(reclame)


Je recente release (muziek, boek of wat dan ook) gerecenseerd op onze website? Stuur deze dan naar de hoofdredactie!
Your recent release (music, book or whatever) reviewed on our website? Send it to our editor-in-chief!


 

20 januari 2021

LP Recensie

FIND ANOTHER FOOL/
RAMBLIN' ELLIE & THE BASHTONES

El Toro/Bullseye, BE-145
English version: see below

Ramblin' Ellie & the Bashtones zijn een minder bekende Zweedse band onder leiding van zangeres Simone Simonsson die mogelijk minder bekend is omdat dit bij mijn weten hun eerste release is, een titelloze 5-track demo-CD uit 2014 niet te na gesproken. Zo lang zijn ze immers al bezig: de band ontstond begin 2013 en ze hebben één keer bij ons in de buurt gespeeld, in 2014 op het Hook Rock festival in het Belgische Diepenbeek. Die demo was meer rockabilly getint dan deze LP die zich muzikaal situeert in het grensgebied tussen cleane rock 'n' roll en teenrock. Er staan enkel covers op de LP, twaalf in totaal, met Bigelow 6200 van Brenda Lee als bekendste, maar de heldere, mooie en ook mooi klinkende stem van de relaxt zingende Ramblin' Ellie die meer aan Connie Francis dan aan Brenda Lee doet denken zoekt ook inspiratie bij de rustige rockabilly van Ricky Nelson (One Of These Mornings). Met de productie van de originele uitvoeringen van die twee songs in de grote studio’s van de grote platenlabels kunnen Ramblin' Ellie & the Bashtones zich niet meten, maar dat betekent niet dat het muzikaal niet goed in elkaar zou steken of dat ze geen aardige rock 'n 'roll sound weten neer te zetten, met bovendien een piano en een lichte contrabas die het geheel ook een lichte rockabillytoets geeft. Wat het album daarnaast ook optilt boven het gemiddelde is het geslaagde gebruik van achtergrondkoortjes, waarvoor ze niet de minsten hebben ingehuurd, namelijk The Velvet Candles uit Spanje. Veel bom-bom-boms en wap-shoo-waps dus, en dat is in deze op zich rustige muziek zeker een meerwaarde, luister naar hun versies van Barry Mann's Find Another Fool en Dickey Lee's Dreamy Nights dat in 1958 Sun 297 was - wie herinnert zich dat er bij Sun Records ook doo-wop werd opgenomen? Find Another Fool bevat nog een tweede Sun cover, namelijk Sun 345, de melodieuze semi-ballade Is It Me van Tracy Pendarvis. Die teen rock 'n' roll wordt vervoegd door een paar songs die elementen uit country bevatten zoals het opnieuw erg melodieuze Night Without End van Bob Luman, terwijl Skeeter Davis' oorspronkelijk erg Nancy Sinatra klinkend If I Had Wheels uit 1966 door Ramblin' Ellie als rockabilly wordt gespeeld. Idem ditto voor Connie Smith's I'll Come Running uit 1967. Enkel covers dus, maar dat is niet erg omdat het vooral tamelijk onbekende songs zijn, of kan u uit volle borsten Bobby Helms' Hurry Baby, doo-wop groep The Senators' It Doesn't Matter of Don Estes' Felice & Boudleaux Bryant compositie Moonsick meezingen? Ramblin' Ellie wel en ze doet dat goed, al laat ze soms in de hoge regionen een steekje vallen zoals in Terry Noland's Worrying Kind-achtige Long Gone Baby, tenzij het daar meer zou opvallen wegens de spaarzamere begeleiding.
Samengevat: Ramblin' Ellie is geen Connie Smith, maar ze is wel 100% Ramblin' Ellie en dat is ook veel waard. Een aanrader voor wie het wat rustiger mag! Voorlopig is dit voor zover ik weet (nog?) niet uit op CD maar enkel te koop op vinyl op Bullseye, de vinyl afdeling van het Spaanse rock 'n' roll label El Toro dat dit jaar 25 jaar bestaat.
Info: www.eltororecords.com (Frantic Franky)

 

Ramblin' Ellie & the Bashtones are a lesser known Swedish band led by singer Simone Simonsson, perhaps lesser known because to my knowledge this is their first release besides a self-titled 5 track demo CD from 2014. Yes, that's how long they've been around: the band formed in early 2013. That demo was more rockabilly tinged than this LP which musically is situated in the border regions between clean rock 'n' roll and teen rock. The album contains only covers, twelve in total, with Brenda Lee's Bigelow 6200 ranking as the best known, but the clear, beautiful and nice sounding voice of the relaxed singing Ramblin' Ellie who reminds me more of Connie Francis than of Brenda Lee also seeks inspiration from the calm rockabilly of Ricky Nelson (One Of These Mornings). Ramblin' Ellie & the Bashtones can't compete with the production of the original versions of those two songs in the big studios of the big record labels, but that doesn't mean that their covers aren't well put together or don't have a decent rock 'n' roll sound, augmented by a piano and a light double bass that gives the whole thing a light rockabilly touch. What also lifts the album above the average is the successful use of backing vocals, for which they hired not the least, The Velvet Candles from Spain. A lot of bom bom boms and wap shoo waps certainly add value to this in itself quiet music, just listen to their versions of Barry Mann's Find Another Fool and Dickey Lee's Dreamy Nights that was Sun 297 in 1958 - who remembers Sun Records also recorded doo-wop? Find Another Fool also contains a second Sun cover, Sun 345, Tracy Pendarvis' melodic semi-ballad Is It Me. Apart from this teen rock 'n' roll a couple of songs contain elements of country music like Bob Luman's again melodic Night Without End, while the band tackles Skeeter Davis' originally very Nancy Sinatra sounding 1966 If I Had Wheels as rockabilly. The same goes for Connie Smith's 1967 I'll Come Running. Only covers, but that's not too bad a thing because most of them are fairly unknown,or can YOU sing along to Bobby Helms' Hurry Baby, doo-wop group The Senators' It Doesn't Matter or Don Estes' Felice & Boudleaux Bryant composition Moonsick? Ramblin' Ellie can and she does it well, even though she sometimes slips in the high notes, for example in Terry Noland's Worrying Kind-like Long Gone Baby, unless this would be more noticeable here because of the sparser accompaniment.
In summary: Ramblin' Ellie is no Connie Smith, but she's 100 % Ramblin' Ellie and that's worth a lot. Highly recommended for those who like their rock 'n' roll on the quiet side! As far as I know this is not (yet?) out on CD but only available on vinyl on Bullseye, the vinyl department of the Spanish rock 'n' roll label El Toro which celebrates its 25th anniversary this year. Info: www.eltororecords.com (Frantic Franky)

CD Recensies

DEFY THE DEVIL'S MUSIC: THE TEN COMMANDMENTS OF ROCK 'N' ROLL COMMAND ONE
Atomicat, ACCD050
English version: see below

De Rhythm Bomb labels Atomicat en Koko-Mojo besteedden in het recente verleden al veel aandacht aan zowel zwarte rock 'n' roll met onder meer de Boss Black Rockers, Southern Bred en Rockin' Soul Party reeksen, als aan rockabilly en hillbilly met onder meer de Hillbilly Boogie And Jive en Hillbilly And Rustic Rockabilly Bop reeksen. De essentie wordt evenwel niet uit het oog verloren, namelijk ons aller rock 'n' roll, middels een nieuwe reeks met een knipoog opgehangen aan de tien geboden. De zeven hoofdzonden waren misschien toepasselijker geweest, hahaha! Drie zijn er reeds uit maar wij zijn zo neurotisch dat we graag chronologisch te werk gaan en stoppen met reeksen te kopen als we er eentje missen, dus beginnen wij hier met nummer 1, er van uitgaand dat de eerste in een reeks ook vaak de beste is. De CD bevat 30 tracks 1955-1962 met als gemeenschappelijke factor dat ze niet alleen rock ‘n’ roll zijn maar allemaal ook die rock 'n' roll bezingen tot meerdere eer en glorie van de afgod genaamd rock 'n' roll: 17 van de 30 tracks hebben het woordje "rock" of een variatie daarop in de titel. Alle rock 'n' roll stijlen komen aan bod, met zwart en blank klinkende uptempo doo-wop of nummers die daar elementen van incorporeren in jive (Norman Fox & the Rob Roys' Dance Girl Dance, The Bay Bops' To The Party, The Adventurers' lekker klinkende Rock 'n' Roll Uprising, The Clouds' Rock 'n' Roll Boogie), maar evengoed met rockabilly (Little Jimmy Dempsey's Bop Hop, Gene Ray's Rock 'n' Roll Fever, The Javalans' Come Dance With Me) en female rockabilly als Sparkle Moore's niet echt briljante Rock-A-Bop. Lorelei Lynn & the Sparkles doen het in het gelijkaardig getitelde Rock 'A' Bop beter, maar die song situeert zich meer in de rock 'n' roll. Er is Sun rock 'n' roll met Bill Pinkney's After The Hop, Joe Boot & the Fabulous Winds' Rock 'n' Roll Radio heeft een licht skaritme, en er is zwarte rock 'n 'roll (Joe Gregory's Gonna Rock This Mornin') en zwarte uptempo strolls (Willie Egan's Rock 'n' Roll Fever, Earl Wade's I Dig Rock 'n' Roll). Een supersnelle Hippy Hippy Shake door The Maori Hi Five uit Nieuw-Zeeland klinkt meer white rock dan hun naam doet vermoeden - als je hun foto googlet zien ze er uit als een variété orkest! Ook Juke Box Rock van Dick Seaton & the Mad Lads en Bop Bop Bop van Paul Anthony neigen naar de white rock, en aan de andere kant van de rock 'n 'roll regenboog heerst big band rock 'n' roll swing met The Blockbusters' I Wanna Rock Now en big band fanfare met Jésus Ramirez wiens Rock 'n' Roll vreemd genoeg in het Frans is en klinkt alsof het een van de eerste plaatjes moet geweest zijn waarin een Frans orkest probeerde de rock 'n' roll na te spelen. Ook wie graag de beentjes uitslaat komt op deze compilatie aan zijn/haar trekken met jive als Willie Headen's Turn The Hi Fi Down en light rockers als Terry Wayne's Slim Jim Tie, niet bepaald het best gespeelde nummer dat ik ooit hoorde, maar daar staan parels als Bill Darnel's Rock 'n' Roll Baby tegenover. Het meeste materiaal hier is minder bekend maar zeker goed, en daarom is't een beetje jammer dat er ook een paar overbekende klassiekers op staan die u ongetwijfeld al hebt zoals Chuck Berry's Rock 'n' Roll Music en in iets mindere mate Ruth Brown's This Little Girl's Gone Rockin’ en Neil Sedaka's You Gotta Learn Your Rhythm 'n' Blues. Een bekend nummer maar niet noodzakelijk in deze uitvoering is Edna McGriff's Dance With Me Henry (volgens de tracklisting Nancy Holloway's Rock The Bop maar dat is niet correct), nog bekende namen maar niet noodzakelijk met deze nummers zijn Buddy Knox' vrij standaard gitaarboogie Rockabilly Walk (ik hoor liever een improvisatie als The Beat van The Rockin' R's) en Carl Mann's originele opname van Gonna Rock 'n' Roll Tonight, misschien het rockendste wat ie ooit deed. De afsluiter slaat als een tang op een varken: Jeder Tag Geht Zu Ende van Earl Grant is een in het Duits gezongen schlagerballade, de vertaling van zijn eigen (At) The End (Of The Rainbow). Om uit te rusten op het einde van de party?
Info: www.atomi-c.at (Frantic Franky)

Rhythm Bomb labels Atomicat and Koko-Mojo have devoted considerable attention to both black rock 'n' roll with the Boss Black Rockers, Southern Bred and Rockin' Soul Party series and more, and to rockabilly and hillbilly with the Hillbilly Boogie And Jive and Hillbilly And Rustic Rockabilly Bop series and more. At the same time they do not lose sight of the main thing, our dear rock 'n' roll, et voilà, a new series is introduced, loosely based on the ten commandments. The seven deadly sins might have been more appropriate, hahaha! The first three volumes are already out but we are so neurotic that we like to work chronologically and stop buying series if we miss one volume, so let's start here with number 1, assuming that the first release in a series is often the best. The CD contains 30 tracks 1955-1962 which not only have in common that they're rock 'n' roll, but they're also about rock 'n' roll, praising the glory of the demon called rock 'n' roll: 17 out of the 30 tracks have the word "rock" or a variation thereof in the title. All rock 'n' roll bases are covered, with black and white sounding uptempo doo-wop and songs that incorporate elements of doo-wop into jive (Norman Fox & the Rob Roys' Dance Girl Dance, The Bay Bops' To The Party, The Adventurers' tasty sounding Rock 'n' Roll Uprising, The Clouds' Rock 'n' Roll Boogie) but also showcasing rockabilly (Little Jimmy Dempsey's Bop Hop, Gene Ray's Rock 'n' Roll Fever, The Javalans' Come Dance With Me) and female rockabilly like Sparkle Moore's not exactly brilliant Rock-A-Bop. Lorelei Lynn & the Sparkles' similarly titled Rock 'A' Bop fares better but leans more towards rock 'n' roll. There's Sun rock 'n' roll with Bill Pinkney's After The Hop, Joe Boot & the Fabulous Winds' Rock 'n' Roll Radio has a light ska rhythm, and there's black rock 'n' roll (Joe Gregory's Gonna Rock This Mornin') and black uptempo strolls (Willie Egan's Rock 'n' Roll Fever, Earl Wade's I Dig Rock 'n' Roll). A super fast Hippy Hippy Shake by The Maori Hi Five from New Zealand sounds more white rock than their name suggests - if you google their picture they look like a variety orchestra! Juke Box Rock by Dick Seaton & the Mad Lads and Bop Bop Bop by Paul Anthony also tend towards white rock and at the other end of the rock 'n' roll rainbow there's big band rock 'n' roll swing with The Blockbusters' I Wanna Rock Now and a marching band led by Jésus Ramirez whose Rock 'n' Roll is strangely enough in French and sounds like it must have been one of the first 45s on which a French orchestra tried to play rock 'n' roll. Those who like to stretch their legs will be in for a treat with jive like Willie Headen's Turn The Hi Fi Down and light rockers like Terry Wayne's Slim Jim Tie, not exactly the best-played song I ever heard, but that's compensated for by gems like Bill Darnel's Rock 'n' Roll Baby. Most of the material here is not well known but quite good, which is why it's a bit of a shame there's a couple of familiar classics that you no doubt already have like Chuck Berry's Rock 'n' Roll Music and to a lesser extent Ruth Brown's This Little Girl's Gone Rockin' and Neil Sedaka's You Gotta Learn Your Rhythm 'n' Blues. A familiar song but not necessarily in this rendition is Edna McGriff's Dance With Me Henry (the tracklisting incorrectly states Nancy Holloway's Rock The Bop), familiar artists but not necessarily with these songs are Buddy Knox' rather standard guitar boogie Rockabilly Walk (I prefer an improvisation like The Beat from The Rockin' R's) and Carl Mann's original recording of Gonna Rock 'n' Roll Tonight, perhaps the rockinest thing he ever did. The closing track sounds out of place: Earl Grant's Jeder Tag Geht Zu Ende is a schlager ballad sung in German, the translation of his own (At) The End (Of The Rainbow). To cool down when the party's over?
Info: www.atomi-c.at (Frantic Franky)


FORBIDDEN FRUIT: ROCK 'N ROLL KITTENS VOL. 5
Atomicat, ACCD 079
English version: see below

De vijfde en de laatste Rock 'n' Roll Kittens (maar dat zeiden ze ook van Volume 4, hahaha) opent met de vlam in de pijp met Barbara Greene, een schreeuwende zangeres die echter overduidelijk kan zingen, met een stel gezellige doo-wop kikkers als koortje: Little Richard's Long Tall Sally is al tot in den treure gecoverd maar dit blijft een van de allerbeste versies. 't Is meteen het bekendste nummer, in tegenstelling tot de vorige volumes waarop steevast een Wanda Jackson, Brenda Lee of Patsy Cline te noteren viel. De CD bevat 25 tracks 1954-1963 maar slechts twee nummers uit de jaren '60, namelijk beide kantjes van die single van Barbara Greene uit 1963 (B-kant Slippin’ And Slidin’ is al heel wat kalmer) die echter puur fifties klinkt. De CD bevat voorts slechts één nummer uit 1959 en één uit 1954, al de rest is 1955-1958. Barbara Greene's Long Tall Sally is ook zo ongeveer het wildste nummer want de rest van de dames klinken veel beschaafder, al is duidelijk dat een aantal onder hen op de eerste rij stonden toen de stembanden werden uitgedeeld. Op veel nummers worden ze geruggesteund door grote orkesten die het tempo er flink in houden. Veel tracks vallen dan ook eerder onder de bigband rock 'n' roll en de verboden vruchten in de titel beloven meer dan de CD kan waarmaken: hier is niks verbodens aan. Die uptempo crooners zaten ook al voor een stuk in de eerdere volumes, maar daar werden ze meer dan hier gebalanceerd door rock 'n' roll, rockabilly en rhythm 'n' blues jive. Het grote voordeel is echter dat dit allemaal plaatjes zijn gemaakt door orkesten die echt wel konden spelen en alles dus erg professioneel klinkt. Enkele voorbeelden: Bonnie Davis's bigband versie van Pepper-Hot Baby dat de meesten onder u zullen kennen als rockabilly door Phil Gray, en Bunny Paul's big band uitvoering van Bill Haley's Whatcha Gonna Do. Ook altijd interessant zijn onbekende covers zoals Mama (He Treats Your Daughter Mean) door Bette Anne Steele, Feel So Good door Joyce Romero & Bill Marine, en Will You Willyum door Joan Hager, om maar enkele van de nummers te noemen waarvan je hier kan genieten. En als we dit nu allemaal kopen komt er misschien nog een zesde deeltje!
Info: www.atomi-c.at (Frantic Franky)



The fifth and last Rock 'n' Roll Kittens (but they said the same about Volume 4, hahaha) gets things going with Barbara Greene, a screamer who clearly could sing, aided by a fun chorus of doo-wop frogs: Little Richard's Long Tall Sally has been covered ad nauseam but this remains one of the best versions ever. It's also the best known song here, in contrast to the previous volumes which always featured a Wanda Jackson, Brenda Lee or Patsy Cline tune. The CD contains 25 tracks from 1954-1963 but there's only two songs from the sixties, both sides of Barbara Greene's 1963 single (B-side Slippin' And Slidin' is much calmer) which nevertheless sounds pure fifties. The CD further contains only one song from 1959 and one from 1954, all the rest is 1955-1958. Barbara Greene's Long Tall Sally is also just about the wildest song here as the other ladies sound much more civilized, even though it's clear that a number of them were standing front row when the vocal chords were distributed. On many tracks they are backed by large orchestras that keep the tempo up. Many tracks are rather big band rock 'n' roll and the forbidden fruits in the title promise more than the CD can deliver: there is nothing forbidden about these sounds. These uptempo crooners were also present in the previous volumes, although there they were more balanced by rock 'n' roll, rockabilly and rhythm 'n' blues jive. The big advantage however is that these are all records made by orchestras that really could play and so everything sounds very professional. Examples: Bonnie Davis's big band version of Pepper-Hot Baby that most of you will know as rockabilly by Phil Gray, and Bunny Paul's big band version of Bill Haley's Whatcha Gonna Do. Always of interest are unknown covers like Bette Anne Steele's Mama (He Treats Your Daughter Mean), Joyce Romero & Bill Marine's Feel So Good, and Joan Hager's Will You Willyum, just to name a few of the songs you can enjoy here. And if now everybody buys this, maybe there will be a sixth volume!
Info: www.atomi-c.at (Frantic Franky)

13 januari 2021

ROCKER'S WILDEST WINGDING
Atomicat, ACCD065
English version: see below

U zit pas in de rockabilly (pas op, u geraakt er nooit meer uit) en weet niet welke CD te kiezen uit die ellenlange bak bij de gespecialiseerde platenboer? Neem deze CD en laat 'm niet meer los, want dit bevat allemaal krakers die al decennia lang hun groot gelijk hebben bewezen, in sommige gevallen al sinds de revivaldagen van de jaren '70. Dit is allemaal 200% onverbloemde rockabilly en rock 'n' roll: Dale Hawkins' Little Pig en Broken Heart van The Moonlighters (hun Rock-A-Bayou Baby staat hier ook op) waarvoor in de jaren '80 de bands in de rij stonden om het te coveren, GL Crockett's pikzwarte rockabilly Look Out Mabel, primitivo boppers als I'm Out van The Surf Riders, echo fests als Boppin' To Grandfather's Clock van Sidney Jo Lewis alias Hardrock Gunter, en rechtdoor rock 'n' roll als Baby Why Did You Have To Go van Bob & the Rockbillies. Verdomd, Big Sandy van Bobby Roberts klinkt nog steeds even opwindend als toen wij het voor eerst hoorden (ik weet het nog goed: het was op een mooie dag in 1986 op de verzamel LP Sin Alley en de wereld was nooit meer hetzelfde) en dat zegt toch wel iets over de eeuwigheidswaarde van deze nummers. Probeer u voor te stellen hoe Gene La Marr's Crazy Little House On The Hill met het geluidsvolume van een opstijgend vliegtuig vlijmscherp door metershoge boxen klinkt: zo was Hemsby in zijn hoogdagen. Songs als Jimmy Carroll's Big Green Car en Peanuts Wilson's Cast Iron Arm Peanuts Wilson doen al járen de ronde maar blijven het effect behouden van een mokerslag in je maag. Medium tempo betekent in deze niet flauw: met Henrietta van Jimmy Dee & the Offbeats kan je een dove opnieuw doen horen. Please Give Me Something van Bill Allen & the Backbeats is zo verschroeiend dat het werd gepikt door zowel The Stray Cats (voor Crawl Up And Die) als door The Cramps (voor Drug Train). Ik ga hier niet alle 27 nummers lyrisch beschrijven, maar geef toch graag mee dat ook Enie Meanie Minie Mo van Hoyt Johnson, Hot Dog van Corky Jones alias Buck Owens pré-Bakersfield, het intense quintessentiële Rock Rock van Johnny Powers en boppers als Go Away Hound Dog van Cliff Johnson en Riverside Jump van Jackie Lee Cochran van de partij zijn. Dit zijn geen Happy Days jukebox golden oldies, maar het wildste en luidste uit 1956-1958 met één boppend zijsprongetje naar 1953, I Got Nine Little Kisses van Shorty Long. Als u driekwart van deze 27 nummers nog niet hebt, ga dan heen en komt me niet meer onder de ogen tot u uw fout hebt rechtgezet.
Info: www.atomi-c.at (Frantic Franky)

You only recently got into rockabilly (careful, you'll never get out again) and don't know which CD to choose from that long box at the record stall? Take this CD and don't let go of it, for it contains all the nuggets that have proven their worth for decades, sometimes already since the revival days of the seventies. This is 200 % pure and true rockabilly and rock 'n' roll: Dale Hawkins' Little Pig and Broken Heart by The Moonlighters (their Rock-A-Bayou Baby is also featured here) for which in the eighties the bands lined up to cover it, GL Crockett's pitch black rockabilly Look Out Mabel, primitivo boppers like I'm Out by The Surf Riders, echo fests like Boppin' To Grandfather's Clock by Sidney Jo Lewis aka Hardrock Gunter, and straight rock 'n' roll like Baby Why Did You Have To Go by Bob & the Rockbillies. Damn, Big Sandy by Bobby Roberts still sounds as exciting as the day when we first heard it (I remember it well: it was on a beautiful day in 1986 on the vinyl compilation Sin Alley and the world was never the same again) which says a lot about the eternal appeal of these songs. Try to imagine how razor sharp Gene La Marr's Crazy Little House On The Hill sounds through a stack of speakers three metres high at the volume level of a jumbo jet taking off: that's what Hemsby was like in its heyday. Songs like Jimmy Carroll's Big Green Car and Peanuts Wilson's Cast Iron Arm Peanuts Wilson have been doing the rounds for years but still generate the effect of a sledgehammer blow in your stomach. Medium tempo doesn't equal soft here: Jimmy Dee & the Offbeats' Henrietta could make a deaf person hear again. Please Give Me Something by Bill Allen & the Backbeats is so blistering that it was nicked by both The Stray Cats (for Crawl Up And Die) and The Cramps (for Drug Train). I'm not going to lyrically describe all 27 tracks, but I do like to mention that Hoyt Johnson's Enie Meanie Minie Mo, Hot Dog by Corky Jones aka Buck Owens pré-Bakersfield, Johnny Powers' intense quintessential Rock Rock and boppers like Cliff Johnson's Go Away Hound Dog and Jackie Lee Cochran's Riverside Jump are also present. These are not Happy Days jukebox golden oldies but the wildest and loudest sounds from 1956-1958 with one bopping side-jump to 1953, Shorty Long's I Got Nine Little Kisses. If you do not already own three quarters of these 27 songs, then go and don't come back until you have corrected your mistake. Info: www.atomi-c.at (Frantic Franky)


HILLBILLY DELUXE
Atomicat, ACCD041
English version: see below

Hillbilly Deluxe is de titel van het Dwight Yoakam album uit 1987 dat volgde op zijn grote doorbraak Guitars Cadillacs Etc Etc, maar daar heeft deze CD totaal niets mee te maken. Dit is gewoon een verzamelaar met buitengewone hillbilly boogie en countrybop, 26 tracks die niet hadden misstaan op Atomicat's Hillbilly And Rustic Rockabilly Bop reeks en in 2017-2018 verschenen op 4 Star Boogies & Jumpin' Hillbilly en de twee volumes Hillbilly Goes Electric op Richard Weize Archives, net als Atomicat een onderafdeling van moederconcern Rhythm Bomb, thans allemaal gegroepeerd onder de noemer Rockstar Records. Het feit dat die twee Hillbilly Goes Electric's toen enkel verschenen op vinyl rechtvaardigt evenwel deze heruitgave, en een aantal van de nummers hier leerden wij sowieso voor het eerst kennen eind jaren '80 begin jaren '90 op White Label's Boppin' Hillbilly LP reeks. De CD klinkt zoals de cassettes die wij in het pré-digitale tijdperk voor elkaar opnamen en uitwisselden en bevat als pintje bij paaltje komt veel meer dan enkel hillbilly. Het hele scala recht van onder de koe vandaan stijlen van pakweg eind jaren '40 tot midden jaren '50 komt immers aan bod, met veel boogies (Jack Rowe & his Wichita Mountain Boys' Bomb Bosh Boogie, Tiny Stokes & the Frontiersmen's Blackfoot Boogie, Reese Shipley's originele uitvoering van de Tennessee Ernie Ford hit Catfish Boogie) en semi-akoestische medium tempo boogie woogies (Johnny Daume & his Ozark Ridge Runners' Boogie Woogie Blonde) over semi-akoestische fox chases (Bill Tutt's Sixty Days) tot howdy neighbor Dave & Deke materiaal uit de tijd toen dat nog modern was (Wally Fowler & his Georgia Clodhoppers' Mountain Boogie), dat alles uiteraard handelend over de belangrijke dingen des levens zoals daar zijn vissen (Claudie Ham's Fisherman's Blues), te snel rijden met de duivel op je hielen (Kelly West & his Friendly Country Boys' moralistische Drive Slow Baby) en bingo (Tommy Mooney with Bobby Mooney & his Automobile Babies' Bingo Boogie). Krasse countryknarren die zich tegoed deden aan zwarte rhythm 'n' blues hielpen en passant zonder het te beseffen mee de rockabilly uitvinden, vraag maar aan Tommy Scott & his Ramblers met Dance With Her Henry uit 1955 (ook zijn Jumpin' From Six To Six staat hier op, de zang is twee keer van Tex Harper). Ja, dit soort muziek droeg zeker zijn steentje bij aan de basis van de rockabilly, en als bewijsstukken legt Hillbilly Deluxe een Crawdad Hole uit 1947 door Jack Grant & his 7-V-4 Ranch Boys op tafel, samen met Jimmy Short & the Silver Saddle Ranch Boys' Everybody's Trying To Be My Baby uit 1950... zes jaar vóór Carl Perkins! Naast Tommy Scott zijn de enige andere bekende namen Bob Wills' jongste broer Billy Jack Wills met een variatie op de Chew Tobacco Rag getiteld Tobacco Chewing Boogie, Eddie Noack als zanger bij RD Hendon & his Western Jamboree Cowboys in de Hank Snow cover Music Making Mama From Memphis, en gitarist Joe Maphis in het gezongen Lonesome Train Boogie met een opvallender rol voor de piano dan voor de gitaar, en een tweede keer met een prominentere gitaar als zanger op Sunshine Sue & her Rangers' Barn Dance Boogie. Art Gunn & the Arizona Playboys' Sugar Cane Boogie gaat over de cajuns in de bayous, en Pal Thibodeaux' Port Arthur Boogie is gezongen in een soort onverstaanbaar Frans koeterwaals. Associeert u dit alles met ouderwets en overdekt met kobbewebben? Nou, dankzij de mastering door de mij onbekende The Studio That Time Forgot in El Paso, Texas die al meer werkten voor Rhythm Bomb knettert en knalt dit als vuurwerk op oudjaar. Alle 26 goed, tenzij u de builenpest krijgt van accordeon trio’s, krassende violen en zelfs jazzy trompetten en klarinetten, met pedal steels als glijmiddel.
Info: www.atomi-c.at (Frantic Franky)

Hillbilly Deluxe is the title of Dwight Yoakam's 1987 follow up album to his big breakthrough Guitars Cadillacs Etc Etc, but this CD has absolutely nothing to do with that. This is simply a compilation with extraordinary hillbilly boogie and country bop, totalling 26 tracks that wouldn't be out of place on Atomicat's Hillbilly And Rustic Rockabilly Bop series and appeared in 2017-2018 on the Richard Weize Archives releases 4 Star Boogies & Jumpin' Hillbilly and the two volumes of Hillbilly Goes Electric. Like Atomicat RWA is a subdivision of parent company Rhythm Bomb which has now grouped all its labels under the name Rockstar Records. The fact that those two Hillbilly Goes Electric's only appeared on vinyl justifies this re-release, and some of the songs here we first became aware of in the late eighties and early nineties on White Label's Boppin' Hillbilly LP series anyway. The CD resembles the cassettes we taped for each other and exchanged in that pre-digital era and contains much more than just hillbilly. The whole range of down on the farm styles from roughly the end of the forties to the middle of the fifties is covered with a lot of boogies (Jack Rowe & his Wichita Mountain Boys' Bomb Bosh Boogie, Tiny Stokes & the Frontiersmen's Blackfoot Boogie, Reese Shipley's original version of the Tennessee Ernie Ford hit Catfish Boogie) and semi-acoustic medium tempo boogie woogies (Johnny Daume & his Ozark Ridge Runners' Boogie Woogie Blonde) over semi-acoustic fox chases (Bill Tutt's Sixty Days) to howdy neighbor Dave & Deke material from back in the days when that was still modern (Wally Fowler & his Georgia Clodhoppers' Mountain Boogie), all of this of course dealing with the important things in life like fishing (Claudie Ham's Fisherman's Blues), driving too fast with the devil on your heels (Kelly West & his Friendly Country Boys' moralistic Drive Slow Baby) and bingo (Tommy Mooney with Bobby Mooney & his Automobile Babies' Bingo Boogie). Cool country cats who dug black rhythm 'n' blues helped invent rockabilly without even realizing it, just ask Tommy Scott & his Ramblers with Dance With Her Henry from 1955 (his Jumpin' From Six To Six 6 is also present, the vocals in both cases provided by Tex Harper). Yep, this type of music certainly contributed to the foundations of rockabilly, as evidenced by a 1947 Crawdad Hole courtesy of Jack Grant & his 7-V-4 Ranch Boys and Jimmy Short & the Silver Saddle Ranch Boys' Everybody's Trying To Be My Baby from 1950... six years before Carl Perkins! Apart from Tommy Scott the only other famous names are Bob Wills' youngest brother Billy Jack Wills with a Chew Tobacco Rag variation titled Tobacco Chewing Boogie, Eddie Noack as singer with RD Hendon & his Western Jamboree Cowboys on the Hank Snow cover Music Making Mama From Memphis, and guitarist Joe Maphis in the vocal Lonesome Train Boogie with a bigger role for the piano than for the guitar, and with a more prominent guitar as the featured singer on Sunshine Sue & her Rangers' Barn Dance Boogie. Art Gunn & the Arizona Playboys' Sugar Cane Boogie is about the cajuns in the bayous, and Pal Thibodeaux' Port Arthur Boogie is sung in some kind of uncomprehensible French patois. You associate all of this with old-fashioned and covered with cobwebs? Thanks to the mastering by the completeley unknown to me The Studio That Time Forgot in El Paso, Texas who also upgraded the sound on other recent Rhythm Bomb CDs these tracks explode like fireworks on New Year's Eve. All 26 tracks are good unless you get the bubonic plague from accordion trios, scratchy violins and even jazzy trumpets and clarinets, with pedal steels as lubrificant. Info: www.atomi-c.at (Frantic Franky)

7 januari 2021

 

 

GUITAR TOWN/ PEKKA TIILIKAINEN & BEATMAKERS
Triola, JLCD 65
English version: see below

Scandinavische landen hebben een lange traditie als het gaat om instrumentale gitaarrock. Bekendst zijn natuurlijk The Spotnicks, maar wat Finland betreft hebben we de jaren zestig band The Sounds in herinnering die in 1963 een nationale hit scoorden met Emma/ Mandschurian Beat. In het Fins noemt men de gitaarrock rautalanka (draad), in het Deens pigtrad (prikkeldraad). Van die draden op de gitaar raak je in elk geval geprikkeld, want men wist in de jaren zestig in ieder geval de juiste snaar te raken. Ook tegenwoordig nog: tradities zijn er om hoog gehouden te worden, en in Finland doen dat onder andere Pekka Tiilikainen & the Beatmakers, een band die reeds bestaat sinds 1988, de nadagen van de rock ‘n’ roll revival, een opvallende naam want met gitaren werd juist, afgezien van de slaggitaar, geen ‘beat’ gemaakt maar de melodielijn vorm gegeven. Het is juist die melodie die, met een bepaalde twang of tremelo, maakt dat de gitaarrock tot het rock 'n' roll genre gerekend werd en wordt, hoewel het ritmisch niet altijd pure rock ‘n’ roll is. Dit instrumentale album is het nieuwste uit een indrukwekkend lange reeks van minstens 20 albums en compilaties waaraan de band die ook vocaal actief is en in 2017 in Nederland optrad op de 63ste Cliff & the Shadows Fan Meeting in Berkel-Enschot (een concert dat werd vereeuwigd op hun CD Live in Holland) haar medewerking verleende in binnen- en buitenland. Van de originele bezetting uit 1988 zijn alleen nog Jori Venemies (basgitaar) en Juha Heinonen (leadgitaar) overgebleven. Pekka Tiilikainen (ritmegitaar) kwam er in 1998 bij en Mikko Lund (drums) is sinds 2009 de jongste telg in de band, dat alles mooi na te lezen op hun eigen Finse wikipedia site want zo alwetend zijn we nu ook weer niet.
Voorweg, de CD zit in de lijn van de befaamde Dixie Aces die jarenlang enigszins aan de lopende band albums produceerden, en wat je tegenwoordig bij gitaarrock hebt is dat het wel eens poppy, soms jazzy, dan weer puur rockig klinkt. Zo is ook dit album gevarieerd qua sound, en de band weet van wanten. De mid tempo opener Golden Days is een knipoog naar de band die de oorzaak was van de hele rautalanka rage in Europa, The Shadows. 1963 is een stuk pittiger, een vrolijk oppeppende song met de Fender stratocaster als melodieuze aandachtstrekker. Uit de Vox gitaarversterkers knalt Do The Woddle, geheel in de traditie van het land of a 1000 dances zoals de USA zich anno 1961-1965 profileerde. Die dansen waaiden over naar Europa, en vooral de hully gully, de slop, de madison en natuurlijk de twist waren erg populair. Do The Woddle rockt aardig en is een echte foot tapper. I Love You Anyway heeft een overduidelijke poppy ondertoon. Van een band uit het extreem koude hoge noorden verwacht je natuurlijk ook opwarmende muziek met zuidelijke klanken zoals El Baile De La Cobra, een rustige wegdromer met elementen van Apache van The Shadows. Musta Ruusu (zwarte roos) is typisch zo’n nummer dat heel erg doet denken aan onze eigen Jumping Jewels, een goeie mid tempo rocker. Song For Wendy daarentegen is een pure popsong, niet onaardig, maar toch een kwestie van smaak, want stratocaster idolaten komen in ieder geval ook hier rijkelijk aan hun trekken. Het cool sixties twistertje The Road To Bodie is een pure Jumping Jewels kloon, al zal de band wellicht nog nooit van hen gehoord hebben. Popcorn is het overbekende nummer van Hot Butter uit 1972. Als kleine broekschijter zat ik toen voor de Nederlandse televisie en keek naar een serie die telkens begon met een door de straten rijdende ambulance met zwaailicht, begeleid door deze Popcorn tune. De Finnen hebben er een puike sixties Fenderversie van gemaakt. In Guitar Town is het wederom twisten geblazen, en Elena is andermaal een poppige ode aan een vermoedelijk lieftallige jongedame, maar dan wel zonder petticoat. De uitklinker van het album luistert naar de titel Archipelago. Archipels vind je normaal in warme oorden, en deze slow rocker ademt precies dat sfeertje uit. Noblesse oblige: al met al is dit een behoorlijk album, zoals je dat van veteranen ook mag verwachten.
Info: www.facebook.com/PTBeatmakers (Henri Smeets)

 

Scandinavian countries have a long tradition when it comes to instrumental guitar rock. Most famous are of course The Spotnicks, and from Finland we remember sixties band The Sounds who scored a national hit with Emma/ Mandschurian Beat in 1963. In Finnish guitar rock is called rautalanka (wire), in Danish it's called pigtrad (barbed wire). Those wires on the guitar do indeed give us electric shocks, because in the sixties they managed to hit the right string. That still goes nowadays: traditions are to be kept high, and in Finland this task is done by Pekka Tiilikainen & the Beatmakers, a band that already exists since 1988, the last days of the rock 'n' roll revival, a striking name because apart from the rhythm guitar guitars do not provide the beat but shape the melody line, and it's the melody which, with a certain twang or tremelo, made and still makes guitar rock part of the rock 'n' roll genre, even though rhythmically it's not always pure rock 'n' roll. This instrumental album is the latest in an impressively long series of at least 20 albums and compilations to which the band who also perform vocally and played in Holland in 2017 at the 63rd Cliff & the Shadows Fan Meeting (gig available on their Live in Holland CD) cooperated at home and abroad. Of the original 1988 line-up only Jori Venemies (bass guitar) and Juha Heinonen (lead guitar) remain. Pekka Tiilikainen (rhythm guitar) joined the band in 1998 and Mikko Lund (drums) is the youngest member of the band since 2009, as you can check on their Finnish wikipedia page - contrary to popular belief we do not know everything. The CD is in the line of the well known Dixie Aces who for several years produced these type of albums on the assembly line. The thing with guitar rock these days is that it sometimes sounds poppy, occasionally it's jazzy, and at other times it's purely rocking. This album is very varied in sound and the band obviously knows what they're doing. The mid paced opener Golden Days is a nod to the band that kickstarted the whole rautalanka craze in Europe, The Shadows. 1963 is a lot spicier, a cheerful uplifting tune with the Fender stratocaster melodically taking center stage. Out of the Vox amps pops Do The Woddle, in the tradition of the land of a 1000 dances as the USA profiled itself in 1961-1965. These dances crossed over to Europe, with especially the hully gully, the slop, the madison and of course the twist becoming very popular. Do The Woddle rocks nicely and is a real foot tapper. I Love You Anyway has an obvious poppy undertone. From a band from the extreme cold up north you expect heartwarming music with southern sounds like El Baile De La Cobra, a quiet dreamy song with elements from The Shadows' Apache. The decent mid paced rocker Musta Ruusu (black rose) is very reminiscent of Hollands' Jumping Jewels. Song For Wendy on the other hand is a pure pop song, not bad at all but a matter of taste, as stratocaster aficionados will enjoy themselves with this one. The cool sixties twist The Road To Bodie is a pure Jumping Jewels clone, although the band probably never heard of them. Popcorn is the well known Hot Butter instrumental from 1972, the days when I was a little kid and sat in front of the Dutch TV watching a series that always started with an ambulance with flashing lights driving through the streets, accompanied by the Popcorn tune. The Finns now made a great sixties Fender version of it. Guitar Town is another twist, while Elena is again a pop-style tribute to a presumably lovely young lady, but without a petticoat. The last track is called Archipelago. Archipels are normally to be found in warm places, and this slow rocker exudes exactly that atmosphere. Noblesse oblige: all in all, this is quite a good album, as you may expect from scene veterans.
Info: www.facebook.com/PTBeatmakers (Henri Smeets)


ROCKIN' MOVIE SOUNDTRACKS
Jasmine, JASCD879
English version: see below

Ik heb reeds vaak de verzuchting geslaakt waarom er geen soundtracks bestaan van die vele rock 'n' roll films uit de jaren '50 zoals - om gelijk de beste van die films te noemen - The Girl Can't Help It (1956). Het zal wel met rechten te maken hebben, want in The Girl Can't Help It zaten zoveel songs van verschillende platenmaatschappijen dat dat nu allemaal hopeloos ingewikkeld zal zijn, al zijn er wel degelijk een paar van die soundtracks. De Rock Rock Rock (1956) LP is een beroemd voorbeeld, en recente uitgaves waren de Bear Family (BAF11023) 10 inch van Don't Knock The Rock (1956) en Jasmine Records' recente James Burton CD Cannonball Rag (JASCD1086) die (bijna) alle songs uit de film Carnival Rock (1957) bevatte, maar het is dus echt wel zoeken geblazen. Hoogstens krijg je zo'n filmversie eens een keertje als bonus op een CD van een bepaalde artiest: zo dook Ruth Brown's live uitvoering van Mama He Treats Your Daughter Mean uit de film Rock 'n' Roll Revue (1955) pas nog op op haar gelijknamige Bear Family Juke Box Pearls CD (BCD17542). Ik zal wel niet de enige zijn die er zo over denkt en Jasmine komt ons tegemoet, niet met complete soundtracks, maar met een dubbel-CD met 58 songs uit rock 'n' roll en aanverwante films, en het opvallende hierbij is dat de CD niet zozeer de studioversies van de in de films gebruikte songs bevat (die vaak verschilden van de filmversies) maar voornamelijk opnames rechtstreeks uit de beschikbare DVDs geknipt, dus mét bijvoorbeeld de typerende aankondigingen door Alan Freed, soms met applaus op 't einde, soms met filmdialoog in het midden van de songs of met in de handen klappen op de maat van de muziek. Dat is voor de liefhebbers uiteraard best charmant, maar het betekent ook dat de geluidskwaliteit soms wat minder dynamisch. De meesten onder ons zullen een deel van de studionummers hier trouwens ongetwijfeld toch al hebben, zoals bijvoorbeeld de geniale Bill Haley instrumental Goofin' Around. Toch is er iets vreemds aan de hand: Eddie Cochran's Twenty Flight Rock hier, duidelijk afkomstig uit The Girl Can't Help It, bevat wel degelijk de gitaarsolo die in de film ontbreekt. Op YouTube staan er clipjes waarbij die solo er middels clevere editing opnieuw werd ingelast... Deze CD is met andere woorden een speeltje "zoek de zeven verschillen"!
Bekende artiesten zijn onder meer Gene Vincent (Baby Blue), Jerry Lee Lewis (Great Balls Of Fire), Fats Domino (I'm In Love Again), Bill Haley & his Comets (Rip It Up), Chuck Berry (You Can't Catch Me, Little Queenie), Danny & the Juniors (At The Hop), The Del Vikings (Come Go With Me), Dion (The Wanderer), Tommy Sands (Who Baby), Frankie Lymon & the Teenagers (I'm Not A Juvenile Delinquent, het minder bekende Love Put Me Out Of My Head), Johnny Otis (Willie And The Hand Jive), Big Joe Turner (Shake Rattle And Roll), Louis Jordan (Caldonia uit 1945) en Jackie Wilson (het minder bekende You Better Know It), maar deze versies klinken dus soms maar niet altijd significant anders dan de bekende studioversies. De verhouding blank-zwart is pakweg 1 op 3 dus is er veel doo-wop als The Harptones' Oo Wee Baby, The Five Stars' Hey Juanita, The Clovers' Lovey Dovey, Lewis' Lymon & the Teenchords' Your Last Chance, The Wanderers' My First Last And Only Girl. Daarnaast zijn er ook veel ballades want in al die rock 'n' roll films zat steevast minstens één ballade of crooner, zoals hier Brook Benton's If Only I Had Known, Nora Hayes' I Guess I Won't Hang Around, The Titans' So Hard To Laugh So Easy To Cry, Roy Hamilton's The Secret Path To Love, Tony Casanova's Diary Of A High School Bride, The Platters' You'll Never Know en The Flamingos' Would I Be Crying, maar evengoed wilde rock 'n' roll (Bob Luman's This Is The Night), zwarte stormtroepers (Smiley Lewis' Shame Shame Shame), piano boogie woogie (Sugar Chile Robinson's Caldonia uit 1946), rockabilly (Carl Perkins' Glad All Over, Johnny Carroll's Rockin' Maybelle), wilde instrumentale sax honkers (Nino Tempo's Horn Rock), rhythm 'n' blues boogie (Rosco Gordon's Bop It) en twist (Sam Butera's Tag That Twistin' Dolly). Onbekend materiaal is het rockabilly-achtige Rock 'n' Roll Part 1 van The Blockbusters (geen spoor van Part 2), de rhythm 'n' blues rockers They Raided The Joint van Linda Hopkins, Fast Movin' Mama van Connie Carroll en Don't Be That Way van Reese La Rue (die komen dan ook uit een film getiteld Rockin' The Blues), de standaard medium tempo sax instrumental Dark Blue van Jimmy Daley en het keurig nette Mama Can I Go Out van Jo Ann Campbell. In beperkte mate bevat de CD ook niet-rock 'n' roll zoals Peggy Lee's trompetballade Oh Didn't He Ramble.
Hier vermelden uit welke films elke genoemde song afkomstig is zou ons te ver leiden maar kan je nalezen in de CD insert. Het zijn trouwens niet alleen films maar ook soundies en kortfilms die de periode 1934-1961 omvatten. U leest het goed, 1934, 20 jaar voor de rock 'n' roll werd uitgevonden, maar de vocal harmony scat van The Mills Brothers' Swing It Sister uit 1934 blijft verbazen, en er is nog meer van dattum met Thursday Evening Swing van The Basin Street Boys uit 1938. Veel van die films heb ik nog nooit gezien en van een aantal zoals The Duke Is Tops alias The Bronze Venus (1938), Pete Kelly's Blues (1955), Harlem Variety Revue (1955) en Baby Doll (1956) heb ik zelfs nog nooit gehoord. Mogelijk zijn het niet allemaal muziekfilms maar ook gewone films met rock 'n' roll muziek op de soundtrack. Het heeft in elk geval allemaal wel iets en voor de verzamelaar van obscuriteiten heeft het véél, maar voor de gemiddelde collectioneur volstaan uiteraard de gewone studio versies. Missie voor 2021: nu al de films vinden! Info: www.jasmine-records.co.uk (Frantic Franky)

 

I've often wondered how come there are so few soundtrack albums available for the many 1950s rock 'n' roll movies like - just to name the most famous of them all - The Girl Can't Help It (1956). Guess it has to do with the licensing rights, as The Girl Can't Help It contains so many songs from different record labels that it will be hopelessly complicated to sort out now, although there exist at least a few soundtracks. The Rock Rock Rock (1956) LP is well known, a recent one was Bear Family's (BAF11023) vinyl 10 inch of Don't Knock The Rock (1956), and Jasmine's recent James Burton CD Cannonball Rag (JASCD1086) contained (almost) all the songs from the movie Carnival Rock (1957). Still, it's like searching for needles in a haystack. You're already lucky to find one of those movie tunes as a bonus on a compilation: Ruth Brown's live version of Mama He Treats Your Daughter Mean from the movie Rock 'n' Roll Revue (1955) recently turned up on her eponymous Bear Family Juke Box Pearls CD (BCD17542). I'm sure I'm not the only one who digs rock 'n' roll movies and Jasmine spoils us, not with complete soundtracks, but with a double CD containing 58 songs culled from rock 'n' roll and related films, and what's nice is that the CD does not so much contain the studio versions of the songs used in the films (which often differed from the film versions) but mainly recordings cut straight from the available DVDs, which means for example including Alan Freed's typical announcements, sometimes with applause at the end, sometimes with film dialogue in the middle of the songs or with hands clapping along to the beat. This is quite fun if you like it, but it also means that the sound quality is sometimes a bit less dynamic. Most of us will have at least some of the studio versions of these songs anyway, like for example the genius Bill Haley instrumental Goofin' Around. Still there is something strange: Eddie Cochran's Twenty Flight Rock , clearly straight out of The Girl Can't Help It, does contain the guitar solo that was cut from the movie. On YouTube there are clips where that solo has been added again through clever editing... In other words, this CD is a kind of "spot the seven differences"!
Well known artists include Gene Vincent (Baby Blue), Jerry Lee Lewis (Great Balls Of Fire), Fats Domino (I'm In Love Again), Bill Haley & his Comets (Rip It Up), Chuck Berry (You Can't Catch Me, Little Queenie), Danny & the Juniors (At The Hop), The Del Vikings (Come Go With Me), Dion (The Wanderer), Tommy Sands (Who Baby), Frankie Lymon & the Teenagers (I'm Not A Juvenile Delinquent, the lesser known Love Put Me Out Of My Head), Johnny Otis (Willie And The Hand Jive), Big Joe Turner (Shake Rattle And Roll), Louis Jordan (Caldonia from 1945) and Jackie Wilson (the lesser known You Better Know It), but these versions sound sometimes but not always significantly different from the well known studio versions. The ratio white to black artists is about 1 to 3 so there is obviously a lot of doo-wop such as The Harptones' Oo Wee Baby, The Five Stars' Hey Juanita, The Clovers' Lovey Dovey, Lewis' Lymon & the Teenchords' Your Last Chance, The Wanderers' My First, Last And Only Girl. There are also a lot of ballads because in all those rock 'n' roll movies there was always at least one ballad or crooner, like Brook Benton's If Only I Had Known, Nora Hayes' I Guess I Won't Hang Around, The Titans' So Hard To Laugh So Easy To Cry, Roy Hamilton's The Secret Path To Love, Tony Casanova's Diary Of A High Scholl Bride, The Platters' You'll Never Know and The Flamingos' Would I Be Crying, plus wild rock 'n' roll (Bob Luman's This Is The Night), black storm troopers (Smiley Lewis' Shame Shame), piano boogie woogie (Sugar Chile Robinson's Caldonia from 1946), rockabilly (Carl Perkins' Glad All Over, Johnny Carroll's Rockin' Maybelle), wild instrumental sax honkers (Nino Tempo's Horn Rock), rhythm 'n' blues boogie (Rosco Gordon's Bop It) and twist (Sam Butera's Tag That Twistin' Dolly). Unknown material is the rockabilly-like Rock 'n' Roll Part 1 by The Blockbusters (no trace of Part 2), the rhythm 'n' blues rockers They Raided The Joint by Linda Hopkins, Fast Movin' Mama by Connie Carroll and Don't Be That Way by Reese La Rue (it's no surprise they're from a movie called Rockin' The Blues), the standard medium tempo sax instrumental Dark Blue by Jimmy Daley and the neat Mama Can I Go Out by Jo Ann Campbell. The CD even includes a few non-rock 'n' roll tracks like Peggy Lee's trumpet ballad Oh Didn't He Ramble.
To mention the title of the movie of all 58 tracks here would lead us too far, but they are in the CD insert. It's not only films but also soundies and shorts from 1934 to 1961. Yes, you read it correctly, that's 1934, 20 years before rock 'n' roll was invented. Still, the vocal harmony scat of The Mills Brothers' Swing It Sister from 1934 remains exciting, and there's more where that came from with The Basin Street Boys' Thursday Evening Swing from 1938. Many of these movies I have never seen and some I never even heard of like The Duke Is Tops alias The Bronze Venus (1938), Pete Kelly's Blues (1955), Harlem Variety Revue (1955) and Baby Doll (1956). Perhaps some of these are not music films but regular movies with rock 'n' roll music on the soundtrack. In any case, it certainly has got something, and for collectors of obscurities there is a lot to be discovered here, while for the average listener the regular studio versions will be sufficient. Mission for 2021: find the movies! Info: www.jasmine-records.co.uk (Frantic Franky)


 

 

CHERRIES ON THE LOSE VOLUME 2
Atomicat, ACCD082
English version: see below

Volume 2 van 3 in een reeks met 3 x 28 originele uitvoeringen van songs die bekender zijn geworden in andermans' versies, of hoe je een hit kan scoren door te gaan lopen met de pluimen van een ander. De originele uitvoerder werd daarbij vaak vergeten, over het hoofd gezien, of viel - zo gaat dat in de gehaaide muziekbusiness - financieel uit de boot, tenzij hij het geluk had het liedje in kwestie ook zelf te hebben geschreven én zijn zaakjes goed op orde had. De CD biedt een mooi evenwicht tussen bekende en minder bekende originele uitvoeringen: Chan Romero's Hippy Hippy Shake, Bobby Charles' See You Later Alligator en Smiley Lewis' One Night en I Hear You Knocking kent eenieder, dat Kansas City niet van Wilbert Harrison maar van Little Willie Littlefield is is minder geweten. Even zwart en even gezellig is Feel So Fine van Shirley & Lee waar Johnny Preston Feel So Good van maakte, maar wist u dat I‘m Gonna Knock On Your Door niet van Eddie Hodges is maar reeds in 1959 werd opgenomen door de later welbekende Isley Brothers? En dat Twist And Shout dan weer niet van The Isley Brothers was maar van de op en top soul klinkende Top Notes een jaartje eerder in 1961 en die zo te horen ook inspiratie vonden bij La Bamba en andere Trini Lopez klanken? Ja, zo leert een mens nog eens wat. Er is trage country (Hank Locklin's Send Me The Pillow You Dream On) en honky tonk piano country (Slim Willet's Dont Let The Stars Get In Your Eyes), maar Cherries On The Lose gaat stilistisch nog veel breder door ook crooners (Vaughn Monroe's Mr. Sandman) en plechtige vocal harmony folk (The Weavers' Kisses Sweeter Than Wine, Sealed With A Kiss niet van Brian Hyland maar van The Four Voices) te incorporeren. En meer dan één wenkbrauw zal gefronst worden bij het aanhoren van I Call Your Name van Billy J. Kramer & the Dakotas uit 1963 dat pure (rustige) beat muziek is, al vermoed ik dat vooruitstrevende Britse DJ’s het wel eens zouden kunnen gebruiken als stroll. U kent dat niet? Als pure rock 'n' roller strekt u dat tot eer, want het is een Lennon/ McCartney compositie die The Beatles pas zelf opnamen ná Billy J. Kramer & the Dakotas. Uit de in een vergeten hoekje aangetroffen oude doos waar eerst een dikke laag stof diende afgeblazen vond samensteller Mark Armstrong tenslotte de prehistorische akoestische countryblues oerversies van Corrine Corrina (Bo Carter & Charlie McCoy in 1928) en Walk Right In (Cannon's Jug Stompers in 1929).
De Elvis connectie: Big Mama Thornton's bluesy Hound Dog uit 1952 en Arthur "Big Boy" Crudup's bluesboppende My Baby Left Me uit 1950 zijn verplichte kost, Darrell Glenn's plechtige ballade Crying In The Chapel is verloren geraakt in de plooien der tijd hoewel het in 1953 een hit was - meestal wordt aangenomen dat de originele uitvoering de cover door The Orioles is. Bossa Nova Baby werd door Tippie & the Clovers opgenomen in 1962 met naar verluidt nog één originele jaren '50 Clover in de rangen, Harold Lucas, alvorens Elvis het een jaar later zou gebruiken in de film Fun in Acapulco. Maar ook Elvis zelf heeft originals op zijn naam: hij deed Mean Woman Blues vóór Jerry Lee Lewis, Cliff Richard en Roy Orbison. En omdat het niet altijd de Elvis connectie moet zijn: de Chubby Checker connectie! De originele The Twist van Hank Ballard & the Midnighters uit 1959 kent u, de eerste Pony Time door Don Covay niet.
Ontdekkingen voor mij, nochtans geen leek op het wetenschapsgebied van de originals, zijn Down The Road A Piece in de goeie pianoboogie versie van het Will Bradley Trio in 1940, de bijna musical original van Honeycomb door Georgie Shaw in 1953, en het springere hillbilly Gonna Get Along Without Ya Now (in 1979 een discohit voor Viola Wills) door Roy Hogsed in 1951. En zeg nu eens eerlijk: hoe vaak hebt u David Dante's rockender originele Speedy Gonzales al gehoord? Leuke dingen voor de mensen, en dan vooral voor die mensen die kicken op een door het Sun Valley Trio in 1950 van accordeon voorziene Hokey Pokey.
Info: www.atomi-c.at (Frantic Franky)

Volume 2 out of 3 in a series featuring 3 x 28 original versions of songs that became more famous sung by others artists, or how to score a hit with someone else's blood and sweat. In doing so the original performer was often forgotten, overlooked or - that's the way it goes in the music business -cheated out of money, unless he was lucky enough to have written the song himself and smart enough to have his affairs in order. The CD offers a nice balance between well known and lesser known original performances: everybody knows Chan Romero's Hippy Hippy Shake, Bobby Charles' See You Later Alligator and Smiley Lewis' One Night and I Hear You Knocking, but not necessarily that Kansas City is not from Wilbert Harrison but from Little Willie Littlefield. Feel So Fine by Shirley & Lee, redone by Johnny Preston as Feel So Good, is just as black and cozy as these, but did you know that I'm Gonna Knock On Your Door is not from Eddie Hodges but had already been recorded in 1959 by The Isley Brothers before they hit the big time? And that Twist And Shout is not from The Isley Brothers but from The Top Notes a year before in 1961 with a high soul factor while at the same time sounding like it was inspired by La Bamba and other Trini Lopez sounds? You learn something new every day. There's slow country (Hank Locklin's Send Me The Pillow You Dream On) and honky tonk piano country (Slim Willet's Dont Let The Stars Get In Your Eyes), but Cherries On The Lose goes stylistically much broader by incorporating crooners (Vaughn Monroe's Mr. Sandman) and solemn vocal harmony folk (The Weavers' Kisses Sweeter Than Wine, Sealed With A Kiss not by Brian Hyland but by The Four Voices). More than one eyebrow will be raised when hearing 1963's I Call Your Name by Billy J. Kramer & the Dakotas which is pure (quiet) beat music, although I suspect progressive British rock 'n' roll DJs might use it as a stroll. You don't know that song? As a pure rock 'n' roller that does you credit, because it's a Lennon/Mccartney composition which The Beatles only recorded after Billy J. Kramer & the Dakotas. From an old box covered with a thick layer of dust found in a forgotten corner compiler Mark Armstrong dug up the prehistoric acoustic country blues versions of Corrine Corrina (Bo Carter & Charlie McCoy in 1928) and Walk Right In (Cannon's Jug Stompers in 1929).
The Elvis connection: Big Mama Thornton's bluesy 1952 Hound Dog and Arthur "Big Boy" Crudup's bluesbopping 1950 My Baby Left Me are compulsory, while Darrell Glenn's solemn ballad Crying In The Chapel got lost in the mists of time even though it was a hit in 1953 - it's usually assumed that the original performance was the cover version by The Orioles. Bossa Nova Baby was recorded by Tippie & the Clovers in 1962 with reportedly one original fifties Clover still in the ranks, Harold Lucas, before Elvis would use it a year later in the movie Fun in Acapulco. But Elvis himself also has originals to his name: the king did Mean Woman Blues before Jerry Lee Lewis, Cliff Richard and Roy Orbison. And because it doesn't always have to be the Elvis connection: the Chubby Checker connection! You know the original The Twist by Hank Ballard & the Midnighters from 1959, but you don't know the first Pony Time by Don Covay.
Discoveries for me, not a newcomer when it comes to the science of originals, are Down The Road A Piece in the good piano boogie version of the Will Bradley Trio in 1940, the almost variety show original of Honeycomb by Georgie Shaw in 1953, and the jumping hillbilly Gonna Get Along Without Ya Now (in 1979 a disco hit for Viola Wills) by Roy Hogsed in 1951. And let's be honest: how many times have you heard David Dante's more rockin' original Speedy Gonzales? Fun stuff for the people, especially for those people who kick on a Hokey Pokey from 1950 featuring accordion by The Sun Valley Trio. Info: www.atomi-c.at (Frantic Franky)



Lees hier de oudere recensies

Terug naar de voorpagina