(reclame)

 

2022

PINK CADILLAC
Wommelgem (B), 26 november 2022

Verslag: Jiving Walter / foto's: Gerda Lens

Twee dagen voor het optreden moest ik in het ziekenhuis een wijsheidstand [nvdr: verstandskies] laten trekken. Het kon niet slechter uitkomen. Dat is een ernstige ingreep, dus ik vreesde voor een gezwollen, blauwe, pijnlijke kaak. De goden waren me echter gunstig gezind en spaarden me voor dit onheil. Weeral een kies minder als ik sta te klappertanden van de kou. Ik had onze ploeg, die allengs maar aangroeit, opgetrommeld voor een optreden van de groep Pink Cadillac in café Den Klauwaert in Wommelgem. Dit dorp heeft een heel gezellige kern en de herberg oogt nog echt dorps in een nauw straatje met kasseien. Een pech voor ons was dat de kneip gevuld was met voetbalsupporters voor het wereldkampioenschap. Er stonden twee schermen opgesteld en we waanden ons in een verkeerd lokaal omdat er nog geen band te bespeuren viel. Veel getier en gejoel in dat lokaal met een overwegende mannenschaar en dat drukte een beetje onze vreugde. Voetbal kijken terwijl een groep speelt, dat kan toch niet? Meestal heb je dan nog beschonken gozers die op de toog bonken bij een doelpunt. Rock 'n' roll en voetbalfans valt niet samen te rijmen. De muziekgroep die intussen alles had opgesteld wachtte rustig het eindsignaal van de wedstrijd af en begon twee uur later dan gepland. Je denkt dan dat de kroeg leegloopt omdat het merendeel van het publiek deze muziek niet kent, maar nee, integendeel, de massa zwol nog aan: een tjokvolle vloer, amper gelegenheid om te dansen. Ik stond bijna naast de zangeres (er was geen verhoog). Dan maar genieten vanop je barkruk vanuit onze hoek waar zelfs één van onze vrienden op een bierton zat.

Pink Cadillac is een rock 'n' roll band die de klassiekers ten berde brengt. Songs die ik nog nooit van een andere groep had gehoord waren een instrumentale Pipeline van The Chantays, surf van de bovenste (letterlijk) plank als opwarmer, met daarop volgend Sh Boom (Crew Cuts), Who Put The Bomp (Barry Mann), Mr. Bassman (Johnny Cymbal) en Tell Him (Exciters) een beetje zwemend naar doo-wop. Ook de vrouwen werden niet vergeten met Queen For Tonight (Helen Shapiro), Lipstick On Your Collar (Connie Francis) en Sweet Nothin's (Brenda Lee). De aanhef van Speedy Gonzales (Pat Boone) werd door een paar flauwe grappenmakers met kattengejank beantwoord, een steeds terugkerende afgezaagde mop, je weet al op voorhand wat er gaat gebeuren. De groep heeft een zangeres die niet op haar mondje was gevallen. Ze was bijvoorbeeld niet geïnteresseerd in de kleur van onderbroek van de bassist en dreef de spot met hem. Hij was altijd de pineut. Ze vertelde dat hij ziek was, waarop iemand antwoordde: "ja, en morgen gans het café", verwijzend naar covid. Daar hing plots een vrouwelijke fan rond zijn nek die waarschijnlijk medelijden met hem had en zijn pet op haar hoofd zette. De zangeres kon het niet laten de vrouw erop te wijzen dat ze niet doorhad aan welk avontuur ze begon. Ze sloten de avond af met Shout en dat is altijd een meestamper. Van dansen was geen sprake meer omdat het volk maar bleef binnenstromen. Ik vraag me af vanwaar die nog zo laat opdoemen om middernacht. Later had ik nog een babbel met de leadgitarist en spoorde hem aan om meer reclame te maken voor hun optredens. Het was immers per toeval dat ik ze had ontdekt. Jammer dat goede talenten alzo niet tot hun recht komen, want zoals steeds geldt ''onbekend is onbemind'.

Bij het buitengaan keuvelde ik nog eventjes met een boom van een kerel die rustig een sigaret rookte op de bank voor de zaak. Hij vertelde me dat hij busvoerder was en met een koptelefoon steeds naar rock 'n' roll luisterde tijdens de rit. De reizigers zullen dan wel zonder twijfel in sneltempo ter bestemming raken. Een man om in het oog te houden.

RON ELLY BAND
Morkhoven (B), 25 september 2022

Verslag: Jiving Walter / foto's: Anne-Mie

"Als je een brede smaak hebt, ben je een rijk man", zegt de volkswijsheid. Inderdaad, ik hou van alle soorten rock 'n' roll en zeker van de bezieling die muzikanten uitstralen. Voor mij telt de sfeer en het samenzijn, dat is het belangrijkste. Oudere mannen spelen meestal bedaarder en ervarener. Ik had even gesnuisterd onder de bands die overwegend spelen in herbergen in de Kempen. Onderschat dat niet, want er zitten soms krakken [nvdr: uitblinkers] van muzikanten bij. Ditmaal wilde ik met de ploeg even gaan luisteren naar de Ron Elly Band, voor de meesten van ons onbekend, maar daarom niet minder goed. Als initiatiefnemer-uitnodiger ben ik soms een luttel ongerust dat de schouw [nvdr: show*] zou tegenslaan, maar het valt altijd mee. Het optreden ging door in café De Snelle Duif in Morkhoven tegen Herentals in de late noen. Ik verwachtte daar een hoop duivenmelkers met een stofjas, een pet en manden te zien, maar neen, we troffen een gezellig ingerichte kneip aan. Onze groep groeit maar aan, dus krijgen we stilaan problemen met zitplaatsen. De stoelendans begon waar we met tien man verhuisden van het raam aan de inkom naar de praatruimte achteraan. Daar hadden we dan de zwarigheid dat de zon vlak in ons gelaat scheen, dus weer verder schuifelen. Sommigen opperden om op het terras te gaan zitten, maar daar zagen we dan weer niets van de groep. Kortom, na een halfuur bedisselen vatten we plaats rond de biljarttafel. Daar dansten we ook, want meestal is in zo'n kneip de dansvloer veel te klein en dan riskeer je een trap of een elleboogstoot. En schaken [nvdr: shaken] op het terras heeft ook zijn charme.

Ron Elly speelt de klassiekers en vooral Elvis. Hoewel er was aangekondigd dat het optreden een eerbetoon aan Burt Blanca zou zijn, heb ik daar geen noot van gehoord. Ze spelen niet enkel jaren' 50, maar gezien het publiek ook Creedence Clearwater Revival of Chris Rea (The Road To Hell), Tina Turner via Tony Joe White (Steamy Windows), Freddy Fender (Wasted Days And Wasted Nights) en Vlaamse klassiekers als Will Tura (Eenzaam Zonder Jou), maar het overgrote deel was stevige rock 'n' roll. Elly speelt al sinds de jaren '60 en heeft een trouwe schare aanhangers. Hij oogt wel ernstig en heeft droge humor, maar als je hem echter aanspreekt is hij heel sympathiek. Hij beloofde me zelfs speciaal Blue Moon in te studeren om ons een plezier te doen.

Ze kwamen rond met boterhammen die we gratis mochten opeten, een leuk gebaar. Mijn broer vroeg of er zich sneetjes tussen bevonden met hagelslag, wat de aanbrenger ontkende. We konden dan ook niet weigeren lotjes te kopen om de zaak te steunen. Het was een gezegende dag voor ons, want we hadden tweemaal prijs, een poetsset en een kaars die de geur van citroenen verspreidt. Van nu af aan geen patchoeli reuk meer, maar citronella:-) Soms nodig ik andere vrouwen uit voor een dansje. Ik deed een verzoek bij een oudere vrouw die steeds op de dansvloer stond. Ze weigerde. Haar man voelde zich onbehaaglijk over haar en verontschuldigde zich menigmaal in haar plaats. Hij vertelde me dat ze onderling een overeenkomst hadden gesloten om niet te rock 'n' rollen met andere partners. Hij mocht wel tango, wals en cha cha cha met andere vrouwen dansen maar geen rock 'n' roll. Ik zie de logica er nog steeds niet van in, maar eenieder heeft zo zijn eigen manier van denken. We hebben met ons ploegje veel gelachen en dat is ook rock 'n' roll. Nadat we een half brood in ons kas hadden geslagen, was het tijd om op te krassen. Veel lol gehad.

* Nvdr: het woord "schouw" komt hier van het werkwoord "schouwen", dus kijken, en is verwant met het Engelse "to show". Het heeft niets te maken met het Vlaamse woord "schouw" in de betekenis van schoorsteen.

EARL JACKSON
Tienen (B), 27 augustus 2022

Verslag: Jiving Walter / foto's: Anne-Mie

Ik snakte ernaar om na dat klierig covid gedoe nog eens die gezellige sfeer van Radio Modern op te snuiven, en op zaterdag 27 augustus mochten wij ons verheugen op een optreden van Earl Jackson met CC Jerome naar aanleiding van de Culemborg feesten in Tienen op de tweede grootste markt in Vlaanderen. En ja, ik vond het wel indrukwekkend met een mooi verlichte kerktoren, vooral de geel beschenen ramen. Als striplezer begint mijn verbeelding dan te werken en ik dacht aan een strip van Suske en Wiske, De Schat Van Beersel uit 1954, waarin tijdens een openluchtvoorstelling plots uit de hoogte op de kantelen van een burcht een reuzegrote groene boosaardige vledermuis over het volk scheert. Paniek alom! Radio Modern had weer alles tot in de puntjes geregeld met een degelijke dansvloer, alleen wel een beetje gevaarlijk door de hoogte aan de randen waar men zich flink aan kon bezeren als je ernaast trapte. Voorts was er de gebruikelijke optut boede met de Modernettes en ook een jaren '50 caravan waarin je kon gekiekt worden. Toevallig heb dit jaar een sleurhut gekocht, dus dit boeide me wel. De modellen van de jaren '50 waren volgens mij wel wat kleiner en ronder. Heden ten dage zie je joekels van zulke aanhanghuizen rondrijden. Het kan niet meer op.

Het feest werd ingezet met de gangbare aanlering van nieuwe danspasjes door Apollo Swing, een goede ijsbreker om de jool [nvdr: feest] op gang te trekken. Earl Jackson is afkomstig van Jamaicaanse ouders en geraakte vlug bekend met gospel. Later in de jaren '80 maakte hij kennis met de rock 'n' roll en legde hij zich toe op het naspelen van Chuck Berry. Niet enkel de muziek maar ook het voorkomen, de kledij en de bewegingen van zijn voorbeeld had hij zich eigen gemaakt. Ik bedoel hier onder andere de zeemanspet die Chuck Berry in de latere jaren na de rock 'n' roll periode steeds opzette, of qua moves de zo vermaarde duck walk, de spreidstand, het ter plaatse getrappel en de hoekige snokbewegingen met zijn gitaar die echt zijn visitekaartje waren. Het was een bluesfestival dus speelde Earl Jackson ook vele bluesnummers zoals Flip Flop And Fly van Big Joe Turner, Tutti Frutti van Little Richard en Howling For My Baby van Howling Wolf, een uitstekende bopper. Chuck Berry songs waren Nadine en Johnny B. Goode. Bij aanvang van zijn opkomen verontschuldigde hij zich (voor de schijn) voor zijn telaatkoming en nodigde hij de toehoorders daarom uit om hem op ''spanking" of billenkoek te trakteren, een duidelijke sexuele ondertoon waar Chuck Berry niet vies van was. Earl Jackson paaide het publiek (soms tot vervelens toe) door telkenmale zijn liefde voor België te betuigen, maar waarschijnlijk doet hij dat ook voor Frankrijk of Nederland. Ook Berry's kenmerkende bekkentrekkerij waren hem niet vreemd. De band onder leiding van CC Jerome speelde goed mee en scherpe bluesguitaren, een mondharmonica, een sax en een snerpende piano kleurden het palet.

Daarna nog wat schuifelen op de dansvloer bij gebrek aan plaats omdat drinkebroers meestal geen meter opzij gaan terwijl er naast de vloer een zee van plaats is. Misschien hebben ze angst om zeeziek te worden. Al bij al was het toch weer een geslaagde avond. Tienen was voor ons een grote afstand en als je dan met een auto rijdt waarvan de stuurbekrachtiging het soms laat afweten (niet gevaarlijk maar wel ongerieflijk) ben je wel opgelucht behouden thuis aan te komen.

THE CHERRY POPS
Bazel (B), 13 augustus 2022

Verslag: Jiving Walter / foto's: Anne-Mie

Ik heb nogmaals ondervonden dat je minstens een half uur moet bijrekenen bij je gsm routeplanner om naar een treffen te rijden. Ditmaal was onze bestemming Bazel (bij Kruibeke).Er stond een loodzware zon aan de hemel. Het was volop middag. We werden al bedeeld tijdens onze heenweg op een eerste stouw (file) op de snelweg aan Ranst, bij een brug in aanbouw. Aanschuiven geblazen. Naarmate de tijd dringt word je zenuwachtiger. Je wilt immers niets missen van het optreden. Nauwelijks was de autorij opgelost, of er wachtte ons al een nieuwe opstuwing aan de ring rond Antwerpen, die duurde tot voorbij de Kennedytunnel. Volop vakantie en dan nog wegenwerken door de Oosterweelverbinding maken het plaatje rond.
Onze bestemming was Bazel bij Kruibeke, waar er een voorstelling plaatsvond van de 'the Cherry Pops'. Dit n.a.v. retro classics met oldtimers en retro kraampjes. Maar eerst slingeren over een lange, nauwe landweg, die normaal voor trekkers was bestemd. O ja de landweg voor trekkers, waar ik het over had is hier bedoeld voor TRAKTOREN' en niet voor rugzakkers. Nu maar de vingers kruisen om geen tegenliggers te ontmoeten. Er was op sommige plaatsen zelfs geen uitwijkmogelijkheid, tenzij in de sloot. Niemand kwam uit de andere richting. We hadden geluk.
Bij aankomst werden we afgeleid naar een koeienweide als parking waar het bezaaid was met (gelukkig) uitgedroogde koeienvlaaien.



De Cherry pops is een meidengroep die ons de klassiekers nog eens voorschotelt. Ze zingen met drie vrouwen in close harmony, met een begeleidingsband van swingende saxklanken, opzwiepende gitaarrifs en stomende pianosolo's. Ze komen vastberaden op voor meer vrouwengroepen. Dit in tegenstelling tot de jaren 50 die echt macho tijden waren. Ook hechten ze veel belang aan mooie jurken. Ik zou ze wel eens graag bij Radio Modern willen zien. Ik noteerde liedjes zoals When van The Kalin Twins, One Fine Day van the Chiffons, I Can't Breakaway van Irma Thomas en later nog eens herspeeld door Tracy Ullman en You're So Square van Elvis, maar ook uitgevoerd door Buddy Holly. Ze vroegen het vrouwenpubliek welk droombeeeld ze hadden over een man. Dit n.a.v. het liedje It's In His Kiss van Betty Everett en later weer opgevist door Cher. Eigenlijk vind ik het bloedarmoedig dat wanneer men dan op de radio een terugflits draait, men steeds valt op de laatste vertolkingen van de song. Zo geraken de oorspronkelijke vertolkingen stilaan in de vergetelheid.



Ons groepje breekt altijd het ijs om te zwingen. Wij brengen de sfeer er steeds in. Ondanks de verzengende hitte dansten we naast een zandplek waar het stof opstoof, tussen de koeiendritsen, voor het verhoog. Alles speelde zich af in openlucht. Er was verhoudingsgewijs minder volk en dat vind ik dan jammer zowel voor de groep, als voor de kramers. Maar ja, we nemen het zoals het komt. Je merkt bij de oldtimers auto's, dat de tijd daar evenzeer mee opschuift. Ik bedoel, 60's en 70's auto's maken de meerderheid uit met onder andere Mustang, Anglia, Taunus en Fiat. Ik ga me wat meer vervolmaken in krasse karren. We riepen om een bisnummer op het einde van het vertoon en de meiden waren duidelijk verrast, omdat ze dat nog nooit hadden beleefd volgens de hoofdzangeres. Jazeker, die zullen weeral goed slapen.
Bij het verlaten van het geland, begon mijn vriend plots te manken. Had hij zich geforceerd bij het dansen? Later bleek dat de schoenzool was gelost en achtergebleven. Wij op zoek naar dat onderleder over gans het veld. Gelukkig gevonden. Twisten op een grasveld is blijkbaar niet gezond voor dansschoenen. Volgende keer sta ik daar met legerschoenen.

TURNHOUT ROYALE
Turnhout (B), 21 juli 2022

Verslag en foto's: Frantic Franky
Video: Raymond "Monne" Van Genechten

Na twee jaar afwezigheid opnieuw een Turnhout Royale op de Grote Markt in Turnhout, het gratis festival op de nationale feestdag van België, wat betekent dat alle Belgen vrij hebben... maar niet de Nederlanders, al hadden er wel een aantal speciaal vrij genomen. Ze hadden gelijk want het was een mooie affiche, maar ook de laatkomers hadden voor één keer gelijk want wat opener Wenzdaze op die affiche deed was me een raadsel. Dit trio met op basgitaar Hayden Kennedy, de zoon van labelbaas Reb Kennedy van Wild Records, heeft een gemiddelde leeftijd van zestien, zeventien jaar en speelt punkmuziek. Je mag het dan 21ste eeuwse rock 'n' roll noemen, het is en blijft punk. Zal wel een of andere deal met Reb Kennedy geweest zijn, want Wenzdaze speelde ook in de Cruise Inn in Amsterdam en op Retro Sur Mer in Wenduine. Turnhout Royale had de Europese primeur want dit was hun allereerste concert op Europese bodem, maar ik hoef niet naar hun andere optredens in Nederland, Duitsland, Frankrijk, Engeland en Ierland. Reb Kennedy was aanwezig en zag dat het goed was. Ik hield er een andere mening op na.

Ondertussen wat auto's bewonderen...

De rest van de affiche maakte echter veel goed, want vanaf nu trok Turnhout Royale alle registers open met vier uitstekende bands. Belle Starr & the Boot Jacks, inmiddels goed gerodeerd in de nieuwe bezetting, hadden we pas nog op Sjock gezien, maar het is altijd een plezier hen terug te zien. Ik onthield vandaag vooral hun steel gitaar versie van A Cheat van Sanford Clark, de opgewekt vrolijke versie van Please Mama Please van Go Cat Go, en Byrds-achtige uptempo nummers als het duet Vintage Trouble. Zangeres Belle Starr doet onder haar echte naam Ariane Van Hasselt aan stand up comedy, wat betekent dat er regelmatig een vrolijke noot valt tijdens de bindteksten. Altijd goed wanneer een band wel hun muziek maar niet zichzelf au serieux neemt. Het wachten valt op een CD'tje met de nieuwe bezetting met steel en banjo.


De mooiste van het bal: Belle Starr!

Een andere band die wij niet genoeg aan het werk kunnen zien is Moonshine Reunion, omdat ze zichzelf constant heruitvinden. Met de toevoeging van Piet Vercauteren is de groep nu een kwartet met twéé leadgitaristen en het doet ons oude rock 'n' roll hart goed om die twee gitaren tegen elkaar op te zien duelleren. Dit is geen band om nota’s bij te nemen maar om te ondergaan, want we zegden het al eerder en we zeggen het opnieuw: Moonshine Reunion is een goed geoliede rechtdoor rock 'n' roll machine, tot en met die funky swamp nummers als You Don't Know Me. Doe uzelf een plezier en gaat dat zien en horen.

Moonshine Reunion - Playin' with fire (live @ Turnhout Royale)

Kan ik nog iets toevoegen aan alle lof die ik Mischief op deze pagina’s al heb toegewuifd? Ja, want het blijft een genoegen om deze Nederlandse veteranen in actie te zien. In het boek Elvis In Nederland typeerde Rob van Scheers in 1997 de toen nog twintigers van Mischief als "bekwaam, want vooral het gitaarspel van "Daze" is een geraffineerde combinatie van solo en slag, fijnbesnaarde fingerpicking en linke licks. Van country maken ze rockabilly en soms vice versa, maar altijd met veel samenzang. Het idee blijft met z'n allen een feestje bouwen. Rock 'n' roll is bedacht als fun - en daar draait het nog steeds om. Niet te gecompliceerd. Bandje komt op en spelen maar. Toch een meesterlijke formule, eigenlijk. " Een kwart eeuw later klopt dat nog steeds en is Mischief nog steeds een trio dat nog steeds in originele bezetting nog steeds plezier maakt en nog steeds rock 'n' roll speelt omdat ze houden van die muziek. Mischief is een van de weinige bands die ruim op voorhand ter plaatse arriveert en dan - pilsje in de hand - op zijn gemak gewoon tussen het publiek geniet van de andere bands, in plaats van zoals zoveel bands zich op te sluiten in de backstage. Live on stage zijn ze altijd goed, laconiek en niet gespeend van droge humor. Met Doin' Alright van Eddie Cash, I'm Coming Home van Elvis, Say Mama van Gene Vincent en Justine van Don & Dewey was dit een feest der herkenning. Van de gloednieuwe LP The Writing On The Wall op Tombstone Records speelden ze Trapped Love van Keith Courvale, het trage I'm Leavin' It All Up to You van Dale & Grace (origineel ook van Don & Dewey), Rebound van Charlie Rich, Heartaches By The Number ("die staat geeneens op de lijst, joh") en als bisnummer This Little Girl Of Mine van The Everly Brothers. Ik hoop van harte dat ik Mischief nog een kwart eeuw mag zien, want voor een band met hun status en kwaliteiten spelen ze eigenlijk veel te weinig.


Links: altijd moeilijk om een scherpe foto van Daze van Mischief te maken...
Rechts: biertje voor de Pat, de bassist van Mischief!


Richard Verheul van Mischief

Earl Jackson (GB) staat nog steeds bekend als meer Chuck Berry dan Chuck Berry zaliger zelve, maar zijn set, geruggesteund door een zeskoppige Nederlandse band onder leiding van CC Jerome met piano (Dick Elsendoorn), elektrische bas en twee saxofoons waaronder Ir. Vendermeulen klonk vandaag meer soul en uptempo blues dan fifties rock 'n'roll. Je kan Jackson sowieso ook boeken als bluesartiest, en die bluesy inslag zit toch altijd in zijn gitaarspel. De saxofoons waren er niet bij toen Jackson in 2017 optrad op Rockin' Around Turnhout (toen was zijn optreden trouwens met contrabas) en deden de show een beetje klinken als een soul revue met veel rock 'n' roll songs als Slippin' And Slidin' en Have Love Will Travel (aangekondigd als een nummer van The Sonics) en natuurlijk met veel Chuck Berry (Roll Over Beethoven, Nadine, No Partuclar Place To Go, Back In The USA). Howlin' For My Baby van Howlin' Wolf op Sun Records was een bluesbopper, Bring It On Home To Me van Sam Cooke een trage. Het enige eigen nummer (denk ik) dat ik herkende, I'm Dead Broke But I'm Satisfied van zijn Bustin' Loose CD uit 1996, was net als veel andere nummers vandaag boogie rock, en van diezelfde CD kwam ook Deep Sea Ball van Clyde McPhatter uitgevoerd als ska. Bissen waren Johnny B. Goode, I Can Tell van Bo Diddley en de rockabilly classic Rockin' Daddy als rechtdoor rocker. Earl Jackson is een geboren entertainer, en beter dan Michael Jackson, hahaha.


Earl Jackson is the man!

Rest ons nog te vermelden: de auto show met hot rods en classic cars pré-1980, en de plaatjes tussendoor van DJ Rudy.


DJ Rudy is the man!

We dronken er nog één op het Belgische koningshuis en op organisator Grasshopper vzw, alvorens blijgezind huiswaarts te keren. Morgen konden we nóg een vrije dag gebruiken!


Auto's bewonderen en...

...bewonderaars van autos bewonderen...

SJOCK FESTIVAL
Gierle (B), 8 t/m 10 juli 2022

Verslag en foto's: Frantic Franky

Trouwe bezoekers van Sjock weten dat voor een festival dat zichzelf aanprijst met de slogan "your rock 'n' roll highlight of the year" het aandeel échte rock 'n' roll de laatste jaren in dalende lijn zit, ook al is die rock 'n' roll, rockabilly, surf en aanverwanten altijd slechts een beperkt onderdeel op het kleinere zijpodium geweest van wat in essentie een rockfestival is. Zo had Sjock in het verleden bijvoorbeeld gedurende enkele jaren grote psychobilly namen op de vrijdagavond en zelfs een keer The Mavericks (USA) die de night away dansten, maar dit jaar viel op de vrijdagvond geen enkele rock 'n' roll noot te horen, zelfs niet in de Titty Twister rock 'n' roll tent, en Madness (GB) die helemaal klonken zoals hun grote stadionshows op de BBC is meer pop dan ska. In de programmatie van de Titty Twister zaten dit jaar verschillende niet rock 'n' roll gaten, maar dat had dat volgens programmator Gunter Daems niet zozeer te maken met een persoonlijke keuze maar meer met het wegvallen van een aantal namen en de ligging van de twee podia tegenover elkaar in plaats van naast elkaar, een technische uitleg waarvan de juiste verklaring me uiteindelijk een raadsel bleef.

De zaterdag opende met Los Killer Tones, één van de vele jonge Mexicaanse bandjes die tegenwoordig het Benelux circuit afdweilen. Zitten ze op Wild Records? Ik weet het niet, maar zo klonken ze wel. Ze openden met de instrumentale Link Wray jiver Rawhide en veel van hun nummers waren medium tempo melodieus wat in combinatie met het rauwe keelgeluid van zingende baardmens Mario Suarez en het veelvuldige gebruik van maracas dat typerende Wild geluid produceerde met als voorbeelden Adios Amor en het geslaagde The Time Is Now, lijn die werd doorgetrokken met Why en You Don't Love Me Anymore, melodie gekoppeld aan wanhoop. In Please Baby Please doorklonk een vleugje Los Lobos, Assassin Bop was een echte Wild bopper, en het ultrawilde Shake It was voor de gitarist het sein om op de grond te gaan liggen. Een half uurtje kort maar krachtig, waarmee de toon was gezet. Suarez speelde vroeger zelf contrabas, nu laat hij die taak over aan een vijfde groepslid. Zelden een band op een festival zelf zoveel vinyl zien kopen trouwens, niet alleen vandaag maar ook bij andere optredens waar ik hen zag.

Iets helemaal anders waren The Ragtime Rumours (NL) die in 2018 in Noorwegen de European Blues Challenge wonnen. Ze komen uit het buskers circuit en dat was te zien aan hun dreadlocks, blote voeten en rare instrumentarium van aftandse gitaren, honky tonk piano, wasbord en een gigantische basdrum, maar wij oordelen niet op uiterlijk. Gelijk hadden we, want ze speelden geen blues maar muziek die inderdaad teruggreep naar de ragtime van lang vóór de rock 'n' roll. Way Too Smart was hot club de France op speed, Turn Every Dollar was retro swing, Sway With Me (niet het Dean Martin nummer) een dromerige jazzy ballade, Fieldman Song gaat over hun eigen zelfgemaakte moonshine alcohol die zbehoort tot hun merchandise, en op het gloednieuwe Tag Along haalden ze zelfs een dwarsfluit boven. Een dwarsfluit in de Titty Twister, als dat geen first was! Niki van der Schuren, met een twinkeling in haar ogen en de mooiste glimlach van het hele weekend, kan een grand écart kan doen terwijl ze contrabas speelt. Volgens mij zien The Ragtime Rumours graag Woody Allen films, en indien niet zou Woody Allen eens naar hèn moeten komen zien.


Op de foto met Hola Ghost!

Omdat Hola Ghost (DK) gemaskerd optreden dacht ik altijd dat Go Getters (S) zanger-drummer Peter Sandberg hun frontman was op gitaar, maar dat is compleet onjuist: de gitarist van Hola Ghost heet Peter Sandorff en hij was samen met zijn broer, Hola Ghost drummer Kristian Sandorff, 2/3de van de originele bezetting van Nekromantix. Hola Ghost is geschminkt als Dia De Los Muertos schedels en gekleed als mariachis, en speelt western geïnspireerde psychobilly, surf en loeiharde walsjes begeleid door twee trompetten. Eén van die trompettisten droeg een lange zwarte jurk die hem beeldig stond, maar dat was een toevalstreffer: zijn bagage was zoekgeraakt op het vliegtuig en daarom had ie maar een jurk van hun vrouwelijke tourmanager aangedaan! Als The Ragtime Rumours klinken als Woody Allen films dan klinkt Hola Ghost als Quentin Tarantino, en voor sommige bezoekers waren zij dé ontdekking van het festival, ook al zijn ze al bezig sinds 2005 en is hun muziek soms gewoon snoeiharde poprock, net zoals sommige psychobilly dat ook is.


Interessant: Hola Ghost loopt ook backstage nog urenlang in die Dia De Los Muertos schmink rond...

Wat is het Dordrechtse Dry Riverbed Trio toch een goeie band, zeg! Wat ze hier ten berde brachten was sterk, zéér sterk. Het kan niet anders of hun chemie heeft te maken met het feit dat Dusty (gitaar) en Darryl (drums) Ciggaar broers zijn, want het lijkt gewoon in hun DNA te zitten hoe ze elkaar aanvoelen, en wat Ronald Tilgenkamp daar aan toevoegt zie ik nog niet veel contrabassisten doen. Ze kijken meer naar elkaar dan naar het publiek, Dusty en Darryl zingen allebei, het lijkt alsof ze er plezier in hebben elkaar aan te vuren en op te jutten, ze weven een klanktapijt met een nummer als Gone Are The Days van hun eerste en nog steeds enige CD Chained And Bound, en swingen moeiteloos in één ruk van blues naar country, van een energieke Georgia Slop die zonder sax toch de drive van het nummer behoudt naar een rockend jazzy Funny How Time Slips Away van Willie Nelson waar ze een rechtdoor jiver van maken. Samenvatting: adrenaline en één brok energie. Straffe toebak, zoals mijn grootvader zaliger placht te zeggen voor hij bezweek aan longkanker!


Dry Riverbed Trio!

Na een punkband was het dringend tijd voor rockabilly met Arsen Roulette (USA) die een hechtere set neerzette dan de vorige keer dat ik hem zag, een set klassieke akoestische rockabilly (Reason For Misery), ondanks problemen met de akoestische gitaar. Hij is geen fantastische zanger, nooit geweest, maar nummers als All Show No Go, Shake Loose en Lovin' On My Mind klonken fel, mede door de snijdende leadgitaar van Roberto Gorgone die voor het eerst in zijn leven op een Gibson speelde. Op contrabas: Carl Baker, en op drums als ik me niet vergis Claudio Bisonte. Van de nieuwe 10 inch 20.000 Leagues Under The Sea hoorde ik Who Lil' Baby, en de afsluiter werd Honey Hush.


De bandleden van Arsen Roulette warmen zich op...


Op de foto met Arsen Roulette!

De afsluiter van de zaterdagavond kwam uit Australië, Pat Capocci, begeleid door zijn vaste Europese band en dat zijn de Belgen Clark Kenis op contrabas en Lieven Declercq op drums, de vaste ritmetandem van Walter Broes & the Mercenaries. Zij hebben Capocci al geruggesteund van Spanje tot in Engeland en dat was er aan te horen, zo gestroomlijnd ging het er hier aan toe. Dan helpt het uiteraard dat je met Capocci zelf een meestergitarist aan het werk ziet die zowel thuis is in rock 'n' roll als in blues, wat de laatste jaren zijn optredens vaak een bluesy maar nog steeds 100 % rockend geluid geeft. Ook vanavond trok hij volop de bluesabilly kaart met in het begin een paar Paladins-achtige nummertjes (Black Mountain, Warpath). Dynamite was een goeie jiver, en op enkele nummers kwam Lieven's zoon Danté Declercq, afgestudeerd als meester in de muziek, meespelen op Squier gitaar en six string bas. Nieuwe mij onbekende songs waren Jump Back Baby en Nursery Rhyme Boogie. Alles verliep uptempo en krachtig, een op en top professioneel concert met als kernwoorden precisie en beweeglijkheid, want hoe strak en gedisciplineerd Pat Capocci ook speelt, zijn vriendelijkheid, goedgezindheid, smile en gratie stralen er altijd doorheen.
Waarna wij ons alsnog naar de main stage repten alwaar George Thorogood & the Destroyers (USA) aantraden, hun eerste Belgische verschijning in 13 jaar. Thorogood was met zijn eerste LP’s mede verantwoordelijk voor ons muzikale groeiproces, want hij speelde eind jaren '70 Chuck Berry met meer vuur dan Chuck Berry zelf.


Pat Capocci on stage!

Het concert was exact hetzelfde als zijn Good To Be Bad: 45 Years Of Rock tour zoals je die kan zien op YouTube, vanaf openers Rock Party en Bo Diddley's Who Do You Love over nummers als Shotdown dan zwak klonk in vergelijking met The Sonics, Night Time (origineel van The Strangeloves uit 1965) en I Drink Alone, allemaal in lang uitgesponnen versies inclusief sax (Buddy Leach). Midden in de set kwam zijn bluesrockende doorbraak hit (met dank aan de Stephen King verfilming Christine) Bad To The Bone, Move It On Over klonk slordig, Tequila was een instrumentaal tussendoortje van The Destroyers, en er was een slidegitaar hoofdstuk met onder meer Haircut. Op zijn 72ste intussen strut Thorogood het podium rond als ware hij Mick Jagger zelf, en met Jim Suhler van Jim Suhler & Monkey Beat had ie in zijn band een tweede gitarist die op zich een festival kan headlinen maar die weinig mocht laten horen behalve één uptempo Texas blues instrumental. Dat was tenminste mijn interpretatie - anderen vonden dat Thorogood het gitaarwerk meer overliet aan Suhler dan dat ie zelf moeite deed. De hoge zangtonen haalde hij niet meer. Soit, ik ben blij dat ik de man eindelijk gezien heb, maar hij klinkt anno 2022 meer stadionrock als pubrock. Het viel overigens op dat er naarmate zijn set vorderde meer en meer gaten vielen in het publiek waardoor je makkelijk naar voor kon schuiven, en dat was gisteren bij Madness niét het geval. Bis was Born To Be Bad.


Op de foto met Pat Capocci!

Fris gedoucht en na een gezond ontbijt stonden we zondag opnieuw paraat, maar haastige spoed is zelden goed en we moesten wachten tot de vijfde groep in de Titty Twister eer onze rock 'n' roll honger werd gestild. Toch waren er daarvoor al goeie dingen te horen. Een niét-rock 'n' roll band die mij aangenaam verraste waren The Courettes, een uit Denemarken/Brazilië afkomstig duo bestaande uit een zo uit de jaren '60 weggelopen kerel op drums en een hyperkinetische girl with guitar in groovy zwart/wit met beehive. Dat gaf garagerock met een punk attitude, maar er klonken zeer veel bekende wijsjes en echos van meidengroepen als The Ronettes en The Shangri-Las in door, al zouden die verlegen worden van de vele hysterische "fuck you, motherfuckers" die de tent in werden geslingerd. Dit is het soort band waarvoor ik ben blij dat er Spotify bestaat, zodat ik vanuit mijn luie zetel nog eens rustig kan nabeluisteren of ik het zonder de visuele stimulans en de power van het live volume ook nog wat vind. Nu daar alleen de tijd nog voor vinden...


Op de foto met The Courettes!

Tussen de bedrijven door namen Belle Starr & the Boot Jacks het derde, kleinste Bang Bang zijpodium in. Ze speelden dit jaar al op de Rockabilly Rave in Engeland en op Screamin' in Spanje, een hele prestatie voor een Belgisch bandje dat alleen nog maar één 7 track mini CD uit heeft in eigen beheer. Sinds de release daarvan schieten van de CD bezetting enkel nog contrabassist Wim Geysels en frontvrouwe Belle Starr over, met als voornaamste wijziging de toevoeging van een vijfde groepslid full time op pedal steel en banjo, Bouke Cools, absoluut een extra asset. Ook muzikaal voerde de groep een koerswijziging door met een switch van rocka-hillbilly naar sixties countryrock in de stijl van The Byrds en Gram Parsons. Dat doen ze soms meerstemmig (Gotta Lot Of Rhythm In My Soul van Patsy Cline) en vaak heel rustig, met steeds meer eigen nummers als All Of You, maar ook met eigenzinnige countryversies van Please Mama Please van Go Cat Go en hillbilly versies van Don Gibson's Don't Tell Me Your Troubles en Mel Tillis' Honky Tonk Song. Vintage Trouble en Gasoline And Matches zijn duetjes tussen Belle Starr en Wim Geysels. Belgium's got talent, zoveel is zeker!


Belle Starr en haar autoharp...

Na George Thorogood gisteren kreeg ik vanavond opnieuw de kans een artiest aan het werk te zien die bepalend was voor mijn muzikale smaakvorming, want Jason & the Scorchers deden mij in de eerste helft van de jaren '80 de cowpunk ontdekken. In die jaren heb ik ze nooit live gezien, maar frontman Jason Ringenberg sindsdien wel, en bovendien begeleid door The Seatsniffers, de Belgische Scorchers. Walter Broes was vanavond opnieuw gitarist van dienst met op drums Piet De Houwer, de eerste keer dat ze samenspeelden sinds de split van de Sniffers tien jaar geleden. De avond ervoor hadden ze één keer gerepeteerd, maar het klonk alsof ze nooit waren weggeweest, dus dat belooft voor de drie reünieconcerten volgend jaar. Op elektrische bas speelde Danté Declercq, zie gisteren bij Pat Capocci. Het mooie was dat Ringenberg niet putte uit alles wat ie later deed maar er een Jason & the Scorchers greatest hits van maakte, van opener Lost Highway tot bis White Lies. Greetings From Nashville, Help There's A Fire, If Money Talks, My Heart Still Stands With You, Broken Whiskey Glass, Shotgun Blues, Absolutely Sweet Marie, allemaal passeerden ze de revue. Ik meen slechts twee nieuwe nummers te hebben gehoord, Lookin' Back Blues van zijn solo album Stand Tall uit 2019 en Keep That Promise van zijn recentste CD Rhinestoned uit 2021. Het boerenleven doet Farmer Jason blijkbaar goed: ongelooflijk hoeveel energie deze kerel van intussen ook al 63 jaar nog heeft, want hij sprong vinniger rond dan menig jong veulen en stond geen seconde stil, tenzij om in enkele nummers op zijn mondharmonica te blazen als gaf dat ding hem zuurstof. Jason kwam, zag en overwon, en liet mij met open mond achter. Hoogtepunt!


Jason Ringenberg & the Belgian Scorchers!

Afsluiters werden Voodoo Swing, het Amerikaanse trio dat al veelvuldig in onze contreien toerde en zo graag speelt dat ze deze zomer een vakantie bij Belgische vrienden simpelweg combineerden met een mini tourtje. Tegen dat ze begonnen had ik mijn notaboekje al lang weggestopt om me over te geven aan de muziek. Titels moet ik u dan ook schuldig blijven, maar wie Voodoo Swing nu nog niet kent of gezien heeft mist iets. Fun, speelplezier, enthousiasme, muzikaal van wanten weten en een hoop power rock 'n' roll bijvoorbeeld. Een geslaagd einde van een geslaagde Sjock!

Op de foto met Voodoo Swing!

DADDY TO THE RESCUE
Kalmthout (B), 5 juni 2022

Verslag: Jiving Walter/ foto: Anne-Mie

De buienradar is tegenwoordig één van mijn beste vrienden geworden. Hij bepaalt immers of ik naar een openlucht optreden vertrek of niet. Ditmaal was het kantje boordje, want het regende onafgebroken bakken water uit de hemel. Vanaf één uur 's namiddags tot zeven uur 's avonds kregen we de volle laag. Wat nu? Er vond een optreden plaats tijdens de straatfeesten in Kalmthout (B) van Daddy To The Rescue dat begon om acht uur op het buitenplein rond de kerk. Gelukkig waren de weergoden ons gunstig gezind, omdat de bui net daarvoor ophield. De politie had alle toegangsstraten naar de gemeentekern afgegrendeld. Ze hadden het grondig gedaan, want voor sommige wegen moest je wel twee kilometer wandelen. Aan de kerk, waar het barstte van het volk, stonden alle podia opgesteld. We werden bij de eerste beun al verwelkomd door muziek van Willy Somers met Laat De Zon In Je Hart, blijde tonen voor een regenachtige dag, maar daarvoor waren we niet gekomen. Dan maar doorstesselen (nvdr: schuifelen) naar ons doel. De stand van onze groep stond aan de bib met een luifel en een houten dansvloer voor dansers. Veel toeloop van jonge mensen, wat mij steeds verwondert. Ik onderschat het keer op keer dat 30- tot 50-plussers nog belangstelling hebben voor die "ouderwetse"??? muziek. Radio Modern (en Radio Minerva) zijn daar het klinkklaar bewijs van.

Daddy To The Rescue is een Nederlandse swing, jive boogie groep, muziek die dateert uit de jaren '40 tot begin jaren '50. Ik denk dat ze hun naam hebben ontleend aan het lied van Lavern Baker, Jim Dandy, helemaal in overeenkomst met de stijl die ze spelen. Ik hoorde Wasn't That Good van Wynonie Harris, I Just Want To Make Love To You van Etta James (vroeger in een reclamespotje voor Coca Cola), Caldonia van Louis Jordan, Mama He Treats Your Daughter Mean van Ruth Brown, en Sixteen Tons van Tennessee Ernie Ford. Bij dat nummer moet ik vermelden dat de zanger de laatste lage noten van het lied niet haalde:-) . Louis Neefs (B) heeft dit lied ooit overgedaan met een eigen insteek en veel bijval, en zijn zware basstem ging tot in de kelder. Daddy To The Rescue is samengesteld uit Lady Laura, een forsgebouwde mooie vrouw die de zang op zich neemt met een stem die ver draagt - vele bands nemen tegenwoordig vrouwen in dienst, met succes trouwens -, Daddy Louis (hoofdzang), Daddy Vanilla (tenorsax, baritonsax en gitaar), Daddy Inferno (piano), Daddy Dynamo (contrabas) en Daddy Tubs (drums en gezegend met een rauwe stem), aardige mannen die het publiek bedankten voor hun komst. Nederlandse groepen vinden het altijd fijn om in Vlaanderen op te treden. Zoals ik ooit vermeldde is het gehoor bij onze noorderburen meestal meer samengesteld uit 50-plussers en minder uit jongeren, terwijl dat in Vlaanderen net omgekeerd is. Dat is mijn mening althans. Een man kwam naar ons groepje toe en bewonderde onze jaren '50 klederdracht. Dat geeft toch nog wat meer stijl wanneer je zwingt, hé. We verlieten het geland om half elf na een bisnummertje en een afscheidssong van de band. Maar dan moesten we ons wurmen door een flessennek, een dicht opeengedrongen menigte langs een verhoog in een smalle straat die je versmachtte. De muziek loeide keihard en speelde België (Is Er Leven Op Pluto) van Het Goede Doel. Welnu, op dat ogenblik had ik me echt op die planeet gewenst. Samengeplet terwijl je in de rug wordt aangepord, een lijdensweg en een eindeloos gedrum. Amai! Enkele ellendelingen plasten of braakten tegen de gevel van het postkantoor. Bah! Men zou ze moeten verplichten dat zootje zelf op te kuisen. De weg naar huis was tamelijk lang en daarom had ik de radio op Nostalgie afgestemd. Ik hoorde het liedje van Seal, Kiss From A Rose. Het moet niet altijd jaren '50 zijn, hé, heerlijk rustig na die woelige, drukke avond.

ACTION PACKED
Coimbra (P), 29 en 30 april 2022

Verslag en foto's: Frantic Franky

Eén weekend geleden was het Viva Las Vegas, de grootste rock 'n' roll weekender ter wereld, maar dit festival in Coimbra, een kleine, historische universiteitsstad halfweg tussen Lissabon en Porto, was van een geheel andere, tegenovergestelde orde: twee acts op twee dagen met twee keer dezelfde begeleidingsband, vijf DJ’s, een vintage marktje met vijf stands en een honderdtal bezoekers. Het zaaltje gelegen binnen de omheining van een klooster (van de nonnetjes mocht er na middernacht geen lawaai meer gemaakt worden en diende de party zich te verplaatsen naar een bar een straat verder) dateerde aan de herdenkingsbordjes aan de muren te zien uit de jaren '40, had een plankhouten vloer en een podium met een in zuurstokkleuren geschilderde omlijsting waardoor het leek of de band in een jukebox stond te spelen.


Marc Valentine met all-round begeleidingsband

De band die twee dagen dienst had bestond uit Pedro Pena (Carl & the Rhythm All Stars, Ruby Ann & the Boppin' Boozers, Nite Howlers) op drums, Nuno Alexandre (Tennessee Boys, Ruby Ann & the Boppin' Boozers, Portuguese Pedro) op contrabas en Gautier Golab (Carl & the Rhythm All Stars, Ruby Ann, Jack Rabbit Slim) op gitaar, mensen die dus allemaal al in verschillende configuraties met elkaar gespeeld hebben, en diende op de vrijdagavond Marc Valentine te begeleiden, frontman van Marc & the Wild Ones, de Duitser die een week eerder op Viva Las Vegas met Ruby Ann gehuwd was en al jaren met haar in Coimbra woont. Marc & the Wild Ones hadden op Viva Las Vegas voor het eerst in járen nog eens opgetreden, vanavond was de eerste keer met deze begeleidingsband, maar dat was er niet aan te horen want alles liep op rolletjes, uitgezonderd één nummer waarvan ze de intro niet goed kregen en dat na twee keer inzetten dan maar afgevoerd werd. Valentine maakte er zich vanaf met enkele kwinkslagen en had een goed contact met zijn publiek.


Marc Valentine

De sound was meer klassieke rockabilly, een enkele geflipte stroll (She's The One) en veel minder Wild Records als op zijn CD’s met een set bestaand uit een kleine vijftien songs die geen enkel nummer bevatte van de twee CD’s en de singles die ik van hen heb. Buiten Move Around (Groovey Joe Poovey) en Hepcat Boogie (Gene Criss) moet ik u dan ook het antwoord schuldig blijven of de andere songs eigen werk dan wel covers waren. Wat ik wel weet is dat het goed was.

Zaterdag was het van hetzelfde laken een pak met Marcel Bontempi (D) & echtgenote Ira Lee op akoestische ritmegitaar en backing vocals die buiten Duitsland vaak optreden met lokale bands. Dat drukt uiteraard de kosten voor organisatoren, maar muzikanten pur sang als Bontempi genieten bovendien van dat jammen met andere muzikanten. Dat was vanavond duidelijk te zijn aan zijn samenspel met Gautier Golab die van Bontempi heel veel ruimte kreeg om te soleren, waardoor je twee solo gitaren had die tegen elkaar opboksten en dat leverde vuurwerk op. Voeg daarbij de slap van Nuno Alexandre (meestal speelt ie heel jazzy swingend) en de samenzang met Ira Lee en je had de garantie voor een hoogstaand avondje live vertier, want Bontempi is niet alleen een man die houdt van concept muziek (zijn vorige band The Montesas, zijn hillbilly band Dr. Bontempi's Snake Oil Company) maar vooral een entertainer, en het plaatje klopt bij hem ook altijd helemaal: de muziek, de kledij, de videoclips en de hoezen (Bontempi is grafisch ontwerper).

Extra punten scoorde hij met zijn vlotte moeiteloze interactie met het publiek en zijn pogingen tot Portugees (Bontempi heeft Catalaanse roots). Qua set was ie net het tegenovergestelde van Marc Valentine gisteren, want op de hillbilly bopper Love Me (Jimmy Lee & Wayne Walker) en de sixties groove van Parchment Farm (Billy Lee Riley) na kwamen alle songs van zijn indrukwekkende hoeveelheid vinyl singles en van zijn verzamelCD Witches Spiders Frogs & Holes, zoals Train To Satanville, een cover van een nummer van Gin Gillette ook ooit opgenomen door mede-organisatrice Ruby Ann. Een duetje tussen beide vanavond op dit nummer ware mooi geweest, maar daar had blijkbaar niemand aan gedacht. Rockabilly (No Club Lone Wolf), stroll (Elvis' Crawfish), boppin' hillbilly (Gene Vincent's Race With The Devil in een heel ander arrangement), hardcore bop (Dig A Hole) tot sixties (Shag Rag) en zelfs funk (!!!) in het bisnummer Haunted House, het maakt allemaal deel uit van Bontempi's universum dat muzikaal even plooibaar en soepel is als Marcel Bontempi zelf op het podium. Ik heb ervan genoten, en ik hoop dat dit kleine, gezellige festivalletje stilletjes kan groeien.


Op de foto met Marc Valentine...


... en op de foto met Marcel Bontempi & Ira Lee!

EDDIE Y LOS GRASOSOS
Eindhoven, 24 april 2022

Verslag: Jiving Walter/ foto: Anne-Mie

Vers bloed dient aangemoedigd, zegt men steeds. Ditmaal wilde ik mijn oor te luisteren leggen bij de groep Eddie y los Grasosos die speelden in café Wilhelmina in Eindhoven, met een lekkere stralende zon als toemaatje voor onderweg naar onze bestemming. We waren te vroeg en vestigden ons op het terras over de kroeg. Achter ons op het plantsoen stond er een podium dat nog in gereedheid moest gebracht worden, dus oordeelden we dat het optreden daar zou doorgaan. We hadden ons al goed strategisch opgesteld om zeker niets te missen. Plots hoorden we muziekgeluiden vanuit het dranklokaal aan de overkant en wij op een drafje naar die muziektent. Het was de eerste keer dat ik deze tapperij bezocht en die viel heel goed mee: een ruim vertrek, voldoende zitplaatsen en een lange toog. Wij snel op één van de zitbanken, juist onder twee vogelpikrozen (nvdr: darts). Niet te verwonderen dat niemand daar zat. We hadden een zijzicht op de groep.


Eddy Y Los Grasosos live in Eindhoven...

Eddy y los Grasosos is een Mexicaanse groep die rock 'n' roll in het Spaans zingt. Ik ben altijd voorstander van veeltaligheid: zo konden mij destijds Johnny Hallyday in het Frans, Peter Kraus in het Duits, Adriano Celentano in het Italiaans of onze Peter Koelewijn in het Nederlands best bekoren - alles is gewoonte. Ik raadpleeg eerst even YouTube vooraleer ik naar een optreden trek, maar eerlijk gezegd kan dat soms misleidend zijn, bijvoorbeeld de samenstelling van de band die ondertussen veranderd is, er worden andere instrumenten gebruikt of de studio opname verschilt erg veel van de live uitvoering. En hier was dat inderdaad het geval. De groep bestaat uit vier leden, jonge snaken vol aanstormend geweld, een beetje Elvis in zijn jonge jaren maar ietsje overdreven, met veel springen en kreten. Het is normaal dat deze jongelingen hun adrenaline kwijt willen maar voor mij mag het wat rustiger. Hun kledij was echter onberispelijk, wat ik kan waarderen. Op YouTube hadden ze een doo-wop lied gepost en dat wilde ik wel horen, maar alles kwam mij wat ketelachtig en te haastig gespeeld over. Liedjes waren Descontrolado (rockabilly/ rock 'n' roll), Boogie Tonight (rockabilly), Te Has Ido De Mi (slow) en Ram Bam Bam (doo-wop?). Ze hebben reeds drie studioalbums uitgebracht. Wel lovenswaardig is dat jongelingen deze muziek opnieuw leven inblazen, dat mag zeker gezegd worden.
Twee oudere mannen, van wie één mij aan Swiebertje deed denken, gaven volle petrol op de dansvloer, en dan kijk ik geamuseerd toe. Wat een levenslust. Eerlijk gezegd vond ik de muziek van de DJ beter dan de groep, maar laten we niet te streng zijn. Hopelijk groeien ze nog in de toekomst als ze hun wilde haren kwijt zijn.

THE EXPLOSION ROCKETS
Diessen, 12 maart 2022

Verslag: Jiving Walter/ foto: Gerda Lens

Oef, het was haast niet te geloven dat we opnieuw konden uitgaan. Wat een opluchting na al die covid rampspoed. Dan pas besef je wat vrijheid betekent. Hopelijk zijn we voor goed van die gesel verlost. En dan moet je de draad weer opnemen. Dat begon al met mijn uitgaanskledij, waar liggen die puntschoenen toch? Of geraak ik nog in die jas, want twee jaar 'stilliggen' smijten de kilootjes er wel tegenaan. De haargel om te kuiven bevatte nog een klein mopje, dus ik maar knijpen op die kolf. Het was trouwens voor mij de eerste keer dat ik op m'n eentje was aangewezen op de TomTom. Mijn vrouw, die mij altijd in de wagen begeleidt, kent dit toestel door en door, terwijl ik als oudere man bijna niets van die dingen afweet. Zulke zaken gaan stilletjes aan mij voorbij. Ditmaal moest ik alleen op weg. Zij had alles netjes al ingegeven, dus kon er niets mislopen. Als het avond is en je bent in een vreemde streek, ben ik eens zo waakzaam. Alles verliep vlotjes, maar het geluid van het leidtuig stond te stil. Ik zet bijgevolg de auto aan de kant, druk op enkele verkeerde knopjes en FLOEP! ALLES WEG! Tot overmaat van ramp had ik wel mijn brillendoos bij me, maar de bril ontbrak! Gelukkig stond ik dicht bij mijn bestemming.


The Explosion Rockets live!

Het optreden vond plaats in feestzaal Hercules en de vrienden hadden een tafel vrijgehouden. Sprak ik nu onduidelijk of hoorde die vrouw aan de kassa niet goed, maar ik vroeg haar om DRINKBONNETJES. Je mocht aan de toog niet in baar geld betalen. Ze stuurt me door naar de bar en daar werd ik opnieuw naar haar op het einde van de gang doorverwezen. Ze verontschuldigde zich omdat ze DRINKBORRELTJES had verstaan. Ja, zo kan ik nog lang over en weer lopen. Ik ga beschaafd Hollands leren. Op de dansvloer stonden vele vrouwen met een spreidrok (nvdr: petticoat). Dat zie je niet meer zoveel, tenzij wellicht van een dansschool? Hoewel er steengoede muziek werd gedraaid voor het optreden of tijdens de onderbrekingen, zag je geen kat op de vloer. Het was net alsof er enkel kon gedanst worden als de band aan het werk was. The Explosion Rockets krijgen het altijd voor elkaar. Zij hebben een grote schare aanhangers die hen door dik en dun volgt. De leidzanger is zeer vertrouwd met zijn publiek en maakt voortdurend grappen. Zijn stem doet het nog steeds goed. Zangnummers worden afgewisseld met instrumentals van The Shadows en ik hoorde er ook eentje van The Ventures, Bulldog, origineel van The Fireballs, prachtig gespeeld. Ook passen ze regelmatig hun speellijst aan. Zo hoorde ik voor de eerste keer Sweet Sweet Girl van Don Gibson en Jungle Rock van Hank Mizell. Ik hou van afwisseling. Een kleine scherts tussen de zanger en een van de gitaristen, een echte Chuck Berry fan, over wie nu echt de koning van de rock 'n' roll was, lokte bij het gehoor veel gelach uit. Toch fijn dat er nog andersdenkenden zijn.
De avond vorderde en we hadden bitterballen besteld met bamistukjes, gevuld met een hartig kruidje. Al na de eerste hap stond mijn mond in lichterlaaie en waren er drie cola’s nodig om die brand te blussen. Tenslotte nog eventjes schateren met versprekingen. Ik sprak over 'babyface' in plaats van 'faceboek'. Vroeger verwarde ik ook een dominee met domino of een cavia met cava. Ja, als je ouder wordt gaat het er niet meer zo gemakkelijk in. Ik zeg altijd: mensen die zichzelf niet te ernstig nemen hebben geen problemen, omdat ze alles verbetrekkelijken. Een wijze raad van een oudere man:-)


2021

SJOCK: REBOOTING
Gierle (B), 13 t/m 15 augustus 2021

Verslag en foto's: Frantic Franky

De eerste keer in anderhalf jaar dat we buitenkwamen was voor Sjock Rebooting, een mini versie van het Belgische festival dat zichzelf omschrijft als “your rock ‘n’ roll highlight of the year”. Normaal gaat Sjock door in de eerste helft van juli, maar dat was afgelast wegens de coronamaatregelen. Met de Belgische versoepelingen vanaf 13 augustus werd Sjock toch mogelijk, want vanaf die datum waren evenementen met meer dan 1500 bezoekers toegelaten. De grote jongens als Alcatraz Metal Fest gingen meteen voor het volle pond met 60.000 bezoekers, maar Sjock besloot het kleinschalig te houden met een maximum van 1500 aanwezigen in een corona safe kader: je mocht er enkel in als je al twee weken twee keer gevaccineerd was of met een recente negatieve sneltest, en binnen mocht er dan ook zonder mondmasker ongelimiteerd verbroederd, gedanst, gedronken, gefeest en gesmost worden en dat deed u dan allen inderdaad naar hartelust. Wat een verschil met het twee weekends eerder aan de Belgische kust gehouden Retro Sur Mer waar iedereen binnen mocht maar je wel aan tafeltjes moest blijven zitten, niet aan de toog mocht hangen, niet mocht dansen en niet voor het podium mocht staan, en een strenge security keek daar zonder pardon op toe. Soit, het deed deugd om nog eens onder de mensen te komen, ook al omdat deze Sjock niet alleen kleinschalig maar vooral gezellig was gehouden: alle bands speelden op het grote podium dat niettemin kleinschaliger was gehouden dan de vorige jaren, de Titty Twister tent die niet gebruikt werd voor optredens bood schaduw en zitbanken, het terrein was veel kleiner gemaakt en er stonden géén verkoopstands, alleen drie eetkramen waarvan één zelfs niet open deed.


The Andrews Surfers warmen zich op...

Zondag was de rock 'n' roll dag op Sjock, de voor punk voorbehouden kelk op zaterdag liet ik met plezier aan me voorbijgaan, en de vrijdagavond stond in het teken van rock en garagerock met naast twee Belgische bands waar ik nog nooit van gehoord had en die ik ook nooit meer hoop te moeten horen ook twee goeie bands, enerzijds The Monsters uit Zwitserland en anderzijds Thee Andrews Surfers, de trio kern van Fifty Foot Combo die intussen al meer dan twintig jaar geleden in 1999 de CD Rip Off uitbracht en daarmee terug naar de core business van Fiffty Foot Combo terugging, namelijk de pure surf. Na verloop van tijd werd het stil rond hen maar drie jaar geleden doemden ze plots opnieuw op aan de einder met twee nieuwe vinyl singles. Daar speelden ze vandaag niets van want de setlist bestond volledig uit covers en was met onder meer Thunder, Run Chicken Run, Margaya, Branded, The Victor en de oosterse exotica van Ali Baba zelfs een greatest hits of surfmusic. Bart Rosseau (drums), Jens De Waele (basgitaar) en Steven Gillis (gitaar) openden met Rum And Coca-Cola, de opener van Rip Off en samen met Pipeline het enige nummer van de CD dat ze vandaag speelden. Rum And Coca-Cola is een cover van een vooroorlogs nummer van The Andrews Sisters, maar met de Andrews Sisters legerpakjes inclusief rokjes die ze in hun begindagen droegen zijn ze dra gestopt toen bassist Jens De Waele door een reuzin van een psychobilly girl werd gestript voor een publiek van 800 man. DE set bevatte één vocaal garagenummer, Bad Man, gezongen door gitarist Steven Gillis die op een geven moment al gitaar spelend zelfs een potje ging crowdsurfen. Je zag dat de band er zin in had zo dicht bij elkaar op een kluitje op dat grote podium, en dit was een ideale set powersurf voor zij die Fifty Foot Combo toch net iets té monstrofonisch vinden.


The Andrews Surfers warmen zich op...

The Monsters zijn de garageband van Reverend Beat-Man, de baas van het Zwitserse trash label Voodoo Rhythm die zijn carrière begon als one man band Lightning Beat-Man. Dat wrestling rock 'n' roll personage heeft hij al jaren achter zich gelaten voor de nog succesvollere figuur van Reverend Beat-Man, en ook The Monsters leggen hem geen windeieren. In 2008 speelden ze op Sjock met twéé drummers, vandaag waren ze afgeslankt tot een trio maar maakten ze evenveel lawaai, best geinig om een keertje te zien maar na drie kwartier begonnen de repetitieve riffs toch wat zwaar door te wegen.


Uw dienaar Frantic Franky meets The Monsters, met geheel rechts Reverend Beat-Man

Zondag maakte Sjock zijn tagline van rock 'n' roll highlight of the year waar, al was het maar omdat dit tot nu toe ons enige festival dit jaar was, en dat gold evenzeer voor de Nederlandse bezoekers die in eigen land totaal niks meer hebben. De weinig benijdenswaardige taak om om half twee des namiddags de altijd moeilijke spits af te bijten was weggelegd voor Wild Deuces, maar zij lieten het niet aan hun hart komen. Wie dacht dat zangeres Stefni Jackson haar tattoos was verloren had het mis, dit was haar opvolgster Manon De Schepper voor wie het slechts haar tweede optreden bij de band was, of twee-en-een half als je er V8 Brothers Village in juli bij telt toen Jackson haar officieel de microfoon doorgaf. Haar tweede optreden tout court, want de blootsvoets opererende De Schepper heeft nog niet eerder in een band gezongen, en als je dat in rekening brengt bracht ze het er uitstekend van af want het leek alsof ze bákken zelfvertrouwen had. Terecht, want ze heeft zowel de looks als de stem om in de high heeled shoes van haar voorgangster te staan. Minder branie en vuile moppen, dat wel, maar dat is zeker geen nadeel. Ik bespeurde heel af en toe enige aarzeling in de muziek, wat steevast versterkt wordt door het luide volume van een in open lucht wegwaaiend festivalgeluid, maar dit optreden dat begon met I Wanna Be Like You uit Jungle Book was zeker een statement. De band speelde vier Stefni Jackson nummers van hun mini CD uit 2019 en de setlist bevatte naast female classics als Mama He Treats Your Daughter Mean, Tough Lover en Scorched drie eigen songs, Shucks, Strange Nights en Mango Mambo. Ook een hoogtepunt: het door drummer Pascal Lunari gezongen en door zijn hoge stem erg doo-wop klinkende No Heart To Spare, bekend van The Go Getters.


Altijd op de foto met de mooiste van het festival: Manon De Schepper van Wild Deuces en Frantic Frantic...
Franky staat rechts

Ik vond de CD van Little Hat (NL) erg goed wat veel zegt voor iemand die niet echt blues minded is, dus ik keek uit naar hun passage hier die hun eerste festival optreden in twee jaar bleek. Dat viel er niet aan te horen en het trio stelde mij niet teleur. Ik vind het altijd grappig om te zien hoe sommige muzikanten die groot-groter-grootste muur van geluidsversterking vervangen door een piepklein materiaal, en dat was ook zo bij Little Hat: de versterker van gitarist Willem Van Dullemen leek uit een antiekzaak te komen en die van frontman en mondharmonicaspeler Machiel Meijers was een Peavey speaker ingebouwd in een houten kabinet waarin je eerder een naaimachine of zo zou verwachten.


Willem van Dullemen van Little Hat warmt zich op...

Verbazingwekkend trouwens wat Van Dullemen uit dat stokoude kleine versterkertje en die '56 Guild X-175 krijgt, waarmee die gitaar vijf jaar jonger is dan zijn baasje. Het zit 'em allemaal in de handjes! Little Hat bestaat uit mondharmonica, gitaar en drums en heeft dus geen bas, en daarover liepen de meningen uiteen onder het publiek: de ene miste de bas, de andere had het ontbreken geeneens opgemerkt. Alle songs uitgezonderd I'm A Lover Not A Fighter kwamen van de CD en uw dienaar hoorde dat het in elk geval voor blues goed was, zeker dat potje swamprock tussendoor, en die ene trage blues is hen dan ook vergeven. Meer van dat!


De versterker van Machiel Meijers van Little Hat

Het fijne aan deze Sjock was dat het aantal internationale bands om praktische redenen beperkt was gehouden en de focus dus lag op Belgische en Nederlandse bands, iets wat wij lovenswaardig vinden omdat er heel veel uitstekende bands in eigen land zijn en omdat die ook populair zijn bij het publiek, vaak populairder dan een buitenlandse band waar niemand ooit van heeft gehoord. Tot de betere Belgen behoren zonder twijfel Moonshine Reunion, vanaf heden na het vertrek van steelgitarist Tom Beardsley op trot met Piet Vercauteren, ex-Big Time Bossmen maar een bezige bij want momenteel actief in maar liefst vijf groepen: naast Moonshine Reunion maakt Vercauteren het mooie weer in The Horny Horses, zijn soloproject Peddlin' Pete, de funk en soulgroep PD Martin, en een bluegrassband met de de niet echt vlot bekkende naam Patsy's Flying Pitchfork. Met twee evenwaardige gitaren gaat Moonshine Reunion met hem back to the roots en daar doen ze een gouden zaak aan als ik zie wat Vercauteren hier en nu uitvoerde op leadgitaar, fills, akoestische gitaar, tweede stem en backing vocals. Het deed de vrolijk honky tonkende rock 'n' roll van Moonshine Reunion des te mooier schijnen.


Charlie Hangdog van Trixie & the Trainwrecks warmt zich op...

Trixie & the Trainwrecks zijn geen groep maar een duo bestaande uit one woman band zangeres Trixie Trainwreck alias Trinity Sarratt op gitaar en met haar voeten bediende drums en Charlie Hangdog op mondharmonica, afkomstig uit respectievelijk Los Angeles en Londen maar gebaseerd in Berlijn. Ze nemen op voor Voodoo Rhythm en dan weet u gelijk uit welke hoek de wind waait: dit was geen rockabilly en geen blues maar wat ze zelf trash blues dan wel blues trash noemen. Ik noem het bluesboppers met als grootste troef het feit dat die mondharmonica het kort en snedig houdt in plaats van zich te verliezen in ellenlange oeverloze solo’s. Vooral hun cover van Summertime bleef me bij.


Trixie Trainwreck warmt zich op...

Nog twee bands te gaan, met eerst België's glorie, twangmeisters Walter Broes & the Mercenaries, nog zo'n immense publiekslieveling, met Clark Kenis intussen al zo lang op contrabas en tweede stem dat iedereen vergeten is dat hij niet meespeelt op hun CD die ook al weer uit 2016 dateert. Hoog tijd voor een opvolger, jongens!


Walter Broes & the Mercenaries zijn er klaar voor

De set opende met de zwoele instrumental Big Sexy en bevatte alles waardoor wij hen graag horen: de early sixties soul van Security, Kenis die Chris Isaak's Gone Ridin' zingt, de Bo Diddley beat van Ronnie Self's Got My Own Kick Going, de rock 'n' roll dreun When The Ship Goes Down, de dromerige mellowness van Man Child, de polonaise slide-a-billy Sideshow, de Paladins bluesrock Come On Down, de lekkere tweestemmige rechtdoor rocker Nice And Neat. En You And Me is toch gewoon een moderne klassieker? De aanwezigen kregen een rock 'n' roll lesje, in de weide voor het podium werd zelfs gestrolld, en de bis werd het bekende Red Hot Mama dat Broes nog speelde met zijn vorige band The Seatsniffers.


Arnold Lasseur van The Blue Grass Boogiemen warmt zich op...


Robert-Jan Kanis van The Blue Grass Boogiemen voelde zich meteen thuis

Afsluiters van dienst waren Tim Knol & the Blue Grass Boogiemen, wel zo handig omdat de sound crew intussen al de halve backline had kunnen afbreken voor de semi-akoestische Boogiemen. Ik ben een grote fan van The Blue Grass Boogiemen maar had ze nog nooit live gezien met Tim Knol die een verrassend aangename en enthousiaste kerel bleek toen ik even de kans had een praatje met hem te maken.


Tim Knol warmt zich op...

Toffe knul, die Knol, wat onder meer bleek toen hij verschillende keren The Blue Grass Boogiemen liet shinen in de spotlights door hen te laten zingen en hun ding te laten doen met mondharmonica, banjo en fiddle terwijl Knol zichzelf bescheiden op de achtergrond hield op akoestische gitaar. Bekende nummers waren My Bucket's Got A Hole In It, Diggy Liggy Lo van Rusty & Doug Kershaw, de dubbele fiddle attack Old Joe Clark en Rocky Top van The Osborne Brothers, de set wisselde af tussen bekend, uptempo en rustig ingetogen, maar het natuurlijk waren vooral de snelle partynummers waar u op loos ging. Verbazingwekkend hoe losjes uit de pols dit allemaal was maar hoe het steevast altijd weer op z'n pootjes terecht kwam, terwijl dit voor hen toch ook weer de eerste festival gig in a long long time was. Bissen waren I Saw The Light en Rollin' In My Sweet Baby's Arms, maar het mooiste nummer was misschien wel het intrieste Happy Hour Again.


Tim Knol & the Blue Grass Boogiemen

Volgend jaar vindt if the good Lord's willing and the creeks don't rise de 45ste editie van Sjock plaats, en dan beloven ze 45 bands!


Lees hier de oudere Rockin' Lifestyle verslagen

Terug naar de voorpagina