(reclame)


Je recente release (muziek, boek of wat dan ook) gerecenseerd op onze website? Stuur deze dan naar de hoofdredactie!
Your recent release (music, book or whatever) reviewed on our website? Send it to our editor-in-chief!

 

Video Recensies

30 november 2022

NETFLIX STREAMING DOCUMENTAIRE: THE MYSTERY OF MARILYN MONROE:
THE UNHEARD TAPES

Regisseur: Emma Cooper

Anthony Summers schreef in 1985 het boek Goddess, The Secret Lives Of Marilyn Monroe, het resultaat van 650 interviews met mensen die Marilyn Monroe kenden of onrechtstreeks betrokken waren bij haar overlijden op 4 augustus 1962. Die interviews, opgenomen op cassette, vormen de basis van deze documentaire die er kwam omdat Summers bijna 40 jaar later over meer en nieuwe informatie beschikte, informatie die hij verwerkte in een update van Goddess die dit jaar verscheen, publicitair gezien geen slechte keuze omdat het in 2022 exact 60 jaar geleden was dat MM overleed. Enerzijds zijn een aantal mensen overleden waardoor ze nu bij naam genoemd kunnen worden, anderzijds hebben sommige mensen voor hun overlijden extra dingen gezegd, en er zijn meer geklasseerde overheidsdocumenten vrijgegeven. Mijn eerste gedachte was: audio interviews, dat kan nooit boeien. Fout, want dit is een interessante en vakkundig gemaakte documentaire waarin we Summers volgen terwijl hij de feiten nog eens overloopt en op een rijtje zet, gebruik makend van lip sync, het tegenovergestelde van nasynchronisatie: de stemmen die we horen zijn de echte van de originele interviews, maar ze worden "uitgesproken" door acteurs, gefilmd op een sobere maar effectieve manier. We horen tevens interviewfragmenten van MM zelf, al is dat vooral om het geheel meer body te geven: uit alle audio van Marilyn's stem kan je immers knippen wat je wil. De manier waarop de documentaire in beeld werd gebracht en verluchtigd met foto’s en beeldfragmenten is dus geslaagd, al lijkt anderhalf uur (de documentaire duurt 1h40) me het maximum voor de gemiddelde attention span van de gemiddelde kijker.
De thesis van Goddess was tweeledig. Enerzijds werd de actrice die de jaren '50 belichaamde niet vermoord (niets wijst daarop, aldus Summers) maar pleegde ze bewust of per ongeluk zelfmoord, en anderzijds was Robert Kennedy, de broer van de Amerikaanse president John F. Kennedy en op dat moment minister van justitie, betrokken bij een cover up om alle informatie en bewijs dat wees op haar betrokkenheid met de Kennedy's te doen verdwijnen. Dat is dan ook de stelling van deze Netflix documentaire die ter zake komt na een biografische inleiding van 13 minuten die er vooral op gericht lijkt te willen suggereren dat MM er niet vies van was haar lichamelijke charmes in de strijd te werpen ter bevordering van haar prille carrière. Ook het interviewfragment waarin MM zegt als kind misbruikt te zijn geweest heeft een voyeuristisch tintje. Maar we gingen ter zake komen, en de kern van de zaak is dat het tijdsverloop van MM's overlijden niet klopt, aldus Summers. Volgens de officiële versie werd het sexsymbool om 3u30 in de ochtend dood aangetroffen in bed door Ralph Greenson (sinds 1960 MM's psychiater), gealarmeerd door MM's huishoudster Eunice Murray die licht zag branden in haar afgesloten slaapkamer. Greenson brak binnen langs een raam en trof haar levenloze lichaam aan. MM werd door haar arts dood verklaard om 3u50, de politie werd gebeld om 4u25. Dit alles speelt zich af tegen de spannende achtergrond van de Kennedy's en hun zwager Peter Lawford (eveneens geïnterviewd door Summers, al komt uit hem niets anders dan wat gesnik en de vage bewering dat hij naar de telefoonmaatschappij belde omdat MM's telefoon op bezettoon bleef en dat ie er naartoe had moeten gaan), de FBI die MM observeerde omdat haar echtgenoot, toneelschrijver Arthur Miller, geboekstaafd stond als communist, de CIA, en de maffia en de machtige truckers vakbond van Jimmy Hoffa die het vuur aan de schenen gelegd kregen en dus meer dan één appeltje te schillen hadden met de Kennedy's waarbij elke discriminerende informatie welkom was. Was het het feit dat de Kennedy's met MM over nucleaire aangelegenheden hadden gekeuveld en haar mogelijke loslippigheid tegenover politiek links georiënteerde vrienden die de Kennedy's deed besluiten alle banden met haar te verbreken wat bij haar de stoppen deed doorslaan? Het interessante is uiteraard dat de interviews dateren van slechts 20 jaar na MM's overlijden en de geïnterviewden haar dus wel degelijk kenden, anderzijds dichtte iedereen die haar ooit van ver of nabij had gekend zich 20 jaar later een veel belangrijker rol toe en luidde een van de kritieken op Goddess destijds dat een aantal interviews waarop Summers zich baseerde tweede- of derdehands informatie bevatte vertèld aan de geïnterviewden, wat je inderdaad hoort in deze docu die voor de helft gaat over MM's relatie met de Kennedy's, waarvan de laatste 20 minuten specifiek over haar dood. Ondanks de sensationele inhoud wordt dit alles vrij discreet in beeld gebracht, al worden audio, foto’s, beeld- en filmfragmenten zodanig gepresenteerd en gecombineerd dat ze een sfeer van grote onthullingen oproepen, maar wat ben je met anonieme getuigen die beweren dat ze explosieve informatie bezitten maar daar niet over uitwijden? Zo kan je de opmerking van Greenson's zoon dat geen enkele patiënt van zijn vader ooit zelfmoord pleegde toch enkel als suggestief betitelen?
Summers reconstrueert een alternatieve tijdslijn die begint met het enige interviewfragment met Eunice Murray, die zegt dat Robert Kennedy de bewuste middag vóór MM overleed op bezoek was bij haar (een mogelijkheid die al vaak werd geopperd) en dat ze ruzie maakten, mogelijk omdat MM ermee dreigde hun relatie openbaar te maken. De weduwe van MM's publicist Arthur Jacobs verklaart dat zij en haar man om 22u30 de boodschap, kregen dat "er een probleem was met MM", dat Jacobs om 23 uur naar haar huis ging en "de pers op afstand moest houden". MM zou met een ambulance naar een ziekenhuis zijn gebracht (Summers zegt zeven medewerkers van de ambulancedienst te hebben opgespoord die daar een eed op durven zweren) met Greenson aan boord en overleed op weg naar het ziekenhuis of in het ziekenhuis, waarna haar lichaam terug naar haar huis werd gebracht en op eis van Robert Kennedy de hele cover up machine in werking trad. Het verhaal van de ambulances wordt bevestigd door het onderzoek van de politie van Los Angeles die de zaak heropende in 1982 en tot de conclusie kwam dat er sprake was van twéé ambulances die naar het huis van MM gestuurd zouden zijn, maar geen bewijs kon vinden voor de aanwezigheid van die tweede ambulance. Vanaf dit ogenblik begint Summers' verhaal discrepanties te vertonen: hij heeft het over slechts één ambulance en laat ambulancebroeder Ken Hunter horen die ter plaatse kwam en zegt dat MM op bed lag. Of ze dood of levend was zegt Hunter niet in het fragment. Dat is géén interview van Summers, maar een klein stukje uit Hunter's ondervraging door de politie in 1982, uitgebreider te horen op YouTube, en daarin zegt ie dat MM reeds enige tijd dood was omdat haar lichaam lijkstijfheid en verkleuringen vertoonde. Voorts laat Summers Walt Schaefer aan het woord, de baas van de ambulancedienst, die bevestigd dat er een ambulance (hij spreekt niet van twee ambulances) naar MM's adres gestuurd werd en dat MM nog in leven was toen ze naar het ziekenhuis van Santa Monica werd gebracht, alleen was Schaefer daar zelf niet bij... Einde verhaal, want Summers vraagt niet aan Schaefer wat er daarna gebeurde. Werd ze teruggebracht? Waar is ze overleden? Hoe zit het met die tweede ambulance? De mij totaal onbekende John Sherlock, omschreven als "schrijver en journalist", zegt dat Greenson rond 1964 tegen hem zei dat MM stierf in aanwezigheid van Greenson in de ambulance op weg naar het St. Johns hospitaal (en dus niet het Santa Monica hospitaal). Wat moet je vervolgens met nietszeggende uitspraken als die van Greenson's zoon ("Ummm….yeah, I just don’t feel comfortable telling you what he [zijn vader] told me") en van zijn weduwe (“This sort of thing was NOT talked about. Also, he didn’t want to burden me with a knowledge that I would then have to hide”). Daar kan je alle kanten mee uit? Jim Doyle, een FBI agent die naar eigen zeggen ter plaatse was bij MM's dood, zegt niet meer dan dat er "vrijwel onmiddellijk FBI mensen aanwezig waren die daar normaliter niet hadden moeten zijn, wat enkel mogelijk was op hogere autoriteit dan Edgar J. Hoover, het hoofd van de FBI", waarmee alleen JFK of Robert Kennedy kan bedoeld worden, en dat alle bandopnames in beslag werden genomen. Bandopnames? Inderdaad, privé detectives Fred Otash en John Danoff moesten van Jimmy Hoffa afluisterapparatuur plaatsen in het huis van Peter Lawford aan het strand van Malibu (was dat niet in Santa Monica?) dat fungeerde als rendezvous plaats en in het huis van MM in Fifth Helena Drive 12305 in Brentwood, Los Angeles. Na MM's dood werd Otash - oh ironie - dan weer door Peter Lawwford opgetrommeld om alle bewijs van de "crime scene" te doen verdwijnen, en dat deed ie samen met zijn informant Reed Wilson. Ze komen beide aan het woord, maar welk bewijs vonden ze dan? Notas, een dagboek, een zelfmoordbriefje? De vraag wordt niet gesteld. Wilson zegt dat er de avond voor MM stierf tapes zijn opgenomen van telefoongesprekken met ruzies van MM met Robert Kennedy en JFK. Heeft hij die gehoord? Dat is nog niet alles. Bill Woodfield, een journalist die eerst verklaart dat hij er "niks meer mee te maken wil hebben" zegt dat hij ontdekte dat Robert Kennedy die nacht rond 2 à 3 uur per helikopter van Los Angeles naar San Franciso werd gevlogen om daar een vliegtuig te nemen, wat bevestigd werd door de helikopterpiloot en aantekeningen in diens boordpapieren. Toen ze bevestiging probeerden te krijgen van Washington kwam het verzoek het verhaal niet te publiceren. Het verhaal van de helikopter staat beschreven in verschillende boeken over MM's dood, maar is een voorbeeld van nooit bewezen beweringen die op verschillende manieren geïnterpreteerd en herhaald worden. Wat er ook van zij: de piloot is nooit geïdentificeerd, de boordpapieren zijn nooit gevonden, en dat is symptomatisch voor deze documentaire.
Summers' theorie kàn kloppen, maar of ze ook wáár is zal allicht nooit sluitend kunnen bewezen noch ontkracht worden, door het ontbreken van bewijs dat Summers niet kan leveren. Zijn verklaring dat ie niet gelooft dat MM vermoord werd is op het einde een beetje een anticlimax, want de hele opbouw van de docu wijst in de richting van een grote samenzwering. Maar u kent ons: wij nemen niet alles zomaar klakkeloos aan. Veranderde Eunice Murray, de laatste persoon die MM levend zag en in 1974 zelfs het boek Marilyn: The Last Months schreef (waarin ze het niét over Robert Kennedy heeft!), in de loop der jaren haar verhaal niet verschillende keren, al dan niet doordat ze alles door elkaar begon te slaan? Waar zijn de tapes die zogenaamd werden opgenomen door Danoff en Tosha van MM in bed met de JFK en RK? Gewist? En zelfs àls ze nog zouden opduiken kan uiteraard de discussie over de echtheid losbarsten. Ik moet trouwens eens in mijn eigen archieven duiken om te kijken of ik de BBC documentaire The Last Days Of Marilyn Monroe uit 1985 ergens heb steken, want die was ook gebaseerd op Goddess maar zou tegenstrijdige informatie bevatten. Van zijn 650 op cassette bewaarde interviews (van naar eigen zeggen in totaal 1000 interviews) gebruikt Summers er hier welgeteld 27, dus het minste wat je kan veronderstellen is dat hij een subjectieve selectie heeft gemaakt om zijn theorie te staven. Nieuwe informatie bevat de documentaire nauwelijks, het is voornamelijk opwarmen van Summers' oude kost. Maar het grootste probleem is uiteraard dat het voor ons onmogelijk het kaf van het koren te scheiden. Sommige bronnen beweren dat Ken Hunter in 1962 geeneens werkte voor Schaefer's ambulancedienst. Hoe zit het met de fantastische beweringen - opnieuw zonder enig spoor van bewijs - van James Hall alias Rick Stone, een ambulancier die tegenover de politie verklaarde dat MM nog in leven doch bewusteloos was, dat hij heeft geprobeerd haar te reanimeren, en dat een arts haar inspoot met "een bruin-achtige vloeistof" waarna ze stierf? Wie uitgebreider wil ingaan op wat wel of niet zou kloppen in The Mystery Of Marilyn Monroe verwijs ik graag naar de analyses van Scott Fortner, zowat de grootste privé-verzamelaar van MM memorabilia, en van Donald R. McGovern, auteur van het boek Murder Orthodoxies: A Non-Conspiracist's View Of Marilyn Monroe's Death uit 2019, op hun respectieve websites www.themarilynmonroecollection.com en www.marilynfromthe22ndrow.com. Het laatste woord is met andere woorden nog lang niet gezegd over het mysterie van MM, maar deze documentaire is zeker de moeite waard om te bekijken. (Frantic Franky).

 


NETFLIX STREAMING FILM: BLONDE
Regisseur: Andrew Dominik, Cast: Ana de Armas, Adrian Brody en meer

Ik heb al verschillende films over Marilyn Monroe gezien, maar daar zat - voor mij althans - eigenlijk geen enkele goeie bij. Ik beken: ik hou niet van biopics. Toegegeven, ze zijn soms interessant als studiemateriaal, vooral wanneer het om minder bekende artiesten gaat, maar voorts zijn ze aan mij niet besteed. Elvis, Great Balls Of Fire, Ray, Walk The Line, La Bamba, The Buddy Holly Story, het zegt me allemaal niets. Ik heb de foto’s en de videoclips en de muziek van al die artiesten al zo vaak gezien en gehoord dat ik mijn eigen idee in mijn hoofd heb hoe ze er uit zagen en zongen en spraken en bewogen. Ik zie niet Johnny Cash, maar een acteur die Johnny Cash spéélt. Dat geldt ook voor Blonde: de mij voorts geheel onbekende actrice Ana de Armas lijkt niet op Marilyn. Het haar klopt, en ze ziet er uit als een ferme fifties chick zoals ik er regelmatig zie passeren op rock 'n' roll festivals, maar de vorm van haar gezicht, haar ogen en haar lichaamsrondingen zijn totaal verschillend. Okee, een perfecte dubbelganger zal je niet snel vinden, laat staan dat die kan acteren, maar het is voor mij telkens weer een afknapper, net zoals in dit geval de hele film, zij het om andere redenen.
De enscenering van de jaren '50 is zeer zeker geslaagd (wat zou ik graag werken voor het art department van dat soort periode films): de jurken die we kennen van de foto’s en de films, de magazine covers, allemaal heel knap nagedaan, en dat shot van Arthur Miller die door New York struint lijken echt wel filmbeelden uit de jaren '50. Maar als biografie krijgt Blonde een dikke onvoldoende. Ik weet het, je kan een mensenleven onmogelijk samenvatten in één film, maar de toch lange film (2h47) pikt uit haar leven slechts enkele zaken, en die kloppen dan nog slechts ten dele. Je kan de film netjes in volgende afgelijnde "hoofdstukken" splitsen:
- Marilyn's onglukkige kinderjaren (17 minuten)
- haar eerste stappen op de ladder van de roem
- een driehoeksverhouding met Charlie Chaplin Jr. en Edward G. Robinson Jr.
- haar huwelijk met baseballer Joe DiMaggio
- haar huwelijk met toneelschrijver Arthur Miller
- de neerwaartse spiraal door overmatig pillengebruik
- en haar verhouding met president John F. Kennedy (die er ook weer van geen kanten op lijkt). Hoe ze bij Kennedy terechtkwam wordt niet uitgelegd. Rode draad doorheen de plot is haar fixatie op en het verlangen naar de vader die ze nooit heeft gekend, haar tot mislukken gedoemde pogingen om in het reine te komen met de relatie met haar moeder die inmiddels in een psychiatrische instelling zit, en haar kinderwens. Als doodsoorzaak wordt een (al dan niet accidentele) overdosis pillen gesuggereerd, en er wordt ook gesuggereerd dat ze zwanger was van Kennedy. Het grote probleem in dit verhaal is dat Blonde gebaseerd is op de gelijknamige roman van Joyce Carol Oates uit 2000 die een jaar later de basis vormde voor de gelijknamige TV film met actrice Poppy Montgomery als Marilyn Monroe. Die roman leverde Oates een nominatie op voor de prestigieuze Pulitzer literatuurprijs, maar haar boek is een "fictieve biografie". Deze film is met andere woorden een biografie die ten dele is gebaseerd op fictie (niet dat Blonde ooit het tegendeel beweerde), wat erop neer komt dat een deel van het verhaal gewoon niet waar is. So what's the point? Het geeft de kijker die niet thuis is in leven en werk van Marilyn Monroe alleen maar een fout beeld van wie ze was. Ja, haar moeder hàd mentale problemen, dat is algemeen bekend, maar heeft haar voor zover ik weet nooit proberen te verdrinken in de badkuip. Nee, ze had geen trio relatie met de zonen van acteurs Charlie Chaplin en Edward G. Robinson (volgens de geruchten had ze in 1947 wel een relatie met Chaplin Jr). Ja, Marilyn had miskramen, maar er is geen bewijs dat ze abortussen onderging. Met fictie kan je alle kanten uit, en het is jammer dat Blonde enkel focust op de negatieve aspecten van dat verhaal zoals die trio verhouding, het feit dat ze bij een vroege auditie verkracht werd, het feit dat Joe DiMaggio haar sloeg, en de blowjob die ze een ongeïnteresseerde Kennedy moet geven. Was het de bedoeling dat dit een #MeToo versie van het Marilyn Monroe verhaal werd? Dat is dan toch niet bepaald gelukt, want we mogen de Armas' borsten uitgebreid bewonderen, net als haar onderbroek tijdens de verfilming van de opwaaiende rok voor Some Like It Hot. In die film duurt die scene nog geen 10 seconden en zien we haar slipje niét, in Blonde wordt de iconische scene van alle kanten uitgebreid in beeld gebracht gedurende twee volle minuten. En dat fluisterstemmetje begint me na twee en een half uur ook op de zenuwen te werken.
Over het artistieke aspect van de film wil ik me niet uitspreken - de (willekeurige?) afwisseling tussen kleurenopnames en zwart-wit scenes lijkt me een kunstgreep. En hoe zit het met de "grafische sexuele content" waarover zoveel te doen was (Blonde is de eerste eigen Netflix film die een NC-17 (onder de 17 jaar niet toegelaten) quotering kreeg). Toegegeven, op den duur voel je je ongemakkelijk bij niet zozeer het gerampetamp dan wel de emotieloze manier waarop dat in beeld wordt gebracht, en die halve seconde zogenaamd vanuit de vagina gefilmde shots bij de abortussen zien er maar raar uit, maar ach, ik ben wel meer gewoon. De film bevat ook veel te veel dromerig pseudo-intellectueel gezwets en psychologie van lik-m'n-vestje (de baby in de kastlade).
Is er dan niets goed aan Blonde? Niet veel, nee. Het reeds vermelde product design. Het is technisch knap om te zien hoe Ana de Armas naadloos wordt gemonteerd tussen echte filmbeelden uit en trailers van All About Eve (1950), Don't Bother To Knock (1952), Niagara (1953), Gentlemen Prefer Blondes (1953) en Some Like It Hot (1959), al legt dat voor mij meer de nadruk op haar verschillen als op haar gelijkenis met Marilyn. Acteur Bobby Cannavale die Joe DiMaggio speelt heeft een echte fifties karakterkop, en zijn acteerprestaties zijn net als die van Adrien Brody als Arthur Miller (in 2008 was hij Leonard Chess in de film Cadillac Records) mijns inziens best wel prima. Blonde biedt een ontluisterend beeld van de doomfabriek Hollywood maar brengt ons geen stap dichter bij het ontrafelen van het raadsel genaamd Marilyn Monroe, integendeel. De Netflix documentaire The Mystery Of Marilyn Monroe: The Unheard Tapes uit 2022 is veel interessanter kijkvoer. Of zet gewoon nog een keer een DVD van een van haar films op, daarmee doet u haar nagedachtenis veel meer eer aan. (Frantic Franky).

 

CD Recensies

THAT’LL FLAT GIT IT Vol. 46: ROCKABILLY & ROCK ‘N’ ROLL FROM THE VAULTS OF CHESS, CHECKER & ARGO RECORDS
Bear Family, BCD17684
English version: see below

Chess Records, het label van Chuck Berry en Bo Diddley, is niet de eerste platenfirma waar je denkt als het over rockabilly gaat. Toch weten we beter, als sinds in 1978 de vinyl LP Chess Rockabillies uitkwam. In 2000 was Volume 10 van deze na meer dan 45 CD’s nog steeds uitmuntende reeks (Volume 1 verscheen in 1993, want zo lang is ze al bezig, soms met jaren pauze ertussen) reeds gewijd aan het label van Leonard en Phil Chess uit Chicago. Daarmee is het vat nog lang niet af als je luistert naar de maar liefst 33 tracks op deze CD die tussen 1954 en 1962, al dan niet gelicensieerd van kleinere labels, verschenen op Chess en zusterlabels Checker en Argo.
De bekendste namen op de CD zijn Chuck Berry met de alternatieve Beautiful Delilah take 15/16 met studio intro, Dale Hawkins met de Tarzan rocker See You Soon Baboon, de betere stopt-start sax rock 'n' roll van Four Letter Word in een moerassig sfeertje en de swampabilly Take My Heart, en See You Later Alligator auteur Bobby Charles met de zwart klinkende rockers Take It Easy Greasy , Watch It Sprocket en het wilde No More (I Ain't Gonna Love You No More). Iets minder bekende artiesten zijn ex-Sun Records Gene Simmons en zijn bij Hi Records in Memphis opgenomen Kansas City-achtige medium tempo beat blues Going Back To Memphis, Rod Bernard met het gezellige Pardon Mr. Gordon (een Jin single geleased door Chess), Ray Stanley met het existentiële tik-tokkende I Can't Wait met op de B-kant de rockaballad Over A Coke, en Bobby Dean met de vlotte rockabilly met sax Dime Store Pony Tail. Zijn Go Mr. Dillon is minder wild dan Just Go Wild Over Rock 'n' Roll dat niét op de CD staat, I Am Ready is cleane rock 'n' roll met doo-wop flavour gebaseerd op mambo ritmes.
Er is waanzinnig wilde white rock met This Rock 'n' Roll van The Galaxies ("whose fans are buying these platters, Glenn Miller's or Clyde McPhatter's?" met op de B-kant 6:15, een saxscheurder van een trein instrumental. Nog white rock met sax die de sterren van de hemel blaast is de single What Did He Say / Talk About The Girl van Terry & the Pirates, door Chess overgekocht van Valli Records. Wie Freddie Fender alleen kent van Before The Next Teardrop Falls en Wasted Days And Wasted Nights zal verrast opkijken als hij de stroll You're Something Else For Me hoort, slechts één van de vele rock 'n' roll singles die Fender opnam vanaf 1957, lang voor hij in 1975 de jackpot binnenhaalde. Teen pop met een injectie van doo-wop is Make Believe Wedding Bells van Dick Glasser, aanstekelijk en met een hint van folk is zijn Baby Bye Bye als zanger van Dickie & the Gee's, twee nummers lichtjaren verwijderd van Catty Town en Ballroom Baby dat hij slechts anderhalf jaar eerder opnam toen hij zanger van de band van Pee Wee King was. Heel anders dan de teen rock waarvoor hij bekend staat is Steve Alaimo's bombastisch dreigende, bijna desperate She's My Baby, origineel verschenen op Marlin Records. Van hetzelfde laken een pak is Proof Of Your Love van Jackie Cannon (eerst op Chan Records), opgenomen in de nieuwe Sun studio op Madison Avenue 639.
Zwarte nummers op Chess waren The $ 64.000 Question van Bobby Tuggle, Run Rose van Billy Miranda en de productiegewijs erg knap in elkaar stekende stroll Good Morning Little Schoolgirl van Don & Bob. Zwart klonken ook de nochtans blanke JC Hill (de stroll So Long Goodbye) en The Kents wier I Found My Girl de (medium tempo) Little Richard kaart trekt. Niet verwonderlijk, want het werd geschreven door John Marascalco, componist van Rip It UP, Ready Teddy, Good Golly Miss Molly, She's Got It en Heeby Jeebies. Een zwarte artiest op Chess die op eenvoudig verzoek blank kon klinken was Big Al Downing, hier met het early sixties The Story Of My Life met een freewheelende mondharmonica, cover van een Hal David-Burt Bacharah compositie voor Marty Robbins in 1957. Maar Chess bracht ook rockabilly uit zoals Billy Barrix' maniakale Baby Let's Play House rip-off Cool Off Baby (hier de alternatieve take die opdook in 1978), en zelfs hillbilly, zij het dat laatste heel kort, in 1954-1955. De CD bevat één voorbeeld, That's All You Gotta Do van Jack Ford. Sterk album! Info: www.bear-family.com (Frantic Franky)

Chess Records, the home of Chuck Berry and Bo Diddley, is not the first record company that comes to mind when discussing rockabilly. Yet we know better ever since the vinyl LP Chess Rockabillies came out in 1978. In 2000 Bear Family already dedicated Volume 10 of this after more than 45 CD’s (Volume 1 appeared in 1993, it's been around thàt long, though sometimes with years of silence in between volumes) still exemplary series after more than 45 CD’s (Volume 1 appeared in 1993, because that's how long it has been around, sometimes with years of pause in between) was already dedicated to the Chicago label founded by Leonard and Phil Chess. We're still a long way from the bottom of the barrel if you listen to the no less than 33 tracks on this CD that appeared on Chess and sister labels Checker and Argo between 1954 and 1962, sometimes licensed from smaller local labels.
The best known names on the CD are Chuck Berry with an alternative Beautiful Delilah take 15/16 with studio intro, Dale Hawkins with the Tarzan rocker See You Soon Baboon, the excellent stop-start sax rock 'n' roll of Four Letter Word in a swampy atmosphere and the swampabilly Take My Heart, and See You Later Alligator author Bobby Charles with the black sounding rockers Take It Easy Greasy , Watch It Sprocket and the wild No More (I Ain't Gonna Love You No More). Less household names include ex-Sun Records Gene Simmons and his Kansas City-styled medium tempo beat blues Going Back To Memphis recorded at Hi Records in Memphis, Rod Bernard with the decent Pardon Mr. Gordon (a Jin single leased by Chess), Ray Stanley with the existential tick-tocking I Can't Wait adn its flipside, the rockaballad Over A Coke, and Bobby Dean with the catchy rockabilly with sax Dime Store Pony Tail. His Go Mr. Dillon is less wild than Just Go Wild Over Rock 'n' Roll which is not on the CD, I Am Ready is clean rock 'n' roll with doo-wop flavour based on mambo rhythms.
There's insanely wild white rock with The Galaxies' This Rock 'n' Roll ("whose fans are buying these platters, Glenn Miller's or Clyde McPhatter's?" and its plattermate 6:15, a sax ripper of a train instrumental. More white rock with sax blowing the stars out off the sky is Terry & the Pirates' 45 What Did He Say / Talk About The Girl which Chess bought from Valli Records. If you only know Freddie Fender from Before The Next Teardrop Falls and Wasted Days And Wasted Nights you'll be surprised to hear the stroll You're Something Else For Me, just one of the many rock 'n' roll singles Fender recorded starting in 1957, long before he hit the jackpot in 1975.
Teen pop with an injection of doo-wop is Dick Glasser's Make Believe Wedding Bells, his Baby Bye Bye as lead singer of Dickie & the Gee's is catchy and with a hint of folk, and both songs are light years away from Catty Town and Ballroom Baby which he recorded just a year and a half before as lead singer of Pee Wee King's band. Very different from the teen rock he is known for is Steve Alaimo's bombastically menacing, almost desperate She's My Baby, originally released on Marlin Records. Of the same ilk is Jackie Cannon's Proof Of Your Love (originally on Chan Records), recorded at the new Sun studio at 639 Madison Avenue. Black songs on Chess were Bobby Tuggle's The $64,000 Question, Billy Miranda's Run Rose and Don & Bob's production-wise very cleverly constructed stroll Good Morning Little Schoolgirl. White artists sounding black were JC Hill (the stroll So Long Goodbye) and The Kents whose I Found My Girl pulls the (medium tempo) Little Richard trump card. Not surprisingly it was written by John Marascalco, the guy who thought up Rip It UP, Ready Teddy, Good Golly Miss Molly, She's Got It and Heeby Jeebies. A black artist on Chess who could sound white on simple request was Big Al Downing, here with the early sixties The Story Of My Life with a freewheeling harmonica, his cover of a Hal David-Burt Bacharah composition for Marty Robbins in 1957. Chess also released rockabilly like Billy Barrix's maniacal Baby Let's Play House rip-off Cool Off Baby (here we hear the alternative take that surfaced in 1978), and even hillbilly, albeit the latter very briefly, in 1954-1955. The CD contains one example, That's All You Gotta Do by Jack Ford. Strong album! Info: www.bear-family.com (Frantic Franky)


R & B GOES R & R 1: MY BABY LEFT ME
Atomicat, ACCD101
English version: see below

Rhythm & Blues Goes Rock & Roll, de blanke tegenhanger van de nieuwe Koko Mojo serie Rhythm & Western, wordt een reeks van 5 CD’s over wat bij platenverzamelaars bekend staat als het Pat Boone syndroom, blanke covers van zwarte songs.
Volume 1 bevat 28 tracks 1955-1963 met één uitzondering: Moon Mullican's swingende hillbilly piano boogie Well Oh Well (van Tiny Bradshaw) dateert uit 1950 maar klinkt als 1955. De eerste twee nummers zijn blanke covers van blanke covers van zwarte songs, te beginnen met Loren Becker's My Baby Left Me. Ze klinkt als een popcrooner die het rockabilly nummer van Elvis (origineel van Arthur Crudup) nummer uptempo covert begeleid een big band, met name het orkest van Enoch Light, een artiest die druk wordt verzameld door liefhebbers van easy listening en aanverwanten. Het resultaat is, euh, speciaal. Er is nog meer big band rock 'n' roll met Tweedle Dee door Ellie Russell & the Three Belles op budget label Bell records, en Helene Dixon klinkt in Roll Over Beethoven als een blanke zangeres die een zwarte big fat mama imiteert terwijl het nummer zelf als jump blues klinkt. Johnny Rebb & his Rebels kopiëren Gene Vincent's cover van Maybelline (origineel van Chuck Berry) zowel vocaal als instrumentaal met sax en piano maar rockender, met meer power, net iets sneller en met een snijdender gitaar. Dit keer is het resultaat opwindend. Nog meer blanke covers van blanke covers van zwarte songs zijn Charline Arthur's countrybilly cover van Bill Haley's cover van het zwarte nummer van The Cues Burn That Candle, Ronnie Hawkins' Red Hot (origineel van Billy "The Kid" Emerson), en Paul Wyatt's medium tempo Whole Lot Of Shakin' Going On (origineel niet van Jerry Lee maar van zangeres Big Maybelle). Bekende nummers zijn Baby Let's Play House (Vince Everett covert Elvis die Arthur Gunter covert), de rauwe versie van Ready Teddy (Little Richard) door samensteller Mark Armstrong's persoonlijke favoriet Buddy Holly, Johnny Burnette's rockabilly bom Train Kept A Rollin' (origineel van Tiny Bradshaw), Elvis' rockabilly versie van Ray Charles' I Got A Woman, en een tweede Ray Charles cover met Jerry Lee Lewis' funky Hit The Road Jack uit 1963, op Smash Records maar klinkend zoals op het eind van zijn tenuur bij Sun. Conway Twitty die zijn hand niet omdraaide voor een cover meer of minder brengt een clean Reelin' And Rockin' (Chuck Berry) met veel achtergrondkoortjes.
Minder bekende nummers zijn de swingende rock 'n' roller Mumbles Blues (Bobby Lewis) door Boyd Bennett (zang: Big Moe), Moon Mullican's swingende hillbilly piano boogie Well Oh Well (Tiny Bradshaw), Jackie Dunham & the Hollywood Weekends' uptempo rockabilly cover van het beschaafdere All Around The World van Titus Turner, alsmede de vrolijke piano boogie Whole Lotta Loving (Fats Domino) door Hollis Harbison, naar ik aanneem ook budget cover artiest aangezien zijn Buzz Buzz Buzz (doo-woppers The Hollywood Flames) dat hier ook op staat verscheen op het label Top Hit Tunes. David Houston's Sugar Sweet is rockabilly, maar het nummer werd voor het eerst opgenomen door... Muddy Waters als uptempo blues! Rockin' Robin Roberts' Louie Louie, de eerste blanke versie van het nummer dat oorspronkelijk van Richard Berry is en de blauwdruk was voor de hit van The Kingsmen, is sixties fratrock. Bill Haley nam Marie op in 1958 voor zijn LP Bill Haley's Chicks maar het had evengoed op zijn LP Rockin' The Oldies kunnen staan want het werd reeds in 1928 door Irving Berlin gecomponeerd als wals voor een intussen verloren film. De originele uitvoering in 1928 werd ingeblikt door een blank orkest, en sindsdien werd het door minstens 50 blanke en zwarte artiesten gecoverd vóór Bill Haley & the Comets er een daverende rocker van maakten. Moeilijke gevallen zijn ook altijd de budget covers omdat exacte data meestal ontbreken. Een voorbeeld op deze CD: Dottie Evans' Lucky Lips op Bell Records uit 1957, hetzelfde jaar waarin blanke zangeressen Gale Storm en Alma Cogan het nummer van Ruth Brown coverden. Ik neem aan dat Evans de twee covers coverde, maar hoe de vork ook aan de steel zit, haar versie moet in swingende big band kwaliteit niet onderdoen voor haar bekendere collega’s. Col Joye draait de rollen om in zijn This Little Boy's Gone Rockin' rockabilly cover van Ruth Brown's This Little Girl's Gone Rockin’, een nummer waarvan ik me nooit realiseerde dat het werd geschreven door Bobby Darin, of coverde Col Joye Steve Alaimo die het wel degelijk bij This Little Girl's Gone Rockin' hield? Ik heb al een paar keer de term "rockabilly" laten vallen, maar de enige hardcore bopper hier is Shorty The Barber van Lou Millet. Die boppende barbier is evenwel niet van Lou Millet uit 1956 maar van Charlie Burse uit 1950 opegenomen maar 35 jaar lang onuitgebracht gebleven op nota bene Sun Records toen dat nog de Memphis Recording Service heette, de allerlaatste opnamesessie van deze artiest wiens carrière terugging tot de jug bands van eind jaren '20, en zijn Shorty The Barber klinkt dan ook als vaudeville piano. Over Sun gesproken: Pete Peters & the Rhythmakers with The Five Notes' Miss Fanny Brown (van Roy Brown) heeft de chaotische sound van Sun Records maar verscheen op P&J, en een andere Sun soundalike is Drinkin' Wine Spo Dee O Dee, Glenn Reeves in 1956 op Atco die Malcolm Yelvington in 1954 op Sun covert die Sticks McGhee uit 1947 covert, en dat alles nog vóór Johnny Burnette.
Alle vijf CD’s zullen eindigen met een love song, en da's hier Soldier Boy van Elvis, vijf jaar eerder als doo-wop ballade opgenomen door The Four Fellows, en in Elvis' uitvoering een mooie afsluiter van wat op basis van deze eerste CD weer een uiterst interessante reeks gaat worden. En nu op zoek gaan naar al die originals die we nog niet hebben! Info: www.vintagerockinroots.com (Frantic Franky)

Rhythm & Blues Goes Rock & Roll, the white counterpart to the new Koko Mojo series Rhythm & Western, will be a series of 5 CD’s chronicling what is known among record collectors as the Pat Boone syndrome, white covers of black songs.
Volume 1 contains 28 tracks 1955-1963 with one exception: Moon Mullican's swinging hillbilly piano boogie Well Oh Well (originally done by Tiny Bradshaw) goes back to 1950 but sounds like 1955. The first two songs are white covers of white covers of black songs, starting with Loren Becker's My Baby Left Me. She sounds like a pop crooner who sings Elvis' rockabilly song (originally by Arthur Crudup) uptempo accompanied by a big band, Enoch Light's orchestra, an artist collected by fans of easy listening and the like. The result is, er, special. There's more big band rock 'n' roll with Ellie Russell & the Three Belles' Tweedle Dee on budget label Bell records, and Helene Dixon's Roll Over Beethoven sounds like a white singer imitating a black big fat mama while the song itself sounds like jump blues. Johnny Rebb & his Rebels copy Gene Vincent's cover of Chuck Berry's Maybelline both vocally and instrumentally with sax and piano but more rockin', with more power, a tad faster and with a more piercing guitar. This time the result is electrifying. More white covers of white covers of black songs include Charline Arthur's countrybilly cover of Bill Haley's cover of The Cues' black Burn That Candle, Ronnie Hawkins' Red Hot (originally by Billy "The Kid" Emerson), and Paul Wyatt's medium tempo Whole Lot Of Shakin' Going On (originally not by Jerry Lee but by female singer Big Maybelle). Famous songs include Baby Let's Play House (Vince Everett covers Elvis covering Arthur Gunter), the raucous version of Ready Teddy (Little Richard) by compiler Mark Armstrong's personal favourite Buddy Holly, Johnny Burnette's rockabilly bomb Train Kept A Rollin' (originally by Tiny Bradshaw), Elvis' rockabilly version of Ray Charles's I Got A Woman, and another Ray Charles cover with Jerry Lee Lewis's funky Hit The Road Jack from 1963 on Smash Records but sounding like he did at the end of his tenure with Sun Records. Conway Twitty, an artist who kept himself quite busy in the cover field, turns in a clean Reelin' And Rockin' (Chuck Berry) with lots of backing vocals.
Lesser known songs include Boyd Bennett's swinging rock 'n' roller (vocals: Big Moe) Mumbles Blues (Bobby Lewis), Moon Mullican's swinging hillbilly piano boogie Well Oh Well (Tiny Bradshaw), Jackie Dunham & the Hollywood Weekends' uptempo rockabilly revival of Titus Turner's more civilised All Around The World, as well as the upbeat piano boogie Whole Lotta Loving (Fats Domino) by Hollis Harbison, I presume also a budget cover artist since his Buzz Buzz Buzz (doowoppers The Hollywood Flames) which is also on here appeared on the Top Hit Tunes label. David Houston's Sugar Sweet is rockabilly but was first recorded by... Muddy Waters as an uptempo blues! Rockin' Robin Roberts' Louie Louie, the first white version of the Richard Berry song and the blueprint for The Kingsmen's hit, is sixties frat rock. Bill Haley recorded Marie in 1958 for his LP Bill Haley's Chicks but it might as well have been on his LP Rockin' The Oldies because the tune was composed back in 1928 by Irving Berlin as a waltz for a film that is now considered lost. The original 1928 performance was canned by a white band and since then it's been covered by at least 50 white and black artists before Bill Haley & the Comets turned it into a thunderous rocker. Budget covers are always a bit dubious because exact dates are usually basent. An example on this CD: Dottie Evans' Lucky Lips on Bell Records from 1957, the same year white singers Gale Storm and Alma Cogan covered Ruth Brown's song. I assume Evans covered the two covers, but whatever the case, her version is in no way inferior to her more famous colleagues when it comes to swinging big band quality. Col Joye turns the gender tables in his This Little Boy's Gone Rockin' rockabilly cover of Ruth Brown's This Little Girl's Gone Rockin', a song I never realised was written by Bobby Darin. Or did Col Joye cover Steve Alaimo who did stick to the female This Little Girl's Gone Rockin'? I've already mentioned rockabilly a few times, but the only hardcore rockabilly track here is Lou Millet's Shorty The Barber. That boppin' barber is however not from Lou Millet in 1956 but from Charlie Burse who recorded it in 1950 for Sun Records when it was still called the Memphis Recording Service, the very last recording session of this artist whose career went back to the jug bands of the late 1920s, and so it's no surprise that his Shorty The Barber sounds like vaudeville piano. The track remained unissued for 35 years. Talking about Sun Records: Pete Peters & the Rhythmakers with The Five Notes' Roy Brown cover Miss Fanny Brown has the typical chaotic Sun sound but appeared on P&J, and another Sun soundalike is Drinkin' Wine Spo Dee O Dee, Glenn Reeves in 1956 on Atco covering Malcolm Yelvington in 1954 on Sun covering Sticks McGhee in 1947, and all of this before Johnny Burnette tackled the tune.
All five CD’s will end with a love song, in this case Elvis' Soldier Boy recorded five years after The Four Fellows sang it as a doo-wop ballad. Elvis's rendition makes it a fitting finale to what based on this first volume without a doubt will be another extremely interesting series. Now let the search for all the originals we don't yet have commence! Info: www.vintagerockinroots.com (Frantic Franky)


WHEN TWO WORLDS COLLIDE: RHYTHM & WESTERN VOLUME 1
Koko Mojo, KM-CD-138
English version: see below

We weten het allemaal: rock 'n' roll is uitgevonden toen blanke country artiesten zwarte muziek naspeelden, maar dat ook het omgekeerde proces plaatsvond is veel minder bekend. Dat is het uitgangspunt van deze nieuwe tiendelige (!) CD reeks van Koko Mojo, gekoppeld aan de Rhythm & Blues Goes Rock & Roll reeks op Atomicat die de kruisbestuiving in de andere richting documenteert.
De CD bevat 28 tracks van lang vóór er dankzij Charlie Pride werd geaccepteerd dat ook zwarte artiesten country zongen, en opent sterk met The Hurricanes die in 1955 van Pistol Packin’ Mama een swingende jiver maakten, terwijl Long John Hunter in zijn cover van Grandpa Jones' Old Rattler een square dans en gejodel koppelt aan de melodie van Jambalaya. Veel songs zijn mij totaal onbekend, noch in blanke noch in zwarte versie, maar de meezinger Honky Tonk ken ik, en in de versie van Koko Taylor wordt dat een stroll getiteld Honky Tonky. The Ray-O-Vacs maken een heel knappe, rustig swingende versie van het ook door Screaming Jay Hawkins opgenomen Take Me Back To My Boots And Saddle, en Home On The Range wordt bij saxofonist King Curtis een gezellig slurpende instrumental inclusief twangy gitaar, meidenkoortje, mariachi trompetten en een hoog Coasters-gehalte. Als ik de scorcher When Two Worlds Collide van Damita Jo uit 1962 hoor denk ik automatisch aan Jerry Lee Lewis die er in 1980 de titeltrack van een LP van maakte, maar de originele versie dateert uit 1961 en is van componist Roger Miller. Pick Me Up On Your Way Down, hier een zwarte ballade van Guitar Jr, is niet de Patsy Cline song maar het veel vaker gecoverde gelijknamige Charlie Walker nummer geschreven door Harlan Howard. U hebt al gemerkt dat hier veel bekende artiesten van de partij zijn, en aan dat lijstje mag u ook Titus Turner toevoegen wiens A Knockin’ At My Baby’s Door klinkt als My Ding A Ling. Ivory Joe Hunter 's I Just Want To Love You is een vlotte doo-wop jiver, André Williams klinkt in zijn Motown poprock single Rosa Lee (Stay Off That Bell) totaal niét als André Williams, Chuck Willis levert met Thunder And Lightning eveneens poprock af, en toekomstige soul zwaargewicht Solomon Burke geeft The Drifters het nakijken in het wonderschone Lover's Question-achtige Keep The Magic Working. Billy van The Bobettes is zwarte popcorn, en Nappy Brown verkeert met het huppelende Oh You Don’t Know in New Orleans sferen. Een van de bekendste nummers is van Fats Domino die Hank Williams' Your Cheatin' Heart doet klinken als Blueberry Hill ergens in New Orleans, en een van de knapste nummers op de CD is Scatman Crothers's schitterende jazzy swingend Ghost Riders In The Sky, of in "the firmament" zoals Crothers zingt met zijn krakende stem. Sleep On The Porch van The Stewart Brothers heeft een hoog Coasters gehalte, en het tegenovergestelde zijn de net als Wade Flemons' Woops Now in violen verpakte smooth stylings van Brook Benton's Boll Weevil Song. Little Esther Phillips steekt Engelbert Humperdinck naar de country kroon in de crooner Release Me. Als u net als wij een aantal van deze songs niet kent is dat niets om beschaamd over te zijn: de CD bevat namelijk ook een aantal nummers die niet van blanke country origine maar 100 % zwart zijn, ook al zijn ze dan overduidelijk op country leest geschoeid en dus in essentie cowboyliedjes, zoals de zalige Jerry Leiber & Mike Stoller compositie Sorry But I’m Gonna Have To Pass van The Coasters. Het bekendste voorbeeld hier is Maybelline van Chuck Berry, het archetype van zwarte net-geen-rockabilly. Ook horen we een paar semi-akoestische countryblues uitvoeringen van toekomstige rock 'n' roll en rockabilly klassiekers als Crawdad Hole (Smokey Hogg in 1952), en ten bewijze van het feit dat veel van die songs zo oud als de straat zijn een versie van Corrine Corrina door Charlie McCoy & Bo Chatman uit... 1928! De oudste versie van dat nummer? Ja, ware het niet dat het een bewerking is van het nog één jaar oudere How Long Pretty Mama van Barbecue Bob dat het ook over "ain't had no loving since Corrine's been gone" had. Soit, een sterke CD die veel belooft voor de rest van de reeks! Info: www.vintagerockinroots.com (Frantic Franky)

As we all know rock 'n' roll was invented when white country artists copied black music, but it's much less known that the reverse process took place as well. That's the premise of this new ten part (!!! ) Koko Mojo CD series released simultaneously with the Rhythm & Blues Goes Rock & Roll series on Atomicat which documents this cross-pollination in the opposite direction.
The CD contains 28 tracks from long before Charlie Pride made it acceptable that black artists sang country music and starts strongly with The Hurricanes turning Pistol Packin' Mama into a swinging jiver in 1955, while Long John Hunter's interpretation of Grandpa Jones' Old Rattler pairs a square dance and yodeling with the melody of Jambalaya. Many songs are completely unknown to me whether in white or black versions, but I do know the sing-along Honky Tonk which in Koko Taylor's version becomes a stroll entitled Honky Tonky. The Ray-O-Vacs turn in a great relaxed swinging version of Take Me Back To My Boots And Saddle (also done by Screaming Jay Hawkins), and saxophonist King Curtis turns Home On The Range into a cosy slurping instrumental including twangy guitar, female backing vocal, mariachi trumpets and a high Coasters factor. When I hear Damita Jo's 1962 scorcher When Two Worlds Collide I automatically think of Jerry Lee Lewis who in 1980 made it the title track of one of his LP’s, but the original version was recorded in 1961 by its composer Roger Miller. Pick Me Up On Your Way Down, here a black ballad courtesy of Guitar Jr, is not the Patsy Cline song but the Charlie Walker song of the same name written by Harlan Howard which has been covered a lot more. You may have already noticed that many well known artists are featured here, and you can add Titus Turner whose A Knockin' At My Baby's Door sounds like My Ding A Ling. Ivory Joe Hunter 's I Just Want To Love You is a smooth doo-wop jiver, André Williams sounds not at all like his usual greasy self in his Motown pop-rock single Rosa Lee (Stay Off That Bell), Chuck Willis delivers pop-rock as well with Thunder And Lightning, and future soul heavyweight Solomon Burke gives The Drifters a run for their money in the beautiful Lover's Question-like Keep The Magic Working. The Bobettes' Billy is black popcorn, and Nappy Brown makes himself at home in New Orleans with the bouncy Oh You Don't Know. One of the best known tracks is by Fats Domino who makes Hank Williams' Your Cheatin' Heart sound like Blueberry Hill down in New Orleans, and one of the best songs is Scatman Crothers's brilliant jazzy swinging Ghost Riders In The Sky, or in "the firmament" as Crothers sings in his cracking voice. The Stewart Brothers' Sleep On The Porch has a high Coasters content, and the opposite are the smooth violin wrapped stylings of Brook Benton's Boll Weevil Song, just like Wade Flemons' Woops Now. Little Esther Phillips takes Engelbert Humperdinck to the country crown in the crooner Release Me. If just like us you don't know some of these songs there's nothing to be ashamed of - in fact the CD contains a number of songs not of white country origin but 100 % black, even if they are overtly country based and thus essentially cowboy songs, such as The Coasters' joyful Jerry Leiber & Mike Stoller composition Sorry But I'm Gonna Have To Pass. The most familiar example here is Chuck Berry's Maybelline, the archetype of black almost rockabilly. We also hear a couple of semi acoustic country-blues renditions of future rock 'n' roll and rockabilly classics like Crawdad Hole (Smokey Hogg in 1952), and to prove that several of these songs are as old as Methuselah, a version of Corrine Corrina by Charlie McCoy & Bo Chatman going all the way back to... 1928! Is that the oldest Corrine Corrina? Yes, were it not for the fact that it's the adaptation of Barbecue Bob's How Long Pretty Mama which is even one year older and also talked about "ain't had no loving since Corrine's been gone". Yep, a strong CD that sets the bar high for this new series!
Info: www.vintagerockinroots.com (Frantic Franky)


DESTINATION JURASSIC LAND
Bear Family, BCD17655
English version: see below

Alright! 33 pré-historische tracks over holbewoners en dinosaurussen! Artiesten uit de jaren '50 zijn tegenwoordig zo'n beetje zelf dino’s geworden en muziek uit de jaren '50 en '60 wordt wel eens aangeduid als het Steenen Tijdperk en de Pré-Historie, maar dit is rock 'n' roll novelty territorium met liedjes over die goeie ouwe tijd toen je om een vrouw te veroveren haar gewoon met een knots op het hoofd moest kloppen en in je hol slepen.
De CD begint en eindigt met twee versies van hetzelfde moderne nummer, Prehistoric Plateau in de originele rechtdoor accordeon rock 'n' roll versie uit 1988 van The Blubbery Hellbellies (GB) en in de cover uit 2010 van Big Art Peters, pseudoniem van Arthur Billingsley van The Blubbery Hellbellies die het nummer schreef en dus ook zong op track 1. De Duitse muzikanten die hem begeleidden op de Rhythm Bomb CD Quit Horsing Around waarop die tweede Prehistoric Plateau verscheen speelden allemaal bij Mad Sin, maar toch is dit géén psychobilly: Prehistoric Plateau krijgt hier een Shakin' All Over arrangement! Tussen die twee Prehistoric Plateau's staat heel wat early sixties materiaal zoals het magnifieke Caveman van Tommy Roe, Nervous Norvus' gezellige beatnik Ape Call en het overbekende Alley Oop (een populair stripverhaal over een holbewoner) van The Hollywood Argyles. De CD bevat ook de veel minder bekende Alley Oop Cha Cha Cha van The Pre-Historics, volgens de hoesnota’s een antwoordversie, volgens mijn oren een gewone cover en volgens sommigen de originele versie, maar in elk geval géén cha cha cha. De Nederlandstalige versie van Het Cocktail Trio werd weer geheel onterecht over het harige hoofd gezien! Een ander heel bekend nummer is de Britse rock 'n' roll van Tommy Steele's debuutsingle Rock With The Caveman. Cave Man Love van Space Man & the Rockets is een leuke semi-instrumentale sax stroll volgens het frolic diner principe, Cave Man Hop van Jerry Coulston is demente rockabilly met doo-wop backings, en er is doo-wop met de strollende Cave Man van The Vibrations (eigenlijk The Jayhawks van Stranded In The Jungle op een ander label) en met Cave Man Rock van The Majestics die anno 1956 Sam Moore in de gelederen hadden, later bekend van het soul duo Sam & Dave. Nog meer dementerende nonsens gekte spreekt uit Caveman van Joe Villa & the Royal Teens, dezelfde Royal Teens van Short Shorts met de latere Four Season Bob Gaudio in de rangen. Horror host John Zacherley doet zijn Dinner With Drac nog eens over met I Was A Teen-Age Caveman, cover van een nummer van Randy Luck. Luck's originele uitvoering staat ook op de CD en heeft een heel ander, meer beatnik arrangement. Dinosaur Cavern van Terry Wayne gaat over een in 1927 ontdekt grottencomplex, een toeristische attractie langs Route 66 in Arizona die nog steeds bestaat maar sinds 1962 Grand Canyon Caverns heet.
Met instrumentals zit je altijd goed, en dat was ook al zo when dinosaurs ruled the earth. Link Wray voegt een platte sax toe aan zijn zware, dreigende Dinosaur, surfgitarist Richie Allan alias Richard Podolor brengt een sfeervol Cave Man, en Buddy Merrill's Brontosaurus Walk is een even sfeervolle gitaar stroll niet te verwarren met Brontosaurus Stomp van The Piltdown Men die zich noemden naar de Piltdown Man, het in 1912 ontdekte skelet van de missing link tussen aap en mens dat in 1953 werd ontmaskerd als vervalsing. De paukenslagende Brontosaurus Stomp staat op de CD in de stereo versie, naast nog vijf andere instrumentals van The Piltdown Men waaronder het blazerswerkje Goodnight Mrs. Flintstone, het rustige Fossil Rock dat heel wat minder rockt dan de titel belooft, het funky strollend Big Lizzard met orgeltje en tubular bells oftewel buisklokken, en hun blazersversie van Old McDonald Had A Farm getiteld McDonald's Cave. Erg goed is hun Gargantua dat een dreigend The Man With The Golden Arm sfeertje paart aan variété sax. Uitgezonderd die twee Prehistoric Plateau's loopt de CD van 1956 tot 1965 en Be A Cave Man van The Avengers uit 1965 is garagerock. Een paar nummers hebben op zich niets met het verre oerverleden van onze planeet te maken, zoals de Britse gitaarinstrumental In The Hall Of The Mountain King van Nero & the Gladiators die daarentegen alles vandoen heeft met de oude Romeinen. De beatnik bongo’s in een Sandy Nelson Let There Be Drums sfeertje in de twee parts van The Cave van Gary "Spider" Webb, ooit nog lid van The Hollywood Argyles, fleuren het novelty verhaaltje op van een jongen en een meisje die elkaar kwijtraken in een grot, maar dat is geen voorhistorische grot. Of Volcano Rock van Tommy Mercer & the McBrides effectief over de prehistorie gaat kan ik niet opmaken uit de tekst, maar het is knappe popcorn noir inclusief geluidseffecten van een uitbarstende vulkaan (waarschijnlijk op een prehistorisch plateau, hahaha) en roept de sfeer op van die oude stop motion animatie dinosaurusfilms. Caveman van Terry Fell is dan weer eigenlijk een indianenverhaal 20.000 jaar avant la lettre. Extraatjes zijn het TV thema van The Flintstones, een TV trailer van de mij geheel onbekende tekenfilmreeks Captain Caveman And The Teen Angels uit 1977-1980 die meer klinkt als 1957-1960, en de audio van de trailer van de film One Million Years BC uit 1966 waarin Raquel Welch het beste van zichzelf liet zien gehuld in een pelsen bikini. Dertien tracks met het woord "caveman" in de titel. Kan niet fout, toch?
Info: www.bear-family.com (Frantic Franky)

Alrightie! 33 prehistoric tracks about cavemen and dinosaurs! Much like the dinosaurs themselves originals 1950s artists are pretty much extinct by now, but this is rock 'n' roll novelty territory and a throwback to the good old days when you conquered a woman by knocking her over the head with a club and dragging her into your cave. The CD kicks off and finishes with two versions of the same contemporary song, Prehistoric Plateau in the original 1988 straight ahead accordion rock 'n' roll version by The Blubbery Hellbellies (GB) and in the 2010 cover by Big Art Peters, pseudonym of Arthur Billingsley of The Blubbery Hellbellies who wrote the song and also sang it on track 1. The German musicians who accompanied him on the Rhythm Bomb CD Quit Horsing Around on which that second Prehistoric Plateau appeared all used to play in Mad Sin, yet this is not psychobilly: Prehistoric Plateau gets an alltogether different Shakin' All Over arrangement here! In between those two Prehistoric Plateau's there's lots of early sixties stuff like Tommy Roe's magnificent Caveman, Nervous Norvus' fun beatnik Ape Call and The Hollywood Argyles' familiar Alley Oop (a popular comic about a caveman). The CD also contains the much lesser known Alley Oop Cha Cha Cha by The Pre-Historics, listed in the sleeve notes as an answer version, to my ears simply a cover and according to some the original version, but in any case no cha cha cha. Another familar song is British rock 'n' roller Tommy Steele's debut single Rock With The Caveman. Cave Man Love by Space Man & the Rockets is a nice semi-instrumental sax stroll following the frolic dinner principle, Jerry Coulston's Cave Man Hop is demented rockabilly with doo-wop backings, and there's real doo-wop with the strolling Cave Man by The Vibrations (actually The Jayhawks from Stranded In The Jungle on a different label) and with Cave Man Rock by The Majestics who in 1956 counted Sam Moore in the ranks, later half of soul duo Sam & Dave. There's still more demented nonsense madness in Caveman by Joe Villa & the Royal Teens, the same Royal Teens of Short Shorts fame with future Four Season Bob Gaudio as one of its members. Horror host John Zacherley revisits his Dinner With Drac as I Was A Teen-Age Caveman, a cover of a song by one Randy Luck whose original version with a very different, more beatnik arrangement is also included on the CD. Terry Wayne's Dinosaur Cavern is about one of the largest dry cavern complexes in the United States. Discovered in 1927 it's a tourist attraction along Route 66 in Arizona that still exists but has been named Grand Canyon Caverns since 1962.
You can't go wrong with instrumentals, and that was already the case when dinosaurs ruled the earth. Link Wray adds a rather flat sax to his heavy, menacing Dinosaur, surf guitarist Richie Allan aka Richard Podolor delivers an atmospheric Cave Man, and Buddy Merrill's Brontosaurus Walk is an equally atmospheric guitar stroll not to be confused with Brontosaurus Stomp by The Piltdown Men who named themselves after the Piltdown Man, the skeleton of the missing link between ape and man discovered in 1912 that was exposed as a fake in 1953. Destination Jurassic Land features the timpani percussion of their Brontosaurus Stomp in the stereo version, alongside five more Piltdown Men instrumentals including the sax driven Goodnight Mrs. Flintstone, the calm Fossil Rock which rocks a lot less than its title promises, the funky strolling Big Lizzard with organ and tubular bells, and their sax version of Old McDonald Had A Farm titled McDonald's Cave. One of their best contributions is Gargantua which pairs a menacing The Man With The Golden Arm atmosphere with variety sax. With the exception of the two Prehistoric Plateaus the CD runs from 1956 to 1965 and The Avengers' 1965 Be A Cave Man is garage rock. A few songs haven't really got anything to do with our planet's distant past, for example Nero & the Gladiators' British guitar instrumental In The Hall Of The Mountain King which on the other hand has everything to do with the ancient Romans. The beatnik bongos in a Sandy Nelson Let There Be Drums vibe that liven up the two parts of The Cave by Gary "Spider" Webb, once a member of The Hollywood Argyles, brighten up the novelty story of a boy and a girl who lose each other in a cave, but it's not a prehistoric cave. Whether Tommy Mercer & the McBrides' Volcano Rock is really about the prehistory I cannot tell from its lyrics, but it certainly is nice popcorn noir including sound effects of an erupting volcano (probably on a prehistoric plateau, hahaha) evoking the atmosphere of those old stop motion animation dinosaur movies. Terry Fell's Caveman is basicly a cowboy and indians story 20.000 years BC. Extras include the TV theme from The Flintstones, a TV trailer from the 1977-1980 cartoon series Captain Caveman And The Teen Angels which is completely unknown to me and sounds more like 1957-1960, and the audio from the trailer of the 1966 film One Million Years BC in which Raquel Welch showed her assets wearing a fur bikini. Thirteen tracks with the word "caveman" in the title. You can't go wrong! Info: www.bear-family.com (Frantic Franky)

16 november 2022

MARCO DI MAGGIO AND THE ALL STAR GANG/ MARCO DI MAGGIO
Thunderball / Area Pirata, TR05
English version: see below

Marco Di Maggio timmert al meer dan 20 jaar aan de rock 'n' roll snelweg en omdat ie de zaken professioneel aanpakt doet ie dat vanuit zijn thuisland Italië op grote schaal en internationaal, met de teller op dit ogenblik op meer dan tien albums (waaronder één met onze Sue Moreno) en bijna 3000 concerten van Amerika tot in China. Bovendien is ie enerzijds zo goed en anderzijds PR-gewijs zo slim dat ie regelmatig samenwerkt met internationale artiesten en grote namen. Dat kwam goed van pas voor de 10 tracks op dit nieuwe album, opgenomen met gastmuzikanten als contrabassist Kevin Smith (High Noon), Brent Mason (gitaar voor onder meer George Strait, Alan Jackson en Shania Twain), Dave Roe (contrabas voor Johnny Cash, Dwight Yoakam en Chet Atkins) en Chris Scruggs (steelgitaar voor Marty Stuart en BR5-49), terwijl Di Maggio zelf leadgitaar, akoestische gitaar, baritongitaar, basgitaar en drums voor zijn rekening nam, zij het uiteraard niet allemaal tegelijk. Geen idee of al die mensen ook samen in één studio zaten of iedereen in zijn eigen homestudio netjes zijn eigen partijen inblikte, maar het resultaat klinkt in elk geval uitstekend samen en - niet onbelangrijk en geen evidentie in zulke context - 100 % consistent.
Het album bevat één eigen compositie en negen covers die hun groot gelijk al lang hebben bewezen, met opvallend veel countryrock zoals het mooie melodieuze licht twangy Don't Think Twice It's All Right (zang: de diepe, relaxte stem van fratello Massimo Di Maggio), origineel van Bob Dylan maar gedaan door onder meer Elvis en Smokestack Lightnin', en Harry Nilsson's Everybody's Talkin' uit de film Midnight Cowboy (1969). We horen ook een rockend Oh Lonesome Me, de vlot rollende piano boogie jiver I Don't Mind (Pee Wee King) alsmede de radiovriendelijke, haast commerciële rocker met blazers Travelin' Band (CCR) met Billy "zoon van Dorsey" Burnette op zang en opnieuw een opvallende rol voor de piano. Di Maggio smult uit vele ruiven op dit album dat ook zigeunerswing bevat met Till The End Of The World (Jimmy Wakely, Ernest Tubb, Jim Reeves) met opnieuw het charmante lichte accent van Massimo Di Maggio op zang, alsmede oldtime country als Names And Addresses (Junior Brown), het beschaafd plechtige Give My Love To Rose (Johnny Cash) en het semi-akoestische When Will I Be Loved dat klinkt als The Everly Brothers sinds hun reünie - de tweede stem is van de in februari 2021 overleden James G. Creighton van The Shakin' Pyramids. Afsluiter is een supersnelle instrumentale gitaarboogie, studiotovenarij waarin Di Maggio verschillende gitaarstijlen opstapelt, een beetje als een 21ste eeuwse versie van Chet Atkins of Les Paul op te veel adrenaline. Nodeloos te vermelden dat het gehele album overloopt van flitsend gitaargefriemel. Samenvatting: luister-rockabilly met klassieke maatstaven. Release date: 15 december, niet op CD maar enkel op vinyl en digitaal via www.areapirata.com. Info: www.marcodimaggio.com (Frantic Franky)

Marco Di Maggio has been traveling the rock 'n' roll highways for more than 20 years now and because he does things in a professional way he does it on a large scale and on an international level, with more than ten albums to his credit and almost 3000 concerts from his home country Italy all the way to America and even China. Moreover, he is on the one hand so good and on the other hand PR-wise so clever that he sees the grand scheme of things and regularly collaborates with international artists and big names. This turned out to be quite handy for the 10 tracks on his new album, recorded with guest musicians like double bass player Kevin Smith (High Noon), Brent Mason (guitar for George Strait, Alan Jackson and Shania Twain), Dave Roe (double bass for Johnny Cash, Dwight Yoakam and Chet Atkins) and Chris Scruggs (steel guitar for Marty Stuart and BR5-49), while Di Maggio himself handled lead guitar, acoustic guitar, baritone guitar, bass guitar and drums, though obviously not simultaneously. No idea whether all those people were also in one and the same studio or if everyone neatly canned their own parts in their own home studio, but whatever the case the results sound perfectly together and - not unimportant and also not obvious in such a context - 100 % consistent.
The album contains one selfpenned track and nine covers that already proved their weight in gold, with a lot of country rock like the beautiful melodic slightly twangy Don't Think Twice It's All Right (vocals: the deep laid-back voice of fratello Massimo Di Maggio) written by Bob Dylan and done by Elvis and Smokestack Lightnin', and Harry Nilsson's Everybody's Talkin' from the film Midnight Cowboy (1969). There's a rockin' Oh Lonesome Me, the smoothly rollin' piano boogie jiver I Don't Mind (Pee Wee King) and the radio friendly, almost commercial rocker with horns Travelin' Band (CCR) with Billy "son of Dorsey" Burnette on vocals and again a prominent role for the piano. Di Maggio tackles various styles on the album which also includes gypsy swing like Till The End Of The World (Jimmy Wakely, Ernest Tubb, Jim Reeves) with again Massimo Di Maggio's charming hint of an accent on vocals, as well as old-time country like Names And Addresses (Junior Brown), the civilised solemn Give My Love To Rose (Johnny Cash) and the semi-acoustic When Will I Be Loved which sounds like The Everly Brothers since their reunion - the second voice is James G. Creighton of The Shakin' Pyramids who passed away in february 2021. Closing track is a superfast instrumental guitar boogie, studio wizardry with Di Maggio laying down different guitar styles, a bit like a 21st century version of Chet Atkins or Les Paul with too much adrenaline. Needless to say, the entire album is filled with flashy guitar fretting. Summary: rockabilly to listen to employing classic standards. Release date: december 15, not on CD but only on vinyl and digitally via www.areapirata.com. Info: www.marcodimaggio.com (Frantic Franky)


THIS AIN'T THE TIME/ MARK TWANG TRIO
Tessy Records, TESSY CD
English version: see below

Een digitale klik vóór het eerste nummer is de aftrap van een stevige brok moderne powergitaarbilly (Blurry Nights, Haunted) van dit nieuwe trio uit Düsseldorf onder leiding van de leadgitarist van Sandy & the Wild Wombats en van Dave Phillips (GB) als die bij ons in de buurt optreedt, evenals op Phillips' recentste release. Shape Your In vermengt die power met bluesbop en een rockrefrein, en ook in de melodie van titeltrack This Ain't The Time klinken elementen van rock door. In het gitaarwerk hoor ik echos van Brian Setzer (Redhead) en veel twang (Tease Like That), maar dat ze het ook klassieker en rustiger kunnen bewijzen ze in het laconiek gezongen moderne Johnny Cash-achtige I Hope I Don't Fall In Love (dat er nog een tweede keer opstaat in dezelfde versie met toevoeging van backing vocals), Crippled Inside en het western geïnspireerde Broken Heart Hill. Eén gitaar, een contrabas en drums zonder opleuken of gastmuzikanten, hoogstens wat shakend ritme door zo'n schud ei'tje wat dan weer doet denken aan Wild Records. In elk geval, what you hear is what you get, of zoals ze zelf zeggen: no overdubs, no bullshit. Niet wereldschokkend, maar goed gespeeld en degelijk uitgevoerd met kennis van zaken, en de twaalf zelfgeschreven tracks op dit debuutalbum zijn 40 minuten boeiend tijdverdrijf voor de liefhebbers van hedendaagse rock 'n' roll voor wie het een streepje steviger mag. Info: www.tessyrecords.de en www.facebook.com/marktwangtrio (Frantic Franky)

A digital click before the first song kicks off a solid chunk of modern powerguitar billy (Blurry Nights, Haunted) from this new Düsseldorf trio led by the lead guitarist of Sandy & the Wild Wombats (D) and from Dave Phillips (GB) when Phillips performs on the continent, as well as on Phillips' latest release. Shape Your In mixes that power with blues bop and a rock chorus, and elements of rock can also be detected in the melody of title track This Ain't The Time. In the guitar playing I hear echoes of Brian Setzer (Redhead) and a lot of twang (Tease Like That), but they prove they can do it as good in a more classic and calmer way in the lazyly sung modern Johnny Cash-styled I Hope I Don't Fall In Love (which appears a second time in the exact same version with added backing vocals), Crippled Inside and the western inspired Broken Heart Hill. One guitar, a double bass and a set of drums without any embellishments or guest musicians, at the most they add a bit of extra rhythm with an egg shaker, reminiscent of Wild Records. Anyway, what you hear is what you get, or as they say themselves: no overdubs, no bullshit. Not earth shattering, but well played and expertly executed demonstrating a great deal of musical skill, which turns the dozen selfpenned songs on this debut album into 40 minutes well spent if you like your contemporary rock 'n' roll a bit heavier. Info: www.tessyrecords.de en www.facebook.com/marktwangtrio (Frantic Franky)


BACKYARD STOMP/ THE BACKYARD CASANOVAS
Rhythm Bomb, RBR 6016
English version: see below

Het mag niet verbazen dat het succes van de blues geïnspireerde rock 'n 'roll bands onder leiding van The Kokomo Kings (S) nieuwe bands inspireert. Dit in 2018 opgerichte kwartet uit Bonn lijkt me er zo één, en moest u de band niet kennen, weet dan dat The Backyard Casanovas eigenlijk The Cocks van Cat Lee King & his Cocks zijn, waarbij gitarist Tommy J. Croole de zang voor zijn rekening neemt. Komt er van zo hard te roepen telkens die bij Cat Lee King Smokestack Lighting zingt, hahaha.
Hun debuut opent met de weerspannige rhythm 'n' blues gitaar instrumental Chicken Stuff die misschien wat magertjes klinkt, maar dat zou je evengoed kunnen zeggen van het origineel van Hop Wilson & his Chickens, en dan valt op hoe nauw The Backyard Casanovas de sound van dat origineel benaderen. De CD bevat relaxte, haast lui gezongen maar wel degelijk energieke rockers als Be My Love (Fred Coaster), en vaak kiezen ze voor covers van nummers die in den beginne al raar klonken, bijvoorbeeld de bluesrocker I Ain’t Botherin’ Nobody van Tommy Moore & the 5 J's. Geen wonder dat ze ook een nummer van Hasil Adkins coveren, Big Fat Mama, en laat dat nu net een van de normaalst klinkende nummers op de CD zijn, hahaha. Bluesrockende boogie strolls als Lucy Mae Blues (Frankie Lee Sims) en You Don’t Give A Damn staan schouder aan schouder met rhythm 'n' blues rockers (Scratchin', Buzz Back Home) en pure bluesrock (Evil Woman), naast verschroeiende rockers (Geronimo Rock ‘n’ Roll van Jerry McCain) en de welhaast verplichte bluesboppers die eindeloos in dezelfde akkoorden blijven hangen, zoals Hey Sweet Lady met zijn dementerende bibberzang en de genadeloze versie van Hound Dog Taylor's slide opus Take Five. Een scheut delta blues met een hint van garage en vervorming vormen samen twaalf tracks waarvan vijf zelfgeschreven. Dat was vroeger een LP, en die komt er volgend jaar inderdaad, op 500 exemplaren waarvan 100 op gekleurd vinyl. Het beste nieuws hebben we tot het laatst bewaard: nergens geen mondharmonica! Schrijf alvast in uw uitgaansagenda dat ze op 18 februari in de Cruise Inn in Amsterdam spelen op een double bill met Cat Lee King & his Cocks. Backyard Stomp verschijnt in december. Info: www.vintagerockinroots.com en www.facebook.com/thebackyardcasanovas (Frantic Franky)

It should come as no surprise that the success of the blues rock 'n' roll invasion led by The Kokomo Kings (S) inspires new bands. This quartet formed in 2018 in Bonn is one of those bands, and in case you don't know 'em: The Backyard Casanovas are actually The Cocks from Cat Lee King & his Cocks, with guitarist Tommy J. Croole handling vocals duties. Guess you had it coming from screaming so loud every time he sang Smokestack Lighting with Cat Lee King, hahaha.
Their debut kicks off with the insolent rhythm 'n' blues guitar instrumental Chicken Stuff which you may find a bit thin sounding, but the same thing could be said about Hop Wilson & his Chickens' original version, so please do note how closely The Backyard Casanovas approximate the sound of the original. The CD contains laid back, almost lazily sung but solidly energetic rockers like Be My Love (Fred Coaster), and it strikes me how often they choose to cover songs that sounded weird to begin with, for instance Tommy Moore & the 5 J's' blues rocker I Ain't Botherin' Nobody. No wonder they also cover a Hasil Adkins tune, Big Fat Mama, which happens to be about the most normal sounding track on the CD, hahaha. Blues rockin' boogie strolls like Lucy Mae Blues (Frankie Lee Sims) and You Don't Give A Damn stand shoulder to shoulder with rhythm 'n' blues rockers (Scratchin', Buzz Back Home) and pure bluesrock (Evil Woman), alongside scorching rockers (Jerry McCain's Geronimo Rock 'n' Roll) and the near obligatory blues boppers that linger endlessly in the same chords, for example Hey Sweet Lady with its demented shivering vocals and their merciless version of Hound Dog Taylor's slide opus Take Five. A dash of delta blues with a hint of garage and distortion make up 12 tracks, five of 'em self written. That used to be an LP, and this will indeed be out on vinyl next year, limited to 500 copies, and 100 of them will come in colored vinyl. We saved the best news until last: no harmonica anywhere in sight! Backyard Stomp will be released in december. Info: www.vintagerockinroots.com en www.facebook.com/thebackyardcasanovas (Frantic Franky)


SWING CREMONA/ PIERRE OMER’S SWING REVUE
Voodoo Rhythm, VRCD96
English version: see below

Heruitgave van Swing Cremona uit 2016, het enige album van Pierre Omer’s Swing Revue, een van de vele solo projecten van Pierre Omer, gitarist-accordeonist van The Dead Brothers (CH). Voodoo Rhythm dat er een olympische discipline van maakt zoveel mogelijk referenties in hun promo sheets te wurmen omschrijft dit als “hepcat daddy-o beatnik jazz swing punk Jack Kerouac inspired whiskey soaked cool jazz", en dat hadden wij niet beter maar wel veel korter kunnen zeggen, hahaha. Met strummende akoestische gitaren, ukelele, een scheurende trompet, zo te horen een kazoo, contrabas, een drummetje van niks en veel oosterse en Oost-Europese melodieën (een gezongen Miserlou) stort Omer zich hier vol overgave op de gypsy swing (Show Me Some Love, International Man Of Mystery met een een knipoog naar James Bond en Secret Agent Man), met uiteraard invloeden van Django Reinhardt. Het resultaat klinkt stevig, maar naar Voodoo Rhythm normen verbazingwekkend niet-trashy. De cover Russian Lullaby (Irving Berlin) klinkt zelfs radiovriendelijk en echoot pop en Beatles, op andere momenten (Baby Blue) doet dit denken aan het duistere van de moderne rockmuziek in de TV reeks Peaky Blinders. Gelukkig is er ook retro swing (Old Man Mose, het instrumentale Swing Cremona), naast tongue in cheek Hawaiiaanse dromerij (Coconut Island). U begrijpt waar ik naartoe wil: niet iedereen gaat dit goed vinden, zoveel is zeker, maar wie houdt van anarchistische fanfares dient zeker een keertje te luisteren. Ook uit op LP + gratis CD, bestelnummer VR1296, verdeling in de Benelux via Clear Spot. Info: www.voodoorhythm.com en www.pierreomer.com (Frantic Franky)

Reissue of 2016’s Swing Cremona, the only album by Pierre Omer's Swing Revue, one of the many solo projects of Pierre Omer, guitarist-accordionist of The Dead Brothers (CH). Voodoo Rhythm who turned squeezing as many references as possible in promo sheets into an olympic discipline describes this as "hepcat daddy-o beatnik jazz swing punk Jack Kerouac inspired whiskey soaked cool jazz", and we couldn't have put it any better but surely much shorter, hahaha. With strumming acoustic guitars, ukulele, a ripping trumpet, what sounds like a kazoo, double bass, a minimalist drum kit and loads of eastern and East-European melodies (a vocal Miserlou) Omer bravely storms gypsy swing territory here (Show Me Some Love, International Man Of Mystery which references James Bond and Secret Agent Man), with of course a lot of influence from Django Reinhardt. The results sound solid, though surprisingly non-trashy by Voodoo Rhythm standards. The cover Russian Lullaby (Irving Berlin) even sounds radio friendly, echoing pop music and The Beatles, other songs (Baby Blue) are reminiscent of the dark modern rock music used in the TV series Peaky Blinders. Fortunately there is also retro swing (Old Man Mose, the instrumental Swing Cremona), alongside tongue-in-cheek Hawaiian dreams (Coconut Island). You get my drift: not everyone is going to like this, that much is certain, but if you dig the vibe of anarchist brass bands do give this a listen. Also out on LP + free CD, catalogue number VR1296.Info: www.voodoorhythm.com en www.pierreomer.com (Frantic Franky)

9 november 2022

ROCKS/ BO DIDDLEY
Bear Family, BCD 17551

English version: see below

Ik heb er járen over gedaan om Bo Diddley te leren waarderen, maar sindsdien krijg ik er niet genoeg van. Het wordt dan ook een sport om zoveel mogelijk van hem te kopen zonder tig keren dezelfde nummers aan te schaffen, best een moeilijke discipline gezien het grote aantal Bo Diddley budget CD’s out there. Bear Family biedt hier 28 tracks 1955-1962, Diddley's prime, allemaal opgenomen voor Chess' zusterlabel Checker Records in Chicago en boordevol attitude, rauwe gitaarriffs, tremolo, vibrato en Caraïbische ritmes volgens de overlevering gebaseerd op Afrikaanse vruchtbaarheidsdansen, allemaal met maracas (en soms ook met mondharmonica) en voorzien van een hypnotiserende mojo. Wat vaak vergeten wordt: het werk van Bo Diddley is doorspekt met humor, alsof ie stiekem in zijn vuistje lachte terwijl hij de hele wereld een neus zette.
De CD bevat een evenwichtige verdeelsleutel tussen enerzijds de hits en klassiekers (Hey Bo Diddley, Gun Slinger (bekender als LP hoes dan als song), Bo Diddley, Pretty Thing, Road Runner, Who Do You Love, You Can't Judge A Book By The Cover, Diddley Daddy, Bring It To Jerome, Dearest Darling, Mona, de spookachtige treinsong Down Home Special en de volbloed rocker Cadillac met sax, een enkel vooral via covers door andere artiesten bekend nummer als Ride On Josephine, en anderzijds minder bekende songs als My Story, Hush Your Mouth, Say (Boss Man), Willie And Lillie, Pills, I Am Looking For A Woman, het wat bluesier Little Girl (Can I Go Home With You) en Diddy Wah Diddy, de bluesrockers I Can Tell en You Don't Love Me (You Don't Care), het doo-woppende Deed And Deed I Do en de gospel jungle stomper She's Alright, minder bekende songs waar toch vaak pareltjes tussen zitten zoals bijvoorbeeld Don't Let It Go. Het strekt samensteller Martin Hawkins tot eer dat de CD voor iemand die vooral naam en faam maakte met riffs toch erg gevarieerd is, wat voor mij juist deel uitmaakt van Diddley's aantrekkingskracht: Bo Diddley is veel meer dan alleen maar Bo Diddley, als u begrijpt waar ik naartoe wil. Deze CD is zoals immer bij Bear Family een erg verzorgde uitgave met een gedetailleerd informatief CD booklet van 40 pagina’s van de hand van Bill Dahl met naar verluidt onder meer enkele nooit eerder gepubliceerde foto’s, alleen is het jammer dat ik bij enkele songs een verschil in volume hoor, wat opvalt omdat Bear Family juist bekend is om de zorg die het label besteedt aan de geluidskwaliteit.
Vóór Bo's overlijden in 2008 op 79-jarige leeftijd heb ik hem nog één keer live zien optreden (hij hield zich toen vooral bezig met het uitproberen van alle knopjes op zijn gitaar), maar toen ik zijn biografie Living Legend uit 1998 wou laten signeren weigerde hij categoriek omdat auteur George White "alleen maar leugens schreef". Gelukkig had ik nog een CD bij (een LP past zo moeilijk in je binnenzak). Jammer dat ik toen deze CD nog niet had, een CD die weer een aantal gaten in mijn Bo Diddley collectie opvult. You can't judge a book by the cover, maar een plaat van Bo Diddley herken je altijd. Go Bo go! Info: www.members.tripod.com/~originator_2/ en www.bear-family.com (Frantic Franky)

It took me years to learn to appreciate Bo Diddley, but since then I can't get enough of him. It's therefor become a sport to get a hold of as much of his music as possible without buying the same songs over and over again, which is a difficult discipline considering the large number of Bo Diddley budget CD’s out there. On this CD Bear Family offers 28 tracks 1955-1962, Diddley's prime, all of 'em recorded for Chess' sister label Checker Records in Chicago, all of 'em brimming with attitude, raw guitar riffs, tremolo, vibrato and Caribbean rhythms apparently based on African fertility dances, and all of 'em with maracas (and sometimes harmonica) and delivered with a hypnotising mojo. What is often forgotten: Bo Diddley's work is laced with humour, as if he had the last laugh while poking fun of the whole wide world.
The CD contains a well balanced mix of on the one hand the hits and classics (Hey Bo Diddley, Gun Slinger (better known as an LP cover than as a song), Bo Diddley, Pretty Thing, Road Runner, Who Do You Love, You Can't Judge A Book By The Cover, Diddley Daddy, Bring It To Jerome, Dearest Darling, Mona, the haunting train song Down Home Special and the full blooded rocker Cadillac with sax, the occasional song known better through other artists' cover versions like Ride On Josephine, and on the other hand lesser known songs like My Story, Hush Your Mouth, Say (Boss Man), Willie And Lillie, Pills, I Am Looking For A Woman, the somewhat bluesier Little Girl (Can I Go Home With You) and Diddy Wah Diddy, the blues rockers I Can Tell and You Don't Love Me (You Don't Care), the doo-woppin' Deed And Deed I Do and the gospel jungle stomper She's Alright, lesser known songs that are nevertheless often real gems like for instance Don't Let It Go. We can credit Martin Hawkins for compiling a CD that is very varied for an artist who mainly made his name with riffs, which to me is part of Diddley's appeal: Bo Diddley is much more than just Bo Diddley, if you know what I mean. As always with Bear Family it's a quality release with a detailed informative 40 page CD booklet written by Bill Dahl that even claims to include a few previously unpublished photos, which makes it a pity that a couple of songs have a different volume level, which is remarkable given Bear Family's focus and care on sound quality.
Before Bo's death in 2008 at the age of 79 I saw him perform live on stage on one occasion (he was mainly busy trying out all the knobs on his guitar), but when I tried to get my copy of his 1998 biography Living Legend signed he categorically refused because author George White "wrote nothing but lies". Fortunately I also had a CD with me (an LP hardly fits in your pocket). Too bad I didn't have this CD then, a CD that fills several holes in my Bo Diddley collection. You can't judge a book by the cover, but you can always recognize a Bo Diddley record. Go Bo go!Info: www.members.tripod.com/~originator_2/ en www.bear-family.com (Frantic Franky)


YES I KNOW/ LINDA HAYES
Jasmine, JASMCD3204
English version: see below

Van Linda Hayes, zangeres die beurteling wordt omschreven als rhythm 'n' blues, gospel en jazz, kenden wij slechts een paar tracks zoals de jive rocker You Ain't Movin' Me, het groovy Work With Me Annie antwoord My Name Ain't Annie, Yes I Know (een antwoord op I Don't Know van Willie Mabon), de rockende mambo Atomic Baby en de ballade You're The Only One For Me op compilaties genre Bump Jump And Jive en I Hate Cherries, ook al was er in 2008 in Engeland al eens een CD van haar verschenen op Shout Records getiteld Atomic Baby. Alle 21 tracks van die CD staan nu op deze 35 tracks tellende dubbel-CD van Jasmine, net als de 16 tracks van de in 1989 in Denemarken verschenen Linda Hayes LP Yes I Know. Hayes' rock 'n' roll getuigbrieven gaan echter verder dat dan handjevol genoemde songs. Ze was de oudere zus van Tony Williams, leadzanger van The Platters bij wie ze zelf ook heel kortstondig zong vóór de groep een geoliede hitmachine werd, ze verving Eunice Levy in Gene & Eunice toen die op bevallingsverlof was, en in 1959 toerde ze samen met Bill Haley & the Comets in Europa. Van 1952 tot 1959 bracht ze minstens tien singles en één 10 inch uit op (Recorded In) Hollywood, King en Antler, en die staan allemaal op de Jasmine CD, aangevuld met opnames uit haar tijd bij The Platters, wat samen naar wij aannemen haar complete output is die deels nooit eerder werd heruitgebracht, al kwamen we op YouTube nog wel het unreleased I Just Wanna Mambo met The Platters tegen.
De CD is erg gevariëerd en bevat zowel trage rhythm 'n' blues die bijna blues wordt (Your Back's Out, de twee parts van Big City), bijna crooners (Play It Right, Don't Tell Me I Know, I'll Never Love Again, Darling Angel), ballades (Don't Do Nothin' Baby, Yours For The Asking, I Had A Dream, Take The Hand Of A Fool, het Shake A Hand-achtige Take Me Back), jazzy nummers (Let's Babalu), verhalende rhythm 'n' blues shuffles (Non-Cooperation, het Fats Domino-achtige Change Of Heart) met doo-woppende backing vocals (I've Tried So Hard) en mambo (Grrr Mambo) als - en dat blijft het belangrijkste natuurlijk - nog meer jivers als What's It To You Jack, Hubba Hubba en No Next Time. De ballade Why Johnny Why is een tribute voor Johnny Ace, de rhythm 'n' blues zanger die zich op kerstdag 1954 op amper 25-jarige leeftijd al dan niet bij een spelletje Russische roulette door het hoofd schoot. Zoals gezegd staan op de CD enkele nummers waarin Hayes begeleid wordt door The Platters, zoals de orgel crooner Please Have Mercy in de typische zoetgevooisde Platters stijl, terwijl Oochi Pachi, een duet met broer Tony Williams alsmede zo te horen de rest van The Platters, een sympathieke medium tempo doo-wopper is. Ook in My Name Ain't Annie doen The Platters mee, en backing vocals zijn ook een belangrijk onderdeel van de ballade Our Love's Forever's Blessed. De CD bevat ook een alternatieve Take Me Back in mindere geluidskwaliteit (de meerderheid van de tracks klinken uitstekend) en sluit af met vier Platters tracks met Linda Hayes in de gelederen: Hey Now is een uptempo doo-wopper, Give Thanks is gospel, en I'll Cry When You're Gone en I Need You All The Time zijn ballades. Dit alles samen vormt een indrukwekkend overzicht van een vergeten artieste en een aanrader voor wie houdt van zangeressen als bijvoorbeeld Etta James. Linda Hayes overleed in 1998 op 74-jarige leeftijd. Info: www.jasmine-records.co.uk (Frantic Franky)

Linda Hayes is sometimes described as a rhythm 'n' blues singer, sometimes as a gospel singer and sometimes as a jazz singer, and I only knew very few sides of her like the jive rocker You Ain't Movin' Me, the groovy Work With Me Annie answer My Name Ain't Annie, Yes I Know (an answer to Willie Mabon's I Don't Know), the rockin' mambo Atomic Baby and the ballad You're The Only One For Me on comps like Bump Jump And Jive and I Hate Cherries, even though there was already a CD of her released in the UK in 2008 on Shout Records entitled Atomic Baby. All 21 tracks from that CD are now on this 35 track double CD on Jasmine, as are the 16 tracks from the Linda Hayes LP Yes I Know released in Denmark in 1989. Hayes' rock 'n' roll credentials however go beyond that handful of songs I mentioned. She was the older sister of Tony Williams, lead singer of The Platters with whom she herself sang very briefly before the group became a well oiled hit making machine, she replaced Eunice Levy in Gene & Eunice when the latter was on maternity leave, and in 1959 she toured Europe with Bill Haley & the Comets. From 1952 to 1959 she released at least ten 45s and one 10 inch on (Recorded In) Hollywood, King and Antler, and all of these are on the Jasmine CD, supplemented by recordings from her time with The Platters. I assume this CD, partly never before re-issued, collects her complete output, even though I did come across her unreleased I Just Wanna Mambo with The Platters on YouTube.
The CD is very varied, containing slow rhythm 'n' blues that almost becomes blues (Your Back's Out, the two parts of Big City), almost crooners (Play It Right, Don't Tell Me I Know, I'll Never Love Again, Darling Angel), ballads (Don't Do Nothin' Baby, Yours For The Asking, I Had A Dream, Take The Hand Of A Fool, the Shake A Hand-like Take Me Back) jazzy tunes (Let's Babalu), narrative rhythm 'n' blues shuffles (Non-Cooperation, the Fats Domino-like Change Of Heart) with doo-woppin' backing vocals (I've Tried So Hard), mambo (Grrr Mambo) as well as - and this is of course the most important - more jivers like What's It To You Jack, Hubba Hubba and No Next Time. The ballad Why Johnny Why is a tribute to Johnny Ace, the rhythm 'n' blues singer who may or may not have shot himself in the head during a game of Russian roulette on christmas day 1954 at the young age of barely 25. As mentioned, the CD features several songs on which Hayes is supported by The Platters, like the organ crooner Please Have Mercy in typical sweet-voiced Platters form, wheras Oochi Pachi, a duet with her brother Tony Williams (as well as by the sound of it the rest of The Platters), is a sympathetic medium tempo doo-wopper. The Platters also join in on My Name Ain't Annie, and backing vocals also form an important part of the ballad Our Love's Forever's Blessed. The CD further includes an alternate Take Me Back in lesser sound quality (the majority of the tracks sound excellent) and closes with four Platters tracks with Linda Hayes in the ranks: Hey Now is an uptempo doo-wopper, Give Thanks is gospel, and I'll Cry When You're Gone and I Need You All The Time are ballads. As a whole this forms an impressive overview of a forgotten artist which comes highly recommended for those who love singers like for instance Etta James. Linda Hayes died in 1998 at the age of 74.
Info: www.jasmine-records.co.uk (Frantic Franky)


BRAND NEW CADILLAC: THE BRITS ARE ROCKING Vol. 8/ VINCE TAYLOR
Bear Family, BCD17649

English version: see below

Vince Taylor wordt in Frankrijk nog steeds vereerd op hetzelfde altaar waar men ook kaarsen brandt voor Gene Vincent, deels op basis van zijn imago dat ie - lederen pak incluis - had gekopieerd van Vincent, deels op basis van Brand New Cadillac dat verrassend genoeg destijds géén hit was, en deels op basis van traditie en erfgoed: Taylor werd in Frankrijk binnengehaald als de real deal (wegens gebrek aan beter?), wat uiteraard niet slecht is voor een Brit die in Amerika opgroeide en zich eenmaal terug op Britse bodem uitgaf voor een Amerikaan. Wat er ook van zij, Frankrijk is Vince Taylor steeds op handen blijven dragen, ook toen de alcohol, de drugs, de godsdienstwaanzin en de psychologische problemen hun tol eisten.
De CD opent met - noblesse oblige - Brand New Cadillac, een soort snelle stroll die 63 jaar na datum nog niets van zijn gemeenheid, scherpte en kracht heeft verloren. Naast Brand New Cadillac had Taylor slechts een handvol eigen nummers op zijn naam staan, en daartoe behoort het uitstekende Jet Black Machine dat gerust naast Brand New Cadillac mag staan, zij het zonder de impact van dat wereldnummer. I'll Be Your Hero is nog een toffe teenrocker, Move Over Tiger daarentegen heeft last van een medium tempo en een female achtergrondkoortje, allicht een poging om water bij de rock 'n' roll wijn te doen. Van I Like Love zou je kunnen denken dat het een eigen nummer is, maar niets is minder waar want het is van Roy Orbison op Sun Records, en daarmee zijn we aanbeland bij de covers, want de overgrote meerderheid van de CD zijn covers van rock 'n' roll klassiekers als Baby Let's play House, Sweet Little Sixteen, Long Tall Sally, Lovin' Up A Storm, Rocky Road Blues, Mean Woman Blues, Twenty Flight Rock, C'Mon Everbody, Blue Jean Bop, Right Behind You Baby en de Peppermint Twist (is Part II live of fake live?) die op hun best eruit springen door het vuur en de bravure waarmee de band (een wisselende stoet muzikanten met onder meer Tony Sheridan en Joe Moretti op gitaar en Brian "Licorice" Locking pré-Shadows op basgitaar Brian Bennett pré-Shadows op drums) ze speelt, vaak in een live imitatie met stillere stukken om daarna weer de gas erop te zetten, en de panache waarmee Taylor ze vertolt, en op hun middelmatigst standaard bandwerk zijn (Ready Teddy, My Babe, Rip It Up) mijlenver verwijderd van de elektrisch geladen live clips van Vince Taylor op YouTube. Gelieve ook te noteren dat alles met elektrische basgitaar is, niet met contrabas. Taylor covert ook Shaking All Over dat muzikaal een exacte copie van Johnny Kidd & the Pirates is, alleen lijkt het nummer me te hoog voor Taylor's stem. Rustiger is Taylor's exotische versie van Watcha Gonna Do. Ik dacht eerst dat dit een cover van het Hayden Thompson nummer was, maar deze Whatcha Gonna Do die daar erg op lijkt heeft (Southern Love) tussen de haakjes staan en is een cover van een nummer van Ronnie Hawkins, hier met enkele Chinese akkoorden op de piano. Helemáál gesneden op maat van Taylor's lederen pak is Endless Sleep van Jody Reynolds.
Tot het departement ballades behoren Don't Leave Me Now, Pledging My Love, Don't Ever Let Me Go en Love Me, Have I Told You Lately That I love You is een mooie rockaballad, van So Glad You're Mine maakt ie een medium tempo swinger, en van Big Blond Baby een stroll met een stukje cha cha cha en zelfs "Brigitte Bardot" als intro en outro. Dit kan toch nooit serieus bedoeld zijn? Ook vreemd: There's A Whole Lot Of Twistin' Goin' On is te traag om op te twisten, en Mimi is Franstalige yé yé pop à la Johnny Hallyday maar niet béter dan Hallyday.
Met 32 tracks 1958-1962 (twaalf songs van deze CD werden onder de titel Le Rock C'Est Ca recent door Bear Family uitgebracht op een gele 10 inch) is dit op dit moment mogelijk de compleetste Vince Taylor CD op de markt, wat betekent: de fantastische, de goeie, de middelmatige en de vreemde nummers, alsmede die songs waaruit blijkt dat Taylor niet altijd even fantastisch zong, want verschillende keren zit ie naast de toon, en het is bij momenten pijnlijk duidelijk dat ie lang niet zo'n goede zanger was als zijn landgenoten Cliff Richard, Marty Wilde, Billy Fury of Johnny Kidd. De god Vince Taylor was immers ook maar een mens onder de stervelingen, en uiteindelijk is het nooit helemaal goed gekomen met hem: ondanks verschillende pogingen tot comeback, onder meer op Big Beat Records, eindigde hij als luchthavenmechanicus in Zwitserland. Hij stierf in 1991 op zijn 52ste aan longkanker, maar zelfs na zijn dood is hem geen rust gegund: zijn graf op het kerkhof van Lutry (CH) werd recent afgebroken omdat de concessie niet langer betaald werd, en zijn beenderen liggen nu in een massagraf. De CD bevat naar goede Bear Family traditie een stevig booklet van 34 pagina’s met een uitgebreide biografie en opnamedetails, maar ik hoor wel nogal wat verschil in geluidskwaliteit tussen de nummers onderling. Volume 7 in deze reeks, opgedragen aan Johnny Kidd, verschijnt op 4 november.
Info: www.bear-family.com (Frantic Franky)

To this day Vince Taylor is worshipped in France on the same altar where rockers light candles for Gene Vincent, partly on the basis of Taylor's image which he copied - leather suit included - from Vincent, partly on the basis of Brand New Cadillac which surprisingly wasn't a hit when originally released, and partly on the basis of tradition and heritage: Taylor was welcomed with open arms in France for being the real deal (for lack of anything better?), which of course ain't bad at all for a Brit who grew up in America and once back on British soil pretended to be American. Whatever the case, France has always held Vince Taylor in high esteem, even when the alcohol, drugs, religious madness and psychological problems took their toll.
The CD opens with - noblesse oblige - Brand New Cadillac, the kind of fast paced stroll that 63 years later has lost none of its meanness, sharpness and power. Apart from Brand New Cadillac, Taylor only had a handful of original songs to his name, including the excellent Jet Black Machine which stands proudly alongside Brand New Cadillac, albeit without the impact of that song which is in a league of its own. I'll Be Your Hero is another cool teen rocker, Move Over Tiger on the other hand suffers from a medium tempo and a female backing chorus, perhaps in an attempt to water down the rock 'n' roll wine. One might be forgiven for thinking I Like Love is one of his own songs, but nothing could be further from the truth as it's Roy Orbison on Sun Records, which brings us to the covers. The vast majority of the tracks collected here are covers of rock 'n' roll classics like Baby Let's play House, Sweet Little Sixteen, Long Tall Sally, Lovin' Up A Storm, Rocky Road Blues, Mean Woman Blues, Twenty Flight Rock, C'Mon Everbody, Blue Jean Bop, Right Behind You Baby and the Peppermint Twist (is Part II live or fake live? ) which at best stand out thanks to the fire and bravura with which the band (an ever changing parade of musicians including Tony Sheridan and Joe Moretti on guitar, a pré-Shadows Brian "Licorice" Locking on bass guitar and a pré-Shadows Brian Bennett on drums) play them, often imitating a live show with quieter parts only to step it up again, and to the panache and stamina with which Taylor performs them, while at their most mediocre they are run-of-the-mill (Ready Teddy, My Babe, Rip It Up) far removed from Vince Taylor's electrifying live clips on YouTube. Do take note that everything is played with electric bass guitar, not with double bass. Taylor also covers Shaking All Over as an exact copy of Johnny Kidd & the Pirates, but the song seems to me too high for Taylor's voice. Then again, Jody Reynolds' Endless Sleep fits Taylor's leather suit to a T. I first thought Taylor's exotic version of the more calm Watcha Gonna Do was a cover of the Hayden Thompson song, but this Whatcha Gonna Do though sounding very similar has (Southern Love) in between the brackets and is a cover of a Ronnie Hawkins song, here with some Chinese chords on the piano.
The ballad department features Don't Leave Me Now, Pledging My Love, Don't Ever Let Me Go and Love Me, Have I Told You Lately That I Love You is a nice rockaballad, So Glad You're Mine is turned into a medium tempo swinger, and Big Blond Baby into a stroll with a bit of cha cha cha and even "Brigitte Bardot" as intro and outro. Surely this can't have been meant seriously? Also strange: There's A Whole Lot Of Twistin' Goin' On is too slow to twist to, and Mimi is yé yé pop à la Johnny Hallyday sung in French but most surely not sung better than Hallyday.
With 32 tracks 1958-1962 (Bear Family recently released twelve songs from this CD on a yellow 10 inch titled Le Rock C'Est Ca), this is probably the most complete Vince Taylor CD on the market at the moment, which means you get all the great, the good, the mediocre and the strange songs, as well as those songs that show that Taylor didn't always sing fantastically, as on several occasions he is off key and at times it's painfully clear that he was not nearly as good a singer as his compatriots Cliff Richard, Marty Wilde, Billy Fury or Johnny Kidd . After all, the god Vince Taylor was a mere human among mortals, and in the long run things did not quite work out for him: despite several attempts at a comeback, including one on Big Beat Records, he ended up as a mechanic on an airport in Switzerland. He died of lung cancer in 1991 at 52 and even after his death, he did not find peace: his grave at the Lutry cemetery near Lausanne was removed because the concession was no longer paid for, and his bones ended up in a mass grave. In time honoured Bear Family tradition, the CD includes a hefty 34 page booklet with an extensive biography and recording details, but I do hear quite a bit of difference in sound quality between the songs. Volume 7 in this series, dedicated to Johnny Kidd, will be released on 4 November.
Info: www.bear-family.com (Frantic Franky)


CADILLAC IN MODEL 'A'/ BILLY JACK WILLS
Bear Family, BCD17644
English version: see below

Elvis was de koning van de rock 'n' roll en Bob Wills was de koning van de western swing. De link? Billy Jack Wills, de jongste van Bob Wills' drie broers die ook allemaal muziek maakten, want Billy Jack nam onder meer het nummer Good Rockin' Tonight op. Bob Wills kennen we allemaal, hoog tijd om kennis te maken met zijn kleine broertje! Bear Family (D) plaatst Billy Jack in de spotlights in hun Gonna Shake This Shack Tonight reeks met 31 jazzy swingende nummers voornamelijk opgenomen van 1952 tot 1954 (de CD loopt van 1951 tot 1956), en reken maar dat die shack serieus gaat shaken. Billy Jack Wills begon zijn carrière als contrabassist voor andere broer Johnnie Lee Wills, promoveerde tot contrabassist, drummer en zanger voor Bob Wills, en schreef de tekst van Bob Wills' hit Faded Love uit 1950. Eind jaren '40 nam hij het management over van Wills Point, Bob Wills' club in Sacramento, en de meeste opnames op de CD werden opgenomen met de huisband van die club, Billy Jack's Western Swing Band. Billy Jack was twintig jaar jonger dan Bob Wills en incorporeerde modernere invloeden in zijn western swing dan Bob Wills. Het resultaat: jazzy western swing met een hardere backbeat en covers van rhythm 'n' blues nummers!
De vrolijke goedgezinde en toen reeds nostalgische western swing (Kentucky Means Paradise, She's A Quarter Horse Type) wordt uitgevoerd met toeterende trompet, jazzy piano, fiddles in verspreide slagorde en verbazingwekkend veel invloed van dixieland jazz (Sugar Blues). We horen pré-rock 'n' roll met jazzy uptempo jump boogie covers van Good Rockin' Tonight, Crazy Man Crazy en Wynonie Harris' All She Wants To Do Is Rock, naast swing jazz klassiekers als Sweet Georgia Brown en de instrumentals Air Mail Special, Woodchopper's Ball en C-Jam Blues. Hey Mr. Mailman is vlotte country swing, de supersnelle instro Water Baby Boogie kennen we ook van The Maddox Brothers, I Don't Know werd zowel door de blanke Tennessee Ernie Ford als de zwarte Willie Mabon opgenomen (het origineel is zwart), Hey Mr. Cotton Picker is een andere Tennessee Ernie Ford cover, Tobacco Chewing Boogie is een bewerking van de Chew Tobacco Rag, The Dipsy Doodle werd ook gedaan door Bill Haley, en van Milk Cow Blues, door Elvis onder het motto "let's get real real gone for a change" bij Sun opgenomen als rockabilly, horen we een rustige hillbilly versie. My Shoes Keep Walking Back To You werd éérst opgenomen door Bob Wills doch eerst uitgebracht door Billy Jack, maar de bekendste versie is misschien die van Johnny Cash uit 1960. Veel nummers hebben een hoog novelty gehalte, bijvoorbeeld Out Of Gas en Kissin' Bug Boogie, en de leukste zijn natuurlijk de snellere jongens als Hey Lula. De CD bevat twee versies van Billy Jack Wills' "bekendste" nummer, Cadillac In Model A uit 1954, de reguliere MGM versie uit 1954 en een wat sneller gespeelde radio transcriptie. Er staan op de CD nog meer radio transcripties uit 1952-1954. De band had immers een dagelijkse show op een lokaal radiostation, en de transcripties werden opgenomen om uit te zenden als ze op tour waren. 36 nummers daarvan zijn bewaard gebleven en verschenen pas in 1982 voor het eerst op plaat. Daarvan staan er 18 op de CD, deels met ex-Bob Wills' Texas Playboys zanger Tiny Moore achter de microfoon, en gekenmerkt door informaliteit en spontane improvisaties. De hi fi kwaliteit is jammer genoeg wat wisselvallig het ene nummer tegen het andere, en vooral die radio transcripties klinken wat dof. Desalniettemin is dit alweer een gat in uw cultuur opgevuld, want naast de muziek staat het hele Billy Jack Wills verhaal van naaldje tot draadje verteld in het booklet van 30 pagina’s, verhaal dat uiteindelijk géén happy end kende. De opkomst van de TV en de rock 'n' roll, de afbouw van de grote orkesten en de enorme schaduw van Bob Wills leidden ertoe dat Billy Jack Wills nooit volledig doorbrak, en rond 1960 hield ie de muziek voor bekeken en werd hij loodgieter. Hij overleed in 1991 op 65-jarige leeftijd. Info: www.bear-family.com (Frantic Franky)

Elvis was the king of rock 'n' roll and Bob Wills was the king of western swing. The link? Billy Jack Wills, the youngest of Bob Wills' three brothers all of whom played music, for Billy Jack recorded Good Rockin' Tonight. Everybody knows Bob Wills, and it's about time we meet his little brother! Bear Family (D) puts Billy Jack in the spotlights of their Gonna Shake This Shack Tonight series with 31 jazzy swinging songs mainly recorded from 1952 to 1954 (the CD runs from 1951 to 1956), and you can bet that the shack is gonna shake. Billy Jack Wills began his career as double bass player for one of the other brothers, Johnnie Lee Wills, then took on the position of double bass player, drummer and singer for Bob Wills, and he wrote the lyrics to Bob Wills' 1950 hit Faded Love. In the late 1940s he took over the management of Wills Point, Bob Wills' club in Sacramento, and most of the recordings on the CD were made with the Wills Point house band, Billy Jack's Western Swing Band. Billy Jack was twenty years younger than Bob Wills and incorporated more modern influences into his western swing than Bob Wills. The result: jazzy western swing with a louder backbeat and covers of rhythm 'n' blues songs!
The cheerful goodnatured and at that point in time already nostalgic western swing (Kentucky Means Paradise, She's A Quarter Horse Type) is performed with honking trumpet, jazzy piano, fiddles on the double and rather surprising a lot of influence from dixieland jazz (Sugar Blues). We hear pré-rock 'n' roll with jazzy uptempo jump boogie covers of Good Rockin' Tonight, Crazy Man Crazy and Wynonie Harris' All She Wants To Do Is Rock, alongside swing jazz classics like Sweet Georgia Brown and the instrumentals Air Mail Special, Woodchopper's Ball and C-Jam Blues. Hey Mr. Mailman is smooth country swing, the super fast instro Water Baby Boogie we know from The Maddox Brothers, I Don't Know was recorded by white Tennessee Ernie Ford as well as black Willie Mabon (the original version is black), Hey Mr. Cotton Picker is another Tennessee Ernie Ford cover, Tobacco Chewing Boogie is a re-arrangement of Chew Tobacco Rag, The Dipsy Doodle was also done by Bill Haley, and we hear a calm hillbilly version of Milk Cow Blues, recorded by Elvis at Sun Records as rockabilly under the motto "let's get real real gone for a change". My Shoes Keep Walking Back To You was first recorded by Bob Wills but the first release was Billy Jack's, and probably the best known version was recorded by Johnny Cash in 1960. Several songs have a high novelty factor, for instance Out Of Gas and Kissin' Bug Boogie, and the best tunes are of course the faster ones like Hey Lula. The CD contains two versions of Billy Jack Wills' most famous song, 1954's Cadillac In Model A, the regular MGM version from 1954 and a radio transcription that's a little bit faster. There's more 1952-1954 radio transcriptions as the band had a daily show on a local radio station and transcripts were recorded for broadcast while they were touring. 36 tracks survive and were first released in 1982. 18 of those are on the CD, some of them featuring ex-Bob Wills' Texas Playboys singer Tiny Moore on vocals, and characterised by informality and spontaneous improvisations. Unfortunately the hi fi quality varies in between songs, with those radio transcriptions in particular sounding a bit flat. This release nevertheless fills another gap in your muscial education, for in addition to the music the whole Billy Jack Wills story is told from A-Z in the 30 page booklet, a tale which ultimately did not have a happy ending. The rise of TV and rock 'n' roll, the winding down of the big orchestras and the huge shadow cast by Bob Wills meant that Billy Jack Wills never really made it big, and around 1960 he quit music to become a plumber. He passed away in 1991 at the age of 65. Info: www.bear-family.com (Frantic Franky)

Stripboek Recensie

2 november 2022

ANIMAL ROCKERS PRESENT: THE FABULOUS FOUR CLEANING BOYS/
JAN VAN PARIJS

Elsewhere Media, 01499

Als eerbetoon aan The Fabulous Four brengt tekenaar Jan van Parijs een stripboek uit dat nu met het overlijden van de laatste van de vier, Jerry Lee Lewis, uitermate actueel is. Aan de cover kun je meteen zien dat het een parodie betreft, en het verhaal gaat dan ook over de vier rockers met de ‘iconische’ namen Jerry Lion Lewis, Cat Perkins, Elvis Grizzly en Johnny Cat. Het stripboek is in het Engels en begint met het voorstellen van de karakters, met naast de genoemde vier ook Ram Phillips, Brown Bear King, Roy O.R. Bison en Ma Lioness Keisker. De auteur stelt dat deze dame een onderbelichte rol in de geschiedenis heeft gespeeld bij het legendarische rock ‘n’ roll label Moon Records. Waar het om draait is lachen (wie zou er in het graf met de zerk ‘R.I.P. It Up’ liggen?) en je moet het van de auteur dan ook beslist zien als ‘rock ‘n’ roll bullshit’. Zo begint het verhaal in Rotterdam, wat absoluut niets te maken heeft met tekening nummer twee en alle andere tekeningen in het verhaal. Komt Jan van Parijs uit Rotterdam? Dach ut wel, maar dat dus terzijde.
Memphis, Tennessee is het echte en logische startpunt waar opa Jerry Lion Lewis zijn verhaal vertelt aan zijn kleinkinderen. Moon Records is het geschiedkundige startpunt waar verschillende pré-Elvis muzikanten hun repertoire op plaat veiligstelden. The Fabulous Four weten zich een weg in het pand te banen als schoonmakers en na alle grappen en grollen krijgen ze het daadwerkelijk voor elkaar om daar muziek te mogen gaan maken met Ma Lioness Keisker als echte ontdekker van het muzikale viertal. Het is niet de bedoeling om het – lekker flink aangedikte – verhaal hier uiteen te gaan zetten want niemand houdt van spoilers. Feit is dat Jerry Lion Lewis aan het eind van het verhaal wordt opgehaald door de drie andere reeds overleden legendes. De laatste der Mohikanen is heengegaan… Euh, sorry, toch nog een spoiler…
Mochten er lezers zijn die totaal geen weet hebben van hoe het daadwerkelijk is gegaan met The Fabulous Four oftewel het Million Dollar Quartet, is er aan het eind van het boek nog een korte geschiedschrijving naar waarheid, met ook hier een eerbetoon aan Sun secretaresse Marion Keisker. We lezen ook een biografie van Jan zelf en van de in Canada woonachtige René Vriends van uitgeverij Elsewhere Media. Het boek is werkelijk vakkundig getekend en doet niet onder voor bijvoorbeeld de Disney figuren of een strip van Warner Bros.' Loony Tunes waarmee Jan's interesse voor strips tekenen is begonnen, en dat is een heus compliment. Voor het overige is er werkelijk geen enkele overeenkomst met deze mainstream concerns en doet het stripboek zijn Engelse naam eer aan: het is een comic! Zin in rock ‘n’ lol? Schaf dan het boek voor € 12,50 (+ verzendkosten) rechtstreeks aan bij Jan van Parijs. (Klik op deze link voor zijn persoonlijke boodschap!) Je kunt Jan mailen via janvanparijs@live.com. (Frans van Dongen)

CD Recensies

26 oktober 2022

THE ELVIS PRESLEY CONNECTION VOL. 3
Bear Family, BCD 17640
English version: see below

Een Elvis CD zonder één noot Elvis, daarvoor moet je bij Bear Family zijn, met deel 3 in hun reeks met "35 roots and covers of Elvis Presley". We zijn aanbeland bij de Elvisjaren 1962-1966, uiteraard niet zijn rockendste periode, 't was meer de tijd van de soundtracks (we horen songs uit Follow That Dream, Kid Galahad, Girl Girls Girls, It Happened At The World's Fair, Fun In Acapulco, Viva Las Vegas, Kissin' Cousins, Roustabout, Harum Scarum en Easy Come Easy Go), vaak een beetje late night sentimenteel, en pakweg de helft van de nummers zijn ballades en rockaballads. Voor het eerst in deze reeks staan er meer roots dan covers op, en met die roots wordt bedoeld originele uitvoeringen door andere artiesten van nummers gecoverd door Elvis. Acht "roots" zijn demo’s, in geluidskwaliteit variërende proefopnames ingezongen door ofwel de componisten zelf (Mort Shuman met Viva Las Vegas, Don Robertson met I Met Her Today, Love Me Tonight en What Now What Next Where To, Otis Blackwell met One Broken Heart For Sale, Kenny Karen met My Desert Serenade uit de film Harum Scarum, Gerald Nelson met The Love Machine) of als die niet konden zingen door studiozangers, vaak in de stijl van Elvis, waarbij de bekende naam van PJ Proby (Fun In Acapulco) die om den brode enkele centen bijverdiende. Die demo’s zijn toendertijd nooit uitgebracht natuurlijk, maar tussen de échte reguliere originals vinden we er verrassend veel uit de jaren '50, zoals Little Egypt en Girls Girls Girls (Part 2 waarop Elvis' cover is gebaseerd) van The Coasters, Down In The Alley van The Clovers (de single uit 1957 is gevonden in Graceland en was dus in het bezit van Elvis, met op de B-kant There's No Tomorrow, een bewerking van O Sole Mio dat Elvis in 1960 zou opnemen als... It's Now Or Never!), Bossa Nova Baby van Tippie & the Clovers, de doo-wopper Witchcraft van The Spiders, de jiver Fools Fall In Love van The Drifters, You're The Boss van LaVern Baker & Jimmy Ricks vóór Elvis & Ann-Margret in Viva Las Vegas, en Never Ending (een B-kantje uit 1962) van Roger Douglass. Opvallend veel zwarte muziek, vindt u ook niet? Ouder dan Elvis maar niet de original is Guadelajara, de Mexicaanse traditional gezongen door Elvis in de film Fun In Acapulco. De versie hier is uit 1949 (het oudste nummer op de CD) van zangeres Irma Vila y su Mariachi, maar het nummer werd reeds in 1938 voor het eerst opgenomen. De titel is een stad in Mexico. Nog zo'n twijfelgeval én een andere stad is Memphis Tennessee omdat je dat nummer meer met Chuck Berry associeert dan met Elvis die er evenwel een beresterke versie van opnam. Hier horen we de versie van The Chavis Brothers uit 1963 die wat sixties klinkt maar absoluut de moeite waard is. Heeft Elvis deze versie gehoord voor hij de zijne opnam? Zou zo te horen best kunnen... Andere nummers opgenomen vóór Elvis maar lang niet de originele uitvoering zijn de cha cha cha Come What May van Clyde McPhatter en de gospel How Great Thou Art in de orgelversie van The Browns. Evenmin het origineel maar aan het arrangement te horen duidelijk de inspiratie voor Elvis zijn Ketty Lester's crooner Love Letters en Patti Page's Nashville crooner You Don't Know Me, en hetzelfde geldt voor de gospel Where Could I Go But To The Lord van Marty Robbins, wellicht de inspiratiebron voor Elvis. Om helemaal tureluurs van te worden: de bossa nova I'll Remember You van Kui Lee hier is wat men noemt de auteursversie: de original is van Don Ho maar bleef destijds onuitgebracht, Elvis nam het op op 12 juni 1966, en componist Kui Lee nam het zelf pas op op 14 november 1966...
De bekendste nummers zijn Jerry Lee Lewis' Sun cover van Ray Charles What'd I Say vóór Elvis' versie in Viva Las Vegas en Terry Stafford's geniale cover van Suspicion. Andere artiesten die een Elvisje doen zijn nobele onbekenden Johnny Holiday (niet Johnny Halliday uit Frankrijk) die Honey schreef voor Bobby Goldsboro (en Do You Know Who I Am voor Elvis), Les Carle, Wayne Harris en Ray Pilgrim. Eén song is nooit door Elvis opgenomen, Poison Ivy League van de verbazingwekkende Ral Donner. In Roustabout zit een liedje met dezelfde titel maar dat is een compleet andere song. Bear Family opteerde voor het Ral Donner nummer omdat ie zo'n opvallende Elvis soundalike was, en naar ik aanneem ook omdat het een degelijke rocker is in de stijl van Trouble. Samengevat: veel copycats, wannabees en neverweres waarvan sommigen het Elvis arrangement klakkeloos kopiëren maar die vooral duidelijk maken dat er veel troonpretendenten waren doch slechts één koning. Ook horen we een handvol budget covers op labels als HIT (USA) en Embassy (GB), zij het minder dan op de twee vorige CD’s in de reeks, misschien omdat het fenomeen van het razendsnel coveren van andermans hits toen op zijn laatste benen liep. Ik ben benieuwd of ze met deze interessante en boeiende reeks helemaal tot 1977 zullen gaan. In het CD booklet van 34 pagina’s track-per-track info staat een foto van Elvis die een tijdschrift openhoudt op een artikel met de Nederlandstalige titel "The Beatles slaan hun slag"!
Info: www.bear-family.com (Frantic Franky)

An Elvis CD without one note sung by Elvis, that can only be Bear Family with part 3 in their series of "35 roots and covers of Elvis Presley" in which we arrive at the Elvis years 1962-1966, obviously not his rockinest era, it was more the time of the soundtracks (there are songs from Follow That Dream, Kid Galahad, Girl Girls Girls, It Happened At The World's Fair, Fun In Acapulco, Viva Las Vegas, Kissin' Cousins, Roustabout, Harum Scarum and Easy Come Easy Go), often a bit late night sentimental, and about half of the songs are ballads and rockaballads. For the first time in this series there are more roots than covers, and by "roots" they mean original versions by other artists of songs covered by Elvis. Eight "roots" songs are demos varying in sound quality and sung either by the composers themselves (Mort Shuman with Viva Las Vegas, Don Robertson with I Met Her Today, Love Me Tonight and What Now What Next Where To, Otis Blackwell with One Broken Heart For Sale, Kenny Karen with My Desert Serenade from the film Harum Scarum, Gerald Nelson with The Love Machine) or if they couldn't sing, by a studio singer, often in the style of Elvis, in this case the very famous PJ Proby (Fun In Acapulco) earning a few pennies on the side trying to make a living. Those demos were never released at the time of course, but among the real regular originals a surprising number are from the fifties, such as The Coasters' Little Egypt and Girls Girls Girls (Part 2, on which Elvis' cover is based), The Clovers' Down In The Alley (this 1957 single was found at Graceland so Elvis must have known it, with on the B-side There's No Tomorrow, an arrangement of O Sole Mio which Elvis would record in 1960 as... It's Now Or Never!), Tippie & the Clovers' Bossa Nova Baby, the doo-wopper Witchcraft by The Spiders, the jiver Fools Fall In Love by The Drifters, You're The Boss by LaVern Baker & Jimmy Ricks before Elvis & Ann-Margret in Viva Las Vegas, and Never Ending (a 1962 B-side) by Roger Douglass. That's a lot of black music, don't you agree? Older than Elvis but not the original is Guadelajara, the Mexican traditional sung by Elvis in the film Fun In Acapulco. The version here is from 1949 (the oldest song on the CD) by Irma Vila y su Mariachi, but it was first recorded in 1938. The title is a city in Mexico. Another original which is not the real original ànd another city is Memphis Tennessee because you associate that song more with Chuck Berry than with Elvis who did record a very strong version of it. Here we hear the 1963 version by The Chavis Brothers that sounds a bit sixties but is absolutely worthwhile. Did Elvis hear it before recording his own Memphis? Could very well be... Other songs here recorded before Elvis but not the original version are Clyde McPhatter's cha cha cha Come What May and the gospel How Great Thou Art in the organ version by The Browns. Also not the original but judging by the arrangement clearly an influence on Elvis are Ketty Lester's crooner Love Letters and Patti Page's Nashville crooner You Don't Know Me, and the same goes for Marty Robbins' gospel Where Could I Go But To The Lord, possibly the inspiration for Elvis. To complicate matters even further: Kui Lee's bossa nova I'll Remember You here is what you call the author's version: the original is by Don Ho but remained unreleased at the time, Elvis recorded it on June 12, 1966, and composer Kui Lee himself recorded it on November 14, 1966...
The best known songs are Jerry Lee Lewis' Sun cover of Ray Charles' What'd I Say before Elvis' sang it in Viva Las Vegas and Terry Stafford's brilliant cover of Suspicion. Other artists channeling their inner Elvis are the great unknowns Johnny Holiday (not Johnny Halliday from France) who wrote Honey for Bobby Goldsboro (and Do You Know Who I Am for Elvis), Les Carle, Wayne Harris and Ray Pilgrim. One song never recorded by Elvis is Poison Ivy League by the amazing Ral Donner. Roustabout contains a song with the same title but it's a completely different song. Bear Family chose the Ral Donner song because he was such a remarkable Elvis soundalike, and I suppose also because it's a decent rocker in the style of Trouble. In short: a lot of copycats, wannabees and neverweres of which some copy the Elvis arrangement note for note, only making it plain obvious that there were many pretenders to the throne but only one rightful king. We also hear a handful of budget covers on labels like HIT (USA) and Embassy (GB), albeit less than on the two previous CD’s in the series, perhaps because by then the phenomenon of quickly covering other people's hits was on its last legs. I wonder if the good people at Bear Family will continue this interesting and captivating series all the way up to 1977. The CD
comes with a 34 page booklet of track-by-track notes. Info: www.bear-family.com (Frantic Franky)


THE BLUES ACCORDING TO HANK WILLIAMS /
HANK WILLIAMS ACCORDING TO THE BLUES

Richard Weize Archives, RWA 11003
English version: see below

Na bijna vijf jaar afwezigheid is Bear Family oprichter Richard Weize, inmiddels ook al 77 jaar, terug met nieuwe releases op Richard Weize Archives, het label dat hij opstartte nadat hij Bear Family verliet. Hiervoor vond hij gelijk een nieuw formaat uit: een CD verpakt in een boek op 10 inch formaat. The Blues According To Hank Williams bevat 28 covers 1949-1967 van 19 Hank Williams songs door 22 zwarte artiesten, waarbij de bluesliefhebber er rekening mee dient te houden dat de CD titel apocrief is, want de muziek is géén blues doch rock 'n' roll, pop en crooners. Zwarte artiesten die de grootste country artiest van eind jaren '40 coverden was niet evident in een tijdperk dat de muziekgenres nog veel rassengescheidener waren. Songs van een andere "kleur" coveren mocht, en het werd ook vaak gedaan, maar liefst niet al te open, al bleef het natuurlijk show business met de nadruk op business: alle raciale en culturele verschillen ten spijt is een goeie song immers een goeie song, en geld kent geen kleur. Het voorwoord in het booklet betoogt trouwens dat de zwarte Hank Williams covers misschien eerder covers waren van de pop- en crooner covers van Hank Williams' songs en niet rechtstreeks van Hank Williams' eigen originele versies.
De CD opent gelijk met het bekendste nummer op de CD en sowieso een van de bekendste nummers van Hank Williams, de meezinger Jambalaya in de goedgeluimde versie van die goeie ouwe Fats Domino die nog een tweede keer langskomt met de zalige ballade You Win Again. Andere Hank Williams hitkrakers zijn Hey Good Lookin' door Piano Red in een stompende barrelhouse piano versie uit 1951 én een live versie uit 1956 in een New Orleans piano feestsfeertje aangewakkerd door dixieland jazz. Het knapste is natuurlijk wanneer artiesten die overbekende songs volledig naar hun hand zetten: Louis Armstrong maakt van dat andere feestnummer My Bucket's Got A Hole In It (dat trouwens niet van Hank Williams is maar een traditional uit de jaren '20 van vorige eeuw) trage dixieland swing, en brengt wat later ook een easy going versie van Cold Cold Heart. The Five Blind Boys Of Alabama maken van I Saw The Light een opzwepende uptempo gospel, Vernon Harrel doet Cold Cold Heart klinken als Lloyd Price, en ene PW Cannon maakt van Baby We're Really In Love een knappe soulvolle uptempo blues stroll met orgel, een heel leger achtergrondzangers en flashy sixties gitaar. Dinah Washington ziet Half As Much (ook geen Hank Williams compositie maar een cover) als een late night nachtclub crooner, en ook Tommy Edwards' Take These Chains From My Heart is een filmische orkestcrooner. Edwards levert ook een mooie popcover van I'm So Lonesome I Could Cry af. Jimmie Newsome maakt van Long Gone Lonesome Blues een interessante stroll en jodelt daarbij even goed als Hank Williams zelf, Move It On Over wordt bij The Griffin Brothers jump blues r 'n' b swing, net als My Bucket's Got A Hole In It in de handen van Paul "Fat Man" Robinson. Herbert Hunter verpakt zijn soulvolle interpretaties van Your Cheating Heart en I Can't Help It (If I'm Still In Love With You) in violen als ware hij Ray Charles himself, terwijl The Delta Rhythm Boys een vocal harmony big band swing versie afleveren van I'll Never Get Out Of This World Alive. Jambalaya klinkt erg vreemd in de versie van Titus Turner, als een soort live evocatie van de chaos van mardi gras. De CD bevat twee Jambalaya's, twee Hey Good Lookin's, twee My Bucket's Got A Hole In It's, twee Lovesick Blues-en, twee You Win Again's, twee Cold Cold Heart's, twee I Can't Help It (If I'm Still In Love With You)'s en maar liefst viér Your Cheating Heart's! Toegegeven, die zijn wel allemaal erg verschillend, maar Your Cheating Heart blijft wel drie van de vier keer een ballade, met als uitzondering de gezellig doo-woppende uitvoering van The Pearls met Dave "Baby" Cortez in de rangen vóór die orgel speelde. Ik wil niets afdingen op de individuele kwaliteit van de opnames hier, maar zijn er dan geen andere zwarte Hank Williams covers? Een cover van Hank's Moanin' The Blues ware in deze context toepasselijk geweest! De artiesten die ik nog niet vermelde zijn Adam Wade (There'll Be No Teardrops Tonight wordt een popcrooner), Bert alias Burt Keyes, Katie Webster in 1961 met Your Cheatin' Heart, falsetto Joe Hinton (een leuke popversie van Lovesick Blues, een ander nummer dat dateert uit de jaren '20), Sonny Knight alias Joe Smith, Jimmy Norman (een poprock cover van You Win Again in tegenstelling tot Fats Domino's ballade), en Jeb Stuart met een doorleefd I Can't Help (It If I'm Still In Love With You) in 1956 op Sun Records met als enige begeleiding het soulvolle pianospel van Charlie Rich.
Het boek waarin deze CD is verpakt is het soort rijkelijk geïllustreerd booklet van 32 pagina’s dat we kennen van Bear Family (en het is geschreven door Bear Family scribent Bill Dahl) met achtergrondinfo voor elke track, maar dan op 10 inch formaat. Er steekt ook een kleuren art print van Hank Williams bij, maar wij die de ballen van moderne kunst kennen vinden die niet mooi en hadden liever een promofoto of zelfs een concertposter gezien.
Info: www.richard-weize-archives.com (Frantic Franky)

After almost five years of absence Bear Family founder Richard Weize, now 77 years old, is back with new releases on Richard Weize Archives, the label he set up after leaving Bear Family. For these he invented a new format: a CD packed in a 10 inch sized book. The Blues According To Hank Williams contains 28 covers 1949-1967 of 19 Hank Williams songs by 22 black artists, and blues fans should note that the CD title is apocryphal as the music is not blues but rock 'n' roll, pop and crooners. Black artists covering the greatest country artist of the late 1940s was not evident in an era when music genres were still much more racially segregated. Covering songs of another "colour" was allowed, and often done, but preferably not too much in the open, even though it obviously remained show business with the emphasis on business. After all, despite all racial and cultural differences, a good song is a good song, and money knows no colour. The preface in the booklet even goes as far as to argue that the black Hank Williams covers were perhaps not so much covering Hank Williams as they were covering the pop and crooner covers of his songs.
The CD starts with probably the best known song on it and in any case one of Hank Williams' best known songs, the sing-along Jambalaya in the upbeat version of good old Fats Domino, who turns up again with the pretty ballad You Win Again. Other Hank Williams classics include Hey Good Lookin' by Piano Red in a stomping barrelhouse piano version from 1951 and a 1956 live version in a New Orleans-styled party atmosphere fuelled by dixieland jazz. The best thing is of course when artists adapt the arrangement of these well known songs to suit their own style: Louis Armstrong turns that other party song My Bucket's Got A Hole In It (not a Hank Williams original but a traditional from the 1920s) into slow dixieland swing, and also does an easy going version of Cold Cold Heart. I Saw The Light becomes a jubilant uptempo gospel in the hands of The Five Blind Boys Of Alabama, Vernon Harrel makes Cold Cold Heart sound like Lloyd Price, and one PW Cannon delivers a great rendition of Baby We're Really In Love as an excellent soulful uptempo blues stroll with organ, a whole army of backing vocalists and flashy sixties guitar. Dinah Washington sees Half As Much (also not a Hank Williams composition but a cover) as a late night nightclub crooner, and Tommy Edwards' Take These Chains From My Heart is a cinematic orchestral crooner as well. Edwards also turns in a fine pop cover of I'm So Lonesome I Could Cry. Jimmie Newsome makes interesting use of Long Gone Lonesome Blues as a stroll, yodelling as good as Hank Williams himself. Move It On Over becomes jump blues r 'n' b swing with The Griffin Brothers, as does My Bucket's Got A Hole In It courtesy of Paul "Fat Man" Robinson. Herbert Hunter wraps his soulful interpretations of Your Cheating Heart and I Can't Help It (If I'm Still In Love With You) in violins as if he were Ray Charles himself, while The Delta Rhythm Boys do a vocal harmony big band swing version of I'll Never Get Out Of This World Alive. Jambalaya sounds very strange in Titus Turner's version, kinda like a live evocation of the chaos of mardi gras. The CD contains two Jambalaya's, two Hey Good Lookin's, two My Bucket's Got A Hole In It's, two Lovesick Blues's, two You Win Again's, two Cold Cold Heart's, two I Can't Help It (If I'm Still In Love With You)'s and no less than four Your Cheating Heart's! Granted, they all sound different, but Your Cheating Heart three out of four times does remain a ballad, the exception being the fun doo-woppin’ rendition by The Pearls with Dave "Baby" Cortez in the ranks before he started playing the happy organ. I do not wish to imply that any of these individual recordings lack in quality, but are there no other black Hank Williams covers out there? A cover of Hank's Moanin' The Blues would have been appropriate in this context! The artists I did not mention are Adam Wade (There'll Be No Teardrops Tonight turned into a pop crooner), Bert aka Burt Keyes, Katie Webster in 1961 with Your Cheatin' Heart, falsetto Joe Hinton (a nice pop version of Lovesick Blues, another song dating back to the 1920s), Sonny Knight aka Joe Smith, Jimmy Norman (a pop-rock cover of You Win Again as opposed to Fats Domino's ballad), and Jeb Stuart with a heartfelt I Can't Help (It If I'm Still In Love With You) on Sun Records in 1956 accompanied solely by Charlie Rich’s soulful piano playing.
The book that houses the CD is the kind of lavishly illustrated 32 page booklet we're used to from Bear Family (and it was written by Bear Family scribe Bill Dahl) with background info on each track, but in a 10 inch format. It also includes a colour art print of Hank Williams, but we who don't understand modern art don't like it and would have preferred a promo photo or even a concert poster.Info: www.richard-weize-archives.com (Frantic Franky)

Vinyl Recensies

EL MEXICAN ROCK 'n' ROLL VOLUMEN UNO
Bullseye, BE147
English version: see below

In 2009 en 2012 bracht het Spaanse label El Toro twee CD’s uit met in totaal 54 Mexicaanse rock 'n' roll tracks uit de jaren '50, en 16 daarvan uit de periode 1955-1959 verschijnen nu op vinyl.
De LP gaat van start met een big band rock 'n' roll swing instrumental met een ge-wèl-dige drive getiteld Mexican Rock 'n' Roll, naar verluidt midden 1955 de allereerste Mexicaanse rock 'n' roll opname, gemaakt door La Orquesta De La Puebla dat op die CD’s La Orquesta De Pablo Beltrán Ruiz heet. Ik merk trouwens nog verschillen in namen en titels. Ook Rock 'n' Roll Universitario van La Orquesta De Pepe Luis en het live Goya Universidad Rock 'n' Roll van La Orquesta De Juan Garcia Esquivel zijn big band rock 'n' roll, en die Esquivel is niemand minder dan de latere space age bachelor pad legende, wat inderdaad te horen is in de onorthodoxe zanglijnen van dit naar wij aannemen universiteitskoor. Mexico kwam zo te horen met die nieuwe gringo muziek in het reine door er deels in mee te gaan in de vorm van variété, bijvoorbeeld Arroz van Ricardo "Rebelde" Lemus y sus Rocks en de instrumentale blazers boogie woogie Rock Around The Clock doorspekt met jazzy intermezzo en hey ba ba re bop's van Mario Patrón y su Conjunto. Dat die variété rock 'n' roll best opwindend kan zijn bewijst Xoximilcas Rock van Los Xoximilcas, al zijn Ahi The Veo Cocodrilo (See You Later Alligator, op de CD heette het Hay Nos Vemos Cocodrilo) van Gloria Rios con Las Estrellas Del Ritmo en de vocal harmony Nena van Los Trincas gewoon variété zònder rock 'n' roll. Alle nummers klinken alsof ze gespeeld worden door orkesten van doorwinterde muzikanten in plaats van door jonge hepcats, maar dat maakt juist deel uit van de charme van dit soort rariteiten, en Baila Conmigo van Daniel Santos y sus Rock 'n' Rollers, deels in het Engels en deels in het Spaans, is überhaupt een fantastische jiver. Altijd de moeite: covers van bekende nummers in een andere taal, en zo wordt Jailhouse Rock in de handen van Los Supersecos Rock De La Carcel en spelen Los LLopis een snellere, piepende versie van Bill Haley's R-O-C-K, terwijl Los Black Jeans onder de titel La Batalla De Jerico een fijne Spaanstalige rocker maken van Joshua Fit The Battle Of Jericho met merkwaardig genoeg een oosterse inslag. Mezcal van Goyo's Cats is een saxofoon tittyshaker op Tequila basis maar dan iets sneller: ciudad de méxico grind in plaats van vegas grind! Rancho Rock van Chilo Morán y sus Solistas is El Rancho Rock van The Champs (gebaseerd op de traditional Allá En El Rancho Grande) met enerzijds swingende blazers en anderzijds een meer Latino sfeer met trompet, piano en percussie. Er mag ook gelachen worden met de nog geen klein beetje loco Los Lunaticos con el Mariachi Perla De Occidente die in de Lalo Guerrero cover Elvis Perez mariachi muziek afwisselen met Spaanstalige versies van Hound Dog, Don't Be Cruel en Heartbreak Hotel. Benieuwd of componisten Leiber & Stoller en co er ooit één peso auteursrechten van hebben gezien... Afsluiter is een Spaanstalige Sixteen Tons, 16 Toneladas De Carbon door Las Hermanas Navarro y La Orquesta De Luis Alcaraz. Wat een welluidende namen toch allemaal. Alle 16 grappig, leerrijk, kleurrijk ende vermakelijk, alsmede een must voor verzamelaars van curiosa!
Información: www.eltororecords.com (Frantic Franky)

In 2009 and 2012 El Toro Records from sunny Spain released two CD’s totalling 54 Mexican rock 'n' roll tracks from the 1950s, and sixteen of 'em from the years 1955-1959 now made it to this vinyl LP.
The album starts with a big band rock 'n' roll swing instrumental with an incredible drive titled Mexican Rock 'n' Roll, according to the liner notes on the back in mid 1955 the very first rock 'n 'roll song recorded down in Mexico, by La Orquesta De La Puebla which was called La Orquesta De Pablo Beltrán Ruiz on those CD’s. I notice more differences in names and song titles by the way. Also La Orquesta De Pepe Luis' Rock 'n' Roll Universitario and the live Goya Universidad Rock 'n' Roll by La Orquesta De Juan Garcia Esquivel are big band rock 'n' roll, and the latter is none other than space age bachelor pad legend Esquivel, which you can indeed hear in the unorthodox vocal structures sung by what I assume to be a university choir. It seems Mexico came to terms with this new gringo music partly by going along with it in the form of variety music, as examplified by Ricardo "Rebelde" Lemus y sus Rocks' Arroz and Mario Patrón y su Conjunto's instrumental sax boogie woogie Rock Around The Clock laced with jazzy interludes and hey ba ba re bop's. This variety rock 'n' roll can be quite exciting, just listen to Xoximilcas Rock by Los Xoximilcas, even though Gloria Rios con Las Estrellas Del Ritmo's Ahi The Veo Cocodrilo (See You Later Alligator, on the CD it was called Hay Nos Vemos Cocodrilo) and the vocal harmony of Los Trincas' Nena are simply variety music without rock 'n' roll. All tracks sound as if played by orchestras composed of seasoned musicians rather than by young hepcats, but that is precisely part of the charm of these kind of oddities, and Daniel Santos y sus Rock 'n' Rollers' Baila Conmigo, sung partly in English and partly in Spanish, is at any rate an awesome jiver. Covers of well known songs in other languages are always interesting, and thus Jailhouse Rock becomes Rock De La Carcel in the hands of Los Supersecos. Los LLopis play a faster, squeaky version of Bill Haley's R-O-C-K, while Los Black Jeans turn Joshua Fit The Battle Of Jericho into the fine Spanish language rocker La Batalla De Jerico with curiously enough oriental accents. Mezcal by Goyo's Cats is a saxophone tittyshaker based upon Tequila but played a little faster: ciudad de méxico grind instead of vegas grind! Chilo Morán y sus Solistas' Rancho Rock is The Champs' El Rancho Rock (based on the traditional Allá En El Rancho Grande) with on the one hand swinging horns and on the other hand a more Latino atmosphere with trumpet, piano and percussion. LOL: the lotta loco Los Lunaticos con el Mariachi Perla De Occidente whose Lalo Guerrero cover Elvis Perez alternates mariachi music with Spanish language versions of Hound Dog, Don't Be Cruel and Heartbreak Hotel. Wondering if composers Leiber & Stoller and co ever saw one peso of royalties from it.... The final track is a Spanish language Sixteen Tons titled 16 Toneladas De Carbon by Las Hermanas Navarro y La Orquesta De Luis Alcaraz. Such eloquent names they all had. All sixteen tracks are good fun, interesting, colourful and entertaining, as well as a must for collectors of curiosities!
Información: www.eltororecords.com (Frantic Franky)


ROCK AND ROLL SENZA TREGUA IN ITALIA
Bullseye, BE150
English version: see below

Wij die geen woord Italiaans kunnen behalve "quattro stagione" en "ciao bella" wanen ons graag Italiaans, vooral als we net voor de twintigste keer The Godfather hebben gezien. Deze vinyl LP kan daarbij uitstekend als aperitivi dienen, want ze bevat 18 in het Italiaans gezongen rock 'n' roll perlas en pepitas 1956-1961. Onze kennis van de Italiaanse rock 'n' roll is beperkt to Adriano Celentano, Little Tony en Mina, en dan biedt deze LP uitkomst.
De opener is meteen een schot in de roos: Oh Mama van Clem Sacco e i suoi Califfi is een wilde, rauwe white rock oorwurm, en Twenty Flight Rock wordt in de versie van Ricky Sann alias Ricky Gianco het ook al erg white rock gerichte Grataciello Rock (betekent dat niet "wolkenkrabber rock"?) met piepsax. Cowboy van Renato Carosone (hij van Tu Vùo Fà L'Americano dat zelfs werd gecoverd door Brian Setzer Orchestra) is een geslaagde stroll, maar de rest van de LP situeert zich in de variété swing dolce vita stijl met Marino Marini (La Bella Del Giorno), Roby Guareschi (Sei Troppo Bella), Carla Boni (de Adriano Celentano cover Il Tuo Bacio E Como Un Rock met versnelde smurfenstemmetjes), Gino Latilla (een gezongen Tequila op cha cha cha ritme), Daina Mit e i Rockers (La Luna A Pezzi), I Brutos met onze favoriete Italiaan Aldo Maccione in de gelederen (Baby Rock met een stukje See You Later Alligator + het Italiaans/Engels Little Darling van The Diamonds / The Gladiolas, beide van de "live" EP Les Brutos A L'Olympia uit 1961, eigenlijk studio opnames met achteraf toegevoegd applaus), Johnny Mondo (Yuri Rock over de Russische kosmonaut Yuri Gagarin, in 1961 de eerste mens in de ruimte) en Gian Darix (Via), op smaak gebracht met nog een paar covers van Rock Around The Clock (Lorologio Matto van het Quartetto Cetra), Rock A Beatin' Boogie (Quartetto Luciano Fineschi), Lipstick On Your Collar (Rossetto Sul Colletto van Lia Scutari e i Red Boys) en het kerstliedje Jingle Bell Rock (Ginge Rock van Johnny Dorelli). Don Marino Rock 'n' Roll van Don Marino Barreto Jr is een instrumental die sax, contrabas en drums combineert met een jazzy piano en zo te horen trompet en jazzy klarinet. De overgrote meerderheid van de LP is daarmee rock 'n' roll van het variété soort, maar voor wie daarvan houdt is dit meer dan muzikale archeologie want een ware ontdekkingsreis, bij voorkeur onder het genot van een martini.
De hoesnota’s op de achterkant zijn gelukkig in het Engels, en zo leerden we dat de LP titel verwijst naar Senzo Tregua Il Rock 'n' Roll, in 1956 de Italiaanse titel van de bioscoopfilm Rock Around The Clock. Bullseye is de vinyl afdeling van het ironisch genoeg Spaanse rock 'n' roll label El Toro. Info: www.eltororecords.com (Frantic Franky)

We who cannot speak one word of Italian except "quattro stagione" and "ciao bella" regularly fancy imagining ourselves Italian, especially when we just watched The Godfather for the 20th time. This vinyl LP serves as an excellent aperitivo to do just that, for it contains 18 rock 'n' roll perlas and pepitas 1956-1961 sung in Italian. Our knowledge of Italian rock 'n' roll is limited to Adriano Celentano, Little Tony and Mina, but this LP offers the solution. The opener hits all the right notes: Oh Mama by Clem Sacco e i suoi Califfi is a wild, raw white rock earworm, and Ricky Sann aka Ricky Gianco's version of Twenty Flight Rock becomes the equally white rock oriented Grataciello Rock (doesn't that mean "skyscraper rock"?) with high pitched sax. Cowboy by Renato Carosone (he of Tu Vùo Fà L'Americano fame which was even covered by the Brian Setzer Orchestra) is a decent stroll, but the rest of the LP is more in a dolce vita variety swing vein with Marino Marini (La Bella Del Giorno), Roby Guareschi (Sei Troppo Bella), Carla Boni (the Adriano Celentano cover Il Tuo Bacio E Como Un Rock with accelerated chipmunk voices), Gino Latilla (a vocal Tequila with a cha cha cha rhythm), Daina Mit e i Rockers (La Luna A Pezzi), I Brutos with our favourite Italian Aldo Maccione in the ranks (Baby Rock with a bit of See You Later Alligator thrown in + the Italian/English Little Darling from The Diamonds / The Gladiolas, both from their 1961 "live" EP Les Brutos A L'Olympia, actually studio recordings with added applause), Johnny Mondo (Yuri Rock about Russian cosmonaut Yuri Gagarin, in 1961 the first man in space) and Gian Darix (Via), with a couple more covers thrown in like Rock Around The Clock (Lorologio Matto by the Quartetto Cetra), Rock A Beatin' Boogie (Quartetto Luciano Fineschi), Lipstick On Your Collar (Rossetto Sul Colletto by Lia Scutari e i Red Boys) and the christmas song Jingle Bell Rock (Ginge Rock by Johnny Dorelli). Don Marino Rock 'n' Roll by Don Marino Barreto Jr is an instrumental that combines sax, double bass and drums with a jazzy piano and by the sound of it trumpet and jazzy clarinet. The vast majority of the LP is therefor rock 'n' roll of the variety kind, but if you enjoy that style this is more than musical archaeology. It's a trail of discovery, preferably while sipping a martini.
The sleeve notes on the back are thank god in English, and that's how we learned that the LP title refers to Senzo Tregua Il Rock 'n' Roll, in 1956 the Italian title of the movie Rock Around The Clock. Bullseye is the vinyl division of - here's the irony - Spanish rock 'n' roll label El Toro. Info: www.eltororecords.com (Frantic Franky)

19 oktober 2022

IN MEMORY OF DAN CASH/ DAN CASH & HIGHWAY PATROL
Géén label, géén cat.nr.

English version: see below

Op 4 mei jongstleden overleed de Belgische zanger Danny Bervoets alias Dan Cash op zijn 50ste aan de spierziekte ALS. Afkomstig uit Belgisch Limburg zong hij ook in bands in Duitsland en Noord-Frankrijk, met name in Highway Patrol, Dan Cash & the Trouble Trio en Dan Cash & the Road Rockers. Mark Twang (Mark Twang Trio, Sandy & the Wild Wombats) met wie hij de groep Highway Patrol vormde stelde nu deze 17 track CD samen met nagelaten opnames en demo’s opgenomen met verschillende muzikanten die een link hebben met Sandy & the Wild Wombats, namelijk op drums Chris Slazy (ook bij Jancee Pornick Casino), Mark Twang zelf op gitaar en lap steel, en op contrabas afwisselend Grischa Dördelmann (ook bij Demented Are Go), Paddy Evans en Marcel Strohm (ook bij The Jailbirds en sound engineer van Sandy & the Wild Wombats). De demo’s klinken als volledig afgewerkte opnames en zo goed als alle nummers zijn geschreven door Bervoets en Twang. Ik herken twee uitzonderingen: de klassieker Honky Tonk Angels (Wild Side Of Life) uitgevoerd als semi-akoestische uptempo rockabilly in duet met zangeres Sandy Wild van Sandy & the Wild Wombats, en het trage Wild Rose, een knappe versie van het nummer van Nick Cave met Sandy Wild als Kylie Minogue. Een andere ballade, I Love You True, werd ook opgenomen door Sandy & the Wild Wombats maar geschreven door Dan Cash en Mark Twang, en dat nummer horen we zowel door Dan Cash solo als in duet met Sandy die in totaal op vier tracks meezingt. De hoofdmoot van de CD is frisse moderne uptempo rockabilly als Hey Get Rockin, Rockabilly Blues (geen blues) en Selfish Crime, afgewisseld met meezingers als Falling Down Feeling Low en Sex Is A Lie.
De CD opent met het erg mooie Honky Tonk Heartache, een medium tempo honky tonker met veel twang en steel gitaar, het soort nummer waar High Noon of een James Intveld hun voordeel mee zouden doen. Het nummer staat nog een tweede keer op de CD als duet met Sandy Wild (deze versie stond in 2017 als bonustrack op de Sandy & the Wild Wombats CD Devoted To Rock 'n' Roll), en zelfs een derde keer in een uitgepuurde uitvoering alleen begeleid door akoestische en elektrische gitaar. Rock 'n' Roll (een pleidooi om de "stars 'n' bars" vlag enkel als muzikaal en niet als racistisch symbool te zien, al is het uitermate bizar om de rebel vlag te associëren met zwarte blues artiesten als Robert Johnson, John Lee Hooker, Muddy Waters, Willie Dixon, T-Bone Walker, Big Mama Thornton, Memphis Slim, Chuck Berry en Ray Charles zoals in dit nummer gebeurt) vermengt ondanks de titel rockabilly met moderne Johnny Cash, en King Of Boom Chicka Boom, deels samengesteld uit titels van Johnny Cash songs, is uiteraard een eerbetoon aan de Man In Black. Afsluiter I See You Around is Mark Twang alleen op akoestische gitaar met een eerbetoon aan Danny.
Na beluistering kan je enkel concluderen dat met Bervoets' overlijden wel degelijk een vocaal rockabilly talent is heengegaan, zeker in combinatie met de productie skills van Mark Twang, al is het niet al goud wat blinkt: op Still Number One en What Love Can Do klinkt de zang tamelijk belabberd, alsof Danny de nummers nog maar aan het uitproberen is. We zullen hem helaas nooit meer op een podium zien, dus het enige wat je nog kan doen is deze CD kopen. Op de CD staat géén label noch een catalogusnummer, maar het schijfje werd uitgebracht door Tessy Records (D) in een gelimiteerde oplage van 300 stuks waarvan de opbrengt gaat naar onderzoek naar ALS. Info:
www.tessyrecords.de en www.dancash.jimdofree.com (Frantic Franky)

On May 4, 2022 singer Danny Bervoets aka Dan Cash succumbed to muscle disease ALS at 50 years old. He was born in Belgium but also sang in bands in Germany and the north of France like Highway Patrol, Dan Cash & the Trouble Trio and Dan Cash & the Road Rockers. Mark Twang (Mark Twang Trio, Sandy & the Wild Wombats) with whom he formed the core of Highway Patrol compiled this 17 track CD with unissued recordings and demos recorded with different musicians who have a link with Sandy & the Wild Wombats, Chris Slazy (also in Jancee Pornick Casino) on drums, Mark Twang himself on guitar and lap steel, and taking turns on double bass Grischa Dördelmann (also in Demented Are Go), Paddy Evans and Marcel Strohm (also in The Jailbirds and Sandy & the Wild Wombats' sound engineer). The demos sound like fully finished recordings and most of the songs were written by Bervoets and Twang. I recognise two exceptions: the classic Honky Tonk Angels (Wild Side Of Life) performed as semi-acoustic uptempo rockabilly in duet with Sandy Wild of Sandy & the Wild Wombats, and the slow Wild Rose, a beautiful version of the Nick Cave song with Sandy Wild as Kylie Minogue. Another ballad, I Love You True, was recorded by Sandy & the Wild Wombats but written by Dan Cash and Mark Twang, and it can be heard here in two versions, by Dan Cash solo and as a duet with Sandy who joins Danny on four tracks. The main part of the CD is fresh sounding modern uptempo rockabilly like Hey Get Rockin, Rockabilly Blues (no blues) and Selfish Crime, interspersed with singalong songs like Falling Down Feeling Low and Sex Is A Lie.
The CD kicks off with the excellent Honky Tonk Heartache, a medium tempo honky tonker with lots of twang and steel guitar, the kind of song you associate with High Noon or James Intveld. The song appears a second time as a duet with Sandy Wild (this version was featured as a bonus track on the 2017 Sandy & the Wild Wombats CD Devoted To Rock 'n' Roll), and even a third time in a stripped down version accompanied only by acoustic and electric guitar. Rock 'n' Roll (a plea to use the "stars 'n' bars" flag only as a musical and not as a racist symbol, although it's very unusual to associate the rebel flag with black blues artists like Robert Johnson, John Lee Hooker, Muddy Waters, Willie Dixon, T-Bone Walker, Big Mama Thornton, Memphis Slim, Chuck Berry and Ray Charles as this song does) despite its title mixes rockabilly with modern Johnny Cash, while King Of Boom Chicka Boom, partly consisting of titles of Johnny Cash songs, is of course a tribute to the Man In Black. The last track, I See You Around, is Mark Twang alone on acoustic guitar with a tribute to Danny.
After listening to the album one can only conclude that with Bervoets' death a vocal rockabilly talent indeed passed away, especially in combination with Mark Twang's production skills of Mark Twang. All that glitters is not gold though: on Still Number One and What Love Can Do the vocals sound pretty lousy, as if Danny was only trying out the songs. Unfortunately we will never see him on stage again, so the only thing you can do is buy this CD. The CD does not feature a label name nor catalogue number, but it was released by Tessy Records (D) in a limited edition of 300 copies, the proceeds of which go to ALS research.Info: www.tessyrecords.de en www.dancash.jimdofree.com (Frantic Franky)


DOWNTOWN RIDE/ RAY BLACK & THE FLYING CARPETS
Rhythm Bomb, RBR 6015
English version: see below

Dit is de opvolger van Better Way To Move (RBR 5883), in 2018 het albumdebuut van dit kwartet uit Stuttgart met de opstelling contrabas, twee gitaren en drums, op deze 14 tracks aangevuld met gast piano en -steel. Verwacht u niet aan stilistische verrassingen, hoogstens aan minder invloed van blues en van Wild Records.
Titeltrack en opener Downtown Ride is een gemeen klinkende rechtdoor power rocker met een lichte bluesrock inslag die net als Stories Told een repetitieve Ronnie Dawson bluesbop richting uitgaat, maar de CD is gevarieerder dan dat. De jivers kunnen hun ding kunnen doen op I Never Felt This Way (Wally Lee & the Storms) en Big Ol' Spark met hun Carl Mann licks, Speed King is rockabilly die mikt op de boppers, en Hornet Bop is zoals de titel belooft springerige rockabilly bop met een wat oosters aandoende gitaarsolo. Er is nog meer oriëntaalse invloed in Jerry Reed's Rockin' In Bagdad en in de melodie van de stroll The Wounded Camel, oorspronkelijk early sixties popcorn van PJ & the Gentry, en Weird Feeling (Tracy Pendarvis) heeft een indianensfeertje. When The Sun Comes Up koppelt een Charlie Feathers Uh Huh Honey hik aan de gitaarriff en drumstop van Ray Campi's How Low Can You Feel, de melodie van Johnny Horton's Got The Bull By The Horns en de sound van het Dave & Deke Combo. In On The Go, Thirsty In The Desert en That's What I'd Do hoor ik melodieuze countrybilly, iets waar Duitse bands het patent op lijken te hebben. Enige kritische zin mag, nee, moét zelfs: Ray Black is als zanger een beetje een lichtgewicht maar haalt er in deze context het maximum uit. Laat ik het dus netjes houden en niet op de man spelen door te stellen dat niet alle songs me even geschikt lijken voor zijn stem, wat evenwel niets ontneemt aan het luisterplezier me verschaft door jivers als Burning Lips.
De lekker klinkende CD werd opgenomen bij Black Shack, de studio van zanger-contrabassist Ray Black alias Rawand Baziany, met naast Baziany zelf ook Dollar Bill op de productie stoel, maar in tegenstelling tot wat gewoonlijk uit Calw (D) komt met een heel clean geluid. Stories Told en titeltrack Downtown Ride verschenen eerder dit jaar op als vinyl single op Migraine Records (MR-45-045), en vroeg of laat moet het hele album uitkomen op vinyl, zeggen ze zelf op www.facebook.com/RayBlackAndTheFlyingCarpets. Info: www.vintagerockinroots.com
Downtown Ride (Frantic Franky)

After 2018's Better Way To Move (RBR 5883) this is the sophomore album of the Stuttgart based quartet with a line up of double bass, two guitars and drums, on these 14 tracks supplemented by guest piano and steel. Expect no stylistic surprises here, only less blues and Wild Records influence.
Title track and opener Downtown Ride is a mean sounding straight ahead power rocker with a slight bluesrock slant which together with Stories Told heads into Ronnie Dawson bluesbop territory, but the CD offers more variety than that. The jivers can do their thing on I Never Felt This Way (Wally Lee & the Storms) and Big Ol' Spark both with Carl Mann licks, Speed King is rockabilly aiming at the boppers, and Hornet Bop is as the title promises bouncy rockabilly bop with a somewhat oriental sounding guitar solo. There is more oriental influence in Jerry Reed's Rockin' In Bagdad and in the melody of the stroll The Wounded Camel, originally early sixties popcorn by PJ & the Gentry, while Tracy Pendarvis' Weird Feeling has a native American feel to it. When The Sun Comes Up pairs a Charlie Feathers Uh Huh Honey hiccup with the guitar riff and drum stops of Ray Campi's How Low Can You Feel, the melody of Johnny Horton's Got The Bull By The Horns and the sound of the Dave & Deke Combo. On The Go, Thirsty In The Desert and That's What I'd Do feature melodic countrybilly, a style German bands seem to have the patent on. Some criticism is allowed and even required: Ray Black is a lightweight in the vocal department but as a singer he makes the most of it in this context. So let's keep it nice and kind here instead of tackling the player and explain myself by stating that not all songs seem equally suited to his voice, which does not take anything away from the listening pleasure I derive from jivers like Burning Lips.
The CD as a whole sounds quite good and was recorded at Black Shack, the studio of singer-double bass player Ray Black aka Rawand Baziany, with Dollar Bill next to him in the production chair, but unlike what usually comes out of Calw (D) with a very clean sound. Stories Told and title track Downtown Ride appeared on a 45 on Migraine Records (MR-45-045) earlier this year, and sooner or later the whole album will be out on vinyl, according to www.facebook.com/RayBlackAndTheFlyingCarpets. Info: www.vintagerockinroots.com
Downtown Ride (Frantic Franky)


EMPTY BOTTLES/ BOGOS
Voodoo Rhythm, VRCD123

English version: see below

De meeste Voodoo Rhythm releases situeren zich in de sixties garage rock en ander lawaai, maar af en toe ontsnapt er uit de besneeuwde bergtoppen iets dat ook voor ons interessant kan zijn, zoals deze Bogos uit Zwitserland, gegroeid uit psychobillyband The Baseball Bat Boogie Bastards die minstens twee albums en één split single uitbrachten. Zoals immer propt de Voodoo Rhythm pers blah blah zoveel mogelijk genres bij elkaar, maar de samenvatting psycho-western-punkabilly zit er dit keer niet ver naast.
Het album, ingeblikt en gemixed door Zeno Tornado, opent met een twangy gitaarinstrumental in Ennio Morricone stijl inclusief gefluit en The Good The Bad And The Ugly ooh aah's die evenwel onafgewerkt overkomt omdat ie na één minuut plots afbreekt. Het nummer is echter niet representatief voor de overige 14 songs die zich in de cowpunk situeren met veel invloed van Ierse folk: luidruchtige energieke punky meezingers op speed met twang gitaar, banjo, een dolgedraaide contrabas en af en toe wasbord. Voor fans van gelijkaardige buiten- en binnenlandse bands en voor mensen die graag met bekers bier gooien tijdens concerten, want voor de rest van de mensheid zal deze adrenaline teveel van hetzelfde lijken. Ook uit als LP (VR12123) inclusief gratis download. Nederlandse verdeling via Clearspot.
Info: www.voodoorhythm.com en www.bogos.ch (Frantic Franky)

Most Voodoo Rhythm releases are sixties garage rock and other assorted noise, but every now and then something escapes from the snowy mountains that might be of interest to us as well, like these Bogos from Switzerland, hatched out of Swiss psychobilly band The Baseball Bat Boogie Bastards who released at least two albums and one split 45. As always the Voodoo Rhythm promo blurb crams together as many genres as possible, but the summary psycho-western-punkabilly quite nails it.
The album, recorded and mixed by Zeno Tornado, kicks off with a twangy guitar instrumental in Ennio Morricone style including whistling and The Good The Bad And The Ugly ooh aah's, which however comes across as unfinished because it unexpectedly breaks off after one minute. This track is however not representative for the other 14 songs which are cowpunk with a lot of influence of Irish folk: loud energetic punky singalongs on speed with twang guitar, banjo, a crazy slapping double bass and an occasional washboard. Bogos will be enjoyed by the fans of similar international and domestic bands and by people who like to throw beer at concerts, as this adrenaline will seem too much of the same thing for the rest of mankind. Also out as LP (VR12123) including a free download. Info: www.voodoorhythm.com en www.bogos.ch (Frantic Franky)


BOP LIKE NEVER BEFORE/ HAUNTED RHYTHM
Tessy Records, Tessy CD 2018

English version: see below

Nieuwe bands, laat ze maar komen, zeker als ze zijn samengesteld uit veteranen: Martin Manneck (zang, akoestische ritmegitaar), Mario Oehlmann (gitaar), Marcus Lange (contrabas) en Jack Ebbers (drums) verdienden hun strepen bij The Foggy Mountain Rockers, The Jailbirds, The Boptails, The Midnight Cruisers, Backdraft, Hick-O-Rhythm en Mark Twang Trio, en dan vergeet ik er waarschijnlijk nog een hoop. Dit is hun debuut dat een nieuwe invulling geeft aan het begrip Rhurpot rockabilly: hedendaagse rockabilly met supersnelle slap en elementen van neo (titeltrack Bop Like Never Before) én van Wild Records (het gebruik van maracas), maar ook met knipogen naar revival pop (Dance Dance Dance) en naar de Britse rock 'n' roll van pioniers als Billy Fury. Op één nummer, het eigen The Wolfman, speelt Marcel Bontempi spookachtige steel gitaar. Het verschil met veel andere moderne bands is dat het bij Haunted Rhythm niet loeihard en met extra power moet doch melodieus blijft. De CD bevat zeven eigen nummers en dertien onbekende covers van vaak rockaballads van onder meer Elvis (Gonna Get Back Home Somehow), Ral Donner (I Got Burned, Silver And Gold), Vince Everett (Don't Go), Johnny Strickland (het hiccuppende She's Mine), Wayne Cochran (No Return), Marty Hill (Red Lipps), Curtis Wilson (Cash And Carry Heart), Marvin Vandergrift (Be Mine Just Mine) en Jimmy Friis (de stroll Serpents And Spiders) waar ze hun eigen stempel op drukken, en het resultaat doet me soms denken aan Carlos & the Bandidos en Paul Ansell, zeker in Ever Fallen In Love, oorspronkelijk een new wave hit uit 1978 van de Britse punkband Buzzcocks.
Daarmee weet u gelijk wie zich hierdoor aangesproken mag voelen, en als u dat bent dan moet u niet twijfelen, want met twintig nummers krijg je waar voor je geld. Gelukkig staat de kwantiteit in verhouding tot de kwaliteit, want de bij elkaar opgetelde ervaring van deze vier heren resulteert in een 10 op 10. Info: www.tessyrecords.de en www.facebook.com/hauntedrhythm (Frantic Franky)

We always welcome new bands with open arms, especially when they consist of veterans: Martin Manneck (vocals, acoustic rhythm guitar), Mario Oehlmann (guitar), Marcus Lange (double bass) and Jack Ebbers (drums) earned their stripes in The Foggy Mountain Rockers, The Jailbirds, The Boptails, The Midnight Cruisers, Backdraft, Hick-O-Rhythm and Mark Twang Trio, and I'm probably forgetting other bands. This is their debut that gives new meaning to the term Rhurpot rockabilly: contemporary rockabilly with superfast slap and elements of neo (title track Bop Like Never Before) and Wild Records (the use of maracas), but also featuring nods to revival pop (Dance Dance Dance) and to the British rock 'n' roll sound of pioneers like Billy Fury. Marcel Bontempi guests on haunting steel guitar on one song, their own composition The Wolfman. The difference with many other modern bands is that Haunted Rhythm doesn't play loud and uses extra power, but keeps things melodic. The CD contains seven selfpenned songs and thirteen rather unknown covers of often rockaballads by among others Elvis (Gonna Get Back Home Somehow), Ral Donner (I Got Burned, Silver And Gold), Vince Everett (Don't Go), Johnny Strickland (the hiccupping She's Mine), Wayne Cochran (No Return), Marty Hill (Red Lipps), Curtis Wilson (Cash And Carry Heart), Marvin Vandergrift (Be Mine Just Mine) and Jimmy Friis (the strolling Serpents And Spiders) on which they put their own stamp, and the result sometimes reminds me of Carlos & the Bandidos and Paul Ansell, especially in a song like Ever Fallen In Love, originally a 1978 new wave hit by British punk band Buzzcocks.
The references to Carlos & the Bandidos and Paul Ansell indicate who might lbe interested in this CD, and if that's you, do not hesitate because twenty songs give you value for your money. Fortunately the quantity is in proportion to the quality, as the combined experience of these four gentlemen results in a 10 out of 10.
Info: www.tessyrecords.de en www.facebook.com/hauntedrhythm (Frantic Franky)

5 oktober 2022

HALLOWSCREAM 2: HORRORS OF THE BLACK MUSEUM
Atomicat, ACCD124
English version: see below

Dokter Frankenbop, I presume? De opvolger van het een jaar geleden verschenen Hallowscream: The Night Of The Witches, Spooks, Ghouls, Murder And Mayhem (ACCD098) bevat 28 door DJ Mark Armstrong bij elkaar geharkte en door Henrique San gepast geïllustreerde horror rock 'n' roll tracks met panache 1954-1963. De cliché Halloween single is een stroll type Monster Mash, maar zo staan er hier verrassend weinig op want we hebben recht op het hele scala aan rock 'n' roll stijlen. Klassiekers zijn LaVern Baker's Voodoo Voodoo, Midnight Monsters Hop van Jack & Jim en gepatenteerde zot Screamin' Jay Hawkins' gebrabbelde Little Demon, de uptempo B-kant van I Put A Spell On You, maar de CD gaat van start met een zwarte of in elk geval zwart klinkende versie van Hocus Pocus, het nummer dat vooral bekend is als wilde rockabilly van The Raiders, hier door Ronny alias Ronnie Goode op het Demon (!), "the highest in fi" label. Er bestaat van Hocus Pocus ook een excellente snellere origineel onuitgebrachte Specialty versie van Larry Williams en een demoversie van Benn Joe Zappa. Géén idee wie eerst was, maar het zou Goode kunnen zijn omdat de namen van de componisten van Hocus Pocus dezelfde zijn op de ommekant van de single én van de twee songs op zijn enige andere Demon single. Van Johnny Otis' Bo Diddley knock off Castin' My Spell bestaan vele versies maar de uptempo sax versie van The Johnson Brothers mag er absoluut wezen, niet in het minst omdat de originele versie niet van Johnny Otis maar wel degelijk van die Johnson Brothers is! Ze schreven het nummer bovendien zelf, en hun originele uitvoering is sneller en merkwaardig genoeg minder op het ritme van Bo Diddley geënt. Race With The Devil is dan weer niét de Gene Vincent song maar een uiterst geslaagde uptempo cleane rocker van ene Johnny David die veel tieneridolen het nakijken geeft. Om een of andere reden zijn er veel horror doo-wop plaatjes en zo eentje is (Oooh I'm Scared) Of The Horrors Of The Black Museum, titel waarin het rechtse haakje verkeerd staat van een groep die toepasselijk genoeg The Nightmares heette. De single verscheen op American International en het label bevat een verwijzing naar de American International griezelfilm Horrors Of The Black Museum uit 1959. Ook de B-kant van die single staat hier op, het Coasters-achtige The Headless Ghost, en dat was ook een American International vluggertje uit 1959, zij het dit keer een griezel komedie. Ik heb geen van beide films ooit gezien, maar ik neem aan dat de songs niet in de films voorkomen en enkel verschenen ter promotie van de film. Andere zwarte doo-woppers van dienst zijn The Devil's Cousin van The Jayhawks en het Stranded In The Jungle-achtige Voo-Doo Queen And The Medicine Man van Bill James & the Hex-O-Tones. Wilde blanke rock 'n 'roll is het amper 1:21 durende Rock With The Devils van de Nieuw-Zeelandse zanger Johnny Devlin (een geval van her-interpreatie van de feiten: de duivels waarvan sprake zijn geen demonen uit de hel maar Devlin's groep The Devils) die een klein beetje British klinkt, net als Jim Burgett in het knappe sfeervolle medium tempo The Living Dead waarvan de titel verwijst naar wie leeft zonder liefde, niet naar zombies. Met instrumentals kan je alle kanten uit, dus ook richting spookhuis met The Eden Rocs wier Walkin' With Satan sax- en gitaar white rock is. Ghost Train van The Electro-Tones is gitaar-steel, Night Creature van The Gigolo's is de betere uptempo Duane Eddy imitatie, The Green Werewolf van The Pharaohs is een standaard sax-gitaar werkje waar niks mis mee is, en Spooky van Count Stephen is medium tempo beatnik sax, in 1961 een vroege (de eerste?) single van... Steve Alaimo! De exotica popcorn noir Down Bound Train van Bobby Bianchi bij Frank Gay & the Gayblades, een naam waar je anno 2022 niet meer mee moet afkomen, is een boemeltreintje in vergelijking met Chuck Berry's sneltrein. Quinn Miller stal voor zijn sfeervolle folkrocker The Sea Witch de melodie van Drunken Sailor en hij nam het nummer nog een tweede keer op als Johnny Jay Colonna, maar die versie staat niét op de CD. Miss Frankenstein van George Jackson & the Unisons uit 1962 klinkt surfy garage, en aan de andere kant van de behekste spoorweg huist Otis Spann's gemene bluesrockende stroll It Must Have Been The Devil met Willie Dixon op contrabas. Al even zwart als de nacht: Up Jumped The Devil, een zware stroll van Roy Brown die niets te maken heeft met de gelijknamige Ronnie Dawson song. The Devil's Train van The Chuck-A-Lucks is uptempo vocal harmony van het type Frankie Laine goes hellbound, het soort verdoemde jazz swing dat in Frankrijk werd gemaakt door Edith Piaf, en nog zo eentje is Devil's Den van Duane Turley & the Tads. Een beetje bij de haren gegrepen daarentegen zijn naar mijn bescheiden mening songs met het woord "haunted" in de titel, een typisch Amerikaans begrip dat misschien het best benaderd wordt door de term "bezeten" of "behekst"" in de zin van betoverd worden door een schone verschijning, bijvoorbeeld in The Satellites' competente stroll You Haunt Me. Zoals wel vaker op Atomicat compilaties staan er ook twee hedendaagse Rhythm Bomb nummers op, het aan Wiggle Stick van Reverend Horton Heat schatplichtige Voodoo Woman van Marc & the Wild Ones (D) van hun CD She Put A Spell On Me uit 2014 en de zware sax-gitaar instro Killswitch van The Rip'Em Ups uit 2015 afkomstig van hun naar dat nummer getitelde CD. Uitstekende soundtrack voor tijdens het trick or treaten, dus doe mij nog maar een pompoensoepje! Info: www.vintagerockinroots.com (Frantic Franky)

Doctor Frankenbop, I presume? The follow-up to last year's Hallowscream: The Night Of The Witches, Spooks, Ghouls, Murder And Mayhem (ACCD098) contains 28 horror rock 'n' roll tracks with panache 1954-1963 scraped together by DJ Mark Armstrong and appropriately illustrated by Henrique San. The cliché Halloween 45 is a Monster Mash-type stroll, but there are surprisingly few of those on here and we're entitled to the full range of rock 'n' roll styles. Classics include LaVern Baker's Voodoo Voodoo, Jack & Jim's Midnight Monsters Hop and certified nutcase Screamin' Jay Hawkins' gibberish Little Demon, the uptempo flipside to his I Put A Spell On You, but the CD kicks off with a black or at least black sounding version of Hocus Pocus, the song best known as wild rockabilly by The Raiders, here by Ronny aka Ronnie Goode on the Demon (!), "the highest in fi" label. There are also an excellent faster originally unreleased Specialty version of Hocus Pocus by Larry Williams and a demo version by Benn Joe Zappa out there in musicland. No idea who was first, but it could well be Goode as the composer credits of Hocus Pocus are the same on the flip of the 45 as well as of the two songs on his only other Demon 45. There are many versions of Johnny Otis' Bo Diddley knock-off Castin' My Spell but this here uptempo sax version by The Johnson Brothers is definitely worth mentioning, not least because theirs is the original version! Moreover The Johnson Brothers wrote Castin' My Spell themselves and their original version is faster and strangely enough less Bo Diddley inspired. Race With The Devil on the other hand not the Gene Vincent song but an extremely well done uptempo rocker by one Johnny David who is a lot better than many other clean cut singers. For some reason there are many horror doo-wop songs and one such is (Oooh I'm Scared) Of The Horrors Of The Black Museum, title in which the right bracket is not in the correct place by a band appropriately called The Nightmares. The 45 appeared on American International and the label includes a reference to the 1959 American International film Horrors Of The Black Museum. The B-side of that 45 is also on here, the Coasters-like The Headless Ghost, which was also a 1959 American International quickie, albeit this time a horror comedy. I haven't ever seen either flick but I assume the songs are not in the movies and only appeared to promote the film. Other black doo-woppers on duty include The Jayhawks' The Devil's Cousin and the Stranded In The Jungle-like Voo-Doo Queen And The Medicine Man by Bill James & the Hex-O-Tones. Wild white rock 'n' roll is New Zealand singer Johnny Devlin's Rock With The Devils (a case of re-interpreting the facts: the devils in question are not demons from hell but Devlin's group The Devils) clocking in at 1:21 and sounding a bit British, as does Jim Burgett in the nicely executed atmospheric medium tempo The Living Dead, referring to those who live without love, not to zombies. Instrumentals can take you in any direction, including towards a haunted house with The Eden Rocs whose Walkin' With Satan is sax and guitar white rock. The Electro-Tones' Ghost Train is guitar-steel, Night Creature by The Gigolo's is a mighty fine uptempo Duane Eddy copy, ain't nothing wrong with The Pharaohs' standard sax-guitar work out The Green Werewolf, and Count Stephen's Spooky is medium tempo beatnik sax, in 1961 an early (the first?) 45 by... Steve Alaimo! Bobby Bianchi's exotica popcorn noir Down Bound Train with Frank Gay & the Gayblades, a band name nobody would choose in 2022, is very slow compared to Chuck Berry's express. Quinn Miller used the Drunken Sailor melody for his atmospheric folk rocker The Sea Witch and recorded the same song a second time as Johnny Jay Colonna, but that version is not included on the CD. George Jackson & the Unisons' Miss Frankenstein from 1962 sounds surfy garage, and on the other side of the devil's railway dwells Otis Spann's mean bluesrockin' stroll It Must Have Been The Devil with Willie Dixon on double bass. As pitch black as the night is Up Jumped The Devil, a heavy stroll courtesy of Roy Brown that has nothing to do with the Ronnie Dawson song of the same name. The Devil's Train by The Chuck-A-Lucks is uptempo vocal harmony of the Frankie Laine goes hellbound type, the kind of doomed jazz swing made in France by Edith Piaf, and another one in the same style is Devil's Den by Duane Turley & the Tads. A bit far fetched on the other hand are IMHO songs with the word "haunted" in the title in the sense of being bewitched by a beautiful apparition, for instance in The Satellites' competent stroll You Haunt Me. As is often the case on Atomicat compilations there are also two contemporary Rhythm Bomb tracks, Voodoo Woman by German band Marc & the Wild Ones from their 2014 CD She Put A Spell On Me of which the melody reminds me of Reverend Horton Heat's Wiggle Stick, and the heavy sax-guitar instro Killswitch by The Rip'Em Ups from America from their 2015 CD titled after that track. Excellent soundtrack for the trick or treat season, so pour me another pumpkin soup! Info: www.vintagerockinroots.com (Frantic Franky)


HILLBILLY DEVILS AND DEMONS
Atomicat, ACCD125
English version: see below


Deze CD presenteert een andere insteek voor het Halloween thema: hillbilly jump songs over duivels, demonen en spoken. Die zijn immers heus niet beperkt tot de hellehonden die Robert Johnson eind jaren '30 achternazaten in zijn Me And The Devil Blues, maar alomtegenwoordig in alle muziekgenres: wanneer vrouwen als engelen worden voorgesteld kunnen ze wel eens snel in hun helse tegenhangers veranderen, denken we bijvoorbeeld aan Devil In Disguise van Elvis, Devil Or Angel van Bobby Vee, of als het country moet zijn Devil Woman van Marty Robbins. Bovendien is country van nature een aartsconservatief genre beïnvloed door bijbelse beeldspraak, en als je daar nog novelty gecombineerd met cowboy folklore type Ghostriders In The Sky aan toevoegt wordt snel duidelijk dat samensteller Mark Armstrong in een handomdraai een heksenketel van 28 tracks 1949-1963 zal hebben gevonden. Verhalende songs in de stijl van Ghostriders In The Sky zijn Jimmie Dale's Tennessee Ghost Train, Dick Flood's Hellbound Train, Jimmy Minor's Satan's Chauffeur dat verrassend modern klinkt voor 1960 (het zou zo gecoverd kunnen worden door Smokestack Lightnin') en Red Foley's Devil Went Down To Georgia voorloper Tennessee Hill-Billy Ghost met The Anita Kerr Singers als achtergrondkoortje. Een andere vreemd ontmoeting op de crossroads is Pee Wee King's supersnelle western swinger The Ghost And Honest Joe (zang: Gene Stewart). Slechte vrouwen (het Jezebel syndroom) zijn er in Johnny Horton's The Devil Made A Masterpiece, Lou Millet's Since The Devil Moved In, Lefty Frizzell's From An Angel To A Devil, Sonny Burns' honky tonker Satan's A-Waitin, en in de fingerpickende hillbilly van Gene Davis' Satan’s Daughter. Country's streng moralistische inslag verpakt als sensatie heeft de overhand in Roy Acuff's The Devil's Train, Robert Zehm's Satan's Suitcase, Wade Ray's Let Me Go Devil en de gestileerde tweestemmige bluegrass van The Louvin Brothers' Satan And The Saint (een single vier jaar ouder dan hun Satan Is Real LP uit 1958, een LP die beroemder werd door de hoes dan door de muziek zelf), en in Buccaroo Billy's Shake Hands With The Devil over de demon genaamd alcohol. Een andere waarschuwing Reefer Madness stijl is het zelfs voor 1951 al ouderwetsche Marijuana The Devil's Flower van Mr. Sunshine & his Guitar Pickers. George Jones, zoals bekend een artiest die meer dan één persoonlijke demon bevocht, rockt de gospel in Take The Devil Out Of Me.
Een beetje bij de haren gegrepen zijn naar mijn bescheiden mening songs met het woord "haunted" in de titel, een typisch Amerikaans begrip dat misschien het best benaderd wordt door de term "bezeten" of "behekst"" in de zin van betoverd worden door een schone verschijning, bijvoorbeeld in Jimmy Littlejohn's Haunted Blues, Lee ''Red'' Melson's I'm Being Haunted en Jimmie Holt's Spellbound. Echte Halloween songs daarentegen over vampieren en ander nachtelijk ongedierte zijn Spookie Boogie (Cecil Campbell), The Ghost Song (Salty Holmes), Haunted House Boogie (Happy Wilson doet het in zijn broek), Shudders And Screams (Ben Colder, het country pseudoniem van Sheb Wooley) waarin Frankenstein en Igor de plak zwaaien, en Jack Turner's Nightmare, geschreven door Felice & Boudleaux Bryant doch het soort song dat The Everly Brothers nooit opnamen. De merkwaardigste song is Jay Chevalier's anti-communistische Khrushchev And The Devil uit 1962, het jaar van de Cubaanse rakettencrisis. Deze demonische duik in het vagevuur van de rurale country muziek bevat veel fiddle, honky tonk piano en steelgitaar, een instrument dat uit zichzelf als spookachtig klinkt, en is geniale stuff voor de liefhebber, dus doe mij nog maar een bloody mary! De samenstelling is van de bloederige hand van Mark Armstrong. Info: www.vintagerockinroots.com (Frantic Franky)

Hey, here's a different approach to the Halloween theme: hillbilly jump songs about devils, demons and ghosts. These are by no means limited to the hellhounds that chased Robert Johnson in his Me And The Devil Blues in the late 1930s, but omnipresent in all music genres: when women are presented as angels they can quickly turn into their infernal counterparts, think of Elvis' Devil In Disguise, Bobby Vee's Devil Or Angel, or if it has to be country, Marty Robbins' Devil Woman. Moreover, country is by nature an ultra conservative genre influenced by biblical imagery, and if you add novelty combined with cowboy folklore of the Ghostriders In The Sky style, it quickly becomes clear that witchfinder general Mark Armstrong will have had no problem in rounding up 28 hellraising hillbilly tracks 1949-1963. Narrative songs in the style of Ghostriders In The Sky include Jimmie Dale's Tennessee Ghost Train, Dick Flood's Hellbound Train, Jimmy Minor's Satan's Chauffeur which sounds surprisingly modern for 1960 (I look forward to it being covered by Smokestack Lightnin') and Red Foley's Devil Went Down To Georgia precursor Tennessee Hill-Billy Ghost with The Anita Kerr Singers as backing choir. Another odd encounter at the crossroads is Pee Wee King's super fast western swinger The Ghost And Honest Joe (vocals: Gene Stewart). Bad women (the Jezebel syndrome) do their thing in Johnny Horton's The Devil Made A Masterpiece, Lou Millet's Since The Devil Moved In, Lefty Frizzell's From An Angel To A Devil, Sonny Burns' honky tonker Satan's A-Waitin, and in the fingerpicking hillbilly of Gene Davis' Satan's Daughter. Country music's moralistic side sold as sensationalism prevails in Roy Acuff's The Devil's Train, Robert Zehm's Satan's Suitcase, Wade Ray's Let Me Go Devil and the stylised dual bluegrass voices of The Louvin Brothers' Satan And The Saint (a single four years older than their 1958 Satan Is Real LP, an LP that became more famous for its cover than for the music itself), and in Buccaroo Billy's Shake Hands With The Devil about the demon called alcohol. Another warning Reefer Madness style is the even for 1951 already oldfashioned Marijuana The Devil's Flower by Mr Sunshine & his Guitar Pickers. George Jones, infamously an artist who fought more than one personal demon, rocks the gospel in Take The Devil Out Of Me.
A bit farfetched IMHO are songs with the word "haunted" in the title in the sense of being "possessed" or "bewitched"" by a beautiful apparition, for instance in Jimmy Littlejohn's Haunted Blues, Lee ''Red'' Melson's I'm Being Haunted and Jimmie Holt's Spellbound. True Halloween songs on the other hand about vampires and other nocturnal vermin are Spookie Boogie (Cecil Campbell), The Ghost Song (Salty Holmes), Haunted House Boogie (Happy Wilson shits his pants), Shudders And Screams (Sheb Wooley's country alias Ben Colder) in which Frankenstein and Igor call the shots, and Jack Turner's Nightmare, written by Felice & Boudleaux Bryant yet the kind of song that The Everly Brothers never recorded. The odd one out is Jay Chevalier's anti-communist Khrushchev And The Devil from 1962, the year of the Cuban missile crisis. This demonic plunge into the purgatory of rural country music features lots of fiddle, honky tonk piano and steel guitar, an instrument that by itself sounds haunting, and it's a collector's dream or rather nightmare. Pour me another bloody mary! Info: www.vintagerockinroots.com (Frantic Franky)


ON THE DANCEFLOOR WITH A TWIST
Bear Family, BCD17666
English version: see below

De bootleggers en de budget labels waren de eersten om twist compilaties uit te brengen, in het recente verleden was er al C'Mon Let's Do The British Twist op Jasmine Records, en nu werpen ook de grote platenmaatschappijen zich op de leukste dans uit begin '60. Hank Ballard, de uitvinder van de twist, opent het bal met zijn early sixties rockende Good Twistin' Tonight, een her-interpretatie van Good Rockin' Tonight. Nog meer early sixties sounds zijn er met No Twistin' On Sunday van The Zircons, het wat sleazy medium tempo Twistin' Fever van The Marcels, en met Dr. Feelgood (= Piano Red) & the Interns' eind 1962 origineel onuitgebrachte The Double Twist. De originele The Twist van Hank Ballard staat hier niét op, wel de originele Twist And Shout, en die was een jaar vóór The Isley Brothers voor The Top Notes, is wat sneller en heeft de akkoordenprogressie van La Bamba en voor een stuk een Afro-Cubaans sfeertje. The Isley Brothers zelf maken hun opwachting met de opvolger van Twist And Shout, Twistin' With Linda, ook weer early sixties met King Curtis op sax waarin toch een klein stukje Twist And Shout zit, en Jerry Lee Lewis legt met I've Been Twistin' van begin 1962, een bewerking van Junior Parker's Feelin' Good, een van zijn beste latere Sun opnames neer (Whole Lot Of Twistin' Going On dat de killer dezelfde dag opnam staat hier niét op). Typerend voor de twist is het live sfeertje dat vaak geëvoceerd wordt zoals in Twist Twist Señora van Gary US Bonds dat de twist koppelt aan de calypso. Er werden ook een aantal live twist albums uitgebracht, onder meer door Dale Hawkins, en van zijn LP Let's All Twist At The Miami Beach Peppermint Lounge uit 1962 komt Do The Twist met een orgeltje. Het dubbelzinnige Slow Twistin' van The Marvelettes (een cover van een hit van Chubby Checker) is perfecte meidenpop, Eddy Clearwater levert met Twist Like This een nummer af dat doet denken aan Chuck Berry maar minder fanatiek is dan 2 x 9. Ook te vinden op de dansvloer: Jo Ann Campbell (Mama Don't Want No Twistin'), The Ventures (Guitar Twist klinkt als een kruising tussen What'd I Say en 2000 Pound Bee zonder de fuzz) en Glen Campbell, gitarist op de wilde instro Buzz Saw Twist (ook simpelweg uitgebracht als Buzz Saw) van The Gee-Cees. GC = Glen Campbell, heb u 'em? Nobele onbekenden zijn Billy Barnette & the Searchers met Stomp Shake And Twist, een goeie rocker, net als Moon Twist van Billy Nix, Teen Twist van Buddy Miller, de zwarte jiver Louisiana Twist van June "Bug" Bailey, en het origineel onuitgebrachte Twist All Wrong van The Miller-Olson Combo ("bekend" van hun Fidel Castro Rock) dat pas in 1994 werd opgegraven door Norton Records. Twistin' USA van Danny & the Juniors klinkt exact hetzelfde als hetzelfde nummer van Chubby Checker omdat voor beide opnames dezelfde backing track werd gebruikt, die trouwens nog een keer werd gebruikt voor origineel onuitgebrachte Duitse (Twistin' Germany) en Italiaanse (Twistin' Italy) versies door Danny & the Juniors. Jammer dat die hier niet opstaan want ik hou wel van dat soort rariteiten. Oddballs zijn het obscure Steelball Twist van Dee Page & his Western Allstars, een standaard instrumentale boogie ware het niet dat ie steelgitaar paart aan twangy elektrische gitaar en piano, het weirdo Tail End Twist van Kirby Ladner, en de afsluiter Chicken Twist Part I, een instrumentale sax-, gitaar-, mondharmonica-, orgel- en steelgitaar jam van Paul Livert & the Lions. Waarom die raar is? Omdat ie maar liefst 20 minuten duurt en in 1962 verscheen op één kant van een LP, met op de B-kant Part II...
Alles bij elkaar genomen geeft dat een evenwichtig samengestelde CD waarbij ik op enkele nummers evenwel een verschil in geluidskwaliteit detecteer. Uiteraard steekt er een dik Bear Family booklet bij (38 pagina’s) met biografische info voor elke track. Er is één dubbel met de Atomicat CD, Tequila Twist van The Champs, maar gek genoeg heeft de versie op Atomicat in de stops waar normaliter "tequila" wordt geroepen het woordje "twist", en de voor de rest identieke versie op Bear... stilte! Info: www.bear-family.com (Frantic Franky)

The bootleggers and the budget labels were the first to dip into the twist phenomenon, in the recent past there was already C'Mon Let's Do The British Twist on Jasmine Records, and now the major record labels are also investigating the funnest dance from the early sixties. Hank Ballard, inventor of the twist, inaugurates the ball with his early sixties rockin' Good Twistin' Tonight, a re-interpretation of Good Rockin' Tonight. There's more early sixties sounds with The Zircons' No Twistin' On Sunday, The Marcels' somewhat sleazy medium tempo Twistin' Fever, and Dr Feelgood (= Piano Red) & the Interns' at the end of 1962 originally unreleased The Double Twist. Hank Ballard's original The Twist is not in sight, but the original Twist And Shout is, recorded a year before The Isley Brothers by The Top Notes and a tad faster, with the chord progression of La Bamba and a bit of an Afro-Cuban atmosphere. The Isley Brothers are on hand themselves with their follow-up to Twist And Shout, Twistin' With Linda, again early sixties, with King Curtis on sax and a little bit of Twist And Shout thrown in for good measure. In early 1962 Jerry Lee Lewis laid down one of his best later Sun recordings with I've Been Twistin', an arrangement of Junior Parker's Feelin' Good (Whole Lot Of Twistin' Going On which the Killer canned the same day is not on here). Typical of the twist is the live atmosphere that is often evoked like in Gary US Bonds' Twist Twist Señora which pairs the twist with the calypso. There were also a number of live twist albums released, and from Dale Hawkins' 1962 LP Let's All Twist At The Miami Beach Peppermint Lounge comes the organ driven Do The Twist. The Marvelettes' double entendre Slow Twistin' (a cover of the Chubby Checker hit) is perfect girl group pop, Eddy Clearwater's Twist Like This is reminiscent of Chuck Berry but less fancy than 2 x 9. Also twisting the soles off of their shoes: Jo Ann Campbell (Mama Don't Want No Twistin'), The Ventures (Guitar Twist sounds like a cross between What'd I Say and 2000 Pound Bee without the fuzz) and Glen Campbell, guitarist on The Gee-Cees' wild instro Buzz Saw Twist, also released simply as Buzz Saw. GC = Glen Campbell, see? Noble unknowns are Billy Barnette & the Searchers with Stomp Shake And Twist, a decent rocker, as are Billy Nix' Moon Twist, Buddy Miller's Teen Twist, June "Bug" Bailey's black jiver Louisiana Twist, and the originally unreleased Twist All Wrong by The Miller-Olson Combo ("known" for their Fidel Castro Rock) that was only unearthed by Norton Records in 1994. Twistin' USA by Danny & the Juniors sounds exactly as Chubby Checker's because the same backing track was used for both recordings, which was used again for originally unreleased German (Twistin' Germany) and Italian (Twistin' Italy) Danny & the Juniors versions. Too bad those aren't on here because I do like that kind of rarities. Oddballs are Dee Page & his Western Allstars' obscure Steelball Twist, a standard instrumental boogie were it not for the fact that it pairs steel guitar with twangy electric guitar and piano, the weirdo Tail End Twist by Kirby Ladner, and the closing track Chicken Twist Part I, an instrumental sax, guitar, harmonica, organ and steel guitar jam by Paul Livert & the Lions. Why is it so bizarre? Because it goes on for a whopping 20 minutes and appeared in 1962 on one side of an LP, with Part II on the other side....
All in all it's a well balanced CD, although I detect a difference in sound quality on a few tracks, and it comes with the usual thick Bear Family booklet (38 pages) with biographical info for each track. One track appears also on the Atomicat CD, The Champs' Tequila Twist, but strangely enough the version on Atomicat has the word "twist" in the stops where normally is shouted "tequila", while the otherwise identical version on Bear simply has silence in that spot!
Info: www.bear-family.com (Frantic Franky)


TWIST-A-RAMA VOLUME 1
Atomicat, ACCD075
English version: see below

Na Atomicat's Bop-A-Rama, Jive-A-Rama en Stroll-A-Rama reeks presenteert samensteller Mark Armstrong nu Twist-A- Rama. Vroeger kocht ik veel twist singles op de vlooienmarkt, maar ik ben daar op een geven moment mee gestopt want je kan die blíjven kopen, aangezien die dans begin jaren '60 niet enkel in onze contreien maar in de hele wereld onwaarschijnlijk populair was, zo populair dat er zelfs vliegensvlug muziekfilms rond werden gedraaid, ten bewijze waarvan Clay Cole's titelsong van Twist Around The Clock (1961) op deze CD staat. Mark Armstrong is zoals het een goede DJ betaamt waarschijnlijk nooit gestopt met het kopen van twist singles en biedt nu een selectie van 28 top twists 1958-1962 aan. De CD opent met de Vlaamse klassieker Kissin' Twist van Jack Hammer, de Amerikaan die co-auteur was van Great Balls Of Fire en op een of andere manier in België verzeild raakte waar hij bij gebrek aan Chubby Checker de Europese twist koning werd. Typerend voor de twist is het live sfeertje dat vaak geëvoceerd wordt zoals in Herbert Hunter's Twist It Up, een budgetcover van de Chubby Checker song die dateert uit 1963 en inderdaad een early sixties feeling heeft, net als Twistin' (One More Time) van Les Cooper & the Soul Rockers. Voorts zijn er covers van de Peppermint Twist (saxofonist King Curtis voor één keer vokaal en met meer orgel dan sax), Chubby Checker's Twistin' USA (Johnny Keaton op budgetlabel Spar) en Sam Cooke's Twisting The Night Away in het Frans door Johnny Hallyday als Laissez-Nous twister. Letterlijk iedereen sprong op de twist trein, en ook Louis Prima (Twist All Night), Jo Ann Campbell (Let Me Do My Twist), Linda Hopkins (Mama's Doin' The Twist), Don Covay (zanger op de Arthur Murray Twist van King Curtis - Murray was een ballroom danser die een dansschool oprichtte en zijn eigen Arthur Murray Dance Party op TV had waaruit de live clips van That'll Be The Day en Peggy Sue van Buddy Holly & the Crickets stammen) en zelfs gitarist Grady Martin (de fuzzgitaar/sax instrumental Twist And Turn) en bluesman Muddy Waters (de Muddy Waters Twist met orgel) begaven zich op de dansvloer. Twistin' And Kissin' van Ronnie & the Hi Lites koppelt de twist aan de violen van teen rock, andere songs dragen niet persé het woordje "twist" in de titel maar maken wel gebruik van dat ritme, zoals I'm Talking About You van Chuck Berry (het moet niet altijd You Never Can Tell zijn) en New Orleans van Gary "US" Bonds. Daarnaast zijn er de onvermijdelijke novelty tunes waartoe het genre zich uitermate leende zoals Tequila Twist van The Champs (een snellere Tequila), Short Short Twist van The Royal Teens (een snellere twistversie van Short Shorts), Nina Simone's My Baby Just Cares For Me van de titelloze duet LP van Chubby Checker & Bobby Rydell, Yvonne Carré's Japans getint doch Duitstalige Geisha Twist en de Europese pitta exotica van Habibi Twist van de uit Italië afkomstige Latins. Ere wie ere toekomt: er is slechts één echte twist en dat is die van de uitvinder ervan, Hank Ballard in 1958 met The Twist, en die staat hier dan ook terecht mee op. Nobele onbekenden zijn daarentegen Johnnie Morisette (het door Sam Cooke geschreven Meet Me At The Twistin' Place dat Cooke later zelf trager zou opnemen als Meet Me At Mary's Place), Brice Coefield (Cha Cha Twist, géén cha cha cha maar popcorn exotica), Kay Charles & the Tornadoes (Tornado Twist, geen twist maar white rock), Robby Robber & the Hi-Jackers (Swinging Papa Twist) en Kay Armen (I Wanna Twist).
Voer voor verzamelaars, en voor de rest van de mensheid gewoon een fun CD waarbij Ria Valk's Jodeltwist schandelijk over het hoofd werd gezien. Er is één dubbel met de Bear Family CD, Tequila Twist van The Champs, maar gek genoeg heeft de versie op Atomicat in de stops waar normaliter "tequila" wordt geroepen) het woordje "twist", en de voor de rest identieke versie op Bear... stilte! Info: www.vintagerockinroots.com (Frantic Franky)

After Atomicat's Bop-A-Rama, Jive-A-Rama and Stroll-A-Rama series compiler Mark Armstrong now presents Twist-A-Rama. I used to buy a lot of twist 45s at car boot sales, but at one point I stopped buying them because there's literally no end to it, as this dance was incredibly popular in the early sixties not only here but all over the world, so popular in fact that thery even cranked out movies based upon the fad, audio proof included here courtesy of Clay Cole's title song from Twist Around The Clock (1961). Like any decent DJ should Mark Armstrong probably never stopped buying them and here he offers a selection of 28 top twists 1958-1962. The CD opens with the Kissin' Twist by Jack Hammer, the American who co-authored Great Balls Of Fire and ended up in Europe where in the absence of Chubby Checker he became the European twist king. Typical for the twist is the live atmosphere often evoked, for example in Herbert Hunter's Twist It Up, a budget cover of Chubby Checker from 1963 which indeed has an early sixties feeling, just like Les Cooper & the Soul Rockers' Twistin' (One More Time). There are also covers of the Peppermint Twist (saxophone player King Curtis with the odd vocal track featuring more organ than sax), Chubby Checker's Twistin' USA (Johnny Keaton on budget label Spar) and Sam Cooke's Twisting The Night Away sung in French by Johnny Hallyday as Laissez-Nous twister. Literally everyone jumped on the twist bandwagon, including Louis Prima (Twist All Night), Jo Ann Campbell (Let Me Do My Twist), Linda Hopkins (Mama's Doin' The Twist), Don Covay (vocalist on King Curtis' Arthur Murray Twist - Murray was a ballroom dancer who founded a dance school and had his own Arthur Murray Dance Party on TV from which the live clips of That'll Be The Day and Peggy Sue by Buddy Holly & the Crickets are) and even guitarist Grady Martin (the fuzz guitar/sax instrumental Twist And Turn) and bluesman Muddy Waters (the Muddy Waters Twist with organ) joined the dancefloor crowd. Twistin' And Kissin' by Ronnie & the Hi Lites' Twistin And Kissin' combines the twist with teen rock violins, other songs don't necessarily have the word "twist" in the title but do use its typical rhythm, like Chuck Berry's I'm Talking About You (it doesn't always have to be You Never Can Tell) and Gary "US" Bonds' New Orleans. There's of course the inevitable novelty tunes that the genre lended itself to very easily, such as Tequila Twist by The Champs (a faster Tequila), Short Short Twist by The Royal Teens (a faster twist version of Short Shorts), Nina Simone's My Baby Just Cares For Me from Chubby Checker & Bobby Rydell's self-titled duet LP, Yvonne Carré's oriental styled yet German sung Geisha Twist and the European kebab exotica of Habibi Twist by The Latins from Italy. Credit must however go where credit is due: there is only one real twist and that's the one concocted by Hank Ballard in 1958 under the titel The Twist, and its inclusion here is justified. Complete unknowns on the other hand are Johnnie Morisette (Meet Me At The Twistin' Place written by Sam Cooke which Cooke himself would later record more slowly as Meet Me At Mary's Place), Brice Coefield (Cha Cha Twist, no cha cha but popcorn exotica), Kay Charles & the Tornadoes (Tornado Twist, no twist but white rock), Robby Robber & the Hi-Jackers (Swinging Papa Twist) and Kay Armen (I Wanna Twist).
This is collectors' stuff, and for the rest of mankind it's a great fun CD. There is one overlap with the Bear Family CD, Tequila Twist by The Champs, but strangely enough the version on Atomicat has the word "twist" in the stops where normally the word "tequila" is shouted, whereas the otherwise identical version on Bear has ... silence! Info: www.vintagerockinroots.com (Frantic Franky)

CD Recensies

28 september 2022

LILY LOCKSMITH/ LILY LOCKSMITH
Enviken Records, EnRec181
English version: see below

Wij leerden de Zweedse zangeres Lily Locksmith kennen via Player / No Use But O'Well, haar debuutsingle uit 2016. Twee jaar later werd begonnen met de opnames van wat haar debuutalbum moest worden waarvan begin 2020 al de vooruitgeschoven vinyl single I Don't Need / Can’t Believe You Wanna Leave verscheen. Corona deed alles stilvallen, en toen overleed Locksmith op 27 december 2021 op amper 37-jarige leeftijd onverwacht aan een hersenbloeding. De namen van de muzikanten doen mij geen belletje rinkelen behalve gitarist Chris "Rocket" Bergström die ik ken van bij Eva Eastwood, maar dit verbazingwekkend sterke album ademt pure kracht uit, zowel vocaal als instrumentaal: dit bluesrockt even hard als The Kokomo Kings, ook uit Zweden. Wie houdt van die Kokomo Kings, en dat zijn er velen onder u getuige hun bijzonder succesvolle optredens bij ons, moet zeker dit album beluisteren. Een nummer als opener When I Put The Blues On You heeft alles om een klassieker te worden: een harde rechtdoor drive, een meedogenloos ritme en priemende gitaren, want meer dan gitaren zijn dit niet, vaak gebaseerd op hypnotiserend repetitieve medium tempo bluesbop (Praying) of op r 'n' b jive (Bad, Player, You Gotta Try). Burnt Toast And Black Coffee (één van de twee covers die we herkennen, onze download bevat geen info betreffende de componisten) krijgt een licht bluesy ska arrangement, en er staan ook scorchers op als Last Night, What Do You Know About Love en Little Richard's Can't Believe You Wanna Leave waaruit blijkt wat een rauw oertalent Locksmith's stem was: als Lily Locksmith haar strot opentrekt trillen de muren. Zo zijn er natuurlijk wel meer zangeressen, maar Locksmith heeft die kracht tenminste onder controle. Ook bevat de CD enkele pure bluesnummers als Farther Up The Road en de gemene slide blues I Tried. Dit zou een bom geweest zijn op eender welk podium dat ooit The Kokomo Kings verwelkomde, maar we zullen Lily Locksmith nooit meer live zien, dus het enige wat u nog kan doen is dit album in huis halen, voorlopig enkel uit op CD en als digitale download. Later dit jaar volgt de LP versie op 500 exemplaren op rood vinyl.
Info: www.envikenrecords.com en www.facebook.com/lilylocksmith (Frantic Franky)

The first time we came across Swedish singer Lily Locksmith was via her 2016 debut single Player / No Use But O'Well. Two years later she started recording her debut album of which the advance vinyl single I Don't Need / Can't Believe You Wanna Leave was released in early 2020. Covid brought everything to a standstill, and then Locksmith unexpectedly died of a brain haemorrhage on december 27, 2021 at the mere age of 37. The names of the musicians here do not ring a bell for me except guitar player Chris "Rocket" Bergström from Eva Eastwood, but this astonishingly strong album radiates pure power, both vocally and instrumentally: this rocks the blues as tough as The Kokomo Kings, also hailing from Sweden. Now if you like the Kokomo Kings, and I know for a fact that many of you do judging by their very successful performances, you should definitely listen to this album. A song like the opening track When I Put The Blues On You has everything to become a classic: a hard, straight ahead drive, a relentless rhythm and piercing guitars, because basically that's all this is, nothing more than guitars, often based on hypnotic repetitive medium tempo blues bop (Praying) or on rhythm 'n' blues jive (Bad, Player, You Gotta Try). Burnt Toast And Black Coffee (one of the two covers I recognise, our download doesn't contain composer credits) gets a lightweight bluesy ska arrangement, and there are scorchers like Last Night, What Do You Know About Love and Little Richard's Can't Believe You Wanna Leave that show what a raw primal talent Locksmith's voice was: when she opens her throat the walls come tumbling down. There are of course more female singers like that, but Locksmith has that power under control. The CD also contains a couple of pure blues songs like Farther Up The Road and the mean slide blues I Tried. This would have been the bomb on any stage that ever welcomed The Kokomo Kings, but we'll never see Lily Locksmith live again, so all you can do is buy this album, at this time only available on CD and as a digital download. The LP version is to follow later this year and will be limited to 500 copies on red vinyl.
Info: www.envikenrecords.com en www.facebook.com/lilylocksmith (Frantic Franky)


THREE STEPS TO EVIL/ THE HOODOO TONES
Rhythm Bomb, RBR6014
English version: see below

Wie begin september op High Rockabilly (E) was zag daar Clark Kenis van Moonshine Reunion (B) op contrabas bij The Hoodoo Tones, maar dat was slechts in een rol als invaller. Confessions Of A Loner, in 2016 het debuut van dit Franse trio, was hedendaagse rock 'n' roll in een mix van rockabilly, repetitieve bluesbop à la Wild Records en verhalende western-a-billy, alsmede moderner klinkende nummers richting rock. Dat bleven de hoofdingrediënten van hun andere albums, en ook op deze inmiddels vierde CD gaan ze heel ruim, zij het zonder de gastzangeres en -blazers van op hun vorige, Still On The Run uit 2020.
Three Steps To Evil opent met een hypermoderne surfgitaar instro die ondanks zijn lengte van meer dan vier minuten op en top, euh, top is. Uiteraard staan er een aantal inmiddels als typisch Hoodoo Tones herkenbare rockabilly songs op als I Need A Confessor (een soort rockabilly versie van Johnny Cash's American Recordings), Jitterbuggin' en The Coolest Cats. De CD bevat minder bluesbop, maar The Fool borduurt wel voort op een Linda Lu riff in een net-niet-distorted garage sound. Moderne rockpop-achtige songs zijn het vrolijke Behind The Leather (één recensent hoorde echo’s van Me And Julio Down By The Schoolyard van Paul Simon) en Grey Sky waarin nochtans gitaarwerk in de stijl van Les Paul. Ook poppy: Too Wide Ocean met zijn Buddy Holly drumrolls, wat ze al een keer deden in het Crickets geïnspireerde Being In Love op hun debuut. Iets heel anders is The Way It Is waarin ze klinken als The Doors tegen de muzikale achtergrond van enerzijds Shakin' All Over van Johnny Kidd & the Pirates en anderzijds voodoo drums! Afsluiter The Last Of Our Kind klinkt dan weer als Nick Cave die probeert te klinken als Johnny Cash's American Recordings, alvorens na één minuut over te schakelen op gedreven rockabilly. Van hun vier CD’s heeft deze met tien tracks (alle tien zelfgeschreven) het minste aantal nummers, maar het is zeker niet hun minste album. Kevin Bolle zingt heel vlot, zelfverzekerd en intens (hij schreeuwt bij momenten zijn ziel uit zijn lijf) zonder een zweem van een Frans accent, zijn gitaar danst moeiteloos over de arrangementen, er zijn veel Johnny Cash drumroffels, en het album klinkt even loepzuiver en scherp als hun andere drie. Als The Cure rockabilly zou spelen zouden ze klinken als The Hoodoo Tones, en dat is bedoeld als compliment. Ongetwijfeld niet eenieders kopje thee, maar rockabilly voor gevorderden en in die optiek ferm gedaan.
Info: www.vintagerockinroots.com en www.facebook.com/thehoodootones (Frantic Franky)

Confessions Of A Loner, the 2016 debut of this French trio, was contemporary rock 'n' roll in a mix of rockabilly, Wild Records style repetitive blues bop, narrative western-a-billy and more modern sounding songs tending towards rock. These remained the main ingredients of their other albums, and their brand new fourth CD goes as broad, albeit without the guest parts of a female vocalist and a horn section that were on their previous one, 2020's Still On The Run. Three Steps To Evil kicks off in style with an ultra modern surf guitar instro that despite its length of more than four minutes rocks from start to finish. There are of course several instantly recognisable Hoodoo Tones rockabilly songs like I Need A Confessor (a kind of rockabilly version of Johnny Cash's American Recordings), Jitterbuggin' and The Coolest Cats. The CD contains less blues bop, but The Fool does build on a Linda Lu riff in an almost distorted garage sound. Modern rock/pop songs include the upbeat Behind The Leather (one reviewer heard echoes of Paul Simon's Me And Julio Down By The Schoolyard) and Grey Sky which nonetheless features Les Paul influenced guitar playing. Too Wide Ocean has pop influences as well with its Buddy Holly drum rolls, which they did before in the Crickets inspired Being In Love on their debut album. Something completely different is The Way It Is in which they sound like The Doors against the musical backdrop of Johnny Kidd & the Pirates' Shakin' All Over on the one hand and voodoo drums on the other hand! Closing track The Last Of Our Kind sounds like Nick Cave trying to sound like Johnny Cash's American Recordings before switching to hard driving rockabilly after one minute. Of the four Hoodoo Tones CD’s this one has the least number of songs with only ten tracks (all of 'em selfpenned), but it is certainly not their least album. Kevin Bolle sings very smoothly, confidently and intense (at times he rips out his soul) without a hint of a French accent, his guitar dances effortlessly over the arrangements, there are plenty of Johnny Cash drum rolls, and Three Steps To Evil sounds as clean and sharp as their other three CD’s. If The Cure played rockabilly they would sound like The Hoodoo Tones, and that's meant as a compliment. Undoubtedly not everyone's cup of tea, but rockabilly for the advanced and from that point of view expertly executed.
Info: www.vintagerockinroots.com en www.facebook.com/thehoodootones (Frantic Franky)


WANTED MAN/ THE JERRELLS
El Toro, ETCD 7038
English version: see below

The Jerrells komen uit Austin, werden opgericht eind 2019, en dit is bij mijn weten hun eerste album. Ik had nog nooit van hen gehoord en ken de muzikanten niet, behalve op negen van de twaalf tracks bassist Todd Wulfmeyer van onder meer Marti Brom, The Modern Don Juans en 8½ Souvenirs. Austin is een muziekstad die al decennia lang interessante bands oplevert, en The Jerrells passen perfect in dat rijtje. Ze gebruiken naast de gebruikelijke gitaren, contrabas en drums ook piano en fiddle en klinken als een Amerikaanse all round rock 'n' roots band. De CD bevat 12 snedige songs waarin echo’s van heel wat referenties doorklinken. Met songs als Hot Sauce Mama, All Outta Kisses en titeltrack Wanted Man hoor ik vooral rockabilly, maar ook twang gitaar, Paul Burlison fuzz gitaar en zelfs een hillbilly squaredans, Luke Simmons' Frazer River Valley Blues, één van de vier covers (de andere zijn Ice Water van Glenn Barber, Half My Fault van Lloyd McCollough en The Woman I Love van Gene Terry). De overige acht songs komen uit de koker van frontman en gitarist Jeremy Slemenda. Sommige nummers doen denken aan bestaande songs als bijvoorbeeld Six Days On The Road of de stroll Please Give Me Something, maar het geheel is uiterst professioneel, doordacht en verfrissend, een verademing in een tijd waarin veel CD’s klinken alsof de band één zaterdag besteedde aan opstellen en afregelen om vervolgens op zondag met een kater nog vlug een dozijn songs in te blikken. Als u zich enigszins kan vinden in bovenstaande dient u dan ook zeker uw oor te luisteren te leggen op www.thejerrellsband.com en www.eltororecords.com. Zoals ze destijds in de vakbladen plachten te schrijven "this one could get spins", want hoe meer je dit beluistert hoe beter het klinkt. Wanted Man is ook uit op vinyl als Bullseye (LP BE151). (Frantic Franky)

The Jerrells hail from Austin, were formed in late 2019, and as far as I know this is their debut. I never heard of them before and don't know the musicians, except for bass player Todd Wulfmeyer of among others Marti Brom, The Modern Don Juans and 8 1/2 Souvenirs fame on nine of the twelve tracks. Austin is a music city that has been delivering interesting bands for decades and The Jerrells fit that bill perfectly. In addition to the usual guitars, double bass and drums they employ piano and fiddle, and they sound like an American all round rock 'n' roots band. The CD contains twelve cutting edge songs which echo quite a few references. With songs like Hot Sauce Mama, All Outta Kisses and title track Wanted Man I hear mostly rockabilly, but also twang guitar, Paul Burlison fuzz guitar and even a hillbilly squaredance, Luke Simmons' Frazer River Valley Blues, one of the four covers here (the other three are Glenn Barber's Ice Water, Lloyd McCollough's Half My Fault and Gene Terry's The Woman I Love). The remaining eight songs were penned by frontman and guitarist Jeremy Slemenda. Some songs are reminiscent of existing songs like, say, Six Days On The Road and the stroll Please Give Me Something, but the whole thing sounds extremely professional, thoughtful and refreshing, which is a breath of fresh air at a time when many CD’s sound as if the band spent one saturday setting up and adjusting the sound levels, only to quickly can a dozen songs on sunday while nursing a hangover. If you can agree with some of the above, you should definitely check 'em out at www.thejerrellsband.com and www.eltororecords.com. As they used to write in the trade papers at the time "this one could get spins", cos the more you listen to The Jerrells the better they start to sound. Wanted Man is also out on vinyl as Bullseye (LP BE151). (Frantic Franky)


MADE IN GERMANY/ THE CRYSTALAIRS
Tessy Records, Tessy CD 1002
English version: see below

The Crystalairs gaan intussen al meer dan 30 jaar mee en zijn de succesvolste Duitse doo-wop band. Ze brachten al verschillende compilaties en best of's uit, maar deze 21 tracker brengt al hun Duitstalige nummers bij elkaar, uitgezonderd de nummers die verschenen op hun drie Bear Family CD’s waaronder de volledig Duitstalige albums Die Ganze Welt (2008) en Westwärts (2011). Of het echt álle Duitstalige nummers zijn weet ik niet omdat ik lang niet alles van het kwartet in huis heb, maar op het eerste gehoor mis ik Winter In Kanada dat ooit op een picture disc stond, alsmede Frag Nicht Warum van hun Early Years CD, maar dat staat ook op Die Ganze Welt. De fans zullen me daar wel op kunnen antwoorden. Voor de goede orde maken een aantal nummers hun CD debuut en staan er ook een paar onuitgegeven nummers op zoals hun covers van Dion's Sandy en van The Cascades' Angel On My Shoulder. De CD beslaat een periode van 30 jaar maar klinkt verbazingwekkend consistent, al is de omschrijving doo-wop te eng voor de vocale hoogstandjes die The Crystalairs ten beste geven. Naast pure Italo doo-wop vertolken ze immers ook introspectieve folk-achtige vocal harmony (Der Fischer), dromerige pop (de zeven minuten durende parlando Der Schlafende Prinz), cha cha cha (Wenn Der Sommer Vorbei Ist) en zelfs bijna schlagermuziek. De CD bevat vertalingen, meestal van de hand van Ralf zur Linde, van King Without A Queen (Dion), Little Star (Dion), Dream Lover (Bobby Darin), Stand By Me (Ben E. King) en Under The Boardwalk (Drifters) om de bekendste te noemen, maar er staan ook Duitse covers op van neo doo-wop ballades als Looking For An Echo van Kenny Vance uit 1975, alsmede verschillende eigen nummers (denk ik, de CD vermeldt helaas geen componisten) en bewerkingen van traditionals als Das Wunderbild, Der Streit Zwischen Mond Und Stern, Das Mädchen Am Ufer en Der Papagei Ein Vogel Ist, waarbij vioolbegeleiding niet wordt geschuwd. Op Sterb' Ich luiden de kerkklokken, Der Weihnachtsmann Sieht Heute Wie Mein Papa Aus is een kerstliedje, en Ich Kann Dir Nicht Widerstehen gaat richting Can't Help Falling In Love. Of het allemaal ook nog een beetje klinkt in de taal van Goethe? Verrassend genoeg luidt het antwoord volmondig "jawohl", want de zang klinkt heel natuurlijk, misschien juist omdat het hun moerstaal is, en uiteraard omdat ze er al dertig jaar op oefenen. En misschien geeft dat Duits aan het Engelstalige publiek juist een exotische toets? Daarom vind ik het jammer dat ze er hun deels Spaanstalige nummer Como Estas niet hebben opgezet. Een mens kan echter niet alles hebben in dit leven, en ook zonder dat nummer is deze fraaie CD een verplichte koop voor liefhebbers van doo-wop en vocal harmony. Info: www.tessyrecords.de en www.crystalairs.de (Frantic Franky)

The Crystalairs have been around for over 30 years now and are the most successful German doo-wop band. The quartet released several compilations and best of's, and this 21 track CD brings together all their German language songs, except those that appeared on their three Bear Family CD’s including the all German albums Die Ganze Welt (2008) and Westwärts (2011). I don't know if these are really àll the songs they ever recorded in German because I don't have all their releases, but at first hearing I miss Winter In Kanada which appeared on a picture disc, as well as Frag Nicht Warum from their Early Years CD, which is also on Die Ganze Welt. Anyway, the fans will be able to point that out for me. For the record, a number of songs make their CD debut and there are also a couple of unreleased songs on here like their covers of Dion's Sandy and The Cascades' Angel On My Shoulder. The CD covers a 30 year period but sounds amazingly consistent, even if the doo-wop tag is way too narrow for The Crystalairs' vocal qualities. Besides pure Italo doo-wop they also sing introspective folk-like vocal harmony (Der Fischer), dreamy pop music (the seven minute long parlando Der Schlafende Prinz), cha cha cha (Wenn Der Sommer Vorbei Ist) and even what almost amounts to schlager music. The CD contains translations, mostly by Ralf zur Linde, of King Without A Queen (Dion), Little Star (Dion), Dream Lover (Bobby Darin), Stand By Me (Ben E. King) and Under The Boardwalk (Drifters) to cite just the best known, but there are also German covers of neo doo-wop ballads like Kenny Vance's Looking For An Echo from 1975, as well as several of their own songs (I think, the CD unfortunately doesn't mention composer credits) and adaptations of traditionals like Das Wunderbild, Der Streit Zwischen Mond Und Stern, Das Mädchen Am Ufer and Der Papagei Ein Vogel Ist, on which violin arrangements are not shunned. Church bells are ringing in Sterb' Ich, Der Weihnachtsmann Sieht Heute Wie Mein Papa Aus is a christmas song, and Ich Kann Dir Nicht Widerstehen echoes Can't Help Falling In Love.
So does it sound good in German? Surprisingly, the answer is a resounding "ja", because the voices sound very natural, perhaps because it is their mother tongue, and of course because they have been practising doing this for thirty years. Perhaps the German language even adds an exotic touch for the English speaking market? Which is why I regret their partly Spanish song Como Estas is not included. Well, one can't have everything in this life, and even without Como Estas this fine CD is obligatory for lovers of doo-wop and vocal harmony.
Info: www.tessyrecords.de en www.crystalairs.de (Frantic Franky)

14 september 2022

DESTINATION BEACH
Bear Family, BCD17674
English version: see below

Ik heb totaal niks met het strand en de zee, om nog maar te zwijgen van de enerverend repetitieve lounge chill die mensen daar menen te moeten laten weerklinken uit bluetooth boxen. Wat is eigenlijk het probleem? Bang van stilte? Op Muscle Beach (Al Barkle die hier met een versnelde stem klinkt als teen rocker mijlenver verwijderd van Jumpin' From Six To Six) zal je mij dan ook niet aantreffen. Op het mosselstrand daarentegen! Toch kan ik me voorstellen dat een uitje naar de zee een big deal was in de jaren '50 vóór iedereen met het vliegtuig op reis ging en de mensen nog zes dagen per week moesten werken voor twee weken zomervakantie. Er zullen ondanks het feit dat de auto’s toen groter waren ook veel minder files richting kust geweest zijn, hahaha. Soit, de volgende keer dat u als een sardientje opeengepakt zit in de trein of staat aan te schuiven op weg naar Scheveningen (u kan ondertussen het CD booklet van 26 pagina’s track-per-track info nalezen) kan u alvast in de juiste stemming komen met deze CD met 30 tracks 1953-1964 . On The Beach van Cliff Richard staat er niét op, wel Sea Cruise, hier in de versie van Scotty McKay die exact hetzelfde klinkt als de hitversie van Frankie Ford wegens opgenomen over dezelfde backing track, net zoals Ford die zelf had opgenomen over de originele backing track van Huey "Piano" Smith. Ook een copycat kopie: Bobby Vee's versie van Summertime Blues van Eddie Cochran. Zo kan ik het ook, alleen heeft niemand het mij ooit gevraagd natuurlijk. De CD schiet sterk uit de startblokken met Freddy Cannon op z'n Little Richard's in June July And August, Twistin' On The Beach van Jimmy Simms Thunderbirds is een lekkere rechtdoor rocker, Beach Baby van Randy Hard & the Hi-Lites is gestoorde doo-wop, en ook de magistrale atmosferische stroll Footprints In The Sand van The Marcels behoort tot de doo-wop. Geen doo-wop zonder romantische ballades, en dat zijn hier Souvenirs Of Summertime van The Rays en het welbekende One Summer Night van The Danleers. In de afdeling instrumentals zou je kunnen argumenteren dat Beach Party van The Fendermen, een gitaar partij die meer doet denken aan The String-A-Longs dan aan Mule Skinner Blues, een zonnig sfeertje evokeert, Beach Party van The Duals is een gitaar work out in een rhythm 'n' blues sfeertje, en Summer Dream is een verrassend softe gitaar instro van Link Wray waarvan de melodie Elvis' Today Tomorrow And Forever echoot, op zich gebaseerd op Franz Liszt's Liebestraum Nr. 3 uit 1850. Beachbound van The Cornells is een gitaar/sax surf instrumental, en Heat van The Rockin' R's een zware gitaar/sax grinder. Seaweed van Freddie Mitchell is dan weer een sax sleurder. In The Good Old Summertime van toeteraar Al Sears is beschaafde rhythm 'n' blues swing, On The Beach van Owwen Gray is luie popska, en het nummer Beachcomber van Bobby Darin is vreemd genoeg instrumentaal en bovendien nog eens easy listening bovenop een funky jazzy piano track.
Pakweg de helft van de CD is rock 'n' roll en de betere teen rock (Paul Peek), de andere helft is voorbehouden voor crooners (Frankie Avalon die in Summer Scene klinkt als Bobby Darin die Frank Sinatra achterna doet), easy listening en middle of the road pop. De merkwaardigste opname is Moonlight Bay van The Drifters ten tijde van Bobby Hendricks, in 1958 de B-kant van Drip Drop waarover producers Jerry Leiber en Mike Stoller meenden een blanke vocal groep te moeten overdubben waardoor het resultaat meer lijkt een kerkkoor! Als je van die niet-rock 'n' roll geen huiduitslag krijgt dan is dit een niet te versmaden CD die mensen zoals ik een trip naar de zee bespaart door een virtueel alternatief te bieden. En als u toch naar zee gaat, laat 'em dan als tegengif weerklinken uit uw bluetooth boxen. Info: www.bear-family.com (Frantic Franky)

Sun and sea mean absolutely nothing me (sex on the other hand), not to mention the nervewrecking repetitive lounge chill that people at the beach think they have to blast out of bluetooth speakers. What's your problem? Afraid of silence? Anyway, you will never ever see me at Muscle Beach (Al Barkle whose sped up voice makes him sound like a teen rocker far remote from Jumpin' From Six To Six). I can however imagine that a trip to the sea was a big deal in the 1950s before everyone travelled by plane and people still had to labour six days a week for a fortnight of summer holidays. Despite the fact that cars were bigger back then there must have been fewer traffic jams on the highways towards the coast, hahaha. So next time you're packed like sardines in the train or are waiting in the traffic jams towards Brighton (use that time to read the track-by-track info in the 26 page CD booklet), you can already get in the right mood with this 30 track CD 1953-1964. Cliff Richard's On The Beach is not featured but Sea Cruise is, here in Scotty McKay's version which sounds exactly like Frankie Ford's hit version since he recorded it over the exact same backing track, just like Ford had recorded it over Huey "Piano" Smith's exact same original backing track. Another copycat copy is Bobby Vee's cover version of Eddie Cochran's Summertime Blues. This way even I could do it, were it not for the fact that no one will ever ask me to. The CD kicks off strongly with Freddy Cannon at his Little Richard best in June July And August, Jimmy Simms Thunderbirds' Twistin' On The Beach is a great straight ahead rocker, Randy Hard & the Hi-Lites' Beach Baby is crazy doo-wop, and The Marcels' majestic atmospheric stroll Footprints In The Sand is doo-wop territory as well. No doo-wop without romantic ballads, hence The Rays' Souvenirs Of Summertime and the Danleers favorite One Summer Night. On the instrumental front one could argue that The Fendermen's guitar piece Beach Party, more reminiscent of The String-A-Longs than of Mule Skinner Blues, evokes a sunny atmosphere. Beach Party by The Duals is a guitar work out in a rhythm 'n' blues setting, and Summer Dream is a surprisingly soft guitar instro given the fact that it's by Link Wray whose melody echoes Elvis' Today Tomorrow And Forever, itself based on Franz Liszt's Liebestraum Nr. 3 from 1850. The Cornells' Beachbound is a guitar/sax surf instrumental, and Heat by The Rockin' R's is a heavy guitar/sax grinder. Freddie Mitchell's Seaweed is saxohone striptease. In The Good Old Summertime by honker Al Sears is civilised rhythm 'n' blues swing, Owwen Gray's On The Beach is lazy pop ska, and Bobby Darin's Beachcomber is oddly enough instrumental easy listening on top of a funky jazzy piano track.
About half of the CD is rock 'n' roll and decent teen rock (Paul Peek), the other half is reserved for crooners (Frankie Avalon whose Summer Scene sounds like Bobby Darin copying Frank Sinatra), easy listening and middle of the road pop. The most remarkable track is Moonlight Bay by The Drifters when Bobby Hendricks sang lead, in 1958 the flipside of Drip Drop. Producers Jerry Leiber and Mike Stoller felt the need to overdub The Drifters' voices with a white vocal group and the result sounds more like a church chorale! If all that non-rock 'n' roll doesn't give you a rash, then this CD is not to be missed, saving people like me a trip to the sea by offering a virtual alternative. And if you do go to the seafront, please blast this CD out of your bluetooth speakers as an antidote. Info: www.bear-family.com (Frantic Franky)


LET'S GO LATIN AGAIN
Koko Mojo, KM-CD 150

De opvolger van KM-CD 134 Let's Go Latin bevat 28 Amerikaanse, Latijns-Amerikaanse en Europese tracks 1954-1963 die iets te maken hebben met Latijns-Amerika. In de jaren '50 werd veel rock 'n' roll gemaakt met invloeden van genres als mambo en cha cha cha, muziekstijlen die toen zo populair waren dat bijvoorbeeld The Platters in 1963 een volledig Spaanstalige LP opnamen, The Platters Sing Latino, met Spaanstalige versies van enkele van hun hits als Only You (Solamente Tu) en Twilight Time (La Hora Del Crepusculo). The Platters staan inderdaad op de CD, niet met zo'n Spaanstalig nummer maar met Shake It Up Mambo uit 1954, een van hun weinige uptempo songs. Zij behoren tot de bekende namen op de tracklist, maar er staan ook heel wat onbekende artiesten tussen.
De CD opent sterk met André Williams' vettige doo-wop klassieker Going Down To Tia Juana, Ay Si Si van The Dootones met zijn jazzy piano solo baadt in hetzelfde exotische sfeertje, en op de CD staat nog veel meer, ja héél veel meer doo-wop van onder meer Lee Andrews & the Hearts (Show Me The Merengue), The Penguins (Hey Señorita), The Echoes (Aye Señorita), The Charmers (The Mambo) en The Colts (Lips Red As Wine). Anna Macora van The Calvaes is doo-wop van het Go Go Gorilla genre terwijl hun Mambo Fiesta traditionelere doo-wop is, en het door Hank Ballard geschreven Cha Cha Twist van Brice Coefield is een esoterische early sixties doo-wop stroll op een Have Love Will Travel tempo. Dit alles vermengde zich op natuurlijke wijze met de Caraïbische ritmes in en om New Orleans, getuige We Like Mambo van Eddie Bo. Jack Don Ray's Shake Shake Sonora (señora?) van Allen Briggs en het orkest van Jack Don Ray is dan weer uptempo calypso met de drive van rock 'n' roll. Inderdaad gaat het vaak meer om de sfeer dan om de eigenlijke stijl van een nummer, want muziekgenres blenden makkelijk. Het ook al doo-woppende I Got To Learn To Do The Mambo van Ivory Joe Hunter is er zo eentje. Gloria Irving staat in I Need A Man net als Ruth Brown en haar Mambo Baby met één bevallig been in de rhythm 'n' blues en één in de mambo, terwijl Cha Cha Baby van New Yorker's 5 en Mambo Shevitz van The Crows perfecte voorbeelden zijn van doo-wop op mambo ritmes.
Nooit te versmaden: Spaanstalige covers van Sweet Nothin's van Brenda Lee (Dulces Tonterias van Los Rebeldes Del Rock is geslaagde handjeklap met een scheut doo-wop invloed en een klein beetje een sleazy sfeertje door de sax), en de knoddige cover van Elvis' Don't Be Cruel als No Seas Cruel door Freddie Fender toen die nog opereerde onder zijn echte naam Baldemar Huerta lichtjaren vóór Wasted Days And Wasted Nights en Before The Next Teardrop Falls. Nog meer Spaanstalige songs zijn de uptempo sixties pop van No Lo Ves van Los Mustang(s) uit Spanje en het medium tempo Vengan Todos A Bailer van Los Locos Del Ritmo uit Mexico. Toch bevat de CD ook een aantal nummers die menige rock 'n' roll wenkbrauw zal doen fronsen, want (het Spaanstalige) Parisian Thoroughfare van Bobby Cruz is pure cumbia, en I Got A Cold van Dick Hale mixt die cumbia met jungle exotica en rock 'n' roll sax. Mambo Araby van Eddie Kochak is pure mambo waar ik persoonlijk niets op tegen heb want die muziek heeft een ongelooflijke drive, maar ik begrijp dat menigeen zal vinden dat het niet thuishoort in een rock 'n' roll context.
Voor het wat waard is: mijn favoriet is Quito A Poquito van de Cubaanse groep Los Llopis, geen rock 'n' roll maar onweerstaanbare variété met Hawaiiaanse steel gitaar zo op het lijf van I Belli Di Waikiki (I) geschreven, en voor een Mexicaans feestje zorgen Los Xochimilcas met accordeon, slappende contrabas en een rock 'n' roll drummer. Hun Que Se Mueran Los Feos uit 1963 is er helaas niet in geslaagd de opmars van The Beatles te stuiten, zelfs niet toen ze een mariachi versie van I Want To Hold Your Hand opnamen die gelukkig niét op deze CD staat, CD die wat pittige exotica in uw tiki bar dan wel bachelor den brengt en daarom een verplichte koop is voor de liefhebber van hip shakers en popcorn noir. Vergeet niet dat geen enkele vrouw een man kan weerstaan die de mambo kan dansen! Info: www.vintagerockinroots.com (Frantic Franky)

The sequel to KM-CD 134 Let's Go Latin collects 28 American, Latin American and European tracks 1954-1963 that have a link with Latin America. In the 1950s a lotta rock 'n' roll incorporated influences from genres like mambo and cha cha cha, music styles that were so popular back then that for example The Platters recorded an entire LP in Spanish in 1963, The Platters Sing Latino, featuring Spanish versions of some of their hits such as Only You (Solamente Tu) and Twilight Time (La Hora Del Crepusculo). The Platters are indeed featured on this CD, not with one of those Spanish songs but with 1954's Shake It Up Mambo, one of their few uptempo songs. The Platters are among the best known names on the track list, but the CD also features a lot of musical unknowns.
It kicks off strongly with André Williams' greasy doo-wop classic Going Down To Tia Juana, The Dootones’ Ay Si Si with its jazzy piano solo conjures up the same exotic atmosphere, and there's more and indeed a whole lot more doo-wop by among others Lee Andrews & the Hearts (Show Me The Merengue), The Penguins (Hey Señorita), The Echoes (Aye Señorita), The Charmers (The Mambo) and The Colts (Lips Red As Wine). The Calvaes’ Anna Macora is doo-wop of the Go Go Gorilla type while their Mambo Fiesta is more traditional doo-wop fare, and Brice Coefield's Cha Cha Twist, written by Hank Ballard, is an esotheric early sixties doo-wop stroll on a Have Love Will Travel tempo. All of this blended in in an organic way with the Caribbean rhythms heard in and around New Orleans, as demonstrated by Eddie Bo's We Like Mambo. Allen Briggs & the Jack Don Ray Orchestra's Shake Shake Sonora (señora?) is uptempo calypso with a rock 'n' roll drive. Indeed all of this has often more to do with the atmosphere than with the actual style of a song, as musical genres blend easily, one such song being Ivory Joe Hunter's I Got To Learn To Do The Mambo. Gloria Irving (I Need A Man) and Ruth Brown (Mambo Baby) stand with one graceful leg in rhythm 'n' blues and with one in mambo, while Cha Cha Baby from New Yorker's 5 and Mambo Shevitz from The Crows are perfect examples of doo-wop on a mambo rhythm.
Always interesting: Spanish language covers of Brenda Lee's Sweet Nothin's (Dulces Tonterias by Los Rebeldes Del Rock is a successful handclapping translation with a dash of doo-wop influence and a kinda sleazy atmosphere due to the sax), and the droll cover of Elvis' Don't Be Cruel as No Seas Cruel by Freddie Fender when he was still operating under his real name Baldemar Huerta light years before Wasted Days And Wasted Nights and Before The Next Teardrop Falls. More songs in Spanish are the uptempo sixties pop of No Lo Ves by Los Mustang(s) from Spain and the medium tempo Vengan Todos A Bailer by Los Locos Del Ritmo from Mexico. Yet the CD also contains a number of songs that will make many a rock 'n' roll eyebrow frown, as (the Spanish language) Parisian Thoroughfare by Bobby Cruz is pure cumbia, and Dick Hale's I Got A Cold mixes that cumbia with jungle exotica and rock 'n' roll sax. Eddie Kochak's Mambo Araby is pure mambo which I personally have nothing against because mambo music has an incredible drive, but I can see why many will argue that it does not belong in a rock 'n' roll context.
For what it's worth: my favourite is Quito A Poquito by Cuban band Los Llopis, not rock 'n' roll but irresistible variety music with Hawaiian steel guitar perfectly tailored for I Belli Di Waikiki (I), and to start a Mexican party listen to Los Xochimilcas with accordion, slap bass and rock 'n' roll drums. Their Que Se Mueran Los Feos from 1963 unfortunately did not succeed in stopping The Beatles, not even when they recorded their mariachi version of I Want To Hold Your Hand which fortunately is not on this CD, a CD that puts some spicy exotica into your tiki bar or bachelor den. It's a must if you dig hip shakers and popcorn noir, and remember that no woman can resist a man who knows how to dance the mambo. Info: www.vintagerockinroots.com (Frantic Franky)

Vinyl Recensies

7 september 2022

THE WRITING ON THE WALL/ MISCHIEF
Tombstone Records, TOMB-DISC 30-16
English version: see below

Hoeveel albums heeft Mischief al? Zes op 25 jaar? Nummer 7 is een LP met verzoekjes, namelijk al die nummers waarvan de fans al lang verzuchten dat ze die nu toch eens eindelijk moesten opnemen. U vraagt, Mischief draait, en de tien nieuwe songs zijn dan ook oudjes uit hun setlist, wat logischerwijze betekent dat ze goed gerodeerd zijn. De LP, opgenomen bij en door KC Byrd van The Barnstompers die te gast is op pedal steel, bevat negen covers (nooit eerder stonden er zoveel covers op een Mischief album) en één eigen nummer, titeltrack The Writing On The Wall. Trivia: de hoes werd ontworpen door Yves Vaillant (een eeuwigheid geleden drummer bij The Tinstars) en is gebaseerd op een album van Frank Sinatra uit 1946!
Van This Little Girl Of Mine van The Everly Brothers maakt Mischief vlotte rockabilly jive, Blues Stop Knocking van Al Ferrier, in sé een venijnige gitaarrocker, wordt evenzeer een machtig mooie jiver, en ook het melodieuze Rebound van Charlie Rich is weer zo'n weergaloze jiver waar ze hun eigen stempel op drukken (drummer Richard werkt in een drukkerij). En die Mischief stempel is de zang met die gillende stemmetjes, inventieve gitaarsolo’s en dat korte kloppen op de drums. Een ander voorbeeld van de magische Mischief touch is TV Hop van The Morgan Twins: oorspronkelijk teenbilly, bij Mischief krijgt het street credibility. Heartaches By The Number van Ray Price, een soort snelle quickstep met die pedal steel te gast die het country gehalte benadrukt van de duozang die een van de sterke punten is van Mischief is, klinkt als twangy country van begin jaren' 60 zoals die toen met dertien in dozijn werd ingeblikt - en dat is voor alle duidelijkheid een compliment! Ook Leaving It All Up To You van Dale & Grace (origineel van Don & Dewey) is country, een walsje waarmee Mischief zich definitief bevestigd ziet als wat men in de jaren '50 een "jazzke" noemde, een balorkest thuis van alle rock 'n' roll markten, met The Writing On The Wall en Crying Over You (van Rosie Flores die het schreef in samenwerking met James Intveld) als nog meer Mischief country. Ook I'll Do It Every Time van Johnny Horton is opnieuw een nummer met een hoge country factor. Tja, Pat, Daze en Richard kennen al die genres na 25 jaar natuurlijk door en door, en dat beperkte trio instrumentarium zit hen inmiddels als een tweede, vol getatoeëerde huid.
Ik ben niet alleen blij maar zelfs trots dat ik Mischief tot mijn vriendenkring mag rekenen, en daarom zullen ze het me niet kwalijk nemen wanneer ik zeg dat ze opnieuw een album hebben afgeleverd dat beter klinkt met een paar biertjes erbij. Steun de Nederlandse rock 'n' roll en koop die handel! Momenteel enkel uit op vinyl, eind dit jaar zou Tombstone de CD versie uitbrengen. Info: www.mischief.nl (Frantic Franky)

How many albums did Mischief release? Six in 25 years? Number 7 is an LP with requests, namely all those songs that the fans have been wishing they could record for a long time. You ask, Mischief plays, and the ten new songs are oldies from their setlist, which logically means they are well-travelled. The LP, recorded with and by KC Byrd of The Barnstompers who is a guest on pedal steel, contains nine covers (never before have there been so many covers on a Mischief album) and one of their own, title track The Writing On The Wall. Trivia: the cover was designed by Yves Vaillant (drummer for The Tinstars ages ago) and is based on a 1946 Frank Sinatra album!
Mischief turns This Little Girl Of Mine by The Everly Brothers into a smooth rockabilly jive, Blues Stop Knocking by Al Ferrier, in itself a vicious guitar-rocker, becomes just as much a mighty fine jiver, and the melodic Rebound by Charlie Rich is yet another incomparable jiver on which they put their own stamp (drummer Richard works in a print shop). And that Mischief stamp is the vocals with those screaming voices, inventive guitar solos and that short beating on the drums. Another example of the magical Mischief touch is TV Hop by The Morgan Twins: originally teenbilly, with Mischief it gets street credibility. Heartaches By The Number by Ray Price, a kind of fast quickstep with that pedal steel guest that emphasizes the country content of the duo vocals that are one of Mischief's strong points, sounds like twangy country from the early 60s as it was then canned with thirteen-in-a-dozen - and that's a compliment, for all intents and purposes! Also Leaving It All Up To You by Dale & Grace (original by Don & Dewey) is country, a waltz that confirms Mischief as what people in the 50s called a "jazzke", a ball orchestra at home in all rock 'n' roll markets, with The Writing On The Wall and Crying Over You (by Rosie Flores who wrote it in collaboration with James Intveld) as even more Mischief country. I'll Do It Every Time by Johnny Horton is another song with a high country factor. Well, Pat, Daze and Richard know all those genres through and through after 25 years, and that limited trio of instruments fits them like a second, fully tatted skin.
I am not only happy but even proud that I can count Mischief among my circle of friends, and therefore they will not blame me when I say that they have delivered another album that sounds better with a few more beers. Support Dutch rock 'n' roll and buy it! Currently only out on vinyl, at the end of this year Tombstone should release the CD version. Info: www.mischief.nl (Frantic Franky)


LET'S ROCK/ GRAHAM FENTON meets JACKSON SLOAN & FRIENDS
Tessy Records, 45-209
English version: see below

We hadden het clipje al eens eerder geplaatst in ons nieuws, maar nu is dit ook echt uit als een echte vinyl single, het duet van Jackson Sloan met Matchbox leadzanger Graham Fenton, een samenwerking tussen twee generaties Britse artiesten. Hoe oud Fenton is weten we niet, maar aangezien hij zijn carrière reeds begon eind jaren '60 kan u zelf uitrekenen dat ie toch al minstens rond de 70 moet zijn. Ook Jackson Sloan is niet echt piep meer (we leerden hem kennen begin jaren '80 als zanger van Rent Party en daarna zat ie nog bij Oo-Bop-Sh'Bam) maar hij is wat ons betreft een van de Britse top artiesten van nu, zeker inzake rock 'n' roll swing, dankzij zijn sympathieke persoonlijkheid en dansvloervullers als Kickin' Up The Dust en Jukebox Swing. Zet Let's Rock maar in dat rijtje, want dit wordt opnieuw een jiver die grijsgedraaid zal worden op dansvloeren aller landen. Het nummer werd opgenomen in 2021 in volle corona periode en het is me nog steeds niet duidelijk of de twee live in één studio zaten of elk apart hun vocals opnamen, want ik zie nergens foto’s van de twee samen, en ook de muzikanten zijn internationaal, of toch minstens contrabassist Stelio "Lucky" Lacchini van de Italiaanse bands The Good Fellas en The Lucky Lucianos. De andere muzikanten zijn Sloan's vaste medewerkers Vic Collins (gitaar), Jay Charles (drums) en Steve Oliver (piano), met op sax Ray Gelato, in de Rent Party dagen Sloan's grootste concurrent toen nog met The Chevalier Brothers.
Na een intro die één verdubbelde maat Jailhouse Rock zonder drumslag combineert met The Wind Cries Mary van Jimi Hendrix telt een contrabas af en barst het door Sloan geschreven nummer los met doo-woppende backing vocals en om beurten de grofkorrelige stem van Jackson en van Graham Fenton die eerst één zin en dan beurtelings een halve strofe zingen, op vanaf het begin een onweerstaanbaar jive ritme met saxofoons, een piano ertussen, zo te horen een solo op kazoo, en een solo waarbij sax en gitaar unisono gas geven in een beetje een Bill Haley & the Comets Shake Rattle And Roll sfeertje. Niks fancy, niks ingewikkeld, gewoon een tekst die all things rockin' fêteert en drie en een halve minuut dansen maar, het soort plaatjes waarvan er in al hun eenvoud veel te weinig gemaakt worden heden ten dage. Was het leven zelf maar zo eenvoudig en zo schoon!
De B-kant All Night Café is voor Jackson Sloan alleen, een rockaballad met akoestische gitaar en wat poppy backing vocals, het soort nummers waar rockabilly/ rock 'n' roll acts in de jaren '70 en '80 mee uitpakten in de hoop hun hitparadesucces te kunnen consolideren, of denk bijvoorbeeld in de richting van een Tracey Ullman. Roy Orbison had er iets hoog dramatisch van kunnen maken, maar Sloan hoeft er zeker niet beschaamd voor te zijn. De single verscheen op het Duitse label Tessy en let op, want er zijn ook 100 exemplaren op rood vinyl geperst en die kosten bij www.tessyrecords.de slechts drie euro meer. Info: www.jacksonsloan.com (Frantic Franky)

We already posted the video clip in our news section before but now it's out as a real vinyl single, this duet between Jackson Sloan and Matchbox lead singer Graham Fenton, a collaboration between two generations of British artists. We don't know how old Fenton is, but as he started his career in the late sixties, you can figure out for yourself that he must be at least in his early seventies. Jackson Sloan is not a newcomer either (we got to know him in the early eighties as the singer of Rent Party and in the mid-2000s he sang with Oo-Bop-Sh'Bam) but in our opinion he is one of today's top British artists, especially when it comes to rock 'n' roll swing, thanks to his sympathetic personality and dance floor fillers like Kickin' Up The Dust and Jukebox Swing. Tou can add Let's Rock to that list, because this is bound to be another jiver that will see heavy rotation on dance floors all over the world. The song was recorded in 2021 in the midst of the covid epidemic and it's still unclear to me if the two were in the same studio together or if they recorded their vocal parts separately, because I don't see any pictures of the two of them together, and the musicians are an international line up, or at least double bass player Stelio "Lucky" Lacchini from Italian bands The Good Fellas and The Lucky Lucianos. The other musicians are regular Sloan collaborators Vic Collins (guitar), Jay Charles (drums) and Steve Oliver (piano), with on sax Ray Gelato, as the leader of The Chevalier Brothers Sloan's biggest competition back in the Rent Party days.
After an intro that combines one double bar of Jailhouse Rock without the drum beat with Jimi Hendrix's The Wind Cries Mary, the double bass counts down and Let's Rock, written by Jackson Sloan himself, erupts with doo-wopping backing vocals and Sloan's hoarse voice and Graham Fenton taking turns singing first one line and then half a stanza, and right from the start it's an irresistible jive rhythm with saxophones, a piano in between, what sounds like a solo on kazoo, and a solo where sax and guitar accelerate in unison conjuring up Bill Haley & the Comets' Shake Rattle And Roll. Nothing fancy, nothing complicated, just lyrics that celebrates all things rockin' and three and a half minutes of dancing, the kind of dance track of which in all its simplicity far too few are made these days. If only life itself was that simple, easy going and beautiful!
The B-side All Night Café which does not feature Graham Fenton is a rockaballad with acoustic guitar and poppy backing vocals, the kind of song that rockabilly / rock 'n' roll acts released in the seventies and eighties hoping it would consolidate their hit parade success, or something along the way of Tracey Ullman. Roy Orbison could have turned into something very dramatic out of it, but Sloan certainly doesn't need to be ashamed of it. This 45 appeared on the Tessy label out of Germany, and do keep your eyes open because 100 copies were pressed on red vinyl and on www.tessyrecords.de they'll only cost you an additional 3 euros. Info: www.jacksonsloan.com (Frantic Franky)

CD Recensies

29 augustus 2022

ROCKS/ HANK BALLARD
Bear Family, BCD17580
English version: see below

De in 2003 op 75-jarige leeftijd aan keelkanker overleden Hank Ballard ging de geschiedenis in als de bedenker en originele uitvoerder van de twist: Chubby Checker maakte in 1960 een noot voor noot kopie van Ballard's in november 1958 opgenomen bescheiden succesje The Twist, rijfde de hit binnen en trapte daarmee de wereldwijde twistrage op gang. De stemmen van Ballard en Checker lijken bovendien erg op elkaar, en Checker gebruikte exact dezelfde intonatie. Hank Ballard die de boel al aan het rocken kreeg lang vóór Chubby Checker ooit één voet in een opnamestudio zette, had één troost: hij is er als auteur van het nummer niet slecht bij gevaren, tenminste op voorwaarde dat hij zijn financiële zaakjes op orde had. Ballard is evenwel méér dan een voetnoot in de grote muziekencyclopedie, want hij maakte zijn eerste opnames reeds in 1952 toen hij leadzanger werd van de in 1950 opgerichte Royals, en Are You Forgetting begeleid door de band van pianist Bill Doggett is zondermeer bijzonder swingende rock 'n' roll die eerder als 1955 in de stijl van bijvoorbeeld The Treniers klinkt. The Royals werden in 1954 The Midnighters om verwarring met The 5 Royales te vermijden en I Feel That-A-Way uit dat jaar is een fijne jiver die me wat doet denken aan The Drifters, net als de jiver Don't Ever Change Your Pretty Ways uit 1955. De CD bevat heel wat moois dat bewijst dat Ballard veel meer was dan enkel de uitvinder van de twist, en Let's Go Let's Go Let's Go, Ring-A-Ling-A-Ling, Switchie Witchie Titchie, I'm Young, I'm Crying Mercy Mercy met een rhythm 'n' blues gitaar solo, Shaky Mae en Broadway zijn allemaal van die zwaar slepende uptempo grindende rock 'n' roll strolls met een flink uit de kluiten gewassen band met blazers en zalig lekkere backing vocals. Ballard was in 1954 ook de schrijver en originele uitvoerder van Work With Me Annie, het liedje dat een hele soap opera aan vervolgen en antwoorden inspireerde waar Ballard ook zelf vrolijk aan meedeed middels de hier aanwezige Annie Had A Baby, Annie's Aunt Fannie en Henry's Got A Flat Feet (Can't Dance No More), én van Tore Up dat in de revival jaren een rockabilly hymne werd door de covers van onder meer Ray Campi en Sleepy LaBeef, én van het ook als Shake Baby Shake bekende Sexy Ways. Eveneens zeer zeker de moeite is zijn zwarte versie van een ander nummer dat vooral als blanke rock 'n' roll bekend is, namelijk Sugaree. En al evenmin te versmaden zijn That House On The Hill, de jiver Rock Granny Roll en het bekende Finger Poppin' Time dat in 1961 genomineerd werd voor de Grammy award voor beste R 'n' B performance (Let The Good Times Roll van Ray Charles won). De twisters kunnen twisten op The Hoochi Coochi Coo, en Don't Let Temptation (Turn You Round), Big Red Sunset en The Float zijn early sixties maar nog steeds uptempo.
Dertig tracks maar geen één slecht en geen één traag nummer, en dan staan op de CD nog geeneens Look At Little Sister, Rock 'n' Roll Wedding, Baby Please, That Woman, Let Me Hold Your Hand, Daddy Rolling Stone, Nothing But Good, Young Lady, Ballard's cover van Kansas City of de voor Vee-Jay opgenomen demo versie van The Twist uit begin 1958 die voor het eerst verscheen in 1985 op Charly Records. Faut le faire! Wie moe gedanst is kan zich verdiepen in het CD booklet van 40 pagina’s met een uitgebreide biografie, een sessiegrafie en kleurenfoto’s. Na 1962 was het over en out voor Hank Ballard & the Midnighters (Ballard slaagde er in om met 29 opeenvolgende singles de hitparade niét te halen) en de groep splitte waarna Ballard solo ging, wat hem eind jaren '60 funk en eind jaren '70 zelfs nog disco deed opnemen alvorens in het oldies circuit te stappen. Info: www.bear-family.com (Frantic Franky)

Hank Ballard who died in 2003 at the age of 75 from throat cancer, went down in history as the man who invented and sang the original version of the twist. In 1960 Chubby Checker made a note for note copy of Ballard's modest 1958 success The Twist, scored the big hit and started the worldwide twist craze. Moreover, Ballard and Checker's voices sound very similar, with Checker using the exact same intonation. Hank Ballard, who had been rockin' the house long before Chubby Checker ever set foot in a recording studio, had one consolation: part of the money went to him as he had written the song, provided he had his financial affairs in order, that is. But Ballard is much more than a footnote in the great encyclopaedia of popular music, as he'd already made his first recordings in 1952 when he became the lead singer of The Royals, a band that started out in 1950. Are You Forgetting, accompanied by pianist Bill Doggett's band, is swinging rock 'n' roll that sounds more like 1955 in the style of for instance The Treniers. In 1954 The Royals became The Midnighters to avoid confusion with The 5 Royales and that year's I Feel That-A-Way is a fine jiver that reminds me a bit of The Drifters, just like the 1955 jiver Don't Ever Change Your Pretty Ways. The CD contains a lot of great stuff that proves Ballard was much more than only the inventor of the twist, and Let's Go Let's Go Let's Go, Ring-A-Ling-A-Ling, Switchie Witchie Titchie, I'm Young, I'm Crying Mercy Mercy with a rhythm 'n' blues guitar solo, Shaky Mae and Broadway are heavy dragging uptempo grinding rock 'n' roll strolls with a big band with horns and delicious backing vocals. In 1954 Ballard was also the writer and original performer of Work With Me Annie, the song that inspired an entire soap opera of sequels and answers in which Ballard himself happily participated with Annie Had A Baby, Annie's Aunt Fannie and Henry's Got A Flat Feet (Can't Dance No More), ánd of Tore Up that in the revival years became a rockabilly hymn through the covers by among others Ray Campi and Sleepy LaBeef, ànd of Sexy Ways, also known as Shake Baby Shake. Also not to be missed is his black version of a song mainly known as white rock 'n' roll, Sugaree. And what about That House On The Hill, the jiver Rock Granny Roll and the well known Finger Poppin' Time that was nominated for the Grammy award for best R 'n' B performance in 1961 (Ray Charles' Let The Good Times Roll won). The twisters can twist on The Hoochi Coochi Coo, while Don't Let Temptation (Turn You Round), Big Red Sunset and The Float are early sixties but still uptempo.
Thirty tracks and not one dud, not even a slow song, and the CD doesn't even include Look At Little Sister, Rock 'n' Roll Wedding, Baby Please, That Woman, Let Me Hold Your Hand, Daddy Rolling Stone, Nothing But Good, Young Lady, Ballard's cover of Kansas City or the demo version of The Twist recorded for Vee-Jay in early 1958 that first appeared in 1985 on Charly Records. Faut le faire! If you're tired of dancing you can immerse yourself in the 40 page CD booklet with an extensive biography, a sessionography and colour photos. In 1962 it was over and out for Hank Ballard & the Midnighters (Ballard managed to fail to make the charts with 29 consecutive singles!) and the group split up, after which Ballard went solo. He recorded funk in the late sixties and even disco in the late seventies before joining the oldies circuit. Info: www.bear-family.com (Frantic Franky)

HARD NOTCH BOOGIE BEAT/ WILLIE DIXON
Koko-Mojo, KM-CD-156
English version: see below

Willie Dixon was in Chicago een van de belangrijkste figuren achter de schermen van de zwarte rock 'n' roll, als songschrijver (hij schreef meer dan 500 songs waaronder Hoochie Coochie Man, I Just Want To Make Love To You en Little Red Rooster), contrabassist, studiomuzikant, talent scout, arrangeur en producer, met name vanaf 1951 voor Chess Records en Chess onderafdeling Checker en vanaf 1957 voor Cobra Records. DJ Mark Armstrong plaatst Dixon in context met 28 door hem geschreven opnames chronologisch geordend van 1947 tot 1962, niet alleen uitgevoerd door Dixon zelf (negen nummers) maar vooral door andere artiesten, met in veel gevallen Willie Dixon zelf ook nog eens op contrabas en/of in de productiestoel. De CD begint met zes rustige jazzy piano boogie tracks van Dixon's Big Three Trio die ondanks hun gezegende leeftijd (1947-1951) erg swingend zijn, met vooral het oudste nummer, Signifying Monkey, dat er uit springt. Op I Ain't Gonna Be Your Monkey Man hangt Dixon nog meer de aap uit, 88 Boogie, Big 3 Stomp en Hard Notch Boogie Beat zijn instrumentals met knappe contrabas solo’s in de stijl van zijn bekende solo op Memphis Slim's We're Gonna Rock live op het American Folk Blues Festival in Hamburg in 1962 dat hier niét op staat. Deze zes nummers zijn voorlopers van de ritmische patronen die we vijf jaar later zullen terug horen in de rock 'n 'roll. Twee latere singles onder Dixon's eigen naam zijn Crazy For My Baby uit 1955 en 29 Ways met The Moonglows op backing vocals uit 1956 waarmee Dixon zijn duit in het rock 'n' roll zakje deed.
Van Howlin' Wolf horen we het voor een bluesartiest redelijk (blues)rockend Rockin' Daddy uit 1954 (uiteraard niet de rockabilly Rockin' Daddy van Eddie Bond), Mellow Down Easy van Little Walter is daarentegen de originele versie uit 1954 van Ric Cartey's rockabilly song, veel later ook gecoverd door The Nightporters. Die Nightporters coverden ook Wang Dang Doodle waarvan de originele versie werd opgenomen door Willie Dixon in 1954, originele versie die pas het licht zag in 1995. De eerst uitgebrachte versie was van Howlin' Wolf en staat op deze CD. 21 Days In Jail van Magic Sam is net geen zwarte rockabilly, Betty Everett's My Love en Spoonful van Etta James & Harvey Fuqua van opnieuw The Moonglows zijn popcorn noir, en Buddy Guy's stroll The Slop Around en Just You And I van Guitar Red zijn early sixties, in scherpe tegenstelling tot You Need Love van Muddy Waters uit 1962 dat pure sixties bluesrock met orgel is. Songs ten zeerste de moeite waard zijn er van Muddy Waters (Tiger In Your Tank), Harold Burrage (de pianist op Magic Sam’s 21 Days In Jail) met I Don't Care Who Knows en de rockers Messed Up en Stop For The Red Light, Tiny Topsy (Working On Me Baby), opnieuw Little Walter (Crazy Mixed Up World) en opnieuw Howlin' Wolf (Howlin' For My Darling) die in totaal vier keer op de CD staat. Het bekendste nummer geschreven door Willie Dixon (half en half, hij baseerde het op de gospel This Train) is My Babe, voor het eerst opgenomen in 1955 door Little Walter, waarvan misschien wel een miljoen versies van bestaan. Mark Armstrong koos voor die van Bo Diddley die er uiteraard mag wezen: een groot artiest die een groots nummer onder handen neemt, dat kan niet fout gaan. You Can't Judge A Book By The Cover, nietwaar, gelijk de titel van een ander door Willie Dixon geschreven nummer van Bo Diddley dat ook op de CD staat.
Dit is een bijzonder interessante CD omdat ie de omvang van Dixon's bijdrage aan onze muziek in kaart brengt, waarvan de impact veel groter blijkt dan ik tot nu toe dacht, want Willie Dixon, in 1992 overleden op 76-jarige leeftijd, was letterlijk én figuurlijk een zwaargewicht. Bovenop die verdienste is dit gewoon een CD boordevol uptempo boogie blues en energieke rhythm 'n' blues en zwarte rock 'n' roll. Info: www.vintagerockinroots.com (Frantic Franky)

Willie Dixon was one of the most important figures behind the curtains of the black rock 'n' roll scene in Chicago, as a songwriter (he wrote more than 500 songs including Hoochie Coochie Man, I Just Want To Make Love To You and Little Red Rooster), double bass player, studio musician, talent scout, arranger and producer, notably from 1951 on for Chess Records and Chess sublabel Checker and from 1957 on for Cobra Records. DJ Mark Armstrong puts Dixon in context with 28 recordings in chronological order from 1947 to 1962 written by him, performed not only by Dixon himself (nine tracks) but mostly by other artists, with in many cases Willie Dixon doubling on double bass and/or in the producer's chair. The CD starts with six calm jazzy piano boogie tracks by Dixon's Big Three Trio that are very swinging despite their age (1947-1951), with especially the oldest song, Signifying Monkey, standing out. There's more monkeying around on I Ain't Gonna Be Your Monkey Man, while 88 Boogie, Big 3 Stomp and Hard Notch Boogie Beat are instrumentals with dazzling double bass solos reminiscent of his famous solo on Memphis Slim's live recording We're Gonna Rock at the 1962 American Folk Blues Festival in Hamburg which is not included here. All six of these songs are precursors to the rhythmic patterns we will hear five years on in rock 'n' roll. Two later singles under Dixon's own name are 1955's Crazy For My Baby and 1956's 29 Ways with The Moonglows on backing vocals, Dixon's personal take on how rock 'n' roll should sound.
Howlin' Wolf delivered the (blues)rockin' Rockin' Daddy in 1954 (obviously not Eddie Bond's rockabilly Rockin' Daddy), Little Walter's Mellow Down Easy on the other hand is the original 1954 version of Ric Cartey's rockabilly song which was much later covered by The Nightporters. The Nightporters also recorded Wang Dang Doodle, the original version of which was laid down by Willie Dixon in 1954 but remained unreleased until 1995. The first released version was by Howlin' Wolf and can be enjoyed on this CD. Magic Sam's 21 Days In Jail falls just short of being black rockabilly, Betty Everett's My Love and Spoonful by Etta James & Harvey Fuqua from again The Moonglows are popcorn noir, and Buddy Guy's stroll The Slop Around as well as Guitar Red's Just You And I are early sixties, in sharp contrast to Muddy Waters' 1962 You Need Love, sixties blues rock with organ. The album includes worthwhile songs by Muddy Waters (Tiger In Your Tank), Harold Burrage (the piano player on Magic Sam's 21 Days In Jail) with I Don't Care Who Knows and the rockers Messed Up and Stop For The Red Light, Tiny Topsy (Working On Me Baby), again Little Walter (Crazy Mixed Up World) and again Howlin' Wolf (Howlin' For My Darling) who appears on the CD four times. The most famous song written by Willie Dixon (kinda, he based it on the gospel traditional This Train) is My Babe, first recorded in 1955 by Little Walter. I think a least a million My Babe covers exist, and Mark Armstrong chose Bo Diddley's version, which can of course only be excellent when you consider that a great artist tackles a great song. You Can't Judge A Book By The Cover, right, which is the title of another Bo Diddley song written by Willie Dixon on the CD.
It's a very interesting CD because it explores the extent of Dixon's contribution to our music, the impact of which turns out to be much bigger than I thought until now, for Willie Dixon, who died in 1992 at the age of 76, was literally and figuratively speaking a heavyweight. On top of that this is simply a CD brimming with uptempo boogie blues and energetic rhythm 'n' blues and black rock 'n' roll. Info: www.vintagerockinroots.com (Frantic Franky)

2 augustus 2022

SWEET DREAMS FOREVER
Atomicat, ACCD121
English version: see below

Op 5 maart 1963 kwam countryzangeres Patsy Cline Buddy Holly-gewijs om het leven in een vliegtuigongeluk, wat meestal gevolgd wordt door de mededeling dat in dat vliegtuigje ook Hawkshaw Hawkins en Cowboy Copas zaten. Cline werd een legende, Hawkins en Copas zijn enkel nog bekend bij de liefhebbers van fifties country. Ten onrechte, want beide artiesten hebben net als Patsy Cline linken met rock 'n' roll. Cline's verzamelde werk is courant verkrijgbaar, voor haar even onfortuinlijke mede-inzittenden moet je voor de betere compilaties terecht bij Bear Family die in het verleden van alle drie een CD uitbracht in hun Gonna Shake This Shack Tonight reeks. Op deze Sweet Dreams Forever selecteert samensteller Mark Armstrong in totaal 29 songs 1948-1962 van de drie artiesten, maar waar we hem vooral dankbaar voor zijn is dat er ook negen nummers opstaan van Randy Hughes, de piloot van het vliegtuig die Patsy Cline's manager (en volgens de geruchten niet alleen haar manager maar ook haar minnaar) én de schoonzoon van Cowboy Copas was. Hughes bracht tussen 1950 en 1954 een stuk of zes singles uit, maar die zijn bij ons weten helemaal nergens te krijgen. Alleen al door de jaartallen weet je dat die nummers ietwat ouderwets gaan klinken, maar Hughes had een aangename stem en er is helemaal niks mis met zijn uptempo materiaal als It'll Feel So Good, My Little Country Rose, When Elephants Start To Roost In Trees en zijn cover van The Tattood Lady, standaard maar competent uitgevoerde sympathieke uptempo country swing met leuke fingerpicking en soms met boogie woogie honky tonk piano. Roll On Freight Train heeft zijn oorsprong in de zingende cowboys, Talking In Your Sleep is feestende square dans, het dubbelzinnige Birthday Cake is boppin' hillbilly met een gitaar boogie gitaarsolo, en Tapping That Thing is nog meer double entendres. Hughes' enige trage nummer op de CD is de janker Slowly.
Het bekendste nummer van Hawkshaw Hawkins is zijn door Ernest Tubb's oudste zoon Justin Tubb geschreven postume hit Lonesome 7-7203 (de Vlamingen kennen het als Will Tura's reuzehit Draai 797204 uit 1964) maar dat staat hier niét op wegens een trage. Wat er wél op staat is Dog House Boogie, boppende hillbilly van de bovenstebeste plank met steady drumbeat, steel gitaar solo, fiddle solo en zelfs een contrabas solo. Hawkins' cover van Tennessee Ernie Ford's Shotgun Boogie mag er absoluut wezen, er is een mooie cover van Hank Williams' Kaw-Liga met in de snelle stukken een lichtjes ander arrangement, Waitin' For My Baby (Rock Rock) is een hillbilly boogie woogie swing bopper, en Hawkins' vlotte uptempo country covers van de zwarte songs Ling Ting Tong en Ko Ko Mo (I Love You So) zijn zo gestroomlijnd dat elke zwarte invloed uit de nummers verdwenen is. Alle zes Hawkshaw Hawkins nummers hier staan ook op zijn Bear Family Gonna Shake This Shack Tonight (BCD16988) Car Hoppin' Mama, zijn er zelfs zo ongeveer de beste nummers van, en daarom is deze Sweet Dreams Forever de ideale introductie op die Bear Family CD.
Cowboy Copas bracht eind '50 begin '60 heel veel platen uit en daarvan staan er hier acht op, slechts acht, want als je zoveel uitbrengt zit daar onvermijdelijk goeie stuff tussen, en Copas' boogie woogie Sunny Tennessee, de swinger New Filipino Baby of de rauwe power van Carolina Bound staan hier bijvoorbeeld niét op. Wat er wel op staat is Hangman's Boogie, medium tempo country bop met een rock 'n' roll gitaar boogie als solo. Sal en Settin' Flat On Ready zijn gitaar boogies begeleid door een full band, het eerste in pure country stijl, het tweede meer sixties truckin' geïnspireerd. Niet te versmaden: het erg modern klinkende Tennessee Flat Top Guitar en de Hawaiiaanse pop swinger Blue Kimono. Copas' enige échte rocker, Circle Rock, een aanstekelijke supersnelle rock 'n' roll versie van de square dans, ontbreekt uiteraard niet.
De rockendste nummers van Patsy Cline staan op verschillende rockabilly compilaties en worden vaak gecoverd door hedendaagse rockabilly zangeressen: Gotta Lot Of Rhythm In My Sould en Stop Look And Listen zijn pure big label rockabilly. Crazy Dreams is een uptempo country wals en When I Get Thru With You (You'll Love Me Too) is pop, maar hey, Patsy Cline is Patsy Cline. De country swing I Love You Honey is medium tempo gewandel, net als haar giga hit Walkin' After Midnight waarvan we hier niet de klassieke hitversie opgenomen in 1956 horen, maar de Decca LP "pop" heropname uit 1960-1961 opgesmukt met The Jordanaires als mannelijk achtergrondkoortje, een vingerknippende "clip clop" percussie over de steel gitaar, getik op de drums die normaal centraal staan, en op het einde een modulatie naar C#. Het lijkt wat vreemd dat een paar van deze nummers aan de trage kant zijn, zeker in vergelijking met bijvoorbeeld Ain't No Wheels, Walking Dream of Patsy Cline's covers van Stupid Cupid en Lovesick Blues, maar als die erop hadden gestaan had dit weer een Best Of van haar Bear Family Gonna Shake This Shack Tonight (BCD16781) Stop Look And Listen geweest, en zo is het altijd wat natuurlijk. Het nummer Sweet Dreams, Cline's ballade waarnaar de CD titel refereert, staat niét op de CD. Soit, als je nog niets van Patsy Cline, Cowboy Copas of Hawkshaw Hawkins hebt is dit een perfecte introductie op hun upbeat boogie en honky tonk werk, met die Randy Hughes tracks als bonus. Trivia: het vliegtuigongeval waarin dit kwartet country artiesten om het leven kwam eiste onrechtstreeks nog een vijfde slachtoffer: countryzanger Jack Anglin, de helft van Johnnie & Jack (Carry On, Move It On Over, Uncle John's Bongos) liet het leven in een auto ongeval op weg naar Cline's begrafenis.
Info: www.vintagerockinroots.com (Frantic Franky)

On March 5, 1963 country singer Patsy Cline died in Buddy Holly fashion in a plane crash, a statement usually followed by the comment that Hawkshaw Hawkins and Cowboy Copas also lost their lives aboard that plane. Cline became a legend, Hawkins and Copas are today only known to fans of fifties country. Unjustly, as both have links with rock 'n' roll, as does Patsy Cline. Cline's body of work is widely available, but for her equally unfortunate fellow travellers the best re-issues are found in Bear Family's Gonna Shake This Shack Tonight series that devoted a CD to each of the three. On this Sweet Dreams Forever compiler Mark Armstrong offers a strong selection totalling 29 songs 1948-1962 from the three of them, but what we are especially grateful for is that the CD also contains nine songs by Randy Hughes, the pilot of the plane who was Patsy Cline's manager (and according to some not only her manager but also her lover) and Cowboy Copas' son-in-law. Hughes released some six singles between 1950 and 1954, but as far as we know these are not available elsewhere. Just from the timeframe you know those songs are going to sound a bit old-fashioned, but Hughes had a pleasant voice and there's nothing wrong with his uptempo material like It'll Feel So Good, My Little Country Rose, When Elephants Start To Roost In Trees and his cover of The Tattood Lady, standard but competently performed sympathetic uptempo country swing with nice fingerpicking and sometimes boogie woogie honky tonk piano. Roll On Freight Train has its roots in the singing cowboys, Talking In Your Sleep is partytime square dancing, the ambiguous Birthday Cake is boppin' hillbilly with a guitar boogie solo, and Tapping That Thing is more double entendres. Hughes' only slow song on the CD is the weeper Slowly.
Hawkshaw Hawkins' best known song is his posthumous hit Lonesome 7-7203 written by Ernest Tubb's eldest son Justin Tubb, but it's not on here because it's a slow song. What is on here is Dog House Boogie, boppin' hillbilly of the highest order with a steady drumbeat, steel guitar solo, fiddle solo and even a double bass solo. Hawkins' cover of Tennessee Ernie Ford's Shotgun Boogie is mighty fine, there's a nice cover of Hank Williams' Kaw-Liga with a slightly different arrangement in the fast parts, Waitin' For My Baby (Rock Rock) is a hillbilly boogie woogie swing bopper, and Hawkins' smooth uptempo country covers of the black songs Ling Ting Tong and Ko Ko Mo (I Love You So) are so streamlined that any black influence has completely disappeared. All six Hawkshaw Hawkins songs here are also on his Bear Family Gonna Shack This Shack Tonight BCD16988 Car Hoppin' Mama, are even more or less the best tracks of that CD, which makes this Sweet Dreams Forever the ideal introduction to that Bear Family CD.
Cowboy Copas released a lot of records at the end of the fifties and the beginning of the sixties and this CD contains eight of his songs, only eight, because if your output is so big there's bound to be good stuff in there, and Copas' boogie woogie Sunny Tennessee, the swinging New Filipino Baby or the raw power of Carolina Bound are not on here for example. What is on here is Hangman's Boogie, medium tempo country bop with a rock 'n' roll guitar boogie as a solo. Sal and Settin' Flat On Ready are guitar boogies accompanied by a full band, the first pure country style, the second more sixties truckin' inspired. Not to be missed: the very modern sounding Tennessee Flat Top Guitar and the Hawaiian pop swinger Blue Kimono. Copas' only real rocker, Circle Rock, a catchy super fast rock 'n' roll version of the square dance, is of course present.
Patsy Cline's rockinest songs can be found on several rockabilly compilations and are often covered by contemporary female rockabilly singers: Gotta Lot Of Rhythm In My Sould and Stop Look And Listen are 100 % big label rockabilly. Crazy Dreams is an uptempo country waltz and When I Get Thru With You (You'll Love Me Too) is pop, but hey, Patsy Cline is Patsy Cline. The country swing I Love You Honey is a medium tempo waltz, as is her gigantic hit Walkin' After Midnight, available on this CD not in the classic hit version recorded in 1956 but in the Decca "pop" LP re-recording from 1960-1961 embellished with The Jordanaires on backing vocals, fingersnapping "clip clop" percussion over the steel guitar, ticking on the drums that normally take centre stage, and at the end a modulation to C#. It seems a bit odd that some of her songs here are on the slow side, especially compared to, say, Ain't No Wheels, Walking Dream or her covers of Stupid Cupid and Lovesick Blues, but if Mark Armstrong had opted for those this also would have been a Best Of of her Bear Family Gonna Shake This Shack Tonight BCD16781 Stop Look And Listen. Cline's ballad Sweet Dreams to which the CD title refers is not on the CD. Anyway, if your CD collection does not yet include Patsy Cline, Cowboy Copas or Hawkshaw Hawkins, this is the perfect introduction to their upbeat boogie and honky tonk recordings, with the Randy Hughes tracks as a great bonus. Trivia: the plane crash that killed this quartet of country artists indirectly claimed a fifth victim: country singer Jack Anglin, half of Johnnie & Jack (Carry On, Move It On Over, Uncle John's Bongos) died in a car crash on the way to Cline's funeral.
Info: www.vintagerockinroots.com (Frantic Franky)


I'M MY OWN GRANDPA/ LLOYD GEORGE/KEN MARVIN/LONZO & OSCAR
Jasmine, JASMCD3783
English version: see below

Country comedy duo Lonzo & Oscar wier carrière begon halfweg de jaren '40 waren gitarist Lloyd George en mandolinespeler Rollin Sullivan. Hun populairste nummer is het ook van Grandpa Jones, van Homer & Jethro en van Willie Nelson bekende I'm My Own Grandpa, het ingenieuze verhaal van de man die door een ingewikkelde combinatie van huwelijken stiefvader van zijn eigen stiefmoeder en dus zijn eigen opa wordt. Deze CD met 32 tracks 1947-1962 bevat een selectie Lonzo & Oscar nummers maar ook niet-comedy solo werk van "Lonzo" zowel onder de naam Lloyd George als onder zijn pseudoniem Ken Marvin. George stapte namelijk in 1950 uit het duo en werd vervangen door Oscar's broer Johnny Sullivan, maar als we het goed begrijpen zijn alle Lonzo & Oscar nummers op de CD met Lloyd George en niet met zijn vervanger. De muziek balanceert handig tussen enerzijds hillbilly (Poppin' Bubble Gum, You Blacked My Blue Eyes Once Too Often, You Won't Do It No More, Last Ole Dollar, I'm In Love Up To My Ears, het indianenverhaal Pretty Little Indian Maid) en fingerpickende boogie woogie (Ole Mother Nature, Tickle The Tom Cat's Tail, She's The Best I Ever Saw) en anderzijds uptempo humoristische bluegrass swing, geen lachen gieren brullen maar eerder met een gezellige knipoog en een nostalgische glimlach als Take Them Cold Feet Outa My Back (Before I Kick You Out), Ole Buttermilk Sky, When You Were Sweet Sixteen en There's A Hole In The Bottom Of The Sea. Er is ook plaats voor zowel traditionele trage country (Port Of Lonely Hearts, When I Stop Loving You), Hank Williams styled country boogie gekoppeld aan het Andrews Sisters-achtige meidentrio The Harmonettes (het over de legerdienst in Korea handelende Rotation Blues) en zelfs de honky tonk piano ragtime The Honky Tonk Melody. Wat al die ouderwetse accordeonmuziek de tands des tijds doet doorstaan is echter niet zozeer de in retrospect wat knoddige humor maar de muzikale kwaliteit. Lloyd George alias Ken Marvin zou in zijn solo jaren nog heel eventjes richting rockabilly gaan met het door Charlie Feathers gecoverde Uh Huh Honey (het origineel is van Lee Bond), hier aanwezig in twee versies, de vlot swingende uit 1952 op RCA en de stompende van een jaar later op Intro. Nog meer fraais: een swingende interpretatie van Wayne Raney's Why Don't You Haul Off And Love Me, het al even gestroomlijnde My Empty Arms en de humoristische Louvin Brothers compositie Two Tone Ten Ton (ik ken het niet van de Louvins zelf). Verwarrend zijn de afsluiters Lucy Lee, Sing Real Loud, Come On Train en Frog Hunt met mondharmonica en sax, twee geslaagde pure jaren '60 blues / bluesrock singles van Lloyd George uit 1962. Het geheel is overdekt met het patina van oude opnames en soms hoor je de 78 toeren ruisen. Lloyd "Lonzo" George overleed in 1991, Rollin "Oscar" Sullivan in 2012.
Info: www.jasmine-records.co.uk (Frantic Franky)


Lonzo & Oscar, al is de Lonzo hier niet Lloyd George maar Rollin's broer Johnny Sullivan, de tweede van de in totaal drie "Lonzo's" die deel zouden uitmaken van de groep....

Country comedy duo Lonzo & Oscar whose career began in the mid-1940s were guitarist Lloyd George and mandolin player Rollin Sullivan. Their most popular song is I'm My Own Grandpa, also known from Grandpa Jones, Homer & Jethro and Willie Nelson, the hilarious story of a man who through a complicated combination of marriages becomes stepfather to his own stepmother and thus his own grandfather. This CD with 32 tracks 1947-1962 contains a selection of Lonzo & Oscar songs but also non-comedy solo work by "Lonzo" both under the name Lloyd George and under his pseudonym Ken Marvin. George left the duo in 1950 and was replaced by Oscar's brother Johnny Sullivan, but if we understand correctly all Lonzo & Oscar songs on the CD are with Lloyd George and not with his replacement. The music balances skilfully between on the one hand hillbilly (Poppin' Bubble Gum, You Blacked My Blue Eyes Once Too Often, You Won't Do It No More, Last Ole Dollar, I'm In Love Up To My Ears, the injun tale Pretty Little Indian Maid) and fingerpicking boogie woogie (Ole Mother Nature, Tickle The Tom Cat's Tail, She's The Best I Ever Saw) and on the other hand uptempo humorous bluegrass swing, not with a raucous laugh but rather with a cosy wink and a nostalgic smile like Take Them Cold Feet Outa My Back (Before I Kick You Out), Ole Buttermilk Sky, When You Were Sweet Sixteen and There's A Hole In The Bottom Of The Sea. There's also room for both traditional slow country (Port Of Lonely Hearts, When I Stop Loving You), Hank Williams styled country boogie coupled with the Andrews Sisters-like girl trio The Harmonettes (Rotation Blues about the military service in Korea) and even for the honky tonk piano ragtime The Honky Tonk Melody. What makes all this old-fashioned accordion music stand the test of time however is not so much the in retrospect rather corny comedy but the musical quality. Lloyd George aka Ken Marvin would in his solo years briefly head in the direction of rockabilly with Uh Huh Honey, covered by Charlie Feathers (the original version is from Lee Bond), present here in two versions, the smooth swinging one from 1952 on RCA and the stomping one from a year later on Intro. More goodies: a swinging cover of Wayne Raney's Why Don't You Haul Off And Love Me, the equally streamlined My Empty Arms and the humorous Louvin Brothers composition Two Tone Ten Ton (I don't know it from the Louvins themselves). Confusing are the closing tracks Lucy Lee, Sing Real Loud, Come On Train and Frog Hunt with harmonica and sax, two excellent pure sixties blues / blues rock singles by Lloyd George from 1962. The whole thing is covered with the patina of old recordings and sometimes you can hear the hissing of the 78 RPMs. Lloyd "Lonzo" George died in 1991, Rollin "Oscar" Sullivan passed away in 2012.
Info: www.jasmine-records.co.uk (Frantic Franky)

27 juli 2022

ON THE DANCEFLOOR WITH/ JOEY DEE & THE STARLITERS
Bear Family, BCD17547
English version: see below

Het begint op te vallen hoeveel gelijkaardige CD’s de re-issue labels tegenwoordig uitbrengen. Zitten ze te vissen in elkaars vaarwater, is het toeval, of betreft het bedrijfsspionage? Neem deze CD, een Best Of van Joey Dee. Niks mis mee, maar anderhalf jaar geleden bracht Jasmine al de JASCD 1074 Peppermint Twistin' With Joey Dee uit. Als de platenmaatschappijen muziek recycleren dan recycleren wij onze recensies, so here goes....
De Peppermint Twist van Joey Dee & the Starliters was al een golden oldie toen ik - we worden oud - 40 jaar geleden in de rock 'n' roll stapte. Wat zeg ik: het was waarschijnlijk al een golden oldie vanaf twee weken na de release in oktober 1961, een leuke single waarvan de klassieker status nog werd versterkt omdat het nummer in 1973 in de film American Graffiti zat. Alleen heb ik iets tegen orgeltjes in het algemeen en tegen live singles in het bijzonder, en ik vond het nummer en de bijhorende live LP altijd iets te veel voordehand en bijdehand klinken, te plat en te veel grootste gemene deler, zeker in vergelijking met Chubby Checker die toch meer rock ‘n’ roll was. De muziek van Joey Dee is echter wat in het Engels zo mooi "an acquired taste" heet: je moet het leren waarderen, zoals bijvoorbeeld ook whisky of niertjes. Zoveel jaar later hoop ik in mijn oordeel milder zij het niet noodzakelijk wijzer te zijn geworden en kan ik dat soort party muziek veel beter plaatsen, dus tijd om Joey Dee & the Starliters een herkansing te geven met deze CD die een selectie van 29 nummers bevat van de groep die begon als Italo doo-wop en al twee singles had uitgebracht vóór ze gingen twisten in de Peppermint Lounge. Daarvan staan drie kantjes op deze CD waaronder hun debuutsingle Lorraine/ The Girl I Walk To School uit 1958 met Bo Freeman op zang en Joey Dee op sax, single die naar goede gewoonte in die doo-wop dagen een traag nummer koppelde aan een snel nummer, alsmede Shimmy Baby (opnieuw met Bo Freeman op lead, hier heet het Shimmy Baby Part I maar ik ben nooit een Part II tegengekomen), een rock 'n' roll song die al meer het ritme, de drive en het tempo heeft dat de Peppermint Twist zou kenmerken (de andere kant, de dromerige popballade Face Of An Angel, staat niet op de CD). Het was echter de Peppermint Twist die de twistrage in het kielzog van Chubby Checker een extra stimulans en uitstraling bezorgde. Joey Dee & the Starliters waren meer dan een jaar lang zes avonden per week aan zes sets per avond de huisband van een kleine club waar slechts 178 man binnen kon, de door de maffia gecontroleerde Peppermint Lounge in West 45th Street 128 in Manhattan, New York die toen er allerlei grote namen over de vloer begonnen te komen zo beroemd werd dat iedereen van Jackie Kennedy over Marilyn Monroe en Frank Sinatra tot John Wayne, Robert Mitchum, Salvador Dali en Truman Capote zich er wou laten zien om te zien en gezien te worden. Dee schreef de Peppermint Twist en die single versterkte het aanzuigeffect van de club nog meer: de Peppermint Lounge werd dé twisttempel bij uitstek en de single bereikte begin 1962 de eerste plaats van de hitparade, knikkerde Chubby Checker's The Twist van de toppositie, en kreeg goud voor 1 miljoen verkochte exemplaren. De originele live single was zo lang dat ze in twee werd geknipt en Part II op de B-kant is een instrumentale orgel/gitaar workout met alleen het refrein gezongen en met King Curtis op sax. Ze staan allebei op deze CD, en van de in 1961 in de Peppermint Lounge enkel met orgel en drums opgenomen Doin' The Twist At The Peppermint Lounge LP staan hier voorts Lee Dorsey's Ya Ya, Part I van Shout van The Isley Brothers, Buster Brown's Fanny Mae en Nat Kendricks & the Swans' door James Brown onder een pseudoniem geschreven semi-instrumentale Hot Pastrami And Mashed Potatoes op. Van de resterende live tapes van Doin' The Twist At The Peppermint Lounge die verschenen op de LP Back At The Peppermint Lounge/ Twistin' horen we de covers van Hello Josephine en Kansas City, allemaal volgens dezelfde formule: een staccato drumritme met veel rolls en fills, dat grofkorrelig orgel dat eindeloos in dezelfde akkoorden blijft hangen, en veel soul. Groovy, baby! Bij die live nummers zijn op de CD zo veel mogelijk fade outs toegevoegd zodat ze lijken op studio opnames, maar dat lukte inherent niet overal even goed en de meeste klinken ook allemaal een beetje dof, misschien door het achtergrondlawaai van het publiek. Van hetzelfde laken een pak doch niet live en met minder orgel is Hey Let's Twist uit de gelijknamige film uit 1961, een geromantiseerde versie van het succesverhaal van de Peppermint Lounge die op zijn beurt ook weer bijdroeg aan het succes van de club, aangevuld met de early sixties soft rocker Roly Poly, het Four Seasons-achtige Crazy Love, de uptempo ska Goin' Back To My Home Town, de geflipte uptempo instrumental Wing Ding, de soulvolle rocker Everytime (I Think About You) Part I en de early sixties soulpop What Kind Of Love Is This uit de film Two Tickets To Paris (1962). I Lost My Baby tenslotte is Drifters-achtige pop.
Als we de Bear Family CD vergelijken met de Jasmine CD tellen we 19 songs die op beide releases staan, en als we de nummers uniek voor elke CD beluisteren ontbreekt op Bear Family de eerder om historische dan om muzikale redenen belangrijke doo-wop pop violen ballade Face Of An Angel die de B-kant was van die pré-Peppermint Twist single Shimmy Baby, Keep Your Mind On What You're Doin' (Drifters-achtige pop), Twistin' On A Liner (geen twist maar pop die niets met rock 'n' roll te maken heeft maar de liefhebber van early sixties pop wel zal bevallen), de pop twister Let's Have A Party (niet die van Wanda Jackson), de bluesy popstroll All The World Is Twistin', Part II van Everytime (I Think About You), en van het live front de covers Money (That's What I Want), Sticks And Stones in een instrumentale orgel versie, Lloyd Price's Have You Ever Had The Blues (geen blues) en Part II van Shout. Enkel op Bear Family te horen zijn de Ray Charles cover Leave My Woman Alone, de early sixties soft rockers Baby You're Driving Me Crazy met dezelfde orgel riff als Dave "Baby" Cortez' Rinky Dink en Just Walking In The Rain, de soulvolle rocker This Boat, de live covers Honky Tonk (de Bill Doggett instrumental), Will You Love Me Tomorrow, Slippin' And Slidin' en CC Rider, en de rocker Mother Goose Twist (eigenlijk Chuck Berry's Reelin' And Rockin' met een andere tekst) uit de film Hey Let's Twist, gezongen door Teddy Randazzo (hij speelt in de film Joey Dee's broer) begeleid door The Starliters. Bear bevat ook een voorbeeld van de niet-rock 'n' roll die Joey Dee opnam op LP’s als All The World Is Twistin', Speak Up Mambo, geen mambo maar cumbia. Beide CD’s bevatten een representatieve doorsnede van de verschillende muzikale watertjes die Joey Dee doorzwom, maar hou bij je keuze ook rekening met het dikke Bear Family booklet van 38 pagina’s gebaseerd op een recent interview met Joey Dee en met het feit dat Jasmine werkt met CD-R's. Wat op geen van beide CD’s staat: Dee's Duitstalige pop single Bitte Bitte Baby uit 1963.
De Peppermint Lounge sloot in 1965 en ruimde plaats voor andere clubs tot er in 1980 een nieuwe Peppermint Lounge kwam waar ooit nog The Cramps optraden. Die Peppermint Lounge verhuisde in 1982 naar 5th Avenue 100 alvorens in 1985 te sluiten. West 45th Street 128 werd midden jaren '80 platgegooid. In 1986 werd maffia baas Matty Ianniello veroordeeld tot zes jaar cel voor het verduisteren van geld dat onder meer afgeroomd werd van de originele Peppermint Lounge. Joey Dee is nu 85 jaar, treedt nog steeds op en bracht in 2018 nog een CD single uit getiteld Peppermint Twistmas. Haal 'm naar de Rhythm Riot!
Info: www.joeydee.com en www.bear-family.com (Frantic Franky)

It's becoming too obvious how many similar CD’s the re-issue labels are releasing these days. Are they copying each other, is it coincidence, or industrial espionage? Take this CD for example, a Joey Dee Best Of. Fine, all good, but a year and a half ago Jasmine already released the JASCD 1074 Peppermint Twistin' With Joey Dee. Well, if the record companies recycle music then we recycle our reviews, so here goes...
Joey Dee & the Starliters' Peppermint Twist was already a golden oldie when I got into rock 'n' roll - we're getting old - 40 years ago, and probably had been since two weeks after its initial release in October 1961. It was a nice single of which the classic status became even bigger when the song turned up on the soundtrack of the movie American Graffiti in 1973, but I don't like organs in general and live singles in particular, and I always found the song and the live LP from which it was culled a bit too obvious and obnoxious, a bit too generic and too much common denominator, especially when compared to Chubby Checker's twist records which sounded a lot more rock 'n roll. But Joey Dee's music is an acquired taste. You have to learn to savour it, just like, say, whisky or kidneys. So many years later I hope to have become milder but not necessarily wiser in my judgement and I appreciate this kind of party music a lot more, so it's time to re-evaluate Joey Dee & the Starliters with this CD containing a whopping selection of 29 songs from the group that started out with Italo doo-wop and had already released two singles before they started twisting at the Peppermint Lounge. Three of those four sides are on this CD, including their 1958 debut 45 Lorraine/ The Girl I Walk To School with Bo Freeman on vocals and Joey Dee on sax, a single which as was the custom in those doo-wop days paired a slow song with a fast one, as well as Shimmy Baby (again with Bo Freeman on lead, here it's called Shimmy Baby Part I but I never came across a Part II), a rock 'n' roll song that already shows the rhythm, drive and tempo that would characterise the Peppermint Twist. Its flip side, the dreamy pop ballad Face Of An Angel, is not on the CD. It was however the Peppermint Twist in the wake of Chubby Checker that gave the twist craze an extra boost and even more exposure. For more than a year Joey Dee & the Starliters were the house band of a small club that could only hold 178 people, the mob controlled Peppermint Lounge at 128 West 45th Street in Manhattan, New York, which became so famous when all the big stars started showing up that everyone from Jackie Kennedy over Marilyn Monroe and Frank Sinatra to John Wayne, Robert Mitchum, Salvador Dali and Truman Capote went there to see and be seen. Dee wrote the Peppermint Twist and that single amplified the club's name and fame to unheard proportions. The Peppermint Lounge became thé place to be and the 45 reached number one in early 1962, knocked Chubby Checker's The Twist off the top of the hitparade, and was awarded a gold record for the sale of one million copies. The original live single was so long it was cut in two, and Part II on the B-side is an instrumental organ/guitar workout with only the chorus sung and featuring King Curtis on sax. They're both on this CD, and from the 1961 live LP Doin' The Twist At The Peppermint Lounge LP with only organ and drums the CD includes Lee Dorsey's Ya Ya, Part I of The Isley Brothers' Shout, Buster Brown's Fanny Mae and Nat Kendricks & the Swans' semi-instrumental Hot Pastrami And Mashed Potatoes written by James Brown under a psuedonym. From the remaining live tapes of Doin' The Twist At The Peppermint Lounge that appeared on the LP Back At The Peppermint Lounge/Twistin' we hear the covers of Hello Josephine and Kansas City, all of these adhering to the tried and tested formula of a staccato drumbeat with loads of rolls and fills, that coarse organ that lingers endlessly in the same chords, and lots of soul. Groovy, baby! On the CD as many fade outs as possible were added to these live tracks to make them sound like studio recordings, but that inherently doesn't work out well everywhere and most of them sound a bit dull, perhaps due of the audience background noise. Of the same ilk but not live and with less organ is Hey Let's Twist from the 1961 film of the same name, a romanticised version of the Peppermint Lounge success story that in turn contributed to its appeal, supplemented by the early sixties soft rocker Roly Poly, the Four Seasons-like Crazy Love, the uptempo ska Goin' Back To My Home Town, the crazy uptempo instrumental Wing Ding, the soulful rocker Everytime (I Think About You) Part I and the early sixties soul pop What Kind Of Love Is This from the film Two Tickets To Paris (1962). I Lost My Baby is Drifters-style pop.
Comparing the Bear Family CD with the Jasmine CD there are 19 songs that appear on both releases, and when you look at the titles unique to each CD Bear Family is missing the historically rather than musically important doo-wop pop violin ballad Face Of An Angel that was the flip side to Joey Dee & the Starliters' pré-Peppermint Twist 45 Shimmy Baby, Keep Your Mind On What You're Doin' (Drifters-style pop), Twistin' On A Liner (no twist but a pop tune that has nothing to do with rock 'n' roll but is bound to please fans of early sixties pop), the pop twister Let's Have A Party (not Wanda Jackson's), the bluesy pop stroll All The World Is Twistin, Part II of Everytime (I Think About You), and from the live front the covers Money (That's What I Want), Sticks And Stones in an instrumental organ version, Lloyd Price's Have You Ever Had The Blues (no blues) and Part II of Shout. Only featured on Bear Family are the Ray Charles cover Leave My Woman Alone, the early sixties soft rockers Baby You're Driving Me Crazy with the same organ riff as Dave "Baby" Cortez' Rinky Dink and Just Walking In The Rain, the soulful rocker This Boat, the live covers Honky Tonk (the Bill Doggett instrumental), Will You Love Me Tomorrow, Slippin' And Slidin' and CC Rider, and the rockin' Mother Goose Twist (actually Chuck Berry's Reelin' And Rockin' with different lyrics) from the film Hey Let's Twist, sung by Teddy Randazzo (who plays Joey Dee's brother in the film) accompanied by The Starliters. Bear also contains an example of the non-rock 'n' roll that Joey Dee recorded on LP’s like All The World Is Twistin', Speak Up Mambo, not mambo but cumbia. Both CD’s contain a representative cross-section of Joey Dee's muscial adventures, but when choosing keep in mind the thick 38 page Bear Family booklet based on a recent interview with Joey Dee and the fact that Jasmine issues CD-Rs. Not on either CD is Dee's 1963 German language pop single Bitte Bitte Baby.
The Peppermint Lounge closed in 1965 making way for other clubs until in 1980 a new Peppermint Lounge was built where at one time even The Cramps played. That Peppermint Lounge moved to 100 5th Avenue in 1982 before closing in 1985. 128 West 45th Street was razed in the mid-eighties. In 1986 mob boss Matty Ianniello was sentenced to six years in prison for embezzling money that was skimmed from among other things the original Peppermint Lounge. Joey Dee is now 85, still performs and released a CD single titled Peppermint Twistmas as recent as 2018. Get him over to the Rhythm Riot! Info: www.joeydee.com en www.bear-family.com (Frantic Franky)

 


SPOTLIGHT ON/ JACKIE WILSON
Koko Mojo, KM-CD-158
English version: see below

Na Spotlight CD’s rond Frankie & Lewis Lymon, Clyde McPhatter, Sam Cooke en Jimmy McCracklin richt samensteller Mark Armstrong de spotlights op Jackie Wilson die wij in Nederland en België natuurlijk nog kennen van zijn aanstekelijke nummer één hit Reet Petite uit 1986, hoewel "Mr. Excitement" toen al drie jaar dood en begraven was, zij het in een naamloos graf. Het nummer werd in 1957 geschreven door de latere Motown baas Berry Gordy en zijn zus Gwen Gordy die in 1961 huwde met Harvey Fuqua van doo-wop groep The Moonglows. Wilson verving in 1953 op zijn negentiende lead tenor Clyde McPhatter bij Billy Ward's Dominoes toen McPhatter opstapte om The Drifters op te richten, en de CD opent met zes Dominoes tracks waarop Wilson het hoogste woord voert, zes tracks die stilistisch gelijk de blauwdruk leveren voor de rest van de CD met een mix van rhythm 'n' blues jive doo-wop (You Can't Keep A Good Man Down), poppy doo-wop (Bobby Sox Baby), pop swing (Learning The Blues) en jazz swing (St. Louis Blues), verankerd in een moderne versie van zwarte vocal harmony groepen als The Mills Brothers en The Ink Spots (A Little Lie, Above Jacob's Ladder). Wilson ging zelf ook zijn eigen weegs in 1957 en scoorde meteen met zijn solo debuutsingle Reet Petite. Minder bekend maar even dansbaar: Come Back To Me waarin zijn stem onwaarschijnlijke uithalen maakt, en de rock 'n' roll songs If I Can't Have You met priemend gitaarwerk, Right Now en Etcetera. You Better Know It zat in 1959 in de rock 'n' roll film Go Johnny Go, I'll Be Satisfied werd in 1982 gecoverd door Shakin' Stevens, Comin' To Your House is een pop stroll, The New Breed uit 1963 effent de weg voor soul en Sazzle Dazzle is gebaseerd op een gospel formaat.
Wilson's gouden stembanden hadden naar verluidt een bereik van vier octaven en het is absoluut zeker dat zijn fantastische stem, eens te meer een stem gesmeed in het vuur van de gospel, niet door iedereen zal gewaardeerd worden omdat ie inderdaad vaak klinkt als een operette zanger, en veel van de muziekjes op de 28 track CD 1953-1963 klinken dan ook als een soort variété versie van rock 'n' roll. Daar staat tegenover dat veel mensen fan van Jackie Wilson zijn juist omwille van die muzikale hoogstandjes. De CD sluit af met drie duetten met gospelzangeres Linda Hopkins uit 1962-1963 waarvan Do Lord alweer een onweerstaanbare jiver is maar Say I Do en I Found Love overhellen naar de soul. Bekende songs als het poppy That's Why (I Love You So) (1959), de pop ballade Lonely Teardrops (1961) en de soul hits (Your Love Keeps Lifting Me) Higher And Higher (1967) en I Get The Sweetest Feeling (1968) ontbreken, maar toch is dit een handig uptempo overzicht van Wilson's carrière, en Rrrrrrrreet Petite blijft natuurlijk een fan-tàs-tische jiver. Jackie Wilson's verhaal had helaas géén happy end. In 1975 kreeg ie live on stage een hartaanval en hij lag tien jaar in een coma alvorens in 1984 te overlijden. Bobby Brooks Wilson, één van zijn onwettige kinderen, treedt tegenwoordig op op rock 'n' roll festivals met een Jackie Wilson tribute show. Info: www.vintagerockinroots.com (Frantic Franky)

After Spotlight CD’s on Frankie & Lewis Lymon, Clyde McPhatter, Sam Cooke and Jimmy McCracklin compiler Mark Armstrong turns the spotlight on Jackie Wilson, whom we all remember from his catchy 1986 number one hit Reet Petite, even though by then "Mr. Excitement" had been dead and buried for three years, albeit in an unmarked grave. The song had been written in 1957 by future Motown president Berry Gordy and his sister Gwen Gordy who in 1961 married Harvey Fuqua of doo-wop group The Moonglows. In 1953 at the age of 19 Wilson replaced lead tenor Clyde McPhatter in Billy Ward's Dominoes when McPhatter left to form The Drifters, and the CD kicks off with six Dominoes tracks with Wilson fronting the group, six tracks that stylistically provide the blueprint for the rest of the CD with a mix of rhythm 'n' blues jive doo-wop (You Can't Keep A Good Man Down), poppy doo-wop (Bobby Sox Baby), pop swing (Learning The Blues) and jazz swing (St. Louis Blues), based upon a modern interpretation of black vocal harmony groups like The Mills Brothers and The Ink Spots (A Little Lie, Above Jacob's Ladder). Wilson in turn went solo in 1957, scoring rightaway with his solo debut 45 Reet Petite. Less familar but equally danceable are Come Back To Me in which his voice slides incredibly upwards, and the rock 'n' roll songs If I Can't Have You with piercing guitar work, Right Now and Etcetera. You Better Know It was in the 1959 rock 'n' roll flick Go Johnny Go, Shakin' Stevens covered I'll Be Satisfied in 1982, Comin' To Your House is a pop stroll, The New Breed from 1963 paves the way for soul and Sazzle Dazzle is based on a gospel format.
Wilson's golden vocal chords are said to have had a four octave range and it's likely that his fantastic voice, once again a voice forged in the fire of gospel music, will not be appreciated by everybody because he indeed often sounds like an operetta singer, and many of the tunes on the 28 track 1953-1963 CD sound like some sort of variety version of rock 'n' roll. On the other hand, many people are Jackie Wilson fans precisely because of his vocal pyrotechnics. The CD finishes with three 1962-1963 duets with gospel singer Linda Hopkins of which Do Lord is again an irresistible jiver, but Say I Do and I Found Love tilt towards soul music. Well known songs like the poppy That's Why (I Love You So) (1959), the pop ballad Lonely Teardrops (1961) and the soul hits (Your Love Keeps Lifting Me) Higher And Higher (1967) and I Get The Sweetest Feeling (1968) are absent, but this is still a handy uptempo overview of Wilson's career, and Rrrrrreet Petite remains of course a fan-tàs-tic jiver. Jackie Wilson's story unfortunately did not have a happy end. In 1975 he suffered a heart attack live on stage, remaining in a coma for ten years before passing away in 1984. Bobby Brooks Wilson, one of his illegitimate children, nowadays performs at rock 'n' roll festivals with a Jackie Wilson tribute show. Info: www.vintagerockinroots.com (Frantic Franky)

20 juli 2022

DOWN HOME SPECIAL/ BO DIDDLEY
Koko Mojo, KM-CD-155
English version: see below

Van alle rock 'n' roll pioniers was de in 2008 op 79-jarige leeftijd overleden Ellas Otha Bates McDaniel, wereldwijd bekend als Bo Diddley, de meest onorthodoxe, en het heeft jaren geduurd voor ik zijn in rhythm 'n' blues gedrenkte muziek heb leren waarderen. Bo Diddley was immers niet zozeer muziek als wel een ritme, gebaseerd op oeroude Afrikaanse tradities. Na de Atomicat (ACCD120) CD The Diddley Daddy Sound: 28 Songs Influenced By Bo Diddley bevat deze Down Home Special 14 songs 1955-1963 van de Diddley Daddy hemzelve en 14 nummers 1955-1963 van andere artiesten waar Diddley als componist, producer of muzikant bij betrokken was.
De eigen songs zijn de bekende klassiekers Bo Diddley, Pretty Thing uit 1955 dat in 1963 in Engeland op single verscheen en waarnaar de Britse jaren '60 rhythm 'n' blues groep The Pretty Things zich noemde die het nummer in 1965 coverden op hun debuutalbum, het vaak gecoverde Who Do You Love, de gevaarlijke treinrit op de Down Home Special, Mona en Dearest Darling, aangevuld met de minder bekende uptempo rhythm 'n' blues song met mondharmonica You Don't Love Me (You Don't Care), de bluesboppers Run Diddley Daddy en I Love You So (allesbehalve een love song), en de zoals altijd bij Diddley vreemd klinkende rockers Dancing Girl (jungle drums meets oosterse exotica), Bo Diddley Is Loose, You All Green en Story Of Bo Diddley, allemaal nummers vol maracas (klinkt toch veel cooler dan sambaballen), weerhaken en tremolo gitaren met schrikdraad in plaats van snaren, gebouwd op eindeloos herhaalde riffs die klinken alsof Diddley en zijn gevolg platen opnamen gebruik makend van alles wat ze onderweg tegenkwamen en waar ze geluid of ritme uit kregen - het meest normale nummer is de doo-wopper Deed And Deed I Do.
Een beetje fan zal de meeste van die 14 songs zeker al hebben maar voor de leek is dit een even goede introductie op het werk van de meester als eender welke Greatest Hits. De ware waarde voor de verzamelaar zit uiteraard in de andere 14 songs zoals Roller Coaster, een uptempo mondharmonica instrumental op naam van Little Walter & his Jukes die 100 % Bo klinkt. Dat is niet verwonderlijk aangezien de begeleiding volledig steunt op Bo's gitaar, en als op deze single op Checker Records uit 1955 als uitvoerder Bo Diddley had gestaan hadden we het zonder verpinken aangenomen. Minder Bo klinkt de vrolijke doo-wopper Pearl van de inderdaad erg jong klinkende Schoolboys. Ook doo-wop maar herkenbaarder als Bo Diddley's gitaar zijn Wyatt Earp en Hey Little School Girl van The Marquees met in de rangen de nog piepjonge Marvin Gaye, twee nummers geschreven en begeleid door Bo Diddley. Veel doo-wop trouwens hier, zelfs een ballade als Billy Stewart's Baby You're My Only Love: denk er een vreemd gitaar effect en rauwere zang bij en je hebt Bo Diddley die ook hier instond voor de muzikale opsmuk, wat evenzeer geldt voor Stewart's Latijns-Amerikaans rockende Billy's Heartache. Al deze songs klinken als een cleanere versie van de man die de rock 'n' roll geschiedenis zou ingaan als de originator, de instigator en de gladiator. Het door Bo Diddley geschreven maar nooit door hem opgenomen Dearest van Mickey & Sylvia is even mysterieus mooi als hun bekende Love Is Strange, en dat nummer staat er dan weer op in de minder gekende maar wonderschone versie van Dale & Grace, wat sneller dan Mickey & Sylvia en daardoor uiterst strollbaar. En wie schreef Love Is Strange? Een zekere Ethel Smith. En wie was Ethel Smith? Jawel, Bo Diddley...
Covers zijn Say Man (moppentapperij op Bo Diddley ritmes) door Don Stacey en The New Bo Diddley, een cover van het nummer Bo Diddley met een piccolo fluitje door The Johnny Otis Show. Qua instrumentale covers is Hey Bo Diddley uitermate wild voor het meestal gezapige Bill Black's Combo, terwijl Sun drummer JM Van Eaton in 1960 in het nummer Bo Diddley op Nita Records méér Bill Black's Combo klonk dan het Bill Black Combo zelf. Johnny Kidd & the Pirates' I Can Tell uit 1962 is pure sixties rhythm 'n' blues rock 'n' roll, en om te lachen is Freddy Koenig & the Jades' uptempo hoempapa versie van Road Runner. Ja, het heeft jaren geduurd voor ik Bo Diddley heb leren waarderen, maar deze door DJ Mark Armstrong samengestelde CD doet de legende eer aan. Info: www.members.tripod.com/~originator_2/ en www.vintagerockinroots.com (Frantic Franky)

Of all the rock 'n' roll pioneers Ellas Otha Bates McDaniel who died in 2008 at the age of 79, revered worldwide as Bo Diddley, was the most unorthodox, and it took me years to learn to appreciate his rhythm 'n' blues-soaked music. After all, Bo Diddley was not so much music as it was a rhythm, based on ancient African traditions. After the Atomicat (ACCD120) CD The Diddley Daddy Sound: 28 Songs Influenced By Bo Diddley, this Down Home Special contains 14 songs 1955-1963 by the Diddley Daddy himself and 14 songs 1955-1963 by other artists that Diddley was involved with as composer, producer or musician.
The songs by Big Bad Bo himself include his well known classics Bo Diddley, Pretty Thing from 1955 that appeared on a 45 in England in 1963 which the British 1960s rhythm 'n' blues group The Pretty Things who covered it on their debut album in 1965 named themselves after, the often covered Who Do You Love, the dangerous train ride on the Down Home Special, Mona and Dearest Darling, plus the lesser known uptempo rhythm 'n' blues song with harmonica You Don't Love Me (You Don't Care), the blues boppers Run Diddley Daddy and I Love You So (anything but a love song), and the as always with Bo Diddley strange sounding rockers Dancing Girl (jungle drums meets eastern exotica), Bo Diddley Is Loose, You All Green and Story Of Bo Diddley, all of them full of maracas, harpoon hooks and tremolo guitars with electric barbwire instead of strings, built on endlessly repeated riffs that sound like Bo and co recorded using anything they found laying about in the studio that made a sound or a rhythm - the most normal sounding song of the lot is the doo-woppin' Deed And Deed I Do.
Any fan will surely have most of these 14 songs already, but for the layman this is as good an introduction to the master's work as any Greatest Hits. The real treat for the collector are of course the other 14 songs, for example Roller Coaster, an uptempo harmonica instrumental by Little Walter & his Jukes that sounds 100 % Bo. That's not surprising given that the accompaniment relies entirely on Bo's guitar, and if this 1955 single on Checker Records had been credited to Bo Diddley we would have accepted it without hesitating. The cheerful doo-wopper Pearl by the indeed very young sounding Schoolboys sounds less Bo. Also doo-wop but more recognisable as Bo Diddley's guitar are Wyatt Earp and Hey Little School Girl by The Marquees featuring a very young Marvin Gaye on two songs written and accompanied by Bo Diddley. A lot of doo-wop here by the way, even a ballad like Billy Stewart's Baby You're My Only Love: add a strange guitar effect and rawer vocals and you have Bo Diddley who is indeed providing the musical accompaniment here as well, and the same goes for Stewart's Latin-American rockin' Billy's Heartache. All these songs sound like a cleaner version of the man who would go down in music history as the originator, the instigator and the gladiator. Mickey & Sylvia's Dearest, written by Bo Diddley but never recorded by him, is just as mysteriously beautiful as their famous Love Is Strange, a song featured on the album in the lesser known but wonderful version by Dale & Grace, a bit faster than Mickey & Sylvia and therefore very strollable. And who wrote Love Is Strange? A certain Ethel Smith. And who was Ethel Smith? You guesse it... none other than Bo Diddley!
Covers are Don Stacey's Say Man (jokes on a Bo Diddley rhythm) and The New Bo Diddley, a cover with a piccolo flute of the song Bo Diddley by The Johnny Otis Show. In terms of instrumental covers Hey Bo Diddley is extremely wild for the usually quite relaxed Bill Black's Combo, while Sun drummer JM Van Eaton sounded more Bill Black's Combo than the Bill Black Combo itself in his 1960 Bo Diddley on Nita Records. Johnny Kidd & the Pirates' I Can Tell from 1962 is pure sixties rhythm 'n' blues rock 'n' roll, and to end with a smile the CD finishes with Freddy Koenig & the Jades' uptempo oom-pah cover of Road Runner. Yes, it took me years to appreciate Bo Diddley, but this CD compiled by DJ Mark Armstrong does the legend justice. Info: www.members.tripod.com/~originator_2/ en www.vintagerockinroots.com (Frantic Franky)


GUITAR BOOGIE SHUFFLE & OTHER GUITAR GREATS 1955-1962/
FRANK VIRTUE & THE VIRTUES

Jasmine, JASCD1114
English version: see below

Oei... anderhalf jaar geleden bracht Bear Family de BCD 17533 Frank Virtue & the Virtues CD Rock uit, nu volgt Jasmine met een gelijkaardige CD. Jammer, jammer, jammer: beide CD’s hebben maar liefst 20 tracks gemeenschappelijk, en op een totaal van respectievelijk 33 (Bear Family) en 28 (Jasmine) tracks is dat veel. De 28 nummers op Jasmine kunnen netjes in twee verdeeld worden met een vocaal big band combo gedeelte gevolgd door een evenredig aantal instrumentals, want de bandleider uit Philadelphia is vooral bekend geworden via zijn gitaar boogie getiteld Guitar Boogie Shuffle, een cover van Arthur Smith's Guitar Boogie uit 1945 die Virtue in 1959 een Top 10 hitnotering opleverde. Virtue leerde het vak evenwel reeds midden jaren '40 bij de big bands van vóór de tweede wereldoorlog en dat wordt gereflecteerd in de oudste nummers op de CD die opent met Ooh Ya Gotta, variété cocktail (de piano) muziek met een zangeres maar wel reeds voorzien van een boogie-ënde elektrische gitaar. Die crooner swing evolueerde al snel naar embryonale big combo rock 'n' roll in de stijl van Jimmy Cavallo & the House Rockers en de eveneens vanuit Philadelphia opererende Freddie Bell & the Bellboys én Bill Haley & the Comets, met songs als Good Bye Mambo (geen mambo maar een swingende rocker), Hop Skip Jump Mambo (wel mambo en niet het Collins Kids nummer), Rollin' An' A Rockin', Toodle-Oo Kangaroo, I Ain't Gonna Do It No More en Let's Have A Party (niet het Wanda Jackson nummer), rock 'n' roll die flinkt stompt maar ook elementen van variété en crooners in zich draagt, luister naar My Constant Love, I'm Going Home en I Think You're Lying met op zang leadgitarist Jimmy Vespe - de gitarist op al die Frank Virtue & the Virtues instrumentals is namelijk niet Frank Virtue maar Jimmy Vespe. In die vroege jaren speelde de band ook reeds halfbakken gitaar/sax instrumentals zoals Go Joe Go (de saxman heette Joe Fortunato) en Jimmy's Shuffle, allicht genoemd naar Jimmy Vespe. Mambo Rock kennen we natuurlijk van Bill Haley & the Comets en Rattle My Bones werd ook gedaan door Comets afsplitsing The Jodimars, maar Frank Virtue speelt ze allebei sneller.
Vanaf track 15 beginnen de gitaarinstrumentals en die beginnen natuurlijk met de essentiële Guitar Boogie Shuffle. Meer van hetzelfde is Happy Guitar, Tel-Star Guitar dat niets te maken heeft met Telstar van The Tornados, het schurend scharniertje Guitar In Orbit zonder space effecten en de big band rocker Flippin' In. Shufflin' Along is een uptempo Vegas grinder, Pickin' The Stroll is een striptease stroll met banjo. Virtue's Boogie Woogie (een cover van Pinetop's Boogie Woogie van Clarence "Pinetop" Smith uit 1928, de piano rag die het piano boogie woogie genre zijn naam gaf) is gitaar en sax, Pony Walk is een melancholische copie van de twang van Duane Eddy. Ook hier weer een link met Bill Haley: Highland Guitar is gebaseerd op het Schotse volkswijsje Loch Lomond waar Bill Haley Rock Lomond van maakte. Guitar Boogie Twist is een gitaar boogie op twist ritme met zo'n leger toeters erachter dat het bijna Lord Rockingham's XI wordt, en Guitar Shimmy is een nòg snellere twist. Marching Guitars breit militaire bugle calls als de reveille gespeeld op gitaar aan elkaar tot alweer een gitaar/sax boogie, en de CD sluit af met een beetje een downer in de vorm van de variété instrumental Jersey Bounce. Je zou kunnen verwachten dat dit alles melig klinkt maar de sound is zo scherp dat het integendeel zelfs een gevaarlijk randje krijgt. En welke CD is nu de beste? Als we het uitgebreide Bear Family booklet buiten beschouwing laten moeten we ons concentreren op de tracks die uniek zijn voor elke CD, en dat zijn er bij Bear Family 13 en bij Jasmine 8. Bij Jasmine is dat vooral rock 'n 'roll en instrumentals, bij Bear Family ook maar met de nadruk op covers van andermans hits. Het blijft dus een moeilijke keuze, zeker omdat beide CD’s swingende muziek koppelen aan knetterende instrumentals. Alleen jammer van al die dubbels, zeker omdat er mijns inziens nog genoeg andere, zij het mogelijk minder rockende Frank Virtue & the Virtues nummers beschikbaar zijn en al die cha cha cha's zou ik ook graag eens een keer horen. Frank Virtue legde zich vanaf de jaren '60 tot zijn dood in 1994 toe op producen en het uitbaten van zijn Virtue Recording Studios. Hij overleed in 1994 op 71-jarige leeftijd. Info: www.jasmine-records.co.uk (Frantic Franky)

Ouch... A year and a half ago Bear Family released the BCD 17533 Frank Virtue & the Virtues CD Rock, now Jasmine follows with a similar CD. Too bad, too bad, as both CD’s have no less than 20 tracks in common, which is a lot on a total of respectively 33 (Bear Family) and 28 (Jasmine) tracks. The 28 tracks on Jasmine can be neatly divided into two with a vocal big band combo part followed by an equal number of instrumentals, as the Philadelphia bandleader is best known for his guitar boogie entitled Guitar Boogie Shuffle, a cover of Arthur Smith's 1945 Guitar Boogie that gave Virtue a Top 10 hit in 1959. Virtue however already learned the trade before World War II in the mid-1940s big bands, as reflected in the oldest tracks on the CD which opens with Ooh Ya Gotta, variety cocktail (the piano) music with a female singer but already featuring a boogie-ing electric guitar. That crooner swing soon evolved into embryonic big combo rock 'n' roll also played by Jimmy Cavallo & the House Rockers and, also operating out of Philadelphia, Freddie Bell & the Bellboys and Bill Haley & the Comets, exemplified by songs like Good Bye Mambo (no mambo but a swinging rocker), Hop Skip Jump Mambo (mambo and not the Collins Kids song), Rollin' An' A Rockin', Toodle-Oo Kangaroo, I Ain't Gonna Do It No More and Let's Have A Party (not the Wanda Jackson song), rock 'n' roll that stomps hard but also contains elements of variety music and crooners, just listen to My Constant Love, I'm Going Home and I Think You're Lying with lead guitarist Jimmy Vespe on vocals - the guitarist on all those Frank Virtue & the Virtues instrumentals is not Frank Virtue but Jimmy Vespe. In those early years the band already played half-baked guitar/sax instrumentals as well like Go Joe Go (the saxman was called Joe Fortunato) and Jimmy's Shuffle, probably named after Jimmy Vespe. Mambo Rock we know from Bill Haley & the Comets and Rattle My Bones was also done by Comets offshoot The Jodimars, but Frank Virtue plays both of 'em faster.
From track 15 on the instrumentals start and they obviously begin with his essential Guitar Boogie Shuffle. More of the same is Happy Guitar, Tel-Star Guitar which has nothing to do with The Tornados' Telstar, the squeaking rusty hinge that needs oiling Guitar In Orbit without space effects and the big band rocker Flippin' In. Shufflin' Along is an uptempo Vegas grinder, Pickin' The Stroll is a striptease stroll with banjo. Virtue's Boogie Woogie (a cover of Clarence "Pinetop" Smith's 1928 piano rag that gave the piano boogie woogie genre its name) is guitar and sax, Pony Walk is a melancholic copy of Duane Eddy's twang. Here again a link with Bill Haley: Highland Guitar is based on the Scottish folk song Loch Lomond which Bill Haley turned into Rock Lomond. Guitar Boogie Twist is a guitar boogie with a twist rhythm and such a large army of horns in support that it almost becomes Lord Rockingham's XI, and Guitar Shimmy is an even faster twist. Marching Guitars knits together military bugle calls like the reveille played on the guitar into yet another guitar/sax boogie, and the CD closes with a bit of a downer in the form of the variety instrumental Jersey Bounce. You might expect all this to sound corny, but the sound is so sharp that it even gets a dangerous edge. So which CD is the best? If we leave the extensive Bear Family booklet out of consideration, we have to concentrate on the tracks that are unique to each CD, 13 tracks on Bear Family and 8 on Jasmine. The Jasmine ones are mainly rock 'n' roll and instrumentals, which also goes for Bear Family but Bear puts the emphasis on covers of other people's hits. The choice remains difficult, especially since both CD’s combine swinging music with crackling instrumentals. It's just a pity there's all those doubles, especially because in my opinion there are enough other though possibly less rockin' Frank Virtue & the Virtues tunes available. I for one would love to hear all those cha cha cha's for a change. From the 1960s onwards Frank Virtue started concentrating on producing and running his Virtue Recording Studios until his death in 1994 at the age of 71.
Info: www.jasmine-records.co.uk (Frantic Franky)

Bioscoopfilm Recensie

13 juli 2022

BIOSCOOPFILM ELVIS
Regisseur: Baz Luhrmann, Cast: Austin Butler, Tom Hanks en meer

Ik pretendeer geen Elviskenner te zijn, maar als rock ‘n’ roll liefhebber voelde ik me wel geroepen om de nieuwste Elvis biopic op groot scherm te gaan zien.
De twee hoofdrolspelers kende ik: Tom Hanks, als Colonel Tom Parker, behoeft geen betoog, verrassend vond ik de keuze van Austin Butler als Elvis. Hem heb ik zien spelen in de TV-reeks The Shannara Chronicles waarvan ik per ongeluk twee seizoenen gezien heb (ahum…). Daarin had hij een sprookjesachtige rol als… elf! Enfin, je snapt mijn verbazing toen bleek dat deze man Elvis ging spelen. Qua uiterlijk zijn er ook weinig gelijkenissen, maar gelukkig was ik deze euvels na enkele minuten vergeten en dat is een pluspunt voor de acteur. Dit in tegenstelling tot topacteur Tom Hanks die, zoals het op mij overkwam, maar één karaktereigenschap leek te bezitten: ‘uitgekookt’. Ach, misschien was dat ook wel hoe The Colonel werkelijk was.
Alle bekende gebeurtenissen en aspecten in Elvis’ leven worden uitgebreid uit de doeken gedaan, waaronder ook zijn ingewikkelde relatie met Priscilla Presley (Olivia DeJonge), maar er is geen plaats voor álle (belangrijke) details. Het moet wel leuk blijven voor het grote publiek. Voorbeelden? Elvis zou nooit in het buitenland optreden, maar wij weten allemaal dat hij wel in Canada op het podium heeft gestaan. En waar waren The Jordanaires? Ik heb ze niet gezien of gehoord. Een belangrijker aspect is wellicht dat de details van het hoe en waarom van zijn eerste opname bij Sun onbesproken blijven. Toch een gewichtig punt in zijn carrière, zo lijkt me. Dit komt waarschijnlijk omdat de film uitgaat van de invalshoek van Colonel Tom Parker. Hij is natuurlijk nooit bij het áller-állereerste moment aanwezig geweest. Zijn kant van het verhaal wordt vanuit zijn eigen perspectief, vanuit zijn eigen ogen, verteld. Letterlijk, want hij is hier de verteller van het verhaal. Je mag zelf invullen wanneer Parker's zakenbehartiging goed of minder goed voor Elvis’ carrière is geweest. We zullen immers nooit weten wat er was gebeurd als hij de paden die Tom Parker plaveide wél of juist níet had genomen. De ’69 Comeback Special lijkt me echter wel een voorbeeld van een positieve wending aan Elvis carrière, een wending waarvoor Elvis zélf had gezorgd.
Ik ga hier niet de hele levensloop van Elvis Presley herkauwen. Wat me opviel is dat als je de film in tweeën hakt, namelijk voor en na de pauze, het eerste deel geheel gaat over Elvis (opkomst) in de jaren ’50. Ik vind het altijd prachtig om te zien hoe filmregisseurs zich budgettair mogen uitleven in het neerzetten van een bepaald tijdsbeeld (de auto’s, de kleding, het straatbeeld enzovoorts). In dit geval is filmregisseur Baz Luhrmann er erg in geslaagd een visueel spektakel neer te zetten, zoals we bijvoorbeeld Elvis als jonge tiener zien, stiekem genietend van de zwarte rhythm & blues in de opwindende juke joints in de arme buurten.
Deze aanwezigheid van zwarte pré-rock ‘n’ roll muziek vormt een werkelijke ode aan waar Elvis de mosterd vandaan haalde. Dit betekent natuurlijk ook dat (als je net als ik vooral fan ben van Elvis’ rockabilly- en rock ‘n’ roll periode) je een muzikaal feest der herkenning meemaakt, al zul je je soms verbazen om de songkeuze, die niet altijd zo voor de hand liggend is. Ik hoorde her en der zelfs wat rap- en hiphop-fratsen (!) die de plank compleet misslaan. Wellicht is dit om het jonge publiek te pleasen, maar mijn nekharen gingen er van overeind staan. Want wat heeft deze muziek in Godsnaam met Elvis te maken? Nee, die soundtrack hoef ik niet nog een keer te luisteren. Bovendien hoor je de Elvis songs niet altijd door Elvis zelf zingen, al doet hoofdrolspeler Butler het niet slecht in de songs die hij zelf mocht vertolken. Check het zelf op Spotify.
Natuurlijk ga ik niet verklappen hoe het verhaal eindigt (ik hou niet van spoilers, haha!), maar het zal je gaan ontroeren hoe de regisseur het einde heeft aangepakt. Het grote publiek smult van zo’n einde, zoals het grote publiek zal genieten van de hele film. Ik heb uiteraard opgelet wat voor soort publiek er in de bioscoopzaal zat en dat was erg gemêleerd, van jong en oud, van kenners en liefhebbers tot algemene filmliefhebbers. Wellicht hebben die jongeren voor het eerst rockabilly gehoord! En waar zagen we de film? In Breda. Juist, de woonplaats van Andreas Cornelis Van Kuijk alias Colonel Tom Parker…
Check de trailer op YouTube (Frans van Dongen)

 

CD Recensie

6 juli 2022

THAT'LL FLAT GIT IT Vol. 39:
ROCKABILLY & ROCK 'N' ROLL FROM THE VAULTS OF UNITED ARTISTS RECORDS

Bear Family, BCD17639
English version: see below

Begin dit jaar verscheen reeds Volume 40, nu is er ook Volume 39 in deze nooit eindigende voortreffelijke reeks die de vooral blanke rock 'n' roll inventariseert label per label per label. Dit keer zijn United Artists en zusterlabel Unart aan de beurt, een van de platenlabels na de tweede wereldoorlog en vooral in de jaren '50 opgericht door filmstudio’s die logischerwijs in de eerste plaats mikten op het uitbrengen van film soundtracks. UA werd opgericht in 1957 door de gelijknamige filmstudio en bracht ook flink wat rock 'n' roll uit, wat hier een prima CD met 33 tracks 1958-1962 oplevert.
Het bekendste rock 'n' roll nummer op United Artists en op de CD is wellicht de vorig jaar overleden Billy Eldridge's donderende rockabilly roller Let's Go Baby, maar ook de grote George Jones zat op United Artists en zou daar een aantal van zijn grootste country successen scoren zoals The Race Is On. Dezelfde sessie begin 1962 waar hij zijn mega countryhit She Thinks I Still Care opnam leverde het hier aanwezige Root Beer op, een niet-alcoholische parodie of vervolg op zijn eigen White Lightning. Een andere bekende naam is gitarist Al Casey, en zijn bijdrage The Stinger is een stevige, stoere uptempo gitaar instro met sax, geluidseffecten en op de achtergrond Duane Eddy yells. Nog meer sterk instrumentaal werk is de zware sax grinder The Green Mosquito van The Tune Rockers waarin flink op een mug wordt gemept (doe uzelf een plezier en zoek op YouTube hun TV clip op met een schitterende choreografie). B-kant Warm Up klinkt hetzelfde maar sneller, hoger op de sax gespeeld en met toevoeging van tingel tangel piano. De opvallendste naam op de CD is misschien Jackie Frisco, een Britse zangeres die begin jaren '60 zoveel succes had live on stage in Zuid-Afrika dat haar Zuid-Afrikaanse zwager Mickie Most haar gelijk inviteerde in de opname studio. Haar haast semi-akoestische cover van When You Ask About Love van The Crickets met een hoog Lolita gehalte werd een hit in Zuid-Afrika, en de door Rory Blackwell geschreven female rocker Wait A Minute op de B-kant is eveneens eerder interessant dan goed te noemen en muzikaal beter dan vocaal. Waarom Jackie Frisco dan zo'n opvallende naam is? Ze werd eind 1964 de vierde echtgenote van Gene Vincent! Een andere zangeres op de CD is Joyce Davis met het early sixties Superman, en Black And White Thunderbird is opgewekte catchy meidenpop uit 1959 van The Delicates met in de rangen Peggy Santiglia, in 1963 leadzangeres van The Angels op My Boyfriend's Back. Ondanks de backing vocals erg goeie doch compleet vergeten gedreven rock 'n' roll is Hunt Stevens' Johnny On The Spot en Wes Bryan's Freeze, en bijzonder wild is Chuck Wiley's stop-start sax rocker Tear It Up (niet die van Johnny Burnette). Hungry van Ralph & Randy is een beter dan gemiddelde teen rocker, meer standaard teen rock is de rockaballad Yes That's Love van het duo Ray & Lindy. Een stroll met één oog op de pop markt is Brein Fisher's Double Dating en de strollers mogen verder stappen op Major Bill Smith's early sixties productie That Cat van "Mac Clinton", pseudoniem van mondharmonica speler Delbert McClinton begeleid door The Straitjackets, dezelfde groep met wie McClinton Bruce Channel zou begeleiden op Hey Baby. Nog meer early sixties is de popcorn They Took John Away van Hoyt Hudson. Een erg knap nummer is de exotische, intense upbeat doo-wop stroll Desire, blijkbaar de enige single ooit opgenomen door ene Sal Mure. Inzake covers houdt Denny Reed zich aan Carl Mann's arrangement van I'm Comin' Home maar voegt een parlando stuk toe. Het nummer werd geschreven door Charlie Rich en ook opgenomen door Elvis, maar Reed moet niet onderdoen voor zijn bekendere collega’s. Geen cover maar het klinkt wel zo is Chuck Wiley's grinder ballade Right By My Side dat lijkt op Trying To Get To You. De CD sluit af met de swamp popballade Sometime van Gene Thomas, en dan hebben we het nog geeneens gehad over Rock 'n 'Roll Age van The Four J's (de groep die Fabian begeleidde op I'm A Man en Hound Dog Man), Ronnie Brent's My Sweet Verlene, Chuck Wiley's Shake Up The Dance en Brien Fisher's It's Up To You die allemaal op het ereschavotje mogen plaatsnemen. Drie nummers stonden al eerder op That'll Flat Git It Vol 12: Rockabilly From The Vaults Of Imperial Records, namelijk Billy Eldridge's Let's Go Baby, Warren Miller's Everybody's Got A Baby But Me en Sammy Gowans' flitsende Rockin' By Myself (B-kant Kissin' At The Drive-In mag er ook wezen). Samenvatting: eens te meer een uitstekende CD in een nog steeds uitstekende reeks, met 28 pagina’s track-per-track info van de hand van vaste Bear Family scribent Bill Dahl.
Info: www.bear-family.com (Frantic Franky)

Volume 40 was already out earlier this year, and here's Volume 39 in this never-ending series that inventories white rock 'n' roll label by label by label. This time the spotlight shines on United Artists and its sister label Unart, one of several record labels founded by film studios after the second world war and especially in the 1950s, originally quite logically focussing on releasing film soundtracks. UA, founded in 1957 by the film studio of the same name, also released a lot of rock 'n' roll, which results in an excellent CD with 33 tracks 1958-1962.
The best known rock 'n' roll song on United Artists and on the CD is probably the thundering rockabilly roller Let's Go Baby by Billy Eldridge who died last year, but also the great George Jones was on United Artists where he scored some of his biggest country hits such as The Race Is On. At the same session in early 1962 where he recorded his mega country hit She Thinks I Still Care he laid down the song Root Beer as featured on this CD, a non-alcoholic parody or sequel to his own White Lightning. Another familiar name is guitarist Al Casey whose The Stinger is a solid, sturdy uptempo guitar instro with sax, sound effects and Duane Eddy yells in the background. Other strong instrumental work is The Tune Rockers' heavy sax grinder The Green Mosquito in which a mosquito gets swatted (do yourself a favour and look up the video clip on YouTube with their brilliant choreography). Flip side Warm Up sounds the same but is faster, played higher on the sax and adds honky tonk piano. The most striking name on the CD is perhaps Jackie Frisco, a British singer who had so much success live on stage in South Africa in the early 1960s that her South African brother-in-law, Mickie Most, immediately invited her into the recording studio. Her almost semi-acoustic cover of The Crickets' When You Ask About Love with a high Lolita factor became a hit in South Africa, and the Rory Blackwell written female rocker Wait A Minute on the B-side is also more interesting than good and musically better than vocally. So what's the deal with Jackie Frisco? In late 1964 she became the fourth Mrs. Gene Vincent! Another female singer on the CD is Joyce Davis with the early sixties Superman, and Black And White Thunderbird is cheerful catchy 1959 girl group sound by The Delicates featuring Peggy Santiglia, in 1963 lead singer of The Angels on My Boyfriend's Back. Very driven exciting rock 'n' roll despite the backing vocals but completely forgotten are Hunt Stevens' Johnny On The Spot and Wes Bryan's Freeze, and Chuck Wiley's stop-start sax rocker Tear It Up (not Johnny Burnette's) is particularly wild. Ralph & Randy's Hungry is a better than average teen rocker, Ray & Lindy's rockaballad Yes That's Love is more standard teen rock. Brein Fisher's Double Dating is a stroll with one eye on the pop market and the strollers can keep on strollin' on Major Bill Smith's early sixties production That Cat by "Mac Clinton", pseudonym of harmonica player Delbert McClinton accompanied by The Straitjackets, the same group with whom McClinton would accompany Bruce Channel on Hey Baby. More early sixties stuff is Hoyt Hudson's popcorn They Took John Away, and a very good song is the exotic, intense upbeat doo-wop stroll Desire, apparently the only single ever recorded by one Sal Mure. In terms of covers Denny Reed sticks to Carl Mann's arrangement of I'm Comin' Home but adds a parlando part. The song was written by Charlie Rich and also recorded by Elvis, but Reed's version is not inferior to his more famous colleagues. Not a cover but sounding like one is Chuck Wiley's grinder ballad Right By My Side which is not dissimilar to Trying To Get To You. Our visit to United Artists ends with Gene Thomas' swamp pop ballad Sometime, and we didn't even get around to Rock 'n' Roll Age by The Four J's (the group that accompanied Fabian on I'm A Man and Hound Dog Man), Ronnie Brent's My Sweet Verlene, Chuck Wiley's Shake Up The Dance and Brien Fisher's It's Up To You which all get honourable mentions. Three tracks were already on That'll Flat Git It Vol 12, Rockabilly From The Vaults Of Imperial Records: Billy Eldridge's Let's Go Baby, Warren Miller's Everybody's Got A Baby But Me and Sammy Gowans' flashy Rockin' By Myself (B-side Kissin' At The Drive-In is also a winner). Summary: once again an excellent CD in a still excellent series, with 28 pages of track-by-track info by regular Bear scribe Bill Dahl.
Info: www.bear-family.com (Frantic Franky)


120 YEARS OF THE CADILLAC CAR
Atomicat, ACCD117
English version: see below

Toen ik pas in de rock 'n' roll stapte behoorden Boppin' Cadillac en Boppin' Buick tot my favoriete verzamel-LP’s. Een Cadillac heb ik nog steeds niet maar die platen nog altijd, en Boppin' Cadillac is zo'n beetje het prototype van deze door DJ Mark Armstrong samengestelde CD met 30 tracks 1948-1962 met de merknaam Cadillac in de songtitels, vermeld in de songtekst of uitgevoerd door bands met het woord Cadillac in de groepsnaam, met als excuus de 120ste verjaardag op 22 augustus 2022 van de oprichting in 1902 van dat automerk, notabene door Henry Ford. Ik heb geen idee over welke auto in de jaren '50 de meeste songs zijn gemaakt, maar het zou me niet verwonderen moest dat inderdaad de Caddie geweest zijn, want die groeide uit tot een symbool van de autogekke fabulous fifties, en dan nog liefst een roze Cadillac.
Zes van de 20 nummers van Boppin' Cadillac (en zeven van de 30 tracks van de Buffalo Bop CD Rockin' Cadillac) worden hernomen op 120 Years Of The Cadillac Car, maar het grote verschil is dat de Atomicat CD in tegenstelling tot die twee andere releases niet alleen rock 'n' roll/rockabilly bevat maar ook de zwarte kant van de medaille belicht: misschien was de Cadillac voor de gekleurde en daardoor minder kapitaalkrachtige Amerikaan nóg onbereikbaarder en daardoor ook in de zwarte muziek een statusobject waarop dromen en verwachtingen werden geprojecteerd. De oudste opnames op de CD, beide uit 1948, zijn zwart, Jimmy Liggins' rockende boogie Cadillac Boogie en de croonender Convertable Cadillac van The Trenier Twins die klinkt als een opsomming van de opties van de lokale Cadillac dealer. Die twee stijlrichtingen zijn representatief voor de andere oude zwarte opnames hier: Willie Brown's Cadillac Boogie, Hot Lips Page's The Cadillac Song en Roy Brown's Cadillac Baby dansen de rhythm 'n' blues swing, I Want A Lavender Cadillac uit 1951 van Lavern Baker onder de naam Bea Baker klasseer je eerder bij de jazzy crooners, en Ricky Harper's A Pretty Girl A Cadillac And Some Money swingt lui tussen die twee in. Het bluesrock front wordt vertegenwoordigd door Jerry McCain's Courtin' In A Cadillac, maar de hoofdmoot is uiteraard weggelegd voor rockers in alle modellen. Min of meer bekende rockers, deels omdat ze destijds op die Boppin' Cadillac stonden, zijn Baker Knight's Bring My Cadillac Back ("I gotta find my baby and bring her back 'cause she ran off with my Cadillac. I really need her and I want her back, but if I had my choice I'd take the Cadillac") en de roze Cadillacs van Hal Willis' My Pink Cadillac, Larry Dowd's stevige Pink Cadillac en Donnie Huffman's softere Pink Cadillac (And A Red Headed Girl). Gemener zijn de zwarte Cadillacs bestuurd door Sonny Wallace (Black Cadillac) en door zangeres Joyce Green (zelfde titel, andere song) met wie het aan de tekstflard "I'm gonna buy me a pistol, a great big 45, I'm gonna bring you back baby, dead not alive, I'm gonna ride to your funeral in a black Cadillac" te horen bijzonder kwaad kersen eten is. En omdat het blinkie blinkie mag willen The Aquatones een Solid Gold Cadillac voor hun lief! De bekendste nummers zijn Bob Luman's existentiële Red Cadillac And A Black Moustache, en Bo Diddley rijdt twee keer blokje rond met de rockers Cadillac en Hey Bo Diddley met het tekstfragment “hollerin'my baby got towed away, slipped on from me like a Cadillac Eight”. Geen zwarte muziek op een Atomicat rock 'n' roll CD zonder blanke tegenhanger en dus valt op 120 Years Of The Cadillac ook hillbilly boogie te horen met het door de neus gezongen Cadillac Blues van Don Churchill & his Texas Mavericks uit 1952 en Bob Wills' door rhythm 'n' blues beïnvloede Cadillac In Model A, een radio transcriptie uit 1954 met Wills' jongste broer Billy Jack Wills achter de microfoon.
Groepen die de inspiratie voor hun naam haalden bij de Cadillac waren uiteraard The Cadillacs met de bekende snellemans Speedo, maar ook The El Dorados (naar de Cadillac Eldorado, in productie van 1952 tot 2002) met de uptempo doo-wop rocker Rock ‘n’ Roll Is For Me, niet te verwarren met Those Four Eldorados (de bizarro zwarte rocker Go Little Susie), exact dezelfde groep maar dan op een ander label. Geflipte blanke sax rock 'n' roll is er met Aw C'mon Baby van Myron Lee & the Caddies. De CD eindigt met een stuk of zeven nummers waarin het vlaggenschip aller jaren '50 auto’s vermeld wordt in de lyrics, zoals Big Boy Groves's gesproken stop-start opus ?I Gotta New Car, Young Jessie's gelijkaardige Mary Lou, en het doo-woppende Coupe De Ville Baby van The Medallions die nog een keertje voorbijrijden als Vernon Green & the Medallions met Pushbutton Automobile. Die Medallions hadden duidelijk iets met automobielen want ze namen voorts ook Speedin', Buick 59 en zelfs 59 Volvo op! Wanda Jackson's Baby Loves Him ("baby fell for a cat with the blue suede shoes, drives a pink Cadillac and never sings the blues") klinkt als Gene Vincent anno 1956 en Ron Haydock covert Chuck Berry's Maybelline (“I saw Maybelline in a Coupe De Ville, a Cadillac a-rollin’ on an open road") op - typisch Ron Haydock - onorthodoxe blanke, haast dreigende wijze. Excellente compilatie waarmee wij die onze boodschappen nog steeds zoveel mogelijk met de fiets en de benenwagen doen graag een eind weg dromen van tijden waarin de benzine nog niet zo schrikkelijk duur was.
Info: www.vintagerockinroots.com (Frantic Franky)

When I discovered rock 'n' roll Boppin' Cadillac and Boppin' Buick were among my favourite compilation LP’s. I still don't have a Cadillac, but I do hang on to those two LP’s, and Boppin' Cadillac is pretty much the prototype of this CD compiled by DJ Mark Armstrong featuring 30 tracks 1948-1962 with the brand name Cadillac in the song titles, mentioned in the lyrics or performed by groups with the word Cadillac in the band name, marking the 120th anniversary on 22 August 2022 of the car manufacturer's founding in 1902, by Henry Ford of all people. I have no idea about which car most songs were made in the fifties, but it would not surprise me if it was indeed the Caddie, because it became a symbol of the car crazy fabulous fifties, preferably a pink Cadillac. Six of the 20 tracks on Boppin' Cadillac (and seven of the 30 tracks on Buffalo Bop's Rockin' Cadillac CD) are reprised on 120 Years Of The Cadillac Car, but the big difference is that unlike the other two releases the Atomicat CD not only features rock 'n' roll/rockabilly but also the black side of the coin: perhaps for coloured and inherently less wealthy Americans the Cadillac was even more unattainable and therefore also in black music a status object on which dreams, hopes and expectations were projected. The oldest recordings on the CD, both from 1948, are black, Jimmy Liggins' rockin' boogie Cadillac Boogie and the Trenier Twins' crooning Convertible Cadillac which sounds like a listing of the local Cadillac dealer's options catalogue. Those two styles are representative of the other older black recordings here: Willie Brown's Cadillac Boogie, Hot Lips Page's The Cadillac Song and Roy Brown's Cadillac Baby dance to rhythm 'n' blues swing, Lavern Baker's 1951 I Want A Lavender Cadillac recorded as Bea Baker is more like a jazzy crooner, and Ricky Harper's A Pretty Girl A Cadillac And Some Money swings lazily in between the two. The blues rock front is represented by Jerry McCain's Courtin' In A Cadillac, but the main part of the CD is of course dedicated to rock 'n' roll in all shapes and sizes. More or less famous tracks, partly because at the time they were included on that Boppin' Cadillac LP, are Baker Knight's Bring My Cadillac Back ("I gotta find my baby and bring her back 'cause she ran off with my Cadillac. I really need her and I want her back, but if I had my choice I'd take the Cadillac") and the pink Cadillacs of Hal Willis's My Pink Cadillac, Larry Dowd's tough Pink Cadillac and Donnie Huffman's softer Pink Cadillac (And A Red Headed Girl). Mixed in are the black Cadillacs driven by Sonny Wallace (Black Cadillac) and by singer Joyce Green (same title, different song) who's no to be messed with judging from lyrics like "I'm gonna buy me a pistol, a great big 45, I'm gonna bring you back baby, dead not alive, I'm gonna ride to your funeral in a black Cadillac". And because there's something like bling bling The Aquatones want a Solid Gold Cadillac for their sweetheart! The best known songs are Bob Luman's existential Red Cadillac And A Black Moustache, and Bo Diddley drives around the block twice with the rockers Cadillac and Hey Bo Diddley which contains the sentence "hollerin'my baby got towed away, slipped on from me like a Cadillac Eight". No black music on an Atomicat rock 'n' roll CD without its white counterpart and 120 Years Of The Cadillac also features hillbilly boogie with Don Churchill & his Texas Mavericks who sing their 1952 Cadillac Blues through their nose and Bob Wills' rhythm 'n' blues influenced Cadillac In Model A, a 1954 radio transcription with Wills' youngest brother Billy Jack Wills behind the wheel.
Groups who got the inspiration for their name from the Cadillac car were of course The Cadillacs with fast boy Speedo, but also The El Dorados (named after the Cadillac Eldorado, in production from 1952 to 2002) with the uptempo doo-wop rocker Rock 'n' Roll Is For Me, not to be confused with Those Four Eldorados (the bizarro black rocker Go Little Susie), in fact the exact same group on another label. Myron Lee & the Caddies' Aw C'mon Baby is flippin' white sax rock 'n' roll. The CD ends with some seven tracks in which the flagship of all fifties cars is mentioned in the lyrics, such as Big Boy Groves's spoken stop-start opus I Gotta New Car, Young Jessie's similar Mary Lou, and the doo- woppin' Coupe De Ville Baby by The Medallions who drive by again as Vernon Green & the Medallions with Pushbutton Automobile. The Medallions clearly had a thing for automobiles as they also recorded Speedin', Buick 59 and even 59 Volvo! Wanda Jackson's Baby Loves Him ("baby fell for a cat with the blue suede shoes, drives a pink Cadillac and never sings the blues") sounds like 1956 Gene Vincent and Ron Haydock covers Chuck Berry's Maybelline ("I saw Maybelline in a Coupe De Ville, a Cadillac a-rollin' on an open road") in typical Ron Haydock fashion in an unorthodox white, almost threatening way. This is an excellent compilation that allows people like me who prefer to go shopping as much as possible by bicycle and on foot to dream about the days when gasoline was not so terribly expensive.
Info: www.vintagerockinroots.com (Frantic Franky)

1 juli 2022

SPOTLIGHT ON/ SAM COOKE
Koko Mojo, KM-CD-159
English version: see below

DJ Mark Armstrong die een CD samenstelt waarop zelfs Frank Sinatra-achtige muziek als I've Got A Right To Sing The Blues staat? Wie had het ooit gedacht! Sam Cooke, de hitmaker van Twistin' The Night Away, What A Wonderful World, Chain Gang en Everybody Loves To Cha Cha Cha, is dan ook niet de eerste de beste maar wel één van de beste en mooiste stemmen uit de popmuziek, een hemelse stem gezegend met de gospel waarin Cooke opgroeide als leadzanger van The Soul Stirrers.
De chronologische 28 track CD 1951-1963 begint toepasselijk met enkele gospel songs van The Soul Stirrers zoals het acapella Jesus Gave Me Water, maar een Soul Stirrers nummer als Touch The Hem Of His Garment is al helemaal de unieke ballade stijl waarmee Cooke beroemd zou worden, zij het nog met het rauwe randje in de zang dat er toen hij solo en werelds ging snel afgevijld werd. Ook Wade In The Water, Jesus Be A Fence Around Me en He's Been A Shelter For Me, alle drie geschreven door Sam Cooke, zijn The Soul Stirrers maar dan met andere leadzangers. Een nummer als Swing Low Sweet Chariot is uiteraard een standaard maar tegelijkertijd een hele bekende gospel, en Ain't That Good News en Happy In Love zijn pop maar dan volledig gebaseerd op gospel, zowel de teksten als de muziek. Dit is geen rock 'n' roll CD omdat Sam Cooke daarvoor te weinig rock 'n' roll heeft opgenomen, maar ondertitel Movin' And Groovin' With Sam Cooke slaat de nagel op de kop zoals de centurioen Jesus aan het kruis sloeg. Cooke's forte waren onweerstaanbaar swingende medium tempo songs vol zorgeloze tralala's in de stijl van Chain Gang dat niet op de CD staat want de hierboven genoemde grote hits zijn allemaal achterwege gelaten. Voorbeelden van Cooke's heupwiegende stijl op deze CD zijn Just For You, Movin' And Groovin', That's It I Quit I'm Movin' On, Love You Most Of All, de cha cha cha Win Your Love For Me, No One (Can Ever Take Your Place) en If I Had You, muziek gebracht met een smile, naast perfecte pop (Long Long Ago, Mary Mary Lou, A Whole Lotta Woman) maar ook uptempo (het amper 1:28 durende Running Wild bekend van Marilyn Monroe in de film Some Like It Hot) en medium tempo swing (Comes Love). Daarnaast staan er ook enkele covers van andermans' hits op zoals The Twist, Shake Rattle And Roll met orgel (meer pop dan rock 'n' roll) en het bluesy Little Red Rooster met orgel. De CD bevat in totaal 20 nummers gezongen door Sam Cooke, vijf van The Soul Stirrers waarvan dus twee met leadzang van Sam Cooke, en drie door Sam Cooke geschreven nummers gezongen door andere artiesten: Pow You're In Love van The Falcons, The Smile van The Simms Twins, en Rome (Wasn't Built In A Day) van Johnnie Taylor, in 1957 Cooke's vervanger bij The Soul Stirrers. Ze zijn alle drie helemaal in Sam Cooke stijl, maar Cooke nam daarvan bij ons weten enkel Rome (Wasn't Built In A Day) ook zelf op.
Samenvatting: niet de hits (het bekendste nummer is Having A Party), maar "het beste van de rest" zoals Koko Mojo zelf zegt. Gelijk hebben ze, want deze CD bespaart u alle trage nummers waar Sam Cooke LP’s als My Kind Of Blues en Night Beat vol mee staan. Sam Cooke werd eind 1964 op 33-jarige leeftijd in nooit helemaal uitgeklaarde omstandigheden doodgeschoten nadat hij een vrouw had proberen aan te randen. Info: www.officialsamcooke.com en www.vintagerockinroots.com (Frantic Franky)

DJ Mark Armstrong compiling a CD that includes Frank Sinatra-styled songs like I've Got A Right To Sing The Blues? Who would ever have thought! Sam Cooke, maker of the hits Twistin' The Night Away, What A Wonderful World, Chain Gang and Everybody Loves To Cha Cha Cha, is one of the best and most beautiful voices in pop music, a heavenly voice blessed with the gospel in which Cooke learned the trade as lead singer of The Soul Stirrers.
The chronological 28 track CD 1951-1963 starts with a couple of gospel songs by The Soul Stirrers like the acapella Jesus Gave Me Water, but a Soul Stirrers song like Touch The Hem Of His Garment already showcases the unique ballad style that Cooke would become famous for, albeit still with the raw vocal edge that was quickly disposed of when he went solo and secular. Also Wade In The Water, Jesus Be A Fence Around Me and He's Been A Shelter For Me, all three written by Sam Cooke, are The Soul Stirrers but with other lead singers. A song like Swing Low Sweet Chariot is of course a standard but at the same time a familiar gospel, and Ain't That Good News and Happy In Love are pop but completely based on gospel, both lyrically and musically. This is not a rock 'n' roll CD because Sam Cooke recorded too little rock 'n' roll for that, but subtitle Movin' And Groovin' With Sam Cooke nails it like the centurion nailed Jesus on the cross. Cooke's forte was irresistibly swinging medium tempo songs full of carefree tralala's in the style of Chain Gang which is not on the CD because the aforementioned big hits have all been left out. Examples of Cooke's ultra cool hip-swaying style on this CD are Just For You, Movin' And Groovin', That's It I Quit I'm Movin' On, Love You Most Of All, the cha cha cha Win Your Love For Me, No One (Can Ever Take Your Place) and If I Had You, music sung with a smile, alongside perfect pop (Long Long Ago, Mary Mary Lou, A Whole Lotta Woman) but also uptempo (the barely 1: 28 Running Wild known from Marilyn Monroe in the film Some Like It Hot) and medium tempo swing (Comes Love). There are a few covers of other people's hits like The Twist, Shake Rattle And Roll with organ (more pop than rock 'n' roll) and the bluesy Little Red Rooster also with organ. The CD contains 20 songs sung by Sam Cooke, five by The Soul Stirrers two of which feature lead vocals by Sam Cooke, and three songs written by Cooke but sung by other artists: The Falcons' Pow You're In Love, The Simms Twins' The Smile, and Rome (Wasn't Built In A Day) by Johnnie Taylor who in 1957 replaced Cooke in The Soul Stirrers. All three are in Sam Cooke's typical style, but to our knowledge he only recorded Rome (Wasn't Built In A Day) himself.
Summary: not the hits (the best known song here is Having A Party), but "the best of the rest" as Koko Mojo says. They're right, as this CD avoids all the slow songs that make up the majority of Sam Cooke LP’s like My Kind Of Blues and Night Beat. Sam Cooke was shot dead in 1964 at the age of 33 in circumstances that were never fully established after he supposedly tried to attack a woman. Info: www.officialsamcooke.com en www.vintagerockinroots.com (Frantic Franky)


SKINNY MINNY: THE BRITS ARE ROCKING Vol. 6/ TONY SHERIDAN
Bear Family, BCD17635
English version: see below

De artiesten op Bear Family's The Brits Are Rocking reeks kan je opsplitsen in enerzijds de rock 'n' roll pioniers als Tommy Steele en Billy Fury en anderzijds de zangers die het mooie weer maakten in het Duitse live circuit zoals Lee Curtis en King Size Taylor, en hùn CD’s bestaan voor het overgrote deel uit covers. Tot de tweede soort behoort zanger-gitarist Tony Sheridan, samen met Taylor en Curtis een van de top attracties in Hamburg in de dagen van de Star Club. Sheridan was niet de eerste de beste: hij was gastgitarist in het TV programma Oh Boy, speelde naar eigen zeggen gitaar op Right Behind You Baby en I Like Love van Vince Taylor, en stond in 1960 mee op de affiche van de fatale Britse tour van Eddie Cochran en Gene Vincent. In juni van datzelfde jaar was hij een van de eerste Britse muzikanten die de overstap naar de St. Pauli uitgaansbuurt in Hamburg maakten. Wat en waar en wanneer en met wie hij er speelde staat van naaldje tot draadje uitgelegd in het dikke CD booklet van 40 pagina’s, maar waar het om gaat is dat Sheridan achteraf een heel klein beetje wereldberoemd werd door zijn associatie met de jonge Beatles. The Beatles, zonder Ringo Starr (drummer was toen nog Pete Best), kwamen in augustus 1960 ook naar Hamburg, fungeerden korte tijd als Sheridan's begeleidingsband en maakten er in juni 1961 met hem hun eerste professionele opnames, zij het onder de naam The Beat Brothers omdat "pidel" in het Duits zoveel betekent als piemel! Die opnames met orkestleider Bert Kaempfert als producer die resulteerden in de Tony Sheridan & the Beat Brothers single My Bonnie/ The Saints (When The Saints Go Marching In) zijn sindsdien uiteraard heel vaak gerecycleerd maar altijd met enige onduidelijkheid omgeven gebleven omdat er ook Tony Sheridan & the Beat Brothers opnames zijn waarbij die Beat Brothers niét The Beatles waren. Bear Family maakte in 2001 al de definitieve Tony Sheridan & the Beatles anthologie met de dubbel-CD (BCD16583) Beatles Bop Hamburg Days waarop de in totaal 10 songs die ze in juni 1961 en mei 1962 samen opnamen te horen zijn in 38 mono en stereo versies, remixes, overgedubde en alternatieve versies. Drie ervan staan ook op deze CD, namelijk de sympathieke rechtdoor rocker My Bonnie (het bekende liedje My Bonnie Lies Over The Ocean) met de Engels gesproken intro (er is ook een versie met een Duitse intro), de stereo versie van When The Saints Go Marching In, en een van de drie versies van het rustige, broeierig bluesy Take Out Some Insurance On Me Baby.
Door zijn associatie met The Beatles worden Sheridan's eigen platen te vaak over het hoofd gezien, maar deze CD bevat 29 Polydor opnames 1961-1965 afkomstig van singles en van de LP’s Tony Sheridan & the Beat Brothers: My Bonnie (1961, waarop dus voor het overgrote deel The Beatles niét meespeelden) en Just A Little Bit Of Tony Sheridan (1964), met Get On The Right Track Baby, Ready Teddy, Hallelujah I Love Her So, Let’s Twist Again, Whole Lotta Shakin’ Goin’ On, Just a Little Bit en Mary Ann voor het eerst legaal op CD. De covers zijn weer eens in de meerderheid, niet alleen van rock 'n' roll klassiekers als Shake Rattle And Roll, Ready Teddy, Jambalaya, You Are My Sunshine en Skinny Minny (Bill Haley), maar ook verrassender van Dion's stroll Ruby Baby met Joey Dee & the Starliters op backing vocals en van Get On The Right Track Baby, bekend als rockabilly van Joe Clay maar oorspronkelijk een zwart nummer van Titus Turner, hier erg jazzy swingend in 1964 met onder meer een orgeltje in de gelederen, orgel dat ook opduikt in Let's Dance (Chris Montez) met een erg jazzy gitaarsolo en in de fake live orgel twist Ya Ya in twee Parts. Er is nog meer twist met Let's Twist Again en op een andere dansrage wordt ingespeeld met het stroll ritme van Let's Slop van de Duitse zanger Mike Roger. Op Whole Lotta Shakin' Goin' On, What'd I Say en Swannee River klinkt Sheridan's stem een beetje als Jerry Lee Lewis, en de in violen verpakte ballade Ich Lieb Dich So is een Duitstalige cover van Ben E. King's Ecstasy, ook maar dan in het Engels gedaan door Lee Curtis en door Johnny Kidd & the Pirates. De enige eigen composities zijn Top Ten Twist, een beschaafde rocker op twist tempo, en het pure sixties Shake It Some More uit 1965. Al even sixties is het funky My Babe uit 1964. Naarmate de sixties vorderden evolueerde Sheridan steeds meer naar de blues en de jazz, getuige Madison Kid met een paar Duitse woorden in de Engelse tekst, een nummer origineel van Kid Burbank, pseudoniem van... Helmut Zacharias! Het jazzy Sweet Georgia Brown (1964) heeft opnieuw een prominent orgel dat ook terugkomt in Hey Ba Ba Re Bop (1965), en al even bluesy zijn Kansas City (1964), Mary Ann (Ray Charles) en Just A Little Bit (1964 van The Townsmen, de groep van het Save The Last Dance For Me antwoord You're Having The Last Dance With Me). Het CD booklet is erg goed geschreven (auteur is de mij geheel onbekende Roland Heinrich Rumtreiber die al eerder de booklets voor "Europese" rock 'n' roll compilaties op Bear Family verzorgde) en dat is iets wat ik niet snel zeg wanneer er ook een psychologische en zelfs een astrologische analyse van de zanger en zijn jeugd wordt gemaakt! Om de CD te waarderen moet je natuurlijk wel bestand zijn tegen al die covers, in de wetenschap dat deze platen de neerslag vormden van het live entertainment aangeboden in het Hamburgse nachtleven, soms ingeblikt als party muziek volgens de live formule van een stiller stuk en dan terug de gas erop. Niet alles hier klinkt even geïnspireerd maar Sheridan's talent is overduidelijk op nummers als Ruby Baby, en de reden dat hij nooit definitief doorbrak is wellicht te zoeken in een combinatie van opgebrand en een kort lontje. De enige niet-Beatle die lead zong op een Beatles single die de hitparade haalde nam in 1981 nog een album op met de TCB Band en werd in de jaren '80 lid van de Bhagwan. Hij overleed in Hamburg in 2013 op 72-jarige leeftijd na een hartoperatie. Volume 8 van The Brits Are Rocking met Vince Taylor in de hoofdrol verscheen op 3 juni, Volume 7 staat nog on hold.
Info: www.bear-family.com (Frantic Franky)

The artists featured on Bear Family's The Brits Are Rocking series can be divided into two categories: the pioneers like Tommy Steele and Billy Fury, and the singers who became famous on the German live scene like Lee Curtis and King Size Taylor, and their CD’s consist for the most part of covers. Singer-guitarist Tony Sheridan falls into the second category and was one of the top draws in Hamburg in the Star Club days together with Taylor and Curtis. He wasn't just anybody, being a guest guitarist on the TV show Oh Boy, laying claim to have played guitar on Vince Taylor's Right Behind You Baby and I Like Love, and sharing the bill with Eddie Cochran and Gene Vincent on their fatal British 1960 tour. In June of the same year he was one of the first British musicians to make the move to Hamburg's St. Pauli entertainment district. What and where and when and with whom he played there is explained in detail in the 40 page CD booklet, but what matters is that Sheridan became a little bit world famous a little bit later through his association with the young Beatles. The Beatles, without Ringo Starr (their drummer at the time was Pete Best), came to Hamburg in August 1960, acted for a short spell as Sheridan's backing band and made their first professional recordings with him in June of 1961, albeit under the name The Beat Brothers because "pidel" in German is slang for penis! These recordings produced by orchestra leader Bert Kaempfert resulting in the Tony Sheridan & the Beat Brothers 45 RPM My Bonnie/ The Saints (When The Saints Go Marching In) have been recycled countless times since but always remained a bit of a mystery as there are also Tony Sheridan & the Beat Brothers recordings on which The Beat Brothers were not The Beatles. Bear Family already produced the definitive Tony Sheridan & the Beatles anthology in 2001 with the double CD (BCD16583) Beatles Bop Hamburg Days on which the total of 10 songs they recorded together in June 1961 and May 1962 can be heard in 38 mono and stereo versions, remixes, overdubs and alternative versions. Three of those are also on this CD, the sympathetic straight forward rockin' My Bonnie (the well known song My Bonnie Lies Over The Ocean) with the English spoken intro (there is also a version with a German intro), the stereo version of When The Saints Go Marching In, and one of the three versions of the relaxed, sultry bluesy Take Out Some Insurance On Me Baby.
Because of his association with The Beatles Sheridan's own output is often overlooked, but this CD contains 29 Polydor recordings 1961-1965 originally issued on 45s and on the LP’s Tony Sheridan & the Beat Brothers: My Bonnie (1961, on which for the most part The Beatles did not play) and Just A Little Bit Of Tony Sheridan (1964), with Get On The Right Track Baby, Ready Teddy, Hallelujah I Love Her So, Let's Twist Again, Whole Lotta Shakin' Goin' On, Just a Little Bit and Mary Ann making their legal CD debut. Once again the majority of the tracks are covers, of not only rock 'n' roll classics like Shake Rattle And Roll, Ready Teddy, Jambalaya, You Are My Sunshine and Skinny Minny (Bill Haley), but also more surprisingly Dion's stroll Ruby Baby with Joey Dee & the Starliters on backing vocals and Get On The Right Track Baby, a popular rockabilly track by Joe Clay but originally a black song by Titus Turner, here in 1964 very jazzy swinging with an organ in the ranks, organ which also appears in Let's Dance (Chris Montez) with a very jazzy guitar solo and in the two Parts of the fake live organ twist Ya Ya. There's more twist with Let's Twist Again and another dance craze is the stroll rhythm of Let's Slop, originally done by German singer Mike Roger. On Whole Lotta Shakin' Goin' On, What'd I Say and Swannee River Sheridan's voice sounds not unlike Jerry Lee Lewis, while the violin wrapped ballad Ich Lieb Dich So is a German language cover of Ben E. King's Ecstasy, also done in English by Lee Curtis and by Johnny Kidd & the Pirates. Sheridan's only original compositions are Top Ten Twist, a civilised rocker based upon a twist tempo, and the pure sixties sounds of 1965's Shake It Some More. Equally sixties is 1964's funky My Babe. As the sixties progressed Sheridan veered more and more towards blues and jazz, as evidenced by Madison Kid with a few German words in the English lyrics, a song originally done by Kid Burbank, pseudonym of... Helmut Zacharias! The jazzy Sweet Georgia Brown (1964) again features a prominent organ that also returns in Hey Ba Re Bop (1965), and just as bluesy are Kansas City (1964), Mary Ann (Ray Charles) and Just A Little Bit (1964, originally done by The Townsmen, the group of the Save The Last Dance For Me answer You're Having The Last Dance With Me).
The CD booklet is expertly written by Roland Heinrich Rumtreiber (no idea who this guy is but he already did the booklets for other "European" rock 'n' roll comps on Bear Family) and that's something I don't say very often when including a psychological and even an astrological analysis of the performer's childhood! To appreciate the CD you have to be able to stand all those covers though, in the knowledge that they represent the live entertainment on offer in Hamburg's nightlife, sometimes recorded as party music following the proven live formula of a calmer part followed by picking up the volume and speed again. Not everything here sounds equally inspired but Sheridan's talent is obvious on songs like Ruby Baby, and the reason he never really made it may be a combination of a burn out and a short fuse. The only non-Beatle to sing lead on a Beatles 45 that made the charts afterwards recorded an album with the TCB Band in 1981 and became a member of the Bhagwan in the 1980s. He died in Hamburg in 2013 at the age of 72 following heart surgery. Volume 8 of The Brits Are Rocking featuring Vince Taylor was released on June 3, Volume 7 has been delayed. Info: www.bear-family.com (Frantic Franky)





Lees hier de oudere recensies

Terug naar de voorpagina