(reclame)


Je recente release (muziek, boek of wat dan ook) gerecenseerd op onze website? Stuur deze dan naar de hoofdredactie!
Your recent release (music, book or whatever) reviewed on our website? Send it to our editor-in-chief!

 

20 oktober 2021

LP Recensie

WE SURE MISS YOU/ GENE VINCENT
Bear Family, BAF 14019
English version: see below

Op 12 oktober was het exact 50 jaar geleden dat Gene Vincent na een leven boordevol rock 'n' roll uitspattingen op amper 36-jarige leeftijd overleed aan een maagbloeding. Een halve eeuw, inderdaad, maar Vincent wordt nog steeds door helder volksstammen vereerd als een van de goden op de rock 'n' roll Olympus. Bear Family maakte in het verleden Vincent's back catalogus op bijzonder respectueuze en zeer fraaie wijze ten gelde met onder meer de 8 CD koffer The Road Is Rocky 1956-1971, het 6 CD boxje The Outtakes, specifieke Rocks en Ballads CDs, en drie gekleurde 10 inch vinyls. Deze nieuwe 10 inch is op gewoon zwart vinyl maar krijgt de Bear Family luxe uitvoering met als goodies een CD met de 12 tracks van de vinyl + niet minder dan 21 bonustracks, een booklet van 12 pagina’s op formaat 21 x 21 centimeter dat vooral interessant is voor de foto’s want de tekst, een korte biografie van Vincent, biedt niets nieuws en zegt totaal niets over de herkomst van de bonustracks, en een zwart-witte portretfoto formaat 15 x 21 centimeter oftewel DIN A5 voor de slimmeriken onder u. Hoogtepunt van de 10 inch is uiteraard de Blue Caps sound anno 1956, een haast buitenaards geluid met een in het luchtledige klinkende echo, de als een krolse kat klinkende gitaren van Cliff Gallup en zijn opvolger Johnny Meeks, en drums die knallen als een geweer: Be-Bop-A-Lula, de mokerslag Who Slapped John, Pretty Pretty Baby, Bluejean Bop, B-I-Bickey-Bi Bo Bo Go, Crazy Legs en Teenage Partner, de eerste versie uit 1956, niet de meer Latino getinte heropname uit 1958, aangevuld met minder harde maar daarom niet minder rockende nummers met veel backing vocals zoals de ode aan de leeghoofdige schoonheid Flea Brain, Rollin' Danny en Dance To The Bop, afgerond met de ballade I Sure Miss You want Gene Vincent kon slows zingen als de besten. Beter dan de besten. Al die nummers tonen één voor één aan wat een fantastische rock 'n' roll interpretant Gene Vincent was: hij zingt die teksten niet zo maar, hij spéélt er mee.
Ze staan alle twaalf dus ook op de bijhorende CD, aangevuld met nog meer fraais als de celebratie van fifties materialisme Pink Thunderbird, Bop Street, Cat Man en You Better Believe, opnieuw iets softere nummers als Gonna Back Up Baby, Race With The Devil, Lotta Lovin' en You Told A Fib, en nog meer wonderschone ballades als Important Words, Wedding Bells (Are Breaking Up That Old Gang Of Mine) en You'll Never Walk Alone. Vincent kon ook spelen met die genres, luister bijvoorbeeld naar zijn uitvoering van Blues Stay Away From Me. Samen vormt dit een schitterende selectie Gene Vincent grand cru 1956-1957 als u het ons vraagt, maar dat alles hebt u als Gene Vincent fan en als rock 'n' roll fan tout court natuurlijk al in het lang en het breed. De kers op deze verjaardagstaart zijn dan ook de échte bonustracks, zoals de 12 seconden durende door de Cat Man himself ingesproken "this is Gene Vincent and you're listening to..." radio station identification en drie live opnames: Be-Bop-A-Lula (gillende fans galore) en verrassend genoeg Hound Dog in Blue Caps stijl van een Alan Freed show uit 1957, en een Town Hall Party TV opname uit 1958 waarin Gene Vincent Jerry Butler's gevoelige ballade For Your Precious Love covert, en die laatste twee nummers heeft hij nooit opgenomen in de studio. Zes nummers hebben zijdelings met de Black Leather Rebel te maken via zijn muzikale cohorten, en dat zijn de meesterlijke sax stroll Midnight Cryin' Time van Scotty McKay (als Max K. Lipscomb co-auteur van Yes I Love You Baby en kortstondig Blue Cap die ritmegitaar speelde op Baby Blue, I Got A Baby en Yes I Love You Baby), en solo nummers van diverse Blue Caps als clapper boy Paul Peek's zware, bijzonder zwart én chaotisch klinkende piano-gitaar-sax rocker The Rock-A-Round, clapper boy Tommy Facenda's brave teen rocker Little Baby, drummer Dickie Harrell (de enige artiest hier die nog leeft?) die in de sax/orgel instrumental Goon Bat een poging doet mee te profiteren van de slipstream van Sandy Nelson, en Johnny Meeks op gitaar in de Coasters-achtige zwarte rocker Don't Wake Up The Kids van The Four Dots. Ook interessant: een voorbeeld van wat gitarist Cliff Gallup deed vóór Gene Vincent, namelijk de rock 'n' roll boogie spelen op traditionele countrybilly in Hot Time In Nashville van The Phelps Brothers. Gelimiteerde uitgave van 1500 stuks.
Info: www.bear-family.com (Frantic Franky)

On October 12 it was exactly 50 years ago that Gene Vincent died from a ruptured stomach ulcer at the mere age of 36 after a life filled with rock 'n' roll excesses. Half a century already, but Vincent is still revered by entire tribes as one of the gods on the rock 'n' roll Olympus. Bear Family monetized Vincent's back catalog in a respectful and qualitative way with the LP sized 8 CD box set The Road Is Rocky 1956-1971, the small 6 CD box The Outtakes, specific Rocks and Ballads CDs, and three colored 10 inch vinyls. This new 10 inch is on regular black vinyl but gets the Bear Family deluxe treatment with extra goodies: a CD with the 12 vinyl tracks + no less than 21 bonus tracks, a 12 page booklet size 21 x 21 centimeters that is mainly interesting for the pictures because the text, a short biography of Vincent, offers no new insights and says nothing about the origin of the bonus tracks, and a black and white portrait photo size 15 x 21 centimeters or DIN A5 for those among you who went to university. Highlight of the 10 inch is of course the almost otherworldly Blue Caps 1956 sound with an echo that seems to have been recorded in a vacuum, the guitars of Cliff Gallup and his successor Johnny Meeks sounding like cats in heat, and drums that bang like a mortar gun: Be-Bop-A-Lula, the hammer drilling Who Slapped John, Pretty Pretty Baby, Bluejean Bop, B-I-Bickey-Bi Bo Bo Go, Crazy Legs and the 1956 version of Teenage Partner, not the more Latin -tinged 1958 re-recording, supplemented with less hard-hitting but no less rockin' songs with lots of backing vocals like the ode to empty-headed beauty Flea Brain, Rollin' Danny and Dance To The Bop, rounded out with the ballad I Sure Miss You because Gene Vincent could sing slows like the best of them. Better than the best. All those songs show one by one what a fantastic rock 'n' roll interpreter Gene Vincent was: he doesn't just sing the lyrics, he plays with them. All twelve are also on the accompanying CD, augmented with more fantastic songs like the celebration of fifties materialism Pink Thunderbird, Bop Street, Cat Man and You Better Believe, again slightly softer songs like Gonna Back Up Baby, Race With The Devil, Lotta Lovin' and You Told A Fib, and more wonderful ballads like Important Words, Wedding Bells (Are Breaking Up That Old Gang Of Mine) and You'll Never Walk Alone. Vincent could also play with those genres, listen for example to his rendition of Blues Stay Away From Me. Together this forms a brilliant selection of Gene Vincent grand cru 1956-1957 if you ask us, but as true Gene Vincent fan and as rock 'n' roll fan in general you're likely to already have all of this. The icing on the birthday cake are therefor the real bonus tracks like the 12 second "this is Gene Vincent and you're listening to..." radio station identification spoken by the Cat Man himself and three live recordings: Be-Bop-A-Lula (screaming fans galore) and surprisingly Hound Dog done Blue Caps style from a 1957 Alan Freed show, and a 1958 Town Hall Party TV recording in which Gene Vincent covers Jerry Butler's sensitive ballad For Your Precious Love. Note that The Black Leather Rebel never recorded those last two songs in a studio setting.
Six tracks are linked to Vincent through his musical cohorts, and those are Scotty McKay's masterful sax stroll Midnight Cryin' Time (Scotty McKay was co-composer of Yes I Love You Baby under his real name Max K. Lipscomb and was briefly a Blue Cap playing rhythm guitar on Baby Blue, I Got A Baby and Yes I Love You Baby), and solo numbers by various Blue Caps like clapper boy Paul Peek's heavy, particularly black and chaotic sounding piano-guitar-sax rocker The Rock-A-Round, clapper boy Tommy Facenda's civilized teen rocker Little Baby, drummer Dickie Harrell (the only artist here still alive? ) trying to benefit from Sandy Nelson's slipstream with the sax/organ instrumental Goon Bat, and Johnny Meeks playing guitar on The Four Dots' Coasters-like black rocker Don't Wake Up The Kids. Also of interest is an example of what guitarist Cliff Gallup did before Gene Vincent, playing the rock 'n' roll boogie to traditional countrybilly in The Phelps Brothers' Hot Time In Nashville. Limited edition of 1500 copies.
Info: www.bear-family.com (Frantic Franky)

CD Recensies

BLOW YOUR BRAINS OUT/ WYNONIE HARRIS
Jasmine, JASMCD3156
English version: see below

De titel van Tony Collins' biografie van blues shouter Wynonie Harris uit 1994 luidt Rock Mr. Blues, de nagel op de kop betreffende Wynonie Harris. De man die als bijnaam "Mr. Blues" had was immers een voorloper van de rock 'n' roll wiens carrière ondanks 16 Top 10 R 'n' B hits tussen 1945 en 1952 die hier alle 16 op staan ironisch genoeg in het slop raakte door de opkomst van die rock 'n' roll. Toch zal Wynonie Harris eeuwig verbonden blijven met met name Elvis via zijn versie van Good Rockin' Tonight uit 1948, al is dat niet de originele versie want die was van Roy Brown een half jaar eerder. De versies van Roy Brown en Wynonie Harris zijn vergelijkbaar en als je die van Wynonie Harris hoort is het met die handclaps en die opvallende scheurende trompet boogie woogie en geen rockabilly zoals bij Elvis. Zo heeft Harris er nog een aantal in zijn petto, maar we beginnen bij het begin met zijn opnamedebuut in 1944 als zanger bij het orkest van Lucky Millinder, Who Threw The Whiskey In The Well dat na een plechtige intro overgaat in pré-war swing, een soort zwarte versie van Glenn Miller zou je overgesimplifiëerd kunnen zeggen, met blazers, piano, tromgeroffel, veel handjeklap en een gesproken sermoen, de start van 28 mono tracks gezellig boogie-ënde pré-rock 'n' roll, met dien verstande dat ze af en toe heel jazzy gaan (de piano in Playful Baby, de blazers in Blow Your Brains Out en I Feel That Old Age Coming On). Verrassend genoeg waait er ook vaak een New Orleans wind doorheen zoals in dat I Feel That Old Age Coming On. Harris liet geen kans onbenut om zijn troefkaarten uit te spelen, want naast het Good Rockin' Tonight vervolg Bad News Baby (There'll Be No Rockin' Tonight) staat op Blow Your Brains Out zelfs een mambo versie van Good Rockin' Tonight op getiteld Good Mambo Tonight, en zelfs All She Wants To Do Is Rock werd nog eens opgenomen als All She Wants To Do Is Mambo. Maar hij heeft er nog veel meer als Good Rockin' Tonight want ook zijn dubbelzinnige Lollipop Mama rockt, of zoals die andere reeds vermelde songtitel luidt: All She Wants To Do Is Rock. Double entendre's waren blijkbaar een van Harris' fortes: ook I Like My Baby's Pudding en Keep On Churnin' (Till The Butter Comes) zijn voor meer dan één interpretatie vatbaar. Good Morning Judge, Lovin' Machine en Bloodshot Eyes zijn erg bekend, Wynonie's Blues begeleid door het orkest van Illinois Jacquet heeft wat weg van Flip Flop And Fly, de vocale harmonieën van Grandma Plays The Numbers zijn een voorafspiegeling van de doo-wop, en I Want My Fanny Brown is een vervolg op Roy Brown's Miss Fanny Brown. Een aantal songs kennen we van andere artiesten: Drinkin' Wine Spo-Dee-O-Dee natuurlijk, Oh Babe dat eerst werd gedaan door Louis Prima met wie Wynonie Harris vergelijkbaar is, en het ook al dubbelzinnige Wasn't That Good dat werd gecoverd door The Stray Cats, Dana Gillespie en onze eigen Gigantjes. Night Train is een van de verschillende vocale versies van Jimmy Forrest's sax instrumental. Alle 28 chronologisch geordende tracks hebben dat vooroorlogse geluidspatina, ook al dateert dit allemaal uit de periode 1944 tot 1955 en evolueert de muziek van goedgemutste tweede wereldoorlog swing tot big band swing (Adam Come And Get Your Rib) en jumpin' jive (Down Boy Down). Van die "dancefloor favourites" op het hoesje is in elk geval geen woord gelogen, want volgens mij kan DJ At's Crazy Record Hop ze alle 28 spelen. Verplichte kost voor fans van Roy Brown, Louis Jordan en Cab Calloway! Wynonie Harris overleed grotendeels vergeten in 1969 op 52-jarige leeftijd aan slokdarmkanker.
Info: www.jasmine-records.co.uk (Frantic Franky)

Tony Collins' 1994 biography of blues shouter Wynonie Harris is titled Rock Mr. Blues, a good way to describe the man whose nickname was "Mr. Blues". Wynonie Harris was a precursor to rock 'n' roll whose career, despite 16 Top 10 R 'n' B hits between 1945 and 1952, all of which are on this CD, ironically went down the drain with the rise of that very same rock 'n' roll. Harris will forever be linked to Elvis though through his 1948 version of Good Rockin' Tonight, although his is not the original version, recorded six months earlier by Roy Brown. Roy Brown and Wynonie Harris' versions are similar and when you hear Wynonie Harris the handclaps and the distinctive rip roaring trumpet indicate this is boogie woogie and not rockabilly like Elvis. Harris has several more songs like it up his sleeve, but we'll start at the beginning with Who Threw The Whiskey In The Well, his 1944 recording debut as the singer with Lucky Millinder's orchestra, which after a solemn intro turns into pré-war swing which oversimplifying could be described as a sort of black version of Glenn Miller with horns, piano, drum rolls, lotsa handclaps and a spoken sermon, the start of 28 mono tracks of cozy boogie-ing pré-rock 'n' roll, except for the fact that they occasionally foray into jazzy territory (the piano in Playful Baby, the horns in Blow Your Brains Out and I Feel That Old Age Coming On). Surprisingly, a New Orleans wind often blows through the tunes, for example in that I Feel That Old Age Coming On. Harris didn't miss any opportunity to play his trump cards, as in addition to the Good Rockin' Tonight sequel Bad News Baby (There'll Be No Rockin' Tonight), Blow Your Brains Out also features a mambo version of Good Rockin' Tonight entitled Good Mambo Tonight, and even All She Wants To Do Is Rock was re-recorded as All She Wants To Do Is Mambo. And there's many more Good Rockin' Tonight's here, as his ambiguous Lollipop Mama rocks as well, or as the already mentioned song title indicates: All She Wants To Do Is Rock. Double entendres were apparently one of Harris' fortes: also I Like My Baby's Pudding and Keep On Churnin' (Till The Butter Comes) are open to more than one interpretation. Good Morning Judge, Lovin' Machine and Bloodshot Eyes are familiar, Wynonie's Blues accompanied by Illinois Jacquet's orchestra is a bit like Flip Flop And Fly, the vocal harmonies of Grandma Plays The Numbers predate doo-wop, and I Want My Fanny Brown is a follow up to Roy Brown's Miss Fanny Brown. A number of songs we know from other artists: Drinkin' Wine Spo-Dee-O-Dee of course, while Oh Babe was first done by Louis Prima, an artist in several ways comparable with Wynonie Harris. The again ambiguous Wasn't That Good was covered by The Stray Cats and Dana Gillespie, and Night Train is one of several vocal versions of Jimmy Forrest's sax instrumental. All 28 chronological tracks have that pré-war sound patina, even though they cover the time frame 1944-1955, the music evolving from good natured World War II swing to big band swing (Adam Come And Get Your Rib) and jumpin' jive (Down Boy Down). The "dancefloor favorites" tagline on the cover says it all: this is mandatory listening for fans of Roy Brown, Louis Jordan and Cab Calloway! Wynonie Harris died almost completely forgotten in 1969 at the age of 52 from esophageal cancer. Info: www.jasmine-records.co.uk (Frantic Franky)


SEE THE BIG MAN CRY/ ED BRUCE
Bear Family, BCD17616
English version: see below

The Sun Years, Plus wordt in het geval van Ed Bruce de 30 track CD The Complete Sun And Wand Recordings, Plus, zijn complete opnames tot 1965, niet slecht voor een artiest die onder de naam Edwin Bruce in totaal slechts twee singles uitbracht op Sun Records. Het prijsbeest is uiteraard Sun 276, het verschroeiende Rock Boppin' Baby uit 1957, met zijn afwisseling van ingehouden en rockende strofes een schoolvoorbeeld van geheimzinnige, existentiële Sunbilly noir die zelfs geen solo nodig had. Lorrie Collins van The Collins Kids heeft er trouwens een nog intensere cover van opgenomen. More Than Yesterday, de B-kant van Rock Boppin' Baby, was een country ballade, en zijn tweede Sun single koppelde in 1958 de ballade Part Of My Life met zoveel backing vocals dat het bijna doo-wop werd aan de broeierige rocker Sweet Woman, broeierig door dat oh zo herkenbare Sun geluid (Stan Kessler op Bas, Jimmy Van Eaton op drums) met die er doorheen laverende piano (Jimmy Wilson) en door Bruce's dreigende stem. Op zich is het best een mooie rock 'n' roll song, luister naar de naakte demo versie hier met alleen Ed Bruce op elektrische gitaar. Dat is één van de maar liefst tien Sun demo’s uit 1957 en vooral 1958 op deze CD die voor het eerst verschenen in 1986 op de Bear Family LP Rock Boppin' Baby BFX 15194, LP die integraal is hernomen op deze CD. De meeste daarvan zijn ballades (You Come To Me, Just Being With You), rockaballads (Alone With A Broken Heart, King Of Fools in twee versies, Bruce alleen op zijn gitaar en met een volledige band) en verhalende western ballades (Ballad Of Ringo). Vaak is het alleen Bruce en zijn gitaar, maar sommige "demo’s" klinken volledig afgewerkt met een complete band zoals de verhalende uptempo ballade Eight Wheel Driver, de uitstekende rocker Doll Baby en de Jerry Lee Lewis-achtige rocker Baby That's Good van dezelfde sessie als Sweet Woman. Die afgewerkte nummers maken duidelijk dat Ed Bruce meer had kunnen uitbrengen op Sun Records, maar de release politiek van Sam Phillips was zoals geweten ondoorzichtig, onvoorspelbaar en vooral financieel moeilijk te dragen, en achteraf hebben we natuurlijk makkelijk praten.
Bruce's eerste single ná Sun verscheen in 1960 op RCA en Flight 303 was pop in de stijl van de zogenaamde "death discs" uit die tijd (lief verongelukt met het vliegtuig) die net als de B-kant, de ballade Spun Gold, totaal niét Sun klinkt. Zijn volgende single, (And Then) He Gave Her To Me, in 1962 verschenen op TransSonic Records, was opnieuw een pop ballade in een beetje een A Hundred Pounds Of Clay stijl waarin Chain Gang gewijs op een hamer wordt geklopt, met op de B-kant alwéér een pop ballade, If I Never Get To Heaven in de easy listening Nashville stijl zoals ook de jonge Willie Nelson die pleegde. De Wand opnames 1962-1964 zijn funky sixties go go country pop (It's Coming To Me, The Greatest Man, Don't Let It Happen) met een Gene Pitney touch (See The Big Man Cry), maar mikken met veel soul en blazers in I Won't Cry Anymore, You Need A New Love, I'm Gonna Have A Party en Half A Love evenzeer op zwarte crooners als Arthur Prysock. De CD sluit af met een single voor Apt uit 1965 die het Righteous Brothers-achtige Ebb Tide dat in diezelfde periode inderdaad ook door The Righteous Brothers zelf werd uitgebracht koppelt aan het Lee Hazlewood-achtige Unbreakable Heart. Als bonus hebben we nog recht op een nummer gezongen door Tommy Roe, de B-kant van zijn hit Sheila uit 1962, het door Bruce geschreven sixties pop nummer Save Your Kisses. Alle Sun en Wand opnames hier zijn gedubd van digitale copies van de originele master tapes en de geluidskwaliteit is verbluffend. Bruce zelf had het volgens Bear Family niet zo voor het heruitbrengen van dit vroege werk maar hier staat absoluut niks op om beschaamd voor te zijn. Al deze nummers wijzen er immers op dat Bruce volop bezig was zijn grote talent aan te scherpen, en dat grote talent dat hem uiteindelijk de definitieve doorbraak zou bezorgen was het schaven aan perfecte songs, wat in 1978 culmineerde in het door Willie Nelson & Waylon Jennings tot een gigantische hit gezongen Mammas Don't Let Your Babies Grow Up To Be Cowboys. Ed Bruce overleed op 8 januari 2021 op 81-jarige leeftijd. Bij de CD steekt een informatief booklet van 22 pagina’s.
Info: www.bear-family.com en www.edbrucemusic.com (Frantic Franky)

The Sun Years, Plus becomes in Ed Bruce's case the 30 track CD The Complete Sun And Wand Recordings, Plus, being his complete recordings up to 1965, not too shabby for an artist who under the name Edwin Bruce released the ashtonishing total of exactly two singles on Sun Records. The prize bull is of course Sun 276, the scorcher Rock Boppin' Baby from 1957, with its alternation of restrained and rocking stanzas a textbook example of mysterious, existential Sunbilly noir that didn't even need a solo. Lorrie Collins of The Collins Kids by the way recorded an even more intense cover of it. Rock Boppin' Baby's flip More Than Yesterday was a country ballad and in 1958 Bruce's second Sun single paired the ballad Part Of My Life with so many backing vocals that it almost became doo-wop with the sultry rocker Sweet Woman, sultry because of that oh-so-recognizable Sun sound (Stan Kessler on bass, Jimmy Van Eaton on drums) with the piano lurching through it (Jimmy Wilson) and because of Bruce's menacing voice, as in itself Sweet Woman is a rather nice rock 'n' roll song, just listen to the naked demo version here with only Ed Bruce and his electric guitar. It's one of the no less than ten Sun demos from 1957 and especially 1958 on this CD that first appeared in 1986 on the Bear Family LP Rock Boppin' Baby BFX 15194, LP which is reissued in its entirety on this CD. Most of these are ballads (You Come To Me, Just Being With You), rockaballads (Alone With A Broken Heart, King Of Fools in two versions, Bruce alone on his guitar and with a full band) and narrative western ballads (Ballad Of Ringo). Often it's indeed only Bruce and his guitar, but some "demos" sound completely finished with a full band like the uptempo narrative ballad Eight Wheel Driver, the excellent rocker Doll Baby and the Jerry Lee Lewis-styled rocker Baby That's Good from the same session as Sweet Woman. Those finished tracks make it clear that Ed Bruce could have released more on Sun Records, but as we all know Sam Phillips' release policy was arbitrary, unpredictable and mostly a costly affair, and of course in hindsight is easy for us to say we would have done a better job.
Bruce's first single after Sun was released on RCA in 1960 and Flight 303 was pop in the style of the so-called "death discs" of the day (sweetheart dies in a plane crash) which, like its flip, the ballad Spun Gold, sounds nothing at all like Sun. His next single, (And Then) He Gave Her To Me, released in 1962 on TransSonic Records, was again a pop ballad along the lines of A Hundred Pounds Of Clay in which they hit a hammer as if it were Chain Gang, with on the B-side again a pop ballad, If I Never Get To Heaven in the same easy listening Nashville mould a young Willie Nelson was trying out. The Wand recordings 1962-1964 are funky sixties go go country pop (It's Coming To Me, The Greatest Man, Don't Let It Happen) with a touch of Gene Pitney (See The Big Man Cry), but the soul and horns aim I Won't Cry Anymore, You Need A New Love, I'm Gonna Have A Party and Half A Love at black crooners like Arthur Prysock. The CD finishes with a 1965 single for Apt that pairs the Righteous Brothers-esque Ebb Tide which around the same time was indeed also recorded and released by The Righteous Brothers themselves with the Lee Hazlewood-like Unbreakable Heart. As a bonus there's a Tommy Roe track, the flip side of his 1962 hit Sheila, the pop tune Save Your Kisses written by Bruce. All the Sun and Wand recordings are dubbed from digital copies of the original master tapes and the sound quality is astonishing. According to Bear Family Bruce himself was not too keen on re-releasing these early recordings but there is absolutely nothing to be ashamed of here. All the songs indicate that Bruce was busy honing his craft and talent, and the great talent that would eventually give him the definitive breakthrough was polishing perfect songs, in 1978 culminating in the Willie Nelson & Waylon Jennings smash hit Mammas Don't Let Your Babies Grow Up To Be Cowboys. Ed Bruce passed away on January 8, 2021 at the age of 81. The CD comes with a 22 page informative booklet.
Info: www.bear-family.com en www.edbrucemusic.com (Frantic Franky)


CADETS, JACKS & FLARES: EVOLUTION OF A VOCAL GROUP/ THE CADETS
Jasmine, JASCD1097
English version: see below

Great googa mooga! Ik ben altijd gefascineerd geweest door doo-wop groep The Cadets, in de eerste plaats door hun Coasters-achtige hit Stranded In The Jungle, die afwisseling van jungle exotica met rockende doo-wop. Het nummer is overigens niet van The Cadets zelf maar oorspronkelijk van een andere doo-wop groep, The Jay Hawks, en de Cadets versie was de succesvolste van de verschillende Stranded In The Jungle covers, zoals bekend in de jaren '50 een courante en volledig geaccepteerde praktijk die we op deze CD nog vaak zullen tegenkomen. De link met The Coasters leg ik niet zomaar: de diepe stem op Stranded In The Jungle ("that's when I found out they was-a cookin' me!"), baszanger Wull "Dub" Jones, verving van 1958 tot 1967 Bobby Nunn bij The Coasters waar hij de basstem was op Charlie Brown ("why is everybody always pickin' on me?") en Yakety Yak ("don't talk back"). Wat evenwel de doorslag gaf was de in 1987 verschenen Ace LP The Cadets Meet The Jacks (later zoals gebruikelijk qua tracklisting niet 100 % exact heruitgebracht op CD) waaruit bleek dat The Cadets op Modern Records gelijktijdig een tweede carrière hadden als The Jacks op Modern sublabel RPM, exact dezelfde groep met dien onderscheid dat Willie Davis meestal lead zong bij The Jacks en Aaron Collins of Will Jones bij The Cadets. De wegen van de platenindustrie zijn ondoorgrondelijk. Maar alles blijkt nòg ingewikkelder! Deze Cadets, Jacks & Flares: Evolution Of A Vocal Group leert ons dat The Cadets/ Jacks niet alleen andere artiesten als Donna Hightower (het sympathieke Dog Gone It), Young Jessie (het bekende Mary Lou) en Richard Berry (Jelly Roll) begeleidden maar dat verschillende groepsleden later opnamen met groepen als The Flares alias The Flairs (de groep van Richard Berry en Young Jessie, naast Cornell Gunter die samen met Will Jones zou overstappen naar The Coasters), The Peppers en The Thor-Ables. Eén pot nat, en dan staat hier nog geeneens de single Pretty Evey/ Rum Jamaica Rum uit 1957 van Aaron Collins & the Cadets op ingezongen door Aaron Collins van The Cadets zònder Cadets maar met studiozangers! De CD bevat 30 tracks 1955-1962 van acht verschillende acts op negen verschillende labels met uiteraard Stranded In The Jungle en nog meer covers als Annie Met Henry van The Champions, hun beschaafde versie van Nappy Brown's Gonna Be Angry, Church Bells May Ring van The Willows in een heel ander arrangement, en een belletjes nummer zonder belletjes met de IV Leaguers cover Ring Chimes. Klap op de cover vuurpijl: Elvis’s Heartbreak Hotel gezongen met een lijzige diepe basstem. Love Bandit is hun Coasters stijl versie van Johnny Guitar Watson's Gangster Of Love, Rollin' Stone (ook weer een cover, dit keer van The Marigolds) lijkt wat op Honey Love van Clyde McPhatter & the Drifters, Do You Wanna Rock is - laten we een kat een kat noemen - gewoon What’cha Gonna Do van diezelfde Drifters, en Dancin' Dan is een gekuiste versie van Sixty Minute Man van The Dominoes met een andere titel. I'm Confessin', So Wrong, Why Did I Fall In Love, de Johnnie & Joe cover I’ll Be Spinning en de Feathers cover Why Don't You Write Me zijn de voor doo-wop verplichte ballades. Na de split van The Cadets eind 1957 zongen Aaron Collins en Willie Davis bij de al in 1953 opgerichte Flairs/ Flares van wie vijf nummers op de CD staan, naast twee latere Cadets singles uit 1960 opgenomen met diverse Cadets configuraties, het weirde Car Crash en I’m Looking For A Job dat in tegenstelling tot wat je zou denken niets te maken heeft met Get A Job van The Silhouettes. De CD bevat niet alleen schitterende zwarte doo-wop en aanverwante muziek maar is ook nog eens een mooi staaltje speurwerk met als vreemdste eend in de bijt Rock 'n' Roll Heaven Part 1, een gospel nummer vermengd met fragmenten uit All Shook Up (Elvis) en The Great Pretender (Platters)!
Info: www.jasmine-records.co.uk (Frantic Franky)



Great googa mooga! I've always been fascinated by doo-wop group The Cadets, first of course by their Coasters-like hit Stranded In The Jungle, that alternation of jungle exotica and rockin' doo-wop. The song is not from The Cadets themselves but was originally done by another doo-wop group, The Jay Hawks, and the Cadets version was the most successful of the various Stranded In The Jungle covers, a common and fully accepted practice in the 1950s that we will come across many times on this CD. The link with the Coasters is not a coincidence: the deep voice on Stranded In The Jungle, bass singer Wull "Dub" Jones ("that's when I found out they was-a cookin' me!"), from 1958 to 1967 replaced Bobby Nunn in The Coasters where he was the bass voice on Charlie Brown ("why is everybody always pickin' on me?") and Yakety Yak ("don't talk back"). What further triggered my interest in The Cadets however was the 1987 Ace LP The Cadets Meet The Jacks (later as usual in terms of tracklisting not exactly 100 % re-released on CD) which taught me that The Cadets on Modern Records had a simultaneous second career as The Jacks on Modern sublabel RPM, exactly the same group with the difference that Willie Davis usually sang lead with The Jacks and Aaron Collins or Will Jones with The Cadets. The record industry works in mysterious ways, but everything turns out to be even more complicated! This Cadets, Jacks & Flares: Evolution Of A Vocal Group CD shows that The Cadets/Jacks not only accompanied other artists like Donna Hightower (the sympathetic Dog Gone It), Young Jessie (the well known Mary Lou) and Richard Berry (Jelly Roll) and that several band members later recorded with groups like The Flares aka The Flairs (the group of Richard Berry and Young Jessie with Cornell Gunter who would join Will Jones in The Coasters), The Peppers and The Thor-Ables. And that's even without including the 1957 single Pretty Evey / Rum Jamaica Rum by Aaron Collins & the Cadets sung by Aaron Collins of The Cadets without The Cadets but with studio singers! The CD contains 30 tracks 1955-1962 by eight different acts on nine different labels with of course Stranded In The Jungle and more covers like The Champions' Annie Met Henry, their civilized version of Nappy Brown's Gonna Be Angry, The Willows' Church Bells May Ring in a completely different arrangement, and a bells song without bells, the IV Leaguers cover Ring Chimes. The most unsual cover here: Elvis's Heartbreak Hotel sung with a drawling booming bass voice. Love Bandit is their Coasters style version of Johnny Guitar Watson's Gangster Of Love, Rollin' Stone (another cover, this time originally done by The Marigolds) sounds a bit like Clyde McPhatter & the Drifters' Honey Love, Do You Wanna Rock is - let's call a spade a spade - a reworked What'cha Gonna Do from those very same Drifters, and Dancin' Dan is a cleaned up version of The Dominoes' dirty Sixty Minute Man with a new title. I'm Confessin', So Wrong, Why Did I Fall In Love, the Johnnie & Joe cover I'll Be Spinning and the Feathers cover Why Don't You Write Me are doo-wop's obligatory ballads. After The Cadets split in late 1957 Aaron Collins and Willie Davis sang with the Flairs/Flares who had already been formed in 1953. Five Flairs songs are featured on the CD, in addition to two later 1960 Cadets singles recorded with various Cadets configurations, the weird Car Crash and I'm Looking For A Job which contrary to what you might think has nothing to do with The Silhouettes' Get A Job. The odd one out is Rock 'n' Roll Heaven Part 1, a gospel song mixed with excerpts from All Shook Up (Elvis) and The Great Pretender (Platters). The CD not only contains first rate black doo-wop and related music but is also a fine piece of detective work.
Info: www.jasmine-records.co.uk (Frantic Franky)


HILLBILLY RAMBLERS AND SUGAR BEES/
CLEVELAND CROCHET & THE SUGAR BEES

Bear Family, BCD17598
English version: see below

Met fiddler Cleveland Crochet duikt Bear Family in de krochten van de cajun, de volksmuziek recht uit de swamplands van Louisiana uitgevoerd met fiddle en accordeon en gezongen in koeterwaals. Crochet was de eerste cajun artiest die de Billboard pop charts haalde (zijn Sugar Bee bereikte in 1961 de 80ste plaats) en deze dubbel CD met 38 tracks origineel verschenen van 1954 tot 1971 op Folk-Star, Khoury's, Goldband, Lyric en Swallow bevat niet alleen Crochet's complete opnames inclusief alle origineel onuitgebrachte masters en vier bewaard gebleven alternatieve versies en edits, maar ook alle solo opnames van zijn bandleden accordeonist Shorty LeBlanc, steelgitarist Jay Stutes en accordeonist Doris Mott die ook regelmatig zongen op de platen van Crochet en op die "solo" opnames meestal begeleid werden door Crochet's groep The Sugar Bees. Cajun is ondanks zijn strikt traditionele regels zoals elke uiting van volkscultuur altijd beïnvloed geweest door elementen van buitenaf, en zo is Deedle-E-Deedle-D-Da een Franstalige pure cajun interpretatie met steel gitaar van Keep A Knockin' uit 1954. Inderdaad, vier jaar vóór Little Richard, want het nummer is op zich veel ouder: de oudste bekende versie stamt uit 1921 en het zou dus best wel eens een traditional kunnen zijn. Er zijn two-steps (Shorty LeBlanc's Boss Cajun), primitieve cajun met onder meer de walsjes Big Boy Waltz en Sha Meon Waltz met opnieuw met die voor cajun toch opvallende steel, maar andere walsjes als Drunkard's Dream en Telephone Port Arthur klinken meer country. Midnight Blues uit 1958, Sugar Bee uit 1960 en Come Back Little Girl uit 1961 gaan ondanks die steel dan weer richting blues rock waardoor ze klinken als zydeco, de zwarte tegenhanger van cajun! Ja, die knettergekke cajuns gooiden net als bij hun eten allerlei dingen door elkaar en maakten er iets lekkers van. Hound Dog Baby uit 1961 heeft niets te maken met Elvis maar is een medium tempo rockende accordeon boogie, en ook in Time And Time Again (Shorty LeBlanc) uit 1962 horen we de invloed van rock 'n' roll. Playmates (Jay Stutes) is het rockabilly nummer van Derrell Felts dat origineel eigenlijk uit begin jaren '40 dateert, en Coming Home (Jay Stutes) is Old Black Joe in onverstaanbaar patois. Van Stutes onthouden we voorts vooral zijn bluesrockende cover van Kawliga en uptempo werk als Mariez-Vous Donc Jamais, LeBlanc levert onder meer de funky instrumental My Little Cabbage uit 1962 op. De CD sluit af met enkele "recentere" nummers als Stutes' rauwe Hey Boss Man uit 1971 dat eigenlijk Big Boss Man is waar hij doodleuk zijn eigen naam onder zette (die cajuns waren voor niks verlegen), en de versies van Sugar Bee en Come Back Little Girl waar ze in de jaren '70 een fuzz gitaar (Danny James) en een vette baslijn overdubden. Zo goed als alle nummers hier werden geproduced door Eddie Shuler van Goldband Records en in zijn totaliteit behoort dit tot de meest authentieke cajun ooit. De uitgave zelf is voorbeeldig, behalve dat er blijkbaar een slordigheidje is over het hoofd gezien bij de mastering: op CD 2 staan twee extra nummers aangezien track 16 niet één maar drie nummers bevat. Op het eerste gehoor lijkt het ene nummer me Waltz Of A Broken Heart dat er dus twee keer op staat, het andere herken ik niet. Het CD booklet van 36 pagina’s bevat info, een sessionografie, labelshots en onuitgegeven foto’s. Cleveland Crochet overleed in 2011 op 92-jarige leeftijd en krijgt met deze CD eerherstel, want de bij ons weten enige andere CD van hem, uitgebracht door Goldband Records zelf, was een infoloos vluggertje met overgedubde opnames dat in een identieke versie verscheen onder de naam Shorty LeBlanc. De enige fatsoenlijke release vindt u dan ook op www.bear-family.com (Frantic Franky)

With fiddler Cleveland Crochet Bear Family delves into the caverns of cajun, the folk music from deep of the heart of Louisiana's swamplands performed with fiddle and accordion and sung in French patois. Crochet was the first cajun artist to make the Billboard pop charts (his Sugar Bee reached # 80 in 1961) and this double CD with 38 tracks originally released between 1954 and 1971 on Folk-Star, Khoury's, Goldband, Lyric and Swallow contains not only Crochet's complete recordings including all originally unreleased masters plus four surviving alternate versions and edits, but also all the solo recordings by his bandmates accordionist Shorty LeBlanc, steel guitarist Jay Stutes and accordionist Doris Mott who sang regularly on Crochet's records and on those "solo" recordings were usually accompanied by Crochet's group The Sugar Bees. Despite its strict and confining traditional rules cajun music like any other cultural expression has always been influenced by outside elements, and Deedle-E-Deedle-D-Da is a French language pure cajun interpretation with steel guitar of Keep A Knockin' from 1954. That's right, four years before Little Richard, because the song itself is much older: the oldest known version dates from 1921 and so it could very well be a traditional. There are two-steps (Shorty LeBlanc's Boss Cajun) and primitive cajun with waltzes like Big Boy Waltz and Sha Meon Waltz, again with the for cajun odd steel guitar, while other waltzes like Drunkard's Dream and Telephone Port Arthur sound more country. 1958's Midnight Blues, 1960's Sugar Bee and 1961's Come Back Little Girl move toward blues rock despite the steel, which makes them sound like zydeco, cajun's black counterpart! Yep, those crazy cajuns mixed everything just like they do when the cook, turning it into something tasty. 1961's Hound Dog Baby has nothing to do with Elvis but is a medium tempo rockin' accordion boogie, and we also hear the influence of rock 'n' roll in 1962's Time And Time Again (Shorty LeBlanc). Playmates (Jay Stutes) is the Derrell Felts rockabilly song that originally dates back to the early forties, and Coming Home (Jay Stutes) is Old Black Joe sung in some kind of unintelligible French dialect. Stutes' best offerings further include his blues rockin' Kawliga cover and uptempo material like Mariez-Vous Donc Jamais, while LeBlanc delivers the funky 1962 instrumental My Little Cabbage. The CD finishes with a few more recent songs like Stutes' raucous 1971 Hey Boss Man which is actually Big Boss Man with his own name in the composer credits (those cajuns weren't afraid of anything), and the versions of Sugar Bee and Come Back Little Girl where a fuzz guitar (Danny James) and a big fat bass line were overdubbed in the seventies. Most songs were produced by Eddie Shuler from Goldband Records and it's probably the most authentic cajun you will ever hear. It's an exemplary release, except for one mistake apparently overlooked in the mastering: on CD 2 there are two extra songs as track 16 contains not one but three songs. At first hearing one of them sounds like Waltz Of A Broken Heart which would then appear twice on the set, while the other song I don't recognize. The 36 page CD booklet contains info, a sessionography, label shots and unreleased photos. Cleveland Crochet passed away in 2011 at the age of 92 and finally gets his due with this double CD, as the only other Cleveland Crochet CD available that we know, released by Goldband Records itself, was a dodgy affair with overdubbed recordings and no info whatsoever that also appeared in an identical version as by Shorty LeBlanc. Get the real deal at www.bear-family.com (Frantic Franky)


TRAMBONE, EARLY GROUPS & SESSIONS/ BIG JIM SULLIVAN
Jasmine, JASCD1090
English version: see below

De bekendste Britse rock 'n' roll gitaarpionier was misschien Bert Weedon wiens roem vooral berust op zijn hits als Guitar Boogie Shuffle (1959) en op de leerboeken voor gitaar die hij schreef. De innovatiefste en invloedrijkste Britse gitaarpionier van de eerste rock 'n roll generatie was evenwel Big Jim Sullivan, op zijn zeventiende het mooie weer makend in Marty Wilde's begeleidingsband The Wildcats (hij speelde op Teenager In Love, Sea Of Love en Bad Boy) en vandaar pijlsnel opgeklommen tot studiogitarist nummer 1 die met zijn gitaarklanken hits als Mike Berry's Tribute To Buddy Holly (1961), Jet Harris' Besame Mucho (1962) en Jet Harris & Tony Meehan's Diamonds (1962) opfleurde, en dat zou dus op die laatste twee nummers in de plaats van Jet Harris zelf zijn geweest. Daarnaast speelde hij op talloze opnamesessies, en deze CD met 33 mono tracks 1960-1962 met Sullivan onder eigen naam, als bandlid of als studiogitarist is dan ook een who's who van de Britse rock 'n' roll en popmuziek pré-Beatles. Die Britse rock 'n' roll geschiedenis bestaat natuurlijk voor een deel uit covers en dat weerspiegelt zich op deze CD met een natuurgetrouwe You Don't Know What You've Got (Big Jim Sullivan Combo), een frisse Sweet Little Sixteen (Michael Cox), een dramatisch strollende Jezebel (Marty Wilde) en een poppy Oh Lonesome Me (Craig Douglas) gered door Sullivan's rockende gitaar. Anderen waren financieel slimmer en coverden niet maar kopieerden, zoals Billy Fury's duidelijk op The Everly Brothers geënte Collette. Sullivan was broodmuzikant en speelde dus álles, niet alleen pop (Lessons In Love van The Allisons), poprock (Can't You Hear My Heart van Danny Rivers), pop ballades (I Don't Know Why van Eden Kane, No More Tomorrows van Gerry Temple, Lonesome van Adam Faith) en moody rockaballads (Marty Wilde's Tomorrow's Clown, Johnny Kidd & the Pirates' Please Don't Bring Me Down met een Shakin' All Over gitaar), maar ook bijvoorbeeld ragtime pop als Shane Fenton & the Fentones' It's All Over Now dat ook al wordt gered wordt door Sullivan's rock 'n' roll gitaar. En dat alles speelde hij even goed als wilde striptease rock 'n' roll als Jimmy Powell's Sugar Babe (Part 2)! Sullivan werd ook samen met de rest van The Wildcats ingehuurd om bezoekende Amerikaanse artiesten te begeleiden, en zo staat hier een live Saturday Club radio opname op van Gene Vincent uit 1960 van de standaard Summertime die erg mooi is, of wat had u anders verwacht? Volgens de legende was het trouwens de bedoeling dat Sullivan zou meerijden in de auto waarin Eddie Cochran verongelukte, wat niet door ging omdat hij die noodlottige avond teruggefloten werd van die tour om Marty Wilde te begeleiden op een ander concert. Het kan raar lopen. Dat live is er overigens niet aan te horen, in tegenstelling tot Sullivan's eigen live opname Big Guitar hier, een cover van een nummer van gitarist Al Caiola afkomstig van een Saturday Club radio opname uit 1962 die hifi-gewijs ondermaats klinkt. Tja, het is dat of niks, en we mogen al blij zijn dat het bewaard is.
De helft van de nummers op de CD zijn instrumentaal, zoals de gitaar instros van The Krew Kats (The Wildcats na hun vertrek bij Marty Wilde) getiteld Peak Hour, Jack's Good, het origineel onuitgebrachte The Bat, Tom Tom Cat (onder de naam The Tom Cats), het op een Russisch volkswijsje gebaseerd Samovar helemaal in Shadows stijl en de geniale hypnotiserend rondjes draaiende medium tempo Chet Atkins cover Trambone. Alle zes staan die trouwens ook op de gelijktijdig verschenen Jasmine CD Great British Twang. De instrumentals op Trambone zijn evenwel niet alleen gitaarwerkjes maar even goed sax blazers als Green Jeans van The Fabulous Flee-Rakkers, de klavecimbel horror track Out Of This World van Tony Hatch, tot en met de pita muziek van Johnny Keating's Theme From Z Cars en de blues van Alexis Korner's Blues Incorporated's Gotta Move. De drie gitaar/ piano instrumentals van The Nashville Five zijn meer rhythm 'n' blues/ jazz gericht maar hebben ook een hoog Floyd Kramer gehalte. De van geen kleintje vervaarde Sullivan die later nog zou spelen voor onder meer Tom Jones en James Last, overleed in 2012. Info: www.jasmine-records.co.uk (Frantic Franky)

The best known British rock 'n' roll guitar pioneer is probably Bert Weedon whose fame rests primarily on his hits like Guitar Boogie Shuffle (1959) and on the guitar books he wrote. The most innovative and influential British guitar pioneer of the first rock 'n roll generation was however Big Jim Sullivan, at the age of seventeen making a name for himself in Marty Wilde's backing band The Wildcats (he played on Teenager In Love, Sea Of Love and Bad Boy) and rapidly becoming a rising star on his way to be studio guitarist number 1 who enlivened hits like Mike Berry's Tribute To Buddy Holly (1961), Jet Harris' Besame Mucho (1962) and Jet Harris & Tony Meehan's Diamonds (1962), which means that on those last two Sullivan played instead of Jet Harris himself. Sullivan played on thousands of sessions and this CD with 33 mono tracks 1960-1962 featuring Sullivan under his own name, as band member or as studio guitarist is a real who's who of British rock and pop before The Beatles. The British rock 'n' roll history is of course partly composed of covers which is reflected with the inclusion of a faithful You Don't Know What You've Got (Big Jim Sullivan Combo), a fresh sounding Sweet Little Sixteen (Michael Cox), a dramatic strollin' rendition of Jezebel (Marty Wilde) and a poppy Oh Lonesome Me (Craig Douglas) saved by Sullivan's rockin' guitar. Others were financially smarter and didn't cover but copied, like Billy Fury's clearly Everly Brothers-based Collette. Sullivan played music for a living so he played all types of music, including pop (The Allisons' Lessons In Love), pop rock (Danny Rivers' Can't You Hear My Heart), pop ballads (Eden Kane's I Don't Know Why, Gerry Temple's No More Tomorrows, Adam Faith's Lonesome) and moody rock ballads (Marty Wilde's Tomorrow's Clown, Johnny Kidd & the Pirates' Please Don't Bring Me Down with a Shakin' All Over guitar), but also for example ragtime pop like Shane Fenton & the Fentones' It's All Over Now which is also saved by Sullivan's rock 'n' roll guitar, making it sound as good as when he was playing wild striptease rock 'n' roll like Jimmy Powell's Sugar Babe (Part 2)! Sullivan was also hired along with the rest of The Wildcats to accompany visiting American artists, hence a live Saturday Club radio recording by Gene Vincent from 1960 of the standard Summertime which is very well sung. What else would you expect from Gene Vincent? Legend has it that Sullivan was supposed to ride along with Vincent and Eddie Cochran in the car that crashed and took Cochran's life, but he was called back from the tour that night to accompany Marty Wilde at another gig. The rock 'n' roll gods work in mysterious ways. You can't hear that Summertime is a live recording, unlike Sullivan's own live track here, a cover of guitarist Al Caiola's Big Guitar from a 1962 Saturday Club radio broadcast that doesn't exactly score high in the hi fi department. Guess it's either this or nothing and we're lucky that it was preserved at all.
Half of the tracks on the CD are instrumental, for example the guitar instros by The Krew Kats (The Wildcats after they split from Marty Wilde) titled Peak Hour, Jack's Good, the originally unreleased The Bat, Tom Tom Cat (released under the name The Tom Cats), the more Shadows than the Shadows themselves sounding Samovar based upon a Russian folk song, and the utterly fantastic hypnotically going around in circles medium tempo Chet Atkins cover Trambone. All six are also on the simultaneously released Jasmine CD Great British Twang. The instrumentals on Trambone are however not only guitar rockers but also feature sax stompers like The Fabulous Flee-Rakkers' Green Jeans, Tony Hatch's harpsichord horror track Out Of This World, the doner kebab music of Johnny Keating's Theme From Z Cars and the blues of Alexis Korner's Blues Incorporated's Gotta Move. The Nashville Five's three guitar/piano instrumentals are more rhythm 'n' blues/jazz oriented but also score high on the Floyd Kramer scale. Sullivan later played for among others Tom Jones and James Last and passed away in 2012. Info: www.jasmine-records.co.uk (Frantic Franky)


A HANDSOME GUY/ DICK GLASSER aka DICK LORY
Jasmine, JASCD1106
English version: see below

Dick Glasser ken ik vooral van Catty Town en Ball Room Baby van grootmeester Pee Wee King bij wiens western swing orkest Glasser zanger was toen King een nobele poging deed zijn deel van de koek van de rock 'n' roll rage in te palmen. Catty Town is een van die top western swing songs die zo vlot, euh, swingen dat het met zijn stop/ start breaks, zijn rockende steel gitaar en zijn boogie woogie piano solo een gegeerde jiver is geworden. King's Ball Room Baby staat niet op deze CD, wel Glasser's rockender RCA heropname, big label rockabilly met opnieuw veel stops en starts en de Nashville studiomuzikanten in topvorm met een knallende snaredum, een sax op de achtergrond die naar voor stapt voor twee wailende solo’s en een piano die zich daartussen boort, dat alles overgoten met een gigantische echo. Die versie kwam uit onder de naam Dick Lory, en Dick Glasser alias Dick Lory zou de rest van zijn carrière schijnbaar arbitrair wisselen tussen die twee namen. Voorts is het enige nummer dat ik van hem ken Crazy Alligator, een al wat softer rock 'n' roll nummer met veel backing vocals dat gered wordt door de kwaliteit van de muzikale begeleiding, de nonsens tekst over een gekke alligator in de bayou swamps in Louisiana en de zang, want Glasser kon zingen, zoals overduidelijk blijkt uit de 33 mono tracks 1956-1962 hier die deels nooit eerder op CD verschenen. Helaas werd die stem vooral gebruikt voor poprock en pop. Er zitten enkele fatsoenlijke rockers tussen, zeker, bijvoorbeeld het folky rockend Baby Bye Bye (van Dickie & The Gee’s, een groep met Glasser en drie van zijn vier broers) en het door een big band met piano en sax uitgevoerde Cool It Baby waarop het goed jiven is uit de mij geheel onbekende film Teenage Rebel (het nummer is bekender in Eddie Fontaine's versie uit een bekendere film, The Girl Can’t Help It), naast kwalitatieve maar ongevaarlijke big label pop rock 'n' roll als de stroll That's What I'm Gonna Do, het een beetje Charlie Gracie-achtige Crazy Love en de door doo-wop beïnvloede songs Love Me en Make Believe Wedding Bells, met uitschieters als Crazy Little Daisy en de stroll Jeannie's Bikini. Deze Best Of bevat voorts poprock (Go Along Baby, Wild-Blooded Woman, Leave Me Alone (And Let Me Cry), het bluesy Midnight To Daylight), teeners (Don't Be A Fool For Love, Heartaches Over You, City Of Love, Tell Me Why van The Toppers, opnieuw Glasser samen met zijn broers die ook apart opnamen als The Three G's) en plechtige rockaballads (Everything But You, Foolish Tears (Dickie & The Gee’s), No One But You Knows When). Vanaf pakweg 1960 wordt dat pure schmaltzpop als Time Can Change, Lover's Dreamland, Broken Hearted, Handsome Guy, Welcome Home Again, het Paul Anka-achtige The Pain Is Here of het van een creepy orgeltje voorziene Terri. Hello Walls is een pop cover van Faron Young's country hit en My Last Date (With You) is een cover van Skeeter Davis’s vokale cover van Floyd Cramer’s Nashville sound piano instrumental Last Date. Glasser's debuutsingle uit 1953, Angels In The Sky, staat niet op de CD, wel de Columbia heropname uit 1959.
Glasser zou ondanks zijn onbetwistbare zangtalent nooit een nationale hit scoren en was uiteindelijk succesvoller als songwriter (van onder meer Gene Vincent's I Got It, Janis Martin's All Right Baby, Dale Hawkins' Baby Baby, Bobby Vee & the Crickets' Someday en Pat Boone's I’m In Love With You), producer (van onder meer de Everly Brothers LP Two Yanks In England, de Freddy Cannon LP Action, The Marketts (Batman Theme), The Ventures, Eddy Arnold en Hank Williams Jr) en muziek uitgever (hij tekende Jackie DeShannon en Randy Newman). Hij overleed in 2000 op 66-jarige leeftijd aan longkanker. U mag in mijn recensie zelf optellen hoeveel songs u hier goed zal vinden. Catty Town, Ball Room Baby en Crazy Alligator blijven geweldig, maar wie op meer van dat had gehoopt zal een beetje op zijn honger blijven zitten. Oldies liefhebbers daarentegen zullen genieten. Info: www.jasmine-records.co.uk (Frantic Franky)

In my neck of the woods Dick Glasser is best known for being the singer on western swing grandmaster Pee Wee King's stabs at rockabilly Catty Town and Ball Room Baby. Catty Town is one of those top western swing songs that, err, swings so smoothly with its stop/start breaks, its rockin' steel guitar and its boogie woogie piano solo that it has become a favorite jiver. King's Ball Room Baby is not on this CD but Glasser's more rockin' RCA re-recording is, big label rockabilly with again lots of stops and starts and the Nashville studio musicians in top form with a banging snare, a sax in the background stepping to the front for two wailing solos and a piano drilling its way in there, the whole thing sounding like it was recorded in a gigantic echo tank. That version was released as by Dick Lory, and Dick Glasser aka Dick Lory would apparently arbitrarily switch between those two names for the rest of his career. Apart from Catty Town and Ball Room Baby the only one of his songs that I know is Crazy Alligator, an already softer rock 'n' roll song with lots of backing vocals which is saved by the quality of the musical accompaniment, the nonsense lyrics about a crazy alligator in the bayou swamps in Louisiana, and by the vocals, because Glasser could sing, as is abundantly clear from the 33 mono tracks 1956-1962 collected here, some of which never appeared on CD before. Unfortunately that voice was mostly used for pop rock and pop. Sure, there are some decent rockers among the lot such as the folky rockin' Baby Bye Bye (by Dickie & The Gee's, a group featuring Glasser and three of his four brothers) and the fine jiver Cool It Baby performed by a big band with a piano and a sax from a movie I never heard of called Teenage Rebel (the song is better known in Eddie Fontaine's version from a better known film, The Girl Can't Help It), alongside good but harmless big label pop rock 'n' roll like the stroll That's What I'm Gonna Do, the somewhat Charlie Gracie-like Crazy Love and the doo-wop influenced songs Love Me and Make Believe Wedding Bells, with Crazy Little Daisy and the stroll Jeannie's Bikini being standouts. This Best Of further includes pop rock (Go Along Baby, Wild-Blooded Woman, Leave Me Alone (And Let Me Cry), the bluesy Midnight To Daylight), teen songs (Don't Be A Fool For Love, Heartaches Over You, City Of Love, Tell Me Why by The Toppers, again Glasser along with his brothers who also recorded separately as The Three G's) and solemn rockaballads (Everything But You, Foolish Tears (Dickie & The Gee's), No One But You Knows When). From around 1960 onwards this became pure pop schmaltz such as Time Can Change, Lover's Dreamland, Broken Hearted, Handsome Guy, Welcome Home Again and the Paul Anka-like The Pain Is Here, while Terri features a creepy organ. Hello Walls is a pop cover of Faron Young's country hit and My Last Date (With You) is a cover of Skeeter Davis's vocal cover of Floyd Cramer's Nashville sound piano instrumental Last Date. Glasser's 1953 debut single, Angels In The Sky, is not included on the CD, but his 1959 Columbia re-recording is.
Glasser would never score a national hit despite his obvious vocal talent and was in the end more successful as songwriter (he penned Gene Vincent's I Got It, Janis Martin's All Right Baby, Dale Hawkins' Baby Baby, Bobby Vee & the Crickets' Someday and Pat Boone's I'm In Love With You), producer (of the Everly Brothers LP Two Yanks In England, the Freddy Cannon LP Action, The Marketts (Batman Theme), The Ventures, Eddy Arnold and Hank Williams Jr) and music publisher (he signed Jackie DeShannon and Randy Newman). He died of lung cancer in 2000 at the age of 66. You can do the math yourself in my review to see how many songs you will like. Catty Town, Ball Room Baby and Crazy Alligator remain great, but if you're expecting more of the same you will be a bit disappointed. Oldies fans on the other hand will enjoy this CD a lot.
Info: www.jasmine-records.co.uk (Frantic Franky)

12 oktober 2021

THIS SILLY GAME/ THE ATOMIC 4
Géén label, géén cat.nr.
English version: see below

The Atomic 4 werden in 2016 opgericht door Antoine Hoeksma (zang, akoestische gitaar), Rob Smit (gitaar) en Pascal Delang (drums). Na door corona noodgedwongen anderhalf jaar stil te liggen presenteren ze vol trots hun eerste boreling, want na vijf jaar ben je het natuurlijk beu dat de mensen naar een CD blijven vragen. Meestal speelt Mike Van Lierop (Hi-Tombs) contrabas maar voor deze opnames had Louis van Deurzen de eer en het is van Deurzen's naam die op de CD staat, een mini CD geproduceerd en gemixed door Pascal Snijders van Supersonics en Taildraggers die rockabilly van binnen en van buiten kent, en dat weet je gelijk dat dit niet slecht kan zijn. De CD bevat één eigen nummer en vijf covers, de bona fide rockabilly classics Go Boy Boy (Carl Smith), Bop-A-Lena (Ronnie Self), Sad Drag And Fall (Sid King), Watch Dog (Al Terry) en Blue Days Black Nights (Buddy Holly). Die nummers zijn overbekend en liggen dus gemakkelijk in het oor wegens al heel vaak gecoverd, maar The Atomic 4 laten ze klinken zoals ze moeten klinken: pittig, met een urgente drive en met de gas erop in een sound die een beetje een throwback is naar de jaren '80 revival rockabilly, vlot gespeeld, branievol gezongen, en met backing vocals in de refreinen. De nummers klinken alsof The Atomic 4 ze probleemloos een hele avond aan één stuk door uit de mouw kunnen schudden en dat is waarschijnlijk wat ze met plezier op elke kroegentocht doen. Het enige eigen nummer is gelijk het buitenbeentje van de CD: titeltrack This Silly Game is sfeervolle, een beetje americana-achtige moderne medium tempo rockabilly die een heel andere kant van The Atomic 4 laat horen.
Er kunnen nooit genoeg van dit soort bands zijn en The Atomic 4 houden de traditie in ere en leggen de lat hoog. Ideaal om uw stamkroeg op metershoge stelten te zetten, als u het ons vraagt, dus gaat dat zien en gaat dat horen! Info: www.facebook.com/the-atomic-4 (Frantic Franky)


Video materiaal van deze gloednieuwe CD heeft The Atomic 4 nog niet beschikbaar. Op deze video uit 2018 van de Rockabilly Roundup in De Mortel horen we onder meer fragmenten uit de CD nummers Sad Drag And Fall, Blue Days Black Nights en This Silly Game. / This CD is so brand new that The Atomic 4 do not yet have any video material available from it. On this 2018 video recorded at the Rockabilly Roundup in De Mortel we hear excerpts from among others the CD numbers Sad Drag And Fall, Blue Days Black Nights and This Silly Game.

The Atomic 4 were founded in 2016 by Antoine Hoeksma (vocals, acoustic guitar), Rob Smit (guitar) and Pascal Delang (drums). After corona forced them to lay low for a year and a half they now proudly present their first born, as after five years one obviously gets tired of being asked if one has a CD for sale. Live on stage double bass duties are usually handled by Mike Van Lierop (Hi-Tombs) but here the honours were done by Louis van Deurzen and his name is on the back of the mini CD produced and mixed by Pascal Snijders of Supersonics and Taildraggers fame who knows rockabilly inside out, so you know beforehand that this cannot be bad. The CD contains one original song and five covers, the bona fide rockabilly classics Go Boy Boy (Carl Smith), Bop-A-Lena (Ronnie Self), Sad Drag And Fall (Sid King), Watch Dog (Al Terry) and Blue Days Black Nights (Buddy Holly). These are overfamiliar and easy on the ears as they've been covered many times before, but The Atomic 4 make 'em sound like they should sound: a lot of punch, an urgent drive and the pedal to the metal in a sound that's a bit of a throwback to eighties revival rockabilly, played fluently and sung with lots of confidence and with backing vocals in the choruses. The songs sound as if The Atomic 4 could play 'em like this the whole night long and that's probably what the boys enjoy doing at any pub crawl. The only selfpenned song is the odd one out: title track This Silly Game is atmospheric almost americana-like modern medium tempo rockabilly that shows a completely different side of The Atomic 4. There can never be enough of this type of bands and The Atomic 4 honour the tradition and set the bar high.
Ideal to turn your local pub upside down if you ask us, so listen to them and go see 'em live on stage!
Info: www.facebook.com/the-atomic-4 (Frantic Franky)


GOTTA HAVE THE RUMBLE/ BRIAN SETZER
Surfdog, 680102
English version: see below

Al jaren brengt de grootmeester van de neo rockabilly en neo swing zijn albums uit op Surfdog Records. Het zou me niet eens verbazen als Brian Setzer deze independant onder de platenmaatschappijen in zijn eentje overeind houdt. The Stray Cats is een van de favoriete bands uit de jeugd van jullie redacteur, dus schrijf ik enerzijds met bewondering maar anderzijds na Setzer's zoveelste album ook met een kritische kijk op de zaak. Ik dacht even dat de CD player vreugdesprongetjes maakte nadat ik het album erin gelegd had, maar het geheel stond niet stabiel. Ook de CD speler is een paar jaartjes ouder geworden, net als jullie redacteur die mijmert van de early eighties toen The Stray Cats nog rockin’ hot waren. Inmiddels heeft Setzer al jaren een super succesvolle solocarrière, maar hij laat zich desondanks niet verleiden om een album vol te proppen met meezing covers die je al honderdduizend keer gehoord hebt. Nee, Brian doet het op zijn Setzers, een album met uitsluitend zelfgeschreven songs. Voorweg, het is een stevige compacte sound zoals je dat van een hot rod en bike fan mag verwachten. Als je jezelf als een biker afbeeldt op een Triumph dan verwacht je ook een sound die als vlammen uit de uitlaat spat. Checkered Flag is absoluut een puike billy knipoog naar de Stray Cats tijd, maar hier en daar klinkt het als The Boss Hoss?! Smash Up On Highway One, hier en daar met een vleugje heavy metal en vreemd genoeg ook Turkse melodielijnen, is stevige motorbilly met oriëntale flair, een vreemde combinatie, maar goed. Stack My Money is klassieke rockabilly met teddyboy touch in het refrein, The Wrong Side Of The Tracks heeft believe it or not zelfs een strijkorkest als begeleiding. Zoals Buddy Holly destijds liet zien dat een strijkorkest goed samen kan met rock 'n' roll, zo ben ik verbaasd dat de mix van stevige rockabilly met big band swing en viooltjes toch niet klote hoeft te klinken. Is het een film sound track? Daar heeft het anders wel wat van weg. Drip Drop, een rustig calypso rockertje dat een frisse afwisseling vormt met de voorgaande songs, is zeker bedacht voor de pauzes tijdens de motorritten. In The Cat With 9 Wives (leuke woordspeling) dat doet denken aan uptempo 1940s jumpblues en eerder een cover dan een eigen compositie lijkt komt eindelijk Setzer’s virtuose gitaarwerk enigszins tot zijn recht, en een slapping bass solo rondt deze vijf minuten durende song af. Stilzitten is er bij dit album absoluut niet bij. It turns me on, en Turn You On Turn Me On is daar een bewijs van, rockabilly met wederom zoals eerder al in zang en muziek een knipoog naar een aanzet van heavy metal. Rockabilly Riot is pure teddyboy rock ‘n’ roll, haal de mottenballen maar uit je leren jack en boppen! Off Your Rocker is een quasi biografische song vol met coole billy, One Bad Habit is ouderwetse rockabilly zoals je die nog in je geheugen hebt uit lang vervlogen tijden, en na al dit geweld sluiten we het album af met Rockabilly Banjo dat geen rockabilly ritme en sound kent maar pure country polka is. Het album met een warme stevige contrabas sound als rode draad laat zien dat Brian Setzer met Victor Indrizzo op drums en David Roe Rorick op contrabas nog steeds garant staat voor rockabilly van topkwaliteit. Je merkt wel heel duidelijk dat Setzer nogal wat inspiratie uit andere songs in zowel rock als pop heeft gehaald, maar dat maakt het album desondanks niet minder begeerlijk. In het booklet staan de songteksten die deels levenswijsheid en deels de drang naar speed and flames bevatten.
Info: www.briansetzer.com en www.surfdog.com (Henri Smeets)

For several years now the grandmaster of neo rockabilly and neo swing has been releasing his albums on Surfdog Records, and I wouldn't be surprised if Brian Setzer singlehandedly keeps this independent record label alive. The Stray Cats is one of the favorite bands from when your editor was young, so I write with admiration but also with a critical eye after Setzer's umpteenth album. For a moment I thought the CD player was jumping with joy after I put the album in, but the darn thing was not stable. Well, the CD player has aged acouple of years, just like your editor who muses of the early eighties when The Stray Cats were still rockin' hot. Setzer has had a super successful solo career for years but he is nevertheless not tempted to quickly churn out an album of singalong covers that you've heard a hundred thousand times. No, Brian does it the Setzer way with an album with only self-written songs and a solid compact sound like you'd expect from a hot rod and bike fan. If you portray yourself as a biker on a Triumph then one indeed expects a sound that blows out of the exhaust like flames. Checkered Flag is definitely an excellent billy nod to the Stray Cats era, but occasionally sounds like The Boss Hoss?! Smash Up On Highway One, with a touch of heavy metal here and there and strangely enoughTurkish melody lines, is solid motorbilly with oriental flair, a strange combination, but okay. Stack My Money is classic rockabilly with a teddyboy feel in the chorus, The Wrong Side Of The Tracks believe it or not even features a string section. Just like Buddy Holly showed that a string orchestra can go well with rock 'n' roll, I'm surprised that the mix of solid rockabilly with big band swing and violins doesn't have to sound shitty at all. Is it a movie sound track? It kinda sounds like one. Drip Drop, a calm calypso rocker that provides a fresh change from the previous songs, is certainly meant for the breaks during motorcycle rides. In The Cat With 9 Wives (nice pun) which is reminiscent of uptempo 1940s jump blues and sounds more like a cover than like an original composition, Setzer's virtuoso guitar work finally comes front stage, and a slapping bass solo ends the five minute song. There's absolutely no time to sit still on this album. It turns me on, and Turn You On Turn Me On is proof of that, rockabilly with just like before a vocal and musical nod to what could become heavy metal. Rockabilly Riot is pure teddyboy rock 'n' roll, take the mothballs out of your leather jacket and bop! Off Your Rocker is a quasi biographical song full of cool billy, One Bad Habit is old fashioned rockabilly like the rockabilly that lingers in your mind from times long gone, and after all this violence we close the album with Rockabilly Banjo which has no rockabilly rhythm and sound but is pure country polka. The album with a warm powerful double bass drive as its common thread shows that Brian Setzer with Victor Indrizzo on drums and David Roe Rorick on double bass still guarantees top quality rockabilly. You can clearly see that Setzer has drawn quite a bit of inspiration from other songs in both rock and pop, but that doesn't make the album any less desirable. The booklet contains the lyrics which are partly life's wisdom and partly the need for speed and flames. Info: www.briansetzer.com en www.surfdog.com (Henri Smeets)


SHAKER ATTACK/ THE B-SHAKERS
Part, PART-CD 6130.001
English version: see below

The B-Shakers komen uit Zwitserland en ik had nog nooit van hen gehoord, hoewel ze best wat lawaai maken, al bestaan sinds 2008 en in eigen beheer drie releases uitbrachten, de 7 track CD Freighttrain From Scoville (2009), Take Me For A Ride (2013) en Let's Go Boogie (2017). Inmiddels is de bezetting grondig door elkaar geschud en toen het stof was gaan liggen bestond de groep naast oprichtende leden Philipp Oeggerli (contrabas) en Roger Meier (drums) uit gitarist Thomas Grenacher en een zangeres met akoestische gitaar, Martina "Mary" Vogel die in 2020 de finale haalde van de Zwitserse editie van The Voice, en het feit dat ze die finale niet won is goed voor haar street credibility. Naast die zangeres is het grootste verschil met de vorige CD’s dat deze CD 11 eigen songs en slechts één cover bevat, de tango Big Bad Handsome Man van Imelda May wier invloed je ook hoort in nummers als Next Time en Kiss Me. Die Big Bad Handsome Man toont ook gelijk het audio verschil tussen een big budget productie als Imelda May en rock 'n' roll die recht van de straat komt: deze CD werd opgenomen door Rawand Baziany bij Black Shack in Calw (D). Een andere invloed is de urgentie maar gelukkig niet de muziek zelf van psychobilly, bijvoorbeeld in de instrumental Chicken Circus. Vanaf opener When I Mess Around (With You) hebben The B-Shakers ons bij het nekvel, want dit is melodieus gospel-end maar met een krachtig geluid met weerhaakjes in die gitaar. Ook Shaker Attack en het van geluidseffecten voorziene Rocket Gal liggen in die lijn: hedendaagse gitaar rock 'n' roll, maar wel 100 % rockend. I Wanna Boogie is bluesbop, maar ze kunnen het even goed als melodieuze rockabilly (Before I Leave My Dear Alone) of in een meer bluesy getinte stroll setting (I Got A Hole In My Pocket). Samenvatting: de CD is beter dan de lelijke hoes! Wie zweert bij authentiek gelieve zich te onthouden, maar wie houdt van 21ste eeuwse rockabilly met rauwe zang, een goeie groove en veel twangy gitaren diene zeker kennis te maken. Ze hebben nog nooit bij ons gespeeld, maar ik zou ze wel eens graag live willen meemaken. Wie durft het aan ze naar hier te halen?
Info: www.rockabilly.de en www.b-shakers.com (Frantic Franky)

The B-Shakers hail from Switzerland and I had never heard of them, although they make quite a bit of noise, have been around since 2008 and self-released three CDs, the 7 track CD Freighttrain From Scoville (2009), Take Me For A Ride (2013) and Let's Go Boogie (2017). In the meantime the line-up has been thoroughly, err, shaken up and when the dust had settled the group consisted in addition to founding members Philipp Uggerli (double bass) and Roger Meier (drums) of guitarist Thomas Grenacher and a girl singer with acoustic guitar, Martina "Mary" Vogel who made it to the finals of the Swiss edition of The Voice in 2020, and the fact that she didn't win only adds to her street credibility. Besides the female voice the biggest difference with the previous CDs is that the new album contains 11 own compositions and only one cover, Imelda May's tango Big Bad Handsome Man, and May's influence can also be heard in songs like Next Time and Kiss Me. Big Bad Handsome Man also shows the audio difference between a big budget production like Imelda May and rock 'n' roll straight from the big city streets: this CD was recorded by Rawand Baziany at Black Shack in Calw (D). Another influence is the urgency but fortunately not the music itself of psychobilly, for example in the instrumental Chicken Circus. Right from the opening track When I Mess Around (With You) The B-Shakers got us hooked, for this is melodic gospel-style singing backed by a powerful barbed wire guitar sound. Shaker Attack and the sound effect laden Rocket Gal are in the same vein: contemporary guitar rock 'n' roll, but 100% rocking. I Wanna Boogie is blues bop, but they manage just as well when it's melodic rockabilly (Before I Leave My Dear Alone) or a more bluesy tinged stroll setting (I Got A Hole In My Pocket). Summary: the CD is better than the ugly cover! Those who swear by authenticity should refrain, but if you love 21st century rockabilly with rough vocals, a damn good groove and lots of twangy guitars then go for it. The B-Shakers have never played in our neck of the woods, but I'd sure love to see them live. Who dares to bring them over? Info: www.rockabilly.de en www.b-shakers.com (Frantic Franky)


A DRIVE-BY LOVE AFFAIR/ THE KOKOMO KINGS
Rhythm Bomb, RBR 6010
English version: see below

Eind september stond dit kwartet tot vreugd' en jolijt van alle wildcat tamers onder ons nog exclusief op Goezot in't Hofke in Oud-Turnhout (B) en eenieder was het eens dat ze daar de pannen van het dak hebben gespeeld. Deze nieuwe CD, hun vierde inmiddels, zal dan ook wel als zoete broodjes van de hand zijn gegaan. De juke joint band werd opgericht in 2011 door muzikanten uit Zweden en Denemarken en is sindsdien erg populair in het rock 'n' roll wereldje, ondanks het feit dat ze strikt genomen geen rock 'n' roll band maar een rockende bluesband zijn. Het zegt veel over hoe goed en hoe authentiek ze zijn, en bovendien zijn ze meesters in het bedenken van onweerstaanbare rechtdoor rockers. Het nieuwe album mikt opnieuw genadeloos op een volle dansvloer vanaf de opener, gemeen bluesboppende bluesrock met slide in een sound die doet denken aan de klank van Willie Joe Duncan’s eensnarige unitar gitaar die u kent van Rene Hall's Twitchy en Bob Landers' Cherokee Dance, en The Wonder Man is inderdaad - en we wikken onze woorden - van diezelfde grootorde. Buckle Up is rechtdoor rock 'n' roll uit hetzelfde bluesvaatje tappend als Monkey's Uncle, en ook No Dinner Tonight met rhythm 'n' blues gitaar en Gotta Get It Off The Hook en titeltrack A Drive-By Love Affair met slide zijn rockers. She's Shaking Up A Storm is uptempo Tony Joe White swamp rock waarop u desgewenst kan strollen, al blendt dat bij The Kokomo Kings natuurlijk allemaal door elkaar. In A Million Stars doen ze hun gezellige trucje op een uptempo ska ritme en zelfs dat werkt. In 2018 werden ze in Memphis op Dale Watson's Ameripolitan Music Awards genomineerd in de categorie Beste Rockabilly Band wat waarschijnlijk vooral betekent dat ze daar de term rockabilly gebruiken voor àlle rock 'n' roll, maar je hoort wel degelijk de invloed van rockabilly in de bluesabilly songs Jump Like A Chicken en Drinking Fire And Eating The Ash. A Drive-By Love Affair bevat 12 songs zoals gebruikelijk allemaal geschreven door bassist Magnus Lanshammar en is de logische voortzetting van Fighting Fire With Gasoline uit 2019 wegens helemaal in de dezelfde lijn, en als u niets meer van The Kokomo Kings kocht sinds hun debuut Artifical Natural uit 2013 dan is het grootste verschil dat de mondharmonica van zanger Harmonica Sam (dezelfde van de period perfecte Country Side Of Harmonica Sam) net als Harmonica Sam zelf verdwenen is. Vanaf hun tweede album, Too Good To Stay Away From uit 2017, nam gitarist Martin Abrahamsson wiens smerige zang perfect in de Kokomo Kings sound past immers de vocals over (Harmonica Sam zong nog maar op drie nummers zong op die plaat) waardoor het geheel minder Chicago blues en meer, euh, killer blues klinkt. Je zou ook kunnen zeggen dat de nieuwe CD rockender is, maar misschien is dat gewoon wat ik er zelf in wil horen. Wie ze tot op heden niet goed vond zal met dit nieuwe album niet overtuigd worden, maar The Kokomo Kings hebben de magische formule gevonden om 70 jaar rechtdoor rock 'n' roll, bluesrock en pubrock te distilleren tot een opnieuw opwindend fris klinkende cocktail. Of zoals ze zelf zeggen: als u de vorige drie CD’s niet goed vond moet u deze niet kopen, want hij is even goed! Wie de vinyl LP (RBR 5956) wil zal geduld moeten uitoefenen: door de wereldwijde vinyl vertragingen zou die er niet komen vóór maart 2022.
Info: www.kokomokings.com en www.rhythmbomb.com (Franky Frantic)

End of September this quartet played an exclusive show in Belgium at the Goezot in't Hofke festival in Oud-Turnhout to the joy and delight of all wildcat tamers among us, and everyone in attendance agreed that they tore the roof off. You can bet your ass this new CD, their fourth, must have sold like hot cakes. The juke joint band was founded in 2011 by musicians from Sweden and Denmark and has been very popular in the rock 'n' roll world ever since, despite the fact that they are strictly speaking not a rock 'n' roll band but a rockin' blues band. Guess it says a lot about how good and how authentic they are, and on top of that they are masters at coming up with irresistible straight ahead rock 'n' roll songs. The new album again aims for a full dance floor right from the opening track, mean bluesboppin' blues rock with slide guitar and a sound reminiscent of Willie Joe Duncan's one-string unitar guitar that you know from Rene Hall's Twitchy and Bob Landers' Cherokee Dance, and The Wonder Man is indeed - and we weigh our words - in the same grand order. Buckle Up is straight ahead rock 'n' roll in the bluesy tradition of Monkey's Uncle, and No Dinner Tonight with rhythm 'n' blues guitar and Gotta Get It Off The Hook and title track A Drive-By Love Affair with slide guitar are rockin' too. She's Shaking Up A Storm is uptempo Tony Joe White swamp rock to which you can stroll if you wish to do so, though of course with The Kokomo Kings all of these subgenres blend together. In A Million Stars they work their spell to an uptempo ska rhythm and even that works out well. In 2018 they were nominated in the Ameripolitan Music Awards in Memphis in the Best Rockabilly Band category which probably means that Dale Watson uses the term rockabilly for all types of rock 'n' roll, but you can definitely hear the influence of rockabilly in the bluesabilly songs Jump Like A Chicken and Drinking Fire And Eating The Ash. A Drive-By Love Affair contains 12 songs as usual written by bass player Magnus Lanshammar and is the logical continuation of 2019's Fighting Fire With Gasoline as it's completely in the same winning vein, and if you didn't buy anything by The Kokomo Kings since their 2013 debut Artifical Natural then the biggest difference is that the harmonica of singer Harmonica Sam (the same Harmonica Sam from the period perfect Country Side Of Harmonica Sam) is gone just like Harmonica Sam himself. Starting with their second album, 2017's Too Good To Stay Away From, guitarist Martin Abrahamsson whose scruffy larynx perfectly fits the Kokomo Kings sound took over on vocals (Harmonica Sam only sang on three songs on that album) making the whole thing less Chicago blues and more, err, killer blues. One could also say that the new CD is more rockin', but maybe that's just the way I want to hear it. If you didn't like them so far this new album will not convince you, but fact is that The Kokomo Kings have found the formula to make 70 years of straight forward rock 'n' roll, blues rock and pub rock sound exciting and fresh again. Or like they say themselves: if you didn't like the previous three CD’s don't buy this one, because it's just as good! If you want the vinyl LP (RBR 5956) you'll need patience: due to the world-wide vinyl delays its release is scheduled for March 2022. Info: www.kokomokings.com en www.rhythmbomb.com (Franky Frantic)


HOT SHOTS/ THE BASEBALLS
Electrola, 06025 0719393
English version: see below

Sven Budja, Rüdiger Brans en Sebastian Rätzel uit Berlijn vullen de internationale podia al sinds 2007 met hun schitterende rock ‘n’ roll en rockabilly vertolking van moderne pophits. In 1983 was het nog wereldschokkend dat Dave Phillips & the Hot Rod Gang een song van de eigentijdse band Soft Cell coverden, ook al was Tainted Love eigenlijk van Gloria Jones uit 1965, maar wie wist dat al destijds? En nu nog steeds? Tegenwoordig met de jonge generatie neo rock ’n’ roll, neo rockabilly en neo teddy boy bands is dat niks bijzonders meer, die jeugd groeit op met hedendaagse massaproductie prulmuziek voordat ze ontdekt dat er vroeger nog met handwerkelijk vakmanschap meesterlijke muziek werd vervaardigd. Toch heeft het wel wat als die snertmuziek van de radio opeens in vintage stijl verrockt wordt. Met die stijl hebben The Baseballs al bijna 15 jaar succes in de hitlijsten in het Duitstalige gebied, maar ook daarbuiten. In 2011 namen ze nog met onze eigen Guus Meeuwis Het Is de Nacht in een geweldige rockabilly versie op, This Is A Night, deels in het Engels en deels in het Nederlands verschenen op hun album Strings ’n’ Stripes. Live zingen The Baseballs het Nederlands ook zelf (op de studio opname alleen Guus Meeuwis). Het trio scoort nog steeds, maar waar men vroeger van single charts sprak zijn het tegenwoordig album charts. Hun grootste hit album is nog steeds Strikes (2009) dat zelfs in de UK de vierde plaats haalde en in Zwitserland 102 weken in de charts stond met als topnotering de tweede plaats. Ook hun andere albums Strings ‘n’ Stripes (2011), Game Day (2014) en Hit Me Baby (2016) waren zeer verdienstelijk in de hitlijsten, en hun nieuwste album Hot Shots (op het album staat 2020, maar het is pas op 28 mei 2021 op de markt gekomen) had als piek noteringen 13 (Duitsland), 27 (Oostenrijk) en 7 (Zwitserland). Er is duidelijk een markt voor hun succesrecept van een vlotte swing met de goede warme beat van een rollende contrabas, heel goed te horen in onder andere hun klasse vertolking van Kim Wilde's Kids In America, geschreven door pa Marty Wilde, de Britse fifties rocker.
Het album start met het althans bij de ouderen overbekende Rock Me Amadeus van de Oostenrijker Falco uit 1985 in een geslaagde billy versie. De zangkwaliteiten van het trio komen in songs als Forever Young, de toch aardige ballad van de Duitse band Alphaville uit 1984, goed tot hun recht met in de zang doo-wop, in de coupletten een sound overduidelijk geïnspireerd door Elvis’ mid tempo songs uit de early sixties en in het refrein een lekkere vlotte beat. Bobby McFerrin’s reggae song Don’t Worry Be Happy is voorzien van een degelijke rockabilly beat en swingt er heerlijk op los, daar waar het origineel voortslentert onder een heet schijnende zon. In de jaren '50 waren rock ‘n’ roll songs nog twee minuten events, tegenwoordig liggen zelfs de vlotte songs rond de drie minuten. De eigen compositie A Little Bit wijkt duidelijk af van de vintage style fifties rock ‘n’ roll van de andere songs en is meer poprock met een typische gezwollen jaren '70 Elvis sound, niet mijn ding, maar ieder het zijne. Aangezien buiten Jerry Lee Lewis, Johnny Cash en Chuck Berry ook Elvis behoort tot de idolen van The Baseballs is de aanwezigheid van deze opmerkelijke song meteen verklaard. Niet voor niets heeft het trio in 2017 nog een album in de Sun studio in Memphis opgenomen getiteld 10th Anniversary, The Sun Sessions. Wat een verschil met A Little Bit is daarentegen Jump, het nummer van Van Halen dat in 1984 in de charts stond. De versie hier swingt in de typische Baseballs stijl en laat het origineel verdampen. Take On Me, origineel een oorworm van de Noorse band A-Ha uit 1984, wordt op een waanzinnig goede manier gebracht met veel creativiteit in de tempowisselingen en het gitaarwerk. Klasse rockabilly! Mambo is een verademing in vergelijking met het met synthesizertrompet overgoten bedenksel van Herbert Grönemeyer die in Duitsland als een top artiest geldt (nooit begrepen waarom). Hij moet zich schamen als hij de versie van The Baseballs hoort, wat een pit, met goede zang en beduidend betere muzikale begeleiding als het origineel. Aan dit soort nummers merk je dat The Baseballs niet een band is die om de haverklap een album uitbrengt omdat de platenmaatschappij dat zo nodig wil. Ze nemen de tijd om moderne(re) songs goed te coveren in hun eigen stijl want zo mag je het toch wel noemen, en om eigen songs op te nemen. Op Hot Shots is de band in tegenstelling tot hun eerdere albums nadrukkelijk wat verder teruggegaan in de tijd naar de jaren '70 en '80, en daartoe behoort ook de oude kraker van Abba, Super Trouper uit 1980, hier in een geweldige blanke doo-wop versie die zo van Dion & the Belmonts had kunnen geweest zijn. Een beetje Beach Boys-achtig wordt het in Wham's knaller Wake Me Up Before You Go Go uit 1984, en voor de rest doet de song heel sterk denken aan de Britse jaren '70 neo doo-wop band Darts. Ghostbusters, het overbekende thema van de gelijknamige film uit 1984, krijgt een puike billy versie, en Bill Medley & Jennifer Warnes' disco hit Time Of My Life uit de film Dirty Dancing (1987) klinkt als seventies Elvis met de couplet melodielijn van Spider Murphy Gang’s Schickeria, dat alles verhuld in ware rockabilly. Boys Don’t Cry [behalve in het hoekje, haha] van The Cure uit 1980 heeft in de versie van The Baseballs door de stevige sound meer weg van boksers don’t cry. Na zoveel muzikaal geweld zijn we aan het einde van het album uitgeblust en rusten we uit in Paradise City, een slaapliedje in vergelijking met het origineel van Guns ‘n’ Roses. De zang is hier tenminste mannelijk en niet zo verwijfd als in het bijeengeraapte muzieknotenfestijn van voornoemde band uit 1987.
Samengevat: The Baseballs klinken na 14 jaar en zeven albums nog steeds even fris met hun goed gearrangeerde briljante rockabilly covers van popsongs. Voor diegenen die de badkamer graag vereren met een solo concert staan in het booklet alle songteksten om zelf mee te lallen. In januari 2022 spelen The Baseballs twee data in Nederland (check onze Be There!© rock 'n' roll gig guide), en dat is geleden van 2018. Info: www.thebaseballs.com (Henri Smeets)

Sven Budja, Rüdiger Brans and Sebastian Rätzel from Berlin have been playing international stages since 2007 with their brilliant rock 'n' roll and rockabilly interpretations of modern pop hits. In 1983 it was still a scandal when Dave Phillips & the Hot Rod Gang covered a song by contemporary band Soft Cell, even though Tainted Love was originally done by Gloria Jones in 1965, but who knew that back then? And who even knows it today? Nowadays this is nothing special with the young generation of neo rock 'n' roll, neo rockabilly and neo teddy boy bands. Kids now grow up with today's mass produced trash before they discover that once upon a time there used to be craftsmanship involved when masters made music. Still, there's something magical when you hear crappy music suddenly performed vintage style on the radio. With this style The Baseballs have been successful for almost 15 years in the charts not only in German speaking countries but also abroad. The trio still scores hits, but whereas once upon a time there were single charts, nowadays it's the album charts that matter. Their biggest album is still Strikes (2009) which even made it to # 4 in the UK and spent 102 weeks in the Swiss charts stalling at # 2. Their other albums Strings 'n' Stripes (2011), Game Day (2014) and Hit Me Baby (2016) also did very well in the charts and their latest album Hot Shots (the liner notes say 2020, but it wasn't released till May 2021) peaked at # 13 (Germany), # 27 (Austria) and # 7 (Switzerland). There is clearly a market for their successful recipe of smooth swing combined with the warm beat of a rolling double bass, as exemplified in their classy rendition of Kim Wilde's Kids In America, written by dad Marty Wilde, the British fifties rocker.
The album starts with the at least to the older folks over-familiar Rock Me Amadeus by Austrian Falco from 1985 in a decent billy version. The trio's singing qualities come to the fore in songs like Forever Young, the nice 1984 ballad by German band Alphaville, with doo-wop in the vocals, a sound clearly inspired by Elvis' early sixties mid tempo songs in the verses and a nice soft beat in the chorus. Bobby McFerrin's reggae song Don't Worry Be Happy is delivered with a solid rockabilly beat and swings along wonderfully, while the original walks slowly under a burning sun. In the 1950s rock 'n' roll songs were two minute events, nowadays even the short songs last around three minutes. Their own composition A Little Bit clearly deviates from the other songs' vintage style fifties rock 'n' roll, being more pop rock with a typical big seventies Elvis sound, not my kinda thing but to each his own. Apart from Jerry Lee Lewis, Johnny Cash and Chuck Berry, Elvis is also one of The Baseballs' idols, hence the presence of this remarkable song. Not surprisingly the trio recorded an album at the Sun studio in Memphis in 2017 entitled 10th Anniversary, The Sun Sessions. What a big difference with Jump, the Van Halen song that topped the charts in 1984. The version here swings in typical Baseballs style and vaporizes the original. Take On Me, originally a 1984 earworm by Norwegian band A-Ha, is delivered in an insanely good way with a lot of creativity in the tempo changes and guitar work. Classy rockabilly! Mambo is a breath of fresh air compared to the synth-drenched concoction of Herbert Grönemeyer who is considered a top artist in Germany (never understood why). He should be ashamed when he hears The Baseballs' punchy version with good vocals and significantly better musical accompaniment than the original. You can tell from songs like this that The Baseballs are not a band that releases an album every so often because the record company demands it. They take their time to cover modern songs giving them their own twist, because that’s what it is, and to record their own songs. On Hot Shots, contrary to their previous albums, the band steps further back in time to the seventies and eighties, including the 1980 Abba hit Super Trouper, here in a great white doo-wop version that could have been sung by Dion & the Belmonts. Things go Beach Boys in Wham's 1984 biggie Wake Me Up Before You Go Go , but The Baseballs' version is also very reminiscent of British seventies neo doo-wop band Darts. Ghostbusters, the well known theme from the 1984 film of the same name, gets an excellent billy version, and Bill Medley & Jennifer Warnes' disco hit Time Of My Life from the film Dirty Dancing (1987) sounds like seventies Elvis with the verse melody line from Spider Murphy Gang's Schickeria, disguised as true rockabilly. The Cure's 1980 Boys Don't Cry [except in the corner, haha] is more like Boxers Don't Cry in The Baseballs' version thanks to its solid sound. After so much musical violence we're dead tired at the end of the album and take a rest in Paradise City, a lullaby compared to Guns 'n' Roses original. At least the vocals are masculine and not as effeminate as in the aforementioned band's randomly put together note "fest" from 1987. To sum things up: The Baseballs sound as fresh as ever after 14 years and seven albums of well arranged brilliant rockabilly covers of pop songs. If you like to do a solo gig in the bathroom, the booklet contains all the lyrics for you to shout along. Info: www.thebaseballs.com (Henri Smeets)

5 oktober 2021

HALLOWSCREAM
Atomicat, ACCD098
English version: see below

Voor sommige mensen is oktober de favoriete maand en Halloween de favoriete feestdag, en zij kunnen hun hartje ophalen met de Halloween CD’s die de platenfirma’s sinds jaar en dag uitbrengen. Elk jaar komen er daar bij en dat is dit jaar niet anders: Atomicat Records bundelt op Hallowscream 30 songs 1955-1962 over hekserij, weerwolven, satan, vampiers, moordenaars, marsmannetjes en spooktreinen, uitgekozen door de waarschijnlijk niet onschuldige hand van grote griezel Mark Armstrong. Dave Gardner's Mad Witch, nog niet zo gek lang geleden als Old Mad Witch noot voor noot gecoverd door Marcel Bontempi (D), zoals bekend een man met goede smaak, is uptempo vocal harmony western verhaalderij in de stijl van al die songs over behekste treinen. Twee andere nummers in dezelfde stijl zijn Cris Kevin's meer rock 'n' roll gerichte Haunted House, en met een bescheidener bandbezetting The Creep van Jay Brinkley die nog een keertje herrijst met het beschaafd swingende Forces Of Evil. The Blue Echoes' It's Witchcraft, Clyde Scott's Gravedigger's Rock, Laurie Allen & the Blue Jay's Wolf Man, Carl Bonafede & the Gem-Tones' Were Wolf, The Raiders' Hocus Pocus en Terry Dunavan & the Earthquakes Rockin' On Mars zijn losgeslagen blanke rock 'n' roll, en helemaal besodemieterd is de een stuk in het rond brullende Martian Band van The Wild Tones. Het garage-achtige Scream van Ralph Nielsen & the Chancellors staat geboekstaafd als een van de wildste nummers ooit, B-kant Little Demon (niet het Screaming Jay Hawkins nummer) is veel minder bekend en ook minder wild want een melodieuze medium tempo pizzicato rocker. Uw Halloween feestje wordt voorts opgevrolijkt door vocal harmony teen pop stroll met The Diamonds' Batman Wolfman Frankenstein Or Dracula en big band dixieland rock 'n' roll met de Zweedse rock 'n' roll pionier Little Gerhard die gelukkig in het Engels zingt en dat in Rockin' Ghosts zelfs niet onaardig doet. Mark Armstrong is een grote liefhebber van country (van álle oude muziek, vermoed ik) en de CD bevat dan ook uptempo country pop (George Morgan's The Little Green Men) en hillbilly (Ray Anderson & the Home Folks' Sputniks And Mutniks, Jimmy Gartin with The Highlanders' Gonna Ride That Satelite). Op Halloween CDs staan altijd veel instrumentals en zo ook op deze. Ik heb geen flauw benul wie The Gigolo’s waren maar hun Killer Joe - Version 1 (niemand heeft ooit Version 2 tegengekomen) klinkt als een legertje Britse early sixties saxofoons in de stijl van Sounds Incorporated en lijkt me gefundenes fressen voor wie houdt van sixties jivers. Nog instrumentaal werk om je tanden in te zetten: de mysterieuze sax strolls Vampire van The Crystals (niet dié Crystals) en Haunted Sax van The Nite Caps. Reg Owen's Jack The Ripper is big band detective swing jazz, The Rondels' Satan's Theme is cleane gitaar surf die werd gecoverd door The Challengers. Het enige flauwe nummer op de CD vind ik Hocus Pocus (Abbra-Cadabra-Sham) van Buddy Lucas, nochtans geen onverdienstelijk saxofonist maar hier een middelmatig sax-gitaar werkje afleverend met een flauw orgeltje op de achtergrond en een zich opdringend vrouwenkoortje. Het grote voordeel van de CD is dat ie de bekendere Halloween klassiekers achterwege laat (uitgezonderd Bobby Bare's Vampira) en het aandeel Monster Mash-achtige nummers beperkt blijft. Opvallend veel songs houden trouwens het midden tussen rock 'n' roll en vocal harmony, bijvoorbeeld Rockin' Satellite van The 3 Honeydrops. Oeps, daar wordt aan de deur geklopt... Trick or treat!
Info: www.vintagerockinroots.com (Frantic Franky)

For some people October is their favorite month and Halloween their favorite holiday, and they can indulge in the Halloween CDs that the record companies are releasing year after year. Every year the pile grows taller and the pickings get richer, and this year is not different: Atomicat Records' Hallowscream compiles 30 songs 1955-1962 about witchcraft, werewolves, Satan, vampires, murderers, little green men from Mars and ghost trains, picked by boogieman Mark Armstrong's probably not so innocent hand. Dave Gardner's Mad Witch, covered note for note not too long ago as Old Mad Witch by Marcel Bontempi (D), a gentleman of good taste, is uptempo vocal harmony western storytelling in the style of all those songs about haunted trains. Two other songs in the same style are Cris Kevin's more rock 'n' roll oriented Haunted House, and with a more modest band lineup The Creep by Jay Brinkley who comes back from the dead for another round with the civilized swinging Forces Of Evil. The Blue Echoes' It's Witchcraft, Clyde Scott's Gravedigger's Rock, Laurie Allen & the Blue Jay's Wolf Man, Carl Bonafede & the Gem-Tones' Were Wolf, The Raiders' Hocus Pocus and Terry Dunavan & the Earthquakes Rockin' On Mars are white rock 'n' roll on the loose, and totally demented is the Wild Tones' Martian Band cutting more than one blood stained rug. Ralph Nielsen & the Chancellors' garage-like Scream went down the drains and into history as one of the wildest songs ever recorded, B-side Little Demon (not the Screaming Jay Hawkins song) is much less known and much less wild as it's a melodic medium tempo pizzicato rocker. Your Halloween party is further enlivened with vocal harmony teen pop stroll (The Diamonds' Batman Wolfman Frankenstein Or Dracula) and big band dixieland rock 'n' roll with Swedish rock 'n' roll pioneer Little Gerhard who thankfully sings in English and even does a great job at it in Rockin' Ghosts. Mark Armstrong is a big fan of country music (of àll old music, I suppose) and the CD also contains uptempo country pop (George Morgan's The Little Green Men) and hillbilly (Ray Anderson & the Home Folks' Sputniks And Mutniks, Jimmy Gartin with The Highlanders' Gonna Ride That Satelite). Halloween CDs always feature a lot of instrumentals, as is the case here. I have no idea who The Gigolos were but their Killer Joe - Version 1 (no one has ever come across Version 2) sounds like a batallion of British early sixties saxophones in the style of Sounds Incorporated and seems to me gefundenes fressen if you dig sixties jivers. Other instrumentals to sink your teeth into include the mysterious sax strolls Vampire by The Crystals (not thòse Crystals) and Haunted Sax by The Nite Caps. Reg Owen's Jack The Ripper is big band detective swing jazz, The Rondels' Satan's Theme is clean guitar surf as covered by The Challengers. The only song not up to par is Hocus Pocus (Abbra-Cadabra-Sham) by Buddy Lucas who's a decent enough saxophone player but here delivers a mediocre sax-guitar tune with a faint organ in the background and a female chorus imposing itself too much. The big advantage of the CD is that it avoids the well known Halloween classics (except Bobby Bare's Vampira) and that the number of Monster Mash-type songs is kept to a minimum. A surprising number of songs on the other hand are halfway in between rock 'n' roll and vocal harmony, for example Rockin' Satellite by The 3 Honeydrops. Oops, somebody's knocking at the door... Trick or treat!
Info: www.vintagerockinroots.com (Frantic Franky)


THE GENE VINCENT CONNECTION
Bear Family, BCD17620
English version: see below

Na Bill Haley, Roy Orbison en 2 x Elvis is het de beurt aan Gene Vincent voor een CD met "36 roots and covers", en zoals op die andere CD’s zijn de originals, de originele versies van liedjes die gecoverd werden door Gene Vincent, dik in de minderheid tegenover Vincent's songs in coverversies door andere uitvoerders. Ik tel zeven originals: de gezellige New Orleans rocker High Blood Pressure van Huey "Piano" Smith & the Clowns met zang van Bobby Marchan, de geweldige R 'n' B swing van queen of the boogie Hadda Brooks' Jump Back Honey uit 1952, Milton Trenier's zwoele swinger Gonna Catch Me A Rat, Jimmy Johnson's minder orgastische countryblues demo van Woman Love, de al even country hick klinkende semi-akoestische demo van Red Blue Jeans And A Ponytail door Freddie Franks (co-auteur van Five Days Five Days) zonder gitaarsolo maar met twee solo’s gespeeld door een verdubbelende contrabas, en het minder bekende Pretty (Little) Pearly in de brave originele versie van de Britse rock 'n' roll zanger Terry Dene waar Gene Vincent doodleuk zijn eigen naam onder zette. Ja, het is soms gek hoe songs hun weg vinden, want ook de laatste original hier, het eveneens minder bekende It's Been Nice, had de Britse nationaliteit: de original, een prima rocker, staat op naam van Marty Wilde.
De covers bevatten zowel het wildere werk (Jack Roubik & the T-J's' I Got A Baby) als brave borsten als Bobby Milano's Double Talking Baby. Voorts horen we veel zeldzaam materiaal als de Rollin' Danny acetaat door Yes I Love You Baby co-auteur Max K. Lipscomb alias Scotty McKay, kortstondig Blue Cap die ritmegitaar speelde op Baby Blue, I Got A Baby en Yes I Love You Baby. The Gene Vincent Connection bevat van hem ook een geslaagde Be-Bop-A-Lula en zijn Somebody Help Me als lid van Tommy & the Tom Toms. Een vreemde connectie is Steve Drexel, in 1958 acteur in de film Hot Rod Gang waarin Gene Vincent Baby Blue en Dance To The Bop zong. Drexel zong in die film geen noot maar coverde beide songs wel op single, waarbij vooral die Dance To The Bop een goed resultaat mocht voorleggen. De CD gaat internationaal en bevat naast Britse covers van The Voices (een vijf sterren Race With The Devil), Vince Eager (een big band rock 'n' roll Five Days Five Days), Vince Taylor (van wie Gene Vincent het zwart lederen image afkeek op zijn best in Rocky Road Blues) en Wee Willie Harris (de ultra wilde Say Mama afkomstig van een Portugese TV opname - geen idee of de video nog bestaat) ook Gene Vincent made in Canada (Dean Hagopian & the Regals' Lotta Lovin'), Australië (Johnny Rebb's Right Here On Earth, Terry Dean met een uitstekende Git It die eerder 1956 klinkt als 1966, het jaar waarin het werd opgenomen), Frankrijk (Dick Rivers & les Chats Sauvages met een in het Frans gezongen Anna Annabelle, Eddy Mitchell & les Chaussettes Noires met een in het Frans gezongen She She Little Sheila en een uptempo Be-Bop-A-Lula al evenzeer à la Française) en Zweden (2 x Rock Ragge & his Four Comets met Bluejean Bop en Who Slapped John, godzijdank in het Engels). Ook uit Zweden, voor één keer vocaal en gelukkig ook in het Engels: The Spotnicks met I'm Goin' Home.
Geen original maar ook geen cover zijn de nummers die niet de originele versie zijn maar toch werden opgenomen vóór de Black Leather Rebel er zijn tanden in zette, bijvoorbeeld de wilde Chuck Berry cover Maybelline van de onwaarschijnlijke Vincent soundalike Johnny Rebb, en Should I Ever Love Again (origineel van Wynona Carr) door Rusty Draper die gespecialiseerd was in pop country covers van andermans hits. Er staan ook enkele niet-rock 'n' roll songs op zoals Bobby Darin's Sinatra-stijl swing versie van Up A Lazy River dat eigenlijk al dateert van begin jaren '30, en nog meer crooner werk met Jerry Vale's Peg O' My Heart dat origineel zelfs teruggaat tot 1913. Kay Starr maakt begeleid door een strijkorkest een beschaafde crooner swing ballade versie van Blues Stay Away From Me, origineel klaaglijke hillbilly blues uit 1949 van The Delmore Brothers. Wie enkel vlammende rock 'n' roll verwacht moet dus rekening houden met een paar crooners en popsongs, maar op zich is dit fraaie, gevarieerde en altijd interessante muziek, vergezeld van een booklet met 34 pagina’s tekst en uitleg.
Info: www.bear-family.com (Frantic Franky)

After Bill Haley, Roy Orbison and twice Elvis it's Gene Vincent's turn for a CD with "36 roots and covers", and like on those other CDs the originals, the original versions of songs covered by Gene Vincent, are largely outnumbered by Gene Vincent songs in cover versions by other performers. I count seven originals: the cheerful New Orleans rocker High Blood Pressure by Huey "Piano" Smith & the Clowns with vocals by Bobby Marchan, the great R 'n' B swing of queen of the boogie Hadda Brooks' 1952 Jump Back Honey, Milton Trenier's sultry swinger Gonna Catch Me A Rat, Jimmy Johnson's less orgasmic country blues demo of Woman Love, the equally country hick semi-acoustic demo of Red Blue Jeans And A Ponytail by Freddie Franks (co-author of Five Days Five Days) with no guitar solo but two solos with a doubling upright bass, and the lesser-known Pretty (Little) Pearly in the clean cut original version by British rock 'n' roll singer Terry Dene to which Gene Vincent had no problem putting his own name onto the composer credits. Yes, sometimes it's strange how songs travel around: the last original here, the equally lesser known It's Been Nice, also had the British nationality, as the original, a fine rocker, was done by Marty Wilde.
The covers include both the wilder stuff (Jack Roubik & the T-J's' I Got A Baby) and well behaved interpretations like Bobby Milano's Double Talking Baby. Furthermore we hear a lot of rare material like the Rollin' Danny acetate by Yes I Love You Baby co-author Max K. Lipscomb aka Scotty McKay, for a very short while a Blue Cap, playing rhythm guitar on Baby Blue, I Got A Baby and Yes I Love You Baby. The Gene Vincent Connection also features his excellent Be-Bop-A-Lula as well as his Somebody Help Me while a member of Tommy & the Tom Toms. An odd connection is Steve Drexel, one of the actors in the 1958 film Hot Rod Gang in which Gene Vincent sang Baby Blue and Dance To The Bop. Drexel didn't sing one single note in that film but covered both songs on a 45, in particular resulting in a darn good Dance To The Bop. The CD goes international and contains apart from British covers by The Voices (a five star Race With The Devil), Vince Eager (a big band rock 'n' roll Five Days Five Days), Vince Taylor (at his best in Rocky Road Blues - in return Vincent copied Taylor's black leather image) and Wee Willie Harris (the ultra wild Say Mama from a Portuguese TV broadcast, I don't know if the video survived) Gene Vincent made in Canada (Dean Hagopian & the Regals' Lotta Lovin'), Australia (Johnny Rebb's Right Here On Earth, Terry Dean with an excellent Git It that sounds more 1956 than 1966, the year it was recorded), France (Dick Rivers & les Chats Sauvages with Anna Annabelle sung in French, Eddy Mitchell & les Chaussettes Noires with She She Little Sheila sung in French and an uptempo Be-Bop-A-Lula à la Française too) and Sweden (2 x Rock Ragge & his Four Comets with Bluejean Bop and Who Slapped John, thank goodness in English). Also from Sweden, exceptionally not instrumental and fortunately also in English: The Spotnicks with I'm Goin' Home.
Not an original but neither a cover are the songs that are not the first version but were still recorded before the Black Leather Rebel sunk his teeth into 'em, for example the wild Chuck Berry cover Maybelline by the incredible Vincent soundalike Johnny Rebb, and Should I Ever Love Again (the original is from Wynona Carr) by Rusty Draper who specialized in pop country covers of other people's hits. There's a couple of non-rock 'n' roll songs on here too such as Bobby Darin's Sinatra style swing version of Up A Lazy River, a song which dates back to the early 1930s, and even more crooner work with Jerry Vale's Peg O' My Heart which had been handed down since 1913. Kay Starr is accompanied by a string orchestra in her civilized crooner swing ballad Blues Stay Away From Me, originally plaintive 1949 hillbilly blues by The Delmore Brothers. If you're expecting only blazing rock 'n' roll you have to take a few crooners and pop songs into account, but on their own all the songs are good, varied and always interesting. The CD comes with a 34 page booklet with info on each song. Check it out at www.bear-family.com (Frantic Franky)


GREAT BRITISH TWANG
Jasmine, JASCD1128
English version: see below

The Shadows trokken in de, euh, schaduw van Cliff Richard een instrumentale gitaarbeweging op gang die niet enkel in Engeland plaatsvond maar in heel Europa zijn gelijke niet kende wanneer letterlijk honderden groepen zich na in 1960 Apache te hebben gehoord op de gitaar stortten. Deze CD bevat maar liefst 34 gitaarinstrumentals uit 1961 en 1962 van zes of zo u wil zeven Britse bands. Veel nummers klinken inderdaad helemaal in de iconische stijl van The Shadows (ik noem: het op een Russisch volkswijsje gebaseerde Samovar van The Krew Kats en Bristol Express van The Eagles die inderdaad uit Bristol kwamen) maar zijn net geen Shadows - veel nummers klinken magerder - en dit is zeker geen CD met enkel Shadows klonen. Zo lijkt Evening In Paris van The Packabeats The Shadows te mixen met The Tornados (het was dan ook net als B-kant The Traitors een Joe Meek productie), en March Of The Eagles (gebaseerd op Wagner's Unter Dem Doppeladler mars uit 1893) en Happy Joe (Theme From Comedy Playhouse) van diezelfde Eagles lijken eerder geïnspireerd door de rammelende sound van The Spotnicks, na The Shadows waarschijnlijk de populairste groep in de Euro instro revolutie. Daarnaast bevat de CD ook een aantal standaard rock 'n' roll gitaar instro’s en boogies als Scorpio en de Chuck Berry cover Rockin' At The Phil (2 x The Scorpions) en Gypsy Beat (The Packabeats), en typisch voor dit soort gitaarrock is ook de aanwezigheid van western melodietjes als Santa Monica Flyer (The Hunters).
De bekendste groep op de CD zijn The Fentones, de begeleidingsgroep van Shane Fenton die net zoals The Shadows een "solo" carrière uitbouwden, zij het dat die veel kortstondiger was dan hun illustere voorbeelden. De groep teerde vooral op de exposure gegenereerd via hun wekelijkse radioshow, maar toch klinken zij met Lover's Guitar, Just For Jerry en Mick's Tune op deze CD het meeste als The Shadows zelf: The Mexican klinkt Shadows-er dan de echte Shadows en The Breeze And I namen ze op vóór The Shadows. Hun Gringo daarentegen bevat meer dan één flard Mona Lisa. Ook The Krew Kats waren een begeleidingsband, of om de puntjes op de -i te zetten de ex-begeleidingsband van Marty Wilde, dus eigenlijk The Wildcats die behalve als The Krew Kats ook één single uitbrachten als The Tom Cats, het hier ook op staande Tom Tom Cat. Hoogtepunten van The Krew Kats zijn het prima Jack's Good, net als het even geslaagde The Bat waarin nogal wat met effectpedaaltjes wordt gegoocheld een compositie van Brian Bennett, want in die Wildcats zaten naast leadgitarist Big Jim Sullivan ook de latere Shads Brian Bennett en Brian ‘Licorice’ Locking. Andere uitschieters op Great British Twang zijn Theme From Maigret (The Eagles) dat inderdaad klinkt als een TV tune, en de hypnotiserend rondjes draaiende medium tempo Chet Atkins cover Trambone (The Krew Kats). Daarnaast is het altijd fijn enkele bekende nummers te horen zoals het majestueuze Exodus (The Eagles), (Ghost)Riders In The Sky of de Fireballs cover Torquay (2 x The Scorpions).
Dit is zeker niet al goud wat blinkt, maar alle tracks variëren van best aardig tot geweldig en de CD krijgt extra punten omdat het aantal ballades, toch ook typisch voor de Shadows sound, tot een minimum beperkt blijft. Info: www.jasmine-records.co.uk (Frantic Franky)

The Shadows kickstarted in the, err, shadow of Cliff Richard an instrumental guitar movement that took place not only in England but across the whole of Europe when literally hundreds of bands bought themselves guitars after hearing Apache in 1960. This CD contains no less than 34 guitar instrumentals from 1961 and 1962 by six or if you will seven British bands. Many songs do indeed sound completely like the iconic style of The Shadows (I'll suffice by mentioning The Krew Kats' Samovar based on a Russian folk song and Bristol Express by The Eagles who indeed came from Bristol) but are just not up to the Shadows mark - several songs sound thinner - and this is most certainly not a CD with only Shadows clones. The Packabeats' Evening In Paris for example seems to mix The Shadows with The Tornados (after all it was just like its flip The Traitors a Joe Meek production), and March Of The Eagles (based on Wagner's 1893 Unter Dem Doppeladler march) and Happy Joe (Theme From Comedy Playhouse) by The Eagles sound more inspired by the rattling sound of The Spotnicks, probably the most popular group in the Euro instro revolution after The Shadows. In addition the CD also contains a few standard rock 'n' roll guitar instros and boogies like Scorpio and the Chuck Berry cover Rockin' At The Phil (2 x The Scorpions) and Gypsy Beat (The Packabeats), and typical of this kind of guitar rock is also the presence of western tunes like Santa Monica Flyer (The Hunters).
The best known band are The Fentones, the backing group of Shane Fenton who, like The Shadows, built a "solo" career, albeit one that had a much shorter life span than their famous examples. The group mainly depended on the exposure generated by their weekly radio show, but with Lover's Guitar, Just For Jerry and Mick's Tune they're the band on here that sounds most like The Shadows themselves: The Mexican is more Shadows than the real Shadows and The Breeze And I was recorded before The Shadows' version. Their Gringo, on the other hand, contains more than one melody line of Mona Lisa. The Krew Kats were also a backing band, to be precise the former backing band of Marty Wilde, so actually the were The Wildcats who besides recording as The Krew Kats also released one single as The Tom Cats, Tom Tom Cat which is also featured here. Highlights of The Krew Kats are the excellent Jack's Good, as well as the equally fine The Bat in which a lot of effects pedals are being tested a Brian Bennett composition, as The Wildcats besides lead guitarist Big Jim Sullivan featured future Shads Brian Bennett and Brian 'Licorice' Locking. Other standouts on Great British Twang include Theme From Maigret (The Eagles) which does indeed sound like a TV tune, the hypnotically going around in circles medium tempo Chet Atkins cover Trambone (The Krew Kats), and it's always nice to hear a couple of familiar tunes like the majestic Exodus (The Eagles), (Ghost)Riders In The Sky or the Fireballs cover Torquay (2 x The Scorpions).
It's most certainly not all instrumental gold nuggets here, but all tracks range from decent to exquisite and the CD gets bonus points for not indulging in too many ballads, another key component of the Shadows sound. Info: www.jasmine-records.co.uk (Frantic Franky)


MONEY MONEY MONEY
Koko-Mojo, KM-CD-127
English version: see below

Geweldige foto op de hoes: bokser Mohamed Ali, toen nog Cassius Clay, op 13 december 1963 in de Bank Of America in Los Angeles met één miljoen dollar in contanten (zo werd het tenminste verkocht toen de foto op 24 februari 1964 op de cover van Sports Illustrated verscheen), een foto wellicht representatief voor de hoop en dromen die Ali bood aan zijn zwarte medemensen in de strijdlustige jaren '60. Geen wonder dat het onderwerp waarvan niemand wil zeggen hoeveel ie er van heeft maar waarvan iedereen vindt dat ie te weinig heeft het voorwerp werd van menige song, en dan vooral van zwarte songs: poen, centen, ping ping, flappen, meiers en geeltjes. Koko-Mojo laat uw frank en gulden vallen en doet de kassa rinkelen door er 30 te verzamelen met als bekendste tracks Money Honey van Clyde McPhatter & the Drifters en Money (That's What I Want) van Barrett Strong, naast uiteraard nog veel meer zwarte rock 'n' roll (Lil' Son Jackson's No Money, Georgia Lane's Get It, Eugene Lee's Money Blues, Dwight Duvoll's Get The Money, Buddy Lucas' Money Money Money, Wilbert Harrison's Broke dat eigenlijk gewoon zijn Kansas City met een andere tekst is) en swing (Ray Charles' Greenbacks, King Perry Orchestra's Keep A Dollar In Your Pocket). Naast doo-wop gaande van uptempo (The Clovers' You’re Cash Ain’t Nothing But Trash, The Pipes' Let Me Give You Money, No Money van The Blue Diamonds (niet onze "Ramona" Blue Diamonds), Freddie Carpenter's Money Money Money) tot strolls (The Penguins' Money Talks) bevat de CD een snuifje bluesrock (Sonny Boy Williamson's Ninety Nine, Jerry McCain's I'm A Man-achtige That’s What They Want), akoestische countryblues (John Lee Hooker's I Need Some Money dat een cover is van Barrett Strong's Money) en akoestische piano blues (Memphis Minnie's Million Dollar Blues). Steevast van de partij op Koko-Mojo CD’s zijn early sixties stompers als (I’m Gonna) Spend My Money van de toepasselijk genaamde Poor Boys, Moss Tolbert's Money In My Pocket, Eddie Burns' (Don’t Be) Messing With My Bread en Willie Jones' op een ska ritme gebaseerde Where’s My Money. Ook in Billy Hamlin's If You Ain’t Got No Bread zit ska, en Jimmy Witherspoon's Money’s Getting Cheaper bevat zelfs op gospel geïnspireerde jazzy orgelklanken die niet iedereen zullen bevallen. Wie Zal Dat Betalen uit 1951 van het Orkest Zonder Naam onder leiding van Ger de Roos met zang van Fred Starewood, De Marketentsters en De Musketiers werd schandelijk over het hoofd gezien, maar als we de rekening maken geeft dat bij elkaar opgeteld een leuke CD die u zeker mag kopen... als u geld hebt!
Info: www.koko-mojo.com (Frantic Franky)

Great picture on the cover: boxer Muhammad Ali when he was still Cassius Clay on December 13, 1963 at the Bank Of America in Los Angeles with one million dollars in cash (at least that's how it was sold when the photo appeared on the February 24, 1964 cover of Sports Illustrated), a photo probably representative of the hopes and dreams Ali offered to his fellow black man in the combative sixties. No wonder that the one thing that no one wants to say how much they got but everyone thinks they have too little of became the subject of many a song, especially of black songs: bucks, dough, bread, loot, simoleons, clams and smackers. Koko-Mojo adds it all up and rings the cash register collecting 30 of them with the best known tracks being Clyde McPhatter & the Drifters' Money Honey and Barrett Strong's Money (That's What I Want). There's obviously a big stack of black rock 'n' roll here (Lil' Son Jackson's No Money, Georgia Lane's Get It, Eugene Lee's Money Blues, Dwight Duvoll's Get The Money, Buddy Lucas' Money Money Money, Wilbert Harrison's Broke which is his Kansas City with different lyrics), as well as swing (Ray Charles' Greenbacks, King Perry Orchestra's Keep A Dollar In Your Pocket). In addition to doo-wop ranging from the uptempo (The Clovers' You're Cash Ain't Nothing But Trash, The Pipes' Let Me Give You Money, The Blue Diamonds' No Money, Freddie Carpenter's Money Money Money) to strolls (The Penguins' Money Talks) the CD includes a pinch of blues rock (Sonny Boy Williamson's Ninety Nine, Jerry McCain's I'm A Man-like That's What They Want), acoustic country blues (John Lee Hooker's I Need Some Money which is a cover of Barrett Strong's Money) and acoustic piano blues (Memphis Minnie's Million Dollar Blues). As on every Koko-Mojo CD there's a couple of early sixties stompers like (I'm Gonna) Spend My Money by the appropriately named Poor Boys, Moss Tolbert's Money In My Pocket, Eddie Burns' (Don't Be) Messing With My Bread and Willie Jones' ska rhythm based Where's My Money. Billy Hamlin's If You Ain't Got No Bread also features ska, while Jimmy Witherspoon's Money's Getting Cheaper even includes gospel inspired jazzy organ sounds that will not please everybody. When we add up the bill this makes for a nice CD that you should definitely buy.... if you have the money! Info: www.koko-mojo.com (Frantic Franky)


SOLDIER BOY
Koko-Mojo, KM-CD-128
English version: see below

Vorig jaar recenseerde ik de Jasmine CDs Win The War Blues (JASMCD 3147) (25 tracks 1938-1950) en Back To Korea Blues (JASMCD 3150) (25 tracks 1945-1955) met songs over de tweede wereldoorlog en de Koreaanse oorlog, deze Koko-Mojo CD met 28 tracks 1941-1963 behandelt dezelfde thema’s maar focust op zwarte rock 'n' roll en de muziek die aan de basis van die rock 'n' roll lag. Die muziek reflecteert uiteraard de maatschappelijke positie en de rol van de Afro-Amerikanen tegenover het leger en de oorlog (kort geschetst: in de maatschappij hadden ze minder rechten dan de blanken maar als kanonnenvlees waren ze goed genoeg) en het zou ons verbazen moest er nog niemand een dik boek hebben geschreven over de échte GI Blues. Hoofdstukken in boeken in elk geval wel, zoals het door Bob Groom geschreven Beyond The Mushroom Cloud: A Decade Of Disillusion In Black Blues And Gospel Song, hoofdstuk 9 in David Evans' in 2008 bij de University Of Illinois Press verschenen boekwerk Rambling On My Mind, New Perspectives On The Blues. Voor ons telt enkel de muziek, op deze Soldier Boy (met vier verschillende nummers getiteld Soldier Boy en vier verschillende nummers getiteld Lonely Soldier) uitgevoerd door veel bekende artiesten maar dan met vergeten songs, zoals Lloyd Price met de New Orleans rocker Mailman Blues en bluesman JB Lenoir's I'm In Korea voorafgegaan door de intro "take 2". Voor het overgrote merendeel vergeten songs, moet ik zeggen, want het hier ook op staande Soldier Boy van The Shirelles is natuurlijk terecht een golden oldie. Het zijn trouwens niet alleen songs die verwijzen naar de tweede wereldoorlog of naar Korea, maar ook naar de toen nog verplichte legerdienst die verliefde koppels van elkaar scheidde. De muziek omvat zowat alle zwarte stijlen uit de jaren '40 en '50 van medium tempo fifties rhythm 'n' blues rock 'n' roll (Guitar Slim's A Letter To My Girlfriend, Arthur "Big Boy" Crudup's The War Is Over) tot pure rock 'n' roll (Ernest Tucker 's Have Mercy Uncle Sam), pré-rock 'n' roll swing (Cousin Joe's Desperate GI Blues), bluesrock (Teddy Reynolds & the Twisters' I Thought The War Was Over), early sixties (Little Bernie & the Cavaliers' Lonely Soldier, Prince Love & his Royal Knights' Don't Want No War, Jerry Butler's A Lonely Soldier, Bobby John's Lonely Soldier), meidenpop (The Shondells' Don't Cry My Soldier Boy, het platte Soldier Boy van The Montells dat misschien een antwoord op The Shirelles was), piano blues (Wee Bea Booze's Uncle Sam Come And Get Him, Johnny Moore's Three Blazers's End O' War Blues), doo-wop ballades (The Four Fellows' Soldier Boy, The Illusions' Lonely Soldier), door gospel beïnvloede vocal harmony (The Five Breezes' My Buddy Blues), ragtime (Brownie McGhee's Swing Soldier Swing), zelfs crooners (de grote Ella Fitzgerald's Soldier Boy) en uiteraard pure blues (Luke "Long Gone" Miles' War Time Blues, Lightnin Slim's GI Slim, Muddy Waters' She's All Right, Yank Rachell's Army Man Blues, Big Bill Broonzy's In the Army Now).
De selectie van de nummers klinkt ondanks die verscheidenheid aan stijlen evenwichtig en de geluidskwaliteit is prima, wat betekent dat de CD ook los van zijn thema aangenaam luistervoer is voor wie houdt van zwarte muziekjes. Geef acht! Info: www.vintagerockinroots.com (Frantic Franky)

Last year I reviewed the Jasmine CDs Win The War Blues JASMCD 3147 (25 tracks 1938-1950) and Back To Korea Blues JASMCD 3150 (25 tracks 1945-1955) with songs about World War II and the Korean War, this Koko-Mojo CD with 28 tracks 1941-1963 covers the same ground but focuses on black rock 'n' roll and the music that formed the basis for that rock 'n' roll. This music obviously reflects the social position and the role of the African-Americans towards the army and the war (in short: in society they had fewer rights than white folks but as cannon fodder they were good enough) and we would be surprised if no one has already written a thick study about the real GI Blues. Chapters in books have been indeed written about it, like Bob Groom's Beyond The Mushroom Cloud: A Decade Of Disillusionment In Black Blues And Gospel Song, chapter 9 in David Evans' book Rambling On My Mind, New Perspectives On The Blues, published in 2008 by the University Of Illinois Press. To us only the music matters, as performed on this CD (with four different songs titled Soldier Boy and four different songs titled Lonely Soldier) by several well-known artists whose army related songs have been forgotten, such as Lloyd Price's New Orleans rocker Mailman Blues and bluesman JB Lenoir's I'm In Korea introduced as "take 2". Largely forgotten , I must say, as The Shirelles' Soldier Boy featured here is of course a certified golden oldie. Not all songs refer to World War II or Korea by the way, some deal with the at that time still mandatory military service that separated young couples. The music includes just about every black style of the 1940s and 1950s ranging from medium tempo fifties rhythm 'n' blues rock 'n' roll (Guitar Slim's A Letter To My Girlfriend, Arthur "Big Boy" Crudup's The War Is Over) to pure rock 'n' roll (Ernest Tucker 's Have Mercy Uncle Sam), pre-rock 'n' roll swing (Cousin Joe's Desperate GI Blues), blues rock (Teddy Reynolds & the Twisters' I Thought The War Was Over), early sixties (Little Bernie & the Cavaliers' Lonely Soldier, Prince Love & his Royal Knights' Don't Want No War, Jerry Butler's A Lonely Soldier, Bobby John's Lonely Soldier), girl group sounds (The Shondells' Don't Cry My Soldier Boy, The Montells' rather flat Soldier Boy which may have been an answer to The Shirelles), piano blues (Wee Bea Booze's Uncle Sam Come And Get Him, Johnny Moore's Three Blazers' End O' War Blues), doo-wop ballads (The Four Fellows' Soldier Boy, The Illusions' Lonely Soldier), gospel-influenced vocal harmony (The Five Breezes' My Buddy Blues), ragtime (Brownie McGhee's Swing Soldier Swing), even crooners (the great Ella Fitzgerald's Soldier Boy) and of course pure blues (Luke "Long Gone" Miles' War Time Blues, Lightnin Slim's GI Slim, Muddy Waters' She's All Right, Yank Rachell's Army Man Blues, Big Bill Broonzy's In the Army Now).
Despite this variety of styles the song selection is well balanced while the sound quality is fine, which means that the CD regardless of its theme makes for enjoyable listening material if you dig black tunes. Ten hut! Info: www.vintagerockinroots.com (Frantic Franky)

29 september 2021

Vinyl Recensie

THAT ROCK 'N' ROLL RHYTHM/ TAMMI SAVOY & THE CHRIS CASELLO COMBO
Bullseye, BE 146
English version: see below

Tammi Savoy is een Amerikaanse rock 'n' roll zangeres die er period perfect uitziet en naast de muziek actief is als forties tot sixties fotomodel. Ook muzikaal kleurt ze buiten de strikt afgebakende jaren '50 lijntjes door even goed te dippen in blues, soul en Motown en elementen daarvan te gebruiken in haar muzikale mix van zwarte rock 'n' roll, jump blues, jazz, swing en country. In haar thuisstad Chicago maakte ze deel uit van tribute acts voor Ray Charles, Aretha Franklin, Diana Ross en Jackie Wilson (dat laatste als achtergrondzangeres voor Wilson's zoon Bobby Brooks Wilson) en in 2019 won ze de Ameripolitan award voor Rockabilly Female Of The Year. Het opvallendste daarbij is - letterlijk en figuurlijk - dat Savoy Afro-Amerikaanse is en dat is anno 2021 ondanks het feit dat rock 'n' roll van origine voor pakweg 50% zwarte muziek is nog steeds geen evidentie, zeldzame uitzonderingen als The Extraordinaires en Earl Jackson niet te na gesproken. Savoy's vaste gitarist is Chris Casello die wij leerden kenden als begeleider van Johnny Powers en Jack Scott en hun samenwerking leverde tot nu twee promo CDs op alsmede de in 2018 verschenen vinyl Swelltune single Big Baby/ Ain't Givin' Up Nothin' (SR45-005) op die ook op hun vorig jaar verschenen officiële albumdebuut That Rock 'n' Roll Rhythm (Swelltune SRCD-003) stond. Deze Bullseye LP is daar nu de vinyl versie van met alle twaalf nummers van de CD.
Opener Fine And Dandy begint met erg soulvolle zang alvorens over te gaan in een rocker met steel gitaar, de start van een erg gevarieerd album waarop onder meer jivers, strolls, blues, sixties klanken (I Want A Man, Uh Huh) en ballades de strijd aangaan met het uit gitaar, contrabas, drums en piano bestaande Chris Casello Combo en in het bijzonder met Casello's soms rhythm 'n' blues klinkende gitaar die op andere nummers wordt ingeruild voor country klanken en zelfs een dromerige Hawaiiaanse steel. De tracklist bevat naast covers van onder meer Priscilla Bowman's door Brook Benton geschreven Ain't Givin' Up Nothin', Ruth Brown's As Long As I'm Movin', Esther Phillips' If It's News To You en Annisteen Allen's G'wan 'Bout Your Business ook eigen nummers van zowel Chris Casello (In My Blue World, When Your Lover Don't Love You, Big Baby) als Tammi Savoy zelf (I Want Your Good Lovin'). De instrumental Hot Lava klinkt als een jazzy improvisatie rond het thema van Tequila. Alles bij elkaar geeft dat een interessante en spontaan klinkende LP voor mensen zonder oorkleppen. Bullseye is de vinyl afdeling van het Spaanse rock 'n 'roll label El Toro Records. Info: www.misstammisavoy.com en www.eltororecords.com (Frantic Franky)

Tammi Savoy is an American rock 'n' roll singer who looks period perfect and also works as a 1940s to 1960s photo model. Musically she also colors outside the strictly defined 1950s contours by dipping equally into blues, soul and Motown and using elements of these genres in her musical bag of black rock 'n' roll, jump blues, jazz, swing and country. In her hometown Chicago she sang with tribute acts for Ray Charles, Aretha Franklin, Diana Ross and Jackie Wilson (as a backing singer for Wilson's son Bobby Brooks Wilson) and in 2019 she won the Ameripolitan award for Rockabilly Female Of The Year which is all the more remarkable as she is Afro-American, which despite exceptions like The Extraordinaires and Earl Jackson is still not obvious in the year 2021 even though rock 'n' roll is by definition say 50% black music. Savoy's regular guitarist is Chris Casello who we first saw as Johnny Powers and Jack Scott's preferred guitar slinger and his collaboration with Tammi Savoy so far yielded two promo CDs as well as the 2018 vinyl Swelltune single Big Baby / Ain't Givin' Up Nothin' (SR45-005) which was also featured on their official album debut That Rock 'n' Roll Rhythm (Swelltune SRCD-003) released last year. This Bullseye LP is the vinyl version of that Swelltune album with all twelve tracks from the CD.
Opener Fine And Dandy starts out with very soulful vocals before turning into a rocker with steel guitar, the beginning of a very varied album on which jivers, strollers, blues, sixties sounds (I Want A Man, Uh Huh) and ballads rock to the sounds of the Chris Casello Combo consisting of guitar, double bass, drums and piano and especially to Casello's sometimes rhythm 'n' blues sounding guitar which on other tracks is traded in for country stylings and even a dreamy Hawaiian steel. In addition to covers of Priscilla Bowman's Brook Benton compo Ain't Givin' Up Nothin', Ruth Brown's As Long As I'm Movin', Esther Phillips' If It's News To You and Annisteen Allen's G'wan 'Bout Your Business the track list also includes songs penned by both Chris Casello (In My Blue World, When Your Lover Don't Love You, Big Baby) and Tammi Savoy herself (I Want Your Good Lovin'). The instrumental Hot Lava sounds like a jazzy improvisation around the Tequila theme. All combined this makes for an interesting and spontaneous sounding LP which should please all of you with an open musical mindset. Bullseye is the vinyl division of the Spanish rock 'n' roll label El Toro Records. Info: www.misstammisavoy.com en www.eltororecords.com (Frantic Franky)

CD Recensies

ROCKABILLY STAR/ JAKE CALYPSO & HIS RED HOT
Around The Shack Records, ATSR CD 004
English version: see below

Hervé Loison maakt al rock 'n' roll platen sinds begin jaren' 80 met bands als The Corals (op Mac Records), Mystery Train (onder meer op Rockhouse), Hot Chickens, The Nut Jumpers en Wild Boogie Combo. Jake Calypso ontstond in 2009 om authentieke rockabilly te spelen, maar het idee van dat authentieke is al lang ingehaald door de magisch-realistische realiteit dat Loison in zijn enthousiasme eigenlijk gewoon zijn zin doet, daarin perfect geruggesteund door zijn vaste begeleiders Christophe Gillet op gitaar en Thierry Sellier op drums (de contrabassist wisselt nogal eens of desnoods bespeelt Loison die zelf, op deze CD is het Ben D. Driver die regelmatig bast voor Jake Calypso live on stage) die Loison uitstekend backen en hem voorts laten doen waar hij goed in is: aan de lopende band nieuwe songs spuien en frontman spelen die een knettergekke live show ten beste geeft. Deze nieuwe CD, de zevende onder de naam Jake Calypso (+ twee Best Of's) vindt zijn muzikale inspiratie in midden jaren '80, de periode vlak ná The Corals, toen Loison op zijn eentje cassettebandjes volspeelde waarvan uiteindelijk drie songs hun weg vonden naar een 3 track vinyl EP die in 1986 uitkwam onder de naam Teddy Best, een EP die zelfs voor Loison heel bizar klinkt, want hoe moet je dat noemen? Neo misschien? Rockabilly Star bevat 12 nieuwe songs waarvan er 11 geschreven werden tussen 1982 en 1985, en opener Rockabilly By Plane is het soort medium tempo zware bopper met spacy geluidseffecten die resoluut op de dansvloer mikt, het soort nummer dat 20 jaar geleden in onze scene erg modern was en toen op vinyl single gegarandeerd een clubhit zou geworden zijn. In dat geval had de op een geschifte manier van tekst veranderende bopper Jeane And Jane zeker op de B-kant gemogen voor dubbelzijdige actie. Het melodieuze medium tempo Blue Moon Bill is meer countrybilly gericht, en voorts bevat de CD vooral tongtwistende boppers (I'm Just A Boppin' Cat, My Baby Is Gone, Alone With My Cats And Dogs, She Bops Around The Clock) naast memphisbilly (Rockabilly Star), rockabilly strolls (Edwige My Girl) en rockaballads (If I Knew How, I Kept Our Love). Sommige daarvan bevatten moderne akkoorden en de CD sluit af met het in 2020 geschreven rock 'n' roll pop nummer 21st Century Boy, met "pop" in de betekenis van I Fought The Law. Verschillende songs zijn voorzien van Loison's gepatenteerde jodel die het midden houdt tussen een hinnikend paard en Tibetaanse keelklanken. De sound van de CD is krachtig en modern, en daardoor aanstekelijk en uitnodigend. Prima schijfje, want zolang er Hervé Loison's op deze wereld rondlopen die volharden in de boosheid zie ik de toekomst van de rock 'n' roll met een gerust gemoed tegemoet. Hij schreef de titeltrack Rockabilly Star in 1983, en bijna 40 jaar later is hij dat inderdaad. De LP versie is besteld, maar door de vertragingen in de vinyl productie waarbij de kleintjes natuurlijk de duimen moeten leggen voor Abba en Adele zou die er pas ten vroegste komen in de lente van 2022. Around The Shack is Loison's eigen label.
Info: www.jakecalypso.com (Frantic Franky)

Hervé Loison has already been making rock 'n' roll records since the early 1980s with bands like The Corals), Mystery Train, Hot Chickens, The Nut Jumpers and Wild Boogie Combo. Jake Calypso was born in 2009 to play authentic rockabilly, but the idea of that authenticity has long since been overtaken by the magical-realistic reality that Loison in all his enthusiasm is simply doing whatever he feels like, accompanied by his regular conspirators Christophe Gillet on guitar and Thierry Sellier on drums (the double bass changes quite often and if necessary Loison plays it himself, on this CD it's Ben D. Driver who regularly plays bass for Jake Calypso live on stage) who back Loison up perfectly and let him do what he does best: deliver an endless array of new songs and be the front man who puts on a crazy live show. This new CD, the seventh under the Jake Calypso moniker (+ two Best Of's) takes its inspiration in the mid 1980s, the period just after The Corals, when Loison recorded dozens if not hundreds of cassette tapes on his own of which eventually three songs found their way onto a 3 track vinyl EP that came out in 1986 under the name Teddy Best, an EP that sounds very bizarre even for Loison, because how do you call this? Neo perhaps? Rockabilly Star contains 12 new songs, 11 of which were written between 1982 and 1985, and opening track Rockabilly By Plane is the kind of medium tempo heavy bopper with spacy sound effects that aims resolutely for the dance floor, the kind of song that was very modern in our scene 20 years ago and would have been a guaranteed club hit if released on vinyl single back in the day. In that case the in odd ways lyric changing bopper Jeane And Jane could have been an ideal flip for double-sided action. The melodic medium tempo Blue Moon Bill is more countrybilly oriented and the CD furthermore CD contains mostly tongue twisting boppers (I'm Just A Boppin' Cat, My Baby Is Gone, Alone With My Cats And Dogs, She Bops Around The Clock) in addition to memphisbilly (Rockabilly Star), rockabilly strolls (Edwige My Girl) and rockaballads (If I Knew How, I Kept Our Love). Some of these songs include modern chord changes and the CD finishes with the recently written rock 'n' roll pop number 21st Century Boy, with "pop" in the sense of I Fought The Law. Several songs feature Loison's patented yodel that is somewhere in between a whinnying horse and Tibetan guttural throat singing. The sound of the CD is powerful and modern, and therefore catchy and inviting. I like this because as long as there are Hervé Loison's walking this earth persisting in their mission the future of rock 'n' roll is guaranteed. He wrote the title track Rockabilly Star in 1983, and almost 40 years later he became one indeed. The LP order has been placed but due to the worldwide delays in vinyl production with the small independants losing out to Abba and Adele lobbying to get their LP’s in the stores in time for christmas, it wouldn't be availaale before spring 2022 at the earliest. Around The Shack is Loison's own label. Info: www.jakecalypso.com (Frantic Franky)


ROCK 'N' ROLL WEEKENDER SOUNDTRACK 2020
Part, PART-CD 650.036
English version: see below

Sinds minstens 2008 verschijnt er elk jaar naar aanleiding van de Part Records Walldorf Whitsun Weekender een "soundtrack" CD, een sampler met de bands die dat jaar op de populaire Duitse weekender optreden. In 2020 ging het festival niet door wegens corona maar die CD was al wel klaar en wordt nu een jaar later alsnog uitgebracht om een klein deel van de gemaakte en lopende onkosten te dekken. De CD bevat 18 tracks van evenveel bands uit Amerika, Engeland, Duitsland, Italië, Spanje, Oostenrijk, Frankrijk én Nederland en omvat zo ongeveer alle rock 'n' roll stijlen die momenteel in ons wereldje populair zijn. Onweerstaanbare authentieke sax jive als Cherry Casino & the Gamblers' The Party 's Going On en de al even dansbare swing jive van Rockin’ Em (Bellissimo) en van The Lucky Lucianos die Bill Haley channelen in Rimini Rock 'n' Roll staat daarbij diametraal tegenover cleane rechtdoor teddy boy rock 'n' roll uit de bovenste schuif met de Nederlandse trots Ronnie Nightingale & the Haydocks (The Teds Are Still Alive), terwijl The Edwardian Devils daarentegen in tegenstelling tot wat je op basis van hun naam zou veronderstellen geen teddyboy rock 'n' roll brengen maar snedige memphisbilly, althans in dit nummer Long Black Train. De CD bevat uiteraard hedendaagse interpretaties van rockabilly zoals medium tempo countrybilly (Sailin' To Italy van The Same Old Shoes), moderne billy (Summertime Baby Blues van The Tri-Gantics) en het pittige Another Bar Room Death van Matchbox frontman Graham Fenton dat door Darrel Higham's gitaarwerk tot eenzame, knappe Blue Caps hoogte wordt getild. Ook The Round Up Boys doen met I'm Lookin' I'm Likin' een gooi naar de Gene Vincent & the Blue Caps sound anno 1956 maar zij eindigen op de tweede plaats. Er is compleet van de pot gerukte gekte van Rimshots frontman John Lewis die in Wipe Me Out zijn innerlijke Johnny Bach nog eens bovenhaalt, pure gitaarsurf (Tijuana Tequila van Cobra Express) en acapella doo-wop met The Velvet Candles (The Sun, het enige onuitgebrachte nummer op de CD?), want dat kan allemaal daar op het podium in Walldorf en het mag allemaal op deze CD, ook stevige moderne rechtdoor rock 'n' roll van The Honky Tonk Pouders (It Must Be Love, tot nu toe enkel verkrijgbaar op vinyl) en zelfs moderne, harde sax ska stomp van Paddlecell (Ghost Girl). The Booze Bombs (Crazy Love) brengen moderne bluesbop met gemene mondharmonica, el primitivo bluesbop is er van Wild Boogie Combo (Without One Million), het blues alter ego van wackobillies Jake Calypso & his Red Hot op wier Who Knocks On My Door het al even goed boppen is. Het mooie bij dit alles qua representatief overzicht is dat er heus niet alleen bands van Part Records zelf op staan maar ook van andere labels, en dat het bovendien ook niet persé eigen composities moeten zijn waarvan de platenfirma de rechten zelf in handen heeft, ten bewijze The Delta Bombers met hun powercover van Bob Luman's This Is The Night op Killertone Records. Eén uurtje bij de les blijven en u staat weer helemaal bij in het rock 'n' roll landschap anno 2021, of in elk geval in dat van 2020. If the good Lord's willing and the creeks don't rise gaat de volgende Walldorf Weekender door van 4 tot 6 juni 2022.
Info: www.part-records.de en www.walldorf-weekender.net (Frantic Franky)

Since at least 2008 the Part Records Walldorf Whitsun Weekender releases a "soundtrack" CD, a sampler featuring the bands performing at the popular German weekender that year. In 2020 the festival did not take place due to corona but the CD was already finished and gets a release now one year later in order to cover a small part of the ongoing expenses involved in running an annual weekender festival. The CD contains 18 tracks from 18 band from America, England, Germany, Italy, Spain, Austria, France and Holland and includes all the different rock 'n' roll styles currently popular in our scene. Irresistible authentic sax jive like Cherry Casino & the Gamblers' The Party 's Going On and the equally danceable swing jive of Rockin' Em (Bellissimo) and of The Lucky Lucianos channeling Bill Haley in Rimini Rock 'n' Roll are juxtaposed against excellent clean straight ahead teddy boy rock 'n' roll from Dutch pride Ronnie Nightingale & the Haydocks (The Teds Are Still Alive), while The Edwardian Devils on the other hand, contrary to what you might assume based on their name, do not serve teddy boy rock 'n' roll but cutting edge mMemphisbilly, at least here in their song Long Black Train. The CD includes of course contemporary interpretations of rockabilly such as medium tempo countrybilly (Sailin' To Italy by The Same Old Shoes), modern billy (Summertime Baby Blues by The Tri-Gantics) and the mighty fine Another Bar Room Death by Matchbox frontman Graham Fenton which is lifted to lonesome beautiful Blue Caps heights thanks to Darrel Higham's guitar magic. The Round Up Boys also take a stab at the 1956 Gene Vincent & the Blue Caps sound with I'm Lookin' I'm Likin' but they finish in second place. There's utter craziness from Rimshots frontman John Lewis who once again brings out his inner Johnny Bach in Wipe Me Out, pure guitar surf (Tijuana Tequila from Cobra Express) and acapella doo-wop with The Velvet Candles (The Sun, the only unreleased song on the CD? ), because all of this is welcome on the Walldorf stage and it's all represented on this here CD, as well as solid modern straight ahead rock 'n' roll from The Honky Tonk Pouders (It Must Be Love, so far only available on vinyl) and even modern, hard sax ska stomp from Paddlecell (Ghost Girl). The Booze Bombs (Crazy Love) deliver modern blues bop with a mean mouth harp, el primitivo blues bop is the domain of Wild Boogie Combo (Without One Million), the blues alter ego of wackobillies Jake Calypso & his Red Hot whose Who Knocks On My Door provides equally good boppin'. The nice thing about this representative overview is that it does not only include bands from Part Records but also from other labels, and that it does not necessarily have to be original compositions of which the record company owns the rights, as proven by The Delta Bombers and their power cover of Bob Luman's This Is The Night on Killertone Records. In only one hour you're up to date with the 2021 rock 'n' roll landscape, or at least the 2020 rock 'n' roll landscape. If the good Lord's willing and the creeks don't rise, the next Walldorf Weekender will take place June 4-6, 2022. Info: www.part-records.de en www.walldorf-weekender.net (Frantic Franky)

22 september 2021

SHOUT SHOUT KNOCK YOURSELF OUT/ ERNIE MARESCA
Jasmine, JASCD1118
English version: see below

Shout Shout Knock Yourself Out, op deze CD te horen in zowel de monoversie verschenen op single als de stereo LP versie met een nog geprononceerdere drum, is en blijft een fantastisch schijfje dat zestig jaar na datum nog steeds klinkt als een klok, een krachtige rock 'n' roll productie boordevol levenslust. Was Ernie Maresca een one hit wonder? Ja, omdat hij maar één hit scoorde, en nee, omdat hij een erg succesvolle songsmid was die verschillende hits voor andere artiesten schreef waarvan de bekendste Runaround Sue en The Wanderer voor Dion waren. Misschien scoorde hij zelf niet meer om de eenvoudige reden dat hij nu eenmaal niet de beste zanger ter wereld was (zijn stem is nogal flat en hij kreeg zijn contract alleen aangeboden omdat hij die hits voor Dion had geschreven) en zijn andere singles, ondanks enkele opgewekte uptempo nummers als Mary Jane, Down On The Beach, How I Cry en Something To Shout About (met als refrein "twist and shout till we knock ourselves out") géén Shout Shout Knock Yourself Out's waren. Ze missen dat exuberante en dat levendige, en I Don't Know Why, Crying Like A Baby Over You, Some Day You'll Change Your Ways, They Don't Know, I'm Gonna Make It Somehow, Subway Blues (het moet niet altijd over treinen gaan), Can't Forget About You, How Many Times, het What Am I Living For-achtige What Good Is Living en het op ragtime gebaseerde Lonesome Blues zijn als puntje bij paaltje komt gewoon middelmatige teen pop. Wat niét op de CD staat is Maresca's originele demo van The Wanderer uit 1957 die in 2000 op de Ace CD The Original Wanderer, The Songs And Sounds Of Ernie Maresca (CDCHD762) stond, een CD enigszins vergelijkbaar met deze Jasmine CD maar met veel minder nummers van Maresca zelf.
De 16 nummers van Ernie Maresca (beide kantjes van zijn eerste vier singles + de LP Shout Shout Knock Yourself Out uit 1962) worden op Shout Shout Knock Yourself Out aangevuld met evenveel bonustracks 1958-1962 in de vorm van door Maresca geschreven songs uitgevoerd door andere artiesten, in de eerste plaats Dion, al dan niet begeleid door zijn Belmonts, aanwezig met zes songs waaronder The Wanderer en Runaround Sue. Lovers Who Wander is net iets minder bekend, Lonely World is uptempo in de typische Dion stijl maar meer poppy door het orgeltje, No One Knows is een ballade en A Lover's Prayer zelfs een popballade. Come On Little Angel is een uptempo "solo" nummer van The Belmonts zonder Dion dat inderdaad klinkt als Dion maar dan niet zo goed. Runaround van The Regents is uptempo blanke doo-wop met een orgeltje die niets te maken heeft met Runaround Sue. Dat orgeltje duikt ook op in hun Lonesome Boy, en een ander nummer hier van de groep waar Maresca zelf nog een tijdje bij zong maar die hij al had verlaten toen ze de originele versie van Barbara Ann opnamen is de leuke rocker Oh Baby. Linda Laurie's Runaround Sue antwoord Stay-At-Home Sue klinkt goed want het werd opgenomen over de originele backing track van Dion's hit! Ook Nino & the Ebb Tides die eerder The Wanderer hadden geweigerd waren zo te horen would-be Belmonts want hun Happy Guy is overduidelijk gemodelleerd op Dion, en de vokale invloed van Dion & the Belmonts hoor je ook in mindere mate in Story Of Love/ I Ask You, een single van The Desires (die eigenlijk The Regents waren) die zoals steevast in die dagen een snel nummer koppelde aan een traag nummer. Ricky Shaw's A Fool's Memory werd door Billy Fury gecoverd met violen onder de titel Running Around en beide versies staan op deze CD wat Billy Fury tot de enige niet-Amerikaan hier maakt. Voor wat het waard is: ik vind de niet door Ernie Maresca gezongen songs op deze CD over het algemeen beter dan zijn eigen nummers, om de eenvoudige reden dat ze meer rock 'n' roll zijn. Maresca bracht tot eind jaren '60 nog verschillende singles uit (onder meer in 1969 de originele versie van The Spirit Of Woodstock, gecoverd door Shakin' Stevens & the Sunsets) om daarna achter de schermen te gaan werken voor verschillende platenfirma’s. Hij overleed in 2015 op 76-jarige leeftijd. Info: www.jasmine-records.co.uk (Frantic Franky)

Shout Shout Knock Yourself Out, on this CD in both the mono version released on 45 as well as the stereo LP version with an even more pronounced drum, is and remains a fantastic song which sixty years later still sounds like a powerful rock 'n' roll production brimming with zest for life. Was Ernie Maresca a one hit wonder? Yes, because he only scored one hit, and no, because he was a very successful composer who wrote several hits for other artists of which the best known are Runaround Sue and The Wanderer for Dion. Perhaps he didn't score any more hits himself for the simple reason that he wasn't the best singer in the world (his voice is rather flat and he was only offered his contract because he had written those hits for Dion) and his other singles, despite a couple of upbeat uptempo songs like Mary Jane, Down On The Beach, How I Cry and Something To Shout About (with the refrain "twist and shout till we knock ourselves out") were no Shout Shout Knock Yourself Out's. They lack that exuberance and that liveliness, and I Don't Know Why, Crying Like A Baby Over You, Some Day You'll Change Your Ways, They Don't Know, I'm Gonna Make It Somehow, Subway Blues (it doesn't always have to be about trains), Can't Forget About You, How Many Times, the What Am I Living For-like What Good Is Living and the ragtime based Lonesome Blues are when all is said and done mediocre teen pop. Not on the CD is Maresca's original 1957 demo of The Wanderer featured on the 2000 Ace CD The Original Wanderer, The Songs And Sounds Of Ernie Maresca CDCHD762, a CD somewhat similar to this Jasmine CD but with far fewer songs by Maresca himself.
On Shout Shout Knock Yourself Out the 16 Ernie Maresca songs (both sides of his first four singles + the 1962 LP Shout Shout Knock Yourself Out) are supplemented by as many bonus tracks 1958-1962 in the form of songs written by Maresca performed by other artists, primarily Dion with and without his Belmonts, present here with six songs including The Wanderer and Runaround Sue. Lovers Who Wander is just a tad less familiar, Lonely World is uptempo in typical Dion style but more poppy because of the organ, No One Knows is a ballad and A Lover's Prayer even a pop ballad. Come On Little Angel is an uptempo "solo" song by The Belmonts without Dion which indeed sounds like Dion but not as good. Runaround by The Regents is uptempo white doo-wop with an organ that has nothing to do with Runaround Sue. The organ also turns up in their Lonesome Boy, and another song here from the group that Maresca himself sang with for a while but had already left by the time they recorded the original version of Barbara Ann is the fun rocker Oh Baby. Linda Laurie's Runaround Sue answer Stay-At-Home Sue sounds good because it was recorded over the original backing track of Dion's hit! Nino & the Ebb Tides who had earlier turned down The Wanderer sound like would-be Belmonts as their Happy Guy is clearly modeled on Dion, and the vocal influence of Dion & the Belmonts can to a lesser extent also be heard in Story Of Love/ I Ask You, a single by The Desires (who were actually The Regents) which as always in those days paired a fast song with a slow song. Ricky Shaw's A Fool's Memory was covered in the UK by Billy Fury with violins under the title Running Around and both versions are on this CD, which makes Billy Fury the only non-American here. For what it's worth: I generally prefer the songs not sung by Ernie Maresca himself on this CD for the simple reason that they are more rock 'n' roll. Maresca released several more singles until the end of the sixties (including the original 1969 version of The Spirit Of Woodstock, covered by Shakin' Stevens & the Sunsets) before going to work behind the scenes for various record companies. He passed away in 2015 at the age of 76. Info: www.jasmine-records.co.uk (Frantic Franky)


THE HARLEM HOTSHOTS, SPOTLIGHT ON/ FRANKIE & LEWIS LYMON
Koko-Mojo, KM-CD-149
English version: see below

Frankie Lymon was de eerste rock 'n' roll casualty: in 1956 op zijn veertiende een millionseller met zijn debuutsingle Why Do Fools Fall In Love, op zijn achttiende een has-been, en in 1968 op zijn 25ste dood door een overdosis heroïne. Er zijn verschillende CD’s van Frankie Lymon & the Teenagers in omloop, van zijn jongere broer Lewis Lymon & the Teenchords al heel wat minder, en dit is bij ons weten de eerste CD die opnames van beide broers bundelt. De twintig tracks 1956-1961 van Frankie en acht tracks 1957-1958 van Lewis back to back beluisteren is misschien een goeie aanleiding om het debat over wie van de twee de beste zanger was opnieuw aan te zwengelen. Frankie is uiteraard de bekendste, maar de minder hoge stem van Lewis, op een aantal nummers bovendien duidelijk gemodelleerd op die van zijn broer, moet vocaal zeker niet onderdoen voor Frankie. De meeste van Frankie's nummers lijken op Why Do Fool Fall In Love (en Lewis' songs als Honey Honey (You Don't Know), I'm Not Too Young To Fall In Love en het Why Do Fools Fall In Love antwoord I Found Out Why lijken dan ook nog eens op die van Frankie), zijn even goed en hebben ook bijna allemaal een saxsolo, maar je moet wel een hoge doo-wop factor hebben om na een half uur niet de weubes te krijgen van zijn hoge, enerverende stemmetje. Al zijn bekende uptempo doo-wop rock 'n' roll nummers als The ABC's Of Love, Baby Baby en I'm Not A Juvenile Delinquent zijn aanwezig. Ook op de CD: het Book Of Love-achtige I Promise To Remember en Frankie's gelukzalige covers van Buzz Buzz Buzz, Diana, Short Fat Fannie, Waitin' In School, Wake Up Little Susie, het Who Put The Bomp antwoord I Put The Bomp uit 1961 toen zijn stem al gezakt was en zelfs Jailhouse Rock, want de CD maakt duidelijk dat er vrij snel geopteerd werd voor de gemaksoplossing van het coveren van andermans hits. Een ander deel van Frankie's nalatenschap te horen op deze CD is zijn rock 'n' roll versie van crooner swing met nummers als Goody Goody, My Baby Just Cares For Me, Let's Fall In Love en Mama Don't Allow. Da's goed voor de dansers natuurlijk, en de niet-dansers onder u dienen vooral te onthouden dat deze CD één medium tempo song niet te na gesproken alleen maar uptempo materiaal bevat. Lewis Lymon heb ik in Hembsy één keer de hits van zijn broer zien vertolken, maar ook hij legde intussen het loodje toen hij in 2013 op 69-jarige leeftijd overleed. Je kan de broers dus nooit meer live on stage zien, maar je kan ze voor altijd blijven horen op deze CD.
Info: www.vintagerockinroots.com (Frantic Franky)

Frankie Lymon was rock 'n' roll's first casualty: in 1956 at the age of fourteen he scored a million seller with his debut single Why Do Fools Fall In Love, at eighteen he was a has-been, and in 1968 he died from a heroin overdose when he was only 25. There are several CDs of Frankie Lymon & the Teenagers available but hardly any of his younger brother Lewis Lymon & the Teenchords, and this is to our knowledge the first CD to compile recordings of both singing sensations. Listening to Frankie's twenty tracks 1956-1961 and Lewis' eight tracks 1957-1958 presents a good opportunity to reignite the debate which of the two was the best singer, as Frankie is of course best known but Lewis' less high-pitched voice, on a number of tracks clearly modeled on his brother's, is in vocal terms most certainly not inferior to Frankie's. Most of Frankie's songs here sound like Why Do Fool Fall In Love (and Lewis' songs like Honey Honey (You Don't Know), I'm Not Too Young To Fall In Love and the Why Do Fools Fall In Love answer I Found Out Why sound like Frankie's), are as good and feature a sax solo, but you need to possess a high degree of doo-wop tolerance in order to stand his high unnerving voice for more than half an hour. All his well known uptempo doo-wop rock 'n' roll songs like The ABC's Of Love, Baby Baby and I'm Not A Juvenile Delinquent are here, as well as the Book Of Love-esque I Promise To Remember and his joyful covers of Buzz Buzz Buzz, Diana, Short Fat Fannie, Waitin' In School, Wake Up Little Susie, the 1961 Who Put The Bomp answer I Put The Bomp when his voice had already dropped and even Jailhouse Rock, for the CD makes clear that the record company quickly opted for the convenience solution of covering other people's hits. Another part of Frankie's legacy heard on this CD is his rock 'n' roll version of crooner swing with songs like Goody Goody, My Baby Just Cares For Me, Let's Fall In Love and Mama Don't Allow. That's good news for the dancers of course, and those of you with two left feet have to remember that this CD except for one medium tempo song contains only uptempo material. I saw Lewis Lymon once in Hemsby performing his famous brother's hits, but he too died in the meantime in 2013 at the age of 69. You will never see the brothers live on stage again, but you can listen to them forever on this CD. Info: www.vintagerockinroots.com (Frantic Franky)


TRAGEDY/ THOMAS WAYNE
Jasmine, JASCD1123
English version: see below

Bij Bear Family zou deze 22 track CD met Thomas Wayne's complete opnames van 1958 tot 1962 voor vijf verschillende labels The Sun Years, Plus hebben geheten, al is zijn link met het legendarische label uit Memphis miniem: hij bracht in 1962 één single uit op Sun sublabel Phillips International en een origineel onuitgebrachte Sun heropname van zijn eigen ballade Tragedy verscheen pas in 1989. Dat ie op Sun terechtkwam was geen toeval want zijn volledige naam luidde Thomas Wayne Perkins en hij was de jongere broer van Luther Perkins, geen familie van Carl Perkins maar de gitarist van Johnny Cash. Hij woonde in Memphis, ging naar dezelfde middelbare school als Elvis (zij het enkele jaren ná Elvis), had in zijn bandje op gitaar de latere producer Chips Moman en nam in Memphis op voor Fernwood Records, een platenlabel opgezet door Sun alumni Scotty Moore en Jack Clement. Naast Tragedy, in 1958 op zijn achttiende een hit en een gouden plaat, zijn Wayne's belangrijkste wapenfeiten zijn rockabilly debuutsingle You're The One That Done It en zijn originele versies van Elvis' Girl Next Door Went A-Walking die inderdaad helemaal op Elvis leest is gestoeld en van Troy Shondell's minder bekende pop ballade This Time. Die staan hier uiteraard allemaal op, als onderdeel van de A- en B-kant van de negen singles die Wayne uitbracht tot 1962. De CD, bij ons weten Wayne's allereerste verzamel album, bevat de drie versies van Tragedy (de originele in 1958 in de Hi Records studio met Bill Black op bas en Scotty Moore op gitaar opgenomen Fernwood versie, dezelfde opname in het kielzog van het succes van de Tragedy cover van The Fleetwoods door Fernwood voorzien van violen, en de Sun versie in 1962 opgenomen in Sam Phillips' tweede Sun studio gelegen Madison Avenue 639 die heel erg aanleunt bij de originele Fernwood versie), een sympatieke cover van Charlie Rich's ook op Phillips International verschenen Gonna Be Waitin', niet onaardige teen rock (Saturday Date, Scandalizing My Name, No More No More) en vooral pop (Pancho Villa) en ballades (Eternally, Just Beyond, Guilty Of Love, Stop The River), allemaal net als Tragedy met een vrolijk meisjeskoortje erachter. Ook die ene Phillips International single I’ve Got It Made/ The Quiet Look, volgens de geijkte formule van een snel nummer gekoppeld aan een ballade, is vrij onopmerkelijke pop. Wel opmerkelijk is dat alle 19 Thomas Wayne nummers hier werden geproduced door Scotty Moore!
Bonustracks zijn Elvis' cover van Girl Next Door Went A-Walking uit 1960 en de hitversies uit 1961 van Tragedy en This Time door respectievelijk The Fleetwoods (de versie van Brenda Lee uit datzelfde jaar staat hier niét op) en Troy Shondell. Thomas Wayne heeft het hitsucces van Tragedy nooit kunnen evenaren, nam in de jaren '60 steeds minder op en nam uiteindelijk genoegen met een rol achter de schermen en de mengtafels. Hij kwam in 1971 op 31-jarige leeftijd om het leven bij een auto-ongeval. Info: www.jasmine-records.co.uk (Frantic Franky)

Bear Family would have titled this 22 track CD with Thomas Wayne's complete recordings until 1962 for five different labels The Sun Years, Plus even though his link with the legendary yellow label from Memphis is minimal: in 1962 he released one single on Sun sublabel Phillips International, and an originally unreleased Sun re-recording of his own ballad Tragedy only saw the light of day in 1989. That he ended up on Sun was no coincidence as his full name was Thomas Wayne Perkins, the younger brother of Luther Perkins, no relation to Carl Perkins but the guitarist of Johnny Cash. He lived in Memphis, went to the same high school as Elvis (albeit a few years after Elvis), had in his band on guitar Chips Moman who would go on to become a famous producer, and recorded in Memphis for Fernwood Records, the record label set up by Sun alumni Scotty Moore and Jack Clement. Besides Tragedy, a hit and gold record in 1958 whe he was just eighteen, Wayne's main achievements are his rockabilly debut single You're The One That Done It and his original versions of Elvis' Girl Next Door Went A-Walking which indeed sounds very Elvis, and of Troy Shondell's lesser known pop ballad This Time. They are of course on here as part of the A and B sides of the nine singles Wayne released through 1962. The CD, to our knowledge Wayne's very first compilation album, contains the three versions of Tragedy (the original 1958 Fernwood version recorded at Hi Records studio with Bill Black on bass and Scotty Moore on guitar, the same recording in the wake of the success of The Fleetwoods' hit cover of Tragedy overdubbed with violins by Fernwood, and the 1962 Sun version recorded at Sam Phillips' second Sun studio located 639 Madison Avenue which sounds very similar to the original Fernwood version), a sympathetic cover of Charlie Rich's Phillips International release Gonna Be Waitin', not unpleasant teen rock (Saturday Date, Scandalizing My Name, No More No More) and a lot of pop (Pancho Villa) and ballads (Eternally, Just Beyond, Guilty Of Love, Stop The River), all like Tragedy with a cheerful girl chorus behind them. His lone Phillips International single I've Got It Made/ The Quiet Look, following the standard formula of a fast song paired with a ballad, is also fairly unremarkable pop. What is remarkable though is that all 19 Thomas Wayne songs here were produced by Scotty Moore!
Bonus tracks include Elvis' 1960 cover of Girl Next Door Went A-Walking and the 1961 hit versions of Tragedy and This Time by respectively The Fleetwoods (Brenda Lee's version from the same year is not included) and Troy Shondell. Thomas Wayne never managed to repeat the chart success of Tragedy, recording less and less as the sixties moved on and eventually settling for a role behind the scenes and the mixing consoles. He was killed in a car crash in 1971 at the age of 31. Info: www.jasmine-records.co.uk (Frantic Franky)

15 september 2021

MEET ME AT THE HOP
Bear Family, BCD17633
English version: see below

Net wanneer je denkt dat Bear Family alleen nog maar thema CD’s uitbrengt verschijnt deze, zonder thema en voorzien van de ondertitel "33 cruisin' dreams", een selectie van een handvol bekende maar voornamelijk minder bekende songs van vooral eind '50 begin' 60, de exacte timeframe is 1954-1964. Bekende songs zijn Ricky Nelson's Poor Little Fool, The Elegants' dromerige nummer één Little Star, Ronnie Love's originele versie van de popcorn stroller Chills And Fever, Hank Ballard & the Midnighters' hard strollende (die door merg en been snijdende gitaarsolo!) Look At Little Sister, Little Anthony & the Imperials' exotische Shimmy Shimmy Ko Ko Bop, en The Mystics' Hushabye. Hun Don't Take The Stars staat er ook tussen, een nummer duidelijk beïnvloed door Little Darling van The Gladiolas/ The Diamonds, net als Darrell MCall's My Girl. De CD opent met de nauwelijks bekende maar erg getrouwe en daarom even goede Bell budget cover van At The Hop door Barry Frank, het tegenovergestelde zijn minder bekende songs van bekende artiesten zoals Lavern Baker's popcorn rocker Bumble Bee. Naast veel zowel zwarte als blanke uptempo doo-wop (Two Broken Hearts van The Del Satins, One Bad Stud van The Honey Bears, Stars In The Skies van The Chanters, Dorothy van The Hi-Fives, Your Last Chance van Lewis Lymon & the Teenchords) bevat At The Hop uiteraard een paar hemelse ballades (Lovers Never Say Goodbye van The Flamingos, For Your Love van Ed Townsend) en rockaballads (You're So Fine van The Falcons, I'm In The Mood For Love van The Chimes), naast cleane rock 'n 'roll en teen rock (Girl After Girl van Troy Shondell, Destiny van Larry Tamblyn, Pickin' On The Wrong Chicken van The Five Stars, String Along van Fabian), meidenpop (Triangle van Janie Grant, Why Am I So Shy van The Three Pennies alias The Penny Sisters alias The English Muffins) en de fantastische jazz noir sax instrumental Harlem Nocturne van The Viscounts.
Deze CD die klinkt zoals de soundtrack van American Graffiti zou hebben geklonken moest ie anno 2021 zijn samengesteld door het team achter Bear Family, is door de aanwezigheid van veel zeldzaam materiaal in uitstekende geluidskwaliteit ten zeerste aanbevolen aan de liefhebbers van jukebox rock 'n' roll. Eén ding begrijp ik niet: volgens het 20 pagina’s tellend full colour boekje met achtergrondinformatie over de nummers is Mister Lonely van The Videls de originele versie van de Bobby Vinton hit. Volgens mij zijn dat echter twee verschillende nummers!
Info: www.bear-family.com (Frantic Franky)

Just when you think Bear Family has limited itself to releasing themed CD’s this compilation appears, without a subject and subtitled "33 cruisin' dreams," a selection of a handful of well-known but mostly lesser known songs from for the most part the late 1950s and early 1960s, the exact time frame being 1954-1964. Golden oldies include Ricky Nelson's Poor Little Fool, The Elegants' dreamy number one Little Star, Ronnie Love's original version of the popcorn stroller Chills And Fever, Hank Ballard & the Midnighters' hard strolling (that bone cutting guitar solo!) Look At Little Sister, Little Anthony & the Imperials' exotic Shimmy Shimmy Ko Ko Bop, and The Mystics' Hushabye. Their Don't Take The Stars is also on offer, a song clearly influenced by Little Darling by The Gladiolas / The Diamonds, as is Darrell MCall's My Girl. The CD kicks off with the barely known but very faithful and therefore equally good Bell budget cover of At The Hop by Barry Frank, the opposite being lesser known songs by famous artists such as Lavern Baker's popcorn rocker Bumble Bee. In addition to plenty of both black and white uptempo doo-wop (The Del Satins' Two Broken Hearts, The Honey Bears' One Bad Stud, The Chanters' Stars In The Skies, The Hi-Fives' Dorothy, Lewis Lymon & the Teenchords' Your Last Chance), At The Hop of course contains a few heavenly ballads (The Flamingos' Lovers Never Say Goodbye, Ed Townsend's For Your Love) and rockaballads (The Falcons' You're So Fine, The Chimes' I'm In The Mood For Love), in addition to clean rock 'n' roll and teen rock (Troy Shondell's Girl After Girl, Larry Tamblyn's Destiny, The Five Stars' Pickin' On The Wrong Chicken, Fabian's String Along), girl group pop (Janie Grant's Triangle, The Three Pennies aka The Penny Sisters aka The English Muffins' Why Am I So Shy) and The Viscounts utterly fantastic jazz noir sax instrumental Harlem Nocturne.
This CD which could have been the soundtrack of American Graffiti if compiled in 2021 by the team behind Bear Family, comes highly recommended to collectors of jukebox rock 'n' roll due to the presence of a lot of rare material in excellent sound quality. One thing bugs me though: according to the 20 page full colour booklet with background information on the songs, The Videls' Mister Lonely is the original version of the Bobby Vinton hit. According to me however those are two different songs! Info: www.bear-family.com (Frantic Franky)


C'MON LET'S DO THE BRITISH TWIST
Jasmine, JASCD1127
English version: see below

Je kan je zestig jaar na datum niet meer inbeelden welke impact de twist had begin jaren '60. Het was niet alleen de eerste dans die alleen gedanst werd in plaats van als koppel, maar het was vooral de manier waarop de muziekindustrie definitief komaf maakte met die vervelende rock 'n' roll. De twist was immers rockend genoeg voor de jeugd, maar zo onschuldig dat iederéén erop kon dansen en het goed vond, en de twist werd zo'n grote rage dat het lijkt alsof élk orkest twist plaatjes opnam die zoals de liner notes het hier zo mooi verwoorden "het optimisme en de geest van het Kennedy tijdperk echoden". Bovendien gebeurde dit op wereldwijde schaal, en zo komt het dat je in elk beschaafd land twist singles vindt die intussen gecompileerd zijn op CD’s als Twist In Germany, Twist In Der DDR, Twist Doch Mal Mit Mir (Duitsland), Pippermint Twist (Spanje) en Anthologie Twist Français 1961-1962.
C'mon Let's Do The British Twist is een anthologie met op één CD het verbazingwekkende aantal van 35 twist songs in mono made in Engeland en daar moet 1962 hét jaar van de twist geweest zijn want 33 van de nummers werden in dat gezegende jaar uitgebracht, de andere twee in 1960 en 1961. De twist is meer een ritme dan een genre en zo ongeveer elke rock 'n' roll song kon met blazers en een aangepast drumpatroon vertwist worden, getuige covers van Whole Lotta Shakin' Goin' On (Duffy Power met de zinsnede "come on over baby, there’s good twisting tonight”), Rock-A-Hula (Paul Rich), de Ubangi Stomp (Dean Shannon, het heet nog net geen Ubangi Twist) en een erg raar gezongen toreador versie van Jezebel (Davy Jones). Het bekendste nummer op de CD heeft voor de verandering niét het woordje "twist" in de titel maar was eigenlijk een gewone rock 'n' roll song, Do You Want To Dance van Cliff Richard & the Shadows, en de massa uitbraak van de twist gaat verder met Shane Fenton's klassieker It's Gonna Take Magic (niet zozeer een twist maar rock 'n' roll op een twist tempo), Billy Fury's The Twist Kid, The Viscounts' Mama's Doin' The Twist en Bert Weedon & Kenny Lynch' Twist Me Pretty Baby. Instrumentals onder aanvoering van blazers zijn Lord Rockingham's XI's Newcastle Twist, Cyril Stapleton's cover van Chubby Checker's Let's Twist Again, The Gary Edwards Combo's Twistful Thinkin', Joe Loss' aan een Britse gitaarinstrumental gekoppelde Roon The Toon en Cyril Stapleton's The Twistin' Train van zijn live LP Come Twistin' waarvan ook Let's Twist A Little Longer met zanger Ray Merrell, Twist Me Another (crime swing als uptempo twist) en When The Saints Come Twistin' In werden geselecteerd voor deze CD. Vaak werden die nummers ingespeeld door een big band orkest (Joe Loss' Along The Boulevard, David Ede & the Rabin Band's Twistin' Those Meeces To Pieces) maar we horen toch vooral pop zoals Craig Douglas' Ring A Ding, Susan Maughan's Mama Do The Twist, The Hal Carter Five's Come On And Twist Me, Billy Fury's Let's Paint The Town en Ray Bennett's Twistin' To The Blues. Omdat je zowat alles een twist draai kon geven staan hier ook een aantal nummers op met een hoge novelty factor zoals Winifred Atwell's op de klassieke componist Johann Sebastian Bach gebaseerde piano boogie Johann's Twist, The Vernons Girls' You Know What I Mean, Des O'Connor's Twist Drive, Joe Loss' Twistin' In The Mood, Tanglefoot van de Britse komiek Charlie Drake en David Ede & the Rabin Band's Twistin' The Trad, een twistversie van dixieland swing.
Puristen zullen er wel weer op neerkijken vanwege het hoge variété gehalte, maar deze muziek is pure fun, dus stoelen en tafels aan de kant en shaken met die benen!
Info: www.jasmine-records.co.uk (Frantic Franky)

Sixty years after the facts it's hard to imagine the impact the twist had in the early 1960s. Not only was it the first dance to be danced alone instead of as a couple, but it was also the way in which the music industry once and for all got rid of that problematic rock 'n' roll. The twist was rockin' enough for the youngsters but so innocent that anyone could dance to it and like it, and it became such a craze that it seems like every orchestra recorded twist records that as the liner notes here state so eloquently "echoed the optimism and spirit of the Kennedy era". This happened on a worldwide scale and in every civilized country you can find twist 45s that have been compiled on CDs like Twist In Germany, Twist In Der DDR, Twist Doch Mal Mit Mir (Germany), Pippermint Twist (Spain) and Anthologie Twist Français 1961-1962.
C'mon Let's Do The British Twist is an anthology with on one CD the amazing number of 35 twist songs in mono made in England where 1962 must have been the year of the twist as 33 of the songs were released in that year, the other two dating from 1960 and 1961. The twist is more a rhythm than a genre and just about any rock 'n' roll song could be turned into a twist by adding horns and changing the drum pattern, as evidenced by covers of Whole Lotta Shakin' Goin' On (Duffy Power sings "come on over baby, there's good twisting tonight"), Rock-A-Hula (Paul Rich), the Ubangi Stomp (Dean Shannon might have called it Ubangi Twist), and a quaintly sung toreador version of Jezebel (Davy Jones). The most famous song on the CD for a change does not have the word "twist" in the title but was actually a regular rock'n'roll song, Do You Want To Dance by Cliff Richard & the Shadows, and the mass outbreak of the twist continues with Shane Fenton's classic It's Gonna Take Magic (not so much a twist but rock 'n' roll at a twist tempo), Billy Fury's The Twist Kid, The Viscounts' Mama's Doin' The Twist and Bert Weedon & Kenny Lynch' Twist Me Pretty Baby. Instrumentals led by horns include Lord Rockingham's XI's Newcastle Twist, Cyril Stapleton's cover of Chubby Checker's Let's Twist Again, The Gary Edwards Combo's Twistful Thinkin', Joe Loss who added a British guitar instrumental to Roon The Toon and Cyril Stapleton's The Twistin' Train from his live LP Come Twistin' of which Let's Twist A Little Longer with singer Ray Merrell, Twist Me Another (crime swing done as uptempo twist) and When The Saints Come Twistin' In were also selected for this CD. Often those songs were recorded by a big band (Joe Loss' Along The Boulevard, David Ede & the Rabin Band's Twistin' Those Meeces To Pieces) but we also hear a lot of what is basicly pop music like Craig Douglas' Ring A Ding, Susan Maughan's Mama Do The Twist, The Hal Carter Five's Come On And Twist Me, Billy Fury's Let's Paint The Town and Ray Bennett's Twistin' To The Blues. Since literally everything could be arranged in twist style there's also a number of songs on board with a high novelty factor like Winifred Atwell's piano boogie Johann's Twist based on classical composer Johann Sebastian Bach, The Vernons Girls' You Know What I Mean, Des O'Connor's Twist Drive, Joe Loss' Twistin' In The Mood, Tanglefoot by British comedian Charlie Drake and David Ede & the Rabin Band's Twistin' The Trad, a twist version of Dixieland swing.
Purists will probably look down on all of this because of its high variety content, but this music is pure fun, so roll up the rug, put those chairs and tables to the side and start shakin' those legs!
Info: www.jasmine-records.co.uk (Frantic Franky)


POPCORN STORY VOL. 1
Koko-Mojo, KM-CD-130
English version: see below

Na drie Popcorn Blues Party CD’s start Koko-Mojo een tweede reeks opgehangen aan het notabene in België verzonnen muziekgenre dat gekarakteriseerd wordt door het merkwaardige feit dat het niet zozeer een genre is, maar songs die die bij elkaar horen door het tempo, een heupwiegend tempo waarop je een slow rock kan dansen. Meestal zijn het zwarte nummers, maar op dit eerste volume staan toch enkele onverdachte blanken want artiesten die minder zwart klinken dan Perry Como (zijn Glendora is eerder dixieland als popcorn) of Tennessee Ernie Ford (Sixteen Tons) kan je niet bedenken. Vaak maar ook weer niet altijd bevat popcorn een mysterieus-exotische component door het veelvuldig gebruik van mineurakkoorden. Voorbeelden te over hier, en ik noem slechts Titus Turner's Coralee en Little Willie John's door diepe blazers aangedreven originele versie van Fever die lijnrecht tegenover Peggy Lee/ Elvis' Vegas lounge versie staat. Een ander heel bekend nummer is Ben E. King's Don't Play That Song (You Lied), onbekende covers zijn de snellere 13 Women door Chance Halladay en de cocktail sax versie van Besame Mucho door The Ray-O-Vacs. Lula Reed ‘doobie doowat’ er op los in Lovin', en in Big Buddy Lucas' I Can't Go, Melvin Davis' soulvolle Wedding Bells en Les De Merle's opgewekte blazers instro Bulldozer doen orgeltjes mee. Een andere instrumental is de groovy sax versie van Harlem Nocturne door JJ Jones, maar het gitaar/ orgel werkstukje Panic Button van Edgar Alan & the Po’ Boys is meer Vegas grind dan popcorn. Sommige nummers zoals Kenny & Moe's I Want To Love You zijn gekoppeld aan gitaarklanken, andere lijken geïnspireerd door Fever zoals Danny Darrow's Impulse of door Hit The Road Jack zoals Barry White & the Atlantics' Tracy (All I Have Is You), een single uit 1963 van, jawel, dé Barry White. Een geheel op zichzelf staand genre is Joanie Sommers' striptease versie van Why Don't You Do Right. 't Is geen Chuck Berry, maar als dit popcorn is, laat ze dan maar komen, terwijl wij ons met diverse lichaamsdelen shakend vrolijk richting bar begeven voor nog een dubbele whisky! Volume 2 is ook al uit.
Info: www.koko-mojo.com (Frantic Franky)

After three Popcorn Blues Party CD’s Koko-Mojo starts a second series dedicated to the music genre coined in Belgium and characterized by the curious fact that it is not so much a genre but songs that belong together because of their tempo, a hip shakin' tempo on which you can dance a slow rock. For the most part it's black music, but this first volume nevertheless features some white artists above any suspicion as you cannot think of singers who sound less black than Perry Como (his Glendora is more dixieland than popcorn) or Tennessee Ernie Ford (Sixteen Tons). Often but not always popcorn also contains a mysterious, exotic component through the frequent use of minor chords. Examples abound here and I will only mention Titus Turner's Coralee and Little Willie John's deep horn driven original version of Fever diametrically opposed to Peggy Lee / Elvis' Vegas lounge version. Another very familiar song is Ben E. King's Don't Play That Song (You Lied), unknown covers include the faster 13 Women by Chance Halladay and the cocktail sax version of Besame Mucho by The Ray-O-Vacs. Lula Reed doobie doowas in Lovin', and organs join in on the fun on Big Buddy Lucas' I Can't Go, Melvin Davis' soulful Wedding Bells and Les De Merle's upbeat horn instro Bulldozer. Another instrumental is JJ Jones' groovy sax version of Harlem Nocturne, while Edgar Alan & the Po' Boys' guitar/organ instro Panic Button sounds more Vegas grind than popcorn. Some songs like Kenny & Moe's I Want To Love You feature guitar sounds, others seem inspired by Fever like Danny Darrow's Impulse or by Hit The Road Jack like Barry White & the Atlantics' Tracy (All I Have Is You), a 1963 single by, yes, THE Barry White. An genre in itself is Joanie Sommers' striptease version of Why Don't You Do Right. All of this ain't no Chuck Berry, but if this is what popcorn sounds like it's more than welcome while I head for the bar for another double whisky merrily shaking my shoulders and various other body parts. Volume 2 is already out. Info: www.koko-mojo.com (Frantic Franky)


WE DID 'EM FIRST
Jasmine, JASCD1054
English version: see below

Een van de leukste bezigheden als muziekverzamelaar is de speurtocht naar de original, de originele eerste opname van een nummer, want vaak is dat niet de bekende hitversie. Covers zullen er altijd gemaakt worden, van originals bestaat er daarentegen maar één, maar je moet 'em wel weten te vinden.
Deze CD brengt "33 obscure, lost & forgotten originals" bij elkaar waarvan een deel bij de liefhebber uiteraard helemaal niét obscuur, verloren of vergeten zijn omdat ze al op andere gelijkaardige CD’s stonden, wat voor de nieuwkomer echter de pret niet bederft. Om meteen met de deur in huis te vallen: I Gotta Know is van Cliff Richard, niet van Elvis! Idem voor His Latest Flame waarvoor de King dank u moest zeggen tegen Del Shannon. Wist u dat All Shook Up oorspronkelijk een popnummer van ene David Hill was? Maar Girl Of My Best Friend is van Ral Donner, dat weet iedereen ondertussen. Mis poes, ene Charlie Blackwell was hem voor! Donner had wel de primeur van Half Heaven Half Heartache, vóór Gene Pitney. Maar heeft Elvis dan geen originals op zijn naam staan? Tuurlijk wel, bijvoorbeeld die van Danny alias Lonely Blue Boy die steevast aan Conway Twitty wordt gelinkt. Deze CD doet je van de ene verrassing in de andere tuimelen: Take Good Care of My Baby is niet van Bobby Vee maar van Dion, Tell Her van The Exciters was oorspronkelijk Tell Him van Gil Hamilton, en Venus In Blue Jeans was eerst het lief van Bruce Bruno. Pat Boone's Moody River werd eerst bevaren door Chase Webster, He's A Rebel van The Crystals was in den beginne dramatische pop van Vikki Carr, en Shelley Fabares' Johnny Angel was in handen van Georgia Lee in eerste instantie zelfs croonerpop. Sommige van die originals werden door de hitmakers noot voor noot gekopieerd, andere zijn nauwelijks te herkennen zoals Twist And Shout in de oerversie van The Top Notes waarin ik zelfs een scheut Trini Lopez meen te horen. We Did 'Em First bevat een brokje country met Wanda Jackson's Silver Threads And Golden Needles en Billy Grammer's vrij statisch gezongen I Wanna Go Home (Detroit City), met als grootste verrassing Anita Carter's breekbare Ring Of Fire, heel wat anders dan de doorduwer die haar zwager Johnny Cash ervan maakte. Tja, het kan verkeren, en ik vraag me af hoe Billy Brown zich voelde toen Jim Reeves een gigantische wereldhit scoorde met He'll Have To Go, want tenzij je het nummer zelf hebt geschreven hou je als originele uitvoerder volgens mij geen cent aan over aan dat miljoen verkochte covers. Reeves veranderde nauwelijks iets aan het arrangement, in tegenstelling tot Jimmie Rodgers want het origineel van zijn poppy Honeycomb door Georgie Shaw klinkt als Frankie Laine light. Odd one out in deze country selectie is Eddie Miller's Release Me omdat het echt wel 1949 klinkt, het jaar waarin het werd opgenomen. Waar is Engelbert Humperdinck als je'm nodig hebt?
Als je naast originele uitvoerder ook de auteur bent van een nummer dat door iemand anders tot een wereldhit wordt gezongen zou het daarentegen bingo moeten zijn, en wij hopen dan ook dat de nu 84-jarige Sonny West zijn zaakjes goed geregeld had, want zijn Rave On is door Buddy Holly tot een van de definitieve en definiërende rock 'n' roll klassiekers gezongen. Dit is naast Pony Time (Don Covay) overigens een van de weinige rock 'n' roll nummers op deze CD die voorts ook een klein beetje zwarte muziek bevat met Big Maybelle's welbekende Whole Lotta Shakin' Goin' On, The Eagles' evenmin onbekende doo-wop original van Tryin' To Get To You (Elvis, Roy Orbison), Christine Kittrell's strollende I'm A Woman (gecoverd door Peggy Lee) en Wilbert Harrison's Let's Stick Together waar Bryan Ferry in 1976 een dikke hit mee scoorde. Niets is wat het lijkt, en het mooie van deze CD is niet alleen dat je wat leert, maar ook dat nummers die je van buiten kent een ander jasje krijgen aangemeten. Hou er wel rekening mee dat de meerderheid van de 33 liedjes hier onder de noemer popmuziek vallen, zelfs Joan Baez' door The Searchers gecoverde What Have They Done To The Rain waarvan je zou verwachten dat het folk is.
Info: www.jasmine-records.co.uk (Frantic Franky)

One of the most satisfying things as a music collector is the search for the original, the first recording of a song, because often that first version is not the well known hit version. The number of covers grows every day, but there is only one original version of each song, you just have to be able to find it.
This CD collects "33 obscure, lost & forgotten originals" some of which are hardly obscure, lost or forgotten since they already appeared on several other similar CD’s, which of course doesn't spoil any of the fun for the novice. To get straight to the point: I Gotta Know is from Cliff Richard, not Elvis! Ditto for His Latest Flame for which the King had to thank Del Shannon. Did you know that All Shook Up was originally a pop song by one David Hill? As everyone knows by now Girl Of My Best Friend is by Ral Donner. Wrong, as a certain Charlie Blackwell was first! Donner did have the scoop on Half Heaven Half Heartache though, before Gene Pitney. So didn't Elvis have any originals to his name? Of course he did, for example Danny (Lonely Blue Boy), eternally linked to Conway Twitty. This CD contains several surprises: Take Good Care of My Baby is not from Bobby Vee but from Dion, The Exciters' Tell Her was originally Gil Hamilton's Tell Him, and Venus In Blue Jeans was first Bruce Bruno's sweetheart. Pat Boone's Moody River was first navigated by Chase Webster, He's A Rebel by The Crystals was originally dramatic pop by Vikki Carr, and Shelley Fabares' Johnny Angel was crooner pop in the hands of Georgia Lee. Some of those originals were copied by the hitmakers note for note, others are barely recognizable like Twist And Shout in the primal version by The Top Notes in which I even seem to hear a dash of Trini Lopez. We Did 'Em First contains a couple of country originals with Wanda Jackson's Silver Threads And Golden Needles and Billy Grammer's rather static I Wanna Go Home (Detroit City), with the biggest surprise being Anita Carter's fragile Ring Of Fire, quite different from the party tune envisioned by her brother-in-law Johnny Cash. Well, things change, and I wonder how Billy Brown must have felt when Jim Reeves scored a worldwide hit with He'll Have To Go, because unless you wrote the song yourself I don't think the original performer got one dime out of the millions of covers sold. Jim Reeves made hardly any changes to the arrangement, unlike Jimmie Rodgers because the original version of his poppy Honeycomb as done by Georgie Shaw sounds like Frankie Laine light. Odd one out in this country selection is Eddie Miller's Release Me because it really does sound like 1949, the year it was recorded. Where is Engelbert Humperdinck when you need him?
On the other hand, if you are not only the original performer but also the composer of a song that somebody else turns into a hit, you should hit the jackpot, and we hope that the now 84-year-old Sonny West had his paperwork in order when Buddy Holly turned his Rave On into one of the definitive and defining rock 'n' roll classics. This is by the way besides Pony Time (Don Covay) one of the few rock 'n' roll songs on this CD that furthermore also contains some black music with Big Maybelle's well known Whole Lotta Shakin' Goin' On, The Eagles' equally not unfamiliar doo-wop original of Tryin' To Get To You (Elvis, Roy Orbison), Christine Kittrell's strolling I'm A Woman (covered by Peggy Lee) and Wilbert Harrison's Let's Stick Together which Bryan Ferry turned into a huge hit in 1976. Nothing is what it seems, and the beauty of this CD is not only that you learn something, but also that songs that you know by heart sound different. Just keep in mind that the majority of the 33 songs here are pop songs, even Joan Baez's What Have They Done To The Rain (covered by The Searchers) which you would expect to be folk.
Info: www.jasmine-records.co.uk (Frantic Franky)


LET'S GO LATIN
Koko-Mojo, KM-CD-134
English version: see below

Koko-Mojo brengt opnieuw een CD uit met als thema een onderwerp waarvoor ik in mijn tienerjaren zelf de LP’s afstroopte om thema cassettes op te nemen tot wanhoop van mijn vrienden, namelijk Latijns-Amerikaans getinte rock 'n' roll. Die is er namelijk meer dank u denkt, ten bewijze waarvan ik slechts Lonesome Tears In My Eyes van Johnny Burnette, Mambo Rock van Bill Haley, Speedy Gonzales van Pat Boone en Down In Mexico van The Coasters indruk op de jukebox. Allemaal te danken aan de populariteit in de jaren '50 van de mambo, de cha cha cha, de bossa nova, de calypso en de rumba! Het omgekeerde bestaat ook: mambo die op de rock 'n' roll toer gaat, zoek op YouTube maar eens naar Perez Prado's Cuban Rock uit 1955! Waarom Latijns-Amerikaanse muziek in de rock 'n' roll vooral sporen naliet in de doo-wop is mij onbekend, maar al die ritmes hoort u terug op deze CD in nummers als The Royal Holidays' Down In Cuba, The Starlarks' Send Me A Picture Baby, The Fascinators' Don’t Give Your Love Away, The Harp-Tones' Mambo Boogie, The Love Notes' Sweet Lulu, The Squires' Do Be Do Be Wop en The Charters' El Merengue. Margarita Sierra's Cha Cha Twist combineert zels twéé rages! Een paar nummers zijn niet Latijns-Amerikaans maar handelen wel óver Mexico zoals Professor Hamilton & the Schoolboys' Juanita In Mexico en The Rocketones' Mexico, dat laatste eigenlijk gewoon gewone uptempo doo-wop maar met een toreador trompet intro. De tekst klinkt anno 2021 zeer vreemd: de leadzanger zingt dat ie het leven in New York beu is en terug naar zijn hometown in Mexico gaat om daar een vrouw te zoeken om zijn eten te koken, zijn bed op te maken, zijn schoenen te poetsen en zijn haar te kammen! Er zijn early sixties klanken met Harvey Fuqua's exotische Any Way You Wanta, The Dubs' Joogie Boogie, Anna Belle Caesar's van een orgeltje voorziene Little Annie en de doo-wop soul van James Ray's originele versie van I’ve Got My Mind Set On You uit 1962, in 1987 een hit voor George Harrison en in 2009 nog een keertje gecoverd door Shakin' Stevens. Nog meer bekende namen tussen deze vrolijk two-steppende doo-woppers die hun Latino duit in het zakje doen zijn Marvin & Johnny (Mamo Mamo), Otis Williams & the Charms (Mambo Sh-Mambo), Maurice Williams & the Zodiacs (Stay), een dubbelslag van The Turbans (When You Dance en The Wadda-Do), en Hank Ballard & the Midnighters met het calypso E Basta Cosi.
Daarnaast bevat de CD, goed voor 32 tracks 1954-1963, verschillende in het Spaans gezongen songs afkomstig uit landen als Peru, Argentinië, Mexico en Spanje. Ik dacht altijd dat de hemelse Los Zafiros (die hier niet op staan) die de geschiedenis ingingen als de Cubaanse versie van The Platters een unicum waren, maar uit deze CD blijkt dat zij slechts het tipje van een ijsberg zijn, luister met open mond naar Los Columbus (Realmente Te Quiero), Los Llopis (Quito A Poguito), Julito y the Latin Lads (Nunca), Trio Los Flamingos (een Spaanstalige Sh-Boom) en Dúo Dinámico (een vertaling van Neil Sedaka's Oh Carol op het El Voz De Su Amo label, blijkbaar het Spaanse kantoor van His Master's Voice), naast poppy nummers als Los Cinco Latinos' Dimelo Tu en Quiereme Siempre (een vertaling van de standard Love Me Forever), Mike Rios (Cayendo Lagrimas) en Ana María Cochito (La Canción Del Hula Hoop). Op hun beurt lijken Damal & Rasheed's Arriba, Don Julian & the Meadowlarks' Doin’ The Cha Cha Cha en Lou Perez' Mama Mama Mama daar een Amerikaanse versie van!
Je kan over deze kruisbestuivingen heelder socio-culturele thesissen schrijven, maar daar gaan wij ons niet mee bezighouden. Geen enkele vrouw weerstaat een man die de mambo kan dansen, en u kan beginnen oefenen met deze CD, een ware schatkamer voor wie houdt van dit zeer specifieke subgenre. Info: www.koko-mojo.com (Frantic Franky)

Heres' another Koko-Mojo theme CD with a subject for which in my teens I carefully studied my LP’s in order to record theme cassette tapes, much to the despair of my friends: Latin American styled rock 'n' roll. If you look and listen for it there's loads out there, much more than you think: let me just press Johnny Burnette's Lonesome Tears In My Eyes, Bill Haley's Mambo Rock, Pat Boone's Speedy Gonzales and The Coasters' Down In Mexico on the juke box, all thanks to the popularity in the 1950s of the mambo, the cha cha cha, the bossa nova, the calypso and the rhumba! The opposite also exists: mambo gone rockin', just search on YouTube for Perez Prado's Cuban Rock from 1955! Why Latin American music in rock 'n' roll left so many traces in especially doo-wop is beyond me, but all those rhythms can be heard on this CD in songs like The Royal Holidays' Down In Cuba, The Starlarks' Send Me A Picture Baby, The Fascinators' Don't Give Your Love Away, The Harp-Tones' Mambo Boogie, The Love Notes' Sweet Lulu, The Squires' Do Be Do Be Wop and The Charters' El Merengue. Margarita Sierra's Cha Cha Twist actually combines two fads! A couple of songs are not Latin American but have Mexico as their subject matter, such as Professor Hamilton & the Schoolboys' Juanita In Mexico and The Rocketones' Mexico, the latter simply being uptempo doo-wop with a toreador trumpet intro. In 2021 its lyrics sound politically incorrect: the lead singer sings that he is fed up with life in New York and is going back to his hometown in Mexico to find a woman to cook his food, make his bed, shine his shoes and comb his hair! There's early sixties sounds with Harvey Fuqua's exotic Any Way You Wanta, The Dubs' Joogie Boogie, Anna Belle Caesar's organ infused Little Annie and the doo-wop soul of James Ray's original 1962 version of I've Got My Mind Set On You, a hit for George Harrison in 1987 and covered again by Shakin' Stevens in 2009. More familiar names among these merrily two-stepping doo-woppers making a Latino contribution are Marvin & Johnny (Mamo Mamo), Otis Williams & the Charms (Mambo Sh-Mambo), Maurice Williams & the Zodiacs (Stay), a double bill from The Turbans (When You Dance and The Wadda-Do), and Hank Ballard & the Midnighters with the calypso E Basta Cosi.
In addition the CD totalling 32 tracks 1954-1963 includes several recordings sung in Spanish from countries like Peru, Argentina, Mexico and Spain. I always thought that the heavenly Los Zafiros (not included here) who went down in history as the Cuban version of The Platters were a one-off, but this CD shows they are just the tip of an iceberg: listen with your jaw dropping to Los Columbus (Realmente Te Quiero), Los Llopis (Quito A Poguito), Julito y the Latin Lads (Nunca), Trio Los Flamingos (Sh-Boom in Spanish) and Dúo Dinámico (a Spanish translation of Neil Sedaka's Oh Carol on the El Voz De Su Amo label, apparently the Spanish office of His Master's Voice), in addition to poppy songs like Los Cinco Latinos' Dimelo Tu and Quiereme Siempre (a translation of the standard Love Me Forever), Mike Rios (Cayendo Lagrimas) and Ana María Cochito (La Canción Del Hula Hoop). In turn, Damal & Rasheed's Arriba, Don Julian & the Meadowlarks' Doin' The Cha Cha Cha and Lou Perez' Mama Mama Mama sound like an American interpretation of this South-Amercan vocal harmony!
You could write a socio-cultural thesis about these crossovers, but we're not going to get into that. No woman can resist a man who dances the mambo, and you can start practicing with this CD, a true treasure trove for those who love this very specific subgenre.
Info: www.koko-mojo.com (Frantic Franky)

8 september 2021

ROCKS/ SONNY BURGESS
Bear Family, BCD 17629
English version: see below

Als er één artiest is die het verdient opgenomen te worden in een reeks getiteld "Rocks", dan is het de in 2017 op 88-jarige leeftijd overleden Sonny Burgess, de onstuimigste aller Sun rockers. Maar hoe recycleer je voor de honderdste keer die legendarische Sun opnames die iedere rechtgeaarde rocker al in veelvoud in huis heeft? Bear Family vond een originele invalshoek: door ze te koppelen aan een overzicht van het rockendste van Sonny Burgess uit de jaren '90, periode waarvan u in het beste geval één of twee CD’s hebt. Deze Rocks een carrière overzicht noemen zou de waarheid geweld aandoen, want hier staat niets op van zijn post-Sun werk begin jaren '60 (The Flood Tapes, de Stomper Time CD Arkansas Rock 'n' Roll, de Collector CD The Razorback Rock 'n' Roll Tapes), van zijn jaren '70 LP’s en van onduidelijke releases als Live At Sun Studios, de Sonny Burgess CD met abusievelijk een foto van Hayden Thompson op het hoesje. In concreto komen de nummers van de albums Sonny Burgess Has Still Got It (Rounder, 1996), Tennessee Border (Hightone, 1992, met Dave Alvin van The Blasters die geboren werd in het jaar dat Burgess zijn eerste single uitbracht), Spellbound (Off Beat/Ace, 1985) en Tear It Up (St George, 2004). Van zijn in Nederland verschenen Rockhouse LP uit 1986 Raw Deal met Dave Travis staat er niéts op. De chronologisch van heden naar verleden afdalende CD opent met Big Black Cadillac, medium tempo moderne, hedendaagse rock 'n' roll met piano én met contrabas, en uiteraard met die unieke onder hoogspanning staande schrikdraad stem. Ook Lookin' Out For Number One kabbelt gezellig voort maar mist de urgentie van Burgess' Sun recordings. In I Don't Dig It daarentegen gaat de gas d'erop in een geslaagde poging de nonchalante chaos en ongebreidelde wildheid van de Sun opnames te evenaren met Burgess die de ziel uit zijn lijf schreeuwt, een overstuurde piano en zelfs een schetterende trompet. Een eerste hoogtepunt! Nog zo'n eerste klas nummer, zij het iets rustiger, is het springerige Catbird Seat, maar de meeste van die jaren '90 nummers (Automatic Woman, de James Intveld cover My Heart Is Achin' For You) klinken vrij standaard hedendaagse rock 'n' roll en rockabilly (Stuck Up, Enough Of You, Didn't Know Love At All), een enkele keer opgevrolijkt met steel gitaar, met een door blues geïnspireerde invalshoek of zelfs puur bluesrock (I Used To Cry Mercy met Studebaker John op mondharmonica en slide), maar meestal alsof ze niet werden ingeblikt door jonge rockabilly honden maar door geroutineerde rockmuzikanten, en ik weet niet of Burgess zelf zo wou klinken of hij gewoon deed wat men hem opdroeg. Kortom, die moderne nummers klinken objectief beluisterd beter en zuiverder dan de aan alle kanten rammelende Sun opnames uit de tweede helft van de jaren' 50, maar ze missen dat spontane en die rauwe analoge stomp in de maag. Dat is niet bedoeld als waardeoordeel, maar gewoon een vaststelling. Soit, de selectie van de nummers lijkt me duidelijk gemaakt door een hele grote Sonny Burgess fan die zo ongeveer álles van de meester in huis heeft.
De tweede helft van de CD bestaat uit 14 Sun opnames, en die blijven de real deal om in aanbidding voor op uw knieën te vallen. Zoals meestal bij Bear Family wordt er gegrasduind in de Sun archieven, wat hier resulteert in (al eerder uitgebrachte) alternatieve versies van Daddy Blues (alt. 3), Ain't Gonna Do It (alt. 2), Fanny Brown (alt. 1), My Bucket's Got A Hole In It (alt. 2) en The Prisoner's Song (alt. 1). Ik ga hier niet de loftrompet afsteken over Sadie's Back In Town, Red Headed Woman, Ain't Got A Thing, We Wanna Boogie en Feelin' Good, want als ik de verdienste van die nummers moet gaan uitleggen bent u een nieuwkomer bij Boppin' Around. In dat geval kan ik u slechts aanraden bij voorkeur deze uitgave te kopen, om te ontdekken wat u bevalt van zijn recentere werk en zo dieper in 's mans discografie door te dringen. De CD sluit af met een live opname uit ± 1961, de gemene gitaar instrumental Swinging met naast Burgess ook Larry "Honey Bun" Donn op gitaar. Voor u zich te pletter zoekt: het komt van de in 2012 op oranje vinyl op het Franse label Hog Maw Records verschenen Larry Donn 10 inch Arkansas Stomp met live nummers waarbij Donn begeleid werd door Sonny Burgess & the Pacers.
Bij de CD steekt een booklet van 22 pagina’s biografie van de hand van Martin Hawkins (auteur van het standaardwerk Good Rockin' Tonight: Sun Records And The Birth Of Rock 'n' Roll) en fotos + 12 pagina’s achtergrondinformatie over de specifieke tracks.
Info: www.bear-family.com (Frantic Franky)

If there is one artist who deserves to be included in a series entitled "Rocks", it's Sonny Burgess, one of the most energetic of all the Sun rockers, who died in 2017 at the age of 88. But how do you recycle for the hundredth time those legendary Sun recordings that every true rocker already owns several times? Bear Family found an original angle: by linking them to an overview of Sonny Burgess' best rockin' recordings from the nineties, a period from which you probably only own one or two of his CDs. To call this CD a career overview is not correct as his post-Sun work from the early sixties (The Flood Tapes, the Stomper Time CD Arkansas Rock 'n' Roll, the Collector CD The Razorback Rock 'n' Roll Tapes), his seventies LP’s and obscure releases like Live At Sun Studios (the Sonny Burgess CD with mistakenly a photo of Hayden Thompson on the cover!) are absent here. To be precise the songs come from the albums Sonny Burgess Has Still Got It (Rounder, 1996), Tennessee Border (Hightone, 1992 with Dave Alvin of The Blasters who was born the year Burgess released his first single), Spellbound (Off Beat/Ace, 1985) and Tear It Up (St George, 2004), with nothing from his 1986 Rockhouse LP Raw Deal with Dave Travis. The CD, descending chronologically from present to past, opens with Big Black Cadillac, medium tempo modern, contemporary rock 'n' roll with piano and double bass and of course with that unique electrically charged barbed wire voice. Lookin' Out For Number One also rambles along pleasantly but lacks the urgency of Burgess' Sun recordings. In I Don't Dig It, on the other hand, the gas pedal hits the floor in a successful attempt to match the nonchalant chaos and unbridled wildness of the Sun recordings with Burgess screaming his soul out, an overmodulated piano and even a blaring trumpet. A first highlight! Another first class song, albeit a bit quieter, is the bouncy Catbird Seat, but most of those nineties songs (Automatic Woman, the James Intveld cover My Heart Is Achin' For You) sound pretty standard contemporary rock 'n' roll and rockabilly (Stuck Up, Enough Of You, Didn't Know Love At All), occasionally brightened up with steel guitar, with a blues-inspired angle or even pure blues rock (I Used To Cry Mercy with Studebaker John on harmonica and slide), but mostly they sound as if they were not recorded by young rockabilly wolves but by seasoned rock musicians, and I don't know if Burgess himself wanted to sound like that or if he was just doing what he was told. In short, these modern songs sound objectively better and clearer than the ramshackle Sun recordings from the second half of the 1950s, but they lack the Sun spontaneity and primitive analog kick in the guts. This is not meant as a value judgment, it's just an observation. Still, the selection of the songs seems to me to have been made by a very big Sonny Burgess fan who owns just about everything the master ever released.
The second half of the CD consists of 14 Sun recordings and these remain the real deal to fall onto your knees for in admiration. As is usually the case with Bear Family, they delved into the Sun archives resulting in (previously released) alternate versions of Daddy Blues (alt. 3), Ain't Gonna Do It (alt. 2), Fanny Brown (alt. 1), My Bucket's Got A Hole In It (alt. 2) and The Prisoner's Song (alt. 1). I'm not going to sing the praises of Sadie's Back In Town, Red Headed Woman, Ain't Got A Thing, We Wanna Boogie and Feelin' Good here, because if I have to start explaining the merits of those songs you're obviously a newcomer to Boppin' Around, in which case I can only recommend that you preferably buy this release over any other Sonny Burgess CD so you can discover what you like from his more recent work in order to further explore his discography. The CD ends with a live recording from +/- 1961, the mean guitar instrumental Swinging with besides Burgess also Larry "Honey Bun" Donn on guitar. Before you begin to search like crazy: it's from Arkansas Stomp, the 2012 orange vinyl Larry Donn 10 inch on the French label Hog Maw Records with live Larry Donn recordings accompanied by Sonny Burgess & the Pacers.
Sonny Burgess Rocks comes with a booklet with a 22 page biography by Martin Hawkins (author of the standard work Good Rockin' Tonight: Sun Records And The Birth Of Rock 'n' Roll), photos and 12 pages of background information on the specific tracks.
Info: www.bear-family.com (Frantic Franky)


STRICTLY INSTRUMENTAL/ THE TIGERS
Riverside, RRCD 199
English version: see below

Zoals The Shadows in Groot-Britannië internationaal onnoemelijk veel bands hebben geïnspireerd geldt dat ook voor The Spotnicks, hèt instro rock exportproduct van Zweden. Eén van die gekloonde Spotnicks amateurbands uit Elandland zijn The Tigers uit Norrköping, in 1958 begonnen als The Five Rocking Boys en in 2021 nog steeds niet kapot te krijgen als The Tigers. In 1961 werden de melktandjes ingewisseld voor tijgertanden en nam men onder de naam The Tigers een single op voor Polydor, Plättlaggen/ Barndormshemmet. Toen speelde de band nog met de Oostenrijkse zanger Chico Schnelzer onder de naam Chico & the Tigers. In 1962 zou Plättlaggen een hit worden op de piratenzenders in Zweden. The Tigers gingen op tournee in het buitenland, aanvankelijk naar Finland en Bulgarije waar de band zelfs figureerde in een film. Zanger Chico Schnelzer werd vervangen door zangeres Jane Swärd en de volgende tournee in 1963 was gericht op de teenagers van de DDR waar TV optredens plus een EP op het staatslabel Amiga volgden. Het was de periode van muzikale verlichting in de DDR toen niet alleen staatseigen gitaarbands als het Franke Echo Quintett en het Theo Schumann Combo maar ook bijvoorbeeld ‘vrije’ bands als The Sputniks wervelende gitaarrock à la Shadows en Spotnicks ten beste gaven voordat eind 1964 het doek van staatszijde viel over dit ‘westerse spionagemiddel om de brave socialistische jeugd te verwilderen’. Ook de Spaanse jeugd mocht zich in 1964 vergapen aan een TV optreden van Jane Swärd, drummer Bengt Hjärtström en gitaristen Börje Andersson, Leif Andersson en Benny Wagnberg, maar eveneens de Griekse en Israëlische jeugd leerden The Tigers live kennen. Origineel beeldmateriaal van de band van Plätlaggen, hun single uit 1962, en een fragment uit het live TV optreden op de Oost-Duitse televisie met een schitterende cover van Tallahassee Lassie is beschikbaar op YouTube. In mijn vele interviews met rock 'n' roll amateurbandjes uit de jaren '50 en '60 blijkt telkens weer dat men toch graag heden een album opneemt, niet alleen om nostalgische redenen maar juist ook omdat de technische kwaliteiten van de hedendaagse opnames beter zijn dan vroeger. Nou ja, als liefhebber van de oude opnames merkt jullie redacteur echter ook dat de arrangementen dan meestal een vleugje eigentijdsheid bezitten, zeker in de zang omdat op leeftijd bepaalde toonhoogten nu eenmaal niet meer bereikt worden. Dat betekent ook dat men niet altijd pure rock 'n' roll speelt en over het algemeen, zeker bij gitaarbands, de albums wat gezapiger klinken dan vroeger. Niettemin zijn er gelukkig nog de oudjes van toen, ook al beginnen ze zo langzaamaan obscuriteiten te worden.
In The Shadow Of The Tigers is overduidelijk een zinspeling op The Shadows zoals blijkt uit de Fender sound. On My Way treft een vrolijke noot, daar waar Spring In The Air tienerhartjes sneller laat bonken, ook al klinkt het verliefd zweverig in de stijl van de ballads van Cliff Richard & the Shadows. Het een beetje schlager-achtige Malaika is me wat te poppig qua ritme, maar qua sound niet onverdienstelijk. Let's Boogie is een midtempo rocker die mijn voetjes doen tappen. A Moonlight Night is meer van het soort Shadows met een cowboyhoed op, Bandits Of Coalmarden doet op een afstand van 10 kilometer denken aan Ghostriders In The Sky, en I’m Feeling Blue is countrypop zoals je dat van Duitse artiesten als Gunter Gabriel of ook Truckstop hoort die in de jaren '70 en '80 erg bekend waren bij de oosterburen. Twangy Guitars met rasta snaren? Van een dergelijke titel zou ik eerder Duane Eddy twang verwachten dan reggae op z'n Spotnicks. Hoe verzin je het! De klassieker Danny Boy die de meesten in een rustige versie zullen kennen, is hier een puike rockende versie in pure Spotnicks stijl. Only In A Song is me weer wat te poppig/schlager-achtig maar okay, het gitaarwerk compenseert. First Date is precies wat het is, een spannende ontmoeting. Ik vind deze date in slow rock tempo in ieder geval geslaagd. Tigers Theme zou goed staan als het thema van een sixties misdaadfilm of geheimagentenfilm. Säkkijärven Shuffle heeft Finse gitaarrock klanken en rockt er lustig op los. De meeste songs zijn van de pen van Benny Wagnberg, behalve de laatste song, Texas Lady, een mix van onze eigen Jumping Jewels sound en een surf ballad in een fel schitterende zon. Of het album schittert moet de luisteraar zelf beoordelen, maar het is in ieder geval een vrij braaf album van inmiddels papieren tijgers die de wilde manen hebben ingeruild voor een minder harige hoofdbedekking. Info: www.thetigers.se en www.riverside-records.se (Henri Smeets)

Just like The Shadows in Great Britain inspired an incredible number of bands internationally, the same goes for The Spotnicks, Sweden's hottest instro rock export product. One of those cloned Spotnicks amateur bands from Moose Country are The Tigers from Norrköping who started out in 1958 as The Five Rocking Boys and are still rockin' in 2021 as The Tigers. In 1961 their baby teeth were exchanged for tiger teeth and they recorded a single under the name The Tigers for Polydor, Plättlaggen / Barndormshemmet. At that time the band was still playing with Austrian singer Chico Schnelzer under the name Chico & the Tigers. In 1962 Plättlaggen would become a hit on the pirate stations in Sweden and The Tigers went on tour abroad, initially to Finland and Bulgaria where the band was even featured in a movie. Singer Chico Schnelzer was replaced by female singer Jane Swärd and the next tour in 1963 was aimed at the teenagers of the German Democratic Republic where TV appearances plus an EP on the state label Amiga followed. This was the period of musical enlightenment in the GDR when not only state controlled guitar bands like the Franke Echo Quintett and the Theo Schumann Combo but also for example "free" bands like The Sputniks performed dazzling guitar rock in the style of The Shadows and The Spotnicks before at the end of 1964 the state decided to drop the curtain on this "western means of spying on the good socialist youth". The Spanish youngsters could also marvel at a TV performance of Jane Swärd, drummer Bengt Hjärtström and guitarists Börje Andersson, Leif Andersson and Benny Wagnberg in 1964, just like the Greek and Israeli teenagers got to know The Tigers live. Original footage of the band from their 1962 single Plätlaggen and an excerpt from the live TV performance on East German television with a brilliant cover of Tallahassee Lassie still exists on YouTube. In my many interviews with amateur rock 'n' roll bands from the fifties and sixties it always transpires that they still like to record today, not only for nostalgic reasons but also because the technical qualities of today's recordings are better than in the past. As a lover of those old recordings your editor however also notices that the arrangements usually have a modern touch, especially in the vocal department because with old age the high notes can no longer be reached. This also means they don't always play pure rock 'n' roll and generally, especially with guitar bands, the albums sound a bit more calm than they used to. Nevertheless, there are fortunately still a couple of old performers from yesteryear around, even if they are slowly becoming obscurities.
In The Shadow Of The Tigers is obviously an allusion to The Shadows as evidenced by the Fender sound. On My Way strikes a happy note and Spring In The Air makes teenage hearts pound faster, even though it sounds a bit dreamy in love in the style of the ballads of Cliff Richard & the Shadows. The rhythm of the somewhat schlager-like Malaika is a bit too poppy for me, but soundwise not without merit. Let's Boogie is a midtempo rocker that gets my feet tapping, A Moonlight Night is more of the Shadows kinda with a cowboy hat on. Bandits Of Coalmarden reminds one at a distance of 10 kilometers of Ghostriders In The Sky, I'm Feeling Blue is country pop as played by German artists like Gunter Gabriel or Truckstop who were very famous in Germany in the seventies and eighties. Twangy Guitars with rasta strings? From a title like that I would expect Duane Eddy twang rather than reggae as played by The Spotnicks. What an idea... The classic Danny Boy that most people will know in a quiet version gets a decent good rockin' rendition in pure Spotnicks style. Only In A Song is a bit too poppy/schlager-like but that is compensated for in the guitar work. First Date is exactly what it is, an exciting encounter. I find this date in slow rock tempo a success. Tigers Theme would make a great theme for a sixties crime movie or secret agent movie. Säkkijärven Shuffle has Finnish guitar rock sounds and rocks away merrily. Most of the songs were composed by Benny Wagnberg, except for the last track, Texas Lady, a mix of the Jumping Jewels sound from Holland and a surf ballad in a bright shining sun. Whether the album shines is something the listener must judge for himself, but for sure it's a fairly well behaved album from by now paper tigers who have traded in their wild manes for a less hairy hairdo.

Info: www.thetigers.se en www.riverside-records.se (Henri Smeets)


ROBINS, BLUEBIRDS, BUZZARDS & ORIOLES, THE BOBBY DAY STORY 1952-62
Jasmine, JASCD 1077
English version: see below

Noem drie nummers van Bobby Darin? Little Bitty Pretty One, Rockin' Robin en, euh, nog eens Rockin' Robin als bis! Day heeft echter veel meer opgenomen: op deze CD staan zo maar eventjes 32 nummers, zij het dat die niet allemaal onder de naam Bobby Day verschenen. Hij leerde het vak immers bij een hele stoet doo-wop bands zoals The Flames, The? Marks, The Sounds, The Original Turks, The Crescendos en David Ford & the Ebbtides van wie hier allemaal nummers op staan. De CD bevat nummers van acht verschillende groepen, 19 Bobby Day tracks, één onder zijn echte naam Robert Byrd (Bippin' And Boppin' Over You), twee als Bobby Byrd, en twee als Bob & Earl met zijn mede-Flame Earl Nelson, dat alles uitgebracht op 13 verschillende platenlabels. Zijn debuut Young Girl/ Please Tell Me Now met The Flames uit 1950 staat hier niet op, wel een paar andere nummers van The Flames zoals het uit 1952 daterende Cryin' For My Baby, het oudste nummer op de CD. Die Flames zouden evolueren tot The Hollywood Flames, en van hen horen we Ride Helen Ride en het bekende Buzz Buzz Buzz. De meeste van die vocal groep opnames zijn rockende uptempo doo-wop (Bobby ‘Baby Face’ Byrd & The Birds' The Truth Hurts) met sax (The Sounds' Cold Chills) of piano (The? Marks' Go And Get Some More), en daar zit echt wel prima spul tussen zoals The Original Turks' Wagon Wheels en The Crescendos' Sweet Dreams. Looby Doo, uitgebracht als Bobby Byrd, is dan weer erg poppy. In 1957 ging Bobby Day solo en dat leverde hem geen windeieren op met de zorgvuldig in laagjes opgebouwde onweerstaanbare meezinger Rockin' Robin en met zijn origineel van Little Bitty Pretty One, al deed de Little Bitty Pretty One cover van Thurston Harris het beter in de hitparade. Ook op deze CD: Over And Over, Honeysuckle Baby, Three Young Rebs From Georgia, de Rockin' Robin opvolger/kopie The Bluebird The Buzzard And The Oriole, het al even Rockin' Robin-achtige Teenage Philosopher en nog meer doo-wop met That's All I Want. Het is duidelijk dat Jasmine opteerde voor de snelle nummers en niet voor de ballades, uitgezonderd My Confession als lid van David Ford & the Ebbtides, het net geen crooner-achtige (door The Platters geïnspireerde?) So Long Baby en het soulvolle Gee Whiz. Andere soul/ early sixties pop nummers zijn I Need Help, Slow Pokey Joe, King's Highway en de Phil Spector/ Doc Pomus Drifters-achtige compositie Another Country Another World, ten koste van rock 'n' roll als de jiver Mr & Mrs Rock 'n' Roll. Wel goeie rock 'n' roll is er nog met When She Walks en You Made A Boo-Boo, de twee Bob & Earl nummers. Bobby Day zingt overigens niet mee op Bob & Earl's soul classic Harlem Shuffle uit 1963, want dat was een andere Bob, namelijk Bobby Relf. Bobby Day overleed in 1990 op 60-jarige leeftijd aan prostaatkanker. Info: www.jasmine-records.co.uk (Frantic Franky)

Name three songs by Bobby Darin? Little Bitty Pretty One, Rockin' Robin and, euh, again Rockin' Robin for an encore! But Bobby Day recorded much more: this CD contains 32 songs, not all of which appeared under his own name, as he learned the trade with a whole host of doo-wop bands like The Flames, The? Marks, The Sounds, The Original Turks, The Crescendos and David Ford & the Ebbtides, and songs are included here from all of those bands. The CD contains songs from eight different vocal groups, 19 Bobby Day tracks, one track under his real name Robert Byrd (Bippin' And Boppin' Over You), two as Bobby Byrd, and two as Bob & Earl with fellow Flame Earl Nelson, released on 13 different record labels. His 1950 debut Young Girl/ Please Tell Me Now with The Flames is not on here but a couple of other Flames songs are, for example 1952's Cryin' For My Baby, the oldest song on the CD. The Flames would evolve into The Hollywood Flames, and from them we hear Ride Helen Ride and the well known Buzz Buzz. Most of these vocal group recordings are rockin' uptempo doo-wop (Bobby 'Baby Face' Byrd & The Birds' The Truth Hurts) with sax (The Sounds' Cold Chills) or piano (The? Marks' Go And Get Some More), and there's some really great stuff in there like The Original Turks' Wagon Wheels and The Crescendos' Sweet Dreams. Looby Doo, released as Bobby Byrd, on the other hand, is very poppy. In 1957 Bobby Day successfully went solo resulting in the multiple layered, irresistible sing-along Rockin' Robin and his original Little Bitty Pretty One, even though Thurston Harris' Little Bitty Pretty One cover did better in the charts. Also on this CD: Over And Over, Honeysuckle Baby, Three Young Rebs From Georgia, the Rockin' Robin follow-up/copy The Bluebird The Buzzard And The Oriole, the equally Rockin' Robin-esque Teenage Philosopher and more doo-wop with That's All I Want. It's clear that Jasmine opted for the fast tunes and not the ballads, except for My Confession as a member of David Ford & the Ebbtides, the almost crooner-like (Platters-inspired?) So Long Baby and the soulful Gee Whiz. Other soul/ early sixties pop songs are I Need Help, Slow Pokey Joe, King's Highway and the Phil Spector/ Doc Pomus Drifters-like composition Another Country Another World, at the expense of a rock 'n' roll jiver like Mr & Mrs Rock 'n' Roll. Still, there's more excellent rock 'n' roll with When She Walks and You Made A Boo-Boo, the two Bob & Earl songs. By the way, Bobby Day does not sing on Bob & Earl's soul classic Harlem Shuffle from 1963 which featured another Bob, Bobby Relf. Bobby Day died of prostate cancer in 1990 at the age of 60. Info: www.jasmine-records.co.uk (Frantic Franky)


THE ROCKIN' MAN - SPOTLIGHT ON/ JIMMY McCRACKLIN
Koko-Mojo, KM-CD-148
English version: see below



Als Jimmy McCracklin in 2012 niet op zijn 91ste was overleden, zou hij op 13 augustus 100 jaar zijn geworden. Hij is bekend van de zwarte rock 'n' roll explosies The Walk (1958), zijn originele uitvoering van Georgia Slop (1959, de cover is van Big Al Downing) en The Wobble (1959), maar wij hadden van hem op CD enkel labeloverzichten die dan nog vaak erg bluesy getint zijn. Een algemeen overzicht van de pianist wiens carrière zeven decennia omvatte waarin hij vanaf 1945 naar eigen zeggen "honderden" nummers opnam, goed voor meer dan 30 albums, ontbrak nog, en daar is Koko-Mojo om dat gat in uw memorie op te vullen. De in zo goed als chronologische volgorde opgebouwde CD met 25 tracks verschenen van 1948 tot 1962 op Trilon, Modern, Swing Time, Peacock, Irma, Checker, Mercury, Gedinson's, Chess, Art-Tone en RPM begint met uit west coast blues en jump blues geknede rockende dan wel swingende rhythm 'n 'blues boogie met piano en sax als Big Foot Mama, Rockin' All Day, What's Your Phone Number, Rockin' Man, House Rockin' Blues en She’s Gone, wat zeker in het geval van uptempo nummers als Gotta Cut Out en Just Won't Let Her Go ondanks de groepsnaam Jimmy McCracklin & his Blues Blasters (volgens de legende hebben The Blasters zich naar hen genoemd) pure pré-rock 'n' roll is die logischerwijs naadloos overgaat in zwarte rock 'n' roll als She Felt Too Good, Blues Blasters Boogie, Gonna Tell Your Mother en Savoy's Jump, soms met rhythm 'n' blues gitaar, soms met echo’s van The Walk (Everybody Rock, het early sixties The Drag) en de Georgia Slop, maar steevast met een hoog Chicken Shack Boogie gehalte, zelfs wanneer in Susie And Pat de tekst de twist vernoemt. De CD sluit af met drie nummers van andere artiesten in dezelfde stijl met Jimmy McCracklin als sessiemuzikant op piano: Jerry Thomas' Don't Have To Worry (Jumpin' In The Heart Of Town, 1954), Johnny Parker's What You Did To Me (1954) en Jimmy Wilson's Oh Red (1956) dat doet denken aan Sick And Tired van Chris Kenner/ Fats Domino. Qua samenvatting kan ik kort zijn: ik wist niet dat Jimmy McCracklin zoveel goeie muziek had opgenomen. Dank u, Koko Mojo! Info: www.koko-mojo.com (Frantic Franky)

If he hadn't died in 2012 at the age of 91, Jimmy McCracklin would have turned 100 on August 13. McCracklin is best known for the black rock 'n' roll explosions The Walk (1958), his original version of Georgia Slop (1959, covered by Big Al Downing) and The Wobble (1959), but so far I only had CDs by him focussing on specific labels that are often very bluesy in tone. A general overview of the pianist whose career spanned seven decades during which he recorded "hundreds" of songs and at least 30 albums starting in 1945 was still lacking, but here is Koko-Mojo to fill that gap in your collection. The CD features in more or less chronological order 25 tracks that appeared from 1948 to 1962 on Trilon, Modern, Swing Time, Peacock, Irma, Checker, Mercury, Gedinson's, Chess, Art-Tone and RPM, kicking off with west coast blues and jump blues based rockin' or swingin' rhythm 'n' blues boogie with piano and sax like Big Foot Mama, Rockin' All Day, What's Your Phone Number, Rockin' Man, House Rockin' Blues and She's Gone, which especially in the case of uptempo songs like Gotta Cut Out and Just Won't Let Her Go and despite the band name Jimmy McCracklin & his Blues Blasters (legend has it that The Blasters named themselves after them) is pure pré-rock 'n' roll which logically transitions seamlessly into black rock 'n' roll like She Felt Too Good, Blues Blasters Boogie, Gonna Tell Your Mother and Savoy's Jump, sometimes with rhythm 'n' blues guitar, sometimes with echoes of The Walk (Everybody Rock, the early sixties The Drag) and the Georgia Slop, but invariably with a high Chicken Shack Boogie factor, even when in Susie And Pat the lyrics mention the twist. The CD closes with three songs by other artists in the same style with Jimmy McCracklin as session musician on piano: Jerry Thomas' Don't Have To Worry (Jumpin' In The Heart Of Town, 1954), Johnny Parker's What You Did To Me (1954) and Jimmy Wilson's Oh Red (1956) which is reminiscent of Chris Kenner/ Fats Domino's Sick And Tired. In conclusion I can be brief: I didn't know Jimmy McCracklin recorded so much good music. Thank you, Koko Mojo! Info: www.koko-mojo.com (Frantic Franky)


MOODY GUYS... THE COLLECTORS'/ SHANE FENTON & THE FENTONES
Jasmine, JASCD1022
English version: see below

Toen de in 2014 op 72-jarige leeftijd overleden Alvin Stardust in 1981 niet alleen in Engeland maar ook bij ons een hit scoorde met zijn cover van Carl Mann's Pretend (nummer één in Nederland in november 1981!) was dat reeds zijn derde carrière: in de jaren '70 was Stardust een van de toonaangevende glamrockers (My Coo Ca Choo) en vanaf 1961 had hij al flink wat succes gehad als Shane Fenton, helemaal in Cliff Richard modus: zelfde snedige opgewekte frisheid, zelfde metalige Shadows gitaarklanken, zelfde perfecte stijl van poppareltjes zoals Five Foot Two Eyes Of Blue en It's All Over Now die eigenlijk gewoon een rock 'n' roll versie van ragtime charleston zijn. Fenton's door Apache-componist Jerry Lordan geschreven debuutsingle I'm A Moody Guy is misschien zijn bekendste song in die Cliff Richard stijl, maar er staan er op deze mono 35 tracker nog een aantal zoals het Rave On-achtige Why Little Girl, Walk Away, It's Gonna Take Magic, You're Telling Me en de Conway Twitty cover Hey Miss Ruby, met uiteraard inherent aan het genre de aanwezigheid van enkele sfeervolle ballades, opnieuw onder aanvoering van die Shadowsklanken, zoals Fallen Leaves On The Ground. Hoe duidelijk Fenton's begeleidingsband The Fentones geënt waren op The Shadows blijkt overduidelijk uit hun instrumentale "solo" opnames. Vooral The Breeze And I, het trage Just For Jerry en het gedreven The Mexican zouden gewoon The Shadows kunnen zijn! Lover's Guitar klinkt dan weer minder Shadows en meer String-A-Longs. Eindigen doet het natuurlijk zoals altijd via highschool rock (Too Young For Sad Memories) met in violen gedrenkte pop als de Jimmy Crawford cover Cindy's Birthday en big band pop swing als I Ain't Got Nobody - denk Bobby Darin die Louis Prima covert. De CD bevat beide kantjes van de eerste zes singles van Shane Fenton & the Fentones (daarna werd het Shane Fenton solo zonder The Fentones, uitgezonderd één single uit 1964, Hey Lulu/ I Do Do You, die hier niét op staat) en van de enige twee instrumentale singles van The Fentones. Die samen 16 kantjes zijn ook op andere CDs’ verkrijgbaar, maar het verschil zit 'm in de maar liefst 19 bonus tracks uit 1962, bestaande uit origineel onuitgebrachte studio opnames en live radio transcripties waarvan de hifi kwaliteit helaas vrij dof en soms zelfs erg krassend klinkt. Toch zit daar sterk materiaal tussen, zoals de rockende cover van Webb Pierce’s Sparkling Brown Eyes, The Fentones' cover van Dave Brubeck's Take Five en een alternatieve ongedubde versie van The Breeze And I. Dit zijn trouwens geeneens alle onuitgebrachte Fentones instrumentals, want op de pas verschenen Jasmine (JASCD1128) CD Great British Twang staan er nog twee, Gringo en Mick’s Tune. Bij de radio opnames horen we onder meer opwindende covers van Sticks And Stones, Carl Mann's Mona Lisa en I'm Coming Home, een melodieus, atmosferisch Wild Little Willie, een fris Just Because, een wat Ricky Nelson-achtig I'm Walking en een rauw beat-achtig Shake Rattle And Roll, terwijl Johnny B. Goode en Talkin' 'Bout You reeds de wilde rhythm 'n' blues sixties aankondigen. Ook nu is er weer plaats voor enkele instrumentals: een indrukwekkend Moon Dawg van The Gamblers en een vrij standaard gitaarversie van Goofin' Around van Bill Haley & the Comets. Enkele van deze nummers zijn nog voorzien van de originele laconieke introducties van de radioruiter van dienst. De CD sluit af met de langere filmversie van It's Gonna Take Magic uit de Billy Fury film Play It Cool (1962) met Fury die een coupletje komt meezingen. De verzamelaars zullen duimen en vingers aflikken omdat ze nu al dit zeldzame archiefmateriaal handig op één CD bij elkaar hebben, voor de niet-leden van de Shane Fenton fanclub is dat een extraatje bij de eerste 16 nummers op de CD, het beste van Shane Fenton, want na 1962 is zijn muziek er uiteraard niet beter op geworden. Wat deze Moody Guys je biedt is kwaliteitspoprock die niet alleen een aanrader is voor de liefhebbers van Cliff Richard & the Shadows, maar voor iedereen die houdt van de Britse popmuziek van vóór The Beatles. Info: www.jasmine-records.co.uk (Frantic Franky)

When Alvin Stardust scored an international hit in 1981 with his cover of Carl Mann's Pretend it was already his third career: in the seventies Stardust had been one of the leading glam rockers (My Coo Ca Choo) and from 1961 on he had already had considerable success in Cliff Richard style as Shane Fenton: same witty cheerful freshness, same metallic Shadows guitar sounds, same style of perfect pop gems like Five Foot Two Eyes Of Blue and It's All Over Now which are basicly just a rock 'n' roll version of ragtime charleston. Fenton's debut single I'm A Moody Guy written by Apache composer Jerry Lordan is perhaps his best known song in Cliff Richard style, but there are a number of others on this mono 35 track CD such as the Rave On-esque Why Little Girl, Walk Away, It's Gonna Take Magic, You're Telling Me and the Conway Twitty cover Hey Miss Ruby, with of course inherent to the genre the presence of some atmospheric ballads, again led by those Shadows sounds, such as Fallen Leaves On The Ground. How much Fenton's backing band The Fentones were modelled onto The Shadows is abundantly clear from their instrumental "solo" recordings. Especially The Breeze And I, the slow Just For Jerry and the driving The Mexican could be The Shadows! Lover's Guitar sounds less Shadows and more String-A-Longs. As always all of this ends with high school rock (Too Young For Sad Memories) turning into pop music with violins like the Jimmy Crawford cover Cindy's Birthday and big band pop swing like I Ain't Got Nobody - think Bobby Darin covering Louis Prima. The CD contains both sides of the first six singles by Shane Fenton & the Fentones (after wich it became Shane Fenton solo without The Fentones except for one 1964 single, Hey Lulu / I Do Do You, which is not on here) and the only two instrumental singles by The Fentones. Those 16 tracks are also available on other CDs, but what makes the difference are the 19 bonus tracks from 1962, consisting of originally unreleased studio recordings and live radio transcriptions of which the hi fi quality unfortunately lacks sharpness, sometimes even sounding very scratchy. Still, there is some strong material among those tracks, like the rockin' cover of Webb Pierce's Sparkling Brown Eyes, The Fentones' cover of Dave Brubeck's Take Five and an alternate undubbed version of The Breeze And I. These are not even all of the unreleased Fentones instrumentals, as the brand new Jasmine JASCD1128 CD Great British Twang contains two more, Gringo and Mick's Tune. Among the radio recordings we hear exciting covers of Sticks And Stones, Carl Mann's Mona Lisa and I'm Coming Home, a melodic, atmospheric Wild Little Willie, a fresh sounding Just Because, a somewhat Ricky Nelson-esque I'm Walking and a raw beat-styled Shake Rattle And Roll, while Johnny B. Goode and Talkin' 'Bout You already herald the wild rhythm 'n' blues sixties. Again there is room for a couple of instrumentals: an impressive version of The Gamblers' Moon Dawg and a fairly standard guitar version of Bill Haley & the Comets' Goofin' Around. Some of these songs still feature the original laconic introductions from the radio deejay on duty. The CD closes with the longer film version of It's Gonna Take Magic from the Billy Fury film Play It Cool (1962) with Fury singing an extra verse. Collectors will be drooling as they have now all this rare archival material conveniently together on one CD, for non-members of the Shane Fenton fan club it is a bonus to the first 16 tracks on the CD, the best of Shane Fenton, because after 1962 his music obviously did not get any better. What Moody Guys offers is quality pop rock that is not only a must for fans of Cliff Richard & the Shadows, but for anyone who loves British pop music before The Beatles. Shane Fenton / Alvin Stardust died in 2014 at the age of 72. Info: www.jasmine-records.co.uk (Frantic Franky)

2 september 2021

LATE BLOOMER/ IRIS ROMEN
Waterfall Records, WR2003CD
English version: see below

Vroeger, ‘toen alles nog beter was’, had iedere rocker zijn eigen sound. Lekker overzichtelijk. Tegenwoordig zijn de tijden veranderd en kom je coole fifties/sixties sounding songs tegen van popacts die maar één enkel nummer in die stijl hebben opgenomen en dat op één album combineren met moderne prulmuziek. Cultuurbarbarisme! Vintage moet voor mijn gevoel op een album samengevoegd worden met vintage en niet met een muzikale sprong van 50 jaar tussen de songs. Even wennen. Tja, ook jullie redacteur is eindelijk dan toch aangekomen in de 21ste eeuw. Een echte laatbloeier! Het is bovendien een zeldzaamheid nog fatsoenlijke muziek te horen op de radio, maar mijn favoriete Duitse zender WDR5 heeft out of the box music. Ik woon nu eenmaal aan de Duitse grens en quasi om de hoek bij de oorspronkelijke woonplaats van Iris Romen, Maastricht. Tegenwoordig heeft ze dat verwisseld voor de Wahlheimat (nvdr: voorkeursthuis) Berlijn waar ze al een vijftiental jaartjes vertoeft. In die tijd zagen we haar onder andere met Ray Collins' Hot-Club op het podium staan. Ze is niet bepaald stijlvast en bij de oosterburen bekender dan hier, een dame die alles zingt van klassiek tot countrypunk met haar girlsband The Runaway Brides - de naam alleen al! Met de voortreffelijke Duitse country/rockabilly act Johnny Trouble stond ze in 2011 nog met een Johnny Cash tribute op de planken, en ze deed ook solo met standup bass mee aan talentshow The Voice Of Germany 2015. Het album hier is opgenomen in true vintage style in Berlijn, een wereldstad met verschillende vintage studio’s. Ook jullie redacteur nam er in 2006-2010 op in de studio van Axel Praefcke (Cherry Casino & the Gamblers, Round Up Boys), of luister eens op YouTube naar de reclamesong In Our Dream van de Duitse TV spot voor de Mercedes EQS gezongen door de Britse zangeres Louise Golbey, een ware late fifties/early sixties highschool ballad, waanzinnig goed, wat zeker ook geldt voor de zeer getalenteerde en multi-instrumentale Iris Romen. Op haar albums, en zeker op Late Bloomer, doet ze me denken aan Nessi Tausendschön, een Duitse cabaretière die reeds in 2012, net als Iris Romen in datzelfde jaar, een vintage album uitbracht, Die Wunderbare Welt Der Amnesie. Klinkt Iris als Nessi of is het net andersom? Wie was eerst? Nee, niks kip en ei, ook al zal een virtuele cat fight van woorden tussen deze chicks voor de oren van de luisteraar de beslissing moeten brengen. Ik merk nu ik ouder word dat ik steeds gezwollener ga schrijven, de volgende keer dan toch maar een recensie over rockin' André Rieu? Jawel: meneer speelt met zijn orkest Tutti Frutti! Maar terug naar dat andere Maastrichtse talent dat het Conservatorium aldaar cum laude bedwong, Iris Romen, wier eerste album, Vintage Gal Hour, in 2012 werd opgenomen in Berlijn in de Running Gun Recordings studio van Johnny Trouble. Eind 2020 verscheen haar huidige album Late Bloomer, opgenomen in de vintage Moe’s Rocking Chair Studio in Berlijn en gesubsidieerd door de Beauftrage Der Bundesregierung Für Kultur Und Medien, de commissaris voor cultuur en media. Hebben wij zoiets überhaupt ook? Dat moet ik nog eens zien met een vintage album hier in Nederland of België.
Opener Late Bloomer laat Motown en meer specifiek The Supremes herleven, zij het in een tamme versie en met solozang, waarbij de gitaar een mooie crossover is tussen country en de vocale mid-sixties sound. Bird is een stuk bluesiër, uiterst gevoelvol beheerst gezongen slow blues met ook hier een Duane Eddy-achtige gitaar die het geheel een frisse tint geeft. Een heerlijk dromerige slowrocker in Tin Pan Alley stijl kruipt mijn oren in en blijft er hangen met Gentle Man. Zet er nog drie dames achter en je hebt The Chordettes! Voor mij als iemand die helemaal verduitst is, is Filmriss een kabareteske herinnering aan lang vervlogen tijden, voor niet-Duitsers zal het even wennen zijn aan deze sound. De titel is dubbelzinnig en betekent niet alleen een scheur in de film, maar ook het spreekwoordelijke geheugenverlies, mooi verwerkt in deze zelfgepende typisch Duitse cabaretmuziek met een vleugje doo-wop in de achtergrondzang. De tijdmachine maakt de volgende haltestop rond 1954: Elevator Boy (een ander woord daarvoor is bellboy, denk aan de Jerry Lewis film uit 1960, en hoe zat het ook alweer met de houserockers Freddie Bell & The Bellboys). Mooi, dat timbre in Iris Romen's stem als ze ‘floor’ zingt, precies zoals een lift ook langzaam stopt bij elke verdieping. Ze herhaalt dit kunststukje waarvoor je een goede stembeheersing hebben moet in het wederom Tin Pan Alley-eske Home dat gedragen wordt door virtuose zang, guitar breaks en een cool orgeltje. Qua sound zitten we dan nog steeds in het midden van de jaren vijftig. Dive doet me denken aan de late fifties Fleetwoods van Mr. Blue, een geweldige vocal group. Ook dit solo gezongen nummer is een geweldige song voor rustige uurtjes. Jammer dat er geen meerstemmige zang is, het zou de song meer inhoud geven. Iris Romen heeft een heel goed gevoel voor vintage, want alles klopt: de zang, de instrumentatie, het gevoel en de atmosfeer. Op de countryballaderige tour met een vleugje Cash aan het einde gaan we in Joaquin’s Song. Joaquin is geen held uit lang vervlogen tijden, maar de zoon van Iris Romen. Zover gaat liefde dat je als trotse moeder een song aan je eigen voortbrengsel wijdt waaraan je negen maanden met veel passie gekneed hebt. Zo heeft jullie redacteur destijds een song geschreven voor zijn overleden moeder en voor zijn ouders die hem steeds hebben ondersteund in alles op muzikaal gebied, ook dit vrijwillige redacteurswerk, waardoor ze minder aan me hadden ondanks dat ik thuiswonend was. Op mijn oude dag word ik melancholisch, zeker nu mijn vader onlangs overleden is, en dat dankzij deze song van Iris Romen over haar zoon. Dat is het mooie van muziek. Rock ‘n’ roll in al zijn facetten heeft zoveel te bieden, mensen. Als iemand die al meer dan 40 jaar fan is van dit nostalgische tonenwonder dat destijds als allereerste muziek van en voor teenagers de jeugd liet opleven en de oudere generatie deed verbijsteren, verheug ik me keer op keer als ook anno nu er nog bands zijn die goede oude rock ‘n’ roll en aanverwante muziek trouw zijn gebleven om ons te laten mijmeren van betere tijden. Wild Love Song is in tegenstelling tot wat de titel doet vermoeden een ‘slaap zacht’ liedje, in zekere zin Mr. Sandman in rollator tempo. Als jullie een slaapliedje nodig hebben, bij deze! So Unlikely is een countrywals die eindelijk ook eens achtergrondzang kent en goede dienst doet na een gestresste dag, heerlijk. Al voettappend sluit het album af met Tipsy, waarbij een gekuiste Marilyn Monroe dit album laat uitklinken, een behoorlijk en rustig album met vocaal en muzikaal vakmanschap dat zijn genot echter alleen zal vinden bij diegenen die de wilde vetkuif inmiddels kwijt zijn.
Info: www.irisromen.com en www.waterfallrecords.com (Henri Smeets)

Back in the days "when everything was better," every rocker had his own sound. Very clear. Nowadays, times have changed and you come across cool fifties/sixties sounding songs by pop acts who only recorded one song in that style and combine that song on one and the same album with modern garbage. Cultural barbarism! To my mind, vintage should be merged on an album with vintage instead of a 50 year musical leap in between songs. Guess I will have to get used to it, since your editor has finally made it to the 21st century. A real late bloomer! It is also rare to hear decent music on the radio, but my favorite German radio station WDR5 plays out of the box music. I live on the German border and just around the corner from where Iris Romen used to live, Maastricht in Holland. She traded Maastricht in for the Wahlheimat (preferred home) Berlin where she has been living for about fifteen years now. In the meantime we saw her on stage with Ray Collins' Hot-Club, among others. She's not exactly a stylistic hardliner and she is better known in Germany than in her native Holland, a songbird who sings everything from classical to country punk with her girl band The Runaway Brides - the name alone! In 2011 she was part of a Johnny Cash tribute with the excellent German country/rockabilly act Johnny Trouble, and she participated solo with standup bass in talent show The Voice Of Germany 2015. This here album was recorded in true vintage style in Berlin, a metropolis with several vintage studios. Your servant also recorded there in 2006-2010 in the studio of Axel Praefcke (Cherry Casino & the Gamblers, Round Up Boys), or listen on YouTube to the commercial In Our Dream from the German TV spot for the Mercedes EQS sung by British singer Louise Golbey, a true late fifties/early sixties high school ballad, insanely good, which certainly also rings true for the very talented and multi-instrumental Iris Romen. On her albums, and especially on Late Bloomer, she reminds me of Nessi Tausendschön, a German cabaret performer who already released a vintage album titled Die Wunderbare Welt Der Amnesie in 2012, just like Iris Romen in the same year. Does Iris sound like Nessi or is it the other way around? Who was first? No, it's not like the chicken and the egg, a virtual cat fight of words between these chicks will have to decide. I notice now that I'm getting older that my writing is becoming more and more bombastic, so next time a review about rockin' André Rieu? Why not: he and his orchestra play Tutti Frutti! But back to that other Maastricht talent who graduated cum laude from the conservatory there, Iris Romen, whose first album, Vintage Gal Hour, was recorded in Berlin in 2012 in Johnny Trouble's Running Gun Recordings studio. In late 2020 she released her current album, Late Bloomer, recorded at the vintage Moe's Rocking Chair Studio in Berlin and subsidized by the Beauftrage Der Bundesregierung Für Kultur Und Medien, the Commissioner for Culture and Media. Do we have anything like that at all? I have yet to see that with a vintage album here.
Opening track Late Bloomer revives Motown and more specifically The Supremes, albeit in a tame version and with solo vocals, the guitar being a nice crossover between country and the vocal mid-sixties sound. Bird is a lot more bluesy, an extremely sensitive reservedly sung slow blues with again a Duane Eddy-like guitar giving the whole thing a fresh touch. A lovely dreamy Tin Pan Alley style slow rocker creeps into my ears and lingers there with Gentle Man. Put three more ladies behind it and you got The Chordettes! For me, an honorary German, Filmriss is a cabaret-esque reminder of times gone by, for non-Germans it will take some getting used to this sound. The title is ambiguous, signifying not only a tear in a film, but also the proverbial loss of memory, nicely incorporated into this self-written typically German cabaret music with a touch of doo-wop in the background vocals. Next stop for the time machine is around 1954: Elevator Boy (another word for it is bellboy, think of the 1960 Jerry Lewis movie, and how about house rockers Freddie Bell & The Bellboys). Romen's voice has a beautiful timbre when she sings 'floor', just like an elevator that stops slowly at each floor. She repeats this stylistic element for which you need good voice control in the again Tin Pan Alley-esque Home which is carried by virtuoso vocals, guitar breaks and a cool organ. In terms of sound this is still mid-fifties. Dive reminds me of the late fifties Fleetwoods of Mr. Blue fame, a great vocal group. This solo song is also a mighty fine tune for the wee wee hours. Too bad there are no multiple vocals as that would give the song more substance. Iris Romen has a very good sense of vintage, because everything is right: the vocals, the instrumentation, the feeling and the atmosphere. In Joaquin's Song she goes on the country ballad tour with a touch of Cash at the end. Joaquin is not a hero from days gone by, but Romen's son. It says a lot about love when a proud mother dedicates a song to her own offspring after having spent nine months crafting it with great passion. Your editor wrote a song for his deceased mother and for his parents who have always supported him in everything in the musical field, including this voluntary editorial work, which meant that they could enjoy my company less despite the fact that I was living at home. At my age I get melancholy, especially now that my father recently passed away, and that is because of this song by Iris Romen about her son. That is the beauty of music. Rock 'n' roll in all its facets has so much to offer, folks. As someone who has been a fan of this nostalgic wonder of tunes for more than 40 years, the very first music by and for teenagers to liven up the young and bewilder the older generation, I rejoice again and again when even now there are still bands that stay true to good old rock 'n' roll and related music in order to make us muse about the good times. Wild Love Song, contrary to what the title suggests, is a "sleep softly" song, in a sense it's Mr. Sandman in a walking tempo. If you guys need a lullaby, here's one! So Unlikely is a lovely country waltz that finally includes backing vocals and serves well after a stressful day. The CD ends foot tapping with Tipsy in which a cleaned up version of Marilyn Monroe signs off the album, a decent and quiet album with vocal and musical craftsmanship that will however only be enjoyed by those who already lost their wild quiff.
Info: www.irisromen.com en www.waterfallrecords.com (Henri Smeets)


23 "FLYING HITS"/ P-51 AIRPLANES
Part Records, PART-CD 679.006
English version: see below

Ik had er nog nooit van gehoord, maar dit is de minstens derde CD sinds 2006 van P-51 Airplanes, een vijfkoppige Italiaanse band die soms met vier en soms met zes op de foto’s staat, veelzijdig genoeg is om in het verleden zowel de Italiaanse crooner Bobby "Una Lacrima Sul Viso" Solo als de Amerikaanse rockabilly Pep Torres te hebben begeleid, en gewapend met drie zich afwisselende leadzangers, piano en tenor/bariton sax rock 'n' roll's greatest hits vertolkt. Dat vertaalt zich hier in een CD met 24 (en geen 23, hahaha) covers van overbekende songs als Tutti Frutti, See You Later Alligator, All Shook Up, Runaround Sue en Neil Sedaka's Oh Carol, met ook plaats voor een enkele ballade zoals Paul Anka's Diana. Om u een idee te geven van de gradatie van bekendheid: de minst bekende nummers zijn de ook door Big Sandy gecoverde zalige jiver Hey Boy Hey Girl van Louis Prima & Keely Smith, Paul Anka's Tell Me That You Love Me en Glen Glenn's Kathleen waar ze een snellere poppy song van maken. Qua arrangementen houden ze zich aan de oorspronkelijke hitversies, alleen klinken ze toch enerzijds simpeler gearrangeerd en anderzijds meer hedendaags geproduced in plaats van de uit hard gebakken klei opgetrokken bakstenen muur van geluid die de studio’s van de grote platenfirma’s in de jaren '50 wisten op te trekken, een sound die daarna werd doorgetrokken naar uit een halve centimeter dikke leisteen gehakte singles. Toch houden P-31 Airplanes het lekker rock 'n' roll en opteren ze niet voor bijvoorbeeld een hardere 21ste eeuwse uitvoering. De stemmen zijn natuurlijk 100 % P-51 zal ik maar zeggen, want ze doen geen pogingen om Elvis (That's All Right Mama, Don't Be Cruel), Fats Domino (I'm Ready) of Little Richard (Lucille) ook vocaal te imiteren, wat uiteraard nauwelijks doenbaar is en ook geen enkele zin heeft. Wel werken ze ook met backing koortjes, bijvoorbeeld in Only You van The Platters (waarin je hoort hoe goed P-51 Airplanes zijn), Surfin' USA, That'll Be The Day of Let's Twist Again. Eén opmerking betreffende die vocalen: sommige nummers lijken me fonetisch gezongen. Je zou toch denken dat iedereen anno 2021 zijn songteksten van internet plukt? Het gros van de Boppin'Around lezers zal al deze nummers al hebben in de originele uitvoeringen en voor hen is de CD die op net geen uurtje afklokt overbodig, maar het is ongetwijfeld een sympathiek werkstukje voor de fans van de band. Dat zouden er in Italië onder de liefhebbers van jukebox rock 'n' roll wel eens veel kunnen zijn, want de muziek is uiteraard zeer toegankelijk voor een algemeen publiek en live is dit zeer zeker een feest der herkenning voor de dansliefhebbers. Info: www.p-51.it en www.rockabilly.de (Frantic Franky)

I had never heard of them before, but this is at least the third CD since 2006 from P-51 Airplanes, a five-piece Italian band that also appears in photos with four and sometimes six members, is versatile enough to have accompanied both Italian crooner Bobby "Una Lacrima Sul Viso" Solo and American rockabilly Pep Torres in the past, and armed with three alternating lead singers, piano and tenor/baritone sax brings us rock 'n' roll's greatest hits. That translates here into a CD with 24 (and not 23, hahaha) covers of well known songs like Tutti Frutti, See You Later Alligator, All Shook Up, Runaround Sue and Neil Sedaka's Oh Carol, with also room for the occasional ballad like Paul Anka's Diana. To give you an idea: the least known songs are Louis Prima & Keely Smith's solid jiver Hey Boy Hey Girl which was also covered by Big Sandy, Paul Anka's Tell Me That You Love Me and Glen Glenn's Kathleen which they turn into a faster poppy song. In terms of arrangements they stick to the original hit versions, only they sound more simply arranged while at the same more contemporarily produced, as opposed to the brick wall of sound that the major label record companies' studios built out of hard-baked clay in the 1950s, a sound that was then transferred into vinyl singles cut from thick slate. Still, P-31 Airplanes keep it nicely rockin' and don't opt for a harder 21st century interpretation. The voices are of course 100% P-51, so to speak, because they make no attempt to vocally imitate Elvis (That's All Right Mama, Don't Be Cruel), Fats Domino (I'm Ready) or Little Richard (Lucille), which is obviously hardly feasable and anyway doesn't make any sense whatsoever. They also use backing vocals, for example in Only You by The Platters (where you can hear how good P-51 Airplanes are), Surfin' USA, That'll Be The Day or Let's Twist Again. One remark concerning those vocals: some songs seem to me to be sung phonetically. You'd think that in 2021 everyone would be grabbing their lyrics from the Internet, no? The majority of Boppin'Around readers will already have all these songs in the original versions and for them the CD, which clocks in at just under an hour, is a bit pointless. It is however undoubtedly a sympathetic piece of work for the fans of the band, and there could be many of those in Italy among the lovers of jukebox rock 'n' roll, because the music is obviously very accessible to a general audience and live this is certainly a feast of recognition if you like to dance.
Info: www.p-51.it en www.rockabilly.de (Frantic Franky)


IT TAKES THREE... TO SWING THE BLUES/
MARION WADE, JACK O ROONIE & ROGER C. WADE

Roger C. Wade, géén cat.nr.
English version: see below

Wie mij kent weet dat ik absoluut niét into blues ben. Velen onder u gingen van de rock 'n' roll naar de blues, ik daalde af in de krochten van de country. Geheel ten onrechte wellicht, en misschien mis ik wel een heleboel goeie muziek, maar nu is het te laat om nog te veranderen. Om u maar te zeggen dat je van goeden huize moet komen om mij met een blues CD van mijn sokken te blazen. Roger C. Wade komt van goede huizen, uit Engeland meer bepaald, en we kennen hem nog van Little Roger & the Houserockers van wie ik bijna 20 jaar geleden de CD Cut It While It's Hot recenseerde. Wade is sindsdien in Duitsland blijven hangen, ontwikkelde zich er tot een van de toonaangevendste traditionele mondharmonicaspelers, en is er getrouwd met pianiste Marion Wade. Ik heb geen flauw idee hoeveel CD’s er tussen die Cut It While It's Hot en deze It Takes Three zitten maar de titel verwijst naar It Takes Two... To Boogie, een duo CD van Roger C. Wade met de Duitse bluesgitarist Till Seidel. Jack O'Roonie, de Belgische contrabassist die in het verleden bij onder meer The Domino's, The Wild Ones en Crystal & Runnin' Wild speelde, was één van de gasten op Cookin' At Home (CDRW001), de vorige CD van Roger C. Wade & Marion Wade, en dat is het echtpaar blijkbaar zo goed bevallen dat ze O'Roonie nu uitnodigden als contrabassist op hun nieuwste CD.
Het goeie nieuws is dat die CD veel meer is dan alleen maar blues en Wade's mondharmonica er niet vingerdik bovenop ligt hoewel ze opduikt in acht van de tien CD tracks. Ze klinkt niet alleen maar klaaglijk , maar afwisselend ook opgewekt en melancholisch. Lovely Dovely is speelse uptempo boogie blues, Whisky Drinking Woman is trage boogie woogie, en ook het instrumentale uptempo See Jack Boogie is piano boogie. Uitzonderd één nummer, het folky vaudeville Little Red Car, bevat de CD géén gitaar, en dan is het mooi om te horen hoe de linker- en de rechterhand van de piano twee totaal verschillende dingen spelen die elkaar perfect aanvullen: de linker legt een boogie woogie basis, de rechter speelt daar een melodie over. Hoewel het pianospel vooral verwijst naar Memphis Slim doet het ook zijn voordeel met een prominent jubelend New Orleans sfeertje en bevat de CD zoals gezegd een gezonde dosis boogie woogie. Heel knap daarbij zijn de vele indrukwekkende contrabas solo’s en de jazzy swingende improvisaties in Willie Dixon stijl in See Jack Boogie, Snow Plow en Goin' Back Down To The River Rhine. Kwatongen zouden kunnen opperen dat Wade's stem altijd hetzelfde klinkt, maar ze klinkt in elk geval authentiek, om dat vermaledijde woord maar eens boven te halen. Of de CD ook live op de podia zal worden uitgevoerd is vanwege de internationale bezetting wellicht niet evident, en daarom zal u het in de eerste plaats moeten stellen met deze CD, een blues CD waar ik nu eens niet de muren van oploop maar die ik daarentegen zelfs erg goed vind. De wonderen zijn de wereld nog niet uit. Misschien is er toch nog hoop voor mij. Info: www.rogerwade.de en www.jackoroonie.com (Frantic Franky)

Those of you who know me are well aware that I am absolutely not into blues. Many of us went from rock 'n' roll to blues, I descended from rock 'n' roll into country music. Maybe I'm completely wrong and probably I'm missing out on a lotta good music, but now it's probably too late to change my musical taste. This is just to tell you that you gotta be pretty good to blow me away with a blues CD. Roger C. Wade does exactly that. He's from the UK and we know him from Little Roger & the Houserockers whose CD Cut It While It's Hot I reviewed almost 20 years ago. Since then Wade has moved permanently to Germany, became one of the leading traditional harmonica players there, and married to piano player Marion Wade. I have no idea how many CDs came in between Cut It While It's Hot and It Takes Three, but the title refers to It Takes Two... To Boogie, a duo CD by Roger C. Wade with German blues guitarist Till Seidel. Jack O'Roonie, Belgian double bass ace who played with The Domino's, The Wild Ones, Crystal & Runnin' Wild and others in the past, was one of the guests on Cookin' At Home CDRW001, the previous CD by Roger C. Wade & Marion Wade, and apparently he pleased them so much that they now invited O'Roonie to be the double bassist on their newest CD. The good news is that that CD is much more than just blues and Wade's harmonica isn't all over it, although it turns up in eight of the ten tracks. It doesn't just sound plaintive either, but alternately upbeat and melancholy. Lovely Dovely is playful uptempo boogie blues, Whisky Drinking Woman is slow boogie woogie, and also the instrumental uptempo See Jack Boogie is piano boogie. Except for one song, the folky vaudeville Little Red Car, the CD contains no guitar, and it's nice to hear how the left and right hand play two totally different things on the 88 keys that complement each other perfectly: the left hand lays a boogie woogie foundation, the right hand plays a melody over it. Although the piano playing mainly refers to Memphis Slim it also benefits from a prominent jubilant New Orleans atmosphere and the CD contains, as mentioned, a healthy dose of boogie woogie. Very clever in this regard are the many impressive double bass solos and the jazzy swinging Willie Dixon styled improvisations in See Jack Boogie, Snow Plow and Goin' Back Down To The River Rhine. If in a bad mood one might suggest that Wade's voice always sounds the same, but at least it sounds authentic, to use that much maligned term. If doubt if the trio will perform live on stage because of the obvious problem of the international line-up, so you will have to make do with the CD, a blues CD that for once does not turn me off but, on the contrary, I dig a lot. Miracles do happen. Maybe there' is still hope for me yet. Info: www.rogerwade.de en www.jackoroonie.com (Frantic Franky)

Vinyl Recensies

HELL IN THE BARN - LIVE/ LOU CIFER & THE HELLIONS
Bear Family, BAF19006
English version: see below

De tijd vliegt: op 22 februari 2020, dus net voor de wereldwijde corona lockdown, vierden Lou Cifer & the Hellions (D) hun 25ste verjaardag met een uitverkocht concert in de Druckluft in Oberhausen, en de registratie daarvan, hun eerste officiële live album, is nu uit als LP/CD combo. De band, in 1995 opgericht als studiogroep door leden van Mess Of Booze en The Ton Up Rockers, wordt aangekondigd door onze eigen ted trots Ronnie Nightingale, de start van een brok lillende live rock 'n' roll met 11 nummers, op de CD aangevuld met 12 extra nummers tot 23 nummers. De sfeer zat er goed in zo te horen, maar dat hoor je alleen tussen de nummers, tijdens de nummers stoort het live aspect nergens. Opener Blood On The Cats is pure Britse gitaar rock 'n' roll in een kruising tussen Move It en C'Mon Everybody, en daarna stopt het niet meer, één lange celebratie van alles wat goed is aan rechtdoor rock 'n' roll met drums, één gitaar en één basgitaar, een genre dat in minder capabele handen benauwend kan werken, maar Lou Cifer & the Hellions tonen hier als waren ze pure pubrockers aan waarom ze tot de beste ted bands van Europa behoren, bovendien zonder andere stijlen in hun muziek te smokkelen zoals veel ted groepen doen en zonder zelfparodie zoals bij dat andere Duitse ted instituut Black Raven. Lou Cifer (Marcus Aigner) van zijn kant bewijst dat je geen fantastische zanger moet zijn om goed te zingen en zijn plat Engels accent doet dit zelfs echter klinken. De setlist - zoals immer op de geluidsdragers van deze Ruhrpott rockers enkel eigen materiaal - bevat uiteraard veel nummers die het ted zijn verheerlijken zoals Glad To Be A Ted, Teddy Boy's Prayer en It's Gotta Be A Ted. Het tempo wordt er goed in gehouden, maar er staan ook een paar strolls op als Tit For That, Do You Believe en Where The Teds Go, en het gelul tussen de nummers door wordt beperkt tot een minimum. Alle 23 songs komen van hun talrijke eerdere releases, er staan geen nieuwe nummers op deze live. Vaak doen op dit soort jubileumconcerten speciale gasten mee, maar dat is hier niet het geval. Het is wat het is, en voor niet-ingewijden zal de lengte van de LP wellicht volstaan en de hele CD met meer dan een uur teveel van het goede zijn - het moet daar in Oberhausen een uitputtingsslag geweest zijn. Eén ding is zeker: het teddy boy wezen is met Lou Cifer nog steeds in goede handen. Bear Family zou Bear Family niet zijn zonder dat beetje extra: naast de CD (die niet los te koop is) krijg je bij de audiofiele 180 grams LP een 16 pagina’s tellend fotoboekje formaat 10 x 10 cm, en bij de eerste 300 LP’s zitten daarbovenop nog een sticker en een gehandtekende groepsfoto. Het hele concert is trouwens te bekijken op YouTube. Info: www.facebook.com/louciferandthehellions en www.bear-family.com (Frantic Franky)

Time flies: on February 22, 2020, just before the global covid lockdown, Lou Cifer & the Hellions (D) celebrated their 25th anniversary with a sold-out performance at the Druckluft in Oberhausen, and that concert recording, their first official live album, is now out as an LP/CD combo. The band, formed in 1995 as a studio group by members of Mess Of Booze and The Ton Up Rockers, is introduced by Holland's teddy boy pride Ronnie Nightingale, the start for a wild chunk of live rock 'n' roll containing 11 songs, supplemented on the CD by 12 additional songs adding up to a total of 23 songs. The party atmosphere was good, but you can only hear that in between the songs, during the songs the live aspect never bothers. Opener Blood On The Cats is pure British guitar rock 'n' roll mixing Move It with C'Mon Everybody, the start of a long celebration of everything that's good about straight ahead rock 'n' roll with drums, one guitar and one bass guitar, a genre that can be oppressive in less capable hands, but Lou Cifer & the Hellions show here like the pure pub rockers they are why they belong to the top ted bands in Europe. Moreover they do it without smuggling other styles into their music like many ted groups do and without self-parody like that other German ted institution Black Raven. Lou Cifer (Marcus Aigner) proves that you don't have to be a fantastic singer to sing well and his thick British accent only makes it sound more real. The set list - as always on these Ruhrpott rockers' releases only selfwritten material - contains of course many songs that glorify being a ted such as Glad To Be A Ted, Teddy Boy's Prayer and It's Gotta Be A Ted. They keep the pedal to the metal but there are also a couple of strolls like Tit For That, Do You Believe and Where The Teds Go, and the chatter between songs is kept to a minimum. All 23 songs come from their numerous previous releases, there are no new songs on here. At anniversary concerts like this a band is often joined by special guests, but that's not the case here. It is what it is, and for the uninitiated the length of the LP will probably suffice while the complete CD at over an hour might be too much of a good thing - it must have lasted till last man standing there in Oberhausen. One thing is for sure: the teddy boy style is still alive and kicking with Lou Cifer. Bear Family wouldn't be Bear Family without a little extra: besides the CD (which can't be bought separately) you get a 16 page photo booklet (size 10 x 10 cm) with the audiophile 180 gram LP, and the first 300 LP’s also contain a sticker and a signed group photo. The entire concert can be viewed on YouTube. Info: www.facebook.com/louciferandthehellions en www.bear-family.com (Frantic Franky)

15 augustus 2021

INFAMOUS INSTROMONSTERS OF ROCK 'N' ROLL VOL. 4
Bullseye, BE144
English version: see below

Infamous InstroMonsters LP nummer 4 met zestien "nieuwe" oude instrumentals die niet op de drie Infamous InstroMonsters CD’s noch op de 4 track EP op rood vinyl staan. Spitsafbijter Floyd Cramer kennen we als de Nashville pianist die niet alleen op Elvis' Heartbreak Hotel maar ook op ontelbare andere platen van onder meer Brenda Lee, Patsy Cline, Roy Orbison en The Everly Brothers speelde. Zijn grootste instrumentale hits onder eigen naam, Last Date en On The Rebound, zijn easy listening country maar Flip Flop And Bop hier, piano boogie met gastsax, heeft het perfecte tempo voor een potje jive. Tomahawk van Tom Brown & the Tom Toms is een indianen gitaar/piano instro en ook in Katanga van Little Willie John zitten indianen, galopperend op het oorlogspad ergens aan de grens met Mexico. Little Willie John was de originele uitvoerder van Fever en dan val je achterover van die Katanga, want dat is jungle exotica! Een bekende jungle exotica beoefenaar was percussionist Chaino en die staat op de LP met het nummer Ubangi Rock dat niets te maken heeft met Warren Smith's Ubangi Stomp maar een leuk losbollende frolic diner sax/gitaar instro is, ver verwijderd van Chaino's latere exotica werk. Ook exotica maar refererend naar de andere kant van de aardbol is de oosterse shoarma gitaarrocker Hey van Gabriel & the Angels. Delilah van The Thunderbirds is een Peter Gunn-achtige sax/gitaar scheurder en Rockin' Mathilda van The Swags komt uit de Link Wray gitaarschool. Met The Fuzz van gitarist Grady Martin gaan we zoals de titel al aangeeft op de sixties toer, zij het verpakt in violen, en een andere sixties track is Jerry Reed's Twist-A-Roo met funky fuzz guitar én een deugnieten orgeltje. Evenmin onbekend op de zes snaren is Larry Collins, de helft van The Collins Kids, aanwezig met de puike twangy gitaarinstro T-Bone die evenwel ietwat ontstemd wordt door het vrouwenkoortje dat zich ongevraagd komt moeien. Chuck Rio werd wereldbekend als de saxofonist op Tequila van The Champs, en zijn onder eigen naam verschenen Margarita is zulk een Tequila copie dat het evengoed onder de naam The Champs had kunnen uitkomen. Ook Malagueña van The Crystals (uiteraard niet die van Do Doo Ron Ron) heeft een dit keer mysterieus Latijns-Amerikaans sfeertje met een shotje Tequila erin. Van het ene uiterste in het andere: Clifton Chenier's Bajou Drive (Bajou en niet Bayou, zo stond het in 1959 wel degelijk op de single) is een bluesy accordeon instrumental omwikkeld door luie blazers. Op Volume 3 stond Louis Jordan's The Slop, dit keer is er Chet Atkins met een andere The Slop, een funky variatie op zijn beroemde fingerpicking stijl met gastsax. Zo heb je de meester nog maar zelden gehoord als in dit knappe nummer dat ondanks zijn slechts 2:14 toch een beetje repetitief is. Deadline van The Challengers is uitstekende uptempo dreigende sax/gitaar surf waarop u mag strollen, en Earthy van The Tornados is speelse twangy gitaar in een beetje een popachtige TV thema easy tune setting tegen een fweep fweep achtergrond. 't Is zeker géén Telstar maar The Tornados hebben slechtere dingen gedaan. Ons finale oordeel: misschien een ietsiepietsie minder semi-bekende nummers als op de eerste drie Infamous InstroMonsters LP’s, maar wel rockend in een even gevarieerd instrumentaal spectrum. Bullseye is de vinyl afdeling van het Spaanse rock 'n' roll label El Toro.
Info: www.eltororecords.com (Frantic Franky)

Infamous InstroMonsters LP number 4 with sixteen "new" old instrumentals that are not on the three Infamous InstroMonsters CDs nor on the 4 track red vinyl EP. The album kicks off with Floyd Cramer, the world famous Nashville pianist who played not only on Elvis' Heartbreak Hotel but on countless other records by the likes of Brenda Lee, Patsy Cline, Roy Orbison and The Everly Brothers. His biggest instrumental hits under his own name, Last Date and On The Rebound, are easy listening country but Flip Flop And Bop here, piano boogie with guest sax, has the perfect tempo for jiving. Tom Brown & the Tom Toms' Tomahawk is a native American guitar/piano instro and Little Willie John's Katanga also features galloping injuns on the warpath along the Mexican border. Little Willie John did of course the original version of Fever and if that's all you know by him Katanga will blow you off your feet as it's jungle exotica! A well known jungle exotica practitioner was percussionist Chaino and he appears on this LP with a track titled Ubangi Rock which has nothing to do with Warren Smith's Ubangi Stomp but is a nice freewheeling frolic dinner sax/guitar instro far removed from Chaino's later exotica work. Also exotica but referencing the other side of the globe is the oriental pitta guitar rocker Hey by Gabriel & the Angels. The Thunderbirds' Delilah is a Peter Gunn-like sax/guitar ripper and Rockin' Mathilda by The Swags graduated in the Link Wray guitar school. With guitarist Grady Martin's The Fuzz it's sixties time just like the title suggests, albeit wrapped in violins, and another sixties track is Jerry Reed's Twist-A-Roo with funky fuzz guitar ànd a mischievous organ. Also not unknown on the six strings is Larry Collins, half of The Collins Kids, with the excellent twangy guitar instro T-Bone that is however somewhat watered down by the uninvited female chorus that starts to interfere. Chuck Rio became world famous for blowing the sax on The Champs' Tequila and his Margarita here, released under his own name, is such a Tequila copy that it could just as well have been released under The Champs' name. Malagueña by The (obviously not the Do Doo Ron Ron) Crystals also has a mysterious Latin-American atmosphere with a added shot of Tequila. From one extreme to the other: Clifton Chenier's Bajou Drive (Bayou and not Bayou, that's what it said on the original single back in 1959) is a bluesy accordion instrumental wrapped in lazy horns. Volume 3 featured Louis Jordan's The Slop, this time there's Chet Atkins with another The Slop, a funky variation on his famous fingerpicking style with guest sax. You've rarely heard the master like this with a handsome song that is a bit repetitive despite it only being 2:14. Deadline by The Challengers is an excellent uptempo menacing sax/guitar surf to which you can stroll, and The Tornados' Earthy is playful twangy guitar in a bit of a poppy TV theme easy tune setting against a beeping organ background. It certainly ain't no Telstar but The Tornados have done worse. Our final verdict: perhaps a little less semi-famous songs than on the first three Infamous InstroMonsters LP’s, but still rockin' in an equally varied instrumental spectrum. Bullseye is the vinyl division of the Spanish rock 'n' roll label El Toro. Info: www.eltororecords.com (Frantic Franky)

21 juli 2021

INFAMOUS INSTROMONSTERS OF ROCK 'N' ROLL VOL. III
Bullseye, BE143
English version: see below

De derde vinyl LP in de reeks met ons favoriete onderwatermonster op de hoes en dan denk je uiteraard dat dit een samenvatting is van de ondertussen al in 2013 verschenen Infamous InstroMonsters Vol. 3 CD, maar dat blijkt slechts ten dele te kloppen: hoewel de hoes dezelfde is staan zes van de zestien LP tracks niet op die 22 track CD en evenmin op een andere InstroMonsters CD of LP of op de 4 track EP op rood vinyl. De openende gitaar/sax stroll Money Money kent u misschien als zijnde van Benny Joy, maar de hier vermelde uitvoerder Big John Taylor was Joy's gitarist en ze stonden in 1959 wel degelijk samen met naam op de originele single, ook op A-kant Ittie Bittie Everything. Klassiekers zijn Let's Go van The Routers (gitaar/sax) en The Rumblers' dreigende Boss, en Fat Daddy Holmes' Chicken Rock blijft een fascinerende chicken picker op de gitaar. Een andere chicken picker maar dan in Frolic Diner gitaar/sax stijl is Skippin' van Buddy Guy, een nummer dat niets te maken heeft met de blues waarmee Buddy Guy synoniem is. Evenmin blues is Blues For Two, een improvisatie op Johnny Cash's boom chicka boom sound afkomstig van één van de twee singles die The Tennessee Two & Friend uitbrachten rond 1960. Die Tennessee Two zijn gitarist Luther Perkins en bassist Marshal Grant (vòòr drummer WS Holland bij de groep kwam, de drums op de singles werden ingespeeld door een studiodrummer) en hun vriend hier was niet Johnny Cash maar pianist Floyd Cramer. Louis Jordan's sax/orgel instro The Slop uit 1958 is door zijn groovende orgeltje (Jackie Davies) mogelijk veel te jazzy voor een aantal onder u, en ook in Sounds Incorporated's live tittyshaker Sounds Like Locomotion met heel veel blazers zit zo'n groovy orgeltje. Jack Nitzsche zit een big band versie van Link Wray's Rumble voor die klinkt als dramatische filmmuziek, en Footloose van Jim Gunner & The Echoes is uptempo gitaarsurf. The Viceroys vertrekken voor hun Seagreen vanuit surf maar freewheelen daarna een beetje op een funky orgeltje. The Mexican van The Fentones is euro instro in Shadows stijl en het al even Britse Hit And Miss van The John Barry Seven Plus Four is pizzicato gitaar gekoppeld aan twang. Theme From Maigret van The Eagles is het thema van een BBC detective reeks uit 1959-1963, een typische TV tune maar dan tegelijk speels én twangy - voor mij een van de hoogtepunten op deze LP. Ook Brits is Jet Harris' Besame Mucho, de bekende Latijns-Amerikaanse standaard op twangy basgitaar begeleid door een vrouwenkoortje. De plaat sluit af met Vesuvius van The Revels, een uptempo sax/gitaar Vegas grinder. De stijlkeuze van de LP is erg gevarieerd en de selectie van de nummers is niet de standaard selectie van de altijd terugkerende rock 'n' roll's greatest instrumentals maar klinkt deels toch vrij bekend in de oren. Bullseye is de vinyl afdeling van het Spaanse rock 'n' roll label El Toro.
Info: www.eltororecords.com (Frantic Franky)

This is the third vinyl installment in the series with our favorite underwater monster on the sleeve so you automatically assume that it's a summary of the 2013 Infamous InstroMonsters Vol. 3 CD. This turns out to be only partially true because although the sleeve is the same six out of the sixteen LP tracks are not on that 22 track CD nor on any other InstroMonsters LP or CD or on the 4 track red vinyl EP. You might know the opening guitar/sax stroll Money Money as being by Benny Joy, but the performer credited here, Big John Taylor, was Joy's guitarist and they were indeed listed together on the original single in 1959, as well as on its A-side Ittie Bittie Everything. Classics include The Routers' Let's Go (guitar/sax) and The Rumblers' menacing Boss, while Fat Daddy Holmes' Chicken Rock remains a fascinating six string chicken picker. Louis Jordan's 1958 sax/organ instro The Slop may be far too jazzy for some of you due to its grooving organ (Jackie Davies), and there is also a groovy organ among the truckload of horns in Sounds Incorporated's live tittyshaker Sounds Like Locomotion. Another chicken picker but this time in Frolic Diner guitar/sax style is Skippin' by Buddy Guy, a song that has nothing to do with the blues which is synonimous with Buddy Guy. There is no blues either in Blues For Two, an improvisation on Johnny Cash's boom chicka boom sound taken from one of the two singles released around 1960 by The Tennessee Two & Friend. The Tennessee Two here are guitarist Luther Perkins and bassist Marshal Grant before drummer WS Holland joined the group (the drums on the singles were played by a studio drummer) and their friend was in this case not Johnny Cash but pianist Floyd Cramer. Jack Nitzsche presides over a big band version of Link Wray's Rumble that sounds like dramatic movie music, and Footloose by Jim Gunner & The Echoes is uptempo guitar surf. The Viceroys start from surf for their Seagreen but evolve into a funky organ. The Fentones' The Mexican is euro instro Shadows style and the equally British Hit And Miss by The John Barry Seven Plus Four is pizzicato guitar coupled with twang. Theme From Maigret by The Eagles is the theme of a BBC detective series that ran from 1959 to 1963, a typical TV tune but at the same time playful and twangy - for me one of the highlights on this LP. Also British is Jet Harris' Besame Mucho, the well known Latin American standard on twangy bass guitar accompanied by female backing vocals. The record finishes with Vesuvius by The Revels, an uptempo sax/guitar Vegas grinder. The LP's stylistic choices are very varied and the selection of songs is not the standard track listing of rock 'n' roll's greatest instrumentals but still sounds partly familiar. Bullseye is the vinyl division of Spanish rock 'n' roll label El Toro. Info: www.eltororecords.com (Frantic Franky)

CD Recensies

SOUTHERN BRED: LOUISIANA & NEW ORLEANS R & B ROCKERS
Koko-Mojo, KMCD 66
English version: see below

Southern Bred 16 is nummer 4 over Louisiana en New Orleans, en U kent het principe inmiddels: 28 voornamelijk zwarte tracks 1951-1963 opgenomen in of nabij New Orleans en/of door artiesten met links naar La Louisiane. Louisiana en met name de crescent city New Orleans hadden een heel specifiek rock 'n' roll geluid gepersonifieerd door Fats Domino, rock 'n' roll gekarakteriseerd door veel blazers en een groovy piano, muziek die zijn wortels heeft in de caraïbische muziek die de mardi gras typeert, zoals hier Roy ''Baldhead'' Byrd alias Professor Longhair's Rockin' With Fes, een veelzeggende titel voor een nummer uit 1952. Mooie voorbeelden van die New Orleans sound met veel goedgezinde blazers zijn Charles Williams' So Glad You're Mine, Clarence Samuels' Got No Place To Call My Own, Calvin Spears' uptempo (You're So Square) Baby I Don't Care/ The Mostest Girl-achtige Doing The Rock 'n' Roll, alsmede het ook van Fats Domino bekende feestelijke Little Liza Jane door Huey "Piano" Smith en die mag er dan wel zijn naam hebben opgeplakt als componist, het nummer zelf is al meer dan 100 jaar oud en werd in de jaren' 40 bijvoorbeeld al gedaan als western swing door Bob Wills. Swingende zwarte rock 'n' roll met veel blazers zijn Elmore Nixon's Forgive Me Baby, Willie Egan's I Can't Understand It en Bobby Mitchell & the Toppers' 4 x 11= 44, met als uitschieters Lloyd Price's onstuimige Rock 'n' Roll Dance, Rudy Green's al even exhuberante My Mumblin' Baby, Clarence Samuels' knettergekke zwarte rocker Slippity en creool Lennie LaCour's rockabilly song Rockin' Rosalie. Rhythm 'n' blues swing flink op weg om die rock 'n' roll te worden zijn Rudy Green's Meet Me Baby en Long John Hunter's She Used To Be My Woman, beide uit 1954. Bekende namen die schuld bekennen zijn Clarence “Gatemouth” Brown en Earl King met de rhythm 'n' blues rockers Baby Take It Easy en Everybody’s Carried Away, en Little Walter met de instrumentale mondharmonica bluesrocker Teenage Beat. Nog meer rhythm 'n' blues rock is er met Jessie Thomas' Cool Kind Lover en Classie Ballou & his Tempo Kings' D-I-R-T-Y D-E-A-L, de early sixties komen in 1961 aan bod met Richard Berry's In A Real Big Way, en Donnie Elbert's Believe It Or Not is een fijne doo-wop rocker. Op Champion Jack Dupree's Deacon's Party dronken ze blijkbaar miswijn want het nummer bevat enkele fikse scheuten gospel (gingen ze vóór het zingen de kerk uit?) en op deze muzikale gumbo er is zelfs plaats voor onversneden zydeco boogie met Clifton Chenier's voor 1957 erg modern klinkende instrumentale accordeon boogie The Big Wheel. De CD vormt een mooie evenwichtsoefening tussen creole rock 'n' roll en rockende rhythm 'n' blues.
Info: www.vintagerockinroots.com (Frantic Franky)

Southern Bred 16 is number 4 about Louisiana and New Orleans, and by now you know what Koko-Mojo has in store for you: 28 mostly black tracks 1951-1963 recorded in or near New Orleans and/or by artists with links to La Louisiana. Louisiana and in particular the crescent city New Orleans had a very specific rock 'n' roll sound embodied by Fats Domino, rock 'n' roll characterised by lots of horns and a groovy piano, music which has its roots in the caraibbean music that's typical for the mardi gras, like here Roy ''Baldhead'' Byrd aka Professor Longhair's Rockin' With Fes, a title that says a lot about a song from 1952. Mighty fine examples of that New Orleans sound with loads of happy horns are Charles Williams' So Glad You're Mine, Clarence Samuels' Got No Place To Call My Own, Calvin Spears' uptempo (You're So Square) Baby I Don't Care/The Mostest Girl-styled Doing The Rock 'n' Roll, and party tune Little Liza Jane by Huey "Piano" Smith. Fats Domino also sang it and Huey Smith may have put his name on it as composer, but the song itself is over 100 years old and was for example done in the 1940s western swing style by Bob Wills. Good natured swinging black rock 'n' roll with saxophones are Elmore Nixon's Forgive Me Baby, Willie Egan's I Can't Understand It and Bobby Mitchell & the Toppers' 4 x 11= 44 warming up for highlights like Lloyd Price's rambunctious Rock 'n' Roll Dance, Rudy Green's equally exhuberant My Mumblin' Baby, Clarence Samuels' nutty black rocker Slippity and creole Lennie LaCour's rockabilly song Rockin' Rosalie. Rhythm 'n' blues swing well on its way to becoming that rock 'n' roll are Rudy Green's Meet Me Baby and Long John Hunter's She Used To Be My Woman, both from 1954. Familiar names pleading guilty are Clarence "Gatemouth" Brown and Earl King with the rhythm 'n' blues rockers Baby Take It Easy and Everybody's Carried Away, and Little Walter with the instrumental harmonica blues rocker Teenage Beat. There's more rhythm 'n' blues rock with Jessie Thomas' Cool Kind Lover and Classie Ballou & his Tempo Kings' D-I-R-T-Y D-E-A-L, the early sixties are represented by 1961's Richard Berry's In A Real Big Way, and Donnie Elbert's Believe It Or Not is a nice doo-wop rocker. At Champion Jack Dupree's Deacon's Party they apparently drank altar wine because the song contains a couple of swigs of gospel, and in this musical gumbo there is even room for undiluted zydeco boogie with Clifton Chenier's for 1957 very modern sounding instrumental accordion boogie The Big Wheel. The CD balances effortlessly between creole rock 'n' roll and rocking rhythm 'n' blues.
Info: www.vintagerockinroots.com (Frantic Franky)


ROCK AND ROLL VIXENS # 6
Koko Mojo, KM-CD-121
English version: see below

Ann Cole steekt het vuur aan de lont met haar rockende originele versie van Got My Mojo Working opgenomen vóór Muddy Waters maar die mojo blijft niet de hele CD werken. Zeker, Pearl Reeves & the Conchords' You Can’t Stay Here (Step It Up And Go), Honey Brown's Ain’t No Need en Fay Simmons' Hanging Around rocken en swingen als de be(e)sten, maar er staan toch verschillende nummers tussen die wel OK maar mijns inziens iets te vrijblijvend en zeker niets bijzonders zijn, bijvoorbeeld Priscilla Bowman's Don’t Come In Here. Dan liever een brutaaltje als Rose Marie McCoy in wier ouderwetse stop/starter Dippin’ In My Business zelfs een accordeon zit! De verplichte "hits" zijn Etta James' bekende Tough Lover en The Bobbettes' jivende Mr. Lee antwoord I Shot Mr. Lee. Dorothy Berry & Jimmy Norman doen in I’m With You All The Way Brook Benton & Dinah Washington's You Got What It Takes achterna, vergelijk het maar met de echte You Got What It Takes, hier in de coverversie van Boo & his Girlfriend. Andere leuke deuntjes en duetjes zijn Roy Brown & Mamie Dell's Oh So Wonderful en Mel Walker & Ada Wilson's The Love Bug Boogie, maar Jennell Hawkins heeft als leadzangeres van backingkoortje The Lockettes slechts een bijrolletje in Richard Berry's The Mess Around. De CD biedt plaats aan traditionele blues (Annie Laurie's It’s Been A Long Time uit 1953) en boogie woogie piano swing (Lil Greenwood's Boogie All Night Long), er wordt sensueel geheupwiegd door Lynn Taylor with the Peachettes (Sweet Little Girl), Sally Stanley (I’ll Have To Let You Go) en Baby Washington (Congratulations Honey), en iets ruwer gaat het er aan toe bij Big Maybelle (That's a Pretty Good Love) en Dolores Ware (Can’t Eat Can’t Sleep). Op Annisteen Allen's strollende Let It Roll mag al een variété orgeltje meedoen, en zoals op al deze CDs staat er een handjevol early sixties zoals Dee Dee Sharp's Just To Hold My Hand uit 1963. Er staat ook één Sun opname op, Baby No No, de achterkant van Sun 184 uit 1953, de enige Sun single van Big Memphis Ma Rainey, artiestennaam van blueszangeres Lillie Mae Glover die dus niets te maken heeft met blueszangeres Ma Rainey. Het nummer is een vreemd amalgaam van electrische blues (Pat Hare op gitaar) gespeeld in een zelfs voor 1953 al ouderwetse semi-akoestische stijl. Ik ken de achtergrond van het nummer niet, maar componiste Marion Keisker was Sam Phillips' secretaresse die Elvis ontdekte! De CD covert de periode 1950-1963 maar bevat ook één hedendaagse track, de heupwiegende blues Hottest Wings In Town van Bonita & the Blues Shacks, op dit ogenblik zo ongeveer de hottest blues band in Duitsland. Deze Volume 6 is misschien niet de beste in de Vixens reeks, maar dat is uiteraard puur een kwestie van persoonlijke smaak, want voor de liefhebbers ter zake is de CD zeker interessant door de relatieve onbekendheid van het gebodene.
Info: www.koko-mojo.com (Frantic Franky)

Ann Cole sets things on fire with her rockin' original version of Got My Mojo Working recorded before Muddy Waters but that mojo doesn't last the entire CD. Pearl Reeves & the Conchords' You Can't Stay Here (Step It Up And Go), Honey Brown's Ain't No Need and Fay Simmons' Hanging Around for sure rock and swing like crazy, but there are several songs that are OK but in my opinion a bit too much middle of the road and certainly nothing special like for instance Priscilla Bowman's Don't Come In Here. I prefer a cheeky one like Rose Marie McCoy whose old-fashioned stop/starter Dippin' In My Business even features accordion! The obligatory "hits" are Etta James' well known Tough Lover and The Bobbettes' jiving Mr. Lee answer I Shot Mr. Lee. Dorothy Berry & Jimmy Norman copy Brook Benton & Dinah Washington's You Got What It Takes in I'm With You All The Way, just compare it to the real You Got What It Takes cover by Boo & his Girlfriend. Other fun duets include Roy Brown & Mamie Dell's Oh So Wonderful and Mel Walker & Ada Wilson's The Love Bug Boogie, but Jennell Hawkins only has a supporting role as leadsinger of backing vocalists The Lockettes in Richard Berry's The Mess Around. The CD contains traditional blues (Annie Laurie's It's Been A Long Time from 1953) and boogie woogie piano swing (Lil Greenwood's Boogie All Night Long), there's sensual hip swinging from Lynn Taylor with the Peachettes (Sweet Little Girl), Sally Stanley (I'll Have To Let You Go) and Baby Washington (Congratulations Honey), while Big Maybelle (That's a Pretty Good Love) and Dolores Ware (Can't Eat Can't Sleep) like things a tad rougher. Annisteen Allen's strolling Let It Roll contains a variety organ and as on all these CDs there's a handful of early sixties sides like Dee Dee Sharp's 1963 Just To Hold My Hand. There is also one Sun recording, Baby No No, the back of 1953's Sun 184, the only Sun single by Big Memphis Ma Rainey, stage name of blues singer Lillie Mae Glover who has nothing to do with blues singer Ma Rainey. The song is a strange amalgam of electric blues (Pat Hare on guitar) played in a semi-acoustic style that even in 1953 was already outdated. I don't know the background of the song but composer Marion Keisker was Sam Phillips' secretary who discovered Elvis! The CD covers the time slot 1950-1963 but there's one contemporary track on board, the hip swaying blues Hottest Wings In Town by Bonita & the Blues Shacks, just about the hottest blues band in Germany right now. IMHO this volume 6 may not be the best in the Vixens series, but that is of course purely a matter of personal taste, as for the aficionados the CD is certainly interesting due to the relative unfamiliarity of what is on offer.
Info: www.koko-mojo.com (Frantic Franky)


ROCK AND ROLL VIXENS # 7
Koko Mojo, KM-CD-122
English version: see below



Het gaat vooruit bij Koko-Mojo: Rock And Roll Vixens, de reeks gewijd aan zwarte zangeressen, zit al aan nummer 7. De CD schiet uit de startblokken met Marie Knight's geweldige uptempo stop/start jiver I Thought I Told You Not To Tell Them en er volgt nog veel meer dansbaar werk als The Teen Queens' Just Goofed, Mary Ann Fisher's Wild As You Can Be, Tiny Topsy's You Shocked Me, Vikki Nelson's aan Ruth Brown herinnerende I Was a Fool for Leaving en Etta James' That's All met trompetten. Ruth Durand's I'm Wise lijkt erg op Little Richard's Slippin' And Slidin' en dat is geen toeval want het is een cover van Eddie Bo's I'm Wise waarop Little Richard zich baseerde voor zijn klassieker. De net iets oudere rhythm 'n' blues swing waaruit die zwarte rock 'n' roll ontstond hoort u in Lil Greenwood 's Young Blood uit 1951 met trompetten. Ella Johnson's Well Do It is I Just Want To Make Love To You binnenstebuiten en ook Big Maybelle (Leave Poor Me) en Annie Laurie (Stop Don‘t Go) wringen zich in mysterieuze bochten. Miss La-Vell's Teen-Age Love is dangerous doo-wop, en omdat op elke Koko-Mojo àlle genres dienen vertegenwoordigd is Mary B's Something For You Baby meer bluesgericht. Ook erg bluesy is Tom Cat, niet door Big Maybelle zoals vermeld in de tracklisting achterop maar door Big Mama Thornton. Dat heb je met die big fat mamas! Lijkt me een antwoord op Rufus Thomas' Bear Cat, wat wel grappig is aangezien dat al een antwoord was op Thornton's originele versie van Hound Dog uit 1952. Nu ja, ík vind dat grappig. Nog een antwoord is Hey Memphis waarin Lavern Baker Elvis' Little Sister lik op stuk geeft, een bekende song maar nog lang niet zo bekend als Little Eva's The Loco-Motion dat we waarschijnlijk allemaal al hebben. Al deze muziekjes culmineerden in wat soul zou worden en voorbeelden van die vroege soul zijn Jessie Mae's Don‘t Freeze On Me, Don Gardner & Dee Dee Ford's smeekbede I Need Your Lovin' waar James Brown wel weg mee had geweten, en Bonnie „Bombshell“ Lee's in gospel ondergedompelde My Man's Coming Home. Of Martha & the Vandellas' Motown hit Heat Wave uit 1963 zal aanslaan in rock 'n' roll oren zal is nog maar de vraag, en ook Faye Adams' Step Up And Rescue Me ging in 1961 reeds die richting uit. Op de CD staat één hedendaagse song, de bluesrocker met boogie piano Momma‘s Goin‘ Dancin‘ van de populaire Duitse bluesband Bonita & the Blues Shacks uit 2019. De andere 24 tracks omvatten de periode 1951-1963, de muzikale kwaliteit van het aangebodene ligt erg hoog en Volume 7 maakt dat van die "movers and shakers" op het hoesje dan ook waar.
Info: www.koko-mojo.com (Frantic Franky)

The good folks at Koko-Mojo don't waste no time: Rock And Roll Vixens, the series dedicated to black female singers, is already at volume 7. The CD kicks off with Marie Knight's terrific uptempo stop/start jiver I Thought I Told You Not To Tell Them, followed by a lot of top tunes for the dancing crowd like The Teen Queens' Just Goofed, Mary Ann Fisher's Wild As You Can Be, Tiny Topsy's You Shocked Me, Vikki Nelson's Ruth Brown-styled I Was a Fool for Leaving and Etta James' That's All with trumpets. Ruth Durand's I'm Wise is very similar to Little Richard's Slippin' And Slidin' and that's no coincidence as it's a cover of Eddie Bo's I'm Wise which served as the blueprint for Little Richard's classic. The slightly older rhythm 'n' blues swing out of which black rock 'n' roll arose is represented by Lil Greenwood 's Young Blood from 1951 with trumpets. Ella Johnson's Well Do It is I Just Want To Make Love To You inside out and Big Maybelle (Leave Poor Me) and Annie Laurie (Stop Don't Go) also move in mysterious ways. Miss La-Vell's Teen-Age Love is dangerous doo-wop, and because every Koko-Mojo CD must include àll subgenres Mary B's Something For You Baby is more blues oriented. Also very bluesy is Tom Cat, not by Big Maybelle as stated in the track listing on the back but by Big Mama Thornton. That's what you get when messing with all those big fat mamas! Tom Cat sounds to me like an answer song to Rufus Thomas' Bear Cat, which is funny since that was already an answer song to Big Mama Thornton's original 1952 Hound Dog. Well, I think that's funny. Another answer song is Hey Memphis in which Lavern Baker salutes Elvis' Little Sister, a well known song but not as famous as Little Eva's The Loco-Motion which all of us probably already have. All of these genres culminated in what would become soul and examples of the early soul sound are Jessie Mae's Don't Freeze On Me, Don Gardner & Dee Dee Ford's plea I Need Your Lovin' that would have suited James Brown just fine, and Bonnie "Bombshell" Lee's gospel drenched My Man's Coming Home. Whether Martha & the Vandellas' 1963 Motown hit Heat Wave will please rock 'n' roll ears remains to be seen, and already in 1961 Faye Adams' Step Up And Rescue Me also stepped in that particular direction. The CD features one contemporary song, the 2019 blues rocker with boogie piano Momma's Goin' Dancin' by popular German blues band Bonita & the Blues Shacks. The other 24 tracks cover the period 1951-1963, the musical quality of what's on offer is very high, and the CD lives up to that "movers and shakers" tagline on the cover.
Info: www.koko-mojo.com (Frantic Franky)

7 juli 2021

DRUMS ARE MY BEAT/ SANDY NELSON
Jasmine, JASCD878
English version: see below



Sandy Nelson's Jasmine JASCD711 dubbel-CD Teen Beat 1959-1961 uit 2013 was opgehangen aan de hits Teen Beat en Let There Be Drums, en dan is de vraag altijd of daarmee het vet van de pan is. Nee dus, want er valt heel wat moois te (her)ontdekken op deze dubbel-CD met zijn bijna complete opnames uit 1962. Sandy Nelson, de beroemdste rock 'n' roll drummer in die zin dat hij de enige rock 'n 'roll drummer was die hits scoorde met singles die eigenlijk langgerekte drumsolo’s waren, was namelijk een bijzonder bezige bij, zoals eenieder weet die ooit heeft geprobeerd al zijn platen te kopen. Volgens mij brachten alleen The Ventures nog meer platen uit, en net als bij The Ventures zijn de meeste van die platen gevuld met covers van de rock- en pop hits van de dag. Alleen al in 1962 bracht Nelson zes LP’s uit, Drums Are My Beat, Drummin' Up A Storm, Golden Hits, Compelling Percussion, Country Style en Teen Age House Party (en daarvan verschenen er drie op één maand tijd) naast zes singles waarvan er vijf de Amerikaanse hitlijsten haalden. Dat alles samen op één dubbel-CD bleek fysiek onmogelijk, dus er ontbreken enkele LP tracks (alleen Teen Age House Party staat hier compleet op), en twee nummers van Compelling Percussion stonden sowieso al op Nelson's debuut LP Teen Beat. Méér Sandy Nelson anno 1962 ga je op een vergelijkbare oppervlakte evenwel niet bij mekaar krijgen, al zijn er in het verleden diverse pogingen ondernomen, bijvoorbeeld op de Golden Stars 3CD box Classic Album Collection (zes LP’s + bonus tracks) en op de Real Gone 4CD box Eight Classic Albums Plus Bonus Singles die de periode 1960-1962 omvat. Daarnaast verscheen reeds in de jaren '90 heel wat Sandy Nelson à rato van twee LP’s op één CD op See For Miles. Nelson kon als geen ander melodieën spelen op zijn drums en dat is de grote sterkte van deze CD, en ook het verschil met bijvoorbeeld een Buddy Rich waarvan ik wel eens een 6CD box heb beluisterd: kunst, maar helaas ook jazz en niet rockend. Toch zijn veel van Nelson's nummers hier impressionant drumwerk verpakt in leuke full band instrumentaaltjes. Hoogtepunten van Sandy Nelson op zijn best zijn Hum Drum, Drummin' Up A Storm, het majestueuze Drums Are My Beat met mysterieus oosters pianowerk en een tik tak gitaar, de tot drie minuten ingekorte single edit van het exotische The Birth Of The Beat (een opstand in de jungle op de LP Let There Be Drums uit 1961 goed voor négen minuten), de geslaagde shoarma versie van Caravan, de zware film noir stroll The City, het dreigend oosterse And Then There Were Drums in de stijl van Let There Be Drums met twangy gitaar rif, het soort gitaarrif dat in Drum Roll en Rompin' And Stompin' wordt aangevuld met blazers en een exotica fluitje en in Cozy Cole's Topsy met xylofoon. Leuke toeters staan hier uiteraard wel meer op, zoals in Hawaiian War Chant. De echte pure drum instrumentals zoals Drums For Strippers Only, Drums For Drummers Only en het zes minuten durende Day Drumming zijn dan ook in de minderheid want de meeste nummers zijn eigenlijk gewoon sax instrumentals met gitaar, piano en een extra drumbreak, bijvoorbeeld Drum Stomp dat klinkt als een sneller gespeeld Raunchy van Bill Justis of Big Al Sears' Castle Rock. Op zijn allerbest swingt dat als de beesten in bijvoorbeeld All Night Long of krijgt je zorgeloze Frolic Diner muziekjes als Sandy. De in die dagen razend populaire twist wordt daarbij verbazingwekkend weinig gebruikt: Twisted is het duidelijkste voorbeeld.
Sandy Nelson's LP’s hebben altijd veel standaard covers bevat die evenwel boven de middelmaat uit worden gehesen door dat excellente drumwerk, bijvoorbeeld zijn charleston versie van Fats Domino's I'm In Love Again of het minder bekende C-Jam Blues van Duke Ellington. Wanneer we de hier bij elkaar verzamelde LP’s apart beluisteren biedt Golden Hits exact wat de titel belooft, een collectie covers van andermans hits zoals Splish Splash, Kansas City, What'd I Say, drie keer Fats Domino met I Want To Walk You Home, Walking To New Orleans en I'm Gonna Be A Wheel Someday, Bill Doggett's Honky Tonk, Bobby Darin's ook van Buddy Holly bekende Early In The Morning, Ricky Nelson's Be Bop Baby en, minder bekend, Ray Charles' jazzy instrumental Rock House en Ernie Freeman's Live It Up als cha cha cha. Die covers klinken generisch, uitgezonderd uiteraard dat drumwerk dat echter steeds minder op de voorgrond treedt. Minder voor de hand liggend was de LP Country Style, hetzelfde coverprincipe toegepast op country hits. Wild Side Of Life, Claude King's Wolverton Mountain, Johnny Horton's Battle Of New Orleans en Honky Tonk Hardwood Floor, Hank Locklin's Geisha Girl, Stonewall Jackson's Waterloo, The Kingston Trio's Tijuana Jail en Bobby Helms' Fraulein klinken tamelijk pointless (teveel platte sax, te weinig twang), maar Chew Tobacco Rag, de indianen op het oorlogspad in Slim Whitman's North Wind en de uptempo uitvoering van Jim Reeves's Four Walls steken er met kop en schouders bovenuit. Teen Age House Party bood meer van de vooral sax instro’s, dit keer verpakt in een fake live party atmosfeertje met naast één eigen compositie, de titeltrack, toch ook weer vooral covers zoals Hearts Of Stone, Let The Four Winds Blow, Tweedlee Dee, Let The Good Times Roll, Feel So Good, Limbo Rock, de jazz/blues standaard Night Train, Doc Bagby's Dumplins en Ernie Freeman's Junior Jive. Wat een verschil met Compelling Percussion, een LP die slechts zeven tracks telde en voor één keer niet bestond uit covers maar enkel uit eigen nummers, sommige in samenwerking met surf gitarist en producer Richard Podolor alias Richie Allen, co-componist van Let There Be Drums. Civilization is bijna negen minuten exotica vermengd met surfgitaar, Drums For Drummers Only een drum instrumental van 12 minuten zonder sax of gitaar die geen seconde verveelt!
Als ik de optelsom van deze dubbel-CD maak staan hier wat mij betreft een stuk of zeventien fantastische nummers op en da's méér dan ik verwachtte. De rest van de in totaal 59 nummer beschouw ik als sympathiek doch niet-essentieel. De CD krijgt een extra vermelding van de jury voor de uitstekende geluidskwaliteit: dit klinkt alsof Sandy Nelson bij jou in de muziekkamer op de vellen zit te meppen. Nelson is nu 82 jaar. Haal 'em naar de Rhythm Riot!
Info: www.jasmine-records.co.uk (Frantic Franky)

Sandy Nelson's 2013 Jasmine JASCD711 double CD Teen Beat 1959-1961 was centered around the hits Teen Beat and Let There Be Drums, and then the question is always whether there's anything worthwile left? As it turns out there is a lot to (re)discover on this double CD with his almost complete 1962 recordings. Sandy Nelson, the most famous rock 'n' roll drummer in the sense that he was the only rock 'n' roll drummer to score hits with singles that were actually expanded drum solos, was a very busy guy, as anyone who's ever tried to buy all his records can testify. I think only The Ventures released more albums and just like The Ventures most of those albums were filled with covers of the rock and pop hits of the day. In 1962 alone Nelson released six LP’s, Drums Are My Beat, Drummin' Up A Storm, Golden Hits, Compelling Percussion, Country Style and Teen Age House Party (and three of those appeared in a single month) in addition to six singles, five of which made the US charts. Getting all of this on one double CD proved physically impossible, so some LP tracks are missing (only Teen Age House Party is complete here) and two songs from Compelling Percussion were on Nelson's debut LP Teen Beat anyway. Still, you will never get more 1962 Sandy Nelson on a comparable surface than has been done here, even though several attempts have been made in the past, for example the Golden Stars 3CD box Classic Album Collection (six LP’s + bonus tracks) and the Real Gone 4CD box Eight Classic Albums Plus Bonus Singles which covers the years 1960-1962. In addition already in the 1990s a lot of Sandy Nelson appeared at the rate of two LP’s on one CD on See For Miles. Nelson could play melodies on his drums like nobody else, which is the great strength of this CD and the difference with for example a drummer like Buddy Rich of whom I have listened to a 6CD box: it's art, but unfortunately also jazz and not rocking. Many of Nelson's songs here are impressive drumming wrapped in fun full band instrumentals. Highlights include Hum Drum, Drummin' Up A Storm, the majestic Drums Are My Beat with mysterious oriental piano and a tic tac guitar, the single edit shortened to three minutes of the exotic The Birth Of The Beat (a jungle uprising which on the 1961 LP Let There Be Drums ran for nine minutes), the excellent pita version of Caravan, the heavy film noir stroll The City, the menacingly oriental And Then There Were Drums in the style of Let There Be Drums with a twangy guitar riff, the kind of riff that in Drum Roll and Rompin' And Stompin' is complemented by horns and an exotic whistle and in Cozy Cole's Topsy with xylophone. Obviously there are a lot of jolly horns to be found here, for example in Hawaiian War Chant. The real pure drum instrumentals such as Drums For Strippers Only, Drums For Drummers Only and the six minute Day Drumming are a minority because most of the songs are basicly sax instrumentals with guitar, piano and an extra drum break, like Drum Stomp which sounds like a faster played Raunchy by Bill Justis or Big Al Sears' Castle Rock. At its best this swings like crazy in, say, All Night Long, or turns into carefree Frolic Diner tunes like Sandy. The twist, incredibly popular in those times, turns up surprisingly little: Twisted is the most obvious example.
Sandy Nelson's LP’s always contained a lot of standard covers that are however lifted above the average by his exemplary drumming, for example in his charleston version of Fats Domino's I'm In Love Again or in the lesser known C-Jam Blues by Duke Ellington. Listening to the LP’s collected here separately, Golden Hits offers exactly what the title promises, a collection of covers of other people's hits such as Splish Splash, Kansas City, What'd I Say, three times Fats Domino with I Want To Walk You Home, Walking To New Orleans and I'm Gonna Be A Wheel Someday, Bill Doggett's Honky Tonk, Bobby Darin's Early In The Morning made famous by Buddy Holly, Ricky Nelson's Be Bop Baby and the lesser known Ray Charles jazzy instrumental Rock House and Ernie Freeman's Live It Up as cha cha cha. These covers sound generic, except for the drumming of course, which however becomes less and less prominent. Less obvious was the LP Country Style, the same cover principle applied to country hits. Wild Side Of Life, Claude King's Wolverton Mountain, Johnny Horton's Battle Of New Orleans and Honky Tonk Hardwood Floor, Hank Locklin's Geisha Girl, Stonewall Jackson's Waterloo, The Kingston Trio's Tijuana Jail and Bobby Helms' Fraulein sound rather pointless (too much flat sax, not enough twang), but Chew Tobacco Rag, the indians on the warpath in Slim Whitman's North Wind and the uptempo rendition of Jim Reeves's Four Walls stand out. Teen Age House Party offered more of those mostly sax based instrumentals, this time wrapped in a fake live party atmosphere, with in addition to one original composition, the title track, only covers like Hearts Of Stone, Let The Four Winds Blow, Tweedlee Dee, Let The Good Times Roll, Feel So Good, Limbo Rock, the jazz/blues standard Night Train, Doc Bagby's Dumplins and Ernie Freeman's Junior Jive. Quite a difference with Compelling Percussion, an LP that had only seven tracks and for once consisted not of covers but only of original compositions, some in collaboration with surf guitarist and producer Richard Podolor aka Richie Allen, co-composer of Let There Be Drums. Civilization is almost nine minutes of exotica mixed with surf guitar, Drums For Drummers Only a 12 minute drum instrumental without sax or guitar that doesn't get boring for a single second!
When I do the math there's like seventeen fantastic tunes on here, which is more than I expected. The rest of the 59 tracks I consider to be sympathetic but not essential. The CD gets extra points for the execellent sound quality: this sounds as if Sandy Nelson is banging on the skins in your music room. Nelson is now 82 years old. Get him over to the Rhythm Riot!
Info: www.jasmine-records.co.uk (Frantic Franky)

SUMMER DAYS AND SUMMER NIGHTS
Bear Family, BCD17618
English version: see below

Op 21 juni begon de zomer en bij gebrek aan zomerweer kan u alvast in de stemming komen met deze zomerse compilatie met "31 summertime beach nuts", de vierde Bear Family zomer compilatie na Banana Split (BCD17513), Another Banana Split Please (BCD17601) en Good Old Summertime (BCD17528). De CD bevat 31 tracks 1952-1963 maar de focus ligt dit keer niet op rock 'n' roll maar op teen rock en crooners in een mix van bekende en onbekende artiesten met vooral onbekende songs. Crooners zijn de zorgeloos fluitende Tony Bennett's Put On A Happy Face (de tekst gaat wel degelijk over de zomer), Maxine Daniels' My Summer Heart, Dinah Washington's That Sunday (That Summer), Keely Smith's On The Sunny Side Of The Street en Eydie Gormé's Soda Pop Hop, teen rock is er met The Safaris' Summer Nights, Dave York & the Beachcombers' I Wanna Go Surfin' (hun Beach Party is leuker), The Quotations' ballade Summertime Goodbyes, Ricky Dean's duidelijk op Itsy Bitsy Teeny Weeny Yellow Polkadot Bikini gebaseerde Bikini, Ernie Maresca een beetje in Dion stemming in Down On The Beach (Maresca schreef dan ook The Wanderer en Runaround Sue), Diane Ray's Please Don't Talk To The Lifeguard, Johnny O'Neill's op Party Doll geënte Beach Doll en Carole King's Queen Of The Beach waarin het muurbloempje van vorig jaar zich ontpopt tot de koningin van het strand. Tussen die twee genres in zit pop als Googie René's Swingin' Summer Love, Kari Lynn's Summer Day en het melancholisch introspectieve The Green Leaves Of Summer van de in 1957 opgerichte folkgroep The Brothers Four die anno 2021 nog steeds bestaat met één origineel groepslid in de gelederen, en popcrooners als The Fleetwoods' dromerige tienerballade They Tell Me It's Summer waarin het alleen maar lijkt alsof het zomer is - de nachten zijn lang omdat het lief hen heeft verlaten. Dat die toch van rustige nummers bekende Fleetwoods het ook uptempo konden bewijst hun Surfer's Playmate. Rock 'n' roll is er met Sammy Salvo's geinige The Bully Of The Beach, Dickie Loader & the Blue Jeans' afgeborstelde Heatwave en Conway Twitty op zijn Carl Perkins funkiest in Beachcomber. Bucky & the Premieres' Summer School is bizarrobilly, en Blue Caps ritmegitarist Paul Peek's vokale Watermelon is een verrassend zwart klinkende stroll. Voor de country noten zorgen Don Cherry's Wild Cherry waarin een breed smilende Dean Martin verborgen zit, Hank Snow op zijn luiste donder in Lazy Bones inclusief parlando tussenstuk is meer croonerpop als country, en Bobby Williamson's Sh-Boom is een minder bekende maar toffe country swing light uitvoering van het bekende nummer, al ontgaat de link met de zomer mij. Het zal zoals altijd wel weer aan mij liggen! Op dit soort thema CD’s staan steevast enkele instrumentaaltjes en dit keer situeren die zich bruingebrand in de jazzy swing (Tito Puente's Emerald Beach) en de rhythm 'n' blues swing (TJ Fowler's Wine Cooler). George Gershwin's Summertime krijgt van The Viscounts een exotische trage blazers versie die géén wilde Rodney & the Blazers wordt en staat ook nog in een tweede versie op de CD als gitaar-/ pianojazz instrumental door Barney Kessel. Die vorige summer CD’s sloten alle drie af met een versie van de stokoude standaard (In The) Good Old Summertime, en zo ook deze met de vrolijke popversie van Lee Diamond & the Challengers uit 1962. Samen geeft dat zoals het hoort in de zomer een luchtige CD niet zozeer geschikt om een rock 'n' roll party op te vrolijken maar ideaal als achtergrondsfeertje wanneer u bij zonsondergang eindelijk op uw terras zit, als soundtrack in de auto of gewoon om de Summertime Blues (die hier niét op staat) te verjagen! Gezeten op een goede wei kan u ondertussen op uw gemak het CD booklet van samensteller Marc Mittelacher nalezen, goed voor 20 pagina’s kleurenillustraties en korte notities over elke artiest. Info: www.bear-family.com (Frantic Franky)

Summer began on June 21 and in the absence of good weather you can get in the mood with this sunny collection of "31 summertime beach nuts", the fourth Bear Family summer compilation after Banana Split (BCD17513), Another Banana Split Please (BCD17601) and Good Old Summertime (BCD17528). The CD contains 31 tracks 1952-1963 but this time the focus is not on rock 'n' roll but on teen rock and crooners in a mix of well known and unknown artists with mostly lesser known songs. Crooners include the happily whistling Tony Bennett's Put On A Happy Face (the lyrics are indeed about summer), Maxine Daniels' My Summer Heart, Dinah Washington's That Sunday (That Summer), Keely Smith's On The Sunny Side Of The Street and Eydie Gormé's Soda Pop Hop, teen rock is The Safaris' Summer Nights, Dave York & the Beachcombers' I Wanna Go Surfin' (not nearly as funny as their Beach Party), The Quotations' ballad Summertime Goodbyes, Ricky Dean's Itsy Bitsy Teeny Weeny Yellow Polkadot Bikini-inspired Bikini, Ernie Maresca in a bit of a Dion mood in Down On The Beach (Maresca wrote The Wanderer and Runaround Sue), Diane Ray's Please Don't Talk To The Lifeguard, Johnny O'Neill's Party Doll-inspired Beach Doll and Carole King's Queen Of The Beach in which last year's wallflower metamorphoses into the queen of the beach. In between those two genres there's pop like Googie René's Swingin' Summer Love, Kari Lynn's Summer Day and the melancholy introspective The Green Leaves Of Summer by folk group The Brothers Four who were founded in 1957 and still exist in 2021 with one original member in the ranks, and pop crooners like The Fleetwoods' dreamy teen ballad They Tell Me It's Summer in which it only seems like summer - the nights are long because their sweetheart has left them. Though known for their slow songs The Fleetwoods could also hold their own uptempo as proven by their Surfer's Playmate. There's rock 'n' roll with Sammy Salvo's funny The Bully Of The Beach, Dickie Loader & the Blue Jeans' clean cut Heatwave and Conway Twitty at his Carl Perkins funkiest in Beachcomber. Bucky & the Premieres' Summer School is bizarrobilly, and Blue Caps rhythm guitarist Paul Peek's vocal Watermelon is a surprisingly black sounding stroll. Country notes are provided by Don Cherry's Wild Cherry which hides a broadly smiling Dean Martin, Hank Snow at his laziest in Lazy Bones including a spoken part is more crooner pop than country, and Bobby Williamson's Sh-Boom is a lesser known but cool country swing light version of the familiar song, although the link with summer escapes me. As always that's probably my fault! This type of theme CDs invariably include a couple of instrumentals and this time they are situated in jazzy swing (Tito Puente's Emerald Beach) and rhythm 'n' blues swing (TJ Fowler's Wine Cooler). George Gershwin's Summertime is given an exotic slow sax version by The Viscounts who do not get wild like Rodney & the Blazers, and there's another version on the CD played as a guitar/piano jazz instrumental by Barney Kessel. The three previous summer CDs each ended with a different version of the old standard (In The) Good Old Summertime, and so does this one with the upbeat 1962 pop version by Lee Diamond & the Challengers. Together this makes a breezy CD not really suited to liven up a rock 'n' roll party but ideal as the backdrop when you finally sit down on your terrace at sunset, as a soundtrack in the car or just to chase away the Summertime Blues (which is not on here). Sit down, relax, sip a cool one and read the CD booklet by Marc Mittelacher, 20 pages of color illustrations and short notes on each artist. Info: www.bear-family.com (Frantic Franky)

BE FAITHFUL: THE TEN COMMANDMENTS OF ROCK 'N' ROLL COMMANDMENT SIX
Atomicat, ACCD055
English version: see below

Atomicat's tien rock 'n' roll geboden (eigenlijk waren het er vijftien maar toen Moses de berg afdaalde liet hij één stenen tafel stukvallen) beginnen aan de tweede tafel en in mijn tijd (ergens in de 19de eeuw) was het zesde gebod het opwindendste: doe nooit wat onkuisheid is, hier vertaald naar het veel onschuldiger onderwerp de liefde zoals bezongen in honderdduizenden songs en bij uitbreiding ook ten overvloede in de rock 'n' roll. The Ten Commandments Of Rock 'n' Roll is de ideale reeks voor iedereen die vindt dat er op de Atomicat en Koko-Mojo CD’s te veel hillbilly of zwarte muziek of wat dan ook staat, want The Ten Commandments Of Rock 'n' Roll focussen op... tromgeroffel... rock 'n' roll, zowel blanke als zwarte rock 'n' roll op deze CD met 30 tracks uit het tijdsgewricht 1956-1963. Blanke of op zijn minst blank klinkende rock 'n' roll op volume 6 is Johnny O' Keefe's You Excite Me, Sweetie Jones' Baby Please Don't Leave, Robert Gill & The Dreamers' Baby That's Alright, Chuck Atha's Just Me And My Baby, The Domineers' Nothing Can Go Wrong, Gene Ross' swingende The Only One, Barbara Pittman's Sun rocker I Need A Man, Mel Albert's door een dameskoortje en een orgeltje verfraaide uptempo teen rocker Never Let Me Go, en Dickey Lee's debuutsingle Stay True Baby in wat klinkt als een veredelde Sun hiccup sound, misschien wel omdat het ook in Memphis werd opgenomen en dat dus nooit ver van Sun kan zijn geweest. Voorbeelden van el primitivo rock 'n' roll zijn de opwindende scratchende gitaarinstro Heartbeat van The Daywins en The Monorays' It's Love Baby, een teen stroll gekoppeld aan een rauwe scheurende white rock sax. Ik ga het niet afpunten maar de verhouding blank versus zwart zal ongeveer fifty-fifty zijn op deze CD. Een nummer als Jesse Allen's stop-start rocker Love My Baby is puur zwart, net als uiteraard artiesten als Bobby Charles (Don't You Know I Love You), Earl Gaines (Love You So) en LaVern Baker met het Jim Dandy vervolg Jim Dandy Got Married. Er is popcorn noir met Little Joe Hinton's Let's Start A Romance en vooral met Johnny Love's onweerstaanbare Chills And Fever, en de doo-woppers worden op hun wenken bediend met rockers als The Minorbops' Want You For My Own, The Cupids' Little Girl of Mine, The Shells' Pretty Little Girl en The Butanes' Don't Forget I Love You. Elke Ten Commandments CD bevat wel een paar klassiekers en dit keer zijn dat Let's Jump The Broomstick van Brenda Lee en de opgewekte jiver This Little Girl Of Mine van The Everly Brothers, blijkbaar een grote inspiratiebron voor The Paris Brothers wier This Is It meer dan één gelijkenis vertoont met Everly nummers als This Little Girl Of Mine, Hey Doll Baby en Should We Tell Him. Bekende namen met minder bekende songs zijn Little Richard met True Fine Mama, toch - ten onrechte - een tikkeltje minder populair dan zijn grote hits, Terry Noland 's Come Marry Me en Thurston Harris' vrolijke My Love Will Last. Delbert Barker's afsluiter Our Honeymoon is in tegenstelling tot de rest van de CD dan weer country boogie, maar het meest curieuze nummer is de Franse vertaling van Chantilly Lace van The Big Bopper getiteld Ma P'tit' Chérie, variété door de Spaans-Franse operettezanger Luis Mariano. Een erg gevarieerde CD dus, maar wel een erg goeie CD. Hou je reeks compleet, dan heb je straks 300 goeie nummers. Info: www.atomi-c.at (Frantic Franky)

Atomicat's ten rock 'n' roll commandments (actally there were fiftien commandments but Moses dropped the third stone tablet when he came down from Mountain Sinai) arrive at the second tablet and in my time (somewhere in the 19th century) the sixth commandment was the most exciting one: thou shalt not commit adultery, translated here into the much more innocent subject matter of love, as sung about in hundreds of thousands of songs and by extension also in abundance in rock 'n' roll. The Ten Commandments Of Rock 'n' Roll is the ideal series for anyone feeling there is too much hillbilly or black music or whatever on the Atomicat and Koko-Mojo CDs, because The Ten Commandments Of Rock 'n' Roll focus on.... drum roll... rock 'n' roll, both white and black rock 'n' roll on this CD with 30 tracks from the 1956-1963 time frame. White or at least white sounding rock 'n' roll tunes on volume 6 are Johnny O' Keefe's You Excite Me, Sweetie Jones' Baby Please Don't Leave, Robert Gill & The Dreamers' Baby That's Alright, Chuck Atha's Just Me And My Baby, The Domineers' Nothing Can Go Wrong, Gene Ross' swinging The Only One, Barbara Pittman's Sun rocker I Need A Man, Mel Albert's uptempo teen rocker Never Let Me Go embellished by a female chorus and an organ, and Dickey Lee's debut 45 Stay True Baby in what sounds like a kind of hiccupping Sun sound, perhaps because it was also recorded in Memphis and therefor could never have been far away from Sun. Examples of el primitivo rock 'n' roll include The Daywins' thrilling scratchy guitar instro Heartbeat and The Monorays' It's Love Baby, a teen stroll with a raw ripping white rock sax. I'm not going to count 'em but the ratio of white to black will be about fifty-fifty on this CD I guess. A song like Jesse Allen's stop-start rocker Love My Baby is 100 % black, as are of course artists like Bobby Charles (Don't You Know I Love You), Earl Gaines (Love You So) and LaVern Baker with the Jim Dandy sequel Jim Dandy Got Married. There's popcorn noir with Little Joe Hinton's Let's Start A Romance and especially with Johnny Love's irresistible Chills And Fever, and doo-woppers can get their cool cat kicks with rockers like The Minorbops' Want You For My Own, The Cupids' Little Girl of Mine, The Shells' Pretty Little Girl and The Butanes' Don't Forget I Love You. Every Ten Commandments CD contains a few classics and this time they are Brenda Lee's Let's Jump The Broomstick and the upbeat jiver This Little Girl Of Mine by The Everly Brothers, apparently a big inspiration for The Paris Brothers whose This Is It bears more than one resemblance to Everly songs like This Little Girl Of Mine, Hey Doll Baby and Should We Tell Him. Familiar names with unfamiliar songs include Little Richard with True Fine Mama, unjustly a tad less popular than his big hits, Terry Noland 's Come Marry Me and Thurston Harris' upbeat My Love Will Last. Delbert Barker's closes the CD in a completely contrasting style with the country boogie Our Honeymoon, and the most unlikely song is the French translation of The Big Bopper's Chantilly Lace titled Ma P'tit' Chérie turned into a old fashioned pop song by Spanish-French operetta singer Luis Mariano. This CD is very varied, but very good. Keep your series complete and in the end you will have 300 great songs. Info: www.atomi-c.at (Frantic Franky)

ROCKIN' WITH THE KRAUTS VOL. 2
Bear Family, BCD17642
English version: see below

Tweede en laatste CD door Bear Family omschreven als "real rock 'n' roll made in Germany, Duitse rock 'n' roll in zijn puurste vorm inbegrepen twist rockers, madison rockers, jivers, beat rockers en instrumentals, op dit tweede deel met meer honkende saxofoons en minder Hofner twang". Daarmee past ie in uw CD kast perfect naast de Bear Family CD Oh Yes Das Ist Musik - Jive In Germany (BCD16303) uit 2009, want tussen de 32 tracks 1956-1967 staat heel wat swingende, soms zelfs jazzy jive als (het fake live?) Whole Lotta Shakin' Goin' On van de Zweed Little Gerhard, Maureen René's Rock Baby Rock, Lutz Dietmar's Rock-A-Beatin' Boogie met Max Greger op sax, Paul Würges' uitstekende Black Boy Jacky, Marika Rökk's Eine Party Bei Mir en Wolfgang Sauer's For You My Love trager dan Paul Gayten's ritmische origineel, naast als pré-rock 'n' roll klinkende boogie zoals Caldonia en Big Fat Mama, twee live tracks van de op 2 juli 2021 op 90-jarige leeftijd overleden geïmporteerde Amerikaanse GI Bill Ramsey, opgenomen "met ritmische begeleiding van Eric Krans' Dixieland Pipers" in het Kurhaus in Scheveningen! Pure rock 'n' roll in de zin van door de goegemeente verketterde jungle muziek is in deze dan ook een rekbaar begrip want naast een paar echte rockers als Ted Herold's Crazy Boy en de erg goeie Duitstalige Sugaree cover van Jörg Maria Berg bewandelen veel nummers het slappe koord tussen poprock en variété - anders kan ik de Duitse Hound Dog (Ralf Bendix' Heute Geh' Ich Nicht Nach Hause), Rex Gildo's Duitse Devil In Disguise (Liebe Kälter Als Eis), de Duitse Is You Is Or Is You Ain't My Baby (Frank Olsen's Bist Du Noch Mein Baby), de Duitse Hey Little Girl (Ted Herold), Billy Sanders' Du Hast Soviel Sex-Appeal, Harry Glück's vertaling van Cliff Richard's Got A Funny Feeling (So Ein Komisches Gefühl), John Dattelbaum's Duitse Runaway (Mädchenschrek), Oliver Twist & the Happytwistler's Steiler Zahn, Bob Gerry's Hallo My Baby, Emanuel & Leon Ardy's Hit-Cockers' strollende Kissin' King en Little Gerhard's Versprich Mir Nichts dat een ballade gebaseerd op Paul Anka's You Are My Destiny afwisselt met uptempo rock 'n' roll niet omschrijven. Op zich is daar natuurlijk niks mis mee, zolang je maar weet wat je in huis haalt, en wat je ook in huis haalt is twist met een orgeltje (The Gisha Brothers' Sie Ist Das Schönste Girl) en beatrock (The Cry'n Strings met de Jesse Hill Ooh Poo Pa Doo cover Bu Bu Bi Du, Ted Hiller's Duitstalige Memphis Tennessee, Mama Betty's Band's Duitse beatversie van Love Potion No. 9 getiteld Die Liebesmedizin, The Rattles' geniale Chuck Berry cover Betty Jean) die eindigt de pure sixties van The Pralins' Jumpin' Run. De CD bevat 22 Duitstalige nummers, acht Engelstalige nummers en twee instrumentals, en er staan twee Nederlandse acts op. Indo-rockers The Javalins van wie in 1994 een complete CD verscheen op Bear Family zijn vertegenwoordigd met Mr. Tschang Aus Chinatown, een Duitse vertaling van Ling Ting Tong van The Five Keys waarin ze het over nasi goreng hebben en die trager is dan de Engelstalige Ling Ting Tong die ze opnamen. Veel minder bekend bij ons maar in de eerste helft van de jaren '60 populair in Duitsland was Jack Finey die in 1960 zelfs in een Duitse film zat, Meine Nichte Tut Das Nicht, en uit die komedie stamt zijn Schade Um Die Rosen, wat mij betreft pure variété die niets met rock 'n' roll vandoen heeft. Bear Family had hier even goed voor zijn bijna parodiërende hoempapa vertaling Die Geschichte Von Stagger Lee of zijn Louis Prima Closer To The Bone cover Sie Hieß Betty Bones kunnen opteren. Ook Billy Mo's Fräulein Gerda is trouwens op het randje van variété. Wij merkten één foutje: de instrumental van Werner Müller (die kennis maakte met swingmuziek als Amerikaans krijgsgevangene!) is niet Woo Hoo van The Rock-A-Teens maar volgens ons zijn Guitar Boogie Shuffle. 't is een merkwaardig geheel, maar één ding is zeker: deze collectie niet-alledaagse tracks heeft de gemiddelde verzamelaar niet in huis. Daarvoor moet je al heel wat Duitse CD’s gekocht hebben, wat kan omdat de meeste artiesten hier full CD’s uit hebben op Bear Family. Achtung: het CD booklet van 34 pagina’s is in de taal van Goethe. Let's Rökk!
Info: www.bear-family.com (Frantic Franky)

Second CD in the two part mini series described by Bear Family as "real rock 'n' roll made in Germany, German rock 'n' roll in its purest form including twist rockers, madison rockers, jivers, beat rockers and instrumentals, on this second volume with more honking saxophones and less Hofner twang". It fits perfectly next to the 2009 Bear Family CD Oh Yes Das Ist Musik - Jive In Germany BCD16303 as among the 32 tracks 1956-1967 we hear a lot of swinging, sometimes even jazzy jive like (the fake live? ) Whole Lotta Shakin' Goin' On by Little Gerhard from Sweden, Maureen René's Rock Baby Rock, Lutz Dietmar's Rock-A-Beatin' Boogie with Max Greger on sax, Paul Würges' excellent Black Boy Jacky, Marika Rökk's Eine Party Bei Mir and Wolfgang Sauer's For You My Love performed slower than Paul Gayten's rhythmic original, plus pré-rock 'n' roll sounding boogie like Caldonia and Big Fat Mama, two tracks by imported American GI Bill Ramsey who passed away at the age of 90 on July 2, 2021, recorded "with rhythmic accompaniment by Eric Krans' Dixieland Pipers" live on stage in Holland. Pure rock 'n' roll in the sense of jungle music condemned by the general public is therefor in this case a rather loose description because besides a couple of real rippin' rockers like Ted Herold's Crazy Boy and the excellent German language Sugaree cover by Jörg Maria Berg many songs walk the thin line between pop rock and variety - that's the only way I can describe the German language Hound Dog (Ralf Bendix' Heute Geh' Ich Nicht Nach Hause), Rex Gildo's German language Devil In Disguise (Liebe Kälter Als Eis), the German language Is You Or Is You Ain't My Baby (Frank Olsen's Bist Du Noch Mein Baby), the German language Hey Little Girl (Ted Herold), Billy Sanders' Du Hast Soviel Sex-Appeal, Harry Glück's translation of Cliff Richard's Got A Funny Feeling (So Ein Komisches Gefühl), John Dattelbaum's German language Runaway (Mädchenschrek), Oliver Twist & the Happytwistler's Steiler Zahn, Bob Gerry's Hello My Baby, Emanuel & Leon Ardy's Hit-Cockers' strolling Kissin' King, and Little Gerhard's Versprich Mir Nichts which alternates a ballad based on Paul Anka's You Are My Destiny with uptempo rock 'n' roll. Jack Finey's Schade Um Die Rosen is as far as I'm concerned pure variety which has nothing to do with rock 'n' roll, and Billy Mo's Fräulein Gerda is also on the edge. Nothing wrong with that in itself of course as long as you know what you're buying, and what you're also buying is twist with an organ (The Gisha Brothers' Sie Ist Das Schönste Girl) and beatrock (The Cry'n Strings with the Jesse Hill Ooh Poo Pa Doo cover Bu Bu Bi Du, Ted Hiller's German language Memphis Tennessee, Mama Betty's Band's German language beat version of Love Potion No. 9 titled Die Liebesmedizin, The Rattles' stroke of genius in the form of their Chuck Berry cover Betty Jean) which ends with the pure sixties sounds of The Pralins' Jumpin' Run. The CD contains 22 German language songs, eight English language songs and two instrumentals. We noticed one mistake: the instrumental track by Werner Müller (who was introduced to swing music when he was an American POW!) is not The Rock-A-Teens' Woo Hoo but - we think - his Guitar Boogie Shuffle. This CD is a strange lot but one thing is for sure: it's a collection of unusual tracks that the average collector doesn't have, unless you already bought a lot of German CDs, which is possible because most of the artists here have full CDs out on Bear Family. Achtung: the 34 page CD booklet is in Goethe's language. Let's Rökk!
Info: www.bear-family.com (Frantic Franky)




Lees hier de oudere recensies

Terug naar de voorpagina