(reclame)

 

2022

ACTION PACKED
Coimbra (P), 29 en 30 april 2022

Verslag en foto's: Frantic Franky

Eén weekend geleden was het Viva Las Vegas, de grootste rock 'n' roll weekender ter wereld, maar dit festival in Coimbra, een kleine, historische universiteitsstad halfweg tussen Lissabon en Porto, was van een geheel andere, tegenovergestelde orde: twee acts op twee dagen met twee keer dezelfde begeleidingsband, vijf DJ’s, een vintage marktje met vijf stands en een honderdtal bezoekers. Het zaaltje gelegen binnen de omheining van een klooster (van de nonnetjes mocht er na middernacht geen lawaai meer gemaakt worden en diende de party zich te verplaatsen naar een bar een straat verder) dateerde aan de herdenkingsbordjes aan de muren te zien uit de jaren '40, had een plankhouten vloer en een podium met een in zuurstokkleuren geschilderde omlijsting waardoor het leek of de band in een jukebox stond te spelen.


Marc Valentine met all-round begeleidingsband

De band die twee dagen dienst had bestond uit Pedro Pena (Carl & the Rhythm All Stars, Ruby Ann & the Boppin' Boozers, Nite Howlers) op drums, Nuno Alexandre (Tennessee Boys, Ruby Ann & the Boppin' Boozers, Portuguese Pedro) op contrabas en Gautier Golab (Carl & the Rhythm All Stars, Ruby Ann, Jack Rabbit Slim) op gitaar, mensen die dus allemaal al in verschillende configuraties met elkaar gespeeld hebben, en diende op de vrijdagavond Marc Valentine te begeleiden, frontman van Marc & the Wild Ones, de Duitser die een week eerder op Viva Las Vegas met Ruby Ann gehuwd was en al jaren met haar in Coimbra woont. Marc & the Wild Ones hadden op Viva Las Vegas voor het eerst in járen nog eens opgetreden, vanavond was de eerste keer met deze begeleidingsband, maar dat was er niet aan te horen want alles liep op rolletjes, uitgezonderd één nummer waarvan ze de intro niet goed kregen en dat na twee keer inzetten dan maar afgevoerd werd. Valentine maakte er zich vanaf met enkele kwinkslagen en had een goed contact met zijn publiek.


Marc Valentine

De sound was meer klassieke rockabilly, een enkele geflipte stroll (She's The One) en veel minder Wild Records als op zijn CD’s met een set bestaand uit een kleine vijftien songs die geen enkel nummer bevatte van de twee CD’s en de singles die ik van hen heb. Buiten Move Around (Groovey Joe Poovey) en Hepcat Boogie (Gene Criss) moet ik u dan ook het antwoord schuldig blijven of de andere songs eigen werk dan wel covers waren. Wat ik wel weet is dat het goed was.

Zaterdag was het van hetzelfde laken een pak met Marcel Bontempi (D) & echtgenote Ira Lee op akoestische ritmegitaar en backing vocals die buiten Duitsland vaak optreden met lokale bands. Dat drukt uiteraard de kosten voor organisatoren, maar muzikanten pur sang als Bontempi genieten bovendien van dat jammen met andere muzikanten. Dat was vanavond duidelijk te zijn aan zijn samenspel met Gautier Golab die van Bontempi heel veel ruimte kreeg om te soleren, waardoor je twee solo gitaren had die tegen elkaar opboksten en dat leverde vuurwerk op. Voeg daarbij de slap van Nuno Alexandre (meestal speelt ie heel jazzy swingend) en de samenzang met Ira Lee en je had de garantie voor een hoogstaand avondje live vertier, want Bontempi is niet alleen een man die houdt van concept muziek (zijn vorige band The Montesas, zijn hillbilly band Dr. Bontempi's Snake Oil Company) maar vooral een entertainer, en het plaatje klopt bij hem ook altijd helemaal: de muziek, de kledij, de videoclips en de hoezen (Bontempi is grafisch ontwerper).

Extra punten scoorde hij met zijn vlotte moeiteloze interactie met het publiek en zijn pogingen tot Portugees (Bontempi heeft Catalaanse roots). Qua set was ie net het tegenovergestelde van Marc Valentine gisteren, want op de hillbilly bopper Love Me (Jimmy Lee & Wayne Walker) en de sixties groove van Parchment Farm (Billy Lee Riley) na kwamen alle songs van zijn indrukwekkende hoeveelheid vinyl singles en van zijn verzamelCD Witches Spiders Frogs & Holes, zoals Train To Satanville, een cover van een nummer van Gin Gillette ook ooit opgenomen door mede-organisatrice Ruby Ann. Een duetje tussen beide vanavond op dit nummer ware mooi geweest, maar daar had blijkbaar niemand aan gedacht. Rockabilly (No Club Lone Wolf), stroll (Elvis' Crawfish), boppin' hillbilly (Gene Vincent's Race With The Devil in een heel ander arrangement), hardcore bop (Dig A Hole) tot sixties (Shag Rag) en zelfs funk (!!!) in het bisnummer Haunted House, het maakt allemaal deel uit van Bontempi's universum dat muzikaal even plooibaar en soepel is als Marcel Bontempi zelf op het podium. Ik heb ervan genoten, en ik hoop dat dit kleine, gezellige festivalletje stilletjes kan groeien.


Op de foto met Marc Valentine...


... en op de foto met Marcel Bontempi & Ira Lee!

EDDIE Y LOS GRASOSOS
Eindhoven, 24 april 2022

Verslag: Jiving Walter/ foto: Anne-Mie

Vers bloed dient aangemoedigd, zegt men steeds. Ditmaal wilde ik mijn oor te luisteren leggen bij de groep Eddie y los Grasosos die speelden in café Wilhelmina in Eindhoven, met een lekkere stralende zon als toemaatje voor onderweg naar onze bestemming. We waren te vroeg en vestigden ons op het terras over de kroeg. Achter ons op het plantsoen stond er een podium dat nog in gereedheid moest gebracht worden, dus oordeelden we dat het optreden daar zou doorgaan. We hadden ons al goed strategisch opgesteld om zeker niets te missen. Plots hoorden we muziekgeluiden vanuit het dranklokaal aan de overkant en wij op een drafje naar die muziektent. Het was de eerste keer dat ik deze tapperij bezocht en die viel heel goed mee: een ruim vertrek, voldoende zitplaatsen en een lange toog. Wij snel op één van de zitbanken, juist onder twee vogelpikrozen (nvdr: darts). Niet te verwonderen dat niemand daar zat. We hadden een zijzicht op de groep.


Eddy Y Los Grasosos live in Eindhoven...

Eddy y los Grasosos is een Mexicaanse groep die rock 'n' roll in het Spaans zingt. Ik ben altijd voorstander van veeltaligheid: zo konden mij destijds Johnny Hallyday in het Frans, Peter Kraus in het Duits, Adriano Celentano in het Italiaans of onze Peter Koelewijn in het Nederlands best bekoren - alles is gewoonte. Ik raadpleeg eerst even YouTube vooraleer ik naar een optreden trek, maar eerlijk gezegd kan dat soms misleidend zijn, bijvoorbeeld de samenstelling van de band die ondertussen veranderd is, er worden andere instrumenten gebruikt of de studio opname verschilt erg veel van de live uitvoering. En hier was dat inderdaad het geval. De groep bestaat uit vier leden, jonge snaken vol aanstormend geweld, een beetje Elvis in zijn jonge jaren maar ietsje overdreven, met veel springen en kreten. Het is normaal dat deze jongelingen hun adrenaline kwijt willen maar voor mij mag het wat rustiger. Hun kledij was echter onberispelijk, wat ik kan waarderen. Op YouTube hadden ze een doo-wop lied gepost en dat wilde ik wel horen, maar alles kwam mij wat ketelachtig en te haastig gespeeld over. Liedjes waren Descontrolado (rockabilly/ rock 'n' roll), Boogie Tonight (rockabilly), Te Has Ido De Mi (slow) en Ram Bam Bam (doo-wop?). Ze hebben reeds drie studioalbums uitgebracht. Wel lovenswaardig is dat jongelingen deze muziek opnieuw leven inblazen, dat mag zeker gezegd worden.
Twee oudere mannen, van wie één mij aan Swiebertje deed denken, gaven volle petrol op de dansvloer, en dan kijk ik geamuseerd toe. Wat een levenslust. Eerlijk gezegd vond ik de muziek van de DJ beter dan de groep, maar laten we niet te streng zijn. Hopelijk groeien ze nog in de toekomst als ze hun wilde haren kwijt zijn.

THE EXPLOSION ROCKETS
Diessen, 12 maart 2022

Verslag: Jiving Walter/ foto: Gerda Lens

Oef, het was haast niet te geloven dat we opnieuw konden uitgaan. Wat een opluchting na al die covid rampspoed. Dan pas besef je wat vrijheid betekent. Hopelijk zijn we voor goed van die gesel verlost. En dan moet je de draad weer opnemen. Dat begon al met mijn uitgaanskledij, waar liggen die puntschoenen toch? Of geraak ik nog in die jas, want twee jaar 'stilliggen' smijten de kilootjes er wel tegenaan. De haargel om te kuiven bevatte nog een klein mopje, dus ik maar knijpen op die kolf. Het was trouwens voor mij de eerste keer dat ik op m'n eentje was aangewezen op de TomTom. Mijn vrouw, die mij altijd in de wagen begeleidt, kent dit toestel door en door, terwijl ik als oudere man bijna niets van die dingen afweet. Zulke zaken gaan stilletjes aan mij voorbij. Ditmaal moest ik alleen op weg. Zij had alles netjes al ingegeven, dus kon er niets mislopen. Als het avond is en je bent in een vreemde streek, ben ik eens zo waakzaam. Alles verliep vlotjes, maar het geluid van het leidtuig stond te stil. Ik zet bijgevolg de auto aan de kant, druk op enkele verkeerde knopjes en FLOEP! ALLES WEG! Tot overmaat van ramp had ik wel mijn brillendoos bij me, maar de bril ontbrak! Gelukkig stond ik dicht bij mijn bestemming.


The Explosion Rockets live!

Het optreden vond plaats in feestzaal Hercules en de vrienden hadden een tafel vrijgehouden. Sprak ik nu onduidelijk of hoorde die vrouw aan de kassa niet goed, maar ik vroeg haar om DRINKBONNETJES. Je mocht aan de toog niet in baar geld betalen. Ze stuurt me door naar de bar en daar werd ik opnieuw naar haar op het einde van de gang doorverwezen. Ze verontschuldigde zich omdat ze DRINKBORRELTJES had verstaan. Ja, zo kan ik nog lang over en weer lopen. Ik ga beschaafd Hollands leren. Op de dansvloer stonden vele vrouwen met een spreidrok (nvdr: petticoat). Dat zie je niet meer zoveel, tenzij wellicht van een dansschool? Hoewel er steengoede muziek werd gedraaid voor het optreden of tijdens de onderbrekingen, zag je geen kat op de vloer. Het was net alsof er enkel kon gedanst worden als de band aan het werk was. The Explosion Rockets krijgen het altijd voor elkaar. Zij hebben een grote schare aanhangers die hen door dik en dun volgt. De leidzanger is zeer vertrouwd met zijn publiek en maakt voortdurend grappen. Zijn stem doet het nog steeds goed. Zangnummers worden afgewisseld met instrumentals van The Shadows en ik hoorde er ook eentje van The Ventures, Bulldog, origineel van The Fireballs, prachtig gespeeld. Ook passen ze regelmatig hun speellijst aan. Zo hoorde ik voor de eerste keer Sweet Sweet Girl van Don Gibson en Jungle Rock van Hank Mizell. Ik hou van afwisseling. Een kleine scherts tussen de zanger en een van de gitaristen, een echte Chuck Berry fan, over wie nu echt de koning van de rock 'n' roll was, lokte bij het gehoor veel gelach uit. Toch fijn dat er nog andersdenkenden zijn.
De avond vorderde en we hadden bitterballen besteld met bamistukjes, gevuld met een hartig kruidje. Al na de eerste hap stond mijn mond in lichterlaaie en waren er drie cola’s nodig om die brand te blussen. Tenslotte nog eventjes schateren met versprekingen. Ik sprak over 'babyface' in plaats van 'faceboek'. Vroeger verwarde ik ook een dominee met domino of een cavia met cava. Ja, als je ouder wordt gaat het er niet meer zo gemakkelijk in. Ik zeg altijd: mensen die zichzelf niet te ernstig nemen hebben geen problemen, omdat ze alles verbetrekkelijken. Een wijze raad van een oudere man:-)


2021

SJOCK: REBOOTING
Gierle (B), 13 t/m 15 augustus 2021

Verslag en foto's: Frantic Franky

De eerste keer in anderhalf jaar dat we buitenkwamen was voor Sjock Rebooting, een mini versie van het Belgische festival dat zichzelf omschrijft als “your rock ‘n’ roll highlight of the year”. Normaal gaat Sjock door in de eerste helft van juli, maar dat was afgelast wegens de coronamaatregelen. Met de Belgische versoepelingen vanaf 13 augustus werd Sjock toch mogelijk, want vanaf die datum waren evenementen met meer dan 1500 bezoekers toegelaten. De grote jongens als Alcatraz Metal Fest gingen meteen voor het volle pond met 60.000 bezoekers, maar Sjock besloot het kleinschalig te houden met een maximum van 1500 aanwezigen in een corona safe kader: je mocht er enkel in als je al twee weken twee keer gevaccineerd was of met een recente negatieve sneltest, en binnen mocht er dan ook zonder mondmasker ongelimiteerd verbroederd, gedanst, gedronken, gefeest en gesmost worden en dat deed u dan allen inderdaad naar hartelust. Wat een verschil met het twee weekends eerder aan de Belgische kust gehouden Retro Sur Mer waar iedereen binnen mocht maar je wel aan tafeltjes moest blijven zitten, niet aan de toog mocht hangen, niet mocht dansen en niet voor het podium mocht staan, en een strenge security keek daar zonder pardon op toe. Soit, het deed deugd om nog eens onder de mensen te komen, ook al omdat deze Sjock niet alleen kleinschalig maar vooral gezellig was gehouden: alle bands speelden op het grote podium dat niettemin kleinschaliger was gehouden dan de vorige jaren, de Titty Twister tent die niet gebruikt werd voor optredens bood schaduw en zitbanken, het terrein was veel kleiner gemaakt en er stonden géén verkoopstands, alleen drie eetkramen waarvan één zelfs niet open deed.


The Andrews Surfers warmen zich op...

Zondag was de rock 'n' roll dag op Sjock, de voor punk voorbehouden kelk op zaterdag liet ik met plezier aan me voorbijgaan, en de vrijdagavond stond in het teken van rock en garagerock met naast twee Belgische bands waar ik nog nooit van gehoord had en die ik ook nooit meer hoop te moeten horen ook twee goeie bands, enerzijds The Monsters uit Zwitserland en anderzijds Thee Andrews Surfers, de trio kern van Fifty Foot Combo die intussen al meer dan twintig jaar geleden in 1999 de CD Rip Off uitbracht en daarmee terug naar de core business van Fiffty Foot Combo terugging, namelijk de pure surf. Na verloop van tijd werd het stil rond hen maar drie jaar geleden doemden ze plots opnieuw op aan de einder met twee nieuwe vinyl singles. Daar speelden ze vandaag niets van want de setlist bestond volledig uit covers en was met onder meer Thunder, Run Chicken Run, Margaya, Branded, The Victor en de oosterse exotica van Ali Baba zelfs een greatest hits of surfmusic. Bart Rosseau (drums), Jens De Waele (basgitaar) en Steven Gillis (gitaar) openden met Rum And Coca-Cola, de opener van Rip Off en samen met Pipeline het enige nummer van de CD dat ze vandaag speelden. Rum And Coca-Cola is een cover van een vooroorlogs nummer van The Andrews Sisters, maar met de Andrews Sisters legerpakjes inclusief rokjes die ze in hun begindagen droegen zijn ze dra gestopt toen bassist Jens De Waele door een reuzin van een psychobilly girl werd gestript voor een publiek van 800 man. DE set bevatte één vocaal garagenummer, Bad Man, gezongen door gitarist Steven Gillis die op een geven moment al gitaar spelend zelfs een potje ging crowdsurfen. Je zag dat de band er zin in had zo dicht bij elkaar op een kluitje op dat grote podium, en dit was een ideale set powersurf voor zij die Fifty Foot Combo toch net iets té monstrofonisch vinden.


The Andrews Surfers warmen zich op...

The Monsters zijn de garageband van Reverend Beat-Man, de baas van het Zwitserse trash label Voodoo Rhythm die zijn carrière begon als one man band Lightning Beat-Man. Dat wrestling rock 'n' roll personage heeft hij al jaren achter zich gelaten voor de nog succesvollere figuur van Reverend Beat-Man, en ook The Monsters leggen hem geen windeieren. In 2008 speelden ze op Sjock met twéé drummers, vandaag waren ze afgeslankt tot een trio maar maakten ze evenveel lawaai, best geinig om een keertje te zien maar na drie kwartier begonnen de repetitieve riffs toch wat zwaar door te wegen.


Uw dienaar Frantic Franky meets The Monsters, met geheel rechts Reverend Beat-Man

Zondag maakte Sjock zijn tagline van rock 'n' roll highlight of the year waar, al was het maar omdat dit tot nu toe ons enige festival dit jaar was, en dat gold evenzeer voor de Nederlandse bezoekers die in eigen land totaal niks meer hebben. De weinig benijdenswaardige taak om om half twee des namiddags de altijd moeilijke spits af te bijten was weggelegd voor Wild Deuces, maar zij lieten het niet aan hun hart komen. Wie dacht dat zangeres Stefni Jackson haar tattoos was verloren had het mis, dit was haar opvolgster Manon De Schepper voor wie het slechts haar tweede optreden bij de band was, of twee-en-een half als je er V8 Brothers Village in juli bij telt toen Jackson haar officieel de microfoon doorgaf. Haar tweede optreden tout court, want de blootsvoets opererende De Schepper heeft nog niet eerder in een band gezongen, en als je dat in rekening brengt bracht ze het er uitstekend van af want het leek alsof ze bákken zelfvertrouwen had. Terecht, want ze heeft zowel de looks als de stem om in de high heeled shoes van haar voorgangster te staan. Minder branie en vuile moppen, dat wel, maar dat is zeker geen nadeel. Ik bespeurde heel af en toe enige aarzeling in de muziek, wat steevast versterkt wordt door het luide volume van een in open lucht wegwaaiend festivalgeluid, maar dit optreden dat begon met I Wanna Be Like You uit Jungle Book was zeker een statement. De band speelde vier Stefni Jackson nummers van hun mini CD uit 2019 en de setlist bevatte naast female classics als Mama He Treats Your Daughter Mean, Tough Lover en Scorched drie eigen songs, Shucks, Strange Nights en Mango Mambo. Ook een hoogtepunt: het door drummer Pascal Lunari gezongen en door zijn hoge stem erg doo-wop klinkende No Heart To Spare, bekend van The Go Getters.


Altijd op de foto met de mooiste van het festival: Manon De Schepper van Wild Deuces en Frantic Frantic...
Franky staat rechts

Ik vond de CD van Little Hat (NL) erg goed wat veel zegt voor iemand die niet echt blues minded is, dus ik keek uit naar hun passage hier die hun eerste festival optreden in twee jaar bleek. Dat viel er niet aan te horen en het trio stelde mij niet teleur. Ik vind het altijd grappig om te zien hoe sommige muzikanten die groot-groter-grootste muur van geluidsversterking vervangen door een piepklein materiaal, en dat was ook zo bij Little Hat: de versterker van gitarist Willem Van Dullemen leek uit een antiekzaak te komen en die van frontman en mondharmonicaspeler Machiel Meijers was een Peavey speaker ingebouwd in een houten kabinet waarin je eerder een naaimachine of zo zou verwachten.


Willem van Dullemen van Little Hat warmt zich op...

Verbazingwekkend trouwens wat Van Dullemen uit dat stokoude kleine versterkertje en die '56 Guild X-175 krijgt, waarmee die gitaar vijf jaar jonger is dan zijn baasje. Het zit 'em allemaal in de handjes! Little Hat bestaat uit mondharmonica, gitaar en drums en heeft dus geen bas, en daarover liepen de meningen uiteen onder het publiek: de ene miste de bas, de andere had het ontbreken geeneens opgemerkt. Alle songs uitgezonderd I'm A Lover Not A Fighter kwamen van de CD en uw dienaar hoorde dat het in elk geval voor blues goed was, zeker dat potje swamprock tussendoor, en die ene trage blues is hen dan ook vergeven. Meer van dat!


De versterker van Machiel Meijers van Little Hat

Het fijne aan deze Sjock was dat het aantal internationale bands om praktische redenen beperkt was gehouden en de focus dus lag op Belgische en Nederlandse bands, iets wat wij lovenswaardig vinden omdat er heel veel uitstekende bands in eigen land zijn en omdat die ook populair zijn bij het publiek, vaak populairder dan een buitenlandse band waar niemand ooit van heeft gehoord. Tot de betere Belgen behoren zonder twijfel Moonshine Reunion, vanaf heden na het vertrek van steelgitarist Tom Beardsley op trot met Piet Vercauteren, ex-Big Time Bossmen maar een bezige bij want momenteel actief in maar liefst vijf groepen: naast Moonshine Reunion maakt Vercauteren het mooie weer in The Horny Horses, zijn soloproject Peddlin' Pete, de funk en soulgroep PD Martin, en een bluegrassband met de de niet echt vlot bekkende naam Patsy's Flying Pitchfork. Met twee evenwaardige gitaren gaat Moonshine Reunion met hem back to the roots en daar doen ze een gouden zaak aan als ik zie wat Vercauteren hier en nu uitvoerde op leadgitaar, fills, akoestische gitaar, tweede stem en backing vocals. Het deed de vrolijk honky tonkende rock 'n' roll van Moonshine Reunion des te mooier schijnen.


Charlie Hangdog van Trixie & the Trainwrecks warmt zich op...

Trixie & the Trainwrecks zijn geen groep maar een duo bestaande uit one woman band zangeres Trixie Trainwreck alias Trinity Sarratt op gitaar en met haar voeten bediende drums en Charlie Hangdog op mondharmonica, afkomstig uit respectievelijk Los Angeles en Londen maar gebaseerd in Berlijn. Ze nemen op voor Voodoo Rhythm en dan weet u gelijk uit welke hoek de wind waait: dit was geen rockabilly en geen blues maar wat ze zelf trash blues dan wel blues trash noemen. Ik noem het bluesboppers met als grootste troef het feit dat die mondharmonica het kort en snedig houdt in plaats van zich te verliezen in ellenlange oeverloze solo’s. Vooral hun cover van Summertime bleef me bij.


Trixie Trainwreck warmt zich op...

Nog twee bands te gaan, met eerst België's glorie, twangmeisters Walter Broes & the Mercenaries, nog zo'n immense publiekslieveling, met Clark Kenis intussen al zo lang op contrabas en tweede stem dat iedereen vergeten is dat hij niet meespeelt op hun CD die ook al weer uit 2016 dateert. Hoog tijd voor een opvolger, jongens!


Walter Broes & the Mercenaries zijn er klaar voor

De set opende met de zwoele instrumental Big Sexy en bevatte alles waardoor wij hen graag horen: de early sixties soul van Security, Kenis die Chris Isaak's Gone Ridin' zingt, de Bo Diddley beat van Ronnie Self's Got My Own Kick Going, de rock 'n' roll dreun When The Ship Goes Down, de dromerige mellowness van Man Child, de polonaise slide-a-billy Sideshow, de Paladins bluesrock Come On Down, de lekkere tweestemmige rechtdoor rocker Nice And Neat. En You And Me is toch gewoon een moderne klassieker? De aanwezigen kregen een rock 'n' roll lesje, in de weide voor het podium werd zelfs gestrolld, en de bis werd het bekende Red Hot Mama dat Broes nog speelde met zijn vorige band The Seatsniffers.


Arnold Lasseur van The Blue Grass Boogiemen warmt zich op...


Robert-Jan Kanis van The Blue Grass Boogiemen voelde zich meteen thuis

Afsluiters van dienst waren Tim Knol & the Blue Grass Boogiemen, wel zo handig omdat de sound crew intussen al de halve backline had kunnen afbreken voor de semi-akoestische Boogiemen. Ik ben een grote fan van The Blue Grass Boogiemen maar had ze nog nooit live gezien met Tim Knol die een verrassend aangename en enthousiaste kerel bleek toen ik even de kans had een praatje met hem te maken.


Tim Knol warmt zich op...

Toffe knul, die Knol, wat onder meer bleek toen hij verschillende keren The Blue Grass Boogiemen liet shinen in de spotlights door hen te laten zingen en hun ding te laten doen met mondharmonica, banjo en fiddle terwijl Knol zichzelf bescheiden op de achtergrond hield op akoestische gitaar. Bekende nummers waren My Bucket's Got A Hole In It, Diggy Liggy Lo van Rusty & Doug Kershaw, de dubbele fiddle attack Old Joe Clark en Rocky Top van The Osborne Brothers, de set wisselde af tussen bekend, uptempo en rustig ingetogen, maar het natuurlijk waren vooral de snelle partynummers waar u op loos ging. Verbazingwekkend hoe losjes uit de pols dit allemaal was maar hoe het steevast altijd weer op z'n pootjes terecht kwam, terwijl dit voor hen toch ook weer de eerste festival gig in a long long time was. Bissen waren I Saw The Light en Rollin' In My Sweet Baby's Arms, maar het mooiste nummer was misschien wel het intrieste Happy Hour Again.


Tim Knol & the Blue Grass Boogiemen

Volgend jaar vindt if the good Lord's willing and the creeks don't rise de 45ste editie van Sjock plaats, en dan beloven ze 45 bands!


Lees hier de oudere Rockin' Lifestyle verslagen

Terug naar de voorpagina