(reclame)

 

2025

SJOCK FESTIVAL
Gierle (B), 11 tot en met 13 juli 2025

Verslag en foto's: Frantic Franky

Of het Sjock festival middenin de anders oh zo stille Kempen ook "your rock 'n' roll highlight of the year" is zoals ze zichzelf aanprijzen weet ik niet, maar het mijne in elk geval wel: de formule van een hoofdpodium vol rock, grunge en punk combineren met een tent waarin rock 'n' roll en aanverwanten de boventoon voeren werkt, althans voor mij die dat hoofdpodium links laat liggen, want elk jaar zie ik op Sjock een aantal straffe dingen, zowel favoriete bands als alweer voor mij nieuwe namen die verrassen. De kater is inmiddels verdampt, de stijfheid uit de knoken gewreven en de vermoeidheid weggeslapen, dus tijd om te kijken of ik mijn nota’s nog kan lezen en mijn indrukken op papier te zetten teneinde te zien wat me dit jaar is bijgebleven. Binnenkomen, polsbandjes afhalen, drankbonnen aanschaffen, inpilsen en handen schudden, de entree op een festival is zelden makkelijk, en het was dan ook jammer dat ik de eerste band op het hoofdpodium wel gehoord maar niet gezien heb. Onvergeeflijk, ik weet het, vooral omdat die eerste band Doghouse Sam & his Magnatones (B) waren. Het idee alleen al om hen te laten openen is toch godgeklaagd!


Pascal Snijders

In mijn natuurlijke biotoop, de Titty Twister tent, opende de PJ Taylor Band (NL). Openen op een festival is nooit een cadeau, maar Pascal Snijders (zang, gitaar), Freddy Verleg (contrabas), Pascal Delang (drums), Jeroen Rabeling (gitaar) en Robert Roberts (akoestische gitaar) slaagden erin het publiek mee te krijgen met enkel eigen songs van de Jerry Reed-achtige opener Anywhere USA over de melodieuze countryrock van Wake Me When You're Leaving tot het alleen al door het thema truckin' country zijnde Diesel Smoke. Net niet alle nummers van hun eerder dit jaar verschenen debuut album Another Town passeerden de revue: alleen Would You Miss Me, Unholy Mess, It's Happening Again, Honky Tonkitis en I'm No Country Star ontbraken. Een country ster is Snijders inderdaad niet, daarvoor heeft hij teveel rock 'n' roll in zijn hart en ziel, maar het levert wel veel tweestemmige zang en uptempo materiaal zonder huppeldepup op, hoewel de country mensen die speciaal voor Jesse Daniel waren gekomen lustig hun quickstep dansjes deden. Elke song leek telkens ietsje sneller te gaan dan de vorige, of was dat slechts mijn inbeelding? Als u ze gemist hebt: hun hele set staat op YouTube:



De onverstoorbare, haast stoïcijnse Jesse Daniel (USA) speelde twee jaar geleden zijn allereerste concert in Europa op ditzelfde Sjock podium en was vanavond verbazingwekkend populair: in het begin van zijn set steeg na elk nummer een gejuich op uit het uit volle borsten meezingende publiek, naarmate de set vorderde werd dat na elke solo! Begeleid door zijn geroutineerde door de wol geverfde band inclusief elektrische bas en pedal steel en uiteraard zijn vanavond als de 4th of july uitgedoste vrouw Jodi Lyford op tweede stem en tamboerijn, begon Daniel met southern rock (de Neil Young cover Are You Ready For The Country) om onmiddellijk over te schakelen op pure countryrock met een trage uitvoering van Merle Haggard's A Working Man Can't Get Nowhere Today. Hij trok volop de uptempo twang kaart (Rollin' On), Only Money Honey dat herinnert aan de klassieke country duetten was pure honky tonk swing, T For Texas van Jimmie Rodgers kreeg een Sesamstraat arrangement. Het enige trage nummer kwam van zijn nieuwste, vijfde studio album Son Of The San Lorenzo, als u het mij vraagt (maar niemand vraagt mij wat) een zeurderige affaire.


Van links naar rechts: Jesse Daniel, Bob Marley, Freddie Mercury, James Brown, Johnny Cash en Jodi Lyford...

Over naar het grote hoofdpodium want de enige act die ik daar kende dit jaar was gek genoeg de in rood maatpak gestoken Danny Vera. Daar was ik blij om want ik kan de Nederlander best waarderen op geluidsdrager maar maakte hem nog nooit live mee. Met een in het zwart uitgedoste band inclusief sax, piano en twee synchroon bewegende zangeressen was dit zowel flink rockend (Begging For Trouble) als modern rock als traag maar intens (Switchblade, Vera's interpretatie van de blues). De hit Roller Coaster mocht niet ontbreken. Ik vond het optreden goed, maar kon me niet van de indruk ontdoen dat dit zijn vaste stadionset was, en als ik hem morgen zou zien op een groot festival in Nederland ik exact hetzelfde zou horen. Aimable man trouwens: toen ik hem zag lopen en een selfie vroeg was hij uiterst voorkomend en behulpzaam. En wat is ie bruin gebrand! Net terug van vakantie of van de zonnebank?


Op de foto met Danny Vera!

Waarom Jesse Daniel niet als laatste geprogrammeerd stond in de Titty Twister vanavond was me een raadsel. Misschien omdat de hele troep de volgende ochtend op een vliegtuig naar Noorwegen moest stappen? Soit, afsluiter in de tent was de mij geheel onbekende Jeremy Pinnell uit Kentucky, een staat waarover ik weinig meer weet dan dat The Everly Brothers, Abraham Lincoln, de bluegrass, KFC en bourbon whiskey er vandaan komen. Pinnell evolueerde luidens zijn bio van hardcore rock tot country en stond er op het Sjock podium onbewogen bij, letterlijk, want hij bewoog totaal niet, zag er uit alsof hij elk moment in slaap kon vallen en kwam qua bindteksten niet verder dan "thank you very much" en "y'all having a good time". Hij bleek over een erg speciale stem te beschikken die van hoog naar gebrom en soms tweestemmig ging met de drummer. Het blijft verbazen hoe zo'n stel halve hippies en hele bikers zo'n mooie countryrock kunnen maken, met naast een rollend Washed My Hands In Muddy Water een streep swampy blues rock en een medium tempo basic doch efficiënt Big Boss Man. Eigen titels? Ballad Of 1892, en van zijn recentste Goodbye LA album Wanna Do Something, Red Roses, Night Time Eagle, Doing My Best, Rosalie en Fighting Man.


Verkiest U deze...

De zaterdag was helemaal uitverkocht, wat staat voor 5000 man en gelukkig ook vrouw, met uiteraard heel veel Nederlanders (er werd zelfs gezwaaid met een Sjock in Nederland vlag), naast Duitsers, Oostenrijkers, Noren, Polen, Zweden, Engelsen, Fransen, Amerikanen en die twee Japanners die bijna elk jaar van de partij zijn. De eer/taak om te openen was weggelegd voor lokale helden Clark & the Aces, helemaal terug na een aantal jaar aan de zijkant geschoven wegens voorrang voor andere projecten, en momenteel een van de up and coming bands in de Belgische rockabilly scene. Waarom werd snel duidelijk: frontman Clark Kenis (Moonshine Reunion, Walter Broes & the Mercenaries) kent het klappen van de zweep, is visueel aantrekkelijk om naar te kijken met zijn contrabas en combineert rockabilly met een edge met tweestemmige zang , nummers gebaseerd op bluesbop (Losers Only, Beer Drinking Boogie, de Status Quo cover Gerdundula) en bluesy uptempo bluesrock (het venijnige Up Jumped The Devil, niét het Ronnie Dawson nummer). Samen met zijn azen Wouter Verhelst (gitaar) en Tim Peeraer (drums) kwamen, zongen en overwonnen ze. Het goeie nieuws: ze zijn bezig met opnames. Het slechte nieuws: geen flauw benul waar of wanneer die moeten gaan uitkomen. Maak er werk van, heren!


...of deze?

Ook voor Lobo Jones & the Rhythm Hounds (GB) was het een blij weerzien na hun eerste Sjock in 2023. Het begin was kalm maar het tempo werd opgetrokken met het urgentere Motivation Blues waarvoor Jones de bluesy mondfeep bovenhaalde. If I Search I Will Find was melodieuzer en Monkey On My Back was gitaargewijs beïnvloed door Johnny Burnette. Met The Creature, Howlin', Bad Bad Baby en Wind Up Baby kwamen de eerste vier songs van hun Howlin' debuut CD uit 2022, maar het gros van de set bestond uit songs van hun tweede, nagelnieuwe CD op Wild Records, met naast de eerder genoemde Motivation Blues, Monkey On My Back en If I Search I Will Find ook Where Did You Go Last Night, Having A Party en titeltrack Alcoholic Tendencies. Daartussen verstopt zaten hun debuutsingle Haunt My Heart uit 2018 en de vaste covers Milk Cow Blues en Lobo Jones (mét een Johnny Burnette solo én een coupletje Train Kept A Rollin'), want naar die song van Jackie Gotroe noemde Elliot Jones zich uiteraard. Honeybun van Larry Donn, het nummer waarmee ze in 2023 hun Sjock set aftrapten, werd de bis.



Lobo Jones (boven) en Morgan Willis (zie ook Danny McVey Trio) op gitaar en Mark Howells op contrabas bij Lobo Jones & the Rhythm Hounds

Om de of andere reden was ik overtuigd dat Jason Starday (D), exponent van wat ik bij gebrek aan een betere omschrijving moderne teen rock en early sixties pop noem, op Rhythm Bomb Records (D) zat, maar dat bleek fout want zijn bij mijn weten enige twee singles verschenen op Randy Rich's Emerald label. Ik vermoed dat ik hem god weet waarom verwarde met Ray Allen. Starday's gloednieuwe 5 track EP, Towards The Sun, kwam uit op Sleazy (E) één week na Sjock, wat uiteraard pech is inzake timing. Daarvan bracht hij er drie, The Life I Live, You Got A Man In Your Hands en de titeltrack, en van de twee vorige singles herkende ik het vlotte Little Miss Tease van Jerry Wallace uit 1962 en Girl Watcher, bij The O'Kaysions in 1968 uptempo blue eyed soul. Ik hoorde melodieuze huppeldepup vocal harmony swing maar dan met één stem, links en rechts geruggesteund door drummer David "Dave" Giudici (I) van The RattleStrings, Little Risolo en Jameson's Gentlemen in bijvoorbeeld Nosey Joe van Bull Moose Jackson en Only Sixteen van Sam Cooke. Starday is vocaal zeker geen Sam Cooke, maar zo'n jonge kerel kan enkel groeien, al was het als altijd en overal de immer smilende Doc Puky van Ray Colllins' Hot-Club op tenor- én baritonsax die de show stal. Een ander bekend gezicht was Cat Lee King op piano. Af en toe hoorde ik een wat bluesier workout op de gitaar, bis werd Sweet Sue Just You van Bill Haley.


Jason Starday en Doc Puky

Waarom Sjock persé met drie podia moet werken is mij een raadsel, want zo moet een mens keuzes maken: omdat ik Jason Starday wou zien moest ik de tegelijk spelende Nederlandse cowpunkers van Tio Gringo met Eric Haamers van Batmobile op e-bass missen. Het is niet eerlijk!

In de in 2017 in Leeds opgerichte Howlin' Ric & the Rocketeers (gek genoeg ook een band die ik altijd associeerde met Wild Records maar daar evenmin iets mee te maken heeft) zaten een paar leden van Rob Heron & the Tea Pad Orchestra, maar dit was heel andere koek waar ik, euh, pap van lustte, ook al was het dan officieel soul muziek. Soul voor mensen die niet van soul houden, zal ik maar zeggen. Afwisselend tussen contrabas en e-bass (meer e-bass dan contrabas) begonnen ze als waren ze Little Richard, terwijl het geheel me deed denken aan een rockender versie van de film The Commitments, deels ook door de expressiviteit van de stem van Richard Ian Colley. Ze speelden slechts één traag nummer, Diamonds And Pearls, zo'n echte soul ballade en een ware showcase voor Ric's knappe stem, afkomstig van hun recentste album, het dit jaar op Sleazy verschenen High Risk Low Reward waarop logischerwijze de helft van hun set was gebaseerd, inclusief een paar saxrockers als Danger In The Woods. Goeie saxofoon ook, alsmede een goeie drummer, maar eigenlijk waren ze allemaal straf. Jammer daarom dat ze eruit zagen als een zootje ongeregeld.


Op de foto met Howlin' Ric, de man die eruit ziet alsof hij in de jaren '70 een spelprogramma presenteert op de BBC...

Daarna was het opnieuw country time met de exclusief overgevlogen Jake Penrod, een man over wie je veel zou kunnen zeggen, bijvoorbeeld dat ie begon als Hank Williams imitator, een vaste residentie had/heeft in de Continental Club in Austin en dit jaar het mooiste pak droeg op Sjock, maar eigenlijk volstaat de vermelding dat ie begeleid werd door de eveneens als immer piekfijn in perfect country showpak gestoken The Country Side Of Harmonica Sam (S), alleen moet hun (tweede) drummer dringend naar de kapper want die begint er steeds meer seventies uit te zien. Harmonica Sam zelf op akoestische gitaar was zijn gebruikelijke standbeeld zelf want die tapt zelfs niet mee met zijn voet. Mijn notaboekje vermeldt Coming On Strong van Brenda Lee in een meer country getinte versie en Thanks A Lot van Ernest Tubb, alle andere songs met typische country titels als Have You Ever Been A Fool, In The Corner At The Table By The Jukebox, If This Table Could Talk, Drnking And Thinking en Jukebox Charlie kende ik niet. Eigen werk of onbekend country materiaal? Daar moet ik me eens in verdiepen.


Jake Penrod in een klassieke country pose en daaronder met The Country Side Of Harmonica Sam

Joey Simeone of The Bellfuries was uiteraard zanger-frontman Joey Simeone met Bobby Trimble (Big Sandy's Fly-Rite Boys) op drums, de Nederlandse maar al een paar decennia in Austin wonende meestergitarist Tjarko Jeen (Tin Star Trio) en Todd Wulfmeyer (Marti Brom, 8 1/2 Souvenirs) op e-bass als Bellfuries van dienst. Die Bellfuries waren ook al weer heel lang geleden heel even de toverkinderen van de rockabilly, misschien wel omdat ze melodieuze muziek maakten gegoten in een rockabilly moulure maar vertrekkend vanuit een achtergrond van allerlei andere genres als grunge. Het resultaat was wonderschoon, en dat mocht Simeone vanavond nog eens dunnetjes overdoen, want destijds was het met contrabas, toch? Met So Sad And Lonely, Your Love (All That I'm Missin'), Up To Your Old Tricks Again, Hey Mr Locomotive, You Must Be A Loser, Love Found Me en de Dion cover Gonna Make It Alone brachten ze de helft van het Bellfuries debuut Just Plain Lonesome uit 2001 ten gehore, Bad Seed Sown, Loving Arms, Why Do You Haunt Me, Beaumont Blues, het wondermooie Make The Mystery No More en de rocker Baltimore van hun comeback album Workingman's Bellfuries uit 2015 maakten de setlist nagenoeg compleet, en daarmee bleef net genoeg tijd over voor één nummer van hun enige album daartussen, en dat werd het Beach Boys-achtige Into The Arms Of My Baby met zijn rollende drums uit het minder bekende Palmyra uit 2008. De mooie songs en de speelse melodieën waren er nog allemaal en bleven overeind, zijn hemelse stem heeft Simeone nog steeds, en ook de bis was nog immer dezelfde: Cupid van Sam Cooke, accapella alstublieft, met Bobby Trimble op tweede stem en handclaps. De zaal, of beter gezegd de tent, zong net als vroeger mee. Blij hem nog eens gezien te hebben!


Joey Simeone (boven) en Tjarko Jeen op gitaar bij Joey Simeone

The Devil Makes 3 (USA) speelt al meer dan 20 jaar en bracht in die tijdspanne een dozijn albums uit met een moderne interpretatie van clawhammer banjo, gospel, mountain music en ragtime, maar dan gebracht met een arsenaal van drie banjo’s, twee gitaren, twee fiddles en elvendertig effectenpedaaltjes. Met invloeden van folk, bluegrass en old timey country was dit live good time feel good music om de zaterdagavond mee te besluiten.

The Arousals zijn een nieuw Belgisch surftrio met twee voormalige Los Venturas, gitarist Christoph Boost en basgitarist Andy Wellens, plus drummer Tom Cools. Spelen Los Venturas eigenlijk nog? Eigen nummers waren het dreigende The Penetrator, het klassiek melodieuze Go Go GTO (eerder opgenomen door Los Venturas) en The Arouser, de covers waren een spelletje: het fris en vrolijk Avalanche van Don & the Galaxies, Penetration van The Pyramids, Mastodon van Eddie Angel, niet de Drums A Go Go van Sandy Nelson maar die van Hal Blaine, The Joker is hun uitvoering van Rock 'n' Roll van Gary Glitter, en het deels gesproken More Fuzz was No Fun van Iggy Pop & the Stooges! Tussen al die tegenpolen, met een heel klein beetje uitfreaken op sixties klanken, situeert zich de muziek van The Arousals, absoluut een aanwinst voor de surf scene. Voor de liefhebbers: ze hebben pas hun debuut uit, een 4 track EP op wit vinyl. Recensie binnenkort!


The Arousals: Christoph Boost (linksboven), Andy Wellens (rechtsboven) en drummer Tom Cools

De vreemde eend in de Titty Twister bijt was dit keer Volk, een Courettes-achtig duo naar eigen zeggen uit Cashville, Tennessee maar dan bestaande uit een gitarist en een zingende drumster wier muziek een soort southern (blues)rock was. Vriendelijke mensen, daar niet van, maar om der waarheid wille moet ik toegeven dat ik zulke kelk liever aan mij laat voorbijgaan. 't Is mijn ding niet, maar ik kan de aantrekkingskracht begrijpen want het was zeker gene platte kak.

Geef mij maar de Ameripolitan rockabilly van Mozzy Dee (USA), begeleid door een all star band bestaande uit Bobby Trimble op drums en Todd Wulfmeyer nu op gitaar, aangevuld met de Belgen Roel Jacobs van The Seatsniffers op sax en Clark Kenis op contrabas. Nu wordt de dag van heden het begrip "all star band" steeds vaker een eufemisme voor "samenraapsel van wie toevallig beschikbaar is", maar in het geval van Mozzy Dee klonk het resultaat heel fris en soepel. Alleen al door de sax werd de muziek heel swingend, maar er werd ook plaats ingeruimd voor uptempo early sixties popcorn als Connie Francis' Fallin'. Andere female covers waren Jan Moore's Play It Cool, Barbara Pittman's I Need A Man en Patsy Cline's Got A Lotta Rhythm In My Soul, eigen nummers waren Mama Can Do It, Yesterday's Paper, Love Loves To Hurt Me, Mess Around, Indeed, Take, Let's Stroll en Sweetie Boo die allemaal op haar Órale CDr uit 2023 staan. De gitaar kwam bij momenten erg jazzy swingend uit de hoek, maar er waren ook harde gritty rockers als Why Not Me, met als obligate encore haar Goofin' single, de latino stroll Órale.


Mozzy Dee zingt Love Loves To Hurt Me. Klik op de afbeelding voor een videoclipje!

Nick Shoulders (USA) reist de wereld rond als one man band maar nam ook al op met een full band. Vanavond trad hij aan als one man band, gitaar spelend gezeten achter een drumstel van niks dat hij bediende met voetpedaaltjes. Je zou zijn muziek moderne folk kunnen noemen, want gezegend met een mooie stem en fluitend als een kanarie is Shoulders een verhalende troubadour die jodelt en met zijn stem een kazoo nabootst, en zijn enthousiasme en optimisme werkten aanstekelijk. Op je eentje die hele tent stil krijgen, je moet het maar doen. Ik kende de meeste songs niet en ga er van uit dat het eigen nummers waren, maar hoogtepunten waren het doddelend I'm A Ding Dong Daddy From Dumas (Louis Armstrong begin jaren '30) en zijn uitvoering van Black Star, Elvis' blauwdruk van Flaming Star.

Bij Chuck Mead (USA) stond in tegenstelling tot "Joey Simeone of The Bellfuries" niet bij "of BR5-49". De stem was dezelfde, de songs deels ook, maar er was géén fiddle noch steel te bekennen. Van BR5-49's eerste uit 1996 speelde hij de hits One Long Saturday Night, Cherokee Boogie, Little Ramona (Gone Hillbilly Nuts) en Bettie Bettie ("an oldie but a goodie"), latere BR5-49 was No Train To Memphis, Way Too Late en het samen met Raul Malo van The Mavericks geschreven That's What I Get. I'm Not The Man For The Job, een beetje Mavericks exotica ska beat (Don Diego deed de mariachi trompetten na op zijn gitaar) en Daddy Worked The Pole, Chuck Berry in country stijl dat deed denken aan Little Queenie, kwamen uit zijn solo releases, net als de recente hardrockende vinyl single Lonely Boy. Girl On The Billboard was uiteraard een twangfest in een medley met Dear John (Hank Williams psychedelica), en al de rest zoals de funky southern rockende Jerry Reed cover Amos Moses, ik geef het eerlijk toe, kende ik niet. De begeleiding door het Don Diego Trio (I), de drukste man in het rock 'n' roll circuit tegenwoordig (237 concerten in 2025), zorgde voor een mooi contrast tussen Mead's rockgitaar en Diego Geraci's twang, en Geraci speelde ook steel op zijn gitaar.


Don Diego

The Modern Don Juans uit Austin waren géén samenraapsel maar traden aan in de originele bezetting, wat niet wegnam dat we alle groepsleden dit festival al in andere bands hadden zien spelen, namelijk Bobby Trimble, Tjarko Jeen en Todd Wulfmeyer nu op contrabas, aangevoerd door zanger Tony Estrada en die kennen we dan weer van The Star Mountain Dreamers. Niet gehinderd door een akoestische gitaar weet Estrada zich elegant een houding te geven zonder statisch of hyperbeweeglijk te zijn. Daarnaast hebben ze dan weer een link met Eddie Angel van Los Straitjackets omdat de enige CD en single die ik van hen ken verschenen op Angel's label Spinout. Willing And Ready was een dreigende Ronnie Dawson beat, Jump Shake Move een rockabilly versie van Little Richard, Goin' Round In Circles mysterieuze popcorn swamp en Garden Of Evil een Sun cover in een beetje een Starday sound. Walter Broes van The Seatsniffers vertrouwde me te toe fan te zijn omdat dit een rockabilly band is, gewoon een rockabilly band, niks meer en niks minder, en geen hillbilly, geen psychobilly, geen Stray Cats, geen hepcats en geen om ter grootste kuif en om ter grootste schoenen billy, maar gewoon rockabilly, punt uit. Verdomd als ie geen gelijk had, en het feit dat Tjarko Jeen dan zonder enig verpinken - wat zeg ik, zonder ook maar te bewegen - de meest fantastische klanken aan zijn gitaar ontlokt, maakt het alleen nog maar beter. Ik hoorde die single I'm Your Lover / Does It Matter, en van die CD, ook al uit 2011, If You Wish, No Rhyme Or Reason en Lay It On The Line, Afsluiter was Charlie Feathers met het trage Can't Hardly Stand It als intro op Stutterin' Cindy.


Boven Tjarko Jeen en Tony Estrada backstage, daaronder Tony Estrada en Todd Wulfmeyer on stage...

Achter de maskers van Los Straitjackets (USA) verborgen zich Chris "Gringo Starr" Sprague op drums, Pete Curry op basgitaar, en op gitaar Eddie Angel én diens zoon Simon Heeran alias El Niño. Zoonlief speelt zelf ook leadgitaar in een southern rock band genaamd Wasted Major en nam vanavond heel wat solo’s voor zijn rekening, bijvoorbeeld in Jet Set, Love Potion # 9, Out Of Limits en High Wire Act, het enige nummer van hun gloednieuwe Somos Los Straitjackets, hun eerste album met enkel nieuwe nummers in meer dan dertien jaar. Simon leerde het van de meester en de opvolging is verzekerd, da's duidelijk. Het surfbal opende met het melodieuze Pacifica en er staken natuurlijk een aantal typische Eddie Angel instros in als Outta Gear. Wat me al verschillende keren is opgevallen stelde ik ook vanavond vast: live zijn Los Straitjackets een pak harder dan op geluidsdrager waarop ze vaak richting easy listening gaan. Naast surf classics als It's Monster Surfing Time, Squad Car en Batman gekoppeld aan Wipe Out was er ruim plaats voor eigen klassiekers als Casbah, Kawanga, Calhoun Surf, Tempest en Rockula. Het feest en gelijk het hele festival eindigde met een supersnel Surfin' Bird/The Bird's The Word gezongen door Chris Sprague. Geweldig ook die choreografieën, al gaat Pete Curry niet meer door de knieën.

Volgend jaar vindt van 10 tot 12 juli 2026 de vijftigste editie van Sjock plaats. Ik ben benieuwd of ze er iets extra speciaals van gaan maken. Info: www.sjock.com

THE ENDLESS SURF
Sint Niklaas (B), 5 april 2025

Verslag en foto's/video: Frantic Franky

Wij kunnen niet verder zwemmen dan tot aan de overkant van een glas whiskey, maar dat weerhoudt ons er niet van om een flinke boon te hebben voor surfmuziek. Dit gezegd zijnde moet ik daar onmiddellijk bij bekennen dat ik moeite heb om die duizenden instrumentals van honderden surfbands van elkaar te onderscheiden, laat staan dat ik de titels ervan kan onthouden. Oud worden, het doet een mens geen goed. Via Roddelgem, Vergezochtegem, Klotegem, Cacdorp en Naardeklotebeke begaven we ons naar De Casino in Sint Niklaas aan de andere kant van het water om ons te laven aan de instrumentale bron bij de eerste editie van The Endless Surf, festival met zo maar eventjes acht surf bands op de affiche. Zou zo'n overdosis surf niet teveel van het goede zijn? Een paar honderd aanwezigen uit België, Nederland, Frankrijk, Duitsland, Italië, Zwitserland, Denemarken en Spanje hadden hetzelfde idee, dus neem van mij aan dat het een gezellige internationale boel was die de internationale affiche met bands uit België, Nederland, Frankrijk, Italië en Duitsland weerspiegelde.


Eén Akula (l), één Storie From Shamehill (r) en van boven naar beneden twee Sant Anna Bay Coconuts

Hoe een mens zich kan vergissen: ik verkeerde in de veronderstelling dat Slingshot Bikini een nieuw Belgisch trio was, maar de Turnhoutenaars blijken al bezig sinds 2006 en ik ken de basgitarist zelfs persoonlijk. Hun rode hemden tegen het rode gordijn gaf een Twin Peaks vibe en met Russian Roulette gaven ze er gelijk een Oost-Europese lap op. Global Charming, Expo 58 en A Surf Odyssee waren rustig en melodieus, maar vergis u niet, no rest for the wicked met Katapult Bra. Casbah boorde de middle east pijler van de surf aan, 2000 Pound Bee was trashy, het Link Wray goes spy fi Double Naught Spy was een cover van Deke Dickerson, en afsluiter Nitro was een groet aan de peetvader van het genre, Dick Dale.


Slingshot Bikini in Twin Peaks mood

The Akulas bestaan twintig jaar, komen uit Gent Surf City en serveren met hun spooky orgel een instrumentale cocktail bestaande uit gelijke delen André Brasseur, Korla Pandit, easy tune, eurobeat en ska. De set bestond vooral uit eigen nummers (denk ik!) van hun twee albums Rustines (2017) en Inundated Land (2022) als Rustines, L'Amour Chaud, Party In Suburbia, Decoy Dandy, Memory Of A Fish, Seduction Of A Jellyfish en Mad Lesley, naast een paar surf classics als Squad Car inclusief megafoon en Penetration. Blij dat ik ze nog eens gezien heb!


The Akulas

Stories From Shamehill, niet uit Schaamheuvel maar uit Amsterdam, had ik nog nooit live gezien, hoewel ze al meer dan tien jaar surfen en ik hen op geluidsdrager zeer zeker te pruimen vind. Ook live is hun surf redelijk klassiek en met veel twang, en zij waren vandaag de band die als eerste de western galop introduceerde op het festival, alsmede de eerste band die hun hele set lang hun jas aanhielden. Zoals gezegd ben ik niet sterk in instrumentale titels, maar ik gok erop Witch Hunt, Na Zdrowie, The Shred Shed, Desfile De Los Locos, El Corazon Del Gato Gris, Il Sorpasso, Kathmandu, Tose On The Nose Bros en El Salto Del Jalapeno te hebben gehoord. Begrijpt u nu waarom ik ze niet kan onthouden? Ook de gloednieuwe 4 track EP Einfach Umph werd integraal gespeeld. De glimlach van Joris de Haan (gitaar) op het podium sprak boekdelen, naast het podium bleken Joris de Haan, Michiel van der Drift (basgitaar) en Arend Keeman (drums) een bijzonder leuke bende.


Sant Anna Bay Coconuts

De in panterprint gehulde gastheren en -dame (de drums zijn voor rekening van Joyce Hufkens, echtgenote van leadgitarist Danny Van Langendonck) van Sant Anna Bay Coconuts brachten een visuele set met danspasjes, elementen uit ska en eigen nummers als Caught In The Curves, The Haunted Lighthouse of St Augustine, Fiber Shaping, Devil's Gun, Whiskers Aflame, Cumbia Colada, Egg Burrito, Habanero Y Piña, Pacifica, Liquid Walls, een cover van Margaya, het onvermijdelijke maar lang uitgesponnen en improviserend Misirlou, en één nieuw nummer, het aan de organisatie en het publiek opgedragen Creeps In The Casino. Ik bewonder Sant Anna Bay Coconuts omwille van hun eindeloze energie zowel on stage als privé, en omdat ik nooit een groep ben tegengekomen bij wie het familiegevoel zo sterk was. Dit was overigens het eerste optreden van bassist Jim De Bruyne sinds zijn pensionering na een leven lang beroepsmilitair. Tijd voor een nieuwe carrière als beroepsmuzikant, Jim!


Martin Schmidt van The Razorblades

Het viel op dat de organisatie op veilig speelde door enkel groepen te plaatsen met minstens pakweg tien en meestal al twintig jaar op de teller. Ook The Razorblades uit Wiesbaden bestaan al sinds 2002 en stonden garant voor een set met veel uitfreaken op gitaar, rauwe (Are You Ready For A Rock 'n' Roll Weekend) energie op drums en op de basgitaar die steevast een andere melodielijn speelde dan de gitaar. Ik noteerde het oudje CurbFlat, Thunderbird 101 en Upside Down deden denken aan de bikersongs van Davie Allan & the Arrows, als wake up call Misirlou, Amazing Awesome Wow was denk ik het enige (semi) vocale nummer van de hele dag, een paar nieuwe nummers als ik het goed heb gehoord getiteld Girl On The White Scooter en Surfin' With A Mohawk, en op het einde de Ace Of Spades van Link Wray, niet die van Lemmy. Een set voor de punkers, zou je kunnen zeggen, maar heus niet enkel voor hen. Mijn favoriet was Molto Allegro Twist, gebaseerd op Mozart.


Publieksparticipatie bij The Razorblades

Bradipos IV surfen in Sicilië sinds 1996 en doen dat zéér traditioneel (té traditioneel?) én voorbeeldig uitgevoerd door twee elkaar afwisselende leadgitaristen. Door hun gebrekkige kennis van de Engelse taal lieten ze bindteksten achterwege, waardoor ze er niet in slaagden een connectie te maken met het publiek. Jammer, want op zich was dit een masterclass surf gitaar. Titels? Nou vooruit dan, omdat u het bent, overgeschreven van de setlist: Mysterion, Reverb Gang, Night Creeper, Hangover Serenade, Little Skorpio, Cocaine Cowboys, Deep Mojave, Sciummo, Savage Season, Zombie Maraja, Waiting en Ghost Hop. Ik hoop dat ze ze allemaal hebben gespeeld.


Les Agamemnonz met op de achtergrond de toverketel van Obelix...

Menig surfgroep gebruikt een gimmick als imago, en zo hullen Les Agamemnonz uit Rouen, Frankrijk zich blootvoets en met blote benen in wat Romeinse toga’s moet voorstellen maar gewoon op maat verstelde lakens zijn. Op hun recentste album, Amateurs uit 2021 op het Amerikaanse label Hi-Tide, hulden ze zich in jazzy exotica lounge, maar hier en nu live on stage verenigden ze met heel veel tempowissels de Franse gitaargroepen van begin jaren' 60 met het springerige van The Spotnicks en het poppy van The Tornados met cartooneske ska en filmmuziek van Michel Legrand tot een Asterix versie van surf twang en een rock 'n' roll versie van Jacques Tati. Wat het ook was, het was fun en het publiek beleefde er evenveel plezier aan als de band zelf.


Les Agamemnonz

Dit was het eerste optreden van The Phantom Four in vijf jaar, of om correct te zijn hun tweede optreden in vijf jaar want in februari speelden ze al op Sleazefest in Amsterdam waar ze ook nieuw materiaal brachten. Al van vòòr The Phantom Four vermengde Phantom Frank Gerritsen in The Treble Spankers surf met wereldmuziek, arabica en attitude, en dat heeft ie na al die jaren (wat zeg ik, na decennia) geperfectioneerd tot een hypnotische trance die ons niet naar de eilanden van Hawaii maar naar de zandwoestijnen van Afrika bracht met lang uitgesponnen nummers als - opnieuw op hoop van zegen - Paganini, Lorke Lorke, Morgana, VanLoo, Ramgaya, Casbah, Malagueña en hun instrumentale cover van A Forest van The Cure die surf vermengde met new wave, en er was zelfs enige vorm van choreografie. Neem van me aan dat dit optreden top was: Gerritsen speelt met het gemak van de kalme professional die doet voorkomen alsof hij het losjes uit de pols schudt, basgitarist Marc de Regt speelt ook al meer dan twintig jaar bij de groep, ritmegitarist Gilian de Haas vergrootte de rock 'n' roll factor, en voor drummer Martin De Ruiter was dit slechts zijn tweede optreden met The Phantom Four, maar dat heeft niemand opgemerkt: als je bij T-99 hebt gespeeld kan je alles aan. Hun vorige drummer Niels Jansen liep trouwens rond in de zaal.


Frantic Franky op de foto met Phantom Frank (r)

Side note en teken des tijds: ik kan niet begrijpen dat je als publiek op de vierde rij staat en daar meer met je mobieltje als met de band bezig bent. Tussen de bedrijven en de toog door was er een kleine markt met CD’s en platen, kleding, cocktails en gitaarversterkers, en tussendoor en na liet DJ Jens van Fifty Foot Combo de vreemdste plaatjes op ons los, althans boven in de zaal want beneden aan de kleine bar stond gewoon een spotify playlist op. Van mij mag er een tweede editie komen, en naar ik heb horen waaien mag dat ook van de organisatie. Wordt vervolgd? Ik hoop het!


Lees hier de oudere Rockin' Lifestyle verslagen

Terug naar de voorpagina