bigband versie van Pepper-Hot Baby dat de meesten onder u zullen kennen als rockabilly door Phil Gray, en Bunny Paul's big band uitvoering van Bill Haley's Whatcha Gonna Do. Ook altijd interessant zijn onbekende covers zoals Mama (He Treats Your Daughter Mean) door Bette Anne Steele, Feel So Good door Joyce Romero & Bill Marine, en Will You Willyum door Joan Hager, om maar enkele van de nummers te noemen waarvan je hier kan genieten. En als we dit nu allemaal kopen komt er misschien nog een zesde deeltje!
Info: www.atomi-c.at (Frantic Franky)



The fifth and last Rock 'n' Roll Kittens (but they said the same about Volume 4, hahaha) gets things going with Barbara Greene, a screamer who clearly could sing, aided by a fun chorus of doo-wop frogs: Little Richard's Long Tall Sally has been covered ad nauseam but this remains one of the best versions ever. It's also the best known song here, in contrast to the previous volumes which always featured a Wanda Jackson, Brenda Lee or Patsy Cline tune. The CD contains 25 tracks from 1954-1963 but there's only two songs from the sixties, both sides of Barbara Greene's 1963 single (B-side Slippin' And Slidin' is much calmer) which nevertheless sounds pure fifties. The CD further contains only one song from 1959 and one from 1954, all the rest is 1955-1958. Barbara Greene's Long Tall Sally is also just about the wildest song here as the other ladies sound much more civilized, even though it's clear that a number of them were standing front row when the vocal chords were distributed. On many tracks they are backed by large orchestras that keep the tempo up. Many tracks are rather big band rock 'n' roll and the forbidden fruits in the title promise more than the CD can deliver: there is nothing forbidden about these sounds. These uptempo crooners were also present in the previous volumes, although there they were more balanced by rock 'n' roll, rockabilly and rhythm 'n' blues jive. The big advantage however is that these are all records made by orchestras that really could play and so everything sounds very professional. Examples: Bonnie Davis's big band version of Pepper-Hot Baby that most of you will know as rockabilly by Phil Gray, and Bunny Paul's big band version of Bill Haley's Whatcha Gonna Do. Always of interest are unknown covers like Bette Anne Steele's Mama (He Treats Your Daughter Mean), Joyce Romero & Bill Marine's Feel So Good, and Joan Hager's Will You Willyum, just to name a few of the songs you can enjoy here. And if now everybody buys this, maybe there will be a sixth volume!
Info: www.atomi-c.at (Frantic Franky)

13 januari 2021

ROCKER'S WILDEST WINGDING
Atomicat, ACCD065
English version: see below

U zit pas in de rockabilly (pas op, u geraakt er nooit meer uit) en weet niet welke CD te kiezen uit die ellenlange bak bij de gespecialiseerde platenboer? Neem deze CD en laat 'm niet meer los, want dit bevat allemaal krakers die al decennia lang hun groot gelijk hebben bewezen, in sommige gevallen al sinds de revivaldagen van de jaren '70. Dit is allemaal 200% onverbloemde rockabilly en rock 'n' roll: Dale Hawkins' Little Pig en Broken Heart van The Moonlighters (hun Rock-A-Bayou Baby staat hier ook op) waarvoor in de jaren '80 de bands in de rij stonden om het te coveren, GL Crockett's pikzwarte rockabilly Look Out Mabel, primitivo boppers als I'm Out van The Surf Riders, echo fests als Boppin' To Grandfather's Clock van Sidney Jo Lewis alias Hardrock Gunter, en rechtdoor rock 'n' roll als Baby Why Did You Have To Go van Bob & the Rockbillies. Verdomd, Big Sandy van Bobby Roberts klinkt nog steeds even opwindend als toen wij het voor eerst hoorden (ik weet het nog goed: het was op een mooie dag in 1986 op de verzamel LP Sin Alley en de wereld was nooit meer hetzelfde) en dat zegt toch wel iets over de eeuwigheidswaarde van deze nummers. Probeer u voor te stellen hoe Gene La Marr's Crazy Little House On The Hill met het geluidsvolume van een opstijgend vliegtuig vlijmscherp door metershoge boxen klinkt: zo was Hemsby in zijn hoogdagen. Songs als Jimmy Carroll's Big Green Car en Peanuts Wilson's Cast Iron Arm Peanuts Wilson doen al járen de ronde maar blijven het effect behouden van een mokerslag in je maag. Medium tempo betekent in deze niet flauw: met Henrietta van Jimmy Dee & the Offbeats kan je een dove opnieuw doen horen. Please Give Me Something van Bill Allen & the Backbeats is zo verschroeiend dat het werd gepikt door zowel The Stray Cats (voor Crawl Up And Die) als door The Cramps (voor Drug Train). Ik ga hier niet alle 27 nummers lyrisch beschrijven, maar geef toch graag mee dat ook Enie Meanie Minie Mo van Hoyt Johnson, Hot Dog van Corky Jones alias Buck Owens pré-Bakersfield, het intense quintessentiële Rock Rock van Johnny Powers en boppers als Go Away Hound Dog van Cliff Johnson en Riverside Jump van Jackie Lee Cochran van de partij zijn. Dit zijn geen Happy Days jukebox golden oldies, maar het wildste en luidste uit 1956-1958 met één boppend zijsprongetje naar 1953, I Got Nine Little Kisses van Shorty Long. Als u driekwart van deze 27 nummers nog niet hebt, ga dan heen en komt me niet meer onder de ogen tot u uw fout hebt rechtgezet.
Info: www.atomi-c.at (Frantic Franky)

You only recently got into rockabilly (careful, you'll never get out again) and don't know which CD to choose from that long box at the record stall? Take this CD and don't let go of it, for it contains all the nuggets that have proven their worth for decades, sometimes already since the revival days of the seventies. This is 200 % pure and true rockabilly and rock 'n' roll: Dale Hawkins' Little Pig and Broken Heart by The Moonlighters (their Rock-A-Bayou Baby is also featured here) for which in the eighties the bands lined up to cover it, GL Crockett's pitch black rockabilly Look Out Mabel, primitivo boppers like I'm Out by The Surf Riders, echo fests like Boppin' To Grandfather's Clock by Sidney Jo Lewis aka Hardrock Gunter, and straight rock 'n' roll like Baby Why Did You Have To Go by Bob & the Rockbillies. Damn, Big Sandy by Bobby Roberts still sounds as exciting as the day when we first heard it (I remember it well: it was on a beautiful day in 1986 on the vinyl compilation Sin Alley and the world was never the same again) which says a lot about the eternal appeal of these songs. Try to imagine how razor sharp Gene La Marr's Crazy Little House On The Hill sounds through a stack of speakers three metres high at the volume level of a jumbo jet taking off: that's what Hemsby was like in its heyday. Songs like Jimmy Carroll's Big Green Car and Peanuts Wilson's Cast Iron Arm Peanuts Wilson have been doing the rounds for years but still generate the effect of a sledgehammer blow in your stomach. Medium tempo doesn't equal soft here: Jimmy Dee & the Offbeats' Henrietta could make a deaf person hear again. Please Give Me Something by Bill Allen & the Backbeats is so blistering that it was nicked by both The Stray Cats (for Crawl Up And Die) and The Cramps (for Drug Train). I'm not going to lyrically describe all 27 tracks, but I do like to mention that Hoyt Johnson's Enie Meanie Minie Mo, Hot Dog by Corky Jones aka Buck Owens pré-Bakersfield, Johnny Powers' intense quintessential Rock Rock and boppers like Cliff Johnson's Go Away Hound Dog and Jackie Lee Cochran's Riverside Jump are also present. These are not Happy Days jukebox golden oldies but the wildest and loudest sounds from 1956-1958 with one bopping side-jump to 1953, Shorty Long's I Got Nine Little Kisses. If you do not already own three quarters of these 27 songs, then go and don't come back until you have corrected your mistake. Info: www.atomi-c.at (Frantic Franky)


HILLBILLY DELUXE
Atomicat, ACCD041
English version: see below

Hillbilly Deluxe is de titel van het Dwight Yoakam album uit 1987 dat volgde op zijn grote doorbraak Guitars Cadillacs Etc Etc, maar daar heeft deze CD totaal niets mee te maken. Dit is gewoon een verzamelaar met buitengewone hillbilly boogie en countrybop, 26 tracks die niet hadden misstaan op Atomicat's Hillbilly And Rustic Rockabilly Bop reeks en in 2017-2018 verschenen op 4 Star Boogies & Jumpin' Hillbilly en de twee volumes Hillbilly Goes Electric op Richard Weize Archives, net als Atomicat een onderafdeling van moederconcern Rhythm Bomb, thans allemaal gegroepeerd onder de noemer Rockstar Records. Het feit dat die twee Hillbilly Goes Electric's toen enkel verschenen op vinyl rechtvaardigt evenwel deze heruitgave, en een aantal van de nummers hier leerden wij sowieso voor het eerst kennen eind jaren '80 begin jaren '90 op White Label's Boppin' Hillbilly LP reeks. De CD klinkt zoals de cassettes die wij in het pré-digitale tijdperk voor elkaar opnamen en uitwisselden en bevat als pintje bij paaltje komt veel meer dan enkel hillbilly. Het hele scala recht van onder de koe vandaan stijlen van pakweg eind jaren '40 tot midden jaren '50 komt immers aan bod, met veel boogies (Jack Rowe & his Wichita Mountain Boys' Bomb Bosh Boogie, Tiny Stokes & the Frontiersmen's Blackfoot Boogie, Reese Shipley's originele uitvoering van de Tennessee Ernie Ford hit Catfish Boogie) en semi-akoestische medium tempo boogie woogies (Johnny Daume & his Ozark Ridge Runners' Boogie Woogie Blonde) over semi-akoestische fox chases (Bill Tutt's Sixty Days) tot howdy neighbor Dave & Deke materiaal uit de tijd toen dat nog modern was (Wally Fowler & his Georgia Clodhoppers' Mountain Boogie), dat alles uiteraard handelend over de belangrijke dingen des levens zoals daar zijn vissen (Claudie Ham's Fisherman's Blues), te snel rijden met de duivel op je hielen (Kelly West & his Friendly Country Boys' moralistische Drive Slow Baby) en bingo (Tommy Mooney with Bobby Mooney & his Automobile Babies' Bingo Boogie). Krasse countryknarren die zich tegoed deden aan zwarte rhythm 'n' blues hielpen en passant zonder het te beseffen mee de rockabilly uitvinden, vraag maar aan Tommy Scott & his Ramblers met Dance With Her Henry uit 1955 (ook zijn Jumpin' From Six To Six staat hier op, de zang is twee keer van Tex Harper). Ja, dit soort muziek droeg zeker zijn steentje bij aan de basis van de rockabilly, en als bewijsstukken legt Hillbilly Deluxe een Crawdad Hole uit 1947 door Jack Grant & his 7-V-4 Ranch Boys op tafel, samen met Jimmy Short & the Silver Saddle Ranch Boys' Everybody's Trying To Be My Baby uit 1950... zes jaar vóór Carl Perkins! Naast Tommy Scott zijn de enige andere bekende namen Bob Wills' jongste broer Billy Jack Wills met een variatie op de Chew Tobacco Rag getiteld Tobacco Chewing Boogie, Eddie Noack als zanger bij RD Hendon & his Western Jamboree Cowboys in de Hank Snow cover Music Making Mama From Memphis, en gitarist Joe Maphis in het gezongen Lonesome Train Boogie met een opvallender rol voor de piano dan voor de gitaar, en een tweede keer met een prominentere gitaar als zanger op Sunshine Sue & her Rangers' Barn Dance Boogie. Art Gunn & the Arizona Playboys' Sugar Cane Boogie gaat over de cajuns in de bayous, en Pal Thibodeaux' Port Arthur Boogie is gezongen in een soort onverstaanbaar Frans koeterwaals. Associeert u dit alles met ouderwets en overdekt met kobbewebben? Nou, dankzij de mastering door de mij onbekende The Studio That Time Forgot in El Paso, Texas die al meer werkten voor Rhythm Bomb knettert en knalt dit als vuurwerk op oudjaar. Alle 26 goed, tenzij u de builenpest krijgt van accordeon trio’s, krassende violen en zelfs jazzy trompetten en klarinetten, met pedal steels als glijmiddel.
Info: www.atomi-c.at (Frantic Franky)

Hillbilly Deluxe is the title of Dwight Yoakam's 1987 follow up album to his big breakthrough Guitars Cadillacs Etc Etc, but this CD has absolutely nothing to do with that. This is simply a compilation with extraordinary hillbilly boogie and country bop, totalling 26 tracks that wouldn't be out of place on Atomicat's Hillbilly And Rustic Rockabilly Bop series and appeared in 2017-2018 on the Richard Weize Archives releases 4 Star Boogies & Jumpin' Hillbilly and the two volumes of Hillbilly Goes Electric. Like Atomicat RWA is a subdivision of parent company Rhythm Bomb which has now grouped all its labels under the name Rockstar Records. The fact that those two Hillbilly Goes Electric's only appeared on vinyl justifies this re-release, and some of the songs here we first became aware of in the late eighties and early nineties on White Label's Boppin' Hillbilly LP series anyway. The CD resembles the cassettes we taped for each other and exchanged in that pre-digital era and contains much more than just hillbilly. The whole range of down on the farm styles from roughly the end of the forties to the middle of the fifties is covered with a lot of boogies (Jack Rowe & his Wichita Mountain Boys' Bomb Bosh Boogie, Tiny Stokes & the Frontiersmen's Blackfoot Boogie, Reese Shipley's original version of the Tennessee Ernie Ford hit Catfish Boogie) and semi-acoustic medium tempo boogie woogies (Johnny Daume & his Ozark Ridge Runners' Boogie Woogie Blonde) over semi-acoustic fox chases (Bill Tutt's Sixty Days) to howdy neighbor Dave & Deke material from back in the days when that was still modern (Wally Fowler & his Georgia Clodhoppers' Mountain Boogie), all of this of course dealing with the important things in life like fishing (Claudie Ham's Fisherman's Blues), driving too fast with the devil on your heels (Kelly West & his Friendly Country Boys' moralistic Drive Slow Baby) and bingo (Tommy Mooney with Bobby Mooney & his Automobile Babies' Bingo Boogie). Cool country cats who dug black rhythm 'n' blues helped invent rockabilly without even realizing it, just ask Tommy Scott & his Ramblers with Dance With Her Henry from 1955 (his Jumpin' From Six To Six 6 is also present, the vocals in both cases provided by Tex Harper). Yep, this type of music certainly contributed to the foundations of rockabilly, as evidenced by a 1947 Crawdad Hole courtesy of Jack Grant & his 7-V-4 Ranch Boys and Jimmy Short & the Silver Saddle Ranch Boys' Everybody's Trying To Be My Baby from 1950... six years before Carl Perkins! Apart from Tommy Scott the only other famous names are Bob Wills' youngest brother Billy Jack Wills with a Chew Tobacco Rag variation titled Tobacco Chewing Boogie, Eddie Noack as singer with RD Hendon & his Western Jamboree Cowboys on the Hank Snow cover Music Making Mama From Memphis, and guitarist Joe Maphis in the vocal Lonesome Train Boogie with a bigger role for the piano than for the guitar, and with a more prominent guitar as the featured singer on Sunshine Sue & her Rangers' Barn Dance Boogie. Art Gunn & the Arizona Playboys' Sugar Cane Boogie is about the cajuns in the bayous, and Pal Thibodeaux' Port Arthur Boogie is sung in some kind of uncomprehensible French patois. You associate all of this with old-fashioned and covered with cobwebs? Thanks to the mastering by the completeley unknown to me The Studio That Time Forgot in El Paso, Texas who also upgraded the sound on other recent Rhythm Bomb CDs these tracks explode like fireworks on New Year's Eve. All 26 tracks are good unless you get the bubonic plague from accordion trios, scratchy violins and even jazzy trumpets and clarinets, with pedal steels as lubrificant. Info: www.atomi-c.at (Frantic Franky)

7 januari 2021

 

 

GUITAR TOWN/ PEKKA TIILIKAINEN & BEATMAKERS
Triola, JLCD 65
English version: see below

Scandinavische landen hebben een lange traditie als het gaat om instrumentale gitaarrock. Bekendst zijn natuurlijk The Spotnicks, maar wat Finland betreft hebben we de jaren zestig band The Sounds in herinnering die in 1963 een nationale hit scoorden met Emma/ Mandschurian Beat. In het Fins noemt men de gitaarrock rautalanka (draad), in het Deens pigtrad (prikkeldraad). Van die draden op de gitaar raak je in elk geval geprikkeld, want men wist in de jaren zestig in ieder geval de juiste snaar te raken. Ook tegenwoordig nog: tradities zijn er om hoog gehouden te worden, en in Finland doen dat onder andere Pekka Tiilikainen & the Beatmakers, een band die reeds bestaat sinds 1988, de nadagen van de rock ‘n’ roll revival, een opvallende naam want met gitaren werd juist, afgezien van de slaggitaar, geen ‘beat’ gemaakt maar de melodielijn vorm gegeven. Het is juist die melodie die, met een bepaalde twang of tremelo, maakt dat de gitaarrock tot het rock 'n' roll genre gerekend werd en wordt, hoewel het ritmisch niet altijd pure rock ‘n’ roll is. Dit instrumentale album is het nieuwste uit een indrukwekkend lange reeks van minstens 20 albums en compilaties waaraan de band die ook vocaal actief is en in 2017 in Nederland optrad op de 63ste Cliff & the Shadows Fan Meeting in Berkel-Enschot (een concert dat werd vereeuwigd op hun CD Live in Holland) haar medewerking verleende in binnen- en buitenland. Van de originele bezetting uit 1988 zijn alleen nog Jori Venemies (basgitaar) en Juha Heinonen (leadgitaar) overgebleven. Pekka Tiilikainen (ritmegitaar) kwam er in 1998 bij en Mikko Lund (drums) is sinds 2009 de jongste telg in de band, dat alles mooi na te lezen op hun eigen Finse wikipedia site want zo alwetend zijn we nu ook weer niet.
Voorweg, de CD zit in de lijn van de befaamde Dixie Aces die jarenlang enigszins aan de lopende band albums produceerden, en wat je tegenwoordig bij gitaarrock hebt is dat het wel eens poppy, soms jazzy, dan weer puur rockig klinkt. Zo is ook dit album gevarieerd qua sound, en de band weet van wanten. De mid tempo opener Golden Days is een knipoog naar de band die de oorzaak was van de hele rautalanka rage in Europa, The Shadows. 1963 is een stuk pittiger, een vrolijk oppeppende song met de Fender stratocaster als melodieuze aandachtstrekker. Uit de Vox gitaarversterkers knalt Do The Woddle, geheel in de traditie van het land of a 1000 dances zoals de USA zich anno 1961-1965 profileerde. Die dansen waaiden over naar Europa, en vooral de hully gully, de slop, de madison en natuurlijk de twist waren erg populair. Do The Woddle rockt aardig en is een echte foot tapper. I Love You Anyway heeft een overduidelijke poppy ondertoon. Van een band uit het extreem koude hoge noorden verwacht je natuurlijk ook opwarmende muziek met zuidelijke klanken zoals El Baile De La Cobra, een rustige wegdromer met elementen van Apache van The Shadows. Musta Ruusu (zwarte roos) is typisch zo’n nummer dat heel erg doet denken aan onze eigen Jumping Jewels, een goeie mid tempo rocker. Song For Wendy daarentegen is een pure popsong, niet onaardig, maar toch een kwestie van smaak, want stratocaster idolaten komen in ieder geval ook hier rijkelijk aan hun trekken. Het cool sixties twistertje The Road To Bodie is een pure Jumping Jewels kloon, al zal de band wellicht nog nooit van hen gehoord hebben. Popcorn is het overbekende nummer van Hot Butter uit 1972. Als kleine broekschijter zat ik toen voor de Nederlandse televisie en keek naar een serie die telkens begon met een door de straten rijdende ambulance met zwaailicht, begeleid door deze Popcorn tune. De Finnen hebben er een puike sixties Fenderversie van gemaakt. In Guitar Town is het wederom twisten geblazen, en Elena is andermaal een poppige ode aan een vermoedelijk lieftallige jongedame, maar dan wel zonder petticoat. De uitklinker van het album luistert naar de titel Archipelago. Archipels vind je normaal in warme oorden, en deze slow rocker ademt precies dat sfeertje uit. Noblesse oblige: al met al is dit een behoorlijk album, zoals je dat van veteranen ook mag verwachten.
Info: www.facebook.com/PTBeatmakers (Henri Smeets)

 

Scandinavian countries have a long tradition when it comes to instrumental guitar rock. Most famous are of course The Spotnicks, and from Finland we remember sixties band The Sounds who scored a national hit with Emma/ Mandschurian Beat in 1963. In Finnish guitar rock is called rautalanka (wire), in Danish it's called pigtrad (barbed wire). Those wires on the guitar do indeed give us electric shocks, because in the sixties they managed to hit the right string. That still goes nowadays: traditions are to be kept high, and in Finland this task is done by Pekka Tiilikainen & the Beatmakers, a band that already exists since 1988, the last days of the rock 'n' roll revival, a striking name because apart from the rhythm guitar guitars do not provide the beat but shape the melody line, and it's the melody which, with a certain twang or tremelo, made and still makes guitar rock part of the rock 'n' roll genre, even though rhythmically it's not always pure rock 'n' roll. This instrumental album is the latest in an impressively long series of at least 20 albums and compilations to which the band who also perform vocally and played in Holland in 2017 at the 63rd Cliff & the Shadows Fan Meeting (gig available on their Live in Holland CD) cooperated at home and abroad. Of the original 1988 line-up only Jori Venemies (bass guitar) and Juha Heinonen (lead guitar) remain. Pekka Tiilikainen (rhythm guitar) joined the band in 1998 and Mikko Lund (drums) is the youngest member of the band since 2009, as you can check on their Finnish wikipedia page - contrary to popular belief we do not know everything. The CD is in the line of the well known Dixie Aces who for several years produced these type of albums on the assembly line. The thing with guitar rock these days is that it sometimes sounds poppy, occasionally it's jazzy, and at other times it's purely rocking. This album is very varied in sound and the band obviously knows what they're doing. The mid paced opener Golden Days is a nod to the band that kickstarted the whole rautalanka craze in Europe, The Shadows. 1963 is a lot spicier, a cheerful uplifting tune with the Fender stratocaster melodically taking center stage. Out of the Vox amps pops Do The Woddle, in the tradition of the land of a 1000 dances as the USA profiled itself in 1961-1965. These dances crossed over to Europe, with especially the hully gully, the slop, the madison and of course the twist becoming very popular. Do The Woddle rocks nicely and is a real foot tapper. I Love You Anyway has an obvious poppy undertone. From a band from the extreme cold up north you expect heartwarming music with southern sounds like El Baile De La Cobra, a quiet dreamy song with elements from The Shadows' Apache. The decent mid paced rocker Musta Ruusu (black rose) is very reminiscent of Hollands' Jumping Jewels. Song For Wendy on the other hand is a pure pop song, not bad at all but a matter of taste, as stratocaster aficionados will enjoy themselves with this one. The cool sixties twist The Road To Bodie is a pure Jumping Jewels clone, although the band probably never heard of them. Popcorn is the well known Hot Butter instrumental from 1972, the days when I was a little kid and sat in front of the Dutch TV watching a series that always started with an ambulance with flashing lights driving through the streets, accompanied by the Popcorn tune. The Finns now made a great sixties Fender version of it. Guitar Town is another twist, while Elena is again a pop-style tribute to a presumably lovely young lady, but without a petticoat. The last track is called Archipelago. Archipels are normally to be found in warm places, and this slow rocker exudes exactly that atmosphere. Noblesse oblige: all in all, this is quite a good album, as you may expect from scene veterans.
Info: www.facebook.com/PTBeatmakers (Henri Smeets)


ROCKIN' MOVIE SOUNDTRACKS
Jasmine, JASCD879
English version: see below

Ik heb reeds vaak de verzuchting geslaakt waarom er geen soundtracks bestaan van die vele rock 'n' roll films uit de jaren '50 zoals - om gelijk de beste van die films te noemen - The Girl Can't Help It (1956). Het zal wel met rechten te maken hebben, want in The Girl Can't Help It zaten zoveel songs van verschillende platenmaatschappijen dat dat nu allemaal hopeloos ingewikkeld zal zijn, al zijn er wel degelijk een paar van die soundtracks. De Rock Rock Rock (1956) LP is een beroemd voorbeeld, en recente uitgaves waren de Bear Family (BAF11023) 10 inch van Don't Knock The Rock (1956) en Jasmine Records' recente James Burton CD Cannonball Rag (JASCD1086) die (bijna) alle songs uit de film Carnival Rock (1957) bevatte, maar het is dus echt wel zoeken geblazen. Hoogstens krijg je zo'n filmversie eens een keertje als bonus op een CD van een bepaalde artiest: zo dook Ruth Brown's live uitvoering van Mama He Treats Your Daughter Mean uit de film Rock 'n' Roll Revue (1955) pas nog op op haar gelijknamige Bear Family Juke Box Pearls CD (BCD17542). Ik zal wel niet de enige zijn die er zo over denkt en Jasmine komt ons tegemoet, niet met complete soundtracks, maar met een dubbel-CD met 58 songs uit rock 'n' roll en aanverwante films, en het opvallende hierbij is dat de CD niet zozeer de studioversies van de in de films gebruikte songs bevat (die vaak verschilden van de filmversies) maar voornamelijk opnames rechtstreeks uit de beschikbare DVDs geknipt, dus mét bijvoorbeeld de typerende aankondigingen door Alan Freed, soms met applaus op 't einde, soms met filmdialoog in het midden van de songs of met in de handen klappen op de maat van de muziek. Dat is voor de liefhebbers uiteraard best charmant, maar het betekent ook dat de geluidskwaliteit soms wat minder dynamisch. De meesten onder ons zullen een deel van de studionummers hier trouwens ongetwijfeld toch al hebben, zoals bijvoorbeeld de geniale Bill Haley instrumental Goofin' Around. Toch is er iets vreemds aan de hand: Eddie Cochran's Twenty Flight Rock hier, duidelijk afkomstig uit The Girl Can't Help It, bevat wel degelijk de gitaarsolo die in de film ontbreekt. Op YouTube staan er clipjes waarbij die solo er middels clevere editing opnieuw werd ingelast... Deze CD is met andere woorden een speeltje "zoek de zeven verschillen"!
Bekende artiesten zijn onder meer Gene Vincent (Baby Blue), Jerry Lee Lewis (Great Balls Of Fire), Fats Domino (I'm In Love Again), Bill Haley & his Comets (Rip It Up), Chuck Berry (You Can't Catch Me, Little Queenie), Danny & the Juniors (At The Hop), The Del Vikings (Come Go With Me), Dion (The Wanderer), Tommy Sands (Who Baby), Frankie Lymon & the Teenagers (I'm Not A Juvenile Delinquent, het minder bekende Love Put Me Out Of My Head), Johnny Otis (Willie And The Hand Jive), Big Joe Turner (Shake Rattle And Roll), Louis Jordan (Caldonia uit 1945) en Jackie Wilson (het minder bekende You Better Know It), maar deze versies klinken dus soms maar niet altijd significant anders dan de bekende studioversies. De verhouding blank-zwart is pakweg 1 op 3 dus is er veel doo-wop als The Harptones' Oo Wee Baby, The Five Stars' Hey Juanita, The Clovers' Lovey Dovey, Lewis' Lymon & the Teenchords' Your Last Chance, The Wanderers' My First Last And Only Girl. Daarnaast zijn er ook veel ballades want in al die rock 'n' roll films zat steevast minstens één ballade of crooner, zoals hier Brook Benton's If Only I Had Known, Nora Hayes' I Guess I Won't Hang Around, The Titans' So Hard To Laugh So Easy To Cry, Roy Hamilton's The Secret Path To Love, Tony Casanova's Diary Of A High School Bride, The Platters' You'll Never Know en The Flamingos' Would I Be Crying, maar evengoed wilde rock 'n' roll (Bob Luman's This Is The Night), zwarte stormtroepers (Smiley Lewis' Shame Shame Shame), piano boogie woogie (Sugar Chile Robinson's Caldonia uit 1946), rockabilly (Carl Perkins' Glad All Over, Johnny Carroll's Rockin' Maybelle), wilde instrumentale sax honkers (Nino Tempo's Horn Rock), rhythm 'n' blues boogie (Rosco Gordon's Bop It) en twist (Sam Butera's Tag That Twistin' Dolly). Onbekend materiaal is het rockabilly-achtige Rock 'n' Roll Part 1 van The Blockbusters (geen spoor van Part 2), de rhythm 'n' blues rockers They Raided The Joint van Linda Hopkins, Fast Movin' Mama van Connie Carroll en Don't Be That Way van Reese La Rue (die komen dan ook uit een film getiteld Rockin' The Blues), de standaard medium tempo sax instrumental Dark Blue van Jimmy Daley en het keurig nette Mama Can I Go Out van Jo Ann Campbell. In beperkte mate bevat de CD ook niet-rock 'n' roll zoals Peggy Lee's trompetballade Oh Didn't He Ramble.
Hier vermelden uit welke films elke genoemde song afkomstig is zou ons te ver leiden maar kan je nalezen in de CD insert. Het zijn trouwens niet alleen films maar ook soundies en kortfilms die de periode 1934-1961 omvatten. U leest het goed, 1934, 20 jaar voor de rock 'n' roll werd uitgevonden, maar de vocal harmony scat van The Mills Brothers' Swing It Sister uit 1934 blijft verbazen, en er is nog meer van dattum met Thursday Evening Swing van The Basin Street Boys uit 1938. Veel van die films heb ik nog nooit gezien en van een aantal zoals The Duke Is Tops alias The Bronze Venus (1938), Pete Kelly's Blues (1955), Harlem Variety Revue (1955) en Baby Doll (1956) heb ik zelfs nog nooit gehoord. Mogelijk zijn het niet allemaal muziekfilms maar ook gewone films met rock 'n' roll muziek op de soundtrack. Het heeft in elk geval allemaal wel iets en voor de verzamelaar van obscuriteiten heeft het véél, maar voor de gemiddelde collectioneur volstaan uiteraard de gewone studio versies. Missie voor 2021: nu al de films vinden! Info: www.jasmine-records.co.uk (Frantic Franky)

 

I've often wondered how come there are so few soundtrack albums available for the many 1950s rock 'n' roll movies like - just to name the most famous of them all - The Girl Can't Help It (1956). Guess it has to do with the licensing rights, as The Girl Can't Help It contains so many songs from different record labels that it will be hopelessly complicated to sort out now, although there exist at least a few soundtracks. The Rock Rock Rock (1956) LP is well known, a recent one was Bear Family's (BAF11023) vinyl 10 inch of Don't Knock The Rock (1956), and Jasmine's recent James Burton CD Cannonball Rag (JASCD1086) contained (almost) all the songs from the movie Carnival Rock (1957). Still, it's like searching for needles in a haystack. You're already lucky to find one of those movie tunes as a bonus on a compilation: Ruth Brown's live version of Mama He Treats Your Daughter Mean from the movie Rock 'n' Roll Revue (1955) recently turned up on her eponymous Bear Family Juke Box Pearls CD (BCD17542). I'm sure I'm not the only one who digs rock 'n' roll movies and Jasmine spoils us, not with complete soundtracks, but with a double CD containing 58 songs culled from rock 'n' roll and related films, and what's nice is that the CD does not so much contain the studio versions of the songs used in the films (which often differed from the film versions) but mainly recordings cut straight from the available DVDs, which means for example including Alan Freed's typical announcements, sometimes with applause at the end, sometimes with film dialogue in the middle of the songs or with hands clapping along to the beat. This is quite fun if you like it, but it also means that the sound quality is sometimes a bit less dynamic. Most of us will have at least some of the studio versions of these songs anyway, like for example the genius Bill Haley instrumental Goofin' Around. Still there is something strange: Eddie Cochran's Twenty Flight Rock , clearly straight out of The Girl Can't Help It, does contain the guitar solo that was cut from the movie. On YouTube there are clips where that solo has been added again through clever editing... In other words, this CD is a kind of "spot the seven differences"!
Well known artists include Gene Vincent (Baby Blue), Jerry Lee Lewis (Great Balls Of Fire), Fats Domino (I'm In Love Again), Bill Haley & his Comets (Rip It Up), Chuck Berry (You Can't Catch Me, Little Queenie), Danny & the Juniors (At The Hop), The Del Vikings (Come Go With Me), Dion (The Wanderer), Tommy Sands (Who Baby), Frankie Lymon & the Teenagers (I'm Not A Juvenile Delinquent, the lesser known Love Put Me Out Of My Head), Johnny Otis (Willie And The Hand Jive), Big Joe Turner (Shake Rattle And Roll), Louis Jordan (Caldonia from 1945) and Jackie Wilson (the lesser known You Better Know It), but these versions sound sometimes but not always significantly different from the well known studio versions. The ratio white to black artists is about 1 to 3 so there is obviously a lot of doo-wop such as The Harptones' Oo Wee Baby, The Five Stars' Hey Juanita, The Clovers' Lovey Dovey, Lewis' Lymon & the Teenchords' Your Last Chance, The Wanderers' My First, Last And Only Girl. There are also a lot of ballads because in all those rock 'n' roll movies there was always at least one ballad or crooner, like Brook Benton's If Only I Had Known, Nora Hayes' I Guess I Won't Hang Around, The Titans' So Hard To Laugh So Easy To Cry, Roy Hamilton's The Secret Path To Love, Tony Casanova's Diary Of A High Scholl Bride, The Platters' You'll Never Know and The Flamingos' Would I Be Crying, plus wild rock 'n' roll (Bob Luman's This Is The Night), black storm troopers (Smiley Lewis' Shame Shame), piano boogie woogie (Sugar Chile Robinson's Caldonia from 1946), rockabilly (Carl Perkins' Glad All Over, Johnny Carroll's Rockin' Maybelle), wild instrumental sax honkers (Nino Tempo's Horn Rock), rhythm 'n' blues boogie (Rosco Gordon's Bop It) and twist (Sam Butera's Tag That Twistin' Dolly). Unknown material is the rockabilly-like Rock 'n' Roll Part 1 by The Blockbusters (no trace of Part 2), the rhythm 'n' blues rockers They Raided The Joint by Linda Hopkins, Fast Movin' Mama by Connie Carroll and Don't Be That Way by Reese La Rue (it's no surprise they're from a movie called Rockin' The Blues), the standard medium tempo sax instrumental Dark Blue by Jimmy Daley and the neat Mama Can I Go Out by Jo Ann Campbell. The CD even includes a few non-rock 'n' roll tracks like Peggy Lee's trumpet ballad Oh Didn't He Ramble.
To mention the title of the movie of all 58 tracks here would lead us too far, but they are in the CD insert. It's not only films but also soundies and shorts from 1934 to 1961. Yes, you read it correctly, that's 1934, 20 years before rock 'n' roll was invented. Still, the vocal harmony scat of The Mills Brothers' Swing It Sister from 1934 remains exciting, and there's more where that came from with The Basin Street Boys' Thursday Evening Swing from 1938. Many of these movies I have never seen and some I never even heard of like The Duke Is Tops alias The Bronze Venus (1938), Pete Kelly's Blues (1955), Harlem Variety Revue (1955) and Baby Doll (1956). Perhaps some of these are not music films but regular movies with rock 'n' roll music on the soundtrack. In any case, it certainly has got something, and for collectors of obscurities there is a lot to be discovered here, while for the average listener the regular studio versions will be sufficient. Mission for 2021: find the movies! Info: www.jasmine-records.co.uk (Frantic Franky)


 

 

CHERRIES ON THE LOSE VOLUME 2
Atomicat, ACCD082
English version: see below

Volume 2 van 3 in een reeks met 3 x 28 originele uitvoeringen van songs die bekender zijn geworden in andermans' versies, of hoe je een hit kan scoren door te gaan lopen met de pluimen van een ander. De originele uitvoerder werd daarbij vaak vergeten, over het hoofd gezien, of viel - zo gaat dat in de gehaaide muziekbusiness - financieel uit de boot, tenzij hij het geluk had het liedje in kwestie ook zelf te hebben geschreven én zijn zaakjes goed op orde had. De CD biedt een mooi evenwicht tussen bekende en minder bekende originele uitvoeringen: Chan Romero's Hippy Hippy Shake, Bobby Charles' See You Later Alligator en Smiley Lewis' One Night en I Hear You Knocking kent eenieder, dat Kansas City niet van Wilbert Harrison maar van Little Willie Littlefield is is minder geweten. Even zwart en even gezellig is Feel So Fine van Shirley & Lee waar Johnny Preston Feel So Good van maakte, maar wist u dat I‘m Gonna Knock On Your Door niet van Eddie Hodges is maar reeds in 1959 werd opgenomen door de later welbekende Isley Brothers? En dat Twist And Shout dan weer niet van The Isley Brothers was maar van de op en top soul klinkende Top Notes een jaartje eerder in 1961 en die zo te horen ook inspiratie vonden bij La Bamba en andere Trini Lopez klanken? Ja, zo leert een mens nog eens wat. Er is trage country (Hank Locklin's Send Me The Pillow You Dream On) en honky tonk piano country (Slim Willet's Dont Let The Stars Get In Your Eyes), maar Cherries On The Lose gaat stilistisch nog veel breder door ook crooners (Vaughn Monroe's Mr. Sandman) en plechtige vocal harmony folk (The Weavers' Kisses Sweeter Than Wine, Sealed With A Kiss niet van Brian Hyland maar van The Four Voices) te incorporeren. En meer dan één wenkbrauw zal gefronst worden bij het aanhoren van I Call Your Name van Billy J. Kramer & the Dakotas uit 1963 dat pure (rustige) beat muziek is, al vermoed ik dat vooruitstrevende Britse DJ’s het wel eens zouden kunnen gebruiken als stroll. U kent dat niet? Als pure rock 'n' roller strekt u dat tot eer, want het is een Lennon/ McCartney compositie die The Beatles pas zelf opnamen ná Billy J. Kramer & the Dakotas. Uit de in een vergeten hoekje aangetroffen oude doos waar eerst een dikke laag stof diende afgeblazen vond samensteller Mark Armstrong tenslotte de prehistorische akoestische countryblues oerversies van Corrine Corrina (Bo Carter & Charlie McCoy in 1928) en Walk Right In (Cannon's Jug Stompers in 1929).
De Elvis connectie: Big Mama Thornton's bluesy Hound Dog uit 1952 en Arthur "Big Boy" Crudup's bluesboppende My Baby Left Me uit 1950 zijn verplichte kost, Darrell Glenn's plechtige ballade Crying In The Chapel is verloren geraakt in de plooien der tijd hoewel het in 1953 een hit was - meestal wordt aangenomen dat de originele uitvoering de cover door The Orioles is. Bossa Nova Baby werd door Tippie & the Clovers opgenomen in 1962 met naar verluidt nog één originele jaren '50 Clover in de rangen, Harold Lucas, alvorens Elvis het een jaar later zou gebruiken in de film Fun in Acapulco. Maar ook Elvis zelf heeft originals op zijn naam: hij deed Mean Woman Blues vóór Jerry Lee Lewis, Cliff Richard en Roy Orbison. En omdat het niet altijd de Elvis connectie moet zijn: de Chubby Checker connectie! De originele The Twist van Hank Ballard & the Midnighters uit 1959 kent u, de eerste Pony Time door Don Covay niet.
Ontdekkingen voor mij, nochtans geen leek op het wetenschapsgebied van de originals, zijn Down The Road A Piece in de goeie pianoboogie versie van het Will Bradley Trio in 1940, de bijna musical original van Honeycomb door Georgie Shaw in 1953, en het springere hillbilly Gonna Get Along Without Ya Now (in 1979 een discohit voor Viola Wills) door Roy Hogsed in 1951. En zeg nu eens eerlijk: hoe vaak hebt u David Dante's rockender originele Speedy Gonzales al gehoord? Leuke dingen voor de mensen, en dan vooral voor die mensen die kicken op een door het Sun Valley Trio in 1950 van accordeon voorziene Hokey Pokey.
Info: www.atomi-c.at (Frantic Franky)

Volume 2 out of 3 in a series featuring 3 x 28 original versions of songs that became more famous sung by others artists, or how to score a hit with someone else's blood and sweat. In doing so the original performer was often forgotten, overlooked or - that's the way it goes in the music business -cheated out of money, unless he was lucky enough to have written the song himself and smart enough to have his affairs in order. The CD offers a nice balance between well known and lesser known original performances: everybody knows Chan Romero's Hippy Hippy Shake, Bobby Charles' See You Later Alligator and Smiley Lewis' One Night and I Hear You Knocking, but not necessarily that Kansas City is not from Wilbert Harrison but from Little Willie Littlefield. Feel So Fine by Shirley & Lee, redone by Johnny Preston as Feel So Good, is just as black and cozy as these, but did you know that I'm Gonna Knock On Your Door is not from Eddie Hodges but had already been recorded in 1959 by The Isley Brothers before they hit the big time? And that Twist And Shout is not from The Isley Brothers but from The Top Notes a year before in 1961 with a high soul factor while at the same time sounding like it was inspired by La Bamba and other Trini Lopez sounds? You learn something new every day. There's slow country (Hank Locklin's Send Me The Pillow You Dream On) and honky tonk piano country (Slim Willet's Dont Let The Stars Get In Your Eyes), but Cherries On The Lose goes stylistically much broader by incorporating crooners (Vaughn Monroe's Mr. Sandman) and solemn vocal harmony folk (The Weavers' Kisses Sweeter Than Wine, Sealed With A Kiss not by Brian Hyland but by The Four Voices). More than one eyebrow will be raised when hearing 1963's I Call Your Name by Billy J. Kramer & the Dakotas which is pure (quiet) beat music, although I suspect progressive British rock 'n' roll DJs might use it as a stroll. You don't know that song? As a pure rock 'n' roller that does you credit, because it's a Lennon/Mccartney composition which The Beatles only recorded after Billy J. Kramer & the Dakotas. From an old box covered with a thick layer of dust found in a forgotten corner compiler Mark Armstrong dug up the prehistoric acoustic country blues versions of Corrine Corrina (Bo Carter & Charlie McCoy in 1928) and Walk Right In (Cannon's Jug Stompers in 1929).
The Elvis connection: Big Mama Thornton's bluesy 1952 Hound Dog and Arthur "Big Boy" Crudup's bluesbopping 1950 My Baby Left Me are compulsory, while Darrell Glenn's solemn ballad Crying In The Chapel got lost in the mists of time even though it was a hit in 1953 - it's usually assumed that the original performance was the cover version by The Orioles. Bossa Nova Baby was recorded by Tippie & the Clovers in 1962 with reportedly one original fifties Clover still in the ranks, Harold Lucas, before Elvis would use it a year later in the movie Fun in Acapulco. But Elvis himself also has originals to his name: the king did Mean Woman Blues before Jerry Lee Lewis, Cliff Richard and Roy Orbison. And because it doesn't always have to be the Elvis connection: the Chubby Checker connection! You know the original The Twist by Hank Ballard & the Midnighters from 1959, but you don't know the first Pony Time by Don Covay.
Discoveries for me, not a newcomer when it comes to the science of originals, are Down The Road A Piece in the good piano boogie version of the Will Bradley Trio in 1940, the almost variety show original of Honeycomb by Georgie Shaw in 1953, and the jumping hillbilly Gonna Get Along Without Ya Now (in 1979 a disco hit for Viola Wills) by Roy Hogsed in 1951. And let's be honest: how many times have you heard David Dante's more rockin' original Speedy Gonzales? Fun stuff for the people, especially for those people who kick on a Hokey Pokey from 1950 featuring accordion by The Sun Valley Trio. Info: www.atomi-c.at (Frantic Franky)



Lees hier de oudere recensies

Terug naar de voorpagina