(reclame)


Je recente release (muziek, boek of wat dan ook) gerecenseerd op onze website? Stuur deze dan naar de hoofdredactie!
Your recent release (music, book or whatever) reviewed on our website? Send it to our editor-in-chief!

 

15 september 2021

CD Recensies

MEET ME AT THE HOP
Bear Family, BCD17633
English version: see below

Net wanneer je denkt dat Bear Family alleen nog maar thema CD’s uitbrengt verschijnt deze, zonder thema en voorzien van de ondertitel "33 cruisin' dreams", een selectie van een handvol bekende maar voornamelijk minder bekende songs van vooral eind '50 begin' 60, de exacte timeframe is 1954-1964. Bekende songs zijn Ricky Nelson's Poor Little Fool, The Elegants' dromerige nummer één Little Star, Ronnie Love's originele versie van de popcorn stroller Chills And Fever, Hank Ballard & the Midnighters' hard strollende (die door merg en been snijdende gitaarsolo!) Look At Little Sister, Little Anthony & the Imperials' exotische Shimmy Shimmy Ko Ko Bop, en The Mystics' Hushabye. Hun Don't Take The Stars staat er ook tussen, een nummer duidelijk beïnvloed door Little Darling van The Gladiolas/ The Diamonds, net als Darrell MCall's My Girl. De CD opent met de nauwelijks bekende maar erg getrouwe en daarom even goede Bell budget cover van At The Hop door Barry Frank, het tegenovergestelde zijn minder bekende songs van bekende artiesten zoals Lavern Baker's popcorn rocker Bumble Bee. Naast veel zowel zwarte als blanke uptempo doo-wop (Two Broken Hearts van The Del Satins, One Bad Stud van The Honey Bears, Stars In The Skies van The Chanters, Dorothy van The Hi-Fives, Your Last Chance van Lewis Lymon & the Teenchords) bevat At The Hop uiteraard een paar hemelse ballades (Lovers Never Say Goodbye van The Flamingos, For Your Love van Ed Townsend) en rockaballads (You're So Fine van The Falcons, I'm In The Mood For Love van The Chimes), naast cleane rock 'n 'roll en teen rock (Girl After Girl van Troy Shondell, Destiny van Larry Tamblyn, Pickin' On The Wrong Chicken van The Five Stars, String Along van Fabian), meidenpop (Triangle van Janie Grant, Why Am I So Shy van The Three Pennies alias The Penny Sisters alias The English Muffins) en de fantastische jazz noir sax instrumental Harlem Nocturne van The Viscounts.
Deze CD die klinkt zoals de soundtrack van American Graffiti zou hebben geklonken moest ie anno 2021 zijn samengesteld door het team achter Bear Family, is door de aanwezigheid van veel zeldzaam materiaal in uitstekende geluidskwaliteit ten zeerste aanbevolen aan de liefhebbers van jukebox rock 'n' roll. Eén ding begrijp ik niet: volgens het 20 pagina’s tellend full colour boekje met achtergrondinformatie over de nummers is Mister Lonely van The Videls de originele versie van de Bobby Vinton hit. Volgens mij zijn dat echter twee verschillende nummers!
Info: www.bear-family.com (Frantic Franky)

Just when you think Bear Family has limited itself to releasing themed CD’s this compilation appears, without a subject and subtitled "33 cruisin' dreams," a selection of a handful of well-known but mostly lesser known songs from for the most part the late 1950s and early 1960s, the exact time frame being 1954-1964. Golden oldies include Ricky Nelson's Poor Little Fool, The Elegants' dreamy number one Little Star, Ronnie Love's original version of the popcorn stroller Chills And Fever, Hank Ballard & the Midnighters' hard strolling (that bone cutting guitar solo!) Look At Little Sister, Little Anthony & the Imperials' exotic Shimmy Shimmy Ko Ko Bop, and The Mystics' Hushabye. Their Don't Take The Stars is also on offer, a song clearly influenced by Little Darling by The Gladiolas / The Diamonds, as is Darrell MCall's My Girl. The CD kicks off with the barely known but very faithful and therefore equally good Bell budget cover of At The Hop by Barry Frank, the opposite being lesser known songs by famous artists such as Lavern Baker's popcorn rocker Bumble Bee. In addition to plenty of both black and white uptempo doo-wop (The Del Satins' Two Broken Hearts, The Honey Bears' One Bad Stud, The Chanters' Stars In The Skies, The Hi-Fives' Dorothy, Lewis Lymon & the Teenchords' Your Last Chance), At The Hop of course contains a few heavenly ballads (The Flamingos' Lovers Never Say Goodbye, Ed Townsend's For Your Love) and rockaballads (The Falcons' You're So Fine, The Chimes' I'm In The Mood For Love), in addition to clean rock 'n' roll and teen rock (Troy Shondell's Girl After Girl, Larry Tamblyn's Destiny, The Five Stars' Pickin' On The Wrong Chicken, Fabian's String Along), girl group pop (Janie Grant's Triangle, The Three Pennies aka The Penny Sisters aka The English Muffins' Why Am I So Shy) and The Viscounts utterly fantastic jazz noir sax instrumental Harlem Nocturne.
This CD which could have been the soundtrack of American Graffiti if compiled in 2021 by the team behind Bear Family, comes highly recommended to collectors of jukebox rock 'n' roll due to the presence of a lot of rare material in excellent sound quality. One thing bugs me though: according to the 20 page full colour booklet with background information on the songs, The Videls' Mister Lonely is the original version of the Bobby Vinton hit. According to me however those are two different songs! Info: www.bear-family.com (Frantic Franky)


C'MON LET'S DO THE BRITISH TWIST
Jasmine, JASCD1127
English version: see below

Je kan je zestig jaar na datum niet meer inbeelden welke impact de twist had begin jaren '60. Het was niet alleen de eerste dans die alleen gedanst werd in plaats van als koppel, maar het was vooral de manier waarop de muziekindustrie definitief komaf maakte met die vervelende rock 'n' roll. De twist was immers rockend genoeg voor de jeugd, maar zo onschuldig dat iederéén erop kon dansen en het goed vond, en de twist werd zo'n grote rage dat het lijkt alsof élk orkest twist plaatjes opnam die zoals de liner notes het hier zo mooi verwoorden "het optimisme en de geest van het Kennedy tijdperk echoden". Bovendien gebeurde dit op wereldwijde schaal, en zo komt het dat je in elk beschaafd land twist singles vindt die intussen gecompileerd zijn op CD’s als Twist In Germany, Twist In Der DDR, Twist Doch Mal Mit Mir (Duitsland), Pippermint Twist (Spanje) en Anthologie Twist Français 1961-1962.
C'mon Let's Do The British Twist is een anthologie met op één CD het verbazingwekkende aantal van 35 twist songs in mono made in Engeland en daar moet 1962 hét jaar van de twist geweest zijn want 33 van de nummers werden in dat gezegende jaar uitgebracht, de andere twee in 1960 en 1961. De twist is meer een ritme dan een genre en zo ongeveer elke rock 'n' roll song kon met blazers en een aangepast drumpatroon vertwist worden, getuige covers van Whole Lotta Shakin' Goin' On (Duffy Power met de zinsnede "come on over baby, there’s good twisting tonight”), Rock-A-Hula (Paul Rich), de Ubangi Stomp (Dean Shannon, het heet nog net geen Ubangi Twist) en een erg raar gezongen toreador versie van Jezebel (Davy Jones). Het bekendste nummer op de CD heeft voor de verandering niét het woordje "twist" in de titel maar was eigenlijk een gewone rock 'n' roll song, Do You Want To Dance van Cliff Richard & the Shadows, en de massa uitbraak van de twist gaat verder met Shane Fenton's klassieker It's Gonna Take Magic (niet zozeer een twist maar rock 'n' roll op een twist tempo), Billy Fury's The Twist Kid, The Viscounts' Mama's Doin' The Twist en Bert Weedon & Kenny Lynch' Twist Me Pretty Baby. Instrumentals onder aanvoering van blazers zijn Lord Rockingham's XI's Newcastle Twist, Cyril Stapleton's cover van Chubby Checker's Let's Twist Again, The Gary Edwards Combo's Twistful Thinkin', Joe Loss' aan een Britse gitaarinstrumental gekoppelde Roon The Toon en Cyril Stapleton's The Twistin' Train van zijn live LP Come Twistin' waarvan ook Let's Twist A Little Longer met zanger Ray Merrell, Twist Me Another (crime swing als uptempo twist) en When The Saints Come Twistin' In werden geselecteerd voor deze CD. Vaak werden die nummers ingespeeld door een big band orkest (Joe Loss' Along The Boulevard, David Ede & the Rabin Band's Twistin' Those Meeces To Pieces) maar we horen toch vooral pop zoals Craig Douglas' Ring A Ding, Susan Maughan's Mama Do The Twist, The Hal Carter Five's Come On And Twist Me, Billy Fury's Let's Paint The Town en Ray Bennett's Twistin' To The Blues. Omdat je zowat alles een twist draai kon geven staan hier ook een aantal nummers op met een hoge novelty factor zoals Winifred Atwell's op de klassieke componist Johann Sebastian Bach gebaseerde piano boogie Johann's Twist, The Vernons Girls' You Know What I Mean, Des O'Connor's Twist Drive, Joe Loss' Twistin' In The Mood, Tanglefoot van de Britse komiek Charlie Drake en David Ede & the Rabin Band's Twistin' The Trad, een twistversie van dixieland swing.
Puristen zullen er wel weer op neerkijken vanwege het hoge variété gehalte, maar deze muziek is pure fun, dus stoelen en tafels aan de kant en shaken met die benen!
Info: www.jasmine-records.co.uk (Frantic Franky)

Sixty years after the facts it's hard to imagine the impact the twist had in the early 1960s. Not only was it the first dance to be danced alone instead of as a couple, but it was also the way in which the music industry once and for all got rid of that problematic rock 'n' roll. The twist was rockin' enough for the youngsters but so innocent that anyone could dance to it and like it, and it became such a craze that it seems like every orchestra recorded twist records that as the liner notes here state so eloquently "echoed the optimism and spirit of the Kennedy era". This happened on a worldwide scale and in every civilized country you can find twist 45s that have been compiled on CDs like Twist In Germany, Twist In Der DDR, Twist Doch Mal Mit Mir (Germany), Pippermint Twist (Spain) and Anthologie Twist Français 1961-1962.
C'mon Let's Do The British Twist is an anthology with on one CD the amazing number of 35 twist songs in mono made in England where 1962 must have been the year of the twist as 33 of the songs were released in that year, the other two dating from 1960 and 1961. The twist is more a rhythm than a genre and just about any rock 'n' roll song could be turned into a twist by adding horns and changing the drum pattern, as evidenced by covers of Whole Lotta Shakin' Goin' On (Duffy Power sings "come on over baby, there's good twisting tonight"), Rock-A-Hula (Paul Rich), the Ubangi Stomp (Dean Shannon might have called it Ubangi Twist), and a quaintly sung toreador version of Jezebel (Davy Jones). The most famous song on the CD for a change does not have the word "twist" in the title but was actually a regular rock'n'roll song, Do You Want To Dance by Cliff Richard & the Shadows, and the mass outbreak of the twist continues with Shane Fenton's classic It's Gonna Take Magic (not so much a twist but rock 'n' roll at a twist tempo), Billy Fury's The Twist Kid, The Viscounts' Mama's Doin' The Twist and Bert Weedon & Kenny Lynch' Twist Me Pretty Baby. Instrumentals led by horns include Lord Rockingham's XI's Newcastle Twist, Cyril Stapleton's cover of Chubby Checker's Let's Twist Again, The Gary Edwards Combo's Twistful Thinkin', Joe Loss who added a British guitar instrumental to Roon The Toon and Cyril Stapleton's The Twistin' Train from his live LP Come Twistin' of which Let's Twist A Little Longer with singer Ray Merrell, Twist Me Another (crime swing done as uptempo twist) and When The Saints Come Twistin' In were also selected for this CD. Often those songs were recorded by a big band (Joe Loss' Along The Boulevard, David Ede & the Rabin Band's Twistin' Those Meeces To Pieces) but we also hear a lot of what is basicly pop music like Craig Douglas' Ring A Ding, Susan Maughan's Mama Do The Twist, The Hal Carter Five's Come On And Twist Me, Billy Fury's Let's Paint The Town and Ray Bennett's Twistin' To The Blues. Since literally everything could be arranged in twist style there's also a number of songs on board with a high novelty factor like Winifred Atwell's piano boogie Johann's Twist based on classical composer Johann Sebastian Bach, The Vernons Girls' You Know What I Mean, Des O'Connor's Twist Drive, Joe Loss' Twistin' In The Mood, Tanglefoot by British comedian Charlie Drake and David Ede & the Rabin Band's Twistin' The Trad, a twist version of Dixieland swing.
Purists will probably look down on all of this because of its high variety content, but this music is pure fun, so roll up the rug, put those chairs and tables to the side and start shakin' those legs!
Info: www.jasmine-records.co.uk (Frantic Franky)


POPCORN STORY VOL. 1
Koko-Mojo, KM-CD-130
English version: see below

Na drie Popcorn Blues Party CD’s start Koko-Mojo een tweede reeks opgehangen aan het notabene in België verzonnen muziekgenre dat gekarakteriseerd wordt door het merkwaardige feit dat het niet zozeer een genre is, maar songs die die bij elkaar horen door het tempo, een heupwiegend tempo waarop je een slow rock kan dansen. Meestal zijn het zwarte nummers, maar op dit eerste volume staan toch enkele onverdachte blanken want artiesten die minder zwart klinken dan Perry Como (zijn Glendora is eerder dixieland als popcorn) of Tennessee Ernie Ford (Sixteen Tons) kan je niet bedenken. Vaak maar ook weer niet altijd bevat popcorn een mysterieus-exotische component door het veelvuldig gebruik van mineurakkoorden. Voorbeelden te over hier, en ik noem slechts Titus Turner's Coralee en Little Willie John's door diepe blazers aangedreven originele versie van Fever die lijnrecht tegenover Peggy Lee/ Elvis' Vegas lounge versie staat. Een ander heel bekend nummer is Ben E. King's Don't Play That Song (You Lied), onbekende covers zijn de snellere 13 Women door Chance Halladay en de cocktail sax versie van Besame Mucho door The Ray-O-Vacs. Lula Reed ‘doobie doowat’ er op los in Lovin', en in Big Buddy Lucas' I Can't Go, Melvin Davis' soulvolle Wedding Bells en Les De Merle's opgewekte blazers instro Bulldozer doen orgeltjes mee. Een andere instrumental is de groovy sax versie van Harlem Nocturne door JJ Jones, maar het gitaar/ orgel werkstukje Panic Button van Edgar Alan & the Po’ Boys is meer Vegas grind dan popcorn. Sommige nummers zoals Kenny & Moe's I Want To Love You zijn gekoppeld aan gitaarklanken, andere lijken geïnspireerd door Fever zoals Danny Darrow's Impulse of door Hit The Road Jack zoals Barry White & the Atlantics' Tracy (All I Have Is You), een single uit 1963 van, jawel, dé Barry White. Een geheel op zichzelf staand genre is Joanie Sommers' striptease versie van Why Don't You Do Right. 't Is geen Chuck Berry, maar als dit popcorn is, laat ze dan maar komen, terwijl wij ons met diverse lichaamsdelen shakend vrolijk richting bar begeven voor nog een dubbele whisky! Volume 2 is ook al uit.
Info: www.koko-mojo.com (Frantic Franky)

After three Popcorn Blues Party CD’s Koko-Mojo starts a second series dedicated to the music genre coined in Belgium and characterized by the curious fact that it is not so much a genre but songs that belong together because of their tempo, a hip shakin' tempo on which you can dance a slow rock. For the most part it's black music, but this first volume nevertheless features some white artists above any suspicion as you cannot think of singers who sound less black than Perry Como (his Glendora is more dixieland than popcorn) or Tennessee Ernie Ford (Sixteen Tons). Often but not always popcorn also contains a mysterious, exotic component through the frequent use of minor chords. Examples abound here and I will only mention Titus Turner's Coralee and Little Willie John's deep horn driven original version of Fever diametrically opposed to Peggy Lee / Elvis' Vegas lounge version. Another very familiar song is Ben E. King's Don't Play That Song (You Lied), unknown covers include the faster 13 Women by Chance Halladay and the cocktail sax version of Besame Mucho by The Ray-O-Vacs. Lula Reed doobie doowas in Lovin', and organs join in on the fun on Big Buddy Lucas' I Can't Go, Melvin Davis' soulful Wedding Bells and Les De Merle's upbeat horn instro Bulldozer. Another instrumental is JJ Jones' groovy sax version of Harlem Nocturne, while Edgar Alan & the Po' Boys' guitar/organ instro Panic Button sounds more Vegas grind than popcorn. Some songs like Kenny & Moe's I Want To Love You feature guitar sounds, others seem inspired by Fever like Danny Darrow's Impulse or by Hit The Road Jack like Barry White & the Atlantics' Tracy (All I Have Is You), a 1963 single by, yes, THE Barry White. An genre in itself is Joanie Sommers' striptease version of Why Don't You Do Right. All of this ain't no Chuck Berry, but if this is what popcorn sounds like it's more than welcome while I head for the bar for another double whisky merrily shaking my shoulders and various other body parts. Volume 2 is already out. Info: www.koko-mojo.com (Frantic Franky)


WE DID 'EM FIRST
Jasmine, JASCD1054
English version: see below

Een van de leukste bezigheden als muziekverzamelaar is de speurtocht naar de original, de originele eerste opname van een nummer, want vaak is dat niet de bekende hitversie. Covers zullen er altijd gemaakt worden, van originals bestaat er daarentegen maar één, maar je moet 'em wel weten te vinden.
Deze CD brengt "33 obscure, lost & forgotten originals" bij elkaar waarvan een deel bij de liefhebber uiteraard helemaal niét obscuur, verloren of vergeten zijn omdat ze al op andere gelijkaardige CD’s stonden, wat voor de nieuwkomer echter de pret niet bederft. Om meteen met de deur in huis te vallen: I Gotta Know is van Cliff Richard, niet van Elvis! Idem voor His Latest Flame waarvoor de King dank u moest zeggen tegen Del Shannon. Wist u dat All Shook Up oorspronkelijk een popnummer van ene David Hill was? Maar Girl Of My Best Friend is van Ral Donner, dat weet iedereen ondertussen. Mis poes, ene Charlie Blackwell was hem voor! Donner had wel de primeur van Half Heaven Half Heartache, vóór Gene Pitney. Maar heeft Elvis dan geen originals op zijn naam staan? Tuurlijk wel, bijvoorbeeld die van Danny alias Lonely Blue Boy die steevast aan Conway Twitty wordt gelinkt. Deze CD doet je van de ene verrassing in de andere tuimelen: Take Good Care of My Baby is niet van Bobby Vee maar van Dion, Tell Her van The Exciters was oorspronkelijk Tell Him van Gil Hamilton, en Venus In Blue Jeans was eerst het lief van Bruce Bruno. Pat Boone's Moody River werd eerst bevaren door Chase Webster, He's A Rebel van The Crystals was in den beginne dramatische pop van Vikki Carr, en Shelley Fabares' Johnny Angel was in handen van Georgia Lee in eerste instantie zelfs croonerpop. Sommige van die originals werden door de hitmakers noot voor noot gekopieerd, andere zijn nauwelijks te herkennen zoals Twist And Shout in de oerversie van The Top Notes waarin ik zelfs een scheut Trini Lopez meen te horen. We Did 'Em First bevat een brokje country met Wanda Jackson's Silver Threads And Golden Needles en Billy Grammer's vrij statisch gezongen I Wanna Go Home (Detroit City), met als grootste verrassing Anita Carter's breekbare Ring Of Fire, heel wat anders dan de doorduwer die haar zwager Johnny Cash ervan maakte. Tja, het kan verkeren, en ik vraag me af hoe Billy Brown zich voelde toen Jim Reeves een gigantische wereldhit scoorde met He'll Have To Go, want tenzij je het nummer zelf hebt geschreven hou je als originele uitvoerder volgens mij geen cent aan over aan dat miljoen verkochte covers. Reeves veranderde nauwelijks iets aan het arrangement, in tegenstelling tot Jimmie Rodgers want het origineel van zijn poppy Honeycomb door Georgie Shaw klinkt als Frankie Laine light. Odd one out in deze country selectie is Eddie Miller's Release Me omdat het echt wel 1949 klinkt, het jaar waarin het werd opgenomen. Waar is Engelbert Humperdinck als je'm nodig hebt?
Als je naast originele uitvoerder ook de auteur bent van een nummer dat door iemand anders tot een wereldhit wordt gezongen zou het daarentegen bingo moeten zijn, en wij hopen dan ook dat de nu 84-jarige Sonny West zijn zaakjes goed geregeld had, want zijn Rave On is door Buddy Holly tot een van de definitieve en definiërende rock 'n' roll klassiekers gezongen. Dit is naast Pony Time (Don Covay) overigens een van de weinige rock 'n' roll nummers op deze CD die voorts ook een klein beetje zwarte muziek bevat met Big Maybelle's welbekende Whole Lotta Shakin' Goin' On, The Eagles' evenmin onbekende doo-wop original van Tryin' To Get To You (Elvis, Roy Orbison), Christine Kittrell's strollende I'm A Woman (gecoverd door Peggy Lee) en Wilbert Harrison's Let's Stick Together waar Bryan Ferry in 1976 een dikke hit mee scoorde. Niets is wat het lijkt, en het mooie van deze CD is niet alleen dat je wat leert, maar ook dat nummers die je van buiten kent een ander jasje krijgen aangemeten. Hou er wel rekening mee dat de meerderheid van de 33 liedjes hier onder de noemer popmuziek vallen, zelfs Joan Baez' door The Searchers gecoverde What Have They Done To The Rain waarvan je zou verwachten dat het folk is.
Info: www.jasmine-records.co.uk (Frantic Franky)

One of the most satisfying things as a music collector is the search for the original, the first recording of a song, because often that first version is not the well known hit version. The number of covers grows every day, but there is only one original version of each song, you just have to be able to find it.
This CD collects "33 obscure, lost & forgotten originals" some of which are hardly obscure, lost or forgotten since they already appeared on several other similar CD’s, which of course doesn't spoil any of the fun for the novice. To get straight to the point: I Gotta Know is from Cliff Richard, not Elvis! Ditto for His Latest Flame for which the King had to thank Del Shannon. Did you know that All Shook Up was originally a pop song by one David Hill? As everyone knows by now Girl Of My Best Friend is by Ral Donner. Wrong, as a certain Charlie Blackwell was first! Donner did have the scoop on Half Heaven Half Heartache though, before Gene Pitney. So didn't Elvis have any originals to his name? Of course he did, for example Danny (Lonely Blue Boy), eternally linked to Conway Twitty. This CD contains several surprises: Take Good Care of My Baby is not from Bobby Vee but from Dion, The Exciters' Tell Her was originally Gil Hamilton's Tell Him, and Venus In Blue Jeans was first Bruce Bruno's sweetheart. Pat Boone's Moody River was first navigated by Chase Webster, He's A Rebel by The Crystals was originally dramatic pop by Vikki Carr, and Shelley Fabares' Johnny Angel was crooner pop in the hands of Georgia Lee. Some of those originals were copied by the hitmakers note for note, others are barely recognizable like Twist And Shout in the primal version by The Top Notes in which I even seem to hear a dash of Trini Lopez. We Did 'Em First contains a couple of country originals with Wanda Jackson's Silver Threads And Golden Needles and Billy Grammer's rather static I Wanna Go Home (Detroit City), with the biggest surprise being Anita Carter's fragile Ring Of Fire, quite different from the party tune envisioned by her brother-in-law Johnny Cash. Well, things change, and I wonder how Billy Brown must have felt when Jim Reeves scored a worldwide hit with He'll Have To Go, because unless you wrote the song yourself I don't think the original performer got one dime out of the millions of covers sold. Jim Reeves made hardly any changes to the arrangement, unlike Jimmie Rodgers because the original version of his poppy Honeycomb as done by Georgie Shaw sounds like Frankie Laine light. Odd one out in this country selection is Eddie Miller's Release Me because it really does sound like 1949, the year it was recorded. Where is Engelbert Humperdinck when you need him?
On the other hand, if you are not only the original performer but also the composer of a song that somebody else turns into a hit, you should hit the jackpot, and we hope that the now 84-year-old Sonny West had his paperwork in order when Buddy Holly turned his Rave On into one of the definitive and defining rock 'n' roll classics. This is by the way besides Pony Time (Don Covay) one of the few rock 'n' roll songs on this CD that furthermore also contains some black music with Big Maybelle's well known Whole Lotta Shakin' Goin' On, The Eagles' equally not unfamiliar doo-wop original of Tryin' To Get To You (Elvis, Roy Orbison), Christine Kittrell's strolling I'm A Woman (covered by Peggy Lee) and Wilbert Harrison's Let's Stick Together which Bryan Ferry turned into a huge hit in 1976. Nothing is what it seems, and the beauty of this CD is not only that you learn something, but also that songs that you know by heart sound different. Just keep in mind that the majority of the 33 songs here are pop songs, even Joan Baez's What Have They Done To The Rain (covered by The Searchers) which you would expect to be folk.
Info: www.jasmine-records.co.uk (Frantic Franky)


LET'S GO LATIN
Koko-Mojo, KM-CD-134
English version: see below

Koko-Mojo brengt opnieuw een CD uit met als thema een onderwerp waarvoor ik in mijn tienerjaren zelf de LP’s afstroopte om thema cassettes op te nemen tot wanhoop van mijn vrienden, namelijk Latijns-Amerikaans getinte rock 'n' roll. Die is er namelijk meer dank u denkt, ten bewijze waarvan ik slechts Lonesome Tears In My Eyes van Johnny Burnette, Mambo Rock van Bill Haley, Speedy Gonzales van Pat Boone en Down In Mexico van The Coasters indruk op de jukebox. Allemaal te danken aan de populariteit in de jaren '50 van de mambo, de cha cha cha, de bossa nova, de calypso en de rumba! Het omgekeerde bestaat ook: mambo die op de rock 'n' roll toer gaat, zoek op YouTube maar eens naar Perez Prado's Cuban Rock uit 1955! Waarom Latijns-Amerikaanse muziek in de rock 'n' roll vooral sporen naliet in de doo-wop is mij onbekend, maar al die ritmes hoort u terug op deze CD in nummers als The Royal Holidays' Down In Cuba, The Starlarks' Send Me A Picture Baby, The Fascinators' Don’t Give Your Love Away, The Harp-Tones' Mambo Boogie, The Love Notes' Sweet Lulu, The Squires' Do Be Do Be Wop en The Charters' El Merengue. Margarita Sierra's Cha Cha Twist combineert zels twéé rages! Een paar nummers zijn niet Latijns-Amerikaans maar handelen wel óver Mexico zoals Professor Hamilton & the Schoolboys' Juanita In Mexico en The Rocketones' Mexico, dat laatste eigenlijk gewoon gewone uptempo doo-wop maar met een toreador trompet intro. De tekst klinkt anno 2021 zeer vreemd: de leadzanger zingt dat ie het leven in New York beu is en terug naar zijn hometown in Mexico gaat om daar een vrouw te zoeken om zijn eten te koken, zijn bed op te maken, zijn schoenen te poetsen en zijn haar te kammen! Er zijn early sixties klanken met Harvey Fuqua's exotische Any Way You Wanta, The Dubs' Joogie Boogie, Anna Belle Caesar's van een orgeltje voorziene Little Annie en de doo-wop soul van James Ray's originele versie van I’ve Got My Mind Set On You uit 1962, in 1987 een hit voor George Harrison en in 2009 nog een keertje gecoverd door Shakin' Stevens. Nog meer bekende namen tussen deze vrolijk two-steppende doo-woppers die hun Latino duit in het zakje doen zijn Marvin & Johnny (Mamo Mamo), Otis Williams & the Charms (Mambo Sh-Mambo), Maurice Williams & the Zodiacs (Stay), een dubbelslag van The Turbans (When You Dance en The Wadda-Do), en Hank Ballard & the Midnighters met het calypso E Basta Cosi.
Daarnaast bevat de CD, goed voor 32 tracks 1954-1963, verschillende in het Spaans gezongen songs afkomstig uit landen als Peru, Argentinië, Mexico en Spanje. Ik dacht altijd dat de hemelse Los Zafiros (die hier niet op staan) die de geschiedenis ingingen als de Cubaanse versie van The Platters een unicum waren, maar uit deze CD blijkt dat zij slechts het tipje van een ijsberg zijn, luister met open mond naar Los Columbus (Realmente Te Quiero), Los Llopis (Quito A Poguito), Julito y the Latin Lads (Nunca), Trio Los Flamingos (een Spaanstalige Sh-Boom) en Dúo Dinámico (een vertaling van Neil Sedaka's Oh Carol op het El Voz De Su Amo label, blijkbaar het Spaanse kantoor van His Master's Voice), naast poppy nummers als Los Cinco Latinos' Dimelo Tu en Quiereme Siempre (een vertaling van de standard Love Me Forever), Mike Rios (Cayendo Lagrimas) en Ana María Cochito (La Canción Del Hula Hoop). Op hun beurt lijken Damal & Rasheed's Arriba, Don Julian & the Meadowlarks' Doin’ The Cha Cha Cha en Lou Perez' Mama Mama Mama daar een Amerikaanse versie van!
Je kan over deze kruisbestuivingen heelder socio-culturele thesissen schrijven, maar daar gaan wij ons niet mee bezighouden. Geen enkele vrouw weerstaat een man die de mambo kan dansen, en u kan beginnen oefenen met deze CD, een ware schatkamer voor wie houdt van dit zeer specifieke subgenre. Info: www.koko-mojo.com (Frantic Franky)

Heres' another Koko-Mojo theme CD with a subject for which in my teens I carefully studied my LP’s in order to record theme cassette tapes, much to the despair of my friends: Latin American styled rock 'n' roll. If you look and listen for it there's loads out there, much more than you think: let me just press Johnny Burnette's Lonesome Tears In My Eyes, Bill Haley's Mambo Rock, Pat Boone's Speedy Gonzales and The Coasters' Down In Mexico on the juke box, all thanks to the popularity in the 1950s of the mambo, the cha cha cha, the bossa nova, the calypso and the rhumba! The opposite also exists: mambo gone rockin', just search on YouTube for Perez Prado's Cuban Rock from 1955! Why Latin American music in rock 'n' roll left so many traces in especially doo-wop is beyond me, but all those rhythms can be heard on this CD in songs like The Royal Holidays' Down In Cuba, The Starlarks' Send Me A Picture Baby, The Fascinators' Don't Give Your Love Away, The Harp-Tones' Mambo Boogie, The Love Notes' Sweet Lulu, The Squires' Do Be Do Be Wop and The Charters' El Merengue. Margarita Sierra's Cha Cha Twist actually combines two fads! A couple of songs are not Latin American but have Mexico as their subject matter, such as Professor Hamilton & the Schoolboys' Juanita In Mexico and The Rocketones' Mexico, the latter simply being uptempo doo-wop with a toreador trumpet intro. In 2021 its lyrics sound politically incorrect: the lead singer sings that he is fed up with life in New York and is going back to his hometown in Mexico to find a woman to cook his food, make his bed, shine his shoes and comb his hair! There's early sixties sounds with Harvey Fuqua's exotic Any Way You Wanta, The Dubs' Joogie Boogie, Anna Belle Caesar's organ infused Little Annie and the doo-wop soul of James Ray's original 1962 version of I've Got My Mind Set On You, a hit for George Harrison in 1987 and covered again by Shakin' Stevens in 2009. More familiar names among these merrily two-stepping doo-woppers making a Latino contribution are Marvin & Johnny (Mamo Mamo), Otis Williams & the Charms (Mambo Sh-Mambo), Maurice Williams & the Zodiacs (Stay), a double bill from The Turbans (When You Dance and The Wadda-Do), and Hank Ballard & the Midnighters with the calypso E Basta Cosi.
In addition the CD totalling 32 tracks 1954-1963 includes several recordings sung in Spanish from countries like Peru, Argentina, Mexico and Spain. I always thought that the heavenly Los Zafiros (not included here) who went down in history as the Cuban version of The Platters were a one-off, but this CD shows they are just the tip of an iceberg: listen with your jaw dropping to Los Columbus (Realmente Te Quiero), Los Llopis (Quito A Poguito), Julito y the Latin Lads (Nunca), Trio Los Flamingos (Sh-Boom in Spanish) and Dúo Dinámico (a Spanish translation of Neil Sedaka's Oh Carol on the El Voz De Su Amo label, apparently the Spanish office of His Master's Voice), in addition to poppy songs like Los Cinco Latinos' Dimelo Tu and Quiereme Siempre (a translation of the standard Love Me Forever), Mike Rios (Cayendo Lagrimas) and Ana María Cochito (La Canción Del Hula Hoop). In turn, Damal & Rasheed's Arriba, Don Julian & the Meadowlarks' Doin' The Cha Cha Cha and Lou Perez' Mama Mama Mama sound like an American interpretation of this South-Amercan vocal harmony!
You could write a socio-cultural thesis about these crossovers, but we're not going to get into that. No woman can resist a man who dances the mambo, and you can start practicing with this CD, a true treasure trove for those who love this very specific subgenre.
Info: www.koko-mojo.com (Frantic Franky)

8 september 2021

ROCKS/ SONNY BURGESS
Bear Family, BCD 17629
English version: see below

Als er één artiest is die het verdient opgenomen te worden in een reeks getiteld "Rocks", dan is het de in 2017 op 88-jarige leeftijd overleden Sonny Burgess, de onstuimigste aller Sun rockers. Maar hoe recycleer je voor de honderdste keer die legendarische Sun opnames die iedere rechtgeaarde rocker al in veelvoud in huis heeft? Bear Family vond een originele invalshoek: door ze te koppelen aan een overzicht van het rockendste van Sonny Burgess uit de jaren '90, periode waarvan u in het beste geval één of twee CD’s hebt. Deze Rocks een carrière overzicht noemen zou de waarheid geweld aandoen, want hier staat niets op van zijn post-Sun werk begin jaren '60 (The Flood Tapes, de Stomper Time CD Arkansas Rock 'n' Roll, de Collector CD The Razorback Rock 'n' Roll Tapes), van zijn jaren '70 LP’s en van onduidelijke releases als Live At Sun Studios, de Sonny Burgess CD met abusievelijk een foto van Hayden Thompson op het hoesje. In concreto komen de nummers van de albums Sonny Burgess Has Still Got It (Rounder, 1996), Tennessee Border (Hightone, 1992, met Dave Alvin van The Blasters die geboren werd in het jaar dat Burgess zijn eerste single uitbracht), Spellbound (Off Beat/Ace, 1985) en Tear It Up (St George, 2004). Van zijn in Nederland verschenen Rockhouse LP uit 1986 Raw Deal met Dave Travis staat er niéts op. De chronologisch van heden naar verleden afdalende CD opent met Big Black Cadillac, medium tempo moderne, hedendaagse rock 'n' roll met piano én met contrabas, en uiteraard met die unieke onder hoogspanning staande schrikdraad stem. Ook Lookin' Out For Number One kabbelt gezellig voort maar mist de urgentie van Burgess' Sun recordings. In I Don't Dig It daarentegen gaat de gas d'erop in een geslaagde poging de nonchalante chaos en ongebreidelde wildheid van de Sun opnames te evenaren met Burgess die de ziel uit zijn lijf schreeuwt, een overstuurde piano en zelfs een schetterende trompet. Een eerste hoogtepunt! Nog zo'n eerste klas nummer, zij het iets rustiger, is het springerige Catbird Seat, maar de meeste van die jaren '90 nummers (Automatic Woman, de James Intveld cover My Heart Is Achin' For You) klinken vrij standaard hedendaagse rock 'n' roll en rockabilly (Stuck Up, Enough Of You, Didn't Know Love At All), een enkele keer opgevrolijkt met steel gitaar, met een door blues geïnspireerde invalshoek of zelfs puur bluesrock (I Used To Cry Mercy met Studebaker John op mondharmonica en slide), maar meestal alsof ze niet werden ingeblikt door jonge rockabilly honden maar door geroutineerde rockmuzikanten, en ik weet niet of Burgess zelf zo wou klinken of hij gewoon deed wat men hem opdroeg. Kortom, die moderne nummers klinken objectief beluisterd beter en zuiverder dan de aan alle kanten rammelende Sun opnames uit de tweede helft van de jaren' 50, maar ze missen dat spontane en die rauwe analoge stomp in de maag. Dat is niet bedoeld als waardeoordeel, maar gewoon een vaststelling. Soit, de selectie van de nummers lijkt me duidelijk gemaakt door een hele grote Sonny Burgess fan die zo ongeveer álles van de meester in huis heeft.
De tweede helft van de CD bestaat uit 14 Sun opnames, en die blijven de real deal om in aanbidding voor op uw knieën te vallen. Zoals meestal bij Bear Family wordt er gegrasduind in de Sun archieven, wat hier resulteert in (al eerder uitgebrachte) alternatieve versies van Daddy Blues (alt. 3), Ain't Gonna Do It (alt. 2), Fanny Brown (alt. 1), My Bucket's Got A Hole In It (alt. 2) en The Prisoner's Song (alt. 1). Ik ga hier niet de loftrompet afsteken over Sadie's Back In Town, Red Headed Woman, Ain't Got A Thing, We Wanna Boogie en Feelin' Good, want als ik de verdienste van die nummers moet gaan uitleggen bent u een nieuwkomer bij Boppin' Around. In dat geval kan ik u slechts aanraden bij voorkeur deze uitgave te kopen, om te ontdekken wat u bevalt van zijn recentere werk en zo dieper in 's mans discografie door te dringen. De CD sluit af met een live opname uit ± 1961, de gemene gitaar instrumental Swinging met naast Burgess ook Larry "Honey Bun" Donn op gitaar. Voor u zich te pletter zoekt: het komt van de in 2012 op oranje vinyl op het Franse label Hog Maw Records verschenen Larry Donn 10 inch Arkansas Stomp met live nummers waarbij Donn begeleid werd door Sonny Burgess & the Pacers.
Bij de CD steekt een booklet van 22 pagina’s biografie van de hand van Martin Hawkins (auteur van het standaardwerk Good Rockin' Tonight: Sun Records And The Birth Of Rock 'n' Roll) en fotos + 12 pagina’s achtergrondinformatie over de specifieke tracks.
Info: www.bear-family.com (Frantic Franky)

If there is one artist who deserves to be included in a series entitled "Rocks", it's Sonny Burgess, one of the most energetic of all the Sun rockers, who died in 2017 at the age of 88. But how do you recycle for the hundredth time those legendary Sun recordings that every true rocker already owns several times? Bear Family found an original angle: by linking them to an overview of Sonny Burgess' best rockin' recordings from the nineties, a period from which you probably only own one or two of his CDs. To call this CD a career overview is not correct as his post-Sun work from the early sixties (The Flood Tapes, the Stomper Time CD Arkansas Rock 'n' Roll, the Collector CD The Razorback Rock 'n' Roll Tapes), his seventies LP’s and obscure releases like Live At Sun Studios (the Sonny Burgess CD with mistakenly a photo of Hayden Thompson on the cover!) are absent here. To be precise the songs come from the albums Sonny Burgess Has Still Got It (Rounder, 1996), Tennessee Border (Hightone, 1992 with Dave Alvin of The Blasters who was born the year Burgess released his first single), Spellbound (Off Beat/Ace, 1985) and Tear It Up (St George, 2004), with nothing from his 1986 Rockhouse LP Raw Deal with Dave Travis. The CD, descending chronologically from present to past, opens with Big Black Cadillac, medium tempo modern, contemporary rock 'n' roll with piano and double bass and of course with that unique electrically charged barbed wire voice. Lookin' Out For Number One also rambles along pleasantly but lacks the urgency of Burgess' Sun recordings. In I Don't Dig It, on the other hand, the gas pedal hits the floor in a successful attempt to match the nonchalant chaos and unbridled wildness of the Sun recordings with Burgess screaming his soul out, an overmodulated piano and even a blaring trumpet. A first highlight! Another first class song, albeit a bit quieter, is the bouncy Catbird Seat, but most of those nineties songs (Automatic Woman, the James Intveld cover My Heart Is Achin' For You) sound pretty standard contemporary rock 'n' roll and rockabilly (Stuck Up, Enough Of You, Didn't Know Love At All), occasionally brightened up with steel guitar, with a blues-inspired angle or even pure blues rock (I Used To Cry Mercy with Studebaker John on harmonica and slide), but mostly they sound as if they were not recorded by young rockabilly wolves but by seasoned rock musicians, and I don't know if Burgess himself wanted to sound like that or if he was just doing what he was told. In short, these modern songs sound objectively better and clearer than the ramshackle Sun recordings from the second half of the 1950s, but they lack the Sun spontaneity and primitive analog kick in the guts. This is not meant as a value judgment, it's just an observation. Still, the selection of the songs seems to me to have been made by a very big Sonny Burgess fan who owns just about everything the master ever released.
The second half of the CD consists of 14 Sun recordings and these remain the real deal to fall onto your knees for in admiration. As is usually the case with Bear Family, they delved into the Sun archives resulting in (previously released) alternate versions of Daddy Blues (alt. 3), Ain't Gonna Do It (alt. 2), Fanny Brown (alt. 1), My Bucket's Got A Hole In It (alt. 2) and The Prisoner's Song (alt. 1). I'm not going to sing the praises of Sadie's Back In Town, Red Headed Woman, Ain't Got A Thing, We Wanna Boogie and Feelin' Good here, because if I have to start explaining the merits of those songs you're obviously a newcomer to Boppin' Around, in which case I can only recommend that you preferably buy this release over any other Sonny Burgess CD so you can discover what you like from his more recent work in order to further explore his discography. The CD ends with a live recording from +/- 1961, the mean guitar instrumental Swinging with besides Burgess also Larry "Honey Bun" Donn on guitar. Before you begin to search like crazy: it's from Arkansas Stomp, the 2012 orange vinyl Larry Donn 10 inch on the French label Hog Maw Records with live Larry Donn recordings accompanied by Sonny Burgess & the Pacers.
Sonny Burgess Rocks comes with a booklet with a 22 page biography by Martin Hawkins (author of the standard work Good Rockin' Tonight: Sun Records And The Birth Of Rock 'n' Roll), photos and 12 pages of background information on the specific tracks.
Info: www.bear-family.com (Frantic Franky)


STRICTLY INSTRUMENTAL/ THE TIGERS
Riverside, RRCD 199
English version: see below

Zoals The Shadows in Groot-Britannië internationaal onnoemelijk veel bands hebben geïnspireerd geldt dat ook voor The Spotnicks, hèt instro rock exportproduct van Zweden. Eén van die gekloonde Spotnicks amateurbands uit Elandland zijn The Tigers uit Norrköping, in 1958 begonnen als The Five Rocking Boys en in 2021 nog steeds niet kapot te krijgen als The Tigers. In 1961 werden de melktandjes ingewisseld voor tijgertanden en nam men onder de naam The Tigers een single op voor Polydor, Plättlaggen/ Barndormshemmet. Toen speelde de band nog met de Oostenrijkse zanger Chico Schnelzer onder de naam Chico & the Tigers. In 1962 zou Plättlaggen een hit worden op de piratenzenders in Zweden. The Tigers gingen op tournee in het buitenland, aanvankelijk naar Finland en Bulgarije waar de band zelfs figureerde in een film. Zanger Chico Schnelzer werd vervangen door zangeres Jane Swärd en de volgende tournee in 1963 was gericht op de teenagers van de DDR waar TV optredens plus een EP op het staatslabel Amiga volgden. Het was de periode van muzikale verlichting in de DDR toen niet alleen staatseigen gitaarbands als het Franke Echo Quintett en het Theo Schumann Combo maar ook bijvoorbeeld ‘vrije’ bands als The Sputniks wervelende gitaarrock à la Shadows en Spotnicks ten beste gaven voordat eind 1964 het doek van staatszijde viel over dit ‘westerse spionagemiddel om de brave socialistische jeugd te verwilderen’. Ook de Spaanse jeugd mocht zich in 1964 vergapen aan een TV optreden van Jane Swärd, drummer Bengt Hjärtström en gitaristen Börje Andersson, Leif Andersson en Benny Wagnberg, maar eveneens de Griekse en Israëlische jeugd leerden The Tigers live kennen. Origineel beeldmateriaal van de band van Plätlaggen, hun single uit 1962, en een fragment uit het live TV optreden op de Oost-Duitse televisie met een schitterende cover van Tallahassee Lassie is beschikbaar op YouTube. In mijn vele interviews met rock 'n' roll amateurbandjes uit de jaren '50 en '60 blijkt telkens weer dat men toch graag heden een album opneemt, niet alleen om nostalgische redenen maar juist ook omdat de technische kwaliteiten van de hedendaagse opnames beter zijn dan vroeger. Nou ja, als liefhebber van de oude opnames merkt jullie redacteur echter ook dat de arrangementen dan meestal een vleugje eigentijdsheid bezitten, zeker in de zang omdat op leeftijd bepaalde toonhoogten nu eenmaal niet meer bereikt worden. Dat betekent ook dat men niet altijd pure rock 'n' roll speelt en over het algemeen, zeker bij gitaarbands, de albums wat gezapiger klinken dan vroeger. Niettemin zijn er gelukkig nog de oudjes van toen, ook al beginnen ze zo langzaamaan obscuriteiten te worden.
In The Shadow Of The Tigers is overduidelijk een zinspeling op The Shadows zoals blijkt uit de Fender sound. On My Way treft een vrolijke noot, daar waar Spring In The Air tienerhartjes sneller laat bonken, ook al klinkt het verliefd zweverig in de stijl van de ballads van Cliff Richard & the Shadows. Het een beetje schlager-achtige Malaika is me wat te poppig qua ritme, maar qua sound niet onverdienstelijk. Let's Boogie is een midtempo rocker die mijn voetjes doen tappen. A Moonlight Night is meer van het soort Shadows met een cowboyhoed op, Bandits Of Coalmarden doet op een afstand van 10 kilometer denken aan Ghostriders In The Sky, en I’m Feeling Blue is countrypop zoals je dat van Duitse artiesten als Gunter Gabriel of ook Truckstop hoort die in de jaren '70 en '80 erg bekend waren bij de oosterburen. Twangy Guitars met rasta snaren? Van een dergelijke titel zou ik eerder Duane Eddy twang verwachten dan reggae op z'n Spotnicks. Hoe verzin je het! De klassieker Danny Boy die de meesten in een rustige versie zullen kennen, is hier een puike rockende versie in pure Spotnicks stijl. Only In A Song is me weer wat te poppig/schlager-achtig maar okay, het gitaarwerk compenseert. First Date is precies wat het is, een spannende ontmoeting. Ik vind deze date in slow rock tempo in ieder geval geslaagd. Tigers Theme zou goed staan als het thema van een sixties misdaadfilm of geheimagentenfilm. Säkkijärven Shuffle heeft Finse gitaarrock klanken en rockt er lustig op los. De meeste songs zijn van de pen van Benny Wagnberg, behalve de laatste song, Texas Lady, een mix van onze eigen Jumping Jewels sound en een surf ballad in een fel schitterende zon. Of het album schittert moet de luisteraar zelf beoordelen, maar het is in ieder geval een vrij braaf album van inmiddels papieren tijgers die de wilde manen hebben ingeruild voor een minder harige hoofdbedekking. Info: www.thetigers.se en www.riverside-records.se (Henri Smeets)

Just like The Shadows in Great Britain inspired an incredible number of bands internationally, the same goes for The Spotnicks, Sweden's hottest instro rock export product. One of those cloned Spotnicks amateur bands from Moose Country are The Tigers from Norrköping who started out in 1958 as The Five Rocking Boys and are still rockin' in 2021 as The Tigers. In 1961 their baby teeth were exchanged for tiger teeth and they recorded a single under the name The Tigers for Polydor, Plättlaggen / Barndormshemmet. At that time the band was still playing with Austrian singer Chico Schnelzer under the name Chico & the Tigers. In 1962 Plättlaggen would become a hit on the pirate stations in Sweden and The Tigers went on tour abroad, initially to Finland and Bulgaria where the band was even featured in a movie. Singer Chico Schnelzer was replaced by female singer Jane Swärd and the next tour in 1963 was aimed at the teenagers of the German Democratic Republic where TV appearances plus an EP on the state label Amiga followed. This was the period of musical enlightenment in the GDR when not only state controlled guitar bands like the Franke Echo Quintett and the Theo Schumann Combo but also for example "free" bands like The Sputniks performed dazzling guitar rock in the style of The Shadows and The Spotnicks before at the end of 1964 the state decided to drop the curtain on this "western means of spying on the good socialist youth". The Spanish youngsters could also marvel at a TV performance of Jane Swärd, drummer Bengt Hjärtström and guitarists Börje Andersson, Leif Andersson and Benny Wagnberg in 1964, just like the Greek and Israeli teenagers got to know The Tigers live. Original footage of the band from their 1962 single Plätlaggen and an excerpt from the live TV performance on East German television with a brilliant cover of Tallahassee Lassie still exists on YouTube. In my many interviews with amateur rock 'n' roll bands from the fifties and sixties it always transpires that they still like to record today, not only for nostalgic reasons but also because the technical qualities of today's recordings are better than in the past. As a lover of those old recordings your editor however also notices that the arrangements usually have a modern touch, especially in the vocal department because with old age the high notes can no longer be reached. This also means they don't always play pure rock 'n' roll and generally, especially with guitar bands, the albums sound a bit more calm than they used to. Nevertheless, there are fortunately still a couple of old performers from yesteryear around, even if they are slowly becoming obscurities.
In The Shadow Of The Tigers is obviously an allusion to The Shadows as evidenced by the Fender sound. On My Way strikes a happy note and Spring In The Air makes teenage hearts pound faster, even though it sounds a bit dreamy in love in the style of the ballads of Cliff Richard & the Shadows. The rhythm of the somewhat schlager-like Malaika is a bit too poppy for me, but soundwise not without merit. Let's Boogie is a midtempo rocker that gets my feet tapping, A Moonlight Night is more of the Shadows kinda with a cowboy hat on. Bandits Of Coalmarden reminds one at a distance of 10 kilometers of Ghostriders In The Sky, I'm Feeling Blue is country pop as played by German artists like Gunter Gabriel or Truckstop who were very famous in Germany in the seventies and eighties. Twangy Guitars with rasta strings? From a title like that I would expect Duane Eddy twang rather than reggae as played by The Spotnicks. What an idea... The classic Danny Boy that most people will know in a quiet version gets a decent good rockin' rendition in pure Spotnicks style. Only In A Song is a bit too poppy/schlager-like but that is compensated for in the guitar work. First Date is exactly what it is, an exciting encounter. I find this date in slow rock tempo a success. Tigers Theme would make a great theme for a sixties crime movie or secret agent movie. Säkkijärven Shuffle has Finnish guitar rock sounds and rocks away merrily. Most of the songs were composed by Benny Wagnberg, except for the last track, Texas Lady, a mix of the Jumping Jewels sound from Holland and a surf ballad in a bright shining sun. Whether the album shines is something the listener must judge for himself, but for sure it's a fairly well behaved album from by now paper tigers who have traded in their wild manes for a less hairy hairdo.

Info: www.thetigers.se en www.riverside-records.se (Henri Smeets)


ROBINS, BLUEBIRDS, BUZZARDS & ORIOLES, THE BOBBY DAY STORY 1952-62
Jasmine, JASCD 1077
English version: see below

Noem drie nummers van Bobby Darin? Little Bitty Pretty One, Rockin' Robin en, euh, nog eens Rockin' Robin als bis! Day heeft echter veel meer opgenomen: op deze CD staan zo maar eventjes 32 nummers, zij het dat die niet allemaal onder de naam Bobby Day verschenen. Hij leerde het vak immers bij een hele stoet doo-wop bands zoals The Flames, The? Marks, The Sounds, The Original Turks, The Crescendos en David Ford & the Ebbtides van wie hier allemaal nummers op staan. De CD bevat nummers van acht verschillende groepen, 19 Bobby Day tracks, één onder zijn echte naam Robert Byrd (Bippin' And Boppin' Over You), twee als Bobby Byrd, en twee als Bob & Earl met zijn mede-Flame Earl Nelson, dat alles uitgebracht op 13 verschillende platenlabels. Zijn debuut Young Girl/ Please Tell Me Now met The Flames uit 1950 staat hier niet op, wel een paar andere nummers van The Flames zoals het uit 1952 daterende Cryin' For My Baby, het oudste nummer op de CD. Die Flames zouden evolueren tot The Hollywood Flames, en van hen horen we Ride Helen Ride en het bekende Buzz Buzz Buzz. De meeste van die vocal groep opnames zijn rockende uptempo doo-wop (Bobby ‘Baby Face’ Byrd & The Birds' The Truth Hurts) met sax (The Sounds' Cold Chills) of piano (The? Marks' Go And Get Some More), en daar zit echt wel prima spul tussen zoals The Original Turks' Wagon Wheels en The Crescendos' Sweet Dreams. Looby Doo, uitgebracht als Bobby Byrd, is dan weer erg poppy. In 1957 ging Bobby Day solo en dat leverde hem geen windeieren op met de zorgvuldig in laagjes opgebouwde onweerstaanbare meezinger Rockin' Robin en met zijn origineel van Little Bitty Pretty One, al deed de Little Bitty Pretty One cover van Thurston Harris het beter in de hitparade. Ook op deze CD: Over And Over, Honeysuckle Baby, Three Young Rebs From Georgia, de Rockin' Robin opvolger/kopie The Bluebird The Buzzard And The Oriole, het al even Rockin' Robin-achtige Teenage Philosopher en nog meer doo-wop met That's All I Want. Het is duidelijk dat Jasmine opteerde voor de snelle nummers en niet voor de ballades, uitgezonderd My Confession als lid van David Ford & the Ebbtides, het net geen crooner-achtige (door The Platters geïnspireerde?) So Long Baby en het soulvolle Gee Whiz. Andere soul/ early sixties pop nummers zijn I Need Help, Slow Pokey Joe, King's Highway en de Phil Spector/ Doc Pomus Drifters-achtige compositie Another Country Another World, ten koste van rock 'n' roll als de jiver Mr & Mrs Rock 'n' Roll. Wel goeie rock 'n' roll is er nog met When She Walks en You Made A Boo-Boo, de twee Bob & Earl nummers. Bobby Day zingt overigens niet mee op Bob & Earl's soul classic Harlem Shuffle uit 1963, want dat was een andere Bob, namelijk Bobby Relf. Bobby Day overleed in 1990 op 60-jarige leeftijd aan prostaatkanker. Info: www.jasmine-records.co.uk (Frantic Franky)

Name three songs by Bobby Darin? Little Bitty Pretty One, Rockin' Robin and, euh, again Rockin' Robin for an encore! But Bobby Day recorded much more: this CD contains 32 songs, not all of which appeared under his own name, as he learned the trade with a whole host of doo-wop bands like The Flames, The? Marks, The Sounds, The Original Turks, The Crescendos and David Ford & the Ebbtides, and songs are included here from all of those bands. The CD contains songs from eight different vocal groups, 19 Bobby Day tracks, one track under his real name Robert Byrd (Bippin' And Boppin' Over You), two as Bobby Byrd, and two as Bob & Earl with fellow Flame Earl Nelson, released on 13 different record labels. His 1950 debut Young Girl/ Please Tell Me Now with The Flames is not on here but a couple of other Flames songs are, for example 1952's Cryin' For My Baby, the oldest song on the CD. The Flames would evolve into The Hollywood Flames, and from them we hear Ride Helen Ride and the well known Buzz Buzz. Most of these vocal group recordings are rockin' uptempo doo-wop (Bobby 'Baby Face' Byrd & The Birds' The Truth Hurts) with sax (The Sounds' Cold Chills) or piano (The? Marks' Go And Get Some More), and there's some really great stuff in there like The Original Turks' Wagon Wheels and The Crescendos' Sweet Dreams. Looby Doo, released as Bobby Byrd, on the other hand, is very poppy. In 1957 Bobby Day successfully went solo resulting in the multiple layered, irresistible sing-along Rockin' Robin and his original Little Bitty Pretty One, even though Thurston Harris' Little Bitty Pretty One cover did better in the charts. Also on this CD: Over And Over, Honeysuckle Baby, Three Young Rebs From Georgia, the Rockin' Robin follow-up/copy The Bluebird The Buzzard And The Oriole, the equally Rockin' Robin-esque Teenage Philosopher and more doo-wop with That's All I Want. It's clear that Jasmine opted for the fast tunes and not the ballads, except for My Confession as a member of David Ford & the Ebbtides, the almost crooner-like (Platters-inspired?) So Long Baby and the soulful Gee Whiz. Other soul/ early sixties pop songs are I Need Help, Slow Pokey Joe, King's Highway and the Phil Spector/ Doc Pomus Drifters-like composition Another Country Another World, at the expense of a rock 'n' roll jiver like Mr & Mrs Rock 'n' Roll. Still, there's more excellent rock 'n' roll with When She Walks and You Made A Boo-Boo, the two Bob & Earl songs. By the way, Bobby Day does not sing on Bob & Earl's soul classic Harlem Shuffle from 1963 which featured another Bob, Bobby Relf. Bobby Day died of prostate cancer in 1990 at the age of 60. Info: www.jasmine-records.co.uk (Frantic Franky)


THE ROCKIN' MAN - SPOTLIGHT ON/ JIMMY McCRACKLIN
Koko-Mojo, KM-CD-148
English version: see below



Als Jimmy McCracklin in 2012 niet op zijn 91ste was overleden, zou hij op 13 augustus 100 jaar zijn geworden. Hij is bekend van de zwarte rock 'n' roll explosies The Walk (1958), zijn originele uitvoering van Georgia Slop (1959, de cover is van Big Al Downing) en The Wobble (1959), maar wij hadden van hem op CD enkel labeloverzichten die dan nog vaak erg bluesy getint zijn. Een algemeen overzicht van de pianist wiens carrière zeven decennia omvatte waarin hij vanaf 1945 naar eigen zeggen "honderden" nummers opnam, goed voor meer dan 30 albums, ontbrak nog, en daar is Koko-Mojo om dat gat in uw memorie op te vullen. De in zo goed als chronologische volgorde opgebouwde CD met 25 tracks verschenen van 1948 tot 1962 op Trilon, Modern, Swing Time, Peacock, Irma, Checker, Mercury, Gedinson's, Chess, Art-Tone en RPM begint met uit west coast blues en jump blues geknede rockende dan wel swingende rhythm 'n 'blues boogie met piano en sax als Big Foot Mama, Rockin' All Day, What's Your Phone Number, Rockin' Man, House Rockin' Blues en She’s Gone, wat zeker in het geval van uptempo nummers als Gotta Cut Out en Just Won't Let Her Go ondanks de groepsnaam Jimmy McCracklin & his Blues Blasters (volgens de legende hebben The Blasters zich naar hen genoemd) pure pré-rock 'n' roll is die logischerwijs naadloos overgaat in zwarte rock 'n' roll als She Felt Too Good, Blues Blasters Boogie, Gonna Tell Your Mother en Savoy's Jump, soms met rhythm 'n' blues gitaar, soms met echo’s van The Walk (Everybody Rock, het early sixties The Drag) en de Georgia Slop, maar steevast met een hoog Chicken Shack Boogie gehalte, zelfs wanneer in Susie And Pat de tekst de twist vernoemt. De CD sluit af met drie nummers van andere artiesten in dezelfde stijl met Jimmy McCracklin als sessiemuzikant op piano: Jerry Thomas' Don't Have To Worry (Jumpin' In The Heart Of Town, 1954), Johnny Parker's What You Did To Me (1954) en Jimmy Wilson's Oh Red (1956) dat doet denken aan Sick And Tired van Chris Kenner/ Fats Domino. Qua samenvatting kan ik kort zijn: ik wist niet dat Jimmy McCracklin zoveel goeie muziek had opgenomen. Dank u, Koko Mojo! Info: www.koko-mojo.com (Frantic Franky)

If he hadn't died in 2012 at the age of 91, Jimmy McCracklin would have turned 100 on August 13. McCracklin is best known for the black rock 'n' roll explosions The Walk (1958), his original version of Georgia Slop (1959, covered by Big Al Downing) and The Wobble (1959), but so far I only had CDs by him focussing on specific labels that are often very bluesy in tone. A general overview of the pianist whose career spanned seven decades during which he recorded "hundreds" of songs and at least 30 albums starting in 1945 was still lacking, but here is Koko-Mojo to fill that gap in your collection. The CD features in more or less chronological order 25 tracks that appeared from 1948 to 1962 on Trilon, Modern, Swing Time, Peacock, Irma, Checker, Mercury, Gedinson's, Chess, Art-Tone and RPM, kicking off with west coast blues and jump blues based rockin' or swingin' rhythm 'n' blues boogie with piano and sax like Big Foot Mama, Rockin' All Day, What's Your Phone Number, Rockin' Man, House Rockin' Blues and She's Gone, which especially in the case of uptempo songs like Gotta Cut Out and Just Won't Let Her Go and despite the band name Jimmy McCracklin & his Blues Blasters (legend has it that The Blasters named themselves after them) is pure pré-rock 'n' roll which logically transitions seamlessly into black rock 'n' roll like She Felt Too Good, Blues Blasters Boogie, Gonna Tell Your Mother and Savoy's Jump, sometimes with rhythm 'n' blues guitar, sometimes with echoes of The Walk (Everybody Rock, the early sixties The Drag) and the Georgia Slop, but invariably with a high Chicken Shack Boogie factor, even when in Susie And Pat the lyrics mention the twist. The CD closes with three songs by other artists in the same style with Jimmy McCracklin as session musician on piano: Jerry Thomas' Don't Have To Worry (Jumpin' In The Heart Of Town, 1954), Johnny Parker's What You Did To Me (1954) and Jimmy Wilson's Oh Red (1956) which is reminiscent of Chris Kenner/ Fats Domino's Sick And Tired. In conclusion I can be brief: I didn't know Jimmy McCracklin recorded so much good music. Thank you, Koko Mojo! Info: www.koko-mojo.com (Frantic Franky)


MOODY GUYS... THE COLLECTORS'/ SHANE FENTON & THE FENTONES
Jasmine, JASCD1022
English version: see below

Toen de in 2014 op 72-jarige leeftijd overleden Alvin Stardust in 1981 niet alleen in Engeland maar ook bij ons een hit scoorde met zijn cover van Carl Mann's Pretend (nummer één in Nederland in november 1981!) was dat reeds zijn derde carrière: in de jaren '70 was Stardust een van de toonaangevende glamrockers (My Coo Ca Choo) en vanaf 1961 had hij al flink wat succes gehad als Shane Fenton, helemaal in Cliff Richard modus: zelfde snedige opgewekte frisheid, zelfde metalige Shadows gitaarklanken, zelfde perfecte stijl van poppareltjes zoals Five Foot Two Eyes Of Blue en It's All Over Now die eigenlijk gewoon een rock 'n' roll versie van ragtime charleston zijn. Fenton's door Apache-componist Jerry Lordan geschreven debuutsingle I'm A Moody Guy is misschien zijn bekendste song in die Cliff Richard stijl, maar er staan er op deze mono 35 tracker nog een aantal zoals het Rave On-achtige Why Little Girl, Walk Away, It's Gonna Take Magic, You're Telling Me en de Conway Twitty cover Hey Miss Ruby, met uiteraard inherent aan het genre de aanwezigheid van enkele sfeervolle ballades, opnieuw onder aanvoering van die Shadowsklanken, zoals Fallen Leaves On The Ground. Hoe duidelijk Fenton's begeleidingsband The Fentones geënt waren op The Shadows blijkt overduidelijk uit hun instrumentale "solo" opnames. Vooral The Breeze And I, het trage Just For Jerry en het gedreven The Mexican zouden gewoon The Shadows kunnen zijn! Lover's Guitar klinkt dan weer minder Shadows en meer String-A-Longs. Eindigen doet het natuurlijk zoals altijd via highschool rock (Too Young For Sad Memories) met in violen gedrenkte pop als de Jimmy Crawford cover Cindy's Birthday en big band pop swing als I Ain't Got Nobody - denk Bobby Darin die Louis Prima covert. De CD bevat beide kantjes van de eerste zes singles van Shane Fenton & the Fentones (daarna werd het Shane Fenton solo zonder The Fentones, uitgezonderd één single uit 1964, Hey Lulu/ I Do Do You, die hier niét op staat) en van de enige twee instrumentale singles van The Fentones. Die samen 16 kantjes zijn ook op andere CDs’ verkrijgbaar, maar het verschil zit 'm in de maar liefst 19 bonus tracks uit 1962, bestaande uit origineel onuitgebrachte studio opnames en live radio transcripties waarvan de hifi kwaliteit helaas vrij dof en soms zelfs erg krassend klinkt. Toch zit daar sterk materiaal tussen, zoals de rockende cover van Webb Pierce’s Sparkling Brown Eyes, The Fentones' cover van Dave Brubeck's Take Five en een alternatieve ongedubde versie van The Breeze And I. Dit zijn trouwens geeneens alle onuitgebrachte Fentones instrumentals, want op de pas verschenen Jasmine (JASCD1128) CD Great British Twang staan er nog twee, Gringo en Mick’s Tune. Bij de radio opnames horen we onder meer opwindende covers van Sticks And Stones, Carl Mann's Mona Lisa en I'm Coming Home, een melodieus, atmosferisch Wild Little Willie, een fris Just Because, een wat Ricky Nelson-achtig I'm Walking en een rauw beat-achtig Shake Rattle And Roll, terwijl Johnny B. Goode en Talkin' 'Bout You reeds de wilde rhythm 'n' blues sixties aankondigen. Ook nu is er weer plaats voor enkele instrumentals: een indrukwekkend Moon Dawg van The Gamblers en een vrij standaard gitaarversie van Goofin' Around van Bill Haley & the Comets. Enkele van deze nummers zijn nog voorzien van de originele laconieke introducties van de radioruiter van dienst. De CD sluit af met de langere filmversie van It's Gonna Take Magic uit de Billy Fury film Play It Cool (1962) met Fury die een coupletje komt meezingen. De verzamelaars zullen duimen en vingers aflikken omdat ze nu al dit zeldzame archiefmateriaal handig op één CD bij elkaar hebben, voor de niet-leden van de Shane Fenton fanclub is dat een extraatje bij de eerste 16 nummers op de CD, het beste van Shane Fenton, want na 1962 is zijn muziek er uiteraard niet beter op geworden. Wat deze Moody Guys je biedt is kwaliteitspoprock die niet alleen een aanrader is voor de liefhebbers van Cliff Richard & the Shadows, maar voor iedereen die houdt van de Britse popmuziek van vóór The Beatles. Info: www.jasmine-records.co.uk (Frantic Franky)

When Alvin Stardust scored an international hit in 1981 with his cover of Carl Mann's Pretend it was already his third career: in the seventies Stardust had been one of the leading glam rockers (My Coo Ca Choo) and from 1961 on he had already had considerable success in Cliff Richard style as Shane Fenton: same witty cheerful freshness, same metallic Shadows guitar sounds, same style of perfect pop gems like Five Foot Two Eyes Of Blue and It's All Over Now which are basicly just a rock 'n' roll version of ragtime charleston. Fenton's debut single I'm A Moody Guy written by Apache composer Jerry Lordan is perhaps his best known song in Cliff Richard style, but there are a number of others on this mono 35 track CD such as the Rave On-esque Why Little Girl, Walk Away, It's Gonna Take Magic, You're Telling Me and the Conway Twitty cover Hey Miss Ruby, with of course inherent to the genre the presence of some atmospheric ballads, again led by those Shadows sounds, such as Fallen Leaves On The Ground. How much Fenton's backing band The Fentones were modelled onto The Shadows is abundantly clear from their instrumental "solo" recordings. Especially The Breeze And I, the slow Just For Jerry and the driving The Mexican could be The Shadows! Lover's Guitar sounds less Shadows and more String-A-Longs. As always all of this ends with high school rock (Too Young For Sad Memories) turning into pop music with violins like the Jimmy Crawford cover Cindy's Birthday and big band pop swing like I Ain't Got Nobody - think Bobby Darin covering Louis Prima. The CD contains both sides of the first six singles by Shane Fenton & the Fentones (after wich it became Shane Fenton solo without The Fentones except for one 1964 single, Hey Lulu / I Do Do You, which is not on here) and the only two instrumental singles by The Fentones. Those 16 tracks are also available on other CDs, but what makes the difference are the 19 bonus tracks from 1962, consisting of originally unreleased studio recordings and live radio transcriptions of which the hi fi quality unfortunately lacks sharpness, sometimes even sounding very scratchy. Still, there is some strong material among those tracks, like the rockin' cover of Webb Pierce's Sparkling Brown Eyes, The Fentones' cover of Dave Brubeck's Take Five and an alternate undubbed version of The Breeze And I. These are not even all of the unreleased Fentones instrumentals, as the brand new Jasmine JASCD1128 CD Great British Twang contains two more, Gringo and Mick's Tune. Among the radio recordings we hear exciting covers of Sticks And Stones, Carl Mann's Mona Lisa and I'm Coming Home, a melodic, atmospheric Wild Little Willie, a fresh sounding Just Because, a somewhat Ricky Nelson-esque I'm Walking and a raw beat-styled Shake Rattle And Roll, while Johnny B. Goode and Talkin' 'Bout You already herald the wild rhythm 'n' blues sixties. Again there is room for a couple of instrumentals: an impressive version of The Gamblers' Moon Dawg and a fairly standard guitar version of Bill Haley & the Comets' Goofin' Around. Some of these songs still feature the original laconic introductions from the radio deejay on duty. The CD closes with the longer film version of It's Gonna Take Magic from the Billy Fury film Play It Cool (1962) with Fury singing an extra verse. Collectors will be drooling as they have now all this rare archival material conveniently together on one CD, for non-members of the Shane Fenton fan club it is a bonus to the first 16 tracks on the CD, the best of Shane Fenton, because after 1962 his music obviously did not get any better. What Moody Guys offers is quality pop rock that is not only a must for fans of Cliff Richard & the Shadows, but for anyone who loves British pop music before The Beatles. Shane Fenton / Alvin Stardust died in 2014 at the age of 72. Info: www.jasmine-records.co.uk (Frantic Franky)

2 september 2021

LATE BLOOMER/ IRIS ROMEN
Waterfall Records, WR2003CD
English version: see below

Vroeger, ‘toen alles nog beter was’, had iedere rocker zijn eigen sound. Lekker overzichtelijk. Tegenwoordig zijn de tijden veranderd en kom je coole fifties/sixties sounding songs tegen van popacts die maar één enkel nummer in die stijl hebben opgenomen en dat op één album combineren met moderne prulmuziek. Cultuurbarbarisme! Vintage moet voor mijn gevoel op een album samengevoegd worden met vintage en niet met een muzikale sprong van 50 jaar tussen de songs. Even wennen. Tja, ook jullie redacteur is eindelijk dan toch aangekomen in de 21ste eeuw. Een echte laatbloeier! Het is bovendien een zeldzaamheid nog fatsoenlijke muziek te horen op de radio, maar mijn favoriete Duitse zender WDR5 heeft out of the box music. Ik woon nu eenmaal aan de Duitse grens en quasi om de hoek bij de oorspronkelijke woonplaats van Iris Romen, Maastricht. Tegenwoordig heeft ze dat verwisseld voor de Wahlheimat (nvdr: voorkeursthuis) Berlijn waar ze al een vijftiental jaartjes vertoeft. In die tijd zagen we haar onder andere met Ray Collins' Hot-Club op het podium staan. Ze is niet bepaald stijlvast en bij de oosterburen bekender dan hier, een dame die alles zingt van klassiek tot countrypunk met haar girlsband The Runaway Brides - de naam alleen al! Met de voortreffelijke Duitse country/rockabilly act Johnny Trouble stond ze in 2011 nog met een Johnny Cash tribute op de planken, en ze deed ook solo met standup bass mee aan talentshow The Voice Of Germany 2015. Het album hier is opgenomen in true vintage style in Berlijn, een wereldstad met verschillende vintage studio’s. Ook jullie redacteur nam er in 2006-2010 op in de studio van Axel Praefcke (Cherry Casino & the Gamblers, Round Up Boys), of luister eens op YouTube naar de reclamesong In Our Dream van de Duitse TV spot voor de Mercedes EQS gezongen door de Britse zangeres Louise Golbey, een ware late fifties/early sixties highschool ballad, waanzinnig goed, wat zeker ook geldt voor de zeer getalenteerde en multi-instrumentale Iris Romen. Op haar albums, en zeker op Late Bloomer, doet ze me denken aan Nessi Tausendschön, een Duitse cabaretière die reeds in 2012, net als Iris Romen in datzelfde jaar, een vintage album uitbracht, Die Wunderbare Welt Der Amnesie. Klinkt Iris als Nessi of is het net andersom? Wie was eerst? Nee, niks kip en ei, ook al zal een virtuele cat fight van woorden tussen deze chicks voor de oren van de luisteraar de beslissing moeten brengen. Ik merk nu ik ouder word dat ik steeds gezwollener ga schrijven, de volgende keer dan toch maar een recensie over rockin' André Rieu? Jawel: meneer speelt met zijn orkest Tutti Frutti! Maar terug naar dat andere Maastrichtse talent dat het Conservatorium aldaar cum laude bedwong, Iris Romen, wier eerste album, Vintage Gal Hour, in 2012 werd opgenomen in Berlijn in de Running Gun Recordings studio van Johnny Trouble. Eind 2020 verscheen haar huidige album Late Bloomer, opgenomen in de vintage Moe’s Rocking Chair Studio in Berlijn en gesubsidieerd door de Beauftrage Der Bundesregierung Für Kultur Und Medien, de commissaris voor cultuur en media. Hebben wij zoiets überhaupt ook? Dat moet ik nog eens zien met een vintage album hier in Nederland of België.
Opener Late Bloomer laat Motown en meer specifiek The Supremes herleven, zij het in een tamme versie en met solozang, waarbij de gitaar een mooie crossover is tussen country en de vocale mid-sixties sound. Bird is een stuk bluesiër, uiterst gevoelvol beheerst gezongen slow blues met ook hier een Duane Eddy-achtige gitaar die het geheel een frisse tint geeft. Een heerlijk dromerige slowrocker in Tin Pan Alley stijl kruipt mijn oren in en blijft er hangen met Gentle Man. Zet er nog drie dames achter en je hebt The Chordettes! Voor mij als iemand die helemaal verduitst is, is Filmriss een kabareteske herinnering aan lang vervlogen tijden, voor niet-Duitsers zal het even wennen zijn aan deze sound. De titel is dubbelzinnig en betekent niet alleen een scheur in de film, maar ook het spreekwoordelijke geheugenverlies, mooi verwerkt in deze zelfgepende typisch Duitse cabaretmuziek met een vleugje doo-wop in de achtergrondzang. De tijdmachine maakt de volgende haltestop rond 1954: Elevator Boy (een ander woord daarvoor is bellboy, denk aan de Jerry Lewis film uit 1960, en hoe zat het ook alweer met de houserockers Freddie Bell & The Bellboys). Mooi, dat timbre in Iris Romen's stem als ze ‘floor’ zingt, precies zoals een lift ook langzaam stopt bij elke verdieping. Ze herhaalt dit kunststukje waarvoor je een goede stembeheersing hebben moet in het wederom Tin Pan Alley-eske Home dat gedragen wordt door virtuose zang, guitar breaks en een cool orgeltje. Qua sound zitten we dan nog steeds in het midden van de jaren vijftig. Dive doet me denken aan de late fifties Fleetwoods van Mr. Blue, een geweldige vocal group. Ook dit solo gezongen nummer is een geweldige song voor rustige uurtjes. Jammer dat er geen meerstemmige zang is, het zou de song meer inhoud geven. Iris Romen heeft een heel goed gevoel voor vintage, want alles klopt: de zang, de instrumentatie, het gevoel en de atmosfeer. Op de countryballaderige tour met een vleugje Cash aan het einde gaan we in Joaquin’s Song. Joaquin is geen held uit lang vervlogen tijden, maar de zoon van Iris Romen. Zover gaat liefde dat je als trotse moeder een song aan je eigen voortbrengsel wijdt waaraan je negen maanden met veel passie gekneed hebt. Zo heeft jullie redacteur destijds een song geschreven voor zijn overleden moeder en voor zijn ouders die hem steeds hebben ondersteund in alles op muzikaal gebied, ook dit vrijwillige redacteurswerk, waardoor ze minder aan me hadden ondanks dat ik thuiswonend was. Op mijn oude dag word ik melancholisch, zeker nu mijn vader onlangs overleden is, en dat dankzij deze song van Iris Romen over haar zoon. Dat is het mooie van muziek. Rock ‘n’ roll in al zijn facetten heeft zoveel te bieden, mensen. Als iemand die al meer dan 40 jaar fan is van dit nostalgische tonenwonder dat destijds als allereerste muziek van en voor teenagers de jeugd liet opleven en de oudere generatie deed verbijsteren, verheug ik me keer op keer als ook anno nu er nog bands zijn die goede oude rock ‘n’ roll en aanverwante muziek trouw zijn gebleven om ons te laten mijmeren van betere tijden. Wild Love Song is in tegenstelling tot wat de titel doet vermoeden een ‘slaap zacht’ liedje, in zekere zin Mr. Sandman in rollator tempo. Als jullie een slaapliedje nodig hebben, bij deze! So Unlikely is een countrywals die eindelijk ook eens achtergrondzang kent en goede dienst doet na een gestresste dag, heerlijk. Al voettappend sluit het album af met Tipsy, waarbij een gekuiste Marilyn Monroe dit album laat uitklinken, een behoorlijk en rustig album met vocaal en muzikaal vakmanschap dat zijn genot echter alleen zal vinden bij diegenen die de wilde vetkuif inmiddels kwijt zijn.
Info: www.irisromen.com en www.waterfallrecords.com (Henri Smeets)

Back in the days "when everything was better," every rocker had his own sound. Very clear. Nowadays, times have changed and you come across cool fifties/sixties sounding songs by pop acts who only recorded one song in that style and combine that song on one and the same album with modern garbage. Cultural barbarism! To my mind, vintage should be merged on an album with vintage instead of a 50 year musical leap in between songs. Guess I will have to get used to it, since your editor has finally made it to the 21st century. A real late bloomer! It is also rare to hear decent music on the radio, but my favorite German radio station WDR5 plays out of the box music. I live on the German border and just around the corner from where Iris Romen used to live, Maastricht in Holland. She traded Maastricht in for the Wahlheimat (preferred home) Berlin where she has been living for about fifteen years now. In the meantime we saw her on stage with Ray Collins' Hot-Club, among others. She's not exactly a stylistic hardliner and she is better known in Germany than in her native Holland, a songbird who sings everything from classical to country punk with her girl band The Runaway Brides - the name alone! In 2011 she was part of a Johnny Cash tribute with the excellent German country/rockabilly act Johnny Trouble, and she participated solo with standup bass in talent show The Voice Of Germany 2015. This here album was recorded in true vintage style in Berlin, a metropolis with several vintage studios. Your servant also recorded there in 2006-2010 in the studio of Axel Praefcke (Cherry Casino & the Gamblers, Round Up Boys), or listen on YouTube to the commercial In Our Dream from the German TV spot for the Mercedes EQS sung by British singer Louise Golbey, a true late fifties/early sixties high school ballad, insanely good, which certainly also rings true for the very talented and multi-instrumental Iris Romen. On her albums, and especially on Late Bloomer, she reminds me of Nessi Tausendschön, a German cabaret performer who already released a vintage album titled Die Wunderbare Welt Der Amnesie in 2012, just like Iris Romen in the same year. Does Iris sound like Nessi or is it the other way around? Who was first? No, it's not like the chicken and the egg, a virtual cat fight of words between these chicks will have to decide. I notice now that I'm getting older that my writing is becoming more and more bombastic, so next time a review about rockin' André Rieu? Why not: he and his orchestra play Tutti Frutti! But back to that other Maastricht talent who graduated cum laude from the conservatory there, Iris Romen, whose first album, Vintage Gal Hour, was recorded in Berlin in 2012 in Johnny Trouble's Running Gun Recordings studio. In late 2020 she released her current album, Late Bloomer, recorded at the vintage Moe's Rocking Chair Studio in Berlin and subsidized by the Beauftrage Der Bundesregierung Für Kultur Und Medien, the Commissioner for Culture and Media. Do we have anything like that at all? I have yet to see that with a vintage album here.
Opening track Late Bloomer revives Motown and more specifically The Supremes, albeit in a tame version and with solo vocals, the guitar being a nice crossover between country and the vocal mid-sixties sound. Bird is a lot more bluesy, an extremely sensitive reservedly sung slow blues with again a Duane Eddy-like guitar giving the whole thing a fresh touch. A lovely dreamy Tin Pan Alley style slow rocker creeps into my ears and lingers there with Gentle Man. Put three more ladies behind it and you got The Chordettes! For me, an honorary German, Filmriss is a cabaret-esque reminder of times gone by, for non-Germans it will take some getting used to this sound. The title is ambiguous, signifying not only a tear in a film, but also the proverbial loss of memory, nicely incorporated into this self-written typically German cabaret music with a touch of doo-wop in the background vocals. Next stop for the time machine is around 1954: Elevator Boy (another word for it is bellboy, think of the 1960 Jerry Lewis movie, and how about house rockers Freddie Bell & The Bellboys). Romen's voice has a beautiful timbre when she sings 'floor', just like an elevator that stops slowly at each floor. She repeats this stylistic element for which you need good voice control in the again Tin Pan Alley-esque Home which is carried by virtuoso vocals, guitar breaks and a cool organ. In terms of sound this is still mid-fifties. Dive reminds me of the late fifties Fleetwoods of Mr. Blue fame, a great vocal group. This solo song is also a mighty fine tune for the wee wee hours. Too bad there are no multiple vocals as that would give the song more substance. Iris Romen has a very good sense of vintage, because everything is right: the vocals, the instrumentation, the feeling and the atmosphere. In Joaquin's Song she goes on the country ballad tour with a touch of Cash at the end. Joaquin is not a hero from days gone by, but Romen's son. It says a lot about love when a proud mother dedicates a song to her own offspring after having spent nine months crafting it with great passion. Your editor wrote a song for his deceased mother and for his parents who have always supported him in everything in the musical field, including this voluntary editorial work, which meant that they could enjoy my company less despite the fact that I was living at home. At my age I get melancholy, especially now that my father recently passed away, and that is because of this song by Iris Romen about her son. That is the beauty of music. Rock 'n' roll in all its facets has so much to offer, folks. As someone who has been a fan of this nostalgic wonder of tunes for more than 40 years, the very first music by and for teenagers to liven up the young and bewilder the older generation, I rejoice again and again when even now there are still bands that stay true to good old rock 'n' roll and related music in order to make us muse about the good times. Wild Love Song, contrary to what the title suggests, is a "sleep softly" song, in a sense it's Mr. Sandman in a walking tempo. If you guys need a lullaby, here's one! So Unlikely is a lovely country waltz that finally includes backing vocals and serves well after a stressful day. The CD ends foot tapping with Tipsy in which a cleaned up version of Marilyn Monroe signs off the album, a decent and quiet album with vocal and musical craftsmanship that will however only be enjoyed by those who already lost their wild quiff.
Info: www.irisromen.com en www.waterfallrecords.com (Henri Smeets)


23 "FLYING HITS"/ P-51 AIRPLANES
Part Records, PART-CD 679.006
English version: see below

Ik had er nog nooit van gehoord, maar dit is de minstens derde CD sinds 2006 van P-51 Airplanes, een vijfkoppige Italiaanse band die soms met vier en soms met zes op de foto’s staat, veelzijdig genoeg is om in het verleden zowel de Italiaanse crooner Bobby "Una Lacrima Sul Viso" Solo als de Amerikaanse rockabilly Pep Torres te hebben begeleid, en gewapend met drie zich afwisselende leadzangers, piano en tenor/bariton sax rock 'n' roll's greatest hits vertolkt. Dat vertaalt zich hier in een CD met 24 (en geen 23, hahaha) covers van overbekende songs als Tutti Frutti, See You Later Alligator, All Shook Up, Runaround Sue en Neil Sedaka's Oh Carol, met ook plaats voor een enkele ballade zoals Paul Anka's Diana. Om u een idee te geven van de gradatie van bekendheid: de minst bekende nummers zijn de ook door Big Sandy gecoverde zalige jiver Hey Boy Hey Girl van Louis Prima & Keely Smith, Paul Anka's Tell Me That You Love Me en Glen Glenn's Kathleen waar ze een snellere poppy song van maken. Qua arrangementen houden ze zich aan de oorspronkelijke hitversies, alleen klinken ze toch enerzijds simpeler gearrangeerd en anderzijds meer hedendaags geproduced in plaats van de uit hard gebakken klei opgetrokken bakstenen muur van geluid die de studio’s van de grote platenfirma’s in de jaren '50 wisten op te trekken, een sound die daarna werd doorgetrokken naar uit een halve centimeter dikke leisteen gehakte singles. Toch houden P-31 Airplanes het lekker rock 'n' roll en opteren ze niet voor bijvoorbeeld een hardere 21ste eeuwse uitvoering. De stemmen zijn natuurlijk 100 % P-51 zal ik maar zeggen, want ze doen geen pogingen om Elvis (That's All Right Mama, Don't Be Cruel), Fats Domino (I'm Ready) of Little Richard (Lucille) ook vocaal te imiteren, wat uiteraard nauwelijks doenbaar is en ook geen enkele zin heeft. Wel werken ze ook met backing koortjes, bijvoorbeeld in Only You van The Platters (waarin je hoort hoe goed P-51 Airplanes zijn), Surfin' USA, That'll Be The Day of Let's Twist Again. Eén opmerking betreffende die vocalen: sommige nummers lijken me fonetisch gezongen. Je zou toch denken dat iedereen anno 2021 zijn songteksten van internet plukt? Het gros van de Boppin'Around lezers zal al deze nummers al hebben in de originele uitvoeringen en voor hen is de CD die op net geen uurtje afklokt overbodig, maar het is ongetwijfeld een sympathiek werkstukje voor de fans van de band. Dat zouden er in Italië onder de liefhebbers van jukebox rock 'n' roll wel eens veel kunnen zijn, want de muziek is uiteraard zeer toegankelijk voor een algemeen publiek en live is dit zeer zeker een feest der herkenning voor de dansliefhebbers. Info: www.p-51.it en www.rockabilly.de (Frantic Franky)

I had never heard of them before, but this is at least the third CD since 2006 from P-51 Airplanes, a five-piece Italian band that also appears in photos with four and sometimes six members, is versatile enough to have accompanied both Italian crooner Bobby "Una Lacrima Sul Viso" Solo and American rockabilly Pep Torres in the past, and armed with three alternating lead singers, piano and tenor/baritone sax brings us rock 'n' roll's greatest hits. That translates here into a CD with 24 (and not 23, hahaha) covers of well known songs like Tutti Frutti, See You Later Alligator, All Shook Up, Runaround Sue and Neil Sedaka's Oh Carol, with also room for the occasional ballad like Paul Anka's Diana. To give you an idea: the least known songs are Louis Prima & Keely Smith's solid jiver Hey Boy Hey Girl which was also covered by Big Sandy, Paul Anka's Tell Me That You Love Me and Glen Glenn's Kathleen which they turn into a faster poppy song. In terms of arrangements they stick to the original hit versions, only they sound more simply arranged while at the same more contemporarily produced, as opposed to the brick wall of sound that the major label record companies' studios built out of hard-baked clay in the 1950s, a sound that was then transferred into vinyl singles cut from thick slate. Still, P-31 Airplanes keep it nicely rockin' and don't opt for a harder 21st century interpretation. The voices are of course 100% P-51, so to speak, because they make no attempt to vocally imitate Elvis (That's All Right Mama, Don't Be Cruel), Fats Domino (I'm Ready) or Little Richard (Lucille), which is obviously hardly feasable and anyway doesn't make any sense whatsoever. They also use backing vocals, for example in Only You by The Platters (where you can hear how good P-51 Airplanes are), Surfin' USA, That'll Be The Day or Let's Twist Again. One remark concerning those vocals: some songs seem to me to be sung phonetically. You'd think that in 2021 everyone would be grabbing their lyrics from the Internet, no? The majority of Boppin'Around readers will already have all these songs in the original versions and for them the CD, which clocks in at just under an hour, is a bit pointless. It is however undoubtedly a sympathetic piece of work for the fans of the band, and there could be many of those in Italy among the lovers of jukebox rock 'n' roll, because the music is obviously very accessible to a general audience and live this is certainly a feast of recognition if you like to dance.
Info: www.p-51.it en www.rockabilly.de (Frantic Franky)


IT TAKES THREE... TO SWING THE BLUES/
MARION WADE, JACK O ROONIE & ROGER C. WADE

Roger C. Wade, géén cat.nr.
English version: see below

Wie mij kent weet dat ik absoluut niét into blues ben. Velen onder u gingen van de rock 'n' roll naar de blues, ik daalde af in de krochten van de country. Geheel ten onrechte wellicht, en misschien mis ik wel een heleboel goeie muziek, maar nu is het te laat om nog te veranderen. Om u maar te zeggen dat je van goeden huize moet komen om mij met een blues CD van mijn sokken te blazen. Roger C. Wade komt van goede huizen, uit Engeland meer bepaald, en we kennen hem nog van Little Roger & the Houserockers van wie ik bijna 20 jaar geleden de CD Cut It While It's Hot recenseerde. Wade is sindsdien in Duitsland blijven hangen, ontwikkelde zich er tot een van de toonaangevendste traditionele mondharmonicaspelers, en is er getrouwd met pianiste Marion Wade. Ik heb geen flauw idee hoeveel CD’s er tussen die Cut It While It's Hot en deze It Takes Three zitten maar de titel verwijst naar It Takes Two... To Boogie, een duo CD van Roger C. Wade met de Duitse bluesgitarist Till Seidel. Jack O'Roonie, de Belgische contrabassist die in het verleden bij onder meer The Domino's, The Wild Ones en Crystal & Runnin' Wild speelde, was één van de gasten op Cookin' At Home (CDRW001), de vorige CD van Roger C. Wade & Marion Wade, en dat is het echtpaar blijkbaar zo goed bevallen dat ze O'Roonie nu uitnodigden als contrabassist op hun nieuwste CD.
Het goeie nieuws is dat die CD veel meer is dan alleen maar blues en Wade's mondharmonica er niet vingerdik bovenop ligt hoewel ze opduikt in acht van de tien CD tracks. Ze klinkt niet alleen maar klaaglijk , maar afwisselend ook opgewekt en melancholisch. Lovely Dovely is speelse uptempo boogie blues, Whisky Drinking Woman is trage boogie woogie, en ook het instrumentale uptempo See Jack Boogie is piano boogie. Uitzonderd één nummer, het folky vaudeville Little Red Car, bevat de CD géén gitaar, en dan is het mooi om te horen hoe de linker- en de rechterhand van de piano twee totaal verschillende dingen spelen die elkaar perfect aanvullen: de linker legt een boogie woogie basis, de rechter speelt daar een melodie over. Hoewel het pianospel vooral verwijst naar Memphis Slim doet het ook zijn voordeel met een prominent jubelend New Orleans sfeertje en bevat de CD zoals gezegd een gezonde dosis boogie woogie. Heel knap daarbij zijn de vele indrukwekkende contrabas solo’s en de jazzy swingende improvisaties in Willie Dixon stijl in See Jack Boogie, Snow Plow en Goin' Back Down To The River Rhine. Kwatongen zouden kunnen opperen dat Wade's stem altijd hetzelfde klinkt, maar ze klinkt in elk geval authentiek, om dat vermaledijde woord maar eens boven te halen. Of de CD ook live op de podia zal worden uitgevoerd is vanwege de internationale bezetting wellicht niet evident, en daarom zal u het in de eerste plaats moeten stellen met deze CD, een blues CD waar ik nu eens niet de muren van oploop maar die ik daarentegen zelfs erg goed vind. De wonderen zijn de wereld nog niet uit. Misschien is er toch nog hoop voor mij. Info: www.rogerwade.de en www.jackoroonie.com (Frantic Franky)

Those of you who know me are well aware that I am absolutely not into blues. Many of us went from rock 'n' roll to blues, I descended from rock 'n' roll into country music. Maybe I'm completely wrong and probably I'm missing out on a lotta good music, but now it's probably too late to change my musical taste. This is just to tell you that you gotta be pretty good to blow me away with a blues CD. Roger C. Wade does exactly that. He's from the UK and we know him from Little Roger & the Houserockers whose CD Cut It While It's Hot I reviewed almost 20 years ago. Since then Wade has moved permanently to Germany, became one of the leading traditional harmonica players there, and married to piano player Marion Wade. I have no idea how many CDs came in between Cut It While It's Hot and It Takes Three, but the title refers to It Takes Two... To Boogie, a duo CD by Roger C. Wade with German blues guitarist Till Seidel. Jack O'Roonie, Belgian double bass ace who played with The Domino's, The Wild Ones, Crystal & Runnin' Wild and others in the past, was one of the guests on Cookin' At Home CDRW001, the previous CD by Roger C. Wade & Marion Wade, and apparently he pleased them so much that they now invited O'Roonie to be the double bassist on their newest CD. The good news is that that CD is much more than just blues and Wade's harmonica isn't all over it, although it turns up in eight of the ten tracks. It doesn't just sound plaintive either, but alternately upbeat and melancholy. Lovely Dovely is playful uptempo boogie blues, Whisky Drinking Woman is slow boogie woogie, and also the instrumental uptempo See Jack Boogie is piano boogie. Except for one song, the folky vaudeville Little Red Car, the CD contains no guitar, and it's nice to hear how the left and right hand play two totally different things on the 88 keys that complement each other perfectly: the left hand lays a boogie woogie foundation, the right hand plays a melody over it. Although the piano playing mainly refers to Memphis Slim it also benefits from a prominent jubilant New Orleans atmosphere and the CD contains, as mentioned, a healthy dose of boogie woogie. Very clever in this regard are the many impressive double bass solos and the jazzy swinging Willie Dixon styled improvisations in See Jack Boogie, Snow Plow and Goin' Back Down To The River Rhine. If in a bad mood one might suggest that Wade's voice always sounds the same, but at least it sounds authentic, to use that much maligned term. If doubt if the trio will perform live on stage because of the obvious problem of the international line-up, so you will have to make do with the CD, a blues CD that for once does not turn me off but, on the contrary, I dig a lot. Miracles do happen. Maybe there' is still hope for me yet. Info: www.rogerwade.de en www.jackoroonie.com (Frantic Franky)

Vinyl Recensies

HELL IN THE BARN - LIVE/ LOU CIFER & THE HELLIONS
Bear Family, BAF19006
English version: see below

De tijd vliegt: op 22 februari 2020, dus net voor de wereldwijde corona lockdown, vierden Lou Cifer & the Hellions (D) hun 25ste verjaardag met een uitverkocht concert in de Druckluft in Oberhausen, en de registratie daarvan, hun eerste officiële live album, is nu uit als LP/CD combo. De band, in 1995 opgericht als studiogroep door leden van Mess Of Booze en The Ton Up Rockers, wordt aangekondigd door onze eigen ted trots Ronnie Nightingale, de start van een brok lillende live rock 'n' roll met 11 nummers, op de CD aangevuld met 12 extra nummers tot 23 nummers. De sfeer zat er goed in zo te horen, maar dat hoor je alleen tussen de nummers, tijdens de nummers stoort het live aspect nergens. Opener Blood On The Cats is pure Britse gitaar rock 'n' roll in een kruising tussen Move It en C'Mon Everybody, en daarna stopt het niet meer, één lange celebratie van alles wat goed is aan rechtdoor rock 'n' roll met drums, één gitaar en één basgitaar, een genre dat in minder capabele handen benauwend kan werken, maar Lou Cifer & the Hellions tonen hier als waren ze pure pubrockers aan waarom ze tot de beste ted bands van Europa behoren, bovendien zonder andere stijlen in hun muziek te smokkelen zoals veel ted groepen doen en zonder zelfparodie zoals bij dat andere Duitse ted instituut Black Raven. Lou Cifer (Marcus Aigner) van zijn kant bewijst dat je geen fantastische zanger moet zijn om goed te zingen en zijn plat Engels accent doet dit zelfs echter klinken. De setlist - zoals immer op de geluidsdragers van deze Ruhrpott rockers enkel eigen materiaal - bevat uiteraard veel nummers die het ted zijn verheerlijken zoals Glad To Be A Ted, Teddy Boy's Prayer en It's Gotta Be A Ted. Het tempo wordt er goed in gehouden, maar er staan ook een paar strolls op als Tit For That, Do You Believe en Where The Teds Go, en het gelul tussen de nummers door wordt beperkt tot een minimum. Alle 23 songs komen van hun talrijke eerdere releases, er staan geen nieuwe nummers op deze live. Vaak doen op dit soort jubileumconcerten speciale gasten mee, maar dat is hier niet het geval. Het is wat het is, en voor niet-ingewijden zal de lengte van de LP wellicht volstaan en de hele CD met meer dan een uur teveel van het goede zijn - het moet daar in Oberhausen een uitputtingsslag geweest zijn. Eén ding is zeker: het teddy boy wezen is met Lou Cifer nog steeds in goede handen. Bear Family zou Bear Family niet zijn zonder dat beetje extra: naast de CD (die niet los te koop is) krijg je bij de audiofiele 180 grams LP een 16 pagina’s tellend fotoboekje formaat 10 x 10 cm, en bij de eerste 300 LP’s zitten daarbovenop nog een sticker en een gehandtekende groepsfoto. Het hele concert is trouwens te bekijken op YouTube. Info: www.facebook.com/louciferandthehellions en www.bear-family.com (Frantic Franky)

Time flies: on February 22, 2020, just before the global covid lockdown, Lou Cifer & the Hellions (D) celebrated their 25th anniversary with a sold-out performance at the Druckluft in Oberhausen, and that concert recording, their first official live album, is now out as an LP/CD combo. The band, formed in 1995 as a studio group by members of Mess Of Booze and The Ton Up Rockers, is introduced by Holland's teddy boy pride Ronnie Nightingale, the start for a wild chunk of live rock 'n' roll containing 11 songs, supplemented on the CD by 12 additional songs adding up to a total of 23 songs. The party atmosphere was good, but you can only hear that in between the songs, during the songs the live aspect never bothers. Opener Blood On The Cats is pure British guitar rock 'n' roll mixing Move It with C'Mon Everybody, the start of a long celebration of everything that's good about straight ahead rock 'n' roll with drums, one guitar and one bass guitar, a genre that can be oppressive in less capable hands, but Lou Cifer & the Hellions show here like the pure pub rockers they are why they belong to the top ted bands in Europe. Moreover they do it without smuggling other styles into their music like many ted groups do and without self-parody like that other German ted institution Black Raven. Lou Cifer (Marcus Aigner) proves that you don't have to be a fantastic singer to sing well and his thick British accent only makes it sound more real. The set list - as always on these Ruhrpott rockers' releases only selfwritten material - contains of course many songs that glorify being a ted such as Glad To Be A Ted, Teddy Boy's Prayer and It's Gotta Be A Ted. They keep the pedal to the metal but there are also a couple of strolls like Tit For That, Do You Believe and Where The Teds Go, and the chatter between songs is kept to a minimum. All 23 songs come from their numerous previous releases, there are no new songs on here. At anniversary concerts like this a band is often joined by special guests, but that's not the case here. It is what it is, and for the uninitiated the length of the LP will probably suffice while the complete CD at over an hour might be too much of a good thing - it must have lasted till last man standing there in Oberhausen. One thing is for sure: the teddy boy style is still alive and kicking with Lou Cifer. Bear Family wouldn't be Bear Family without a little extra: besides the CD (which can't be bought separately) you get a 16 page photo booklet (size 10 x 10 cm) with the audiophile 180 gram LP, and the first 300 LP’s also contain a sticker and a signed group photo. The entire concert can be viewed on YouTube. Info: www.facebook.com/louciferandthehellions en www.bear-family.com (Frantic Franky)

15 augustus 2021

INFAMOUS INSTROMONSTERS OF ROCK 'N' ROLL VOL. 4
Bullseye, BE144
English version: see below

Infamous InstroMonsters LP nummer 4 met zestien "nieuwe" oude instrumentals die niet op de drie Infamous InstroMonsters CD’s noch op de 4 track EP op rood vinyl staan. Spitsafbijter Floyd Cramer kennen we als de Nashville pianist die niet alleen op Elvis' Heartbreak Hotel maar ook op ontelbare andere platen van onder meer Brenda Lee, Patsy Cline, Roy Orbison en The Everly Brothers speelde. Zijn grootste instrumentale hits onder eigen naam, Last Date en On The Rebound, zijn easy listening country maar Flip Flop And Bop hier, piano boogie met gastsax, heeft het perfecte tempo voor een potje jive. Tomahawk van Tom Brown & the Tom Toms is een indianen gitaar/piano instro en ook in Katanga van Little Willie John zitten indianen, galopperend op het oorlogspad ergens aan de grens met Mexico. Little Willie John was de originele uitvoerder van Fever en dan val je achterover van die Katanga, want dat is jungle exotica! Een bekende jungle exotica beoefenaar was percussionist Chaino en die staat op de LP met het nummer Ubangi Rock dat niets te maken heeft met Warren Smith's Ubangi Stomp maar een leuk losbollende frolic diner sax/gitaar instro is, ver verwijderd van Chaino's latere exotica werk. Ook exotica maar refererend naar de andere kant van de aardbol is de oosterse shoarma gitaarrocker Hey van Gabriel & the Angels. Delilah van The Thunderbirds is een Peter Gunn-achtige sax/gitaar scheurder en Rockin' Mathilda van The Swags komt uit de Link Wray gitaarschool. Met The Fuzz van gitarist Grady Martin gaan we zoals de titel al aangeeft op de sixties toer, zij het verpakt in violen, en een andere sixties track is Jerry Reed's Twist-A-Roo met funky fuzz guitar én een deugnieten orgeltje. Evenmin onbekend op de zes snaren is Larry Collins, de helft van The Collins Kids, aanwezig met de puike twangy gitaarinstro T-Bone die evenwel ietwat ontstemd wordt door het vrouwenkoortje dat zich ongevraagd komt moeien. Chuck Rio werd wereldbekend als de saxofonist op Tequila van The Champs, en zijn onder eigen naam verschenen Margarita is zulk een Tequila copie dat het evengoed onder de naam The Champs had kunnen uitkomen. Ook Malagueña van The Crystals (uiteraard niet die van Do Doo Ron Ron) heeft een dit keer mysterieus Latijns-Amerikaans sfeertje met een shotje Tequila erin. Van het ene uiterste in het andere: Clifton Chenier's Bajou Drive (Bajou en niet Bayou, zo stond het in 1959 wel degelijk op de single) is een bluesy accordeon instrumental omwikkeld door luie blazers. Op Volume 3 stond Louis Jordan's The Slop, dit keer is er Chet Atkins met een andere The Slop, een funky variatie op zijn beroemde fingerpicking stijl met gastsax. Zo heb je de meester nog maar zelden gehoord als in dit knappe nummer dat ondanks zijn slechts 2:14 toch een beetje repetitief is. Deadline van The Challengers is uitstekende uptempo dreigende sax/gitaar surf waarop u mag strollen, en Earthy van The Tornados is speelse twangy gitaar in een beetje een popachtige TV thema easy tune setting tegen een fweep fweep achtergrond. 't Is zeker géén Telstar maar The Tornados hebben slechtere dingen gedaan. Ons finale oordeel: misschien een ietsiepietsie minder semi-bekende nummers als op de eerste drie Infamous InstroMonsters LP’s, maar wel rockend in een even gevarieerd instrumentaal spectrum. Bullseye is de vinyl afdeling van het Spaanse rock 'n' roll label El Toro.
Info: www.eltororecords.com (Frantic Franky)

Infamous InstroMonsters LP number 4 with sixteen "new" old instrumentals that are not on the three Infamous InstroMonsters CDs nor on the 4 track red vinyl EP. The album kicks off with Floyd Cramer, the world famous Nashville pianist who played not only on Elvis' Heartbreak Hotel but on countless other records by the likes of Brenda Lee, Patsy Cline, Roy Orbison and The Everly Brothers. His biggest instrumental hits under his own name, Last Date and On The Rebound, are easy listening country but Flip Flop And Bop here, piano boogie with guest sax, has the perfect tempo for jiving. Tom Brown & the Tom Toms' Tomahawk is a native American guitar/piano instro and Little Willie John's Katanga also features galloping injuns on the warpath along the Mexican border. Little Willie John did of course the original version of Fever and if that's all you know by him Katanga will blow you off your feet as it's jungle exotica! A well known jungle exotica practitioner was percussionist Chaino and he appears on this LP with a track titled Ubangi Rock which has nothing to do with Warren Smith's Ubangi Stomp but is a nice freewheeling frolic dinner sax/guitar instro far removed from Chaino's later exotica work. Also exotica but referencing the other side of the globe is the oriental pitta guitar rocker Hey by Gabriel & the Angels. The Thunderbirds' Delilah is a Peter Gunn-like sax/guitar ripper and Rockin' Mathilda by The Swags graduated in the Link Wray guitar school. With guitarist Grady Martin's The Fuzz it's sixties time just like the title suggests, albeit wrapped in violins, and another sixties track is Jerry Reed's Twist-A-Roo with funky fuzz guitar ànd a mischievous organ. Also not unknown on the six strings is Larry Collins, half of The Collins Kids, with the excellent twangy guitar instro T-Bone that is however somewhat watered down by the uninvited female chorus that starts to interfere. Chuck Rio became world famous for blowing the sax on The Champs' Tequila and his Margarita here, released under his own name, is such a Tequila copy that it could just as well have been released under The Champs' name. Malagueña by The (obviously not the Do Doo Ron Ron) Crystals also has a mysterious Latin-American atmosphere with a added shot of Tequila. From one extreme to the other: Clifton Chenier's Bajou Drive (Bayou and not Bayou, that's what it said on the original single back in 1959) is a bluesy accordion instrumental wrapped in lazy horns. Volume 3 featured Louis Jordan's The Slop, this time there's Chet Atkins with another The Slop, a funky variation on his famous fingerpicking style with guest sax. You've rarely heard the master like this with a handsome song that is a bit repetitive despite it only being 2:14. Deadline by The Challengers is an excellent uptempo menacing sax/guitar surf to which you can stroll, and The Tornados' Earthy is playful twangy guitar in a bit of a poppy TV theme easy tune setting against a beeping organ background. It certainly ain't no Telstar but The Tornados have done worse. Our final verdict: perhaps a little less semi-famous songs than on the first three Infamous InstroMonsters LP’s, but still rockin' in an equally varied instrumental spectrum. Bullseye is the vinyl division of the Spanish rock 'n' roll label El Toro. Info: www.eltororecords.com (Frantic Franky)

21 juli 2021

INFAMOUS INSTROMONSTERS OF ROCK 'N' ROLL VOL. III
Bullseye, BE143
English version: see below

De derde vinyl LP in de reeks met ons favoriete onderwatermonster op de hoes en dan denk je uiteraard dat dit een samenvatting is van de ondertussen al in 2013 verschenen Infamous InstroMonsters Vol. 3 CD, maar dat blijkt slechts ten dele te kloppen: hoewel de hoes dezelfde is staan zes van de zestien LP tracks niet op die 22 track CD en evenmin op een andere InstroMonsters CD of LP of op de 4 track EP op rood vinyl. De openende gitaar/sax stroll Money Money kent u misschien als zijnde van Benny Joy, maar de hier vermelde uitvoerder Big John Taylor was Joy's gitarist en ze stonden in 1959 wel degelijk samen met naam op de originele single, ook op A-kant Ittie Bittie Everything. Klassiekers zijn Let's Go van The Routers (gitaar/sax) en The Rumblers' dreigende Boss, en Fat Daddy Holmes' Chicken Rock blijft een fascinerende chicken picker op de gitaar. Een andere chicken picker maar dan in Frolic Diner gitaar/sax stijl is Skippin' van Buddy Guy, een nummer dat niets te maken heeft met de blues waarmee Buddy Guy synoniem is. Evenmin blues is Blues For Two, een improvisatie op Johnny Cash's boom chicka boom sound afkomstig van één van de twee singles die The Tennessee Two & Friend uitbrachten rond 1960. Die Tennessee Two zijn gitarist Luther Perkins en bassist Marshal Grant (vòòr drummer WS Holland bij de groep kwam, de drums op de singles werden ingespeeld door een studiodrummer) en hun vriend hier was niet Johnny Cash maar pianist Floyd Cramer. Louis Jordan's sax/orgel instro The Slop uit 1958 is door zijn groovende orgeltje (Jackie Davies) mogelijk veel te jazzy voor een aantal onder u, en ook in Sounds Incorporated's live tittyshaker Sounds Like Locomotion met heel veel blazers zit zo'n groovy orgeltje. Jack Nitzsche zit een big band versie van Link Wray's Rumble voor die klinkt als dramatische filmmuziek, en Footloose van Jim Gunner & The Echoes is uptempo gitaarsurf. The Viceroys vertrekken voor hun Seagreen vanuit surf maar freewheelen daarna een beetje op een funky orgeltje. The Mexican van The Fentones is euro instro in Shadows stijl en het al even Britse Hit And Miss van The John Barry Seven Plus Four is pizzicato gitaar gekoppeld aan twang. Theme From Maigret van The Eagles is het thema van een BBC detective reeks uit 1959-1963, een typische TV tune maar dan tegelijk speels én twangy - voor mij een van de hoogtepunten op deze LP. Ook Brits is Jet Harris' Besame Mucho, de bekende Latijns-Amerikaanse standaard op twangy basgitaar begeleid door een vrouwenkoortje. De plaat sluit af met Vesuvius van The Revels, een uptempo sax/gitaar Vegas grinder. De stijlkeuze van de LP is erg gevarieerd en de selectie van de nummers is niet de standaard selectie van de altijd terugkerende rock 'n' roll's greatest instrumentals maar klinkt deels toch vrij bekend in de oren. Bullseye is de vinyl afdeling van het Spaanse rock 'n' roll label El Toro.
Info: www.eltororecords.com (Frantic Franky)

This is the third vinyl installment in the series with our favorite underwater monster on the sleeve so you automatically assume that it's a summary of the 2013 Infamous InstroMonsters Vol. 3 CD. This turns out to be only partially true because although the sleeve is the same six out of the sixteen LP tracks are not on that 22 track CD nor on any other InstroMonsters LP or CD or on the 4 track red vinyl EP. You might know the opening guitar/sax stroll Money Money as being by Benny Joy, but the performer credited here, Big John Taylor, was Joy's guitarist and they were indeed listed together on the original single in 1959, as well as on its A-side Ittie Bittie Everything. Classics include The Routers' Let's Go (guitar/sax) and The Rumblers' menacing Boss, while Fat Daddy Holmes' Chicken Rock remains a fascinating six string chicken picker. Louis Jordan's 1958 sax/organ instro The Slop may be far too jazzy for some of you due to its grooving organ (Jackie Davies), and there is also a groovy organ among the truckload of horns in Sounds Incorporated's live tittyshaker Sounds Like Locomotion. Another chicken picker but this time in Frolic Diner guitar/sax style is Skippin' by Buddy Guy, a song that has nothing to do with the blues which is synonimous with Buddy Guy. There is no blues either in Blues For Two, an improvisation on Johnny Cash's boom chicka boom sound taken from one of the two singles released around 1960 by The Tennessee Two & Friend. The Tennessee Two here are guitarist Luther Perkins and bassist Marshal Grant before drummer WS Holland joined the group (the drums on the singles were played by a studio drummer) and their friend was in this case not Johnny Cash but pianist Floyd Cramer. Jack Nitzsche presides over a big band version of Link Wray's Rumble that sounds like dramatic movie music, and Footloose by Jim Gunner & The Echoes is uptempo guitar surf. The Viceroys start from surf for their Seagreen but evolve into a funky organ. The Fentones' The Mexican is euro instro Shadows style and the equally British Hit And Miss by The John Barry Seven Plus Four is pizzicato guitar coupled with twang. Theme From Maigret by The Eagles is the theme of a BBC detective series that ran from 1959 to 1963, a typical TV tune but at the same time playful and twangy - for me one of the highlights on this LP. Also British is Jet Harris' Besame Mucho, the well known Latin American standard on twangy bass guitar accompanied by female backing vocals. The record finishes with Vesuvius by The Revels, an uptempo sax/guitar Vegas grinder. The LP's stylistic choices are very varied and the selection of songs is not the standard track listing of rock 'n' roll's greatest instrumentals but still sounds partly familiar. Bullseye is the vinyl division of Spanish rock 'n' roll label El Toro. Info: www.eltororecords.com (Frantic Franky)

CD Recensies

SOUTHERN BRED: LOUISIANA & NEW ORLEANS R & B ROCKERS
Koko-Mojo, KMCD 66
English version: see below

Southern Bred 16 is nummer 4 over Louisiana en New Orleans, en U kent het principe inmiddels: 28 voornamelijk zwarte tracks 1951-1963 opgenomen in of nabij New Orleans en/of door artiesten met links naar La Louisiane. Louisiana en met name de crescent city New Orleans hadden een heel specifiek rock 'n' roll geluid gepersonifieerd door Fats Domino, rock 'n' roll gekarakteriseerd door veel blazers en een groovy piano, muziek die zijn wortels heeft in de caraïbische muziek die de mardi gras typeert, zoals hier Roy ''Baldhead'' Byrd alias Professor Longhair's Rockin' With Fes, een veelzeggende titel voor een nummer uit 1952. Mooie voorbeelden van die New Orleans sound met veel goedgezinde blazers zijn Charles Williams' So Glad You're Mine, Clarence Samuels' Got No Place To Call My Own, Calvin Spears' uptempo (You're So Square) Baby I Don't Care/ The Mostest Girl-achtige Doing The Rock 'n' Roll, alsmede het ook van Fats Domino bekende feestelijke Little Liza Jane door Huey "Piano" Smith en die mag er dan wel zijn naam hebben opgeplakt als componist, het nummer zelf is al meer dan 100 jaar oud en werd in de jaren' 40 bijvoorbeeld al gedaan als western swing door Bob Wills. Swingende zwarte rock 'n' roll met veel blazers zijn Elmore Nixon's Forgive Me Baby, Willie Egan's I Can't Understand It en Bobby Mitchell & the Toppers' 4 x 11= 44, met als uitschieters Lloyd Price's onstuimige Rock 'n' Roll Dance, Rudy Green's al even exhuberante My Mumblin' Baby, Clarence Samuels' knettergekke zwarte rocker Slippity en creool Lennie LaCour's rockabilly song Rockin' Rosalie. Rhythm 'n' blues swing flink op weg om die rock 'n' roll te worden zijn Rudy Green's Meet Me Baby en Long John Hunter's She Used To Be My Woman, beide uit 1954. Bekende namen die schuld bekennen zijn Clarence “Gatemouth” Brown en Earl King met de rhythm 'n' blues rockers Baby Take It Easy en Everybody’s Carried Away, en Little Walter met de instrumentale mondharmonica bluesrocker Teenage Beat. Nog meer rhythm 'n' blues rock is er met Jessie Thomas' Cool Kind Lover en Classie Ballou & his Tempo Kings' D-I-R-T-Y D-E-A-L, de early sixties komen in 1961 aan bod met Richard Berry's In A Real Big Way, en Donnie Elbert's Believe It Or Not is een fijne doo-wop rocker. Op Champion Jack Dupree's Deacon's Party dronken ze blijkbaar miswijn want het nummer bevat enkele fikse scheuten gospel (gingen ze vóór het zingen de kerk uit?) en op deze muzikale gumbo er is zelfs plaats voor onversneden zydeco boogie met Clifton Chenier's voor 1957 erg modern klinkende instrumentale accordeon boogie The Big Wheel. De CD vormt een mooie evenwichtsoefening tussen creole rock 'n' roll en rockende rhythm 'n' blues.
Info: www.vintagerockinroots.com (Frantic Franky)

Southern Bred 16 is number 4 about Louisiana and New Orleans, and by now you know what Koko-Mojo has in store for you: 28 mostly black tracks 1951-1963 recorded in or near New Orleans and/or by artists with links to La Louisiana. Louisiana and in particular the crescent city New Orleans had a very specific rock 'n' roll sound embodied by Fats Domino, rock 'n' roll characterised by lots of horns and a groovy piano, music which has its roots in the caraibbean music that's typical for the mardi gras, like here Roy ''Baldhead'' Byrd aka Professor Longhair's Rockin' With Fes, a title that says a lot about a song from 1952. Mighty fine examples of that New Orleans sound with loads of happy horns are Charles Williams' So Glad You're Mine, Clarence Samuels' Got No Place To Call My Own, Calvin Spears' uptempo (You're So Square) Baby I Don't Care/The Mostest Girl-styled Doing The Rock 'n' Roll, and party tune Little Liza Jane by Huey "Piano" Smith. Fats Domino also sang it and Huey Smith may have put his name on it as composer, but the song itself is over 100 years old and was for example done in the 1940s western swing style by Bob Wills. Good natured swinging black rock 'n' roll with saxophones are Elmore Nixon's Forgive Me Baby, Willie Egan's I Can't Understand It and Bobby Mitchell & the Toppers' 4 x 11= 44 warming up for highlights like Lloyd Price's rambunctious Rock 'n' Roll Dance, Rudy Green's equally exhuberant My Mumblin' Baby, Clarence Samuels' nutty black rocker Slippity and creole Lennie LaCour's rockabilly song Rockin' Rosalie. Rhythm 'n' blues swing well on its way to becoming that rock 'n' roll are Rudy Green's Meet Me Baby and Long John Hunter's She Used To Be My Woman, both from 1954. Familiar names pleading guilty are Clarence "Gatemouth" Brown and Earl King with the rhythm 'n' blues rockers Baby Take It Easy and Everybody's Carried Away, and Little Walter with the instrumental harmonica blues rocker Teenage Beat. There's more rhythm 'n' blues rock with Jessie Thomas' Cool Kind Lover and Classie Ballou & his Tempo Kings' D-I-R-T-Y D-E-A-L, the early sixties are represented by 1961's Richard Berry's In A Real Big Way, and Donnie Elbert's Believe It Or Not is a nice doo-wop rocker. At Champion Jack Dupree's Deacon's Party they apparently drank altar wine because the song contains a couple of swigs of gospel, and in this musical gumbo there is even room for undiluted zydeco boogie with Clifton Chenier's for 1957 very modern sounding instrumental accordion boogie The Big Wheel. The CD balances effortlessly between creole rock 'n' roll and rocking rhythm 'n' blues.
Info: www.vintagerockinroots.com (Frantic Franky)


ROCK AND ROLL VIXENS # 6
Koko Mojo, KM-CD-121
English version: see below

Ann Cole steekt het vuur aan de lont met haar rockende originele versie van Got My Mojo Working opgenomen vóór Muddy Waters maar die mojo blijft niet de hele CD werken. Zeker, Pearl Reeves & the Conchords' You Can’t Stay Here (Step It Up And Go), Honey Brown's Ain’t No Need en Fay Simmons' Hanging Around rocken en swingen als de be(e)sten, maar er staan toch verschillende nummers tussen die wel OK maar mijns inziens iets te vrijblijvend en zeker niets bijzonders zijn, bijvoorbeeld Priscilla Bowman's Don’t Come In Here. Dan liever een brutaaltje als Rose Marie McCoy in wier ouderwetse stop/starter Dippin’ In My Business zelfs een accordeon zit! De verplichte "hits" zijn Etta James' bekende Tough Lover en The Bobbettes' jivende Mr. Lee antwoord I Shot Mr. Lee. Dorothy Berry & Jimmy Norman doen in I’m With You All The Way Brook Benton & Dinah Washington's You Got What It Takes achterna, vergelijk het maar met de echte You Got What It Takes, hier in de coverversie van Boo & his Girlfriend. Andere leuke deuntjes en duetjes zijn Roy Brown & Mamie Dell's Oh So Wonderful en Mel Walker & Ada Wilson's The Love Bug Boogie, maar Jennell Hawkins heeft als leadzangeres van backingkoortje The Lockettes slechts een bijrolletje in Richard Berry's The Mess Around. De CD biedt plaats aan traditionele blues (Annie Laurie's It’s Been A Long Time uit 1953) en boogie woogie piano swing (Lil Greenwood's Boogie All Night Long), er wordt sensueel geheupwiegd door Lynn Taylor with the Peachettes (Sweet Little Girl), Sally Stanley (I’ll Have To Let You Go) en Baby Washington (Congratulations Honey), en iets ruwer gaat het er aan toe bij Big Maybelle (That's a Pretty Good Love) en Dolores Ware (Can’t Eat Can’t Sleep). Op Annisteen Allen's strollende Let It Roll mag al een variété orgeltje meedoen, en zoals op al deze CDs staat er een handjevol early sixties zoals Dee Dee Sharp's Just To Hold My Hand uit 1963. Er staat ook één Sun opname op, Baby No No, de achterkant van Sun 184 uit 1953, de enige Sun single van Big Memphis Ma Rainey, artiestennaam van blueszangeres Lillie Mae Glover die dus niets te maken heeft met blueszangeres Ma Rainey. Het nummer is een vreemd amalgaam van electrische blues (Pat Hare op gitaar) gespeeld in een zelfs voor 1953 al ouderwetse semi-akoestische stijl. Ik ken de achtergrond van het nummer niet, maar componiste Marion Keisker was Sam Phillips' secretaresse die Elvis ontdekte! De CD covert de periode 1950-1963 maar bevat ook één hedendaagse track, de heupwiegende blues Hottest Wings In Town van Bonita & the Blues Shacks, op dit ogenblik zo ongeveer de hottest blues band in Duitsland. Deze Volume 6 is misschien niet de beste in de Vixens reeks, maar dat is uiteraard puur een kwestie van persoonlijke smaak, want voor de liefhebbers ter zake is de CD zeker interessant door de relatieve onbekendheid van het gebodene.
Info: www.koko-mojo.com (Frantic Franky)

Ann Cole sets things on fire with her rockin' original version of Got My Mojo Working recorded before Muddy Waters but that mojo doesn't last the entire CD. Pearl Reeves & the Conchords' You Can't Stay Here (Step It Up And Go), Honey Brown's Ain't No Need and Fay Simmons' Hanging Around for sure rock and swing like crazy, but there are several songs that are OK but in my opinion a bit too much middle of the road and certainly nothing special like for instance Priscilla Bowman's Don't Come In Here. I prefer a cheeky one like Rose Marie McCoy whose old-fashioned stop/starter Dippin' In My Business even features accordion! The obligatory "hits" are Etta James' well known Tough Lover and The Bobbettes' jiving Mr. Lee answer I Shot Mr. Lee. Dorothy Berry & Jimmy Norman copy Brook Benton & Dinah Washington's You Got What It Takes in I'm With You All The Way, just compare it to the real You Got What It Takes cover by Boo & his Girlfriend. Other fun duets include Roy Brown & Mamie Dell's Oh So Wonderful and Mel Walker & Ada Wilson's The Love Bug Boogie, but Jennell Hawkins only has a supporting role as leadsinger of backing vocalists The Lockettes in Richard Berry's The Mess Around. The CD contains traditional blues (Annie Laurie's It's Been A Long Time from 1953) and boogie woogie piano swing (Lil Greenwood's Boogie All Night Long), there's sensual hip swinging from Lynn Taylor with the Peachettes (Sweet Little Girl), Sally Stanley (I'll Have To Let You Go) and Baby Washington (Congratulations Honey), while Big Maybelle (That's a Pretty Good Love) and Dolores Ware (Can't Eat Can't Sleep) like things a tad rougher. Annisteen Allen's strolling Let It Roll contains a variety organ and as on all these CDs there's a handful of early sixties sides like Dee Dee Sharp's 1963 Just To Hold My Hand. There is also one Sun recording, Baby No No, the back of 1953's Sun 184, the only Sun single by Big Memphis Ma Rainey, stage name of blues singer Lillie Mae Glover who has nothing to do with blues singer Ma Rainey. The song is a strange amalgam of electric blues (Pat Hare on guitar) played in a semi-acoustic style that even in 1953 was already outdated. I don't know the background of the song but composer Marion Keisker was Sam Phillips' secretary who discovered Elvis! The CD covers the time slot 1950-1963 but there's one contemporary track on board, the hip swaying blues Hottest Wings In Town by Bonita & the Blues Shacks, just about the hottest blues band in Germany right now. IMHO this volume 6 may not be the best in the Vixens series, but that is of course purely a matter of personal taste, as for the aficionados the CD is certainly interesting due to the relative unfamiliarity of what is on offer.
Info: www.koko-mojo.com (Frantic Franky)


ROCK AND ROLL VIXENS # 7
Koko Mojo, KM-CD-122
English version: see below



Het gaat vooruit bij Koko-Mojo: Rock And Roll Vixens, de reeks gewijd aan zwarte zangeressen, zit al aan nummer 7. De CD schiet uit de startblokken met Marie Knight's geweldige uptempo stop/start jiver I Thought I Told You Not To Tell Them en er volgt nog veel meer dansbaar werk als The Teen Queens' Just Goofed, Mary Ann Fisher's Wild As You Can Be, Tiny Topsy's You Shocked Me, Vikki Nelson's aan Ruth Brown herinnerende I Was a Fool for Leaving en Etta James' That's All met trompetten. Ruth Durand's I'm Wise lijkt erg op Little Richard's Slippin' And Slidin' en dat is geen toeval want het is een cover van Eddie Bo's I'm Wise waarop Little Richard zich baseerde voor zijn klassieker. De net iets oudere rhythm 'n' blues swing waaruit die zwarte rock 'n' roll ontstond hoort u in Lil Greenwood 's Young Blood uit 1951 met trompetten. Ella Johnson's Well Do It is I Just Want To Make Love To You binnenstebuiten en ook Big Maybelle (Leave Poor Me) en Annie Laurie (Stop Don‘t Go) wringen zich in mysterieuze bochten. Miss La-Vell's Teen-Age Love is dangerous doo-wop, en omdat op elke Koko-Mojo àlle genres dienen vertegenwoordigd is Mary B's Something For You Baby meer bluesgericht. Ook erg bluesy is Tom Cat, niet door Big Maybelle zoals vermeld in de tracklisting achterop maar door Big Mama Thornton. Dat heb je met die big fat mamas! Lijkt me een antwoord op Rufus Thomas' Bear Cat, wat wel grappig is aangezien dat al een antwoord was op Thornton's originele versie van Hound Dog uit 1952. Nu ja, ík vind dat grappig. Nog een antwoord is Hey Memphis waarin Lavern Baker Elvis' Little Sister lik op stuk geeft, een bekende song maar nog lang niet zo bekend als Little Eva's The Loco-Motion dat we waarschijnlijk allemaal al hebben. Al deze muziekjes culmineerden in wat soul zou worden en voorbeelden van die vroege soul zijn Jessie Mae's Don‘t Freeze On Me, Don Gardner & Dee Dee Ford's smeekbede I Need Your Lovin' waar James Brown wel weg mee had geweten, en Bonnie „Bombshell“ Lee's in gospel ondergedompelde My Man's Coming Home. Of Martha & the Vandellas' Motown hit Heat Wave uit 1963 zal aanslaan in rock 'n' roll oren zal is nog maar de vraag, en ook Faye Adams' Step Up And Rescue Me ging in 1961 reeds die richting uit. Op de CD staat één hedendaagse song, de bluesrocker met boogie piano Momma‘s Goin‘ Dancin‘ van de populaire Duitse bluesband Bonita & the Blues Shacks uit 2019. De andere 24 tracks omvatten de periode 1951-1963, de muzikale kwaliteit van het aangebodene ligt erg hoog en Volume 7 maakt dat van die "movers and shakers" op het hoesje dan ook waar.
Info: www.koko-mojo.com (Frantic Franky)

The good folks at Koko-Mojo don't waste no time: Rock And Roll Vixens, the series dedicated to black female singers, is already at volume 7. The CD kicks off with Marie Knight's terrific uptempo stop/start jiver I Thought I Told You Not To Tell Them, followed by a lot of top tunes for the dancing crowd like The Teen Queens' Just Goofed, Mary Ann Fisher's Wild As You Can Be, Tiny Topsy's You Shocked Me, Vikki Nelson's Ruth Brown-styled I Was a Fool for Leaving and Etta James' That's All with trumpets. Ruth Durand's I'm Wise is very similar to Little Richard's Slippin' And Slidin' and that's no coincidence as it's a cover of Eddie Bo's I'm Wise which served as the blueprint for Little Richard's classic. The slightly older rhythm 'n' blues swing out of which black rock 'n' roll arose is represented by Lil Greenwood 's Young Blood from 1951 with trumpets. Ella Johnson's Well Do It is I Just Want To Make Love To You inside out and Big Maybelle (Leave Poor Me) and Annie Laurie (Stop Don't Go) also move in mysterious ways. Miss La-Vell's Teen-Age Love is dangerous doo-wop, and because every Koko-Mojo CD must include àll subgenres Mary B's Something For You Baby is more blues oriented. Also very bluesy is Tom Cat, not by Big Maybelle as stated in the track listing on the back but by Big Mama Thornton. That's what you get when messing with all those big fat mamas! Tom Cat sounds to me like an answer song to Rufus Thomas' Bear Cat, which is funny since that was already an answer song to Big Mama Thornton's original 1952 Hound Dog. Well, I think that's funny. Another answer song is Hey Memphis in which Lavern Baker salutes Elvis' Little Sister, a well known song but not as famous as Little Eva's The Loco-Motion which all of us probably already have. All of these genres culminated in what would become soul and examples of the early soul sound are Jessie Mae's Don't Freeze On Me, Don Gardner & Dee Dee Ford's plea I Need Your Lovin' that would have suited James Brown just fine, and Bonnie "Bombshell" Lee's gospel drenched My Man's Coming Home. Whether Martha & the Vandellas' 1963 Motown hit Heat Wave will please rock 'n' roll ears remains to be seen, and already in 1961 Faye Adams' Step Up And Rescue Me also stepped in that particular direction. The CD features one contemporary song, the 2019 blues rocker with boogie piano Momma's Goin' Dancin' by popular German blues band Bonita & the Blues Shacks. The other 24 tracks cover the period 1951-1963, the musical quality of what's on offer is very high, and the CD lives up to that "movers and shakers" tagline on the cover.
Info: www.koko-mojo.com (Frantic Franky)

7 juli 2021

DRUMS ARE MY BEAT/ SANDY NELSON
Jasmine, JASCD878
English version: see below



Sandy Nelson's Jasmine JASCD711 dubbel-CD Teen Beat 1959-1961 uit 2013 was opgehangen aan de hits Teen Beat en Let There Be Drums, en dan is de vraag altijd of daarmee het vet van de pan is. Nee dus, want er valt heel wat moois te (her)ontdekken op deze dubbel-CD met zijn bijna complete opnames uit 1962. Sandy Nelson, de beroemdste rock 'n' roll drummer in die zin dat hij de enige rock 'n 'roll drummer was die hits scoorde met singles die eigenlijk langgerekte drumsolo’s waren, was namelijk een bijzonder bezige bij, zoals eenieder weet die ooit heeft geprobeerd al zijn platen te kopen. Volgens mij brachten alleen The Ventures nog meer platen uit, en net als bij The Ventures zijn de meeste van die platen gevuld met covers van de rock- en pop hits van de dag. Alleen al in 1962 bracht Nelson zes LP’s uit, Drums Are My Beat, Drummin' Up A Storm, Golden Hits, Compelling Percussion, Country Style en Teen Age House Party (en daarvan verschenen er drie op één maand tijd) naast zes singles waarvan er vijf de Amerikaanse hitlijsten haalden. Dat alles samen op één dubbel-CD bleek fysiek onmogelijk, dus er ontbreken enkele LP tracks (alleen Teen Age House Party staat hier compleet op), en twee nummers van Compelling Percussion stonden sowieso al op Nelson's debuut LP Teen Beat. Méér Sandy Nelson anno 1962 ga je op een vergelijkbare oppervlakte evenwel niet bij mekaar krijgen, al zijn er in het verleden diverse pogingen ondernomen, bijvoorbeeld op de Golden Stars 3CD box Classic Album Collection (zes LP’s + bonus tracks) en op de Real Gone 4CD box Eight Classic Albums Plus Bonus Singles die de periode 1960-1962 omvat. Daarnaast verscheen reeds in de jaren '90 heel wat Sandy Nelson à rato van twee LP’s op één CD op See For Miles. Nelson kon als geen ander melodieën spelen op zijn drums en dat is de grote sterkte van deze CD, en ook het verschil met bijvoorbeeld een Buddy Rich waarvan ik wel eens een 6CD box heb beluisterd: kunst, maar helaas ook jazz en niet rockend. Toch zijn veel van Nelson's nummers hier impressionant drumwerk verpakt in leuke full band instrumentaaltjes. Hoogtepunten van Sandy Nelson op zijn best zijn Hum Drum, Drummin' Up A Storm, het majestueuze Drums Are My Beat met mysterieus oosters pianowerk en een tik tak gitaar, de tot drie minuten ingekorte single edit van het exotische The Birth Of The Beat (een opstand in de jungle op de LP Let There Be Drums uit 1961 goed voor négen minuten), de geslaagde shoarma versie van Caravan, de zware film noir stroll The City, het dreigend oosterse And Then There Were Drums in de stijl van Let There Be Drums met twangy gitaar rif, het soort gitaarrif dat in Drum Roll en Rompin' And Stompin' wordt aangevuld met blazers en een exotica fluitje en in Cozy Cole's Topsy met xylofoon. Leuke toeters staan hier uiteraard wel meer op, zoals in Hawaiian War Chant. De echte pure drum instrumentals zoals Drums For Strippers Only, Drums For Drummers Only en het zes minuten durende Day Drumming zijn dan ook in de minderheid want de meeste nummers zijn eigenlijk gewoon sax instrumentals met gitaar, piano en een extra drumbreak, bijvoorbeeld Drum Stomp dat klinkt als een sneller gespeeld Raunchy van Bill Justis of Big Al Sears' Castle Rock. Op zijn allerbest swingt dat als de beesten in bijvoorbeeld All Night Long of krijgt je zorgeloze Frolic Diner muziekjes als Sandy. De in die dagen razend populaire twist wordt daarbij verbazingwekkend weinig gebruikt: Twisted is het duidelijkste voorbeeld.
Sandy Nelson's LP’s hebben altijd veel standaard covers bevat die evenwel boven de middelmaat uit worden gehesen door dat excellente drumwerk, bijvoorbeeld zijn charleston versie van Fats Domino's I'm In Love Again of het minder bekende C-Jam Blues van Duke Ellington. Wanneer we de hier bij elkaar verzamelde LP’s apart beluisteren biedt Golden Hits exact wat de titel belooft, een collectie covers van andermans hits zoals Splish Splash, Kansas City, What'd I Say, drie keer Fats Domino met I Want To Walk You Home, Walking To New Orleans en I'm Gonna Be A Wheel Someday, Bill Doggett's Honky Tonk, Bobby Darin's ook van Buddy Holly bekende Early In The Morning, Ricky Nelson's Be Bop Baby en, minder bekend, Ray Charles' jazzy instrumental Rock House en Ernie Freeman's Live It Up als cha cha cha. Die covers klinken generisch, uitgezonderd uiteraard dat drumwerk dat echter steeds minder op de voorgrond treedt. Minder voor de hand liggend was de LP Country Style, hetzelfde coverprincipe toegepast op country hits. Wild Side Of Life, Claude King's Wolverton Mountain, Johnny Horton's Battle Of New Orleans en Honky Tonk Hardwood Floor, Hank Locklin's Geisha Girl, Stonewall Jackson's Waterloo, The Kingston Trio's Tijuana Jail en Bobby Helms' Fraulein klinken tamelijk pointless (teveel platte sax, te weinig twang), maar Chew Tobacco Rag, de indianen op het oorlogspad in Slim Whitman's North Wind en de uptempo uitvoering van Jim Reeves's Four Walls steken er met kop en schouders bovenuit. Teen Age House Party bood meer van de vooral sax instro’s, dit keer verpakt in een fake live party atmosfeertje met naast één eigen compositie, de titeltrack, toch ook weer vooral covers zoals Hearts Of Stone, Let The Four Winds Blow, Tweedlee Dee, Let The Good Times Roll, Feel So Good, Limbo Rock, de jazz/blues standaard Night Train, Doc Bagby's Dumplins en Ernie Freeman's Junior Jive. Wat een verschil met Compelling Percussion, een LP die slechts zeven tracks telde en voor één keer niet bestond uit covers maar enkel uit eigen nummers, sommige in samenwerking met surf gitarist en producer Richard Podolor alias Richie Allen, co-componist van Let There Be Drums. Civilization is bijna negen minuten exotica vermengd met surfgitaar, Drums For Drummers Only een drum instrumental van 12 minuten zonder sax of gitaar die geen seconde verveelt!
Als ik de optelsom van deze dubbel-CD maak staan hier wat mij betreft een stuk of zeventien fantastische nummers op en da's méér dan ik verwachtte. De rest van de in totaal 59 nummer beschouw ik als sympathiek doch niet-essentieel. De CD krijgt een extra vermelding van de jury voor de uitstekende geluidskwaliteit: dit klinkt alsof Sandy Nelson bij jou in de muziekkamer op de vellen zit te meppen. Nelson is nu 82 jaar. Haal 'em naar de Rhythm Riot!
Info: www.jasmine-records.co.uk (Frantic Franky)

Sandy Nelson's 2013 Jasmine JASCD711 double CD Teen Beat 1959-1961 was centered around the hits Teen Beat and Let There Be Drums, and then the question is always whether there's anything worthwile left? As it turns out there is a lot to (re)discover on this double CD with his almost complete 1962 recordings. Sandy Nelson, the most famous rock 'n' roll drummer in the sense that he was the only rock 'n' roll drummer to score hits with singles that were actually expanded drum solos, was a very busy guy, as anyone who's ever tried to buy all his records can testify. I think only The Ventures released more albums and just like The Ventures most of those albums were filled with covers of the rock and pop hits of the day. In 1962 alone Nelson released six LP’s, Drums Are My Beat, Drummin' Up A Storm, Golden Hits, Compelling Percussion, Country Style and Teen Age House Party (and three of those appeared in a single month) in addition to six singles, five of which made the US charts. Getting all of this on one double CD proved physically impossible, so some LP tracks are missing (only Teen Age House Party is complete here) and two songs from Compelling Percussion were on Nelson's debut LP Teen Beat anyway. Still, you will never get more 1962 Sandy Nelson on a comparable surface than has been done here, even though several attempts have been made in the past, for example the Golden Stars 3CD box Classic Album Collection (six LP’s + bonus tracks) and the Real Gone 4CD box Eight Classic Albums Plus Bonus Singles which covers the years 1960-1962. In addition already in the 1990s a lot of Sandy Nelson appeared at the rate of two LP’s on one CD on See For Miles. Nelson could play melodies on his drums like nobody else, which is the great strength of this CD and the difference with for example a drummer like Buddy Rich of whom I have listened to a 6CD box: it's art, but unfortunately also jazz and not rocking. Many of Nelson's songs here are impressive drumming wrapped in fun full band instrumentals. Highlights include Hum Drum, Drummin' Up A Storm, the majestic Drums Are My Beat with mysterious oriental piano and a tic tac guitar, the single edit shortened to three minutes of the exotic The Birth Of The Beat (a jungle uprising which on the 1961 LP Let There Be Drums ran for nine minutes), the excellent pita version of Caravan, the heavy film noir stroll The City, the menacingly oriental And Then There Were Drums in the style of Let There Be Drums with a twangy guitar riff, the kind of riff that in Drum Roll and Rompin' And Stompin' is complemented by horns and an exotic whistle and in Cozy Cole's Topsy with xylophone. Obviously there are a lot of jolly horns to be found here, for example in Hawaiian War Chant. The real pure drum instrumentals such as Drums For Strippers Only, Drums For Drummers Only and the six minute Day Drumming are a minority because most of the songs are basicly sax instrumentals with guitar, piano and an extra drum break, like Drum Stomp which sounds like a faster played Raunchy by Bill Justis or Big Al Sears' Castle Rock. At its best this swings like crazy in, say, All Night Long, or turns into carefree Frolic Diner tunes like Sandy. The twist, incredibly popular in those times, turns up surprisingly little: Twisted is the most obvious example.
Sandy Nelson's LP’s always contained a lot of standard covers that are however lifted above the average by his exemplary drumming, for example in his charleston version of Fats Domino's I'm In Love Again or in the lesser known C-Jam Blues by Duke Ellington. Listening to the LP’s collected here separately, Golden Hits offers exactly what the title promises, a collection of covers of other people's hits such as Splish Splash, Kansas City, What'd I Say, three times Fats Domino with I Want To Walk You Home, Walking To New Orleans and I'm Gonna Be A Wheel Someday, Bill Doggett's Honky Tonk, Bobby Darin's Early In The Morning made famous by Buddy Holly, Ricky Nelson's Be Bop Baby and the lesser known Ray Charles jazzy instrumental Rock House and Ernie Freeman's Live It Up as cha cha cha. These covers sound generic, except for the drumming of course, which however becomes less and less prominent. Less obvious was the LP Country Style, the same cover principle applied to country hits. Wild Side Of Life, Claude King's Wolverton Mountain, Johnny Horton's Battle Of New Orleans and Honky Tonk Hardwood Floor, Hank Locklin's Geisha Girl, Stonewall Jackson's Waterloo, The Kingston Trio's Tijuana Jail and Bobby Helms' Fraulein sound rather pointless (too much flat sax, not enough twang), but Chew Tobacco Rag, the indians on the warpath in Slim Whitman's North Wind and the uptempo rendition of Jim Reeves's Four Walls stand out. Teen Age House Party offered more of those mostly sax based instrumentals, this time wrapped in a fake live party atmosphere, with in addition to one original composition, the title track, only covers like Hearts Of Stone, Let The Four Winds Blow, Tweedlee Dee, Let The Good Times Roll, Feel So Good, Limbo Rock, the jazz/blues standard Night Train, Doc Bagby's Dumplins and Ernie Freeman's Junior Jive. Quite a difference with Compelling Percussion, an LP that had only seven tracks and for once consisted not of covers but only of original compositions, some in collaboration with surf guitarist and producer Richard Podolor aka Richie Allen, co-composer of Let There Be Drums. Civilization is almost nine minutes of exotica mixed with surf guitar, Drums For Drummers Only a 12 minute drum instrumental without sax or guitar that doesn't get boring for a single second!
When I do the math there's like seventeen fantastic tunes on here, which is more than I expected. The rest of the 59 tracks I consider to be sympathetic but not essential. The CD gets extra points for the execellent sound quality: this sounds as if Sandy Nelson is banging on the skins in your music room. Nelson is now 82 years old. Get him over to the Rhythm Riot!
Info: www.jasmine-records.co.uk (Frantic Franky)

SUMMER DAYS AND SUMMER NIGHTS
Bear Family, BCD17618
English version: see below

Op 21 juni begon de zomer en bij gebrek aan zomerweer kan u alvast in de stemming komen met deze zomerse compilatie met "31 summertime beach nuts", de vierde Bear Family zomer compilatie na Banana Split (BCD17513), Another Banana Split Please (BCD17601) en Good Old Summertime (BCD17528). De CD bevat 31 tracks 1952-1963 maar de focus ligt dit keer niet op rock 'n' roll maar op teen rock en crooners in een mix van bekende en onbekende artiesten met vooral onbekende songs. Crooners zijn de zorgeloos fluitende Tony Bennett's Put On A Happy Face (de tekst gaat wel degelijk over de zomer), Maxine Daniels' My Summer Heart, Dinah Washington's That Sunday (That Summer), Keely Smith's On The Sunny Side Of The Street en Eydie Gormé's Soda Pop Hop, teen rock is er met The Safaris' Summer Nights, Dave York & the Beachcombers' I Wanna Go Surfin' (hun Beach Party is leuker), The Quotations' ballade Summertime Goodbyes, Ricky Dean's duidelijk op Itsy Bitsy Teeny Weeny Yellow Polkadot Bikini gebaseerde Bikini, Ernie Maresca een beetje in Dion stemming in Down On The Beach (Maresca schreef dan ook The Wanderer en Runaround Sue), Diane Ray's Please Don't Talk To The Lifeguard, Johnny O'Neill's op Party Doll geënte Beach Doll en Carole King's Queen Of The Beach waarin het muurbloempje van vorig jaar zich ontpopt tot de koningin van het strand. Tussen die twee genres in zit pop als Googie René's Swingin' Summer Love, Kari Lynn's Summer Day en het melancholisch introspectieve The Green Leaves Of Summer van de in 1957 opgerichte folkgroep The Brothers Four die anno 2021 nog steeds bestaat met één origineel groepslid in de gelederen, en popcrooners als The Fleetwoods' dromerige tienerballade They Tell Me It's Summer waarin het alleen maar lijkt alsof het zomer is - de nachten zijn lang omdat het lief hen heeft verlaten. Dat die toch van rustige nummers bekende Fleetwoods het ook uptempo konden bewijst hun Surfer's Playmate. Rock 'n' roll is er met Sammy Salvo's geinige The Bully Of The Beach, Dickie Loader & the Blue Jeans' afgeborstelde Heatwave en Conway Twitty op zijn Carl Perkins funkiest in Beachcomber. Bucky & the Premieres' Summer School is bizarrobilly, en Blue Caps ritmegitarist Paul Peek's vokale Watermelon is een verrassend zwart klinkende stroll. Voor de country noten zorgen Don Cherry's Wild Cherry waarin een breed smilende Dean Martin verborgen zit, Hank Snow op zijn luiste donder in Lazy Bones inclusief parlando tussenstuk is meer croonerpop als country, en Bobby Williamson's Sh-Boom is een minder bekende maar toffe country swing light uitvoering van het bekende nummer, al ontgaat de link met de zomer mij. Het zal zoals altijd wel weer aan mij liggen! Op dit soort thema CD’s staan steevast enkele instrumentaaltjes en dit keer situeren die zich bruingebrand in de jazzy swing (Tito Puente's Emerald Beach) en de rhythm 'n' blues swing (TJ Fowler's Wine Cooler). George Gershwin's Summertime krijgt van The Viscounts een exotische trage blazers versie die géén wilde Rodney & the Blazers wordt en staat ook nog in een tweede versie op de CD als gitaar-/ pianojazz instrumental door Barney Kessel. Die vorige summer CD’s sloten alle drie af met een versie van de stokoude standaard (In The) Good Old Summertime, en zo ook deze met de vrolijke popversie van Lee Diamond & the Challengers uit 1962. Samen geeft dat zoals het hoort in de zomer een luchtige CD niet zozeer geschikt om een rock 'n' roll party op te vrolijken maar ideaal als achtergrondsfeertje wanneer u bij zonsondergang eindelijk op uw terras zit, als soundtrack in de auto of gewoon om de Summertime Blues (die hier niét op staat) te verjagen! Gezeten op een goede wei kan u ondertussen op uw gemak het CD booklet van samensteller Marc Mittelacher nalezen, goed voor 20 pagina’s kleurenillustraties en korte notities over elke artiest. Info: www.bear-family.com (Frantic Franky)

Summer began on June 21 and in the absence of good weather you can get in the mood with this sunny collection of "31 summertime beach nuts", the fourth Bear Family summer compilation after Banana Split (BCD17513), Another Banana Split Please (BCD17601) and Good Old Summertime (BCD17528). The CD contains 31 tracks 1952-1963 but this time the focus is not on rock 'n' roll but on teen rock and crooners in a mix of well known and unknown artists with mostly lesser known songs. Crooners include the happily whistling Tony Bennett's Put On A Happy Face (the lyrics are indeed about summer), Maxine Daniels' My Summer Heart, Dinah Washington's That Sunday (That Summer), Keely Smith's On The Sunny Side Of The Street and Eydie Gormé's Soda Pop Hop, teen rock is The Safaris' Summer Nights, Dave York & the Beachcombers' I Wanna Go Surfin' (not nearly as funny as their Beach Party), The Quotations' ballad Summertime Goodbyes, Ricky Dean's Itsy Bitsy Teeny Weeny Yellow Polkadot Bikini-inspired Bikini, Ernie Maresca in a bit of a Dion mood in Down On The Beach (Maresca wrote The Wanderer and Runaround Sue), Diane Ray's Please Don't Talk To The Lifeguard, Johnny O'Neill's Party Doll-inspired Beach Doll and Carole King's Queen Of The Beach in which last year's wallflower metamorphoses into the queen of the beach. In between those two genres there's pop like Googie René's Swingin' Summer Love, Kari Lynn's Summer Day and the melancholy introspective The Green Leaves Of Summer by folk group The Brothers Four who were founded in 1957 and still exist in 2021 with one original member in the ranks, and pop crooners like The Fleetwoods' dreamy teen ballad They Tell Me It's Summer in which it only seems like summer - the nights are long because their sweetheart has left them. Though known for their slow songs The Fleetwoods could also hold their own uptempo as proven by their Surfer's Playmate. There's rock 'n' roll with Sammy Salvo's funny The Bully Of The Beach, Dickie Loader & the Blue Jeans' clean cut Heatwave and Conway Twitty at his Carl Perkins funkiest in Beachcomber. Bucky & the Premieres' Summer School is bizarrobilly, and Blue Caps rhythm guitarist Paul Peek's vocal Watermelon is a surprisingly black sounding stroll. Country notes are provided by Don Cherry's Wild Cherry which hides a broadly smiling Dean Martin, Hank Snow at his laziest in Lazy Bones including a spoken part is more crooner pop than country, and Bobby Williamson's Sh-Boom is a lesser known but cool country swing light version of the familiar song, although the link with summer escapes me. As always that's probably my fault! This type of theme CDs invariably include a couple of instrumentals and this time they are situated in jazzy swing (Tito Puente's Emerald Beach) and rhythm 'n' blues swing (TJ Fowler's Wine Cooler). George Gershwin's Summertime is given an exotic slow sax version by The Viscounts who do not get wild like Rodney & the Blazers, and there's another version on the CD played as a guitar/piano jazz instrumental by Barney Kessel. The three previous summer CDs each ended with a different version of the old standard (In The) Good Old Summertime, and so does this one with the upbeat 1962 pop version by Lee Diamond & the Challengers. Together this makes a breezy CD not really suited to liven up a rock 'n' roll party but ideal as the backdrop when you finally sit down on your terrace at sunset, as a soundtrack in the car or just to chase away the Summertime Blues (which is not on here). Sit down, relax, sip a cool one and read the CD booklet by Marc Mittelacher, 20 pages of color illustrations and short notes on each artist. Info: www.bear-family.com (Frantic Franky)

BE FAITHFUL: THE TEN COMMANDMENTS OF ROCK 'N' ROLL COMMANDMENT SIX
Atomicat, ACCD055
English version: see below

Atomicat's tien rock 'n' roll geboden (eigenlijk waren het er vijftien maar toen Moses de berg afdaalde liet hij één stenen tafel stukvallen) beginnen aan de tweede tafel en in mijn tijd (ergens in de 19de eeuw) was het zesde gebod het opwindendste: doe nooit wat onkuisheid is, hier vertaald naar het veel onschuldiger onderwerp de liefde zoals bezongen in honderdduizenden songs en bij uitbreiding ook ten overvloede in de rock 'n' roll. The Ten Commandments Of Rock 'n' Roll is de ideale reeks voor iedereen die vindt dat er op de Atomicat en Koko-Mojo CD’s te veel hillbilly of zwarte muziek of wat dan ook staat, want The Ten Commandments Of Rock 'n' Roll focussen op... tromgeroffel... rock 'n' roll, zowel blanke als zwarte rock 'n' roll op deze CD met 30 tracks uit het tijdsgewricht 1956-1963. Blanke of op zijn minst blank klinkende rock 'n' roll op volume 6 is Johnny O' Keefe's You Excite Me, Sweetie Jones' Baby Please Don't Leave, Robert Gill & The Dreamers' Baby That's Alright, Chuck Atha's Just Me And My Baby, The Domineers' Nothing Can Go Wrong, Gene Ross' swingende The Only One, Barbara Pittman's Sun rocker I Need A Man, Mel Albert's door een dameskoortje en een orgeltje verfraaide uptempo teen rocker Never Let Me Go, en Dickey Lee's debuutsingle Stay True Baby in wat klinkt als een veredelde Sun hiccup sound, misschien wel omdat het ook in Memphis werd opgenomen en dat dus nooit ver van Sun kan zijn geweest. Voorbeelden van el primitivo rock 'n' roll zijn de opwindende scratchende gitaarinstro Heartbeat van The Daywins en The Monorays' It's Love Baby, een teen stroll gekoppeld aan een rauwe scheurende white rock sax. Ik ga het niet afpunten maar de verhouding blank versus zwart zal ongeveer fifty-fifty zijn op deze CD. Een nummer als Jesse Allen's stop-start rocker Love My Baby is puur zwart, net als uiteraard artiesten als Bobby Charles (Don't You Know I Love You), Earl Gaines (Love You So) en LaVern Baker met het Jim Dandy vervolg Jim Dandy Got Married. Er is popcorn noir met Little Joe Hinton's Let's Start A Romance en vooral met Johnny Love's onweerstaanbare Chills And Fever, en de doo-woppers worden op hun wenken bediend met rockers als The Minorbops' Want You For My Own, The Cupids' Little Girl of Mine, The Shells' Pretty Little Girl en The Butanes' Don't Forget I Love You. Elke Ten Commandments CD bevat wel een paar klassiekers en dit keer zijn dat Let's Jump The Broomstick van Brenda Lee en de opgewekte jiver This Little Girl Of Mine van The Everly Brothers, blijkbaar een grote inspiratiebron voor The Paris Brothers wier This Is It meer dan één gelijkenis vertoont met Everly nummers als This Little Girl Of Mine, Hey Doll Baby en Should We Tell Him. Bekende namen met minder bekende songs zijn Little Richard met True Fine Mama, toch - ten onrechte - een tikkeltje minder populair dan zijn grote hits, Terry Noland 's Come Marry Me en Thurston Harris' vrolijke My Love Will Last. Delbert Barker's afsluiter Our Honeymoon is in tegenstelling tot de rest van de CD dan weer country boogie, maar het meest curieuze nummer is de Franse vertaling van Chantilly Lace van The Big Bopper getiteld Ma P'tit' Chérie, variété door de Spaans-Franse operettezanger Luis Mariano. Een erg gevarieerde CD dus, maar wel een erg goeie CD. Hou je reeks compleet, dan heb je straks 300 goeie nummers. Info: www.atomi-c.at (Frantic Franky)

Atomicat's ten rock 'n' roll commandments (actally there were fiftien commandments but Moses dropped the third stone tablet when he came down from Mountain Sinai) arrive at the second tablet and in my time (somewhere in the 19th century) the sixth commandment was the most exciting one: thou shalt not commit adultery, translated here into the much more innocent subject matter of love, as sung about in hundreds of thousands of songs and by extension also in abundance in rock 'n' roll. The Ten Commandments Of Rock 'n' Roll is the ideal series for anyone feeling there is too much hillbilly or black music or whatever on the Atomicat and Koko-Mojo CDs, because The Ten Commandments Of Rock 'n' Roll focus on.... drum roll... rock 'n' roll, both white and black rock 'n' roll on this CD with 30 tracks from the 1956-1963 time frame. White or at least white sounding rock 'n' roll tunes on volume 6 are Johnny O' Keefe's You Excite Me, Sweetie Jones' Baby Please Don't Leave, Robert Gill & The Dreamers' Baby That's Alright, Chuck Atha's Just Me And My Baby, The Domineers' Nothing Can Go Wrong, Gene Ross' swinging The Only One, Barbara Pittman's Sun rocker I Need A Man, Mel Albert's uptempo teen rocker Never Let Me Go embellished by a female chorus and an organ, and Dickey Lee's debut 45 Stay True Baby in what sounds like a kind of hiccupping Sun sound, perhaps because it was also recorded in Memphis and therefor could never have been far away from Sun. Examples of el primitivo rock 'n' roll include The Daywins' thrilling scratchy guitar instro Heartbeat and The Monorays' It's Love Baby, a teen stroll with a raw ripping white rock sax. I'm not going to count 'em but the ratio of white to black will be about fifty-fifty on this CD I guess. A song like Jesse Allen's stop-start rocker Love My Baby is 100 % black, as are of course artists like Bobby Charles (Don't You Know I Love You), Earl Gaines (Love You So) and LaVern Baker with the Jim Dandy sequel Jim Dandy Got Married. There's popcorn noir with Little Joe Hinton's Let's Start A Romance and especially with Johnny Love's irresistible Chills And Fever, and doo-woppers can get their cool cat kicks with rockers like The Minorbops' Want You For My Own, The Cupids' Little Girl of Mine, The Shells' Pretty Little Girl and The Butanes' Don't Forget I Love You. Every Ten Commandments CD contains a few classics and this time they are Brenda Lee's Let's Jump The Broomstick and the upbeat jiver This Little Girl Of Mine by The Everly Brothers, apparently a big inspiration for The Paris Brothers whose This Is It bears more than one resemblance to Everly songs like This Little Girl Of Mine, Hey Doll Baby and Should We Tell Him. Familiar names with unfamiliar songs include Little Richard with True Fine Mama, unjustly a tad less popular than his big hits, Terry Noland 's Come Marry Me and Thurston Harris' upbeat My Love Will Last. Delbert Barker's closes the CD in a completely contrasting style with the country boogie Our Honeymoon, and the most unlikely song is the French translation of The Big Bopper's Chantilly Lace titled Ma P'tit' Chérie turned into a old fashioned pop song by Spanish-French operetta singer Luis Mariano. This CD is very varied, but very good. Keep your series complete and in the end you will have 300 great songs. Info: www.atomi-c.at (Frantic Franky)

ROCKIN' WITH THE KRAUTS VOL. 2
Bear Family, BCD17642
English version: see below

Tweede en laatste CD door Bear Family omschreven als "real rock 'n' roll made in Germany, Duitse rock 'n' roll in zijn puurste vorm inbegrepen twist rockers, madison rockers, jivers, beat rockers en instrumentals, op dit tweede deel met meer honkende saxofoons en minder Hofner twang". Daarmee past ie in uw CD kast perfect naast de Bear Family CD Oh Yes Das Ist Musik - Jive In Germany (BCD16303) uit 2009, want tussen de 32 tracks 1956-1967 staat heel wat swingende, soms zelfs jazzy jive als (het fake live?) Whole Lotta Shakin' Goin' On van de Zweed Little Gerhard, Maureen René's Rock Baby Rock, Lutz Dietmar's Rock-A-Beatin' Boogie met Max Greger op sax, Paul Würges' uitstekende Black Boy Jacky, Marika Rökk's Eine Party Bei Mir en Wolfgang Sauer's For You My Love trager dan Paul Gayten's ritmische origineel, naast als pré-rock 'n' roll klinkende boogie zoals Caldonia en Big Fat Mama, twee live tracks van de op 2 juli 2021 op 90-jarige leeftijd overleden geïmporteerde Amerikaanse GI Bill Ramsey, opgenomen "met ritmische begeleiding van Eric Krans' Dixieland Pipers" in het Kurhaus in Scheveningen! Pure rock 'n' roll in de zin van door de goegemeente verketterde jungle muziek is in deze dan ook een rekbaar begrip want naast een paar echte rockers als Ted Herold's Crazy Boy en de erg goeie Duitstalige Sugaree cover van Jörg Maria Berg bewandelen veel nummers het slappe koord tussen poprock en variété - anders kan ik de Duitse Hound Dog (Ralf Bendix' Heute Geh' Ich Nicht Nach Hause), Rex Gildo's Duitse Devil In Disguise (Liebe Kälter Als Eis), de Duitse Is You Is Or Is You Ain't My Baby (Frank Olsen's Bist Du Noch Mein Baby), de Duitse Hey Little Girl (Ted Herold), Billy Sanders' Du Hast Soviel Sex-Appeal, Harry Glück's vertaling van Cliff Richard's Got A Funny Feeling (So Ein Komisches Gefühl), John Dattelbaum's Duitse Runaway (Mädchenschrek), Oliver Twist & the Happytwistler's Steiler Zahn, Bob Gerry's Hallo My Baby, Emanuel & Leon Ardy's Hit-Cockers' strollende Kissin' King en Little Gerhard's Versprich Mir Nichts dat een ballade gebaseerd op Paul Anka's You Are My Destiny afwisselt met uptempo rock 'n' roll niet omschrijven. Op zich is daar natuurlijk niks mis mee, zolang je maar weet wat je in huis haalt, en wat je ook in huis haalt is twist met een orgeltje (The Gisha Brothers' Sie Ist Das Schönste Girl) en beatrock (The Cry'n Strings met de Jesse Hill Ooh Poo Pa Doo cover Bu Bu Bi Du, Ted Hiller's Duitstalige Memphis Tennessee, Mama Betty's Band's Duitse beatversie van Love Potion No. 9 getiteld Die Liebesmedizin, The Rattles' geniale Chuck Berry cover Betty Jean) die eindigt de pure sixties van The Pralins' Jumpin' Run. De CD bevat 22 Duitstalige nummers, acht Engelstalige nummers en twee instrumentals, en er staan twee Nederlandse acts op. Indo-rockers The Javalins van wie in 1994 een complete CD verscheen op Bear Family zijn vertegenwoordigd met Mr. Tschang Aus Chinatown, een Duitse vertaling van Ling Ting Tong van The Five Keys waarin ze het over nasi goreng hebben en die trager is dan de Engelstalige Ling Ting Tong die ze opnamen. Veel minder bekend bij ons maar in de eerste helft van de jaren '60 populair in Duitsland was Jack Finey die in 1960 zelfs in een Duitse film zat, Meine Nichte Tut Das Nicht, en uit die komedie stamt zijn Schade Um Die Rosen, wat mij betreft pure variété die niets met rock 'n' roll vandoen heeft. Bear Family had hier even goed voor zijn bijna parodiërende hoempapa vertaling Die Geschichte Von Stagger Lee of zijn Louis Prima Closer To The Bone cover Sie Hieß Betty Bones kunnen opteren. Ook Billy Mo's Fräulein Gerda is trouwens op het randje van variété. Wij merkten één foutje: de instrumental van Werner Müller (die kennis maakte met swingmuziek als Amerikaans krijgsgevangene!) is niet Woo Hoo van The Rock-A-Teens maar volgens ons zijn Guitar Boogie Shuffle. 't is een merkwaardig geheel, maar één ding is zeker: deze collectie niet-alledaagse tracks heeft de gemiddelde verzamelaar niet in huis. Daarvoor moet je al heel wat Duitse CD’s gekocht hebben, wat kan omdat de meeste artiesten hier full CD’s uit hebben op Bear Family. Achtung: het CD booklet van 34 pagina’s is in de taal van Goethe. Let's Rökk!
Info: www.bear-family.com (Frantic Franky)

Second CD in the two part mini series described by Bear Family as "real rock 'n' roll made in Germany, German rock 'n' roll in its purest form including twist rockers, madison rockers, jivers, beat rockers and instrumentals, on this second volume with more honking saxophones and less Hofner twang". It fits perfectly next to the 2009 Bear Family CD Oh Yes Das Ist Musik - Jive In Germany BCD16303 as among the 32 tracks 1956-1967 we hear a lot of swinging, sometimes even jazzy jive like (the fake live? ) Whole Lotta Shakin' Goin' On by Little Gerhard from Sweden, Maureen René's Rock Baby Rock, Lutz Dietmar's Rock-A-Beatin' Boogie with Max Greger on sax, Paul Würges' excellent Black Boy Jacky, Marika Rökk's Eine Party Bei Mir and Wolfgang Sauer's For You My Love performed slower than Paul Gayten's rhythmic original, plus pré-rock 'n' roll sounding boogie like Caldonia and Big Fat Mama, two tracks by imported American GI Bill Ramsey who passed away at the age of 90 on July 2, 2021, recorded "with rhythmic accompaniment by Eric Krans' Dixieland Pipers" live on stage in Holland. Pure rock 'n' roll in the sense of jungle music condemned by the general public is therefor in this case a rather loose description because besides a couple of real rippin' rockers like Ted Herold's Crazy Boy and the excellent German language Sugaree cover by Jörg Maria Berg many songs walk the thin line between pop rock and variety - that's the only way I can describe the German language Hound Dog (Ralf Bendix' Heute Geh' Ich Nicht Nach Hause), Rex Gildo's German language Devil In Disguise (Liebe Kälter Als Eis), the German language Is You Or Is You Ain't My Baby (Frank Olsen's Bist Du Noch Mein Baby), the German language Hey Little Girl (Ted Herold), Billy Sanders' Du Hast Soviel Sex-Appeal, Harry Glück's translation of Cliff Richard's Got A Funny Feeling (So Ein Komisches Gefühl), John Dattelbaum's German language Runaway (Mädchenschrek), Oliver Twist & the Happytwistler's Steiler Zahn, Bob Gerry's Hello My Baby, Emanuel & Leon Ardy's Hit-Cockers' strolling Kissin' King, and Little Gerhard's Versprich Mir Nichts which alternates a ballad based on Paul Anka's You Are My Destiny with uptempo rock 'n' roll. Jack Finey's Schade Um Die Rosen is as far as I'm concerned pure variety which has nothing to do with rock 'n' roll, and Billy Mo's Fräulein Gerda is also on the edge. Nothing wrong with that in itself of course as long as you know what you're buying, and what you're also buying is twist with an organ (The Gisha Brothers' Sie Ist Das Schönste Girl) and beatrock (The Cry'n Strings with the Jesse Hill Ooh Poo Pa Doo cover Bu Bu Bi Du, Ted Hiller's German language Memphis Tennessee, Mama Betty's Band's German language beat version of Love Potion No. 9 titled Die Liebesmedizin, The Rattles' stroke of genius in the form of their Chuck Berry cover Betty Jean) which ends with the pure sixties sounds of The Pralins' Jumpin' Run. The CD contains 22 German language songs, eight English language songs and two instrumentals. We noticed one mistake: the instrumental track by Werner Müller (who was introduced to swing music when he was an American POW!) is not The Rock-A-Teens' Woo Hoo but - we think - his Guitar Boogie Shuffle. This CD is a strange lot but one thing is for sure: it's a collection of unusual tracks that the average collector doesn't have, unless you already bought a lot of German CDs, which is possible because most of the artists here have full CDs out on Bear Family. Achtung: the 34 page CD booklet is in Goethe's language. Let's Rökk!
Info: www.bear-family.com (Frantic Franky)




Lees hier de oudere recensies

Terug naar de voorpagina