(reclame)


Je recente release (muziek, boek of wat dan ook) gerecenseerd op onze website? Stuur deze dan naar de hoofdredactie!
Your recent release (music, book or whatever) reviewed on our website? Send it to our editor-in-chief!

 

CD Recensies

28 september 2022

LILY LOCKSMITH/ LILY LOCKSMITH
Enviken Records, EnRec181
English version: see below

Wij leerden de Zweedse zangeres Lily Locksmith kennen via Player / No Use But O'Well, haar debuutsingle uit 2016. Twee jaar later werd begonnen met de opnames van wat haar debuutalbum moest worden waarvan begin 2020 al de vooruitgeschoven vinyl single I Don't Need / Can’t Believe You Wanna Leave verscheen. Corona deed alles stilvallen, en toen overleed Locksmith op 27 december 2021 op amper 37-jarige leeftijd onverwacht aan een hersenbloeding. De namen van de muzikanten doen mij geen belletje rinkelen behalve gitarist Chris "Rocket" Bergström die ik ken van bij Eva Eastwood, maar dit verbazingwekkend sterke album ademt pure kracht uit, zowel vocaal als instrumentaal: dit bluesrockt even hard als The Kokomo Kings, ook uit Zweden. Wie houdt van die Kokomo Kings, en dat zijn er velen onder u getuige hun bijzonder succesvolle optredens bij ons, moet zeker dit album beluisteren. Een nummer als opener When I Put The Blues On You heeft alles om een klassieker te worden: een harde rechtdoor drive, een meedogenloos ritme en priemende gitaren, want meer dan gitaren zijn dit niet, vaak gebaseerd op hypnotiserend repetitieve medium tempo bluesbop (Praying) of op r 'n' b jive (Bad, Player, You Gotta Try). Burnt Toast And Black Coffee (één van de twee covers die we herkennen, onze download bevat geen info betreffende de componisten) krijgt een licht bluesy ska arrangement, en er staan ook scorchers op als Last Night, What Do You Know About Love en Little Richard's Can't Believe You Wanna Leave waaruit blijkt wat een rauw oertalent Locksmith's stem was: als Lily Locksmith haar strot opentrekt trillen de muren. Zo zijn er natuurlijk wel meer zangeressen, maar Locksmith heeft die kracht tenminste onder controle. Ook bevat de CD enkele pure bluesnummers als Farther Up The Road en de gemene slide blues I Tried. Dit zou een bom geweest zijn op eender welk podium dat ooit The Kokomo Kings verwelkomde, maar we zullen Lily Locksmith nooit meer live zien, dus het enige wat u nog kan doen is dit album in huis halen, voorlopig enkel uit op CD en als digitale download. Later dit jaar volgt de LP versie op 500 exemplaren op rood vinyl.
Info: www.envikenrecords.com en www.facebook.com/lilylocksmith (Frantic Franky)

The first time we came across Swedish singer Lily Locksmith was via her 2016 debut single Player / No Use But O'Well. Two years later she started recording her debut album of which the advance vinyl single I Don't Need / Can't Believe You Wanna Leave was released in early 2020. Covid brought everything to a standstill, and then Locksmith unexpectedly died of a brain haemorrhage on december 27, 2021 at the mere age of 37. The names of the musicians here do not ring a bell for me except guitar player Chris "Rocket" Bergström from Eva Eastwood, but this astonishingly strong album radiates pure power, both vocally and instrumentally: this rocks the blues as tough as The Kokomo Kings, also hailing from Sweden. Now if you like the Kokomo Kings, and I know for a fact that many of you do judging by their very successful performances, you should definitely listen to this album. A song like the opening track When I Put The Blues On You has everything to become a classic: a hard, straight ahead drive, a relentless rhythm and piercing guitars, because basically that's all this is, nothing more than guitars, often based on hypnotic repetitive medium tempo blues bop (Praying) or on rhythm 'n' blues jive (Bad, Player, You Gotta Try). Burnt Toast And Black Coffee (one of the two covers I recognise, our download doesn't contain composer credits) gets a lightweight bluesy ska arrangement, and there are scorchers like Last Night, What Do You Know About Love and Little Richard's Can't Believe You Wanna Leave that show what a raw primal talent Locksmith's voice was: when she opens her throat the walls come tumbling down. There are of course more female singers like that, but Locksmith has that power under control. The CD also contains a couple of pure blues songs like Farther Up The Road and the mean slide blues I Tried. This would have been the bomb on any stage that ever welcomed The Kokomo Kings, but we'll never see Lily Locksmith live again, so all you can do is buy this album, at this time only available on CD and as a digital download. The LP version is to follow later this year and will be limited to 500 copies on red vinyl.
Info: www.envikenrecords.com en www.facebook.com/lilylocksmith (Frantic Franky)


THREE STEPS TO EVIL/ THE HOODOO TONES
Rhythm Bomb, RBR6014
English version: see below

Wie begin september op High Rockabilly (E) was zag daar Clark Kenis van Moonshine Reunion (B) op contrabas bij The Hoodoo Tones, maar dat was slechts in een rol als invaller. Confessions Of A Loner, in 2016 het debuut van dit Franse trio, was hedendaagse rock 'n' roll in een mix van rockabilly, repetitieve bluesbop à la Wild Records en verhalende western-a-billy, alsmede moderner klinkende nummers richting rock. Dat bleven de hoofdingrediënten van hun andere albums, en ook op deze inmiddels vierde CD gaan ze heel ruim, zij het zonder de gastzangeres en -blazers van op hun vorige, Still On The Run uit 2020.
Three Steps To Evil opent met een hypermoderne surfgitaar instro die ondanks zijn lengte van meer dan vier minuten op en top, euh, top is. Uiteraard staan er een aantal inmiddels als typisch Hoodoo Tones herkenbare rockabilly songs op als I Need A Confessor (een soort rockabilly versie van Johnny Cash's American Recordings), Jitterbuggin' en The Coolest Cats. De CD bevat minder bluesbop, maar The Fool borduurt wel voort op een Linda Lu riff in een net-niet-distorted garage sound. Moderne rockpop-achtige songs zijn het vrolijke Behind The Leather (één recensent hoorde echo’s van Me And Julio Down By The Schoolyard van Paul Simon) en Grey Sky waarin nochtans gitaarwerk in de stijl van Les Paul. Ook poppy: Too Wide Ocean met zijn Buddy Holly drumrolls, wat ze al een keer deden in het Crickets geïnspireerde Being In Love op hun debuut. Iets heel anders is The Way It Is waarin ze klinken als The Doors tegen de muzikale achtergrond van enerzijds Shakin' All Over van Johnny Kidd & the Pirates en anderzijds voodoo drums! Afsluiter The Last Of Our Kind klinkt dan weer als Nick Cave die probeert te klinken als Johnny Cash's American Recordings, alvorens na één minuut over te schakelen op gedreven rockabilly. Van hun vier CD’s heeft deze met tien tracks (alle tien zelfgeschreven) het minste aantal nummers, maar het is zeker niet hun minste album. Kevin Bolle zingt heel vlot, zelfverzekerd en intens (hij schreeuwt bij momenten zijn ziel uit zijn lijf) zonder een zweem van een Frans accent, zijn gitaar danst moeiteloos over de arrangementen, er zijn veel Johnny Cash drumroffels, en het album klinkt even loepzuiver en scherp als hun andere drie. Als The Cure rockabilly zou spelen zouden ze klinken als The Hoodoo Tones, en dat is bedoeld als compliment. Ongetwijfeld niet eenieders kopje thee, maar rockabilly voor gevorderden en in die optiek ferm gedaan.
Info: www.vintagerockinroots.com en www.facebook.com/thehoodootones (Frantic Franky)

Confessions Of A Loner, the 2016 debut of this French trio, was contemporary rock 'n' roll in a mix of rockabilly, Wild Records style repetitive blues bop, narrative western-a-billy and more modern sounding songs tending towards rock. These remained the main ingredients of their other albums, and their brand new fourth CD goes as broad, albeit without the guest parts of a female vocalist and a horn section that were on their previous one, 2020's Still On The Run. Three Steps To Evil kicks off in style with an ultra modern surf guitar instro that despite its length of more than four minutes rocks from start to finish. There are of course several instantly recognisable Hoodoo Tones rockabilly songs like I Need A Confessor (a kind of rockabilly version of Johnny Cash's American Recordings), Jitterbuggin' and The Coolest Cats. The CD contains less blues bop, but The Fool does build on a Linda Lu riff in an almost distorted garage sound. Modern rock/pop songs include the upbeat Behind The Leather (one reviewer heard echoes of Paul Simon's Me And Julio Down By The Schoolyard) and Grey Sky which nonetheless features Les Paul influenced guitar playing. Too Wide Ocean has pop influences as well with its Buddy Holly drum rolls, which they did before in the Crickets inspired Being In Love on their debut album. Something completely different is The Way It Is in which they sound like The Doors against the musical backdrop of Johnny Kidd & the Pirates' Shakin' All Over on the one hand and voodoo drums on the other hand! Closing track The Last Of Our Kind sounds like Nick Cave trying to sound like Johnny Cash's American Recordings before switching to hard driving rockabilly after one minute. Of the four Hoodoo Tones CD’s this one has the least number of songs with only ten tracks (all of 'em selfpenned), but it is certainly not their least album. Kevin Bolle sings very smoothly, confidently and intense (at times he rips out his soul) without a hint of a French accent, his guitar dances effortlessly over the arrangements, there are plenty of Johnny Cash drum rolls, and Three Steps To Evil sounds as clean and sharp as their other three CD’s. If The Cure played rockabilly they would sound like The Hoodoo Tones, and that's meant as a compliment. Undoubtedly not everyone's cup of tea, but rockabilly for the advanced and from that point of view expertly executed.
Info: www.vintagerockinroots.com en www.facebook.com/thehoodootones (Frantic Franky)


WANTED MAN/ THE JERRELLS
El Toro, ETCD 7038
English version: see below

The Jerrells komen uit Austin, werden opgericht eind 2019, en dit is bij mijn weten hun eerste album. Ik had nog nooit van hen gehoord en ken de muzikanten niet, behalve op negen van de twaalf tracks bassist Todd Wulfmeyer van onder meer Marti Brom, The Modern Don Juans en 8½ Souvenirs. Austin is een muziekstad die al decennia lang interessante bands oplevert, en The Jerrells passen perfect in dat rijtje. Ze gebruiken naast de gebruikelijke gitaren, contrabas en drums ook piano en fiddle en klinken als een Amerikaanse all round rock 'n' roots band. De CD bevat 12 snedige songs waarin echo’s van heel wat referenties doorklinken. Met songs als Hot Sauce Mama, All Outta Kisses en titeltrack Wanted Man hoor ik vooral rockabilly, maar ook twang gitaar, Paul Burlison fuzz gitaar en zelfs een hillbilly squaredans, Luke Simmons' Frazer River Valley Blues, één van de vier covers (de andere zijn Ice Water van Glenn Barber, Half My Fault van Lloyd McCollough en The Woman I Love van Gene Terry). De overige acht songs komen uit de koker van frontman en gitarist Jeremy Slemenda. Sommige nummers doen denken aan bestaande songs als bijvoorbeeld Six Days On The Road of de stroll Please Give Me Something, maar het geheel is uiterst professioneel, doordacht en verfrissend, een verademing in een tijd waarin veel CD’s klinken alsof de band één zaterdag besteedde aan opstellen en afregelen om vervolgens op zondag met een kater nog vlug een dozijn songs in te blikken. Als u zich enigszins kan vinden in bovenstaande dient u dan ook zeker uw oor te luisteren te leggen op www.thejerrellsband.com en www.eltororecords.com. Zoals ze destijds in de vakbladen plachten te schrijven "this one could get spins", want hoe meer je dit beluistert hoe beter het klinkt. Wanted Man is ook uit op vinyl als Bullseye (LP BE151). (Frantic Franky)

The Jerrells hail from Austin, were formed in late 2019, and as far as I know this is their debut. I never heard of them before and don't know the musicians, except for bass player Todd Wulfmeyer of among others Marti Brom, The Modern Don Juans and 8 1/2 Souvenirs fame on nine of the twelve tracks. Austin is a music city that has been delivering interesting bands for decades and The Jerrells fit that bill perfectly. In addition to the usual guitars, double bass and drums they employ piano and fiddle, and they sound like an American all round rock 'n' roots band. The CD contains twelve cutting edge songs which echo quite a few references. With songs like Hot Sauce Mama, All Outta Kisses and title track Wanted Man I hear mostly rockabilly, but also twang guitar, Paul Burlison fuzz guitar and even a hillbilly squaredance, Luke Simmons' Frazer River Valley Blues, one of the four covers here (the other three are Glenn Barber's Ice Water, Lloyd McCollough's Half My Fault and Gene Terry's The Woman I Love). The remaining eight songs were penned by frontman and guitarist Jeremy Slemenda. Some songs are reminiscent of existing songs like, say, Six Days On The Road and the stroll Please Give Me Something, but the whole thing sounds extremely professional, thoughtful and refreshing, which is a breath of fresh air at a time when many CD’s sound as if the band spent one saturday setting up and adjusting the sound levels, only to quickly can a dozen songs on sunday while nursing a hangover. If you can agree with some of the above, you should definitely check 'em out at www.thejerrellsband.com and www.eltororecords.com. As they used to write in the trade papers at the time "this one could get spins", cos the more you listen to The Jerrells the better they start to sound. Wanted Man is also out on vinyl as Bullseye (LP BE151). (Frantic Franky)


MADE IN GERMANY/ THE CRYSTALAIRS
Tessy Records, Tessy CD 1002
English version: see below

The Crystalairs gaan intussen al meer dan 30 jaar mee en zijn de succesvolste Duitse doo-wop band. Ze brachten al verschillende compilaties en best of's uit, maar deze 21 tracker brengt al hun Duitstalige nummers bij elkaar, uitgezonderd de nummers die verschenen op hun drie Bear Family CD’s waaronder de volledig Duitstalige albums Die Ganze Welt (2008) en Westwärts (2011). Of het echt álle Duitstalige nummers zijn weet ik niet omdat ik lang niet alles van het kwartet in huis heb, maar op het eerste gehoor mis ik Winter In Kanada dat ooit op een picture disc stond, alsmede Frag Nicht Warum van hun Early Years CD, maar dat staat ook op Die Ganze Welt. De fans zullen me daar wel op kunnen antwoorden. Voor de goede orde maken een aantal nummers hun CD debuut en staan er ook een paar onuitgegeven nummers op zoals hun covers van Dion's Sandy en van The Cascades' Angel On My Shoulder. De CD beslaat een periode van 30 jaar maar klinkt verbazingwekkend consistent, al is de omschrijving doo-wop te eng voor de vocale hoogstandjes die The Crystalairs ten beste geven. Naast pure Italo doo-wop vertolken ze immers ook introspectieve folk-achtige vocal harmony (Der Fischer), dromerige pop (de zeven minuten durende parlando Der Schlafende Prinz), cha cha cha (Wenn Der Sommer Vorbei Ist) en zelfs bijna schlagermuziek. De CD bevat vertalingen, meestal van de hand van Ralf zur Linde, van King Without A Queen (Dion), Little Star (Dion), Dream Lover (Bobby Darin), Stand By Me (Ben E. King) en Under The Boardwalk (Drifters) om de bekendste te noemen, maar er staan ook Duitse covers op van neo doo-wop ballades als Looking For An Echo van Kenny Vance uit 1975, alsmede verschillende eigen nummers (denk ik, de CD vermeldt helaas geen componisten) en bewerkingen van traditionals als Das Wunderbild, Der Streit Zwischen Mond Und Stern, Das Mädchen Am Ufer en Der Papagei Ein Vogel Ist, waarbij vioolbegeleiding niet wordt geschuwd. Op Sterb' Ich luiden de kerkklokken, Der Weihnachtsmann Sieht Heute Wie Mein Papa Aus is een kerstliedje, en Ich Kann Dir Nicht Widerstehen gaat richting Can't Help Falling In Love. Of het allemaal ook nog een beetje klinkt in de taal van Goethe? Verrassend genoeg luidt het antwoord volmondig "jawohl", want de zang klinkt heel natuurlijk, misschien juist omdat het hun moerstaal is, en uiteraard omdat ze er al dertig jaar op oefenen. En misschien geeft dat Duits aan het Engelstalige publiek juist een exotische toets? Daarom vind ik het jammer dat ze er hun deels Spaanstalige nummer Como Estas niet hebben opgezet. Een mens kan echter niet alles hebben in dit leven, en ook zonder dat nummer is deze fraaie CD een verplichte koop voor liefhebbers van doo-wop en vocal harmony. Info: www.tessyrecords.de en www.crystalairs.de (Frantic Franky)

The Crystalairs have been around for over 30 years now and are the most successful German doo-wop band. The quartet released several compilations and best of's, and this 21 track CD brings together all their German language songs, except those that appeared on their three Bear Family CD’s including the all German albums Die Ganze Welt (2008) and Westwärts (2011). I don't know if these are really àll the songs they ever recorded in German because I don't have all their releases, but at first hearing I miss Winter In Kanada which appeared on a picture disc, as well as Frag Nicht Warum from their Early Years CD, which is also on Die Ganze Welt. Anyway, the fans will be able to point that out for me. For the record, a number of songs make their CD debut and there are also a couple of unreleased songs on here like their covers of Dion's Sandy and The Cascades' Angel On My Shoulder. The CD covers a 30 year period but sounds amazingly consistent, even if the doo-wop tag is way too narrow for The Crystalairs' vocal qualities. Besides pure Italo doo-wop they also sing introspective folk-like vocal harmony (Der Fischer), dreamy pop music (the seven minute long parlando Der Schlafende Prinz), cha cha cha (Wenn Der Sommer Vorbei Ist) and even what almost amounts to schlager music. The CD contains translations, mostly by Ralf zur Linde, of King Without A Queen (Dion), Little Star (Dion), Dream Lover (Bobby Darin), Stand By Me (Ben E. King) and Under The Boardwalk (Drifters) to cite just the best known, but there are also German covers of neo doo-wop ballads like Kenny Vance's Looking For An Echo from 1975, as well as several of their own songs (I think, the CD unfortunately doesn't mention composer credits) and adaptations of traditionals like Das Wunderbild, Der Streit Zwischen Mond Und Stern, Das Mädchen Am Ufer and Der Papagei Ein Vogel Ist, on which violin arrangements are not shunned. Church bells are ringing in Sterb' Ich, Der Weihnachtsmann Sieht Heute Wie Mein Papa Aus is a christmas song, and Ich Kann Dir Nicht Widerstehen echoes Can't Help Falling In Love.
So does it sound good in German? Surprisingly, the answer is a resounding "ja", because the voices sound very natural, perhaps because it is their mother tongue, and of course because they have been practising doing this for thirty years. Perhaps the German language even adds an exotic touch for the English speaking market? Which is why I regret their partly Spanish song Como Estas is not included. Well, one can't have everything in this life, and even without Como Estas this fine CD is obligatory for lovers of doo-wop and vocal harmony.
Info: www.tessyrecords.de en www.crystalairs.de (Frantic Franky)

14 september 2022

DESTINATION BEACH
Bear Family, BCD17674
English version: see below

Ik heb totaal niks met het strand en de zee, om nog maar te zwijgen van de enerverend repetitieve lounge chill die mensen daar menen te moeten laten weerklinken uit bluetooth boxen. Wat is eigenlijk het probleem? Bang van stilte? Op Muscle Beach (Al Barkle die hier met een versnelde stem klinkt als teen rocker mijlenver verwijderd van Jumpin' From Six To Six) zal je mij dan ook niet aantreffen. Op het mosselstrand daarentegen! Toch kan ik me voorstellen dat een uitje naar de zee een big deal was in de jaren '50 vóór iedereen met het vliegtuig op reis ging en de mensen nog zes dagen per week moesten werken voor twee weken zomervakantie. Er zullen ondanks het feit dat de auto’s toen groter waren ook veel minder files richting kust geweest zijn, hahaha. Soit, de volgende keer dat u als een sardientje opeengepakt zit in de trein of staat aan te schuiven op weg naar Scheveningen (u kan ondertussen het CD booklet van 26 pagina’s track-per-track info nalezen) kan u alvast in de juiste stemming komen met deze CD met 30 tracks 1953-1964 . On The Beach van Cliff Richard staat er niét op, wel Sea Cruise, hier in de versie van Scotty McKay die exact hetzelfde klinkt als de hitversie van Frankie Ford wegens opgenomen over dezelfde backing track, net zoals Ford die zelf had opgenomen over de originele backing track van Huey "Piano" Smith. Ook een copycat kopie: Bobby Vee's versie van Summertime Blues van Eddie Cochran. Zo kan ik het ook, alleen heeft niemand het mij ooit gevraagd natuurlijk. De CD schiet sterk uit de startblokken met Freddy Cannon op z'n Little Richard's in June July And August, Twistin' On The Beach van Jimmy Simms Thunderbirds is een lekkere rechtdoor rocker, Beach Baby van Randy Hard & the Hi-Lites is gestoorde doo-wop, en ook de magistrale atmosferische stroll Footprints In The Sand van The Marcels behoort tot de doo-wop. Geen doo-wop zonder romantische ballades, en dat zijn hier Souvenirs Of Summertime van The Rays en het welbekende One Summer Night van The Danleers. In de afdeling instrumentals zou je kunnen argumenteren dat Beach Party van The Fendermen, een gitaar partij die meer doet denken aan The String-A-Longs dan aan Mule Skinner Blues, een zonnig sfeertje evokeert, Beach Party van The Duals is een gitaar work out in een rhythm 'n' blues sfeertje, en Summer Dream is een verrassend softe gitaar instro van Link Wray waarvan de melodie Elvis' Today Tomorrow And Forever echoot, op zich gebaseerd op Franz Liszt's Liebestraum Nr. 3 uit 1850. Beachbound van The Cornells is een gitaar/sax surf instrumental, en Heat van The Rockin' R's een zware gitaar/sax grinder. Seaweed van Freddie Mitchell is dan weer een sax sleurder. In The Good Old Summertime van toeteraar Al Sears is beschaafde rhythm 'n' blues swing, On The Beach van Owwen Gray is luie popska, en het nummer Beachcomber van Bobby Darin is vreemd genoeg instrumentaal en bovendien nog eens easy listening bovenop een funky jazzy piano track.
Pakweg de helft van de CD is rock 'n' roll en de betere teen rock (Paul Peek), de andere helft is voorbehouden voor crooners (Frankie Avalon die in Summer Scene klinkt als Bobby Darin die Frank Sinatra achterna doet), easy listening en middle of the road pop. De merkwaardigste opname is Moonlight Bay van The Drifters ten tijde van Bobby Hendricks, in 1958 de B-kant van Drip Drop waarover producers Jerry Leiber en Mike Stoller meenden een blanke vocal groep te moeten overdubben waardoor het resultaat meer lijkt een kerkkoor! Als je van die niet-rock 'n' roll geen huiduitslag krijgt dan is dit een niet te versmaden CD die mensen zoals ik een trip naar de zee bespaart door een virtueel alternatief te bieden. En als u toch naar zee gaat, laat 'em dan als tegengif weerklinken uit uw bluetooth boxen. Info: www.bear-family.com (Frantic Franky)

Sun and sea mean absolutely nothing me (sex on the other hand), not to mention the nervewrecking repetitive lounge chill that people at the beach think they have to blast out of bluetooth speakers. What's your problem? Afraid of silence? Anyway, you will never ever see me at Muscle Beach (Al Barkle whose sped up voice makes him sound like a teen rocker far remote from Jumpin' From Six To Six). I can however imagine that a trip to the sea was a big deal in the 1950s before everyone travelled by plane and people still had to labour six days a week for a fortnight of summer holidays. Despite the fact that cars were bigger back then there must have been fewer traffic jams on the highways towards the coast, hahaha. So next time you're packed like sardines in the train or are waiting in the traffic jams towards Brighton (use that time to read the track-by-track info in the 26 page CD booklet), you can already get in the right mood with this 30 track CD 1953-1964. Cliff Richard's On The Beach is not featured but Sea Cruise is, here in Scotty McKay's version which sounds exactly like Frankie Ford's hit version since he recorded it over the exact same backing track, just like Ford had recorded it over Huey "Piano" Smith's exact same original backing track. Another copycat copy is Bobby Vee's cover version of Eddie Cochran's Summertime Blues. This way even I could do it, were it not for the fact that no one will ever ask me to. The CD kicks off strongly with Freddy Cannon at his Little Richard best in June July And August, Jimmy Simms Thunderbirds' Twistin' On The Beach is a great straight ahead rocker, Randy Hard & the Hi-Lites' Beach Baby is crazy doo-wop, and The Marcels' majestic atmospheric stroll Footprints In The Sand is doo-wop territory as well. No doo-wop without romantic ballads, hence The Rays' Souvenirs Of Summertime and the Danleers favorite One Summer Night. On the instrumental front one could argue that The Fendermen's guitar piece Beach Party, more reminiscent of The String-A-Longs than of Mule Skinner Blues, evokes a sunny atmosphere. Beach Party by The Duals is a guitar work out in a rhythm 'n' blues setting, and Summer Dream is a surprisingly soft guitar instro given the fact that it's by Link Wray whose melody echoes Elvis' Today Tomorrow And Forever, itself based on Franz Liszt's Liebestraum Nr. 3 from 1850. The Cornells' Beachbound is a guitar/sax surf instrumental, and Heat by The Rockin' R's is a heavy guitar/sax grinder. Freddie Mitchell's Seaweed is saxohone striptease. In The Good Old Summertime by honker Al Sears is civilised rhythm 'n' blues swing, Owwen Gray's On The Beach is lazy pop ska, and Bobby Darin's Beachcomber is oddly enough instrumental easy listening on top of a funky jazzy piano track.
About half of the CD is rock 'n' roll and decent teen rock (Paul Peek), the other half is reserved for crooners (Frankie Avalon whose Summer Scene sounds like Bobby Darin copying Frank Sinatra), easy listening and middle of the road pop. The most remarkable track is Moonlight Bay by The Drifters when Bobby Hendricks sang lead, in 1958 the flipside of Drip Drop. Producers Jerry Leiber and Mike Stoller felt the need to overdub The Drifters' voices with a white vocal group and the result sounds more like a church chorale! If all that non-rock 'n' roll doesn't give you a rash, then this CD is not to be missed, saving people like me a trip to the sea by offering a virtual alternative. And if you do go to the seafront, please blast this CD out of your bluetooth speakers as an antidote. Info: www.bear-family.com (Frantic Franky)


LET'S GO LATIN AGAIN
Koko Mojo, KM-CD 150

De opvolger van KM-CD 134 Let's Go Latin bevat 28 Amerikaanse, Latijns-Amerikaanse en Europese tracks 1954-1963 die iets te maken hebben met Latijns-Amerika. In de jaren '50 werd veel rock 'n' roll gemaakt met invloeden van genres als mambo en cha cha cha, muziekstijlen die toen zo populair waren dat bijvoorbeeld The Platters in 1963 een volledig Spaanstalige LP opnamen, The Platters Sing Latino, met Spaanstalige versies van enkele van hun hits als Only You (Solamente Tu) en Twilight Time (La Hora Del Crepusculo). The Platters staan inderdaad op de CD, niet met zo'n Spaanstalig nummer maar met Shake It Up Mambo uit 1954, een van hun weinige uptempo songs. Zij behoren tot de bekende namen op de tracklist, maar er staan ook heel wat onbekende artiesten tussen.
De CD opent sterk met André Williams' vettige doo-wop klassieker Going Down To Tia Juana, Ay Si Si van The Dootones met zijn jazzy piano solo baadt in hetzelfde exotische sfeertje, en op de CD staat nog veel meer, ja héél veel meer doo-wop van onder meer Lee Andrews & the Hearts (Show Me The Merengue), The Penguins (Hey Señorita), The Echoes (Aye Señorita), The Charmers (The Mambo) en The Colts (Lips Red As Wine). Anna Macora van The Calvaes is doo-wop van het Go Go Gorilla genre terwijl hun Mambo Fiesta traditionelere doo-wop is, en het door Hank Ballard geschreven Cha Cha Twist van Brice Coefield is een esoterische early sixties doo-wop stroll op een Have Love Will Travel tempo. Dit alles vermengde zich op natuurlijke wijze met de Caraïbische ritmes in en om New Orleans, getuige We Like Mambo van Eddie Bo. Jack Don Ray's Shake Shake Sonora (señora?) van Allen Briggs en het orkest van Jack Don Ray is dan weer uptempo calypso met de drive van rock 'n' roll. Inderdaad gaat het vaak meer om de sfeer dan om de eigenlijke stijl van een nummer, want muziekgenres blenden makkelijk. Het ook al doo-woppende I Got To Learn To Do The Mambo van Ivory Joe Hunter is er zo eentje. Gloria Irving staat in I Need A Man net als Ruth Brown en haar Mambo Baby met één bevallig been in de rhythm 'n' blues en één in de mambo, terwijl Cha Cha Baby van New Yorker's 5 en Mambo Shevitz van The Crows perfecte voorbeelden zijn van doo-wop op mambo ritmes.
Nooit te versmaden: Spaanstalige covers van Sweet Nothin's van Brenda Lee (Dulces Tonterias van Los Rebeldes Del Rock is geslaagde handjeklap met een scheut doo-wop invloed en een klein beetje een sleazy sfeertje door de sax), en de knoddige cover van Elvis' Don't Be Cruel als No Seas Cruel door Freddie Fender toen die nog opereerde onder zijn echte naam Baldemar Huerta lichtjaren vóór Wasted Days And Wasted Nights en Before The Next Teardrop Falls. Nog meer Spaanstalige songs zijn de uptempo sixties pop van No Lo Ves van Los Mustang(s) uit Spanje en het medium tempo Vengan Todos A Bailer van Los Locos Del Ritmo uit Mexico. Toch bevat de CD ook een aantal nummers die menige rock 'n' roll wenkbrauw zal doen fronsen, want (het Spaanstalige) Parisian Thoroughfare van Bobby Cruz is pure cumbia, en I Got A Cold van Dick Hale mixt die cumbia met jungle exotica en rock 'n' roll sax. Mambo Araby van Eddie Kochak is pure mambo waar ik persoonlijk niets op tegen heb want die muziek heeft een ongelooflijke drive, maar ik begrijp dat menigeen zal vinden dat het niet thuishoort in een rock 'n' roll context.
Voor het wat waard is: mijn favoriet is Quito A Poquito van de Cubaanse groep Los Llopis, geen rock 'n' roll maar onweerstaanbare variété met Hawaiiaanse steel gitaar zo op het lijf van I Belli Di Waikiki (I) geschreven, en voor een Mexicaans feestje zorgen Los Xochimilcas met accordeon, slappende contrabas en een rock 'n' roll drummer. Hun Que Se Mueran Los Feos uit 1963 is er helaas niet in geslaagd de opmars van The Beatles te stuiten, zelfs niet toen ze een mariachi versie van I Want To Hold Your Hand opnamen die gelukkig niét op deze CD staat, CD die wat pittige exotica in uw tiki bar dan wel bachelor den brengt en daarom een verplichte koop is voor de liefhebber van hip shakers en popcorn noir. Vergeet niet dat geen enkele vrouw een man kan weerstaan die de mambo kan dansen! Info: www.vintagerockinroots.com (Frantic Franky)

The sequel to KM-CD 134 Let's Go Latin collects 28 American, Latin American and European tracks 1954-1963 that have a link with Latin America. In the 1950s a lotta rock 'n' roll incorporated influences from genres like mambo and cha cha cha, music styles that were so popular back then that for example The Platters recorded an entire LP in Spanish in 1963, The Platters Sing Latino, featuring Spanish versions of some of their hits such as Only You (Solamente Tu) and Twilight Time (La Hora Del Crepusculo). The Platters are indeed featured on this CD, not with one of those Spanish songs but with 1954's Shake It Up Mambo, one of their few uptempo songs. The Platters are among the best known names on the track list, but the CD also features a lot of musical unknowns.
It kicks off strongly with André Williams' greasy doo-wop classic Going Down To Tia Juana, The Dootones’ Ay Si Si with its jazzy piano solo conjures up the same exotic atmosphere, and there's more and indeed a whole lot more doo-wop by among others Lee Andrews & the Hearts (Show Me The Merengue), The Penguins (Hey Señorita), The Echoes (Aye Señorita), The Charmers (The Mambo) and The Colts (Lips Red As Wine). The Calvaes’ Anna Macora is doo-wop of the Go Go Gorilla type while their Mambo Fiesta is more traditional doo-wop fare, and Brice Coefield's Cha Cha Twist, written by Hank Ballard, is an esotheric early sixties doo-wop stroll on a Have Love Will Travel tempo. All of this blended in in an organic way with the Caribbean rhythms heard in and around New Orleans, as demonstrated by Eddie Bo's We Like Mambo. Allen Briggs & the Jack Don Ray Orchestra's Shake Shake Sonora (señora?) is uptempo calypso with a rock 'n' roll drive. Indeed all of this has often more to do with the atmosphere than with the actual style of a song, as musical genres blend easily, one such song being Ivory Joe Hunter's I Got To Learn To Do The Mambo. Gloria Irving (I Need A Man) and Ruth Brown (Mambo Baby) stand with one graceful leg in rhythm 'n' blues and with one in mambo, while Cha Cha Baby from New Yorker's 5 and Mambo Shevitz from The Crows are perfect examples of doo-wop on a mambo rhythm.
Always interesting: Spanish language covers of Brenda Lee's Sweet Nothin's (Dulces Tonterias by Los Rebeldes Del Rock is a successful handclapping translation with a dash of doo-wop influence and a kinda sleazy atmosphere due to the sax), and the droll cover of Elvis' Don't Be Cruel as No Seas Cruel by Freddie Fender when he was still operating under his real name Baldemar Huerta light years before Wasted Days And Wasted Nights and Before The Next Teardrop Falls. More songs in Spanish are the uptempo sixties pop of No Lo Ves by Los Mustang(s) from Spain and the medium tempo Vengan Todos A Bailer by Los Locos Del Ritmo from Mexico. Yet the CD also contains a number of songs that will make many a rock 'n' roll eyebrow frown, as (the Spanish language) Parisian Thoroughfare by Bobby Cruz is pure cumbia, and Dick Hale's I Got A Cold mixes that cumbia with jungle exotica and rock 'n' roll sax. Eddie Kochak's Mambo Araby is pure mambo which I personally have nothing against because mambo music has an incredible drive, but I can see why many will argue that it does not belong in a rock 'n' roll context.
For what it's worth: my favourite is Quito A Poquito by Cuban band Los Llopis, not rock 'n' roll but irresistible variety music with Hawaiian steel guitar perfectly tailored for I Belli Di Waikiki (I), and to start a Mexican party listen to Los Xochimilcas with accordion, slap bass and rock 'n' roll drums. Their Que Se Mueran Los Feos from 1963 unfortunately did not succeed in stopping The Beatles, not even when they recorded their mariachi version of I Want To Hold Your Hand which fortunately is not on this CD, a CD that puts some spicy exotica into your tiki bar or bachelor den. It's a must if you dig hip shakers and popcorn noir, and remember that no woman can resist a man who knows how to dance the mambo. Info: www.vintagerockinroots.com (Frantic Franky)

Vinyl Recensies

7 september 2022

THE WRITING ON THE WALL/ MISCHIEF
Tombstone Records, TOMB-DISC 30-16
English version: see below

Hoeveel albums heeft Mischief al? Zes op 25 jaar? Nummer 7 is een LP met verzoekjes, namelijk al die nummers waarvan de fans al lang verzuchten dat ze die nu toch eens eindelijk moesten opnemen. U vraagt, Mischief draait, en de tien nieuwe songs zijn dan ook oudjes uit hun setlist, wat logischerwijze betekent dat ze goed gerodeerd zijn. De LP, opgenomen bij en door KC Byrd van The Barnstompers die te gast is op pedal steel, bevat negen covers (nooit eerder stonden er zoveel covers op een Mischief album) en één eigen nummer, titeltrack The Writing On The Wall. Trivia: de hoes werd ontworpen door Yves Vaillant (een eeuwigheid geleden drummer bij The Tinstars) en is gebaseerd op een album van Frank Sinatra uit 1946!
Van This Little Girl Of Mine van The Everly Brothers maakt Mischief vlotte rockabilly jive, Blues Stop Knocking van Al Ferrier, in sé een venijnige gitaarrocker, wordt evenzeer een machtig mooie jiver, en ook het melodieuze Rebound van Charlie Rich is weer zo'n weergaloze jiver waar ze hun eigen stempel op drukken (drummer Richard werkt in een drukkerij). En die Mischief stempel is de zang met die gillende stemmetjes, inventieve gitaarsolo’s en dat korte kloppen op de drums. Een ander voorbeeld van de magische Mischief touch is TV Hop van The Morgan Twins: oorspronkelijk teenbilly, bij Mischief krijgt het street credibility. Heartaches By The Number van Ray Price, een soort snelle quickstep met die pedal steel te gast die het country gehalte benadrukt van de duozang die een van de sterke punten is van Mischief is, klinkt als twangy country van begin jaren' 60 zoals die toen met dertien in dozijn werd ingeblikt - en dat is voor alle duidelijkheid een compliment! Ook Leaving It All Up To You van Dale & Grace (origineel van Don & Dewey) is country, een walsje waarmee Mischief zich definitief bevestigd ziet als wat men in de jaren '50 een "jazzke" noemde, een balorkest thuis van alle rock 'n' roll markten, met The Writing On The Wall en Crying Over You (van Rosie Flores die het schreef in samenwerking met James Intveld) als nog meer Mischief country. Ook I'll Do It Every Time van Johnny Horton is opnieuw een nummer met een hoge country factor. Tja, Pat, Daze en Richard kennen al die genres na 25 jaar natuurlijk door en door, en dat beperkte trio instrumentarium zit hen inmiddels als een tweede, vol getatoeëerde huid.
Ik ben niet alleen blij maar zelfs trots dat ik Mischief tot mijn vriendenkring mag rekenen, en daarom zullen ze het me niet kwalijk nemen wanneer ik zeg dat ze opnieuw een album hebben afgeleverd dat beter klinkt met een paar biertjes erbij. Steun de Nederlandse rock 'n' roll en koop die handel! Momenteel enkel uit op vinyl, eind dit jaar zou Tombstone de CD versie uitbrengen. Info: www.mischief.nl (Frantic Franky)

How many albums did Mischief release? Six in 25 years? Number 7 is an LP with requests, namely all those songs that the fans have been wishing they could record for a long time. You ask, Mischief plays, and the ten new songs are oldies from their setlist, which logically means they are well-travelled. The LP, recorded with and by KC Byrd of The Barnstompers who is a guest on pedal steel, contains nine covers (never before have there been so many covers on a Mischief album) and one of their own, title track The Writing On The Wall. Trivia: the cover was designed by Yves Vaillant (drummer for The Tinstars ages ago) and is based on a 1946 Frank Sinatra album!
Mischief turns This Little Girl Of Mine by The Everly Brothers into a smooth rockabilly jive, Blues Stop Knocking by Al Ferrier, in itself a vicious guitar-rocker, becomes just as much a mighty fine jiver, and the melodic Rebound by Charlie Rich is yet another incomparable jiver on which they put their own stamp (drummer Richard works in a print shop). And that Mischief stamp is the vocals with those screaming voices, inventive guitar solos and that short beating on the drums. Another example of the magical Mischief touch is TV Hop by The Morgan Twins: originally teenbilly, with Mischief it gets street credibility. Heartaches By The Number by Ray Price, a kind of fast quickstep with that pedal steel guest that emphasizes the country content of the duo vocals that are one of Mischief's strong points, sounds like twangy country from the early 60s as it was then canned with thirteen-in-a-dozen - and that's a compliment, for all intents and purposes! Also Leaving It All Up To You by Dale & Grace (original by Don & Dewey) is country, a waltz that confirms Mischief as what people in the 50s called a "jazzke", a ball orchestra at home in all rock 'n' roll markets, with The Writing On The Wall and Crying Over You (by Rosie Flores who wrote it in collaboration with James Intveld) as even more Mischief country. I'll Do It Every Time by Johnny Horton is another song with a high country factor. Well, Pat, Daze and Richard know all those genres through and through after 25 years, and that limited trio of instruments fits them like a second, fully tatted skin.
I am not only happy but even proud that I can count Mischief among my circle of friends, and therefore they will not blame me when I say that they have delivered another album that sounds better with a few more beers. Support Dutch rock 'n' roll and buy it! Currently only out on vinyl, at the end of this year Tombstone should release the CD version. Info: www.mischief.nl (Frantic Franky)


LET'S ROCK/ GRAHAM FENTON meets JACKSON SLOAN & FRIENDS
Tessy Records, 45-209
English version: see below

We hadden het clipje al eens eerder geplaatst in ons nieuws, maar nu is dit ook echt uit als een echte vinyl single, het duet van Jackson Sloan met Matchbox leadzanger Graham Fenton, een samenwerking tussen twee generaties Britse artiesten. Hoe oud Fenton is weten we niet, maar aangezien hij zijn carrière reeds begon eind jaren '60 kan u zelf uitrekenen dat ie toch al minstens rond de 70 moet zijn. Ook Jackson Sloan is niet echt piep meer (we leerden hem kennen begin jaren '80 als zanger van Rent Party en daarna zat ie nog bij Oo-Bop-Sh'Bam) maar hij is wat ons betreft een van de Britse top artiesten van nu, zeker inzake rock 'n' roll swing, dankzij zijn sympathieke persoonlijkheid en dansvloervullers als Kickin' Up The Dust en Jukebox Swing. Zet Let's Rock maar in dat rijtje, want dit wordt opnieuw een jiver die grijsgedraaid zal worden op dansvloeren aller landen. Het nummer werd opgenomen in 2021 in volle corona periode en het is me nog steeds niet duidelijk of de twee live in één studio zaten of elk apart hun vocals opnamen, want ik zie nergens foto’s van de twee samen, en ook de muzikanten zijn internationaal, of toch minstens contrabassist Stelio "Lucky" Lacchini van de Italiaanse bands The Good Fellas en The Lucky Lucianos. De andere muzikanten zijn Sloan's vaste medewerkers Vic Collins (gitaar), Jay Charles (drums) en Steve Oliver (piano), met op sax Ray Gelato, in de Rent Party dagen Sloan's grootste concurrent toen nog met The Chevalier Brothers.
Na een intro die één verdubbelde maat Jailhouse Rock zonder drumslag combineert met The Wind Cries Mary van Jimi Hendrix telt een contrabas af en barst het door Sloan geschreven nummer los met doo-woppende backing vocals en om beurten de grofkorrelige stem van Jackson en van Graham Fenton die eerst één zin en dan beurtelings een halve strofe zingen, op vanaf het begin een onweerstaanbaar jive ritme met saxofoons, een piano ertussen, zo te horen een solo op kazoo, en een solo waarbij sax en gitaar unisono gas geven in een beetje een Bill Haley & the Comets Shake Rattle And Roll sfeertje. Niks fancy, niks ingewikkeld, gewoon een tekst die all things rockin' fêteert en drie en een halve minuut dansen maar, het soort plaatjes waarvan er in al hun eenvoud veel te weinig gemaakt worden heden ten dage. Was het leven zelf maar zo eenvoudig en zo schoon!
De B-kant All Night Café is voor Jackson Sloan alleen, een rockaballad met akoestische gitaar en wat poppy backing vocals, het soort nummers waar rockabilly/ rock 'n' roll acts in de jaren '70 en '80 mee uitpakten in de hoop hun hitparadesucces te kunnen consolideren, of denk bijvoorbeeld in de richting van een Tracey Ullman. Roy Orbison had er iets hoog dramatisch van kunnen maken, maar Sloan hoeft er zeker niet beschaamd voor te zijn. De single verscheen op het Duitse label Tessy en let op, want er zijn ook 100 exemplaren op rood vinyl geperst en die kosten bij www.tessyrecords.de slechts drie euro meer. Info: www.jacksonsloan.com (Frantic Franky)

We already posted the video clip in our news section before but now it's out as a real vinyl single, this duet between Jackson Sloan and Matchbox lead singer Graham Fenton, a collaboration between two generations of British artists. We don't know how old Fenton is, but as he started his career in the late sixties, you can figure out for yourself that he must be at least in his early seventies. Jackson Sloan is not a newcomer either (we got to know him in the early eighties as the singer of Rent Party and in the mid-2000s he sang with Oo-Bop-Sh'Bam) but in our opinion he is one of today's top British artists, especially when it comes to rock 'n' roll swing, thanks to his sympathetic personality and dance floor fillers like Kickin' Up The Dust and Jukebox Swing. Tou can add Let's Rock to that list, because this is bound to be another jiver that will see heavy rotation on dance floors all over the world. The song was recorded in 2021 in the midst of the covid epidemic and it's still unclear to me if the two were in the same studio together or if they recorded their vocal parts separately, because I don't see any pictures of the two of them together, and the musicians are an international line up, or at least double bass player Stelio "Lucky" Lacchini from Italian bands The Good Fellas and The Lucky Lucianos. The other musicians are regular Sloan collaborators Vic Collins (guitar), Jay Charles (drums) and Steve Oliver (piano), with on sax Ray Gelato, as the leader of The Chevalier Brothers Sloan's biggest competition back in the Rent Party days.
After an intro that combines one double bar of Jailhouse Rock without the drum beat with Jimi Hendrix's The Wind Cries Mary, the double bass counts down and Let's Rock, written by Jackson Sloan himself, erupts with doo-wopping backing vocals and Sloan's hoarse voice and Graham Fenton taking turns singing first one line and then half a stanza, and right from the start it's an irresistible jive rhythm with saxophones, a piano in between, what sounds like a solo on kazoo, and a solo where sax and guitar accelerate in unison conjuring up Bill Haley & the Comets' Shake Rattle And Roll. Nothing fancy, nothing complicated, just lyrics that celebrates all things rockin' and three and a half minutes of dancing, the kind of dance track of which in all its simplicity far too few are made these days. If only life itself was that simple, easy going and beautiful!
The B-side All Night Café which does not feature Graham Fenton is a rockaballad with acoustic guitar and poppy backing vocals, the kind of song that rockabilly / rock 'n' roll acts released in the seventies and eighties hoping it would consolidate their hit parade success, or something along the way of Tracey Ullman. Roy Orbison could have turned into something very dramatic out of it, but Sloan certainly doesn't need to be ashamed of it. This 45 appeared on the Tessy label out of Germany, and do keep your eyes open because 100 copies were pressed on red vinyl and on www.tessyrecords.de they'll only cost you an additional 3 euros. Info: www.jacksonsloan.com (Frantic Franky)

CD Recensies

29 augustus 2022

ROCKS/ HANK BALLARD
Bear Family, BCD17580
English version: see below

De in 2003 op 75-jarige leeftijd aan keelkanker overleden Hank Ballard ging de geschiedenis in als de bedenker en originele uitvoerder van de twist: Chubby Checker maakte in 1960 een noot voor noot kopie van Ballard's in november 1958 opgenomen bescheiden succesje The Twist, rijfde de hit binnen en trapte daarmee de wereldwijde twistrage op gang. De stemmen van Ballard en Checker lijken bovendien erg op elkaar, en Checker gebruikte exact dezelfde intonatie. Hank Ballard die de boel al aan het rocken kreeg lang vóór Chubby Checker ooit één voet in een opnamestudio zette, had één troost: hij is er als auteur van het nummer niet slecht bij gevaren, tenminste op voorwaarde dat hij zijn financiële zaakjes op orde had. Ballard is evenwel méér dan een voetnoot in de grote muziekencyclopedie, want hij maakte zijn eerste opnames reeds in 1952 toen hij leadzanger werd van de in 1950 opgerichte Royals, en Are You Forgetting begeleid door de band van pianist Bill Doggett is zondermeer bijzonder swingende rock 'n' roll die eerder als 1955 in de stijl van bijvoorbeeld The Treniers klinkt. The Royals werden in 1954 The Midnighters om verwarring met The 5 Royales te vermijden en I Feel That-A-Way uit dat jaar is een fijne jiver die me wat doet denken aan The Drifters, net als de jiver Don't Ever Change Your Pretty Ways uit 1955. De CD bevat heel wat moois dat bewijst dat Ballard veel meer was dan enkel de uitvinder van de twist, en Let's Go Let's Go Let's Go, Ring-A-Ling-A-Ling, Switchie Witchie Titchie, I'm Young, I'm Crying Mercy Mercy met een rhythm 'n' blues gitaar solo, Shaky Mae en Broadway zijn allemaal van die zwaar slepende uptempo grindende rock 'n' roll strolls met een flink uit de kluiten gewassen band met blazers en zalig lekkere backing vocals. Ballard was in 1954 ook de schrijver en originele uitvoerder van Work With Me Annie, het liedje dat een hele soap opera aan vervolgen en antwoorden inspireerde waar Ballard ook zelf vrolijk aan meedeed middels de hier aanwezige Annie Had A Baby, Annie's Aunt Fannie en Henry's Got A Flat Feet (Can't Dance No More), én van Tore Up dat in de revival jaren een rockabilly hymne werd door de covers van onder meer Ray Campi en Sleepy LaBeef, én van het ook als Shake Baby Shake bekende Sexy Ways. Eveneens zeer zeker de moeite is zijn zwarte versie van een ander nummer dat vooral als blanke rock 'n' roll bekend is, namelijk Sugaree. En al evenmin te versmaden zijn That House On The Hill, de jiver Rock Granny Roll en het bekende Finger Poppin' Time dat in 1961 genomineerd werd voor de Grammy award voor beste R 'n' B performance (Let The Good Times Roll van Ray Charles won). De twisters kunnen twisten op The Hoochi Coochi Coo, en Don't Let Temptation (Turn You Round), Big Red Sunset en The Float zijn early sixties maar nog steeds uptempo.
Dertig tracks maar geen één slecht en geen één traag nummer, en dan staan op de CD nog geeneens Look At Little Sister, Rock 'n' Roll Wedding, Baby Please, That Woman, Let Me Hold Your Hand, Daddy Rolling Stone, Nothing But Good, Young Lady, Ballard's cover van Kansas City of de voor Vee-Jay opgenomen demo versie van The Twist uit begin 1958 die voor het eerst verscheen in 1985 op Charly Records. Faut le faire! Wie moe gedanst is kan zich verdiepen in het CD booklet van 40 pagina’s met een uitgebreide biografie, een sessiegrafie en kleurenfoto’s. Na 1962 was het over en out voor Hank Ballard & the Midnighters (Ballard slaagde er in om met 29 opeenvolgende singles de hitparade niét te halen) en de groep splitte waarna Ballard solo ging, wat hem eind jaren '60 funk en eind jaren '70 zelfs nog disco deed opnemen alvorens in het oldies circuit te stappen. Info: www.bear-family.com (Frantic Franky)

Hank Ballard who died in 2003 at the age of 75 from throat cancer, went down in history as the man who invented and sang the original version of the twist. In 1960 Chubby Checker made a note for note copy of Ballard's modest 1958 success The Twist, scored the big hit and started the worldwide twist craze. Moreover, Ballard and Checker's voices sound very similar, with Checker using the exact same intonation. Hank Ballard, who had been rockin' the house long before Chubby Checker ever set foot in a recording studio, had one consolation: part of the money went to him as he had written the song, provided he had his financial affairs in order, that is. But Ballard is much more than a footnote in the great encyclopaedia of popular music, as he'd already made his first recordings in 1952 when he became the lead singer of The Royals, a band that started out in 1950. Are You Forgetting, accompanied by pianist Bill Doggett's band, is swinging rock 'n' roll that sounds more like 1955 in the style of for instance The Treniers. In 1954 The Royals became The Midnighters to avoid confusion with The 5 Royales and that year's I Feel That-A-Way is a fine jiver that reminds me a bit of The Drifters, just like the 1955 jiver Don't Ever Change Your Pretty Ways. The CD contains a lot of great stuff that proves Ballard was much more than only the inventor of the twist, and Let's Go Let's Go Let's Go, Ring-A-Ling-A-Ling, Switchie Witchie Titchie, I'm Young, I'm Crying Mercy Mercy with a rhythm 'n' blues guitar solo, Shaky Mae and Broadway are heavy dragging uptempo grinding rock 'n' roll strolls with a big band with horns and delicious backing vocals. In 1954 Ballard was also the writer and original performer of Work With Me Annie, the song that inspired an entire soap opera of sequels and answers in which Ballard himself happily participated with Annie Had A Baby, Annie's Aunt Fannie and Henry's Got A Flat Feet (Can't Dance No More), ánd of Tore Up that in the revival years became a rockabilly hymn through the covers by among others Ray Campi and Sleepy LaBeef, ànd of Sexy Ways, also known as Shake Baby Shake. Also not to be missed is his black version of a song mainly known as white rock 'n' roll, Sugaree. And what about That House On The Hill, the jiver Rock Granny Roll and the well known Finger Poppin' Time that was nominated for the Grammy award for best R 'n' B performance in 1961 (Ray Charles' Let The Good Times Roll won). The twisters can twist on The Hoochi Coochi Coo, while Don't Let Temptation (Turn You Round), Big Red Sunset and The Float are early sixties but still uptempo.
Thirty tracks and not one dud, not even a slow song, and the CD doesn't even include Look At Little Sister, Rock 'n' Roll Wedding, Baby Please, That Woman, Let Me Hold Your Hand, Daddy Rolling Stone, Nothing But Good, Young Lady, Ballard's cover of Kansas City or the demo version of The Twist recorded for Vee-Jay in early 1958 that first appeared in 1985 on Charly Records. Faut le faire! If you're tired of dancing you can immerse yourself in the 40 page CD booklet with an extensive biography, a sessionography and colour photos. In 1962 it was over and out for Hank Ballard & the Midnighters (Ballard managed to fail to make the charts with 29 consecutive singles!) and the group split up, after which Ballard went solo. He recorded funk in the late sixties and even disco in the late seventies before joining the oldies circuit. Info: www.bear-family.com (Frantic Franky)

HARD NOTCH BOOGIE BEAT/ WILLIE DIXON
Koko-Mojo, KM-CD-156
English version: see below

Willie Dixon was in Chicago een van de belangrijkste figuren achter de schermen van de zwarte rock 'n' roll, als songschrijver (hij schreef meer dan 500 songs waaronder Hoochie Coochie Man, I Just Want To Make Love To You en Little Red Rooster), contrabassist, studiomuzikant, talent scout, arrangeur en producer, met name vanaf 1951 voor Chess Records en Chess onderafdeling Checker en vanaf 1957 voor Cobra Records. DJ Mark Armstrong plaatst Dixon in context met 28 door hem geschreven opnames chronologisch geordend van 1947 tot 1962, niet alleen uitgevoerd door Dixon zelf (negen nummers) maar vooral door andere artiesten, met in veel gevallen Willie Dixon zelf ook nog eens op contrabas en/of in de productiestoel. De CD begint met zes rustige jazzy piano boogie tracks van Dixon's Big Three Trio die ondanks hun gezegende leeftijd (1947-1951) erg swingend zijn, met vooral het oudste nummer, Signifying Monkey, dat er uit springt. Op I Ain't Gonna Be Your Monkey Man hangt Dixon nog meer de aap uit, 88 Boogie, Big 3 Stomp en Hard Notch Boogie Beat zijn instrumentals met knappe contrabas solo’s in de stijl van zijn bekende solo op Memphis Slim's We're Gonna Rock live op het American Folk Blues Festival in Hamburg in 1962 dat hier niét op staat. Deze zes nummers zijn voorlopers van de ritmische patronen die we vijf jaar later zullen terug horen in de rock 'n 'roll. Twee latere singles onder Dixon's eigen naam zijn Crazy For My Baby uit 1955 en 29 Ways met The Moonglows op backing vocals uit 1956 waarmee Dixon zijn duit in het rock 'n' roll zakje deed.
Van Howlin' Wolf horen we het voor een bluesartiest redelijk (blues)rockend Rockin' Daddy uit 1954 (uiteraard niet de rockabilly Rockin' Daddy van Eddie Bond), Mellow Down Easy van Little Walter is daarentegen de originele versie uit 1954 van Ric Cartey's rockabilly song, veel later ook gecoverd door The Nightporters. Die Nightporters coverden ook Wang Dang Doodle waarvan de originele versie werd opgenomen door Willie Dixon in 1954, originele versie die pas het licht zag in 1995. De eerst uitgebrachte versie was van Howlin' Wolf en staat op deze CD. 21 Days In Jail van Magic Sam is net geen zwarte rockabilly, Betty Everett's My Love en Spoonful van Etta James & Harvey Fuqua van opnieuw The Moonglows zijn popcorn noir, en Buddy Guy's stroll The Slop Around en Just You And I van Guitar Red zijn early sixties, in scherpe tegenstelling tot You Need Love van Muddy Waters uit 1962 dat pure sixties bluesrock met orgel is. Songs ten zeerste de moeite waard zijn er van Muddy Waters (Tiger In Your Tank), Harold Burrage (de pianist op Magic Sam’s 21 Days In Jail) met I Don't Care Who Knows en de rockers Messed Up en Stop For The Red Light, Tiny Topsy (Working On Me Baby), opnieuw Little Walter (Crazy Mixed Up World) en opnieuw Howlin' Wolf (Howlin' For My Darling) die in totaal vier keer op de CD staat. Het bekendste nummer geschreven door Willie Dixon (half en half, hij baseerde het op de gospel This Train) is My Babe, voor het eerst opgenomen in 1955 door Little Walter, waarvan misschien wel een miljoen versies van bestaan. Mark Armstrong koos voor die van Bo Diddley die er uiteraard mag wezen: een groot artiest die een groots nummer onder handen neemt, dat kan niet fout gaan. You Can't Judge A Book By The Cover, nietwaar, gelijk de titel van een ander door Willie Dixon geschreven nummer van Bo Diddley dat ook op de CD staat.
Dit is een bijzonder interessante CD omdat ie de omvang van Dixon's bijdrage aan onze muziek in kaart brengt, waarvan de impact veel groter blijkt dan ik tot nu toe dacht, want Willie Dixon, in 1992 overleden op 76-jarige leeftijd, was letterlijk én figuurlijk een zwaargewicht. Bovenop die verdienste is dit gewoon een CD boordevol uptempo boogie blues en energieke rhythm 'n' blues en zwarte rock 'n' roll. Info: www.vintagerockinroots.com (Frantic Franky)

Willie Dixon was one of the most important figures behind the curtains of the black rock 'n' roll scene in Chicago, as a songwriter (he wrote more than 500 songs including Hoochie Coochie Man, I Just Want To Make Love To You and Little Red Rooster), double bass player, studio musician, talent scout, arranger and producer, notably from 1951 on for Chess Records and Chess sublabel Checker and from 1957 on for Cobra Records. DJ Mark Armstrong puts Dixon in context with 28 recordings in chronological order from 1947 to 1962 written by him, performed not only by Dixon himself (nine tracks) but mostly by other artists, with in many cases Willie Dixon doubling on double bass and/or in the producer's chair. The CD starts with six calm jazzy piano boogie tracks by Dixon's Big Three Trio that are very swinging despite their age (1947-1951), with especially the oldest song, Signifying Monkey, standing out. There's more monkeying around on I Ain't Gonna Be Your Monkey Man, while 88 Boogie, Big 3 Stomp and Hard Notch Boogie Beat are instrumentals with dazzling double bass solos reminiscent of his famous solo on Memphis Slim's live recording We're Gonna Rock at the 1962 American Folk Blues Festival in Hamburg which is not included here. All six of these songs are precursors to the rhythmic patterns we will hear five years on in rock 'n' roll. Two later singles under Dixon's own name are 1955's Crazy For My Baby and 1956's 29 Ways with The Moonglows on backing vocals, Dixon's personal take on how rock 'n' roll should sound.
Howlin' Wolf delivered the (blues)rockin' Rockin' Daddy in 1954 (obviously not Eddie Bond's rockabilly Rockin' Daddy), Little Walter's Mellow Down Easy on the other hand is the original 1954 version of Ric Cartey's rockabilly song which was much later covered by The Nightporters. The Nightporters also recorded Wang Dang Doodle, the original version of which was laid down by Willie Dixon in 1954 but remained unreleased until 1995. The first released version was by Howlin' Wolf and can be enjoyed on this CD. Magic Sam's 21 Days In Jail falls just short of being black rockabilly, Betty Everett's My Love and Spoonful by Etta James & Harvey Fuqua from again The Moonglows are popcorn noir, and Buddy Guy's stroll The Slop Around as well as Guitar Red's Just You And I are early sixties, in sharp contrast to Muddy Waters' 1962 You Need Love, sixties blues rock with organ. The album includes worthwhile songs by Muddy Waters (Tiger In Your Tank), Harold Burrage (the piano player on Magic Sam's 21 Days In Jail) with I Don't Care Who Knows and the rockers Messed Up and Stop For The Red Light, Tiny Topsy (Working On Me Baby), again Little Walter (Crazy Mixed Up World) and again Howlin' Wolf (Howlin' For My Darling) who appears on the CD four times. The most famous song written by Willie Dixon (kinda, he based it on the gospel traditional This Train) is My Babe, first recorded in 1955 by Little Walter. I think a least a million My Babe covers exist, and Mark Armstrong chose Bo Diddley's version, which can of course only be excellent when you consider that a great artist tackles a great song. You Can't Judge A Book By The Cover, right, which is the title of another Bo Diddley song written by Willie Dixon on the CD.
It's a very interesting CD because it explores the extent of Dixon's contribution to our music, the impact of which turns out to be much bigger than I thought until now, for Willie Dixon, who died in 1992 at the age of 76, was literally and figuratively speaking a heavyweight. On top of that this is simply a CD brimming with uptempo boogie blues and energetic rhythm 'n' blues and black rock 'n' roll. Info: www.vintagerockinroots.com (Frantic Franky)

2 augustus 2022

SWEET DREAMS FOREVER
Atomicat, ACCD121
English version: see below

Op 5 maart 1963 kwam countryzangeres Patsy Cline Buddy Holly-gewijs om het leven in een vliegtuigongeluk, wat meestal gevolgd wordt door de mededeling dat in dat vliegtuigje ook Hawkshaw Hawkins en Cowboy Copas zaten. Cline werd een legende, Hawkins en Copas zijn enkel nog bekend bij de liefhebbers van fifties country. Ten onrechte, want beide artiesten hebben net als Patsy Cline linken met rock 'n' roll. Cline's verzamelde werk is courant verkrijgbaar, voor haar even onfortuinlijke mede-inzittenden moet je voor de betere compilaties terecht bij Bear Family die in het verleden van alle drie een CD uitbracht in hun Gonna Shake This Shack Tonight reeks. Op deze Sweet Dreams Forever selecteert samensteller Mark Armstrong in totaal 29 songs 1948-1962 van de drie artiesten, maar waar we hem vooral dankbaar voor zijn is dat er ook negen nummers opstaan van Randy Hughes, de piloot van het vliegtuig die Patsy Cline's manager (en volgens de geruchten niet alleen haar manager maar ook haar minnaar) én de schoonzoon van Cowboy Copas was. Hughes bracht tussen 1950 en 1954 een stuk of zes singles uit, maar die zijn bij ons weten helemaal nergens te krijgen. Alleen al door de jaartallen weet je dat die nummers ietwat ouderwets gaan klinken, maar Hughes had een aangename stem en er is helemaal niks mis met zijn uptempo materiaal als It'll Feel So Good, My Little Country Rose, When Elephants Start To Roost In Trees en zijn cover van The Tattood Lady, standaard maar competent uitgevoerde sympathieke uptempo country swing met leuke fingerpicking en soms met boogie woogie honky tonk piano. Roll On Freight Train heeft zijn oorsprong in de zingende cowboys, Talking In Your Sleep is feestende square dans, het dubbelzinnige Birthday Cake is boppin' hillbilly met een gitaar boogie gitaarsolo, en Tapping That Thing is nog meer double entendres. Hughes' enige trage nummer op de CD is de janker Slowly.
Het bekendste nummer van Hawkshaw Hawkins is zijn door Ernest Tubb's oudste zoon Justin Tubb geschreven postume hit Lonesome 7-7203 (de Vlamingen kennen het als Will Tura's reuzehit Draai 797204 uit 1964) maar dat staat hier niét op wegens een trage. Wat er wél op staat is Dog House Boogie, boppende hillbilly van de bovenstebeste plank met steady drumbeat, steel gitaar solo, fiddle solo en zelfs een contrabas solo. Hawkins' cover van Tennessee Ernie Ford's Shotgun Boogie mag er absoluut wezen, er is een mooie cover van Hank Williams' Kaw-Liga met in de snelle stukken een lichtjes ander arrangement, Waitin' For My Baby (Rock Rock) is een hillbilly boogie woogie swing bopper, en Hawkins' vlotte uptempo country covers van de zwarte songs Ling Ting Tong en Ko Ko Mo (I Love You So) zijn zo gestroomlijnd dat elke zwarte invloed uit de nummers verdwenen is. Alle zes Hawkshaw Hawkins nummers hier staan ook op zijn Bear Family Gonna Shake This Shack Tonight (BCD16988) Car Hoppin' Mama, zijn er zelfs zo ongeveer de beste nummers van, en daarom is deze Sweet Dreams Forever de ideale introductie op die Bear Family CD.
Cowboy Copas bracht eind '50 begin '60 heel veel platen uit en daarvan staan er hier acht op, slechts acht, want als je zoveel uitbrengt zit daar onvermijdelijk goeie stuff tussen, en Copas' boogie woogie Sunny Tennessee, de swinger New Filipino Baby of de rauwe power van Carolina Bound staan hier bijvoorbeeld niét op. Wat er wel op staat is Hangman's Boogie, medium tempo country bop met een rock 'n' roll gitaar boogie als solo. Sal en Settin' Flat On Ready zijn gitaar boogies begeleid door een full band, het eerste in pure country stijl, het tweede meer sixties truckin' geïnspireerd. Niet te versmaden: het erg modern klinkende Tennessee Flat Top Guitar en de Hawaiiaanse pop swinger Blue Kimono. Copas' enige échte rocker, Circle Rock, een aanstekelijke supersnelle rock 'n' roll versie van de square dans, ontbreekt uiteraard niet.
De rockendste nummers van Patsy Cline staan op verschillende rockabilly compilaties en worden vaak gecoverd door hedendaagse rockabilly zangeressen: Gotta Lot Of Rhythm In My Sould en Stop Look And Listen zijn pure big label rockabilly. Crazy Dreams is een uptempo country wals en When I Get Thru With You (You'll Love Me Too) is pop, maar hey, Patsy Cline is Patsy Cline. De country swing I Love You Honey is medium tempo gewandel, net als haar giga hit Walkin' After Midnight waarvan we hier niet de klassieke hitversie opgenomen in 1956 horen, maar de Decca LP "pop" heropname uit 1960-1961 opgesmukt met The Jordanaires als mannelijk achtergrondkoortje, een vingerknippende "clip clop" percussie over de steel gitaar, getik op de drums die normaal centraal staan, en op het einde een modulatie naar C#. Het lijkt wat vreemd dat een paar van deze nummers aan de trage kant zijn, zeker in vergelijking met bijvoorbeeld Ain't No Wheels, Walking Dream of Patsy Cline's covers van Stupid Cupid en Lovesick Blues, maar als die erop hadden gestaan had dit weer een Best Of van haar Bear Family Gonna Shake This Shack Tonight (BCD16781) Stop Look And Listen geweest, en zo is het altijd wat natuurlijk. Het nummer Sweet Dreams, Cline's ballade waarnaar de CD titel refereert, staat niét op de CD. Soit, als je nog niets van Patsy Cline, Cowboy Copas of Hawkshaw Hawkins hebt is dit een perfecte introductie op hun upbeat boogie en honky tonk werk, met die Randy Hughes tracks als bonus. Trivia: het vliegtuigongeval waarin dit kwartet country artiesten om het leven kwam eiste onrechtstreeks nog een vijfde slachtoffer: countryzanger Jack Anglin, de helft van Johnnie & Jack (Carry On, Move It On Over, Uncle John's Bongos) liet het leven in een auto ongeval op weg naar Cline's begrafenis.
Info: www.vintagerockinroots.com (Frantic Franky)

On March 5, 1963 country singer Patsy Cline died in Buddy Holly fashion in a plane crash, a statement usually followed by the comment that Hawkshaw Hawkins and Cowboy Copas also lost their lives aboard that plane. Cline became a legend, Hawkins and Copas are today only known to fans of fifties country. Unjustly, as both have links with rock 'n' roll, as does Patsy Cline. Cline's body of work is widely available, but for her equally unfortunate fellow travellers the best re-issues are found in Bear Family's Gonna Shake This Shack Tonight series that devoted a CD to each of the three. On this Sweet Dreams Forever compiler Mark Armstrong offers a strong selection totalling 29 songs 1948-1962 from the three of them, but what we are especially grateful for is that the CD also contains nine songs by Randy Hughes, the pilot of the plane who was Patsy Cline's manager (and according to some not only her manager but also her lover) and Cowboy Copas' son-in-law. Hughes released some six singles between 1950 and 1954, but as far as we know these are not available elsewhere. Just from the timeframe you know those songs are going to sound a bit old-fashioned, but Hughes had a pleasant voice and there's nothing wrong with his uptempo material like It'll Feel So Good, My Little Country Rose, When Elephants Start To Roost In Trees and his cover of The Tattood Lady, standard but competently performed sympathetic uptempo country swing with nice fingerpicking and sometimes boogie woogie honky tonk piano. Roll On Freight Train has its roots in the singing cowboys, Talking In Your Sleep is partytime square dancing, the ambiguous Birthday Cake is boppin' hillbilly with a guitar boogie solo, and Tapping That Thing is more double entendres. Hughes' only slow song on the CD is the weeper Slowly.
Hawkshaw Hawkins' best known song is his posthumous hit Lonesome 7-7203 written by Ernest Tubb's eldest son Justin Tubb, but it's not on here because it's a slow song. What is on here is Dog House Boogie, boppin' hillbilly of the highest order with a steady drumbeat, steel guitar solo, fiddle solo and even a double bass solo. Hawkins' cover of Tennessee Ernie Ford's Shotgun Boogie is mighty fine, there's a nice cover of Hank Williams' Kaw-Liga with a slightly different arrangement in the fast parts, Waitin' For My Baby (Rock Rock) is a hillbilly boogie woogie swing bopper, and Hawkins' smooth uptempo country covers of the black songs Ling Ting Tong and Ko Ko Mo (I Love You So) are so streamlined that any black influence has completely disappeared. All six Hawkshaw Hawkins songs here are also on his Bear Family Gonna Shack This Shack Tonight BCD16988 Car Hoppin' Mama, are even more or less the best tracks of that CD, which makes this Sweet Dreams Forever the ideal introduction to that Bear Family CD.
Cowboy Copas released a lot of records at the end of the fifties and the beginning of the sixties and this CD contains eight of his songs, only eight, because if your output is so big there's bound to be good stuff in there, and Copas' boogie woogie Sunny Tennessee, the swinging New Filipino Baby or the raw power of Carolina Bound are not on here for example. What is on here is Hangman's Boogie, medium tempo country bop with a rock 'n' roll guitar boogie as a solo. Sal and Settin' Flat On Ready are guitar boogies accompanied by a full band, the first pure country style, the second more sixties truckin' inspired. Not to be missed: the very modern sounding Tennessee Flat Top Guitar and the Hawaiian pop swinger Blue Kimono. Copas' only real rocker, Circle Rock, a catchy super fast rock 'n' roll version of the square dance, is of course present.
Patsy Cline's rockinest songs can be found on several rockabilly compilations and are often covered by contemporary female rockabilly singers: Gotta Lot Of Rhythm In My Sould and Stop Look And Listen are 100 % big label rockabilly. Crazy Dreams is an uptempo country waltz and When I Get Thru With You (You'll Love Me Too) is pop, but hey, Patsy Cline is Patsy Cline. The country swing I Love You Honey is a medium tempo waltz, as is her gigantic hit Walkin' After Midnight, available on this CD not in the classic hit version recorded in 1956 but in the Decca "pop" LP re-recording from 1960-1961 embellished with The Jordanaires on backing vocals, fingersnapping "clip clop" percussion over the steel guitar, ticking on the drums that normally take centre stage, and at the end a modulation to C#. It seems a bit odd that some of her songs here are on the slow side, especially compared to, say, Ain't No Wheels, Walking Dream or her covers of Stupid Cupid and Lovesick Blues, but if Mark Armstrong had opted for those this also would have been a Best Of of her Bear Family Gonna Shake This Shack Tonight BCD16781 Stop Look And Listen. Cline's ballad Sweet Dreams to which the CD title refers is not on the CD. Anyway, if your CD collection does not yet include Patsy Cline, Cowboy Copas or Hawkshaw Hawkins, this is the perfect introduction to their upbeat boogie and honky tonk recordings, with the Randy Hughes tracks as a great bonus. Trivia: the plane crash that killed this quartet of country artists indirectly claimed a fifth victim: country singer Jack Anglin, half of Johnnie & Jack (Carry On, Move It On Over, Uncle John's Bongos) died in a car crash on the way to Cline's funeral.
Info: www.vintagerockinroots.com (Frantic Franky)


I'M MY OWN GRANDPA/ LLOYD GEORGE/KEN MARVIN/LONZO & OSCAR
Jasmine, JASMCD3783
English version: see below

Country comedy duo Lonzo & Oscar wier carrière begon halfweg de jaren '40 waren gitarist Lloyd George en mandolinespeler Rollin Sullivan. Hun populairste nummer is het ook van Grandpa Jones, van Homer & Jethro en van Willie Nelson bekende I'm My Own Grandpa, het ingenieuze verhaal van de man die door een ingewikkelde combinatie van huwelijken stiefvader van zijn eigen stiefmoeder en dus zijn eigen opa wordt. Deze CD met 32 tracks 1947-1962 bevat een selectie Lonzo & Oscar nummers maar ook niet-comedy solo werk van "Lonzo" zowel onder de naam Lloyd George als onder zijn pseudoniem Ken Marvin. George stapte namelijk in 1950 uit het duo en werd vervangen door Oscar's broer Johnny Sullivan, maar als we het goed begrijpen zijn alle Lonzo & Oscar nummers op de CD met Lloyd George en niet met zijn vervanger. De muziek balanceert handig tussen enerzijds hillbilly (Poppin' Bubble Gum, You Blacked My Blue Eyes Once Too Often, You Won't Do It No More, Last Ole Dollar, I'm In Love Up To My Ears, het indianenverhaal Pretty Little Indian Maid) en fingerpickende boogie woogie (Ole Mother Nature, Tickle The Tom Cat's Tail, She's The Best I Ever Saw) en anderzijds uptempo humoristische bluegrass swing, geen lachen gieren brullen maar eerder met een gezellige knipoog en een nostalgische glimlach als Take Them Cold Feet Outa My Back (Before I Kick You Out), Ole Buttermilk Sky, When You Were Sweet Sixteen en There's A Hole In The Bottom Of The Sea. Er is ook plaats voor zowel traditionele trage country (Port Of Lonely Hearts, When I Stop Loving You), Hank Williams styled country boogie gekoppeld aan het Andrews Sisters-achtige meidentrio The Harmonettes (het over de legerdienst in Korea handelende Rotation Blues) en zelfs de honky tonk piano ragtime The Honky Tonk Melody. Wat al die ouderwetse accordeonmuziek de tands des tijds doet doorstaan is echter niet zozeer de in retrospect wat knoddige humor maar de muzikale kwaliteit. Lloyd George alias Ken Marvin zou in zijn solo jaren nog heel eventjes richting rockabilly gaan met het door Charlie Feathers gecoverde Uh Huh Honey (het origineel is van Lee Bond), hier aanwezig in twee versies, de vlot swingende uit 1952 op RCA en de stompende van een jaar later op Intro. Nog meer fraais: een swingende interpretatie van Wayne Raney's Why Don't You Haul Off And Love Me, het al even gestroomlijnde My Empty Arms en de humoristische Louvin Brothers compositie Two Tone Ten Ton (ik ken het niet van de Louvins zelf). Verwarrend zijn de afsluiters Lucy Lee, Sing Real Loud, Come On Train en Frog Hunt met mondharmonica en sax, twee geslaagde pure jaren '60 blues / bluesrock singles van Lloyd George uit 1962. Het geheel is overdekt met het patina van oude opnames en soms hoor je de 78 toeren ruisen. Lloyd "Lonzo" George overleed in 1991, Rollin "Oscar" Sullivan in 2012.
Info: www.jasmine-records.co.uk (Frantic Franky)


Lonzo & Oscar, al is de Lonzo hier niet Lloyd George maar Rollin's broer Johnny Sullivan, de tweede van de in totaal drie "Lonzo's" die deel zouden uitmaken van de groep....

Country comedy duo Lonzo & Oscar whose career began in the mid-1940s were guitarist Lloyd George and mandolin player Rollin Sullivan. Their most popular song is I'm My Own Grandpa, also known from Grandpa Jones, Homer & Jethro and Willie Nelson, the hilarious story of a man who through a complicated combination of marriages becomes stepfather to his own stepmother and thus his own grandfather. This CD with 32 tracks 1947-1962 contains a selection of Lonzo & Oscar songs but also non-comedy solo work by "Lonzo" both under the name Lloyd George and under his pseudonym Ken Marvin. George left the duo in 1950 and was replaced by Oscar's brother Johnny Sullivan, but if we understand correctly all Lonzo & Oscar songs on the CD are with Lloyd George and not with his replacement. The music balances skilfully between on the one hand hillbilly (Poppin' Bubble Gum, You Blacked My Blue Eyes Once Too Often, You Won't Do It No More, Last Ole Dollar, I'm In Love Up To My Ears, the injun tale Pretty Little Indian Maid) and fingerpicking boogie woogie (Ole Mother Nature, Tickle The Tom Cat's Tail, She's The Best I Ever Saw) and on the other hand uptempo humorous bluegrass swing, not with a raucous laugh but rather with a cosy wink and a nostalgic smile like Take Them Cold Feet Outa My Back (Before I Kick You Out), Ole Buttermilk Sky, When You Were Sweet Sixteen and There's A Hole In The Bottom Of The Sea. There's also room for both traditional slow country (Port Of Lonely Hearts, When I Stop Loving You), Hank Williams styled country boogie coupled with the Andrews Sisters-like girl trio The Harmonettes (Rotation Blues about the military service in Korea) and even for the honky tonk piano ragtime The Honky Tonk Melody. What makes all this old-fashioned accordion music stand the test of time however is not so much the in retrospect rather corny comedy but the musical quality. Lloyd George aka Ken Marvin would in his solo years briefly head in the direction of rockabilly with Uh Huh Honey, covered by Charlie Feathers (the original version is from Lee Bond), present here in two versions, the smooth swinging one from 1952 on RCA and the stomping one from a year later on Intro. More goodies: a swinging cover of Wayne Raney's Why Don't You Haul Off And Love Me, the equally streamlined My Empty Arms and the humorous Louvin Brothers composition Two Tone Ten Ton (I don't know it from the Louvins themselves). Confusing are the closing tracks Lucy Lee, Sing Real Loud, Come On Train and Frog Hunt with harmonica and sax, two excellent pure sixties blues / blues rock singles by Lloyd George from 1962. The whole thing is covered with the patina of old recordings and sometimes you can hear the hissing of the 78 RPMs. Lloyd "Lonzo" George died in 1991, Rollin "Oscar" Sullivan passed away in 2012.
Info: www.jasmine-records.co.uk (Frantic Franky)

27 juli 2022

ON THE DANCEFLOOR WITH/ JOEY DEE & THE STARLITERS
Bear Family, BCD17547
English version: see below

Het begint op te vallen hoeveel gelijkaardige CD’s de re-issue labels tegenwoordig uitbrengen. Zitten ze te vissen in elkaars vaarwater, is het toeval, of betreft het bedrijfsspionage? Neem deze CD, een Best Of van Joey Dee. Niks mis mee, maar anderhalf jaar geleden bracht Jasmine al de JASCD 1074 Peppermint Twistin' With Joey Dee uit. Als de platenmaatschappijen muziek recycleren dan recycleren wij onze recensies, so here goes....
De Peppermint Twist van Joey Dee & the Starliters was al een golden oldie toen ik - we worden oud - 40 jaar geleden in de rock 'n' roll stapte. Wat zeg ik: het was waarschijnlijk al een golden oldie vanaf twee weken na de release in oktober 1961, een leuke single waarvan de klassieker status nog werd versterkt omdat het nummer in 1973 in de film American Graffiti zat. Alleen heb ik iets tegen orgeltjes in het algemeen en tegen live singles in het bijzonder, en ik vond het nummer en de bijhorende live LP altijd iets te veel voordehand en bijdehand klinken, te plat en te veel grootste gemene deler, zeker in vergelijking met Chubby Checker die toch meer rock ‘n’ roll was. De muziek van Joey Dee is echter wat in het Engels zo mooi "an acquired taste" heet: je moet het leren waarderen, zoals bijvoorbeeld ook whisky of niertjes. Zoveel jaar later hoop ik in mijn oordeel milder zij het niet noodzakelijk wijzer te zijn geworden en kan ik dat soort party muziek veel beter plaatsen, dus tijd om Joey Dee & the Starliters een herkansing te geven met deze CD die een selectie van 29 nummers bevat van de groep die begon als Italo doo-wop en al twee singles had uitgebracht vóór ze gingen twisten in de Peppermint Lounge. Daarvan staan drie kantjes op deze CD waaronder hun debuutsingle Lorraine/ The Girl I Walk To School uit 1958 met Bo Freeman op zang en Joey Dee op sax, single die naar goede gewoonte in die doo-wop dagen een traag nummer koppelde aan een snel nummer, alsmede Shimmy Baby (opnieuw met Bo Freeman op lead, hier heet het Shimmy Baby Part I maar ik ben nooit een Part II tegengekomen), een rock 'n' roll song die al meer het ritme, de drive en het tempo heeft dat de Peppermint Twist zou kenmerken (de andere kant, de dromerige popballade Face Of An Angel, staat niet op de CD). Het was echter de Peppermint Twist die de twistrage in het kielzog van Chubby Checker een extra stimulans en uitstraling bezorgde. Joey Dee & the Starliters waren meer dan een jaar lang zes avonden per week aan zes sets per avond de huisband van een kleine club waar slechts 178 man binnen kon, de door de maffia gecontroleerde Peppermint Lounge in West 45th Street 128 in Manhattan, New York die toen er allerlei grote namen over de vloer begonnen te komen zo beroemd werd dat iedereen van Jackie Kennedy over Marilyn Monroe en Frank Sinatra tot John Wayne, Robert Mitchum, Salvador Dali en Truman Capote zich er wou laten zien om te zien en gezien te worden. Dee schreef de Peppermint Twist en die single versterkte het aanzuigeffect van de club nog meer: de Peppermint Lounge werd dé twisttempel bij uitstek en de single bereikte begin 1962 de eerste plaats van de hitparade, knikkerde Chubby Checker's The Twist van de toppositie, en kreeg goud voor 1 miljoen verkochte exemplaren. De originele live single was zo lang dat ze in twee werd geknipt en Part II op de B-kant is een instrumentale orgel/gitaar workout met alleen het refrein gezongen en met King Curtis op sax. Ze staan allebei op deze CD, en van de in 1961 in de Peppermint Lounge enkel met orgel en drums opgenomen Doin' The Twist At The Peppermint Lounge LP staan hier voorts Lee Dorsey's Ya Ya, Part I van Shout van The Isley Brothers, Buster Brown's Fanny Mae en Nat Kendricks & the Swans' door James Brown onder een pseudoniem geschreven semi-instrumentale Hot Pastrami And Mashed Potatoes op. Van de resterende live tapes van Doin' The Twist At The Peppermint Lounge die verschenen op de LP Back At The Peppermint Lounge/ Twistin' horen we de covers van Hello Josephine en Kansas City, allemaal volgens dezelfde formule: een staccato drumritme met veel rolls en fills, dat grofkorrelig orgel dat eindeloos in dezelfde akkoorden blijft hangen, en veel soul. Groovy, baby! Bij die live nummers zijn op de CD zo veel mogelijk fade outs toegevoegd zodat ze lijken op studio opnames, maar dat lukte inherent niet overal even goed en de meeste klinken ook allemaal een beetje dof, misschien door het achtergrondlawaai van het publiek. Van hetzelfde laken een pak doch niet live en met minder orgel is Hey Let's Twist uit de gelijknamige film uit 1961, een geromantiseerde versie van het succesverhaal van de Peppermint Lounge die op zijn beurt ook weer bijdroeg aan het succes van de club, aangevuld met de early sixties soft rocker Roly Poly, het Four Seasons-achtige Crazy Love, de uptempo ska Goin' Back To My Home Town, de geflipte uptempo instrumental Wing Ding, de soulvolle rocker Everytime (I Think About You) Part I en de early sixties soulpop What Kind Of Love Is This uit de film Two Tickets To Paris (1962). I Lost My Baby tenslotte is Drifters-achtige pop.
Als we de Bear Family CD vergelijken met de Jasmine CD tellen we 19 songs die op beide releases staan, en als we de nummers uniek voor elke CD beluisteren ontbreekt op Bear Family de eerder om historische dan om muzikale redenen belangrijke doo-wop pop violen ballade Face Of An Angel die de B-kant was van die pré-Peppermint Twist single Shimmy Baby, Keep Your Mind On What You're Doin' (Drifters-achtige pop), Twistin' On A Liner (geen twist maar pop die niets met rock 'n' roll te maken heeft maar de liefhebber van early sixties pop wel zal bevallen), de pop twister Let's Have A Party (niet die van Wanda Jackson), de bluesy popstroll All The World Is Twistin', Part II van Everytime (I Think About You), en van het live front de covers Money (That's What I Want), Sticks And Stones in een instrumentale orgel versie, Lloyd Price's Have You Ever Had The Blues (geen blues) en Part II van Shout. Enkel op Bear Family te horen zijn de Ray Charles cover Leave My Woman Alone, de early sixties soft rockers Baby You're Driving Me Crazy met dezelfde orgel riff als Dave "Baby" Cortez' Rinky Dink en Just Walking In The Rain, de soulvolle rocker This Boat, de live covers Honky Tonk (de Bill Doggett instrumental), Will You Love Me Tomorrow, Slippin' And Slidin' en CC Rider, en de rocker Mother Goose Twist (eigenlijk Chuck Berry's Reelin' And Rockin' met een andere tekst) uit de film Hey Let's Twist, gezongen door Teddy Randazzo (hij speelt in de film Joey Dee's broer) begeleid door The Starliters. Bear bevat ook een voorbeeld van de niet-rock 'n' roll die Joey Dee opnam op LP’s als All The World Is Twistin', Speak Up Mambo, geen mambo maar cumbia. Beide CD’s bevatten een representatieve doorsnede van de verschillende muzikale watertjes die Joey Dee doorzwom, maar hou bij je keuze ook rekening met het dikke Bear Family booklet van 38 pagina’s gebaseerd op een recent interview met Joey Dee en met het feit dat Jasmine werkt met CD-R's. Wat op geen van beide CD’s staat: Dee's Duitstalige pop single Bitte Bitte Baby uit 1963.
De Peppermint Lounge sloot in 1965 en ruimde plaats voor andere clubs tot er in 1980 een nieuwe Peppermint Lounge kwam waar ooit nog The Cramps optraden. Die Peppermint Lounge verhuisde in 1982 naar 5th Avenue 100 alvorens in 1985 te sluiten. West 45th Street 128 werd midden jaren '80 platgegooid. In 1986 werd maffia baas Matty Ianniello veroordeeld tot zes jaar cel voor het verduisteren van geld dat onder meer afgeroomd werd van de originele Peppermint Lounge. Joey Dee is nu 85 jaar, treedt nog steeds op en bracht in 2018 nog een CD single uit getiteld Peppermint Twistmas. Haal 'm naar de Rhythm Riot!
Info: www.joeydee.com en www.bear-family.com (Frantic Franky)

It's becoming too obvious how many similar CD’s the re-issue labels are releasing these days. Are they copying each other, is it coincidence, or industrial espionage? Take this CD for example, a Joey Dee Best Of. Fine, all good, but a year and a half ago Jasmine already released the JASCD 1074 Peppermint Twistin' With Joey Dee. Well, if the record companies recycle music then we recycle our reviews, so here goes...
Joey Dee & the Starliters' Peppermint Twist was already a golden oldie when I got into rock 'n' roll - we're getting old - 40 years ago, and probably had been since two weeks after its initial release in October 1961. It was a nice single of which the classic status became even bigger when the song turned up on the soundtrack of the movie American Graffiti in 1973, but I don't like organs in general and live singles in particular, and I always found the song and the live LP from which it was culled a bit too obvious and obnoxious, a bit too generic and too much common denominator, especially when compared to Chubby Checker's twist records which sounded a lot more rock 'n roll. But Joey Dee's music is an acquired taste. You have to learn to savour it, just like, say, whisky or kidneys. So many years later I hope to have become milder but not necessarily wiser in my judgement and I appreciate this kind of party music a lot more, so it's time to re-evaluate Joey Dee & the Starliters with this CD containing a whopping selection of 29 songs from the group that started out with Italo doo-wop and had already released two singles before they started twisting at the Peppermint Lounge. Three of those four sides are on this CD, including their 1958 debut 45 Lorraine/ The Girl I Walk To School with Bo Freeman on vocals and Joey Dee on sax, a single which as was the custom in those doo-wop days paired a slow song with a fast one, as well as Shimmy Baby (again with Bo Freeman on lead, here it's called Shimmy Baby Part I but I never came across a Part II), a rock 'n' roll song that already shows the rhythm, drive and tempo that would characterise the Peppermint Twist. Its flip side, the dreamy pop ballad Face Of An Angel, is not on the CD. It was however the Peppermint Twist in the wake of Chubby Checker that gave the twist craze an extra boost and even more exposure. For more than a year Joey Dee & the Starliters were the house band of a small club that could only hold 178 people, the mob controlled Peppermint Lounge at 128 West 45th Street in Manhattan, New York, which became so famous when all the big stars started showing up that everyone from Jackie Kennedy over Marilyn Monroe and Frank Sinatra to John Wayne, Robert Mitchum, Salvador Dali and Truman Capote went there to see and be seen. Dee wrote the Peppermint Twist and that single amplified the club's name and fame to unheard proportions. The Peppermint Lounge became thé place to be and the 45 reached number one in early 1962, knocked Chubby Checker's The Twist off the top of the hitparade, and was awarded a gold record for the sale of one million copies. The original live single was so long it was cut in two, and Part II on the B-side is an instrumental organ/guitar workout with only the chorus sung and featuring King Curtis on sax. They're both on this CD, and from the 1961 live LP Doin' The Twist At The Peppermint Lounge LP with only organ and drums the CD includes Lee Dorsey's Ya Ya, Part I of The Isley Brothers' Shout, Buster Brown's Fanny Mae and Nat Kendricks & the Swans' semi-instrumental Hot Pastrami And Mashed Potatoes written by James Brown under a psuedonym. From the remaining live tapes of Doin' The Twist At The Peppermint Lounge that appeared on the LP Back At The Peppermint Lounge/Twistin' we hear the covers of Hello Josephine and Kansas City, all of these adhering to the tried and tested formula of a staccato drumbeat with loads of rolls and fills, that coarse organ that lingers endlessly in the same chords, and lots of soul. Groovy, baby! On the CD as many fade outs as possible were added to these live tracks to make them sound like studio recordings, but that inherently doesn't work out well everywhere and most of them sound a bit dull, perhaps due of the audience background noise. Of the same ilk but not live and with less organ is Hey Let's Twist from the 1961 film of the same name, a romanticised version of the Peppermint Lounge success story that in turn contributed to its appeal, supplemented by the early sixties soft rocker Roly Poly, the Four Seasons-like Crazy Love, the uptempo ska Goin' Back To My Home Town, the crazy uptempo instrumental Wing Ding, the soulful rocker Everytime (I Think About You) Part I and the early sixties soul pop What Kind Of Love Is This from the film Two Tickets To Paris (1962). I Lost My Baby is Drifters-style pop.
Comparing the Bear Family CD with the Jasmine CD there are 19 songs that appear on both releases, and when you look at the titles unique to each CD Bear Family is missing the historically rather than musically important doo-wop pop violin ballad Face Of An Angel that was the flip side to Joey Dee & the Starliters' pré-Peppermint Twist 45 Shimmy Baby, Keep Your Mind On What You're Doin' (Drifters-style pop), Twistin' On A Liner (no twist but a pop tune that has nothing to do with rock 'n' roll but is bound to please fans of early sixties pop), the pop twister Let's Have A Party (not Wanda Jackson's), the bluesy pop stroll All The World Is Twistin, Part II of Everytime (I Think About You), and from the live front the covers Money (That's What I Want), Sticks And Stones in an instrumental organ version, Lloyd Price's Have You Ever Had The Blues (no blues) and Part II of Shout. Only featured on Bear Family are the Ray Charles cover Leave My Woman Alone, the early sixties soft rockers Baby You're Driving Me Crazy with the same organ riff as Dave "Baby" Cortez' Rinky Dink and Just Walking In The Rain, the soulful rocker This Boat, the live covers Honky Tonk (the Bill Doggett instrumental), Will You Love Me Tomorrow, Slippin' And Slidin' and CC Rider, and the rockin' Mother Goose Twist (actually Chuck Berry's Reelin' And Rockin' with different lyrics) from the film Hey Let's Twist, sung by Teddy Randazzo (who plays Joey Dee's brother in the film) accompanied by The Starliters. Bear also contains an example of the non-rock 'n' roll that Joey Dee recorded on LP’s like All The World Is Twistin', Speak Up Mambo, not mambo but cumbia. Both CD’s contain a representative cross-section of Joey Dee's muscial adventures, but when choosing keep in mind the thick 38 page Bear Family booklet based on a recent interview with Joey Dee and the fact that Jasmine issues CD-Rs. Not on either CD is Dee's 1963 German language pop single Bitte Bitte Baby.
The Peppermint Lounge closed in 1965 making way for other clubs until in 1980 a new Peppermint Lounge was built where at one time even The Cramps played. That Peppermint Lounge moved to 100 5th Avenue in 1982 before closing in 1985. 128 West 45th Street was razed in the mid-eighties. In 1986 mob boss Matty Ianniello was sentenced to six years in prison for embezzling money that was skimmed from among other things the original Peppermint Lounge. Joey Dee is now 85, still performs and released a CD single titled Peppermint Twistmas as recent as 2018. Get him over to the Rhythm Riot! Info: www.joeydee.com en www.bear-family.com (Frantic Franky)

 


SPOTLIGHT ON/ JACKIE WILSON
Koko Mojo, KM-CD-158
English version: see below

Na Spotlight CD’s rond Frankie & Lewis Lymon, Clyde McPhatter, Sam Cooke en Jimmy McCracklin richt samensteller Mark Armstrong de spotlights op Jackie Wilson die wij in Nederland en België natuurlijk nog kennen van zijn aanstekelijke nummer één hit Reet Petite uit 1986, hoewel "Mr. Excitement" toen al drie jaar dood en begraven was, zij het in een naamloos graf. Het nummer werd in 1957 geschreven door de latere Motown baas Berry Gordy en zijn zus Gwen Gordy die in 1961 huwde met Harvey Fuqua van doo-wop groep The Moonglows. Wilson verving in 1953 op zijn negentiende lead tenor Clyde McPhatter bij Billy Ward's Dominoes toen McPhatter opstapte om The Drifters op te richten, en de CD opent met zes Dominoes tracks waarop Wilson het hoogste woord voert, zes tracks die stilistisch gelijk de blauwdruk leveren voor de rest van de CD met een mix van rhythm 'n' blues jive doo-wop (You Can't Keep A Good Man Down), poppy doo-wop (Bobby Sox Baby), pop swing (Learning The Blues) en jazz swing (St. Louis Blues), verankerd in een moderne versie van zwarte vocal harmony groepen als The Mills Brothers en The Ink Spots (A Little Lie, Above Jacob's Ladder). Wilson ging zelf ook zijn eigen weegs in 1957 en scoorde meteen met zijn solo debuutsingle Reet Petite. Minder bekend maar even dansbaar: Come Back To Me waarin zijn stem onwaarschijnlijke uithalen maakt, en de rock 'n' roll songs If I Can't Have You met priemend gitaarwerk, Right Now en Etcetera. You Better Know It zat in 1959 in de rock 'n' roll film Go Johnny Go, I'll Be Satisfied werd in 1982 gecoverd door Shakin' Stevens, Comin' To Your House is een pop stroll, The New Breed uit 1963 effent de weg voor soul en Sazzle Dazzle is gebaseerd op een gospel formaat.
Wilson's gouden stembanden hadden naar verluidt een bereik van vier octaven en het is absoluut zeker dat zijn fantastische stem, eens te meer een stem gesmeed in het vuur van de gospel, niet door iedereen zal gewaardeerd worden omdat ie inderdaad vaak klinkt als een operette zanger, en veel van de muziekjes op de 28 track CD 1953-1963 klinken dan ook als een soort variété versie van rock 'n' roll. Daar staat tegenover dat veel mensen fan van Jackie Wilson zijn juist omwille van die muzikale hoogstandjes. De CD sluit af met drie duetten met gospelzangeres Linda Hopkins uit 1962-1963 waarvan Do Lord alweer een onweerstaanbare jiver is maar Say I Do en I Found Love overhellen naar de soul. Bekende songs als het poppy That's Why (I Love You So) (1959), de pop ballade Lonely Teardrops (1961) en de soul hits (Your Love Keeps Lifting Me) Higher And Higher (1967) en I Get The Sweetest Feeling (1968) ontbreken, maar toch is dit een handig uptempo overzicht van Wilson's carrière, en Rrrrrrrreet Petite blijft natuurlijk een fan-tàs-tische jiver. Jackie Wilson's verhaal had helaas géén happy end. In 1975 kreeg ie live on stage een hartaanval en hij lag tien jaar in een coma alvorens in 1984 te overlijden. Bobby Brooks Wilson, één van zijn onwettige kinderen, treedt tegenwoordig op op rock 'n' roll festivals met een Jackie Wilson tribute show. Info: www.vintagerockinroots.com (Frantic Franky)

After Spotlight CD’s on Frankie & Lewis Lymon, Clyde McPhatter, Sam Cooke and Jimmy McCracklin compiler Mark Armstrong turns the spotlight on Jackie Wilson, whom we all remember from his catchy 1986 number one hit Reet Petite, even though by then "Mr. Excitement" had been dead and buried for three years, albeit in an unmarked grave. The song had been written in 1957 by future Motown president Berry Gordy and his sister Gwen Gordy who in 1961 married Harvey Fuqua of doo-wop group The Moonglows. In 1953 at the age of 19 Wilson replaced lead tenor Clyde McPhatter in Billy Ward's Dominoes when McPhatter left to form The Drifters, and the CD kicks off with six Dominoes tracks with Wilson fronting the group, six tracks that stylistically provide the blueprint for the rest of the CD with a mix of rhythm 'n' blues jive doo-wop (You Can't Keep A Good Man Down), poppy doo-wop (Bobby Sox Baby), pop swing (Learning The Blues) and jazz swing (St. Louis Blues), based upon a modern interpretation of black vocal harmony groups like The Mills Brothers and The Ink Spots (A Little Lie, Above Jacob's Ladder). Wilson in turn went solo in 1957, scoring rightaway with his solo debut 45 Reet Petite. Less familar but equally danceable are Come Back To Me in which his voice slides incredibly upwards, and the rock 'n' roll songs If I Can't Have You with piercing guitar work, Right Now and Etcetera. You Better Know It was in the 1959 rock 'n' roll flick Go Johnny Go, Shakin' Stevens covered I'll Be Satisfied in 1982, Comin' To Your House is a pop stroll, The New Breed from 1963 paves the way for soul and Sazzle Dazzle is based on a gospel format.
Wilson's golden vocal chords are said to have had a four octave range and it's likely that his fantastic voice, once again a voice forged in the fire of gospel music, will not be appreciated by everybody because he indeed often sounds like an operetta singer, and many of the tunes on the 28 track 1953-1963 CD sound like some sort of variety version of rock 'n' roll. On the other hand, many people are Jackie Wilson fans precisely because of his vocal pyrotechnics. The CD finishes with three 1962-1963 duets with gospel singer Linda Hopkins of which Do Lord is again an irresistible jiver, but Say I Do and I Found Love tilt towards soul music. Well known songs like the poppy That's Why (I Love You So) (1959), the pop ballad Lonely Teardrops (1961) and the soul hits (Your Love Keeps Lifting Me) Higher And Higher (1967) and I Get The Sweetest Feeling (1968) are absent, but this is still a handy uptempo overview of Wilson's career, and Rrrrrreet Petite remains of course a fan-tàs-tic jiver. Jackie Wilson's story unfortunately did not have a happy end. In 1975 he suffered a heart attack live on stage, remaining in a coma for ten years before passing away in 1984. Bobby Brooks Wilson, one of his illegitimate children, nowadays performs at rock 'n' roll festivals with a Jackie Wilson tribute show. Info: www.vintagerockinroots.com (Frantic Franky)

20 juli 2022

DOWN HOME SPECIAL/ BO DIDDLEY
Koko Mojo, KM-CD-155
English version: see below

Van alle rock 'n' roll pioniers was de in 2008 op 79-jarige leeftijd overleden Ellas Otha Bates McDaniel, wereldwijd bekend als Bo Diddley, de meest onorthodoxe, en het heeft jaren geduurd voor ik zijn in rhythm 'n' blues gedrenkte muziek heb leren waarderen. Bo Diddley was immers niet zozeer muziek als wel een ritme, gebaseerd op oeroude Afrikaanse tradities. Na de Atomicat (ACCD120) CD The Diddley Daddy Sound: 28 Songs Influenced By Bo Diddley bevat deze Down Home Special 14 songs 1955-1963 van de Diddley Daddy hemzelve en 14 nummers 1955-1963 van andere artiesten waar Diddley als componist, producer of muzikant bij betrokken was.
De eigen songs zijn de bekende klassiekers Bo Diddley, Pretty Thing uit 1955 dat in 1963 in Engeland op single verscheen en waarnaar de Britse jaren '60 rhythm 'n' blues groep The Pretty Things zich noemde die het nummer in 1965 coverden op hun debuutalbum, het vaak gecoverde Who Do You Love, de gevaarlijke treinrit op de Down Home Special, Mona en Dearest Darling, aangevuld met de minder bekende uptempo rhythm 'n' blues song met mondharmonica You Don't Love Me (You Don't Care), de bluesboppers Run Diddley Daddy en I Love You So (allesbehalve een love song), en de zoals altijd bij Diddley vreemd klinkende rockers Dancing Girl (jungle drums meets oosterse exotica), Bo Diddley Is Loose, You All Green en Story Of Bo Diddley, allemaal nummers vol maracas (klinkt toch veel cooler dan sambaballen), weerhaken en tremolo gitaren met schrikdraad in plaats van snaren, gebouwd op eindeloos herhaalde riffs die klinken alsof Diddley en zijn gevolg platen opnamen gebruik makend van alles wat ze onderweg tegenkwamen en waar ze geluid of ritme uit kregen - het meest normale nummer is de doo-wopper Deed And Deed I Do.
Een beetje fan zal de meeste van die 14 songs zeker al hebben maar voor de leek is dit een even goede introductie op het werk van de meester als eender welke Greatest Hits. De ware waarde voor de verzamelaar zit uiteraard in de andere 14 songs zoals Roller Coaster, een uptempo mondharmonica instrumental op naam van Little Walter & his Jukes die 100 % Bo klinkt. Dat is niet verwonderlijk aangezien de begeleiding volledig steunt op Bo's gitaar, en als op deze single op Checker Records uit 1955 als uitvoerder Bo Diddley had gestaan hadden we het zonder verpinken aangenomen. Minder Bo klinkt de vrolijke doo-wopper Pearl van de inderdaad erg jong klinkende Schoolboys. Ook doo-wop maar herkenbaarder als Bo Diddley's gitaar zijn Wyatt Earp en Hey Little School Girl van The Marquees met in de rangen de nog piepjonge Marvin Gaye, twee nummers geschreven en begeleid door Bo Diddley. Veel doo-wop trouwens hier, zelfs een ballade als Billy Stewart's Baby You're My Only Love: denk er een vreemd gitaar effect en rauwere zang bij en je hebt Bo Diddley die ook hier instond voor de muzikale opsmuk, wat evenzeer geldt voor Stewart's Latijns-Amerikaans rockende Billy's Heartache. Al deze songs klinken als een cleanere versie van de man die de rock 'n' roll geschiedenis zou ingaan als de originator, de instigator en de gladiator. Het door Bo Diddley geschreven maar nooit door hem opgenomen Dearest van Mickey & Sylvia is even mysterieus mooi als hun bekende Love Is Strange, en dat nummer staat er dan weer op in de minder gekende maar wonderschone versie van Dale & Grace, wat sneller dan Mickey & Sylvia en daardoor uiterst strollbaar. En wie schreef Love Is Strange? Een zekere Ethel Smith. En wie was Ethel Smith? Jawel, Bo Diddley...
Covers zijn Say Man (moppentapperij op Bo Diddley ritmes) door Don Stacey en The New Bo Diddley, een cover van het nummer Bo Diddley met een piccolo fluitje door The Johnny Otis Show. Qua instrumentale covers is Hey Bo Diddley uitermate wild voor het meestal gezapige Bill Black's Combo, terwijl Sun drummer JM Van Eaton in 1960 in het nummer Bo Diddley op Nita Records méér Bill Black's Combo klonk dan het Bill Black Combo zelf. Johnny Kidd & the Pirates' I Can Tell uit 1962 is pure sixties rhythm 'n' blues rock 'n' roll, en om te lachen is Freddy Koenig & the Jades' uptempo hoempapa versie van Road Runner. Ja, het heeft jaren geduurd voor ik Bo Diddley heb leren waarderen, maar deze door DJ Mark Armstrong samengestelde CD doet de legende eer aan. Info: www.members.tripod.com/~originator_2/ en www.vintagerockinroots.com (Frantic Franky)

Of all the rock 'n' roll pioneers Ellas Otha Bates McDaniel who died in 2008 at the age of 79, revered worldwide as Bo Diddley, was the most unorthodox, and it took me years to learn to appreciate his rhythm 'n' blues-soaked music. After all, Bo Diddley was not so much music as it was a rhythm, based on ancient African traditions. After the Atomicat (ACCD120) CD The Diddley Daddy Sound: 28 Songs Influenced By Bo Diddley, this Down Home Special contains 14 songs 1955-1963 by the Diddley Daddy himself and 14 songs 1955-1963 by other artists that Diddley was involved with as composer, producer or musician.
The songs by Big Bad Bo himself include his well known classics Bo Diddley, Pretty Thing from 1955 that appeared on a 45 in England in 1963 which the British 1960s rhythm 'n' blues group The Pretty Things who covered it on their debut album in 1965 named themselves after, the often covered Who Do You Love, the dangerous train ride on the Down Home Special, Mona and Dearest Darling, plus the lesser known uptempo rhythm 'n' blues song with harmonica You Don't Love Me (You Don't Care), the blues boppers Run Diddley Daddy and I Love You So (anything but a love song), and the as always with Bo Diddley strange sounding rockers Dancing Girl (jungle drums meets eastern exotica), Bo Diddley Is Loose, You All Green and Story Of Bo Diddley, all of them full of maracas, harpoon hooks and tremolo guitars with electric barbwire instead of strings, built on endlessly repeated riffs that sound like Bo and co recorded using anything they found laying about in the studio that made a sound or a rhythm - the most normal sounding song of the lot is the doo-woppin' Deed And Deed I Do.
Any fan will surely have most of these 14 songs already, but for the layman this is as good an introduction to the master's work as any Greatest Hits. The real treat for the collector are of course the other 14 songs, for example Roller Coaster, an uptempo harmonica instrumental by Little Walter & his Jukes that sounds 100 % Bo. That's not surprising given that the accompaniment relies entirely on Bo's guitar, and if this 1955 single on Checker Records had been credited to Bo Diddley we would have accepted it without hesitating. The cheerful doo-wopper Pearl by the indeed very young sounding Schoolboys sounds less Bo. Also doo-wop but more recognisable as Bo Diddley's guitar are Wyatt Earp and Hey Little School Girl by The Marquees featuring a very young Marvin Gaye on two songs written and accompanied by Bo Diddley. A lot of doo-wop here by the way, even a ballad like Billy Stewart's Baby You're My Only Love: add a strange guitar effect and rawer vocals and you have Bo Diddley who is indeed providing the musical accompaniment here as well, and the same goes for Stewart's Latin-American rockin' Billy's Heartache. All these songs sound like a cleaner version of the man who would go down in music history as the originator, the instigator and the gladiator. Mickey & Sylvia's Dearest, written by Bo Diddley but never recorded by him, is just as mysteriously beautiful as their famous Love Is Strange, a song featured on the album in the lesser known but wonderful version by Dale & Grace, a bit faster than Mickey & Sylvia and therefore very strollable. And who wrote Love Is Strange? A certain Ethel Smith. And who was Ethel Smith? You guesse it... none other than Bo Diddley!
Covers are Don Stacey's Say Man (jokes on a Bo Diddley rhythm) and The New Bo Diddley, a cover with a piccolo flute of the song Bo Diddley by The Johnny Otis Show. In terms of instrumental covers Hey Bo Diddley is extremely wild for the usually quite relaxed Bill Black's Combo, while Sun drummer JM Van Eaton sounded more Bill Black's Combo than the Bill Black Combo itself in his 1960 Bo Diddley on Nita Records. Johnny Kidd & the Pirates' I Can Tell from 1962 is pure sixties rhythm 'n' blues rock 'n' roll, and to end with a smile the CD finishes with Freddy Koenig & the Jades' uptempo oom-pah cover of Road Runner. Yes, it took me years to appreciate Bo Diddley, but this CD compiled by DJ Mark Armstrong does the legend justice. Info: www.members.tripod.com/~originator_2/ en www.vintagerockinroots.com (Frantic Franky)


GUITAR BOOGIE SHUFFLE & OTHER GUITAR GREATS 1955-1962/
FRANK VIRTUE & THE VIRTUES

Jasmine, JASCD1114
English version: see below

Oei... anderhalf jaar geleden bracht Bear Family de BCD 17533 Frank Virtue & the Virtues CD Rock uit, nu volgt Jasmine met een gelijkaardige CD. Jammer, jammer, jammer: beide CD’s hebben maar liefst 20 tracks gemeenschappelijk, en op een totaal van respectievelijk 33 (Bear Family) en 28 (Jasmine) tracks is dat veel. De 28 nummers op Jasmine kunnen netjes in twee verdeeld worden met een vocaal big band combo gedeelte gevolgd door een evenredig aantal instrumentals, want de bandleider uit Philadelphia is vooral bekend geworden via zijn gitaar boogie getiteld Guitar Boogie Shuffle, een cover van Arthur Smith's Guitar Boogie uit 1945 die Virtue in 1959 een Top 10 hitnotering opleverde. Virtue leerde het vak evenwel reeds midden jaren '40 bij de big bands van vóór de tweede wereldoorlog en dat wordt gereflecteerd in de oudste nummers op de CD die opent met Ooh Ya Gotta, variété cocktail (de piano) muziek met een zangeres maar wel reeds voorzien van een boogie-ënde elektrische gitaar. Die crooner swing evolueerde al snel naar embryonale big combo rock 'n' roll in de stijl van Jimmy Cavallo & the House Rockers en de eveneens vanuit Philadelphia opererende Freddie Bell & the Bellboys én Bill Haley & the Comets, met songs als Good Bye Mambo (geen mambo maar een swingende rocker), Hop Skip Jump Mambo (wel mambo en niet het Collins Kids nummer), Rollin' An' A Rockin', Toodle-Oo Kangaroo, I Ain't Gonna Do It No More en Let's Have A Party (niet het Wanda Jackson nummer), rock 'n' roll die flinkt stompt maar ook elementen van variété en crooners in zich draagt, luister naar My Constant Love, I'm Going Home en I Think You're Lying met op zang leadgitarist Jimmy Vespe - de gitarist op al die Frank Virtue & the Virtues instrumentals is namelijk niet Frank Virtue maar Jimmy Vespe. In die vroege jaren speelde de band ook reeds halfbakken gitaar/sax instrumentals zoals Go Joe Go (de saxman heette Joe Fortunato) en Jimmy's Shuffle, allicht genoemd naar Jimmy Vespe. Mambo Rock kennen we natuurlijk van Bill Haley & the Comets en Rattle My Bones werd ook gedaan door Comets afsplitsing The Jodimars, maar Frank Virtue speelt ze allebei sneller.
Vanaf track 15 beginnen de gitaarinstrumentals en die beginnen natuurlijk met de essentiële Guitar Boogie Shuffle. Meer van hetzelfde is Happy Guitar, Tel-Star Guitar dat niets te maken heeft met Telstar van The Tornados, het schurend scharniertje Guitar In Orbit zonder space effecten en de big band rocker Flippin' In. Shufflin' Along is een uptempo Vegas grinder, Pickin' The Stroll is een striptease stroll met banjo. Virtue's Boogie Woogie (een cover van Pinetop's Boogie Woogie van Clarence "Pinetop" Smith uit 1928, de piano rag die het piano boogie woogie genre zijn naam gaf) is gitaar en sax, Pony Walk is een melancholische copie van de twang van Duane Eddy. Ook hier weer een link met Bill Haley: Highland Guitar is gebaseerd op het Schotse volkswijsje Loch Lomond waar Bill Haley Rock Lomond van maakte. Guitar Boogie Twist is een gitaar boogie op twist ritme met zo'n leger toeters erachter dat het bijna Lord Rockingham's XI wordt, en Guitar Shimmy is een nòg snellere twist. Marching Guitars breit militaire bugle calls als de reveille gespeeld op gitaar aan elkaar tot alweer een gitaar/sax boogie, en de CD sluit af met een beetje een downer in de vorm van de variété instrumental Jersey Bounce. Je zou kunnen verwachten dat dit alles melig klinkt maar de sound is zo scherp dat het integendeel zelfs een gevaarlijk randje krijgt. En welke CD is nu de beste? Als we het uitgebreide Bear Family booklet buiten beschouwing laten moeten we ons concentreren op de tracks die uniek zijn voor elke CD, en dat zijn er bij Bear Family 13 en bij Jasmine 8. Bij Jasmine is dat vooral rock 'n 'roll en instrumentals, bij Bear Family ook maar met de nadruk op covers van andermans hits. Het blijft dus een moeilijke keuze, zeker omdat beide CD’s swingende muziek koppelen aan knetterende instrumentals. Alleen jammer van al die dubbels, zeker omdat er mijns inziens nog genoeg andere, zij het mogelijk minder rockende Frank Virtue & the Virtues nummers beschikbaar zijn en al die cha cha cha's zou ik ook graag eens een keer horen. Frank Virtue legde zich vanaf de jaren '60 tot zijn dood in 1994 toe op producen en het uitbaten van zijn Virtue Recording Studios. Hij overleed in 1994 op 71-jarige leeftijd. Info: www.jasmine-records.co.uk (Frantic Franky)

Ouch... A year and a half ago Bear Family released the BCD 17533 Frank Virtue & the Virtues CD Rock, now Jasmine follows with a similar CD. Too bad, too bad, as both CD’s have no less than 20 tracks in common, which is a lot on a total of respectively 33 (Bear Family) and 28 (Jasmine) tracks. The 28 tracks on Jasmine can be neatly divided into two with a vocal big band combo part followed by an equal number of instrumentals, as the Philadelphia bandleader is best known for his guitar boogie entitled Guitar Boogie Shuffle, a cover of Arthur Smith's 1945 Guitar Boogie that gave Virtue a Top 10 hit in 1959. Virtue however already learned the trade before World War II in the mid-1940s big bands, as reflected in the oldest tracks on the CD which opens with Ooh Ya Gotta, variety cocktail (the piano) music with a female singer but already featuring a boogie-ing electric guitar. That crooner swing soon evolved into embryonic big combo rock 'n' roll also played by Jimmy Cavallo & the House Rockers and, also operating out of Philadelphia, Freddie Bell & the Bellboys and Bill Haley & the Comets, exemplified by songs like Good Bye Mambo (no mambo but a swinging rocker), Hop Skip Jump Mambo (mambo and not the Collins Kids song), Rollin' An' A Rockin', Toodle-Oo Kangaroo, I Ain't Gonna Do It No More and Let's Have A Party (not the Wanda Jackson song), rock 'n' roll that stomps hard but also contains elements of variety music and crooners, just listen to My Constant Love, I'm Going Home and I Think You're Lying with lead guitarist Jimmy Vespe on vocals - the guitarist on all those Frank Virtue & the Virtues instrumentals is not Frank Virtue but Jimmy Vespe. In those early years the band already played half-baked guitar/sax instrumentals as well like Go Joe Go (the saxman was called Joe Fortunato) and Jimmy's Shuffle, probably named after Jimmy Vespe. Mambo Rock we know from Bill Haley & the Comets and Rattle My Bones was also done by Comets offshoot The Jodimars, but Frank Virtue plays both of 'em faster.
From track 15 on the instrumentals start and they obviously begin with his essential Guitar Boogie Shuffle. More of the same is Happy Guitar, Tel-Star Guitar which has nothing to do with The Tornados' Telstar, the squeaking rusty hinge that needs oiling Guitar In Orbit without space effects and the big band rocker Flippin' In. Shufflin' Along is an uptempo Vegas grinder, Pickin' The Stroll is a striptease stroll with banjo. Virtue's Boogie Woogie (a cover of Clarence "Pinetop" Smith's 1928 piano rag that gave the piano boogie woogie genre its name) is guitar and sax, Pony Walk is a melancholic copy of Duane Eddy's twang. Here again a link with Bill Haley: Highland Guitar is based on the Scottish folk song Loch Lomond which Bill Haley turned into Rock Lomond. Guitar Boogie Twist is a guitar boogie with a twist rhythm and such a large army of horns in support that it almost becomes Lord Rockingham's XI, and Guitar Shimmy is an even faster twist. Marching Guitars knits together military bugle calls like the reveille played on the guitar into yet another guitar/sax boogie, and the CD closes with a bit of a downer in the form of the variety instrumental Jersey Bounce. You might expect all this to sound corny, but the sound is so sharp that it even gets a dangerous edge. So which CD is the best? If we leave the extensive Bear Family booklet out of consideration, we have to concentrate on the tracks that are unique to each CD, 13 tracks on Bear Family and 8 on Jasmine. The Jasmine ones are mainly rock 'n' roll and instrumentals, which also goes for Bear Family but Bear puts the emphasis on covers of other people's hits. The choice remains difficult, especially since both CD’s combine swinging music with crackling instrumentals. It's just a pity there's all those doubles, especially because in my opinion there are enough other though possibly less rockin' Frank Virtue & the Virtues tunes available. I for one would love to hear all those cha cha cha's for a change. From the 1960s onwards Frank Virtue started concentrating on producing and running his Virtue Recording Studios until his death in 1994 at the age of 71.
Info: www.jasmine-records.co.uk (Frantic Franky)

Bioscoopfilm Recensie

13 juli 2022

BIOSCOOPFILM ELVIS
Regisseur: Baz Luhrmann, Cast: Austin Butler, Tom Hanks en meer

Ik pretendeer geen Elviskenner te zijn, maar als rock ‘n’ roll liefhebber voelde ik me wel geroepen om de nieuwste Elvis biopic op groot scherm te gaan zien.
De twee hoofdrolspelers kende ik: Tom Hanks, als Colonel Tom Parker, behoeft geen betoog, verrassend vond ik de keuze van Austin Butler als Elvis. Hem heb ik zien spelen in de TV-reeks The Shannara Chronicles waarvan ik per ongeluk twee seizoenen gezien heb (ahum…). Daarin had hij een sprookjesachtige rol als… elf! Enfin, je snapt mijn verbazing toen bleek dat deze man Elvis ging spelen. Qua uiterlijk zijn er ook weinig gelijkenissen, maar gelukkig was ik deze euvels na enkele minuten vergeten en dat is een pluspunt voor de acteur. Dit in tegenstelling tot topacteur Tom Hanks die, zoals het op mij overkwam, maar één karaktereigenschap leek te bezitten: ‘uitgekookt’. Ach, misschien was dat ook wel hoe The Colonel werkelijk was.
Alle bekende gebeurtenissen en aspecten in Elvis’ leven worden uitgebreid uit de doeken gedaan, waaronder ook zijn ingewikkelde relatie met Priscilla Presley (Olivia DeJonge), maar er is geen plaats voor álle (belangrijke) details. Het moet wel leuk blijven voor het grote publiek. Voorbeelden? Elvis zou nooit in het buitenland optreden, maar wij weten allemaal dat hij wel in Canada op het podium heeft gestaan. En waar waren The Jordanaires? Ik heb ze niet gezien of gehoord. Een belangrijker aspect is wellicht dat de details van het hoe en waarom van zijn eerste opname bij Sun onbesproken blijven. Toch een gewichtig punt in zijn carrière, zo lijkt me. Dit komt waarschijnlijk omdat de film uitgaat van de invalshoek van Colonel Tom Parker. Hij is natuurlijk nooit bij het áller-állereerste moment aanwezig geweest. Zijn kant van het verhaal wordt vanuit zijn eigen perspectief, vanuit zijn eigen ogen, verteld. Letterlijk, want hij is hier de verteller van het verhaal. Je mag zelf invullen wanneer Parker's zakenbehartiging goed of minder goed voor Elvis’ carrière is geweest. We zullen immers nooit weten wat er was gebeurd als hij de paden die Tom Parker plaveide wél of juist níet had genomen. De ’69 Comeback Special lijkt me echter wel een voorbeeld van een positieve wending aan Elvis carrière, een wending waarvoor Elvis zélf had gezorgd.
Ik ga hier niet de hele levensloop van Elvis Presley herkauwen. Wat me opviel is dat als je de film in tweeën hakt, namelijk voor en na de pauze, het eerste deel geheel gaat over Elvis (opkomst) in de jaren ’50. Ik vind het altijd prachtig om te zien hoe filmregisseurs zich budgettair mogen uitleven in het neerzetten van een bepaald tijdsbeeld (de auto’s, de kleding, het straatbeeld enzovoorts). In dit geval is filmregisseur Baz Luhrmann er erg in geslaagd een visueel spektakel neer te zetten, zoals we bijvoorbeeld Elvis als jonge tiener zien, stiekem genietend van de zwarte rhythm & blues in de opwindende juke joints in de arme buurten.
Deze aanwezigheid van zwarte pré-rock ‘n’ roll muziek vormt een werkelijke ode aan waar Elvis de mosterd vandaan haalde. Dit betekent natuurlijk ook dat (als je net als ik vooral fan ben van Elvis’ rockabilly- en rock ‘n’ roll periode) je een muzikaal feest der herkenning meemaakt, al zul je je soms verbazen om de songkeuze, die niet altijd zo voor de hand liggend is. Ik hoorde her en der zelfs wat rap- en hiphop-fratsen (!) die de plank compleet misslaan. Wellicht is dit om het jonge publiek te pleasen, maar mijn nekharen gingen er van overeind staan. Want wat heeft deze muziek in Godsnaam met Elvis te maken? Nee, die soundtrack hoef ik niet nog een keer te luisteren. Bovendien hoor je de Elvis songs niet altijd door Elvis zelf zingen, al doet hoofdrolspeler Butler het niet slecht in de songs die hij zelf mocht vertolken. Check het zelf op Spotify.
Natuurlijk ga ik niet verklappen hoe het verhaal eindigt (ik hou niet van spoilers, haha!), maar het zal je gaan ontroeren hoe de regisseur het einde heeft aangepakt. Het grote publiek smult van zo’n einde, zoals het grote publiek zal genieten van de hele film. Ik heb uiteraard opgelet wat voor soort publiek er in de bioscoopzaal zat en dat was erg gemêleerd, van jong en oud, van kenners en liefhebbers tot algemene filmliefhebbers. Wellicht hebben die jongeren voor het eerst rockabilly gehoord! En waar zagen we de film? In Breda. Juist, de woonplaats van Andreas Cornelis Van Kuijk alias Colonel Tom Parker…
Check de trailer op YouTube (Frans van Dongen)

 

CD Recensie

6 juli 2022

THAT'LL FLAT GIT IT Vol. 39:
ROCKABILLY & ROCK 'N' ROLL FROM THE VAULTS OF UNITED ARTISTS RECORDS

Bear Family, BCD17639
English version: see below

Begin dit jaar verscheen reeds Volume 40, nu is er ook Volume 39 in deze nooit eindigende voortreffelijke reeks die de vooral blanke rock 'n' roll inventariseert label per label per label. Dit keer zijn United Artists en zusterlabel Unart aan de beurt, een van de platenlabels na de tweede wereldoorlog en vooral in de jaren '50 opgericht door filmstudio’s die logischerwijs in de eerste plaats mikten op het uitbrengen van film soundtracks. UA werd opgericht in 1957 door de gelijknamige filmstudio en bracht ook flink wat rock 'n' roll uit, wat hier een prima CD met 33 tracks 1958-1962 oplevert.
Het bekendste rock 'n' roll nummer op United Artists en op de CD is wellicht de vorig jaar overleden Billy Eldridge's donderende rockabilly roller Let's Go Baby, maar ook de grote George Jones zat op United Artists en zou daar een aantal van zijn grootste country successen scoren zoals The Race Is On. Dezelfde sessie begin 1962 waar hij zijn mega countryhit She Thinks I Still Care opnam leverde het hier aanwezige Root Beer op, een niet-alcoholische parodie of vervolg op zijn eigen White Lightning. Een andere bekende naam is gitarist Al Casey, en zijn bijdrage The Stinger is een stevige, stoere uptempo gitaar instro met sax, geluidseffecten en op de achtergrond Duane Eddy yells. Nog meer sterk instrumentaal werk is de zware sax grinder The Green Mosquito van The Tune Rockers waarin flink op een mug wordt gemept (doe uzelf een plezier en zoek op YouTube hun TV clip op met een schitterende choreografie). B-kant Warm Up klinkt hetzelfde maar sneller, hoger op de sax gespeeld en met toevoeging van tingel tangel piano. De opvallendste naam op de CD is misschien Jackie Frisco, een Britse zangeres die begin jaren '60 zoveel succes had live on stage in Zuid-Afrika dat haar Zuid-Afrikaanse zwager Mickie Most haar gelijk inviteerde in de opname studio. Haar haast semi-akoestische cover van When You Ask About Love van The Crickets met een hoog Lolita gehalte werd een hit in Zuid-Afrika, en de door Rory Blackwell geschreven female rocker Wait A Minute op de B-kant is eveneens eerder interessant dan goed te noemen en muzikaal beter dan vocaal. Waarom Jackie Frisco dan zo'n opvallende naam is? Ze werd eind 1964 de vierde echtgenote van Gene Vincent! Een andere zangeres op de CD is Joyce Davis met het early sixties Superman, en Black And White Thunderbird is opgewekte catchy meidenpop uit 1959 van The Delicates met in de rangen Peggy Santiglia, in 1963 leadzangeres van The Angels op My Boyfriend's Back. Ondanks de backing vocals erg goeie doch compleet vergeten gedreven rock 'n' roll is Hunt Stevens' Johnny On The Spot en Wes Bryan's Freeze, en bijzonder wild is Chuck Wiley's stop-start sax rocker Tear It Up (niet die van Johnny Burnette). Hungry van Ralph & Randy is een beter dan gemiddelde teen rocker, meer standaard teen rock is de rockaballad Yes That's Love van het duo Ray & Lindy. Een stroll met één oog op de pop markt is Brein Fisher's Double Dating en de strollers mogen verder stappen op Major Bill Smith's early sixties productie That Cat van "Mac Clinton", pseudoniem van mondharmonica speler Delbert McClinton begeleid door The Straitjackets, dezelfde groep met wie McClinton Bruce Channel zou begeleiden op Hey Baby. Nog meer early sixties is de popcorn They Took John Away van Hoyt Hudson. Een erg knap nummer is de exotische, intense upbeat doo-wop stroll Desire, blijkbaar de enige single ooit opgenomen door ene Sal Mure. Inzake covers houdt Denny Reed zich aan Carl Mann's arrangement van I'm Comin' Home maar voegt een parlando stuk toe. Het nummer werd geschreven door Charlie Rich en ook opgenomen door Elvis, maar Reed moet niet onderdoen voor zijn bekendere collega’s. Geen cover maar het klinkt wel zo is Chuck Wiley's grinder ballade Right By My Side dat lijkt op Trying To Get To You. De CD sluit af met de swamp popballade Sometime van Gene Thomas, en dan hebben we het nog geeneens gehad over Rock 'n 'Roll Age van The Four J's (de groep die Fabian begeleidde op I'm A Man en Hound Dog Man), Ronnie Brent's My Sweet Verlene, Chuck Wiley's Shake Up The Dance en Brien Fisher's It's Up To You die allemaal op het ereschavotje mogen plaatsnemen. Drie nummers stonden al eerder op That'll Flat Git It Vol 12: Rockabilly From The Vaults Of Imperial Records, namelijk Billy Eldridge's Let's Go Baby, Warren Miller's Everybody's Got A Baby But Me en Sammy Gowans' flitsende Rockin' By Myself (B-kant Kissin' At The Drive-In mag er ook wezen). Samenvatting: eens te meer een uitstekende CD in een nog steeds uitstekende reeks, met 28 pagina’s track-per-track info van de hand van vaste Bear Family scribent Bill Dahl.
Info: www.bear-family.com (Frantic Franky)

Volume 40 was already out earlier this year, and here's Volume 39 in this never-ending series that inventories white rock 'n' roll label by label by label. This time the spotlight shines on United Artists and its sister label Unart, one of several record labels founded by film studios after the second world war and especially in the 1950s, originally quite logically focussing on releasing film soundtracks. UA, founded in 1957 by the film studio of the same name, also released a lot of rock 'n' roll, which results in an excellent CD with 33 tracks 1958-1962.
The best known rock 'n' roll song on United Artists and on the CD is probably the thundering rockabilly roller Let's Go Baby by Billy Eldridge who died last year, but also the great George Jones was on United Artists where he scored some of his biggest country hits such as The Race Is On. At the same session in early 1962 where he recorded his mega country hit She Thinks I Still Care he laid down the song Root Beer as featured on this CD, a non-alcoholic parody or sequel to his own White Lightning. Another familiar name is guitarist Al Casey whose The Stinger is a solid, sturdy uptempo guitar instro with sax, sound effects and Duane Eddy yells in the background. Other strong instrumental work is The Tune Rockers' heavy sax grinder The Green Mosquito in which a mosquito gets swatted (do yourself a favour and look up the video clip on YouTube with their brilliant choreography). Flip side Warm Up sounds the same but is faster, played higher on the sax and adds honky tonk piano. The most striking name on the CD is perhaps Jackie Frisco, a British singer who had so much success live on stage in South Africa in the early 1960s that her South African brother-in-law, Mickie Most, immediately invited her into the recording studio. Her almost semi-acoustic cover of The Crickets' When You Ask About Love with a high Lolita factor became a hit in South Africa, and the Rory Blackwell written female rocker Wait A Minute on the B-side is also more interesting than good and musically better than vocally. So what's the deal with Jackie Frisco? In late 1964 she became the fourth Mrs. Gene Vincent! Another female singer on the CD is Joyce Davis with the early sixties Superman, and Black And White Thunderbird is cheerful catchy 1959 girl group sound by The Delicates featuring Peggy Santiglia, in 1963 lead singer of The Angels on My Boyfriend's Back. Very driven exciting rock 'n' roll despite the backing vocals but completely forgotten are Hunt Stevens' Johnny On The Spot and Wes Bryan's Freeze, and Chuck Wiley's stop-start sax rocker Tear It Up (not Johnny Burnette's) is particularly wild. Ralph & Randy's Hungry is a better than average teen rocker, Ray & Lindy's rockaballad Yes That's Love is more standard teen rock. Brein Fisher's Double Dating is a stroll with one eye on the pop market and the strollers can keep on strollin' on Major Bill Smith's early sixties production That Cat by "Mac Clinton", pseudonym of harmonica player Delbert McClinton accompanied by The Straitjackets, the same group with whom McClinton would accompany Bruce Channel on Hey Baby. More early sixties stuff is Hoyt Hudson's popcorn They Took John Away, and a very good song is the exotic, intense upbeat doo-wop stroll Desire, apparently the only single ever recorded by one Sal Mure. In terms of covers Denny Reed sticks to Carl Mann's arrangement of I'm Comin' Home but adds a parlando part. The song was written by Charlie Rich and also recorded by Elvis, but Reed's version is not inferior to his more famous colleagues. Not a cover but sounding like one is Chuck Wiley's grinder ballad Right By My Side which is not dissimilar to Trying To Get To You. Our visit to United Artists ends with Gene Thomas' swamp pop ballad Sometime, and we didn't even get around to Rock 'n' Roll Age by The Four J's (the group that accompanied Fabian on I'm A Man and Hound Dog Man), Ronnie Brent's My Sweet Verlene, Chuck Wiley's Shake Up The Dance and Brien Fisher's It's Up To You which all get honourable mentions. Three tracks were already on That'll Flat Git It Vol 12, Rockabilly From The Vaults Of Imperial Records: Billy Eldridge's Let's Go Baby, Warren Miller's Everybody's Got A Baby But Me and Sammy Gowans' flashy Rockin' By Myself (B-side Kissin' At The Drive-In is also a winner). Summary: once again an excellent CD in a still excellent series, with 28 pages of track-by-track info by regular Bear scribe Bill Dahl.
Info: www.bear-family.com (Frantic Franky)


120 YEARS OF THE CADILLAC CAR
Atomicat, ACCD117
English version: see below

Toen ik pas in de rock 'n' roll stapte behoorden Boppin' Cadillac en Boppin' Buick tot my favoriete verzamel-LP’s. Een Cadillac heb ik nog steeds niet maar die platen nog altijd, en Boppin' Cadillac is zo'n beetje het prototype van deze door DJ Mark Armstrong samengestelde CD met 30 tracks 1948-1962 met de merknaam Cadillac in de songtitels, vermeld in de songtekst of uitgevoerd door bands met het woord Cadillac in de groepsnaam, met als excuus de 120ste verjaardag op 22 augustus 2022 van de oprichting in 1902 van dat automerk, notabene door Henry Ford. Ik heb geen idee over welke auto in de jaren '50 de meeste songs zijn gemaakt, maar het zou me niet verwonderen moest dat inderdaad de Caddie geweest zijn, want die groeide uit tot een symbool van de autogekke fabulous fifties, en dan nog liefst een roze Cadillac.
Zes van de 20 nummers van Boppin' Cadillac (en zeven van de 30 tracks van de Buffalo Bop CD Rockin' Cadillac) worden hernomen op 120 Years Of The Cadillac Car, maar het grote verschil is dat de Atomicat CD in tegenstelling tot die twee andere releases niet alleen rock 'n' roll/rockabilly bevat maar ook de zwarte kant van de medaille belicht: misschien was de Cadillac voor de gekleurde en daardoor minder kapitaalkrachtige Amerikaan nóg onbereikbaarder en daardoor ook in de zwarte muziek een statusobject waarop dromen en verwachtingen werden geprojecteerd. De oudste opnames op de CD, beide uit 1948, zijn zwart, Jimmy Liggins' rockende boogie Cadillac Boogie en de croonender Convertable Cadillac van The Trenier Twins die klinkt als een opsomming van de opties van de lokale Cadillac dealer. Die twee stijlrichtingen zijn representatief voor de andere oude zwarte opnames hier: Willie Brown's Cadillac Boogie, Hot Lips Page's The Cadillac Song en Roy Brown's Cadillac Baby dansen de rhythm 'n' blues swing, I Want A Lavender Cadillac uit 1951 van Lavern Baker onder de naam Bea Baker klasseer je eerder bij de jazzy crooners, en Ricky Harper's A Pretty Girl A Cadillac And Some Money swingt lui tussen die twee in. Het bluesrock front wordt vertegenwoordigd door Jerry McCain's Courtin' In A Cadillac, maar de hoofdmoot is uiteraard weggelegd voor rockers in alle modellen. Min of meer bekende rockers, deels omdat ze destijds op die Boppin' Cadillac stonden, zijn Baker Knight's Bring My Cadillac Back ("I gotta find my baby and bring her back 'cause she ran off with my Cadillac. I really need her and I want her back, but if I had my choice I'd take the Cadillac") en de roze Cadillacs van Hal Willis' My Pink Cadillac, Larry Dowd's stevige Pink Cadillac en Donnie Huffman's softere Pink Cadillac (And A Red Headed Girl). Gemener zijn de zwarte Cadillacs bestuurd door Sonny Wallace (Black Cadillac) en door zangeres Joyce Green (zelfde titel, andere song) met wie het aan de tekstflard "I'm gonna buy me a pistol, a great big 45, I'm gonna bring you back baby, dead not alive, I'm gonna ride to your funeral in a black Cadillac" te horen bijzonder kwaad kersen eten is. En omdat het blinkie blinkie mag willen The Aquatones een Solid Gold Cadillac voor hun lief! De bekendste nummers zijn Bob Luman's existentiële Red Cadillac And A Black Moustache, en Bo Diddley rijdt twee keer blokje rond met de rockers Cadillac en Hey Bo Diddley met het tekstfragment “hollerin'my baby got towed away, slipped on from me like a Cadillac Eight”. Geen zwarte muziek op een Atomicat rock 'n' roll CD zonder blanke tegenhanger en dus valt op 120 Years Of The Cadillac ook hillbilly boogie te horen met het door de neus gezongen Cadillac Blues van Don Churchill & his Texas Mavericks uit 1952 en Bob Wills' door rhythm 'n' blues beïnvloede Cadillac In Model A, een radio transcriptie uit 1954 met Wills' jongste broer Billy Jack Wills achter de microfoon.
Groepen die de inspiratie voor hun naam haalden bij de Cadillac waren uiteraard The Cadillacs met de bekende snellemans Speedo, maar ook The El Dorados (naar de Cadillac Eldorado, in productie van 1952 tot 2002) met de uptempo doo-wop rocker Rock ‘n’ Roll Is For Me, niet te verwarren met Those Four Eldorados (de bizarro zwarte rocker Go Little Susie), exact dezelfde groep maar dan op een ander label. Geflipte blanke sax rock 'n' roll is er met Aw C'mon Baby van Myron Lee & the Caddies. De CD eindigt met een stuk of zeven nummers waarin het vlaggenschip aller jaren '50 auto’s vermeld wordt in de lyrics, zoals Big Boy Groves's gesproken stop-start opus ?I Gotta New Car, Young Jessie's gelijkaardige Mary Lou, en het doo-woppende Coupe De Ville Baby van The Medallions die nog een keertje voorbijrijden als Vernon Green & the Medallions met Pushbutton Automobile. Die Medallions hadden duidelijk iets met automobielen want ze namen voorts ook Speedin', Buick 59 en zelfs 59 Volvo op! Wanda Jackson's Baby Loves Him ("baby fell for a cat with the blue suede shoes, drives a pink Cadillac and never sings the blues") klinkt als Gene Vincent anno 1956 en Ron Haydock covert Chuck Berry's Maybelline (“I saw Maybelline in a Coupe De Ville, a Cadillac a-rollin’ on an open road") op - typisch Ron Haydock - onorthodoxe blanke, haast dreigende wijze. Excellente compilatie waarmee wij die onze boodschappen nog steeds zoveel mogelijk met de fiets en de benenwagen doen graag een eind weg dromen van tijden waarin de benzine nog niet zo schrikkelijk duur was.
Info: www.vintagerockinroots.com (Frantic Franky)

When I discovered rock 'n' roll Boppin' Cadillac and Boppin' Buick were among my favourite compilation LP’s. I still don't have a Cadillac, but I do hang on to those two LP’s, and Boppin' Cadillac is pretty much the prototype of this CD compiled by DJ Mark Armstrong featuring 30 tracks 1948-1962 with the brand name Cadillac in the song titles, mentioned in the lyrics or performed by groups with the word Cadillac in the band name, marking the 120th anniversary on 22 August 2022 of the car manufacturer's founding in 1902, by Henry Ford of all people. I have no idea about which car most songs were made in the fifties, but it would not surprise me if it was indeed the Caddie, because it became a symbol of the car crazy fabulous fifties, preferably a pink Cadillac. Six of the 20 tracks on Boppin' Cadillac (and seven of the 30 tracks on Buffalo Bop's Rockin' Cadillac CD) are reprised on 120 Years Of The Cadillac Car, but the big difference is that unlike the other two releases the Atomicat CD not only features rock 'n' roll/rockabilly but also the black side of the coin: perhaps for coloured and inherently less wealthy Americans the Cadillac was even more unattainable and therefore also in black music a status object on which dreams, hopes and expectations were projected. The oldest recordings on the CD, both from 1948, are black, Jimmy Liggins' rockin' boogie Cadillac Boogie and the Trenier Twins' crooning Convertible Cadillac which sounds like a listing of the local Cadillac dealer's options catalogue. Those two styles are representative of the other older black recordings here: Willie Brown's Cadillac Boogie, Hot Lips Page's The Cadillac Song and Roy Brown's Cadillac Baby dance to rhythm 'n' blues swing, Lavern Baker's 1951 I Want A Lavender Cadillac recorded as Bea Baker is more like a jazzy crooner, and Ricky Harper's A Pretty Girl A Cadillac And Some Money swings lazily in between the two. The blues rock front is represented by Jerry McCain's Courtin' In A Cadillac, but the main part of the CD is of course dedicated to rock 'n' roll in all shapes and sizes. More or less famous tracks, partly because at the time they were included on that Boppin' Cadillac LP, are Baker Knight's Bring My Cadillac Back ("I gotta find my baby and bring her back 'cause she ran off with my Cadillac. I really need her and I want her back, but if I had my choice I'd take the Cadillac") and the pink Cadillacs of Hal Willis's My Pink Cadillac, Larry Dowd's tough Pink Cadillac and Donnie Huffman's softer Pink Cadillac (And A Red Headed Girl). Mixed in are the black Cadillacs driven by Sonny Wallace (Black Cadillac) and by singer Joyce Green (same title, different song) who's no to be messed with judging from lyrics like "I'm gonna buy me a pistol, a great big 45, I'm gonna bring you back baby, dead not alive, I'm gonna ride to your funeral in a black Cadillac". And because there's something like bling bling The Aquatones want a Solid Gold Cadillac for their sweetheart! The best known songs are Bob Luman's existential Red Cadillac And A Black Moustache, and Bo Diddley drives around the block twice with the rockers Cadillac and Hey Bo Diddley which contains the sentence "hollerin'my baby got towed away, slipped on from me like a Cadillac Eight". No black music on an Atomicat rock 'n' roll CD without its white counterpart and 120 Years Of The Cadillac also features hillbilly boogie with Don Churchill & his Texas Mavericks who sing their 1952 Cadillac Blues through their nose and Bob Wills' rhythm 'n' blues influenced Cadillac In Model A, a 1954 radio transcription with Wills' youngest brother Billy Jack Wills behind the wheel.
Groups who got the inspiration for their name from the Cadillac car were of course The Cadillacs with fast boy Speedo, but also The El Dorados (named after the Cadillac Eldorado, in production from 1952 to 2002) with the uptempo doo-wop rocker Rock 'n' Roll Is For Me, not to be confused with Those Four Eldorados (the bizarro black rocker Go Little Susie), in fact the exact same group on another label. Myron Lee & the Caddies' Aw C'mon Baby is flippin' white sax rock 'n' roll. The CD ends with some seven tracks in which the flagship of all fifties cars is mentioned in the lyrics, such as Big Boy Groves's spoken stop-start opus I Gotta New Car, Young Jessie's similar Mary Lou, and the doo- woppin' Coupe De Ville Baby by The Medallions who drive by again as Vernon Green & the Medallions with Pushbutton Automobile. The Medallions clearly had a thing for automobiles as they also recorded Speedin', Buick 59 and even 59 Volvo! Wanda Jackson's Baby Loves Him ("baby fell for a cat with the blue suede shoes, drives a pink Cadillac and never sings the blues") sounds like 1956 Gene Vincent and Ron Haydock covers Chuck Berry's Maybelline ("I saw Maybelline in a Coupe De Ville, a Cadillac a-rollin' on an open road") in typical Ron Haydock fashion in an unorthodox white, almost threatening way. This is an excellent compilation that allows people like me who prefer to go shopping as much as possible by bicycle and on foot to dream about the days when gasoline was not so terribly expensive.
Info: www.vintagerockinroots.com (Frantic Franky)

1 juli 2022

SPOTLIGHT ON/ SAM COOKE
Koko Mojo, KM-CD-159
English version: see below

DJ Mark Armstrong die een CD samenstelt waarop zelfs Frank Sinatra-achtige muziek als I've Got A Right To Sing The Blues staat? Wie had het ooit gedacht! Sam Cooke, de hitmaker van Twistin' The Night Away, What A Wonderful World, Chain Gang en Everybody Loves To Cha Cha Cha, is dan ook niet de eerste de beste maar wel één van de beste en mooiste stemmen uit de popmuziek, een hemelse stem gezegend met de gospel waarin Cooke opgroeide als leadzanger van The Soul Stirrers.
De chronologische 28 track CD 1951-1963 begint toepasselijk met enkele gospel songs van The Soul Stirrers zoals het acapella Jesus Gave Me Water, maar een Soul Stirrers nummer als Touch The Hem Of His Garment is al helemaal de unieke ballade stijl waarmee Cooke beroemd zou worden, zij het nog met het rauwe randje in de zang dat er toen hij solo en werelds ging snel afgevijld werd. Ook Wade In The Water, Jesus Be A Fence Around Me en He's Been A Shelter For Me, alle drie geschreven door Sam Cooke, zijn The Soul Stirrers maar dan met andere leadzangers. Een nummer als Swing Low Sweet Chariot is uiteraard een standaard maar tegelijkertijd een hele bekende gospel, en Ain't That Good News en Happy In Love zijn pop maar dan volledig gebaseerd op gospel, zowel de teksten als de muziek. Dit is geen rock 'n' roll CD omdat Sam Cooke daarvoor te weinig rock 'n' roll heeft opgenomen, maar ondertitel Movin' And Groovin' With Sam Cooke slaat de nagel op de kop zoals de centurioen Jesus aan het kruis sloeg. Cooke's forte waren onweerstaanbaar swingende medium tempo songs vol zorgeloze tralala's in de stijl van Chain Gang dat niet op de CD staat want de hierboven genoemde grote hits zijn allemaal achterwege gelaten. Voorbeelden van Cooke's heupwiegende stijl op deze CD zijn Just For You, Movin' And Groovin', That's It I Quit I'm Movin' On, Love You Most Of All, de cha cha cha Win Your Love For Me, No One (Can Ever Take Your Place) en If I Had You, muziek gebracht met een smile, naast perfecte pop (Long Long Ago, Mary Mary Lou, A Whole Lotta Woman) maar ook uptempo (het amper 1:28 durende Running Wild bekend van Marilyn Monroe in de film Some Like It Hot) en medium tempo swing (Comes Love). Daarnaast staan er ook enkele covers van andermans' hits op zoals The Twist, Shake Rattle And Roll met orgel (meer pop dan rock 'n' roll) en het bluesy Little Red Rooster met orgel. De CD bevat in totaal 20 nummers gezongen door Sam Cooke, vijf van The Soul Stirrers waarvan dus twee met leadzang van Sam Cooke, en drie door Sam Cooke geschreven nummers gezongen door andere artiesten: Pow You're In Love van The Falcons, The Smile van The Simms Twins, en Rome (Wasn't Built In A Day) van Johnnie Taylor, in 1957 Cooke's vervanger bij The Soul Stirrers. Ze zijn alle drie helemaal in Sam Cooke stijl, maar Cooke nam daarvan bij ons weten enkel Rome (Wasn't Built In A Day) ook zelf op.
Samenvatting: niet de hits (het bekendste nummer is Having A Party), maar "het beste van de rest" zoals Koko Mojo zelf zegt. Gelijk hebben ze, want deze CD bespaart u alle trage nummers waar Sam Cooke LP’s als My Kind Of Blues en Night Beat vol mee staan. Sam Cooke werd eind 1964 op 33-jarige leeftijd in nooit helemaal uitgeklaarde omstandigheden doodgeschoten nadat hij een vrouw had proberen aan te randen. Info: www.officialsamcooke.com en www.vintagerockinroots.com (Frantic Franky)

DJ Mark Armstrong compiling a CD that includes Frank Sinatra-styled songs like I've Got A Right To Sing The Blues? Who would ever have thought! Sam Cooke, maker of the hits Twistin' The Night Away, What A Wonderful World, Chain Gang and Everybody Loves To Cha Cha Cha, is one of the best and most beautiful voices in pop music, a heavenly voice blessed with the gospel in which Cooke learned the trade as lead singer of The Soul Stirrers.
The chronological 28 track CD 1951-1963 starts with a couple of gospel songs by The Soul Stirrers like the acapella Jesus Gave Me Water, but a Soul Stirrers song like Touch The Hem Of His Garment already showcases the unique ballad style that Cooke would become famous for, albeit still with the raw vocal edge that was quickly disposed of when he went solo and secular. Also Wade In The Water, Jesus Be A Fence Around Me and He's Been A Shelter For Me, all three written by Sam Cooke, are The Soul Stirrers but with other lead singers. A song like Swing Low Sweet Chariot is of course a standard but at the same time a familiar gospel, and Ain't That Good News and Happy In Love are pop but completely based on gospel, both lyrically and musically. This is not a rock 'n' roll CD because Sam Cooke recorded too little rock 'n' roll for that, but subtitle Movin' And Groovin' With Sam Cooke nails it like the centurion nailed Jesus on the cross. Cooke's forte was irresistibly swinging medium tempo songs full of carefree tralala's in the style of Chain Gang which is not on the CD because the aforementioned big hits have all been left out. Examples of Cooke's ultra cool hip-swaying style on this CD are Just For You, Movin' And Groovin', That's It I Quit I'm Movin' On, Love You Most Of All, the cha cha cha Win Your Love For Me, No One (Can Ever Take Your Place) and If I Had You, music sung with a smile, alongside perfect pop (Long Long Ago, Mary Mary Lou, A Whole Lotta Woman) but also uptempo (the barely 1: 28 Running Wild known from Marilyn Monroe in the film Some Like It Hot) and medium tempo swing (Comes Love). There are a few covers of other people's hits like The Twist, Shake Rattle And Roll with organ (more pop than rock 'n' roll) and the bluesy Little Red Rooster also with organ. The CD contains 20 songs sung by Sam Cooke, five by The Soul Stirrers two of which feature lead vocals by Sam Cooke, and three songs written by Cooke but sung by other artists: The Falcons' Pow You're In Love, The Simms Twins' The Smile, and Rome (Wasn't Built In A Day) by Johnnie Taylor who in 1957 replaced Cooke in The Soul Stirrers. All three are in Sam Cooke's typical style, but to our knowledge he only recorded Rome (Wasn't Built In A Day) himself.
Summary: not the hits (the best known song here is Having A Party), but "the best of the rest" as Koko Mojo says. They're right, as this CD avoids all the slow songs that make up the majority of Sam Cooke LP’s like My Kind Of Blues and Night Beat. Sam Cooke was shot dead in 1964 at the age of 33 in circumstances that were never fully established after he supposedly tried to attack a woman. Info: www.officialsamcooke.com en www.vintagerockinroots.com (Frantic Franky)


SKINNY MINNY: THE BRITS ARE ROCKING Vol. 6/ TONY SHERIDAN
Bear Family, BCD17635
English version: see below

De artiesten op Bear Family's The Brits Are Rocking reeks kan je opsplitsen in enerzijds de rock 'n' roll pioniers als Tommy Steele en Billy Fury en anderzijds de zangers die het mooie weer maakten in het Duitse live circuit zoals Lee Curtis en King Size Taylor, en hùn CD’s bestaan voor het overgrote deel uit covers. Tot de tweede soort behoort zanger-gitarist Tony Sheridan, samen met Taylor en Curtis een van de top attracties in Hamburg in de dagen van de Star Club. Sheridan was niet de eerste de beste: hij was gastgitarist in het TV programma Oh Boy, speelde naar eigen zeggen gitaar op Right Behind You Baby en I Like Love van Vince Taylor, en stond in 1960 mee op de affiche van de fatale Britse tour van Eddie Cochran en Gene Vincent. In juni van datzelfde jaar was hij een van de eerste Britse muzikanten die de overstap naar de St. Pauli uitgaansbuurt in Hamburg maakten. Wat en waar en wanneer en met wie hij er speelde staat van naaldje tot draadje uitgelegd in het dikke CD booklet van 40 pagina’s, maar waar het om gaat is dat Sheridan achteraf een heel klein beetje wereldberoemd werd door zijn associatie met de jonge Beatles. The Beatles, zonder Ringo Starr (drummer was toen nog Pete Best), kwamen in augustus 1960 ook naar Hamburg, fungeerden korte tijd als Sheridan's begeleidingsband en maakten er in juni 1961 met hem hun eerste professionele opnames, zij het onder de naam The Beat Brothers omdat "pidel" in het Duits zoveel betekent als piemel! Die opnames met orkestleider Bert Kaempfert als producer die resulteerden in de Tony Sheridan & the Beat Brothers single My Bonnie/ The Saints (When The Saints Go Marching In) zijn sindsdien uiteraard heel vaak gerecycleerd maar altijd met enige onduidelijkheid omgeven gebleven omdat er ook Tony Sheridan & the Beat Brothers opnames zijn waarbij die Beat Brothers niét The Beatles waren. Bear Family maakte in 2001 al de definitieve Tony Sheridan & the Beatles anthologie met de dubbel-CD (BCD16583) Beatles Bop Hamburg Days waarop de in totaal 10 songs die ze in juni 1961 en mei 1962 samen opnamen te horen zijn in 38 mono en stereo versies, remixes, overgedubde en alternatieve versies. Drie ervan staan ook op deze CD, namelijk de sympathieke rechtdoor rocker My Bonnie (het bekende liedje My Bonnie Lies Over The Ocean) met de Engels gesproken intro (er is ook een versie met een Duitse intro), de stereo versie van When The Saints Go Marching In, en een van de drie versies van het rustige, broeierig bluesy Take Out Some Insurance On Me Baby.
Door zijn associatie met The Beatles worden Sheridan's eigen platen te vaak over het hoofd gezien, maar deze CD bevat 29 Polydor opnames 1961-1965 afkomstig van singles en van de LP’s Tony Sheridan & the Beat Brothers: My Bonnie (1961, waarop dus voor het overgrote deel The Beatles niét meespeelden) en Just A Little Bit Of Tony Sheridan (1964), met Get On The Right Track Baby, Ready Teddy, Hallelujah I Love Her So, Let’s Twist Again, Whole Lotta Shakin’ Goin’ On, Just a Little Bit en Mary Ann voor het eerst legaal op CD. De covers zijn weer eens in de meerderheid, niet alleen van rock 'n' roll klassiekers als Shake Rattle And Roll, Ready Teddy, Jambalaya, You Are My Sunshine en Skinny Minny (Bill Haley), maar ook verrassender van Dion's stroll Ruby Baby met Joey Dee & the Starliters op backing vocals en van Get On The Right Track Baby, bekend als rockabilly van Joe Clay maar oorspronkelijk een zwart nummer van Titus Turner, hier erg jazzy swingend in 1964 met onder meer een orgeltje in de gelederen, orgel dat ook opduikt in Let's Dance (Chris Montez) met een erg jazzy gitaarsolo en in de fake live orgel twist Ya Ya in twee Parts. Er is nog meer twist met Let's Twist Again en op een andere dansrage wordt ingespeeld met het stroll ritme van Let's Slop van de Duitse zanger Mike Roger. Op Whole Lotta Shakin' Goin' On, What'd I Say en Swannee River klinkt Sheridan's stem een beetje als Jerry Lee Lewis, en de in violen verpakte ballade Ich Lieb Dich So is een Duitstalige cover van Ben E. King's Ecstasy, ook maar dan in het Engels gedaan door Lee Curtis en door Johnny Kidd & the Pirates. De enige eigen composities zijn Top Ten Twist, een beschaafde rocker op twist tempo, en het pure sixties Shake It Some More uit 1965. Al even sixties is het funky My Babe uit 1964. Naarmate de sixties vorderden evolueerde Sheridan steeds meer naar de blues en de jazz, getuige Madison Kid met een paar Duitse woorden in de Engelse tekst, een nummer origineel van Kid Burbank, pseudoniem van... Helmut Zacharias! Het jazzy Sweet Georgia Brown (1964) heeft opnieuw een prominent orgel dat ook terugkomt in Hey Ba Ba Re Bop (1965), en al even bluesy zijn Kansas City (1964), Mary Ann (Ray Charles) en Just A Little Bit (1964 van The Townsmen, de groep van het Save The Last Dance For Me antwoord You're Having The Last Dance With Me). Het CD booklet is erg goed geschreven (auteur is de mij geheel onbekende Roland Heinrich Rumtreiber die al eerder de booklets voor "Europese" rock 'n' roll compilaties op Bear Family verzorgde) en dat is iets wat ik niet snel zeg wanneer er ook een psychologische en zelfs een astrologische analyse van de zanger en zijn jeugd wordt gemaakt! Om de CD te waarderen moet je natuurlijk wel bestand zijn tegen al die covers, in de wetenschap dat deze platen de neerslag vormden van het live entertainment aangeboden in het Hamburgse nachtleven, soms ingeblikt als party muziek volgens de live formule van een stiller stuk en dan terug de gas erop. Niet alles hier klinkt even geïnspireerd maar Sheridan's talent is overduidelijk op nummers als Ruby Baby, en de reden dat hij nooit definitief doorbrak is wellicht te zoeken in een combinatie van opgebrand en een kort lontje. De enige niet-Beatle die lead zong op een Beatles single die de hitparade haalde nam in 1981 nog een album op met de TCB Band en werd in de jaren '80 lid van de Bhagwan. Hij overleed in Hamburg in 2013 op 72-jarige leeftijd na een hartoperatie. Volume 8 van The Brits Are Rocking met Vince Taylor in de hoofdrol verscheen op 3 juni, Volume 7 staat nog on hold.
Info: www.bear-family.com (Frantic Franky)

The artists featured on Bear Family's The Brits Are Rocking series can be divided into two categories: the pioneers like Tommy Steele and Billy Fury, and the singers who became famous on the German live scene like Lee Curtis and King Size Taylor, and their CD’s consist for the most part of covers. Singer-guitarist Tony Sheridan falls into the second category and was one of the top draws in Hamburg in the Star Club days together with Taylor and Curtis. He wasn't just anybody, being a guest guitarist on the TV show Oh Boy, laying claim to have played guitar on Vince Taylor's Right Behind You Baby and I Like Love, and sharing the bill with Eddie Cochran and Gene Vincent on their fatal British 1960 tour. In June of the same year he was one of the first British musicians to make the move to Hamburg's St. Pauli entertainment district. What and where and when and with whom he played there is explained in detail in the 40 page CD booklet, but what matters is that Sheridan became a little bit world famous a little bit later through his association with the young Beatles. The Beatles, without Ringo Starr (their drummer at the time was Pete Best), came to Hamburg in August 1960, acted for a short spell as Sheridan's backing band and made their first professional recordings with him in June of 1961, albeit under the name The Beat Brothers because "pidel" in German is slang for penis! These recordings produced by orchestra leader Bert Kaempfert resulting in the Tony Sheridan & the Beat Brothers 45 RPM My Bonnie/ The Saints (When The Saints Go Marching In) have been recycled countless times since but always remained a bit of a mystery as there are also Tony Sheridan & the Beat Brothers recordings on which The Beat Brothers were not The Beatles. Bear Family already produced the definitive Tony Sheridan & the Beatles anthology in 2001 with the double CD (BCD16583) Beatles Bop Hamburg Days on which the total of 10 songs they recorded together in June 1961 and May 1962 can be heard in 38 mono and stereo versions, remixes, overdubs and alternative versions. Three of those are also on this CD, the sympathetic straight forward rockin' My Bonnie (the well known song My Bonnie Lies Over The Ocean) with the English spoken intro (there is also a version with a German intro), the stereo version of When The Saints Go Marching In, and one of the three versions of the relaxed, sultry bluesy Take Out Some Insurance On Me Baby.
Because of his association with The Beatles Sheridan's own output is often overlooked, but this CD contains 29 Polydor recordings 1961-1965 originally issued on 45s and on the LP’s Tony Sheridan & the Beat Brothers: My Bonnie (1961, on which for the most part The Beatles did not play) and Just A Little Bit Of Tony Sheridan (1964), with Get On The Right Track Baby, Ready Teddy, Hallelujah I Love Her So, Let's Twist Again, Whole Lotta Shakin' Goin' On, Just a Little Bit and Mary Ann making their legal CD debut. Once again the majority of the tracks are covers, of not only rock 'n' roll classics like Shake Rattle And Roll, Ready Teddy, Jambalaya, You Are My Sunshine and Skinny Minny (Bill Haley), but also more surprisingly Dion's stroll Ruby Baby with Joey Dee & the Starliters on backing vocals and Get On The Right Track Baby, a popular rockabilly track by Joe Clay but originally a black song by Titus Turner, here in 1964 very jazzy swinging with an organ in the ranks, organ which also appears in Let's Dance (Chris Montez) with a very jazzy guitar solo and in the two Parts of the fake live organ twist Ya Ya. There's more twist with Let's Twist Again and another dance craze is the stroll rhythm of Let's Slop, originally done by German singer Mike Roger. On Whole Lotta Shakin' Goin' On, What'd I Say and Swannee River Sheridan's voice sounds not unlike Jerry Lee Lewis, while the violin wrapped ballad Ich Lieb Dich So is a German language cover of Ben E. King's Ecstasy, also done in English by Lee Curtis and by Johnny Kidd & the Pirates. Sheridan's only original compositions are Top Ten Twist, a civilised rocker based upon a twist tempo, and the pure sixties sounds of 1965's Shake It Some More. Equally sixties is 1964's funky My Babe. As the sixties progressed Sheridan veered more and more towards blues and jazz, as evidenced by Madison Kid with a few German words in the English lyrics, a song originally done by Kid Burbank, pseudonym of... Helmut Zacharias! The jazzy Sweet Georgia Brown (1964) again features a prominent organ that also returns in Hey Ba Re Bop (1965), and just as bluesy are Kansas City (1964), Mary Ann (Ray Charles) and Just A Little Bit (1964, originally done by The Townsmen, the group of the Save The Last Dance For Me answer You're Having The Last Dance With Me).
The CD booklet is expertly written by Roland Heinrich Rumtreiber (no idea who this guy is but he already did the booklets for other "European" rock 'n' roll comps on Bear Family) and that's something I don't say very often when including a psychological and even an astrological analysis of the performer's childhood! To appreciate the CD you have to be able to stand all those covers though, in the knowledge that they represent the live entertainment on offer in Hamburg's nightlife, sometimes recorded as party music following the proven live formula of a calmer part followed by picking up the volume and speed again. Not everything here sounds equally inspired but Sheridan's talent is obvious on songs like Ruby Baby, and the reason he never really made it may be a combination of a burn out and a short fuse. The only non-Beatle to sing lead on a Beatles 45 that made the charts afterwards recorded an album with the TCB Band in 1981 and became a member of the Bhagwan in the 1980s. He died in Hamburg in 2013 at the age of 72 following heart surgery. Volume 8 of The Brits Are Rocking featuring Vince Taylor was released on June 3, Volume 7 has been delayed. Info: www.bear-family.com (Frantic Franky)





Lees hier de oudere recensies

Terug naar de voorpagina