(reclame)


Je recente release (muziek, boek of wat dan ook) gerecenseerd op onze website? Stuur deze dan naar de hoofdredactie!
Your recent release (music, book or whatever) reviewed on our website? Send it to our editor-in-chief!

 

CD Recensies

14 februari 2024

THAT’LL FLAT GIT IT Vol. 43:
ROCKABILLY & COUNTRY BOP FROM THE VAULTS OF ALLSTAR RECORDS

Bear Family, BCD17692

English version: see below

De naam van dit label mikte hoog, maar ik kan me geen sterren voor de geest halen op Allstar Records, een label opgestart in 1956 dat drie sublabels had, Kool, Teen en Nu Star. De ondertitel van de CD geeft een hint, aangezien het voor deze reeks gebruikelijke "rockabilly & rock 'n' roll from the vaults of" is vervangen door "rockabilly & country bop", geen wonder gezien Allstar gevestigd was in Houston, Texas. Tenzij u de Chief CD-7700 The Best Of Allstar Houston, TX 1953-1964 bezit waarvan 13 van de 25 nummers ook op deze Bear CD staan, zullen de meeste artiesten hier geen koeienbel doen rinkelen. Toch kennen we enkele artiesten van naam, met name Johnny Bush, Link Davis, Eddie Noack en Wiley Barkdull, al ken ik geen enkele van hun songs hier. Johnny Bush brak eind jaren '60 door als country artiest maar zijn eerste twee singles verschenen reeds tien jaar eerder op Allstar, en daarvan horen we de twee uptempo zijdes. Rockabilly + country bop = boppin' hillbilly, en Bush's In My World All Alone uit 1958 is een goed voorbeeld van die boppin' hillbilly, een uptempo country shuffle met steel gitaar en een degelijke backbeat, allemaal heel gezellig, tot de solo op de elektrische gitaar losbreekt, solo die het midden houdt tussen rockabilly en western swing. Vandaar was het slechts een kleine stap naar rock 'n' roll, want met Your Kind Of Love mikte Bush duidelijk op het publiek dat wild werd van Elvis, backing koortje en opgepompte drums incluis. Er is nog meer rock 'n' roll met Link Davis' Bon Ta Ru La, een in gebrekkig Frans gezongen nummer dat geen cajun is (op het platenlabel staat "cajon rock") maar met zijn Jordanaires-achtige backing vocals, sax en op Scotty Moore lijkende gitaar de rock 'n 'roll markt beoogde - het nummer heeft een beetje de sfeer van Elvis' Dixieland Rock met extra Ain't Got No Home "hoo hoo"'s. Davis' Ballad Of Jole Blon daarentegen maakt van het nationale cajun volkslied een swamp pop ballade. Eddie Noack's Too Hot To Handle uit 1962 is een swingende hillbilly boogie heropname van zijn eigen nummer op TNT Records uit 1954, en Wiley Barkdull's When You Go klinkt even laconiek maar meer country als zijn bekendere I Ain't Gonna Waste My Time. Zijn Tiger By The Tail is daarentegen een supersonisch snelle gitaar instro. Johnny Watson ken ik als zwarte bluesgitarist maar blijkt hier een gelijknamige blanke rock 'n' roll zanger die in de prima rocker Come To The Party ook alweer zijn beste Elvis bovenhaalde. Om verder de rock 'n' roll krenten uit de CD te spitten vermeld ik ook Let's Forget We Ever Met van Tommy Hammond & the Rockin' Rebels, de pure white rock van Beat Back Baby van Bobby Clanton & the Citations met hun vals spelende metalige gitaren, de door Chuck Berry beïnvloede rechtdoor gitaarrocker Red Dress van Johnny Huskey & the King Bee's, het vlotte I Love My Baby van de wat wanhopig klinkende Tommy Graham en de piepende sax in Daniel James' even primitief als Starday klinkende Rock Moon Rock. Rockende early sixties country zoals die de dag van heden erg populair is bij een deel van het rock 'n' roll publiek is Walked Out van Larry Butler uit 1964. Merkwaardig is Ray Frushay's novelty nummer Hijackin' uit 1961 over een gekaapt vliegtuig dat afgeleid wordt naar Fidel Castro's Cuba, een nummer dat qua bizarriteit geëvenaard wordt door de medium tempo horror boogie Ten Horned Devil van Prince Arky & his Westerners. Nummers als Out Yonder van Ray Mitcham, Rocky Williams' platte Rock Cinderella, Johnny On The Spot van Red Mansel & his Hillbilly Boys, My Little Baby van Jerry Matthews en Just For Tonight van Tommy Trent stond vroeger met honderdvoudig gelijkaardig materiaal op White Label en Collector Records, Trent's A Mile To The Mailbox is daarentegen ouderwetser maar toch met elektrische gitaar. When I'm Gone van Jerry Jericho koppelt honky tonk piano aan een square dans ritme. Pure hillbilly in de zin van uptempo country met vrolijk fiedelende fiddles, swingende steel en boogie woogie piano zijn What Is It van Kenny Everett & the Texas Showboys, meer overhellend naar de vlotte country boogie zijn The Love That Thrills van Earl Aycock met een voor dit soort nummer verrassend rockende gitaarsolo, Mama Doll van Lawton Williams (schrijver van Bobby Helms' Fraulein), I'm Gonna Move van Daniel James, en Foolish Affair van Larry Butler (de klaaglijke samenhang op zijn Echoes Fade And Die is schatplichtig aan de bluegrass). Traditionelere country is What Right Have I van Jerry Jericho.
De enige hit die Allstar ooit scoorde ontbreekt niet, en dat was Adrian Roland's Imitation Of Love, een vlotte uptempo country tune in de stijl van een George Jones en Buck Owens die in 1960 de country Top 20 haalde. Bijzonder opmerkelijk is Roland's Mr. Bass Fiddle, een contrabaswerkje dat in 1959 de mosterd haalde bij Fever van Peggy Lee, terwijl ommezijde Now I Know dan weer een tranentrekker eerste klas was. De CD is tot het randje gevuld met 35 tracks = 77 minuten waarvan de hi fi kwaliteit klinkt als de white rock op Collector Records, met genoeg rock 'n' roll om het ook interessant te houden voor luisteraars die niet gespecialiseerd zijn in hillbilly. Muzikaal is het zeker een buitenbeentje in de That'll Flat Git It reeks, maar als je van hillbilly houdt is het absoluut een aanrader. Allstar sloot de deuren in 1966.
Info: www.bear-family.com (Frantic Franky)

The name of this label aimed high, but I can't think of any stars on Allstar Records, a label started in 1956 that had three sub labels, Kool, Teen and Nu Star. The CD's subtitle gives a hint, for the series' usual "rockabilly & rock 'n' roll from the vaults of" has been replaced by "rockabilly & country bop", no surprise taking into account that Allstar was based in Houston, Texas. Unless you have the Chief CD-7700 The Best Of Allstar Houston, TX 1953-1964 of which thirteen out of the 25 tracks are also on this Bear CD, most of the artists here won't ring a cowbell. We do know some artists by name however, notably Johnny Bush, Link Davis, Eddie Noack and Wiley Barkdull, even though I don't know any of their songs here. Johnny Bush broke through as a country artist in the late 1960s but his first two singles appeared on Allstar a decade before, and of these we hear the two uptempo sides. Rockabilly + country bop = boppin' hillbilly, and Bush's In My World All Alone from 1958 is a fine slice of boppin' hillbilly, an uptempo country shuffle with steel guitar and a solid backbeat, very nice and all, until the electric guitar solo breaks loose, a solo hanging in between rockabilly and western swing. A small step for man, a giant leap for rock 'n' roll, because with Your Kind Of Love Bush was clearly marketing the audience that went wild for Elvis, including backing vocals and pumped up drums. There's more rock 'n' roll with Link Davis' Bon Ta Ru La, a song which is not cajun (the record label calls it "cajon rock") sung in French patois but aimed at the rock 'n' roll market with its Jordanaires-styled backing vocals, sax and Scotty Moore-like guitar - it sounds a bit like Elvis' Dixieland Rock with extra Ain't Got No Home "hoo hoo"'s. Davis' Ballad Of Jole Blon on the other hand turns the national cajun anthem into a swamp pop ballad. Eddie Noack's Too Hot To Handle from 1962 is a swinging hillbilly boogie re-recording of his own 1954 song on TNT Records, and Wiley Barkdull's When You Go sounds as laid back as but more country than his better known I Ain't Gonna Waste My Time. Then again his Tiger By The Tail is a supersonically fast guitar instro. I also know Johnny Watson, but as it turns out it's is not the black blues guitarist here but a white rock 'n' roll singer who also brought out his best Elvis in the fine rocker Come To The Party. To further pick out the rock 'n' roll gems I'd like to mention Tommy Hammond & the Rockin' Rebels' Let's Forget We Ever Met, the out of tune metallic guitars of Bobby Clanton & the Citations' hardcore white rock Beat Back Baby, Johnny Huskey & the King Bee's' Chuck Berry influenced straight ahead guitar rocker Red Dress, the smooth I Love My Baby by the somewhat desperate sounding Tommy Graham and the squeaky sax in Daniel James' as primitive as Starday sounding Rock Moon Rock. Rockin' early sixties country played the way it's very popular today with part of the rock 'n' roll audience is Larry Butler's Walked Out from 1964. Noteworthy is Ray Frushay's 1961 novelty number Hijackin' about a hijacked plane that's being diverted to Fidel Castro's Cuba, a song paralleled in bizarrity by Prince Arky & his Westerners' medium tempo horror boogie Ten Horned Devil. Ray Mitcham's Out Yonder, Rocky Williams' rather flat sounding Rock Cinderella, Red Mansel & his Hillbilly Boys' Johnny On The Spot, Jerry Matthews' My Little Baby and Tommy Trent's Just For Tonight are the type of songs that used to make up the bulk of White Label and Collector Records, while Trent's A Mile To The Mailbox is more old-fashioned but still sporting electric guitar. Jerry Jericho's When I'm Gone pairs honky tonk piano with a square dance rhythm. Pure hillbilly in the sense of uptempo country with merrily fiddling fiddles, swinging steel and boogie woogie piano is Kenny Everett & the Texas Showboys' What Is It, and Earl Aycock's The Love That Thrills with a surprisingly rockin' guitar solo for this type of song, Lawton Williams' (the guy who wrote Bobby Helms' Fraulein) Mama Doll, Daniel James' I'm Gonna Move and Larry Butler's Foolish Affair lean more towards streamlined country boogie. The plaintive duet singing on Butler's Echoes Fade And Die is indebted to bluegrass, and Jerry Jericho's What Right Have I is more traditional country fare.
The only hit Allstar ever scored is included, Adrian Roland's Imitation Of Love, a smooth uptempo country tune in the style of George Jones and Buck Owens that hit the country Top 20 in 1960. A remarkable track is Roland's Mr Bass Fiddle, a double bass workout probably based upon Peggy Lee's Fever, while flipside Now I Know was a first class tearjerker. The CD is filled to the brim with 35 tracks = 77 minutes in a hi fi quality that sounds like white rock on Collector Records, with enough rock 'n' roll to keep things interesting for listeners not specialised in hillbilly. Musically it's definitely an odd one out in Bear Family's That'll Flat Git It series, but if you dig hillbilly it comes highly recommended. Allstar closed its doors in 1966. Info: www.bear-family.com
(Frantic Franky)


BOOZE PARTY
Atomicat, ACCD145

English version: see below

Op 5 december was het exact 90 jaar geleden dat in Amerika de drooglegging werd opgeheven, het einde van dertien jaar verbod op alcoholproductie en -consumptie, een verbod dat uiteindelijk enkel leidde tot het illegaal stoken van alcohol waarop de maffia het patent had. U kent ongetwijfeld de (al dan niet Hollywood) filmbeelden van de politie die speakeasies binnenvalt en vaten alcohol kapot slaat. Die verjaardag is voor Atomicat/Koko Mojo het perfecte excuus voor twee CD’s rond het thema booze oftewel drank, waarbij we uiteraard alcoholische versnaperingen bedoelen - een CD over limonade en fris zou lang niet zoveel verkopen, nietwaar? Op Atomicat verscheen deze Booze Party - The Rockers, op Koko Mojo tegenhanger KM-CD-180 Sloppy Drunk - R & B Rockers. Booze Party bevat heel wat fikse rockers zoals Tommy Law's white rockende stop-starter Cool Juice en FBI Story van Rudy Grayzell dat zich afspeelt tussen 1929 en 1933 en heel kleurrijk en beeldrijk de bikkelharde strijd tussen het FBI en het syndicaat verhaalt. Die single verscheen in 1959 en datzelfde jaar liep er in de bioscoop een gelijknamige gangsterfilm met James Stewart en Vera Miles, maar is er geen verband tussen beide. Illegaal gestookte alcohol stond bekend onder verschillende namen waarvan moonshine de bekendste is, en daarbij denken we meteen aan halfgare hillbillies verstopt ergens in de bergen. Moonshine van Whitey Pullen heeft dezelfde drive als White Lightning (een andere term voor moonshine) van George Jones, de backwoods rockabilly bopper Moonshine van Montie Jones is een heel ander nummer, en een derde nummer met dezelfde titel, nu van Cecil Moore, is meer een standaard rock 'n' roll stroll met honky tonk piano. Jack Holt's Moonshine Still tenslotte is rockende countryrock. Nog een andere benaming voor moonshine is mountain dew, door Hoke Simpson bezongen in het sympathieke Mountain Dew Rock, een beschaafde bopper aangedreven door backing vocals die denken dat ze The Jordanaires zijn. George Jones nam zelf een vervolg op zijn grote hit White Lightning op waarin hij de feiten beoordeelt vanuit het standpunt van de Revenuer Man, de belastinginspecteur, en dat nummer staat op de CD in een coverversie van Bill Goodwin. Red Wine van The Five Chords is een big band rocker zoals die in de begindagen van de rock 'n' roll en masse werden geproduceerd door dansorkesten die bij de pinken waren. Doe ze nog eens vol, en nog zo eentje is Pink Champagne van The Tyrones. Bij de indianen heette die alcohol vuurwater en Firewater van The Premieres is een schitterende gitaar-sax instro met roodhuiden op het oorlogspad. In het instrumentale kamp tappen voorts The Wailers een frisse pint in de uptempo piano-sax stroll Tall Cool One. Of gaat het over cocktails, want die piano tinkelt als ijsblokjes? Lee Finn jat een typische Johnny Cash gitaarintro voor zijn Pour Me A Glass Of Wine dat klinkt als een meer rockabilly uitvoering van de spaarzame Cash-abilly sound. One Scotch One Bourbon One Beer, origineel van Amos Milburn uit 1953, is een klassieker der bluesrock, maar The Five Encores maken er swingende samenzang van begeleid door piano en jazzy gitaar. Bloodshot Eyes kennen we allemaal van Wynonie Harris of zelfs van de originele hillbilly versie van Hank Penny, maar de cover van Millie Vernon hier was mij onbekend. Ze klinkt als een variété zangeres begeleid door een hard swingende band met veel blazers, en wie graag zijn beetjes uitslaat op de dansvloer zal er veel plezier aan beleven. The Champs herwerkten hun Tequila tot Tequila Twist, en Champs saxofonist Chuck Rio herwerkte Tequila dan weer onder eigen naam tot Margarita. De boogie woogie They Raided The Joint van Chuck Murphy, nochtans een blanke pianist, klinkt erg zwart, maar zo gaat dat nu eenmaal met opnames gemaakt op het scharnier van de jaren '40 en '50, zeker als er nauwelijks andere instrumenten bij betrokken worden. Op Sloppy Drunk staat trouwens een zwarte jump blues versie van dit nummer. Bij The Pub Rock van Slim Dusty dacht ik aan het liedje dat in Vlaanderen wereldberoemd werd als Café Zonder Bier van Bobbejaan Schoepen. Dat is immers een vertaling van Slim Dusty's Pub With No Beer, maar The Pub Rock blijkt een heel ander nummer, een wilde rocker die begint met de gitaarrif van Such A Night van Elvis en in de tekst inderdaad verwijst naar Pub With No Beer.
Tot welke excessen al dat geslemp allemaal leidde horen we in Jimmy Patton's chaotische pianorocker Yah I'm Movin', Carl Perkins' door alcohol en testosteron tilt geslagen Dixie Fried, Gene Vincent's Pistol Packin' Mama die in een cabaret met een pistool staat te zwaaien, Jay Chevalier's goedgemutste gestroomlijnde country swing Too Many Bubbles, Bo Davis' rockabilly stomper Drownin' All My Sorrows en Clyde Stacy's rock 'n' roll cover van Johnny Horton's Honky Tonk Hardwood Floor. Pechvogel Sonny Burgess heeft een gat in zijn bier emmer in My Bucket's Got A Hole In It, een nummer dat de eeuwigheid zal trotseren. Dat gat weerhield Burgess er niet van de nodige goedkope Thunderbird wijn te consumeren die in 1958 met een verkoopprijs van minder dan een dollar voor een kwartliter fles waarschijnlijk geen chardonnay was en de inspiratie vormde voor Burgess' gelijknamige uptempo mondharmonica-gitaar Sun 304 instro met Billy Lee Riley op mondharp. Op Sloppy Drunk staat ook een nummer getiteld Thunderbird, maar dat is iets helemaal anders, namelijk een gezongen bluesy stroll van Dossie Terry. Bij Sun lustten ze hem blijkbaar allemààl graag want ook Gene Simmons draaide zijn hand niet om voor Drinkin' Wine, terwijl Billy Lee Riley in Trouble Bound wèèt dat het in de kroeg foute boel zal worden als hij er zijn lief ziet zitten met een ander. Uit het leven gegrepen! Ik heb er zowaar dorst van gekregen. En aangezien het altijd érgens vier uur is: tijd voor een aperitiefje... Info: www.vintagerockinroots.com (Frantic Franky)

December 5 marked the 90th anniversary of the end of Prohibition in America, the end of 13 years of prohibition of the production and consumption of alcohol, which in the end only led to the illegal distilling, manufacturing and distribution of alcohol by the mob. You are no doubt familiar with the film footage (whether Hollywood or real) of the police raiding speakeasies and smashing barrels of alcohol. This anniversary is the perfect excuse for Atomicat/Koko Mojo to release two theme CD’s about booze and drinking, by which we obviously mean alcoholic beverages - a CD about lemonade and soda wouldn't sell nearly as much, now would it? Atomicat released this here Booze Party - The Rockers CD, while its Koko Mojo counterpart KM-CD-180 is titled Sloppy Drunk - R & B Rockers. Booze Party contains a lot of powerful rockers like Tommy Law's white rockin' stop-starter Cool Juice and Rudy Grayzell's FBI Story set between 1929 and 1933 colourfully and pictorially recounting the tough battle between the FBI and the syndicate. That 45 was released in 1959 and the same year a gangster film of the same name with James Stewart and Vera Miles appeared in cinemas, but there is no connection between the two. Illegally distilled alcohol was known by several names of which moonshine is the most familiar, a term that immediately conjures up images of crazy hillbillies hiding somewhere out in the mountains. Whitey Pullen's Moonshine has the same drive as George Jones' White Lightning (another term for moonshine), Montie Jones' backwoods rockabilly bopper Moonshine is an entirely different song, and a third song of the same title by Cecil Moore is more of a standard rock 'n' roll stroll with honky tonk piano. Jack Holt's Moonshine Still on the other hand is rockin' country rock. Another name for moonshine is mountain dew, and Hoke Simpson's sympathetic Mountain Dew Rock is a civilised bopper driven by backing vocals who think they are The Jordanaires. George Jones himself recorded a follow-up to his big hit White Lightning in which he assesses the facts from the point of view of the Revenuer Man, and that song is heard here in a cover version by Bill Goodwin. The Five Chords' Red Wine is a big band rocker of the kind produced en masse in the early days of rock 'n' roll by smart dance orchestras. Fill 'em up bartender, and another one in the same mould is The Tyrones' Pink Champagne. The native Americans called alcohol firewater, and The Premieres' Firewater is a brilliant guitar-sax instro evoking injuns on the warpath. Other instrumental participants include The Wailers pouring a refreshing pint in the uptempo piano-sax stroll Tall Cool One. Or does the titel refers to cocktails, for that piano tinkles like ice cubes? Lee Finn steals a typical Johnny Cash guitar intro for his Pour Me A Glass Of Wine which sounds like a more rockabilly rendition of the sparse Cash-abilly sound. One Scotch One Bourbon One Beer, originally by Amos Milburn in 1953, is a blues rock classic, but The Five Encores turn it into swinging harmony vocals accompanied by piano and jazzy guitar. We all know Bloodshot Eyes from Wynonie Harris or perhaps even from Hank Penny's original hillbilly recording, but Millie Vernon's cover here was unfamiliar to me. She sounds like a variety singer accompanied by a hard swinging band with lots of brass, and if you enjoy cutting a rug on the dance floor you're gonna like it. The Champs reworked their Tequila as Tequila Twist, while Champs saxophonist Chuck Rio reworked Tequila under his own name as Margarita. Chuck Murphy's boogie woogie They Raided The Joint sounds very black for a white piano player, but that's how it goes with recordings made at the crossroads of the '40s and '50s, especially with hardly any other instruments involved. The Sloppy Drunk CD features a black jump blues version of this song. When I saw Slim Dusty's The Pub Rock I thought it would be his singalong Pub With No Beer, but The Pub Rock turns out to be a completely different song, a wild rocker that starts with the guitar riff of Elvis' Such A Night by Elvis with the lyrics indeed referring to Pub With No Beer.
All this boozing led to excesses, as evidenced in Jimmy Patton's chaotic piano rocker Yah I'm Movin', Carl Perkins' alcohol and testosterone fuelled Dixie Fried, Gene Vincent's Pistol Packin' Mama waving a gun in a cabaret, Jay Chevalier's good humoured streamlined country swing Too Many Bubbles, Bo Davis' rockabilly stomper Drownin' All My Sorrows and Clyde Stacy's rock 'n' roll cover of Johnny Horton's Honky Tonk Hardwood Floor. Poor old Sonny Burgess has a hole in his beer bucket in My Bucket's Got A Hole In It, a tune that will defy eternity. The hole didn't stop Burgess from consuming cheap Thunderbird wine which in 1958 with a retail price of less than a dollar for a quart probably was no chardonnay, inspiring Burgess' eponymous uptempo harmonica-guitar Sun 304 instro with Billy Lee Riley on mouth harp. On Sloppy Drunk there's a completely different song titled Thunderbird which is a bluesy stroll sung by Dossie Terry. Apparently everybody at Sun enjoyed a drink every now and then because Gene Simmons didn't say no to Drinkin' Wine either, while Billy Lee Riley knows in Trouble Bound there's gonna be trouble in the bar when he sees his girlfriend sitting there with someone else. Story of my life! This CD actually made me thirsty, and since it's always four o'clock somewhere I guess it's time to wet my whistle... Info: www.vintagerockinroots.com (Frantic Franky)


SLOPPY DRUNK
Koko Mojo, KM-CD-180
English version: see below

Op 5 december was het exact 90 jaar geleden dat in Amerika de drooglegging werd opgeheven, waarmee een eind kwam aan dertien jaar verbod op alcoholproductie en consumptie, wat uiteindelijk enkel leidde tot het illegaal stoken van alcohol waarop de maffia het patent had. U kent ongetwijfeld de (al dan niet Hollywood) filmbeelden van de politie die speakeasies binnevalt en vaten alcohol kapot slaat. Die verjaardag is voor Atomicat/Koko Mojo het perfecte excuus voor twee CD’s rond het thema booze oftewel drank, waarbij we uiteraard alcoholische versnaperingen bedoelen - een CD over limonade en fris zou lang niet zoveel verkopen, nietwaar? Op Koko Mojo verscheen deze Sloppy Drunk - R & B Rockers, op Atomicat verscheen de blanke tegenhanger ACCD145 Booze Party - The Rockers. De 29 tracks op Sloppy Drunk focussen vooral op pré-rock 'n' roll jump blues, te beginnen met Hot Lips Page's They Raided The Joint uit 1946 (op Booze Party staat een blanke boogie woogie versie). Geen jump blues boogie woogie feest zonder Louis Jordan die de dans op gang trekt in House Party. Jordan was de schrijver en originele uitvoerder van het bekendere Saturday Night Fish Fry, en één maand na Jordan bracht Gay Crosse in oktober 1949 een voor 1949 bijzonder rockende cover van dat nummer uit die we horen op deze CD.
De doo-woppende Bel-Aires drinken de vreemde combinatie White Port And Lemon Juice, en uit de doo-wop kroeg komen ook The Robins met Empty Bottles. The Andrews Sisters namen in 1939 het overbekende Beer Barrel Polka (Roll Out The Barrel) op, maar dat staat terecht niet op de CD want met rock 'n' roll heeft dat nummer niets te maken. Samensteller DJ Mark Armstrong opteerde wel voor de thematisch vergelijkbare medium tempo boogie woogie Beer Barrel Boogie van The Platters. Er staan nog een paar bekende artiesten op de CD zoals Roy Brown met de gezapige boogie Bar Room Blues, Jimmy McCracklin met het rauwe Beer Tavern Girl, Sonny Boy Williamson met twee keer semi-akoestische countryblues in Bring Another Half A Pint en Whiskey Head Blues, en Wynonie Harris met een prima Drinkin' Wine Spo Dee O Dee en een al even geslaagd Down Boy Down. Earl Bostic kennen we ook, maar dan als saxofonist, terwijl hier een gezongen nummer van hem opstaat, I Got Loaded, origineel van Peppermint Harris maar vooral bekend van The Cadets. I Got Loaded blijkt inderdaad niet door Bostic gezongen maar door ene Clyde Terrell begeleid door het orkest van Earl Bostic. Hun versie mag er in elk geval wezen! Een ander bekend nummer in een onbekende versie is Amos Milburn's Chicken Shack Boogie als parlando jump boogie door The Five Scamps. Bull Moose Jackson is de man van de Big Ten Inch, maar met I Know Who Threw The Whiskey (In The Well) dient hij hier Lucky Millinder's Who Threw The Whiskey In The Well van antwoord. Het rustig geneuriede nummer doet meer denken aan zwarte vocal harmony dan aan zijn Big Ten Inch. Rosco Gordon nam op voor Sun Records maar We're All Loaded dateert van iets daarvoor en heeft meer een New Orleans dan een Memphis vibe. Over Sun Records gesproken: de gezongen bluesy stroll Thunderbird van Dossie Terry hier is een heel andere Thunderbird dan de Sun instrumental van Sonny Burgess & Billy Lee Riley op Booze Party. Zo goed als alle 29 songs situeren zich in de pré-rock 'n' roll en de rhythm 'n' blues swing, met als rockende uitzonderingen Jimmy Lewis' Cherry Wine dat dan weer richting big band jive huppelt en Sweet Was The Wine van Jerry Butler & the Impressions dat beschaafde big label rock 'n' roll is. Niet zeggen dat we u niet gewaarschuwd hebben! Als je er hoofdpijn van krijgt kan je 't altijd nog op de drank steken, hahaha. Info: www.vintagerockinroots.com (Frantic Franky)

December 5 marked the 90th anniversary of the end of Prohibition in America, the end of 13 years of prohibition of the production and consumption of alcochol, which in the end only led to the illegal distilling, manufacturing and distribution of alcohol by the mob. You are no doubt familiar with the film footage (whether Hollywood or real) of the police raiding speakeasies and smashing barrels of alcohol. This anniversary is the perfect excuse for Atomicat/Koko Mojo to release two theme CD’s about booze and drinking, by which we obviously mean alcoholic beverages - a CD about lemonade and soda wouldn't sell nearly as much, now would it? Koko Mojo released this here Sloppy Drunk - R & B Rockers, while its white Atomicat counterpart ACCD145 is titled Booze Party - The Rockers. The 29 tracks on Sloppy Drunk focus mainly on pré-rock 'n' roll jump blues, starting with Hot Lips Page's They Raided The Joint from 1946 (there's a white boogie woogie version on Booze Party). No jump blues boogie woogie party is complete without Louis Jordan and he gets the dancers going in House Party. Jordan wrote and laid down the original recordings of the better known Saturday Night Fish Fry, and one month after Jordan Gay Crosse released a cover of that song that's remarkably rockin' for 1949, as you can judge for yourself on this CD. The doo-woppin' Bel-Aires drink an odd mix of White Port And Lemon Juice, and The Robins leave the doo-wop bar with Empty Bottles. The Andrews Sisters recorded the world famous Beer Barrel Polka (Roll Out The Barrel) in 1939, but that song is rightfully not on the CD because it has nothing to do with rock 'n' roll. Compiler DJ Mark Armstrong did however opt for The Platters' thematically similar medium tempo boogie woogie the Beer Barrel Boogie. There are a couple more familiar artists on the CD such as Roy Brown with the chugging along boogie Bar Room Blues, Jimmy McCracklin with the raw Beer Tavern Girl, two times Sonny Boy Williamson with the semi-acoustic country blues tracks Bring Another Half A Pint and Whiskey Head Blues, and Wynonie Harris with a fine Drinkin' Wine Spo Dee O Dee and an equally well executed Down Boy Down. We all know Earl Bostic as a saxophone player but there's a vocal track attributed to him here titled I Got Loaded, originally done by Peppermint Harris but most familiar from The Cadets. As it turns out it's not sung by Bostic but by one Clyde Terrell accompanied by Earl Bostic's orchestra. In any case their version is quite good! Another well known song in an unknown version is Amos Milburn's Chicken Shack Boogie done as a parlando jump boogie by The Five Scamps. Bull Moose Jackson is the man of the Big Ten Inch, but his I Know Who Threw The Whiskey (In The Well) here is an answer to Lucky Millinder's Who Threw The Whiskey In The Well. The calmly hummed song is more reminiscent of black vocal harmony than of his Big Ten Inch. Rosco Gordon recorded for Sun Records but We're All Loaded dates from a little before that and has more of a New Orleans than a Memphis vibe. Speaking of Sun Records: Dossie Terry's vocal bluesy stroll Thunderbird here is a very different Thunderbird from Sonny Burgess & Billy Lee Riley's instrumental on Booze Party. Pretty much all of the 29 songs fall into the pré-rock 'n' roll and rhythm 'n' blues swing categories, with the rockin' exceptions being Jimmy Lewis' Cherry Wine which hops towards big band jive and Jerry Butler & the Impressions' Sweet Was The Wine which is civilised big label rock 'n' roll. Don't say we didn't warn you! If it gives you a headache, you can always blame it on too much booze, hahaha. Info: www.vintagerockinroots.com (Frantic Franky)


ROCKS VOL. 1/ BEAR FAMILY RECORDS
Bear Family, BCD 17734
English version: see below

Hoeveel CD’s verschenen er sinds 2002 in Bear Family's Rocks reeks? Meer dan 70 in elk geval, allemaal Best Of's van het rockendste materiaal van één individuele artiest, en omdat Bear Family niet de out of copyright wetgeving volgt betekent dat dat die CD’s indien nodig ook opnames van ná 1963 bevatten. Bovendien vraagt het Duitse re-issue label ook netjes toestemming aan de rechthebbenden waardoor ze zich niet beperkt zien tot de songs op één welbepaald label van die artiesten. Om maar te zeggen dat die Rocks CD’s erg goeie verzamel-CD’s zijn, en als je ze alle 70+ in huis hebt bezit je een ongeëvenaarde dwarsselectie van het beste van alle rock 'n' roll helden én van de voorlopers die de weg baanden voor de rock 'n' roll. Dat is de tweede verdienste van deze reeks, want als je de beste rock 'n' roll en rock 'n' roll-achtige opnames van een pionier als pakweg barrelhouse pianist Champion Jack Dupree wil hebben moet je je een weg banen door vele soms lukraak samengestelde rhythm 'n' blues CD’s die vaak hopen trage nummers bevatten. Dat werk heeft Bear Family voor u gedaan, en je krijgt er per CD nog eens een dik booklet bij.
Deze Rocks Vol. 1 is een sampler die de zwarte kant van de reeks belicht aan de hand van 30 tracks waarvan er drie gek genoeg worden gezongen door blanke artiesten, te beginnen met het aanstekelijke Good Golly van Johnny Otis, naast DJ Alan Freed misschien wel de blanke die het meest gedaan heeft om zwarte rock 'n' roll te populariseren bij het blank publiek. Ella Mae Morse's jiver Have Mercy Baby covert Clyde McPhatter & the Drifters, en het swingende Jump Jive And Wail van Louis Prima bewijst dat deze CD geen nummers schuwt die behoren tot het algemene culturele erfgoed van de rock 'n' roll, zoals voorts Be My Guest van Fats Domino (rock 'n' rollende ska uit 1959), Good Golly Miss Molly van Little Richard, Reelin' And Rocking van Chuck Berry (een van de weinig Chuck Berry songs zonder gitaarsolo) en Bo Diddley's tribale You Can't Judge A Book By The Cover. Een mix van piano rock 'n' roll, gitaar rock 'n' roll en saxofoon rock 'n' roll dus, en inderdaad worden alle basissen van de zwarte rock 'n' roll gecoverd met uiteraard veel jive (Morning Noon And Night van Big Joe Turner op wie je altijd kan rekenen, Just Don't Care van Screaming Jay Hawkins) en vocal groep jive van Clyde McPhatter (Deep Sea Ball), The Coasters (het zalige Three Cool Cats), The Cadillacs (het gemeen gezongen Holy Smoke Baby), Hank Ballard & the Midnighters (het Annie Had A Baby vervolg Henry's Got Flat Feet), Bill Pinkney & the Drifters (No Sweet Lovin') en zelfs van The Platters met Out Of My Mind, in 1958 verstopt op de B-kant van de ballade Twilight Time. LLoyd Price klonk in 1953 in Where You At een pak wilder dan zijn hits Lawdy Miss Clawdy, Stagger Lee, Personality en Just Because, net zoals Smiley Lewis' Lillie Mae in 1952 meer rockte dan zijn One Night en I Hear You Knockin'. Alle soorten zwarte rock 'n' roll betekent ook rockende lounge swing (Poon-Tang van The Treniers), boogie woogie (She's Dynamite van Piano Red, niet het BB King nummer), bluesbop (Junior Parker's I Wanna Ramble op Duke, een herwerking van zijn Feelin' Good op Sun), semi-akoestische bluesbop (Arthur Crudup in 1951 met het aan de Koreaanse oorlog refererende I'm Gonna Dig Myself A Hole), en bluesrock met mondharmonica en piano (She Don't Want Me No More van Jimmy Reed) en met gitaar en mondharmonica (de onweerstaanbare drive van Slim Harpo's laconiek door zijn neus gezongen Don't Start Crying Now). Is die Don't Start Crying Now bluesrock? Nee, 't is mee van de beste bluesbop ooit op plaat gezet! Sommige pré-1950 jump blues voorvaders slaagden erin de rock 'n' roll moeiteloos (zij het in de meeste gevallen zonder commerciëel succes) te assimileren, zoals de al sinds 1940 platen makende Champion Jack Dupree in zijn Nasty Boogie uit 1958, een variatie op zijn veel gebruikte Shake Baby Shake thema, Roy Milton (You Got Me Reeling And Rocking in 1955), pianist Jimmy McCracklin met zijn Get Tough dat in 1958 klonk als een rockende The Walk, en bluesgitarist Clarence "Gatemouth" Brown met het in 1980 door The Blue Cats (GB) op hun debuut LP gecoverde Boogie Uproar, in 1953 een rockende instro waarin gitaar, piano, sax en trombone wedijveren om de aandacht. Neem er de uitstekende geluidskwaliteit en het voorbeeldige CD booklet bij en je hebt een mooi visitekaartje van deze interessante reeks. Overigens is er van Johnny Otis nog géén Rocks CD uit, maar daarmee weten we natuurlijk gelijk wie de volgende in het rijtje wordt. Info: www.bear-family.com
(Frantic Franky)

How many CD’s already appeared in Bear Family's Rocks series since 2002? More than 70, that's for sure, all of 'em Best Of's of the rockinest material of an individual artist, and because Bear Family does not work basing themselves on the out-of-copyright laws those CD’s also contain recordings from long after 1963 if needed. Moreover the German re-issue label also politely asks permission from the rights holders so they are not limited to the artists' songs on only one particular label. It just goes to say that these Rocks CD’s are darn good compilation CD’s, and if you own all 70+ of them you have a fantastic cross-section of the best of not only all our rock 'n' roll heroes but also of the forerunners who paved the way for rock 'n' roll. That is the second merit of this series, because when you're trying to collect the best rock 'n' roll and rock 'n' roll related recordings of a pioneer like say barrelhouse pianist Champion Jack Dupree, you have to dig your way through many sometimes haphazardly compiled rhythm 'n' blues CD’s that often contain heaps of slow songs. Bear Family has done the job for you, plus you get a big fat booklet that comes with each CD. This Rocks Vol. 1 is a sampler that highlights the black side of the series through 30 tracks, three of which are oddly enough sung by white artists, starting with the infectious Good Golly by Johnny Otis, next to DJ Alan Freed perhaps the white man who did the most to popularize black rock 'n' roll among white audiences. Ella Mae Morse's jiver Have Mercy Baby covers Clyde McPhatter & the Drifters, and Louis Prima's swinging Jump Jive And Wail proves that the CD does not shy away from songs that belong to the cultural world heritage of rock 'n' roll - further evidenced by the inclusion of Fats Domino's Be My Guest (rock 'n' rollin' ska from 1959), Little Richard's Good Golly Miss Molly, Chuck Berry's Reelin' And Rocking (one of the few Chuck Berry songs without a guitar solo) and Bo Diddley's tribal You Can't Judge A Book By The Cover. That makes it a mix of piano rock 'n' roll, guitar rock 'n' roll and sax rock 'n' roll, and indeed all the basics of black rock 'n' roll are covered with of course loads of jive (Morning Noon And Night by the always reliable Big Joe Turner, Screaming Jay Hawkins' Just Don't Care) and vocal group jive by Clyde McPhatter (Deep Sea Ball), The Coasters (the irresistibly relaxed Three Cool Cats), The Cadillacs (a mean Holy Smoke Baby), Hank Ballard & the Midnighters (the Annie Had A Baby sequel Henry's Got Flat Feet), Bill Pinkney & the Drifters (No Sweet Lovin') and even The Platters' Out Of My Mind, tucked away on the B-side of their 1958 ballad Twilight Time. LLoyd Price sounded a lot wilder in 1953's Where You At than his hits Lawdy Miss Clawdy, Stagger Lee, Personality and Just Because , just like in 1952 Smiley Lewis' Lillie Mae rocked harder than his One Night and I Hear You Knockin'. All types of black rock 'n' roll also means rockin' lounge swing (Poon-Tang by The Treniers), boogie woogie (Piano Red's She's Dynamite which is not the BB King song), blues bop (Junior Parker's I Wanna Ramble on Duke, a reworking of his Feelin' Good on Sun), semi-acoustic blues bop (Arthur Crudup in 1951 with I'm Gonna Dig Myself A Hole which references the Korean war), and blues rock with harmonica and piano (Jimmy Reed's She Don't Want Me No More) and with guitar and harmonica (the incredible drive of Slim Harpo singing Don't Start Crying Now laconically through his nose). Is Don't Start Crying Now blues rock? No, it's one of the best blues boppers ever! Some pré-1950 jump blues forefathers managed to assimilate rock 'n' roll effortlessly (albeit in most cases without any commercial success whatsoever), such as Champion Jack Dupree who had been making records since 1940 with Nasty Boogie, a 1958 variation on his much used Shake Baby Shake theme, Roy Milton (1955's You Got Me Reeling And Rocking), pianist Jimmy McCracklin in 1958 with Get Tough which sounds like a rockin' The Walk, and blues guitarist Clarence "Gatemouth" Brown's Boogie Uproar from 1953 in which guitar, piano, sax and trombone vie for attention, a rockin' instro covered in 1980 by The Blue Cats (GB) on their debut LP. Take into account the excellent sound quality and the exemplary CD booklet and you have a good example of this interesting series. Incidentally, there's no Johnny Otis Rocks CD, which of course tells us who will be featured next. Info: www.bear-family.com (Frantic Franky)

CD (en vinyl) Recensies

7 februari 2024

ON THE DANCEFLOOR WITH/ DION DIMUCCI
Bear Family, BCD 17740

English version: see below

De muziek van Dion & the Belmonts mengt Italo doo-wop met levensvreugde, trots en wat in het Engels "street wise" heet: bravoure, het zelfverzekerd stoere vingerknippend paraderen over de boulevards van de Bronx waar ze vandaan kwamen (ze noemden zich naar Belmont Avenue) op de drempel van de volwassenheid terwijl de toekomst je tegemoet lacht. Het is muziek die bruist dankzij die eeuwige kreun in de zang, de aanzwellende backings van The Belmonts (of The Del-Satins op een aantal songs), en dat strollende ritme dat beelden van de marcherende Wanderers op mijn netvlies projecteert - de rock 'n' roll film uit 1979 niét gebaseerd op het liedje van Dion maar op een roman van schrijver Richard Price die ik dringend zou moeten herlezen om te zien of hij nog steeds evenveel indruk maakt als toen ik zelf tiener was. De muziek van Dion & the Belmonts, ondertussen onlosmakelijk verbonden met de film, in elk geval wel. Alle knallers als The Wanderer, Runaround Sue, I Wonder Why, de songgeworden onschuld A Teenager In Love, Ruby Baby, Donna The Prima Donna, Sandy, The Majestic, het veel majestueuzere (I Was) Born To Cry, Lovers Who Wander, Gonna Make It Alone en Little Diane staan hier uiteraard op, naast veel andere gelijkaardige en minstens even goeie nummers als This Little Girl, Love Came To Me, Can't We Be Sweethearts, Flim Flam (waarom staat in de discografie in het CD booklet dat dit onuitgebracht bleef tot 1991? Het stond in 1963 toch op Dion's LP Donna The Prima Donna?), Lonely Teenager, het melancholische Little Star en het op de groove van Honky Tonk drijvende I Got The Blues. Zelfs covers van andermans hits voorzag Dion van een ongelooflijke drive en energie: luister naar zijn versies van Queen Of The Hop van Bobby Darin, Come Go With Me van The Del Vikings, Drip Drop van Bobby Hendricks & the Drifters en This Little Girl Of Mine van The Cleftones. Fever wordt bij hem een oefening in bongo exotica, en let vooral op hoe Dion het doodgecoverde Kansas City laat klinken als The Wanderer. De CD bevat 29 songs uit 1958-1963 die liefdeskommer en de overgang van adolescent naar man in meeslepende mini-operettes gieten, doch omdat een mens in dit leven nu eenmaal niet àlles kan hebben staat de dromerige ballade Where Or When die in Amerika toch zijn grootste hit was hier niet op, en evenmin één favoriet Dion nummer van mij, de nonsensicale supersnelle rocker I Can't Go On (Rosalie). Die laatste had van mij een pop dittie als Unloved Unwanted Me, de jazzy detective swing crooner North East End Of The Street of zelfs zijn Shout mogen vervangen. Ook de Italiaanse versie van Donna The Prima Donna ware fantastisch geweest (het booklet spreekt van een Italiaanse Ruby Baby?), in welk geval deze On The Dancefloor With Dion DiMucci perfect zou zijn, maar dat is alleen God gegeven en die stierf zoals geweten op 16 augustus 1977 in Memphis. Dion die in 1958 drie Top 40 hits had is daarentegen op zijn 84ste nog steeds alive and kickin', zij het dat hij naast zijn eigen oldies voornamelijk bluesmuziek ten gehore brengt. Het gebruikelijke dikke (38 pagina’s) Bear Family booklet steekt natuurlijk bij de CD, anders zou het geen Bear Family zijn. Info: www.diondimucci.com en www.bear-family.com (Frantic Franky)

The music of Dion & the Belmonts mixes Italo doo-wop with joie de vivre, pride and what they call "street wise": swagger, strutting confidently and fingersnapping along the boulevards of the Bronx where they came from (they named themselves after Belmont Avenue) on the threshold of adulthood with the future smiling at them. It's effervescent music thanks to that endless moaning in the vocals, the swelling backing vocals from The Belmonts (or The Del-Satins on a number of songs), and the strolling rhythm that triggers images on my retina of the Wanderers marching along - the 1979 rock 'n' roll film based not on Dion's song but on a novel by writer Richard Price that I urgently need to reread to see if it still impresses me as much as when I was a teenager myself. Dion & the Belmonts' music, in the meantime inextricably linked to the film, sure does. All the great ones like The Wanderer, Runaround Sue, I Wonder Why, the innocence turend into a song A Teenager In Love, Ruby Baby, Donna The Prima Donna, Sandy, The Majestic, the much more majestic (I Was) Born To Cry, Lovers Who Wander, Gonna Make It Alone and Little Diane are there, alongside many other similar and at least equally good songs like This Little Girl, Love Came To Me, Can't We Be Sweethearts, Flim Flam (why does the discography in the CD booklet say this was unreleased until 1991? Wasn't it was on Dion's 1963 LP Donna The Prima Donna?), Lonely Teenager, the melancholic Little Star, and I Got The Blues based on the groove of Honky Tonk. Dion even injected other people's hits with an incredible drive and energy: listen to his covers of Bobby Darin's Queen Of The Hop, The Del Vikings' Come Go With Me, Bobby Hendricks & the Drifters' Drip Drop and The Cleftones This Little Girl Of Mine. He turns Fever into an exercise in bongo exotica, and pay particular attention to how Dion makes Kansas City which has been done to death sound like The Wanderer. The CD contains 29 songs from 1958-1963 that turn love woe and the transition from adolescent to adulthood into compelling mini-operettas, but since one can't have everything in life the dreamlike ballad Where Or When which was in fact his biggest hit is not on here, nor is one of my personal favourite Dion songs, the nonsensical super fast rocker I Can't Go On (Rosalie). For me the latter could have replaced a pop ditty like Unloved Unwanted Me, the jazzy detective swing crooner North East End Of The Street or even his Shout. The inclusion of the Italian version of Donna The Prima Donna would also have been fantastic (the booklet speaks of an Italian Ruby Baby?), in which case On The Dancefloor With Dion DiMucci would have been perfect, but we all know that only God is perfect and he died on August, 16 1977 in Memphis. Dion on the other hand who had three Top 40 hits in 1958 is still alive and kickin' at the age of 84, albeit performing mostly blues music apart from his own oldies. The usual fat (38 pages) Bear Family booklet accompanies the CD, otherwise it wouldn't be Bear Family. Info: www.diondimucci.com en www.bear-family.com (Frantic Franky)


LITTLE RED BOOK/ BENNY JOY
Rockstar, RSR 50108 (CD)
Rockstar, RSR 50107 (vinyl)

English version: see below

Straf: het is veertien jaar geleden dat er nog een LP van Benny Joy verscheen (de vijfdelige LP reeks The Benny Joy Story 1957-1961 op Norton), en nu komen er ineens drie LP’s én twee CD’s uit. Het goeie nieuws is dat de drie LP’s erg verschillen van elkaar: de tracklisting van de 10 track Sleazy 10 inch SR10-51 Untold Stories: Rare And Unreleased Masters, Unearthed Demos And More (titel die je nog zou kunnen verlengen tot "vooral opgenomen tussen 1960 en 1974 en gekocht van Joy's familie") is volledig anders in vergelijking met de Rockstar 10 inch, en op de bijhorende CD, deels volgens hetzelfde concept als deze Rockstar CD van songs geschreven door Benny Joy maar opgenomen door andere artiesten, staan er op 29 tracks slechts zes dubbels in vergelijking met Rockstar. De in Frankrijk verschenen Multigroove 10 inch 2018 bootleg For Your Rockin' Party van Crazy Times Pierre bevat zeven voor het merendeel stevige rockers die ontbreken op de Rockstar CD zoals Miss Bobby Sox, het dreigende Wild Wild Lover, Rollin' To The Jukebox Rock, I'm Gonna Move en Come Back, maar aan de tracklisting te oordelen lijkt die 10 inch mij volledig gekopieerd van de Ace CD Crash The Rockabilly Party uit 1998. 't Zijn lappen! De Bear Family CD Rocks tenslotte is gebaseerd op de demo’s uit 1957-1958 die vanaf eind jaren '70 voornamelijk vanuit Nederland op een nietsvermoedende wereld werden losgelaten door Cees Klop op twee White Label LP’s, voor de handigheid samengevoegd op één Collector CD die na al die jaren nog steeds geldt als essentieel, want dankzij deze opnames leerde ik en iedere rocker in die dagen Benny Joy kennen.
Over naar de orde der zaken, met name deze Rockstar release die verscheen als 29 track CD én als 10 track 10 inch vinyl met de full CD er gratis bij in cardboard versie. Met het mysterieus-exotische Hey High School Baby, Spin The Bottle (de versie met overdubde drums), het bibberende Steady With Betty, Little Red Book, het muren omver blazende Crash The Party en het galloperende Ittie Bittie Everything bevat de vinyl primaire teen angst rockabilly en white rock gitaar songs uit 1957-1959 die nog even gevaarlijk en daardoor fascinerend klinken als toen ik ze destijds voor het eerst hoorde op White Label. Ook van de partij: de gitaar/ sax instrumentale stroll Money Money verschenen onder de naam Big John Taylor & Benny Joy (Taylor was Joy's vaste gitarist en speelde ook gitaar op het door Taylor mede-gecomponeerd The Cat van Rod Willis). Deze nummers zijn genoegzaam bekend, minder voor de hand liggend is New York Hey Hey, een uptempo teen rock single uit 1961 met een vrouwenkoortje en glissando violen in dezelfde stijl zoals Johnny Burnette ze in die dagen maakte, en Somebody Else's Heartache uit 1963, een uptempo popsingle met opnieuw glissando violen en backing vocals in de fluitende Nashville countrypop stijl populair begin jaren '60. Deze nummers kende ik niet (naar verluidt is dit de eerste keer dat ze heruitgebracht worden) en zijn een aangename verrassing, zij het lichtjaren verwijderd van Crash The Party. De tiende track op de 10 inch wordt gek genoeg niet gezongen door Benny Joy maar door Darrell McCall, de door Joy geschreven beschaafde teen stroll (What'll I Do) Call The Zoo.
Deze 10 tracks staan uiteraard allemaal op de full CD, aangevuld met vijf andere Benny Joy tracks en in het kielzog van Darrell McCall's (What'll I Do) Call The Zoo nog dertien door Joy gecomponeerde nummers opgenomen door andere artiesten. De vijf Benny Joy tracks zijn de "drumloze" maar wel van percussie voorziene en desondanks niet minder primitieve Spin The Bottle, de ommekanten van New York Hey Hey en Somebody Else's Heartache (I'm Of No More Use To You Old Earth, dramatische teen pop met een Johnny Horton folk banjo, en de in violen verpakte breekbare country ballade Sincerely Your Friend die wat doet denken aan Pledging My Love van Johnny Ace), en een derde gelijkaardige single uit 1961 die de op Charlie Rich leest geschoeide vioolballade You Go Your Way (And I'll Go Mine) koppelt aan het uptempo Birds Of A Feather Fly Together met opnieuw een Johnny Burnette snik in de stem. Die singles verkochten begin jaren '60 voor geen meter en Benny Joy legde zich vanaf dan wijselijk toe op het componeren van liedjes voor andere artiesten, en dan had je als blanke voormalige rocker geen andere keuze dan richting country te gaan. Dat deed Joy niet onverdienstelijk want hij schreef in totaal meer dan 200 songs voor andere zangers die er vaak meer van over de toonbank zagen gaan dan Joy van al zijn singles bij elkaar geteld verkocht. De veertien Benny Joy composities 1960-1963 waarvan we met Darrell McCall's (What'll I Do) Call The Zoo al een voorsmaakje kregen op de vinyl bevinden zich allemaal in het drijfzand van Nashville, van Marty Robbins' Italiaanse mandoline canzone A Time And A Place For Everything tot plechtige countrypolitan ballades als If I Had You van Carl Smith, Let's Walk Away Strangers van Bill Phillips, Old Memories van Skeeter Bonn & Shirley Starr en Is Goodbye That Easy To Say van Debbie Reynolds. Marty Evans' teen ballade Eyes Of Tears heeft Buddy Holly hiccups, Hey Boss Man (Twist) is een late Sun single (Sun 375 uit 1962) van Ray Smith die meer Charlie Rich dan twist klinkt, en voor Charlie Rich zelf baseerde Joy She Loved Everybody But Me op de groove van Lonely Weekends. Joy's songs werden ook opgenomen door zwarte artiesten, getuige Sonny Hines' soulvolle ballades Follow Your Heart en Teardrop Avenue dat qua thematiek dezelfde locatie is waar Johnny Cash's Home Of The Blues zich bevindt. Met al die strijkers en al die achtergrondkoortjes geeft de CD die je vanaf de tweede helft als een pure country CD kan beschouwen een completer doch verrassend beeld van Benny Joy. De CD sluit af met de A-kant van de enige "solo" single die verscheen onder Big John Taylor's eigen naam, de dreigende medium tempo gitaarstroll Stompin' uit 1957. Benny Joy overleed in 1988 op 52-jarige leeftijd aan longkanker, Big John Taylor in 1995 op 58-jarige leeftijd, eveneens het slachtoffer van kanker. De 10 inch + gratis full CD is uitgebracht op 500 stuks. Info: www.vintagerockinroots.com (Frantic Franky)

Remarkable: it's been fourteen years since the last Benny Joy vinyl LP release (the five The Benny Joy Story 1957-1961 LP’s on Norton), and now out of the blue three LP’s as well as two CD’s hit the market. The good news is that the three LP’s are very different from each other: the tracklisting of the 10 track Sleazy 10 inch SR10-51 Untold Stories: Rare And Unreleased Masters, Unearthed Demos And More (title that could be expanded to include "mostly recorded between 1960 and 1974 and bought from Joy's family") is completely different to the Rockstar 10 inch, and the accompanying CD which in part uses the same concept as the Rockstar CD of songs written by Benny Joy but recorded by other artists, contains only six doubles on 29 tracks in comparison with Rockstar. The Multigroove 10 inch 2018 bootleg For Your Rockin' Party released by Crazy Times Pierre in France, contains seven for the most part solid rockers absent from the Rockstar CD such as Miss Bobby Sox, the menacing Wild Wild Lover, Rollin' To The Jukebox Rock, I'm Gonna Move and Come Back, but looking at the track listing that 10 inch seems to me to be kopied from the 1998 Ace CD Crash The Rockabilly Party. Strange things happening.... Bear Family's Rocks CD on the other hand is based on the 1957-1958 demos unleashed onto an unsuspecting world from the late 1970s onwards starting with Cees Klop in the Netherlands on two White Label LP’s re-issued on one Collector CD which after all these years I still consider to be essential listening, because thanks to these recordings me and every other rocker in those days discovered Benny Joy.
Over to the order of the day, this Rockstar release, available as a 29 track CD as well as a 10 track 10 inch vinyl album with a free cardboard version of the full CD included. With the mysteriously exotic Hey High School Baby, Spin The Bottle (the version with overdubbed drums), the shivering Steady With Betty, Little Red Book, Crash The Party blowing the walls down and the galloping Ittie Bittie Everything, the vinyl contains prime teen angst rockabilly and white rock guitar songs from 1957-1959 that still sound as dangerous and therefore as fascinating as when I first heard them on White Label. Also of note: the guitar/sax instrumental stroll Money Money which appeared under the name Big John Taylor & Benny Joy - Taylor was Joy's regular guitarist who also played guitar on Rod Willis' The Cat, written by Taylor. These songs are well known, less obvious is the inclusion of New York Hey Hey, an uptempo teen rock 45 from 1961 with a female choir and glissando violins just like Johnny Burnette made them in those days, and the 1963 single Somebody Else's Heartache, an uptempo pop 45 again with glissando violins and backing vocals in the whistling Nashville country pop style popular in the early sixties. I didn't know these songs (apparently this is the first time they're being re-issued) and they are a pleasant surprise, albeit light years away from Crash The Party. The tenth track on the 10 inch is oddly enough sung not by Benny Joy but by Darrell McCall, the Benny Joy-written civilised teen stroll (What'll I Do) Call The Zoo.
These 10 tracks are of course also on the full CD, supplemented by five other Benny Joy tracks and in the wake of Darrell McCall's (What'll I Do) Call The Zoo another 13 Joy-composed songs recorded by other artists. The five Benny Joy tracks are the "drumless" (it uses percussion) but nonetheless no less primitive Spin The Bottle, the other sides of New York Hey Hey and Somebody Else's Heartache (I'm Of No More Use To You Old Earth, dramatic teen pop with a Johnny Horton folk banjo, and the fragile orchestral country ballad Sincerely Your Friend, somewhat reminiscent of Johnny Ace's Pledging My Love), and a third similar 45 from 1961 pairing the Charlie Rich inspired violin ballad You Go Your Way (And I'll Go Mine) with the uptempo Birds Of A Feather Fly Together, another song with a Johnny Burnette sob in the voice. Those 45s went nowherel in the early sixties and Benny Joy wisely decided to turn to composing songs for other artists, and as a white former rock 'n' roll singer he had no choice but to go in the direction of country music. This he did not do without merit: he wrote more than 200 songs for other singers who often sold more kopies than Joy sold of all his 45s put together. The fourteen Benny Joy compositions 1960-1963 of which we already got a taste on the 10 inch with Darrell McCall's (What'll I Do) Call The Zoo all form part of Nashville's quicksands, from Marty Robbins' Italian mandolin canzone A Time And A Place For Everything to solemn countrypolitan ballads like Carl Smith's If I Had You, Bill Phillips' Let's Walk Away Strangers, Skeeter Bonn & Shirley Starr's Old Memories and Debbie Reynolds' Is Goodbye That Easy To Say. Marty Evans' teen ballad Eyes Of Tears has Buddy Holly hiccups, Hey Boss Man (Twist) is a late Sun outing (Sun 375 from 1962) from Ray Smith that sounds more Charlie Rich than twist, and for Charlie Rich himself Joy based She Loved Everybody But Me on the groove of Lonely Weekends. Joy's songs were also recorded by black artists, as evidenced by Sonny Hines' soulful ballads Follow Your Heart and Teardrop Avenue which in terms of theme must be the same street where Johnny Cash's Home Of The Blues is located. With all those violins and all those background singers, this CD which from the second half onwards turns into a pure country CD paints a more complete yet surprising picture of Benny Joy. The CD closes with the A-side of the only "solo" 45 that appeared under Big John Taylor's own name, the menacing medium tempo 1957 guitar stroll Stompin'. Benny Joy died of lung cancer in 1988 at the age of 52, Big John Taylor in 1995 at the age of 58, also a victim of cancer. The 10 inch + free full CD is limited to 500 kopies. Info: www.vintagerockinroots.com (Frantic Franky)


ROCKS/ BENNY JOY
Bear Family, BCD 17645

English version: see below

Straf: het is veertien jaar geleden dat er nog een LP verscheen van Benny Joy (de vijfdelige LP reeks The Benny Joy Story 1957-1961 op Norton), en nu komen er ineens drie LP’s én twee CD’s uit. Deze CD in Bear Family's Rocks reeks bevat al zijn essentiële maniakale rockers: Crash The Party, Steady With Betty, de twee versies van Spin The Bottle met en zonder drums (niet dat het qua lawaai veel verschil maakt), het gedreven Ittie Bittie Everything, Hey High School Baby, Little Red Book (Joy zong het op televisie in American Bandstand, maar ik ben de clip nog nooit tegengekomen), allemaal gekreund met Joy's trillende stem en gedrenkt in de broeierige atmosfeer die de songs van de keizer van het mineur akkoord kenmerkt. De atmosferische uptempo strollende gitaar/sax instro Money Money van Joy's gitarist Big John Taylor ontbreekt niet, aangevuld met origineel onuitgebrachte opnames uit 1957-1963 die het licht zagen vanaf eind de jaren '70, te beginnen met de releases van Cees Klop op Collector en White Label: Miss Bobby Sox, Rollin' To The Juke Box Rock, Come Back, het manische Wild Wild Lover, de geschreeuwde Peter Gunn-achtige sleazy stroll Button Nose, het wild primitieve Gossip Gossip Gossip (Eddie Cochran meets Leiber & Stoller maar primitiever en uitgevoerd op enkel twee gitaren), Big John Taylor's instrumentale Duane Eddy kopie Rebel Rock, het funky Nosey Nosey Neighbours met Jerry Reed op gitaar, de tango (!!!) I'm Doubtful Of Your Love, de langere un-edited versie van Crash The Party (2:57 in plaats van 2:28 = een halve minuut meer uitzinnigheid), I Need A Whole Lotta You dat klinkt als Johnny Hallyday begin jaren' 60, een dèrde Spin The Bottle met Jerry Reed op gitaar, een ander arrangement en een extra brug, een demo van (What'll I Do) Call The Zoo waarmee Darrell McCall een hit scoorde in 1961, de bluesrockende stroll Cold Cold Woman met op gitaar opnieuw Jerry Reed die nu Jimmy Reed naspeelt, de acetaat van Little Girl Little Girl, het door Big John Taylor gezongen Talking About It, en de Cash-abillies Dark Angel met DJ Fontana op drums en Indian Giver. En het houdt niet op: op Bundle Of Love en I'm Gonna Move doet Nashville's A-team Hargus "Pig" Robbins, Boots RandoLPh, Hank Garland, Bob Moore en Buddy Harman hun rockendste best. Merkwaardig genoeg verwijst de discografie in het booklet van 36 pagina’s dat het hele Benny Joy verhaal uit de doeken doet nergens naar die Nederlandse releases van Cees Klop, wel naar Joy's driedubbele CED351 CD Crash The Party, The Benny Joy Story 1957-61 verschenen op Norton Records in 2009. Nummers die daar hun debuut maakten zijn Love Zone (teen rock), het met mondharmonica de sixties aankondigende Touchdown, en In Study Hall, de enige ballade hier.
Rocks bevat 30 tracks die voor het grootste deel qua onbelemmerde rock 'n' roll wildheid hun gelijke niet kennen. Benny Joy overleed in 1988 op 52-jarige leeftijd aan longkanker, Big John Taylor in 1995 op 58-jarige leeftijd, eveneens het slachtoffer van kanker. Info: www.bear-family.com
(Frantic Franky)

Remarkable: it's been fourteen years since the last Benny Joy vinyl LP release (the five The Benny Joy Story 1957-1961 LP’s on Norton), and now out of the blue three LP’s as well as two CD’s hit the market. This CD in Bear Family's Rocks series contains all his essential maniacal rockers: Crash The Party, Steady With Betty, the two versions of Spin The Bottle with and without drums (not that it makes much difference in terms of noise), the driving Ittie Bittie Everything, Hey High School Baby, Little Red Book (Benny Joy sang it on TV on American Bandstand, but I never came across that footage), all groaned with Joy's trembling voice and drenched in the brooding atmosphere that characterises the songs of the emperor of the minor key. The atmospheric uptempo strolling guitar/sax instro Money Money from Joy's guitarist Big John Taylor is complemented by originally unreleased 1957-1963 recordings that first saw the light of day starting in the late seventies on Cees Klop's Collector and White Label albums: Miss Bobby Sox, Rollin' To The Juke Box Rock, Come Back, the manic Wild Wild Lover, the Peter Gunn styled sleazy stroll Button Nose that is screamed instead of being sung, the wild primitive Gossip Gossip Gossip (Eddie Cochran meets Leiber & Stoller but more primitive and played with just two guitars), Big John Taylor's instrumental Duane Eddy copy Rebel Rock, the funky Nosey Nosey Neighbours with Jerry Reed on guitar, the tango (!!!) I'm Doubtful Of Your Love, the longer un-edited Crash The Party (2:57 instead of 2: 28 = half a minute more frenzy), I Need A Whole Lotta You that sounds like early sixties Johnny Hallyday, a third Spin The Bottle with Jerry Reed on guitar, a different arrangement and an extra bridge, a demo of (What'll I Do) Call The Zoo which Darrell McCall took into the hitparade in 1961, the bluesrockin' stroll Cold Cold Woman with again Jerry Reed on guitar this time copying Jimmy Reed, the Little Girl Little Girl acetate, Talking About It sung by Big John Taylor, and the Cash-abillies Dark Angel with DJ Fontana on drums and Indian Giver. And there's more: on Bundle Of Love and I'm Gonna Move Nashville's A-team Hargus "Pig" Robbins, Boots RandoLPh, Hank Garland, Bob Moore and Buddy Harman play at their rockin' best. Oddly enough the discography in the 36 page booklet that documents the Benny Joy story does not mention those Dutch releases from Cees Klop, instead referring tot the triple CED351 CD Crash The Party, The Benny Joy Story 1957-61 released on Norton Records in 2009. Songs that debuted there are Love Zone (teen rock), the harmonica infused Touchdown announcing the sixties, and In Study Hall, the only ballad in the lot.
Rocks contains 30 tracks, most of which are unparalleled in terms of unadulterated rock 'n' roll madness. Benny Joy died of lung cancer in 1988 at the age of 52, Big John Taylor in 1995 at the age of 58, also a victim of cancer. Info: www.bear-family.com
(Frantic Franky)


SPOTLIGHT ON SYLVESTER BRADFORD – IFIC
Koko Mojo, KM-CD-198
English version: see below

Sommige mensen bestuderen de namen tussen de haakjes op singles, en zo iemand is de in Duitsland wonende Britse DJ Mark Armstrong. Wie anders komt op het idee een CD samen te stellen met songs gecomponeerd door Sylvester Bradford? Ik had nog nooit van Bradford gehoord die blijkbaar zo onbekend is dat van hem alleen de onduidelijke foto op de hoes van deze CD te vinden is. En die dikke bril is omdat Bradford blind is - het is niet dat er een alien op het hoesje staat. Toch zijn zijn beroemdste songs u en ik niet onbekend: Sylvester Bradford schreef I'm Ready voor Fats Domino, de jiver Right Now alsmede de iets minder bekende ballade Walkin' Home From School voor Gene Vincent en Tears On My Pillow voor Little Anthony & the Imperials. Maar Bradford heeft veel meer nummers geschreven en daarvan staan er 26 uit 1955-1963 op deze CD. Op de overige vier is hij als lid van The Suburbans achtergrondzanger en/of pianist, wat hij ook doet op sommige van de 26 songs die hij schreef. Op I Like Girls en I Live Just To Love You, twee uptempo songs die Bradford's enige solo single vormen, zingt hij logischerwijze lead, maar hij zingt en speelt ook mee bij de nummers van The Bradford Boys en The Ivories. Van blinden wordt nogal eens gezegd dat ze over een scherper gehoor beschikken dan de gemiddelde medemens en dat zou in Bradford's geval kunnen kloppen want de door hem geschreven liedjes zitten verdraaid clever in elkaar. Zijn epistelen situeren zich luidens deze CD vooral in de doo-wop in de zin van vrolijke samenzang en vocale acrobatie in alle mogelijke vormen (I Remember en Leave My Gal Alone van The Suburbans, Rose-Marie van Mickey Toliver & the Capitols), liedjes die soms doen denken aan Frankie Lymon & the Teenagers en soms swingen op het ritme van schuiftrombones (Baby Send A Letter van The Ivories), schuiftrombones die ook terugkomen in Ific van The Chantels. Van dat nummer ("ific" is een verkorting van 'terrific") staat nog een tweede, rockender versie op de CD door zangeres Lucy Rivera die een paar jaar later huwde met Gary US Bonds. De CD focust op uptempo werk, maar u weet het: geen doo-wop zonder ballades, en vandaar de aanwezigheid van Alone van The Ivories. Soms is de doo-wop hier zwart, soms blank, en soms gewoon toffe jive rock 'n' roll met backing vocals zoals Lovin' With A Beat van The El Tones. Denk de opgewekte backing vocals weg van doo-wop en je krijgt pure rock 'n' roll zoals Little Boy Blue van The Bradford Boys. Over rock 'n' roll gesproken: kijk en luister wat een beschaafd swingend Uh Huh Mm Sonny James hier neerzet, ook weer met veel aan doo-wop schatplichtige backing vocals trouwens. Puurdere rock 'n' roll hoewel nog steeds beschaafd en afgeborsteld is Ersel Hickey's You Never Can Tell. Iets helemaal anders zijn de gekke blazers van The Golden Highlights in Vodka, een Tequila-achtige Frolic Dinner titty shaker instrumental. Roaches van Jack Larson is een ongetwijfeld grappig bedoelde novelty stroll, I Want A Boy For My Birthday van The Cookies en Oh Dear What Can The Matter Be van The Permanents zijn meidenpop, en de vrolijke Spanish Twist van Bill Haley & the Comets uit 1961 op Gone Records toen Haley's hitperiode al lang gone was is niet alleen inderdaad een twist maar bovenal een aanstekelijk deuntje waarvan de tekst naar Haley's Mexicaanse periode verwijst. Van Spanish Twist bevat de CD ook een in het Spaans gezongen versie door Mike Rios con los Relampagos uit Madrid die van die twist een gitaarrocker maken! Jimmy Ricks (ex-Ravens en Lavern Baker's duetpartner in You're The Boss) & the Suburbans klinken in Bad Man Of Missouri als The Coasters die popcorn gaan en Ann Cole's meeslepende prachtig opgebouwde gospel geïmpregneerde uptempo popcorn noir Each Day doet zijn voordeel met verslavende backing vocals. Straffe madam, die Ann Cole: ze rockt voorts uit een goed vaatje in I've Got A Little Boy en brengt een rockende uitvoering van Muddy Waters' bluesklassieker Got My Mojo Working. Merkwaardig verhaal, die Got My Mojo Working: het nummer werd geschreven door ene Preston "Red" Foster en de originele uitvoering werd in 1956 opgenomen door - jawel - Ann Cole. De single was nog niet uit toen Cole het liedje zong tijdens een tour met Muddy Waters die het nummer zo goed vond dat hij het in 1957 zelf ook opnam, maar omdat Cole's versie dus nog niet uit was en hij zich de tekst niet goed herinnerde schreef hij er zelf een tekst op die onder zijn naam op de single kwam als auteur, et voilà, sindsdien staat Go My Mojo Working bekend als Muddy Waters bluesklassieker. Het kan verkeren! I'm Ready, Right Now en Walking Home From School staan op de CD in de bekende versies van Fats Domino en Gene Vincent, Tears On My Pillow in de coverversie van Chuck Jackson die bijna operette is en daarom een buitenbeentje op de CD. Van Little Anthony & the Imperials staat wel het nummer Wishful Thinking op de tracklist, een ballade die Tears On My Pillow echoot, en Right Now horen we onder de titel Le Temps Est Lent ook in het Frans gezongen door Eddy Mitchell & les Chaussettes Noires. Een aantal songs hier lijken op elkaar wat misschien niet onlogisch is, maar toch is deze CD een aanrader voor eenieder met een gezonde interesse in doo-wop. De moeilijk te vinden Sylvester Bradford zou nog leven en als dat klopt is hij nu 81 jaar. Info: www.vintagerockinroots.com (Frantic Franky)

There are people who study the names in between brackets on 45s, and one such person is DJ Mark Armstrong, born in the UK but residing in Germany. Who else would come up with the idea of compiling a CD with songs composed by Sylvester Bradford? I had never heard of Bradford who is so unknown that the only known photo of him is the vague picture on the cover of this CD. And those thick glasses are because Bradford is blind - that's not an alien on the cover. Yet Bradford's most famous songs are not unfamiliar to you and me: Sylvester Bradford wrote I'm Ready for Fats Domino, the jiver Right Now as well as the lesser known ballad Walkin' Home From School for Gene Vincent and Tears On My Pillow for Little Anthony & the Imperials. But Bradford wrote a lot more songs and 26 of them from 1955-1963 can be discovered on this CD. On the remaining four he sings backing vocals and/or plays the 88 keys as a member of The Suburbans, and he does the same on some of the 26 songs he did write here. On I Like Girls and I Live Just To Love You, two uptempo songs that constitute Bradford's only solo 45, he logically sings lead, but he also sings and plays on the songs by The Bradford Boys and The Ivories. It's often said that blind people can hear better than the average person which could very well be true in Bradford's case as the songs he wrote are meticulously constructed. According to this CD his writings mainly belonged to the doo-wop genre in the sense of cheerful harmony singing and vocal acrobatics in all possible styles (The Suburbans' I Remember and Leave My Gal Alone, Mickey Toliver & the Capitols' Rose-Marie), songs that sometimes remind me of Frankie Lymon & the Teenagers and sometimes swing to the sound of slide trombones (The Ivories' Baby Send A Letter), slide trombones which also appear in The Chantels' Ific. There's a second more rockin' version of that song ("ific" is short for "terrific") on the CD by singer Lucy Rivera who would go on to marry Gary US Bonds a few years down. The CD focuses on uptempo tunes, but you know how it is: no doo-wop without ballads, hence the presence of The Ivories' Alone. Sometimes the doo-wop is black, sometimes it's white, and sometimes it's cool jive rock 'n' roll with backing vocals like The El Tones' Lovin' With A Beat. Take away doo-wop's upbeat backing vocals and you get pure rock 'n' roll like The Bradford Boys' Little Boy Blue. Speaking of rock 'n' roll: listen to the civilised swinging Uh Huh Mm laid down by Sonny James here, again with a lot of doo-wop indebted backing vocals by the way. Purer rock 'n' roll though yet still civilised and clean cut is Ersel Hickey's You Never Can Tell. Something completely different are the crazy horns of The Golden Highlights in Vodka, a Tequila-like Frolic Dinner titty shaker instrumental. Jack Larson's Roaches is a novelty stroll undoubtedly intented to supposedly be funny, The Cookies' I Want A Boy For My Birthday and The Permanents' Oh Dear What Can The Matter Be are girl pop, and Bill Haley & the Comets' upbeat Spanish Twist from 1961 on Gone Records when Haley's hit days were long gone is not only indeed a twist but above all a catchy tune the lyrics of which refer to Haley's Mexican period. The CD also includes a version of Spanish Twist sung in Spanish by Madrid's Mike Rios con los Relampagos who turn this twister into a guitar rocker! In Bad Man Of Missouri Jimmy Ricks (ex-Ravens and Lavern Baker's duet partner in You're The Boss) & the Suburbans sound like The Coasters gone popcorn, and Ann Cole's compelling beautifully constructed uptempo gospel infused popcorn noir Each Day benefits from addictive backing vocals. She must have been quite a gal, furthermore rockin' up I've Got A Little Boy and offering a rockin' rendition of Muddy Waters' blues classic Go My Mojo Working. There's an odd story attched to Got My Mojo Working, a song written by one Preston "Red" Foster. The original version was recorded in 1956 by Ann Cole, but the 45 was not yet out when she sang it during a tour with Muddy Waters who liked it so much that he recorded it himself in 1957. Since Cole's version wasn't out yet and he didn't remember the lyrics very well, Waters wrote his own lyrics which appeared on the 45 under his name as the author, et voilà, from that moment on Go My Mojo Working went down in history as a Muddy Waters blues classic. Strange how things work out sometimes... I'm Ready, Right Now and Walking Home From School are on the CD in Fats Domino's and Gene Vincent's familiar versions, Tears On My Pillow on the other hand we hear in Chuck Jackson's cover version which is almost operatic and therefore the odd one out on the CD. Little Anthony & the Imperials are featured with another Bradford song titled Wishful Thinking, a ballad echoing Tears On My Pillow, and there's also a French version of Right Now titled Le Temps Est Lent by Eddy Mitchell & les Chaussettes Noires. A number of the songs here sound a bit similar which is perhaps not illogical, but the CD still comes recommended for anyone with a healthy interest in doo-wop. Apparently the elusive Sylvester Bradford is still alive, in which case he must be 81 years old. Info: www.vintagerockinroots.com (Frantic Franky)

31 januari 2024

LAUNDRY SESSIONS/ THE LAZY TONES
El Toro, ETCD7039

English version: see below

Om meteen ter zake te komen: dit is geen rock 'n' roll maar blues. Toch willen we u dit meegeven omdat El Toro een rock 'n' roll label is, het artwork er 100 % rock 'n' roll uitziet, en drummer Jesus Lopez bij heel wat Spaanse en zelfs Portugese rockabilly bands speelt. Hij was er trouwens niet bij op The Lazy Tones' vorige (enige?) CD uit 2016 getiteld Juke Joint Bound waarop ook een piano meespeelde die op deze 6 track CD niet aanwezig is. Het kwartet komt uit Valencia en uit de blues scene, en bezigt de bezetting zang-gitaar, contrabas, drums en mondharmonica. Nu zit rockin' blues, een genre dat op zich altijd al heeft bestaan, momenteel natuurlijk in de rock 'n' roll lift dankzij het succes van bands als Kokomo Kings, Joakim Tinderholt en Nico Duportal. Blues dus, met name de Chicago blues essentie van de eerste Chess platen, zo lees ik, maar omdat Chess voor mij synoniem staat met Chuck Berry en Bo Diddley ken ik daar te weinig van om een gefundeerd oordeel over die vergelijking te vellen. Wel herken ik tussen de zes nummers covers van Jimmy Rogers (een zwaarder, dreigender Sloppy Drunk) en Jimmy Reed (het zwaar slepende Natural Born Lover) en kan ik uiteraard emotioneel reageren op het gebodene. Sommige nummers beginnen bijna semi-akoestisch en evolueren tot hypnotiserende bluesrock. My Blame is mysterieus en mikt op de heupen, Look-A-Here is een vrolijk strollende opgewekte instrumental. De zang klinkt internationaal, alle zes nummers zijn geïmpregneerd door de mondharmonica die in wisselwerking speelt met de leadgitaar, en zelfs de bluesklassieker Baby Please Don't Go klinkt fris. Na een paar keer beluisteren ben ik helemaal mee, wat best een compliment is aangezien ik helemaal niet blues minded ben. Kortom, proberen maar! Info: www.eltororecords.com and www.facebook.com/thelazytones (Frantic Franky)

Let's get right down to the point: this is not rock 'n' roll but blues. Still we'd like to inform you about this release as El Toro is a rock 'n' roll label, the artwork looks 100% rock 'n' roll, and drummer Jesus Lopez plays in several Spanish and even Portuguese rockabilly bands. He was not on their previous (only?) CD from 2016 titled Juke Joint Bound on which there was also a piano which is absent from this 6 track CD. The quartet hails from Valencia and from the blues scene with a line up of vocals-guitar, double bass, drums and harmonica. Obviously the rockin' blues genre which has always existed is currently quite popular in the rock 'n' roll world thanks to the success of bands like The Kokomo Kings, Joakim Tinderholt and Nico Duportal. So blues it is, notably the Chicago blues essence of the first Chess records - at least that's what I read, because as for me Chess is synonymous with Chuck Berry and Bo Diddley, I don't know enough about to validate that statement. However I do recognise among the six songs covers of Jimmy Rogers (a heavier, more menacing Sloppy Drunk) and Jimmy Reed (the heavy grinding Natural Born Lover) and of course I react emotionally to what is on offer here. Some songs start in an almost semi-acoustic way and evolve into hypnotising blues rock. My Blame is mysterious and aims for the hips, Look-A-Here is an upbeat strolling instrumental. The vocals sound international, all six tracks are impregnated by the harmonica that interacts with the lead guitar, and they even manage to breath new life into the old blues classic Baby Please Don't Go. After a couple of spins I started to get it and dig it, quite a compliment since I'm not blues minded at all. Give it a try! Info: www.eltororecords.com and www.facebook.com/thelazytones (Frantic Franky)


DEADLINES/ JOAKIM TINDERHOLT
Big H Records, BIGHCD2301

English version: see below

Joakim Tinderholt staat voor een mix van gitaarblues, bluesrock, Bo Diddley, rechtdoor rock 'n' roll, rhythm 'n' blues swing en swamp pop, dat alles vertolkt met veel soul, een recept dat er bij velen ingaat als koek, ook binnen de rock 'n' roll scene. Zijn derde album begint met de titeltrack, alweer zo'n moderne rocker met bluesgitaar, opgevrolijkt met een boogie piano en voorzien van een enigszins uit de toon vallend achtergrondkoortje. De medium tempo stomper Don't Look Now, opnieuw met een opvallende rol voor de piano, krijgt een sleazy sfeertje door de platte saxofoon van gastmuzikant Sax Gordon Beadle. Love Is A Four Letter Word, het rustige I Ain't Rich en Can I Change My Mind (Tyrone Davis in 1968) met Hammond B3 orgel, het soulvolle Love Is Amazing (Robert Ward & the Ohio Untouchables in 1962) en (That's) How I Got To Memphis (Tom T. Hall in 1969) zijn commerciëlere blues zoals een Robert Cray die zou kunnen maken, de bluesrocker Too Late is net niet overgeproduced en meer rock dan blues, en ook met nummers als het wat gospel-achtig jubelend You Don't Love Me (Tommy Hodge & Ike Turner's Kings Of Rhythm in 1959) met uitfreakende bluesgitaar solo speelt Tinderholt op veilig. Wij prefereren uiteraard de cover van Eddy Clearwater's Chuck Berry kopie Hillbilly Blues. Op alle tien tracks is Tinderholt's gitaarspel op het scherp van de gulden snede en op het randje van vervorming, en zijn stem is fantastisch. Helaas bevat de CD te weinig rock 'n' roll en te veel Robert Cray waardoor Deadlines veel gladder is dan Tinderholt's eerdere werk. Hij zal er geen fans in de rock 'n' roll scene mee bijwinnen, maar wie Wie You Gotta Do More (2014) en Hold On (2017) tot zijn favoriete albums rekent zal wellicht meegaan in dit nieuwe hoofdstuk van de Noorse ba(a)rd. Info: www.bighrec.com and www.joakimtinderholt.com (Frantic Franky)

Joakim Tinderholt soaks a mix of guitar blues, blues rock, Bo Diddley, straight forward rock 'n' roll, rhythm 'n' blues swing and swamp pop in a lot of soul, coming up with a recipe that goes down well with many, even within the rock 'n' roll scene. His third album kicks off with the title track, another modern rocker with blues guitar, spiced up with boogie piano and featuring a rather out-of-place background chorus. The medium tempo stomper Don't Look Now, again with a important role for the piano, is given a sleazy vibe thanks to guest musician Sax Gordon Beadle's low down dirty saxophone. Love Is A Four Letter Word, the mellow I Ain't Rich and Can I Change My Mind (Tyrone Davis in 1968) with Hammond B3 organ, the soulful Love Is Amazing (Robert Ward & the Ohio Untouchables in 1962) and (That's) How I Got To Memphis (Tom T. Hall in 1969) are a more commercial style of blues music like Robert Cray could make 'em, the blues rocker Too Late is at the point of overproduction and more rock than blues, and even with songs like the somewhat gospel-like jubilant You Don't Love Me (Tommy Hodge & Ike Turner's Kings Of Rhythm in 1959) with the blues guitar solo freakin' out Tinderholt plays it on the safe side. We obviously prefer his cover of Eddy Clearwater's Chuck Berry copycat Hillbilly Blues. On all ten tracks Tinderholt's guitar playing is on the cutting edge as well as on the edge of distortion, and his voice sounds fantastic. Unfortunately the CD contains not enough rock 'n' roll and too much Robert Cray, making Deadlines much smoother than Tinderholt's earlier work. He's not gonna win any new rock 'n' roll fans, but if his You Gotta Do More (2014) and Hold On (2017) are among your favourite albums you will probably join the Norwegian in this new chapter. Info: www.bighrec.com and www.joakimtinderholt.com (Frantic Franky)

17 januari 2024

WET OUR WHISTLES/ BASEMENT BOPPERS
AYCB, AYCB105
English version: see below

Dit Italiaanse trio werd opgericht eind 2020 door Eugenio Pritelli (zang, gitaar, Rock 'n' Roll Kamikazes), Zimmy Martini (contrabas, Lucky Strikes) en Fabrizio Casadei (drums, Good Fellas, Lucky Lucianos, Benny & the Cats, Jumpin' Shoes). De heren komen dus uit heel verschillende bands, wat zich weerspiegelt in de verscheidenheid aan muzikale stijlen die ze met hun toch traditionele rockabilly trio bezetting tentoon spreiden op hun debuutalbum met elf eigen nummers + één cover, de ballade Just You (And I) van David Lynch & Angelo Badalamenti en dan weet u dat dat uit Twin Peaks komt, meer bepaald uit seizoen 2, hier omgetoverd tot pop meets ska meets doo-wop meets luie schuiftrombones. I Know You Know It Too opent het album in een uptempo doch bluesy swamp sfeer met microfoonvervorming op de stem, en die blueslijn wordt doorgetrokken in I’ve Always Got Your Back dat flarden Creedence Clearwater Revival en Tony Joe White oproept en in de medium tempo rechtdoor twaalf maten blues stroll We’re Rockin’ At Midnight. De andere pijler waarop dit album steunt bewijst dat Basement Boppers heus nog wat anders kunnen dan de blues uithangen: Stop Ruining Our Party en You’re Gone zijn aanstekelijke springerige pop gitaarrock, en Wet Our Whistles (In July) met zijn jazzy gitaarsolo en de ballade Why Don’t You Just Leave Her Alone vlijen zich ook gezellig in de melodieuze semi-akoestische pophoek - voor alle duidelijkheid: het woord "pop" is in deze niét negatief bedoeld. Daarin gaan ze ver hoor: Basement Times is zo'n trage ska dat het reggae wordt! Tussen de bedrijven door kan u rocken op Basement Bop, Hey Hey Hey Get Ready of het urgente Sunday Everyday, nummers waarin naast toch ook weer pop akkoorden ook sixties elementen opduiken. Wet Your Whistle is zeker niet je doorsnee rock 'n' roll/ rockabilly plaat, maar een erg afwisselend album in een clevere mix van rock, blues en pop die uw aandacht waard is als u verder kijkt en luistert dan alleen maar one two three o'clock rock en Teddy Boy Boogie. Basement Bop en I've Always Got Your Back verschenen intussen met extra sax op vinyl single in een oplage van 300 stuks. AYCB (All You Can Beat) is een Italiaans alternatief label. Info www.facebook.com/basementboppers en www.allyoucanbeat.bandcamp.com.. Als ik het daarop goed lees is de LP (zelfde bestelnummer) uit in een oplage van 200 exemplaren en de CD in een oplage van amper... 50 exemplaren! (Frantic Franky)

This Italian trio was formed in 2020 by Eugenio Pritelli (vocals, guitar, Rock 'n' Roll Kamikazes), Zimmy Martini (double bass, Lucky Strikes) and Fabrizio Casadei (drums, Good Fellas, Lucky Lucianos, Benny & the Cats, Jumpin' Shoes). They come from very different bands, which is reflected in the variety of musical styles they display with what is basicly a traditional rockabilly trio line-up on their debut album's eleven original songs + one cover, the ballad Just You (And I) by David Lynch & Angelo Badalamenti and then you know it's from Twin Peaks, more specifically from Season 2, transformed into pop meets ska meets doo-wop meets lazy slide trombones. I Know You Know It Too kicks off the album with an uptempo yet bluesy swamp vibe with microphone distortion on the vocals, and this bluesy approach continues in I've Always Got Your Back which evokes the stylings of Creedence Clearwater Revival and Tony Joe White, and in the medium paced straight ahead twelve bar blues stroll We're Rockin' At Midnight. The other pillar on which this album rests proves that Basement Boppers master other styles as well: Stop Ruining Our Party and You're Gone are catchy bouncy poppy guitar rock, and Wet Our Whistles (In July) with its jazzy guitar solo and the ballad Why Don't You Just Leave Her Alone also feel right at home in the melodic semi-acoustic pop corner - and just to be clear: I do not use the word "pop" here in a negative sense. The trio stretches the boundaries of the rockabilly paradigm even more in Basement Times, a ska song so slow that it becomes reggae! In between you can rock out to Basement Bop, Hey Hey Hey Get Ready and the urgent Sunday Everyday, songs in which sixties elements crop up alongside pop chords. Wet Your Whistle is certainly not your average rock 'n' roll/ rockabilly record, but it's a very varied album cleverly mixing rock, blues and pop, and it's worth your attention if you look and listen beyond one two three o'clock rock and Teddy Boy Boogie. In the meantime the band released Basement Bop and I've Always Got Your Back with extra sax on a vinyl 45 in an edition of 300 kopies. AYCB (All You Can Beat) is an Italian alternative label. Info www.facebook.com/basementboppers and www.allyoucanbeat.bandcamp.com. According to what I read there there is a vinyl LP version of this album (same order number) of 200 kopies while the CD was manufactured in an edition of only 50 kopies! (Frantic Franky)


BACK TO THE BLUE SIDE/ THE COUNTRY SIDE OF HARMONICA SAM
Sleazy, SRCD66-80
English version: see below

Na drie albums op El Toro sinds 2013 is dit het eerste album op Sleazy van de beste country band ter wereld die uit... Zweden komt! Hoe komt het toch dat Zweden zo goed zijn in het kopiëren van oude muziekstijlen? Want dat zijn ze al sinds ze in de jaren '90 de authentieke rockabilly begonnen te kopiëren. Nu schijnt Zweden wel een kleine doch levendige country scene te hebben, maar dat verklaart nog niet waarom de uit de western swing afkomstige Peter Andersson (pedal steel), Ulrik Jansson (contrabas) en Patrik Malmros (drums), de uit de bluegrass afkomstige Johan Bandling Melin (lead gitaar) en Harmonica Sam zelf (zang, akoestische ritmegitaar) een Amerikaans muziekidioom van 70 jaar geleden zo fantastisch onder de knie hebben. Nog straffer: Harmonica Sam alias Samuel Andersson deed dat al eerder in een heel ander genre en met een heel ander instrument als mondharmonicaspeler bij The Kokomo Kings en bij The Domestic Bumblebees, vandaar ook zijn artiestennaam. Komt nog bij dat The Country Side Of Harmonica Sam het ook live on stage kan waarmaken en er zelfs nog een extra dimensie aan toevoegt door een al even perfecte show neer te zetten, en dat door eigenlijk niéts te doen qua show, want ze staan daar allemaal netjes onbeweeglijk in hun kleurrijke western pakjes, Stetson schuin op de oren en de haren netjes gekamd: The Country Side Of Harmonica Sam live lijkt of je oude videoclips van country shows uit de jaren '60 aan het kijken bent. Volgens mij mag je niet meedoen met de band als je lang haar hebt! Tot en met de door Chris Wilkinson van The Bonneville Barons ontworpen hoes, het hele plaatje klopt 100 %, en net als die country LP’s uit de jaren '60 zitten de 14 afwisselend trage, medium en uptempo songs, 4/4 shuffles, juist-na-de-beat shuffles en rumbas vol woordspelletjes - en lijken alle 14 songs op elkaar, zo goed zijn hun perfecte imitaties van de country uit de jaren '60 zowel vocaal als muzikaal, vanaf de aftikkende viool in de intro van I've Overstayed My Welcome In Your Heart, de zalige pedal steel en de occasionele twang tot de glijdende hoge stem met een aardappel in de mond en de bescheiden backing vocals, met net als op sommige van de vorige albums onopvallende gastrollen voor piano en fiddle. En zijn het nu alle 14 onbekende covers? Néé! Er staan vijf covers op van Justin Tubb (Take A Letter Miss Gray uit 1963), Hank Cochran (Has Anybody Seen Me Lately uit 1968), Carl Smith (The Little White House uit 1960 en More Habit Than Desire uit 1961) en het door Ronnie Self geschreven Wanted (geen idee wie het zong), maar negen songs zijn verrassend genoeg gloednieuw. Vijf kwamen er uit de pen van de Frans-Canadese classic country zanger Theo Lawrence die van Bordeaux verhuisde naar Austin, Texas, I've Overstayed My Welcome In Your Heart is van de Zweedse countrymuzikant Dan Englund die de titeltracks van hun vorige drie albums schreef, en If This Table Could Talk en Tearing Her Heart Out zijn van country traditionalist Jake Penrod uit Austin. Aan I'm Not Supposed To Love You tenslotte hangt een merkwaardig verhaal vast: het werd geschreven door een zekere Betty Jean Lewis uit Texas wier zoon contact opnam met The Country Side Of Harmonica Sam om te zeggen dat zijn moeder sinds 1974 songs schreef. Om een lang verhaal kort te maken: dit is de eerste keer dat een liedje van haar hand werd opgenomen!
Net als zijn drie voorgangers is Back To The Blue Side ideaal voor wie houdt van de klassieke country van eind jaren' 50 begin jaren '60 van mensen als Faron Young, George Jones, Bobby Bare, Ray Price, Lefty Frizell, Webb Pierce, Skeets MCDonald, Billy Walker en Buck Owens. Het nummer Tell Her verscheen op vinyl single Sleazy SR246, maar de B-kant daarvan, This Train, staat niét op dit album dat ook uit is op vinyl, bestelnummer SRLP51. Info: www.sleazyrecords.com and www.thecountrysideofharmonicasam.com (Frantic Franky)

After three albums on El Toro since 2013 here's the first album on Sleazy by the best country band in the world all the way from... Sweden! How come the Swedes are so good at copying old music styles? Cos that's what they've been doing ever since they started recreating authentic rockabilly in the 1990s. So Sweden does seem to have a small yet vibrant country scene, but that still doesn't explain why western swingers Peter Andersson (pedal steel), Ulrik Jansson (double bass) and Patrik Malmros (drums), bluegrass musician Johan Bandling Melin (lead guitar) and Harmonica Sam himself (vocals, acoustic rhythm guitar) so perfectly mastered an American music idiom from 70 years ago. Even stranger: Harmonica Sam aka Samuel Andersson did the same thing before with an entirely different music genre when he played the harmonica with The Kokomo Kings and with The Domestic Bumblebees, hence his stage name. What's more, The Country Side Of Harmonica Sam lives up to their reputation live on stage and even adds an extra dimension by recreating the country concerts of yesteryear, which they do by actually not doing anything at all in terms of a stage act, as they all stand there motionless in their colourful western suits, Stetson tilted to one side over their ears and their hair neatly combed: The Country Side Of Harmonica Sam live on stage is like watching old video clips of country shows from the sixties. I think you are not allowed to join the band if you have long hair! Right down to the cover designed by The Bonneville Barons' Chris Wilkinson, the whole picture is 100 % period perfect, and just like when you're playing one of those country LP’s from the sixties the 14 tracks on Back To The Blue Side alternate slow, medium and uptempo songs, 4/4 shuffles, right-behind-the-beat shuffles and rumbas full of wordplay - and all 14 songs sound alike, that's how well they copy sixties country both vocally and musically, from the violin countdown in the intro of I've Overstayed My Welcome In Your Heart, the joyous pedal steel and the occasional twang to the slide in Harmonica Sam's high voice which sounds like's he's chewing on a potato and to the modest backing vocals, with as on the previous albums hidden guest spots for piano and fiddle. So are all of the 14 songs unknown covers? Nope! There's five covers from the likes of Justin Tubb (Take A Letter Miss Gray from 1963), Hank Cochran (Has Anybody Seen Me Lately from 1968), Carl Smith (The Little White House from 1960 and More Habit Than Desire from 1961) and a song titled Wanted written by Ronnie Self (no idea who sang it), but - surprise, surprise - nine songs are brand new. Five came from the pen of French-Canadian classic country singer Theo Lawrence who moved from Bordeaux to Austin, Texas, I've Overstayed My Welcome In Your Heart is by Swedish country musician Dan Englund who wrote the title tracks of their previous three albums, and If This Table Could Talk and Tearing Her Heart Out are by Austin country traditionalist Jake Penrod. I'm Not Supposed To Love You has remarkable story attached, as it was written by one Betty Jean Lewis from Texas whose son contacted The Country Side Of Harmonica Sam to say that his mother had been writing songs since 1974. To make a long story short: this is the first time ever one of her songs has been recorded!
Like its three predecessors, Back To The Blue Side is ideal for those who love the classic late fifties and early sixties country sound sung by masters like Faron Young, George Jones, Bobby Bare, Ray Price, Lefty Frizell, Webb Pierce, Skeets MCDonald, Billy Walker and Buck Owens. The song Tell Her appeared on vinyl 45 Sleazy SR246, but its flipside, This Train, is not on this album. The album itself has also been released on vinyl SRLP51. Info: www.sleazyrecords.com and www.thecountrysideofharmonicasam.com (Frantic Franky)

CD Recensies

10 januari 2024

BEWARE! INSECTS AND SPIDERS!
Bear Family, BCD 17741
English version: see below

Net te laat verschenen voor Halloween maar dat geeft niet want dit is het soort CD dat je het hele jaar kan opleggen: 28 nummers over insecten, spinnen (biologisch gezien zijn dat geen insecten, want spinnen en insecten zijn twee aparte groepen geleedpotige dieren) en ander kruipend en vliegend gekriebelte. Weet je wat ik zie als ik gedronken heb? Allemaal beestjes! Geen onderwerp voor rock 'n' roll? Ik kan er anders zo voor de vuist weg een paar opnoemen: The 2000 Pound Bee van The Ventures en de Beatnik Fly van Johnny & the Hurricanes. Die staan hier niet op, een paar andere bekende voorbeelden wel zoals Bumble Bee van Lavern Baker en aan het andere eind van de muzikale regenboog Hank Williams voor één keer niet aan de country klaagmuur maar grappend en grollend de vliegen van zich afslaand in het uptempo Fly Trouble uit 1947. Dat dit griezelkabinet al altijd heeft bestaan in de populaire muziek blijkt uit de oudste opname hier, Buzzin' Around With The Bee van Lionel Hampton, een instrumental uit 1937 maar swingend als de - inderdaad - beesten, zij het niet alleen op saxofoon en piano maar ook op cornet en op Hampton's handelsmerk, de vibrafoon. Het instrumentale - heel veel instrumentals op deze CD - Green Hornet Theme is het thema van de TV reeks The Green Hornet die in 1966-1967 26 afleveringen lang op de Amerikaanse TV inspeelde op het succes van Batman met Bruce Lee als assistent van The Green Hornet, personage gebaseerd op de gelijknamige superheld in 1936 bedacht voor de radio. Dat thema werd gecomponeerd door Billy May maar is gebaseerd op De Vlucht Van De Hommel, een door het gezoem van de hommel geïnspireerd orkestraal interludium uit de vergeten opera De Geschiedenis Van Tsaar Saltan van de Russische componist Nikolaj Rimski-Korsakov uit 1899-1900 dat reeds als thema voor de Green Hornet werd gebruikt op de radio. May's bewerking zoals op TV te horen was uptempo detective jazz, de versie van Buddy Merrill hier op de CD is meer rock 'n' roll in de stijl van het thema van The Munsters. Een andere bewerking van dit klassieke intermezzo is Winnifred Atwell's instrumentale piano boogie versie. Uit hetzelfde jaar 1966 als het Green Hornet Theme en daar dus ongetwijfeld op inspelend is het gitaar/orgel fuzz werkje Hornet's Nest van Curtis Knight & the Squires met op leadgitaar... Jimi Hendrix!
Verwijst de "heLP me" in de op exotica gezette parlando novelty The Spider And The Fly van Bobby Christian naar de Vincent Price film The Fly? Dat kan, want ze komen allebei uit 1958. Ook John Zacherley, de muzikale tegenhanger van horror acteur Vincent Price, is van de partij met een ander nummer met dezelfde titel The Spider And The Fly, dit keer novelty parlando met versnelde smurfenstemmetjes op een enigszins creepy ragtime pianomuziekje. De half Spaans half Engelse mambo swing Cucaracha Boogie uit 1953 had een pachuco bewerking van La Cucaracha kunnen zijn maar is made in Belgium op Ronnex Records door orkestleider Freddy Sunder die ooit ook nog rock 'n' roll swing opnam en die de Oude Belgen nog kennen van zijn latere functie als dirigent van het BRT televisie orkest.
Veel instrumentals, hadden we gezegd, net niet de helft van de 28 tracks. Zo is Black Widow van The Nobles opwindende instro surf gemaakt door een groep uit Texas, en Tarantula was in 1964 de B-kant van de enige solo single van Bob Regan, de helft van Bob & Lucille van Eeny Meeny Miney Mo, een groovy gitaar boogie met veel wah wah-achtige effecten. Een andere instrumentale Tarantula komt van Bruce Gist & the Invaders die medium tempo rocken in oosterse sferen. In totaal staan hier niet minder dan vier tracks getiteld Tarantula op waarvan één door een groep genaamd.... The Tarantulas, met in de gelederen gitarist Bob Tucker die ooit nog bij Bill Black's Combo speelt. Hun Tarantula is een orgel/gitaar instrumentaaltje met een Telstar sfeertje, zij het dat The Tarantulas hun Tarantula opnamen vòòr Telstar. De vierde Tarantula is in medium tempo twangy Duane Eddy stijl van The Storms, een groep met Jody Reynolds. Nog meer spinnekoppen kruipen rond in de kobbewebben van de stroll Spider Walk van The Sabres, en Abie Baker's trage eerder detective jazz klinkende instrumental The Web is het thema uit de SF horror film The Brain That Wouldn't Die (1962). The Bug van The Swing Kings is een primitieve gitaar instro, en Link Davis's Beatle Bug dateert uit 1964. Die "Beatle" doet uiteraard denken aan The Beatles, maar daar heeft dit nummer absoluut niets van doen: deze Beatle Bug is een zware instrumentale rechtdoor saxofoon rocker. Martin Denny's instrumentale Tsetse Fly is anderzijds niet zozeer exotica dan wel schatplichtig aan het speelse van Esquivel.
Maar we waren gekomen voor rock 'n' roll, en die wordt verzorgd door Chubby Checker's stevige twister The Fly waarop je naar believen ook kan jiven. Geen idee hoe je de fly moet dansen? Bekijk de clip op YouTube en brush up op je armzwieren. Minder bekend zijn Chet "Poison" Ivey (de goeie zwarte jiver Lady Bug) en Jack Hammer, want de Jack Hammer van Jack Hammer & the Pacers hier is niet de zwarte componist van Great Balls Of Fire die begin jaren '60 de Europese twistkoning werd omdat ze bij ons geen Chubby Checker hadden. Deze Jack Hammer & the Pacers zijn een groep onder leiding van rockabilly Werly Fairburn! Vandaar allicht dat hun Black Widow Spider Woman uit 1959 prima rock 'n' roll, een iets cleanere uitvoering van white rock met een sax solo die klinkt als een zoemende vlieg. The Bug van malloot Gene Maltais is chaotischer, en Grasshopper Rock van Link Davis is exemplarische Starday rockabilly stomp met saxofoon uit 1956. Little Cricket is sympathieke teen rock met saxofoon van The Royal Teens, dezelfde Royal Teens van Short Shorts met in de rangen Bob Gaudio die later The Four Seasons oprichtte. Get Away Fly is een vokale of op zijn minst parlando jazzy sax/gitaar stroll van saxofonist Buddy Lucas. Is die diepe welluidende stem van Lucas zelf of is dit een gastvokalist? Het booklet van 16 pagina’s dat track per track foto’s en uitleg over de artiesten verschaft blijft het antwoord schuldig. Een nog diepere welluidender stem had de zoetgevooisde Brook Benton die een rustige doch onweerstaanbare Bo Weevil Song neerlegt, een nummer dat eerder werd opgenomen door Eddie Cochran (Cochran's versie staat niet op de CD) maar waar Benton toch zijn eigen naam onder zette als componist, hoewel beide songs teruggaan op een stokoude blues. Fats Domino had ook een Bo Weevil maar dat is een compleet andere song die hier evenmin op staat. Voor wie het zich afvraagt: de boll weevil heet in het Nederlands katoensnuitkever en vormde/vormt in de Verenigde Staten een bedreiging voor de katoenteelt. Moon Mullican's Wedding Of The Bugs focust voor één keer op een mooie gitaarklank in plaats van Mullican's piano op het voorplan te brengen en is daarmee een van zijn rockendste opnames, zij het niet bepaald wild. Info: www.bear-family.com (Frantic Franky)

Released just too late for halloween, which doesn't matter because this is the type of CD you can enjoy all year round: 28 songs about insects, spiders (biologically spiders are not insects, as they are are two separate groups of arthropods) and other crawling and flying pesky creatures. Not a subject for rock 'n' roll? Two insect related rock 'n' roll tunes off the top of my head: The Ventures' 2000 Pound Bee and Johnny & the Hurricanes' Beatnik Fly. Those are not on here, but a few other well known examples are, such as Lavern Baker's Bumble Bee and at the other end of the musical rainbow Hank Williams, for once not at country music's wailing wall but jokingly and grumpily swatting flies in 1947's uptempo Fly Trouble. Proof that this horror cabinet has always existed in popular music can be found in the oldest recording here, Lionel Hampton's Buzzin' Around With The Bee, an instrumental from 1937 but swinging like mad, albeit not only on saxophone and piano but also on cornet and on Hampton's trademark vibraphone. The instrumental - there are many of them on this CD - Green Hornet Theme is the theme of the TV series The Green Hornet which ran for 26 episodes on American TV in 1966-1967, capitalising on the success of Batman and starring Bruce Lee as the sidekick of The Green Hornet, the character based on the eponymous superhero conceived in 1936 for radio plays. The theme was composed by Billy May based on The Flight Of The Bumblebee, an orchestral interlude inspired by the hum of the bumblebee which appeared in Russian composer Nikolay Rimsky-Korsakov's forgotten 1899-1900 opera The History Of Tsar Saltan, which had already been used as a theme for The Green Hornet on the radio. May's arrangement as heard on TV was uptempo detective jazz, Buddy Merrill's version here on the CD is more rock 'n' roll somewhat in the style of The Munsters' theme. Another arrangement of this classic interlude is Winnifred Atwell's instrumental piano boogie version. Just like the Green Hornet Theme from 1966 and thus no doubt capitalising on The Green Hornet is the guitar/organ fuzz piece Hornet's Nest by Curtis Knight & the Squires with on lead guitar.... Jimi Hendrix!
Does the "heLP me" in Bobby Christian's exotica parlando novelty The Spider And The Fly refer to the Vincent Price film The Fly? Possibly, as both are from 1958. John Zacherley, the musical counterpart of horror actor Vincent Price, is on hand with a different song with the same title The Spider And The Fly, this time novelty parlando with accelerated chipmunk voices set to a slightly creepy ragtime piano. The half Spanish half English 1953 mambo swing Cucaracha Boogie could have been a pachuco arrangement of La Cucaracha but was recorded in Belgium by orchestra leader Freddy Sunder who at one point also recorded rock 'n' roll swing and would go on to become the conductor of the Belgian television orchestra.
Like I said there are many instrumentals here, just under half of the 28 tracks. The Nobles' Black Widow for instance is exciting instro surf recorded by a group from Texas, and Tarantula was the flip side of the only solo 45 by Bob Regan, half of Bob & Lucille of Eeny Meeny Miney Mo fame, a groovy guitar boogie with lots of wah wah type effects released in 1964. Another instrumental Tarantula comes from Bruce Gist & the Invaders who rock medium tempo oriental style. In total there are no less than four tracks titled Tarantula on here, one of which is by a group called.... The Tarantulas whose ranks included guitarist Bob Tucker who at one time played with Bill Black's Combo. Their Tarantula is an organ/guitar instrumental with a Telstar vibe, even though The Tarantulas recorded their Tarantula before TheTornadoes recorded Telstar. The fourth Tarantula is played medium tempo twangy Duane Eddy style by The Storms, a group featuring Jody Reynolds. More spiders crawl around in the cobwebs of The Sabres' stroll Spider Walk, while Abie Baker's slow and rather detective jazz sounding instrumental The Web was the theme from the SF horror film The Brain That Wouldn't Die (1962). The Swing Kings' The Bug is a primitive guitar instro, and since Link Davis's Beatle Bug dates from 1964 it clearly invokes The Beatles, though it has absolutely nothing to do with them: this Beatle Bug is a heavy straightforward instrumental saxophone rocker. Martin Denny's instrumental Tsetse Fly on the other hand is not so much exotica as it is indebted to Esquivel's playfulness.
But we came here for rock 'n' roll, and that's exactly what Chubby Checker's solid twister The Fly - also fit for jiving - provides. How to dance the fly? Check the YouTube clip as there's lots of arm waving involved. Lesser known are Chet "Poison" Ivey (his Lady Bug is great black jiver) and Jack Hammer, since the Jack Hammer of Jack Hammer & the Pacers is not the black guy who wrote Great Balls Of Fire before becoming the European king of the twist due to the fact that Europe did not have Chubby Checker. Nope, the Jack Hammer & the Pacers here were a group led by rockabilly Werly Fairburn, which might explain why their 1959 Black Widow Spider Woman is dame fine rock 'n' roll that sounds like a slightly cleaner version of white rock sporting a sax solo that sounds like a buzzing fly. Certified nutcase Gene Maltais' The Bug is more chaotic, and Link Davis' Grasshopper Rock is textbook 1956 Starday rockabilly stomp with sax. Little Cricket is likeable teen rock with saxophone by the same Royal Teens of Short Shorts fame with in their ranks Bob Gaudio who later founded The Four Seasons. Get Away Fly is a vocal or at least parlando jazzy sax/guitar stroll by saxophonist Buddy Lucas. Is that deep booming voice Lucas himself or is this a guest vocalist? The 16 page booklet that provides track-by-track artists' photos and bios leaves this question unanswered. Velvety voiced Brook Benton was the owner of an even deeper voice which he used to great advantage in a relaxed yet irresistible Bo Weevil Song, previously recorded by Eddie Cochran (Cochran's version is not on the CD) which didn't stop Benton from putting down his own name as its composer, though both songs hark back to an old blues tune. Fats Domino also recorded a Bo Weevil (a beetle that feeds on cotton buds and flowers and is the most destructive cotton pest in North America) but that's a completely different song not on here either. Moon Mullican's Wedding Of The Bugs focuses for once on a clean guitar sound instead of bringing Mullican's piano to the fore, making it one of his rockinest recordings, albeit not exactly wild. Info: www.bear-family.com (Frantic Franky)


BLUES MEETS DOO-WOP VOL. 1
Koko Mojo, KM-CD 194
English version: see below

Oei, wat nu? Ik hou van doo-wop, maar blues is niet echt mijn meug. Dat de wegen van de twee genres elkaar kruisten is op zich niet abnormaal, tenslotte namen die artiesten in dezelfde studio’s op en speelden en/of zongen ze ook vaak op elkaars platen. De proef van de pudding is, euh, hem op te eten, dus vooruit dan maar, onvervaard, met onze open oren in een stereohoek van 90 graden en zonder vooroordelen...
Ann Cole maakt van bluesklassieker Got My Mojo Working een voorbeeldige zwarte rocker met doo-woppende backing vocals door The Suburbans, en in Jimmy Reed's gitaar bluesrocker I'm A Love You vallen na één minuut tijdens de mondharmonica solo de ho ho yeah yeah achtergrondvocalen in. I Got A Mind To Leave You is een slepende bluesrocker van Hank Ballard & the Midnighters met doo-woppende backing vocals, eerder een sleazy stripteaser dan een trage twist. Een vergelijkbaar nummer is het New Orleans piano styled Tears Began To Flow van The Spiders. Een deel van de nummers is gewoon zwarte doo-wop zonder verband met de blues, bijvoorbeeld Chicken Blues van The Dominoes, I Found My Peace Of Mind van Pee Wee Crayton met The El Dorados in het getouw, Baby Baby van Pete Willis & the Four Royals, de ballade Why van Johnny Acey (géén tikfout want dit is niet Johnny Ace), de rock-a-ballad Bye Bye Baby van The Charms, Irene van The Holidays, Big Leg Mama van de enigszins buiten adem klinkende Vann Walls & the Rockets, een opvallende doo-wop versie van Baby Let's Play House door The Thunderbirds en de trage stop-starter Riot In Cell Block # 9 van The Robins, een Leiber & Stoller compositie die ik al zeker 1000 keer heb gehoord zonder ooit te denken aan blues. Een enkel nummer als Red Light van Roy Milton (de heropname uit 1961, niet zijn originele opname uit 1946) zou ik zelfs als rock 'n' roll zonder enig verband met de blues durven catalogeren. Andere nummers zijn daarentegen duidelijk gebaseerd op bluespatronen zoals de veel minder bekende Leiber & Stoller compositie Back Door Blues van Jimmy Witherspoon, Little Side Car van The Larks met in de gelederen Tarheel Slim als een van de zangers, Money Tree van Detroit Junior, Hey Sister Lizzie van de welbekende Spaniels en I Wanna Know van The Golden Gate Quartet voor één keer niet gospelend maar rockend. Ook niet in zijn gewone doen is Memphis Slim in I Guess I'm A Fool, een rustige piano ballade met vocal harmony backing vocals even breekbaar als de shellac waarop dit in 1950 werd geperst. Laat u niet misleiden door de naam van Slim's groep The House Rockers, want het nummer staat mijlenver af van zijn legendarische Rock And Rollin' The House live in Parijs in 1962. Andere nummers zoals het uptempo My Man Is A Lover van Lillian Offit with the 4 Duchesses rocken meer richting early sixties meidengroep soul. Diezelfde 4 Duchesses zijn ook te horen op de bluesslow You Don't Have To Work van bluesman Magic Sam. Nog meer vrouwenstemmen duiken op in het medium tempo Sweet Little Girl van Lynn Taylor & the Peachettes dat net geen trage ska wordt. Daarnaast staan er ook een paar nummers op die wat mij betreft gewoon blues zijn, bijvoorbeeld Frisco Blues van John Lee Hooker, naar ik aanneem weerhouden omwille van het nadrukkelijk aanwezige female achtergrondkoortje The Andantes. The Last Meal ken ik als over the top screamer van de toepasselijke genaamde Hurricane Harry, maar hier staat een veel beschaafdere en op blues gestoelde coverversie op van Chicago bluesgitarist Jimmy Rogers onder de titel My Last Meal. De bescheiden backings zijn van The Moonglows die net als Rogers op Chess Records zaten en ook meedoen op Diddley Daddy van Bo Diddley met grote bluesnaam Little Walter op mondharmonica. En allemaal achter elkaar beluisterd vallen deze 28 tracks geselecteerd door mojo man Little Victor Mac me reuze goed mee voor een CD met "blues" in de titel. Er volgen nog minstens drie andere volumes. Info: www.vintagerockinroots.com (Frantic Franky)

Oh oh... I dig doo-wop, but blues is not my cup of tea. In itself it's not abnormal that the paths of these two genres crossed as the artists recorded in the same studios and also often played and/or sang on each other's records. The test of the pudding is in the eating, so onward we march, undaunted, with our ears in a 90 degree stereo angle and without prejudice....
Ann Cole turns blues classic Got My Mojo Working into an exemplary black rocker with doo-wopping backing vocals by The Suburbans, and one minute into Jimmy Reed's guitar blues rocker I'm A Love You during the harmonica solo the oh yeah yeah yeah backing vocals join in. I Got A Mind To Leave You is a slow blues rocker by Hank Ballard & the Midnighters with doo-wopping backing vocals which is more of a sleazy stripteaser than a slow twist. A similar recording is The Spiders' New Orleans piano styled Tears Began To Flow. Some of the songs are simply black doo-wop without any real connection to the blues, for example The Dominoes' Chicken Blues, I Found My Peace Of Mind by Pee Wee Crayton helped out by The El Dorados, Pete Willis & the Four Royals' Baby Baby, Johnny Acey's (no typo as it's not Johnny Ace) ballad Why, The Charms' rock-a-ballad Bye Bye Baby, The Holidays' Irene, Big Leg Mama by the slightly out of breath sounding Vann Walls & the Rockets, a striking doo-wop version of Baby Let's Play House courtesy of The Thunderbirds and The Robins' slow stop-starter Riot In Cell Block # 9, a Leiber & Stoller composition I have heard at least a thousand times but never associated with the blues. Here and there there's a song like Roy Milton's Red Light (the 1961 re-recording, not his original 1946 recording) I would even classify as rock 'n' roll not related to the blues at all. Other songs on the other hand are clearly based on blues patterns such as Jimmy Witherspoon's much less familiar Leiber & Stoller composition Back Door Blues, Little Side Car by The Larks including Tarheel Slim as one of the singers, Detroit Junior's Money Tree, Hey Sister Lizzie by the well known Spaniels and I Wanna Know by The Golden Gate Quartet for once not singing gospel but rockin'. Also Memphis Slim is not in his usual mood in I Guess I'm A Fool, a calm piano ballad with vocal harmony backing vocals as fragile as the shellac on which this was pressed in 1950. Don't be fooled by the name of Slim's group The House Rockers for this song is miles away from his legendary Rock And Rollin' The House live in Paris in 1962. Other songs like the uptempo My Man Is A Lover by Lillian Offit with the 4 Duchesses rock more towards early sixties girl group soul. These same 4 Duchesses can also be heard on bluesman Magic Sam's slow blues You Don't Have To Work, and more female voices pop up on Lynn Taylor & the Peachettes' medium paced Sweet Little Girl which almost turns into slow ska. The CD also contains a couple of songs that as far as I'm concerned are pure blues, like John Lee Hooker's Frisco Blues probably included because of the prominently featured female background chorus The Andantes. I know The Last Meal as an over-the-top screamer by the appropriately named Hurricane Harry, but here's a much more civilised blues based cover version by Chicago blues guitarist Jimmy Rogers entitled My Last Meal. The modest backings are by The Moonglows who like Rogers were on Chess Records and can also be heard on Bo Diddley's Diddley Daddy alongside big blues name Little Walter on harmonica. Listening to the CD multiple times in a row the 28 tracks selected by mojo man Little Victor Mac strike me as quite good for a CD with "blues" in the title. At least three more volumes are underway. Info: www.vintagerockinroots.com (Frantic Franky)


ON THE DANCEFLOOR WITH A FINGERSNAP
Bear Family, BCD17718
English version: see below

Met je vingers knippen en in je handen klappen zijn de mooiste natuurlijke percussie geluiden die je op plaat kan zetten en daar kan digitaal eenvoudigweg niet tegen op. En er zijn nogal wat plaatjes waarin dat werd gedaan. Deze thema CD bevat 31 tracks 1952-1964 gebaseerd op de vingerknip, en als u het in Keulen hoort donderen (ook een mooi natuurlijk geluid trouwens) wijs ik u op de drie bekendste nummers op deze CD: Fever van Peggy Lee (zang, contrabas en percussie, meer was er niet nodig), King Of The Road van Roger Miller, en Sixteen Tons van Tennessee Ernie Ford. Die laatste staat hier niet op, de originele versie van auteur Merle Travis uit 1946 evenmin, wel de versie van Jimmy Dean die klinkt als zijn grote hit Big Bad John, alsmede de versie van BB King met blazers. Dat is toch een blueszanger? Nou, zo swingend als hier heb je BB King nog nooit gehoord! En voor wie Fever van Peggy Lee niet kent staat hier ook Elvis' cover uit 1960 op waarvan het arrangement is gebaseerd op Peggy Lee's cover uit 1958, niet op het origineel van Little Willie John uit 1956. Om dat soort nummers handelt het hier, dames en heren, niet noodzakelijk allemaal vingerknippend maar wel met veel minor keys, dalende baslijnen en modulaties, en met die typische verhalende wandelstructuur waaròp je kan vingerknippen, met je voet tappen en met je heupen schudden. Lekker relaxte, soms luie nummers, die vaak popcorn zijn. Knappe nummers ook: Joe Henderson's door country gitarist Grady Martin gepende Snap Your Fingers eindeloos diep gezongen met een nog meer gebronzeerde stem dan Brook Benton en zo'n kamerbrede jaren '60 Nashville sound dat Snap Your Fingers in 1962 zo'n grote hit was dat er een gelijknamige LP volgde, niet met een foto van de zwarte Henderson maar met een close up van een zorgvuldig gemanicuurde vingerknippende blanke vrouwenhand met roodgelakte nagels op de hoes. Over Brook Benton gesproken: u kan hier genieten van zijn Hotel Happiness, net als Joe Henderson's Snap Your Fingers overgoten met een royale laag gesofisticeerde Nashville violen sound en meer bepaald opgenomen in Bradley's Barn door producer Shelby Singleton. Nog dieper dan Joe Henderson zong Steve Gibson op zijn voor 1952 onwaarschijnlijk swingende Big Game Hunter. Gibson was gehuwd met zangeres Damita Joe die ook meedoet op Big Game Hunter. My Nerves lijkt gezongen door een zangeres maar is van Little Willie John die de originele versie van Fever opnam die hier niét op staat. Dat soort nummers werd eind '50 begin '60 een subgenre op zich en drong door in zowat alle muziekgenres van zwart tot blank, wat er voor zorgt dat op deze CD zowel Wynonie Harris (het voor hem rustige A Tale Of Woe), Hank Thompson (het creepy country I Cast A Lonesome Shadow) als Bill Haley (lang na zijn grote hits in 1960 met Hawk) broederlijk zij aan zij staan. Trapped In The Web Of Love van Pat Morrissey en Sweet Little Love van Al Brown & his Tunetoppers zijn crooners, Chuck Miller's Lookout Mountain heeft een detective jazz trompet, en in Nappy Brown's Coal Miner waarvan de klinkende hamer én het thema gebaseerd lijken op Sixteen Tons zitten congas en een exotische fluit. Ruth Brown's zwoele gospel Walk With Me Lord is opnieuw een Nashville productie van opnieuw Shelby Singleton met notabene alleen blanke country muzikanten, en Jack That Cat Was Clean van Al "Dr. Horse" Pittman is een kruising tussen detective jazz en beatnik parlando. Het van een vlijmscherpe gitaarlick voorziene mysterieus-exotische Cindy Lou klinkt op het eerste gehoor niet meteen als een Sun single maar was in 1957 de enige solo single op het mythische label uit Memphis van Dick Penner, bekender als de componist van Roy Orbison's Ooby Dooby samen met Wade Moore. Toegegeven, Penner's op dezelfde dag opgenomen maar onuitgebracht gebleven Move Baby Move (de gitaar klinkt exact hetzelfde), is een pak wilder, net als Bop Bop Baby, de enige andere single die Dick Penner ooit opnam, in duet met Wade Moore en ook op Sun Records. Een versnelling sneller is Johnny alias Ronnie Love's hypnotiserend Chills And Fever uit 1960, de originele uitvoering van het nummer dat vier jaar later aan de andere kant van de oceaan de debuutsingle van Tom Jones werd (in 1962 was het in Engeland al gecoverd door Jet Harris).
En zo staan er hier dus 31 op met naast veel bekende namen als Connie Francis (het twangy Fallin'), LaVern Baker (Tiny Tim), het übercoole Three Cool Cats van The Coasters met hun bongos, Cubaanse ritmes en hipster beatnik lyrics, Lorrie Collins met de stroll Heartbeat, Tommy Sands met het groovy Doctor Heartache met orgel dat een paar akkoorden van Fever leent, Sanford Clark's uptempo cover van Ray Stanley's Love Charms en The Platters met een in een viool arrangement verpakte mambo cover van Cole Porter's My Heart Belongs To Daddy uit 1938 dat u wellicht kent van Marilyn Monroe), ook een aantal door de mist der tijden vervaagde artiesten als Ben Harper (I Can't Takit No Longer), Birdie Green (Tremblin') en rode Elvis Dean Reed die in 1973 zou overlopen naar Oost-Duitsland met de western saga Pistolero. Veel mooi spul op een fantastische CD met zo goed als alle 31 goed. Info: www.bear-family.com (Frantic Franky)

Snapping your fingers and clapping your hands are the most beautiful natural percussion sounds that can be recorded, and digital simply cannot compete with that. They used it on quite a few records. This theme CD contains 31 tracks 1952-1964 based on the fingersnap, and if you don't have a clue what I'm talking about I point you to the three best known songs on this CD: Fever by Peggy Lee (vocals, double bass and percussion, that's all it took), King Of The Road by Roger Miller, and Tennessee Ernie Ford's Sixteen Tons. The latter is not featured here, and neither is composer Merle Travis' original recording from 1946, but Jimmy Dean's version which sounds like his big hit Big Bad John is, as well as BB King's version with horns. But that's a blues singer, isn't it? Well, you've never heard BB King as swinging as on Sixteen Tons! And for those who don't know Peggy Lee's Fever, Bear Family also included Elvis' 1960 cover here, the arrangement of which was based on Peggy Lee's 1958 cover, not on Little Willie John's 1956 original. These are the kind of songs we are dealing with here, ladies and gentlemen, not necessarily all of them fingersnapping but with lots of minor keys, descending bass lines and modulations, and with the typical narrative walking structure on which you can indeed snap those fingers, tap your feet and shake your hips. Nice relaxed, sometimes lazy songs that often fall into the category of popcorn. Beautiful songs too: Joe Henderson's Snap Your Fingers, penned by country guitarist Grady Martin and sung bottomlessly deep with an even smoother voice than Brook Benton and a wall-to-wall sixties Nashville sound that made Snap Your Fingers such a big hit in 1962 that an LP of the same title swiftly followed, not with a picture of black singer Joe Henderson but cover art sporting a close up of a white woman's carefully manicured hand with nails painted red in mid-snap. Speaking of Brook Benton: you can enjoy his Hotel Happiness here, just like Joe Henderson's Snap Your Fingers topped with a generous layer of sophisticated Nashville violin sounds and more specifically recorded at Bradley's Barn by producer Shelby Singleton. Even deeper than Joe Henderson sang Steve Gibson in Big Game Hunter which swung incredibly in 1952. Gibson was married to Damita Joe who also joins in on Big Game Hunter. My Nerves appears to be sung by a girl but is in reality by Little Willie John who recorded the original version of Fever which is not on here. This type of songs became a subgenre in its own right in the late fifties and early sixties, permeating just about every genre of music from black to white, which explains why on this CD Wynonie Harris (a quieter than usual for him A Tale Of Woe), Hank Thompson (the creepy country song I Cast A Lonesome Shadow) and Bill Haley (in 1960 with Hawk long after his big hits were gone) stand side by side. Pat Morrissey's Trapped In The Web Of Love and Al Brown & his Tunetoppers' Sweet Little Love are crooners, Chuck Miller's Lookout Mountain features a detective jazz trumpet, and Nappy Brown's Coal Miner with congas and an exotic flute borrows both the hammering sounds as well as the theme from Sixteen Tons. Ruth Brown's sultry gospel Walk With Me Lord is another Shelby Singleton Nashville production recorded with white country musicians, and Al "Dr. Horse" Pittman's Jack That Cat Was Clean is a cross between detective jazz and beatnik parlando. The mysterious exotic Cindy Lou sports razor sharp guitar licks but does not immediately sound like a Sun 45 at first hearing, yet it's the only solo outing on the mythical Memphis based label of Dick Penner, better known as the composer of Roy Orbison's Ooby Dooby along with Wade Moore. Admittedly Penner's Move Baby Move on Sun, recorded on the same day in 1957 (the guitar sounds exactly the same) but unreleased at the time, is a lot wilder, as is Bop Bop Baby, the only other 45 Dick Penner ever recorded, a duet with Wade Moore also on Sun Records. Johnny aka Ronnie Love's hypnotic Chills And Fever from 1960 is faster, the original recording of the song that four years later on the other side of the ocean became Tom Jones' debut 45 (Jet Harris had already covered it in the UK in 1962).
In total there's 31 tracks like this waiting to be discovered, mixing plenty of familiar names like Connie Francis (the twangy Fallin'), LaVern Baker (Tiny Tim), The Coasters' über cool Three Cool Cats with its bongos, Cuban rhythms and hipster beatnik lyrics, Lorrie Collins' stroller Heartbeat, Tommy Sands borrowing a few chords from Fever for the groovy Doctor Heartache with organ, Sanford Clark's uptempo rendition of Ray Stanley's Love Charms and The Platters with a mambo version wrapped up in a violin arrangement of Cole Porter's My Heart Belongs To Daddy from 1938 that you know from Marilyn Monroe), with artists that have faded into the mists of time like Ben Harper (I Can't Takit No Longer), Birdie Green (Tremblin') and red Elvis Dean Reed (he would defect to East Germany in 1973) with the western saga Pistolero. Lots of great stuff here on a fantastic CD with only a few average tracks in sight. Info: www.bear-family.com (Frantic Franky)


RHYTHM & BLUES HELL RAISERS VOLUME ONE: QUIET WHISKEY
Koko Mojo, KM-CD-177
English version: see below

Een nieuwe week, een nieuwe reeks van samensteller Mark Armstrong. De focus ligt op zwarte songs over drank, maar niet alleen over drank, ook over de uitspattingen welke de duivel genaamd alcohol teweeg brengt. Ik citeer "drugs, relaties, sex, moord en opsluiting". En uiteraard ook over nog meer drank. Uit het leven gegrepen! Centraal in het drinkgelag staat swingende rhythm 'n' blues saxofoon jive van grote kanonnen als Wynonie Harris wiens Quiet Whiskey begint met een muziekdoosje doch allesbehalve quiet is, Louis Jordan (Whiskey Do Your Stuff), Roy Brown (Bar Room Blues), Chuck Willis (I Rule My House), Jimmy Liggins (I Ain't Drunk), het Joe Morris Orchestra met ene Mr. Stringbean achter de microfoon (Pass The Juice Miss Lucy), Little Boy Blues (Drinkin' Little Woman met Brownie McGhee op gemene rhythm 'n' blues gitaar en Champion Jack Dupree op piano), Kansas City Jimmy's wild uptempo rockende Cheatin' Women (Tennessee Baby) en Amos Milburn's zalig medium tempo Vicious Vicious Vodka. De CD bevat uitstapjes naar de minder op jive gerichte en meer rhythm 'n' blues getinte voorloper daarvan (Jimmy Witherspoon met Drinkin' Beer, Herb Fisher die gaat voor Wine Wine Wine), meer jazzy werk (You Drink Too Much Booze van Jimmie Raney & Slim Slaughter), alsmede en naar de nòg oudere swing met Big Fat Joe The Wino van Allen Henry uit 1947 en Agnes Riley die een Big Fat Hot Dog tussen haar brood wil. Daarmee zijn we aanbeland bij de dubbelzinnige songs die meer of minder verbloemd het thema sex behandelen, waartoe ook Wynonie Harris' She Just Won’t Sell No More en het kreunende Laundromat Blues van de doo-woppende "5" Royales behoren. En waar vraagt zangeres Chubby Newsome nu eigenlijk centen voor in Where's The Money Honey? Om het restaurant te betalen? Al dat drinken leidt alleen maar tot ellende want je kan zoveel plezier hebben dat de politie moet komen, wat Eddie Boyd overkwam in Blue Coat Man, of nog erger, HeLP Murder Police. Wat The Hi-Fidelities juist zingen in dat nummer kan ik amper verstaan want het nummer is allesbehalve hi-fidelity, maar veel goeds kan zo'n titel nooit inhouden. Verschillende van de in totaal 30 songs 1947-1960 balanceren op het slappe koord tussen de pré-rock 'n' roll rhythm 'n' blues, soms gekweekt op een bedje van piano boogie woogie (Laurie Tate's Rock Me Daddy, Eddie Mack's Gonna Hoot And Holler Saturday Night, de Beer Bottle Boogie van Marylyn Scott begeleid door de band van Johnny Otis, Don't Be So Evil van bluesgitarist Lowell Fulson), en wat uiteindelijk die zwarte rock 'n' roll zou worden. Da's logisch want de titel van de reeks is Rhythm & Blues Hell Raisers en niet Rock & Roll Hell Raisers. Toch is er ook plaats voor doo-wop met The Five Keys (Come Go My Bail Louise), The Bel-Aires (White Port And Lemon Juice) en The Falcons (het zwaar strollende Sent Up), en zelfs voor pure rock 'n' roll als Shame Shame Shame van Smiley Lewis, Thurston Harris' vlotte (I Got Loaded At) Smokey Joe's met Earl Palmer op drums, en Jimmy Liggins' broer Joe Liggins die in Whiskey Women And Loaded Dice qua gezelligheid zelfs Fats Domino naar de kroon van New Orleans steekt. Alles kraakt dat het een lieve lust is, en niet alleen het bed. Deze tegenhanger van Atomicat Records' gelijkaardige blanke reeks It's A Hillbilly Booze Party is een aanrader voor mensen met een zwarte ziel. Info: www.vintagerockinroots.com (Frantic Franky)

Another day, another brand new series curated by DJ Mark Armstrong. This time the main theme is black songs about booze, but not only about booze, also about all the excesses the devil called alcohol brings out in man - and in woman. I quote "drugs, relationships, sex, murder and incarceration". And, of course, about even more booze. True tales from everyday life! The focus is on swinging rhythm 'n' blues saxophone jive from heavyweights like Wynonie Harris whose Quiet Whiskey starts with a music box yet is anything but quiet, Louis Jordan (Whiskey Do Your Stuff), Roy Brown (Bar Room Blues), Chuck Willis (I Rule My House), Jimmy Liggins (I Ain't Drunk), the Joe Morris Orchestra with one Mr. Stringbean behind the microphone (Pass The Juice Miss Lucy), Little Boy Blues (Drinkin' Little Woman with Brownie McGhee on mean rhythm 'n' blues guitar and Champion Jack Dupree on piano), Kansas City Jimmy's wild uptempo rockin' Cheatin' Women (Tennessee Baby) and Amos Milburn's joyous medium tempo Vicious Vicious Vodka. The CD also forays into jumpin' jive's less jive oriented and more rhythm 'n' blues tinged precursors (Jimmy Witherspoon who's Drinkin' Beer, Herb Fisher preferring Wine Wine Wine), into more jazzy territory (Jimmie Raney & Slim Slaughter's You Drink Too Much Booze), and into the even older swing with Allen Henry's Big Fat Joe The Wino from 1947 and Agnes Riley who wants a Big Fat Hot Dog between her bread. Which brings us to the double entendre songs about sex in various degrees of disguise, like Wynonie Harris' She Just Won't Sell No More and the doo-woppin' "5" Royales' moaning Laundromat Blues. And what exactly is chanteuse Chubby Newsome asking money for in Where's The Money Honey? To pay the restaurant bill? All this drinking only leads to misery because you can only have so much fun before the cops arrive, which happened to Eddie Boyd in Blue Coat Man, or even worse, HeLP Murder Police. What exactly The Hi-Fidelities are singing about in that song I can barely understand because the song is anything but hi-fidelity, but such a title can never imply a lot of good. Several of the 30 songs 1947-1960 walk the zig zag line between pré-rock 'n' roll rhythm 'n' blues, sometimes bred on a bed of piano boogie woogie (Laurie Tate's Rock Me Daddy, Eddie Mack's Gonna Hoot And Holler Saturday Night, Marylyn Scott's Beer Bottle Boogie on which she's accompanied by Johnny Otis' band, blues guitarist Lowell Fulson's Don't Be So Evil), and what would eventually become black rock 'n' roll. This of course makes sense as the title of this series is Rhythm & Blues Hell Raisers and not Rock & Roll Hell Raisers. Yet there's room for doo-wop with The Five Keys (Come Go My Bail Louise), The Bel-Aires (White Port And Lemon Juice) and The Falcons (the heavy stroller Sent Up), and even for 100 % rock 'n' roll like Smiley Lewis' Shame Shame Shame, Thurston Harris's smooth (I Got Loaded At) Smokey Joe's with Earl Palmer on drums, and Jimmy Liggins' brother Joe Liggins whose Whiskey Women And Loaded Dice rivals even Fats Domino in terms of New Orleans conviviality. Everything squeaks, and not just the bed. Recommended for people with a black soul! This black counterpart to Atomicat Records' similar white series It's A Hillbilly Booze Party comes highly recommended for people with a black soul. Info: www.vintagerockinroots.com (Frantic Franky)



Lees hier de oudere recensies

Terug naar de voorpagina